Bijlage - Eindrapportage onderzoek subsidieverlening in Súdwest-Fryslân
Tekst van het document
8.2 Ontwikkeling van de subsidies De overzichten van de verstrekte subsidies kunnen als volgt per jaar worden weergegeven: Subsidies geïndexeerd op jaarbasis
2018
2019
2020
2021
2022
Begeleide participatie
198.000
192.000
141.809
205.333
193.876
Cultureel erfgoed
83.355
104.028
485.195
283.153
246.445
5.391.454
5.716.448
5.797.565
5.682.884
5.866.767
Economische ontwikkeling
988.080
1.136.150
1.199.962
1.244.498
1.420.099
Economische promotie
408.698
460.506
366.162
390.096
534.286
Maatwerkdienstverlening 18-
69.592
169.051
246.583
388.657
190.756
Maatwerkvoorzieningen (WMO)
165.238
107.668
350.927
117.184
191.491
Media
55.750
57.302
58.282
59.244
60.452
Milieubeheer
46.293
46.253
46.908
122.168
49.902
Musea
611.609
625.627
930.042
838.133
800.363
1.829.254
1.516.874
1.588.920
1.367.564
1.763.908
25.823
25.603
27.115
34.238
32.588
8.078
8.135
8.137
8.267
101.647
63.223
45.517
Cultuurpresentatie, -productie en -participatie
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Openbaar basisonderwijs Openbare orde en veiligheid Riolering Samenkracht en burgerparticipatie
895.690
1.158.636
1.119.005
892.769
861.327
1.289.802
1.598.813
1.730.978
2.037.381
1.366.352
Sportbeleid en activering
248.242
105.024
969.883
874.966
927.171
Volksgezondheid
135.595
123.866
128.227
94.348
99.797
15.297.346
14.703.975
14.659.364
Sportaccommodaties
Bestuur Openbaar groen en (openlucht) recreatie
11.375 6.620
Wonen en bouwen Totaal
Subsidieverlening in Súdwest-Fryslân
1.000 50.000
12.449.094
13.214.302
91
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
In absolute bedragen, wijzigen de subsidies per subsidiegebied niet al te sterk: Ontwikkeling per subsidiegebied 6.000.000 5.000.000 4.000.000 3.000.000 2.000.000 1.000.000 -
2018
2019
2020
2021
2022
Geconstateerd kan worden, dat de verhoudingen tussen de diverse subsidiegebieden door de jaren heen redelijk gelijk blijft:
Subsidieverlening in Súdwest-Fryslân
92
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Verhoudingen subsidiegebieden per jaar 100% 80% 60% 40% 20% 0% 2018
2019
2020
2021
2022
Begeleide participatie
Cultureel erfgoed
Cultuurpresentatie, -productie en -participatie
Economische ontwikkeling
Economische promotie
Maatwerkdienstverlening 18-
Maatwerkvoorzieningen (WMO)
Media
Milieubeheer
Musea
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
Openbaar basisonderwijs
Openbare orde en veiligheid
Riolering
Samenkracht en burgerparticipatie
Sportaccommodaties
Sportbeleid en activering
Volksgezondheid
Bestuur
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Wonen en bouwen
Het onderdeel Sportbeleid en activering kent vanaf 2020 relatief een vrij sterke groei, maar in absolute bedragen is de groei beperkt.
