CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I - Bestemmingsplan 'Partiële herziening SWF midden-oost'

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Bestimmingsplan 'Partiële herziening SWF midden/oost'22.094 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2 3 4 5

6

ter plaatse van de aanduiding ‘recreatiewoonschip’ is niet meer dan één recreatiewoonschip toegestaan; de maximale lengte van één recreatiewoonschip mag niet meer dan 18 m bedragen; de maximale breedte van één recreatiewoonschip mag niet meer dan 6 m bedragen en er moet een minimale doorvaarbreedte van 10 meter aanwezig zijn; de bouwhoogte van een recreatiewoonschip mag niet meer dan 3,5 m bedragen, met dien verstande dat een recreatiewoonschip uit niet meer dan 1 bouwlaag bestaat; bij recreatiewoonschepen mogen geen bijgebouwen worden gebouwd.

10.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij een woonschepenligplaats Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een woonschepenligplaats gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen bedraagt ten hoogste 35 m² per ligplaats dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer is; b. de goot- en bouwhoogte van de bijbehorende bouwwerken bedragen ten hoogste 3,00 en 4,50 meter. 10.2.4 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van vlonders en steigers bedraagt ten hoogste 2,00 meter gemeten vanaf het Nieuw Amsterdams Peil; 2. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 2,50 meter gemeten vanaf het Nieuw Amsterdams Peil; 3. de bouwhoogte van bruggen bedraagt ten hoogste 5,50 meter. 10.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van de gronden als ligplaats voor woonschepen, met uitzondering van de gronden ter plaatse voorzien van de aanduiding 'woonschepenligplaats', in welk geval een ligplaats voor één woonschip is toegestaan; 2. het gebruik van gronden als ligplaats voor (recreatie)vaartuigen, behalve daar waar het op grond van de gemeentelijke ligplaatsenverordening is toegestaan.

10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Water' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verwijderen, ontgraven en vergraven van dijken en taluds; b. het aanleggen of veranderen of dempen van water(lopen); c. het opspuiten van waterlopen en waterplassen met baggerspecie; d. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse leidingen, constructies, installaties of apparatuur.

10.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 10.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden die: a. dienen tot het in stand houden of voltooien van werken die op de dag van het van kracht worden van het plan al bestaan of in uitvoering zijn genomen; b. behoren tot het normale onderhoud en beheer; c. worden uitgevoerd binnen het kader van archeologische opgravingen op de gronden met een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde - Archeologie 2’. 10.4.3 Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in lid 10.4.1 zijn slechts toelaatbaar, als: a. deze werken en werkzaamheden of de hiervan direct of indirect te verwachten gevolgen de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig aantasten of kunnen aantasten; b. deze werken en werkzaamheden of de hiervan direct of indirect te verwachten gevolgen de waterhuishoudkundige waarden niet onevenredig aantasten of kunnen aantasten; c. de mogelijkheden voor herstel of opbouw van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 10.4.4 Advies omgevingsvergunning De werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 10.4.1 zijn slechts toelaatbaar, als over de toelaatbaarheid van de werken en werkzaamheden schriftelijk advies is ingewonnen bij de waterbeheerder.

Artikel 11

Wonen

11.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: b. het wonen in woningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor: c. een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 1, met dien verstande dat voldaan wordt aan de in lid 24.5.1 gestelde criteria; d. recreatieve bewoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “recreatiewoning”; met de daarbij behorende: e. mantelzorg in de woning; f. bed & breakfast in de woning, met dien verstande dat: 1 per hoofdgebouw ten hoogste 2 slaapkamers en maximaal 5 personen zijn toegestaan; 2 de logiesverstrekking uitsluitend is toegestaan in de woning en/of in de aangebouwde bijbehorende bouwwerken; 3 vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet worden gebruikt of ingericht ten behoeve van een bed & breakfast; 4 de oppervlakte van bed & breakfast maximaal 30% van de begane grond vloeroppervlakte van de woning bedraagt, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m²; 5 geen reclame-uitingen worden aangebracht; 6 voor de uitoefening van de bed & breakfast wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 23.1 en parkeren bij voorkeur op eigen erf plaatsvindt. g. tuinen, erven en terreinen; met daaraan ondergeschikt: h. nutsvoorzieningen; i.

parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 23.1; j. groenvoorzieningen; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 11.2 Bouwregels 11.2.1 Algemeen Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: a. Ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding - bebouwingsvrije zone” mogen geen bouwwerken worden gebouwd. b. ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 19.1 van toepassing; 11.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; c. de oppervlakte van een hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 150 m²;

d. in afwijking van het bepaalde onder c bedraagt ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering' de oppervlakte van een hoofdgebouw ten hoogste 250 m²; e. het aantal woningen bedraagt per hoofdgebouw ten hoogste het bestaande aantal, dan wel het ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” aangegeven aantal; f. de voorgevel van het hoofdgebouw moet in de ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' aangegeven gevellijn worden gebouwd; g. ter plaatse van de aanduiding maximale goot- en bouwhoogte (m) mag de goot- en de bouwhoogte niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven, danwel de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer is; h. ter plaatse van de aanduiding minimale en maximale goot- en bouwhoogte (m) en minimale en maximale dakhelling: 1 mogen de goot- en bouwhoogte niet minder dan de minimale goot- en bouwhoogte en niet meer dan de maximale goot- en bouwhoogte bedragen, en; 2 mag de dakhelling niet minder dan de minimale dakhelling en niet meer dan de maximale dakhelling bedragen, 3 mogen in afwijking van sublid 1 en 2 de bestaande goot- en bouwhoogte en dakhelling gehandhaafd blijven, indien deze hiervan afwijken; 11.2.3 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij woonhuizen gelden de volgende regels: a.

