CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing aanvrager

Raadsvergadering 14 maart 2024, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Oanfraach omjouwingsfergunning werûntwikkeling lytsskalich kampearterrein nei permaninte rekreaasjewenning17.396 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tabel 1: Uitgangspunten berekening dieselverbruik aanlegfase Machine

Type

Uren

Dieselverbruik per uur in

Dieselverbruik totaal in

Liters

Liters

Vrachtwagen

Middelzware utiliteitsvoertuigen (tot 6L cilinderinhoud)

13

-

-

Shovel

STAGE klasse IV, 2014-2018, 75-560 kW

2

9

18

Mobiele kraan

STAGE klasse IV, 2014-2018, 75-560 kW

4

12

48

Heistelling

STAGE klasse IV, 2014-2018, 75-560 kW

3

10

30

Rupskraan

STAGE klasse IV, 2014-2018, 75-560 kW

5

13

65

Tractor

STAGE klasse IV, 2014-2018, 75-560 kW

5

5

25

Wegterreinkraan

STAGE klasse IV, 2014-2018, 75-560 kW

3

12

36

Mobiele

STAGE klasse IV, 2014-2018, 75-560 kW

8

12

96

op diesel

toren­

kraan Totaal

43

318

Omdat de machines verspreid over het bouwterrein worden ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het projectgebied.

RESULTATEN EN CONCLUSIE In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effec­ ten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn worst-case in dezelfde berekening meegenomen. Voor dit project geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).

3/3

A

AERIUS CALCULATOR

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden,op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

" " " "

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens per emissiebron

Deze PDF Is een digitaal bestand dat weer In te lezen Is In AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden In een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie Is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

1

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Rho Adviseurs Nummer9B, 8613 JH Sandfirden

Activiteit Omschrijving Toelichting

Sandfirden - Nummer9B Aanleg- en exploratiefase recreatiewoning

Berekening AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RQ7aXHhxopVj 25 mei 2023,14:58 Wnb-rekengrid

Totale emissie Situatie 1 - Beoogd

Rekenjaar 2023

Emissie IMH3 0,2 kg/j

Emissie NO* 12,8 kg/j

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RQ7aXHhxopVj (25 mei 2023)

2/7

1

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar2023

Emissiebronnen

Emissie NH3

Emissie NO*

-----ļ Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Aanlegfase

87,8 g/j

12,2 kg/j

^

70,1 g/j

0,6 kg/j

i

RQ7aXHhxopVj (25 mei 2023)

Verkeersnetwerk

3/7

A

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

kken,

SariLifirden

Ûe Band

500 m

ļ ļ

] Habitatrichtlijn ] Vogelrichtlijn

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening)

] Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn ] Niet bepaald

Hoogste totaal (achtergrond + project be re ke ni ng)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RQ7aXHhxopVj (25 mei 2023)

4/7

1

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd) Totaal

RQ7aXHhxopVj (25 mei 2023)

Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr) -

Met toename (ha gekarteerd) -

Grootste toename (mol N/ha/jr) -

Met afname (ha gekarteerd) -

Grootste afname (mol N/ha/jr) -

5/7

A

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Situatie 1, Rekenjaar 2023 ^9 Mobiele werktuigen ļ Bouw, Industrieën Delfstoffenwinning Naam Locatie Oppervlakte

Aanlegfase X: 163526,79 Y:555780,19 0,04 ha

Naam

Stageklasse

Vrachtwagen

Middelzware utiliteitsvoertuigen (tot6L cilinderinhoud) op diesel

NOx NH3

Brandstofverbruik

12,2 kg/j 87,8 g/j

Draaiuren AdBlue verbruik 13 u/j

Stof Emissie NOx NHa

Shovel

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja 18 l/j

2 u/j

oi/j

NOx

Mobiele kraan

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR:ja 48 l/j

4 u/j

oi/j

NHa NOx NHa

Heistelling

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR:ja 30 l/j

3 u/j

01/j

NOx

Rupskraan

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR:ja 65 l/j

5 u/j

01/j

NHa NOx NHa

Tractor

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR:ja 25 l/j

5 u/j

01/j

NOx

Wegterrein kraan Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR:ja 36 l/j

3 u/j

01/j

NHa NOx

Mobiele toren kraan

8 u/j

01/j

NHa NOx

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR:ja 96 l/j

NHa

1,6 kg/j 11,4 g/j 0,6 kg/j 4,3 g/j 1,6 kg/j 11,5 g/j 1,0 kg/j 7,2 g/j 2,2 kg/j 15,6 g/j 0,9 kg/j 6,0 g/j 1,2 kg/j 8,6 g/j 3,2 kg/j 23,0 g/j

Wegverkeer ļ Weg Naam Rijroute aanlegfase Links Rechts X:163981,92 Y:555711,01 Type scherm Locatie Lengte 1.015,70 m Hoogte Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Typehoogteligging Normaal Om Weghoogte Verkeer Voertuigbewegingen Max. snelheid Licht verkeer Voorgeschreven factoren 60,0 p/jaar Middelzwaarvrachtverkeer Voorgeschreven factoren 0,0 p/jaar Zwaarvrachtverkeer Voorgeschreven factoren 14,0 p/jaar Busverkeer Voorgeschreven factoren 0,0 p/jaar

RQ7aXHhxopVj (25 mei 2023)

NOx NŨ2 NH3

58,5 g/j 16,6 g/j 2,6 g/j

In file O.Oo/o 0,0 o/o 0,0 o/o 0,0 o/o

6/7

1

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Wegverkeer | Weg Naam Rijroute exploratiefase Links Rechts X:163981,92 Y:555711,01 Type scherm Locatie Lengte 1.015,70 m Hoogte Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Typehoogteligging Normaal Weghoogte 0m Verkeer Voertuigbewegingen Max. snelheid Licht verkeer Voorgeschreven factoren 8,0 p/etmaal Middelzwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren 0,0 p/etmaal Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren 0,0 p/etmaal Busverkeer Voorgeschreven factoren 0,0 p/etmaal

NO* NŨ2 NH3

0,6 kg/j 0,1 kg/j 67,5 g/j

in file O.Oo/o 0,0 o/o 0,0 o/o 0,0 o/o

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.Ij20230405.989cfb3815 Database versie 2022.L989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/

RQ7aXHhxopVj (25 mei 2023)

7/7

70/109

Bijlage 3

71/109

Ecologisch onderzoek

2021

Quickscan Wet natuurbescherming Ontwikkeling recreatiewoning te Sandfirden

COLOFON Bureau FaunaX Tijnjedyk 89 8936 AC Leeuwarden +316 83 77 25 48 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus

Quickscan Wet natuurbescherming

Ontwikkeling recreatiewoning te Sandfirden Leeuwarden, december 2021

In opdracht van: Rho Adviseurs Uitvoering: Bureau FaunaX Veldwerk en rapportage: Mevr. A. Wieringa Autorisatie: Dhr. J. Groen Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied

© Bureau FaunaX. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX (2021). Ecologische quickscan Wet natuurbescherming. Rho Adviseurs/ Ontwikkeling recreatiewoning te Sandfirden. Rapport 21282. Bureau FaunaX, Leeuwarden.

Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

INLEIDING................................................................................................................................ 1 1.1

Aanleiding...................................................................................................................... 1

1.2

Doel................................................................................................................................2

1.3

Onderzoeksopzet...........................................................................................................2

1.4

Ligging en karakteristiek van het plangebied.............................................................. 3

RESULTATEN QUICKSCAN................................................................................................... 4 2.1

Flora................................................................................................................................4

2.2

Vogels.............................................................................................................................5

2.3

2.2.1

Jaarrond beschermde vogelnesten................................................................ 5

2.2.2

Overige (broed)vogelsoorten......................................................................... 5

Zoogdieren.....................................................................................................................5 2.3.1

Vleermuizen....................................................................................................5

2.3.2

Overige zoogdiersoorten............................................................................... 6

2.4

Reptielen en amfibieën................................................................................................ 10

2.5

Vissen ........................................................................................................................... 11

2.6

Ongewervelden............................................................................................................ 12

2.7

Gebiedsbescherming.................................................................................................... 12 2.7.1

2.8 3.

Houtopstanden............................................................................................................ 13

SAMENVATTING EN CONCLUSIES.....................................................................................14 3.1

Overzicht beschermde soorten...................................................................................14

3.2

Effectbespreking en aanbevelingen.............................................................................14

3.3 4.

Stikstofgevoeligheid...................................................................................... 13

3.2.1

Algemeen voorkomende broedvogels..........................................................14

3.2.2

Vleermuizen (vliegroute & foerageergebied)...............................................15

3.2.3

Noordse woelmuis......................................................................................... 15

3.2.4

Waterspitsmuis............................................................................................. 15

3.2.5

Otter ............................................................................................................. 15

3.2.6

Grote modderkruiper ................................................................................... 16

3.2.7

Vrijgestelde- en niet beschermde soorten:de zorgplicht............................ 16

3.2.8

Natuur Netwerk Nederland (overige natuur)............................................. 16

3.2.1

Ganzenfoerageergebied................................................................................16

3.2.2

Natura 2000................................................................................................... 16

3.2.3

Stikstofdepositie............................................................................................16

Overzicht vervolgstappen............................................................................................ 17

BRONNEN EN LITERATUUR............................................................................................... 18

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING........................................................................................... 19 Wnb Soortbescherming......................................................................................................... 19 Vogels en verstoring.................................................................................................... 19 Vrijgestelde soorten provincie Fryslân........................................................................19 Voorwaarden vrijstellingen........................................................................................ 20 Zorgplicht art 1.11 Wnb................................................................................................. 21 Wnb Gebiedsbescherming ................................................................................................... 21 Natura 2000-gebieden ................................................................................................ 21 Wnb Houtopstanden ............................................................................................................ 21 NatuurNetwerk Nederland/ Ecologische HoofdStructuur.................................................22

1. INLEIDING i.i

Aanleiding

Men is voornemens op het perceel gelegen aan de Vlakke Brekken te Sandfirden een recreatiewoning te realiseren waar voorheen een kampeerterrein was gelokaliseerd (figuur 1.1). De bebouwing binnen het plangebied zal met de beoogde werkzaamheden worden verwijderd. De recreatiewoning zal een bouwhoogte van maximaal 5 meter en een oppervlakte van 70 m2 (7 x 10 m) hebben. Aangezien het plangebied binnen een Natura 2000-gebiedt valt, zal de locatie van de woning worden bepaald op basis van de resultaten van deze toetsing. Hierbij zullen beschermde natuurwaarden zoveel mogelijk worden ontzien.

Plangebied Sandfirden

\ z V7 ŕ Jģ

Legenda CD Plangebied

i.#

\

# 0

J'Êå

-iJ FaunaX

10

20

30 m

Software: QG’S 3.16 Basislagen: Google Satellite, Google Roads 81 OpenStreetMap CRS: Amersfoort/RD New

Figuur 1.1. Plangebied te Sandfirden.

Omdat de bovenstaande maatregelen een ruimtelijke ingreep betreffen, dient een toetsing te worden uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze toetsing vindt eerst plaats in de vorm van een quickscan gebaseerd op het onderdeel soortbescherming. In het kader daarvan is door Bureau FaunaX een analyse gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer aanwezige beschermde natuurwaarden. Hierbij ligt de focus op flora en alle diergroepen waarvan redelijkerwijze kan worden verwacht dat beschermde soorten voor kunnen komen in het plangebied. Tevens is een inschatting gemaakt van de eventuele effecten van de voorgenomen plannen op in de omgeving liggende beschermde natuurgebieden (Natura 2000 en NNN/EHS) (onderdeel gebiedsbescherming).

1

1.2

Doel

Deze ecologische beoordeling geeft, voor zover mogelijk, antwoord op de volgende vragen: 1. 2.

3. 4. 5.

Komen binnen het plangebied (biotopen van) beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming voor? Komen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde natuurgebieden voor? Wat zijn de mogelijke effecten van de realisatie van de initiatieven en het in gebruik hebben ervan op deze beschermde natuurwaarden? Voor welke soorten en hun leefgebied wordt de wet mogelijk overtreden en in hoeverre kunnen overtredingen vermeden, dan wel verzacht worden? Wat zijn de te ondernemen vervolgstappen met betrekking tot het voorkómen van schade aan beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden?

Voor het beantwoorden van deze vragen zijn, naast de verzamelde gegevens tijdens het veldonderzoek, ook andere bronnen geraadpleegd. Zie hiervoor de bronnenlijst in hoofdstuk 4.

1.3

Onderzoeksopzet

Soorten In opdracht van Rho Adviseurs heeft Bureau FaunaX het planvoornemen door middel van een ecologische quickscan getoetst aan de natuurwetgeving. Deze quickscan heeft bestaan uit een veldbezoek en een bureaustudie gebaseerd op ecologisch inzicht (expert judgement). Een ecologische quickscan of beoordeling is meestal de eerste stap van ecologisch onderzoek en is bedoeld om een inschatting te maken van de mogelijke effecten op eventueel aanwezige beschermde flora en fauna en/of natuurgebieden binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het veldonderzoek voor deze quickscan is uitgevoerd op woensdag 24 november 2021 en vond plaats onder najaar-weersomstandigheden (8T, windkracht 3, bewolkt). Dit onderzoek bestond uit een visuele inspectie van het plangebied, waarbij is gelet op de aanwezigheid van (of sporen van) beschermde soorten en op de eventuele aanwezigheid van geschikt leefgebied van deze soorten. Gebieden - Natura 2000 Behalve dat onderzocht wordt welke soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen voorkomen, wordt ook gecontroleerd of er sprake kan zijn van negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt middels een grove analyse op basis van de geplande werkzaamheden en de relevante afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden.

Houtopstanden Onder de Wet natuurbescherming worden ook houtopstanden beschermd. Er wordt gecontroleerd in welke mate er sprake is van kap en of hier een meld- en/of herplantingsplicht aan de orde kan zijn. Overige gebiedsbescherming Naast de Wet natuurbescherming zijn er nog meer regelgevingen die ingaan op het beschermen van de natuur in Nederland. Dit zijn veelal provinciale stukken, al dan niet als uitvoeringsorgaan vanuit rijksbeleid. Het gaat hierbij om regelgeving omtrent de Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), ganzengedooggebieden en weidevogelgebieden. Deze toetsing stipt kort aan of er sprake kan zijn van een conflict tussen de provinciale regelgevingen en het geplande initiatief.

