Bijlage 2 - Bestemmingsplan 'Blankendalwei 3 Scharnegoutum'
Tekst van het document
6
Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
1.2 (Natuurlijke) hulpbronnen De initiatiefnemer gaat zo zuinig en efficiënt mogelijk om met de hulpbronnen en duurzame producten. Dit heeft, naast positieve aspecten met betrekking tot het milieu, ook aantrekkelijke financiële voordelen voor het bedrijf. Voor wat betreft de voeders gebeurt dit door een exact op de behoefte van de dieren afgestemd rantsoen. Van het grondstoffengebruik kan worden verondersteld, dat de projectlocatie niet afwijkt van wat normaal wordt geacht binnen de geitenhouderij. Het bedrijf is gelegen in het buitengebied van de gemeente Zuidwest-Friesland. Natuurlijke hulpbronnen zoals zon, water, wind en zand zijn hier aanwezig. Het bedrijf maakt nauwelijks gebruik van deze hulpbronnen. Indirect hebben voornamelijk zon (temperatuur) en wind wel invloed op de ventilatie binnen de gebouwen.
1.3 Voeding De dieren worden gevoerd met ruw- en mengvoerproducten. Het mengvoer wordt opgeslagen in afgesloten polyester voersilo’s. De voersilo’s worden regelmatig door gesloten tankwagens bijgevuld, waarbij hinderlijke stofverspreiding zoveel mogelijk voorkomen wordt. Het veevoederbedrijf waarvan het krachtvoer afkomstig is, is GMPgecertificeerd en voldoet daarmee aan de hoogst gestelde eisen. Het voer en water worden nauwkeurig toegediend op basis van de feitelijke behoefte. Het ruwvoer wordt opgeslagen in de daarvoor bestemde sleufsilo’s en kuilplaten binnen de inrichting. Het ruwvoer wordt voornamelijk vanuit eigen land aangewend.
1.4 Bijproducten en afvalstoffen Binnen de projectlocatie ontstaan dierlijke mest, kadavers en bedrijfsafvalwater. De productie van mest is inherent aan het houden van dieren. De mest wordt buiten de inrichtingsgrenzen afgevoerd. De drijfmest wordt opgeslagen in de putten onder de stallen en regelmatig afgevoerd. Bij de afvoer van de mest wordt voldaan aan de regels van de Meststoffenwet, de Wet Bodembescherming en de nieuwste regelgeving voor wat betreft de afzet van de mest. Bedrijfsafvalwater wordt niet in of op de bodem geloosd. Het bedrijfsafvalwater t.b.v. reinigen van de stallen, afvalwater van de spoelplaats en afvalwater van huishoudelijke aard wordt opgeslagen in de aanwezige opvangputten en vervolgens afgevoerd. Onder bij- c.q. afvalproducten worden ook kadavers verstaan. De kadavers worden op afroep aangeboden aan de destructor. Op de afvoer en verwerking van de kadavers zijn de regels, zoals gesteld in de Wet dieren, van toepassing. Het schoon hemelwater wordt op de sloot geloosd. De hoeveelheid hemelwater varieert per jaar, met een gemiddelde van ± 0,8 m³ per m² verhard oppervlak. Het hemelwater, afkomstig van het verharde oppervlak, bevat geen verontreinigingen zoals meststoffen, oliehoudende stoffen en bestrijdingsmiddelen.
7
Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
1.5 Risico en veiligheid Binnen de projectlocatie worden geen toxische stoffen toegepast of geproduceerd. De te gebruiken producten voor de voedering van de dieren leveren geen enkel risico op omdat deze geen gevaarlijke componenten bevatten. Alle voeders die gebruikt worden voldoen aan de kwaliteitsstandaard GMP-HACCP, gesteld en gecontroleerd door het Productschap Diervoeders. Een bedrijf als het onderhavige, bestaat uit activiteiten welke hoofdzakelijk binnen de gebouwen uitgevoerd worden. De activiteiten die binnen de geitenhouderij plaatsvinden hebben bij een normale bedrijfsvoering geen extra risico van ongevallen als gevolg. Het erf wordt vrijgehouden van losse materialen en machines, om risico van ongevallen te voorkomen. De stallen zijn en/of worden gerealiseerd volgens de geldende brandveiligheidsvoorschriften van de verleende bouwvergunningen en het Bouwbesluit. Ook in de milieuvergunningen zijn voorschriften opgenomen om het risico van brand zo veel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken. In het geval van brand zijn in de stallen daarnaast de nodige brandblusvoorzieningen in de vorm van brandblussers aanwezig.
