Bijlage 3 - Staat van wijzigingen
Tekst van het document
Met deze omgevingsvergunning is afgeweken van het huidige bestemmingsplan voor wat betreft de bouwhoogte van een gebouw op het perceel. Deze vergunning is een zogenaamd bestaand recht welke opgenomen moet worden in een nieuw bestemmingsplan. Dat wordt gedaan door het toevoegen van een maatvoeringsaanduiding in de regels en op de plankaart. In de regels wordt ‘specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwhoogte’ toegevoegd waarmee er recht wordt gedaan aan de verleende omgevingsvergunning. Op de plankaart staat opgenomen hoe hoog het gebouw binnen deze bouwaanduiding mag zijn (betreft 11 meter). Was: 6.2.2 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. gebouwen en overkappingen worden gebouwd op ten minste 3,00 meter vanaf de weg; c. de minimale afstand van gebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen, bedraagt minimaal 5,00 meter, danwel de bestande afstand indien deze minder is; d.
ter plaatse van de aanduiding ‘minimum goothoogte (m), maximum goothoogte (m), minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m), minimum dakhelling (graden), maximum dakhelling (graden)’ bedraagt de minimale en maximale goothoogte, bouwhoogte en dakhelling per bouwperceel niet meer en ook niet minder dan op de verbeelding is aangegeven, met dien verstande dat in het geval er een minimum of maximum in de aanduiding op de verbeelding niet is ingevuld geldt dat voor dit specifieke niet ingevulde onderdeel geen minimum danwel maximum geldt. Wordt: 6.2.2 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. gebouwen en overkappingen worden gebouwd op ten minste 3,00 meter vanaf de weg; c. de minimale afstand van gebouwen tot aan de zijdelingse perceelgrens, niet zijnde bedrijfswoningen, bedraagt minimaal 4,00 meter, danwel de bestaande afstand indien deze minder is; d. ter plaatse van de aanduiding ‘minimum goothoogte (m), maximum goothoogte (m), minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m), minimum dakhelling (graden), maximum dakhelling
(graden)’ bedraagt de minimale en maximale goothoogte, bouwhoogte en dakhelling per bouwperceel niet meer en ook niet minder dan op de verbeelding is aangegeven, met dien verstande dat in het geval er een minimum of maximum in de aanduiding op de verbeelding niet is ingevuld geldt dat voor dit specifieke niet ingevulde onderdeel geen minimum danwel maximum geldt; e. in afwijking van sub d mag de bouwhoogte van gebouwen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwhoogte' niet meer bedragen dan op de plankaart is aangegeven.
Nr. B.10
Artikel 6.3
Wijziging Technische aanpassingen
Motivering: In artikel 6.3 worden de afwijkingen op de bouwregels binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ gegeven. In deze regels staat twee keer bedrijfswoningen in meervoud opgenomen, terwijl er slechts één bedrijfswoning toegestaan wordt (als er naar de voorwaarden vanuit dat artikel wordt gekeken). Het aanpassing van dit artikel door bedrijfswoning in enkelvoud te benoemen maakt het direct duidelijk de afwijking alleen kan zien op maximaal één bedrijfswoning. Ook verwijst het artikel naar het Bouwbesluit 2012. Sinds de komst van de Omgevingswet bestaat het Bouwbesluit niet meer. De term Bouwbesluit 2012 kan weggelaten worden omdat het begrip ‘verblijfsgebieden’ al voldoende duidelijk is (wat daarmee wordt bedoeld). Was: 6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, voor zover geen sprake is van onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, de sociale veiligheid en/of de externe veiligheid, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 6.2.2 voor het bouwen van nieuwe bedrijfswoningen met dien verstande dat: 1. ter hoogste één bedrijfswoning per bedrijf (en bouwperceel) wordt gebouwd; 2. de noodzaak voor de bouw van een bedrijfswoning is aangetoond; 3. de bedrijfswoning milieu hygiënisch inpasbaar is; 4.
de realisatie van de bedrijfswoning geen onevenredige negatieve effecten heeft voor de toekomstige milieusituatie, wat in ieder geval inhoudt dat de geluidwerende werking van de buitengevel(s) van de verblijfsgebieden als bedoeld in het Bouwbesluit 2012 van bedrijfswoningen ten minste 30 dB(A) bedraagt; 5. de realisatie van de bedrijfswoning geen onevenredige negatieve effecten heeft voor de toekomstige verkaveling en uitgifte van het terrein; 6. de geluidsbelasting op de gevel van de bedrijfswoning als gevolg van wegverkeer niet meer bedraagt dan 48 dB dan wel een door het bevoegd gezag vastgestelde hogere waarde. Wordt: 6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, voor zover geen sprake is van onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, de sociale veiligheid en/of de externe veiligheid, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 6.2.2 voor het bouwen van een nieuwe bedrijfswoning met dien verstande dat: 1. ter hoogste één bedrijfswoning per bedrijf (en bouwperceel) wordt gebouwd; 2. de noodzaak voor de bouw van een bedrijfswoning is aangetoond; 3. de bedrijfswoning milieu hygiënisch inpasbaar is; 4.
de realisatie van de bedrijfswoning geen onevenredige negatieve effecten heeft voor de toekomstige milieusituatie, wat in ieder geval inhoudt dat de geluidwerende
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslån werking van de buitengevel(s) van de verblijfsgebieden van een bedrijfswoning ten minste 30 dB(A) bedraagt; 5. de realisatie van de bedrijfswoning geen onevenredige negatieve effecten heeft voor de toekomstige verkaveling en uitgifte van het terrein; 6. de geluidsbelasting op de gevel van de bedrijfswoning als gevolg van wegverkeer niet meer bedraagt dan 48 dB dan wel een door het bevoegd gezag vastgestelde hogere waarde.
Nr. B.11
Artikel 6.4
Wijziging Technische aanpassing ter verduidelijking dat wonen in bedrijfswoning is toegestaan
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan wordt er in artikel 6.4, de specifieke gebruiksregels, verwezen naar een ander artikel in het bestemmingsplan (definitiebepaling). Dergelijke verwijzingen zijn foutgevoelig omdat artikelen kunnen hernummeren gedurende het proces tot het vaststellen van een bestemmingsplan. In dat geval wordt er naar een verkeerd artikel verwezen. Het artikel wordt technisch aangepast waardoor er geen verwijzing meer is naar een ander artikel in het bestemmingsplan, maar dat de regel nog steeds hetzelfde voorschrijft. Was: 6.4 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. geluidszoneringsplichtige inrichtingen; b. wonen in een bedrijfswoning anders dan in de begripsbepaling (artikel 1.17) is omschreven; c. detailhandel; d. een verkooppunt voor motorbrandstoffen; e. seksinrichtingen; f. opslag van goederen en materialen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Wordt: 6.4 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. geluidszoneringsplichtige inrichtingen; b. wonen, met uitzondering van wonen in een bedrijfswoning ter plaatse van de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’; c. detailhandel; d. een verkooppunt voor motorbrandstoffen; e. seksinrichtingen; f.
opslag van goederen en materialen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.