2

1.4

Ligging en karakteristiek van het plangebied

Het plangebied betreft een grasland perceel ten westen binnen de bebouwde kom van Sandfirden. Het plangebied kenmerkt zich door grasland met daarbinnen een woonwagen, wat opslagplaatsen, twee aanlegsteigers en bomen (voornamelijk wilgen), bosschages en rietstroken (figuur 1.2). Het plangebied is gelegen aan de Vlakke Brekken en is onderdeel van het Natura 2000-gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving. Ten zuiden wordt het plangebied begrenst door een smalle watergang. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door agrarisch gebied, de bebouwde kom van Sandfirden met hier en daar een boerderij/woning en het Natura 2000-gebied.

Figuur 1.2. Impressie plangebied te Sandfirden.

3

2. RESULTATEN QUICKSCAN 2.1

Flora

Het plangebied wordt gekenmerkt door grasland met soorten zoals onder andere Engels raaigras, brede weegbree, pitrus, paardenbloem, madelief, zuring, boterbloem, havikskruid, hondsdraf, hedera, brandnetel en dagkoekoeksbloem. Het plangebied is vanwege voedselrijke habitateigenschappen ongeschikt voor beschermde flora en deze zijn ook niet aangetroffen.

Figuur 2.1. Impressie van de flora in het plangebied.

»

4

Op basis van de waargenomen soorten en de (habitat)eigenschappen van het plangebied is het voorkomen van beschermde plantensoorten uit te sluiten.

2.2

Vogels

2.2.1 Jaarrond beschermde vogelnesten Nesten van vogelsoorten die jaarrond beschermd zijn bevinden zich over het algemeen in volgroeide bomen en/of bossen, zoals ooievaarsnesten of horsten van roofvogels. Vaak worden oude kraaien- of eksternesten gebruikt door roofvogels en uilen. De bomen binnen en grenzend aan het plangebied zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten en deze zijn niet aangetroffen. Daarnaast zijn er in het plangebied geen gebouwen aangetroffen die geschikt zijn voor gebouw bewonende beschermde vogelsoorten zoals kerkuil, huismus of gierzwaluw. Negatieve effecten van de werkzaamheden op jaarrond beschermde (boom)nesten kunnen dan ook op voorhand worden uitgesloten. »

Negatieve effecten van de werkzaamheden op jaarrond beschermde (boom) nesten van roofvogels en gebouw bewonende vogelsoorten binnen het plangebied en/of invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen op voorhand worden uitgesloten.

2.2.2 Overige (broed)vogelsoorten Naast de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten is het plangebied ook beoordeeld op waarden voor broedvogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. De nesten van deze soorten zijn uitsluitend beschermd tijdens het broedproces. De bomen, bosschages, rietkragen en oeverzones en de ligging aan de Vlakke Brekken maken het plangebied een geschikt habitat voor diverse soorten broedvogels. Negatieve effecten van de werkzaamheden op broedvogels waarvan de nesten alleen tijdens het broedproces bescherming genieten, kunnen daarom niet op voorhand worden uitgesloten. »

Er kan niet op voorhand worden uitgesloten dat zich binnen het plangebied/ de invloedssfeer van de werkzaamheden nestplaatsen bevinden van vogelsoorten waarvan de nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn.

2.3

Zoogdieren

2.3.1 Vleermuizen Het plangebied is tijdens het veldbezoek beoordeeld op waarden voor vleermuizen. Hierbij is de nadruk gelegd op de aanwezigheid van mogelijke verblijfplaatsen. Ook is gekeken of door of langs het plangebied essentiële vliegroutes van vleermuizen kunnen lopen, of dat er sprake kan zijn van een essentieel foerageergebied. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten, omdat er in de bomen binnen het plangebied geen holtes zijn aangetroffen. Daarnaast zijn in en vlak buiten het plangebied geen geschikte gebouwen aanwezig waarin vleermuizen kunnen verblijven. De woonwagen beschikt niet over ruimtes in de muren of bij het dak waar de vleermuizen kunnen verblijven. Naast verblijfplaatsen van vleermuizen, kunnen ook vliegroutes en/of foerageergebieden van vleermuizen een beschermde status hebben als deze van essentieel belang zijn voor het in stand houden van een verblijfplaats. Als vliegroute worden, afhankelijk van de soort, waterlichamen, bosranden, bomenlanen of gebouwen gebruikt.

5

Als foerageergebied worden gebieden met een groot aanbod aan voedsel gebruikt, zoals waterlichamen, bospercelen en bosschages. De begroeiing in het plangebied en de Vlakke Brekken kunnen dan ook onderdeel van een vliegroute en foerageergebied vormen voor diverse soorten vleermuizen. De begroeiing in het plangebied staat niet in verbinding met eventuele verblijfplaatsen in bebouwing in Sandfirden. Hier is derhalve geen sprake van een essentiële vliegroute. Een eventuele vliegroute langs de oevers van de Vlakke Brekken wordt in het geval er bomen worden gekapt niet doorbroken, omdat langs de oever sprake is van een rietkraag. De kans dat soorten als de gewone de dwergvleermuis deze rietkragen volgen is sowieso uitermate klein. De Vlakke Brekken kan wel dienen (dit is aannemelijk) als foerageergebied voor de meervleermuis. Dit betreft een Habitatrichtlijnsoort waarvoor het Natura 2000-gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving is aangewezen. Hierbij dient de Vlakke Brekken, en dan met name de oeverzone, waarschijnlijk ook als vliegroute voor deze soort. Het kan hier een essentieel foerageergebied en essentiële vliegroute betreffen. Negatieve effecten op een essentiële vliegroute en/of foerageergebied van de meervleermuis kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. » »

Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied/de invloedssfeer van de werkzaamheden kan op voorhand worden uitgesloten. De Vlakke Brekken dienen waarschijnlijk als foerageergebied en vliegroute voor de meervleermuis.

2.3.2 Overige zoogdiersoorten Het plangebied is eveneens gecontroleerd op waarden voor overige zoogdiersoorten, naast vleermuizen. De beschermde zoogdiersoorten die redelijkerwijs binnen het plangebied voor kunnen komen zijn soorten die aan water gebonden zijn, waaronder bever, noordse woelmuis, otter en waterspitsmuis. Van deze soorten zijn ook waarnemingen in de omgeving bekend (bron: NDFF). *bbt(j

Bever 2016-2021

Ootthvm (IiitMm) Oppcnhuizen (Topponhuífn)

yjttgg}* IJlft (Drytts)

«OW1* |id***M)

llytMfcMttmw)

dMiliwr !D*Guitmii|

Wjk*r.

.nXţflUAŞ De Fluezen (Fluessen)

Woudurid

(Wáldt*in)

Figuur 2.2. Waarnemingen van bever 2016 - 2021 (stippen) in de omgeving van het plangebied (rood) (bron: NDFF).

