Bijlage - eindrapport rekenkamer Onderzoek Fiscale Beheersing
Tekst van het document
administratie naar een fiscale administratie. 37 BDO, 18 november 2016. 38 BDO, 18 november 2016, p. 31.
Onderzoek Fiscale Beheersing
46
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
gemeente in vaste dienst die zich voornamelijk met BTW en LB bezighoudt. Daarnaast is er één externe adviseur voor drie dagen per week actief. Deze adviseur houdt zich mede bezig met fiscale vraagstukken. Hij voert tevens het jaarlijkse HT gesprek met de Belastingdienst, zo blijkt uit de interviews en uit de taakomschrijvingen en de opdrachtverlening aan de adviseur. Het laatste HT gesprek heeft overigens in november 2016 plaatsgehad. “De klantcoördinator is al geruime tijd ziek en de BTW specialist is een tijdje geleden weggegaan. We hebben wel de afspraak dat we mogelijke discussie vooraf voorleggen. Een jaar geleden (januari 2019, red.) hebben we een brief gekregen met vragen over de reclameborden en we hebben daar in maart 2019 op gereageerd. Hierop is niets meer vernomen van de Belastingdienst”, aldus de respons. Deze vragen betreffen de aangifte over 2016. De aanslag over 2016 is nog steeds niet definitief vastgesteld. Het proces van aangifte is begin 2020 nog steeds belegd bij een externe partij. Het GRIP systeem is niet meer actief en in “2018 uit de lucht gegaan”, aldus de respons. De businesscontroller stelt in dit verband dat geen specifieke administratieve organisatie en interne controle is ingericht voor de fiscale processen en risico’s. Dit kan aan de hand van een analyse van het AO/IB schema worden geverifieerd.
Het opmaken en indienen van aangiften kent geen specifieke procesbeschrijving en is tevens niet meegenomen in de processen waar de gemeenten een interne controle structuur voor uitwerkt. Wel worden de BTW coderingen van de afdelingen gecontroleerd door de fiscalist binnen de gemeente. Risico’s Voor specifiek de fiscale risico’s heeft de gemeente enkele risico’s geïnventariseerd. Hier wordt begin 2017 in de formele voorstellen het volgende over opgemerkt: “In dit inrichtingsvoorstel is een clustering aangebracht van activiteiten. Het is mogelijk dat de Belastingdienst zich op het standpunt stelt dat de clustering anders moet worden gemaakt. Dit heeft met name gevolgen voor de winsttoets. Hierbij merken wij op dat de Belastingdienst dan eerst moet aantonen dat de onderhavige clustering onjuist is, alvorens zij kan stellen hoe de clustering zou moeten zijn”.39 Een systematische en periodieke inventarisatie van fiscale risico’s wordt niet gemaakt en van de risico’s die wel worden benoemd ontbreekt een risicoanalyse, waarbij een inschatting van de kans en de impact wordt gemaakt, de risk respons wordt bepaald en waarbij beheersmaatregelen geformuleerd worden, aldus de respons in dit verband. Beheersing Als beheersingsmaatregelen in het kader van de Vpb voert de gemeente in de formele voorstellen het volgende op:
Start met de inrichting van het structurele beheer van de vpb-plicht: Toets jaarlijks de feitelijke omstandigheden van de niet-vpb-plichtige clusters en beoordeel of deze nog steeds kwalificeren als niet-vpb-plichtig; Toets jaarlijks de vpb-plichtige clusters op de fiscale duiding en vpb-behandeling. Richt contractbeheer in zodat inzichtelijk is welke contractafspraken zijn gemaakt en wanneer deze aflopen. Actualiseer jaarlijks het Grondslagendocument VPB. Actualiseer jaarlijks de fiscale dossiers onderliggend aan het Grondslagendocument VPB. Optimaliseer de interne beheersing. Controleer jaarlijks het proces van de vpb-aangifte. Dien tijdig de vpb-aangifte in.40
Op basis van de interviews kan het volgende worden geconstateerd. De voorgenomen maatregelen, zoals het jaarlijks toetsen van feitelijke omstandigheden en de clustering, 39 Gemeente X, 30 januari 2017, p. 29. 40 Gemeente X, 20 januari 2017, p. 26.
Onderzoek Fiscale Beheersing
47
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
alsmede het proces van Vpb-aangifte, worden niet uitgevoerd. Volgens de respondenten is daarnaast het contractbeheer niet centraal georganiseerd, vindt geen jaarlijkse actualisatie plaats en worden fiscale risico’s niet expliciet opgenomen bij de vormgeving van de interne beheersing. Desgevraagd wordt het volgende in dit verband gesteld: “Los van de clustering, ligt het grootste risico al in een eerder stadium, namelijk bij het coderen van facturen. Bij het coderen moet namelijk worden aangegeven of een factuur geheel, deels of geheel niet moet worden toegerekend aan de belaste activiteiten. Deze codering wordt in eerste instantie verzorgd door de vakafdelingen, maar die missen de kennis daarvoor. De vaste medewerker fiscaliteit kan vervolgens onmogelijk beoordelen in hoeverre de codering nu juist heeft plaatsgevonden. Een applicatie of een nieuwe server, aangeschaft door I&A kan wel voor alles dienen. In de praktijk worden facturen door de vakafdelingen gewoon geboekt waar nog budgetruimte zit”. Hoe dit in de praktijk kan uitwerken voor X, laat een nadere analyse van de Vpb aangifte 2017 zien (niet opgenomen in dit rapport). De illustratie laat zien, dat in ieder geval op het terrein van ICT dienstverlening de gemeente feitelijk Vpb-plichtig is, terwijl de gemeente hierop niets aangeeft.
