Bijlage I - Bestemmingsplan 'Partiële herziening SWF midden-oost'
Tekst van het document
ONTWERP Partiële herziening bestemmingsplan SWF dorpen midden / oost
TOELICHTING Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 Inleiding ........................................................................................................................ 2 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................... 2 1.2 Plangebied ................................................................................................................................... 2 1.3 Juridische status .......................................................................................................................... 2 1.4 Leeswijzer .................................................................................................................................... 2 HOOFDSTUK 2 Toelichting op de wijzigingen ....................................................................................... 3 2.1
Reactieve aanwijzing provincie Fryslân .................................................................................. 3
2.2
Reactie vooroverleg provincie Fryslân .................................................................................... 3
2.3
Algemene herzieningen .......................................................................................................... 3
2.4
Herziening op perceelniveau................................................................................................... 4
HOOFDSTUK 3 Milieuaspecten ............................................................................................................. 6 HOOFDSTUK 4 Juridische vormgeving .................................................................................................. 6 4.1 Algemeen .................................................................................................................................... 6 4.2 Regels ......................................................................................................................................... 6 4.3 Verbeelding ................................................................................................................................. 7 HOOFDSTUK 5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................ 8 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................... 8 5.2 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 8
Partiële herziening Bestemmingsplan Dorpen midden / oost Gemeente SWF ontwerp
1
HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Op 23 januari 2020 stelde de gemeenteraad van gemeente Súdwest-Fryslân het bestemmingsplan Dorpen midden/oost gemeente SWF (met identificatienummer NL.IMRO.1900.2016miosBPdorpenmo-vast) vast. Na de vaststelling van dit plan heeft het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân op 3 maart 2020 besloten tot het geven van een reactieve aanwijzing. Daarnaast zijn een aantal onvolkomenheden in het plan aangetroffen. Dit gaf aanleiding voor de voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan.
1.2
Plangebied
Het plangebied van de voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan betreft alleen die percelen waarop de wijzigingen ten opzichten van het bestemmingsplan ‘Dorpen SWF Midden/Oost, Súdwest-Fryslân’ van toepassing zijn.
1.3
Juridische status
Zoals ook uit de naam van dit plan volgt, gaat het hier om een herziening van het bestemmingsplan. Dit houdt in dat het bestemmingsplan ‘Dorpen SWF Midden/Oost, Súdwest-Fryslân’ op delen (partieel) wijzigt. Het bestemmingsplan’ Dorpen SWF Midden/Oost, Súdwest-Fryslân’ blijft daarom onverkort van toepassing voor zover daarin met dit plan geen wijzigingen worden aangebracht. Hetzelfde geldt ook voor de toelichting: de toelichting van bestemmingsplan ‘Dorpen SWF Midden/Oost, Súdwest-Fryslân’ blijft ook relevant voor zover daarin met dit plan geen wijzigingen worden aangebracht.
1.4
Leeswijzer
De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen juridisch onderdeel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1
Inleiding
Hoofdstuk 2
Toelichting op de wijzigingen
Hoofdstuk 3
Milieuaspecten
Hoofdstuk 4
Juridische vormgeving
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
Partiële herziening Bestemmingsplan Dorpen midden / oost Gemeente SWF ontwerp
2
HOOFDSTUK 2 Toelichting op de wijzigingen 2.1
Reactieve aanwijzing provincie Fryslân
Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân acht de provinciale belangen in het bestemmingsplan op enkele punten onvoldoende geborgd en heeft op 3 maart 2020 besloten tot het geven van een reactieve aanwijzing die ertoe strekt dat de volgende regels niet in werking treden: 1. artikel 8.1 lid a (detailhandel); 2. artikel 6.2.5 lid c. (de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt ten hoogste 15 meter). In de voorliggende partiële herziening is naar aanleiding van het bovenstaande het volgende in de regels opgenomen/gewijzigd: 1. Artikel 4.1 (Detailhandel), lid b: uitsluitend een kwekerij en tuincentrum ter plaatse van de aanduiding ‘tuincentrum’. 2. Artikel 3.2.5 de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, met uitzondering van windmolens, bedraagt ten hoogste 15,00 meter.
2.2
Reactie vooroverleg provincie Fryslân
Op 24 februari 2021 ontvingen wij in het kader van vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro de volgende reactie van provincie Fryslân: Windmolens (categorie 2 Motivering Verordening Romte) In artikel 3.2.5 (bedrijventerrein) is een bepaling opgenomen die regelt dat de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, met uitzondering van windmolens, ten hoogste 15 meter mag bedragen. Om onduidelijkheden te voorkomen over wat de mogelijkheden voor windmolens zijn adviseer ik u in de regels te bepalen dat windturbines in het geheel niet zijn toegestaan of dat windturbines tot een maximale tiphoogte van 10 meter zijn toegestaan. In de voorliggende partiële herziening is naar aanleiding van het bovenstaande het volgende in de regels opgenomen/gewijzigd: In artikel 3.5.2: c) de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt ten hoogste 15,00 meter; d) de tiphoogte van windturbines bedraagt maximaal 10 meter;
Daarnaast is in het kader van bovenstaande in de begrippenlijst het begrip ‘windturbine’ toegevoegd en is in de ‘Wijze van meten’ een aanvulling gedaan met betrekking tot een windturbine.