8
Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
2. Plaats van het project 2.1 Locatie De geitenhouderij is gelegen aan de Blankendalwei 3 te Scharnegoutum. Het perceel is kadastraal bekend bij de gemeente Scharnegoutum, sectie F, nr. 428 en 505. De projectlocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Zuidwest-Friesland. De projectlocatie wordt aan de noordzijde begrenst door de Blankendalwei, aan de overige zijde wordt de locatie begrensd door akkergronden en weilanden. De projectlocatie is in afbeelding 1 weergegeven.
Afbeelding 1: Luchtfoto projectlocatie (bron: Street Smart).
9
Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
2.2 Kwetsbare natuurgebieden (Wav) De bedrijfsomvang in de beoogde situatie kan van invloed zijn op het milieu van de, in de nabijheid gelegen, kwetsbare natuurgebieden. Het meest dichtbijgelegen kwetsbare natuurgebied in het kader van de Wet ammoniak en veehouderij betreft het zeer kwetsbare gebied gelegen ten zuidoosten van de projectlocatie (zie afbeelding 2). Het gebied is gelegen op een afstand van ± 6,1 kilometer tot de projectlocatie.
Afbeelding 2: Omliggende zeer kwetsbare gebieden (bron: fryslan.maps.arcgis.com).
10 Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
2.3 Natura 2000-gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is “Sneekermeergebied”. Dit gebied is gelegen op een afstand van ± 3,5 kilometer ten zuidenoosten van de projectlocatie. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype in dit gebied ligt op ± 9,8 km ten zuidoosten van de projectlocatie. Voor de uitbreiding van de projectlocatie wordt een nieuwe vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd. In afbeelding 3 zijn de omliggende Natura 2000-gebieden weergegeven.
Afbeelding 3: Omliggende Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator).
11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
3. Kenmerken potentiële effect 3.1 Ammoniakemissie en stikstofdepositie Ammoniakemissie In de beoogde situatie bedraagt de totale ammoniakemissie maximaal 1.117,5 kg NH3/jaar. De ammoniakemissie neemt in de beoogde situatie toe met 237,5 kg NH3/jaar ten opzichte van de vigerende situatie. Voor de beoordeling van de gevolgen die de inrichting op het milieu veroorzaakt door de emissie van ammoniak, moet worden getoetst aan de op 8 mei 2002 in werking getreden Wet ammoniak en veehouderij (Wav) en de op 1 mei 2007 in werking getreden wijziging van deze wet. Ingevolge artikel 2 Wav wijzen provinciale staten de gebieden aan die als zeer kwetsbaar gebied worden aangemerkt. De projectlocatie is niet binnen de 250 meter zone van een zeer kwetsbaar gebied gelegen en hoeft derhalve niet getoetst te worden aan het gecorrigeerd ammoniakplafond conform artikel 7 van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav). Besluit emissiearme huisvesting In de beoogde situatie zijn alle stallen voorzien van een systeem dat voldoet aan de maximale emissiewaarden uit het besluit emissiearme huisvesting. Voor de diercategorie geiten zijn geen maximale emissiewaardes vastgesteld.
Stikstofdepositie Wat betreft de plaats van het project, waarbij op grond van bijlage III van de richtlijn 85/337/EEG ook de invloed op Natura 2000-gebieden in overweging moeten worden genomen, is door wijziging van ammoniakemissie ook een effect in ammoniakdepositie te verwachten. De ammoniakemissie vanuit de projectlocatie leidt tot een bepaalde depositie daarvan op de, in de nabijheid gelegen, kwetsbare natuurgebieden. Voor de inrichting is reeds een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming verleend (31 augustus 2018). Voor de beoogde wijzigingen wordt een nieuwe vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd. Hierin zal de beoogde toename aan depositie worden gecompenseerd middels extern salderen. In de bijlage is een berekening toegevoegd met AERIUS Calculator waaruit blijkt wat het effect is van de beoogde wijzigingen op Natura 2000-gebieden t.o.v. de vigerende situatie milieu. In dit kader bestaat geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapport.
