CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing aanvrager

Raadsvergadering 14 maart 2024, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Oanfraach omjouwingsfergunning werûntwikkeling lytsskalich kampearterrein nei permaninte rekreaasjewenning17.396 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

omgevingsvergunning

Sandfirden - nabij 9A De Fryske Marren

RHO ADVISEURS

RHO ADVISEURS DATUM IMRO IDN

1-6-2023 NL.IMRO.1940.xxx-0001

PROJECT PROJECTLEIDER

Sandfirden - nabij 9A

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20211550

AUTEUR STATUS

ontwerp

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging projectgebied

6

1.3

Planologische regeling

7

1.4

Leeswijzer

8

Huidige en toekomstige situatie

9

2.1

Huidige situatie

9

2.2

Beschrijving initiatief

10

Hoofdstuk 3

Beleidskader

12

3.1

Rijksbeleid

12

3.2

Provinciaal beleid

13

3.3

Gemeentelijk beleid

14

Milieu- en omgevingsaspecten

16

4.1

Verkeer en parkeren

16

4.2

Ecologie

16

4.3

Water

18

4.4

Bodem

20

4.5

Milieuzonering

20

4.6

Wegverkeerslawaai

21

4.7

Archeologie

21

4.8

Cultuurhistorie

22

4.9

Externe veiligheid

22

4.10

Luchtkwaliteit

22

4.11

Kabels, leidingen en zoneringen

23

4.12

M.e.r.-beoordeling

23

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

24

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

24

5.2

Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie

24

Afweging en conclusie

25

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 6

3/109

6.1

Aanleiding

25

6.2

Afweging

25

6.3

Conclusie

25

Bijlagen

27

Bijlage 1

Tekeningen en impressies

29

Bijlage 2

Stikstofonderzoek

59

Bijlage 3

Ecologisch onderzoek

71

Bijlage 4

Watertoets

101

4/109

Ruimtelijke onderbouwing

5/109

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Langs de oevers van de Vlakke Brekken bevinden zich nabij Sandfirden 9a twee percelen die in de bestaande situatie in gebruik zijn als kampeerterrein en ligoever. De initiatiefnemer heeft de wens om na de beëindiging van het kampeerterrein en de verwijdering van de bebouwing een recreatiewoning te realiseren. De recreatiewoning is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'Handelen in strijd

met regels ruimtelijke ordening' aangevraagd. Ter ondersteuning bij

de

aanvraag van deze

omgevingsvergunning moet een goede ruimtelijke onderbouwing worden ingediend. Deze onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied ligt nabij de Sandfirden 9a, aan de Vlakke Brekken. In figuur 1.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven. Een overzicht van de huidige situatie is weergeven in figuur 1.2.

Figuur 1.1

6/109

De ligging van het projectgebied

Figuur 1.2

1.3

Overzich t huidige situatie

Planologische regeling

Het projectgebied is geregeld in het bestemmingsplan 'Buitengebied Wymbritseradiel', dat is vastgesteld op 31 augustus 2010. In het bestemmingsplan kent het projectgebied de bestemming 'Natuur-Waterrecreatief medegebruik'. Daarnaast gelden de functieaanduidingen "kampeerterrein" en "ligoever". Binnen deze bestemming is water- en dagrecreatief medegebruik in de vorm van vaarroutes, picknickvoorzieningen, visplaatsen en aanlegplaatsen toegestaan. Tevens is de bestemming bedoeld voor water, oeverstroken en eilanden met het beheer gericht op onderhoud en herstel van natuur. Gebouwen zijn binnen de bestemming "Natuur-Waterrecreatief medegebruik niet toegestaan. Het initiatief is daarom in strijd met het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Wymbritseradiel'. Tevens is het voornemen momenteel niet geregeld in het nieuwe bestemmingsplan dat op dit moment als ontwerp ter inzage ligt.

7/109

Figuur 1.3.

1.4

Bestemmingsvlak bestaande situatie

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie en het gewenste gebruik. In hoofdstuk 3 wordt het voor het project relevante beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling getoetst aan de omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 behandelt de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de conclusie.

8/109

Hoofdstuk 2

2.1

Huidige en toekomstige situatie

Huidige situatie

De projectlocatie is gelegen langs de oevers van de Vlakke Brekken. Met name in het voorjaar en de zomer wordt de locatie gebruikt door toeristen en dagjesmensen. In de bestaande situatie wordt het gebied deels gebruikt als kampeerterrein voor tenten. Ook bevindt zich een stacaravan op het terrein, ook onderdeel van het kampeerterrein. Het projectgebied is direct toegankelijk via het open water van de Vlakke Brekken. Het projectgebied beschikt dan ook over verschillende aanmeerlocaties en ligovers. Een overzicht van de situatie in het projectgebied is weergegeven in figuur 2.1. Het projectgebied is vrijwel onbebouwd in de bestaande situatie. Het gebied is onverhard en grotendeels open, wel wordt het omgeven door beplanting. Aan de waterkant bevindt zich zowel natuurlijke als aangeplante oeverbeplanting. Aan de zuidkant bevindt zich een afwisseling van boombeplanting en struikgewassen. Ook is aan de zuidkant een watergang aanwezig. Het projectgebied gaat in de zuid- en oostkant over in agrarisch grasland. In figuur 2.1 en 2.2 is een impressie gegeven van de bestaande situatie in het projectgebied.

5

Figuur 2.1. Impressie bestaande situatie midden in het projectgebied

9/109

Figuur 2.2. Het zicht op één van de oevers in het projectgebied

2.2

Beschrijving initiatief

De gedeeltelijke functie van het projectgebied als kampeerterrein zal worden beëindigd. De bestaande bebouwing in het projectgebied, onderdeel van het kampeerterrein, zal worden verwijderd. Het voornemen is om na de beëindiging van de kampeerfunctie een recreatiewoning te realiseren in het projectgebied. De locatie van de beoogde recreatiewoning is weergeven in figuur 2.3. In de locatiebeslissing is rekening gehouden met de natuurlijke oeverbeplanting en de zuidelijke watergang

De oppervlakte van de

recreatiewoning bedraagt 70 m2. De goothoogte 2,7 meter en de bouwhoogte 5 meter. Enkele aanzichten zijn weergeven in figuur 2.4 en in bijlage 1 geeft een nader beeld van de nieuwe situatie. De recreatiewoning kent een zeer energiezuinig en duurzaam ontwerp. Ook tijdens de bouwfase wordt rekening gehouden met een zo duurname manier van bouwen. Op deze manier is de impact op de direct omgeving minimaal. Een uitgebreide beschrijving hiervan is ook te vinden in bijlage 1.

10/109

11/109

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren.

Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1.

Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie.

2.

De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden.

3.

Steden en regio's sterker en leefbaarder maken.

4.

Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.

Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1.

De Omgevingsagenda.

