CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bijlagenbundel Businesscase versie 22-11-2021

Raadsvergadering 9 maart 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Businesscase Wurklearbedriuw Fryslân-West21.663 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagenbundel Businesscase Werkleerbedrijf Fryslân-West

Empatec N.V. Gemeente De Fryske Marren Gemeente Harlingen Gemeente Súdwest-Fryslân Gemeente Waadhoeke

Versie 22 november 2021

Inhoudsopgave bijlagenbundel 1 HOOFDLIJNEN VAN HET DIENSTVERLENINGSPROCES 1.1 STURING 1.2 WERKPROCES WSW 1.2.1 INSTROOM 1.2.2 ARBEIDSONTWIKKELING 1.2.3 INTERN BESCHUT WERK 1.2.4 DOORSTROOM 1.2.5 UITSTROOM 1.2.6 NAZORG 1.3 DEELWERKPROCES NIEUW BESCHUT 1.3.1 INSTROOM 1.3.2 ARBEIDSONTWIKKELING 1.3.3 BESCHUT WERK 1.3.4 DOORSTROOM 1.3.5 UITSTROOM 1.3.6 NAZORG 1.4 CATEGORIE PERSPECTIEFRIJK SAMENWERKING OP UITVOEREND NIVEAU MERKEN WURKJOUWER EN PASTIEL 1.4.1 INSTROOM 1.4.2 ARBEIDSONTWIKKELING, DOOR- EN UITSTROOM 1.4.3 ARBEIDSONTWIKKELING, DOOR EN UITSTROOM IN EEN STROOMSCHEMA: 1.4.4 NAZORG 1.5 BASISPAKKET EN PLUSPAKKET 1.5.1 BASISPAKKET 1.5.2 OPDRACHT VOOR EEN PLUSPAKKET 1.6 WERKGEVERSDIENSTVERLENING 1.6.1 UITGANGSPUNTEN WERKGEVERSDIENSTVERLENING 1.6.2 TAAK WERKLEERBEDRIJF 1.6.3 BELANG VAN WERKGEVERS EN PASSEND WERK 1.6.4 ACCOUNTMANAGERS, SPIN IN HET WEB 1.6.5 TYPE PLAATSINGEN

5 5 5 5 5 6 6 6 6 7 7 7 7 7 8 8 8 8 8 8 9 10 10 11 11 11 12 12 12 12 13 13

2 ONTWIKKELING UITKERINGEN GEMEENTEN 14 2.1 AANTAL UITKERINGEN TOT DE AOW-LEEFTIJD 14 2.1.1 ONTWIKKELING AANTAL BIJSTANDSUITKERINGEN (DECEMBER 2011 = 100) 14 2.1.2 ONTWIKKELING AANTAL BIJSTANDSUITKERINGEN (DECEMBER 2015 = 100) 14 2.2 BIJSTANDSUITKERINGEN ALS % VAN DE BEVOLKING VAN 15 TOT 70 JAAR 15 2.2.1 ONTWIKKELING BIJSTANDSDICHTHEID 15 2.3 INSTROOMPERCENTAGE BIJSTAND 15 2.3.1 INSTROOM (ABSOLUUT EN %) IN DE BIJSTAND (2015 – 2017) 15 2.4 UITSTROOMPERCENTAGE BIJSTAND 16 2.4.1 UITSTROOM (ABSOLUUT EN %) UIT DE BIJSTAND (2015 – 2017) 16 2.5 UITSTROOMPERCENTAGE NAAR WERK 16 2.6 ANALYSE CBS-CIJFERS 16 2.7 VERSCHIL TUSSEN VOORSPELD EN WERKELIJK BIJSTANDSVOLUME 17 AANTAL HUISHOUDENS MET EEN BIJSTANDSUITKERING, VOORSPELD EN WERKELIJK PER EIND 2019, OP BASIS VAN HET 17 VERDEELMODEL 2021 2.8 CONCLUSIE VERDEELMODEL PARTICIPATIEWET 18

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

2

2.9 BANEN VAN WERKNEMERS 2.9.1 AANTAL BANEN (ABSOLUUT EN PER 1.000 INWONERS VAN 15 TOT 70 JAAR) EIND DECEMBER 2019 2.9.2 ONTWIKKELING BANEN VAN WERKNEMERS (2011 – 2019, INDEX 2011=100) 2.10 PENDEL WERKGEMEENTE VAN WERKNEMERS (31 DECEMBER 2019)

18 18 19 19 19

3 FINANCIËLE UITWERKING 20 3.1 BUSINESSCASE MET 4 ONDERDELEN 20 3.2 EVENREDIG DEEL PERSPECTIEFRIJK 20 3.2.1 METHODE BEPALEN EVENREDIG DEEL 20 3.2.2 UITWERKING OMVANG EVENREDIG DEEL 20 3.2.3 INGROEI EVENREDIG DEEL 22 3.3 TOELICHTING UITWERKING ONDERDELEN BUSINESSCASE 2022-2026 22 3.4 ONTWIKKELING BC ALS EVENREDIG DEEL PERSPECTIEFRIJK DIRECT WORDT GEREALISEERD 23 3.5 GEHANTEERDE UITGANGSPUNTEN BASISSCENARIO 24 3.6 SAMENVATTING 25 3.7 DE BUSINESSCASE MET HET EVENREDIG DEEL EN HET BOVEN-EVENREDIG DEEL PERSPECTIEFRIJK EN HET BUDGET 25 VOOR HET PLUSPAKKET 3.8 AMBITIE DIRECTIE EMPATEC 27 3.8.1 AMBITIE DIRECTIE: NULOPTIE. 27 INVESTEREN IN DUURZAAMHEID 28 3.9 RESULTAAT GR EN NV IN DE BUSINESSCASE 28 3.9.1 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING 28 3.9.2 NAAMLOZE VENNOOTSCHAP 29 3.10 GEMEENTELIJKE BIJDRAGEN 30 3.10.1 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING 30 3.10.2 NAAMLOZE VENNOOTSCHAP 30 3.11 VIER AANVULLENDE OPTIES 30 3.12 UITWERKING OPTIE 1: 31 3.13 UITWERKING OPTIE 2 31 3.14 UITWERKING OPTIE 3 33 3.15 UITWERKING OPTIE 4 33 3.16 UITWERKING BUSINESSCASES VIER AANVULLENDE OPTIES.

34 4 BUSINESSCASES NIEUW BESCHUT WERK, BANENAFSPRAAKBAAN DETACHERING EN VAKBEDRIJVEN 35 4.1 INLEIDING 35 4.2 OPTIE 1: NIEUW BESCHUT WERK 35 4.3 TOELICHTING PER REGEL BIJ TABEL A: 36 4.4 OPTIE 2: TIJDELIJKE BANENAFSPRAAKBAAN BIJ HET WERKLEERBEDRIJF EN DETACHEREN BIJ EEN WERKGEVER 37 4.5 TOELICHTING PER REGEL BIJ TABEL B: 38 4.6 OPTIE 3: TIJDELIJKE BANENAFSPRAAKBAAN BIJ HET WERKLEERBEDRIJF EN WERKEN IN ÉÉN VAN DE 39 VAKBEDRIJVEN 4.7 TOELICHTING PER REGEL BIJ TABEL C. 40 4.8 LANGERE TERMIJN GEVOLGEN VOOR GEMEENTEN VAN DE TIJDELIJKE BANENAFSPRAAKBANEN 41 4.9 FINANCIEEL EFFECT BANENAFSPRAAKBANEN 41 5 VOOR- EN NADELEN GOVERNANCE OPTIES 5.1.1 VOOR- EN NADELEN VAN DE OPTIES VOOR DE GEMEENTEN/GR 5.1.2 VOOR- EN NADELEN VAN DE OPTIES VOOR DE N.V. EN B.V.’S

43 43 43

6

45 45 45

ADVIES ROTSHUIZEN GEENSE

NLEIDING AD 1. - TOETSINGSKADER

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

3

AD 2. - ZIJN ER NOG ANDERE OPTIES? AD 3. - TOETSING VAN DE OPTIES CONCLUSIE EN ADVIES NAAR AANLEIDING VAN DE OPTIES INVLOED VAN GEMEENTE(RAAD) OP N.V. BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN IN STATUTEN N.V. BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN IN STATUTEN VAN DE B.V.’S ROUTEKAART VOOR STATUTENWIJZIGING STATUTENWIJZIGING N.V. STATUTENWIJZIGING B.V.’S STATUTENWIJZIGING NV EN BV BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN IN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING GEVOLGEN VAN IMPLEMENTATIE VAN HET ADVIES

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

46 47 50 51 51 52 52 52 52 53 53 53

4

1.3 1.3.1

Deelwerkproces Nieuw Beschut Instroom

De indicatie Nieuw Beschut wordt toegekend door het college van B&W op basis van een advies van het UWV. Het merendeel van de indicaties wordt afgegeven omdat kandidaten daarop worden gewezen vanuit hun opleiding, het Praktijkonderwijs of Voortgezet Speciaal Onderwijs (PrO/VSO). Ook gemeenten en de Dienst NWF kunnen kandidaten aanmelden. Mensen kunnen ook zichzelf melden bij het UWV voor een indicatie. Nadat de indicatie is afgegeven, kunnen gemeenten de kandidaat aanmelden bij het Werkleerbedrijf met het verzoek om een passende werkplek aan te bieden. Bij het Werkleerbedrijf komt de kandidaat in een instroomafdeling met extra begeleiding (jobcoaching). Na een periode van maximaal drie maanden krijgt de kandidaat een definitieve werkplek. Het aantal geïndiceerde kandidaten is hoger dan de taakstelling. Een eventueel voortraject voor kandidaten die nog niet geïndiceerd zijn maar wel potentieel lijken te hebben, behoort tot het pluspakket. In de provincie Friesland waren er eind tweede kwartaal 2021 210 beschutte werkplekken gerealiseerd. Dat waren er 22 meer dan in het eerste kwartaal van 2021. Dit is vooral een inhaaleffect door Covid. Eind tweede kwartaal 2021 hebben in Friesland 377 mensen een positief advies van het UWV gekregen. Er waren dus 147 mensen in Friesland met een positief advies die (nog) geen beschutte werkplek hebben.