8.3 Procesverloop Het procesverloop kan als volgt in beeld worden gebracht: 2018
2019
2020
2021
Aanvragen binnengekomen
819
709
618
395
Definitief vastgesteld
838
490
746
566
Voorlopig toegekend
7
98
150
154
Bezwaar ingediend
3
4
2
2
Ingetrokken o.b.v. nieuw besluit
1
2
2
2
Ongegrond verklaard
2
1
33
34
26
18
Bezwaar loopt nog Subsidies geweigerd
Subsidieverlening in Súdwest-Fryslân
1
93
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Niet in behandeling genomen
7
10
7
4
Aanvraag ingetrokken
11
9
18
6
2
2
Verantwoording ontvangen, opnieuw in behandeling Verwezen naar eerder genomen besluit
60
Aanvullende gegevens gevraagd
2
Uitstel van beslissing
1
4
Uit het bovenstaande overzicht valt op te maken, dat het aantal bezwaarschriften dat wordt ingediend, vrij beperkt is: per jaar worden tussen de 2 en 4 bezwaarschriften ingediend. Deze worden doorgaans ingetrokken omdat de gemeente een nieuw besluit neemt. Het aantal definitief vastgestelde subsidies fluctueert nogal. Dit kan enerzijds met het aantal binnengekomen aanvragen te maken hebben, maar dit verband is zeker niet één op één. Binnengekomen aanvragen hebben veelal betrekking op het volgend jaar. De definitieve vaststelling vindt dan soms plaats in het jaar daarop, als de verantwoording binnen is. Zo beschouwd zouden sommige aanvragen die in 2018 binnenkomen, in het jaar 2020 definitief kunnen worden vastgesteld. Dit behoeft echter niet altijd het geval te zijn: sommige aanvragen kunnen direct definitief worden vastgesteld, mede afhankelijk van de hoogte van het aangevraagde bedrag. Door toepassing van de hardheidsclausule tijdens de coronaperiode (zie later in dit hoofdstuk), wordt daarnaast van de gebruikelijke proceslijn afgeweken en worden subsidies in sommige gevallen sneller vastgesteld. Op basis van de bovenstaande tabel kan dus geen werkvoorraad overzicht worden geconstrueerd. De casestudies wijzen overigens uit, dat het proces van subsidieverstrekking binnen de gestelde termijnen verloopt.
Ambtelijk wordt hier de volgende toelichting op gegeven: “Vanwege de herindeling met Littenseradiel (betreft aanvragen die in 2016/2017 bij Littenseradiel zijn gedaan, maar ook subsidies die over meerdere jaren zijn afgebouwd), corona (aanvullende besluiten zonder aanvraag) en meerjarige subsidies is het inderdaad wat lastiger hier een trend uit te halen” (Ambtelijk hoor/wederhoor, 13 oktober 2022). Hier wordt desgevraagd de volgende toelichting op gegeven: “Op dit moment (19/9/2022) ziet de werkvoorraad in onze subsidieapplicatie SBA er als volgt uit: 107 hebben de status ‘in behandeling’. Dit betekent dat er een actie bij de behandelaar ligt omdat er een aanvraag óf verantwoording is ontvangen. Het kan ook zijn dat er op korte termijn (1-2mnd) een verantwoording binnen moet zijn. Daar kan dan op gemonitord worden. 158 hebben de status ‘voorlopig’. Dit betekent dat er (niet op korte termijn) een actie bij de aanvrager ligt. In 2 gevallen zijn er aanvullende gegevens opgevraagd. In 1 geval is het nemen van het besluit uitgesteld. In 4 gevallen is de status ‘betalen 2022’. Deze wordt z.s.m. betaald. Bij deze status vindt ook een dossiercontrole plaats. In 92 gevallen is de status ‘betalen 2023’. Het gaat hier in bijna alle gevallen om subsidies die voor meerdere jaren zijn gegeven” (Ambtelijke reactie, 19 september 2022).
Subsidieverlening in Súdwest-Fryslân
94
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
8.4 Bewaking budgetten en plafonds De subsidieregeling kent een andere insteek dan de programmabegroting 2022. In de subsidieregeling worden de plafonds per regeling door het college vastgesteld. Zo wordt het budget voor reguliere peuteropvang op € 680.000 gemaximeerd door het college voor het jaar 2022. In de programmabegroting 2022 wordt echter een insteek per subsidieontvanger gekozen. Per ontvanger is te zien wat het maximale bedrag aan subsidie voor 2022 is. Op de vraag hoe de plafonds worden bewaakt, wordt het volgende antwoord gegeven: “Het in de gaten houden van de subsidieplafonds is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de medewerker die de subsidieregeling uitvoert. Die doen dit meestal via een apart excelbestand, omdat daar ook eventuele aangegane verplichtingen c.q. lopende zaken in opgenomen kunnen worden. Vervolgens heeft de betreffende kredietbewaker (vaak de beleidsadviseur) zicht op deze uitgaven in Key2 en deze moet hier ook op verantwoorden bij overschrijdingen. Bij de jaarlijkse verantwoording van subsidies aan de raad zie ik trouwens ook hoe de budgetten zijn ingezet. Dat laatste is geen formele check. Bij het bereiken van het subsidieplafond halen we het digitale aanvraagformulier doorgaans offline. Voor de volledigheid nog het volgende.