In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2.

De NOVI-gebieden.

Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI. Wel draagt het project bij aan de opgave om steden en regio's sterker en leefbaarder te maken.

12/109

Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dat betekent dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met oog voor de behoefte en de beschikbare ruimte binnen stedelijk gebied. Uit jurisprudentie blijkt dat de ontwikkelingen die dit project voorstelt géén stedelijke ontwikkeling is. Er is pas sprake van een stedelijke ontwikkeling bij een toevoeging van minimaal 11 woningen. In dit geval gaat het om een toevoeging van slechts één (recreatie)woning.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Provincie Fryslân 'De romte diele' De hoofdambitie van de provincie voor de Friese leefomgeving is brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. In de Omgevingsvisie werkt de provincie de provinciale ambities, opgaven, doelen en werkwijze voor de komende jaren uit. De werkwijze is gestoeld op negen principes: Inhoudelijke principes 1.

zuinig ruimtegebruik;

2.

omgevingskwaliteit als ontwerpbasis;

3.

koppelen van ambities;

4.

gezondheid en veilig;

Samenwerkingsprincipes 1.

rolbewust;

2.

decentraal wat kan;

3.

ja, mits;

4.

aansluiting zoeken;

5.

sturen op proces, ruimer op inhoud.

Dit is vertaald naar vier urgente opgaven die de provincie wil aanpakken: 1.

Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar;

2.

Fryslân zet de energietransitie met kracht voort;

3.

Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht;

4.

Fryslân versterkt de biodiversiteit.

De provincie zet in op een gezonde bodem, frisse lucht, stilte, schoon grond- en oppervlaktewater. Dit zijn de basisvoorwaarden van een gezond leefmilieu. Ook zet de provincie in op bescherming van het areaal en de kwaliteiten van het natuurnetwerk. In de Natura 2000-gebieden werken we aan de instandhoudingsdoelen voor de soorten waarvoor deze gebieden zijn aangewezen. Het projectgebied ligt binnen het Natura 2000-gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en e.o aan. De Vlakke Brekken is onderdeel van dit Natura 2000-gebied. In paragraaf 4.2 is onderbouwd dat er geen sprake is van aantasting van de natuurwaarden in het naastgelegen

13/109

Natura 2000-gebied.

Verordening Romte Fryslân, geconsolideerde In

de

omgevingsverordening

Fryslan

(ontwerpversie)

zijn

de

ambities

en

het

beleid

uit

de

omgevingsverordening vertaald in beleidsregels. Wat betreft kleinschalige recreatieve voorzieningen en recreatiewoningen is artikel 5.1.2 lid 1 van belang. In een ruimtelijk plan kan een nieuw complex van recreatiewoningen uitsluitend worden toegestaan in, aansluitend aan of nabij een recreatiekern, tot een maximum aantal van 50 recreatiewoningen. In afwijking van artikel 5.1.2 kan een ruimtelijk plan op een bestaand kampeerterrein recreatiewoningen toestaan ter vervanging van standplaatsen. Het projectgebied is gelegen in het Friese Meren gebied én betreft in de huidige situatie een kleinschalig kampeerterrein. De Friese Meren en de dorpen in de nabijheid betreffen één van de grootste recreatiekernen van Friesland, waardoor een recreatiewoning is toegestaan. Artikel 7.1.1 lid 3 is ook van belang en heeft betrekking tot niet agrarische activiteiten in de ecologische hoofdstructuur. Niet agrarische activiteiten binnen de ecologische hoofdstructuur (NNN-gebied) mogen niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur. In paragraaf 4.2 is onderbouwd dat het initiatief niet leidt tot een significante aantasting van het NNN-gebied. Daarnaast kent het projectgebied in de bestaande situatie al een recreatief gebruik. Het initiatief is dan ook niet in strijd met de beleidsregels uit de omgevingsverordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 1.0 Súdwest-Fryslân De Omgevingsvisie 1.0 nodigt uit tot ontwikkelingen: het is dé rode draad voor gemeentelijke activiteiten in de fysieke leefomgeving. Deze visie, de omgevingsprogramma's en het omgevingsplan vormen een duidelijk handvat. Daarmee kan de gemeente beoordelen of ontwikkelingen en projecten bij Súdwest-Fryslân passen. De Omgevingsvisie 1.0 gaat over belangrijke onderwerpen als gezondheid, veiligheid, omgevingskwaliteit, bereikbaarheid

en

economie,

maar

ook

over

sociale

thema's

als

inclusiviteit,

leefbaarheid

en

arbeidsmarktbeleid. Voor een gezonde, groene en fraaie omgeving is het belangrijk om zorgvuldige keuzes te maken voor extra woningbouw. Súdwest-Fryslân legt daarom in haar woonbeleid de nadruk op: *

herbestemmen van gebouwen;

«

'inbreiding' (bouwen binnen de bestaande bebouwing) voor 'uitbreiding' van een kern of

»

stad.

Tegelijkertijd zet Súdwest-Fryslân in op de versterking van de combinatie van water, natuurwaarden en economische dragers zals landbouw en recreatie. Gemeente Súdwest-Fryslân maakt gebruik van een gebiedsgerichte aanpak. Hiervoor wordt verwezen naar de Ontwikkelvisie gemeente Súdwest-Fryslân.

Ontwikkelvisie gemeente Súdwest-Fryslân Op 22 maart 2012 heeft de gemeenteraad de Ontwikkelvisie gemeente Súdwest-Fryslân vastgesteld. In de visie staan de ambities van de gemeente op het gebied van sociale, ruimtelijke en economische ontwikkelingen. De

14/109

visie vormt een belangrijke basis voor nieuw beleid en plannen. In de ontwikkelvisie wordt uitgegaan van zes pijlers. Voor dit project is de pijler 'Verscheidenheid in de kernen' van belang. In het landelijke gebied van de gemeente vormt de recreatieve sector een belangrijk deel van de werkgelegenheid. De status van Nationaal Landschap Zuidwest Fryslân wordt benut om de belevingswaarde van het gebied voor recreatie en toerisme te versterken. Gezien de diversiteit van het huidig recreatieaanbod en de vele plannen die er zijn voor vernieuwing, ziet de gemeente vooral mogelijkheden in het revitaliseren en verdiepen van het bestaande aanbod. Dit door kwaliteitsverbetering van wat er is en het slim combineren van het toeristisch aanbod. Bijvoorbeeld door verbetering van de relatie land- en watertoerisme. Daarbij is het van belang voor de kortere termijn aandacht te hebben voor de groter wordende groep ouderen maar voor de langere termijn aandacht te schenken aan jongeren als basis voor het binden van nieuwe groepen aan Súdwest-Fryslân. Het initiatief sluit aan bij de ontwikkelvisie van de gemeente Súdwest-Fryslân. Met het initiatief wordt een kampeerterrein met beperkte faciliteiten beëindigd. In plaats hiervoor wordt een moderne recreatiewoning die beschikt over alle benodigde faciliteiten gerealiseerd.