Artikel 10: Groen Nr. B.12
Artikel 10.1
Wijziging Toevoegen mogelijkheid voor aanwezigheid inritten
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is een deel van de verkeersbestemming uit het huidige bestemmingsplan omgezet naar een groenbestemming om daarmee recht te doen aan de groene uitstraling die er nu is. Deze strook betreft de berm van de weg welke is gelegen voor de bedrijven. Door het aanpassen van de bestemming naar Groen kan er een discussie ontstaan of de bestaande (en mogelijke toekomstige) inritten van de openbare weg naar de bedrijfspercelen wel zijn
toegestaan in de Groenbestemming. Voorheen was dit een verkeersbestemming en was dit zondermeer toegestaan. Om te voorkomen dat er onduidelijkheid bestaat, wordt er binnen de bestemmingsbeschrijving opgenomen dat verhardingen (waaronder begrepen inritten) ook zijn toegestaan. Daarmee wordt dit potentiële neveneffect van het aanpassen van de bestemming opgelost. Was: 10.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. paden; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; en ter plaatse van de aanduiding: e. 'volkstuin', een volkstuin; f. 'aquaduct', een aquaduct; met daaraan ondergeschikt: g. nutsvoorzieningen; h. wegen; i. parkeervoorzieningen; j. sport- en speelvoorzieningen. Wordt: 10.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. paden; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; en ter plaatse van de aanduiding: e. 'volkstuin', een volkstuin; f. 'aquaduct', een aquaduct; met daaraan ondergeschikt: g. nutsvoorzieningen; h. wegen; i. verhardingen (waaronder een inrit); j. parkeervoorzieningen; k. sport- en speelvoorzieningen.
In de bestemming Maatschappelijk zijn algemene bouwregels opgenomen voor de gevallen dat er binnen deze bestemming monumenten of karakteristieke gebouwen aanwezig zijn. Dit zijn algemene regels die bij elke enkelbestemming worden opgenomen indien dergelijke aanduidingen voorkomen binnen die bestemming. De aanduiding ‘karakteristiek’ komt in dit bestemmingsplan niet voor binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’. Daarom kan 11.2.1 onder b als algemene bouwregel worden verwijderd. Was: 11.2.1 Algemeen Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' zijn de regels zoals opgenomen in artikel 34.1 van toepassing. b. ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels zoals opgenomen in artikel 34.2 van toepassing. Wordt: 11.2.1 Algemeen Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' zijn de regels zoals opgenomen in artikel 34.1 van toepassing.
Binnen de bestemming ‘Recreatie - Recreatiewoningen’ is een berging opgenomen waar (boten)opslag plaatsvindt. Dit is een bestaande situatie. Door het opnemen van de specifieke aanduiding die hiervoor wordt gebruikt, wordt inzichtelijk gemaakt wat de functie van dit gebouw is. Was: 18.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Recreatie - Recreatiewoningen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatiewoningen; b. woningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie permanente bewoning’; c. een tennisbaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘tennisbaan’; met de daarbij behorende: d. wegen en paden; e. groenvoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1;
met daaraan ondergeschikt: h. nutsvoorzieningen; i. sport- en speelvoorzieningen.; Wordt: 18.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Recreatie - Recreatiewoningen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatiewoningen; b. woningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie permanente bewoning’; c. een tennisbaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘tennisbaan’; d. opslag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’; met de daarbij behorende: e. wegen en paden; f. groenvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1; met daaraan ondergeschikt: i. nutsvoorzieningen; j. sport- en speelvoorzieningen.
Artikel 19: Sport Nr. B.15
Artikel 19.2.1 19.2.2
Wijziging - Toevoegen ‘overkapping’ aan bouwregel - Uitsluiten overkapping bij andere bouwwerken
Motivering: In de bouwregels staan voorschriften voor gebouwen opgenomen. Een overkapping is kan ook een gebouw zijn (indien deze twee of meer wanden heeft). Vroeger werd een overkapping alleen benoemd binnen de bouwregels van een bouwwerk geen gebouw zijnde. Daarvoor waren dan alleen hoogtematen opgenomen. Tegenwoordig worden de overkappingen onder de regels van gebouwen gezet om daarmee de situering en de maatvoering van overkappingen te kunnen reguleren. Door het toevoegen van het woordje ‘overkappingen’ in de bouwregels van 19.2.1 wordt dit duidelijk gemaakt waar een overkapping aan moet voldoen. In de bouwregels voor andere bouwwerken (19.2.2) moet de overkapping dan worden uitgesloten. Was: 19.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding ‘minimum goothoogte (m), maximum goothoogte (m), minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m), minimum dakhelling (graden), maximum dakhelling (graden)’ bedraagt de minimale en maximale goothoogte, bouwhoogte en dakhelling per bouwperceel niet meer en ook niet minder dan op de verbeelding is aangegeven, met dien verstande dat in het geval er een minimum of maximum in de aanduiding op de verbeelding niet is ingevuld geldt dat voor dit specifieke niet ingevulde onderdeel geen minimum danwel maximum geldt; c.
in afwijking van het bepaalde onder a zijn gebouwen buiten het bouwvlak toegestaan mits: 1. de maximale oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak 20% van de oppervlakte van het bouwvlak per bouwperceel bedraagt; 2. de minimale afstand tot de erfgrens 3,00 meter bedraagt; 3. de maximale bouwhoogte 4,00 meter bedraagt, met dien verstande dat indien de maximale bouwhoogte van gebouwen gelegen op hetzelfde bouwperceel als bedoeld in sub
d minder bedraagt dan 4,00 meter, de maximale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan deze hoogte. 19.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1,00 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m bedraagt; b. de bouwhoogte van voorzieningen voor het uitoefenen van de sport, zoals ballenvangers, bedraagt ten hoogste 15,00 m; c. de bouwhoogte van lichtinstallaties bedraagt ten hoogste 20,00 m; d. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; e. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m; Wordt: 19.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b.
ter plaatse van de aanduiding ‘minimum goothoogte (m), maximum goothoogte (m), minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m), minimum dakhelling (graden), maximum dakhelling (graden)’ bedraagt de minimale en maximale goothoogte, bouwhoogte en dakhelling per bouwperceel niet meer en ook niet minder dan op de verbeelding is aangegeven, met dien verstande dat in het geval er een minimum of maximum in de aanduiding op de verbeelding niet is ingevuld geldt dat voor dit specifieke niet ingevulde onderdeel geen minimum danwel maximum geldt; c. in afwijking van het bepaalde onder a zijn gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak toegestaan mits: 1. de maximale oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak 20% van de oppervlakte van het bouwvlak per bouwperceel bedraagt; 2. de minimale afstand tot de erfgrens 3,00 meter bedraagt; 3. de maximale bouwhoogte 4,00 meter bedraagt, met dien verstande dat indien de maximale bouwhoogte van gebouwen gelegen op hetzelfde bouwperceel als bedoeld in sub d minder bedraagt dan 4,00 meter, de maximale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan deze hoogte. 19.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken, niet zijnde overkappingen, gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1,00 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m bedraagt; b. de bouwhoogte van voorzieningen voor het uitoefenen van de sport, zoals ballenvangers, bedraagt ten hoogste 15,00 m; c. de bouwhoogte van lichtinstallaties bedraagt ten hoogste 20,00 m; d. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; e. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m.
