Bijlage 3 - Bestemmingsplan Hindeloopen
Tekst van het document
Bij een wijziging van de functie wordt opgenomen naar welke bestemming de wijziging kan plaatsvinden. Het is niet noodzakelijk om in de wijziging aan te geven welke regels van toepassing zijn. De regels zijn automatisch gekoppeld aan de bestemming waarin wordt gewijzigd, behalve in het geval van wijziging in een bestemming die nog niet in het plan zit of als een wijziging in meerdere bestemmingen mogelijk is. In het eerste geval kunnen de randvoorwaarden in de wijzigingsbevoegdheid zelf worden opgesomd. Hieraan moet bij wijziging worden voldaan. De wijziging die over meerdere bestemmingen plaatsvindt is vaak aangeduid op de verbeelding en geregeld in de algemene wijzigingsregels. 5.2.3 Algemene regels Hierin staan de regelingen over de afstemming met andere regelgeving (waaronder een anti-dubbeltelbepaling) en de algemene procedurebepalingen, afwijkingsregels en/of wijzigingsbevoegheden. De stedenbouwkundige bepalingen (bijvoorbeeld parkeerbepaling) die vroeger waren opgenomen in de Bouwverordening worden in dit hoofdstuk als algemene bouwregels opgenomen. De algemene regels gelden voor alle bestemmingen, tenzij ze gekoppeld zijn aan een specifieke aanduiding, bijvoorbeeld bij een geluidzone rond een industrieterrein. 5.2.4
Overgangs- en slotregel
Voor de overgangsregels wordt verwezen naar het Besluit ruimtelijke ordening. Hierbij wordt per 1 oktober 2010 de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in acht te genomen. De formulering van de overgangs- en slotregels is vastgelegd in de landelijke Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP).
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
57
5.3
Procedure
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staan de regels voor de bestemmingsplanprocedure. De procedure bestaat uit de volgende onderdelen: Voorbereiding −
De gemeente bekijkt de bestaande situatie en de mogelijke ontwikkelingen in het gebied waarvoor het bestemmingsplan geldt.
−
Er wordt een nieuw voorontwerpbestemmingsplan gemaakt.
−
Het voorontwerp wordt toegestuurd aan diverse besturen en diensten, zoals het Rijk, de Provincie en het Waterschap. Zij kunnen hun reactie geven op het bestemmingsplan.
−
Het bestemmingsplan wordt eventueel ook voor inspraak ter inzage gelegd. Iedereen kan dan binnen zes weken een reactie geven.
−
Burgemeester en inspraakreacties.
wethouders
(B&W)geven
een
reactie
op
de
(ruimtelijke)
overleg-
en
Ontwerp −
B&W verwerken de overleg- en inspraakreacties in een ontwerpbestemmingsplan.
−
Het ontwerpbestemmingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd. Iedereen kan dan een zienswijze indienen.
−
B&W geven een reactie op de ingediende zienswijzen in een zienswijzennota.
−
Vaststelling De gemeenteraad stelt de zienswijzennota en het ontwerpbestemmingsplan, met of zonder wijzigingen, vast. Dit moet binnen een periode van ten hoogste 12 weken na de termijn van inzage van het ontwerp gebeuren. Beroep −
Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan zes weken ter inzage.
−
Als de Provincie of het Rijk een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of als de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, moet de bekendmaking en terinzagelegging binnen zes weken na vaststelling gebeuren.
−
Uiterlijk zes weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS).
−
Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan zienswijzen van de Provincie en het Rijk wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad bekendgemaakt en het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Dit moet binnen twee weken gebeuren.
Terinzagelegging Bij de onderdelen Ontwerp en Beroep moet het plan ter inzage worden gelegd. Voor een voorontwerpbestemmingsplan is dit niet verplicht en kan het dus voorkomen dat deze niet ter inzage wordt gelegd.
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
58
Voor de bekendmaking van een plan plaatsen B&W een publicatie. Dit gebeurt in het Gemeenteblad en/of de Staatscourant. Hierin staat onder andere vermeld óf en binnen welke periode er gereageerd kan worden en waar deze reactie naartoe gestuurd moet worden. De publicaties staan de op de website www.officielebekendmakingen.nl. Op de gemeentelijke website www.gemeentesudwestfryslan.nl staat ook een link naar deze website.
5.4
Toelichting op de bestemmingen
In deze paragraaf wordt een toelichting op de juridische regels van het plan gegeven. Voor de verschillende bestemmingen wordt aangegeven welke doeleinden worden nagestreefd. Ook is aangegeven op welke gronden de verschillende bestemmingen van toepassing zijn. Naast de directe bestemmingen gelden er ook een aantal gebieds- en functieaanduidingen. 5.4.1
Agrarisch
De bestemming 'Agrarisch' is gelegd op agrarische percelen in het plangebied. Dit houdt in dat deze gronden mogen worden gebruikt voor grasland akkerbouw, tuinbouwgrond. Een historisch peilschaalgebouw in de bestemming 'Agrarisch' is met een aanduiding aangegeven. 5.4.2
Bedrijf
De bestemming 'Bedrijf' is gelegd op aanwezige individuele bedrijven in het plangebied. Binnen de bestemming 'Bedrijf' mogen alleen bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 worden gevestigd. Daar waar op de verbeelding bijzondere functie-aanduidingen zijn aangegeven, mogen de in de functie aanduiding aangegeven bedrijven voorkomen. Het gaat om hier om bestaande bedrijven met een milieucategorie 3.1 of hoger. Bedrijfsgebouwen moeten in het aangegeven bouwvlak worden gebouwd. Bestaande bedrijfswoningen zijn op de verbeelding aangeduid en alleen daar toegestaan. Op die manier kan de milieusituatie rondom de woningen gehandhaafd blijven en worden (omliggende) bedrijven niet in hun bedrijfsvoering beperkt. Binnen de bestemming bevinden zich karakteristieke gebouwen en/of bouwwerken, waarvoor wordt verwezen naar een specifieke regeling. 5.4.3
Bedrijventerrein
De bestemming 'Bedrijventerrein' is gelegd op het aanwezige bedrijventerrein Indijk. Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' mogen bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 worden gevestigd. Daar waar op de verbeelding bijzondere functie-aanduidingen zijn aangegeven, mogen de in de functie aanduiding aangegeven bedrijven voorkomen. Het gaat om hier om een bestaand bedrijf (scheepswerf) met een milieucategorie 4.1. Bedrijfsgebouwen moeten in het aangegeven bouwvlak worden gebouwd. Bestaande bedrijfswoningen zijn op de verbeelding aangeduid en alleen daar toegestaan. Op die manier kan de milieusituatie rondom de woningen gehandhaafd blijven en worden (omliggende) bedrijven niet in hun bedrijfsvoering beperkt. 5.4.4
Bos
Gronden die zijn aangewezen met de bestemming ‘Bos’ zijn bedoeld voor bos en bebossing alsmede het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden. Op of in de gronden mag niet worden gebouwd.
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
59
5.4.5
Gemengd
De gronden hebben de bestemming ‘Gemengd’ wanneer sprake is van een perceelsgebonden menging van functies, bijvoorbeeld de menging van woningen, horeca, detailhandel, bedrijfjes, dienstverlening, etc. Deze bestemming staat dan ook meerdere functies bij recht op één perceel toe. Deze functies hebben over het algemeen een lage milieubelasting ten opzichte van elkaar. Wanneer de milieubelasting van een bestaande functie in een gemengd gebied groter is, maar deze functie daar wel wenselijk is, dan is die aangeduid. Bouwen moet in de bouwvlakken, waarbij per bouwvlak één woning is toegestaan. Zo wordt voorkomen dat het aantal woningen in het plangebied zomaar toeneemt. Binnen de bestemming bevinden zich karakteristieke gebouwen en/of bouwwerken, waarvoor wordt verwezen naar een specifieke regeling. 5.4.6
Groen
De bestemming 'Groen' is gelegd op de aanwezige groenstroken, plantsoenen en parken al dan niet met daarin aanwezig water in het plangebied. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3,00 m bedragen. Als uitzondering op deze regel geldt dat de bouwhoogte van de in de bestemming groen aanwezige zwaluwtillen, maximaal 6.00 m mag bedragen. Deze zwaluwtillen zijn met een aanduiding op de verbeelding aangegeven. Daar waar op de verbeelding een aanduiding ‘fontein’ is aangegeven, is tevens een fontein toegestaan. 5.4.7
Horeca
De bestemming 'Horeca' is gelegd op aanwezige horecavoorzieningen in het plangebied. Binnen de bestemming 'Horeca' mogen alleen horecabedrijven in de horecacategorieën 2, 3 en 4 worden gevestigd. De betekenis van deze categorieën is in de begripsomschrijving in de regels nader uitgewerkt. De gebouwen moeten in het aangegeven bebouwingsvlak worden gebouwd. 5.4.8
Maatschappelijk
De bestemming 'Maatschappelijk' is gelegd op de aanwezige maatschappelijke voorzieningen in het plangebied. Binnen de bestemming 'Maatschappelijk' mogen alleen maatschappelijke voorzieningen worden gevestigd. Daar waar op de verbeelding een aanduiding 'begraafplaats' is aangegeven, is de aanwezigheid van een begraafplaats toegestaan. De gebouwen moeten in het aangegeven bouwvlak worden gebouwd. Binnen de bestemming bevinden zich karakteristieke gebouwen en/of bouwwerken, waarvoor wordt verwezen naar een specifieke regeling. 5.4.9
Natuur - IJsselmeer
De bestemming Natuur - IJsselmeer heeft betrekking op het bestaande waardevolle natuurgebied IJsselmeer in het plangebied. Doelstelling is het behoud, herstel en de ontwikkeling van de diverse te onderscheiden cultuurhistorische, natuurlijke en/of landschappelijke waarden van de natuurgronden.
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
60
5.4.10
Recreatie, Recreatie - Jachthaven, Recreatie - Kampeerterrein
In het plangebied zijn verschillende recreatieve en toeristische voorzieningen aanwezig. In het bestemmingsplan hebben deze, afhankelijk van de recreatieve functie en het doel, een recreatiebestemming gekregen. In het onderstaande schema is het onderscheid tussen de verschillende bestemmingen aangegeven: Bestemming
Functie / Doel
Recreatie
Verblijfsvoorzieningen
Recreatie – Jachthaven
Grotere jachthavens
Recreatie – Kampeerterrein
Camping
Aanvullend aan de hoofdfunctie/-doel komen ook andere functies in deze bestemmingen voor. In de meeste gevallen zijn deze met een aanduiding op de verbeelding aangegeven. Binnen de bestemmingen ‘Recreatie’ en ‘Recreatie – Jachthaven’ zijn gebouwen alleen toegestaan wanneer een bouwvlak op de verbeelding is opgenomen. De maatvoering is op de verbeelding aangegeven en gebaseerd op de bestaande (planologische) situatie. Binnen de bestemming ‘Recreatie – Kampeerterrein’ is het realiseren van bouwwerken geregeld middels aantallen en bebouwingspercentagen. De toegestane maatvoering is opgenomen in de regels. 5.4.11
Sport
De bestemming 'Sport' is gelegd op de aanwezige sportvoorzieningen in het plangebied. Binnen de bestemming 'Sport' zijn alleen sportvoorzieningen toegestaan, waarbij het kan gaan om veldsport en gebouwen voor sport (bijvoorbeeld een sportzaal). De bij de sportvoorziening horende andere functies zijn ondergeschikt mogelijk. De gebouwen moeten in het aangegeven bouwvlak worden gebouwd. De afmetingen zijn op de verbeelding aangeduid, omdat deze per gebouw verschillen. De specifiek bij sport horende bouwwerken als een ballenvanger zijn bij recht toegestaan en niet gekoppeld aan een bouwvlak of aanduiding. Dit maakt de exacte inrichting van de sportvoorzieningen flexibel. 5.4.12
Tuin
De bestemming 'Tuin' is gegeven aan de voortuinen van de woningen in het plangebied. Binnen deze bestemming mogen, in verband met de kwaliteit van het straat- en bebouwingsbeeld, geen gebouwen worden gebouwd. Een uitzondering hierop vormt de bouw van een erker of luifel die bij recht mogelijk zijn. De afmetingen en locatie van de mogelijk gemaakte bouwwerken zijn bepaald in de regels, om te garanderen dat deze bouwdelen ondergeschikt blijven aan het hoofdgebouw. Bouwwerken, als lage hekwerken, zijn ook toegestaan. Daarbij is de hoogte afhankelijk van het type bouwwerk. Dit is opgenomen in de regels. 5.4.13
Verkeer en Verkeer - Verblijf
De wegen, fiets- en voetpaden en daaraan grenzende parkeerplaatsen zijn geregeld in twee verkeersbestemmingen, namelijk 'Verkeer' en ‘Verkeer - Verblijf’. De bestemmingen maken beide verkeersvoorzieningen mogelijk. De bestemming ‘Verkeer’ is vooral gericht op de verkeersdoorstroming en ligt dan ook vooral op hoofdontsluitingsroutes. De bestemming ‘Verkeer – Verblijf’ heeft naast de verkeersfunctie ook een nadrukkelijke
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
61
verblijfsfunctie. Bij de wegen horen onder meer ook groenvoorzieningen en water. Daar waar een weg een watergang kruist, is een brug aangeduid. Ook andere specifieke voorzieningen en/of bouwwerken zijn aangeduid om ze mogelijk te maken binnen deze bestemming. Gebouwen zijn alleen toegestaan wanneer ze of van nut zijn voor de hoofdbestemming, of specifiek mogelijk zijn gemaakt via een aanduiding. Bouwwerken ten behoeve van de verkeersfunctie zijn bij recht mogelijk. De afmetingen van alle bouwwerken in de bestemming zijn in de regels opgenomen en gebaseerd op de veel voorkomende afmetingen van deze bouwwerken. 5.4.14
Water
De bestemming 'Water' is gegeven aan alle van betekenis zijnde waterlopen en de daarbij horende oeverstroken, bermen, beplanting en groenvoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Een brug en andere specifiek functies en bouwwerken zijn alleen toegestaan wanneer deze specifiek zijn aangeduid. Langs de vaarweg Yndyk, een provinciaal vaarwater, is sprake van een beheerzone van 5 meter. Voor (bouw)werken in deze vaarweg en binnen de beheerzone, die gelegen is aan weerszijden van de vaarweg, dient ontheffing bij de provincie te worden aangevraagd. 5.4.15
Wonen
De bestemming 'Wonen' is gelegd op de percelen in het plangebied waarop wonen de hoofdfunctie is. Naast de hoofdfunctie wonen, is het in een woning onder voorwaarden mogelijk een aantal beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen. Deze activiteiten zijn altijd ondergeschikt aan de woning. In een enkel geval is echter ook sprake van een naast de functie bestaande functie (gelijkwaardig). Daarbij kan het gaan om detailhandel, een recreatief gebruik of een praktijkruimte. In die gevallen is een aanduiding opgenomen om deze functie mogelijk te maken. Door middel van de bouwvlakken is de locatie van de hoofdgebouwen vastgelegd. Voor de bouwvlakken is in dit bestemmingsplan zo veel mogelijk een gestandaardiseerde regeling opgenomen. De bouwvlakken liggen (waar mogelijk) op 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens en hebben een diepte van 15 meter. Om te voorkomen dat de woningen te groot worden mag de oppervlakte van het hoofdgebouw maximaal 150 m² bedragen. De overige afmetingen van de woningen zijn zo veel mogelijk aangeduid op de verbeelding, omdat deze in het dorpsbeeld variëren. Uitgangspunt is de bestaande (planologische) situatie opnieuw vast te leggen. Naast hoofdgebouwen zijn ook bijbehorende bouwwerken toegestaan. In totaal mogen de bijbehorende bouwwerken maximaal 90% van de oppervlakte van het hoofdgebouw bedragen met een maximum van 100 m².
Het bij de woning behorende erf mag daarbij voor maximaal 50% worden bebouwd. Deze gebouwen zijn over het algemeen ondergeschikt aan de hoofdgebouwen, dit is vertaald in de toegestane afmetingen van de bebouwing. De goot- en bouwhoogte zijn daarbij wel zo veel mogelijk gestandaardiseerd, waarbij rekening is gehouden met de vergunningvrije mogelijkheden en de voorwaarden vanuit het Bouwbesluit. Voor dakopbouwen is een specifieke regeling opgenomen. Deze regeling is gebaseerd op het afwijkingenbeleid van de gemeente. In dit bestemmingsplan is een dakopbouw bij recht mogelijk gemaakt, waardoor veel minder afwijkingen nodig zijn. Binnen de bestemming bevinden zich karakteristieke gebouwen en/of bouwwerken, waarvoor wordt verwezen naar een specifieke regeling.
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
62
recreatief gebruik van woningen In de afgelopen jaren zijn door enkele inwoners van Hindeloopen handhavingsverzoeken ingediend over het gebruik van woningen voor recreatieve bewoning. Op verzoek van de gemeente hebben de besturen van plaatselijk belang Hindeloopen, de stichting Promotie Hindeloopen en stichting Stadsherstel gezamenlijk een notitie opgesteld waarin voorstellen zijn gedaan voor beleid/een toetsingskader. De notitie kan rekenen op een breed draagvlak onder de inwoners van Hindeloopen. Op basis daarvan heeft de raad in januari 2022 een aantal uitgangspunten vastgesteld die zijn verwerkt in de bestemming wonen. Zo is in de bestemmingsomschrijving een bepaling opgenomen die het mogelijk maakt om als particulier, bij afwezigheid, de woning maximaal 30 dagen te verhuren voor recreatief gebruik als passend binnen de woonbestemming. De woningen die op 1 september 2021 commercieel werden verhuurd als recreatiewoning en als zodanig bekend waren bij de gemeente hebben op de verbeelding een aanduiding gekregen. Deze woningen mogen voor zowel permanent als recreatief wonen worden gebruikt. Wel is hiervoor een uitsterfconstructie opgenomen. Dit wil zeggen dat in de gebruiksbepalingen van de bestemming ‘wonen’ een artikel is opgenomen dat wanneer de recreatieve bewoning gedurende één jaar is beëindigd, recreatieve bewoning van het pand niet langer is toegestaan.
Tot slot is er een aantal woningen waar de eigenaren niet hun hoofdverblijf hebben, maar deze door hen zelf voor recreatieve doeleinden wordt gebruikt. Voor bekende bestaande gevallen op 1 september 2021 is in dit bestemmingsplan een persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen. Persoonsgebonden overgangsrecht De mogelijkheid om te voorzien in een persoonsgebonden overgangsrecht is opgenomen in artikel 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro). Het persoonsgebonden overgangsrecht is een bijzondere vorm van overgangsrecht dat is gekoppeld aan een natuurlijk persoon (bijvoorbeeld een eigenaar van een woning) en aan een functie (in dit geval het gebruik als recreatiewoning). Het persoonsgebonden overgangsrecht houdt kort gezegd in dat degene die op de peildatum ergens illegaal gebruik van maakt, dit gebruik mag voortzetten, maar zijn/haar rechtsopvolgers onder algemene of bijzondere titel niet. Het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden toegepast indien het volgens artikel 3.2.2 van het Bro voorgeschreven gebruiksovergangsrecht zou kunnen leiden ‘tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan’.
De reden voor de keuze voor persoonsgebonden overgangsrecht is daarom vooral gelegen in de bijzondere omstandigheid van de rechthebbende, en niet, althans minder, in de omstandigheden betreffende het gebruik van het object zelf. Persoonsgebonden overgangsrecht kan worden ingezet indien er op de datum van het vaststellen en van kracht worden van een nieuw bestemmingsplan een illegaal gebruik bestaat en de legalisatie van het gebruik (aldus het positief bestemmen) geen optie is. Gemeenten kiezen ook wel voor deze vorm indien zij het niet wenselijk achten dat het college van burgemeester en wethouders tegen de illegale situatie kan of moet optreden. Het persoonsgebonden overgangsrecht is bovendien interessant in situaties die niet onder het gewone overgangsrecht vallen en waarbij sinds jaar en dag sprake is van illegaal gebruik waartegen nooit is opgetreden. Vanwege het illegale karakter geniet de gebruiker geen overgangsrechtelijke bescherming. Een gemeente kan een beperkte uitzondering maken op het vierde lid van de gebruiksovergangsbepaling door daar persoonsgebonden overgangsrecht in op te nemen. In de Nota van Toelichting (Stb. 2008, 145, p. 60) op het Bro wordt als voorbeeld gegeven: “gevallen waarin de hoge leeftijd van de gebruiker de
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
63
verwachting wettigt dat de belemmeringen op termijn zullen worden weggenomen, maar dat niet valt te voorspellen wanneer dat het geval zal zijn”. Uitsterfregeling Een uitsterfregeling komt er in feite op neer dat als aanvulling op de regels voor een bepaalde bestemming (bijvoorbeeld recreatiewoningen), voor een bepaald perceel de regel wordt opgenomen dat een specifiek daarvan afwijkend gebruik is toegestaan zolang dat gebruik wordt voortgezet (bijvoorbeeld permanente bewoning). Deze regeling wordt ook wel gezien als een vorm van positief bestemmen en houdt concreet in dat een bepaald gebruik wordt toegestaan, maar na beëindiging daarvan niet mag worden hervat. Aan het bestaande gebruik worden dus geen beperkingen gesteld, maar indien het gebruik is beëindigd doordat het is omgezet in een ander met het plan verenigbaar gebruik, mag het niet opnieuw een aanvang nemen. Op grond van de uitsterfregeling krijgt het perceel dus als ware twee bestemmingen, namelijk de door de planwetgever gewenste bestemming en een bestemming conform het bestaande (il)legale gebruik. Een onderbreking voor de duur van een bepaalde periode zorgt ervoor dat een einde komt aan het legale gebruik. Door de wetgever wordt een onderbreking van één jaar aangehouden als redelijke termijn. De uitsterfregeling is niet persoonsgebonden, maar zaakgebonden.
Dit heeft tot gevolg dat deze vorm van overgangsrecht mee overgaat op rechtsopvolgers. In het voorbeeld van de bewoner van een woning welke gebruik maakt van de uitsterfregeling betekent dit dat het gebruik als woning mee overgaat op alle rechtsopvolgers, ongeacht of de oorspronkelijke bewoner het gebruik als woning staakt of bijvoorbeeld komt te overlijden. De regeling komt in vele opzichten overeen met het gewone overgangsrecht, maar verschilt daarvan doordat het gebruik expliciet in het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt zolang het voortduurt. Uit de rechtspraak volgt dat de uitsterfregeling meer rechtszekerheid biedt, omdat voor een ieder duidelijk is dat bijvoorbeeld het gebruik als recreatiewoning op een rechtmatige wijze plaatsvindt en er dus gebouwd kan worden voor het doeleinde van permanente bewoning, maar dat dit wel volgens de bouwregels van de recreatieve bestemming dient plaats te vinden. Een ander voorbeeld is de situatie waarbij in het bestemmingsplan een gebruik dat feitelijk aanwezig is, maar wat een gemeente onwenselijk acht, wel wordt toegestaan in de bestemmingsomschrijving, maar tevens de regel bevat dat zodra dit specifieke gebruik beëindigd wordt, het niet kan worden hervat. Uitgangspunt is dat een bestaand gebruik positief wordt bestemd, maar dat ook een regeling is opgenomen voor het nieuwe gebruik.
Indien het bestaande gebruik - aan het voortbestaan waarvan geen beperking worden opgelegd - eenmaal is omgezet in het beoogde nieuwe gebruik, vervalt de bestemmingsregeling voor het oude gebruik. In de situatie dat niet is te voorzien of, en zo ja wanneer, een einde zal komen aan het aldus overgangsrechtelijk toegestane gebruik, wordt aldus voor onbepaalde tijd een voorheen strijdig gebruik positief bestemd. Zeker waarin dit gebruik ook in strijd is met het gemeentelijk en provinciale beleid, levert dit uiteindelijk een problematische situatie op. Verschil tussen de uitsterfregeling en het persoonsgebonden overgangsrecht Het meest relevante verschil tussen een persoonsgebonden overgangsrecht en de uitsterfregeling is dat de eerste niet zaakgebonden is en dus niet mee overgaat op de rechtsopvolgers. Daarnaast kan uit de rechtspraak worden opgemaakt dat gemeenten eerst in overweging moeten nemen of de uitsterfregeling kan worden toegepast, alvorens zij toekomen aan het persoonsgebonden overgangsrecht.
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
64
Toepassing Het persoonsgebonden overgangsrecht ligt in dit geval het meest voor de hand. Voor de aanvaardbaarheid van deze vorm van overgangsrecht wordt in de rechtspraak de voorwaarde gesteld dat evident moet zijn dat het gebruik ook op grond van het voorgaande bestemmingsplan reeds verboden was. Met het toekennen van persoonsgebonden overgangsrecht kan het jarenlange gebruik worden voortgezet. Deze vorm van overgangsrecht is persoonsgebonden, waardoor het niet mee overgaat op eventuele rechtsopvolgers. Gezien de leeftijd van de huidige eigenaren van de recreatiewoningen, mag worden aangenomen dat aan de situatie binnen afzienbare tijd een einde zal komen. Het valt echter niet te voorspellen wanneer dat precies het geval zal zijn. De omstandigheid dat de leeftijden van de eigenaren variëren van 40 tot 80 jaar brengt met zich mee dat deze vorm van overgangsrecht tot gevolg zal hebben dat niet alle woningen op hetzelfde moment voor permanente bewoning beschikbaar zullen zijn. Bij de uitsterfregeling blijft het onzeker of de woningen voor een bepaalde tijd niet recreatief worden gebruikt en gaat de eigendom mee op de rechtsopvolgers. In dit geval zijn er op de omstandigheden van het geval toegespitste redenen te geven waarmee de keuze voor het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden onderbouwd: •
De besturen van plaatselijk belang Hindeloopen, de stichting Promotie Hindeloopen en stichting Stadsherstel hebben gezamenlijk de notitie ‘woonbeleid Hindeloopen’ vastgesteld. In deze notitie doen de besturen voorstellen voor een beleid/toetsingskader voor het reguleren van recreatief gebruik van woningen en dat kan rekenen op een breed draagvlak onder de inwoners van Hindeloopen. Voor het eigen recreatief gebruik van 2e woningen wordt voorgesteld dit in nieuwe gevallen niet toe te staan en voor de bestaande gevallen een uitsterfconstructie laten gelden waarbij persoonlijke/niet overdraagbare vergunningen worden verleend. Dit komt overeen met het persoonsgebonden overgangsrecht.
•
De uitsterfregeling is niet eindig, omdat aannemelijk is dat de eigendom zal worden overgedragen aan erfopvolgers en/of andere rechtsopvolgers. Het ligt niet in de lijn der verwachtingen dat het uitsterven van het gebruik op korte termijn zal plaatsvinden.
•
De handhaafbaarheid van een uitsterfregeling is problematisch, omdat deze regeling met zich meebrengt dat de gemeente dient vast te stellen dat het gebruik gedurende een bepaalde periode is gestaakt.
Alles overziende is het persoonsgebonden overgangsrecht in dit geval de meest aangewezen keuze. 5.4.17
Leiding - Riool
Grotere rioolleidingen in het plangebied hebben de bestemming ‘Leiding – Riool’. Voor de aanvoer van rioolwater moeten deze leidingen beschermd worden. De bestemming ligt dan ook over een strook van 4 meter aan weerszijden van de leiding, waarin onder meer bouwen en graafwerkzaamheden niet zonder meer mogelijk zijn. Overleg met de leidingbeheerder is nodig wanneer omgevingsvergunningplichtige activiteiten binnen de bestemming nodig zijn. Pas na advies van de leidingbeheerder kan hiervoor vergunning worden verleend. 5.4.18
Waarde archeologie 1 en 2
Op de gemeentelijke Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (gemeentelijke FAMKE) zijn de gebieden aangegeven met een hoge archeologische waarde (advies op de FAMKE: “streven naar behoud” en “waarderend onderzoek”) en archeologische verwachtingsgebieden (advies op de FAMKE: karterend onderzoek en quickscan)
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
65
aangegeven. Voor de archeologische verwachtingsgebieden beleidsadviezen die zijn terug te vinden op de FAMKE.
gelden
verschillende
De dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 1’ wordt gehanteerd voor terreinen of gebieden die op de FAMKE het advies ‘streven naar behoud’ en ‘waarderend onderzoek’ hebben meegekregen, dus de bekende archeologisch waardevolle terreinen. De dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 2’ wordt gehanteerd voor gebieden die op de FAMKE het advies ‘karterend onderzoek’ en ‘quickscan’ hebben gekregen en daarom de gebieden met een archeologische verwachtingswaarde. Beide dubbelbestemmingen gelden onvoorwaardelijk voor alle onderliggende gronden. 5.4.19 Waarde - Beschermd gezicht De dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd gezicht' is gegeven aan het in het plangebied aanwezige rijksbeschermde stadsgezicht. De regeling is bedoeld om het beschermd stadsgezicht te beschermen en laat dan ook maar beperkt (bouw)werken en/of werkzaamheden toe. De waardering van dit beschermde gezicht is opgenomen in het daarbij horende aanwijzingsbesluit (zie ook bijlage 1 bij de toelichting). 5.4.20 Waarde – Cultuurhistorisch waardevolle lijnen De cultuurhistorische waarden die in de gemeentelijke inventarisatie naar cultuurhistorie en landschap in het plangebied zijn onderkend, zijn opgenomen op de verbeelding middels de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorisch waardevolle lijnen’. Hiermee is een beschermingsregeling voor deze elementen en structuren van kracht.
5.4.21 Waterstaat – Waterkering De dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ heeft betrekking op alle gronden die een waterstaatkundige functie vervullen. De primaire functie is die van waterkering. Ter bescherming van de waterkerende functie van de gronden is binnen deze bestemming een vergunningenstelsel opgenomen met betrekking tot het uitvoeren van werken en werkzaamheden, zoals het ophogen en afgraven van de gronden en/of het daarop aanbrengen van beplanting. 5.4.22 Algemene bouwregels Karakteristieke bouwwerken en monumenten Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - monument’ en de aanduiding ‘karakteristiek’ gelden specifieke bouwregels. Deze regels hebben voorrang op de bouwregels bij de ter plaatse geldende bestemming en zijn erop gericht de aanwezige cultuurhistorische waarden van het gebouw of bouwwerk te beschermen. Met een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken. Er is ook een vergunningsplicht opgenomen voor het slopen van karakteristieke gebouwen en bouwwerken. 5.4.23 Algemene aanduidingsregels Vrijwaringszone – dijk Rond de kernzone op de IJsselmeerdijk is de beschermingszone aangeduid met ‘vrijwaringszone – dijk’. Binnen deze zone is het niet zonder meer toegestaan nieuwe bouwwerken te realiseren, ongeacht de mogelijkheden die de onderliggende bestemmingen bieden.
De bestaande situatie kan binnen de zone gehandhaafd blijven, bij nieuwe ontwikkelingen is overleg nodig met de instantie die de dijk in beheer heeft.
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
66
HOOFDSTUK 6 Economische uitvoerbaarheid 6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overeenkomstig artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet over een bestemmingsplanprocedure overleg plaatsvinden met verschillende adviespartners en overheden. Het voorontwerpbestemmingsplan is opgestuurd naar een aantal vaste overleg- en adviesinstanties. De provincie Fryslân heeft inhoudelijk gereageerd op het plan. Hieronder worden de opmerkingen van de provincie samengevat weergegeven en van een gemeentelijke reactie voorzien. opmerking provincie Door het toestaan van recreatieve bewoning van reguliere woningen worden deze woningen aan de reguliere woningvoorraad onttrokken hetgeen niet passend wordt geacht binnen de uitgangspunten van de Verordening Romte. De provincie wil hierover graag in gesprek. reactie gemeente Met de provincie is overleg gevoerd. De provincie heeft de suggestie gedaan om voor de woningen die in het bestemmingsplan de aanduiding ‘recreatiewoning’ hebben gekregen een uitsterfconstructie op te nemen. Hiermee wordt voorkomen dat deze woningen voor eeuwig voor recreatieve bewoning kunnen worden gebruikt. Deze suggestie is overgenomen. opmerking provincie Op basis van de aangeleverde regels is niet duidelijk of de zonering uit de Vaarverordening Fryslân is opgenomen over en langst de Yndyk, die dwars door Hindeloopen loopt.
Voor werken in de vaarweg zelf en binnen de beheerzone van 5 m, die gelegen is aan weerszijden van de vaarweg, dient ontheffing te worden aangevraagd. reactie gemeente Paragraaf 3.2 Provinciaal beleid wordt aangevuld met een korte toelichting op de Vaarwegenverordening Fryslân. Omdat de provinciale vaarwegenverordening per definitief van toepassing is, is het niet nodig deze op de verbeelding en in de regels op te nemen. In de huidige planologische regeling is deze zone ook niet opgenomen omdat dit via de Vaarwegenverordening Fryslân wordt geregeld. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan en de bijbehorende stukken hebben met ingang van ..-..-.... tot en met ..-..-.... ter inzage gelegen. Er zijn geen of (...) zienswijzen binnengekomen. De zienswijzen geven geen aanleiding voor aanpassing van het bestemmingsplan./Een aantal zienswijzen heeft aanleiding gegeven het bestemmingsplan aan te passen. [bij nodige aanpassingen van het bestemmingsplan naar aanleiding van de zienswijzen deze hier kort toelichten. Gaat het om aanpassingen in de toelichting en/of het juridische deel? Wat zijn de belangrijkste aanpassingen?]
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
67
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het doel van dit bestemmingsplan is het bieden van een actueel juridisch-planologische regeling. In het bestemmingsplan worden dan ook geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarvoor de financiële haalbaarheid aangetoond moet worden. Er is geen sprake van te maken uitvoeringskosten. De kosten voor het opstellen van een bestemmingsplan komen voor rekening van de gemeente. De raad heeft hiervoor in de begroting een bedrag beschikbaar gesteld. De kosten worden hieruit gedekt. Het plan is daarmee financieel haalbaar.
6.3
Grondexploitatie
Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente, naast het kostenverhaal, eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Dit bestemmingsplan staat geen nieuwe bouwmogelijkheden toe, die zijn opgenomen als een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1. van het Bro. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig.
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
68
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1: Beschermd stadsgezicht Hindeloopen Bijlage 2: Advies FUMO Bijlage 3: Wateradvies
Bijlage 1 – Beschermd stadsgezicht Hindeloopen
Afdeling en nummer
RIJSWIJK
M.M.A./MO-163.999.
C U L T U U R , R E C R E A T I E EN
(ZH)
c
1 6 MEJ 1972
DE
STAATSSECRETARIS VAN
MAATSCHAPPELIJK WERK
DE
en STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING,
Overwegende dat H i n d e l o o p e n , gemeente H i n d e l o o p e n , aan d r i e z i j d e n omgeven door w a t e r , doorsneden door de het s t a d s p l a n beheersende Z e i l r o e d e , a l s h i s t o r i s c h e s t a d een u n i e k e p l a a t s onder de F r i e s e s t e d e n inneemt en door het type van de bebouwing en de kenmerkende stedebouwkundige s t r u c t u u r een b e e l d o p l e v e r t dat van algemeen b e l a n g i s vanwege h e t k a r a k t e r en de s c h o o n h e i d e r v a n ; G e l e t op a r t i k e l 20 van de Monumentenwet; Gehoord de Monumentenraad, de r a a d van de gemeente H i n d e l o o p e n , gedeputeerde s t a t e n van F r i e s l a n d en de R i j k s p l a n o l o g i s c h e Commissie ; BES
Lb
I
TEN:
h e t g e b i e d i n de gemeente H i n d e l o o p e n z o a l s i s aangegeven op de b i j deze b e s c h i k k i n g behorende t e k e n i n g n r . 253 en z o a l s omschreven i n de t o e l i c h t i n g b i j deze b e s c h i k k i n g , aan t e w i j z e n a l s s t a d s g e z i c h t i n de z i n van a r t i k e l 20 van de Monumentenwet.
CRM
182- 717387*
Van deze b e s c h i k k i n g , waarvan mededeling z a l worden gedaan i n de N e d e r l a n d s e S t a a t s c o u r a n t , z a l a f s c h r i f t worden gezonden aan de Monumentenraad, de r a a d van de gemeente H i n d e l o o p e n , gedeputeerde s t a t e n v a n F r i e s l a n d en de R i j k s p l a n o l o g i s c h e Commissie.
De S t a a t s s e c r e t a r i s van C u l t u u r , R e c r e a t i e en M a a t s c h a p p e l i j k Werk,
Bijlage 2 – Advies FUMO
Advies Externe Veiligheid inzake het (concept) bestemmingsplan Hindeloopen. Algemeen toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: - het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); - het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen); - het gebruik van luchthavens. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico’s voor de burger door bovengenoemde activiteiten. Hiertoe zijn risico’s gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR) Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Groepsrisico (GR) Dit is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving. De volgende besluiten zijn relevant: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Met het Bevi zijn risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. 2.
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Op basis van het Bevb dienen plannen, vergelijkbaar met het Bevi, te worden getoetst aan de grens- en richtwaarde voor het PR en de oriëntatiewaarde voor het GR. 3. Basisnet Het basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over de weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). Het basisnet is vastgelegd in onder andere de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.
1 EV-advies “Bestemmingsplan Hindeloopen ”
4. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Voor ruimtelijke ordening in relatie tot de transportroutes is het Bevt opgesteld. Hierin zijn de regels voor de ruimtelijke ordening rondom het basisnet wettelijk vastgelegd. 5. Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) Het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende regeling is de opvolger van een groot aantal AMvB’s. In het Activiteitenbesluit staan algemene regels voor verschillende milieuaspecten, zoals veiligheidsafstanden waaraan voldaan moet worden. Verantwoordingsplicht In het Bevi, Bevb en het Bevt is onder andere een verantwoordingsplicht GR opgenomen. Deze verantwoording houdt in dat in bepaalde gevallen planologische keuzes moeten worden onderbouwd en verantwoord door het bevoegd gezag.
Opsteller: Henk Zwiers Telefoon: 0611617942 Datum: 29 maart 2019 Zaaknummer: 2019-FUMO-0032537 Organisatie: FUMO Status: Definitief
2 EV-advies “Bestemmingsplan Hindeloopen ”
Aanleiding In verband met de periodieke herziening van bestemmingsplannen heeft gemeente Súdwest-Fryslân besloten het Bestemmingsplan Hindeloopen te gaan actualiseren. Op onderdelen bestaat de mogelijkheid om bepaalde ontwikkelingen opnieuw in het nieuwe plan af te wegen maar in hoofdzaak gaat het om een actualisatie van het plan. De gemeente heeft de FUMO gevraagd om het concept Bestemmingsplan Hindeloopen aangaande externe veiligheid te controleren en eventueel aan te vullen. De ligging van de planlocatie is in onderstaande figuur weergegeven.
Figuur 1: Plangebied Bestemmingsplan Hindeloopen
Risicobronnen ten aanzien van het plangebied De inventarisatie van eventueel aanwezige risicobronnen die van invloed kunnen zijn op het plangebied is uitgevoerd aan de hand van de EV-signaleringskaart. Volgens de signaleringskaart, zie figuur 2, bevinden zich binnen het plangebied geen risicobronnen. Een risicobron die in de nabijheid van het plangebied en relevant zijn voor het bestemmingsplan zijn drie hoge druk aardgastransportleidingen van de Gasunie. Deze buisleidingen liggen ten noordwesten van het plangebied onder het IJsselmeer. 3 EV-advies “Bestemmingsplan Hindeloopen ”
Verder zijn in de omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig. In de figuur hieronder is de ligging van het plangebied ten opzichte van de drie hoge druk aardgastransportleidingen en het bijbehorende invloedsgebied weergegeven.
Buisleidingen
Invloedsgebied
Figuur 2: Uitsnede EV-signaleringskaart (29-03-2019)
Hoge druk aardgasleiding In noordwestelijke richting liggen de volgende hoge druk aardgastransportleiding van Gasunie met de volgende specificaties: Kenmerk leiding A-545 A-546 A-653
Druk 66,2 bar 66,2 bar 79,9 bar
Diameter 914 mm 1067 mm 1219 mm
Invloedsgebied 430 m 490 m 580 m
Afstand plangebied 560 m 360 m 460 m
Uit de tabel valt op te maken dat de noordwestelijke punt van het plangebied binnen het invloedsgebied van de twee meest nabij gelegen buisleidingen (A-546 en A-653) ligt. Het plangebied ligt ruimschoots buiten de 100% letaliteitszone, maar gedeeltelijk binnen de 1% letaliteitszone. In figuur 3 is ingezoomd op het deel van het plangebied dat binnen het invloedsgebied ligt. Hieruit valt op te maken dat binnen het invloedsgebied vrijwel geen verblijfsobjecten aanwezig zijn. Slechts één woning aan de Dijkweg 16 grenst aan of ligt net voor een klein deel binnen het invloedsgebied. 4 EV-advies “Bestemmingsplan Hindeloopen ”
Figuur 3: Ligging van plangebied binnen invloedsgebied
Beoordeling bestemmingsplan De toelichting van het bestemmingsplan is beoordeeld op de onderdelen die te maken hebben met het onderdeel externe veiligheid. In paragraaf 3.3.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is een opmerking gemaakt over het voorkeurstraject buisleidingen. Het voorkeurstraject buisleidingen, gebaseerd op de Structuurvisie Buisleidingen, beslaat een breedte van 70 meter en ligt tussen de leidingen met kenmerk A-545 en A-653. Het plangebied ligt hier ver buiten en hoeft met het voorkeurstraject buisleidingen dan ook geen rekening gehouden te worden. De ligging van het voorkeurstraject is in figuur 4 hieronder weergegeven.
Figuur 4: Ligging van voorkeurstraject buisleidingen
5 EV-advies “Bestemmingsplan Hindeloopen ”
In paragraaf 4.6 van de toelichting wordt ingegaan op het milieuaspect externe veiligheid. Gevraagd is om subparagraaf 4.6.2 en 4.6.3 verder in te vullen. Hiervoor wordt het volgende voorgesteld. 4.6.2.1 Risicovolle inrichtingen De inventarisatie van eventueel aanwezige risicobronnen die van invloed kunnen zijn op het plangebied is uitgevoerd aan de hand van de EV-signaleringskaart/Risicokaart. Volgens de Signaleringskaart/Risicokaart bevinden zich binnen het plangebied geen risicobronnen. Ook in de nabijheid van het plangebied zijn geen stationaire risicobronnen (installaties met gevaarlijke stoffen) aanwezig. 4.6.2.2 Transportroutes gevaarlijke stoffen Binnen en nabij het plangebied zijn geen transportroutes, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, aanwezig. 4.6.2.3 Hoofdgastransportleidingen Voorstel is om de titel van deze paragraaf te veranderen in: Hoge druk aardgastransportleidingen. Binnen het plangebied liggen geen hoge druk buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. In de nabijheid van het plangebied en relevant zijn voor het bestemmingsplan zijn drie hoge druk aardgastransportleidingen van de Gasunie. Deze buisleidingen liggen ten noordwesten van het plangebied onder het IJsselmeer. Figuur 2 van deze rapportage zou als afbeelding kunnen worden ingevoegd.
Risicoanalyse In noordwestelijke richting liggen de volgende hoge druk aardgastransportleiding van Gasunie met de volgende specificaties: Kenmerk leiding A-545 A-546 A-653
Druk 66,2 bar 66,2 bar 79,9 bar
Diameter 914 mm 1067 mm 1219 mm
Invloedsgebied 430 m 490 m 580 m
Afstand plangebied 560 m 360 m 460 m
Uit de tabel valt op te maken dat de noordwestelijke punt van het plangebied binnen het invloedsgebied van de twee meest nabij gelegen buisleidingen (A-546 en A-653) ligt. Het plangebied ligt ruimschoots buiten de 100% letaliteitszone, maar gedeeltelijk binnen de 1% letaliteitszone. In de figuur hierna is ingezoomd op het deel van het plangebied dat binnen het invloedsgebied ligt. Hieruit valt op te maken dat binnen het invloedsgebied vrijwel geen verblijfsobjecten aanwezig zijn. Slechts één woning aan de Dijkweg 16 grenst aan of ligt voor een klein gedeelte binnen het invloedsgebied. Zie afbeelding hieronder. 6 EV-advies “Bestemmingsplan Hindeloopen ”
Figuur: Ligging van plangebied binnen invloedsgebied
Verder voorziet het bestemmingsplan niet in nieuwe ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van de buisleidingen. De personen die binnen de woning aan de Dijkweg 16 kunnen verblijven dragen niet bij aan het groepsrisico. Deze woning grenst namelijk juist aan of ligt slechts voor een klein gedeelte binnen het invloedsgebied. Vanwege het ontbreken van verblijfsobjecten en het niet projecteren van verblijfsobjecten binnen het invloedsgebied is er geen sprake van groepsrisico. Een verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet aan de orde. 4.6.3 Advies brandweer Fryslân De gemeente is verplicht om brandweer Fryslân om advies te vragen als een ruimtelijk plan binnen het invloedsgebied een (beperkt) kwetsbaar object toestaat. Het gaat hier om één woning waardoor de gemeente brandweer Fryslân in de gelegenheid dient te stellen om te kunnen adviseren. Het gegeven advies dient afgewogen in deze paragraaf te worden opgenomen. Wanneer brandweer Fryslân geen reden ziet om te adviseren, dan dient dat in de toelichting te worden vermeld.
7 EV-advies “Bestemmingsplan Hindeloopen ”
Bijlage 3 – Wateradvies
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 30-05-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Procedure: Geen waters chaps belang
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
30-05-2022, 09:23
P agina 1 van 4
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het plan uits luitend over de functiewijziging van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? ja
30-05-2022, 09:23
P agina 2 van 4
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Procedure: Geen waterschapsbelang Op bas is van je locatie en gegeven antwoorden is er geen waters chaps belang bij je ruimtelijke activiteit.
Wat moet ik doen? Je hoeft geen verdere actie te ondernemen. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt namelijk dat je plan geen invloed heeft op het water of de wateras pecten (zoals gemalen, s tuwen of pers leidingen) in de omgeving.
Waar moet ik op letten? Voor s ommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een s loot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevings loket online www.omgevings loket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.
Achtergrondinformatie Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt bes teed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets . Hierin s taat voor alle wateras pecten uitgangs punten oms chreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-enregels /online-watertoets -voor-nieuwe-plannen
Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende pas s age op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een vers nelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze vers nelde afvoer te compens eren om de waterberging in een gebied in s tand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is . Het is niet toeges taan zonder watervergunning neers lag vers neld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in s tedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijs telling van de vergunnings plicht wanneer wordt voldaan aan de compens atieregels genoemd in dit wateradvies . De mees t voorkomende manier van compens eren is het graven 30-05-2022, 09:23
P agina 3 van 4
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compens atienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Fries e boezem; Polder 10%, Vrij afs tromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepas s en van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Z ie de ‘Leidraad watertoets ’ voor meer informatie over compens erende maatregelen of neem contact op met ons . Indien er niet wordt gecompens eerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovens taande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeens temming plaats vindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waters chap te worden gevraagd. Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets ’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compens eren. Als je niet compens eert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het s nel afvoeren van regenwater.
Klimaat Om ook in de toekoms t prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten s teden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekoms t. Z o is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bes tand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overs troming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Fries e klimaatatlas ’: www.fries eklimaatatlas .nl
Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https ://www.wetters kipfrys lan.nl/over-de-s ite/privacyverklaring
30-05-2022, 09:23
P agina 4 van 4
https://dewatertoets.nl
REGELS Inhoudsopgave REGELS HOOFDSTUK 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten HOOFDSTUK 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Bedrijf Artikel 5 Bedrijventerrein Artikel 6 Bos Artikel 7 Gemengd Artikel 8 Groen Artikel 9 Horeca Artikel 10 Maatschappelijk Artikel 11 Natuur - IJsselmeer Artikel 12 Recreatie Artikel 13 Recreatie - Jachthaven Artikel 14 Recreatie - Kampeerterrein Artikel 15 Sport Artikel 16 Tuin Artikel 17 Verkeer Artikel 18 Verkeer - Verblijf Artikel 19 Water Artikel 20 Wonen Artikel 21 Leiding - Riool Artikel 22 Waarde - Archeologie 1 Artikel 23 Waarde - Archeologie 2 Artikel 24 Waarde - Beschermd gezicht Artikel 25 Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle lijnen Artikel 26 Waterstaat - Waterkering HOOFDSTUK 3 Algemene regels Artikel 27 Anti-dubbeltelregel Artikel 28 Algemene bouwregels Artikel 29 Algemene gebruiksregels Artikel 30 Algemene aanduidingsregels Artikel 31 Algemene afwijkingsregels Artikel 32 Algemene wijzigingsregels Artikel 33 Overige regels HOOFDSTUK 4 overgangsrecht en slotregel Artikel 34 Overgangsrecht Artikel 35 Slotregel
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
1 2 2 13 14 14 16 19 22 24 27 28 30 32 34 35 37 39 41 42 43 45 47 53 55 58 62 65 67 69 69 69 71 71 71 72 72 73 73 73
1
HOOFDSTUK 1 Inleidende regels Artikel 1
Begrippen
1.1 plan: het Bestemmingsplan Hindeloopen met identificatienummer NL.IMRO.1900.2022zuidBPhindeloo-ontw van de gemeente Súdwest-Fryslân; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan-huis-verbonden beroep of bedrijf: de uitoefening van een beroep of bedrijf (dan wel het verlenen van diensten) op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 1, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonfunctie blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.6 aangebouwd bijbehorend bouwwerk: Een op de grond staand gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist;
1.7 aan huis verbonden kleinschalige bedrijfsactiviteiten: Het beroepsmatig verlenen van diensten of het uitvoeren van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, waarvan de omgeving in een woning met behorende gebouwen past en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate blijft behouden; 1.8 aanlegplaats: een ruimte voor het tijdelijk afmeren van een vaartuig; 1.9 achtererfgebied: erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw; 1.10 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.11 ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw, geen bijbehorend bouwwerk en geen overkapping zijnde; 1.12
bebouwing: Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
2
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.13 bebouwingspercentage: Een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bebouwingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.14 bed & breakfast: een overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt; 1.15 bedrijf: een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen; 1.16 bedrijfseigen producten: producten die op het eigen bedrijf worden geproduceerd; 1.17 bedrijfswoning: een woning behorend bij en onlosmakelijk verbonden met een op hetzelfde perceel gelegen bedrijf, bedooeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon die verantwoordelijk is voor de bedrijfsmatige activiteiten in dat bedrijf, dan wel die activiteiten uitvoert; 1.18 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.19 beperkt kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q.
een risico-afstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.20 beroeps- of bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten, en dergelijke; 1.21 beschermd gezicht: aangewezen gronden mede bestemd voor behoud, herstel en versterking van de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht zoals dat is verwoord in het daarbij behorende aanwijzingsbesluit; 1.22 bestaand(e): a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan legaal bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan legaal bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.23 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.24 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.25
bijbehorend bouwwerk:
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
3
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofgebouw verbonden, al dan niet vrijstaand bouwwerk; 1.26 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk (alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en vergroten van een standplaats); 1.27 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.28 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.29 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.30 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.31 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en en andere bouwwerken zijn toegelaten; 1.32 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.33 cultuurgrond: grasland, akkerbouw- en tuinbouwgronden, die worden gebruikt voor het agrarische bedrijf, dan wel hobbymatig agrarisch in gebruik zijn; 1.34 cultuurhistorische waarden: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is
ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.35 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.36 dakkapel: Een uitbouw binnen het dakvlak van een gebouw met kapconstructie, welke uitbouw doorgaans geen wijziging van de vorm en het profiel van het dak veroorzaakt; 1.37 dakopbouw: Het door een gevel of nokverhoging vergroten van een bestaande ruimte welke leidt tot een wijziging van de vorm en het profiel van het dak; 1.38 dakvormen: dakvormen: a. afgeknot schilddak: een schilddak met deels een platte afdekking, zoals hieronder is afgebeeld;
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
4
b. lessenaarsdak: een éénzijdige kapconstructie, zoals hieronder is afgebeeld, waarbij het hoogste punt over de gehele, of nagenoeg de gehele lengte in één gevel is gelegen;
c. mansardedak: een kap, zoals hieronder is afgebeeld, waarbij het dakvlak bestaat uit twee vlakken die elkaar onder een stompe hoek ontmoeten;
d. schilddak: een kap, zoals hieronder is afgebeeld, waarbij het dak bestaat uit vier vlakken die elkaar in een nok(lijn) ontmoeten;
e. zadeldak / tentdak: een kap, zoals hieronder is afgebeeld, waarbij het dak bestaat uit twee vlakken die elkaar in een nok(lijn) ontmoeten.
1.39
detailhandel:
Bestemmingsplan Hindeloopen ontwerp
5
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; onder detailhandel vallen geen afhaalzaken en maaltijdbezorgdiensten; 1.40 dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling: een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; 1.41 dienstverlening: het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden; 1.42 discotheek: een gebouw, waarin de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het bieden van gelegenheid tot dansen op mechanische en/of levende muziek en het serveren van al dan niet alcoholhoudende dranken; 1.43 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.44 eerste verdieping: de tweede bouwlaag van een hoofdgebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen; 1.45 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is