De slotconclusie van deze illustratie kan als volgt worden weergegeven: “Het saldo wordt voor 2017 door de gemeente becijferd op € 152.000 negatief. Als men nu op basis van dezelfde uitgangspunten die de gemeente hanteert voor de kostentoerekening, deze toerekeningen naloopt, kan het gecorrigeerde saldo becijferd worden op € 109.244 positief. Logischerwijs is geen openingsbalans opgesteld, aangezien de gemeente deze activiteit niet aanmerkt als Vpb-plichtig. ICT dienstverlening betreft geen overheidstaak, zodat ook geen sprake is van een objectvrijstelling. De gemeente heeft voor dit onderdeel ten onrechte geen Vpb aangifte gedaan”.41 Monitoring Met betrekking tot monitoring kan aan de hand van de interviews en de documentenanalyse 42 het volgende worden geconstateerd door de adviseurs. De accountant van de gemeente concludeert tijdens de jaarrekeningcontrole over de jaren 2016, 2017 en 2018, dat “onvoldoende gesteund kan worden op de interne controle (2e lijn) en de verbijzonderde interne controle (3e lijn)”.43 Feitelijk is ook in 2019 nog geen sprake van een vastgesteld systeem van interne controle. Dit leidt medio 2019 tot een vrij heftige discussie tussen de gemeente en de accountant over meerwerk aan de zijde van de accountant en de facturering daarvan.
Eind 2019 wordt uiteindelijk een “three lines of defense model” vastgesteld door de directie, waarin de structuur van de interne controle wordt beschreven en waarbij verantwoordelijkheden worden toegewezen. Vanaf 2020 worden 21 processen voorzien van procesbeschrijvingen, risicoanalyses, beheersmaatregelen, keycontrols, testsheets voor de 2 e en 3e lijn controle en een rapportagestructuur. Maart 2020 is weliswaar de opzet gereed, maar is nog geen sprake van een daadwerkelijke 2e en 3e lijn controle: de 21 processen zijn nog niet voorzien van een interne controle en een verbijzonderde interne controle. Het proces van Vpb aangifte valt niet onder deze 21 processen en dit geldt eveneens voor andere fiscale processen die te onderscheiden zijn (zoals de BTW aangifte). De concerncontroller bevestigt deze constatering en stelt in dit verband, dat de selectie van de 21 processen in overleg met de accountant heeft plaatsgevonden. Rapportage De rapportages richting de directie en het college zijn tot eind 2019 beperkt tot de managementletter en het verslag van bevindingen van de accountant van de gemeente. Over fiscale risico’s, de mate waarin deze risico’s worden afgedekt, de mate van tax assurance en 41 Bijlage III, behorende bij dit rapport. 42 Het basisdocument
hiervoor betreft een directievoorstel, waarin de structuur van interne controle wordt uitgewerkt en dat eind 2019 door de directie is vastgesteld. 43 BDO Accountants, verslag van bevindingen op de jaarrekeningen 2016, 2017 en 2018.
Onderzoek Fiscale Beheersing
48
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
het proces van aangifte, wordt niet gerapporteerd, aldus de directie en de bestudeerde documenten. De concerncontroller stelt in dit verband dat fiscale processen en fiscale risico’s momenteel geen onderdeel uitmaken van de processen die zijn voorzien van een interne controle structuur en dat hierover dus niet separaat gerapporteerd wordt. Ook de accountant zelf besteedt weinig aandacht aan deze onderwerpen. De managementletter en het verslag van bevindingen besteedt eerder aandacht aan de verantwoording over het sociaal domein, grondexploitaties en het inkoopproces.44
44 Gemeente X, 13 februari 2019.
Onderzoek Fiscale Beheersing
49
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
BIJLAGE III De gemeente Y Strategie Hoewel niet formeel vastgesteld, hanteert de gemeente een strategie die erop gericht is om in samenwerking met de Belastingdienst op fiscaal gebied in control te zijn en om te voldoen aan de verplichtingen die de gemeente op fiscaal gebied heeft. Hiertoe ondertekent de gemeente op 13 december 2017 een convenant met de Belastingdienst. Een dergelijk convenant kan als de start van horizontaal toezicht worden aangemerkt. In de voormalige gemeente Y1 was al sprake van horizontaal toezicht en de positieve ervaringen hiermee vormen de basis om in de gemeente Y de samenwerking met de Belastingdienst voort te zetten. De gedachte van horizontaal toezicht is, dat de gemeente zo transparant mogelijk is richting de Belastingdienst en dat de Belastingdienst de gemeente sneller zekerheid verstrekt over fiscale standpunten. Vier keer per jaar vindt op initiatief van de gemeente in het kader van horizontaal toezicht overleg plaats met de Belastingdienst. Hierbij worden processen, risico’s en beheersmaatregelen voorgelegd aan de Belastingdienst en besproken. Ook worden mogelijke verschillen van inzicht en openstaande posten na overeenstemming met de Belastingdienst afgewikkeld, zoals de BTW van een GR (Gespreksverslag Belastingdienst, 12 september 2018).
In dit verband wordt in september 2018 afgesproken met de Belastingdienst dat in 2019 gesproken kan worden over de fiscale strategie van de gemeente Y (Gespreksverslag Belastingdienst, 12 september 2018). In maart 2019 wordt tijdens een gesprek met de Belastingdienst het horizontaal toezicht geëvalueerd. Vanuit de kant van de gemeente wordt aangegeven, dat het horizontaal toezicht als zeer waardevol wordt ervaren. De gemeente geeft desgevraagd aan dat alle fiscale onderwerpen bespreekbaar zijn met de Belastingdienst. Mogelijkheden worden besproken om fiscaliteit nog breder te laten landen in de gehele organisatie, aldus de respons op dit punt. “De samenwerking met de belastingdienst wordt als plezierig ervaren. Het is duidelijk wat de belastingdienst van de gemeente vraagt en door het HT-overleg probeert de gemeente ook inzicht te krijgen dat men de fiscale regelingen juist toe past”, aldus de respons in dit verband. De Belastingdienst stelt in 2019 een concept-notitie op met betrekking tot het Horizontaal Toezicht en de relatie tussen belastingdienst en Y. De inhoud van deze notitie wordt in de vergadering van december 2019 gedeeld. De concept-notitie wordt vervolgens eerst intern binnen de Belastingdienst besproken. Daarna wordt deze notitie aangeboden aan het team van Y en kunnen opmerkingen worden gemaakt.