de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt ten hoogste 90% van de oppervlakte van het hoofdgebouw met een maximum van 100 m², dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien dit meer is, met dien verstande dat ten hoogste 50% van het erf buiten het bouwvlak bebouwd wordt; b. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping bedraagt ten hoogste de hoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 meter; c. de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping die binnen een afstand van 3,00 meter tot de zijdelingse perceelsgrens ligt bedraagt ten hoogste 7,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte minimaal 1,00 meter lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; d. de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of overkapping bedragen ten hoogste 3,00 en 5,50 meter; 11.2.4 Andere bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m zal bedragen; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten zal ten hoogste 8,00 m bedragen; c.

de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde zal ten hoogste 5,50 m bedragen. 11.2.5 11.2.5.1

Dakopbouwen Dakopbouwen grenzend aan het voorerfgebied

Algemeen a. een dakopbouw mag uit maximaal één bouwlaag bestaan; b. een dakopbouw is alleen toegestaan op een hoofdgebouw van één bouwlaag met kap; c. een dakopbouw is niet toegestaan in een dakvlak met een dakhelling minder dan 30 graden; Plaatsing a. maximaal 1 dakopbouw per pand per dakvlak; b. bij meerdere dakopbouwen op een doorgaand dakvlak regelmatige rangschikking op een horizontale lijn; c. bij gebouwtype twee onder één kap: symmetrisch ten opzichte van de gezamenlijke bouwmuur; d. minimaal 1 meter dakvlak ter weerszijden van de dakopbouw, ook ten opzichte van hoek- en kilkepers; e. verticale afstand van de goothoogte van de dakopbouw tot de noklijn minimaal 1 meter; Maatvoering <0000> breedte van de dakopbouw maximaal 40% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 4 meter. 11.2.5.2

Dakopbouwen grenzend aan het achtererfgebied

Algemeen a. een dakopbouw mag uit maximaal één bouwlaag bestaan; b. een dakopbouw is alleen toegestaan op een hoofdgebouw van één bouwlaag met kap, tenzij de dakopbouw grenst aan een horizontale kilgoot tussen 2 panden, dan mag het hoofdgebouw uit maximaal 2 bouwlagen bestaan; Plaatsing a. maximaal 1 dakopbouw per pand per dakvlak; b. bij meerdere dakopbouwen op een doorgaand dakvlak regelmatige rangschikking op een horizontale lijn; c. bij gebouwtype twee onder één kap: symmetrisch ten opzichte van de gezamenlijke bouwmuur; d. minimaal 1 meter dakvlak ter weerszijden van de dakopbouw, ook ten opzichte van hoek- en kilkepers; e. verticale afstand van de goothoogte van de dakopbouw tot de noklijn minimaal 0,5 meter; f. afstand van de dakopbouw tot het voorerfgebied minimaal 3 meter; Maatvoering <0000> breedte van de dakopbouw maximaal 60% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 6 meter. 11.2.5.3 Dakopbouwen door nokverhoging Algemeen a. de dakopbouw is alleen toegestaan in een dakvlak dat grenst aan het achtererfgebied;

b. de dakopbouw is maar in één dakvlak toegestaan; c. de nokverhoging vindt plaats door het verlengen van het tegenover liggende dakvlak waardoor de nok richting achtererfgebied schuift; d. de nokverhoging is alleen toegestaan op een hoofdgebouw met een zadeldak van maximaal 35 graden; Plaatsing a. maximaal 1 dakopbouw per pand per dakvlak; b. bij meerdere dakopbouwen door nokverhoging op een doorgaand dakvlak regelmatige rangschikking op een horizontale lijn; c. bij gebouwtype twee onder één kap: symmetrisch ten opzichte van de gezamenlijke bouwmuur; d. minimaal 1 meter dakvlak ter weerszijden van de dakopbouw; e. de afstand van de dakopbouw tot de achtergevel is horizontaal gemeten minimaal 1 meter; f. afstand van de dakopbouw tot het voorerfgebied minimaal 3 meter; Maatvoering a. breedte van de dakopbouw maximaal 60% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 6 meter; b. de hoogte van de buitenwanden van de dakopbouw maximaal 1,2 meter; c. de nok mag verticaal gemeten maximaal 0,7 meter worden verhoogd; d. de hellingshoek van het dakvlak van de dakopbouw moet gelijk zijn aan de hellingshoek van het bestaande dakvlak. 11.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. de goede woonsituatie; b. de sociale veiligheid; c. de verkeersveiligheid; en d.

