CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Regels bestemmingsplan BGB-I

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Bestimmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân I’29.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

21.6 21.6.1

Afwijken van de gebruiksregels Afwijkingen

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

a. lid 21.1 voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een haventje met ligplaatsen ten behoeve van een kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding "kampeerterrein", met dien verstande dat: 1

het aantal ligplaatsen nooit meer dan het aantal kampeermiddelen mag bedragen met een maximum van 25 ligplaatsen;

2

de ligplaatsen worden gerealiseerd binnen een haventje, met het oog op het intact laten van de natuurlijke oevers. Hierbij wordt, afhankelijk van de situatie, de oever doorsneden door de haveningang;

3

de ligplaatsen niet mogen worden gebruikt in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar.

Alvorens de afwijking wordt verleend, moet de initiatiefnemer overleg hebben gepleegd met de waterbeherende instantie. b. lid 21.1. voor het bouwen van maximaal 10 trekkershutten ten behoeve van het kleinschalig kamperen mits: 1

er mogen geen stacaravans/chalets worden geplaatst;

2

de goot- en bouwhoogte van een trekkershut mag niet maar dan 3,5 en 5,5 m bedragen;

3

de dakhelling van trekkershutten mag niet minder dan 40° bedragen;

4

de oppervlakte per trekkershut mag niet meer dan 40m2 bedragen;

5

de trekkershutten moeten gebouwd worden binnen het bestemmingsvlak;

6

het aantal trekkershutten mag niet meer bedragen dan 10.

c. lid 21.1. voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een nieuw kleinschalig kampeerterrein dan wel de uitbreiding van een bestaand kleinschalig kampeerterrein met dien verstande dat: 1

(de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein binnen het bestemmingsvlak wordt gerealiseerd;

2

een nieuw kleinschalig kampeerterrein op ten minste 500 m van een bestaand kleinschalig kampeerterrein dient te worden gesitueerd;

3

de omgevingsvergunning niet wordt verleend voor zover de gronden grenzen aan de bebouwde kom of gelegen zijn binnen een afstand van 50 m tot een woon- of een bedrijfsperceel van derden;

4

de omgevingsvergunning slechts wordt verleend indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing;

5

het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen ten hoogste 25 mag bedragen;

6

er geen stacaravans mogen worden gebouwd / geplaatst;

7

in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar geen kampeermiddelen aanwezig mogen zijn;

8

de oppervlakte aan gebouwen ten behoeve van beheervoorzieningen en sanitaire voorzieningen ten hoogste 200 m² per kleinschalig kampeerterrein mag bedragen;

9

voor het bouwen van gebouwen de regels uit lid 3.2 overeenkomstig van toepassing zijn.

d. lid 21.1 voor het gebruik van bouwwerken voor recreatieappartementen met een oppervlakte van ten hoogste 100 m² vloeroppervlakte per appartement in de bestaande gebouwen. 21.6.2

Toetsingscriteria

De in lid 21.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen afbreuk wordt gedaan aan: −

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

−

de milieusituatie;

−

het straat- en bebouwingsbeeld;

−

de verkeersveiligheid;

−

de watersituatie;

−

de (openlucht) recreatiemogelijkheden;

−

het landschappelijk beeld.

Artikel 22 22.1

Recreatie - Recreatiewoning

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Recreatie - Recreatiewoning’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatiewoningen; met daaraan ondergeschikt: b. tuinen, erven en terreinen; c. groenvoorzieningen; d parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 51.1; e. nutsvoorzieningen; f. water. 22.2

Bouwregels

a. Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: 1

ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.3 van toepassing;

b. Voor het bouwen van recreatiewoningen gelden de volgende regels: 1

het aantal recreatiewoningen per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedragen dan wel niet meer dan het aantal aangegeven ter plaatse van de aanduiding "'maximum aantal recreatiewoningen";

2

De oppervlakte, goot- en bouwhoogte van een recreatiewoning mag niet meer dan de bestaande oppervlakte, goot- en bouwhoogte bedragen;

3

in afwijking van 2 mag de oppervlakte van de recreatiewoning op het perceel Ursuladyk 12 It Heidenskip maximaal 70 m2 bedragen;

4

in afwijking van 2 mag de goothoogte en bouwhoogte van de recreatiewoning op het perceel Ursuladyk 12 It Heidenskip maximaal 3 m en 8 m bedragen.

c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1

de bouwhoogte van erfscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen;

2

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen.

22.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen permanente bewoning van recreatiewoningen.

Artikel 23 23.1

Recreatie - Volkstuinen

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Recreatie - Volkstuinen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. volkstuinen; b. agrarisch medegebruik; met daaraan ondergeschikt: c. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. terreinen; f. paden; g. openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; h. water. 23.2

Bouwregels

a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: 1

per volkstuin mag één gebouw worden gebouwd;

2

de oppervlakte van een gebouw zal ten hoogste 6,00 m² bedragen, danwel de bestaande oppervlakte;

3

de bouwhoogte van een gebouw of een overkapping zal ten hoogste 3,00 m bedragen, danwel de bestaande bouwhoogte.

b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: 1

de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen;

2

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen.