Vervolgens wordt het officiële stuk naar het college gestuurd (Gespreksverslag Belastingdienst, 4 december 2019). Dit officiële stuk betreft het strategisch behandelplan (SBP, 24 april 2020). Dit plan bevat informatie over het klantbeeld, de klantbeeldanalyse, de toezichtstrategie en de behandelvoornemens. Met betrekking tot de strategie constateert de Belastingdienst dat de gemeente nog niet een expliciete fiscale strategie heeft geformuleerd. De fiscale missie van de gemeente wordt evenwel door de Belastingdienst als compliant ervaren. Dit betekent dat de gemeente wil voldoen aan fiscale wet- en regelgeving en in staat wil zijn hierover verantwoording af te kunnen legen. Uit deze houding blijkt, dat de gemeente een gedeeld belang met de Belastingdienst heeft. De gemeente heeft aangegeven dat men agressieve of fiscaal gedreven transacties wil vermijden en ervoor kiest de grenzen van het toelaatbare niet op te zoeken (SBP, 24 april 2020, p. 3). De gemeente stelt zelf in dit verband dat fiscale voordelen benut worden, maar dat de gemeente volledig wil voldoen aan wettelijke bepalingen. Informatie wordt altijd aan de Belastingdienst verstrekt, ook al loopt de gemeente daarmee het gevaar meer belasting te betalen, aldus de respons in Vpb-verband.
Onderzoek Fiscale Beheersing
50
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Organisatie Al voor de fusie is de gemeente Y1 bezig om het proces van Vpb-aangifte op te zetten. Zo wordt door een extern bureau een scan gemaakt en vinden voorbereidende gesprekken plaats met de belastingdienst. Dit leidt ertoe, dat deze voormalige gemeente in een vroeg stadium een convenant met de belastingdienst ondertekent, hetgeen tot gevolg heeft dat de belastingdienst overgaat tot horizontaal toezicht. Bij de fusie doet de vraag zich voor in hoeverre dit convenant zonder meer kan worden overgezet op de gemeente Y. Na veel gesprekken met de belastingdienst hierover en na intern overleg binnen de belastingdienst, besluit de belastingdienst het convenant in december 2017 over te zetten op de gefuseerde gemeente. De belastingdienst vormt zich daartoe een oordeel over de controles die intern worden uitgevoerd in de jaren voorafgaand aan de fusie en betrekt daarbij tevens de plaatsing van sommige ambtenaren, aldus de respons. Er blijft altijd de mogelijkheid bestaan dat de oude gemeenten voor de steekproef worden geselecteerd, hoewel dit tot dusver nog niet is gebeurd. Op 13 maart 2018 wordt gesteld dat de Belastingdienst denkt aan een vaststellingsovereenkomst. Met deze overeenkomst wil de Belastingdienst de gemeente meer zekerheid bieden met betrekking tot de steekproef. Dit loopt echter vast bij het management van de Belastingdienst.
Vervolgens wordt door de Belastingdienst een brief opgesteld, waarin wordt aangegeven dat onderzoek bij de oude gemeenten niet meer op zijn plaats is (Gespreksverslag Belastingdienst, 12 september 2018). Deze brief wordt ter plekke uitgereikt in december 2018 (Gespreksverslag Belastingdienst, 4 december 2018). Vier keer per jaar vinden HT gesprekken plaats. Deze duren gemiddeld drie uur, zo wordt desgevraagd aangegeven. Vanuit de gemeente nemen ambtenaren deel die werkzaam zijn op het gebied van financiën, advies, personeelszaken, procesoptimalisatie, auditing, etc. Het HT gesprek wordt voorgezeten door de concerncontroller. Vanuit de belastingdienst nemen doorgaans twee ambtenaren deel. De gemeente voert doorgaans de agendapunten voor deze gesprekken op. Binnen Y vindt men het van belang, dat ook de vakinhoudelijke managers oog hebben en houden voor fiscaliteit en de beheersing van fiscale risico’s. Dit verklaart de brede ambtelijke aanwezigheid tijdens de HT gesprekken. Men verwacht op deze manier dat de afspraken dan sneller en breder binnen de organisatie kunnen worden uitgezet. De belastingdienst krijgt een afschrift van de managementletter van de accountant. Het verslag van bevindingen met betrekking tot de jaarstukken worden niet doorgezet naar de belastingdienst.
