CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Regels ontwerpbestemmingsplan OUD BGB-I

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Bestimmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân I’29.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

c. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding geldt de volgende regel: 1

de inhoud per gebouw mag niet meer dan 50 m³ bedragen.

d. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1

de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen;

2

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen.

25.3

Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: −

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

−

de milieusituatie;

−

het straat- en bebouwingsbeeld;

−

de verkeersveiligheid;

−

de watersituatie;

−

de (openlucht) recreatiemogelijkheden;

−

het landschappelijk beeld,

nadere eisen stellen aan: a. de dakhelling van een niet-inpandige bedrijfswoning in die zin dat deze tussen de 30° en de 55° dient te bedragen; b. de plaats van gebouwen; c. de plaats en bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien de bouwhoogte meer dan 1,5 m bedraagt.

25.4 25.4.1

Afwijken van de bouwregels Afwijkingen

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 25.2, sub a, onder 2 tot een goothoogte van maximaal 5 m; b. lid 25.2, sub a, onder 5 voor het bouwen van de voorgevel van een bedrijfswoning op een afstand van de weg die minder is dan de bestaande afstand, met dien verstande dat, indien de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt, de omgevingsvergunning slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde; c. lid 25.2 onder b, sub 1 voor het bouwen op minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning; d. lid 25.2 onder a, sub 4 voor het bouwen van een bedrijfswoning met een oppervlakte >150 m2, mits: 1

25.4.2

er in geringe mate wordt afgeweken van de bestaande maatvoeringen en gevelindeling van de karakteristieke bebouwing in de vorm van een stelp, kophals-rompboerderij of kop-rompboerderij. Toetsingscriteria

a. De in lid 25.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen afbreuk wordt gedaan aan: de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de milieusituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de watersituatie; de (openlucht) recreatiemogelijkheden; het landschappelijk beeld. 25.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van bijgebouwen voor zelfstandige bewoning; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel, anders dan in de vorm van productiegebonden detailhandel; c. het gebruik van gedeelten van een bedrijfswoning, inclusief aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en aangebouwde overkappingen bij de bedrijfswoning, voor aan-huis-verbonden beroepen, indien de beroeps-/bedrijfsvloeroppervlakte in de bedrijfswoning meer bedraagt dan 30% van de begane vloeroppervlakte van de bedrijfswoning, met een maximum van 50 m²; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden anders dan logiesverstrekking voor recreatieve bewoning in de bedrijfswoning op de wijze van bêd and brochje ten behoeve waarvan maximaal twee kamers worden ingericht voor ten hoogste vijf logiesgasten; e. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van overige horecadoeleinden, indien de gezamenlijke horecavloeroppervlakte groter is dan 100 m².

Artikel 26 26.1

Verkeer - Railverkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Verkeer - Railverkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. spoorwegen, met daarbij inbegrepen bermen, spoorwegovergangen en dergelijke; b. een zend-/ontvangstinstallatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "zend/ontvangstinstallatie"; met de daarbij behorende: c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. groenvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; met dien verstande dat: g. de bestemming, afgezien van een plaatselijke verbreding of versmalling, niet in een wijziging van het aantal spoorbanen voorziet; 26.2

Bouwregels

a. Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: 1

ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.3 van toepassing;

b. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: 1

de bouwhoogte mag, gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf, niet meer dan 10 m bedragen.

d. Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van een zend-, ontvangstinstallatie en/of sirenemast ter plaatse van de aanduiding "zend-/ontvangstinstallatie" gelden de volgende regels: 1

26.3

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van een zend-, ontvangstinstallatie en/of sirenemast , mag niet meer dan 40 m bedragen.

Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: −

het landschappelijk beeld,

−

de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;

−

de verkeersveiligheid,

nadere eisen stellen aan: a. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 27 27.1

Verkeer - Wegverkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Verkeer - Wegverkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden; b. verlaadplaatsen voor landbouwproducten; c. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; d. openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; e. parkeer- en picknickplaatsen; f. bruggen en voorzieningen ten behoeve van de bediening van kunstwerken; g. een gasdrukmeet- en regelstation, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - gasdrukmeet- en regelstation"; h. een snellaadstation, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - snellaadstation'; met daaraan ondergeschikt: i.

water;

j. groenvoorzieningen. en ter plaatse van de aanduiding: k. een zend-/ontvangstinstallatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "zend/ontvangstinstallatie"; l.

daghoreca onder de voorwaarde dat dranken en etenswaren hoofdzakelijk overdag worden verstrekt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca";

m. "specifieke vorm van recreatie - camperplaats", tevens voor een camperplaats; De bestemming voorziet, afgezien van een plaatselijke verbreding of versmalling, niet in een ingrijpende wijziging van het profiel, met dien verstande dat het aantal rijstroken van de A7 niet meer dan 4 mag bedragen en het aantal rijstroken van overige wegen niet meer dan 2 mag bedragen. 27.2

Bouwregels

a. Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: 1

ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding – monument” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.2 van toepassing;

2

ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.3 van toepassing;

b. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van wegverkeer, openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding worden gebouwd, hiervoor gelden de volgende regels: 1

de inhoud per gebouw mag niet meer dan 50 m³ bedragen.

c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer dan 15 m bedragen;

2

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer dan 10 m bedragen.

d. Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van een zend-, ontvangstinstallatie en/of sirenemast ter plaatse van de aanduiding "zend-/ontvangstinstallatie" gelden de volgende regels: 1

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van een zend-, ontvangstinstallatie en/of sirenemast, mag niet meer dan 40 m bedragen.

e. Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van een snackkiosk ter plaatse van de aanduiding "horeca" gelden de volgende regels: 1

gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;

2

de goothoogte mag niet meer dan de bestaande goothoogte bedragen;

3

de bouwhoogte mag niet meer dan de bestaande bouwhoogte bedragen.