Het aantal positieve adviezen is ook hoger dan de provinciale taakstelling voor het aantal beschutte werkplekken per eind 2021 (251). 1.3.2

Arbeidsontwikkeling

De werkwijze verschilt niet met die van de doelgroep Wsw. Ook hier wordt gebruik gemaakt van een werkpaspoort, wordt ingezet op het ontwikkelen van competenties en het zetten van stappen op de werkladder. Er is, zeker de eerste jaren, vaak een grote begeleidingsnoodzaak. Jongeren die van school komen moeten op veel aspecten worden begeleid: omgaan met geld, werkritme, vervoer etc. Ook op andere leefgebieden (bijvoorbeeld wonen) zijn er vaak uitdagingen voor deze doelgroep. Nauw contact met de collega’s in de gebiedsteams bij de gemeenten is noodzakelijk om alles goed op elkaar af te stemmen. 1.3.3

Beschut werk

De Nieuw Beschut medewerker heeft in het algemeen een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Vergelijkbaar met een Wsw-medewerker die is aangewezen op intern beschut werk. Er is vaak een grote begeleidingsbehoefte en het is een extra uitdaging om het juiste passende werk te vinden. De inzet is en blijft om echt werk te bieden. De productiviteit en begeleidingsbehoefte liggen echter, bij de start, dichter bij arbeidsmatige dagbesteding. Bij de Wsw-doelgroep is aangegeven wat de trend is voor het binnenhalen van nieuwe opdrachten voor beschut werk. Dat is ook hier van toepassing. 1.3.4

Doorstroom

De inzet op doorstroom is vergelijkbaar met de inzet bij de Wsw. Zoals al toegelicht bij arbeidsontwikkeling is doorstroom voor de meeste Nieuw Beschut medewerkers maar beperkt mogelijk en zijn zij vaak aangewezen op beschut werk in de vakbedrijven. Dat neemt niet weg dat het de ambitie is om mensen stappen te laten zetten. Goed monitoren wat de resultaten zijn en vergelijken met practices elders houden het Werkleerbedrijf en de gemeenten scherp.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

7

De gemeenten en het Werkleerbedrijf organiseren dat de werknemers-, beroepsvaardigheden en afstand tot de arbeidsmarkt op uniforme wijze worden gewogen. De gemeenten en het Werkleerbedrijf sturen samen op het proces van in- en uitstroom van de categorie Perspectiefrijk. Het resultaat van deze sturing is dat er een groter aantal kandidaten dan nu, instroomt in het re-integratieproces van het Werkleerbedrijf. Dit maakt dat de kosten van de re-integratie per kandidaat lager worden, het Werkleerbedrijf meer kan werken met specialisten voor bepaalde groepen en de maatschappelijke baten (meer mensen uit de bijstand komen aan het werk) toenemen. 1.4.2

Arbeidsontwikkeling, door- en uitstroom

Bij de categorie Perspectiefrijk worden de deelprocessen arbeidsontwikkeling, doorstroom en uitstroom in één geïntegreerd proces uitgevoerd. In dit proces worden de competenties van een kandidaat versterkt, zodat hij of zij geplaatst kan worden in een baan bij een reguliere werkgever. Daarbij wordt zoveel mogelijk gestreefd naar uitkeringsonafhankelijkheid. Het Werkleerbedrijf kan niet elke kandidaat een re-integratietraject bieden. Voor sommige kandidaten is een specialistisch aanbod van een derde partij nodig. Als een kandidaat uit de categorie Perspectiefrijk instroomt start een test/diagnose periode. Naast een test/diagnose kunnen (groeps-)trainingen worden gegeven en wordt ook in de werkomgeving bezien wat de competenties van een kandidaat zijn. Voor dat laatste wordt gebruik gemaakt van de infrastructuur van het Werkleerbedrijf. Bij de test/diagnose worden de uitkomsten van tests/diagnoses die eventueel al eerder zijn uitgevoerd bij de gemeente meegenomen. De instroomperiode is niet voor elke kandidaat gelijk. Van sommige kandidaten staat na een week vast wat de vervolgstap kan zijn. Voor andere kandidaten is een langere periode nodig.

De uitkomst van de instroomperiode kan zijn: o Plaatsing bij een werkgever (al dan niet met loonkostensubsidie en jobcoaching); o De kandidaat krijgt een leerwerkplek bij een werkgever of het vakbedrijf en volgt groepstrainingen gericht op de ontwikkeling van competenties; o De kandidaat moet een re-integratietraject bij een externe aanbieder volgen; o De kandidaat kan gedetacheerd worden bij een werkgever vanuit een tijdelijke baan (maximaal twee jaar) bij het Werkleerbedrijf; *). o De kandidaat krijgt een tijdelijke baan (maximaal twee jaar) in de vakbedrijven van het Werkleerbedrijf ;*) o De kandidaat gaat eerst met behoud van uitkering werkervaring opdoen bij een reguliere werkgever of in het Werkleerbedrijf; o De kandidaat heeft (nog) een te grote afstand tot de arbeidsmarkt en valt (nog) onder de categorie Van Waarde. Er vindt een warme overdracht plaats aan de gemeente en de gemeente besluit welk traject de kandidaat gaat volgen. Voor sommige kandidaten is ook de infrastructuur van het Werkleerbedrijf geschikt voor dit type trajecten. Als gemeenten hiervoor kiezen wordt dit opgenomen in het pluspakket. *)

Tijdelijke baan bij het Werkleerbedrijf In de opsomming hierboven is opgenomen dat een kandidaat voor een periode van maximaal twee jaar een tijdelijke baan kan krijgen bij het Werkleerbedrijf om vervolgens te worden gedetacheerd bij een reguliere werkgever. Veel gemeenten en Participatiebedrijven in Nederland passen dit instrument toe om de drempel voor werkgevers te verlagen. Er zijn dan strikte voorwaarden aan verbonden en tijdelijke contracten worden niet omgezet in vaste contracten. De opsomming bevat ook de situatie dat het Werkleerbedrijf een kandidaat een tijdelijke baan biedt in de vakbedrijven. Ook dit instrument wordt regelmatig door gemeenten en Participatiebedrijven toegepast, onder vergelijkbare strenge voorwaarden. De inzet van een dergelijke plaatsing is om het re-integratietraject alsnog te laten slagen en een kandidaat een stevigere basis te geven om de stap naar werk bij een reguliere werkgever te doen maken. In situaties waar gemeenten of Participatiebedrijven dit toepassen gaat het om een beperkt aantal gevallen. Het hoofddoel is en blijft plaatsing bij reguliere werkgevers en de tijdelijke dienstverbanden zijn een middel om dit te bereiken. Voor het Werkleerbedrijf Fryslân-West is de inschatting dat het om een aantal van enkele tientallen dienstverbanden zal gaan, waarbij elk jaar de helft instroomt en de helft uitstroomt.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

9

1.5

Basispakket en pluspakket

Net als bij de categorie Perspectiefrijk kunnen de resultaten in het Pluspakket in de regel ook alleen in samenwerking tussen gemeenten en Werkleerbedrijf worden bereikt. Hieronder wordt eerst het Basispakket weergegeven. 1.5.1

Basispakket

Het basispakket bestaat uit alle activiteiten voor de categorie Perspectiefrijk. Onderstaande tabel geeft weer wat daartoe behoort op basis van de dienstverleningsovereenkomsten 2021 en de aanbesteding van Súdwest-Fryslân. Jobcoaching en loonwaardemeting zijn instrumenten die duidelijk behoren tot de toolbox voor de categorie Perspectiefrijk. De werkgeversdienstverlening behoort in beginsel tot het basispakket, maar gemeenten kunnen op dit vlak ook zelf activiteiten ontplooien. De Fryske Marren Trajecten Perspectiefrijk: Alle doelgroepen: statushouders, kwetsbare jongeren, doelgroep Banenafspraakbanen, regulier, licht verstandelijk beperkten, autistismespectrumstoornis* Loonwaardemeting (incl. heronderzoek) Jobcoachingstraject bij Banenafspraakbaan Werkgeversdienstverlening zit in totaalpakket, plaatsingen is onderdeel dienstverleningsovereenkomst (DVO). Kosten accountmanagement zijn opgenomen in DVO.