Er is geen actief contact tussen de belastingdienst en de accountant, zo geeft de respondent in dit verband aan. Aan de hand van de gespreksverslagen met de Belastingdienst wordt duidelijk, dat de gemeente veel werkzaamheden belegd bij de eigen ambtelijke organisatie. In juni 2018 wordt enkel het proces WKR en het proces Inleen Personeel belegd bij externen (Gespreksverslag Belastingdienst, 16 juni 2018). Uit de documentenanalyse blijkt evenwel, dat de Vpb hierop een uitzondering vormt. De aangiften voor deze belasting worden belegd bij een externe partij. Risicoanalyse Aan de hand van de gesprekken met de Belastingdienst wordt duidelijk, dat de gemeente in de aanloop naar de fusie al een aantal risico’s signaleert en hier ook beheersmaatregelen voor treft. In juni 2018 heeft men de volgende items op de actielijst:
Proces WKR Proces inleen personeel Gegevensbelang BTW GR, btw oktober 2017 Onderzoek Fiscale Beheersing
51
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Aanvraag formulier bankrekening met handtekening Top 20 processen naar Belastingdienst sturen Eerste loonaangifte Y beoordelen Beëindigen van de gemeenten bij de belastingdienst Proces bedrijfsauto’s Intern controleplan Afspraken inplannen voor 2018 Kantine regeling Mengpercentages (Gespreksverslag Belastingdienst, 16 juni 2018) Als de processen van toereikende beheersmaatregelen zijn voorzien, worden zij afgevoerd van de actielijst. Aan de andere kant komen er ook weer nieuwe risico’s en actiepunten bij, getuige het overzicht van september 2018: Proces WKR Proces inleen personeel Gegevensbelang BTW GR, btw oktober 2017 A neemt contact op met B Eerste loonaangifte Y beoordelen. (zie gegevensbelang) Beëindigen van de gemeenten bij de Belastingdienst Proces bedrijfsauto’s Proces bedrijfsauto’s beschrijven monitoring Kantine regeling, berekening voor 2018 en 2019 aanpassen Kantine regeling nieuwe berekening voor 2020 en 2021 Mengpercentages: bespreken berekening Mengpercentages 2018 wacht op akkoord belastingdienst Mengpercentages 2019 Werkprocessen doorlopen (Gespreksverslag Belastingdienst, 12 september 2018) De Belastingdienst merkt in dit verband het volgende op: “De gemeente heeft oog voor de detectie van nieuw opgekomen (fiscale) risico’s die vervolgens met de Belastingdienst worden gedeeld.
Het behandelteam van de Belastingdienst vindt de mogelijkheden tot het stellen van vragen aan de gemeente positief en dit werkt constructief. De wijze waarop de gemeente met de beantwoording omgaat, is transparant en werkend (SBP, 24 april 2020, p. 2). Specifiek voor de Vpb geeft de gemeente aan een nagenoeg volledig en actueel zicht te hebben op de Vpb-risico’s. Daarnaast worden alle Vpb-risico’s besproken met de Belastingdienst. De
Onderzoek Fiscale Beheersing
52
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
gemeente is niet bang om een naheffing of een sanctie opgelegd te krijgen en is overtuigd van zijn standpunten met betrekking tot de Vpb. Beheersmaatregelen Aan de hand van de gespreksverslagen van de besprekingen die met de Belastingdienst gevoerd worden, kan worden afgeleid dat de gemeente een aantal beheersmaatregelen treft en deze voorlegt aan de Belastingdienst. Soms leidt dit tot aanpassing van de betreffende processen, zoals bij het proces WKR: “Het punt Proces WKR. De belastingdienst vindt het stuk wat er op dit moment ligt teveel toegespitst op de Interne Controle. Het proces zal worden aangepast naar hoe codering van facturen met WKR plaatsvindt. Afgesproken wordt dat Y zal laten zien hoe het proces werkt. Belastingdienst zal volgende keer de processen real time bekijken hoe de facturenstroom en het proces loopt” (Gespreksverslag Belastingdienst, 16 juni 2018). Dit wordt op 12 september 2018 daadwerkelijk gedaan en door de Belastingdienst voor kennisgeving aangenomen (Gespreksverslag Belastingdienst, 12 september 2018). In dit verband constateert de Belastingdienst dat de aangeboden WKR-boekingswijzer niet juist is en zal moeten worden aangepast (Gespreksverslag Belastingdienst, 12 september 2018). Soms voert de gemeente onderzoeken uit om tot een juiste berekening te komen.
Zo wordt in juni 2018 duidelijk, dat met betrekking tot het bedrijfsrestaurant een onderzoek is uitgevoerd. Dit onderzoek wordt voorgelegd aan de Belastingdienst en akkoord bevonden (Gespreksverslag, 16 juni 2018 en 12 september 2018). Ook de analyse van de mengpercentages BTW/BCF wordt voorgelegd aan de Belastingdienst (Gespreksverslag Belastingdienst, 16 juni 2018). Deze analyse wordt doorgenomen met de Belastingdienst en bezien wordt of de Belastingdienst zich kan vinden in de berekening voor 2018 (Gespreksverslag Belastingdienst, 12 september 2018). In december worden specifieke items met betrekking tot de mengpercentages voorgelegd en besproken met de Belastingdienst, zoals de buurtsportcoaches en het leerlingenvervoer. Hier worden door de Belastingdienst aanpassingen voorgesteld. Daarbij wordt tevens afgesproken dat een afwijking van 10% acceptabel is (Gespreksverslag Belastingdienst, 4 december 2018). De mengpercentages voor 2018 worden door de Belastingdienst in december 2018 akkoord bevonden (Gespreksverslag Belastingdienst, 20 maart 2019). Niet alle processen zijn in juni 2018 beschreven. Zo moet in juni 2018 het proces met betrekking tot bedrijfsauto’s nog beschreven worden en moeten er nog afspraken met de Belastingdienst worden gemaakt over de monitoring van dit proces. Het gaat dan om ongeveer 32 auto’s (Gespreksverslag Belastingdienst, 16 juni 2018).