2.3
Algemene herzieningen
Woonschepen
Partiële herziening Bestemmingsplan Dorpen midden / oost Gemeente SWF ontwerp
3
In de bestemmingen waarbinnen woonschepenligplaatsen en/of recreatiewoonschepen zijn opgenomen, zijn bouwregels opgenomen voor woonschepen en recreatiewoonschepen. Tekstuele aanpassing Binnen de bestemmingen Gemengd, Wonen en Wonen-Woongebouw staat in de regels voor bijbehorende bouwwerken het volgende opgenomen: (…)de gezamenlijke oppervlakte bijbehorende bouwwerken en overkappingen per hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 90% van de hoofdvorm van het hoofdgebouw, met een maximum van 100 m² dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien dit meer is;(…) en (…)de oppervlakte niet meer bedraagt dan 150 m2, waarbij de voorwaarde vervalt dat de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerk niet meer dan 90% van de hoofdvorm van het hoofdgebouw bedraagt, én;(…) Deze tekst wordt als volgt gewijzigd: (…)de gezamenlijke oppervlakte bijbehorende bouwwerken en overkappingen per hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 90% van het hoofdgebouw, met een maximum van 100 m² dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien dit meer is;(…) en (…)de oppervlakte niet meer bedraagt dan 150 m2, waarbij de voorwaarde vervalt dat de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerk niet meer dan 90% het hoofdgebouw bedraagt, én;(…)
2.4
Herziening op perceelniveau
Abbega, Wartenterp 19 Het pand op dit perceel heeft op de verbeelding de aanduiding ‘karakteristiek’ en is opgenomen in de ‘Lijst met karakteristieke bouwwerken’. Blauwhuis, Sinserpaed 2 Het pand op dit perceel heeft op de verbeelding de aanduiding ‘karakteristiek’ en is opgenomen in de ‘Lijst met karakteristieke bouwwerken’. Blauwhuis, Sinsmar 17 Het bouwvlak is aangepast conform het voormalig geldende bestemmingsplan ‘Wymbritseradiel-West’ (hierna: voormalig geldende bestemmingsplan). Daarnaast is de aanduiding ‘bedrijf aan huis’ is toegevoegd conform de gebruiksmogelijkheden in het voormalig geldende bestemmingsplan.
Partiële herziening Bestemmingsplan Dorpen midden / oost Gemeente SWF ontwerp
4
Gaastmeer, J. Jelles Hofstrjitte 8 Het pand op dit perceel heeft op de verbeelding de aanduiding ‘karakteristiek’ en is opgenomen in de ‘Lijst met karakteristieke bouwwerken’. Greonterp, Doarpswei 26 De ‘gevellijn’ is verplaatst van de noordgevel naar de oostgevel. De begrenzing van de bestemming ‘Tuin’ en ‘Wonen’ is tevens verlegd. De bestemming ‘Tuin’ ligt 3 meter achter de nieuwe ‘gevellijn’. Oosthem, Hernepaed 9 en 10 De panden op deze percelen hebben op de verbeelding de aanduiding ‘karakteristiek’ en zijn opgenomen in de ‘Lijst met karakteristieke bouwwerken’. Oosthem, Hernepaed De bestemming ‘Verkeer’ is voor de gevels teruggebracht conform het voormalig geldende bestemmingsplan. Oosthem, Nessenwei 28, 30 en 32 De bestemming ‘Verkeer’ is tussen Nessenwei en de brug over De Wijmerts teruggebracht conform het voormalig geldende bestemmingsplan. Oppenhuizen, Mensonidesstrjitte 28 De begrenzing van de bestemming ‘Tuin’ en ‘Wonen’ is verlegd in een rechte lijn met de voorgevelrooilijn van de woningen aan Mensonidesstrjitte 28 en 30 conform de beantwoording van de zienswijze betreffende dit perceel. Daarnaast is lid e van artikel 10.2.3 van de regels geschrapt. Oppenhuizen, Noardein 9(nabij) De brug heeft op de verbeelding de aanduiding ‘karakteristiek’ en is opgenomen in de ‘Lijst met karakteristieke bouwwerken’.
Uitwellingerga, De Grachten Op de verbeelding is in de woon- en recreatiewijk ‘De Grachten’ in Uitwellingerga de voorgevelrooilijnen aangebracht conform het voormalig geldende bestemmingsplan.
Uitwellingerga, Lytse Súdein 13 De aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – recreatie appartement’ is aangebracht conform het feitelijke en vergunde gebruik. Uitwellingerga en Gaastmeer, Woonschepen/recreatiewoonschepen De locaties van woonschepen en recreatiewoonschepen zijn op de verbeelding weergegeven/aangepast conform de feitelijke situatie.