Hierdoor staat er een kwaliteitsverbetering van de recreatievoorzieningen in het gebied. In de bestaande situatie kent het gebied reeds al een sterke relatie tussen land- en watertoerisme. Het initiatief zal geen verandering brengen aan deze onderlinge relatie.

Welstandsnota Súdwest-Fryslân De gemeente Súdwest-Fryslân heeft voor de toetsing van bouwwerken de welstandsnota Súdwest-Fryslân opgesteld. Hierin zijn welstandscriteria opgenomen waaraan nieuwe ontwikkelingen getoetst moeten worden. Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen die zich voegen binnen de bestaande ruimtelijke structuur van Súdwest-Fryslân. Deze criteria zijn gebaseerd op de plaatselijke identiteit en het architectonisch vakmanschap en de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de bestaande situatie worden gebruikt. Het ontwerp zal worden voorgelegd aan de welstandscommissie.

15/109

Hoofdstuk 4

4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Verkeer en parkeren

De projectlocatie wordt ontsloten via de openbare weg. Dit is een betrekkelijk rustige route. Voor de verkeersafwikkeling worden dan ook geen specifieke knelpunten verwacht omdat de hoeveelheid bebouwing vrijwel gelijk blijft. Er is geen toename van het verkeer, het blijft gelijk. Nabij het projectgebied zelf zijn ook voldoende mogelijkheden tot parkeren.

4.2

Ecologie

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Deze zijn geregeld in de Wet natuurbescherming.

Gebiedsbescherming Met betrekking tot gebiedsbescherming is de ligging van de aangewezen Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) van belang. Het projectgebied ligt binnen Natura-2000 gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving. Dit Natura 2000-gebied maakt tevens deel uit van het NNN. Daarnaast valt het westelijke deel van het projectgebied binnen NNN/EHS 'overige natuur'. Verder valt het projectgebied binnen een weidevogelkansgebied. In deze gebieden dient voldoende openheid en rust te worden gehandhaafd. Gezien het relatief kleinschalige karakter van de voorgenomen ontwikkeling is het niet te verwachten dat de ontwikkelingen in het projectgebied negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, het NNN-gebied ';en het weidevogelkansgebied. In de bestaande situatie bevindt zich reeds bebouwing in het projectgebied. Ook wordt het projectgebied gebruikt als kampeerterrein. Het projectgebied krijgt net als in bestaande situatie een verblijfsrecreatieve functie. Met het project neemt het aantal mensen in die nieuwe situatie beperkt toe en is daarom ook geen sprake van een grote verkeersaantrekkende werking. Extra verstoring in de vorm van geluid of licht is niet aan de orde. Hierdoor ontstaat er ook geen significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur.

Ook blijft met de ontwikkeling de openheid en de rust gehandhaafd. Er is hierbij geen sprake van een verstorende werking. Het projectgebied grenst aan de zuidkant aan ganzenfoerageergebied. Indien er werkzaamheden tussen 1 november en 31 maart plaatsvinden wordt geadviseerd om in overleg te gaan met de provincie om te bepalen wat de beste werkwijze is. In relatie tot stikstof, zijn de potentiële effecten van dit project hoofdzakelijk het gevolg van verkeer. Om potentiële

effecten van

stikstofdepositie op

stikstofonderzoek uitgevoerd (bijlage 2). Op

Natura

2000-gebieden

volledig uit te

sluiten

is een

basis van dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat de

stikstofdepositie 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Negatieve effecten in de vorm van verzuring en vermesting zijn

16/109

derhalve ook niet aan de orde. Bij de bouw van de recreatiewoning wordt hier rekening mee gehouden.

Soortenbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Voor het project is ecologische quickscan uitgevoerd om duidelijkheid te verschaffen of de geplande werkzaamheden al dan niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Op basis van de quickscan (zie bijlage 3) is geconcludeerd dat de aanwezigheid van algemeen voorkomende broedvogels, noordse woelmuizen, waterspitsmuizen, otters en grote modderkruipers niet uitgesloten kan worden. Mogelijk aanwezige nesten en verblijfplaatsen van deze soorten zullen door de herbouw mogelijk kunnen verdwijnen. Daarnaast dient het projectgebied mogelijk als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. De aanwezigheid van overig beschermde soorten en jaarrond beschermde verblijfplaatsen en nesten in het in het projectgebied is op basis van de quickscan uitgesloten. Om wezenlijke verstoring van vogelnesten te voorkomen is het van belang dat werkzaamheden in het projectgebied buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart t/m 15 juli) worden uitgevoerd.

Indien de werkzaamheden niet buiten het broedseizoen kunnen worden uitgevoerd, kunnen de werkzaamheden plaatsvinden onder de begeleiding van een ecoloog. Bij de bouw van de recreatiewoning wordt hier rekening mee gehouden. Het plangebied dient mogelijk als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. Er wordt geadviseerd om uitstraling van fel kunstlicht voor zonsopkomst en zonsondergang zoveel mogelijk te vermijden. Ook dient de uitstraling van fel kunstlicht op de Vlakke Brekken in de gebruiksfase te worden vermeden, om zo de functionaliteit van dit waterlichaam niet te belemmeren. Indien dit niet mogelijk is, dan dient een aanvullende onderzoek te worden uitgevoerd met mogelijk een ontheffing Wnb tot gevolg. Bij de bouw én het gebruik van de recreatiewoning wordt hier rekening mee gehouden. De aanwezigheid van de Noordse woelmuis kan niet worden uitgesloten in het projectgebied. De met riet en hoog gras begroeide delen van het projectgebied vormen een geschikt habitat voor deze soort. Werkzaamheden in deze delen wordt afgeraden. Indien dit niet mogelijk is dient een aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd en is mogelijk een ontheffing op basis van de Wnb noodzakelijk in het geval de aanwezigheid van de Noordse woelmuis wordt vastgesteld. Een ontheffing wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er compenserende en mitigerende maatregelen worden uitgevoerd.

Werkzaamheden worden niet in dit deel van het projectgebied uitgevoerd. Nader onderzoek naar de woelmuis is niet nodig. Wat betreft de otter wordt geadviseerd om de werkzaamheden buiten de meest kwetsbare periode uit te voeren om zo negatieve effecten als gevolg van verstoring tot een minimum te beperken. Voor de grote moddelkruiper wordt geadviseerd om werkzaamheden in de zuidelijke watergang te vermijden, anders is aanvullend onderzoek noodzakelijk met mogelijk een ontheffing Wnb als gevolg. Bij de bouw van de recreatiewoning wordt hier rekening mee gehouden. Ook vinden geen ingrepen in de zuidelijke watergang plaats.