6

Bever De waarnemingen van bever zijn voornamelijk ten oosten van het plangebied gedaan, voorbij Heeg (figuur 2.2). Het is aannemelijk dat het plangebied buiten het verspreidingsgebied van de lokale populatie ligt. Daarnaast is het plangebied op basis van habitatgeschiktheid ook minder geschikt voor de soort, door de afwezigheid van (grote) bomen, met alleen wat rietstroken en kleinere bosschages. Tevens zijn er geen sporen of burchten van bevers binnen en rondom het plangebied aangetroffen. Het voorkomen van bever binnen het plangebied/ invloedssfeer van de werkzaamheden kan daarom op basis van verspreidingsgegevens, habitatgeschiktheid en afwezigheid van sporen op voorhand worden uitgesloten. Noordse woelmuis Noordse woelmuis is een soort die in Friesland in waterrijke gebieden voorkomt. De soort is gebonden aan moerassen, natte extensief beheerde graslanden, en rietkragen en komt onder andere voor in de oeverzones van de meren van het Friese Merengebied, waar de soort vooral gebruik maakt van grotere oppervlaktes aan rietland. De soort staat sterk onder druk door verdroging dan wel ver-landing van het habitat. Er zijn recentelijke waarnemingen gedaan bij de Brekken waar het plangebied aan ligt (figuur 2.3). Daarnaast biedt het plangebied en de omgeving hiervan geschikt habitat voor de soort.

In het plangebied zijn namelijk met riet en hoog gras begroeide natte delen aanwezig die in directe zin aansluiten op de rietlanden welke onderdeel zijn van de oeverzone van de Vlakke Brekken (figuur 2.4). Op basis van verspreidingsgegevens en habitatgeschiktheid kan dan ook niet op voorhand worden uitgesloten dat noordse woelmuis binnen het plangebied voorkomt. Overige delen van het plangebied, zoals het gemaaide gazon, beschoeide oevers en smalle rietkragen met basaltblokken langs de Vlakke Brekken bieden geen geschikt habitat voor deze soort. Abtoef»

UttfctfM)

Noordse woelmuis 2016 - 2021

Ooíthrm (tíithwn,

jĮp

S

\

__ Ë3

Oppcnhulien iToppfnhuicnl

Ulit iDryttt)

Julnjp IJutryp) Sanūftrd»* (Untufd)

ą.

KWh»* mrvf (LytM Cuilmul *(HMCh)

iM*t H»id*niŕh»p:

De Fluezen (Fluessen)

1 ‘s Ķ İ*rlti&saiiar . WowHend (WiUbein)

Figuur 2.3. Waarnemingen van noordse woelmuis 2016 - 2021 (stippen) in de omgeving van het plangebied (rood) (bron: NDFF).

7

Figuur 2.4. Impressie zuidelijke watergang en rietstrook grenzend aan de westzijde van het plangebied.

Waterspitsmuis Het plangebied is met de brede rietkragen en natuurvriendelijke oevers van voornamelijk de zuidelijk in het plangebied gelegen watergang geschikt als habitat voor de waterspitsmuis (figuur 2.4). In de omgeving van het plangebied zijn twee recente waarnemingen van waterspitsmuis bekend (figuur 2.5). Deze waarnemingen komen allen van braakballenonderzoek, waardoor het niet zeker is waar de waterspitsmuizen precies vandaan komen. Vermoedelijk is in de omgeving van het plangebied echter sprake van onderbemonstering op basis van DNA en/of inloopvallen, waardoor de NDFF geen volledig beeld geeft van de verspreiding van deze soort. Langs de oevers van meren uit de omgeving wordt de soort geregeld gevangen in vergelijkbaar habitat. Op basis van verspreidingsgegevens en habitateigenschappen kan het voorkomen van deze soort in het plangebied dan ook niet op voorhand worden uitgesloten. Delen van het plangebied waar weinig ondergroei aanwezig is, zoals het gazon, bieden geen geschikt habitat voor deze soort. Hetzelfde geldt voor beschoeide delen van de oever van de Vlakke Brekken en delen met basaltblokken. Van belang zijn in deze de met riet en/of hoog gras begroeide oeverzones van de in het plangebied aanwezige sloot en de Vlakke Brekken, plus delen met opgaande vegetatie die hierop aansluiten en waar tevens genoeg ondergroei aanwezig is. Wnthřm

(Wtithim)

WaterspitsmL

Pik*»yt IJ lit (Drylts)

Oudcga (Aldegca)

Sandfirde-n (Sanfurd)

lyMhuifi ldlag* (Id/cgeal

Nijtiuúum

' .(hm(jhuu«n (0«Mig»huten) Kleine Ginlmeer ILytM G*»tm*r|

He*g

•(Heech)

(O* Gaa*tm«r)

Sen«U«bru (Sm*lbrė|

It Heédettikīp (H»t Hcid*n»chap) indijk (Yndyk)

De Fluezen (Fluessen)

Figuur 2.5. Waarnemingen van waterspitsmuis 2016 - 2021 (stippen) in de omgeving van het plangebied (rood) (bron: NDFF).

8

«V

r**

--- j

Woud send

Otter De otter komt wijdverspreid in de omgeving van het plangebied voor, zo ook bij de Brekken (figuur 2.6). Het plangebied biedt zeer minimaal geschikt habitat voor de otter door de geringe dekking langs de oeverranden met bosschages en brede rietkragen (figuur 2.7). Het is echter aannemelijk dat het plangebied onderdeel is van het leefgebied van de otter welke in het Friese Merengebied veel voorkomt. Negatieve effecten van de werkzaamheden op het leefgebied van de otter kunnen dan ook niet worden uitgesloten. 1 ^-- WMU --- --------------Grt«nt*rp IÍ23 Htnfcm

«

*

ţ

i

ļ

.

\

J

.

^

'

«

J

'

1

1

* 1 f

11

1

f

\ f

v

* UKw*fcn( T««*«

‘Ç’ *

1

fĩoppcnhuztn)

-

Ulst

rk â ^

jy

'

.

Ouò*t* (AMqeal

*

Jiftríjp ■ {Jirtiyp)

,

ř* i

,

i ,..į

lUnfurdl

f

' 1

‘

n\J

i

;'

. ^

V

į

# **

ģfåk

\ ~

*

* tyt Ui nh Momwem

į

■f .

10* Hemmcm)

** ,

r KMM 0*Mtn«N( (IptwCMntaMf)

1

' 'tOwi»huiwì ,, OimĮUHiltnl

#

,

, t

~ û

*

* ē

-Vk

s initwf (0» ŨMilma»)

1 . *------..

"'Ä í *lt'

Ķ

«

.

4

f" .

** ttHMŭrmuo iNrtHndfnuţiapI

4

A

mé*

De Flueien (Flueuen) ŕ

1

fcaufurdvrriţt «

‘

-

SnuMni0t j

*

sJř

JBŕ

*İ

'

4ê

į

Diļfr*r o»»n

1

g

I*

1. f jftfAW» V Woodsřnd (WildMén) CES

T»ro#l»

eed

Figuur 2.6. Waarnemingen van otter 2016 - 2021 (stippen) in de omgeving van het plangebied (rood) (bron: NDFF).