27.2.1

Algemeen

Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.3 van toepassing; 27.3

Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: −

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

−

de milieusituatie;

−

het straat- en bebouwingsbeeld;

−

de verkeersveiligheid;

−

de watersituatie;

−

de (openlucht) recreatiemogelijkheden;

−

het landschappelijk beeld,

nadere eisen stellen aan: a. de plaats van gebouwen; b. de plaats en bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien de bouwhoogte meer dan 3 m bedraagt. 27.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: ter plaatse van de aanduiding "overige zone - dijken", het ophogen, afgraven, afschuiven of egaliseren van gronden.

b. Het bepaalde in sub a geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden die: 1

het normale onderhoud en beheer betreffen;

2

al in uitvoering waren op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

3

mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende omgevingsvergunning.

c. De in sub a bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1

het landschappelijk beeld;

2

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

3

de verkeersveiligheid;

4

de ecologische waarden;

5

de cultuurhistorische waarde.

Artikel 28 28.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en oeverstroken, met een functie voor het scheepvaartverkeer, de waterrecreatie, de natuur en de waterhuishouding; b. bruggen en voorzieningen ten behoeve van de bediening van kunstwerken; c. dagrecreatieve voorzieningen, uitsluitend in de vorm van parkeer-, en picknickvoorzieningen, visplaatsen, aanlegplaatsen en naar de aard daarmee gelijk te stellen kleinschalige voorzieningen; d. een woonschepenligplaats, ter plaatse van de aanduiding "woonschepenligplaats"; e. ligplaatsen, ter plaatse van de aanduiding "ligplaats"; f. een schiphuis, ter plaatse van de aanduiding "schiphuis"; g. openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; h. agrarisch medegebruik van kaden en oeverstroken; 28.2

Bouwregels

a. Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: 1

ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding – monument” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.2 van toepassing;

2

ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.3 van toepassing;

b. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding worden gebouwd, hiervoor gelden de volgende regels: 1

de inhoud per gebouw mag niet meer dan 50 m³ bedragen.

c. Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de woonschepen ter plaatse van de aanduiding "woonschepenligplaats" gelden de volgende regels:

−

1

het aantal woonschepen per aanduiding ‘woonschepenligplaats’ mag niet meer dan 1 bedragen dan wel niet meer dan het aantal aangegeven ter plaatse van de aanduiding "maximum aantal woonschepen";

2

de onderlinge afstand tussen de woonboten bedraagt minimaal 3 meter;

3

de breedte van de woonschepen bedraagt maximaal 7 meter;

4

de bouwhoogte van de woonschepen bedraagt maximaal 4,6 meter en wordt gemeten vanaf de waterlijn;

5

uitsluitend de bestaande aanlegvoorzieningen, waaronder steigers, vlonders en oeverbeschoeiingen zijn toegestaan;

in afwijking van c2, 3 en 4 wordt bij de woonboot aan de Stationsweg 44 te Koudum uitgegaan van de bestaande maatvoering;

d. In afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van water - recreatie-ark' een recreatiewoonschip worden gebouwd. Hiervoor gelden de volgende regels:

1

recreatiewoonschepen zijn uitsluitend toegestaan op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van water - recreatie-ark’;

2

ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van water - recreatie-ark’ is niet meer dan één recreatiewoonschip toegestaan;

3

de maximale lengte van één recreatiewoonschip mag niet meer bedragen dan de bestaande lengte;

4

de maximale breedte van één recreatiewoonschip mag niet meer bedragen dan de bestaande breedte;

5

de bouwhoogte van een recreatiewoonschip mag niet meer dan 3,5 m bedragen, met dien verstande dat een recreatiewoonschip uit niet meer dan 1 bouwlaag bestaat;

6

bij recreatiewoonschepen mogen geen bijgebouwen worden gebouwd.

e. Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van een schiphuis ter plaatse van de aanduiding "schiphuis" gelden de volgende regels: 1

het aantal schiphuizen mag niet meer dan het bestaande aantal bedragen;

2

de oppervlakte van een schiphuis mag niet meer dan de bestaande oppervlakte bedragen;

3

de goothoogte van een schiphuis mag niet meer dan de bestaande goothoogte bedragen;

4

de bouwhoogte van een schiphuis mag niet meer dan de bestaande bouwhoogte bedragen;

f. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer dan 15 m bedragen.

2

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding en regeling van het verkeer, mag niet meer dan 10 m bedragen.

28.3

Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: −

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

−

de milieusituatie;

−

het straat- en bebouwingsbeeld;

−

de verkeersveiligheid;

−

de watersituatie;

−

de (openlucht) recreatiemogelijkheden;

−

het landschappelijk beeld;

nadere eisen stellen aan: a. de plaats van gebouwen; b. de doorvaarthoogte en -breedte van bruggen;

c. de plaats en bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien de bouwhoogte meer dan 3 m bedraagt. 28.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen het innemen van een ligplaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13085746/2