17/109

Daarnaast dient men tijdens de uitvoer van de werkzaamheden rekening te houden met de Zorgplicht (Artikel 1.11 Wnb). De Zorgplicht geldt voor elke soort/individu in Nederland. Dit houdt in dat men tracht schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Dit kan door een werkwijze te hanteren waarbij dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het project niet tot negatieve effecten op het leefgebied van flora en fauna leidt omdat er rekening wordt gehouden met de periode van de bouwwerkzaamheden en werkzaamheden in bepaalde delen worden voorkomen. Ook leidt het project niet tot negatieve effecten op de omliggende natuurgebieden.

4.3

Water

In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het project voor de waterhuishoudkundige situatie. In de zogenaamde waterparagraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het project in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets.

Toetsing Het project is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân, zie bijlage 4. Het project heeft een beperkte invloed op het watersysteem en de waterketen. Hierdoor kan de normale procedure worden gevolgd voor de watertoets. Bij de watertoets is ook een uitgangspuntennotitie toegevoegd waar bij de uitwerking van de plannen rekening mee gehouden moet worden. Deze worden hierna nader beschreven.

Primaire waterkering Het projectgebied ligt binnen de kernzone, beschermingszones van een lokale kering van de Vlakke Brekken. Het bouwen binnen deze zones is een vergunningsplichtige activiteit. De desbetreffende kering is aan de zuidkant van het projectgebied gelegen, zie figuur 4.1. In de kernzone en beschermingszone van de kering bevinden zich momenteel struikgewassen en boombeplanting. De recreatiewoning wordt niet gerealiseerd binnen beide zones.

Ook

vinden

er

geen

werkzaamheden

plaats

binnen

beide

zones.

Mochten

er

voor

rioleringswerkzaamheden werkzaamheden plaatsvinden in de zones of de kering, dan zal er een vergunning worden aangevraagd bij het Wetterskip.

18/109

Mfľrft4G444

HEĒ04G556

Figuur 4.1 Legger Wetterskip Fryslan Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het project ook mogelijk. Voor de compensatie van toename verhard oppervlak is onderstaande tabel van toepassing.

Gebied

Stedelijk ^200 mz)

Landelijk ^1.500 m2)

Boezem

50Zo

507o

Polder

m

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Met de ontwikkeling is sprake van een beperkte toename aan verharding van circa 30 m2. De bestaande stacaravan heeft namelijk een oppervlakte van circa 40 m2 en de nieuwe recreatiewoning een oppervlakte van 70 m2. In de keur van Wetterskip Fryslân is opgenomen dat het verboden is zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Omdat de verharding met minder dan 1500 m2 toeneemt zijn compenserende maatregelen niet nodig.

Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht

19/109

worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Bij de inrichting van het projectgebied kan hierop geanticipeerd worden door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het projectgebied groener in te richten. Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Met voorgenoemd advies wordt bij de uitvoering van het project rekening gehouden. Het projectgebied ligt vrij voor de boezem. Dit betekent dat het plangebied niet door een boezemkade is beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Het is van belang daarom rekening houden met hoogwater in het kader van regionale wateroverlast. Dit betekent dat er voldoende hoog gebouwd moet worden. Bij de uitvoering van het plan wordt hiermee rekening gehouden. Gebruik materialen Tot slot wordt met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk voorkomen.

4.4

Bodem

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Het project omvat de realisatie van een recreatiewoning, in een gebied dat reeds al voor recreatie wordt gebruikt en zo bestemd is. Gezien het relatief kleinschalige recreatieve gebruik in de bestaande situatie is het niet aannemelijk dat als gevolg hiervan verontreinigingen zijn ontstaan. Ook is het niet aannemelijk dat als gevolg van de realisatie van de recreatiewoning verontreiniging zal ontstaan. Een bodemonderzoek kan derhalve achterwege blijven.

4.5

Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Wanneer niet voldaan wordt aan de richtafstanden, moet nader onderbouwd worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening (een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, waarbij de bedrijfsvoering van de aanwezige bedrijven gerespecteerd wordt). In het projectgebied wordt een recreatiewoning gerealiseerd, wat een milieugevoelige functie betreft. Nabij het projectgebied bevinden zich enkele agrarische bedrijven. Dit betreffen echter geen loonbedrijven of bedrijven die actief zijn in de akkerbouw of de fruitteelt. Het betreffen hier bedrijven gespecialiseerd in het houden en fokken van rundvee. Rondom het projectgebied bevindt zich dan ook alleen grasland. Voor agrarische bedrijven

20/109

die gespecialiseerd zijn in het houden van rundvee geldt een richtafstand van 100 meter voor geur, 30 meter voor stof en 30 meter voor geluid. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf ligt op circa 80 meter afstand. In eerste instantie lijkt dat er niet worden voldaan aan de richtafstand voor geur. Op dit moment heeft het projectgebied echter al een recreatieve bestemming. De ontwikkeling van een recreatiewoning brengt hier geen verandering in. Ook zal de recreatiewoning geen permanent gebruik kennen. Daarnaast is de bedrijfsbebouwing van het dichtsbijzijnde agrarische bedrijf aan de zuidkant van het agrarische bouwperceel geconcentreerd, waardoor de agrarische bebouwing op meer dan 100 meter van het projectgebied is gelegen. Dit gezamenlijk in afweging met de richtafstand leidt tot de conclusie dat er met de realisatie van de recreatiewoning sprake zal zijn van een aanvaardbare milieuzonering. Daarnaast ontstaan er ook geen beperking voor de ontwikkeling van (agrarische) bedrijven in de omgeving. Het aspect milieuhinder staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.6

Wegverkeerslawaai

In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Dit geldt ook voor spoorwegen. Daarbij onderscheidt de Wgh geluidsgevoelige functies (zoals woningen) enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Een recreatiewoning is geen geluidgevoelige functie en het projectgebied ligt niet binnen de geluidzone van zoneplichtige wegen. Er is dan ook geen aanleiding tot het uitvoeren van een akoestisch onderzoek. Gezien de afstand tot zoneplichtige wegen is het ook aannemelijk dat er in het projectgebied een goed woon- en leefklimaat ontstaat.

4.7

Archeologie

Voor het aspect archeologie is de Erfgoedwet van toepassing. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Voor een globaal inzicht in mogelijke waarden heeft de provincie de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) gepubliceerd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd - bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.). De provincie beveelt in het projectgebied aan om bij ingrepen van meer 500 m2 een karterend archeologisch onderzoek te verrichten voor de steentijd-bronstijd. Uit de advieskaart voor de periode ijzertijd - middeleeuwen blijkt dat een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Met dit project is geen sprake van een ingreep van meer dan 500 m2. Archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Wanneer bij de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, moet hiervan direct melding gemaakt worden bij de bevoegde overheid.