Er kan een verschil zijn tussen het beschikbare budget in Key2 en het bedrag waarop het subsidieplafond wordt vastgesteld. Dat kan hetzelfde zijn, maar het kan ook zijn dat er meerdere regelingen met plafonds uit 1 budget worden betaald. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij sport. Hier kunnen dus verschillen in zitten” (Ambtelijke reactie, 30 augustus 2022). Hier wordt later ambtelijk de volgende aanvulling op gegeven: “Wanneer ik via onze subsidieapplicatie SBA een betaalopdracht genereer voor Key2, krijg ik automatisch een melding wanneer daardoor het budget wordt overschreden. Dat is voor mij (aan de voorkant) ook een indicatie” (Ambtelijke reactie, 14 september 2022).
8.5 De wettelijke grondslag Subsidies zijn op verschillende manieren in te delen. Zo kan men een onderscheid maken naar subsidievorm. De gemeente onderscheidt in de kadernota Subsidies op deze basis een activiteitensubsidie, een investeringssubsidie, een projectsubsidie of een budgetsubsidie. Ook maakt de gemeente een onderscheid in een subsidies die jaarlijks worden verstrekt en subsidies die eenmalig worden verstrekt. Daarnaast is een onderscheid mogelijk naar wettelijke grondslag. Subsidies kunnen verstrekt worden op basis van een gemeentelijke regeling (i.e. de subsidieregeling) of op basis van artikel 4:23 lid 3c of lid 3d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)5. Dit laatste onderscheid wordt aangehouden voor deze analyse. Naast subsidies die worden verstrekt op basis van een verdeelsleutel, maakt de gemeente ook gebruik van subsidies waarbij de subsidieontvangers jaarlijks standaard hetzelfde bedrag ontvangen. Op de vraag wat hier de wettelijke grondslag voor is, wordt het volgende antwoord gegeven: “De Awb geeft in artikel 4:23 lid 1 aan dat voor het geven van een subsidie een wettelijke voorschrift nodig is. Via artikel 3 van de Asv heeft de raad geregeld dat het college subsidieregelingen kan vaststellen. In de subsidieregelingen staan inderdaad meestal verdeelsleutels/verdeelsystematieken.
Nagenoeg alle regelingen hebben een subsidieplafond 5 Daarnaast biedt de Awb ook andere uitzonderingen die in dit onderzoek buiten beschouwing worden
gelaten.
Subsidieverlening in Súdwest-Fryslân
95
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
met het oog op de financiële beheersbaarheid. Er zijn inderdaad ook subsidies waarbij we een vaster (maximum)bedrag geven. Denk hierbij aan de subsidies die in de bijlage van de programmabegroting staan (zie bijlage programmabegroting 2022 pag. 126). De grondslag voor deze laatste subsidies zit in artikel 4:23 lid 3c van de Awb. Artikel 4:23 lid 3d Awb i.c.m. artikel 1g van onze Asv biedt verder nog het kader voor het geven van losse incidentele subsidies (buiten beleid)” (Ambtelijke respons, d.d. 28 juni 2022). Een nadere analyse van de Algemene wet bestuursrecht leert, dat indien de begroting de subsidie-ontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan wordt vastgesteld vermeldt, er kan worden afgeweken van de bepaling dat een bestuursorgaan slechts subsidie verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt (artikel 4:23 lid 3c, Awb). Rest nog wel de vraag waarom voor sommige subsidie ontvangers voor een jaarlijks standaardbedrag wordt gekozen en welke overwegingen hieraan ten grondslag liggen. Hierop wordt desgevraagd het volgende antwoord gegeven: “In de basis proberen we zaken zo regelarm mogelijk in te richten. Meest eenvoudige is om de subsidieontvanger met naam en maximumbedrag op te nemen in de begroting. Dit mag volgens artikel 4:23 lid 3c van de Awb.