23.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig van gronden en bouwwerken met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: −

het gebruik van gebouwen voor recreatie en/of permanente bewoning.

Artikel 24 24.1

Sport

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Sport’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. terreinen ten behoeve van sport- en recreatieve voorzieningen, zoals sportvelden, en daarmee gelijk te stellen voorzieningen; b. agrarische medegebruik; met daaraan ondergeschikt: c. horeca, in de vorm van een kantine behorende bij een sportvoorziening; d. water; e. groenvoorzieningen; f .parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 51.1; g. openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. 24.2

Bouwregels

a. Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: 1

het aantal gebouwen per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedragen;

2

de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen zal per bestemmingsvlak ten hoogste 100 m² bedragen danwel niet meer dan bestaand;

3

de goothoogte van een gebouw of een overkapping zal ten hoogste 3,50 m bedragen danwel niet meer dan bestaand;

4

de bouwhoogte van een gebouw of een overkapping zal ten hoogste 8,00 m bedragen danwel niet meer dan bestaand.

b. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding geldt de volgende regel: 1. de inhoud per gebouw mag niet meer dan 50 m³ bedragen. c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1

de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen;

2

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10 m bedragen.

24.3

Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: −

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

−

de milieusituatie;

−

het straat- en bebouwingsbeeld;

−

de verkeersveiligheid;

−

de watersituatie;

−

de (openlucht) recreatiemogelijkheden;

−

het landschappelijk beeld,

nadere eisen stellen aan: a. de plaats van gebouwen; b. de plaats en bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien de bouwhoogte meer dan 1,5 m bedraagt. 24.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden anders dan ondergeschikte horeca in de vorm van bijbehorende kantines.

Artikel 25 25.1

Sport - Manege

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Sport - Manege’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een manege;; b. bedrijfswoningen; en ter plaatse van de aanduiding: c. "specifieke vorm van wonen - tweede bedrijfswoning", tevens een tweede bedrijfswoning is toegestaan; met daaraan ondergeschikt: d. aan-huis-verbonden beroepen; e. bêd & brochje, mits het aantal daarvoor beschikbare kamers beperkt blijft tot 2 per bedrijfswoning, met een maximum van 5 slaapplaatsen; f. evenementen gerelateerd aan de paardensport; g. horeca, in de vorm van een kantine behorende bij de manege en rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf, met een maximale oppervlakte van 100 m2; h. water; i.

openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;

j. groenvoorzieningen; k .parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 51.1. 25.2

Bouwregels

a. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1

de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen niet meer dan 3.000 m² mag bedragen;

2

de goot- en bouwhoogte mag niet meer dan respectievelijk 4,5 m en 10 m bedragen, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt, met dien verstande dat de bestaande bouwhoogte mag worden vermeerderd met 0,5 m;

3

het aantal bedrijfswoningen per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedragen dan wel het bestaande aantal, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – tweede bedrijfswoning’ niet meer dan 2 bedrijfswoningen zijn toegestaan;

4

de oppervlakte van een niet-inpandige bedrijfswoning mag niet meer dan 150 m² bedragen;

5

de afstand van de voorgevel van een bedrijfswoning tot de as van een weg met de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' mag niet minder dan de bestaande afstand bedragen.

b. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1

bijbehorende bouwwerken en overkappingen op niet minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning mogen worden gebouwd;

2

de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer dan 3 m mag bedragen, dan wel niet meer dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van de bedrijfswoning waaraan wordt gebouwd;

3

de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3 m mag bedragen;

4

de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 5,5 m mag bedragen;

5

de bouwhoogte van aan de bedrijfswoning gebouwde bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer dan 7 m mag bedragen, met dien verstande dat: − de bouwhoogte van aan de bedrijfswoning gebouwde bijbehorende bouwwerken en overkappingen minimaal 1 m lager is dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning, en; − de bouwhoogte van aan de bedrijfswoning gebouwde bijbehorende bouwwerken en overkappingen welke maximaal 1 wand hebben, niet meer dan 5,5 meter mag bedragen;

6

de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen per bedrijfswoning niet meer dan 100 m² mag bedragen, met dien verstande dat: − indien er meerdere bedrijfswoningen aanwezig zijn, de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen per bestemmingsvlak niet dan 150 m2 mag bedragen; − de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer dan 90% van de oppervlakte van de bedrijfswoning mag bedragen.

c. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding geldt de volgende regel: 1

de inhoud per gebouw mag niet meer dan 50 m³ bedragen.

d. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1

de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen;

2

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen.