21/109

4.8

Cultuurhistorie

Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Om de cultuurhistorische waarden vast te stellen is de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Fryslân geraadpleegd. De kaart geeft aan welke cultuurhistorische elementen en structuren op provinciale schaal van betekenis zijn. Volgens de provinciale waardenkaart komen er in het projectgebied geen cultuurhistorische waarden voor waar rekening mee gehouden moet worden. Met het project vindt ook geen afbreuk aan de landschappelijke waarden plaats. Dit project voorziet slechts in een perceelsgebonden ontwikkeling. Het project wordt vanuit cultuurhistorisch oogpunt dan ook uitvoerbaar geacht.

4.9

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het toetsingskader wordt gevormd door verschillende besluiten en documenten (Bevi, Bevb, Bevt). Risico's zijn inzichtelijk gemaakt op de risicokaart die per provincie wordt bijgehouden. In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart van de provincie Fryslân geraadpleegd. Op basis van de professionele risicokaart zijn er in de directe nabijheid van het projectgebied geen risicovolle inrichtingen gelegen. Ook vindt er geen vervoer plaats van gevaarlijke stoffen per weg, water, spoor of buisleiding. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.10 Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen

van

de

grenswaarden

voor luchtkwaliteit zijn

veelal

het gevolg van

het aantal

verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project betreft slechts een herontwikkeling en upgrade van een bestaand gebouw. In de nieuwe situatie ontstaat er meer ruimte voor gasten, waardoor er sprake is van een toename in verkeer. Alleen bij een toename van enkele honderden verkeersbewegingen per dag is sprake van een verslechtering van de luchtkwaliteit. De ontwikkeling van een recreatiewoning heeft een dergelijk toename niet tot gevolg. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het project draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.

22/109

4.11 Kabels, leidingen en zoneringen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen en projecten zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In het projectgebied is geen sprake van kabels of leidingen die een planologische zone hebben. In de bestaande situatie bevindt zich geen riolering in het plangebied. Met de aanleg van de recreatiewoning zullen er rioleringswerkzaamheden plaatsvinden. Het projectgebied zal worden aangesloten op de riolering in de directe omgeving.

4.12 M.e.r.-beoordeling In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van een ruimtelijk plan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het ruimtelijk plan planmer-plichtig (onderdeel C en D), projectmer-plichtig (onderdeel C) of mer-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Gezien de aard en de geringe omvang van de ontwikkeling, de realisatie van een recreatiewoning, is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject of een andere functie die voorkomt in het Besluit m.e.r. Het opstellen van een 'vormvrije m.e.r.- beoordeling' is daarom niet noodzakelijk. Overigens heeft de toets aan de omgevingsaspecten, zoals opgenomen in dit hoofdstuk, in voldoende mate aangetoond dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen aan de orde zijn, gelet op de aard en relatief kleine omvang van het project, de plaats hiervan en de kenmerken van de potentiële effecten.

23/109

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een ontwikkeling. In dat verband wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. De ontwerpbeschikking van de omgevingsvergunning met bijbehorende stukken wordt daarna gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Eenieder wordt zo in de gelegenheid gesteld om zienswijzen tegen het initiatief kenbaar te maken. De ingekomen zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming over het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep.

Het op goede manier doorlopen van de genoemde procedure toont de

maatschappelijke

uitvoerbaarheid van het project aan.

5.2

Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze waarop gemeentelijke kosten op het plan worden verhaald (grondexploitatie).

Financiële haalbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De financiële haalbaarheid is niet in het geding.

Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Voor dit project geldt dat er sprake is van een bouwplan. De gemeente sluit hiervoor met de aanvrager een anterieure overeenkomst, waarin onder andere ook het aspect planschade is geregeld. Het vaststellen van een grondexploitatieplan is daarom niet noodzakelijk.

24/109

Hoofdstuk 6

6.1

Afweging en conclusie

Aanleiding

Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 én artikel 2.12 lid 1 onder c van de Wabo, waarmee de bouw van een recreatie woning in afwijking van het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt.

6.2

Afweging

Het project is niet strijdig met de relevante beleidsuitgangspunten op zowel rijks-als provinciaal en gemeentelijk niveau en veroorzaakt geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving. In de beoogde situatie is ook sprake van een verantwoorde milieusituatie.

6.3

Conclusie

Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

25/109

26/109

Bijlagen

27/109

28/109

Bijlage 1

29/109

Tekeningen en impressies

Henckel & Zahir Architects

Recreatiewoning Sandfirden 16.12.2022

Henckel & Zahir Architects

Herontwikkeling kampeerterrein De familie Oosterhuis maakt reeds een halve eeuw gebruik van dit stuk grond aan de Flakke Brekken in Sandfirden, ten zuiden van Bolsward en ten zuidwesten van Oudega. Het kampeerterrein wordt gebruikt als een plek van samenkomst voor de familie om weekenden en vakan­ ties door te brengen. Doel van dit plan is om de huidige wagen te verwijderen en om plaats te maken voor een hoogwaardige en duurzame recreatie woning. Hiermee zoekt het plan aansluiting bij de wens van de provincie om kampeerterreinen om te vormen tot hoogwaardi­ ge recreatiewoningen met een goede landschappelijke inpassing. Het ontwerp van de woning is ingetogen in omvang en in materiaalgebruik. De gevels zijn voorzien in verticale houten latten, waardoor het geheel in haar omgeving wegvalt. De recreatiewoning is geschikt voor de gehele familie. Gezin en (klein)kinderen. Er zijn twee gezamenlijke leefvertrekken voorzien, waardoor het ondanks de beperkte oppervlakte mogelijk maakt om je als bewoner terug te trekken van de groepsdynamiek mocht hiertoe de wens bestaan (living vs chili ruimte). Het terrein waarop het plan is ontwikkeld is goed on­ derhouden, met veel natuurlijke walbeschoeiing. In de schetsplannen was nog sprake van een boothuis en parkeerplaats voor auto’s. Hiervan ziet de opdracht­ gever af, omwille van de mogelijke aantasting van de plek.

De insteekhaven welke gezamenlijk wordt gebruikt met huisnummer 9.

Henckel te Zahir Archi tects

N

Project

Sandfirden

Tek. nummer

OA 100 - 01

Onderwerp

Situatietekening

Projectnummer

2022-0009

Schaal

1:500

Datum

16.12.2022

Opdrachtgever

Fam Oosterhuis

Formaat

A3

Wijzigingen Aard wijziging Datum wijziging

Henckel Zahir Architects B.V. Verlengde Hereweg 174 9722 AM Groningen +31 (0)50 - 785 59 27 www.henckel-zahir.com info@henckel-zahir.com

Maatvoering in het werk controleren!

Henckel & Zahir Architects

s»'AîS'v

Aj m.n*v

: ;. 1C, '

kift

' V

' *

m'»' 7.

‘ - " ,'.r • ríí v 'TV " ;:. ŕ. j'-v;

'

“«Ua.

