CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Septembercirculaire 2024 van het Rijk

Raadsvergadering 30 januari 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Septembercirculaire 2024’35.088 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

İ

Ministerie van Binnenlandse Zaken en

Koninkrijksrelaties

Gemeentefonds

Septembercirculaire 2024

de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W

DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio's Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www. rij ksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl

circulaire

Datum 17 september 2024 Kenmerk 2024-0000752157

Onderwerp Doelstelling

septembercirculaire gemeentefonds 2024 bekendmaking van beleid en het geven van informatie

Juridische grondslag Relaties met andere circulaires

Ingangsdatum Geldig tot

meicirculaire 2024 (2024-0000287430); decembercirculaire 2023 (2023-0000718122); septembercirculaire 2023 (2023-0000570821); meicirculaire 2023 (2023-0000285703) 17 september 2024 1 juli 2025

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

Voorwoord Voor u ligt de septembercirculaire Gemeentefonds 2024.

Via de meicirculaire 2024 zijn gemeenten over de financiële kaders voor hun begrotingen geïnformeerd. De septembercirculaire 2024 geeft zoals gebruikelijk een geactualiseerd beeld, gebaseerd op de Miljoenennota 2025 en de onderliggende ontwerpbegroting van het Gemeentefonds.

In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook.

De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. Vooral de latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten.

Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken

Mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.J.M. Uitermark

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

1

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

2

Inhoudsopgave

1

2

3

Hoofdpunten....................................................................................................... 5 1.1

Inleiding...................................................................................................... 5

1.2

Algemene uitkering....................................................................................... 5

1.3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen........................................................ 6

Algemene uitkering..............................................................................................8 2.1

Inleiding......................................................................................................8

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering....................................... 8

1.

Bijstelling accres-tranches.............................................................................9

2.

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024................................................... 11

3.

Indexatie DU Jeugd: overheveling accres naarregionaal programma................. 12

4.

Wet op de lijkbezorging............................................................................... 12

5.

Digitaal Stelsel Omgevingswet..................................................................... 13

6.

Besparingsverlies jeugd.............................................................................. 13

7.

Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie (SMI).............................................. 13

8.

Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang..................... 14

9.

Bijstand jongerennorm................................................................................ 14

10.

Indexatie Wmo demografie.......................................................................... 14

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering.......................................................... 15

2.4

Overige mededelingen algemene uitkering.................................................... 15

2.4.1

Bommenregeling........................................................................................ 15

2.4.2

Ingroeipad decentralisatie-uitkering Maatschappelijk Opvang........................... 16

2.5

Maatstaven, bedragen per eenheid, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen.................................................................................. 16

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen.............................................................. 21 3.1

Inleiding.................................................................................................... 21

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen........................ 21

1.

Alleenverdienersproblematiek 2023-2024..................................................... 22

2.

Wet Betaalbare huur................................................................................... 23

3.

Faciliteitenbesluit opvangcentra.................................................................... 24

4.

Toekomstbestendig maken energiebeleid....................................................... 24

5.

Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)......................................................... 25

6.

Bed, bad en brood...................................................................................... 25

7.

Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP)........................................................ 26

8.

Work in Nederland...................................................................................... 26

9.

Nederlands-Soedanese repatrianten............................................................. 27

10.

Aanpak recreatieparken.............................................................................. 27

11.

100 jaar vriendschap Turkije-Nederland........................................................ 27

12.

Vrouwenopvang......................................................................................... 27

13.

Openbare bibliotheken................................................................................ 28

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

3

4

14.

IU Participatie: Afschaffen lage-inkomensvoordeel.......................................... 28

15.

IU Beschermd wonen: Volumegroei WMO Beschermd wonen........................... 29

3.3.

Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen enoverige mededelingen............................................................................................ 29

3.3.1.

Beschermd wonen...................................................................................... 29

3.3.2.

Maatschappelijk opvang.............................................................................. 29

Overige mededelingen....................................................................................... 30 4.1

Inleiding.................................................................................................... 30

4.2

Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen................ 30

4.3

Individuele referentiewaarden EMU-saldo medeoverheden 2025....................... 31

4.4

Rijksbijdrage sociale infrastructuur............................................................... 32

4.5

Wegbeheer................................................................................................ 32

4.6

Stand van zaken onderzoeksagenda verdeelmodel algemene uitkering.............. 33

4.7

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl..................................................... 34

4.8

Iv3-indeling 2025....................................................................................... 34

4.9

Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen.............................. 35

4.10

Cijfers belastingcapaciteit............................................................................ 35

Bijlagen................................................................................................................. 36 Bijlage 2.1.1

Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2024.................................... 37

Bijlage 2.1.2

Bedragen per eenheid 2024 per cluster............................................... 39

Bijlage 2.1.3

Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025.................................... 41

Bijlage 2.1.4

Bedragen per eenheid 2025 per cluster............................................... 43

Bijlage 2.2.1

Opbouw algemene uitkeringen 2024-2029........................................... 45

Bijlage 2.4.1

Suppletie-uitkering bommenregeling................................................... 46

Bijlage 2.4.2

Suppletie-uitkering ingroeipad DU Maatschappelijke opvang.................. 47

Bijlage 2.5.1

Aantallen per gemeente ophoging maatstaf Woonruimten...................... 48

Bijlage 2.5.2

Volumina maatstaven 2024-2029 ....................................................... 56

Bijlage 3.2-1

Decentralisatie-uitkering Alleenverdienersproblematiek 2023-2024......... 58

Bijlage 3.2-2

Decentralisatie-uitkering Wet betaalbare huur...................................... 62

Bijlage 3.2-3

Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra....................... 70

Bijlage 3.2-4

Decentralisatie-uitkering Toekomstbestendig maken energiebeleid.......... 71

Bijlage 3.2-5

Decentralisatie-uitkering Landelijke aanpak adreskwaliteit..................... 72

Bijlage 3.2-6

Decentralisatie-uitkering Bed, bad en brood......................................... 76

Bijlage 3.2-7

Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplicht (ELIP).............. 77

Bijlage 3.2-8

Decentralisatie-uitkering Work in Nederland......................................... 81

Bijlage 3.2-9

Decentralisatie-uitkering Nederlands-Soedanese repatrianten................. 82

Bijlage 3.2-13 Openbare bibliotheken...................................................................... 83 Bijlage 3.3.1

Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang................................ 87

Bijlage 4.3

EMU referentiewaarden gemeenten..................................................... 88

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

4

1

Hoofdpunten

1.1

Inleiding

Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De informatie is steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring.