In september zijn de black boxen in de bedrijfsauto’s geïnstalleerd en krijgt de Belastingdienst een demonstratie over welke gegevens uit deze black boxen kunnen komen (Gespreksverslag Belastingdienst, 12 september 2018). In december 2018 is het proces van de bedrijfsauto’s operationeel (Gespreksverslag Belastingdienst, 4 december 2018). Het overbrengen van de software naar het SSC Leeuwarden levert enkele knelpunten op, zodat de software in maart 2019 nog steeds op de lokale laptop bij gemeentewerken en niet op de server bij het SSC Leeuwarden draait (Gespreksverslag Belastingdienst, 20 maart 2019). In september 2019 is het proces ingeregeld. De OR heeft zijn goedkeuring gegeven voor de stukken met betrekking tot de bedrijfsauto’s, de controles zijn in opzet gereed en er is overleg met de afdelingen geweest die betrokken zijn bij het proces. Gestart kan worden met de kilometerregistratie. Deze staat niet meer alleen op de laptop maar wordt vanaf 18 september 2019 ook op de server bij SSC geplaatst. Er zal een cursus Travel Control worden gevolgd (Gespreksverslag Belastingdienst, 18 september 2019). Voor de regeling Bedrijfsfietsen beveelt de Belastingdienst aan om te registreren welke kilometers privé en zakelijk zijn gemaakt.
Aan de hand hiervan kan dan een beoordeling van het aantal gereden privé kilometers worden gemaakt en deze kan dienen voor een uiteindelijke fiscale beoordeling en afrekening (Gespreksverslag, 12 september 2018). Het risico van foutieve BTW coderingen wordt afgedekt door de BTW codes automatisch te koppelen aan een grootboeknummer-kostensoort combinatie. Deze combinatie is dan tevens gekoppeld aan een afdeling. Op die manier worden budgethouders (of degenen die belast zijn met de coderingen) automatisch de goede kant op geleid, zo wordt gesteld. Onderzoek Fiscale Beheersing
53
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Ook op andere gebieden binnen de fiscaliteit worden beheersmaatregelen genomen in termen van automatisering. Zo wordt geconstateerd dat de vergoeding voor college- en raadsleden niet uitgaat van “gewerkte uren”. Dit houdt in, dat voor deze bestuurders altijd sprake moet zijn van het opgeven van 0 uren, ook al zouden er afspraken met betrekking tot uren zijn gemaakt. Men verzoekt Centric om op dit punt de applicatie PIMS aan te passen (Gespreksverslag Belastingdienst, 4 december 2018). Monitoring In de structuur van interne controle en verbijzonderde interne controle wordt niet expliciet aandacht besteed aan fiscale risico’s. Deze risico’s worden meegenomen en afgedekt in de reguliere interne controle structuur, aldus de respons. Uit de controleplannen 2018 en 2019 blijkt evenwel, dat ook specifiek fiscaal gerelateerde processen onderhevig zijn aan jaarlijkse controles (Controleplannen 2018 en 2019, hoofdstuk 18). Ook blijkt uit de gesprekken met de Belastingdienst, dat op het gebied van fiscaliteit interne controles worden uitgevoerd. Een goed voorbeeld hiervan betreft het gebruik van bedrijfsauto’s. Hiervoor wordt het volgende voorgesteld: “In de Overeenkomst van gebruik van de auto, moet een sanctie worden opgenomen. Er wordt afgesproken om de rittenadministratie van elke auto zoals in proces is opgenomen elke 2 maanden bekeken/beoordeeld zal worden.
Bedoeling is dat het werkbaar blijft. Daarom is gekozen elke 2 maanden. Mogelijkheid is ook om de ene maand de ene auto en andere maand de andere auto te pakken. Kijken wat voor de organisatie het handigst/praktisch is. Is ook afhankelijk van wat uit controles blijkt of moet worden aangescherpt of wat losser moet worden gelaten. Beter eerst strak in steken en daarna wat losser later i.p.v. andersom. Als houdbaarheid van de gegevens 30 tot 40 dagen betreft zal eerder moeten worden gedownload. Alle gegevens die op deze rittenadministratie zijn geregistreerd worden beoordeeld. De controleverslagen worden opgeslagen in de Projectmap “Interne Controle” bij de auditors. Collega’s verklaren schriftelijk dat de bedrijfsauto’s niet privé worden gebruikt. In deze verklaring wordt een sanctie opgenomen voor wanneer de bedrijfsauto’s wel privé worden gebruikt. De verklaring heeft zonder sanctie geen realiteitszin. Je kunt denken aan sanctie van € 300. Organisatie mag/kan zelf sanctie bedenken” (Gespreksverslag Belastingdienst, 4 december 2018). Later wordt hierover opgemerkt dat vooruitlopend op akkoord van de OR een eerste controle wordt opgestart naar opvallende items (Gespreksverslag Belastingdienst, 19 juni 2019).
De OR geeft kort hierop zijn goedkeuring en de eerste controle over de maanden september en oktober staat gepland; deze wordt in het HT overleg van december besproken, getuige het gespreksverslag van 18 september 2019. Uit de eerste controle blijkt, dat niet altijd volgens de procesbeschrijving gehandeld wordt. In de komende periode zullen de hiaten benoemd worden. Tevens zal het proces beter in de organisatie worden geïmplementeerd (Gespreksverslag Belastingdienst, 4 december 2019). De gemeente brengt periodiek verslag uit aan de Belastingdienst over de uitgevoerde controles. Zo wordt in maart 2019 melding gemaakt van de volgende controles: • • • • •
“WKR controle: in het overleg van 19 juni zal hierover een demonstratie worden gegeven. BTW/BCF controle: ook op uitgaande facturen (overzicht controle bijv. water laag tarief). Toepassing sportbesluit en BTW. Facturen wel juiste tarief op grootboekniveau. Uitgaande nota’s niet alleen controle op volledigheid van de omzet maar ook juiste btw tarief” (Gespreksverslag Belastingdienst, 20 maart 2019).