Partiële herziening Bestemmingsplan Dorpen midden / oost Gemeente SWF ontwerp
5
HOOFDSTUK 3 Milieuaspecten Een bestemmingsplan dient aan te tonen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Een goede ruimtelijke ordening dient bij te dragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Het bijdragen aan een goede ruimtelijke ordening houdt onder andere in dat een bestemmingsplan niet in strijd is met verschillende milieuaspecten zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit en ecologie. Omdat het in dit voorliggende bestemmingsplan gaat om een partiële herziening, zijn de effecten op de kwaliteit van de leefomgeving beperkt. De aanpassingen waarin dit bestemmingsplan voorziet, maken geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk op grond waarvan toetsing aan de milieuaspecten noodzakelijk is. Voor de milieuaspecten wordt daarom kortheidshalve verwezen naar het moederplan ‘Dorpen midden/oost gemeente SWF’.
HOOFDSTUK 4 Juridische vormgeving 4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de regels van het bestemmingsplan. De regels vormen samen met de verbeelding het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. Zowel de verbeelding als de regels voldoen aan de verplichte landelijke standaarden voor de uitwisseling en vergelijkbaarheid van digitale bestemmingsplannen (IMRO2012 en SVBP2012). Het bestemmingsplan bestaat uit: 1. een verbeelding van het plangebied waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; 2. de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Bij het bestemmingsplan hoort een toelichting. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg beschikbaar gesteld. Tevens wordt verwezen naar de toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan ‘Dorpen midden/oost gemeente SWF’.
4.2
Regels
In deze paragraaf wordt de algemeen gehanteerde indeling van de bestemmingsregels aan de orde gesteld. Deze ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1: Inleidende regels − −
Begrippen; Wijze van meten.
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels − Bestemmingen − Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels − Antidubbeltelregel − Algemene bouwregels
Partiële herziening Bestemmingsplan Dorpen midden / oost Gemeente SWF ontwerp
6
− − − − −
Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels − Overgangsrecht − Slotregel
4.3
Verbeelding
De verbeelding van de voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan betreft alleen die percelen waarop de wijzigingen ten opzichten van het bestemmingsplan ‘Dorpen SWF Midden/Oost, Súdwest-Fryslân’ van toepassing zijn. Deze percelen zijn in hoofdstuk 2 genoemd. Op de verbeelding staan alle bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen die op deze percelen van toepassing zijn.
Partiële herziening Bestemmingsplan Dorpen midden / oost Gemeente SWF ontwerp
7
HOOFDSTUK 5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg ex. artikel 3.1.1 Bro Overeenkomstig artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet over een bestemmingsplanprocedure overleg plaatsvinden met verschillende adviespartners en overheden. Het voorontwerpbestemmingsplan is op 17 februari 2021 opgestuurd naar een aantal vaste overleg- en adviesinstanties. Op 24 februari 2021 ontvingen wij de volgende reactie van provincie Fryslân: Windmolens (categorie 2 Motivering Verordening Romte) In artikel 3.2.5 (bedrijventerrein) is een bepaling opgenomen die regelt dat de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, met uitzondering van windmolens, ten hoogste 15 meter mag bedragen. Om onduidelijkheden te voorkomen over wat de mogelijkheden voor windmolens zijn adviseer ik u in de regels te bepalen dat windturbines in het geheel niet zijn toegestaan of dat windturbines tot een maximale tiphoogte van 10 meter zijn toegestaan. De reactie van de provincie is in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. De overige overleg- en adviesinstanties hebben aangegeven dat zij geen opmerkingen hebben op het voorliggende bestemmingsplan en/of dat de reactie die gegeven is op het moederplan ‘Dorpen midden/oost gemeente SWF’ onverkort van toepassing is. Deze leiden niet tot een wijziging in het voorliggende bestemmingsplan. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan en de bijbehorende stukken hebben met ingang van ..-......
tot en met ..-..-.... ter inzage gelegen. Er zijn geen of (...) zienswijzen binnengekomen. Een aantal zienswijzen heeft aanleiding gegeven het bestemmingsplan aan te passen. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
De aanpassingen die in dit bestemmingsplan worden gemaakt ten aanzien van het bestemmingsplan ‘Dorpen midden/oost gemeente SWF’ (met identificatienummer NL.IMRO.1900.2016miosBPdorpenmo-vast) hebben alle betrekking op het vastleggen van feitelijk bestaande situaties. De (bestaande) ontwikkelingsmogelijkheden zijn bovendien van dusdanige aard dat hiervoor geen gemeenschapsgelden hoeven te worden aangesproken. Kostenverhaal in het algemeen en in het kader van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening is daarom ook niet aan de orde.
Partiële herziening Bestemmingsplan Dorpen midden / oost Gemeente SWF ontwerp
8
REGELS HOOFDSTUK 1 inleidende regels Artikel 1
Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan Partiële herziening SWF dorpen midden/oost met identificatienummer NL.IMRO.1900.2020miosBPveegdrpn-ontw van de gemeente Súdwest-Fryslân; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.4 aan-huis-verbonden beroep of bedrijf: de uitoefening van een beroep of bedrijf (dan wel het verlenen van diensten) op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 1, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonfunctie blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.5 aangebouwd bijbehorend bouwwerk: Een op de grond staand gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.6 aan huis verbonden kleinschalige bedrijfsactiviteiten: Het beroepsmatig verlenen van diensten of het uitvoeren van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk,
waarvan de omgeving in een woning met behorende gebouwen past en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate blijft behouden; 1.7 achtererfgebied erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw; 1.8 ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw, geen bijbehorend bouwwerk en geen overkapping zijnde; 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10 bebouwingspercentage: Een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bebouwingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.11
bed & breakfast:
een overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt; 1.12 bedrijf: een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen; 1.13 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; 1.14 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.15 beperkt kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.16 beroeps- of bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten, en dergelijke; 1.17 beschermd gezicht: aangewezen gronden mede bestemd voor behoud, herstel en versterking van de cultuurhistorische waarden van het beschermd dorpsgezicht zoals dat is verwoord in het daarbij behorende aanwijzingsbesluit; 1.18 bestaand(e): a.
bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan legaal bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; a. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan legaal bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.19 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.20 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.21 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofgebouw verbonden, al dan niet vrijstaand bouwwerk; 1.22 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk (alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en vergroten van een standplaats); 1.23 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.24
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.25 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.26 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.27 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en andere bouwwerken zijn toegelaten; 1.28 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.29 cultuurhistorische waarden: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.30 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.31 dakkapel: Een uitbouw binnen het dakvlak van een gebouw met kapconstructie, welke uitbouw doorgaans geen wijziging van de vorm en het profiel van het dak veroorzaakt; 1.32 dakopbouw: Het door een gevel of nokverhoging vergroten van een bestaande ruimte welke leidt tot een wijziging van de vorm en het profiel van het dak; 1.33 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het
verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; onder detailhandel vallen geen afhaalzaken en maaltijdbezorgdiensten; 1.34 dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling: een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; 1.35 dienstverlening het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden; 1.36 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.37 eerste verdieping: de tweede bouwlaag van een hoofdgebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen;
1.38 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en de bestemming deze inrichting niet verbiedt; 1.39 evenement: een voor publiek toegankelijke verrichting van kunst, ontwikkeling, ontspanning of vermaak, feesten en muziekvoorstellingen daaronder begrepen, waarvoor ingevolge regelgeving een melding moet worden gedaan dan wel vergunning of ontheffing moet worden aangevraagd en verleend; 1.40 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.41 geluidszoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 1.42 geluidsgevoelige objecten: gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige objecten of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.43 groepsaccommodatie: (deel van) een gebouw dat bestemd is voor tijdelijk recreatief nachtverblijf voor groepen, waarbij wordt overnacht in slaapzalen en/of slaapkamers en waar een dagverblijf beschikbaar is waarin de gasten mede huishoudelijke werkzaamheden kunnen verrichten; 1.44 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of
afmetingen als belangrijkste bouwwerk is aan te merken, met dien verstande dat aangebouwde en/of vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet tot het hoofdgebouw worden gerekend; 1.45 hoofdvorm: een gebouw dat op een bouwperceel architectonisch als belangrijkste gebouw valt aan te merken exclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken; 1.46 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.47 kampeerplaats: een in of op het terrein aangegeven, zichtbaar gemarkeerde plek, door middel van nummering, stroomvoorzieningen, erfafscheiding of anderszins, voor het plaatsen of geplaatst houden van maximaal één kampeermiddel ten behoeve van tijdelijk recreatief nachtverblijf; 1.48 kampeerterrein: een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en – blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 1.49 kap: Een kap is een afdekking van een gebouw waarbij bij in een horizontale projectie ten minste 50% van het gebouw wordt afgedekt met hellende dakvlakken;
1.50 karakteristiek pand of object: panden of objecten die cultuurhistorisch waardevol zijn door hun stedenbouwkundige ligging, architectonische beeldwaarde, materiaaltoepassing in relatie met de authenticiteit en de streekhistorische waarde van het pand en/of haar bewoners; 1.51 kleinschalig kamperen: een terrein in een kleinschalige opzet met een beperkt aantal staanplaatsen voor kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans, inclusief de bij die kampeermiddelen behorende gemeenschappelijke faciliteiten, welk terrein uitsluitend in het toeristische seizoen opengesteld is en op welk terrein de kampeermiddelen ook alleen in het toeristische seizoen aanwezig zijn; 1.52 kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q.