Daar zit wel een licht risico qua precedentwerking in en daarom kiezen we in voorkomende gevallen voor een subsidieregeling, omdat: we hiermee de activiteiten beter kunnen definiëren (doelgericht), aanvullende criteria/weigeringsgronden, inlevertermijnen e.d. kunnen vaststellen; we hiermee de financiële beheersbaarheid kunnen inregelen via een subsidieplafond. Dat is vooral ook fijn wanneer vooraf niet precies duidelijk is wie er allemaal kan aanvragen. Subsidieplafonds kunnen ook los worden gepubliceerd, maar we hebben er in SWF voor gekozen dit in de regeling op te nemen” (Ambtelijke beantwoording, 5 juli 2022). De jaarlijkse standaard subsidies vinden hun grondslag dus in artikel 4:23 lid 3c van de Awb. De overzichten die verstrekt zijn in het kader van de actieve informatievoorziening, maken echter tevens melding van eenmalige subsidies die in het kader van ‘algemeen’ worden verstrekt. Op de vraag tot welke categorie incidentele subsidies van algemene aard behoren, wordt het volgende antwoord gegeven: “Het hoeft zeker niet zo te zijn dat organisaties die een vast bedrag ontvangen altijd in de bijlage staan. We hebben verschillende subsidieregelingen (paragrafen 3.5 / 5.3 AED / 5.5 en 5.6) waarbij ook wordt gewerkt met vaste bedragen. Of anders vaste maximumbedragen. De termen ‘jaarlijks- en eenmalig algemeen’ hebben eigenlijk niet betrekking op een bepaalde regeling.
Het is meer een indeling die we gebruiken om de jaarlijkse subsidies volgens de begroting (4:23 lid 3c Awb) en de eenmalige subsidie buiten beleid (4:23 lid 3d Awb) te clusteren/af te handelen. Deze eenmalige subsidies buiten beleid staan dus niet in de bijlage van de begroting, want deze grondslag is anders. Voor deze eenmalige subsidies buiten beleid is geen aparte regeling, want dat gaat om op zichzelf staande gevallen. Uiteraard hebben we wel structurele subsidieregelingen waaruit eenmalige subsidies worden gegeven. Dat is dan eenmalig binnen beleid” (Ambtelijke respons, 7 juli 2022). Artikel 4:23 lid 3d Awb stelt, dat het mogelijk is om af te wijken van de hoofdregel van artikel 4:23 lid 1 (verstrekken van subsidie op grond van een wettelijk voorschrift) in incidentele gevallen, op voorwaarde dat de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt. Dit leidt tot een driedeling: 1. Subsidies die op basis van een subsidieregeling wordt toegekend.
Subsidieverlening in Súdwest-Fryslân
96
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
2. Subsidies die jaarlijks worden toegekend, maar niet op basis van de subsidieregeling. Deze moeten vermeld worden in de begroting (artikel 4:23 lid 3c Awb). 3. Subsidies die incidenteel worden toegekend, maar niet op basis van de subsidieregeling (artikel 4:23 lid 3d Awb).
De jaarlijkse subsidies die op basis van artikel 4:23 lid 3c Awb worden verstrekt, beslaan het grootste deel van het totaal: 77% van alle subsidies wordt op basis van artikel 4:23 lid 3c Awb verstrekt. (op basis van verstrekt overzicht, voorlopig subsidieoverzicht 2022) Subsidies op basis subsidieregeling
Subsidiebedrag 2022 geïndexeerd 2.228.103
Subsidies die jaarlijks op basis van 4:23 lid 3c Awb worden toegekend
11.193.374
Subsidies die incidenteel op basis van 4:23 lid 3d worden toegekend
1.205.299 14.626.776
Op de vraag wie de afweging maakt om artikel 4:23 lid 3c of 3d Awb in te schakelen, wordt het volgende antwoord gegeven: “Artikel 4:23 lid 1 Awb geeft aan dat er een wettelijke grondslag moet zijn voor het geven van subsidie. Bij jaarlijkse subsidies zijn er in ons geval dan 2 opties, namelijk een subsidieregeling of de bijlage van de begroting. Omdat ons subsidieloket de taak heeft om het subsidieproces te faciliteren, stel ik in dit geval deze lijst (i.s.m. collega’s financiën) jaarlijks samen, op basis van de input van de verantwoordelijke collega’s van de verschillende teams. Per saldo maken we via deze lijst een juridische vertaalslag van het huidige beleid. Dat is niet per definitie een gewilde keuze, maar dit vloeit voort uit hoe het beleid er voorstaat. Omdat er tot op heden geen draagvlak is om bepaalde subsidiestromen anders in te richten, heb ik geen andere optie dan het toevoegen van deze organisaties aan deze lijst. In indirecte zin bepaalt het betreffende beleidsteam dus uiteindelijk wat de mogelijkheden zijn. Voor de volgende groepen zou het denk ik beter zijn (beperken financiële risico’s) als we hier een regeling voor maken: 1. Culturele- en sportevenementen 2. Culturele commissies en eventueel foto/filmclubs 3. Musea (hiervoor loopt inmiddels een traject) 4. Historische verenigingen” (Ambtelijke respons, 7 juli 2022).