25.3

Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: −

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

−

de milieusituatie;

−

het straat- en bebouwingsbeeld;

−

de verkeersveiligheid;

−

de watersituatie;

−

de (openlucht) recreatiemogelijkheden;

−

het landschappelijk beeld,

nadere eisen stellen aan: a. de dakhelling van een niet-inpandige bedrijfswoning in die zin dat deze tussen de 30° en de 55° dient te bedragen;

b. de plaats van gebouwen; c. de plaats en bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien de bouwhoogte meer dan 1,5 m bedraagt. 25.4 25.4.1

Afwijken van de bouwregels Afwijkingen

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 25.2, sub a, onder 2 tot een goothoogte van maximaal 5 m; b. lid 25.2, sub a, onder 5 voor het bouwen van de voorgevel van een bedrijfswoning op een afstand van de weg die minder is dan de bestaande afstand, met dien verstande dat, indien de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt, de omgevingsvergunning slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde; c. lid 25.2 onder b, sub 1 voor het bouwen op minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning; d. lid 25.2 onder a, sub 4 voor het bouwen van een bedrijfswoning met een oppervlakte >150 m2, mits: 1

25.4.2

er in geringe mate wordt afgeweken van de bestaande maatvoeringen en gevelindeling van de karakteristieke bebouwing in de vorm van een stelp, kophals-rompboerderij of kop-rompboerderij. Toetsingscriteria

a. De in lid 25.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen afbreuk wordt gedaan aan: de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de milieusituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de watersituatie; de (openlucht) recreatiemogelijkheden; het landschappelijk beeld. 25.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van bijgebouwen voor zelfstandige bewoning; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel, anders dan in de vorm van productiegebonden detailhandel; c. het gebruik van gedeelten van een bedrijfswoning, inclusief aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en aangebouwde overkappingen bij de bedrijfswoning, voor aan-huis-verbonden beroepen, indien de beroeps-/bedrijfsvloeroppervlakte in de bedrijfswoning meer bedraagt dan 30% van de begane vloeroppervlakte van de bedrijfswoning, met een maximum van 50 m²; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden anders dan logiesverstrekking voor recreatieve bewoning in de

bedrijfswoning op de wijze van bêd and brochje ten behoeve waarvan maximaal twee kamers worden ingericht voor ten hoogste vijf logiesgasten; e. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van overige horecadoeleinden, indien de gezamenlijke horecavloeroppervlakte groter is dan 100 m².

Artikel 26 26.1

Verkeer - Railverkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Verkeer - Railverkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. spoorwegen, met daarbij inbegrepen bermen, spoorwegovergangen en dergelijke; b. een zend-/ontvangstinstallatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "zend/ontvangstinstallatie"; met de daarbij behorende: c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. groenvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; met dien verstande dat: g. de bestemming, afgezien van een plaatselijke verbreding of versmalling, niet in een wijziging van het aantal spoorbanen voorziet. 26.2

Bouwregels

a. Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: 1

ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.3 van toepassing;

b. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: 1

de bouwhoogte mag, gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf, niet meer dan 10 m bedragen.

d. Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van een zend-, ontvangstinstallatie en/of sirenemast ter plaatse van de aanduiding "zend-/ontvangstinstallatie" gelden de volgende regels: 1

26.3

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van een zend-, ontvangstinstallatie en/of sirenemast , mag niet meer dan 40 m bedragen.

Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: −

het landschappelijk beeld;

−

de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;

−

de verkeersveiligheid,

nadere eisen stellen aan: a. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 27 27.1

Verkeer - Wegverkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Verkeer - Wegverkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden; b. verlaadplaatsen voor landbouwproducten; c. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; d. openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; e. parkeer- en picknickplaatsen; f. bruggen en voorzieningen ten behoeve van de bediening van kunstwerken; g. een gasdrukmeet- en regelstation, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - gasdrukmeet- en regelstation"; h. een snellaadstation, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - snellaadstation'; met daaraan ondergeschikt: i.

water;

j. groenvoorzieningen. en ter plaatse van de aanduiding: k. een zend-/ontvangstinstallatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "zend/ontvangstinstallatie"; l.

daghoreca onder de voorwaarde dat dranken en etenswaren hoofdzakelijk overdag worden verstrekt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca";

m. "specifieke vorm van recreatie - camperplaats", tevens voor een camperplaats; De bestemming voorziet, afgezien van een plaatselijke verbreding of versmalling, niet in een ingrijpende wijziging van het profiel, met dien verstande dat het aantal rijstroken van de A7 niet meer dan 4 mag bedragen en het aantal rijstroken van overige wegen niet meer dan 2 mag bedragen. 27.2

Bouwregels

a. Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: 1

ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding – monument” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.2 van toepassing;

2

ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.3 van toepassing;

b. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van wegverkeer, openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding worden gebouwd, hiervoor gelden de volgende regels: 1

de inhoud per gebouw mag niet meer dan 50 m³ bedragen.

c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13085744/2