een risico-afstand is bepaald, die in acht moet worden genomen; 1.53 ligplaats: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dat doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan voor aanleggen; 1.54 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van overheidsdienstverlening - als ook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.55 mantelzorg langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.56 monument: een pand of object dat op basis van de geldende wetgeving door het Rijk is aangewezen als beschermd monument; 1.57 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en electriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen openbare sanitaire voorzieningen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen en zendmasten; 1.58 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde bestaande uit een dak en ten
hoogste één wand; 1.59 pand: de kleinste bij de totstandkoming en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.60 peil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil of de hoogte van het terrein ter plaatse van de meest nabij gelegen locatie waar het water grenst aan het vaste land; 1.61 permanente bewoning: bewoning van een ruimte als hoofdverblijf waardoor die ruimte als reguliere woning is aan te merken. Er is sprake van hoofdverblijf als de huurder/eigenaar, binnen een periode van 360 dagen, die ruimte meer dan 180 dagen gebruikt voor nachtverblijf; 1.97 praktijkruimte: een ruimte, zijnde (een zelfstandige eenheid van) een gebouw of indien onderdeel uitmakend van een woning, dat dient voor de uitoefening van een vrij beroep dan wel voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep; 1.62 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.63 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding; 1.64 recreatieappartement het geheel van bijeen behorende vertrekken als afzonderlijk gemeubileerde woongelegenheid, bedoeld voor verblijfsrecreatie, in een groter gebouw; 1.65 recreatiebedrijf: een bedrijf gericht op het verzorgen van activiteiten die in de vrije tijd plaatsvinden en ontspanning als doel hebben; 1.66 recreatiewoning:
een gebouw dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; 1.67 recreatiewoonschip een zich op het water bevindend object dat dient als recreatiewoning; 1.68 risicovolle inrichting: een inrichting, bij welke het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een veiligheidsafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.69 seksinriching: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.70 standplaats: een in of op het terrein aangegeven plek voor het plaatsen of geplaatst houden van een kampeerplaats of standplaats mobiele verkoopinrichting; 1.71 vast kampeermiddel: een stacaravan, trekkershut of ander recreatief verblijf, welke naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven en al dan niet direct steun vindt in of op de grond en daardoor als bouwwerk is aan te merken;
1.72 veldschuur: een vrij buiten een bedrijfskavel of bestemmingsvlak in het open veld staande schuur, die wordt gebruikt voor het bieden van schuilgelegenheid voor vee, de opslag van agrarisch materieel of agrarische producten en/of niet-agrarische opslag; 1.73 verkoopvloeroppervlakte: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; 1.74 voorerfgebied erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. 1.75 voorgevel: de naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevellijn, met dien verstande dat indien een bouwvlak gericht is op meerdere wegen of is gericht op meerdere openbare ruimtes, de bouwgrens die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.76 voorkeursgrenswaarde: de bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.77 vrijstaand bijbehorend bouwwerk: een op zichzelf staand, vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist, tenzij in de voorschriften anders is bepaald; 1.78 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn voor een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en
waterkwaliteit; hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, gemalen, inlaten, etc.; 1.79 webwinkel: een winkel op een perceel waarbij de verkoop van op de eindgebruiker gerichte goederen uitsluitend plaatsvindt via internet, waarbij geen klanten op het perceel langskomen (om goederen af te halen of uit te proberen of te betalen) en er geen ruimtelijke uitstraling uitgaat van de webwinkel; 1.80 windturbine een op zichzelf staand bouwwerk ten behoeve van de opwekking van windenergie; 1.81 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.82 woongebouw een gebouw met een gemeenschappelijke toegang, dat meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat (al dan niet in combinatie met bergruimte) en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.83 woonhuis: een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.84
woonschip:
een zich in het water bevindend object, dat dient als woning;
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van de regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling: Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de hoogte van een antenne-installatie vanaf het peil tot aan het hoogste punt van de antenne installatie. 2.4 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van de daken en dakkapellen. 2.5 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.8 uitzondering wijze van meten Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilaster, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, reclameborden, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1,50 meter bedraagt. 2.9 de tiphoogte van een windturbine Vanaf peil tot aan het bovenste verticaal staande rotorblad.
HOOFDSTUK 2 bestemmingsregels
Artikel 3
Bedrijventerrein
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijventerrein’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; b. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 tot en met categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf t/m categorie 3.2; c. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 tot en met categorie 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf t/m categorie 4.1; d. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 tot en met categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf t/m categorie 4.2; e. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein afwijkende milieucategorie' de uitoefening van bestaande bedrijven met een afwijkende milieucategorie, namelijk: Bedrijf Adres SBI Omschrijving Milieu code bedrijf categorie
Hegosteen
4673.1 , 42.3
Bestratings bedrijf
3.1
016.1
Dienstverl t.b.v. de landbouw: b.o.>500 Drukkerijen
3.1
Merkmedia/Reclame digitaal/Ibdreclame Lootsma apparatenbouw Houtverwerking Nijland H.H. Heins Autoschade en autospuiterij
Jeltewei 244, 8622 DC, Hommerts Jeltewei 234, 8622 DC, Hommerts Hege Wier 6, 8771 RN, Nijland Hege Wier 1, 8771 RN, Nijland Hege Wier 3, 8771 RN, Nijland Broer de Wittestrjitte 2, 8615 LD, Blauwhuis
Apparatenbouw
3.2
Houtverwerking
3.2
Reitsma verhuur
Broer de
733
Fa. Sijbrandy en Zn. Loonbedrijf
1812, 71.A 259.B, OP 1.1 33.1, 3312 45204. C, 452
3.2
Autospuitinrichti 3.1 ngen, Handel in auto’s en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Verhuurbedrijven 3.1
Wittestrjitte 4, 8615 LD, Blauwhuis Loon- en Aannemersbedrijf Atsma
Lytse Sudein 8, 8624 TT, Uitwellingerga