Desgevraagd wordt hier het volgende aan toegevoegd: “Naar aanleiding van een aanvraag, maar soms ook op ambtelijk of bestuurlijk initiatief, ontstaat de behoefte om bepaalde activiteiten te subsidiëren. Deze activiteiten vallen echter niet altijd binnen de bestaande subsidieregelingen. De beleidsinhoudelijke teams zullen dan een inhoudelijk voorstel moeten voorleggen aan het college, opdat de subsidieregelingen vervolgens kunnen worden geactualiseerd (dat vergt overigens ook een collegebesluit). Deze beleidsinhoudelijke teams geven hier echter om redenen niet altijd prioriteit aan en in dat geval wordt de gemeente noodgedwongen teruggeworpen op artikel 4:23 lid 3c of 3d en wordt de subsidie dus buiten de subsidieregelingen verstrekt” (Ambtelijke reactie, 11 juli 2022). Het gedeelte subsidies dat op basis van een jaarlijks standaard bedrag wordt gegeven, is aanzienlijk. Zo wordt in de begroting 2022 een totaalbedrag gepresenteerd van € 11.961.957 (niet geïndexeerd). Dit is het bedrag dat op basis van artikel 4.23 lid 3c van de Awb als jaarlijkse vaste subsidie wordt verstrekt en wordt begroot voor 2022. Het totaal aan voorgenomen
Subsidieverlening in Súdwest-Fryslân
97
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
subsidies voor 2022 bedraagt € 14.434.083,84 (verstrekt overzicht voorlopig 2022, niet geïndexeerd). Geconstateerd kan dus worden, dat 83% van het totaal aan subsidies dat de gemeente in 2022 beoogt te verstrekken, de vorm heeft van een jaarlijks vast bedrag. Als een jaarlijks vast bedrag aan subsidie wordt verstrekt en gebruik wordt gemaakt van artikel 4:23 lid 3c, zal de ontvanger en het maximale subsidiebedrag dus vermeld moeten worden in de begroting. Geconstateerd kan worden dat de subsidieontvangers die volgens de administratie in aanmerking komen voor een jaarlijkse vaste subsidie, eveneens vermeld worden in de bijlage van de begroting. Deze laatste bijlage komt zelfs iets hoger uit: Subsidiebedrag 2022, niet geïndexeerd Totaal bijlage begroting 2022
11.961.207,00
Lijst van voorlopige subsidies 2022
11.008.459,01
De bijlage van de begroting vermeldt niet in alle gevallen de exacte adressant, zo leert een nadere analyse: Cultuur Cultureel Kwartier Sneek, te weten:
3.173.329,00
a. Theater Sneek & Poppodium Het Bolwerk b. Kunstencentrum Atrium c. Vers! Festival & Kunstbende d. Cultuurcoach Educatie, Cultuurcoach Sociaal Domein & Cultuurnetwerk e. Muziekexpressie gehandicapten f. Schoolorkesten St. Mar en Fean Bolsward, te weten:
2.105.813,00
a. Bibliotheken b. Strandbibliotheek c. Digi-taalhuizen Bolsward, Sneek, Wommels en Workum
Het verschil tussen de begrotingsbijlage en de administratie kan verklaard worden, doordat sommige subsidies in de begrotingsbijlage hoger zijn opgenomen dan in de administratie: Begroting 2022
Vluchtelingenwerk Noord-Nederland
210.000
Lijst van voorlopige subsidies 2022
Stichting Vluchtelingenwerk Noord Nederland
190.000