Súdwest-Fryslân Trajecten Perspectiefrijk: alle doelgroepen vanuit de aanbesteding: Sprint naar Werk, Route naar Werk, Empowerment en Sterker naar Werk.

Jobcoaching voor voornamelijk mensen met een arbeidsbeperking Werkgeversdienstverlening zit in totaalpakket, plaatsingen is onderdeel DVO. Kosten accountmanagement zijn opgenomen in DVO.

Waadhoeke en Harlingen Trajecten Perspectiefrijk: statushouders, kwetsbare jongeren, doelgroep Banenafspraakbanen, regulier, licht verstandelijk beperkten, autistismespectrumstoornis* Loonwaardemeting (incl. heronderzoek) Jobcoachingstraject bij Banenafspraakbaan Werkgeversdienstverlening zit in totaalpakket, plaatsingen is onderdeel DVO. Kosten accountmanagement zijn opgenomen in DVO.

*) Met een verbreding van het aanbod zoals ADHD, PrO/VSO, jongeren met multiproblematiek Bovenstaand overzicht sluit voor de gemeente Súdwest-Fryslan aan bij de gunning van de eerdere aanbesteding. Die aanbesteding loopt door tot en met 2022. Vanaf 2023 geldt hetzelfde basispakket voor Súdwest-Fryslân, maar dan op basis van de toekenning van het basispakket zonder aanbesteding (nieuwe governance). 1.5.2

Opdracht voor een pluspakket

Als een gemeente en/of de dienst NWF-taken als pluspakket onderbrengt bij het Werkleerbedrijf worden de afspraken vastgelegd in een afzonderlijke overeenkomst. Vanuit het Werkleerbedrijf wordt daarvoor een gestandaardiseerd model gebruikt. In de overeenkomst worden afspraken gemaakt over de verrichten taken, de duur van de taken, de te behalen resultaten en de aan het pluspakket verbonden kosten, totaal en/of per deelnemer. Het Werkleerbedrijf streeft in de ontwikkeling van een pluspakket voor een gemeente na, dat het pakket schaalbaar is en ook aan andere gemeenten kan worden aangeboden. Dit kan tot efficiencyvoordelen leiden.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

11

De volgende tabel laat zien welke dienstverlening bij de start van het Werkleerbedrijf tot het pluspakket behoort. De Fryske Marren Trajecten Voorschakelvoorziening Trajecten Kansrijk Trajecten van Waarde: B1-route en Z-route statushouders

Súdwest Fryslân Trajecten Voorschakelvoorziening Trajecten van Waarde: Meer uit jezelf (jongeren), Traject naar Vrijwilligerswerk (uitkeringsgerechtigden overig en nieuwe Nederlanders)

Waadhoeke en Harlingen Trajecten Kansrijk Trajecten van Waarde: B1-route statushouders

Werkintake/Screening van kandidaten Gemeenten kunnen in de loop van de tijd ook andere diensten afnemen voor de categorieën Van Waarde en Kansrijk. Mogelijkheden zijn bijvoorbeeld: - Voortrajecten voor Nieuw Beschut werk geïndiceerden; - Arbeidsmatige dagbesteding (simpel switchen); - Sociale activering bij de Wurkjouwer; De aard van het pluspakket brengt met zich mee dat er in de toekomst taken kunnen bijkomen, maar ook dat gemeenten kunnen besluiten om (een deel van) het pluspakket te beëindigen. 1.6 1.6.1

Werkgeversdienstverlening Uitgangspunten werkgeversdienstverlening

In heel Nederland werken publieke uitvoerders van re-integratie met elkaar samen om hun werkgeversdienstverlening op elkaar af te stemmen. Daarmee wordt voorkomen dat werkgevers meerdere uitvoerende partijen (Gemeenten, Participatiebedrijven, Wsw-bedrijven en het UWV) over de vloer krijgen met telkens een ander verhaal. Voor Fryslân-West gelden vergelijkbare bestuurlijke uitgangspunten. Dat wil zeggen er geen zaken ‘dubbel’ worden gedaan, ondernemers ervaren dat er gecoördineerd wordt opgetreden en publieke middelen efficiënt worden ingezet. Dit laat onverlet dat er ook ruimte moet zijn voor lokale initiatieven. In de organisatie en uitvoering wordt goed aangesloten op de afspraken/werkwijze van Fryslân Werkt!1. In het implementatieplan worden deze bestuurlijke uitgangspunten verder uitgewerkt en wordt bezien wat dit betekent voor de huidige werkwijzen van gemeenten, Empatec en de dienst NWF. 1.6.2

Taak Werkleerbedrijf

Ook in Fryslân-West zijn er meerdere partijen die accountmanagers in dienst hebben. Het Werkleerbedrijf coördineert, in opdracht van de gemeenten, het uitvoerende werk voor de uitvoerders van gemeenten, UWV en het Werkleerbedrijf zelf. De inzet is dat accountmanagers onderling afstemmen en gezamenlijk voorkomen dat werkgevers vanuit verschillende publieke organen worden benaderd om mensen te plaatsen. Ook attenderen zij elkaar over en weer op mogelijke kansen voor plaatsing van kandidaten. Om dit te bereiken zorgt het Werkleerbedrijf dat accountmanagers ook afstemmen met de accountmanagers van gemeenten (Sociaal domein en domein Economische zaken. 1.6.3

Belang van werkgevers en passend werk

De gemeentelijke visie is om zoveel mogelijk mensen in een reguliere baan te plaatsen. Om dit te realiseren investeren de accountmanagers van het Werkleerbedrijf in een breed netwerk met werkgevers en onderhouden zij de relatie met deze werkgevers. In de regio gaat het ook om een grote groep MKB-bedrijven. Dit betekent dat er relatief veel werkgevers zijn met wie de relatie wordt onderhouden. Werkgevers hebben werk en gemeenten/het Werkleerbedrijf hebben kandidaten. Toch past de vacature van de werkgever, lang niet altijd 1 op 1 bij de kandidaat die het Werkleerbedrijf wil plaatsen. Het is de expertise van het Werkleerbedrijf om met werkgevers samen mogelijkheden te creëren voor de beschikbare kandidaten. Soms door het werk enigszins aan te passen en soms door 1

Frys ân Werkt! s het samenwerk ngsverband van overhe d, onderw js, UWV, Wsw-bedr jven en soc a e partners n Frys ân. N

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

12

(tijdelijk) jobcoaching in te zeten. Met deze instrumenten kan aan de vraag naar arbeid van de werkgever tegemoet worden gekomen en heeft de kandidaat werk. 1.6.4

Accountmanagers, spin in het web

De accountmanagers van het Werkleerbedrijf zijn het aanspreekpunt van de gemeenten voor werkgevers die kandidaten zoeken. Het Werkleerbedrijf plaatst niet alleen medewerkers of kandidaten (categorie Perspectiefrijk) van het Werkleerbedrijf zelf, maar als gemeenten dit willen ook kandidaten die door gemeenten of andere partijen naar werk worden begeleid. Dit betekent niet dat elke plaatsing bij een werkgever exclusief via de dienstverlening van het Werkleerbedrijf loopt. Kandidaten vinden vaak ook zelf werk en als er een collega van de gemeente een kans ziet voor een kandidaat, wordt zo’n kans uiteraard benut. Wie de plaatsingsmogelijkheid ziet en benut is niet relevant, als de kans maar wordt benut. De accountmanagers van het Werkleerbedrijf verdelen hun werkzaamheden regionaal en onderhouden twee netwerken. Zij zijn zowel kind aan huis bij de gebiedsteams en de Dienst NWF, als ook bij de werkgevers in hun regio. Zij fungeren als spin in het web. 1.6.5

Type plaatsingen

De accountmanagers van het Werkleerbedrijf plaatsen medewerkers en kandidaten bij werkgevers in verschillende arrangementen, onder andere: - Plaatsing van Participatiewet-kandidaten met een dienstverband bij de werkgever (al dan niet met loonkostensubsidie en/of jobcoaching); - Plaatsing van Participatiewet-kandidaten op basis van detachering via een tijdelijk dienstverband bij het Werkleerbedrijf; - Plaatsing van Wsw- en Nieuw Beschut kandidaten op basis van detachering; - Plaatsing op een werkervaringsplaats bij een werkgever als werkstage met behoud van uitkering gedurende een afgesproken periode.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

13

2.4

Uitstroompercentage bijstand

In Harlingen was niet alleen het instroompercentage maar ook het uitstroompercentage relatief laag. In Het Bildt was het uitstroompercentage ook relatief laag. Dat geldt in 2016 en 2017 ook voor Franekeradeel. Het uitstroompercentage in Súdwest-Fryslân is net iets lager dan landelijk en provinciaal. 2.4.1

Uitstroom (absoluut en %) uit de bijstand (2015 – 2017)

Nederland Fryslân De Fryske Marren Harlingen Súdwest-Fryslân Het Bildt Franekeradeel Menameradiel

Uitstroom 2015 2016 2017 125.960 119.950 118.120 5.570 5.230 5.410 270 280 290 140 110 150 620 640 610 70 60 80 150 130 120 70 50 60

Uitstroom% 2015 2016 21,5 20,5 22,0 20,0 21,0 20,5 19,0 14,5 19,5 20,0 16,5 15,0 21,5 18,0 23,0 16,0

1)

2017 20,5 21,0 22,0 19,5 19,5 19,0 17,0 22,0

1) Uitstroom als % van aantal bijstandsontvangers aan begin van het jaar en de instroom gedurende het jaar.