voor machines en werktuigen 016.2, Dienstverl t.b.v. 3312 de landbouw: b.o.>500/ Aannemersbedri jf:b.o.>1000 m2 932.G, Provinciale OP 3.2 Waterstaat Steunpunt
3.1
Provinciale Lytse Sudein 12, 3.1 Waterstaat 8624 TT, Steunpunt Uitwellingerga Uitwellingerga f. productiegebonden detailhandel, met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotmiddelen; g. laden en lossen, ter plaatse van de aanduiding ‘laad- en losplaats’; h. een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’; i. mantelzorg in de bedrijfswoning; j. bed & breakfast in de bedrijfswoning, met dien verstande dat: 1 per hoofdgebouw ten hoogste 2 slaapkamers en maximaal 5 personen zijn toegestaan; 2 de logiesverstrekking uitsluitend is toegestaan in de bedrijfswoning en/of in de aangebouwde bijbehorende bouwwerken; 3 vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet worden gebruikt of ingericht ten behoeve van een bed & breakfast; 4 de oppervlakte van bed & breakfast maximaal 30% van de begane grond vloeroppervlakte van de bedrijfswoning bedraagt, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m²; 5 geen reclame-uitingen worden aangebracht; 6 voor de uitoefening van de bed & breakfast wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 23.1 en parkeren bij voorkeur op eigen erf plaatsvindt. k. terreinen; l. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 23.1; m. met daaraan ondergeschikt: n. nutsvoorzieningen; o. wegen en paden; p. groenvoorzieningen; q.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen; r. nutsvoorzieningen. s. een antennemast uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'antennemast'. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd;
3.2.2 Gebouwen geen bedrijfswoningen zijnde Voor het bouwen van gebouwen, geen bedrijfswoningen zijnde, gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; b. in afwijking van het bepaalde bij 3.2.1 onder a zijn gebouwen buiten het bouwvlak toegestaan mits: a. de maximale oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak 20% van de oppervlakte van het bouwvlak per bouwperceel bedraagt; 1 de minimale afstand tot de erfgrens 3,00 meter bedraagt; 2 de maximale bouwhoogte 4,00 meter bedraagt, met dien verstande dat indien de maximale bouwhoogte van gebouwen gelegen op hetzelfde bouwperceel als bedoeld in sub d minder bedraagt dan 4,00 meter, de maximale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan deze hoogte. 3.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ is één bedrijfswoning toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; c. de maximale inhoud bedraagt 750 m³. 3.2.4 bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. de maximale goothoogte bedraagt 3,00 meter; b.
de maximale bouwhoogte bedraagt 5,50 meter; c. de maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt 50 m²; d. de minimale afstand tot de voorgevellijn van de woning bedraagt 3,00 meter. 3.2.5 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2,00 meter; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt ten hoogste 15,00 meter; d. de tiphoogte van windmolens bedraagt maximaal 10 meter; e. de bouwhoogte van een antennemast mag maximaal 40 meter bedragen. 3.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. geluidszoneringsplichtige inrichtingen; b. wonen, behalve ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; c. detailhandel, met uitzondering van productiegebonden detailhandel als bedoeld in artikel 6.1 sub b; d. een verkooppunt voor motorbrandstoffen.
3.4 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 sub a ten behoeve van: a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten in een hogere categorie dan genoemd in artikel 3.1 wanneer deze, gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 3.1; b. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die niet in de Staat van bedrijfsactiviteiten worden genoemd, maar gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 3.1,; Bij een afwijking zoals bedoeld onder a en b worden de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf of bedrijfsactiviteiten en ook de aspecten geluid, geurproductie, stofuitworp, gevaar, luchtverontreiniging en bodemverontreiniging beoordeeld en wordt gekeken naar de diversiteit, het continue karakter van het bedrijf, de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.
Artikel 4
Detailhandel
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ’Detailhandel’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel; b. uitsluitend een kwekerij en tuincentrum ter plaatse van de aanduiding ‘tuincentrum’; c. een bedrijfswoning uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; d. mantelzorg in de bedrijfswoning; met de daarbij behorende: e. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 23.1; met daaraan ondergeschikt: f. wegen en paden; g. groenvoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; 4.2
Bouwregels
4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding maximale goot- en bouwhoogte (m) minimale en maximale dakhelling (m) bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven en bedraagt de minimale dakhelling niet minder dan op de verbeelding is aangegeven; 4.2.2 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ is één bedrijfswoning toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding minimale en maximale goot- en bouwhoogte (m) en minimale en maximale dakhelling: 1 mogen de goot- en bouwhoogte niet minder dan de minimale goot- en bouwhoogte en niet meer dan de maximale goot- en bouwhoogte bedragen, en; 2 mag de dakhelling niet minder dan de minimale dakhelling en niet meer dan de maximale dakhelling bedragen, 3 mogen in afwijking van sublid 1 en 2 de bestaande goot- en bouwhoogte en dakhelling gehandhaafd blijven, indien deze hiervan afwijken; c. de maximale inhoud bedraagt 750 m³. 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. de maximale goothoogte bedraagt 3,00 meter; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 5,50 meter; c.
de maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt 50 m²;
d. de minimale afstand tot de voorgevellijn van de woning bedraagt 3,00 meter. 4.2.4 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1,00 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m bedraagt; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m. 4.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. perifere detailhandel; b. verkooppunten voor motorbrandstoffen;
Artikel 5
Gemengd
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woningen; b. kantoren en praktijken; c. religieuze-, medische-. sociale- en onderwijsinstellingen; d. dienstverlenende bedrijven; e. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf aan huis' wonen al dan niet in combinatie met bedrijven uit de categorieën 1 en 2 van de bij deze regels behorende bijlage 2 'Staat van bedrijfsactiviteiten',, met dien verstande dat: 1 deze activiteiten uitsluitend zijn toegestaan als nevenactiviteit bij de woonfunctie; 2 de nevenactiviteiten uitsluitend zijn toegestaan in voormalige bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen; 3 niet meer dan 1/3 deel van de voormalige bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen, tot ten hoogste een oppervlakte 500 m² voor deze nevenactiviteiten mogen worden gebruikt; f. kleinschalige detailhandelsbedrijven; g. bedrijven die op het moment van de tervisielegging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig zijn; h. mantelzorg in de woning; i.