Figuur 2.7. Impressie oeverzone binnen het plangebied, grenzend aan Vlakke Brekken.

Naast de bovengenoemde soorten is het op basis van habitat alsmede de verspreidingsgegevens zeer aannemelijk dat lichter beschermde (vrijgestelde) zoogdieren voor kunnen komen binnen het plangebied, zoals kleine marterachtigen en muskusrat (bron: NDFF). Hoewel deze soorten voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld binnen de provincie Fryslân, dient men zich wel te houden aan de voor deze soorten geldende zorgplicht (zie Bijlage I).

9

»

» »

Het voorkomen van noordse woelmuis, waterspitsmuis en otter binnen het plangebied/invloedssfeer van de werkzaamheden kan op basis van verspreidingsgegevens en habitatgeschiktheid niet op voorhand worden uitgesloten. Het voorkomen van overige beschermde zoogdiersoorten kan op basis van verspreidingsgegevens en/of habitatgeschiktheid op voorhand worden uitgesloten. Voor voorkomende vrijgestelde soorten zoals kleine marterachtigen en muskusrat geldt de zorgplicht.

2.4

Reptielen en amfibieën

Het plangebied is tevens gecontroleerd op waarden voor beschermde reptielen en amfibieën. Het plangebied valt buiten het verspreidingsgebied van alle in Nederland voorkomende reptielensoorten (bron: NDFF). Negatieve effecten van werkzaamheden op reptielen kunnen dan ook op voorhand worden uitgesloten. De enige beschermde amfibieënsoort die in de omgeving van het plangebied voorkomt is de heikikker (figuur 2.8). De waarnemingen zijn echter van geïsoleerde populaties op aanzienlijke afstand (ongeveer 8 kilometer) van het plangebied vandaan. Ondanks dat het plangebied door de zuidelijke watergang redelijk geschikt habitat kan vormen voor deze soort, achten we op basis van verspreidingsgegevens de kans dat de heikikker binnen het plangebied voorkomt dusdanig klein dat we het niet realistisch achten om hier rekening mee te houden. Binnen het plangebied kunnen overigens wel andere lichter beschermde amfibieënsoorten voorkomen welke zijn vrijgesteld in het geval van ruimtelijke ingrepen. Dit zijn soorten zoals bruine kikker of gewone pad. Voor vrijgestelde soorten geldt de zorgplicht (zie Bijlage I).

Figuur 2.8. Waarnemingen van heikikker 2016 - 2021 (stippen) in de omgeving van het plangebied (rood) (bron: NDFF).

10

» »

Het voorkomen van beschermde reptielen en amfibieën kan op basis van verspreidingsgegevens en/of habitatgeschiktheid op voorhand worden uitgesloten. In het plangebied komen naar alle waarschijnlijkheid licht beschermde soorten voor, zoals de gewone pad. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen, maar geldt wel de zorgplicht (zie Bijlage I).

2.5

Vissen

Het plangebied is beoordeeld op waarden voor beschermde vissen. De enige soort die redelijkerwijs binnen het plangebied voor kan komen is de grote modderkruiper. Tevens zijn er in de omgeving van het plangebied waarnemingen van de soort gedaan (figuur 2.9). De grote modderkruiper is een soort die in wateren voorkomt met een goed ontwikkelde sliblaag en waar weinig tot geen predatoren aanwezig zijn. De oeverzone van de Vlakke Brekken vormt geen geschikt habitat voor deze soort. In dergelijke grote waterlichamen ontwikkelt zich langs de oever over het algemeen geen sliblaag die geschikt is voor de grote modderkruiper. Tevens is het aannemelijk dat hier veel roofvis aanwezig is. De sloot in het plangebied daarentegen biedt wel geschikt habitat voor de grote modderkruiper, door de zwakke buffering, de aanwezigheid van een sliblaag en de aanwezigheid van ver-landingsvegetatie. Deze sloot is qua eigenschappen vergelijkbaar met de sloten langs de Tsjerkewei waarvan bekend is dat de soort er voorkomt (figuur 2.9). Het voorkomen van de grote modderkruiper binnen het plangebied/ invloedssfeer van de werkzaamheden kan op basis van verspreidingsgegevens en habitatgeschiktheid dan ook niet op voorhand worden uitgesloten. Abbeţa (Abbegta)

Grote modderkruiper 2016 - 2021

Wettham

Grcontrrp

Ooithcm (Easthim)

PAttyl

Ulst (Drytts)

Oudega (Aldrgta)

Jutríjp Uutryp)

lytihii/w ĵc

Nijhuinim

i

Homrrmti (De Mommrrti)

Idrega (Idi egaal

Kkin*CuttmHr (Lytia Gaattmar 1

Oungahuiirn (Ovngabuian)

*ĩţ Heeg

. ‘(Heech) Gaaitmeer (O* Gaastmar)

Smalkbcuggr (Smelbfėg*)

-j į

Koufurderrtg* It Ktidarulüp (Het Heide ntchap]

De Flueien (Flueaen)

*

.

Woudseod (Wildseln)

Figuur 2.9. Waarnemingen van grote modderkruiper 2016 - 2021 (stippen) in de omgeving van het plangebied (rood) (bron: NDFF).

»

Het voorkomen van de grote modderkruiper in het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten.

11

2.6

Ongewervelden

Het plangebied bevat geen waardplanten of watervegetatie die essentieel zijn bij de voortplanting van beschermde insecten of andere ongewervelden. De enige waarneming uit de omgeving van het plangebied is van een sierlijke witsnuitlibel bij It Heidenskip en betreft waarschijnlijk een zwervend exemplaar (bron: NDFF). Op basis hiervan kunnen negatieve effecten van de werkzaamheden op beschermde ongewervelden binnen het plangebied worden uitgesloten. »

Op basis van habitateigenschappen en verspreidingsgegevens kan worden uitgesloten dat de werkzaamheden negatieve gevolgen zullen hebben op beschermde ongewervelden.

2.7

Gebiedsbescherming

Het plangebied valt gedeeltelijk onder NNN/EHS (overige natuur) en het plangebied is omringd door ganzenfoerageergebied. De aangrenzende foerageergebieden betreffen algemene foerageergebieden waarin ganzen van 1 november tot en met 31 maart worden opgevangen (figuur 2.10). Het plangebied is onderdeel van Natura 2000-gebied Oostergaasterbrekken, Fluessen en omgeving. Ruimtelijke ingrepen in Natura 2000-gebieden dienen onderdeel te zijn van het beheerplan van het betreffende Natura 2000-gebied. Als dit niet het geval is dient er een Voortoets Natura 2000 te worden uitgevoerd.

Legenda O Plangebied Ganzenfoerageergebieden 2017 - 2020 Algemeen Soortspectf ek tot 1 me Soortspeciŕektot 1 juni Ecologische HoofdStructuur

EHS overige natuur EHS Beheergebied Beheergebied en natuur ouiten EHS

Figuur 2.10. Gebiedsbescherming binnen of grenzend aan het plangebied, met uitzondering van Natura 2000 (bron: Natuur Overzichtskaart provincie Fryslân).