Ambtelijk wordt hierop toegelicht, dat in de begroting een maximumbedrag wordt opgenomen, terwijl dit in de realiteit uiteraard ook lager kan zijn (Ambtelijk hoor/wederhoor, 13 oktober 2022). Het aanvullend besluit om subsidie voor 2022 te verstrekken, wordt op 28 oktober 2021 op schrift gesteld en diezelfde dag verzonden. In dit besluit wordt het subsidiebedrag kenbaar
Subsidieverlening in Súdwest-Fryslân
98
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
gemaakt. Daarbij wordt een voorbehoud gemaakt dat de gemeenteraad in de begroting 2022 genoeg geld heeft vrijgemaakt voor deze subsidie. Het besluit staat open voor bezwaar en de belanghebbende subsidieontvanger wordt hierop gewezen. Sommige besluiten vinden hun grondslag in paragraaf 5.1, 5.5 of 5.6 van de gemeentelijke regelingen. Andere besluiten vinden hun grondslag in artikel 4.23 lid 3c Awb, of in paragraaf 4.5 van de gemeentelijke subsidieregelingen. Ook komt een verwijzing naar paragraaf 4.2 van de gemeentelijke regelingen voor (Brief gemeente, 28 oktober 2021, BR SD en BR CS). Paragraaf 5.1 van de subsidieregeling betreft subsidies voor jeugdverenigingen. Een analyse van de verzendlijst en de bijbehorende verwijzingen leert, dat de subsidieontvangers die op grond van paragraaf 5.1 subsidie krijgen toegekend, inderdaad actief zijn op het gebied van jeugdwerk, gelet op de naamgeving van de subsidieontvangers. Paragraaf 5.5 van de subsidieregeling richt zich op activiteiten in het kader van zelfhulp, buurthulp, vrijwilligerszorg of EHBO. Ook hier is te constateren, dat de ontvangers van deze categorie actief zijn op het gebied van bijvoorbeeld EHBO. Paragraaf 5.6 van de subsidieregeling richt zich op activiteiten voor ouderen.
De subsidieontvangers die op grond van deze paragraaf subsidie ontvangen, zijn soms evident gericht op dit soort activiteiten (bijvoorbeeld een Dorpsbelangen-ouderen organisatie). Aan de andere kant betreft het hier soms ook gymnastiekverenigingen of volksdansgroepen. Paragraaf 4.5 van de subsidieregeling betreft amateurkunst. Als ook hier de naamgeving van de subsidieontvangers wordt bezien, kan worden aangenomen dat deze organisaties zich inderdaad met amateurkunst bezighouden. Soms wordt verwezen naar artikel 4.23 lid 3c Awb. Artikel 4.23 lid 3c Awb biedt inderdaad de mogelijkheid om af te wijken van de bepaling dat een bestuursorgaan slechts subsidie verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt, zoals boven opgemerkt. Een analyse van de adressanten aan wie het aanvullend besluit is gericht leert, dat dit artikel vaak in stelling wordt gebracht voor organisaties die culturele activiteiten ontplooien. Hier rijst de vraag waarom in dit soort gevallen een beroep op artikel 4.23 lid 3c Awb wordt gedaan. Denkbaar zou zijn, om deze subsidies te baseren op paragraaf 4.8 (Cultuurfonds) of paragraaf 7.1 (Cultureel Erfgoed) van de subsidieregeling.
Ambtelijk wordt in dit verband toegelicht, dat het bij het cultuurfonds en de regeling erfgoed doorgaans gaat om eenmalige subsidies waarvan op voorhand niet bekend is wie hier op aanvraagt. De organisaties die in de bijlage van de begroting staan zijn jaarlijkse subsidieontvangers die vooraf bekend zijn (Ambtelijk hoor/wederhoor, 13 oktober 2022).