De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. 1.2

Algemene uitkering

Besparingsverlies Jeugd Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op jeugdzorg. Deze besparing (oplopend tot C 511 miljoen in 2027) was in mindering gebracht op de middelen voor jeugdzorg op de aanvullende post van het ministerie van Financiën. Het nieuwe kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing te laten vervallen. De genoemde besparing wordt daarom nu toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Het gaat om C 500 miljoen in 2026 en C 511 miljoen vanaf 2027. In paragraaf 2.2.11. van de meicirculaire 2024 is reeds gemeld dat de besparing van C 500 miljoen voor 2025 nog niet gerealiseerd kon worden en dat daarom voor 2025 een bedrag van C 500 miljoen is toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Zie ook paragraaf 2.2.6.

Overheveling middelen indexatie Wmo demografie Met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 op de Aanvullende Post een jaarlijkse tranche van C 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot C 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. Het kabinet heeft deze middelen bij Miljoenennota 2025 overgeheveld naar het begrotingsartikel Accres (hoofdstuk 60) zodat gemeenten hier rekening mee kunnen houden in hun meerjarenbegroting.

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

5

1.3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2024 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen.

De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire zijn verwerkt betreffen: -

Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten kunnen de gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele bijzondere bijstand. Via de decentralisatie-uitkering 'Alleenverdienersproblematiek 2023-2024' ontvangen gemeenten in 2024 een bijdrage van C 22,6 miljoen voor de compensatie die zij aan de betrokken huishoudens kunnen bieden. Zie ook paragraaf 3.2.1.

-

In het bestuurlijk overleg Klimaat en Energie van 28 november 2023 en 18 januari 2024 is gesproken over de bekostiging van extra taken bij provincies en gemeenten in het kader van het toekomstbestendig maken van het energiesysteem. Specifiek gaat het om taken op het gebied van het voorkomen van netcongestie, zoals het versnellen van de aanleg van infrastructuur, het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van energie via een stimuleringsprogramma energiehubs en het ondersteunen van bedrijven bij hun verduurzaming. Voor gemeenten wordt uitgegaan van een gezamenlijke, regionale inzet en inbreng in provinciale Meerjarenprogramma's Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) en energievisies. Daarbij zal waar mogelijk worden aangesloten bij de samenwerking zoals die bij het nationaal programma Regionale Energiestrategie (RES) al plaats vindt. Gemeenten worden met deze decentralisatie-uitkering in staat gesteld ca 3 fte per (RES-)regio aan te nemen. In totaal gaat het om C 10 miljoen per jaar in 2024 en 2025. Zie ook paragraaf 3.2.3.

-

In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering om zich op de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Voor deze decentralisatie-uitkering Openbare bibliotheken is in 2025 en 2026 C 59,3 miljoen beschikbaar. Zie ook paragraaf 3.2.12.

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

6

-

Gemeenten worden vanaf 2025 gecompenseerd voor de afschaffing van het Lageinkomensvoordeel (LIV). Het gaat om het LIV dat de gemeente of haar sociaal ontwikkelbedrijf ontvangt voor werknemers met een interne plaatsing op basis van de Wet Sociale werkvoorziening (Wsw) of in nieuw beschut werk op basis van de Participatiewet. Compensatie vindt plaats via de gebruikelijke financieringsstromen voor de Sociale werkvoorziening (SW) en voor Beschut werk via de Integratie-uitkering Participatie. In 2025 gaat het in totaal om C 19,8 miljoen. Zie ook paragraaf 3.2.13.

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

7

2

Algemene uitkering

2.1

Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 volgen de overige mededelingen over de algemene uitkering en paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren.

Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren.

De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. 2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2024 tot en met 2029 ten opzichte van de meicirculaire 2024. Het betreft achtereenvolgens: 1.

Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket.

2.

Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering.

Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2024 en verder en worden

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

8

onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar.

Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de meicirculaire 2024 (in duizenden euro's)

stand meicirculaire 2024

2024

2025

2026

2027

202S

2029

3S.546.920

39.996.921

3S.6S3.666

40.350.993

41.93S.S45

43.6S1.232

164.057

151.647

130.389

60.913

-746

-7.400

-7.400

-7.400

-7.400

-7.400

3.230

3.230

3.230

3.230

-13.479

-16.377

-19.275

-22.173

-25.071

500.000

511.000

511.000

511.000

5.400

5.400

5.500

10.000

-9.360

-9.360

-9.360

-9.360

75.000

150.000

225.000

300.000

algemene mutaties 1) 2)

Bijstelling accres-tranches Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024

3)

Indexatie DU Jeugd: overheveling accres naar regionaal programma

446.667

taakmutaties

4)

cluster Bestuur en ondersteuning Wet op de lijkbezorging

5)

Digitaal stelsel Omgevingswet

6)

cluster Individuele voorzieningen Jeugd Besparingsverlies Jeugd

7)

cluster Sociale basisvoorzieningen Kinderopvang Sociaal Medische indicatie

8)

Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang

-10.581

5.400 1.100

1.800

cluster Participatie 9)

Bijstand jongerennorm cluster Individuele voorzieningen Wmo

10)

Indexatie Wmo demografie

sta n d d ez e c i rc u l a i re----------------------------------------------------------------------38.984.106---------- 40.147.299-------- 39.3S5.S06-------- 41.114.977---------42.705.555-------- 44.462.SS5

Toelichting 1.

Bijstelling accres-tranches

Uitgangspunten en actualiteit

De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. In de meicirculaire van het lopend jaar wordt de tranche van het lopend jaar definitief. In deze septembercirculaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2025 en verder.

Dit voorjaar is in constructief overleg met de VNG en het Interprovinciaal Overleg (IPO) besloten de nieuwe normeringssystematiek vervroegd in te voeren. Dit houdt in dat de koppeling van het accres aan de bbp-ontwikkeling per 2024 is ingevoerd. Uitgangspunt is dat de fondsen (GF en PF) meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen is gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar.