12

»

»

»

Het plangebied valt gedeeltelijk onder de NNN/EHS (overige natuur). Een toetsing naar een mogelijk conflict tussen gebiedsbescherming en het initiatief is mogelijk van toepassing. Het plangebied grenst aan ganzenfoerageergebieden. Dit betreffen algemene foerageergebieden waarin ganzen van 1 november tot en met 31 maart worden opgevangen. Het plangebied is onderdeel van een Natura 2000-gebied. Er dient een Voortoets Natura 2000 te worden uitgevoerd indien de ruimtelijke ontwikkeling geen onderdeel is van het beheerplan.

2.7.1 Stikstofgevoeligheid Het plangebied is onderdeel van Natura 2000-gebied Oostergaasterbrekken, Fluessen en omgeving. Voor dit gebied zijn zowel habitattypen als habitatrichtlijnsoorten aangewezen, zoals meren met krabbenscheer en fonteinkruiden en noordse woelmuis. Tijdens de gebruiksfase van de nieuwe situatie zal, door de voorwaarden waaraan bouwprojecten moeten voldoen, de stikstofemissie evenveel of niet veel meer zijn dan in de huidige situatie. De stikstofemissie zal daarom niet bijdragen aan het overschrijden van de kritische depositiewaarden (KDW’s) van de habitattypen van het Natura 2000-gebied, waar overigens alleen gegevens bekend zijn van de achtergronddepositie maar niet van de KDW’s (bron: AERIUS calculator). Een AERIUS-berekening uitvoeren is in dezen dan ook niet van toepassing. Echter, gezien het een project binnen de grenzen van een Natura-2000 betreft, bepaalt de provincie Fryslân als bevoegd gezag of het uitvoeren van een AERIUS-berekening benodigd is voor de voortgang van dit project. » »

Het plangebied ligt in het Natura 2000-gebied Oostergaasterbrekken, Fluessen en omgeving. We adviseren na te gaan of het nodig is om een AERIUS-berekening uit te voeren.

2.8

Houtopstanden

Als er een houtareaal wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom kan er sprake zijn van een meld- en/of herplantingsplicht. Het is onduidelijk of er binnen de voorgenomen werkzaamheden bomen worden gekapt, maar het plangebied betreft te weinig bomen om aan de voorwaarden van de meld- en/of herplantingsplicht te moeten voldoen. Er is daarom geen sprake van een meld­ en/of herplantingsplicht. »

Er is geen sprake van een meld- en/of herplantingsplicht.

13

3. SAMENVATTING EN CONCLUSIES 3.1

Overzicht beschermde soorten

In onderstaand overzicht worden de aangetroffen en potentieel aanwezige beschermde soorten en hun beschermingsstatus binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden samengevat. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfsplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die vaste verblijfplaatsen in stand houdt. In dit overzicht zijn dan ook alleen de soorten opgenomen, waarvoor het plangebied onderdeel vormt van hun leefgebied en/of levenscyclus, en waarop eventueel in de toekomst geplande werkzaamheden van negatieve invloed kunnen zijn. Tabel 3.1. Overzicht van aangetroffen en potentieel voorkomende beschermde flora en fauna in het plangebied. Art. Art. Art. Soortgroep Soort Aanwezigheid 3-1 3-5 3-10 Vrijgesteld Advies Algemene Vogels Mogelijk X Werken buiten broedtijd broedvogels Voorkom negatieve effecten. Zoogdieren Meervleermuis Waarschijnlijk X Anders ^ Nader onderzoek Voorkom negatieve effecten. Zoogdieren Noordse woelmuis Mogelijk X Anders ^ Nader onderzoek Voorkom negatieve effecten. Zoogdieren Waterspitsmuis Mogelijk X Anders ^ Nader onderzoek Vermijd de meest kwetsbare Zoogdieren Otter Mogelijk X periode Grote Voorkom negatieve effecten.

Vissen X Mogelijk modderkruiper Anders ^ Nader onderzoek Zoogdieren Algemeen Amfibieën voorkomende Mogelijk X X Zorgplicht Vissen soorten Overig aandachtspunten

Aandachtspunt

Gebiedsbescherming

NNN (overige natuur)

Gebiedsbescherming

Ganzenfoerageergebied

Natura 2000

Voortoets

Stikstofdepositie

AERIUS-berekening

3.2

Advies Ga na of een toetsing naar een mogelijk conflict tussen gebiedsbescherming en het initiatief van toepassing is. Plan de werkzaamheden buiten 1 november tot en met 31 maart, anders overleg. Voortoets in het geval planvoornemen geen onderdeel is van het beheerplan. Ga na of het nodig is om een AERIUS-berekening uit te voeren

Effectbespreking en aanbevelingen

Het project kan naar ons inzien doorgang vinden binnen het kader van de Wet natuurbescherming, mits men zich houdt aan de hieronder volgende aanbevelingen.

3.2.1 Algemeen voorkomende broedvogels Het plangebied biedt mogelijkheden voor vogels om te broeden, in de bomen, bosschages, rietkragen en oevers binnen of grenzend aan het plangebied. Het gaat hier om soorten waarvan nesten alleen beschermd zijn tijdens het broedproces. Wij adviseren daarom om de werkzaamheden buiten de broedtijd uit te voeren. De broedtijd loopt grofweg van 15 maart tot 15 juli. Al dan niet afhankelijk van klimatologische omstandigheden kunnen sommige soorten eerder of later in het jaar tot broeden komen. Zo kan de kleine karekiet in september nog jongen hebben. Wat van belang is, is dat een broedgeval altijd beschermd is. Indien de werkzaamheden niet buiten het broedseizoen uitgevoerd kunnen worden, wordt geadviseerd de werkzaamheden onder begeleiding van een ecoloog uit te voeren.

14

3.2.2 Vleermuizen (vliegroute &foerageergebied) Het plangebied grenst aan de Vlakke Brekken welke waarschijnlijk dient als foerageergebied en vliegroute voor de meervleermuis, wat één van de habitatrichtlijnsoorten is waar het Natura 2000-gebied Oostergaasterbrekken, Fluessen en omgeving voor is aangewezen. We adviseren de uitstraling van fel kunstlicht tijdens de werkzaamheden maar ook in de gebruiksfase in de richting van de Vlakke Brekken tussen zonsondergang en zonsopkomst te vermijden om negatieve effecten op de functionaliteit van dit waterlichaam te voorkomen. Als dit niet mogelijk is dient er op basis van nader onderzoek te worden vastgesteld of hier inderdaad sprake is van een essentiële vliegroute en/of foerageergebied. Zo ja, dan dient hiervoor een ontheffing aan de Wnb te worde aangevraagd.

3.2.3 Noordse woelmuis De aanwezigheid van leefgebied van noordse woelmuizen in specifieke delen van het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren werkzaamheden aan deze delen te vermijden en deze niet aan te tasten. Indien dit niet mogelijk is, adviseren we nader onderzoek uit te voeren. Dit dient uitgevoerd te worden aan de hand van het uitzetten van inloopvallen in de periode september - november om de aanwezigheid van noordse woelmuizen vast te stellen dan wel uit te sluiten. Indien leefgebied van noordse woelmuizen wordt vastgesteld, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er compenserende en mitigerende maatregelen worden uitgevoerd.