Lopende controles, zoals de integrale controle op de WKR worden eveneens besproken met de belastingdienst. Daarbij wordt bijvoorbeeld bezien hoe de controle minder arbeidsintensief en meer betrouwbaar kan worden uitgevoerd. De Belastingdienst stelt ook andere controles voor, zoals de controle op intracommunautaire leveringen. De gemeente brengt daarop alle intracommunautaire leveringen in kaart en scherpt het proces met betrekking tot deze Onderzoek Fiscale Beheersing
54
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
leveringen aan. De door de Belastingdienst gesignaleerde levering uit Griekenland is binnen de administratie van Y overigens niet teruggevonden (Gespreksverslag Belastingdienst, 4 december 2019). De controles worden op basis van het TCF uitgevoerd en de Belastingdienst is hier content mee: de interne controle is duidelijk van opzet en goed herleidbaar naar de fiscale controles (Gespreksverslag Belastingdienst, 19 juni 2019). Later merkt de Belastingdienst hierover het volgende op: “Door de gemeente worden interne controles uitgevoerd die met de Belastingdienst worden gedeeld. Het behandelteam heeft aangegeven ingenomen te zijn met de wijze van verslaglegging en de getoonde openheid van zaken rond deze controles. Een voorbeeld hierbij is de transparantie die de gemeente toont rond het proces WKR en de uitgevoerde controles hierop” (SBP, 24 april 2020, p. 2). Ook de bevindingen van de overige reguliere interne controles worden voorgelegd aan de Belastingdienst. Een gespreksverslag merkt hierover het volgende op: “De Belastingdienst wordt gevraagd of zij ook de interne controles ook willen bekijken. Afgesproken is dat uit het rapport van bevindingen de belastingdienst een selectie met fiscaal gerelateerde onderwerpen zal ontvangen. Dit zal gelijk zijn aan de onderwerpen die over 2018 naar de belastingdienst zijn toegezonden.
De belastingdienst zal in het 1e halfjaar 2020 de fiscale bevindingen over 2019 ontvangen” (Gespreksverslag Belastingdienst, 18 september 2019). De Belastingdienst stelt in dit verband het volgende: “De gemeente voert op basis van een controleplan interne controles uit. De risico’s in de processen worden benoemd met de daarbij passende beheersmaatregelen. Vervolgens voert de gemeente hierop een doeltreffende controle (intern) uit” (SBP, 24 april 2020, p. 3). De gemeente stelt jaarlijks een intern controleplan op. Dit controleplan beslaat relatief veel processen. Voor ieder proces worden de relevante wet- en regelgeving benoemd, de risico’s, de uitvoerende afdeling, het type controle, de frequentie, de beschrijving van de controle, etc. vastgelegd. Op fiscaal gebied wordt de berekening van het mengpercentage in het controleplan 2018 opgenomen (Intern controleplan 2018, p. 208). Daarnaast worden de facturen met een WKR codering en de BTW/BCF aangiften van een interne controle voorzien. Ook worden de kosten en opbrengsten van het werkcafé onderworpen aan een fiscale controle.
Buiten het fiscaal gebied worden daarnaast controles opgevoerd, die eveneens fiscaal relevant zijn en gespreksonderwerp met de Belastingdienst zijn, zoals de controle op het gebruik en de aanwezigheid van bedrijfsauto’s of op de aanschaf van bedrijfskleding (deze laatste controle wordt zelfs twee keer in het controleplan opgenomen (Intern controleplan 2018, p. 54 en 56). Als sluitstuk op fiscaal terrein wordt een controle voorgestaan op de fiscale rechtmatigheid. Dit betreft een tweede lijns controle die drie keer per jaar moet worden uitgevoerd (Intern controleplan 2018, p. 213). De bevindingen van de interne controles die zijn uitgevoerd in 2018 worden als volgt weergegeven. Op het gebied van mengpercentages wordt gesteld, dat in augustus 2018 nog niets ontvangen is. Aanbevolen wordt om in 2019 het proces van aanleveren te borgen in de reguliere werkzaamheden. Dit geldt eveneens voor de WKR codering. Hier moet de controle nog afgerond worden, getuige het verslag van bevindingen (Interne controle bevindingen 2018, p. 365). Aanbevolen wordt om de controle zo spoedig mogelijk af te ronden en om in 2019 deze maandelijks in te plannen om sturing te krijgen op dit onderdeel. Ook de boekingen zonder WKR codering zullen dan beoordeeld moeten worden om te bezien of alsnog geen WKR codering noodzakelijk is (Interne controle bevindingen 2018, p. 366).