bed & breakfast in de woning, met dien verstande dat: 1 per hoofdgebouw ten hoogste 2 slaapkamers en maximaal 5 personen zijn toegestaan; 2 de logiesverstrekking uitsluitend is toegestaan in de (bedrijfs)woning en/of in de aangebouwde bijbehorende bouwwerken; 3 vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet worden gebruikt of ingericht ten behoeve van een bed & breakfast; 4 de oppervlakte van bed & breakfast maximaal 30% van de begane grond vloeroppervlakte van de (bedrijfs)woning bedraagt, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m²; 5 geen reclame-uitingen worden aangebracht; 6 voor de uitoefening van de bed & breakfast wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 23.1 en parkeren bij voorkeur op eigen erf plaatsvindt. met de daarbij behorende: j. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 23.1; met daaraan ondergeschikt: k. nutsvoorzieningen; l. wegen en paden; m. groenvoorzieningen; n. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; o. sport- en speelvoorzieningen 5.2
Bouwregels
5.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. per bouwvlak is één woning toegestaan dan wel het bestaande aantal woningen; c. de voorgevel van het hoofdgebouw moet in de ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' aangegeven gevellijn worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; e. ter plaatse van de aanduiding minimale en maximale goot- en bouwhoogte (m) en minimale en maximale dakhelling: 1 mogen de goot- en bouwhoogte niet minder dan de minimale goot- en bouwhoogte en niet meer dan de maximale goot- en bouwhoogte bedragen, en; 2 mag de dakhelling niet minder dan de minimale dakhelling en niet meer dan de maximale dakhelling bedragen, 3 mogen in afwijking van sublid 1 en 2 de bestaande goot- en bouwhoogte en dakhelling gehandhaafd blijven, indien deze hiervan afwijken; 5.2.2 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende regels: a.
bijbehorende bouwwerken en overkappingen mogen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: 1 ten hoogste 50% van het erf buiten het bouwvlak wordt bebouwd; 2 de gezamenlijke oppervlakte bijbehorende bouwwerken en overkappingen per hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 90% van het hoofdgebouw, met een maximum van 100 m² dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien dit meer is; b. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping bedraagt ten hoogste de hoogte van de vloer van de eerste verdieping van de woning vermeerderd met 0,25 meter; c. de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping bedraagt ten hoogste 7,00 meter mits: 1 dit bouwwerk binnen een afstand van 3 m tot de zijdelingse perceelsgrens ligt, en; 2 de bouwhoogte minimaal 1,00 meter lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw d. de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of overkapping bedragen ten hoogste 3,00 en 5,50 meter; 5.2.3 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1,00 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m bedraagt; b.
de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m. 5.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de regels van lid 5.2.2 sub a voor een grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mits: a. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 150 m2, waarbij de voorwaarde vervalt dat de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerk niet meer dan 90% van het hoofdgebouw bedraagt, én; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.4 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. verkooppunten voor motorbrandstoffen; b. bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken; c. recreatieve bewoning van woonhuizen en bijbehorende bouwwerken; d. horeca.
Artikel 6
Groen
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. paden; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. andere bouwwerken uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw'; met daaraan ondergeschikt: f. nutsvoorzieningen; g. wegen; h. parkeervoorzieningen; i. sport- en speelvoorzieningen. 6.2
Bouwregels
6.2.1 Gebouwen Met betrekking tot gebouwen en overkappingen geldt dat er geen gebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd. 6.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van straatmeubilair bedraagt ten hoogste 9,00 m; b. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt ten hoogste 2,00 m. 6.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. de verkeersveiligheid; en b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
Artikel 7
Recreatie - Recreatiebedrijven
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Recreatie – Recreatiebedrijven’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. botenverhuurbedrijven en bedrijven gericht op het bieden van ligplaatsen/berging van boten en zeilscholen, voorzover genoemd in bijlage 2 Staat van Bedrijven met milieucategorieën 1, 2, 3.1 of 3.2 b. recreatie appartementen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatie appartement'; c. een bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning'; d. steigers uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'steigers'; met als nevenactiviteit: e. wegen en paden; f. groenvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. ligplaatsen en aanlegvoorzieningen; i. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1; met daaraan ondergeschikt: j. horeca, in de vorm van een kantine behorende bij een recreatieverblijf en rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf k. nutsvoorzieningen; l. sport- en speelvoorzieningen; 7.2
Bouwregels
7.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding maximale goot- en bouwhoogte (m) en maximale bebouwingspercentage (%) mag de goot- en de bouwhoogte niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven, danwel de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer is en bedraagt de maximaal te bebouwen oppervlakte van het bouwvlak het op de verbeelding aangegeven percentage; c. ter plaatse van de aanduiding minimale en maximale goot- en bouwhoogte (m) en minimale en maximale dakhelling: 1 mogen de goot- en bouwhoogte niet minder dan de minimale goot- en bouwhoogte en niet meer dan de maximale goot- en bouwhoogte bedragen, en; 2 mag de dakhelling niet minder dan de minimale dakhelling en niet meer dan de maximale dakhelling bedragen, 3 mogen in afwijking van sublid 1 en 2 de bestaande goot- en bouwhoogte en dakhelling gehandhaafd blijven, indien deze hiervan afwijken; d. in afwijking van het bepaalde onder a zijn gebouwen buiten het bouwvlak toegestaan mits: 1 de maximale oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak 20% van de oppervlakte van het bouwvlak per bouwperceel bedraagt; 2 de minimale afstand tot de erfgrens 3,00 meter bedraagt;
3
de maximale bouwhoogte 4,00 meter bedraagt, met dien verstande dat indien de maximale bouwhoogte van gebouwen gelegen op hetzelfde bouwperceel als bedoeld in sub d minder bedraagt dan 4,00 meter, de maximale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan deze hoogte.