3.2.4 Waterspitsmuis Het voorkomen van de waterspitsmuis in specifieke delen van het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren werkzaamheden aan voor de waterspitsmuis geschikte delen van het plangebied te vermijden en deze niet aan te tasten. Indien dit niet mogelijk is, adviseren we nader onderzoek uit te voeren. Dit dient uitgevoerd te worden aan de hand van het uitzetten van inloopvallen in de periode september - november om de aanwezigheid van waterspitsmuizen vast te stellen dan wel uit te sluiten. Indien leefgebied van waterspitsmuizen wordt vastgesteld, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er compenserende en mitigerende maatregelen worden uitgevoerd.

3.2.5 Otter De aanwezigheid van leefgebied van otter in de oeverzones van de Vlakke Brekken binnen en bij het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Feit is echter dat de otter niet zo zeer gebruik maakt van vaste verblijfplaatsen. Zelfs als de otter jongen heeft, worden deze met regelmaat verhuisd. Tevens zijn er in de omgeving veel alternatieven in de vorm van geschiktere (dichtere) rietkragen aanwezig. We achten het dan ook niet realistisch om nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen aan te bevelen. Om mogelijke negatieve effecten als gevolg van verstoring tot een minimum te beperken adviseren we om de werkzaamheden buiten de meest kwetsbare periode (de periode waarin vrouwtjes meestal jongen hebben) uit te voeren. Hier wordt naar ons inzien aan voldaan als de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels wordt uitgevoerd.

15

3-2.6 Grote modderkruiper Het kan niet op voorhand worden uitgesloten dat de grote modderkruiper voorkomt in de zuidelijk gelegen watergang in het plangebied. We adviseren met de beoogde werkzaamheden deze watergang ongemoeid te laten. Indien dit niet mogelijk is, adviseren we nader onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd door middel van schepnet-onderzoek en/of op basis van eDNA onderzoek. Indien leefgebied van de grote modderkruiper wordt vastgesteld, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er compenserende en mitigerende maatregelen worden uitgevoerd.

3.2.7 Vrijgestelde- en niet beschermde soorten: de zorgplicht Er komen in het plangebied naar alle waarschijnlijkheid niet beschermde of vrijgestelde soorten voor, zoals verschillende soorten zoogdieren en amfibieën. Voor schade aan deze soorten geldt in principe een vrijstelling. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming schrijft echter voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen.

3.2.8 Natuur Netwerk Nederland (overige natuur) Het plangebied valt gedeeltelijk onder de Natuur Netwerk Nederland als zijnde overige natuur. We adviseren om na te gaan of er een toetsing van toepassing is naar het conflict tussen gebiedsbescherming en het initiatief. Ga hiervoor in overleg met bevoegd gezag, provincie Fryslân.

3.2.1

Ganzenfoerageergebied

Het plangebied grenst aan ganzenfoerageergebied. Indien er werkzaamheden plaats vinden tussen 1 november en 31 maart adviseren we om in overleg met provincie Fryslân te bepalen wat in deze de beste werkwijze is.

3.2.2 Natura 2000 Omdat er een ruimtelijke ingreep wordt uitgevoerd in een Natura 2000-gebied, is het van belang dat deze ingreep onderdeel is van het beheerplan van dit gebied. Anders dient er een Voortoets Natura 2000 te worden uitgevoerd. We adviseren om na te gaan of hier sprake van is in overleg met bevoegd gezag, provincie Fryslân.

3.2.3 Stikstofdepositie Omdat er werkzaamheden worden uitgevoerd in een Natura 2000-gebied, adviseren we om na te gaan of er een AERIUS-berekening dient te worden uitgevoerd. Ga hiervoor in overleg met bevoegd gezag, provincie Fryslân.

16

3.3

Overzicht vervolgstappen

De werkzaamheden kunnen binnen de kaders van de Wet natuurbescherming worden uitgevoerd, mits aan de hieronder genoemde vervolgstappen wordt voldaan. Voor meer detaillering en uitleg, zie de paragraaf hiervoor. » »

» » » » » » » » »

Algemeen voorkomende broedvogels: Werken buiten de broedtijd (grofweg 15 maart15 juli). Vleermuizen (vliegroute/foerageergebied): Vermijd felle lichtuitstraling tussen zonsondergang en zonsopkomst in de richting van de Vlakke Brekken. Anders ^ Nader onderzoek. Noordse woelmuis: Vermijd werkzaamheden aan rietland/rietkragen en aangrenzende natte delen met dekkende (hoge) ondergroei. Anders ^ Nader onderzoek. Waterspitsmuis: Vermijd werkzaamheden aan begroeide oeverzones, rietkragen en aangrenzende delen met dekkende (hoge) ondergroei. Anders ^ Nader onderzoek. Otter: Werkzaamheden buiten de meest kwetsbare periode uitvoeren. Grote modderkruiper: Vermijd werkzaamheden aan de smalle watergang. Anders ^ Nader onderzoek. Vrijgestelde soorten: Het naleven van de zorgplicht. Gebiedsbescherming (NNN): Ga na bij de provincie Fryslân of een toetsing naar een mogelijk conflict tussen gebiedsbescherming en het initiatief van toepassing is. Gebiedsbescherming (ganzenfoerageergebied): Ga in overleg met de provincie Fryslân over de beste werkwijze, indien er tussen 1 november en 31 maart wordt gewerkt. Gebiedsbescherming (Natura 2000): Ga in overleg met de provincie Fryslân of er een Voortoets dient te worden uitgevoerd. Stikstofdepositie: Ga in overleg met de provincie Fryslân of er een AERIUS-berekening dient te worden uitgevoerd.

17

4. BRONNEN EN LITERATUUR Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters S J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center S EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M. S J.J.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland.Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey- Nederland, Leiden Alterra (2015). Synbiosis kaartenmachine Natura 2000 | Beschermde gebieden. Via: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx FLORON (2015) Verspreidingsatlas planten. Via http: //www.verspreidingsatlas.nl/planten Korsten, E. en Regelink, J.R. (2010). Cursus herkennen van potentiële vleermuiswaarden: in het kader van quickscans en ander ecologisch vooronderzoek. Zoogdiervereniging rapport 2010.44. Zoogdiervereniging, Nijmegen Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur. Vleermuisprotocol 2013, 27 maart 2013. www.gegevensautoriteitnatuur.nl en www.netwerkgroenebureaus.nl RAVON (2009). Verspreidingsonderzoek reptielen en amfibieën. In opdracht van het ministerie van LNV, Gegevensautoriteit Natuur. www.telmee.nl www.ndfF-ecogrid.nl Melis, J. S M.Koopmans, 2015. Fiskatlas Fryslân, verspreiding en ecologie van zoetwatervissen in Fryslân. Bornmeer, Gorredijk.

18

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING De wettelijke bescherming van natuurwaarden valt in grote lijnen uiteen in drie delen: soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden.

Wnb Soortbescherming De Wet natuurbescherming draagt onder andere zorg voor de bescherming van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. De wet bevat een aantal verbodsbepalingen die ervoor moeten zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van alle in het wild levende dier- en plantensoorten zal blijven gewaarborgd. De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen, de Europees beschermde soorten en de nationaal beschermde soorten. De eerste groep bestaat uit strikt beschermde soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (art. 3.1 en 3.5). De Vogel- en Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin wordt aangegeven welke diersoorten en welke typen natuurgebieden door de lidstaten dienen te worden beschermd. In de tweede categorie staan de overige (nationaal) beschermde soorten (art. 3.10). Binnen de Wet natuurbescherming vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Habitatrichtlijnsoorten. Ook zijn de belangen waaronder ontheffing aangevraagd mag worden, voor de nationaal beschermde soorten uitgebreider dan voor de habitatrichtlijnsoorten.

Vogels en verstoring Voor alle inheemse vogelsoorten geldt dat het verboden is om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Dit is echter niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Dit kan dus ook tijdens het broedseizoen het geval zijn, als kan worden aangetoond of beargumenteerd dat de verstoring geen negatieve effecten heeft op (de kansen van) het broedsucces. Of dit van toepassing is hangt af van meerdere factoren, zoals de biologie van een soort, de fase van de broedtijd waarin het broedpaar zich op dat moment bevindt (zoals balts, nestbouw, eieren of jongen) en de mate van verstoring. Een ter zake kundige ecoloog kan in voorkomende gevallen bepalen wat wel of niet geldt als wezenlijke verstoring. In aanvulling op bovenstaande wordt er door de provincies een lijst met vogelsoorten gehanteerd, waarvan de nesten jaarrond bescherming genieten. Binnen deze categorie wordt onderscheid gemaakt in soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5).

Vrijgestelde soorten provincie Fryslân Hoewel de Wet natuurbescherming een nationale wet is, kunnen de provincies (als de bevoegde gezagen) soorten aanwijzen die vrijgesteld kunnen worden van de beschermde status, als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de via de Verordening Wet natuurbescherming door de provincie Fryslân vrijgestelde soorten (zoogdieren en amfibieën). De verordening van de Provinciale Staten van Fryslân is te vinden op https://zoek.off1cielebekendmakingen.nl/prb-2016-6515.html.

19

Tabel 1. Vrijgestelde soorten Verordening Wet natuurbescherming provincie Fryslân. Zoogdieren

Amfibieën

Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat

Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker

Voorwaarden vrijstellingen Zoals gezegd zijn de vrijstellingen onder het bevoegd gezag van de provincie Fryslân, en zijn hiermee geen onderdeel van de Wet natuurbescherming zelf. De provincie heeft de soorten zoals die genoemd zijn in bovenstaande tabel niet zonder meer vrijgesteld, hier zijn voorwaarden aan verbonden. Ten eerste is het van belang dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Ten tweede gelden de vrijstellingen niet in alle situaties. Deze zijn alleen van toepassing als de geplande werkzaamheden onder één van de volgende noemers vallen: a. in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. in het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. Ten derde is een aantal specifieke voorwaarden opgesteld (Bijlage I van de Verordening). Hierbij geldt dat indien sprake is van vangen of doden, alleen gebruik mag worden gemaakt van de in de verordening genoemde middelen en methoden.

Dit is vooral van toepassing bij de vrijgestelde zoogdieren. Indien deze in winterslaap zijn en ze worden gevangen, dan moet alles er aan gedaan worden om ervoor te zorgen dat de overlevingskansen niet worden verminderd als gevolg van het vangen en verplaatsen. Voor amfibieën is het belangrijk te vernemen dat indien deze in winterslaap zijn, het niet is toegestaan ze te vangen (en verplaatsen). Indien bovengenoemde soorten voorkomen binnen een plangebied, is een ontheffing voor deze soort dus niet nodig.

20

Zorgplicht art 1.11 Wnb Echter, dit is niet nodig omdat nog steeds een inspanning wordt geleverd om deze soorten zo min mogelijk schade te doen, zoals is omschreven in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, meer algemeen bekend als de zorgplicht. Hoewel overtredingen niet strafbaar zijn gesteld, kan het uitvoeren van de zorgplicht wel worden gehandhaafd door toepassing van een bestuursdwang. Dat betekent dat de uitvoerende gedwongen kan worden herstelacties uit te voeren.

Wnb Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming houdt in dat gebieden met belangrijke natuurwaarden wettelijk zijn beschermd. Het gaat hierbij om het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en Natura 2000-gebieden.

Natura 2000-gebieden Projecten of activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor, of verband houden met, het beheer van de natuurwaarden van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) en mogelijk negatieve effecten hebben op deze waarden, dienen vanuit de Wet natuurbescherming getoetst te worden. Deze toetsing vindt enkel plaats in het geval de uitvoering van een project plaatsvindt binnen de invloedssfeer van een N2000-gebied en verwacht wordt dat deze uitvoering (mogelijk) negatieve effecten heeft op soorten of habitattypen waarvoor het N2000-gebied is aangewezen.

Wnb Houtopstanden De Boswet is in 2015 gewijzigd en per 1 januari 2017 opgenomen in de nieuwe Wet Natuurbescherming. Die wet zal op den duur weer (beleidsneutraal) in de Omgevingswet opgenomen worden. De, voor gemeenten, belangrijkste wijziging van de wet is de beperking in het stellen van regels ten aanzien van houtopstanden buiten de begrenzing zoals aangegeven op de kaart Begrenzing Bebouwde kom Boswet. Dit heeft effect op o.a. gemeentelijk kapbeleid. De provincie heeft, als bevoegd gezag, een provinciale verordening opgesteld voor de uitvoering van de Wet Natuurbescherming. Dat is in overleg met de Friese gemeenten gedaan. De APV, afd. 3 Het bewaren van houtopstanden, oftewel de kapverordening, vormt de basis voor het nader uitgewerkte kapbeleid. Tevens zijn in de APV regels opgenomen ten aanzien van de Bomenlijst. De bescherming van arealen bos en houtopstanden valt dus onder de Wnb, mochten deze groter zijn dan 10 are (1000 m2) of bestaan uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom. De gemeente hanteert soms voor ‘buiten de bebouwde kom’ een andere begrenzing dan voor de Weg- en verkeerswet. Bij twijfel kan hierover bij de gemeente informatie worden aangevraagd.

Als de houtopstand groter dan 10 are is of bestaat uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom, dan is er een meld- en herplantingsplicht van hetzelfde areaal bos binnen drie jaar na het kappen hiervan. Niet alle boomsoorten vallen onder deze wetgeving. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd, indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd.

21

NatuurNetwerk Nederland/ Ecologische HoofdStructuur Strikt genomen valt de EHS/NNN niet onder de Wet natuurbescherming aangezien dit bepaald wordt door de provincies en niet door het Rijk. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) maakt onderdeel uit van het rijksbeleid voor het creëren en vormgeven van een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De provincies krijgen echter zelf de gelegenheid om dit naar eigen inzicht zo goed mogelijk aan te wijzen, inrichten en beheren. Indien een ruimtelijke ingreep binnen de begrenzing van het NNN plaatsvindt moet een 'nee, tenzij' procedure worden doorlopen en zal bij doorgang van de ingreep in de regel compensatie en mitigatie noodzakelijk zijn.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13805105/1