Artikel 21: Verkeer - Verblijf Nr. B.16
Artikel 21.1
Wijziging Technische aanpassing
Motivering: Binnen deze bestemming is een brug toegestaan indien er een aanduiding ‘brug’ aanwezig is. Dit staat nu ook opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan echter wijkt de tekst van dit artikellid af van dezelfde functieaanduiding in andere bestemmingen. Bijvoorbeeld binnen de bestemming ‘Verkeer - Wegverkeer’. Deze aanpassing van de regel is een technische aanpassing zodat de
redactie van deze aanduiding gelijk is aan dezelfde aanduidingsregels in andere bestemmingen (voor een brug). Was: 21.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer - Verblijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; b. voet- en rijwielpaden; c. parkeervoorzieningen; d. bermen en beplanting; e. straatmeubilair; met daaraan ondergeschikt: f. oeververbindingen; g. nutsvoorzieningen; h. geluidswerende voorzieningen; i. groen; j. terrassen; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. bruggen ter plaatse van de aanduiding ‘brug’; Wordt: 21.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer - Verblijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; b. voet- en rijwielpaden; c. parkeervoorzieningen; d. bermen en beplanting; e. straatmeubilair; met daaraan ondergeschikt: f. oeververbindingen; g. nutsvoorzieningen; h. geluidswerende voorzieningen; i. groen; j. terrassen; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. een brug, ter plaatse van de aanduiding ‘brug’.
Artikel 23: Water Nr. B.17
Artikel 23.1
Wijziging - Toevoegen aanduiding voor een houtkolk - Technische aanpassingen
Motivering: Binnen deze bestemming ligt een bestaande houtkolk. Deze houtkolk dient een specifieke aanduiding te krijgen om daarmee een juridische status te geven aan deze houtkolk. Door het opnemen van deze aanduiding in de bestemmingsomschrijving, wordt dit bewerkstelligd. Was: 23.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. waterhuishoudkundige voorzieningen;
met daarbij behorende: c. waterberging; d. bermen en beplanting; e. vlonders en steigers ter plaatse van de aanduiding 'steiger'; f. aquaduct ter plaatse van de aanduiding ‘aquaduct’; g. een brug ter plaatse van de aanduiding 'brug'; h. een jachthaven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven'; met daaraan ondergeschikt: i. nutsvoorzieningen; j. groenvoorzieningen; k. wegen en paden. Wordt: 23.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. waterhuishoudkundige voorzieningen; met daarbij behorende: c. waterberging; d. bermen en beplanting; e. vlonders en steigers ter plaatse van de aanduiding 'steiger'; f. een aquaduct, ter plaatse van de aanduiding ‘aquaduct’; g. een brug, ter plaatse van de aanduiding 'brug'; h. een jachthaven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven'; i. een houtkolk, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van water - houtkolk’; met daaraan ondergeschikt: j. nutsvoorzieningen; k. groenvoorzieningen; l. wegen en paden.
Artikel 24: Wonen Nr. B.18
Artikel 24.1 24.2.2 24.2.3
Wijziging - Toevoegen aanduidingen ‘garagebox’, ‘kantoor’, ‘opslag’, ‘specifieke vorm van detailhandel - kringloopwinkel’ en ‘relatie’ - Technische aanpassing voor wat betreft maatvoeringaanduiding - Toevoegen bouwregel voor een garagebox
Motivering: In de vergelijking tussen het huidige bestemmingsplan en het ontwerpbestemmingsplan is gebleken dat er binnen de woonbestemming in het ontwerpbestemmingsplan abusievelijk specifieke aanduidingen missen ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Dit terwijl het bestaande rechten zijn. Deze aanduidingen dienen dan ook opgenomen te worden in het nieuwe bestemmingsplan om daarmee de bestaande rechten te behouden. In de bestemmingsbeschrijving van 24.1 worden deze aanduidingen opgenomen. Daarnaast is gebleken dat er binnen de woonbestemmingen van de verschillende huidige bestemmingen verschillende maatvoeringaanduidingen zijn opgenomen op de plankaart. Insteek bij het nieuwe bestemmingsplan is om de bestaande rechten te waarborgen maar wel om zo min mogelijk verschillende aanduidingen voor de maatvoering te hebben binnen een bestemming. Dat wordt in het nieuwe bestemmingsplan opgelost door een specifieke maatvoeringaanduiding te hanteren in 24.2.2
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Tenslotte is het wenselijk om een bouwregel op te nemen voor de garageboxen. Doordat de aanduiding ‘garagebox’ is opgenomen in de bestemming, is het ook nodig hier bouwregels voor op te nemen. Anders zou er geen (of nauwelijks) sprake kunnen zijn van opknappen van de garageboxen bijvoorbeeld. In de bouwregel worden de bestaande afmetingen als toegestaan omschreven. Daarmee is groot onderhoud mogelijk gemaakt. Was: 24.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in een woonhuis, al dan niet in combinatie met ruimte voor: 1. een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; 2. mantelzorg; 3. bêd en brochje; met de daarbij behorende: b. tuinen, erven en terreinen; met daaraan ondergeschikt: c. nutsvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1; e. groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen
24.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; c. de oppervlakte van een hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 150 m2; d. het aantal woningen bedraagt per hoofdgebouw ten hoogste het bestaande aantal; e. de voorgevel van het hoofdgebouw moet in de ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' aangegeven gevellijn worden gebouwd; f. ter plaatse van de aanduiding maximum goot- en bouwhoogte (m) mag de goot- en de bouwhoogte niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; g. ter plaatse van de aanduiding minimum en maximum goot- en bouwhoogte (m) en minimum en maximum dakhelling: 1. bedragen de goot- en bouwhoogte niet minder dan de minimum goot- en bouwhoogte en niet meer dan de maximum goot- en bouwhoogte, en; 2. bedraagt de dakhelling niet minder dan de minimum dakhelling en niet meer dan de maximum dakhelling; 3. mogen, in afwijking van sublid 1 en 2, de bestaande goot- en bouwhoogte en dakhelling gehandhaafd blijven, indien deze hiervan afwijken; h. per woonhuis is niet meer dan één dakopbouw per dakvlak toegestaan, met dien verstande dat: 1. als er sprake is van een dakopbouw door het verhogen van de gevel dient te worden voldaan aan het gestelde onder 24.2.6.1; 2.
als er sprake is van een dakopbouw door het verhogen van de nok dient te worden voldaan aan het gestelde onder 24.2.6.2. 24.2.3 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een woonhuis gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer dan 100m2 mag bedragen, met dien verstande dat: 1. niet meer dan 50X van het bouwperceel mag worden bebouwd, en; 2. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer dan 900 Zo van de oppervlakte van de hoofdvorm mag bedragen, en
b. in afwijking van het bepaalde onder a.2 mag bij een woning in ieder geval 50m2 aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen worden gebouwd; c. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping bedraagt ten hoogste de hoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 meter; d. de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorende bouwwerk of een aangebouwde overkapping is ten minste 1,00 meter lager dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, tenzij; 1. een hoofdgebouw bestaat uit één bouwlaag met een plat dak, dan mag een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping ten hoogste even hoog als de bouwhoogte van het hoofdgebouw; 2. een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping binnen een afstand van 3,00 meter tot de zijdelingse perceelsgrens ligt, dan is de bouwhoogte ten hoogste 7,00 meter én ten minste 1,00 meter lager dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; e. de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of overkapping bedragen ten hoogste 3,00 en 5,00 meter; f. bijbehorende bouwwerken en overkappingen worden tenminste 3,00 meter achter de gevellijn geplaatst. Wordt: De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in een woonhuis, al dan niet in combinatie met ruimte voor: 1. een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; 2. mantelzorg; 3.
bêd en brochje; met de daarbij behorende: b. tuinen, erven en terreinen; c. een garagebox, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘garagebox’; d. een kantoor, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘kantoor’; e. opslag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’; f. een kringloopwinkel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel - kringloopwinkel’; met daaraan ondergeschikt: g. nutsvoorzieningen; h. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1; i. groenvoorzieningen; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; k. een relatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'relatie'.