.

ŴT*-'

Mr ^ - .r a :

0'4-(

. z1 ‘

W-'

*r**-'A-*f

"J -

s*

^

; '3 '1 'Àjř *Cj

ŴV SííL'sa»

*ètí

-VC.'

v; \«

«Atiiřľ-».. '«Mi

n Â'AVh .v'wai^y

Sřti’ww

STOOL h., A" «P®

Henckel & Zahir Architects

Henckel & Zahir Architects

Henckel & Zahir Architects

Henckel à. Zahir Archi tects

1.104 300

2.392 4.600

1./84

900 100

1.180

1.000 100

900

Project

Sandfirden

Tek. nummer

OA 100 - 02

Onderwerp

Plattegrond BG

Projectnummer

2022-0009

Schaal

1:100

Datum

16.12.2022

Opdrachtgever

Fam Oosterhuis

Formaat

A3

4.200 3.800

100

1.800

300

Wijzigingen Aard wijziging Datum wijziging

Henckel à Zahir Architects B.V. Verlengde Hereweg 174 9722 AM Groningen +31 (0)50 - 785 59 27 www.henckel-zahir.com info@henckel-zahir.com

Maatvoering in het werk controleren!

Henckel te Zahir Archi tects

3

DD,

EE

Project

Sandfirden

Tek. nummer

OA 100 - 03

Onderwerp

Plattegrond 1e verd

Projectnummer

2022-0009

Schaal

1:100

Datum

16.12.2022

Opdrachtgever

Fam Oosterhuis

Formaat

A3

Wijzigingen Aard wijziging Datum wijziging

Henckel & Zahir Architects B.V. Verlengde Hereweg 174 9722 AM Groningen +31 (0)50 - 785 59 27 www.henckel-zahir.com info@henckel-zahir.com

Maatvoering in het werk controleren!

Henckel te Zahir Archi tects

X7 +5.000

V +5.000

y +2-686

y +2-686

■±

Project

Sandfirden

Tek. nummer

OA 100 - 04

Onderwerp

Gevels

Projectnummer

2022-0009

Schaal

1:100

Datum

16.12.2022

Opdrachtgever

Fam Oosterhuis

Formaat

A3

Wijzigingen Aard wijziging Datum wijziging

Henckel Zahir Architects B.V. Verlengde Hereweg 174 9722 AM Groningen +31 (0)50 - 785 59 27 www.henckel-zahir.com info@henckel-zahir.com

Maatvoering in het werk controleren!

Henckel te Zahir Archi tects

Project

Sandfirden

Tek. nummer

OA 100 - 05

Onderwerp

Doorsnede

Projectnummer

2022-0009

Schaal

1:100

Datum

16.12.2022

Opdrachtgever

Fam Oosterhuis

Formaat

A3

Doorsnede DD

Wijzigingen

O

H HH

Aard wijziging Datum wijziging

Doorsnede EE Henckel Zahir Architects B.V. Verlengde Hereweg 174 9722 AM Groningen +31 (0)50 - 785 59 27 www.henckel-zahir.com info@henckel-zahir.com

Maatvoering in het werk controleren!

Henckel te Zahir Archi tects

Q Doorsnede BB

Project

Sandfirden

Tek. nummer

OA 100 - 06

Onderwerp

Doorsnede

Projectnummer

2022-0009

Schaal

1:100

Datum

16.12.2022

Opdrachtgever

Fam Oosterhuis

Formaat

A3

Wijzigingen Aard wijziging Datum wijziging

Henckel & Zahir Architects B.V. Verlengde Hereweg 174 9722 AM Groningen +31 (0)50 - 785 59 27 www.henckel-zahir.com info@henckel-zahir.com

Maatvoering in het werk controleren!

Henckel te Zahir Archi tects

100

,

114

,

86

Project

Sandfirden

Tek. nummer

OA 100 - 07

Onderwerp

Detail 1

Projectnummer

2022-0009

Schaal

1:5

Datum

16.12.2022

Opdrachtgever

Fam Oosterhuis

Formaat

A3

Wijzigingen Aard wijziging Datum wijziging

Henckel Zahir Architects B.V. Verlengde Hereweg 174 9722 AM Groningen +31 (0)50 - 785 59 27 www.henckel-zahir.com info@henckel-zahir.com

Maatvoering in het werk controleren!

Henckel te Zahir Archi tects

hellend dak - houten platen 2x 15 mm. - hoogwaardig isolatie 250mm, - multiplex 22mm, - nedzink NTZ felssysteem. Project

Sandfirden

Tek. nummer

OA 100 - 08

Onderwerp

Detail 2

Projectnummer

2022-0009

Schaal

1:5

Datum

16.12.2022

Opdrachtgever

Fam Oosterhuis

Formaat

A3

goot - verholen goot gepoedercoat in RAL 7040.

wandopbouw - houten platen 2x 15mm, - hoogwaardig isolatie 230mm, - folie, - hout- en regelwerk 18mm, - houten gevelbekleding, type: Accoya, open vertical 60-200mm.

2600+ VP

Wijzigingen

25S6+ VP

Aard wijziging Datum wijziging

Henckel Zahir Architects B.V. Verlengde Hereweg 174 9722 AM Groningen

kozijnen - houten kozijnen met triple glas, dekkend schilderen in RAL 7040. 86

+31 (0)50 - 785 59 27 www.henckel-zahir.com info@henckel-zahir.com

Maatvoering in het werk controleren!

Henckel ft Zahir Architects

5000+ VP

Project

Sandfirden

Tek. nummer

OA 100 - 09

Onderwerp

Detail 3

Projectnummer

2022-0009

Schaal

1:5

Datum

16.12.2022

Opdrachtgever

Fam Oosterhuis

Formaat

A3

Wijzigingen Aard wijziging Datum wijzágmg

Henckel ft Zahir Architects B.V. Verlengde 1 lerewcg 174 9722 AM Grommen +3Į (0)50 - /85 59 2/ www'.henckel-zahir.Lom ïnóúihenckeP/'.ilm'.o'iin

Maatvoering in

het werk controleren!

Henckel & Zahir Architects

Henckel & Zahir Architects

Henckel & Zahir Architects

Energie concept woning

Bouwmethodiek

Bouwmethodiek

1. Bouwkundig

Casco

Cross Laminated Timber (CLT)

Rc vloe^ 3.5m2K^W Rc gevel= 4.5 m2K7W Rc dak= 6.0 m2I^W

Wij willen de mogelijkheid onderzoek om de woning op te bouwen in CLT en dan met een bedrijf zoals Treektek. Treektek wil bijdrage aan een vernieuw­ de en schone bouwcultuur in Nederland. Deze transitie zien wij als noodzakelijk en met dit project doet de opdrachtgever daar graag een bijdrage aan. Middels bouwen met biobased materialen, het toepas­ sen van een circulaire bouwmethodiek en door hierbij het volledige proces op zichzelf te nemen. Treetek ontwerpt, engineer, fabriceert en monteert.