de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 11.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.2.3 sub a voor het vergroten van het te bebouwen oppervlak tot ten hoogste 70% van het erf buiten het bouwvlak, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 11.5 Specifieke gebruiksregels 11.5.1 Aan-huis-verbonden beroep of bedrijf Aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten worden toegestaan binnen de bestemming, met dien verstande dat: a. het beroep of bedrijf voorkomt op de lijst met toelaatbare beroepen en bedrijven in bijlage 1;

b. het vloeroppervlak van de ruimten voor de uitoefening van aan huis gebonden beroepen niet meer mag bedragen dan 30% van de begane grond vloeroppervlakte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m²; c. een aan huis verbonden beroep of bedrijf uitsluitend is toegestaan in de woning en/of in de aangebouwde bijbehorende bouwwerken; d. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet mogen worden gebruikt of ingericht voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; e. alleen het beroeps- of bedrijfsmatig gebruik dat niet vergunningsplichtig of meldingsplichtig is ingevolge de Wet Milieubeheer of het Activiteitenbesluit is toegestaan; f. voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid voor de uitoefening van de aan huis gebonden beroepen (uitgangspunt hierbij is parkeren op eigen terrein). g. geen sprake is van een onevenredige verkeers- en/of publieksaantrekkende werking. h. de omvang van de reclame-uitingen maximaal 0,50 m² bedragen. i. geen buitenopslag van goederen plaatsvindt. j. de persoon die bij een woning een aan huis verbonden beroep of bedrijf exploiteert ook de bewoner is van de desbetreffende woning (er is een functionele en persoonlijke binding tussen de bewoner van de woning en de exploitatie van het beroep of bedrijf aan huis). k.

het niet is toegestaan om personeel in dienst te hebben voor het aan huis verbonden beroep of bedrijf; l. bij op fysieke dienstverlening gerichte bedrijven of beroepen aan huis (kappers, schoonheidssalons e.d., niet meer dan één plaats (of stoel) mag worden geëxploiteerd. Dit betekent dat een dienst niet aan meer dan één klant tegelijk mag worden aangeboden en uitgevoerd; m. alleen ondergeschikte detailhandel is toegestaan, eventueel in de vorm van een webwinkel, die direct voortvloeit uit, gerelateerd is aan en noodzakelijk is voor de dienst en/of het bedrijfs- of beroepsmatig gebruik 11.5.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b. het gebruik van woonhuizen en bijbehorende bouwwerken voor recreatieve bewoning; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel, anders dan in producten gerelateerd aan en noodzakelijk voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor horeca;

Artikel 12

Wonen - Woongebouw

12.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen - Woongebouw’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woongebouwen; met de daarbij behorende: b. erven en terreinen; c. groenvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 23; e. met daaraan ondergeschikt: f. nutsvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 12.2 Bouwregels 12.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen bedraagt per woongebouw ten hoogste het bestaande aantal, dan wel het ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” aangegeven aantal; c. ter plaatse van de aanduiding “maximum bouwhoogte (m)” mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; 12.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1,00 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m bedraagt; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m.

12.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. de goede woonsituatie; b. de sociale veiligheid; c. de verkeersveiligheid; en d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 12.4 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 12.2 en toestaan dat bijbehorende bouwwerken en overkappingen worden gebouwd, mits: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen ten hoogste 100 m² per bouwvlak bedraagt; b. de goot- en bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk of overkapping ten hoogste 3,00 en 5,50 meter bedragen; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 12.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: 1 het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; 2 het gebruik van woonhuizen en bijbehorende bouwwerken voor recreatieve bewoning; 3 het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel, anders dan in producten gerelateerd aan en noodzakelijk voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; 4 het gebruik van de gronden en bouwwerken voor horeca;

Artikel 13

Leiding - Riool

13.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van rioolpersleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringsstroken. 13.2 Bouwregels 13.2.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 13.2.2 Bouwen algemeen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd; b. op of in deze gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; c. de maximale bouwhoogte van andere bouwwerken bedraagt 3,00 meter. 13.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 13.2 en toestaan dat in de andere daar voorkomende bestemming(en) gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding.

13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Leiding – Riool' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;

e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 13.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 13.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. dienen tot het in stand houden of voltooien van werken die op de dag van het van kracht worden van het plan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen; b. behoren tot het normale onderhoud en beheer; c. mogen worden uitgevoerd op basis van een al verleende vergunning; d. worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding van de leiding(en). 13.4.3 Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in artikel 13.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. deze werken en werkzaamheden of de hiervan direct of indirect te verwachten gevolgen geen afbreuk doen aan de belangen van de betreffende leiding b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leidingbeheerder.

Artikel 14

Leiding - Water

14.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor een brandstofleiding. 14.2 Bouwregels 14.2.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 14.2.2 Bouwen algemeen Voor het bouwen gelden de volgende regels: 1. op of in deze gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; 2. de maximale bouwhoogte van andere bouwwerken bedraagt 3,00 meter. 14.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 14.2 en toestaan dat in de andere daar voorkomende bestemming(en) gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leidingbeheerder.

14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Leiding – Water' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven of ophogen van gronden met meer dan 0,40 meter; b. het aanleggen, verwijderen, ontgraven en vergraven van dijken en taluds; c. het aanleggen of veranderen of dempen van water(lopen); d. het opspuiten van waterlopen en waterplassen met baggerspecie; e. het aanleggen van klinker- of tegelbestratingen, van terreinverhardingen, van beton(platen), asfalt(platen) of van andere oppervlakteverhardingen groter dan 10 m²; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse leidingen, constructies, installaties of apparatuur; g. het verwijderen, beschadigen, vellen, kappen of rooien van bomen of andere houtgewassen, die ten tijd van het van kracht worden van het plan aanwezig zijn, tenzij

hierop de Wet Natuurbescherming, of krachtens die wet gestelde voorwaarden van toepassing zijn; h. het planten van bomen en andere houtige gewassen, ter plaatse waar deze gronden hiermee niet beplant waren ten tijde van het van kracht worden van het plan; i. het scheuren of frezen van grasland anders dan ter instandhouding of verbetering van het grasland. 14.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 14.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. dienen tot het in stand houden of voltooien van werken die op de dag van het van kracht worden van het plan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen; b. noodzakelijk zijn voor een normale agrarische bedrijfsvoering; c. behoren tot het normale onderhoud en beheer; d. mogen worden uitgevoerd op basis van een al verleende vergunning. 14.4.3 Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in artikel 14.4.1. zijn slechts toelaatbaar, mits: a. deze werken en werkzaamheden of de hiervan direct of indirect te verwachten gevolgen de landschappelijke waarden niet onevenredig aantasten of kunnen aantasten; b. de mogelijkheden voor herstel of opbouwen van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; c. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

Artikel 15

Waarde - Archeologie 1

15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde – Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), ook bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische (verwachtings)waarden. 15.2 Bouwregels 15.2.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 15.2.2 Bouwen algemeen In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) zijn bouwwerken, waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden, slechts toelaatbaar wanneer het betreft: 1. de vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van maximaal 50 m2; 3. een bouwwerk dat niet dieper dan 0,40 meter onder het maaiveld, wordt gerealiseerd. 15.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen wanneer uit archeologisch onderzoek of op basis van advies van een archeologische deskundige blijkt, dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden te beschermen en/of veilig te stellen door: 1.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk en/of een archeologisch vriendelijk heipalenplan, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 3. de verplichting de werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. 15.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 30.2 mits op basis van archeologisch onderzoek of op advies van een archeologische

deskundige is aangetoond dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de archeologische waarden van het gebied. 15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden; b. het graven, verdiepen en/of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren; c. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het permanent verlagen van het waterpeil; f. het aanplanten en/of het rooien van bos of boomgaard, waarbij stobben worden verwijderd op meer dan 0,40 meter diepte en/of voor zover het gaat om planten waarvan zeker is dat bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dan 0,40 meter wordt geroerd; g. het aanleggen en/of verbreden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden.

15.5.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 15.5.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden die: a. een oppervlakte hebben van maximaal 50 m² én niet dieper gaan dan 0,40 meter onder het maaiveld; b. het normale onderhoud en het normale agrarische gebruik betreffen; c. al in uitvoering en/of vergund zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; d. aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek waaruit is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; e. op archeologisch onderzoek gericht zijn; f. te maken hebben met de aanleg van systematische drainage, mits sleufloos uitgevoerd. 15.5.3 Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in artikel 15.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; c.

één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wordt: 1 een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2 een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen, of;

3

een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg; d. advies wordt ingewonnen bij de gemeentelijk archeoloog wanneer aan de te verlenen omgevingsvergunning voorwaarden worden verbonden. 15.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1' te verwijderen indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Artikel 16

Waarde - Archeologie 2

16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde – Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), ook bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische (verwachtings)waarden. 16.2 Bouwregels 16.2.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 16.2.2 Bouwen algemeen In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) zijn bouwwerken, waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden, slechts toelaatbaar wanneer het betreft: 1. de vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van maximaal: 1 500 m², ter plaatse van de advieszone ‘waarderend onderzoek dobben’ en ‘karterend onderzoek 1’ van de gemeentelijke FAMKE, of; 2 2.500 m² ter plaatse van de advieszone ‘karterend onderzoek 2’ van de gemeentelijke FAMKE, of; 3 5.000 m² ter plaatse van de advieszone ‘karterend onderzoek 3’ en ‘quickscan’ van de gemeentelijke FAMKE; 3. een bouwwerk dat niet dieper dan 0,40 meter onder het maaiveld wordt gerealiseerd.

16.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen wanneer uit archeologisch onderzoek of op basis van advies van een archeologische deskundige blijkt, dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden te beschermen en/of veilig te stellen door: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 3. de verplichting de werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.

16.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.2 mits op basis van archeologisch onderzoek of op advies van een archeologische deskundige is aangetoond dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de archeologische waarden van het gebied. 16.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden; b. het graven verdiepen en/of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het permanent verlagen van het waterpeil; e. het aanplanten en/of het rooien van bos of boomgaard, waarbij stobben worden verwijderd op meer dan 0,40 meter diepte en/of voor zover het gaat om planten waarvan zeker is dat bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dan 0,40 meter wordt geroerd; f.

het aanleggen en/of verbreden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden. 16.5.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 16.5.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden die: a. een oppervlakte hebben van maximaal 500 m², dan wel de oppervlakte zoals opgenomen voor de desbetreffende advieszone van de gemeentelijke uitsnede van de FAMKE én niet dieper gaan dan 0,40 meter onder het maaiveld; b. het normale onderhoud en het normale agrarische gebruik betreffen; c. al in uitvoering en/of vergund zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; d. aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek waaruit is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; e. op archeologisch onderzoek gericht zijn; f. te maken hebben met de aanleg van systematische drainage, mits sleufloos uitgevoerd. 16.5.3 Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in artikel 16.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; c.

één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wordt:

1 2 3 4

een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen, of; een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg; advies wordt ingewonnen bij de gemeentelijk archeoloog wanneer aan de te verlenen omgevingsvergunning voorwaarden worden verbonden.

16.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2' te verwijderen indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

HOOFDSTUK 3 algemene regels Artikel 17

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 18

Algemene aanduidingsregels

18.1 Veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation 18.1.1 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de overige bestemmingsregels mogen: a. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation 1' geen kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation 2' geen kwetsbare objecten worden gebouwd. 18.1.2 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation 1' voor kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten, met uitzondering van het bestaande gebruik; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation 2' voor kwetsbare objecten, met uitzondering van het bestaande gebruik. 18.1.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de aanduidingen ‘veiligheidszone gasdrukmeet- en regelstation 1 en 2’ te verwijderen wanneer de risicovolle inrichting ter plaatse is beëindigd.

Artikel 19

Algemene bouwregels

19.1 Karakteristieke bouwwerken 19.1.1 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ gelden, aanvullend op de andere daar voorkomende bestemming(en), de volgende regels: 1. de verschijningsvorm van het hoofdgebouw, bepaald door de gevelbreedte, goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, nokrichting, dakvormen oppervlakte van het grondvlak, zoals deze bestond op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, blijft gehandhaafd;

2. in afwijking van het bepaalde in sublid a is een afwijking van de goothoogte en/of de bouwhoogte van ten hoogste 5% toegestaan, waarbij de dakhelling overeenkomstig mag worden aangepast. 19.1.2 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de in lid 19.1.1 genoemde bouwregels voor het veranderen van het hoofdgebouw, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke verschijningsvorm van het gebouw. 19.1.3 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Een omgevingsvergunning is vereist voor het slopen van de in Bijlage 3 met waarde K1 gewaardeerde bebouwing of delen daarvan, waarbij geldt dat: a. een omgevingsvergunning slechts kan worden verleend wanneer: 1 de karakteristieke hoofdvorm c.q. verschijningsvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan de bebouwing kan worden hersteld, en/of; 2 de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet te handhaven is, en/of; 3 het delen van een bouwwerk betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm veroorzaken. b.

een omgevingsvergunning niet nodig is voor werken en werkzaamheden die: 1 het normale onderhoud betreffen; 2 al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3 mogen worden uitgevoerd volgens een al verleende omgevingsvergunning.

Artikel 20

Algemene gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met de in dit plan gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan of bergen van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; d. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.

Artikel 21

Algemene afwijkingsregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, kan met omgevingsvergunning worden afgeweken van: a. de bij recht in het plan gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages, indien dit om bouwtechnische redenen of om redenen van doelmatigheid van de bouw noodzakelijk is; b. het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen binnen het bouw- c.q. het bestemmingsvlak in die zin dat de grenzen van het bouw- c.q. het bestemmingsvlak met ten hoogste 1,50 m worden overschreden door: 1 plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2 gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3 ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen.

Artikel 22

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door: a. aan gronden alsnog de dubbelbestemming Waarde – archeologie 1 toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van de gronden met deze medebestemming, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft. b. aan gronden alsnog de dubbelbestemming Waarde – archeologie 2 toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van de gronden met deze medebestemming, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

Artikel 23

Overige regels

23.1 Voldoende parkeergelegenheid a. Een nieuw bouwwerk, verandering van een bouwwerk, verandering van gebruik van een bouwwerk of van gronden (al dan niet gecombineerd), waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, is niet toegestaan wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden; b. bij een omgevingsvergunning, dan wel bij de beoordeling of het gebruik in overeenstemming is met het bestemmingsplan wordt op basis van de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid; c. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie.

HOOFDSTUK 4 overgangsrecht en slotregel Artikel 24

Overgangsrecht

24.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1 gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2 na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sublid a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het sublid a. met maximaal 10%. c. Sublid a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 24.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdig gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en afwijking wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

Artikel 25

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Partiële herziening SWF dorpen midden/oost

Bijlagen bij regels Bijlage 1:

Lijst met aan huis verbonden beroepen en bedrijven;

Bijlage 2:

Staat van bedrijfsactiviteiten;

Bijlage 3:

Lijst met karakteristieke panden.

BIJLAGE 1 – LIJST MET BIJ WONINGEN TOEGESTANE BEROEPEN EN BEDRIJVEN Uitoefening van (para-)medische beroepen, waaronder: individuele praktijk voor huisarts, apotheker, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, logopedie, verloskundige. individuele praktijk dierenarts Kledingmakerij (maat)kledingmakerij en kledingverstelbedrijf woningstoffeerderij Kantoorfunctie ten behoeve van bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, zoals: schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, glazenwasserij, maar ook ten behoeve van bijvoorbeeld een groothandelsbedrijf Reparatiebedrijfjes, waaronder: reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen reparatie van muziekinstrumenten In ieder geval zijn autoreparatiebedrijven en las- en montagebedrijven uitgezonderd.

Advies- en ontwerpbureaus: reclame ontwerp grafisch ontwerp (bouwkundig, interieur- of tuin- en landschaps-) architect stedenbouwkundige - ingenieur (Zakelijke) dienstverlening, waaronder: notaris advocaat gerechtsdeurwaarder (register of belasting-) accountant assurantie-/verzekeringsbemiddeling exploitatie en handel in onroerende zaken administratieconsulent organisatieadviseur Overige dienstverlening: kappersbedrijf schoonheidssalon nagelstudio tattooshop Onderwijs: autorijschool onderwijs niet in te delen naar specificatie, mits zonder werkplaats of laboratorium Ateliers: ateliers van beeldend kunstenaars, pottenbakkers, glazeniers e.d. Webwinkel Een winkel op een perceel waarbij de verkoop van op de eindgebruiker gerichte goederen uitsluitend plaatsvindt via internet, waarbij geen klanten op het perceel langskomen (om goederen af te halen of uit te proberen of te betalen) en er geen ruimtelijke uitstraling uitgaat van de webwinkel.

OMSCHRIJVING

151 152 152 152 152 152 152 1531 1531 1531 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1541 1541 1541 1542 1542 1542 1543 1543 1543

108 102 102 102 102 102 102 1031 1031 1031 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 104101 104101 104101 104102 104102 104102 1042 1042 1042

8 0 2 3 4 5 6 0 1 2 0 1 2 3 4 5 0 1 2 0 1 2 0 1 2

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - slachterijen en pluimveeslachterijen - bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m² - loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m² Visverwerkingsbedrijven: - conserveren - roken - verwerken anderszins: p.o.> 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² Aardappelprodukten fabrieken: - vervaardiging van aardappelproducten - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² Groente- en fruitconservenfabrieken: - jam - groente algemeen - met koolsoorten - met drogerijen - met uienconservering (zoutinleggerij) Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Margarinefabrieken: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j

CATEGORIE

GEVAAR

0 1 3 4 5 6 7

GELUID

10, 11 101, 102 101, 102 101 101 101 101 101, 102

STOF

15 151 151 151 151 151 151 151

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

SBI-CODE 2008

nummer

SBI-CODE

Partiële herziening BP dorpen SWF Midden/Oost

LIJST - ACTIVITEITEN

GROOTSTE AFSTAND

Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten

100 300 100 50 30 50

0 0 0 0 0 0

100 C 100 C 100 C 50 C 50 50

50 R 50 R 50 R 30 10 10

100 D 300 100 50 50 50

3.2 4.2 3.2 3.1 3.1 3.1

50

0

50

10

50

3.1

200 300 300 100 50

0 0 10 10 10

100 C 50 C 50 C 50 30

30 0 30 30 10

200 300 300 D 100 50

4.1 4.2 4.2 3.2 3.1

300 50

30 10

200 C 50

50 R 50 R

300 50

4.2 3.1

50 50 100 300 300

10 10 10 10 10

100 C 100 C 100 C 200 C 100 C

10 10 10 30 10

100 100 100 300 300

3.2 3.2 3.2 4.2 4.2

200 300

30 50

100 C 300 C Z

30 R 50 R

200 300

4.1 4.2

200 300

10 10

100 C 300 C Z

100 R 200 R

200 300

4.1 4.2

100 200

10 10

200 C 300 C Z

30 R 50 R

200 300

4.1 4.2

Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten OMSCHRIJVING

2 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m² 4 - Suikerwerkfabrieken met suiker branden 5 - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² Deegwarenfabrieken 0 Koffiebranderijen en theepakkerijen: 2 - theepakkerijen Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden Vervaardiging van overige voedingsmiddelen Bakkerijgrondstoffenfabrieken 0 Soep- en soeparomafabrieken:

0 0

CATEGORIE

10821 10821 10821 1073 1083 1083 108401 1089 1089 1089

0 1 2

GROOTSTE AFSTAND

1584 1584 1584 1585 1586 1586 1587 1589 1589.1 1589.2

0 1 2 0 3 5 6

100 300 300 100 30

3.2 4.2 4.2 3.2 2

100 R 50 R 50

300 200 200 D

4.2 4.1 4.1

200 C 300 C Z

30 R 50 R

200 300

4.1 4.2

100 50 100 100

200 C 200 C 300 C Z 200 C

30 30 50 R 30

300 200 300 200

4.2 4.1 4.2 4.1

30 100 100

10 30 10

30 C 100 C 100 C

10 30 30

30 100 100

2 3.2 3.2

100 300 100 50

30 30 30 30

50 50 50 10

30 30 R 30 R 10

100 300 100 50

3.2 4.2 3.2 3.1

100 200 200 200

10 30 30 50

30 50 50 50

10 10 30 50 R

100 200 200 D 200

3.2 4.1 4.1 4.1

GEVAAR

0 3 4 5 1 2 0 1 2

GELUID

1052 1051 1051 1051 1052 1052 1061 1061 1061 1061 1062 1062 1062 1091 1091 1091 1091 1092 1071 1071 1071 1072 1081 10821

STOF

Zuivelprodukten fabrieken: - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j - melkprodukten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j - overige zuivelprodukten fabrieken Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Meelfabrieken: - p.c. >= 500 t/u - p.c. < 500 t/u Grutterswarenfabrieken Zetmeelfabrieken: - p.c. < 10 t/u - p.c. >= 10 t/u Veevoerfabrieken: - drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. < 10 t/u water - mengvoeder, p.c. < 100 t/u - mengvoeder, p.c. >= 100 t/u Vervaardiging van voer voor huisdieren Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens - v.c. >= 7500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken Suikerfabrieken: Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

1551 1551 1551 1551 1552 1552 1561 1561 1561 1561 1562 1562 1562 1571 1571 1571 1571 1572 1581 1581 1581 1582 1583 1584

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

SBI-CODE 2008

nummer

SBI-CODE

Partiële herziening BP dorpen SWF Midden/Oost

LIJST - ACTIVITEITEN

50 100 50 50 10

0 0 50 0 0

100 C 300 C Z 300 C 100 C 30

50 50 50 50 0

200 100 50

100 50 100

300 C Z 200 C 200 C

200 300

50 100

300 200 300 200

R R R R

Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten OMSCHRIJVING

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

1 - zonder poederdrogen 2 - met poederdrogen Bakmeel- en puddingpoederfabrieken Destilleerderijen en likeurstokerijen 0 Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: 1 - p.c. < 5.000 t/j 2 - p.c. >= 5.000 t/j Bierbrouwerijen Mouterijen Mineraalwater- en frisdrankfabrieken - VERWERKING VAN TABAK Tabakverwerkende industrie - VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels 0 Weven van textiel: 1 - aantal weefgetouwen < 50 2 - aantal weefgetouwen >= 50 Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen - VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont - VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederfabrieken Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken - HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen

GELUID

1089 1089 1089 110101 110102 110102 110102 1105 1106 1107 12 12 120 13 13 131 132 132 132 133 139 1393 139, 143 14 14 141 142, 151 15 15 151, 152 151 152 16 16 16101

STOF

1589.2 1589.2 1589.2 1591 1592 1592 1592 1596 1597 1598 16 16 160 17 17 171 172 172 172 173 174, 175 1751 176, 177 18 18 181 183 19 19 191 192 193 20 20 2010.1

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

SBI-CODE 2008

nummer

SBI-CODE

Partiële herziening BP dorpen SWF Midden/Oost

LIJST - ACTIVITEITEN

100 300 200 300

10 50 50 30

50 50 50 200 C

10 50 R 30 30

100 300 200 300

3.2 4.2 4.1 4.2

200 300 300 300 10

30 50 30 50 0

200 C 300 C 100 C 100 C 100

30 50 50 30 50

200 300 300 300 100

4.1 4.2 4.2 4.2 3.2

200

30

50 C

30

200

4.1

10

50

100

30

100

3.2

10 10 50 10 100 0

10 30 0 0 30 10

100 300 50 50 200 50

0 50 10 10 10 10

100 300 50 50 200 50

3.2 4.2 3.1 3.1 4.1 3.1

30 50

0 10

50 10

0 10

50 50

3.1 3.1

300 50 50

30 10 10

100 30 50

10 10 10

300 50 D 50

4.2 3.1 3.1

0

50

100

50 R

100

3.2

Z

R R R R

Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten OMSCHRIJVING

GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

0 Houtconserveringsbedrijven: 1 - met creosootolie 2 - met zoutoplossingen Fineer- en plaatmaterialenfabrieken 0 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout 1 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 - VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN Vervaardiging van pulp 0 Papier- en kartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u 2 - p.c. 3 - 15 t/u 3 - p.c. >= 15 t/u Papier- en kartonwarenfabrieken 0 Golfkartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u 2 - p.c. >= 3 t/u - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) - AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN Aardolieraffinaderijen A Smeeroliën- en vettenfabrieken B Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie C Aardolieproduktenfabrieken n.e.g. Splijt- en kweekstoffenbewerkingsbedrijven - VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN 0 Vervaardiging van industriële gassen: Kleur- en verfstoffenfabrieken 0 Anorg. chemische grondstoffenfabrieken: 1 - niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" A0 Organ. chemische grondstoffenfabrieken:

STOF

2010.2 16102 2010.2 16102 2010.2 16102 202 1621 203, 204, 205 162 203, 204, 205 162 21 17 21 17 2111 1711 2112 1712 2112 1712 2112 1712 2112 1712 212 172 2121.2 17212 2121.2 17212 2121.2 17212 22 58 22 58 2221 1811 2222 1812 23 19 23 19 2320.1 19201 2320.2 19202 2320.2 19202 2320.2 19202 233 201, 212, 244 24 20 24 20 2411 2011 2412 2012 2413 2012 2413 2012 2414.1 20141

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

SBI-CODE 2008

nummer

SBI-CODE

Partiële herziening BP dorpen SWF Midden/Oost

LIJST - ACTIVITEITEN

200 10 100 0 0

30 30 30 30 30

50 50 100 100 50

10 10 10 0 0

200 50 100 100 50

4.1 3.1 3.2 3.2 3.1

200

100

200 C

50 R

200

4.1

50 100 200 30

30 50 100 30

50 C 200 C Z 300 C Z 100 C

30 50 100 30

R R R R

50 200 300 100

3.1 4.1 4.2 3.2

30 50

30 30

100 C 200 C Z

30 R 30 R

100 200

3.2 4.1

30 30

0 0

100 C 100

10 10

100 100

3.2 3.2

1500 50 300 300 10

100 0 0 0 10

1500 C Z 100 100 200 100

1500 30 50 50 1500

R R R R

1500 100 300 300 D 1500 D

6 3.2 4.2 4.2 6

200

0

200 C

200 R

200 D

4.1

100

30

300 C

300 R

300 D

4.2

OMSCHRIJVING

26 261

23 231

- VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN 0 Glasfabrieken:

CATEGORIE

GEVAAR

A1 - niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" B0 Methanolfabrieken: B1 - p.c. < 100.000 t/j B2 - p.c. >= 100.000 t/j 0 Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.): 1 - p.c. < 50.000 t/j 0 Landbouwchemicaliënfabrieken: Verf, lak en vernisfabrieken 0 Farmaceutische grondstoffenfabrieken: 1 - p.c. < 1.000 t/j 0 Farmaceutische produktenfabrieken: 1 - formulering en afvullen geneesmiddelen Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken Parfumerie- en cosmeticafabrieken 0 Lijm- en plakmiddelenfabrieken: 1 - zonder dierlijke grondstoffen Fotochemische produktenfabrieken A Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken B Overige chemische produktenfabrieken n.e.g. Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken - VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF Rubberbandenfabrieken 0 Loopvlakvernieuwingsbedrijven: 1 - vloeropp. < 100 m2 2 - vloeropp. >= 100 m2 Rubber-artikelenfabrieken 0 Kunststofverwerkende bedrijven: 1 - zonder fenolharsen 2 - met fenolharsen 3 - productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen -

GELUID

20141 20141 20141 20141 20149 20149 202 203 2120 2110 2120 2120 2041 2042 2052 2052 205902 205903 205903 2060 22 22 221101 221102 221102 221102 2219 222 222 222 222 23

STOF

2414.1 2414.1 2414.1 2414.1 2414.2 2414.2 242 243 2441 2441 2442 2442 2451 2452 2462 2462 2464 2466 2466 247 25 25 2511 2512 2512 2512 2513 252 252 252 252 26

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

SBI-CODE 2008

nummer

SBI-CODE

Partiële herziening BP dorpen SWF Midden/Oost

LIJST - ACTIVITEITEN

GROOTSTE AFSTAND

Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten

300

10

200 C

300 R

300 D

4.2

100 200

0 0

200 C 300 C Z

100 R 200 R

200 300

4.1 4.2

300

0

200 C

100 R

300

4.2

300

30

200 C

300 R

300 D

4.2

200

10

200 C

300 R

300

4.2

50 300 300

10 100 30

50 200 C 50 C

50 R 100 R 50 R

50 300 300

3.1 4.2 4.2

100 50 50 200 300

10 10 10 30 30

100 100 50 100 C 300 C

50 50 50 200 200

100 100 50 200 D 300

3.2 3.2 3.1 4.1 4.2

300

50

300 C

100 R

300

4.2

50 200 100

10 50 10

30 100 50

30 50 R 50 R

50 200 100 D

3.1 4.1 3.2

200 300 50

50 50 30

100 100 50

100 R 200 R 30

200 300 50

4.1 4.2 3.1

R R R R

Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten OMSCHRIJVING

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

1 - glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j 2 - glas en glasprodukten, p.c. >= 5.000 t/j 3 - glaswol en glasvezels, p.c.< 5.000 t/j Glasbewerkingsbedrijven 0 Aardewerkfabrieken: 2 - vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW A Baksteen en baksteenelementenfabrieken B Dakpannenfabrieken 0 Cementfabrieken: 0 Kalkfabrieken: 1 - p.c. < 100.000 t/j 0 Gipsfabrieken: 1 - p.c. < 100.000 t/j 0 Betonwarenfabrieken: 1 - zonder persen, triltafels en bekistingtrille 2 - met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. < 100 t/d 0 Kalkzandsteenfabrieken: 1 - p.c. < 100.000 t/j 2 - p.c. >= 100.000 t/j Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken 0 Betonmortelcentrales: 1 - p.c. < 100 t/u 2 - p.c. >= 100 t/u 0 Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips: 1 - p.c. < 100 t/d 2 - p.c. >= 100 t/d 0 Natuursteenbewerkingsbedrijven: 1 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m² 2 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² 3 - met breken, zeven of drogen, v.c. < 100.000 t/j Slijp- en polijstmiddelen fabrieken A0 Bitumineuze materialenfabrieken: A1 - p.c. < 100 t/u B0 Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol): B1 - steenwol, p.c. >= 5.000 t/j

GELUID

231 231 231 231 232, 234 232, 234 233 233 2351 235201 235201 235202 235202 23611 23611 23611 23612 23612 23612 2362 2363, 2364 2363, 2364 2363, 2364 2365, 2369 2365, 2369 2365, 2369 237 237 237 237 2391 2399 2399 2399 2399

STOF

261 261 261 2615 262, 263 262, 263 264 264 2651 2652 2652 2653 2653 2661.1 2661.1 2661.1 2661.2 2661.2 2661.2 2662 2663, 2664 2663, 2664 2663, 2664 2665, 2666 2665, 2666 2665, 2666 267 267 267 267 2681 2682 2682 2682 2682

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

SBI-CODE 2008

nummer

SBI-CODE

Partiële herziening BP dorpen SWF Midden/Oost

LIJST - ACTIVITEITEN

30 30 300 10

30 100 100 30

100 300 C Z 100 50

30 50 R 30 10

100 300 300 50

3.2 4.2 4.2 3.1

30 30 50

50 200 200

100 200 200

30 30 100 R

100 200 200

3.2 4.1 4.1

30

200

200

30 R

200

4.1

30

200

200

30 R

200

4.1

10 10

100 100

200 300

30 30

200 300

4.1 4.2

10 30 50

50 200 50

100 300 100

30 30 30

100 300 100

3.2 4.2 3.2

10 30

50 200

100 300

Z

10 10

100 300

3.2 4.2

10 30

50 200

100 300

Z

50 R 200 R

100 300

3.2 4.2

10 10 10 10

30 30 100 30

100 50 300 50

0 0 10 10

100 D 50 300 50 D

3.2 3.1 4.2 3.1

300

100

100

30

300

4.2

100

200

300 C Z

30

300

4.2

Z

OMSCHRIJVING

25, 31 251, 331 251, 331 251, 331 251, 331 251, 331 2529, 3311 2529, 3311 2521, 2530, 3311 255, 331 255, 331 255, 331 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10974062/1