24.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; c. de oppervlakte van een hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 150 m2; d. het aantal woningen bedraagt per hoofdgebouw ten hoogste het bestaande aantal; e. de voorgevel van het hoofdgebouw moet in de ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' aangegeven gevellijn worden gebouwd; f. ter plaatse van de aanduiding ‘minimum goothoogte (m), maximum goothoogte (m), minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m), minimum dakhelling (graden), maximum dakhelling (graden)’ bedraagt de minimale en maximale goothoogte, bouwhoogte en dakhelling per bouwperceel niet meer en ook niet minder dan op de verbeelding is aangegeven, met dien verstande dat in het geval er een minimum of maximum in de aanduiding op de verbeelding niet is ingevuld geldt dat voor dit specifieke niet ingevulde onderdeel geen minimum danwel maximum geldt; g. per woonhuis is niet meer dan één dakopbouw per dakvlak toegestaan, met dien verstande dat:
1. als er sprake is van een dakopbouw door het verhogen van de gevel dient te worden voldaan aan het gestelde onder 24.2.6.1; 2. als er sprake is van een dakopbouw door het verhogen van de nok dient te worden voldaan aan het gestelde onder 24.2.6.2. 24.2.3 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een woonhuis gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer dan 100m2 mag bedragen, met dien verstande dat: 1. niet meer dan 50‘Xo van het bouwperceel mag worden bebouwd, en; 2. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer dan 90X van de oppervlakte van de hoofdvorm mag bedragen, en b. in afwijking van het bepaalde onder a.2 mag bij een woning in ieder geval 50m2 aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen worden gebouwd; c. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping bedraagt ten hoogste de hoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 meter; d. de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorende bouwwerk of een aangebouwde overkapping is ten minste 1,00 meter lager dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, tenzij; 1.
een hoofdgebouw bestaat uit één bouwlaag met een plat dak, dan mag een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping ten hoogste even hoog als de bouwhoogte van het hoofdgebouw; 2. een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping binnen een afstand van 3,00 meter tot de zijdelingse perceelsgrens ligt, dan is de bouwhoogte ten hoogste 7,00 meter én ten minste 1,00 meter lager dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; e. de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of overkapping bedragen ten hoogste 3,00 en 5,00 meter; f. bijbehorende bouwwerken en overkappingen worden tenminste 3,00 meter achter de gevellijn geplaatst; g. binnen de aanduiding ‘garagebox’ is het bestaande bebouwd oppervlakte en de bestaande gooten bouwhoogte toegestaan.
Artikel 25: Wonen - Woonboerderij Nr. B.19
Artikel 25.2.2
Wijziging Wijziging van de maatvoeringaanduiding
Motivering: Binnen de woonbestemmingen van de verschillende huidige bestemmingen zijn verschillende maatvoeringaanduidingen opgenomen op de plankaart. Insteek bij het nieuwe bestemmingsplan is om de bestaande rechten te waarborgen maar wel om zo min mogelijk verschillende aanduidingen voor de maatvoering te hebben binnen een bestemming. Dat wordt in het nieuwe bestemmingsplan opgelost door een specifieke maatvoeringaanduiding te hanteren in 25.2.2 Was: 25.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; c. het aantal woningen bedraagt per hoofdgebouw ten hoogste het bestaande aantal; d. de voorgevel van het hoofdgebouw moet in de ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' aangegeven gevellijn worden gebouwd; e. ter plaatse van de aanduiding maximum goot- en bouwhoogte (m) mag de goot- en de bouwhoogte niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; f. ter plaatse van de aanduiding minimum en maximum goot- en bouwhoogte (m) en minimum en maximum dakhelling:
1. bedragen de goot- en bouwhoogte niet minder dan de minimum goot- en bouwhoogte en niet meer dan de maximum goot- en bouwhoogte, en; 2. bedraagt de dakhelling niet minder dan de minimum dakhelling en niet meer dan de maximum dakhelling; 3. mogen, in afwijking van sublid 1 en 2, de bestaande goot- en bouwhoogte en dakhelling gehandhaafd blijven, indien deze hiervan afwijken; Wordt: 25.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; c. het aantal woningen bedraagt per hoofdgebouw ten hoogste het bestaande aantal; d. de voorgevel van het hoofdgebouw moet in de ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' aangegeven gevellijn worden gebouwd; e. ter plaatse van de aanduiding ‘minimum goothoogte (m), maximum goothoogte (m), minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m), minimum dakhelling (graden), maximum dakhelling (graden)’ bedraagt de minimale en maximale goothoogte, bouwhoogte en dakhelling per bouwperceel niet meer en ook niet minder dan op de verbeelding is aangegeven, met dien verstande dat in het geval er een minimum of maximum in de aanduiding op de verbeelding niet is ingevuld geldt dat voor dit specifieke niet ingevulde onderdeel geen minimum danwel maximum geldt.
Artikel 26: Wonen - Woongebouw Nr. B.20
Artikel 26.2.1 26.2.2
Wijziging - Toevoegen aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - monument’ - Wijziging van de maatvoeringaanduiding
Motivering: In de bestemmingen van het ontwerpbestemmingsplan zijn algemene bouwregels opgenomen voor de gevallen dat er binnen een bestemming monumenten of karakteristieke gebouwen aanwezig zijn. Dit zijn algemene regels die bij elke enkelbestemming worden opgenomen indien dergelijke aanduidingen voorkomen binnen die bestemming. De aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - monument’ komt wel op de plankaart voor in de bestemming ‘Wonen - Woongebouw’, maar abusievelijk niet in de regels. Dit wordt hersteld.
Daarnaast zijn er binnen de woonbestemmingen van de verschillende huidige bestemmingen verschillende maatvoeringaanduidingen opgenomen op de plankaart. Insteek bij het nieuwe bestemmingsplan is om de bestaande rechten te waarborgen maar wel om zo min mogelijk verschillende aanduidingen voor de maatvoering te hebben binnen een bestemming. Dat wordt in het nieuwe bestemmingsplan opgelost door een specifieke maatvoeringaanduiding te hanteren in 26.2.2 Was: 26.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen bedraagt per woongebouw ten hoogste het bestaande aantal, dan wel het ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” aangegeven aantal; c. ter plaatse van de aanduiding “maximum bouwhoogte (m)” mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven.