Een veelgebruikt houtbouwproduct voor gebouwconstructies is Cross Laminated Timber (CLT), ook wel kruislaaghout genoemd. Door het kruislings verlijmen van houten latten, wordt het zet- en krimpgedrag geminimaliseerd en ontstaat een stevig en vormvast bouwmateriaal, dat veel ontwerpvrijheid biedt. CLT zorgt voor lichte construc­ ties van hoge kwaliteit, die sneller en efficiënter gerealiseerd kunnen worden.

Duurzaam bouwen De huidige manier van bouwen is vervuilend en ineffi­ cient. De productie en het gebruik van beton zijn verantwoordelijk voor maar liefst 80A van de wereldwij­ de CO2-uitstoot. Door fabricage op de bouwplaats ontstaat vaak een lang bouwproces, met veel transportbewegingen en geluidsoverlast, zowel bij de bouw als bij de sloop. Budgetten en bouwtijden worden bovendien structureel overschreden. Ondertussen hebben we te maken met een enorm klimaatopgave, terwijl de bouwvraag alleen maar toeneemt.

Duurzaam Waar bij productie en het gebruik van beton en staal veel C02 vrijkomt, is hout en hernieuwbare grondstof die CO2 opslaat. Door een uitgekiend engineeringsproces wordt er bovendien minder materiaal ingezet.

Waarom bouwen met hout duurzaam is Door te bouwen met hout sorteert Treetek voor op de onvermijdelijke grondstoffentransitie in de bouw. Hout is een her-vernieuwbare grondstof die CO2 opslaat. Hout is lichter, waardoor het aantal transportbewegingen flink afneemt en er lichtere funde­ ringen nodig zijn. Bovendien kunnen houten gebouwen gemakkelijk worden gedemonteerd, ver­ plaatst en gerecycled. Elke kubieke meter die met hout wordt gebouwd in plaats van beton, scheelt ruim een ton C02-uitstoot. Kortom: bouwen met hout is het laaghangend fruit voor de energietransitie en de stikstofcrisis.

Veel ontwerp vrijheid Het gebruik van hout biedt meer ontwerp vrijheid dan beton en staal. Ontwerp en realisatie zijn nauw verbonden en er ontstaat nieuwe mogelijkheden voor de architect op het gebied van beleving en

Uraam 1,00 W/m2K (Triple glas) Udeur 1,00 W/M2K (Triple glas) Udakraam 1,00 W/M2K (Triple glas) 2. Zonwering Geen zonwering bij zuidgevel in verband met aanwezig­ heid groen bij zuidgevel. 3. Installatietechnisch Lucht-water combi warmtepomp CW4 of betere optie Alpha Innotec LWD 50A + WWS 202 LT - vloerverwarming 45C - 35C 4. Ventilatie Natuurlijke toevoer en mechanische afvoer. 5. PV-panelen 35m2 of meer, sterk geventileerd, zuid 6. WTW Douche-WTW; aangesloten op koudepoort douchemengkraan TW, HW, VW: Heitech Technea douchepjp-wtw-V3 WG: DSS douchegoot WTW model 900/4 DW

Voordelen

Gezond werk- en leefklimaat De sfeer, uitstraling en geur van hout hebben een posi­ tieve impact op ons welbevinden. Hout werkt stressverlagend en concentratie-verhogend en zorgt voor een goede isolatie en vochthuishouding.

indeling. Goed bewerkbaar Hout laat zich goed zagen, frezen, verlijmen en schroeven. Kleine aanpassingen op maat zijn gemakkelijk door te voeren.

Henckel & Zahir Architects

Bouwmethodiek

Bouwmethodiek

Materiaalgebruik

Minder overlast Treetek pre-produceert geïntegreerde gebouwonderdelen, waardoor de bouwplaats een plek wordt voor montage. Er zijn veel minder werkzaamheden op de bouwplaats en de werkzaamheden die er plaatsvinden zijn stiller en schoner, met minder vocht (hout is een droog materiaal) en minder uitstoot.

Een integraal bouwproces Dankzij hun voorbereidingsproces is de bouwplaats geen plek meer voor fabricage, maar alleen nog voor montage. Bij elke stap in het proces wordt de ar­ chitect, projectontwikkelaar en/of aannemer nauw betrokken. Het Treetek-proces in vier stappen:

Gevel bekleding

Sterk en licht in gewicht CLT is sterk genoeg om constructief in de volle breedte toe te passen, terwijl het veel lichter is dan beton. Er zijn daardoor minder zware bouwkranen en een lichtere fundering nodig. Minder faalkosten Door een integraal ontwerp- en engineeringsproces gecombineerd met op de millimeter nauwkeurig geprefabriceerde onderdelen, worden de faalkosten enorm verkleind. Brandveilig CLT heeft een hogere constructieve brandveiligheid dan beton en staal. Het is voorspelbaarder en er vormt zich bij een brand vanzelf een brandvertragende koollaag aan de buitenzijde van de wanden. Circulair Een Treektek-gebouw gebaseerd op hout is na de le­ vensduur gemakkelijk te demonteren. Het hout is op andere manieren toepasbaar, bijvoorbeeld in een nieuw gebouw of in meubilair.

1. Design: Ze inventariseren de wensen en eisen van de opdrachtgever en komen samen tot een functioneel, technisch en architectonisch ontwerp. 2. Engineering: In samenwerking met de architect ma­ ken ze de vertaling naar een integraal model in BIM. 3. Fabricage: Door software aangestuurde productie en realisatie van de verschillende onderdelen. 4. Montage: Op de bouwplaats wordt het gebouw ge­ monteerd. Desgewenst zorgen we daarna voor gebouwbeheer en na de levensfase van het gebouw voor demontage en recycling. Vrijwel alle keuzes worden in de eerste twee stappen gemaakt. Dat vraagt om vroegtijdige besluitvorming omtrent installaties. Herkomst en regeneratie van het hout Het hout dat Treektek gebruikt is afkomstig uit duur­ zaam beheerde bossen in onder andere Scandinavië, Oostenrijk en Duitsland. Ze werken alleen met leveranciers die voldoen aan de strengste eisen op het gebied van duurzaamheid. Door selectief en gericht te kappen, ontstaat ruimte voor andere bomen om te groeien en neemt de biodiversiteit toe. Over het hele proces bezien wordt er meer CO2 opgeslagen da uitgestoten.