2.5

Uitstroompercentage naar werk

In De Fryske Marren lag het uitstroompercentage naar werk net iets hoger dan provinciaal en landelijk. In Harlingen (2015 en 2016) en Het Bildt was het uitstroompercentage naar werk lager dan landelijk en in de provincie. Súdwest-Fryslân zat ongeveer op het provinciale percentage dat iets hoger is dan het nationale percentage.

Nederland Fryslân De Fryske Marren Harlingen Súdwest-Fryslân Het Bildt Franekeradeel Menameradiel 1)

Uitstroom naar werk 2015 2016 2017 59.780 60.120 60.890 2.830 2.780 2.910 140 160 170 70 70 90 350 360 340 30 30 40 80 60 80 40 20 30

% Uitstroom naar werk 2015 2016 2017 10,5 10,0 10,5 11,0 10,5 11,5 11,5 11,5 12,5 9,5 9,5 12,0 11,0 11,0 11,0 6,5 8,0 9,5 11,0 9,0 11,0 13,0 7,5 10,0

Uitstroom naar werk als % van aantal bijstandsontvangers aan begin van het jaar en de instroom gedurende het jaar.

2.6

Analyse CBS-cijfers

Na 2015 is de ontwikkeling van de bijstandspopulatie het meest gunstig geweest in De Fryske Marren. Waadhoeke kent een ongunstigere ontwikkeling dan de andere gemeenten. Súdwest-Fryslân en Harlingen zitten daar tussenin, waarbij Súdwest-Fryslân iets gunstigere ontwikkelingen kent dan de provinciale ontwikkeling. De gemeente Harlingen heeft een relatief hoge bijstandsdichtheid. Uit cijfers over de jaren 2015 – 2017 blijkt dat Harlingen een relatief lage instroom in de bijstand combineert met een relatief lage uitstroom. In Harlingen is sprake van een bestand met relatief weinig dynamiek. De Fryske Marren heeft een relatief lage bijstandsdichtheid. In 2015 en 2016 was het instroompercentage relatief hoog. Het uitstroompercentage was in 2015 – 2017 ongeveer gelijk aan het nationale en provinciale percentage. De uitstroom naar werk is in De Fryske Marren relatief hoog. Súdwest-Fryslân zit in veel gevallen dicht bij de landelijke en provinciale ontwikkelingen en percentages. In 2015 en 2017 was alleen sprake van een relatief lage uitstroom uit de bijstand. De uitstroom naar werk is vergelijkbaar met het provinciale percentage.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

16

2.7

Verschil tussen voorspeld en werkelijk bijstandsvolume

Het macro-budget voor de gebundelde uitkeringen Participatiebudget (GUP) wordt over gemeenten verdeeld via een objectief verdeelmodel. De makers van het verdeelmodel doen elk jaar een voorspelling van het aantal bijstandsuitkeringen per gemeente per einde jaar t-2 (dus met het verdeelmodel 2021 voor eind 2019) en dit wordt vergeleken met het werkelijke aantal uitkeringen op dat moment. Met het verdeelmodel GUP 2021 is dus een voorspelling gedaan voor eind 2019 en dit wordt vergeleken met het werkelijke aantal uitkeringen per eind 2019. In De Fryske Marren ligt het werkelijke niveau ruim (8 procent) onder het voorspelde niveau. De drie andere gemeenten hebben in werkelijkheid meer bijstandsuitkeringen dan voorspeld door het objectieve verdeelmodel. De afwijking is het hoogst (9 procent) voor de gemeente Harlingen. De gemeente Waadhoeke zit iets hoger dan de voorspelling. Ten opzichte van het verdeelmodel GUP 2019 is het verschil in De Fryske Marren omgeslagen van een ongunstige afwijking van 50 naar een gunstige afwijking van -70. Voor de drie andere gemeenten is het ongunstige verschil afgenomen, vooral in Súdwest-Fryslân en Waadhoeke. Dus in alle gemeenten is de laatste jaren blijkbaar sprake van een relatief gunstige ontwikkeling. Aantal huishoudens met een bijstandsuitkering, voorspeld en werkelijk per eind 2019, op basis van het verdeelmodel 2021

De Fryske Marren Harlingen Súdwest-Fryslân Waadhoeke

Voorspeld Werkelijk 871 801 480 523 2.128 2.236 997 1.017

Verschil Verschil% -70 -8,0% 43 9,0% 108 5,1% 20 2,0%

Het voorspelde bijstandsniveau voor de gemeente Harlingen als % van het aantal huishoudens (8,1%) ligt ruim boven het bijstandsniveau van de andere gemeenten. Voor De Fryske Marren voorspelt het model de laagste bijstandsdichtheid (4,6% van het aantal huishoudens). Dit kan (op grond van het objectieve verdeelmodel) te maken hebben met twee factoren: - De huishoudenssamenstelling. Harlingen (De Fryske Marren) zou een hoger (lager) aandeel huishoudens kunnen hebben die op grond van hun kenmerken een hogere kans op bijstand hebben. - Zogenaamde regionale kenmerken (werkend onder niveau, beschikbaarheid van werk, aandeel studenten, overlast in de buurt, aandeel WW-uitkeringen en buurten met relatief veel uitkeringsgerechtigden). Dit zijn de daarbij opvallende punten: - Harlingen kent een hoger aandeel huishoudens (dan de andere gemeenten) met de volgende kenmerken die een relatief hoge kans op bijstand hebben: o Alleenstaanden en eenouderhuishoudens o Medicijngebruik uit zes of meer hoofdgroepen o Huishoudens die gebruik maken van GGZ o Huishoudens met een migratieachtergrond o Huishoudens die in een corporatiewoning wonen o Huishoudens met een lage Human Capital Index o Huishoudens met stapeling van problematiek - De Fryske Marren heeft veelal een lager aandeel van bovenstaande huishoudenstypen dan de andere gemeenten.

Uitzondering is het aandeel van huishoudens met een lage Human Capital Index, dat in De Fryske Marren vergelijkbaar is met het aandeel in Súdwest-Fryslân en Waadhoeke. - Waadhoeke en Súdwest-Fryslân zitten qua aandelen van de bovenstaande huishoudenstypen vrijwel altijd tussen Harlingen en De Fryske Marren in.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

17

-

-

Bij de overige kenmerken scoort Harlingen relatief ongunstig op het percentage huishoudens dat in een buurt woont met relatief veel uitkeringsgerechtigden2. Dit aandeel is iets hoger dan in Súdwest-Fryslân en twee keer zo hoog als in De Fryske Marren. Het verhoogt de kans op bijstand. Harlingen heeft echter een lager percentage ‘overlast in de buurt’ dan de andere gemeenten. Dit geeft weer een lagere kans op bijstand.

2.8

Conclusie verdeelmodel Participatiewet

De Fryske Marren heeft minder bijstandsuitkeringen dan voorspeld door het objectieve verdeelmodel Participatiewet. De drie andere gemeenten hebben juist meer uitkeringen dan voorspeld door het model. De laatste jaren is het ongunstige verschil echter wel kleiner geworden, vooral in Súdwest-Fryslân en Waadhoeke. In De Fryske Marren is het ongunstige verschil omgeslagen in een gunstig verschil. Het objectieve verdeelmodel laat ook zien dat Harlingen een veel hogere voorspelde bijstandsdichtheid heeft dan de drie andere gemeenten. De Fryske Marren heeft de laagste voorspelde bijstandsdichtheid. Harlingen kent dan ook relatief hoge aandelen van huishoudenstypen die op zichzelf een hogere kans op bijstand hebben en een hoog aandeel huishoudens dat woont in buurten met relatief veel uitkeringsgerechtigden. Voor De Fryske Marren geldt het omgekeerde: juist relatief weinig huishoudenstypen die een hogere kans op bijstand hebben. De twee andere gemeenten zitten daar in de meeste gevallen precies tussen in. 2.9

Banen van werknemers

De meeste mensen met een uitkering zijn voor een terugkeer op de actieve arbeidsmarkt aangewezen op banen als werknemer. Daarom kijken we naar het niveau en de ontwikkeling van de werkgelegenheid. De vier gemeenten hebben relatief weinig banen van werknemers binnen de gemeentegrenzen. In Nederland zijn er 697 banen per 1.000 inwoners van 15 tot 70 jaar en in de provincie Friesland 608. SWF komt het dichtste bij het provinciale cijfer met 570. De gemeente Waadhoeke heeft relatief de minste banen van werknemers, 433 per 1.000 inwoners van 15 tot 70 jaar. 2.9.1

Aantal banen (absoluut en per 1.000 inwoners van 15 tot 70 jaar) eind december 2019

Nederland Fryslân De Fryske Marren Harlingen Súdwest-Fryslân Waadhoeke

Banen (*1.000) Banen per december-19 1.000 inwoners 15 - 70 8.560,5 697 271,9 608 17,3 496 5,5 524 34,8 570 13,8 433