Wordt: 26.2.1 Algemeen Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding - monument” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1 van toepassing. 26.2.2 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen bedraagt per woongebouw ten hoogste het bestaande aantal, dan wel het ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” aangegeven aantal; c. ter plaatse van de aanduiding ‘minimum goothoogte (m), maximum goothoogte (m), minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m), minimum dakhelling (graden), maximum dakhelling (graden)’ bedraagt de minimale en maximale goothoogte, bouwhoogte en dakhelling per bouwperceel niet meer en ook niet minder dan op de verbeelding is aangegeven, met dien verstande dat in het geval er een minimum of maximum in de aanduiding op de verbeelding niet is ingevuld geldt dat voor dit specifieke niet ingevulde onderdeel geen minimum danwel maximum geldt.
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân
C. Wijzigingen van de verbeelding In het onderstaand overzicht worden de wijzigingen in de verbeelding (plankaart) opgenomen. Deze wijzigingen kunnen komen door een zienswijze ofwel door een ambtshalve wijziging. Dat wordt vermeld per aanpassing. De kolommen van de tabel hebben de volgende betekenis: Nr. = nummer van de wijziging. C.1 betekent de eerste wijziging Reden = de reden voor de aanpassing (ambtshalve of op basis van een zienswijze Adres = het perceel waar de wijziging op ziet Wijziging = wat voor wijziging het betreft
Nr. C.1
Reden Ambtshalve
Adres Oudega, Hagenadyk 2
Wijziging Aanpassing gevellijn
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is de gevellijn op dit perceel niet op de juiste plaats en in de juiste breedte weergegeven. Dit is ontstaan vanwege het op elkaar leggen van verschillende kaarten (technisch). Deze gevellijn geeft de zogenaamde voorgevelrooilijn aan (de voorkant van het perceel). Deze gevellijn is aangepast zodat deze op de rand van het perceel ligt, zoals dit ook in het huidige bestemmingsplan is gelegen. Was:
Wordt:
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Nr. C.2
Reden Ambtshalve
Adres Oudega, Hoytemadyk 2
Wijziging Toevoegen aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf jachtwerf’
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan heeft het perceel de bedrijfsbestemming net zoals dit in het vigerende bestemmingsplan aanwezig is. In het vigerend bestemmingsplan ligt er op dit perceel ook een functieaanduiding voor een jachtwerf. Deze jachtwerf is nog steeds aanwezig. In het ontwerpbestemmingsplan is de functieaanduiding voor de jachtwerf niet overgenomen. Dat is onterecht geweest aangezien het een bestaand recht is. Dat wordt hiermee hersteld. Op het perceel wordt conform het bestaande bestemmingsplan de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - jachtwerf’ toegevoegd. Hiermee wordt recht gedaan aan de bestaande rechten. Was:
Wordt:
Nr. C.3
Reden Ambtshalve
Adres Oudega, De Joodyk 9G
Wijziging Toevoegen aanduiding ‘bedrijfswoning’
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is er op dit perceel geen aanduiding voor een bedrijfswoning opgenomen. In het huidige bestemmingsplan en in het ontwerpbestemmingsplan zijn bedrijfswoningen op het bedrijventerrein niet toegestaan, tenzij er een functieaanduiding is opgenomen. Dee functie-aanduiding wordt op een perceel gelegd in de gevallen dat er een (legaal aanwezige) bestaande bedrijfswoning aanwezig is. Voor het perceel De Joodyk 9G te Oudega is gebleken dat er een bestaande bedrijfswoning aanwezig is middels verleende omgevingsvergunning. Op basis daarvan dient er een functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ op deze bedrijfswoning gelegd te worden om daarmee recht te doen aan de bestaande rechten.
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Was:
Wordt:
Nr. C.4
Reden Ambtshalve
Adres Oudega, De Joodyk 9G
Wijziging Opnemen bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwhoogte’ en de maatvoering hierop aanpassen.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan zijn er bouwregels opgenomen voor de goot- en bouwhoogte van gebouwen en ook voor de dakhelling. Dit zijn standaard regels die zijn overgenomen vanuit het huidige bestemmingsplan. In het geval er een omgevingsvergunning is verleend waarbij er is afgeweken voor de voorgeschreven maatvoering vanuit het bestemmingsplan, dan is dat een bestaand recht. Voor dit perceel is er een omgevingsvergunning verleend waarbij er voor de bouwhoogte is afgeweken van het huidige bestemmingsplan. Deze afwijkende bouwhoogte is een bestaand recht en middels het opnemen van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwhoogte’ wordt hier recht aan gedaan. Hiermee wordt deze afwijkende bouwhoogte, alleen voor dit perceel, bij recht mogelijk gemaakt.
Was:
Wordt:
Nr. C.5
Reden Ambtshalve
Adres Oudega, De Joodyk 9D
Wijziging - Toevoegen functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’. - Aanpassing (verkleining) van de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone - wijzigingsgebied 1’.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone - wijzigingsgebied 1’ 1-op-1 overgenomen vanuit het huidige bestemmingsplan. Binnen deze wetgevingszone is het mogelijk om bedrijven met categorie 3.1 mogelijk te maken in plaats van de standaard toegestane bedrijven in categorie 1 en 2. Hiervoor worden dan wel voorwaarden gegeven. Voor het perceel De Joodyk 9D te Oudega is op 10 mei 2022 een wijzigingsplan vastgesteld onder de naam ‘Watersportbedrijf de Werff te Oudega’. Middels dit wijzigingsplan is gebruik gemaakt van de genoemde wetgevingszone om een bedrijf in categorie 3.1 mogelijk te maken. Dit wijzigingsplan is niet verwerkt in he ontwerpbestemmingsplan terwijl dat wel had gemoeten. Dat wordt nu hersteld. Dat houdt in dat op het perceel de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’ wordt toegevoegd. Daarnaast wordt de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone wijzigingsgebied 1’ van het perceel gehaald. Deze gebiedsaanduiding heeft namelijk voor dit perceel geen enkele waarde meer doordat er al bedrijven met categorie 3.1 zijn toegestaan. De grenzen van de aanduidingen zijn op kleine onderdelen aangepast ten opzichte van het wijzigingsplan vanwege de kadastrale eigendommen (die niet exact overeen komen met het wijzigingsplan). De grenzen (waaronder die van ‘wetgevingszone - wijzigingsgebied 2’) zijn hierop aangepast.