Wij willen voor de gevel bekleding gebruik maken van verticale houten latten, deze latten moeten als kleur in lijn zitten met de kleur van de riet zodat het gebouw zich aanpast in haar omgeving. Accoya is in de basis gemaakt van de houtsoort Radiata Pine. Wat veel voorkomt in Nieuw-Zeeland en Amerika. Het hout wordt middels acetylering verduur­ zaamd. Dit is een gifvrije en chemische behandeling met azijnzuuranhydride. Hierdoor krijgt het de naam Accoya en heeft het duurzaamheidsklasse 1. Accoya is een van de duurdere gemodificeerde houtsoorten. Dit komt mede doordat Accoya een extreem lange levensduur heeft, cradle to cradle certificering heeft en 50 jaar garantie geeft op buitengebruik boven de grond. Ook is het te gebruiken voor gevelbekleding, terrasplanken, kozijnen, ramen en deuren. Een uniek en prachtig product. Accoya heeft een hoge duurzaamheidsklasse en dus ook een lange levensduur. Het is FSC gecertificeerd hout en totaal te hergebruiken met een cradle to cradle certificaat. Het wordt zeer duurzaam geproduceerd met een lage CO2 voetafdruk en draag Accoya dus bij aan een circu­ laire en biobased economie. Accoya is een zachthoutsoort. Afkomstig van de houtsoort radiata pine. Door de Accoya modificering heeft het wel de eigenschappen van hardhout.

Henckel & Zahir Architects

Materiaalgebruik Dak bedekking Zinken daken oogt niet alleen heel modern, daarnaast is het uiterst duurzaam en onderhoudsvriendelijk. Een zinken dak biedt heel wat voordelen. Om te begin­ nen kunnen zowel platte als hellende daken met zink bedekt worden; slechts een hellingsgraad van 3 graden is vereist. Verder is zink een flexibel en plooibaar materiaal dat zich gemakkelijk laat bewerken. Daardoor is zink toepasbaar op álle dakvormen en biedt het diverse architecturale mogelijkheden. Zink staat vooral bekend om zijn extreem lange levensduur. Een zinken dak kan tot wel 125 jaar mee­ gaan! Bovendien hebben we te maken met een natuurlijk ma­ teriaal dat volledig recycleerbaar is. Ook is zink erg gemakkelijk qua onderhoud. Wanneer je kiest voor een zinken dakbedekking, zal de dakconstructie compact blijven. Zo behoud je meer ruimte voor goede thermische isolatie. Kozijnen De kozijnen die in het project zijn voorzien, zullen van hout vervaardigd worden, gecombineerd met tripple glas.

Henckel & Zahir Architects

Henckel & Zahir Architects

Henckel & Zahir Architects

Henckel & Zahir Architects

Henckel & Zahir Architects

Henckel & Zahir Architects

Henckel & Zahir Architects

Henckel & Zahir Architects

Henckel & Zahir Architects

Bijlage 2

59/109

Stikstofonderzoek

RHO ADVISEURS-MEMO DATUM KENMERK VAN AAN CC

23 mei 2023 20230592 Youri Meerstra ---

PROJECT OPDRACHTGEVER AANWEZIG AFWEZIG

Sandfirden - Nummer 9A - Bouw recreatiewoning Henckel ä Zahir Architects B.V. ---

STIKSTOFEMISSIE EN DEPOSITIE INLEIDING In opdracht van Henckel ä Zahir Architects B.V. is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase van een recreatiewoning aan nummer 9A te Sandfirden. In deze berekening is rekening gehouden met de inzet van dieselmaterieel en verkeersbewegingen als emissiebron.

WETTELIJK KADER Algemeen Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan en project stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. De vervallen Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Op 2 november 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over de bouwvrijstelling in relatie met stikstofdepositie die per 1 juli 2022 via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbete­ ring (Bsn) in werking is getreden. De Wsn en de Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Met de uitspraak van 2 november 2022 komt deze bouwvrijstelling (zgn. aanlegfase) te vervallen. Voor ruimtelijke plannen en projecten dient daarom de aanleg- en exploitatiefase meegenomen te worden om te bepalen of er een stikstofdepositie is. In het voorliggende onderzoek zijn de aanleg- en exploitatiefase mee­ genomen in de berekening.

AERIUS CALCULATOR EN UITGANGSPUNTEN AERIUS Calculator, release 26 januari 2023 Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 26 januari 2023) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is ver­ volgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het projectgebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. Het projectgebied ligt aan het Natura 2000-gebied de Oudegaasterbrekken, Fluessen en om­ geving. Dit betreft een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied.

RHO ADVISEURS

Figuur 1: Projectgebied met meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden

Exploitatiefase Voor het project wordt uitgegaan van een gasloze recreatiewoning. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de woning. Aangezien er geen kencijfers bestaan voor vrijstaande recreatiewoningen, is worst-case uitgegaan van een vrijstaande wo­ ning. Op basis van maximaal één vrijstaande woning bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 8 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 381), zie tabel 1. De verkeersgeneratie op basis van de CROW-kentallen is deels gebaseerd op de omgevingseigenschappen van de locatie en de deels van de directe omgeving. De gemeente Súdwest-Fryslân betreft een 'weinig stedelijke gemeente' en de locatie ligt in het 'Buitengebied'. Het aantal verkeersbewegingen per woning van zware motorvoertuigen bedraagt 0,02 mvt/etmaal (CROW publicatie 381). Het totale aantal verkeersbewegingen van zware motorvoertuigen aan de Sandfirden bedraagt afgerond 0,02 mvt/etmaal. Tabel 1: Verkeersgeneratie exploitatiefase Woningtype Vrijstaande woning

2/3

Aantal wooneenheden 1

Kencijfer CROW per 7,8

Verkeersgeneratie per etmaal 8

RHO ADVISEURS

Voor de rijroutes en rijrichtingen is het heersende verkeersbeeld van belang. Het wegverkeer gaat op in het heersende ver­ keersbeeld als het qua rij- en stopgedrag en intensiteit niet meer te onderscheiden is van het overige wegverkeer. Voor wat betreft de lengte van de rijroutes is uitgegaan van een enkele route vanaf het projectgebied. Vanaf het projectgebied zal het verkeer via de Sandfirden (tevens de enige ontsluitingsweg van het gebied) in oostelijke rijrichting rijden. Via deze route is de Tsjerkewei richting onder andere Oudega te bereiken. Aanlegfase Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselgebruik zijn gegevens gebruikt die zijn geleverd door de initiatiefnemer. Aan de hand van deze gegevens, samen met ervaringsgege­ ven van elders, is de stikstofemissie ten gevolge van de aanlegfase berekend. Het aantal verkeersbewegingen in de aanleg­ fase bedraagt nooit meer dan het aantal in de exploitatiefase, maar is wel afzonderlijk opgenomen in de berekening. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: ^ Gedurende de aanlegfase zijn er 60 zware verkeersbewegingen ten behoeven van de aan- en afvoer van materiaal en machines. ^ Het aantal verkeersbewegingen ten behoeve van het vervoer van personeel bedraagt 14 lichte verkeersbewegingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13805105/1