Het aantal banen van werknemers heeft zich sinds 2011 het gunstigst ontwikkeld in Waadhoeke. Daarna volgen SWF en Harlingen die eind 2019 bijna een zelfde index kennen als de provincie Friesland. Tussen 2011 en 2014 is de ontwikkeling van het aantal banen in De Fryske Marren ongunstig. Daarna heeft de werkgelegenheid zich redelijk hersteld, waardoor er eind 2019 weer ongeveer evenveel banen zijn dan eind 2011

2

Aandee van de potent ë e beroepsbevo k ng n de gemeente dat n een buurt woont met re at ef vee (op ande jk n veau b j de hoogste 10 procent ten opz chte van het gemeente jk gem dde de) ontvangers van een u tker ng.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

18

Tabel 1 Evenredig deel Perspectiefrijk: op basis gemiddelde bestedingen bij Pastiel/Wurkjouwer 2019 - 2021 2022 2023 2024 2025 2026 De Fryske Marren 521.400 521.400 521.400 521.400 521.400 Harlingen 371.300 371.300 371.300 371.300 371.300 Súdwest-Fryslân 1.564.200 1.564.200 1.564.200 1.564.200 1.564.200 Waadhoeke 718.900 718.900 718.900 718.900 718.900 Totaal 3.175.800 3.175.800 3.175.800 3.175.800 3.175.800 Voor Harlingen, Waadhoeke en vooral SWF is de uitkomst hoger dan de opgaven die door deze gemeenten zijn gedaan over het beschikbare budget voor de dienstverlening voor de categorie Perspectiefrijk via het Werkleerbedrijf. Voor deze gemeenten is dus sprake van een ingroeipad. Voor De Fryske Marren is het evenredig deel lager dan het aangegeven budget, zodat voor deze gemeente sprake is van een boven-evenredig deel, zie tabel 2. Het boven-evenredig deel van De Fryske Marren bestaat onder andere uit het onderdeel uitvoering van het werkdeel, dat is uitbesteed aan Pastiel. Daarnaast maakt De Fryske Marren (bijna) geen gebruik van andere aanbieders. Tabel 2 Boven-evenredig deel Perspectiefrijk per gemeente

De Fryske Marren Harlingen Súdwest-Fryslân Waadhoeke Totaal

2022 259.600 0 0 0 259.600

2023 259.600 0 0 0 259.600

2024 259.600 0 0 0 259.600

2025 259.600 0 0 0 259.600

2026 259.600 0 0 0 259.600

Daarmee komt het totale activiteitenniveau (evenredig deel en boven-evenredig deel samen) in geld uit op circa 3,43 miljoen euro. Daarnaast is sprake van een budget voor het pluspakket, bestaande uit dienstverlening voor de categorieën Van Waarde en Kansrijk. Wat betreft bedragen betreft dit vooral de Wurkjouwer voor de categorie Van Waarde. De Wurkjouwer wordt door de gemeenten De Fryske Marren en SúdwestFryslân ingezet. Bij de Fryske Marren gaat het daarnaast om trajecten voor de categorie Kansrijk en screening van kandidaten. Voor Harlingen en Waadhoeke betreft het trajecten voor de categorie Kansrijk. Gemeenten kunnen in de loop van de tijd ook andere diensten afnemen voor de categorieën Van Waarde en Kansrijk. Tabel 3 Budget pluspakket per gemeente

De Fryske Marren Harlingen Súdwest-Fryslân Waadhoeke Totaal

2022 519.000 6.250 250.000 12.500 787.750

2023 519.000 5.940 250.000 12.500 787.440

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

2024 519.000 5.940 250.000 12.500 787.440

2025 519.000 5.940 250.000 12.500 787.440

2026 519.000 5.940 250.000 12.500 787.440

21

3.2.3

Ingroei evenredig deel

Tabel 1 laat zien wat het evenredig deel zou zijn, indien elke gemeente direct bij de start het evenredig deel inbrengt. Het advies luidt om een ingroeitraject te hanteren, zodat gemeenten die nu nog onder het uitgavenniveau zitten daar naar toe groeien. Het evenredige deel per gemeente kent dan de ontwikkeling die is weergegeven in tabel 4. Het evenredige deel groeit van ruim 2,23 miljoen euro in 2022 tot bijna 3,18 miljoen euro in 2025. Tabel 4 Evenredig deel: op basis gemiddelde bestedingen bij Pastiel/Wurkjouwer 2019 - 2021 en ingroei 2022 - 2025 2022 2023 2024 2025 2026 De Fryske Marren 521.400 521.400 521.400 521.400 521.400 Harlingen 311.449 331.399 351.350 371.300 371.300 Súdwest-Fryslân 800.000 1.054.733 1.309.467 1.564.200 1.564.200 Waadhoeke 600.965 640.277 679.588 718.900 718.900 Totaal 2.233.814 2.547.810 2.861.805 3.175.800 3.175.800 Waarvan personeel in natura 183.795 186.256 187.636 189.038 190.463 Waarvan in budget 2.050.019 2.361.554 2.674.169 2.986.762 2.985.337

Het totaal beschikbare budget voor trajecten Perspectiefrijk via het Werkleerbedrijf is 2,2 miljoen euro (met boven-evenredig deel De Fryske Marren circa 2,5 miljoen) in 2022 en neemt in stappen toe tot circa 3,18 miljoen euro (3,44 miljoen euro met boven-evenredig deel De Fryske Marren). Daar komt het budget voor het pluspakket nog bij. 3.3

Toelichting uitwerking onderdelen businesscase 2022-2026

o

In de paragrafen 3.4 tot en met 4.8 zijn de vier onderdelen van de businesscase uitgewerkt. Daarbij zijn de volgende uitwerkingen opgenomen: - In paragrafen 3.4, 3.5 en 3.6: basisscenario, met de aanname dat het evenredig deel Perspectiefrijk direct wordt gerealiseerd; - In paragraaf 3.7 basisscenario met ingroeimodel evenredig deel, boven-evenredig deel Perspectiefrijk en budget Pluspakket gezamenlijk. - In paragraaf 3.8: de ambitie van de directie Empatec. - In paragaaf 3.9: de uiteindelijke businesscase gesplitst in GR en NV.

o

Het onderscheid in 3.4 en 3.7 is gemaakt om te kunnen vaststellen of het Werkleerbedrijf met het afgesproken evenredig deel een solide basis heeft en de doelgroep en de gemeenten continuïteit kan bieden. In paragraaf 3.4 vindt die toetsing plaats door ervan uit te gaan dat het evenredig deel direct vanaf 2022 wordt gehanteerd. De praktijk is echter anders, omdat een ingroeimodel wordt geadviseerd. Dit ingroeimodel is uitgewerkt in 3.7. Het ingroeimodel heeft in eerste instantie een nadelig effect op het totale financiële resultaat van het Werkleerbedrijf. Dit effect doet zich in de praktijk niet voor omdat De Fryske Marren een boven-evenredig deel voor re-integratie Perspectiefrijk inbrengt en door De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân een relatief omvangrijk pluspakket wordt ingebracht. De rest van de businesscase is gebaseerd op het door gemeenten ingebrachte totale budget voor de categorie Perspectiefrijk (evenredig én boven-evenredig deel) en het budget voor het Pluspakket.

o

De gepresenteerde cijfers in de paragrafen 3.4 en 3.7 zijn voor de GR en de NV gezamenlijk. In die presentatie wordt het Werkleerbedrijf als één geheel benaderd. Dit maakt vergelijking met landelijke benchmarks mogelijk. Die presentatie gaat voorbij aan de afspraken die zijn gemaakt over kostentoerekeningen (betreft onder andere de kosten van ambtenaren, de kosten voor de personeels- en salarisadministratie en de kosten voor de secretaris en de controller van de GR en overige personeelskosten Wsw). In paragraaf 3.9 wordt de splitsing tussen GR en NV wel gemaakt.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

22

o

In paragraaf 3.8 is de ambitie van de directie Empatec voor de jaren 2022 tot en met 2026 opgenomen en het effect van die ambitie op de businesscase.

o

In paragraaf 3.9 tenslotte wordt inzichtelijk gemaakt wat de resultaten van de GR en de NV afzonderlijk zijn. Daarmee kan de relatie met de gehanteerde begrotings- en jaarrekeningsystematiek worden gelegd, inclusief de afspraken over de kostenverdeling tussen GR en NV. Het geeft ook inzicht in de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage voor de uitvoering van de Wsw.

3.4

Ontwikkeling BC als evenredig deel Perspectiefrijk direct wordt gerealiseerd

Hierna zijn drie tabellen opgenomen: - Tabel 5: de ontwikkeling van de eerste drie onderdelen van de businesscase (subsidieresultaat Wsw, resultaat nieuw beschut werk en LKS en bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf). - Tabel 6: de feitelijke besteding van de gemeenten voor de categorie Perspectiefrijk in het ingroeimodel. - Tabel 7: een samenvatting van tabellen 5 en 6. Tabel 5 Basisscenario (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

790 9 708 8 82 1 64 6 23 0 796 4

744 9 667 6 77 3 69 8 25 0 762 4

706 1 632 8 73 3 73 3 27 0 733 1

656 8 588 6 68 2 79 2 29 0 696 8

611 5 548 0 63 5 83 5 31 0 662 6

24 472 -25 018 -546

23 433 -23 580 -147

22 641 -22 366 275

21 628 -20 822 806

20 735 -19 404 1 331

1 478 -2 078 -600

1 600 -2 251 -651

1 725 -2 375 -650

1 896 -2 543 -647

2 022 -2 712 -690

12 341 10 12 351 -8 184 -998 -4 625 -13 808 -1 457

11 786 15 11 801 -7 905 -977 -4 559 -13 440 -1 639

11 321 20 11 341 -7 748 -958 -4 502 -13 208 -1 867

10 719 25 10 744 -7 329 -934 -4 426 -12 689 -1 945

10 163 30 10 193 -7 025 -911 -4 354 -12 291 -2 098

Volumes (fte): Wsw (1) - waarvan Wsw in dienst WLB (1a) - waarvan begeleid werken Wsw (1b) Nieuw beschut in dienst (2) Andere kandidaten Participatiewet in dienst (3) Totaal in dienst WLB (1a 2 en 3) Financieel meerjarenbeeld: Subsidieresultaat Wsw Deelbudget Wsw Personeelskosten Wsw Subsidieresultaat Wsw Resultaat nieuw beschut en LKS-medewerkers Loonkosten- en begeleidingssubsidie NBW en LKS Loonkosten NBW en LKS Resultaat NBW en LKS Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf Netto toegevoegde waarde Andere opbrengsten Totaal baten Kosten ongesubsidieerd personeel Afschrijvingen Overige bedrijfskosten Totaal lasten Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf

Tabel 5 laat op basis van de gehanteerde uitgangspunten en aannames de ontwikkeling van de drie eerste onderdelen van de businesscase zien. Daarbij ontstaat het volgende beeld: Het subsidieresultaat Wsw verbetert de komende jaren sterk. Het negatieve resultaat slaat in de loop van de periode om in een positief resultaat. De reden hiervoor is dat het deelbudget Wsw (ook wel Rijksbijdrage Wsw genoemd) per Wsw-plek de komende jaren toeneemt als gevolg van de landelijk hogere uitstroom uit de Wsw dan verwacht bij de voorbereidingen van de Participatiewet; Het nadelige subsidieresultaat Nieuw Beschut Werken en LKS-medewerkers neemt in de loop van de periode iets toe van 600.000 euro in 2022 naar 690.000 euro in 2026;

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

23

-

Het bedrijfsresultaat van het Werkleerbedrijf verslechtert. Het nadelige resultaat loopt op van 1,46 miljoen euro in 2022 naar bijna 2,1 miljoen euro in 2026. Nota bene: dit is inclusief de kosten van de ambtenaren die ten laste van de GR komen en andere bedrijfskosten in de GR.

Het vierde onderdeel van de businesscase, het resultaat op re-integratie Perspectiefrijk, heeft als uitgangspunt dat re-integratie, net als in de afgelopen jaren, inclusief de toegerekende overheadkosten, gemiddeld een break-even resultaat laat zien. Deze activiteit leidt op zichzelf niet tot een marge of winst, maar geeft dekking aan een deel van de (vaste) kosten van het Werkleerbedrijf. Onderstaande tabel 6 is gebaseerd op de aanname dat het evenredig deel direct wordt gerealiseerd. Het totale bedrag voor het evenredig deel is 2,985 miljoen euro, exclusief het personeel dat in natura door gemeenten wordt geleverd aan het Werkleerbedrijf (dit gaat om circa 2,5 fte). Tabel 6 Basisscenario (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

2 985

2 985

2 985

2 985

2 985

Resultaat re-integratie Perspectiefrijk Budgetten en volumes (fte): Beschikbare budgetten gemeenten/Dienst NWF Financieel meerjarenbeeld: Resultaat WLB re-integratie Opbrengsten (budget van gemeenten)

2 985

2 985

2 985

2 985

2 985

Kosten ongesubsidieerd personeel

-2 177

-2 177

-2 177

-2 177

-2 177

-808 -

-808 -

-808 -

-808 -

-808 -

Overige bedrijfskosten (incl kosten Wsw-personeel) Resultaat re-integratie

3.5

Gehanteerde uitgangspunten basisscenario

Bij de uitwerking van het basisscenario zijn onderstaande uitgangspunten en aannames gehanteerd: - Het aantal Wsw-medewerkers ontwikkelt zich conform de verwachtingen in het verdeelmodel voor het macro deelbudget Wsw (Meicirculaire gemeentefonds 2021). - Het aantal nieuw beschut medewerkers ontwikkelt zich volgens de gemeentelijke taakstellingen vastgesteld door de Rijksoverheid. De Fryske Marren realiseert net als nu 10 plekken extra. - Het deelbudget Wsw ontwikkelt zich conform de Meicirculaire gemeentefonds 2021. - Per Wsw-fte in dienst bij het Werkleerbedrijf blijven de loonkosten en werkgeverslasten Wsw gelijk aan het jaar 2021. De overige personeelskosten per Wsw-fte nemen in de loop van de tijd iets toe vanwege schaalnadelen. - De loonkosten voor Nieuw Beschut Werk en LKS-medewerkers (Participatiewet) zijn gebaseerd op de eerste begroting GR Fryslân-West 2022 - 2026. Hetzelfde geldt voor de loonkostensubsidie en begeleidingsvergoeding voor deze medewerkers. - Bij de netto toegevoegde waarde (NTW) is aangenomen dat de NTW per Wsw-fte en de NTW per fte Nieuw Beschut Werken de komende jaren op het niveau van 2019 blijft. Het jaar 2020 was een Coronajaar en dit heeft een nadelig effect gehad op de NTW. Bij de Wsw is sprake van twee belangrijke ontwikkelingen die een tegengesteld effect hebben.

Op de eerste plaats worden de Wsw-medewerkers gemiddeld ouder door de stop op de instroom. Dit heeft een neerwaarts effect op de NTW per fte door toename van de beperking en/of hoger verzuim. Aan de andere kant kan door het afnemend aantal Wsw-medewerkers leegloop worden beperkt en minder lucratieve opdrachten worden beëindigd. Dit heeft een opwaarts effect op de NTW per Wsw-fte. De afgelopen jaren is, uitgezonderd in het Coronajaar 2020, de NTW per Wsw-fte bij Empatec nog toegenomen. - De kosten voor het ongesubsidieerd personeel zijn gebaseerd op een opgave van Empatec over de benodigde totale formatie ongesubsidieerd personeel. Gerekend is met gemiddelde loonkosten per fte van 76.000 euro gebaseerd op 2020 en een indexatie van 3% voor 2021. - In de kosten voor ongesubsidieerd personeel zijn ook de loonkosten opgenomen van de ambtenaren die ten laste komen van de GR. - Bij de afschrijvingen is verondersteld dat deze niet evenredig kunnen worden teruggebracht met de afname van het aantal gesubsidieerde medewerkers. Verondersteld is dat de afschrijvingen met 0,5% afnemen wanneer het aantal gesubsidieerde medewerkers met 1% afneemt (in economische

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

24

-

3.6

termen: de afschrijvingen hebben een elasticiteit van 0,5 t.o.v. de ontwikkeling van het aantal gesubsidieerde medewerkers). Bij de overige bedrijfskosten is door Empatec gekeken welke besparingen mogelijk zijn: o De huisvestingskosten zijn moeilijk terug te brengen of er zouden drastische maatregelen moeten worden genomen (sluiten vestiging Franeker, met daarbij sterk toenemende reistijden en reiskosten voor medewerkers). o De kosten voor energie en verzekeringen zijn de afgelopen jaren sterk gestegen. o Bij de indirecte productiekosten, de kosten externe dienstverlening en inleen personeel en de overige bedrijfskosten, is voor 2022 uitgegaan van het niveau van deze kosten in 2017. In de jaren daarop waren deze kosten, deels door transitiekosten, aanmerkelijk hoger. Na 2022 is uitgegaan van een afname van deze kosten, net als bij de afschrijvingen met een elasticiteit van 0,5. Empatec geeft aan vanaf 2020 al stappen hierin te hebben gemaakt en de kosten voor de infrastructuur in 2022 met 10% te gaan reduceren. o Ook voor de leasekosten vanaf 2022 is een elasticiteit van 0,5 aangenomen. Er is uitgegaan van de totale budgetten (evenredig deel Perspectiefrijk, boven-evenredig deel Perspectiefrijk en budget Pluspakket) die de gemeenten gaan inbrengen voor de re-integratie van de categorie Perspectiefrijk. Er is gerekend met het prijsniveau van 2021.

De gebruikte gegevens uit de Meicirculaire 2021 gaan namelijk ook uit van constante prijzen. Samenvatting

Tabel 7 geeft een samenvatting van het voorafgaande. Het totaal resultaat verbetert tussen 2022 en 2026 met meer dan 1,1 miljoen euro. Dit is vooral de resultante van de verbetering (met 1,9 miljoen euro) van het subsidieresultaat Wsw en een verslechtering van het bedrijfsresultaat van het Werkleerbedrijf (met 640.000 euro). Per arbeidsjaar (SE) Wsw is het exploitatietekort in 2022 iets meer dan 3.000 euro. Dit verbetert tot ruim 2.200 euro per Wsw-arbeidsjaar in 2026. Dit zijn de bedragen die gemeenten zouden moeten betalen als gemeentelijke bijdrage om het Werkleerbedrijf een solide basis te geven. De gemeentelijke bijdrage per arbeidsjaar Wsw kan dus in stapjes omlaag naar ruim 2.200 euro. De totale gemeentelijke bijdrage loopt dus terug van 2,6 miljoen in 2022 naar 1,46 miljoen in 2026. Dit als gevolg van de afname van het aantal arbeidsjaren Wsw en de hogere Rijksbijdrage per Wsw-arbeidsjaar. Tabel 7 Samenvatting basisscenario (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Subsidieresultaat Wsw

-546

-147

275

806

1 331

Subsidieresultaat NBW en LKS

-600

-651

-650

-647

-690

Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf

-1 457

-1 639

-1 867

-1 945

-2 098

Financieel resultaat re-integratie

-

-

-

-

-

Totaal financieel resultaat

-2.603

-2.438

-2.242

-1.786

-1.457

Per arbeidsjaar Wsw (in euro 1)

-3.074

-3.056

-2.965

-2.540

-2.225

3.7

De businesscase met het evenredig deel en het boven-evenredig deel Perspectiefrijk en het budget voor het pluspakket

In de paragrafen 3.4 tot en met 3.6 is ervan uitgegaan dat het evenredig deel Perspectiefrijk direct wordt gerealiseerd. Dit is echter niet het geval omdat hiervoor een ingroei-model wordt voorgesteld. Het ingroeimodel heeft de eerste jaren een nadelig effect op het totale financiële resultaat van het Werkleerbedrijf omdat een kleiner deel van de bedrijfskosten kan worden gedekt vanuit de re-integratie activiteiten. Dit effect zal zich echter in de praktijk niet voordoen omdat De Fryske Marren een bovenevenredig deel voor re-integratie inbrengt en De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân een relatief omvangrijk pluspakket inbrengen. De businesscase baseren we vanaf hier op het totaal bedrag voor reintegratie dat door de gemeenten wordt voorgesteld, dus het evenredig deel, het boven-evenredig deel en het budget voor het pluspakket.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

25

Dit is verwerkt in de hierna opgenomen tabellen 8, 9 en 10. Tabel 8 Basisscenario (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

790 9 708 8 82 1 64 6 23 0 796 4

744 9 667 6 77 3 69 8 25 0 762 4

706 1 632 8 73 3 73 3 27 0 733 1

656 8 588 6 68 2 79 2 29 0 696 8

611 5 548 0 63 5 83 5 31 0 662 6

24 472 -25 018 -546

23 433 -23 580 -147

22 641 -22 366 275

21 628 -20 822 806

20 735 -19 404 1 331

1 478 -2 078 -600

1 600 -2 251 -651

1 725 -2 375 -650

1 896 -2 543 -647

2 022 -2 712 -690

12 341 10 12 351 -8 103 -998 -4 603 -13 704 -1 353

11 786 15 11 801 -7 596 -977 -4 475 -13 048 -1 247

11 321 20 11 341 -7 212 -958 -4 356 -12 526 -1 185

10 719 25 10 744 -6 564 -934 -4 219 -11 717 -974

10 163 30 10 193 -6 262 -911 -4 147 -11 320 -1 127

Volumes (fte): Wsw (1) - waarvan Wsw in dienst WLB (1a) - waarvan begeleid werken Wsw (1b) Nieuw beschut in dienst (2) Andere kandidaten Participatiewet in dienst (3) Totaal in dienst WLB (1a 2 en 3) Financieel meerjarenbeeld: Subsidieresultaat Wsw Deelbudget Wsw Personeelskosten Wsw Subsidieresultaat Wsw Resultaat nieuw beschut en LKS-medewerkers Loonkosten- en begeleidingssubsidie NBW en LKS Loonkosten NBW en LKS Resultaat NBW en LKS Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf Netto toegevoegde waarde Andere opbrengsten Totaal baten Kosten ongesubsidieerd personeel Afschrijvingen Overige bedrijfskosten Totaal lasten Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf

Tabel 8 laat de eerste drie onderdelen van de businesscase zien. Ten opzichte van de situatie waarin het evenredig deel direct zou worden gerealiseerd (zie paragraaf 3.4) wijzigt alleen het bedrijfsresultaat van het Werkleerbedrijf. Door het hogere volume van re-integratie verbetert het bedrijfsresultaat. In 2022 wordt het bedrijfsresultaat circa 100.000 euro voordeliger. In de jaren daarna loopt de verbetering op tot circa 970.000 euro in 2026. Tabel 9 laat de omvang van de re-integratie Perspectiefrijk zien uitgaande van evenredig deel, bovenevenredig deel en budget pluspakket Het resultaat op re-integratie is wederom nihil, maar een groter deel van de (vaste) kosten van het Werkleerbedrijf wordt gedekt uit de re-integratieactiviteiten. Tabel 9 Basisscenario (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

3 097

3 409

3 721

4 034

4 032

Resultaat re-integratie Perspectiefrijk Budgetten en volumes (fte): Beschikbare budgetten gemeenten/Dienst NWF Financieel meerjarenbeeld: Resultaat WLB re-integratie Opbrengsten (budget van gemeenten)

3 097

3 409

3 721

4 034

4 032

Kosten ongesubsidieerd personeel

-2 258

-2 485

-2 713

-2 941

-2 940

-839 -

-923 -

-1 008 -

-1 092 -

-1 092 -

Overige bedrijfskosten (incl kosten Wsw-personeel) Resultaat re-integratie

Tabel 10 geeft de samenvatting van de businesscase. In 2022 komt het nadelige saldo uit op bijna 2,5 miljoen euro. Het nadelige saldo neemt vervolgens gestaag af naar 486.000 euro nadelig in 2026. Deze verbetering heeft in dit geval zowel te maken met een verbetering van het subsidieresultaat Wsw als met een verbetering van het bedrijfsresultaat. De genoemde bedragen zouden de gemeenten moeten

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

26

bijdragen om het Werkleerbedrijf continuïteit te bieden. De gemeentelijke bijdrage per arbeidsjaar/SE Wsw daalt van circa 2.950 euro in 2022 tot ruim 740 euro in 2026. Tabel 10 Samenvatting basisscenario (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Subsidieresultaat Wsw

-546

-147

275

806

1 331

Subsidieresultaat NBW en LKS

-600

-651

-650

-647

-690

Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf

-1 353

-1 247

-1 185

-974

-1 127

Financieel resultaat re-integratie

-

-

-

-

-

Totaal financieel resultaat

-2.499

-2.045

-1.559

-814

-486

Per arbeidsjaar Wsw (in euro 1)

-2.952

-2.564

-2.063

-1.158

-743

3.8

Ambitie directie Empatec

Paragraaf 3,7 laat zien dat in het basisscenario, het totaal financieel resultaat negatief blijft. 1) Het subsidieresultaat voor nieuw beschut werk (NBW) en LKS-medewerkers is negatief. Het tekort loopt langzaam op. Dit zou kunnen worden beperkt wanneer gemeenten voor nieuw beschut medewerkers standaard 70% van het wettelijk minimumloon als loonkostensubsidie te betalen. De gemiddelde loonkostensubsidie is nu 58% van het wettelijk minimumloon. In veel Participatiebedrijven wordt standaard 70% aangehouden. Dit maakt ook dat de kosten worden gedragen door de gemeente die de plek realiseert. Het vermindert het nadelige subsidietekort met 165.000 euro (in 2022) en 240.000 euro (in 2026). 2) Het bedrijfsresultaat van het Werkleerbedrijf is negatief. Dit beeld wijkt af van de landelijke benchmark en van andere soortgelijke bedrijven. Door in te zetten op de verbetering van het bedrijfsresultaat kan het Werkleerbedrijf het totaal resultaat verbeteren. Empatec heeft die lijn al ingezet en er de directie van Empatec heeft in het proces van de businesscase aangegeven dat deze lijn verder wordt voortgezet en tot resultaten leidt. Daarbij past wel de opmerking dat er sprake is van een dubbele opgave. Het Werkleerbedrijf moet immers ook de krimp opvangen die het gevolg is van de uitstroom van Wsw-medewerkers. Het effect van de ingezette lijn wordt ook zichtbaar in het resultaat van 2021.

Een voorlopige prognose voor 2021 wijst uit dat het resultaat van de NV, zonder rekening te houden met Coronasteun, beperkt negatief zal zijn. De directie meldt dat die lijn van verbeteringen ook zichtbaar zal zijn in de begroting 2022 van de NV4. 3.8.1

Ambitie directie: nuloptie.

De directie van Empatec heeft in het proces van de businesscase aangegeven dat de directie voor de NV Empatec (inclusief re-integratie) een zogenoemde nuloptie realistisch acht voor de periode 2022 2026. Dat betekent dat de bedrijfskosten van de NV volledig worden gedekt uit de opbrengsten uit de inzet van de gesubsidieerde medewerkers en uit de opbrengsten uit re-integratie activiteiten. Voor de NV is géén gemeentelijke bijdrage nodig. Daarbij hanteert de directie de volgende voorwaarden: -

-

4

Het jaarlijkse tekort in de GR komt voor rekening van de aan de GR deelnemende gemeenten. Daarbij wordt uitgegaan van de kostenverdeling tussen GR en NV zoals die nu wordt gehanteerd. De afgesproken volumes aan re-integratie worden gerealiseerd. De dubbele opgave van het Werkleerbedrijf (verbeteren bedrijfsresultaat en opvangen krimp Wsw), kan het Werkleerbedrijf alleen uitvoeren als het werkvolume van de Participatiewet de komende jaren toeneemt. Daarmee wordt niet de totale afname van de Wsw gecompenseerd, maar is wel sprake van een voldoende omvangrijk werkpakket voor het totale Werkleerbedrijf. De opdrachten worden toegekend op basis van een dienstverleningsovereenkomst zonder aanbesteding. Gemeenten continueren de overige opdrachten die op dit moment aan Empatec worden verstrekt (groen, brugwachters, enzovoort).

Op het moment van verschijnen van deze businesscase is deze echter nog niet beschikbaar.

.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

27

-

Er is gedurende vier jaar (2022 tot en met 2025) een budget van € 500.000 per jaar beschikbaar voor transitiekosten.

In het implementatieplan wordt uitgewerkt op welke wijze de nuloptie voor de NV wordt gerealiseerd. In de volgende paragraaf wordt zichtbaar wat de nuloptie voor de NV betekent voor de gemeentelijke bijdragen. Investeren in duurzaamheid

De directie van Empatec acht het aannemelijk het Werkleerbedrijf de komende jaren wil en moet investeren in duurzaamheid. Het hieruit voortvloeiende investeringsvraagstuk, zal bij het opstellen van het implementatieplan worden meegenomen. 3.9

Resultaat GR en NV in de businesscase

Hierna is tabel 11 het resultaat van de GR in de businesscase opgenomen. Tabel 12 laat de aansluiting zien tussen de businesscase voor de GR en de begroting 2022 van de GR. In tabel 13 is het resultaat van de NV opgenomen. Hierbij is uitgegaan van de huidige afspraken over de toedeling van opbrengsten en kosten aan GR en de NV. 3.9.1

Gemeenschappelijke regeling

De kosten in de GR bestaan uit het saldo van de Rijksbijdrage Wsw en de personeelskosten Wsw (het subsidieresultaat), het subsidieresultaat NBW en LKS, de vergoeding aan de NV voor de begeleiding van begeleid werkenden, de vergoeding aan de NV voor de personeels- en salarisadministratie en het medisch vervoer, de kosten van de ambtenaren die ten laste komen van de GR en de overige kosten in de GR (voor secretaris, controller en de accountant). Op het subsidieresultaat Wsw dat grotendeels in de GR valt, moet echter een correctie worden gemaakt omdat afgesproken is dat een deel van de personeelskosten Wsw voor rekening van de NV zijn. Dit betreft bijvoorbeeld de kosten voor de bedrijfsgeneeskundige dienst, kosten voor trainingen/opleidingen en kosten voor werkkleding. Tabel 11 Resultaat GR (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Subs d eresu taat Wsw Waarvan personee skosten n de NV Subs d eresu taat NBW en LKS Vergoed ng GR aan NV voor bege e d ng bege e d werkenden Vergoed ng GR aan NV voor personee s/sa ar sadm. Kosten ambtenaren n de GR Over ge kosten GR

546 413 600 254 567 498 115

147 395 651 239 550 453 115

275 380 650 227 536 453 115

806 361 647 211 517 347 115

1.331 343 690 197 500 200 115

Totaal saldo GR

-2.167

-1.761

-1.325

-670

-27

Aanta SE Per SE (in euro 1)

846,8 -2.559

797,6 -2.208

756,1 -1.753

703,3 -953

654,8 -41

Op basis van de huidige kennis van de landelijke ontwikkeling van het subsidiebedrag, gaat het tekort in de GR omlaag van bijna 2,2 miljoen euro in 2022 naar 27.000 euro in 2026. Deze wordt grotendeels verklaard uit de verbetering van het subsidieresultaat Wsw. Het risico bestaat dat de Rijsoverheid op enig moment het macrobudget voor de Wsw gaat verlagen waardoor het subsidieresultaat verslechtert. Hierop kunnen de gemeenten weinig invloed uitoefenen. Deze businesscase is gebaseerd op de meest recente inzichten, onder andere de Meicirculaire 2021 en wijzigingen in het aantal ambtenaren ten laste van de GR. Daarom wijken de bedragen in tabel 11 af van de vastgestelde begroting 2022 van de GR. De tabel hieronder laat voor het jaar 2022 de verschillen zien tussen begroting 2022 en businesscase. Onder de tabel worden de oorzaken van de verschillen geduid.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

28

Tabel 12 Resultaat (in euro 1.000) Rijksbijdrage Wsw Loonkosten Wsw Lage inkomensvoorziening Loonkostensubsidie begeleid werken Deel subsidieresultaat in GR

Begroting GR 2022 24 306 -23 446 379 -1 530 -291

Subsidieresultaat NBW en LKS Vergoeding GR aan NV begeleid werkenden Vergoeding GR aan NV voor personeels/salarisadm Kosten ambtenaren in de GR Overige kosten GR

-1 454 3) -133 4)

-600 -254 -567 -620 -115

-600 -254 -567 -498 5) -115

4

- 6)

-2.443 2 540 97

-2.167 2 167 7) -0

Overige opbrengsten Totaal saldo GR Gemeentelijke bijdrage Saldo na gemeentelijke bijdrage

BusinessToeliichting case 2022 24 472 1) -23 152 2)

1. Rijksbijdrage Wsw in 2022 bovenwaarts bijgesteld door Meicirculaire 2021. 2. Loonkosten Wsw gebaseerd op prognose 2021 en extrapolatie voor 2022, inclusief Lage inkomensvoorziening op de volgende regel. 3. Aangepast op prognose voor 2021 en verwachte uitstroom begeleid werkenden in 2022. 4. Resultante van het voorafgaande, ander deel subsidieresultaat zit in NV. 5. Aangepast aan wijzigingen in het aantal fte ambtenaren ten laste van de GR. 6. Kleine post, niet meegenomen in Businesscase. 7. Gemeentelijke bijdrage wordt in de businesscase bepaald op basis van een nulresultaat in de GR. 3.9.2

Naamloze vennootschap

Het beeld voor de NV wordt weergegeven in tabel 13. Het financiële saldo in de NV wordt bepaald door het bedrijfsresultaat en een aantal posten waarvoor moet worden gecorrigeerd vanwege de afspraken over de kostenverdeling tussen de GR en de NV. Zo valt een deel van de personeelskosten Wsw (onderdeel van het subsidieresultaat) in de NV. De NV ontvangt van de GR vergoedingen voor een aantal diensten (de vergoedingen van de GR en de opbrengsten daarvan in de NV zijn bij de berekening van het bedrijfsresultaat voor het geheel tegen elkaar weggestreept). De kosten voor de ambtenaren in de GR zijn ook opgenomen in het bedrijfsresultaat, maar worden door de GR gedragen. Hetzelfde geldt voor de overige kosten in de GR. Tabel 13 Resultaat NV (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Bedr jfsresu taat Wsw

1.353

1.247

1.185

974

1.127

Personee skosten n de NV Vergoed ng GR aan NV voor bege e d ng bege e d werkenden Vergoed ng GR aan NV voor personee s/sa ar sadm.

413

395

380

361

343

254

239

227

211

197

567

550

536

517

500

Kosten ambtenaren n de GR

498

453

453

347

200

Over ge kosten GR

115

115

115

115

115

Totaal saldo NV

-332

-284

-234

-144

-459

Bovenstaande laat zien dat het saldo van de NV in de jaren 2022 – 2025 verbetert tot bijna 145.000 euro nadelig in 2025. In 2026 neemt het nadelige saldo weer toe tot circa 460.000 euro. In de nuloptie van de directie van Empatec worden deze bedragen tot nul teruggebracht. Dit betekent dat de NV in de beschouwde periode zonder verdere bijdrage van de gemeente moet kunnen draaien omdat opbrengsten en kosten minimaal in evenwicht zijn. Dit is een inspanningsverplichting voor de NV.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

29

Er wordt geen winst nagestreefd, maar mocht in enig jaar winst worden gemaakt dan zal conform de daarvoor geldende regels worden bezien of er aanleiding is om dividend uit te keren aan de aandeelhouder (de gemeenschappelijke regeling). De nuloptie wordt verder uitgewerkt in het implementatieplan in samenwerking met de gemeenten en de GR. In de nuloptie zijn geen transitiekosten meegenomen. Deze transitiekosten zijn separaat in beeld gebracht. Zie hoofdstuk 12 van de businesscase. 3.10 Gemeentelijke bijdragen 3.10.1 Gemeenschappelijke regeling In de nuloptie is de gemeentelijke bijdrage uitsluitend bedoeld om het saldo in de GR aan te zuiveren. Uit tabel 11 blijkt dat de gemeentelijke bijdrage aan de GR, op basis van de huidige rijkssubsidie, tussen 2022 en 2026 zal afnemen. Van bijna 2,2 miljoen euro in 2022 naar 27.000 euro in 2026. Per arbeidsjaar of SE Wsw loopt de gemeentelijke bijdrage terug van ruim 2.550 euro in 2022 naar 41 euro in 2026. In tabel 14 wordt dat nogmaals duidelijk aangegeven. Tabel 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12411091/1