Ten aanzien van de BTW/BCF wordt geconcludeerd dat de interne controle met fouten en onjuiste aansluitingen is aangeleverd. Ook ontbreekt een analyse op de constateringen. De controles zijn niet geparafeerd en gedateerd. Het oordeel is evenwel dat dit proces in orde is (Interne controle bevindingen 2018, p. 368). Op het gebied van bedrijfskleding zijn nog geen bevindingen ontvangen, zo vermeldt het verslag van interne controlebevindingen (2018, p. 369). Ook hier wordt aanbevolen in 2019 het proces van aanlevering te borgen in de reguliere werkzaamheden. Ten aanzien van het werkcafé wordt opgemerkt dat de Belastingdienst akkoord is met de voorgestelde werkwijze en dat voor de jaren 2018 en 2019 geen verdere actie noodzakelijk is, tenzij een afwijkend gebruik van het werkcafé wordt gemaakt (Interne controle bevindingen 2018, p. 372). De controles in het kader van de fiscale rechtmatigheid zijn nog in ontwikkeling. Het proces van Onderzoek Fiscale Beheersing
55
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
aanlevering met betrekking tot deze controles zal eveneens in 2019 geborgd moeten worden in de reguliere werkzaamheden en verdere verbetering is noodzakelijk, zo wordt geoordeeld. Het verslag van bevindingen wordt in januari omgezet in een rapportage 2018, die in januari 2019 wordt aangeboden aan de directie. In deze rapportage wordt als één van de belangrijkste conclusies opgevoerd dat er onvoldoende aandacht is voor de fiscale processen (Rapportage 2018, p. 4). Het borgen van de controles in de reguliere werkzaamheden verdient nadere aandacht. Vanuit de kernwaarden van de organisatie ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij de afdelingen, maar dit wordt nog niet altijd zo beleefd, zo vermeldt de rapportage (Rapportage 2018, p. 4). Verder in de rapportage wordt eveneens aandacht gevraagd voor het uitvoeren van controles op fiscaal gebied, onder andere op het gebied van bedrijfsauto’s en de WKR (Rapportage 2018, p. 13). Een verdere uitwerking met betrekking tot deze processen is nodig in 2019. De nog niet beschreven processen zullen zo spoedig mogelijk moeten worden afgerond, gecontroleerd en geïmplementeerd. Hierop wordt gereageerd met de opmerking dat alle processen beschreven zijn, op het proces van bedrijfskleding na (Rapportage 2018, p. 13). Ook wordt gesteld dat met betrekking tot de mengpercentages een aantal aanpassingen moeten worden doorgevoerd.
Voor het jaar 2019 moeten deze worden aangepast aan het sportbesluit en worden voorgelegd aan de Belastingdienst (Rapportage 2018, p. 11). Het intern controleplan 2019 voert dezelfde controles op. Zo worden controles gepland op de berekening van de mengpercentages, de WKR codering, de BTW/BCF, de bedrijfskleding en het werkcafé (Intern controleplan 2019, p. 235 e.v.). Ook in dit jaar wordt een controle op de fiscale rechtmatigheid voorgestaan. Met betrekking tot de BTW mengpercentages wordt geconstateerd dat de aanlevering niet volledig is en dus geen monitoring mogelijk is (Interne controle bevindingen 2019, p. 382). Eenzelfde constatering betreft de WKR. In september 2019 zijn de gegevens tot en met mei aangeleverd en in december 2019 zijn geen verdere gegevens ontvangen. De Belastingdienst heeft hier vragen over gesteld en opmerkingen geplaatst over hoe de controles worden uitgevoerd. Aanbevolen wordt om het aanleveren van gegevens in het regulier proces te borgen, een aanbeveling die gelijkenis vertoont met de aanbeveling uit 2018. De BTW/BCF controles oordelen positiever. Deze processen zijn op orde, getuige het verslag van bevindingen (Interne controle bevindingen 2019, p. 386). Ten aanzien van het proces bedrijfskleding wordt geconstateerd dat geen aanlevering heeft plaatsgevonden en dat geen monitoring mogelijk is.
De controle op het Werkcafé staat gepland voor mei 2020. De controle op de fiscale rechtmatigheid concludeert dat niet alles gemonitord kan worden vanwege het feit dat de aanlevering van gegevens ontbreekt. Tevens wordt geconcludeerd dat het fiscale bewustzijn onvoldoende is en dat het proces niet op orde is. Bij de HT gespreken wordt eveneens aandacht gevraagd voor een reguliere oplevering (Interne controle bevindingen 2019, p. 392). Ook over 2019 wordt gerapporteerd richting de directie door middel van een rapportage. Hierin wordt aandacht gevraagd voor het actueel houden van processen om te kunnen blijven voldoen aan onder andere fiscale doeleinden. In de rapportage wordt de vraag gesteld of er op dit moment voldoende in- en overzicht en bewustzijn binnen de organisatie bestaat (Rapportage 2019, p. 5). Uit de rapportage blijkt dat, ondanks het blanco verslag van bevindingen, wel bevindingen zijn gedaan. Zo wordt aandacht gevraagd voor het uitvoeren van controles op fiscaal gebied en wordt geadviseerd om fiscale controle mee te nemen in de reguliere werkprocessen (Rapportage 2019, p. 14). Later in het verslag worden de bedrijfsauto’s en de WKR in dit verband als voorbeeld genoemd. Gesteld wordt hierop dat de controles rondom de bedrijfsauto’s verder ontwikkeld moeten worden om dit proces te borgen en om te voldoen aan de afspraken die gemaakt zijn met de Belastingdienst.
Evenals in 2018 wordt geadviseerd om de nog niet beschreven fiscale processen zo spoedig mogelijk af te ronden, te controleren en te implementeren binnen de organisatie. Ook hierop wordt, gelijk als in 2018, gesteld dat alle processen beschreven zijn op het proces bedrijfskleding na (Rapportage 2019, p. 16). De Vpb vormt geen onderdeel van het interne controle plan en ook worden geen zichtbare controles hierop uitgevoerd. Rapportage en transparantie Onderzoek Fiscale Beheersing
56
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Controles zullen idealiter gerapporteerd moeten worden. De Belastingdienst merkt hierover het volgende op: “Uit de verslaglegging van de interne controles zal moeten blijken dat door opvolging van de fiscale bevindingen een juiste werking van de administratieve organisatie en interne beheersing wordt nagestreefd. Uit de verslaglegging blijkt dat niet alleen een vinger wordt gelegd op de uitvoering, maar dat door het onderdeel ‘Aanbevelingen’ op te nemen ook wordt gewerkt aan het voortdurend verbeteren en monitoren van de processen en de interne beheersing ervan” (SBP, 24 april 2020, p. 3). De communicatie tussen de gemeente en de Belastingdienst verloopt open en transparant, zo stelt de Belastdienst. De gemeente betrekt de Belastingdienst bij het inrichten van het TCF, de medewerkers vragen inbreng en staan open voor feedback. De gemeente maakt van de besprekingen verslagen en legt deze ter beoordeling voo aan de Belastingdienst. Relevante fiscale zaken die zich voordoen, positief of negatief, worden met de Belastingdienst besproken en opgelost (SBP, 24 april 2020, p. 2). Het jaar 2020 zal voor de gemeente in het teken staan van het doorontwikkelen van het TCF. Via self-assessment zal de gemeente beoordelen welke fiscale processen verder doorontwikkeld dan wel nog beschrevene dienen te worden (SBP, 24 april 2020).