8.6 Subsidie tijdens coronatijd De gemeente onderneemt tijdens de coronaperiode een aantal acties om tegemoet te komen aan de crisissituatie waarin subsidieontvangers zich kunnen bevinden. Op 31 maart 2020 stelt het college een uniforme aanpak vast met betrekking tot subsidies. Directe aanleiding hiertoe is de coronacrisis. Veel activiteiten van subsidieontvanger moeten noodgedwongen geannuleerd worden en het afwijzen van subsidies acht het college niet wenselijk. In deze uniforme aanpak worden drie situaties onderscheiden. In beginsel geldt, dat als activiteiten niet kunnen worden uitgevoerd, terwijl men wel al kosten heeft gemaakt, men de subsidie mag behouden (situatie 1). Maakt men minder kosten dan de subsidie hoog is, terwijl de activiteit niet wordt uitgevoerd, dan zal men een gedeelte van de subsidie terug moeten betalen (situatie 1). Bij jaarlijkse subsidies, waarbij de activiteiten het gehele jaar door plaatsvinden, wordt voorgesteld om de jaarlijkse subsidies in stand te houden, dus geen
Subsidieverlening in Súdwest-Fryslân
99
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
terugvordering in verband met het niet uitvoeren van activiteiten (situatie 3) (Collegevoorstel, 31 maart 2020). Tevens wordt voorgesteld om de verantwoordingstermijn over 2019 te verlengen van 1 mei 2020 naar 1 september 2020. In het collegevoorstel wordt de volgende grondslag aangevoerd: “Het uitstellen van het indienen van de verantwoording bij jaarlijkse subsidieontvangers is mogelijk volgens artikel 20 van de Asv 2011 (=hardheidsclausule). In geval van onredelijkheid/onbillijkheid kan anders worden besloten. Daarvan is nu sprake” (Collegevoorstel, 31 maart 2020). De uniforme aanpak heeft betrekking op alle gemeentelijke subsidies, zowel eenmalig als jaarlijks. Het voorstel betreft zowel de hoogte van de subsidie als de verantwoording die moet worden afgelegd. 18 augustus 2020 maakt het college eveneens gebruik van de hardheidsclausule. Normaliter moeten belanghebbenden voor 1 november 2020 hun aanvraag voor een jaarlijkse subsidie voor het jaar 2021 indienen. Voorgesteld wordt nu om deze aanvraagverplichting in veel gevallen te laten vallen. Veel jaarlijkse subsidies worden gegeven op basis van subsidieregelingen waarbij het beschikbare budget wordt verdeeld via een verdeelsleutel. Hierbij wordt gebruik gemaakt van gegevens in het voorgaande jaar (in dit geval 2020).
Als deze regels stikt zouden worden opgevolgd, dan zijn er gevallen bekend waarbij dit leidt tot een hele andere verdeling of zelfs het weigeren van subsidie (Collegevoorstel, 18 augustus 2020). Dit wordt door het college onwenselijk geacht. Het college besluit daarom om bij onredelijkheid de jaarlijkse subsidie in het jaar 2021, onverminderd te laten doorlopen zoals in het jaar 2020. Voor subsidies met verdeelsleutels wordt het bedrag dat voor 2020 is verstrekt als leidraad genomen voor het bedrag in 2021. De subsidies die zonder verdeelsleutel worden verstrekt, worden voor het jaar 2021 in stand gehouden, een en ander in lijn met het besluit van maart 2020. Dit besluit heeft betrekking op jaarlijkse subsidies (Collegevoorstel, 18 augustus 2020). Het voorstel richt zich op de hoogte van de subsidies. Het voorstel gaat niet in op de verantwoording die de subsidieontvangers moeten afleggen over het jaar 2021. Op 23 februari 2021 neemt het college een volgend besluit op basis van de hardheidsclausule. De eerdere besluiten hebben betrekking op jaarlijkse subsidies, waaronder situatie 3: “In het geval van jaarlijkse subsidie, waarbij de activiteiten het gehele jaar door plaatsvinden: Het voorstel is om in principe jaarlijkse subsidies in stand te houden zoals ze nu zijn (geen terugvordering in verband met het niet uitvoeren van activiteiten).
We houden compensatiemaatregelen van het Rijk in de gaten” (Collegevoorstel, 23 februari 2021). Het collegevoorstel van 23 februari 2021 wijst op het gegeven dat er ook eenmalige subsidies kunnen zijn. Daarnaast voorziet men, dat ook het jaar 2021 in het teken zal blijven staan van de coronamaatregelen. Het eerdere besluit van 31 maart 2020 wordt daarom niet voldoende geacht. Het collegevoorstel geeft hierbij de volgende toelichting: “Zoals bovenstaand is te lezen, is er al besloten om in principe jaarlijkse subsidies niet terug te vorderen wanneer activiteiten niet door zijn gegaan. Echter zijn er ook eenmalige subsidies waarbij de verantwoording er door de coronamaatregelen anders uit gaan zien. Daarnaast wijst alles erop dat het jaar 2021 ook in het teken zal blijven staan van de maatregelen. Daarom is het eerdere besluit op situatie 3 niet langer voldoende om alle subsidies goed af te kunnen handelen. Zodoende ontvangt u van ons dit advies, zodat we in één keer alles zo goed mogelijk hebben afgedekt. Als bijlage bij vindt u een lijst met subsidies waar dit advies betrekking op heeft. In deze lijst staan twee opties wat betreft besluitvorming: 1. Of het college geeft mandaat aan de teammanager voor toepassing van de hardheidsclausule;
Subsidieverlening in Súdwest-Fryslân
100