3.2 Geurbelasting De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de omgevingsvergunning. In de Wet geurhinder en veehouderij zijn grenswaarden opgenomen voor de geurbelasting die een veehouderijbedrijf op een geurgevoelig object mag veroorzaken. Tevens gelden er vaste afstanden tot woningen van derden. De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-stacks vergunningen. Gemeenten mogen bij verordening van de normen van de Wet geurhinder en veehouderij afwijken.
12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
In de omgeving van de projectlocatie zijn een aantal geurgevoelige objecten gelegen. De projectlocatie heeft in de beoogde situatie een geuremissie van maximaal 11.235,0 odour units. In de vergunde situatie is er een geuremissie van maximaal 0,0 odour units. Dit betekent een toename van 11.235,0 odour units. Aan de hand van het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunningen is de geurhinder op geurgevoelige objecten bepaald a.d.h.v. de individuele geuremissie op basis van de beoogde situatie. In onderstaande tabel is de geurbelasting op de geurgevoelige objecten weergegeven van de beoogde situatie. Tabel 3 Geurbelasting op geurgevoelige objecten
GGLID Blankendalwei 4 Blankendalwei 6 Midlãnsdyk 12 Zwettewei 2 De Iisbaan 13
Xcoordinaat Ycoordinaat 175 481 564 499 175 357 564 399 176 019 564 057 174 938 563 851 174 873 564 251
Geurnorm 8,0 8,0 8,0 2,0 2,0
Geurbelasting 3,9 3,0 0,9 0,3 0,7
Uit de bovenstaande gegevens blijkt dat in de beoogde situatie de geurnorm op de gevoelige objecten in de omgeving niet wordt overschreden. In de bijlage is de berekening toegevoegd. Hierdoor zijn er geen nadelige gevolgen te verwachten op de omliggende woningen. Aan de vaste afstand ten opzichte van (voormalige) veehouderijen van derden en de afstand van de buitenzijde van een dierverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object wordt eveneens voldaan. De beoogde situatie voldoet aan het gestelde in de Wet geurhinder en veehouderij. In dit kader bestaat geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapport. Bedrijfsstoffen In het Activiteitenbesluit zijn afstandscriteria opgenomen voor andere activiteiten die (geur)hinder kunnen veroorzaken. Ten behoeve van agrarische bedrijven zijn normen (afstanden tot gevoelige objecten) opgenomen voor het opslaan van ‘agrarische bedrijfsstoffen’. Voor bedrijfsstoffen die opgeslagen worden voldaan aan onderstaande afstanden. Tabel 4: Overzicht afstanden tot agrarische bedrijfsstoffen.
Binnen de bebouwde kom
Afstand tot GGO 100 m
Buiten de bebouwde kom
50 m
Kuilvoer
Binnen en buiten de bebouwde kom
50 m
Kuilvoer, afgedekt
Binnen en buiten de bebouwde kom
25 m
Binnen de bebouwde kom
100 m
Activiteit Agrarische bedrijfsstoffen > 3 m³
Vaste mest < 600 m³ Drijfmest (totaal max. 750 m²) Drijfmest (max. 750 m² of 2.500 m³)
Ligging geurgevoelig object (GGO)
Buiten de bebouwde kom
50 m
Binnen de bebouwde kom
50 m
Buiten de bebouwde kom
25 m
Binnen en buiten de bebouwde kom
100 m
Op een agrarisch bedrijfsperceel
50 m
De in tabel 4 genoemde minimaal aan te houden afstanden tot aan een gevoelig object worden niet overschreden. In dit kader bestaat geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapport.