Conclusie Belastingdienst en gemeente De Belastingdienst heeft een positief beeld van de gemeente. Dit wil echter niet zeggen, dat bijvoorbeeld een boekenonderzoek niet meer aan de orde is: “Ondanks de positieve ervaring die de Belastingdienst heeft van de gemeente, kan de Belastingdienst altijd besluiten om aanvullende gegevens op te vragen bij de ingediende aangiften, dan wel een nader onderzoek in te stellen op het moment dat daar aanleiding voor is” (SBP, 24 april 2020, p. 4). Aan de andere kant wordt gesteld dat de Belastingdienst niet de intentie heeft om op dit moment een gegevensgericht onderzoek uit te voeren. Het behandelteam wil zich het komend jaar vooral richten op de (fiscale) interne beheersing, de leercirkel bij de uitgevoerde interne controles, het vaststellen van mengpercentages, bedrijfsauto’s, het gebruik en de controle op dit gebruik. Ook komen de gevolgen van de verruimde sportvrijstelling en de vennootschapsbelasting aan bod komen, aldus de Belastingdienst (SBP, 24 april 2020, p. 5). De gemeente geeft in dit verband zelf aan: “De gemeente wil de fiscale risico’s beheersen, dit wil zij bereiken door continue aandacht te geven aan een adequaat systeem van interne beheersing, interne controle en externe controle. Doel van het convenant is om met elkaar samen te werken op basis van begrip, transparantie en vertrouwen.
De gemeente en de Belastingdienst hebben hierin een gedeeld belang. Er is wederzijds vertrouwen. Partijen proberen tijdens het HT-overleg een zo open en eerlijk mogelijk gesprek te voeren m.b.t de gemaakte afspraken en punten op de agenda. De agenda wordt 2 weken voor het overleg gedeeld tussen de deelnemers van het HT-overleg en wordt waar nodig aangevuld door. Mocht er tussen de HT-overleggen iets specifieks aan de orde zijn, of er zijn vragen, dan vindt er tussentijds afstemming plaats tussen gemeente en belastingdienst over deze specifieke onderwerpen. Veelal komen deze tijdens het HT-overleg weer ter sprake. De lijnen tussen gemeente en belastingdienst zien wij dan ook als kort. Tevens is er sprake van wederzijds begrip. Daarnaast wordt er op gestuurd/ gecontroleerd dat de gemeente zich aan de met de belastingdienst gemaakte afspraken houdt” (Respons vragenlijst). De gemeente geeft aan een goed functionerend TCF te hebben. De Belastingdienst overlegt over standpunten en laat zich soms overtuigen, zo geeft de gemeente aan.
Onderzoek Fiscale Beheersing
57
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Bijlage IV Bestuurlijke reactie
Onderzoek Fiscale Beheersing
58
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Onderzoek Fiscale Beheersing
59
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Bijlage V Nawoord Rekenkamer De rekenkamer heeft met genoegen kennis genomen van de bestuurlijke reactie op het onderzoeksrapport naar de fiscale beheersing en wil het college hiervoor danken. Verheugd is de rekenkamer over het feit dat de hoofdconclusie door het college onderschreven wordt. De constatering van het college met betrekking tot het contact met de Belastingdienst herkent de rekenkamer. De rekenkamer heeft tijdens dit onderzoek kunnen verifiëren, dat de gemeente meermaals heeft geprobeerd contact met de Belastingdienst op te nemen met betrekking tot de vennootschapsbelasting. Het doet de rekenkamer dan ook deugd, dat de Belastingdienst eind september 2020 reageert op de aangifte over 2016, een brief die overigens pas verschenen is nadat dit onderzoek was afgerond. De rekenkamer heeft ook zeker niet de suggestie willen wekken, dat het summiere contact met betrekking tot de vennootschapsbelasting te wijten is aan de gemeente. Wel wijst de rekenkamer op het belang van dit contact. Inhoudelijk onderschrijft de rekenkamer de constatering dat met betrekking tot de vennootschapsbelasting enkel nog sprake is van een beperkt risico, namelijk enkel voor wat betreft ‘reclame in de openbare ruimte’.
De suggestie om de raad jaarlijks via de jaarrekening te informeren over mogelijke risico’s binnen het fiscaal domein, juicht de rekenkamer toe en de rekenkamer kijkt uit naar de eerstvolgende jaarrekening in dit verband. Ook ziet de rekenkamer met belangstelling de eerste rapportage tegemoet, waaruit duidelijk wordt, in hoeverre intern voorgestelde beheersmaatregelen zijn doorgevoerd en hoe effectief deze beheersmaatregelen zijn. De rekenkamer is evenzeer verheugd dat het controleplan wordt aangevuld met het thema fiscale rechtmatigheid. Hoewel wij bekend zijn met het gegeven dat de bestaande controles aandacht besteden aan dit onderwerp, lijkt het in het kader van bewustwording en inzicht raadzaam om specifiek aandacht te besteden aan dit thema. De rekenkamer zal de implementatie van de aanbevelingen zoals gebruikelijk met grote belangstelling volgen en ziet het vervolgtraject met het grootste vertrouwen tegemoet.
Onderzoek Fiscale Beheersing
60