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Met deze aanpassingen wordt recht gedaan aan de mogelijkheden vanuit het genoemde wijzigingsplan. Was:
Wordt:
Nr. C.6
Reden Ambtshalve
Adres Nabij Koetshúsleane 1 Woudsend
Wijziging Opnemen van de functieaanduiding ‘garagebox’.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan ligt er op dit perceel de woonbestemming. Net zoals dat in het huidige bestemmingsplan aan de orde is. Tijdens de inloopmiddag in Woudsend is naar voren gekomen dat op een deel van het perceel bestaande garageboxen aanwezig zijn. Die hebben in het
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân ontwerpbestemmingsplan nu geen status (niet anders dan een bijbehorend bouwwerk bij en woning). Dat is onwenselijk. Garageboxen krijgen in de bestemmingsplannen van de gemeente doorgaans een speciale functieaanduiding. Daarmee is duidelijk dat het een garagebox mag zijn. Door het opnemen van de functieaanduiding ‘garagebox’ wordt er recht gedaan aan de bestaande situatie en krijgen de garageboxen de status die nodig is. Was:
Wordt:
Nr. C.7
Reden Zienswijze 5
Adres J.S. Hoekstrastrjitte 2 Woudsend
Wijziging Aanpassen grens bestemming Wonen ten koste van deel bestemming Tuin.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is de grens van het bouwvlak voor de woonbestemming overgenomen van het huidige bestemmingsplan. Het deel van de huidige bestemming ‘Woongebied’ ten westen van de woning heeft in het ontwerpbestemmingsplan ‘Tuin’ gekregen. Dit analoog aan de gebruikelijke werkwijze bij nieuwe bestemmingsplannen. Tegen deze aanpassing naar ‘Tuin’ voor dat deel van het perceel is een zienswijze ingedie nd. De eigenaren van de woning op het adres J.S. Hoekstrastrjitte 2 te Woudsend geven hierin aan dat het opnemen van een tuinbestemming de mogelijkheden voor een bijgebouw bij de woning onmogelijk maken. Het wijkt ook af van het huidige bestemmingsplan (waarin er wel een woonbestemming op dat deel ligt). Bijkomend aspect is dat er een conceptaanvraag omgevingsvergunning is geweest onder het kenmerk VB20220279. Daarin is onder meer opgenomen dat bij een nieuw bestemmingsplan wij dit een woonbestemming geven/laten.
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Nadere bestudering van de plaatselijke situatie en de bestaande rechten, maakt dat de grens van d woonbestemming wordt aangepast aan het huidige bestemmingsplan. Dat houdt concreet in dat een deel van de tuinbestemming weer wordt teruggezet naar de woonbestemming. Gelijktijdig met deze wijziging, wordt aan de overzijde van de weg ook een aanpassing van de gres tussen de woonbestemming en de tuinbestemming doorgevoerd. Daarmee worden de mogelijkheden voor de vergelijkbare percelen gelijkgetrokken. Deze aanpassingen zijn mede mogelijk vanwege de grote groene buffer (bestemming Groen) tussen de woonpercelen en de weg. Was:
Wordt:
Nr. C.8
Reden Ambtshalve
Adres Koetshúsleane 30 Woudsend
Wijziging Het figuur ‘relatie’ wordt nu met het goede hoofdgebouw verbonden
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is een bestemmingsvlak opgenomen voor een vrijstaand bijgebouw. Dit vrijstaand bijgebouw staat in de tuinbestemming, maar is middels vergunning op deze locatie toegestaan. Daarom zit er een woonbestemming op. Omdat dit bijgebouw bij een hoofdgebouw hoort, wordt er tussen dit bijgebouw een relatie gelegd met een hoofdgebouw. Uit een zienswijze komt naar voren dat het bijgebouw aan het verkeerde hoofdgebouw is gerelateerd. Dit wordt hersteld. Het figuur ‘relatie” (verbindingstreepje) wordt gekoppeld aan het juiste hoofgebouw.
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Was:
Wordt:
Nr. C.9
Reden Zienswijze 2 Zienswijze 3
Adres De Greiden 1 t/m 131 Woudsend
Wijziging De bouwstroken en gevellijn worden in het bestemmingsplan opgenomen.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan zijn op de percelen De Greiden 1 t/m 131 te Woudsend bouwvlakken opgenomen conform de standaard werkwijze binnen de gemeente. Dit is voor deze locatie echter onwenselijk omdat het een bijzondere locatie is. Dat vraagt om maatwerk waarbij er recht wordt gedaan aan de bestaande rechten vanuit het huidige bestemmingsplan. Dat betekent dat er in plaats van een bouwvlak weer bebouwingstoken worden opgenomen. Hierbinnen moet dan de bebouwing gaan plaatsvinden. Dat komt overeen met het bestaande bestemmingsplan. Daarnaast heeft het huidige bestemmingsplan een gevellijn. Deze lijn maakt duidelijk wat de voorgevel is. Dit is de waterzijde. Consequentie van deze lijn is dat er niet aan de waterzijde mag worden gebouwd (voorerf). Deze gevellijn is niet opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan en dat is onwenselijk. Daarom wordt deze gevellijn ook in dit nieuwe bestemmingsplan opgenomen op dezelfde plek als in het huidige bestemmingsplan. Conclusie is dat de bestaande rechten vanuit het huidige bestemmingsplan ook in het nieuwe bestemmingsplan terugkomen. De indiener van de zienswijze verzoekt hier ook om.
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Was:
Wordt:
Nr. C.10
Reden Ambtshalve
Adres Nr tegenover nummer 20 Indyk
Wijziging De bestemming Bedrijf-Nutsvoorziening wordt op gebouwtje gelegd.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is een gebouw ten behoeve van een nutsvoorziening abusievelijk de bestemming ‘Recreatie - recreatiewoning’ gelegd. Normaal gesproken worden dergelijke nutsgebouwtjes apart bestemd om daarmee zichtbaar te maken waar ze staan en om hier specifieke bouwregels voor te kunnen geven. Gebleken is dat er een nutsgebouwtje aanwezig is tegenover huisnummer 20 (Nr) waar nog geen specifieke bestemming op gelegd is. Dat wordt hiermee hersteld. Was:
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Wordt:
Hft-RW+ż
Nr. C.11
Reden Zienswijze 7
Adres Lynbaen 10 Woudsend
Wijziging De functieaanduiding bedrijfswoning wordt op het perceel gelegd.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is op het perceel Lynbaen 10 te Woudsend de bestemming ‘recreatie - kampeerterrein’ gelegd. Dit overeenkomstig de bestemming in het huidige bestemmingsplan. In het huidige bestemmingsplan is ook een bedrijfswoning toegestaan op dit perceel. Omdat deze bedrijfswoning niet aanwezig is op het perceel, is deze functieaanduiding niet opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. In de zienswijze komt naar voren dat deze functieaanduiding op het perceel wel wenselijk is voor de eigenaar. In de regel nemen wij bestaande rechten over vanuit het huidige bestemmingsplan, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen. Dat heeft te maken met het behoud van de bestaande rechten. Er zijn geen gerechtvaardigde redenen om geen bedrijfswoning toe te staan op deze locatie. Een bedrijfswoning is binnen deze bestemming niet ongebruikelijk. Daarnaast geeft het huidige bestemmingsplan ook het recht op een bedrijfswoning. Gelet daarop wordt in het nieuwe bestemmingsplan de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ opgenomen. Was:
Wordt:
Nr. C.12
Reden Ambtshalve
Adres Nabij De Greiden 1 Woudsend
Wijziging Gebouw krijgt de aanduiding ‘opslag’ in plaats van bouwvlak voor een zelfstandige recreatiewoning.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan heeft een bestaand gebouw nabij De Greinden 1 in Woudsend een bouwvlak gekregen. Dit is opgenomen omdat in eerste instantie is gedacht dat er sprake was van een zelfstandige recreatiewoning. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat het geen zelfstandige recreatiewoning is maar een bijgebouw (waarin opslag plaatsvindt) bij een recreatiewoning. In het nieuwe bestemmingsplan wordt het bouwvlak eraf gehaald, net zoals de maatvoeringaanduiding. Vervolgens wordt de functieaanduiding ‘opslag’ opgenomen. Daarmee wordt recht gedaan aan de huidige situatie. Was:
Nr. C.13
Reden Ambtshalve
Adres De Greiden t.o. 1
Wijziging De verkeersbestemming van particulier terrein wordt er vanaf gehaald.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is er op een strookje grond een verkeersbestemming opgenomen. Gebleken is echter dat het geen openbare weg is, maar particuliere grond. Het is geen onderdeel van de weg en daarom is de verkeersbestemming niet wenselijk. De bestemming op dit stukje grond wordt omgezet naar de hoofdbestemming eromheen (recreatie - recreatiewoning). Dat doet recht aan de bestaande situatie (waarbij rekening wordt gehouden met het feitelijk gebruik).