13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
3.3 Luchtkwaliteit Hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van een project moet onderzocht worden of het effect relevant is voor de luchtkwaliteit. Hierbij moet aannemelijk gemaakt worden, dat luchtkwaliteit voldoet aan gestelde grenswaarden. Grenswaarden luchtkwaliteit • Stikstofdioxide (NO2) o De jaargemiddelde concentratie bedraagt maximaal 40 µg/m³; o De uurgemiddelde concentratie van 200 µg/m³, overschrijding is maximaal 18 maal per kalenderjaar toegestaan (niet relevant voor agrarische bedrijven). • Fijn Stof (PM10) o De jaargemiddelde concentratie bedraagt maximaal 40 µg/m3; o Daggemiddelde concentratie van 50 µg/m³, overschrijding is toegestaan op niet meer dan 35 dagen per jaar. ‘Niet In Betekenende Mate’ In het kader van vereenvoudiging van regelgeving is de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM. De nieuwe regels maken onderscheid in projecten die wel en ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Als een project NIBM aan de luchtkwaliteit bijdraagt, hoeft geen uitgebreid luchtonderzoek meer uitgevoerd te worden.
Luchtverontreiniging als gevolg van toename van verkeersbewegingen In het besluit zijn enkele projecten opgenomen (woningbouw, kantoorlocaties, etc.). Landbouwbedrijven zijn niet opgenomen in de categorieën die automatisch NIBM zijn. Conform de NIBM-tool van Rijkswaterstaat worden de grenswaarden pas overschreden indien een project meer dan 1.409 motorvoertuigbewegingen per dag genereert. Het onderhavige plan betreft een bestaand agrarisch bedrijf. Het plan heeft nauwelijks een toename aan verkeerbewegingen tot gevolg. Er kan derhalve gesteld worden dat het onderhavige plan, wat betreft motorvoertuigbewegingen, ‘Niet In Betekende Mate’ bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tabel 5: Bijdrage extra verkeer op luchtkwaliteit.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen 1409 (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer 0,0% Maximale bijdrage extra verkeer NO2 in μg/m3 1,20 3 PM10 in μg/m 0,30 Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3 Conclusie: De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; Geen nader onderzoek nodig
14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
1,2
Luchtverontreiniging als gevolg van het agrarische bedrijf In de ‘Handreiking fijn stof en veehouderijen’ (VROM, mei 2010) is een vuistregel opgenomen waarmee bepaald kan worden of bij een uitbreiding van een veehouderij sprake is van NIBM (zie tabel 6, gebaseerd op de 3% NIBM-grens). Tabel 6: Afstanden NIBM-grens i.v.m. uitstoot van fijn stof afkomstig van veehouderijen.
In tabel 6 kan bij de betreffende afstand de hoeveelheid emissie worden afgelezen waarmee een veehouderij nog kan uitbreiden om niet in betekende mate bij te dragen. De getallen in tabel 6 zijn worstcase genomen inclusief een veiligheidsmarge. Indien bij een bepaalde afstand niet méér wordt geëmitteerd dan is opgenomen in tabel 6 dan is de oprichting/uitbreiding zeker NIBM. Met behulp van de emissiefactorenlijst, uitgegeven door het ministerie van I&W, kan uitgerekend worden of de totale toename in emissie onder de NIBM-grens blijft. De fijn stof problematiek is met name van belang bij varkens- en pluimveehouderijen. In het onderhavige plan wordt een geitenhouderij uitgebreid. Geitenhouderijen stoten, in verhouding tot de varkens- en pluimveehouderijen nauwelijks fijn stof uit. In de huidige situatie bedraagt de uitstoot van fijn stof 7.600 gram per jaar. In de beoogde situatie bedraagt de uitstoot 11.425 gram per jaar. De toename van de uitstoot van fijn stof bedraagt derhalve 3.825 gram per jaar. De meest in de nabijheid gelegen gevoelige objecten betreft de woning aan de Blankendalwei 4 op circa 200 meter van het dichtstbijzijnde emissiepunt. In verhouding tot de uitstoot en de bijbehorende afstand conform tabel 6 kan worden aangenomen dat de normen ter hoogte van deze percelen en verderop liggende percelen niet worden overschreden.
Er is derhalve sprake van een ‘NIBM’ project.
15 Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
Volksgezondheid Binnen de inrichting worden de volgende maatregelen toegepast ter voorkoming van risico’s voor de volksgezondheid. • de inrichting betreft een geitenhouderij, waar de diergezondheid in samenwerking met een dierenarts goed in de gaten wordt gehouden; • In samenwerking met de dierenarts wordt het antibioticagebruik zo minimaal mogelijk gehouden; • werknemers binnen de inrichting zijn zodanig opgeleid dat dierziekten tijdig herkend worden zodat zo snel mogelijk stappen ondernomen kunnen worden ter voorkoming van verdere uitbreiding van de ziekte/infectie binnen het bedrijf; • binnen het bedrijf wordt zo netjes mogelijk gewerkt; • de ondernemer is aanspreekpunt bij geurklachten; • routing van vrachtverkeer met levende dieren en mest geschiedt buiten de bebouwde kom; • binnen de inrichting is voldoende parkeergelegenheid voor vrachtwagens en andere voertuigen, zodat deze niet langs de openbare weg hoeven te parkeren; • de transportbewegingen ten behoeve van de aan- en afvoer van mest, dieren en voer vinden voornamelijk plaats in de dagperiode van 07.00 tot 19.00 uur; Ten aanzien van de hygiëne zijn maatregelen genomen als: • bedrijfskleding voor bezoekers • begeleiding via vaste dierenarts • bedrijf heeft bedrijfsbehandelplan • het bedrijf voert een actief ongediertebestrijdingsbeleid.
In dit kader bestaat er dus geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapport.
3.4 Geluidemissie op omwonenden De projectlocatie is gelegen in een landelijk gebied met agrarische activiteiten. Er bevinden zich, naast enkele veehouderijbedrijven, geen snelwegen of veel geluid producerende bedrijven in de directe omgeving. Het aspect verstoring richt zich op de uitstraling van verstorende effecten die de rust van het gebied aantasten. De geluidsproductie is in hoofdzaak afkomstig van de volgende bronnen: • Interne transportbewegingen (tractor/vrachtwagen); • Plaatselijke activiteiten (laden/lossen); • Motoren t.b.v. (voeder)installaties en/of verpompen van mest; De transportbewegingen vinden zoveel mogelijk plaats in de dagperiode tussen 7:00 en 19:00 plaats. Er kan worden aangenomen dat het akoestisch klimaat bij de bestaande geluidsgevoelige bestemmingen voldoende is en blijft. Het effect is niet zodanig dat deze aanleiding geeft voor het opstellen van een milieueffectrapport.
16 Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
3.5 Bodemhygiëne en grondwaterkwaliteit Bodemkwaliteit Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieu hygiënische risico’s voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Op basis van het Bouwbesluit dient een onderzoek te worden uitgevoerd indien een gebouw wordt gerealiseerd waarin mensen gaan verblijven. Algemeen aanvaarde richtlijn is echter dat geen onderzoek uitgevoerd hoeft te worden indien geen verblijfplaats wordt gerealiseerd waar langer dan 2 uur per dag mensen verblijven. Door middel van het onderhavige plan wordt uitsluitend de uitbreiding met een nieuwe sleufsilo en vaste mestopslag mogelijk gemaakt. De dieren worden gehouden in de bestaande gebouwen. In de stallen verblijven mensen minder dan 2 uur per dag. Een bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Bodemhygiëne Op de locatie worden reeds geruime tijd dieren gehouden. De dieren worden gehouden in stallen met mestdichte vloeren en kelders. Hierdoor is een eindemissiescore van 1 gewaarborgd.
Eveneens wordt hiermee de grondwaterkwaliteit geborgd. Lozingen Lozingen zijn geregeld in het Activiteitenbesluit. De bedrijfsvoering vindt plaats conform het Activiteitenbesluit. Als gevolg van het agrarische bedrijf vinden derhalve geen bodemverontreinigingen plaats. Conclusie Zowel in het kader van de ruimtelijke procedure als in het kader van het Bouwbesluit is een bodemonderzoek niet noodzakelijk. Daarnaast vinden in het onderhavige plan geen bodemverontreinigingen plaats. Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.
17 Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
4. Beoordeling en conclusie In de notitie zijn voor het voornemen aan de Blankendalwei 3 te Scharnegoutum de effecten bepaald van onder meer de milieuaspecten ammoniak, geurhinder, luchtkwaliteit en geluidhinder. Als gevolg van het voornemen wordt in de beoogde situatie aan de wettelijke normen voor geur, ammoniak, geluid en fijnstof voldaan. Op basis van deze notitie en de daartoe uitgevoerde onderzoeken kan worden geconstateerd dat er geen sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’. Op vrijwel alle vlakken wordt de situatie gunstiger, waardoor het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet noodzakelijk is.
18 Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
Bijlagen Bijlagen los toegevoegd: • Milieutekening • AERIUS verschilberekening
19 Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
Bijlage 1: Geurberekening voorgrond Naam van de berekening: Nog niet bekend Gemaakt op: 2-07-2020 13:43:33 Rekentijd: 0:00:02 Naam van het bedrijf: Jong, Blankendalwei 3, Scharnegoutum Berekende ruwheid: 0,08 m Meteo station: Schiphol
Brongegevens: Volgnr.
BronID
X-coord.
Y-coord.
EP Hoogte
Gem.geb. hoogte
EP Diam.
EP Uittr. snelh.
E-Aanvraag
1
Gebouw B
175 609
564 325
1,5
1,5
0,50
0,40
8 498
2
Gebouw C
175 643
564 319
1,5
1,5
0,50
0,40
2 737
Geur gevoelige locaties: Volgnummer
GGLID
Xcoordinaat
Ycoordinaat
Geurnorm
Geurbelasting
3
Blankendalwei 4
175 481
564 499
8,0
3,9
4
Blankendalwei 6
175 357
564 399
8,0
3,0
5
Midlãnsdyk 12
176 019
564 057
8,0
0,9
6
Zwettewei 2
174 938
563 851
2,0
0,3
7
De Iisbaan 13
174 873
564 251
2,0
0,7
565200
Jong, Blankendalwei 3, Scharnegoutum 565000
564800
564600
3
Y
4 12
564400
7 564200
5 564000
6 563800 174800
175000
175200
175400
175600
175800
176000
176200
X
20 Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
21 Vormvrije m.e.r.-beoordeling – Blankendalwei 3 te Scharnegoutum
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
Vergunde situatie - Referentie Beoogde situatie - Beoogd
Resultaten
Vergunde situatie - Referentie Beoogde situatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RWPgDH22WoGw (27 januari 2023)
A.J. De Jong Blankendalwei 3, 8629 EH Scharnegoutum Geitenhouderij Verschilberekening RWPgDH22WoGw 27 januari 2023, 17:51 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2023 2023
0,06 mol/ha/j 0,08 mol/ha/j 141,53 ha 0,00 ha 0,02 mol/ha/j 0,00 mol/ha/j
880,0 kg/j 1.117,5 kg/j 7849371 7849371
125,6 kg/j 125,6 kg/j
Alde Feanen Alde Feanen
2/8
Projectberekening
Beoogde situatie (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Landbouw | Stalemissies | Gebouw B 2 Landbouw | Stalemissies | Gebouw C 3 Mobiele werktuigen | Landbouw | Mobiele werktuigen 4 Wonen en Werken | Woningen | Bedrijfswoning
RWPgDH22WoGw (27 januari 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
858,8 kg/j 258,7 kg/j 30,0 g/j -
122,0 kg/j 3,6 kg/j
3/8
Projectberekening
Vergunde situatie (Referentie), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Landbouw | Stalemissies | Gebouw B 2 Mobiele werktuigen | Landbouw | Mobiele werktuigen 3 Wonen en Werken | Woningen | Bedrijfswoning
RWPgDH22WoGw (27 januari 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
880,0 kg/j 30,0 g/j -
122,0 kg/j 3,6 kg/j
4/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
5 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
RWPgDH22WoGw (27 januari 2023)
5/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogde situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
141,53
Per gebied
Berekend (ha gekarteerd)