In de Miljoenennota is het accres voor het jaar 2025 en verder geactualiseerd op basis van de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB) (MEV25). In de onderstaande tabel 2.2.2. zijn de actuele cijfers opgenomen.

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

9

Tabel 2.2.2. Indices CPB 2025

2026

2027

2028

2029

Volume bbp (8-jaars gemiddelde)

2,0/0

1,8/

1,7/

1,5/

1,5/

Prijs bbp

2,70Zo

2,7/

2,6/

2,4/

2,4/

4,80%

4,52%

4,33%

3,99%

3,92%

Volume bbp (8-jaars gemiddelde)

2,1/

2,0/

1,8/

1,70/

1,6/

Prijs bbp

2,3/

2,6/

2,6/

2,5/

2,5/

Gecombineerde bbp index

4,45%

4,6 l/o

4,45%

4,22%

4,110Zo

Volume bbp (8-jaars gemiddelde)

-0,1/

-0,1/

-0,2/

-0,1/

-0,1/

Prijs bbp

0,4/

0,0/

0,0/

-0,1/

-0,1/

Gecombineerde bbp index

0,35%

-0,1í^

-o,m

-0,23%

-0,20%

Indices CPB bbp MEV25

Gecombineerde bbp index

Indices CPB bbp CEP 24

Verschil (nieuw-oud)

Voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld. Voor de jaren 2025 t/m 2029 is de raming van de volume bbp ontwikkeling neerwaarts bijgesteld.

Accres Gemeentefonds

Onderstaande tabel 2.2.3 bevat het accres voor het Gemeentefonds voor 2025 en verder zoals opgenomen in de Voorjaarsnota 2024 op basis van de bbp cijfers uit het CEP24. Tabel 2.2.4 bevat het accres voor het gemeentefonds voor 2025 en verder zoals opgenomen in de Miljoenennota 2025 op basis van de recente bbp cijfers uit de MEV25. Tabel 2.2.5 bevat de mutaties in het accres tussen stand Voorjaarsnota 2024 en stand Miljoenennota 2025.

Met de VNG is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 op de Aanvullende Post een jaarlijkse tranche van C 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot C 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. Het kabinet heeft deze middelen bij Miljoenennota 2025 overgeheveld naar het begrotingsartikel Accres (hoofdstuk 60) zodat gemeenten hier rekening mee kunnen houden in hun meerjarenbegroting. In deze circulaire zijn deze middelen toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo, zie paragraaf 2.2.10. Dit is gedaan, omdat de middelen betrekking hebben op de Wmo en dan ook conform de maatstaven in dit cluster worden verdeeld.

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

10

Tabel 2.2.3. Accres Voorjaarsnota 2024 Bedragen in miljoenen euro

2025

2026

2027

2028

2029

tranche 2025 volume

812

761

759

756

755

tranche 2025 prijs

908

851

849

845

845

742

740

737

736

1.003

1.001

997

996

711

708

707

1.045

1.041

1.040

tranche 2026 volume tranche 2026 prijs tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs

690

690

1.044

1.043

tranche 2029 volume

676

tranche 2029 prijs

Totaal accres

1.086

1.720

3.357

5.104

6.817

8.575

2026

2027

2028

2029

Tabel 2.2.4. Accres Miljoenennota 2025 Bedragen in miljoenen euro tranche 2025 volume tranche 2025 prijs

2025 798

747

744

741

741

1.086

1.018

1.014

1.010

1.009

702

699

697

696

1.041

1.037

1.033

1.032

663

660

660

1.078

1.074

1.073

639

638

1.025

1.025

tranche 2026 volume tranche 2026 prijs tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs tranche 2029 volume

633

tranche 2029 prijs

1.065

1.884

3.508

5.234

6.878

8.574

2025

2026

2027

2028

2029

tranche 2029 prijs

-14 178 -

-14 167 -40 38 -

-15 165 -41 36 -48 33 -

-14 165 -40 36 -48 33 -51 -19 -

-14 165 -40 36 -48 33 -51 -18 -43 -21

Totaal accres

164

152

130

61

-1

Totaal accres

Tabel 2.2.5. Mutatie sinds Voorjaarsnota Bedragen in miljoenen euro tranche 2025 volume tranche 2025 prijs tranche 2026 volume tranche 2026 prijs tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs tranche 2029 volume

2.

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024

Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

11

provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. Hierdoor zijn het BCF en het gemeente- en provinciefonds communicerende vaten.

In deze circulaire is een geactualiseerde raming voor de jaren 2024 tot en met 2029 opgenomen. De ruimte onder het plafond voor gemeenten is voor 2024 geraamd op C 447 miljoen. Dit is C 224 miljoen lager dan geraamd bij de septembercirculaire 2023. De ontwikkeling van de uitgaven wordt vlak doorgetrokken. Hierbij is rekening gehouden met de jaarlijkse toevoegingen (taakmutaties) aan het BCF. Bij deze aanname blijft voor alle jaren sprake van ruimte onder het BCF-plafond. De ruimte onder het plafond is in alle jaren afgenomen ten opzichte van de ramingen bij de septembercirculaire 2023.

Tabel 2.2.6 Geraamd plafond BCF (bedragen in miljoenen euro) 2024

2025

2026

2027

2028

2029

BCF Plafond totaal

4.890

4.973

5.212

5.423

5.639

5.849

Plafond aandeel gemeenten VJN24

4.227

4.396

4.593

4.792

4.995

5.193

31

8

7

-

-

-

-

15

12

6

-5

-17

4.258

4.419

4.612

4.799

4.990

5.176

Uitputting gemeenten

3.811

3.811

3.811

3.811

3.811

3.811

Ruimte onder plafond gemeenten

447

608

801

988

1.179

1.365

Taakmutaties Toevoeging accres sinds voorjaarsnota Plafond aandeel gemeenten MN25

3.

Indexatie DU Jeugd: overheveling accres naar regionaal programma

In paragraaf 3.2.19. van de meicirculaire 2024 is gemeld dat de decentralisatie-uitkering Jeugd (DU Jeugd) (jaarlijks C 21,7 miljoen) met ingang van 2025 wordt beëindigd en dat deze middelen structureel worden toegevoegd aan het budget voor de (contact)gemeente voor het regionaal programma op de begroting van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen (OCW). Aangezien decentralisatie-uitkeringen deel uitmaken van de grondslag van de accres berekening wordt nu vanaf 2025 een deel van het accres structureel toegevoegd aan het budget voor de (contact)gemeente voor het regionaal programma. Het gaat om jaarlijks C 7,4 miljoen. Dit bedrag is gebaseerd op een (CPB-)raming van de loon-en prijsontwikkeling. 4.

Wet op de lijkbezorging

De inwerkingtreding van het wetsvoorstel van de modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) is voorzien op 1 januari 2026. Ten behoeve van de financiering van de beoogde wettelijke uitbreiding van de taken van de gemeentelijke lijkschouwer is voor de periode 2026-2031 jaarlijks C 3,2 miljoen naar de algemene uitkering overgeheveld. De middelen worden toegevoegd aan het cluster Bestuur en ondersteuning. Voor de jaren 2032 en verder dient over het structureel toekennen van middelen in het kader van het programma Werk aan Uitvoering (WaU) nog een besluit te worden genomen door de Ambtelijke Commissie Uitvoering (ACU).

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

12

5.

Digitaal Stelsel Omgevingswet

Op grond van de Beheerovereenkomst van 18 december 2018 dragen de gemeenten vanaf 1 januari 2020 jaarlijks 707 bij aan de kosten van beheer en doorontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). De gemeentelijke bijdrage is vanaf 2020 structureel overgeheveld van het gemeentefonds naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), te weten C 18,0 miljoen per jaar. Zie ook paragraaf 2.2.19. van de meicirculaire 2019.

Met deze taakmutatie wordt deze gemeentelijke bijdrage structureel verhoogd, conform de aanvullende afspraken in het Bestuurlijk Overleg Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) van 13 juli 2023 op basis van het prijspeil 2024 (CPB index 3,57)1, naar C 31,4 miljoen vanaf 2024. Het nog over te hevelen bedrag voor 2024 bedraagt C 10,6 miljoen, aangezien reeds C 20,9 miljoen naar de begroting van BZK is overgeheveld (de hiervoor genoemde C 18 miljoen aangevuld met indexatie). De aanvullende bijdrage voor de periode 2025-2029 is hierboven in tabel 2.2.1. opgenomen. Het bedrag voor 2029 is op basis van de huidige afspraken het structurele bedrag dat wordt uitgenomen. De middelen worden onttrokken aan het cluster Bestuur en ondersteuning. 6.

Besparingsverlies jeugd

Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op jeugdzorg. Deze besparing (oplopend tot C 511 miljoen in 2027) was in mindering gebracht op de middelen voor jeugdzorg op de aanvullende post van het ministerie van Financiën. Het nieuwe kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing te laten vervallen. De genoemde besparing wordt daarom nu toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Het gaat om C 500 miljoen in 2026 en C 511 miljoen vanaf 2027. In paragraaf 2.2.11. van de meicirculaire 2024 is reeds gemeld dat de besparing van C 500 miljoen voor 2025 nog niet gerealiseerd kon worden en dat daarom voor 2025 een bedrag van C 500 miljoen is toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. 7.

Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie (SMI)

De Sociaal Medische Indicatie (SMI) is een gemeentelijke regeling om gezinnen die geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag, maar die ook niet in staat zijn de zorg voor hun kinderen volledig te dragen vanwege sociale of medische problematiek, een vergoeding te kunnen bieden voor het gebruik van kinderopvang. Door verschillende ontwikkelingen is de SMI budgettair steeds meer onder druk komen te staan. Om dit te kunnen ondervangen, wordt het SMI budget in een aantal stappen verhoogd. Voor de jaren 2025-2027 gaat het om C 5,4 miljoen, voor 2028 gaat het om C 5,5 miljoen en vanaf 2029 om jaarlijks C 10 miljoen. De middelen worden toegevoegd aan het cluster Sociale basisvoorzieningen.

1 Betreft de index materiële overheidsconsumptie (IMOC) voor 2024 uit de cMEV augustus 2023.

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

13

8.

Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang

In de Voorjaarsnota 2024 zijn middelen vrijgemaakt voor incidentele meerkosten voor toezicht en handhaving op aangepaste kwaliteitseisen in de kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en meertalige opvang voor 2024 en 2025. De aanpassingen zijn in werking getreden op 1 juli 2023, 1 februari 2024 en 1 juli 2024. Het gaat om kosten van implementatie van de regelgeving bij gemeenten en GGD'en en het uitvoeren van de eerste keer toezicht en handhaving op de aangepaste kwaliteitseisen. Zoals aangekondigd in paragraaf 4.6 van de meicirculaire 2024 worden deze middelen nu aan de algemene uitkering toegevoegd. Het gaat om C 1,1 miljoen in 2024 en C 1,8 miljoen in 2025. De middelen worden toegevoegd aan het cluster Sociale basisvoorzieningen. 9.

Bijstand jongerennorm

Gemeenten kunnen vanuit de bijzondere bijstand een aanvulling op de bijstand aan 21-minners geven als hun ouders niet bij kunnen springen. Met het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt de bijzondere bijstand met ingang van 1 januari 2026 overgeheveld naar de algemene bijstand. De aanvulling op de bijstand is bedoeld voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en daarmee is de algemene bijstand het juiste instrument voor dit soort kosten. Daarom worden er middelen vanuit de algemene uitkering (cluster Participatie) overgeheveld naar de algemene bijstand, op de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Het gaat om jaarlijks C 9,4 miljoen vanaf 2026. 10. Indexatie Wmo demografie Met de VNG is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 op de Aanvullende Post een jaarlijkse tranche van C 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot C 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie.

Het kabinet heeft deze middelen bij Miljoenennota 2025 overgeheveld naar het begrotingsartikel Accres (hoofdstuk 60) zodat gemeenten hier rekening mee kunnen houden in hun meerjarenbegroting. In deze circulaire zijn deze middelen toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo, omdat de middelen betrekking hebben op de Wmo en dan ook conform de maatstaven in dit cluster worden verdeeld.

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

14

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering

De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.

Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Mutatie

Verdeelwijze

taakmutaties

cluster Bestuur en ondersteuning

Wet op de lijkbezorging

via maatstaven cluster

Digitaal stelsel Omgevingswet

via maatstaven cluster

cluster Individuele voorzieningen Jeugd

Vervallen besparing jeugdzorg

via maatstaven cluster

cluster Sociale basisvoorzieningen

Kinderopvang Sociaal Medische indicatie

via maatstaven cluster

Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang

via maatstaven cluster

cluster Participatie

Bijstand jongerennorm

via maatstaven cluster

cluster Individuele voorzieningen Wmo

via maatstaven cluster

Indexatie Wmo demografie

2.4 2.4.1

Overige mededelingen algemene uitkering Bommenregeling

De bommenregeling is geen Rijkssubsidie, maar een regeling die wordt gefinancierd uit het gemeentefonds. De bommenregeling is dan ook een regeling van en voor gemeenten, die bestemd is voor vergoeding van kosten van gemeenten en/of particuliere vondsten. De bommenregeling is niet bestemd voor vergoeding van kosten van andere partijen. Zoals aangekondigd in paragraaf 2.4.1. van de meicirculaire 2024 zullen de fondsbeheerders daar fasegewijs strenger op toezien.

Gemeenten die voor de meicirculaire een aanvraag voor de bommenregeling hebben ingediend zijn dit voorjaar per mail verzocht om aan te geven of er in hun aanvraag dit jaar mogelijk sprake was van kosten die niet voor vergoeding in aanmerking komen. Dit heeft in

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

15

een aantal gevallen geleid tot een aanpassing van het in de meicirculaire toegekende bedrag. Met de gemeenten die dit betreft is contact geweest. In bijlage 2.4.1 is de definitieve vergoeding vanuit de bommenregeling voor dit jaar opgenomen (inclusief de berging van vliegtuigwrakken).

Vanaf volgend jaar zullen ook de kosten van andere derden, met uitzondering van particuliere vondsten, niet langer voor vergoeding in aanmerking komen. Bovendien moet vanaf volgend jaar expliciet in het raadsbesluit worden verklaard dat de kosten alleen de kosten, exclusief btw, van gemeenten en/of particuliere vondsten betreffen. Er hoeft geen verdere onderbouwing te worden overlegd. Voor meer informatie hierover zie Bommenregeling gemeentefonds. 2.4.2 Ingroeipad decentralisatie-uitkering Maatschappelijk Opvang

In paragraaf 4.4. van de septembercirculaire 2023 is het verdeelmodel van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang in lijn gebracht met de maatstaven zoals die nu in het herijkte verdeelmodel voor de algemene uitkering worden gebruikt. Deze actualisatie had een technisch en beleidsarm karakter. Echter, doordat de maatstaf Huishoudens met laag inkomen niet langer bevroren was, had dit een relatief groot negatief effect voor de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, waar het effect voor andere gemeenten juist positief was. Daarom is met de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag een ingroeipad afgesproken voor de periode 2023-2025, naar analogie van het ingroeipad dat is gehanteerd bij de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering (zie bijlage 2.4.2). De bedragen voor 2026 en verder voor de suppletieuitkering zijn afhankelijk van verdere besluitvorming. In afwachting hiervan is ervoor gekozen om voor 2026 en verder uit te gaan van de stand 2025. 2.5

Maatstaven, bedragen per eenheid, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen

De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop in deze paragraaf). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen.

Maatstaven

Voor uitkeringsjaar 2024 is geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering voor dat uitkeringsjaar kunt u vinden in de toelichting op de

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

16

berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 20242.

Huishoudens laag inkomen met drempel In paragraaf 2.5.2. van de meicirculaire 2024 is gemeld dat voor 2025 zal worden uitgegaan van een tweejarig gemiddelde en voor 2026 en verder van een driejarig gemiddelde van de maatstaf Huishoudens laag inkomen met drempel. Er is toen toegezegd dat nadere informatie over de definiëring van dit meerjarig gemiddelde, waaronder welke tijdsperiode en exacte berekeningswijze, in de septembercirculaire zou volgen. Het tweejarig gemiddelde zal worden berekend op basis van de gegevens van t-2 en t-3, aangezien de voorlopige cijfers van huishoudens met een laag inkomen van jaar t-1 niet eerder dan in december jaar t beschikbaar zijn. Het driejarig gemiddelde zal worden berekend op basis van de gegevens van t-2, t-3 en t-4. Voor de drempelwaarde zal eveneens worden uitgegaan van een tweejarig gemiddelde in 2025 en een driejarig gemiddelde in 2026 over dezelfde tijdsperiode. De prognose voor 2025 en verder is hierop aangepast.

Woonruimten Begin juli 2024 zijn de actuele gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ontvangen over twee onderdelen van de maatstaf woonruimten, te weten het aantal uitwonende studenten en het aantal personen in zorginstellingen (onderdeel van het aantal personen in institutionele huishoudens). Deze zijn opgenomen in bijlage 2.5.1 en zullen voor uitkeringsjaar 2023 en 2024 worden toegepast. Het aantal uitwonende studenten blijft voor 2024 een voorlopig cijfer, het aantal personen in zorginstellingen is definitief en wijzigt niet meer.

Bedragen per eenheid

De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt. Hierdoor is een aantal bedragen per eenheid (bpe) voor 2024-2029 ten opzichte van de meicirculaire 2024 gewijzigd. In bijlagen 2.1.1-4 is meer informatie opgenomen over de gewijzigde bpe's voor 2024 en 2025

Uitkeringsfactor

De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de OZB-maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen te delen door de uitkeringsbasis. De - landelijke - uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar.

De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang:

2 Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds, Riiksoverheid.nl

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

17

^

De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de algemene mutaties en taakmutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties.

^

De ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van geactualiseerde volumina en geactualiseerde bedragen per eenheid (bpe). Bijlage 2.5.2 bevat informatie over de raming van de volumina van de maatstaven.

»

De belastingcapaciteit.

Ten opzichte van de meicirculaire 2024 is de uitkeringsfactor voor het jaar 2021 ongewijzigd. De uitkeringsfactor voor uitkeringsjaar 2022 daalt ten opzichte van de meicirculaire 2024 met 1 punt van 1,824 naar 1,823. Deze daling wordt veroorzaakt door de actualisatie van de maatstaf medicijngebruik met drempel en de definitieve vaststelling van de artikel 12-uitkering voor gemeente Vlissingen. De uitkeringsfactor voor het uitkeringsjaar 2023 daalt met 2 punten van 1,307 naar 1,305. Deze daling wordt veroorzaakt door de actualisatie van de maatstaf Huishoudens laag inkomen met drempel en de maatstaf Loonkostensubsidie.

De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2024-2029 is vermeld in tabel 2.5.1.

Tabel 2.5.1 Uitkeringsfactor 2024-2029

Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in miljoenen)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

1,420 30.138

1,457 30.361

1,460 29.807

1,504 30.108

1,545 30.358

1,587 30.684

De uitkeringsfactoren in tabel 2.5.1 zijn in lopende prijzen3. Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van de gegevens van het CPB zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen.

Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgt hieronder de tabel, waarin voor ieder afzonderlijk jaar de ontwikkeling is opgenomen ten opzichte van de meicirculaire 2024 (verticale toelichting).

3 De algemene uitkering wordt geïndexeerd op basis van de bbp-ontwikkeling. Daarmee is de algemene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen.

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

18

Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Tabel 2.5.2 laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand meicirculaire 2024. Hierbij is voor het eerst het effect van de taakmutaties afzonderlijk gepresenteerd.

Tabel 2.5.2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2024-2029 2024

2025

2026

2027

2028

2029

1,414

1,457

1,459

1,504

1,548

1,593

algemene mutaties taakmutaties uitkeringsbasis/OZB

0,014 0,000 -0,008

0,005 0,000 -0,005

0,005 0,019 -0,023

0,004 0,021 -0,025

0,002 0,023 -0,028

0,000 0,026 -0,032

overig

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

uitkeringsfactor stand deze circulaire

1,420

1,457

1,460

1,504

1,545

1,587

stand meicirculaire 2024

mutaties deze circulaire

De uitkeringsfactoren voor de jaren 2024 tot en met 2029 wijzigen ten opzichte van de meicirculaire 2024. De uitkeringsfactor is met name voor het jaar 2024 gewijzigd.

Voor 2024 is er sprake van een stijging van de uitkeringsfactor ten opzichte van de meicirculaire 2024 van 6 punten. De stijging wordt veroorzaakt door de verwerking van de afrekening van de ruimte onder het plafond van het BCF (plus 14 punten) die deels gedempt wordt door veranderingen in de uitkeringsbasis als gevolg van gewijzigde volumina (-8 punten). De maatstaven die hierin een rol spelen zijn onder andere Huishoudens laag inkomen met drempel (-5,4 punten), Inwoners 75+ met drempel (-1,9 punten), Migratieachtergrond (-1,7 punten) en Regionale centrumfunctie (-1 punt). De belastingcapaciteit heeft een positief effect van 2,2 punten.

Voor 2026 en verder is te zien dat de uitkeringsfactor opwaarts wordt bijgesteld als gevolg van de taakmutaties besparingsverlies Jeugd (C 511 miljoen structureel) en indexatie Wmo demografie (C 75 miljoen oplopend tot C 300 miljoen structureel), hetgeen tegelijkertijd leidt tot een opwaartse bijstelling van de uitkeringsbasis. Deze opwaartse bijstelling van de uitkeringsbasis heeft een negatief effect op de uitkeringsfactor. Als gevolg van deze twee tegengestelde effecten wijzigt de uitkeringsfactor voor 2026 en verder nauwelijks.

Op basis van de MEV 2025 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers in deze circulaire geactualiseerd. Hieronder staat in tabel 2.5.3 een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand meicirculaire 2024 en de stand van deze circulaire. Tabel 2.5.3 Bijstandsontvangers 2024

2025

2026

2027

2028

2029

stand meicirculaire 2024

384.006

386.097

394.479

401.984

411.390

419.753

stand septembercirculaire 2024

384.006

386.549

393.931

400.597

409.713

418.343

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

19

Overige uitkeringsonderdelen

Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd: ^

Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.

•

Een beperkt aantal gemeenten ontvangt een suppletie-uitkering Bommenregeling vanwege de kosten die zij hebben gemaakt met betrekking tot het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (zie paragraaf 2.4.1).

•

Een beperkt aantal gemeenten (Amsterdam, Rotterdam en den Haag) ontvangt een suppletie-uitkering vanwege het ingroeipad als gevolg van de actualisatie van de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang naar de maatstaf van het nieuwe verdeelmodel (zie paragraaf 2.4.2).

^

Vanaf 2023 geldt voor gemeenten een ingroeipad als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering. Dit ingroeipad wordt zoals gebruikelijk verwerkt in een suppletie-uitkering (zie paragraaf 2.5.2 van de meicirculaire 2022). De bedragen voor 2026 en verder voor de suppletie-uitkering zijn afhankelijk van verdere besluitvorming. In afwachting hiervan is ervoor gekozen om voor 2026 en verder uit te gaan van de stand 2025 en dus de suppletie-uitkering door te trekken.

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

20

3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten.

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratieuitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de meicirculaire 2024 over de periode 2024 tot en met 2029. De mutaties hebben betrekking op 2024 en verder en worden onder de tabel toegelicht.

Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2024-2029 (bedragen in duizenden euro's)* 2024

stand meicirculaire 2024

2025

2027

2028

2029

4.889.796 4.619.299 4.533.731 4.448.355 4.372.659 4.307.085

1

Alleenverdienersproblermatiek 2023-2024

22.597

2

Wet betaalbare huur

13.435

3

Faciliteitenbesluit opvangcentra

12.053

4

Toekomstbestendig maken energiebeleid

10.004

5

Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)

2.856

6

Bed, bad en brood

1.600

7

Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP)

1.400

8

Work in Nederland

1.321

9

Nederlands-Soedanese repatrianten

272

10

Aanpak recreatieparken

170

11

100 jaar vriendschap Turkije-Nederland

100

12

Vrouwenopvang

-222

13

Openbare bibliotheken

14

IU Participatie: afschaffen lage-inkomens voordeel

19.789

15

IU Beschermd wonen: Volumegroei WMO Beschermd wonen

14.185

stand deze circulaire

2026

19.256

16.406

9.150

7.352

6.500

-222

-222

-43

-43

-43

59.282

59.282 19.664

19.536

19.410

19.284

14.185

14.185

14.185

14.185

10.004

4.955.382 4.741.593 4.643.046 4.491.183 4.413.563 4.347.011

*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

21

Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen over de periode 2024 tot en met 2029.

Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2024-2029 (in duizenden euro's)* 2024

2025

2026

2027

2028

2029

- IU Participatie

Uitkeringsjaar

2.070.911

1.959.386

1.892.842

1.826.360

1.760.438

1.694.636

september 2024, ş 3.2-14

- IU Beschermd wonen

1.730.992

1.745.850

1.746.555

1.746.555

1.746.555

1.746.555

september 2024, ş 3.2-15

- Maatschappelijke opvang

385.057

385.057

385.057

385.057

385.057

385.057

december 2022, ş 3.2-21

- Vrouwenopvang

september 2023, ş 3.2-3

- IU Voogdij/m

Vindplaats

mei 2024, ş 3.2-20 t/m 21

230.829

230.843

210.970

210.937

210.937

210.937

- Armoedebestrijding kinderen

85.000

85.000

85.000

85.000

85.000

85.000

- Uitvoeringskosten Omgevingswet

71.535

- Nationaal Actieplan Dakloosheid

55.000

55.000

55.000

55.000

55.000

55.000

- Vergunningverlening, toezicht en handhaving

46.700

46.700

46.700

46.700

46.700

46.700

mei 2017, ş 4.2

- Voorschoolse voorziening peuters

30.000

30.000

30.000

30.000

30.000

30.000

september 2022, ş 3.2-4

- Alleenverdienersproblematiek 2023-2024

22.597

- Jeugd

21.700

mei 2024, ş 3.2-19

- Begeleiding jongeren naar werk

14.895

september 2023, ş 3.2-8

mei 2020, ş 3.3.8 mei 2024, ş 3.2-1 mei 2024, ş 3.2-2a

september 2024, ş 3.2-1

- Versterking arbeidsmarktregio's

14.593

14.593

14.593

14.593

14.593

14.593

mei 2024, ş 3.2-17

- Beeldende kunst en vormgeving

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

september 2015, ş 4.2-1

- Wet betaalbare huur

13.435

19.256

16.406

9.150

7.352

6.500

september 2024, ş 3.2-2

- Extra capaciteit BOA's

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

- Faciliteitenbesluit opvangcentra

12.053

- Wet kwaliteitsborging bouw

10.076

10.076

- Toekomstbestendig maken energiebeleid

10.004

10.004

- Versterking dienstverlening gemeenten: personen met verward

10.000

10.000

10.000

10.000

0

0

- RES regio's

8.781

8.781

8.781

8.781

8.781

8.781

- Bodembescherming

8.636

8.636

8.636

8.636

8.636

8.636

mei 2024, ş 3.2-4

- Veiligheidshuizen

7.699

7.699

7.699

7.699

7.699

7.699

juni 2012, ş 6.11

mei 2022, ş 3.2-11 september 2024, ş 3.2-3

10.000

september 2022, ş 3.2-3 september 2024, ş 3.2-4 mei 2023, ş 3.2-19 september 2023, ş 3.2-6

- Aanpak laaggeletterdheid

7.300

- Dakloze EU burgers

7.000

september 2019, ş 3.2-7

- Uitstapprogramma prostituees

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

september 2022, ş 3.2-6

- Jeugdhulp aan kinderen in een AZC

5.100

5.100

5.100

5.100

5.100

5.100

december 2019, ş 3.3.1

- Regionale doelgroepen specifieke aanpak

4.784

4.784

4.784

- BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders

4.731

4.731

4.731

4.731

4.731

4.731

mei 2020, ş 3.3.7

- Knelpunten verdeelproblematiek

4.047

4.140

4.235

4.332

4.432

4.534

mei 2024, ş 3.2-18

- Versterking omgevingsveiligheidsdiensten

3.825

september 2020, ş 3.2-15

- Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)

2.856

september 2024, ş 3.2-5

- Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen

2.500

- Veilig wonen

2.415

- Landelijke beeindigingsregeling veehouderijbedrijven

2.224

- Faciliteitenbesluit opvangcentra

2.165

mei 2024, ş 3.2-7

- Bed, bad en brood

1.600

september 2024, ş 3.2-6

- Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP)

1.400

september 2024, ş 3.2-7

- Experiment gesloten coffeeshopketen

1.378

december 2023, ş 3.2-19

- Maatschappelijke begeleiding

1.373

mei 2024, ş 3.2-8

- Work in Nederland

1.321

september 2024, ş 3.2-8

- LHBTI beleid Regenboogsteden

1.212

mei 2024, ş 3.2-2b

mei 2024, ş 3.2-5

mei 2024, ş 3.2-6 2.415

2.415

september 2023, ş 3.2-9 mei 2024, ş 3.2-3

1.212

1.212

mei 2024, ş 3.2-12

- Slavernijverleden

958

mei 2021, ş3.2-15

- Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP)

840

mei 2024, ş 3.2-9

- Social Labs

700

- Veilige steden

675

- Behoud sociale voorzieningen Groningen

629

- Outreachend werken

508

mei 2024, ş 3.2-13

- Nederlands-Soedanese repatrianten

272

september 2024, ş 3.2-9

- Ex Ante Impact Analyse NPLV

223

mei 2024, ş 3.2-15

- Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit

210

mei 2024, ş 3.2-16

- Aanpak recreatieparken

170

september 2024, ş 3.2-10

- 100 jaar vriendschap T urkije-Nederland

100

- Verkeersveiligheid - Vrouwenopvang

675

mei 2024, ş 3.2-14 mei 2024, ş 3.2-11

september 2024, ş 3.2-11

95

95

95

95

95

95

september 2023, ş 3.2-13

-222

-222

-222

-43

-43

-43

september 2024, ş 3.2-12

59.282

59.282

- Openbare bibliotheken

Totaal

mei 2024, ş 3.2-10 675

september 2024, ş 3.2-13

4.955.382 4.741.593 4.643.046 4.491.183 4.413.563 4.347.011

*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.

Toelichting decentralisatie-uitkeringen 1.

Alleenverdienersproblematiek 2023-2024

Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten kunnen de gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

22

bijzondere bijstand4. De Tweede Kamer heeft met de motie Warmerdam c.s.5 verzocht om de betrokken huishoudens actief te benaderen. Met de VNG is afgesproken dat gemeenten dit gefaseerd oppakken. Ter ondersteuning van gemeenten is een handreiking opgesteld. Ook konden gemeenten een lijst met vermoedelijk betrokken huishoudens opvragen bij het Inlichtingenbureau. Deze lijsten zijn begin juli verstrekt.

Via deze decentralisatie-uitkering ontvangen gemeenten budget om aan de betreffende huishoudens bijzondere bijstand te verstrekken. Nu wordt een bedrag van C 22,6 miljoen uitgekeerd. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-1. Een toelichting op de budgetten per gemeente staat op riiksoverheid.nl. De hoogte van het budget per gemeente is mede gebaseerd op informatie van de Belastingdienst over (1) de voorlopige aantallen huishoudens waar de alleenverdienersproblematiek speelt, en (2) de gemiddelde hoogte van de misgelopen toeslagen. De budgetten worden zo nodig bijgesteld wanneer definitieve gegevens beschikbaar zijn, naar verwachting bij de meicirculaire 2025 en de meicirculaire 2026. 2.

Wet Betaalbare huur

Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot: ^

De maximale huurprijzen die gelden op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS).

^

De maximale huurverhogingen in de gereguleerde sector.

^

De informatieplicht op verhuurders om hun huurders een puntentelling te overleggen bij het afsluiten van een contract.

Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage van circa C 5,5 miljoen in 2024 voor de eenmalige kosten die gemeenten maken bij de implementatie van het wetsvoorstel. Deze implementatiegelden worden verdeeld aan de hand van de grootte van de gemeenten.

Daarnaast ontvangen gemeenten een bijdrage voor het ontvangen en behandelen van meldingen en de handhaving op deze meldingen. Voor deze werkzaamheden ontvangen gemeenten vanaf 2024 een structurele bijdrage van circa C 6,5 miljoen per jaar. Deze middelen worden verdeeld op basis van het aandeel private huur per gemeente en de lokale woningmarktdruk (gemeten op basis van de gemiddelde WOZ-waarde).

4 Gemeentenieuws van SZW 2023-1 I Actueel I Rijksoverheid.nl 5 Tweede Kamer, vergaderjaar 2022-2023 26 448, nr. 719

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

23

Vanwege de piekperiode in de eerste jaren na inwerkingtreding van de wet is er een aanvullende incidentele bijdrage beschikbaar. De incidentele middelen worden in de periode 2024-2028 uitgekeerd op basis van inschattingen van de piek. Daarmee wordt er zorg voor gedragen dat de gemeenten die naar verwachting veel meldingen zullen ontvangen, hiervoor ook gecompenseerd worden. Deze incidentele middelen worden eveneens verdeeld op basis van het aandeel private huur per gemeente en de lokale woningmarktdruk (gemeten op basis van de gemiddelde WOZ-waarde).

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2- 2. 3.

Faciliteitenbesluit opvangcentra

In het faciliteitenbesluit is geregeld dat aan gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers hebben jaarlijks door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een uitkering wordt verstrekt. De uitkering wordt gebaseerd op het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen, verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de basisregistratie personen ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. Op basis van bovenstaande berekeningswijze is het aanvullende bedrag voor 2024 om de werkzaamheden in en voor de opvangcentra te kunnen vergoeden bepaald op C 12,1 miljoen.

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2- 3. 4.

Toekomstbestendig maken energiebeleid

In het bestuurlijk overleg Klimaat en Energie van 28 november 2023 en 18 januari 2024 is gesproken over de bekostiging, welke middelen nu beschikbaar komen, van extra taken bij provincies en gemeenten in het kader van het toekomstbestendig maken van het energiesysteem. Specifiek gaat het om taken op het gebied van het voorkomen van netcongestie, zoals het versnellen van de aanleg van infrastructuur, het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van energie via een stimuleringsprogramma energiehubs en het ondersteunen van bedrijven bij hun verduurzaming.

Voor gemeenten wordt uitgegaan van een gezamenlijke, regionale inzet en inbreng in provinciale Meerjarenprogramma's Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) en energievisies. Daarbij zal waar mogelijk worden aangesloten bij de samenwerking zoals die bij het nationaal programma Regionale Energiestrategie (RES) al plaats vindt. Daarom worden deze middelen verdeeld op basis van de reeds bestaande RES-verdeelsleutel.

Gemeenten worden met deze decentralisatie-uitkering in staat gesteld ca 3 fte per (RES-)regio aan te nemen. In totaal gaat het om C 10 miljoen per jaar in 2024 en 2025. Tevens wordt in beide jaren een afdracht van circa C 0,5 miljoen aan het BTWcompensatiefonds gedaan.

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

24

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2- 4. 5.

Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)

Op 15 mei 2023 is de wetswijziging van de Wet basisregistratie personen (Wbrp) in werking getreden waarbij wordt voorzien in een taak voor de minister van BZK om colleges van burgemeester en wethouders te ondersteunen bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven en bij het onderzoek naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de BRP. Deze aanpak staat bekend onder de naam Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA).

Met dit voorstel wordt beoogd de adreskwaliteit in de BRP te verbeteren. Deze wetswijziging leidt tot meer werk bij gemeenten. Zoals reeds in september 2022 gemeld6 zal het ministerie van BZK hier incidenteel C 3 miljoen aan bijdragen. Dit bedrag is gebaseerd op de impactanalyse van de VNG en de verwachting dat gemeenten ca. 22.000 signalen kunnen verwerken. De verdeelsleutel bestaat uit een startbedrag van C 1.500 per gemeente (waarmee het voor elke gemeente mogelijk is om kwaliteits-bevorderende maatregelen te nemen) en een vergoeding op basis van te verwachten signalen per gemeente (het zogenaamde potentieel). Deze verdelingssystematiek wordt over 2 jaar geëvalueerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14964584/1