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Was:
Wordt:
Nr. C.14
Reden Zienswijze 3
Adres De Greiden Woudsend, meerdere percelen
Wijziging Het opnemen van de functieaanduiding ‘gevellijn vrijstelling serres’.
Motivering: In het huidige bestemmingsplan is voor specifieke percelen een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor de bouw van serres. Deze afwijking is in het huidige bestemmingsplan gekomen doordat daarmee de recreatiewoningen die aan twee zijden aan het water liggen toch mogelijkheden krijgen om iets te kunnen uitbreiden. In de regels van het huidige bestemmingsplan zag dit op de huisnummers 12, 25, 26, 38, 39, 49, 50, 55, 85, 86,103, 118, 119, 128 en 129. Huisnummer 104 staat hier niet tussen, echter heeft dit perceel op de plankaart wel de gevellijn gekregen. In de zienswijze wordt gewezen op dit voortraject van het huidige bestemmingsplan en de bestaande rechten die er nu zijn in het huidige bestemmingsplan. Het betreft een specifieke bouwregel. Deze functieaanduiding wordt weer opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan onder eenzelfde soort afwijkingsmogelijkheid. Daarmee wordt er recht gedaan aan de bestaande rechten. Deze functieaanduiding wordt op dezelfde percelen gelegd als in het huidige plan (waaronder huisnummer 104).
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Was:
Wordt:
Nr. C.15
Reden Ambtshalve
Adres Bedrijventerrein De Welle
Wijziging Het contour van de geluidszone wordt aangepast
Motivering: De contour van de bestaande geluidszone in het bestemmingsplan is niet 1-op-1 overgekomen in het ontwerpbestemmingsplan. Dat wordt hiermee hersteld. Was:
Wordt:
Nr. C.16
Reden Ambtshalve
Adres Vosseleane 16 t/m 20 Woudsend
Wijziging De functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein - uitsluiting inrichtingen art. 41 Wet geluidhinder’ wordt toegevoegd.
Motivering: In het huidige bestemmingsplan is voor een deel van het bedrijventerrein een specifieke functieaanduiding opgenomen. Deze functieaanduiding is bedoeld om de zogenaamde grote lawaaimakers niet te laten vestigen op deze percelen. Deze bedrijfspercelen liggen relatief dicht bij woonbebouwing. Deze specifieke functieaanduiding is niet opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan en dat wordt hiermee hersteld. Was:
Nr. C.17
Reden Zienswijze 10
Adres Naast B.W. Okmastrjitte 11 Woudsend
Wijziging Er wordt een gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone gasdrukmeet- en regelstation’ rondom een nutsgebouw geplaatst.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is er voor een nutsgebouwtje de bestemming ‘Bedrijf Nutsvoorziening’ opgenomen. Het is een groter nutsgebouw (daar wordt meer bescherming aangegeven dat de kleine nutsgebouwtjes). Dit wordt standaard gedaan voor dergelijke nutsgebouwen. In de zienswijze van Liander wordt gevraagd om ook een zogenaamde zone rondom het nutsgebouwtje te plaatsen om daarmee het nutsgebouw meer te beschermen. Binnen deze zone mogen dan geen activiteiten plaatsvinden die de werking van het nutsgebouw kunnen beïnvloeden. Rondom het nutsgebouw ligt nu de bestemming ‘Groen’. Het opnemen van de gebiedsaanduiding heeft geen effect op bouw- en/of gebruiksmogelijkheden van aanliggende gronden. Mede gelet
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân daarop wordt er rondom het nutsgebouw de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation’ opgenomen. Was:
Wordt:
Nr. C.18
Reden Zienswijze 10
Adres Tegenover De Zwaan 16 Woudsend
Wijziging - de bestemming ‘Bedrijf-nutsvoorziening’ wordt op het nutsgebouw gelegd - Er wordt een gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone gasdrukmeet- en regelstation’ rondom een nutsgebouw geplaatst.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is een gebouw ten behoeve van een nutsvoorziening abusievelijk geen specifieke bedrijfsbestemming opgenomen. Normaal gesproken worden dergelijke nutsgebouwtjes apart bestemd om daarmee zichtbaar te maken waar ze staan en om hier specifieke bouwregels voor te kunnen geven. Gebleken is dat er een nutsgebouwtje aanwezig is tegenover De Zwaan 16 te Woudsend waar nog geen specifieke bestemming op gelegd is. Dat wordt hiermee hersteld. Daarnaast heeft Liander in haar zienswijze gevraagd een gebiedsaanduiding rondom dit nutsgebouw te leggen om daarmee het nutsgebouw meer te beschermen. Binnen deze zone mogen dan geen activiteiten plaatsvinden die de werking van het nutsgebouw kunnen beïnvloeden. Het opnemen van de gebiedsaanduiding heeft geen effect op bouw- en/of gebruiksmogelijkheden van aanliggende gronden. Mede gelet daarop wordt er rondom het nutsgebouw de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation’ opgenomen.
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Was:
Wordt:
Nr. C.19
Reden Zienswijze 11
Adres Vosseleane 73 Woudsend
Wijziging De functieaanduiding ‘verkooppunt motorbrandstoffen zonder Ipg’ wordt op het perceel gelegd.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan heeft het perceel Vosseleane 73 te Woudsend een bedrijfsbestemming gekregen. Dit overeenkomstig de bestaande bestemming vanuit het huidige bestemmingsplan. Gebleken is dat op dit perceel een benzinestation aanwezig is. Voor dergelijke verkooppunten wordt in de nieuwe bestemmingsplannen altijd een functieaanduiding opgenomen omdat hiermee inzichtelijk is waar het verkooppunt staat en hier dan ook rekening mee gehouden kan worden bij nieuwe ontwikkelingen (en de minimale afstanden die dan aangehouden moeten worden).