Alde Feanen (13) Van Oordt's Mersken (15)
129,88 11,65
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
1.998,04
141,53
0,02
1.998,04
129,88
0,02
1.595,03
11,65
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving Rottige Meenthe & Brandemeer
RWPgDH22WoGw (27 januari 2023)
6/8
Projectberekening
Beoogde situatie, Rekenjaar 2023 1
Landbouw | Stalemissies
Naam Gebouw B Uittreedhoogte Locatie X:175609 Y:564325 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
C1.100 - overige huisvestingssystemen (Geiten; geiten ouder dan 1 jaar)
2
Landbouw | Stalemissies
Naam Gebouw C Uittreedhoogte Locatie X:175643 Y:564319 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
BWLcode
Mobiele werktuigen X:175630,14 Y:564291,99 1,41 ha
Overig 452
NH₃ 1,9
2,3 m 0,000 MW
NH₃
BWLcode
Stageklasse
Tractor 73 kW
Stage-I, <= 2001, 56-75 kW, diesel, SCR: 4000 l/j nee
Naam Bedrijfswoning Uittreedhoogte Locatie X:175583,95 Warmteinhoud Y:564321,37 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
RWPgDH22WoGw (27 januari 2023)
-
858,8 kg/j 258,7 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
-
233,7 kg/j
-
20,0 kg/j
-
5,0 kg/j
NOₓ NH₃
Naam
Wonen en Werken | Woningen
858,8 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
Mobiele werktuigen | Landbouw
Naam Locatie Oppervlakte
4
NH₃
C1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 123 NH₃ 1,9 (Geiten; geiten ouder dan 1 jaar) C2.100 - overige huisvestingssystemen Overig 25 NH₃ 0,8 (Geiten; opfokgeiten van 61 dagen tot en met één jaar) C3.100 - overige huisvestingssystemen Overig 25 NH₃ 0,2 (Geiten; opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen )
3
7,0 m 0,000 MW
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik
1,0 m 0,000 MW
400 u/j
NOₓ
122,0 kg/j 30,0 g/j Stof Emissie
NOₓ
122,0 kg/j NH₃ 30,0 g/j 3,6 kg/j
7/8
Projectberekening
Vergunde situatie, Rekenjaar 2023 1
Landbouw | Stalemissies
Naam Gebouw B Uittreedhoogte Locatie X:175609 Y:564325 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
A3.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar)
2
7,0 m 0,000 MW BWLcode
Mobiele werktuigen X:175630,13 Y:564291,99 1,41 ha
Overig 200
Stageklasse
Tractor 73 kW
Stage-I, <= 2001, 56-75 kW, diesel, SCR: 4000 l/j nee
Wonen en Werken | Woningen
Naam Bedrijfswoning Uittreedhoogte Locatie X:175583,95 Warmteinhoud Y:564321,37 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
NH₃ 4,4
-
880,0 kg/j
NOₓ NH₃
Naam
3
880,0 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
Mobiele werktuigen | Landbouw
Naam Locatie Oppervlakte
NH₃
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik
1,0 m 0,000 MW
400 u/j
NOₓ
122,0 kg/j 30,0 g/j Stof Emissie
NOₓ
122,0 kg/j NH₃ 30,0 g/j 3,6 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RWPgDH22WoGw (27 januari 2023)
8/8
LEGENDA GEBOUWEN
Grens van de inrichting
Nr.
Benaming
A.
Woning
B. C.
Aantal en soort dieren
RAV-codes
Geitenstal
452 melkgeiten
C 1.100
Geitenstal
123 melkgeiten
C 1.100
25 opfokgeiten
C 2.100
25 opfokgeiten
C 3.100
D.
Berging
E.
Vaste mestopslag
F.
Voeropslag
G.
Voeropslag
H.
Vaste mestopslag
+7.000
+6.450
B ei G +2.350
ns l
ns
ta
te
C
te
strohok
ei G
strohok
ta l
A
maaiveld
3 Doorsnede Geitenstal B 1:200 +7.500
D
H +4.500 +3.500
E
F
G maaiveld
F 505 Doorsnede Geitenstal C 1:200
N Kadastrale gemeente: Scharnegoutum Sectie: F, Nummer: 428, 505
opdrachtgever:
A.J. de Jong Blankendalwei 3, 8629 EH Scharnegoutum
datum:
06-07-2020
onderdeel:
Beoordelingsnotitie m.e.r.
getekend:
B. van den Bor
formaat:
A3
projectnr.:
EX.17.4439
projectleider:
E. Wind
tekeningnr.:
M-01