7.2.2 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ is één bedrijfswoning toegestaan; b. de maximale inhoud bedraagt 750 m³. 7.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. de maximale goothoogte bedraagt 3,00 meter; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 5,50 meter; c. de maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt 50 m²; d. de minimale afstand tot de voorgevellijn van de woning bedraagt 3,00 meter. 7.2.4 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2,00 m; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m; d. de bouwhoogte van steigers bedraagt ten hoogste 2,00 m. <0000>
7.3 Specifiek gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van overige (zelfstandige) horecadoeleinden.
Artikel 8
Tuin
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen woningen; b. met de daarbij behorende: c. wegen en paden; d. groenvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: e. nutsvoorzieningen. 8.2
Bouwregels
8.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. op de gronden binnen deze bestemming mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a is de bouw van erkers en tochtportalen toegestaan, mits: 1 de horizontale diepte maximaal 1,50 meter is; 2 de horizontale afstand van de erker tot de perceelgrens met het openbaar gebied minimaal 2,50 meter is; 3 de breedte maximaal 50% van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw is; 4 de bouwhoogte maximaal 3 meter dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw +0,25 meter is. 8.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten zal ten hoogste 8,00 m bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen overkappingen zijnde, zal ten hoogste 5,50 m bedragen.
Artikel 9
Verkeer - Verblijf
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer - Verblijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; b. voet- en rijwielpaden; c. parkeervoorzieningen; d. bermen en beplanting; e. straatmeubilair; met daaraan ondergeschikt: f. oeververbindingen; g. nutsvoorzieningen; h. geluidswerende voorzieningen; i. groen; j. terrassen; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. bruggen ter plaatse van de aanduiding ‘brug’; 9.2
Bouwregels
9.2.1 Algemeen Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.2 van toepassing; 9.2.2 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 9.2.3 Garageboxen Voor het bouwen van garageboxen gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte bedraagt 3,00 meter; b. de maximale oppervlakte bedraagt 25 m² per garage. 9.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2,00 m; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m d. in afwijking van het bepaalde onder c mag de bouwhoogte van verkeersregelende voorzieningen, lichtmasten en geluidswerende voorzieningen maximaal 12,00 meter bedragen.
Artikel 10
Water
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. waterhuishoudkundige voorzieningen; c. een ligplaats voor een woonschip ter plaatse van de aanduiding ‘woonschepenligplaats’; d. een ligplaats voor een recreatiewoonschip ter plaatse van de aanduiding ‘recreatiewoonschip’; met daarbij behorende: e. waterberging; f. bermen en beplanting; g. vlonders en steigers ter plaatse van de aanduiding 'steigers'; h. bruggen ter plaatse van de aanduiding ‘brug’; met daaraan ondergeschikt: i. nutsvoorzieningen; j. groenvoorzieningen; k. wegen en paden. 10.2 Bouwregels 10.2.1 Algemeen Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 19.1 van toepassing; 10.2.2 Gebouwen a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. In afwijking van het bepaalde onder a mag ter plaatse van de aanduiding ‘woonschepenligplaats’ een woonschip worden gebouwd.
Hiervoor gelden de volgende regels: 1 woonschepen zijn uitsluitend toegestaan op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘woonschepenligplaats’; 2 ter plaatse van de aanduiding ‘woonschepenligplaats’ is niet meer dan één woonschip toegestaan; 3 de maximale lengte van één woonschip mag niet meer dan 18 m bedragen; 4 de maximale breedte van één woonschip mag niet meer dan 6 m bedragen en er moet een minimale doorvaarbreedte van 10 meter aanwezig zijn; 5 de bouwhoogte van een woonschip mag niet meer dan 3,5 m bedragen, met dien verstande dat een woonschip uit niet meer dan 1 bouwlaag bestaat; c. In afwijking van het bepaalde onder 1 mag ter plaatse van de aanduiding ‘recreatiewoonschip’ een recreatiewoonschip worden gebouwd. Hiervoor gelden de volgende regels: 1 recreatiewoonschepen zijn uitsluitend toegestaan op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘recreatiewoonschip’;