Was:
Wordt:
Nr. C.20
Reden Ambtshalve
Adres Molenbiotoop in Woudsend
Wijziging De molenbiotoop wordt op de juiste wijze in het plan opgenomen.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is de molenbiotoop niet goed opgenomen. Het deel van het plangebied in het ontwerpbestemmingsplan wat nu nog in het bestemmingsplan ‘Woudsend - It Skar’ is opgenomen, heeft geen molenbiotoop. Dat betekent dat in het ontwerpbestemmingsplan de molenbiotoop een onderbreking heeft wat onwenselijk is. De Molenbiotoop wordt aangepast zodat deze ook over het deel It Skar komt te liggen. Daarmee wordt de molen beschermd zoals dat gebruikelijk is in nieuwe bestemmingsplannen. Was:
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Wordt:
Nr. C.21
Reden Ambtshalve
Adres Vosseleane 11 t/m 25 en Wellewei 4 te Woudsend
Wijziging Bouwvlakken worden verkleind.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan zijn de bouwvlakken van de woonbestemmingen op de percelen Vosseleane 11 tot en met 25 en Wellewei 4 vergroot ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Dit is gedaan omdat de bestemmingsvlakken daarmee gelijk zijn aan de standaardbouwvlakken die wij als gemeente hanteren voor woonbestemmingen. Gebleken is echter dat deze vergroting van de bouwvlakken op deze locaties niet mogelijk is zonder consequenties. Deze bouwvlakken vallen namelijk allemaal in de gebiedsaanduiding ‘geluidszoneindustrie’. Deze gebiedsaanduiding ligt op een deel van deze percelen vanwege het (gezoneerd) bedrijventerrein. Indien er binnen een dergelijke geluidszone uitbreidingen worden toegestaan van woningen (geluidgevoelige objecten), dan zal met een akoestisch onderzoek onderbouwd moeten worden dat dit ook mogelijk is op basis van de geluidwetgeving. Deze verplichting voor het uitvoeren van dit akoestisch onderzoek ligt normaal gesproken bij de initiatiefnemer zelf. Echter, als de gemeente zelf de bouwmogelijkheden uitbreidt in een bestemmingsplan, dan zal de gemeente zelf deze akoestische onderzoeken moeten uitvoeren ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening (onderbouwing bij bestemmingsplan). Dat is onwenselijk.
Door vast te houden aan de bouwvlakken vanuit het huidige bestemmingsplan, is er geen verplichting voor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek door de gemeente. Deze verplichting is dan weer voor de initiatiefnemer indien deze zou willen uitbreiden. Dat is zoals het beoogd is en ook in andere gevallen aan de orde is. De bouwvlakken worden dus verkleind ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan waarbij deze bouwvlakken gelijk blijven ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. De bestaande rechten blijven dus gelijk.
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Was:
Wordt:
Nr. C.22
Reden Ambtshalve
Adres De Zwaan 34 Woudsend
Wijziging Het bouwvlak en bestemmingsvlak wordt iets verkleind.
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is het bestemmingsvlak en het bouwvlak van het bedrijfsperceel opgenomen zoals dit ook in het huidige bestemmingsplan al was opgenomen. Nadere bestudering heeft ons echter geleerd dat de feitelijke situatie (kadastrale grenzen) anders lopen dan de grenzen die in het huidige bestemmingsplan zijn opgenomen. De eigendomsgrenzen (en de feitelijke inrichting van de percelen) worden aangehouden voor wat betreft de nieuwe grens van de bestemming (en het bouwvlak). Consequentie hiervan is dat een strook grond van de gemeente nu de groenbestemming krijgt (conform de feitelijke inrichting). Dit sluit dan aan op de bestaande groenbestemming. Met deze aanpassing wordt het bedrijf niet beperkt in de mogelijkheden. Was:
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Wordt:
Nr. C.23
Reden Ambtshalve
Adres Koetshúsleane 24 Woudsend
Wijziging De functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ wordt op het perceel gelegd
Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is op dit perceel de bedrijfsbestemming opgenomen. In deze bedrijfsbestemming zijn bedrijfswoningen alleen toegestaan indien er een specifieke functieaanduiding is opgenomen. Deze functieaanduiding wordt op een perceel gelegd in de gevallen dat er een bestaande bedrijfswoning aanwezig is. Op dit perceel is een bestaande bedrijfswoning aanwezig en dus dient de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ op deze bedrijfswoning opgenomen te worden om recht te doen aan de bestaande rechten. Dat wordt hiermee dus ook gedaan. Was:
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Wordt:
Nr. C.24
Reden Ambtshalve
Adres Meerdere adressen op: - De Zwaan - Wellewei - Vosseleane
Wijziging Opnemen van de functieaanduiding ‘bedrijfswoning” op meerdere percelen in het plangebied.
te Woudsend - De Joodyk te Oudega Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan zijn de bedrijfsbestemmingen vanuit de huidige bestemmingsplannen overgenomen (bestemming ‘Bedrijventerrein’). Binnen deze bestaande bedrijfsbestemmingen zijn geen bedrijfswoningen opgenomen op de plankaart. Er zijn echter wel meerdere bedrijfswoningen feitelijk aanwezig op de bedrijfspercelen inmiddels. Er heeft een inventarisatie plaatsgevonden op de bedrijventerreinen om zo inzichtelijk te krijgen waar bedrijfswoningen aanwezig zijn. Deze inventarisatie wordt nu verwerkt in het bestemmingsplan door middel van het opnemen van de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ op die percelen waar nu feitelijk een bedrijfswoning aanwezig is. Dit gaat om de volgende adressen waarop de functieaanduiding wordt gelegd: -
Nr. C.25
De Zwaan nummers: 2, 4, 8, 10, 12, 14, 18, 20, 22, 24 en 26 Wellewei nummers: 1 en 3 Vosseleane nummers: 16, 22, 28, 27 t/m 37, 38, 39, 40, 47, 49, 55, 63, 67, 71A De Joodyk nummers: 3, 7, 9, 9A, 9B, 9C, 9E, 9G, 11, 13
Reden Zienswijze 6
Adres Woudsend
Wijziging Toevoegen dubbelbestemming ‘Waarde Cultuurhistorie Stinzen States Buitenplaatsen en Klooster’
Motivering: Naar aanleiding van een zienswijze van de provincie is gebleken dat op een klein deel van Woudsend een dubbelbestemming ontbreekt. Deze dubbelbestemming, ‘Waarde - Cultuurhistorie Stinzen States Buitenplaatsen en Klooster’, had ook al in het ontwerpbestemmingsplan aanwezig moeten zijn. Dat is abusievelijk niet gedaan en dat wordt hiermee hersteld.
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Was:
Wordt:
Nr. C.26
Reden Zienswijze 6
Adres Oudega en Woudsend
Wijziging Aanpassen contour dubbelbestemming ‘Waarde Cultuurhistorisch waardevolle lijnen’
Motivering: Naar aanleiding van een zienswijze van de provincie is gebleken dat de dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie waardevolle lijnen’ niet overal goed op de plankaart terecht is gekomen. Dit wordt hiermee hersteld. Het ziet op een deel in Oudega (waterweg) en Woudsend. Was (deel Oudega):
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Wordt (deel Oudega):
Wordt (deel Woudsend):
Nr. C.27
Reden Zienswijze 6
Adres Woudsend
Wijziging Aanpassen contour dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 1 ’
Motivering: Naar aanleiding van een zienswijze van de provincie is gebleken dat er op een perceel (met de verkeersbestemming) een strook is waar een zwaardere archeologische bescherming moet gaan gelden op basis van de FAMKE-kaart. Op dit strookje grond wordt de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 1’ gelegd.
Gemeente
Swc/ivesŕ-Fryslân Was: