Bijlage 11 - Uitgangspuntennotitie Buitengebieden 2
Tekst van het document
41
6.
Recreatie
6.1 Recreatie (algemeen) De gemeente Súdwest Fryslân bestaat uit 6 steden en 89 dorpen en kernen. De combinatie van stedelijkheid en platteland en het omvangrijk grondgebied maken de gemeente uniek in Nederland. De combinatie van stedelijkheid en platteland biedt grote kansen voor een verdere groei van het toerisme. 6.1.1 Verordening Romte De meer grootschalige en intensieve recreatieve voorzieningen worden bij stedelijke centra, de regionale centra en de recreatiekernen geconcentreerd. Concentratie bevordert de synergie tussen recreatieve functies, biedt schaal voordelen en draagt daarmee bij aan de aantrekkingskracht en herkenbaarheid van een kern c.q. van een gebied voor toeristen. Daarnaast voorkomt het versnippering van recreatief aanbod en de bijbehorende nadelige landschappelijke consequenties. 6.1.2 Uitgangspunten nieuw bestemmingsplan Het hoofddoel van het plan is het versterken van de sector recreatie en toerisme door vooral het accent op de kwaliteit te leggen. Ingrediënten die bij de uitwerking van dit hoofddoel als uitgangspunt genomen worden, zijn de volgende subdoelen:
behoud dan wel versterken van de specifieke kwaliteiten, natuur en landschap, van de regio; ruimte bieden aan kwaliteitsverbetering voor zowel bestaande- als nieuwe voorzieningen; samenhang in het aanbod brengen; optimaliseren van de routenetwerken.
6.2 Regulier kamperen Het kamperen neemt in de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied een belangrijke plaats in. Derhalve bestaat de behoefte om dit item wat specifieker te behandelen. De reguliere kampeerterreinen (meer dan 25 kampeermiddelen) dienen positief bestemd te worden in het bestemmingsplan. In het buitengebied bevinden zich enkele grote campings (sluiten aan bij de kern) en een aantal zogenaamde uitgegroeide boerencamping. 6.2.1 Verordening Romte In een ruimtelijk plan kan een nieuwe- of uitbreiding van een bestaande recreatieve voorziening uitsluitend worden toegestaan in of
42
aansluitend op een stedelijk centrum, een regionaal centrum of een recreatiekern. Daarbij gelden de volgende maxima: 200 standplaatsen per kampeerterrein. Buiten een stedelijk centrum, een regionaal centrum of een recreatiekern kunnen alleen bestaande kampeerterreinen worden uitgebreid tot maximaal 200 kampeermiddelen 6.2.2 Uitgangspunten nieuw bestemmingsplan (reguliere kampeerterreinen) Uit oogpunt van de concentratiegedachte gaat de voorkeur uit naar uitbreiding van bestaande kampeerterreinen zonder dat nieuwe kampeerterreinen in of aansluitend op een stedelijk centrum, een regionaal centrum of een recreatiekern worden uitgesloten. Buiten de genoemde centra/kernen kan alleen het kleinschalig kamperen worden gefaciliteerd (zie 6.3). Verder zijn er in de gemeente nog een aantal reguliere kampeerterreinen die niet aansluiten bij een kern en als zodanig zijn bestemd. Het betreft hier boerencampings die uitgegroeid zijn tot reguliere campings. Vanuit oogpunt van landschapsbehoud en landschappelijke kwaliteit wordt zowel verdere uitbreiding als de realisering van nieuwe reguliere kampeerterreinen niet wenselijk geacht. Insteek is om primair in te blijven zetten op kwaliteitsbewaking en kwaliteitsverbetering van deze bestaande reguliere kampeerterreinen.
Op dergelijke reguliere kampeerterreinen kunnen op ondergeschikte wijze kampeermiddelen worden ingewisseld tegen kleinschalige kampeergebouwen (trekkershutten). 6.3 Kleinschalig kamperen Het kleinschalige kamperen kan als een aparte categorie worden gezien ten opzichte van reguliere kampeerterreinen. Het kleinschalige kamperen vindt, in tegenstelling tot kamperen op reguliere kampeerterreinen, veelal nog als nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf plaats. Daarnaast zien wij een ontwikkeling waarbij het kleinschalig kamperen plaatsvindt bij voormalige agrarische bedrijven. 6.3.1 Verordening Romte Op een kleinschalig kampeerterrein kunnen maximaal 25 standplaatsen worden toegestaan bij een agrarische bedrijf of een voormalig agrarisch bedrijf of bij een woning op een perceel dat qua oppervlakte en ruimtelijke uitstraling vergelijkbaar is met een agrarisch perceel, indien in de gemeente het aantal kleinschalige kampeerterreinen met 16 tot maximaal 25 kampeermiddelen wordt beperkt, of zones of gebieden worden aangewezen waar deze terreinen zijn toegestaan. 6.3.2 Uitgangspunten nieuw bestemmingsplan (kleinschalig kamperen) Kleinschalig kamperen wordt enerzijds gezien als een kleinschalig alternatief voor regulier kamperen en anderzijds als een extra inkomensbron voor agrarische bedrijven.
Een kleinschalig kampeerterrein is op de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen met een aanduiding. Dus niet als zodanig bestemd. In verband met behoud van voormalige agrarische bebouwing (lees stolp), wordt het gewenst geacht dat ook bij voormalige agrarische bedrijven de mogelijkheid bestaat om kleinschalig kamperen te faciliteren. De uitbreiding dient op of in aansluiting bij het erf te worden gerealiseerd (inclusief een haventje t.b.v. maximaal 25
43
ligplaatsen). De stolp moet prominent aanwezig blijven als belangrijkste object. Wanneer? In de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar mogen geen kampeermiddelen aanwezig zijn. Deze periode kan nader worden beperkt in het kader van de Wet natuurbescherming. Aantal? In principe wordt uitgegaan van de bestaande situatie met de mogelijkheid tot opschaling naar 25 kampeermiddelen waarbij een goede landschappelijke inpassing gegarandeerd moet worden (geen gebouwde objecten zoals stacaravans, chalets en trekkershutten). Zonering? Per dorpsgebied is binnen de planperiode één nieuw kampeerterrein toegestaan (wellicht dat enkele kleine dorpsgebieden moeten worden samengevoegd). Deze beperking geldt niet voor de stads- en dorpsgebieden die in de Verordening Romte zijn aangeduid als ‘overige steden’ (Sneek), ‘regionale centra’ (Bolsward) en de recreatiekernen (Heeg, Woudsend en Oudega). In alle gevallen dient de afstand tussen kleinschalige dan wel reguliere kampeerterreinen 500 meter te bedragen.
44
Verenigings, natuur en groepskamperen Ten aanzien van verenigings-, natuur- en groepskamperen zal de nodige terughoudendheid in acht moeten worden genomen omdat de impact behoorlijk is nu dergelijke kampeerterreinen landschappelijk niet zijn ingepast . In dat verband zullen alleen de bestaande verenigings-, natuur- en groepskampeerterreinen middels een nadere aanduiding worden ingepast. Mocht er een nieuwe aanvraag voor één van genoemde kampeervormen binnenkomen, dan kan door middel van een tijdelijke ontheffing altijd nog gekeken worden of meegewerkt kan worden. Vrij kamperen Op de daartoe aangewezen Marrekrite ligplaatsen is het toegestaan maximaal drie dagen een tent te plaatsen. Een regeling met betrekking tot Gereguleerde Overnachtingsplaatsen is/wordt in de APV opgenomen. Deze overnachtingplaatsen kunnen worden gefaciliteerd in de ‘overige steden’, ‘regionale centra’ en ‘recreatiekernen.’
Fig. 12 Kleinschalig kamperen op ‘de Klompen’ te Nijhuizum
45
7
Duurzame energie
Duurzame energie is energie waarover de mensheid voor onbeperkte tijd kan beschikken en waarbij, door het gebruik ervan, het leefmilieu en de mogelijkheden voor toekomstige generaties niet worden benadeeld. Vormen van duurzame energie zijn bijvoorbeeld windenergie en zonne-energie. 7.1. Windenergie Wind is een nagenoeg onuitputtelijke energiebron, waarvan de energieopwekking bijna geen schadelijke bijeffecten heeft. Er komen geen schadelijke stoffen vrij en de wind zal altijd blijven waaien. 7.1.1 Verordening Romte Een ruimtelijk plan bevat geen bouwmogelijkheden voor kleine windturbines in het landelijk gebied. 7.1.2 Uitgangspunten nieuw bestemmingsplan Overeenkomstig het provinciaal beleid zal de gemeente Súdwest-Fryslân geen medewerking verlenen aan het oprichten van kleine windturbines in het buitengebied. De bestaande (grotere) windturbines zullen worden gehandhaafd.
Fig. 13 Solitaire windmolen nabij Workum
46
7.2 Zonnepanelen Nederlands zonlicht is geschikt om met zonnepanelen elektriciteit op te wekken. Stroom uit zonlicht is duurzaam, omdat bij de productie van elektriciteit geen broeikasgassen en schadelijke stoffen vrijkomen. 7.2.1 Verordening Romte In de notitie ‘Romte foar Sinne’ geeft de provincie aan waar en onder welke voorwaarden ruimte wordt geboden aan de opstellingen van zonnepanelen. 7.2.2 Uitgangspunten nieuw bestemmingsplan Op basis van artikel 2, lid 6 van bijlage II, behorend bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) is het op basis van een aantal voorwaarden mogelijk om vergunningsvrij zonnecollectoren te plaatsen op daken van gebouwen zoals bedrijven en (bedrijfs)woningen. Dit kan niet worden uitgesloten met een bestemmingsplan. De voorkeur wordt de ontwikkeling van zonnestroom gekoppeld aan de gebouwde omgeving om in te zetten op meervoudig ruimtegebruik. Zowel bij agrarische stallen en schuren als op bedrijfsgebouwen op bedrijventerreinen liggen grote kansen voor substantiële opbrengsten van zonnestroom. Er wordt ruimte geboden voor zonneweides onder kwalitatieve voorwaarden. Zonneweides kunnen ontwikkeld worden in en aansluitend aan stad en dorp. Daarbuiten wordt vastgehouden aan de lijn van ‘meervoudig ruimtegebruik’. Dit betekent dat op zichzelf staande opstellingen in het landelijk gebied niet mogelijk zijn omdat deze teveel invloed hebben op het landschap.
Een zonneweide is wel mogelijk wanneer deze een plaats krijgt op het terrein van een andere, bestaande functie, zoals infra (restruimtes langs wegen) en grootschalige nutsvoorzieningen. Historische infrastructuur, zoals dijklichamen vallen daar niet onder. De historische en landschappelijke kwaliteiten hiervan moeten voorop blijven staan.
Fig. 14 voorbeeld van toepassing zonnepanelen
47
8 Communicatie De gemeente Súdwest-Fryslân heeft excellente dienstverlening als een van haar speerpunten voor de komende jaren opgenomen. Excellente dienstverlening houdt o.a. een goede communicatie tussen burgers, bedrijven etc. en de gemeente in. Deze communicatie heeft tot doel elkaar te informeren in het planproces. Hiermee wordt bedoeld dat wij onze burgers, politiek en/of partners over de stand van zaken rondom het bestemmingsplan Buitengebied informeren, maar ook dat wij ons laten informeren door de diverse partners over bestaande situaties en nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied. Van groot belang is ook dat er bij veranderende inzichten, planningen duidelijk gecommuniceerd wordt wat veranderd is en wat de reden daarvoor is. Communicatie speelt een grote rol in het verkrijgen van draagvlak voor het nieuwe bestemmingsplan. In het proces rond de totstandkoming van het bestemmingsplan maken we onderscheid in de vormen van communicatiemomenten. Natuurlijk moeten we voldoen aan de wettelijk verplichte communicatiemomenten op basis van de Wet ruimtelijke ordening, maar ook hebben we aandacht voor extra informele communicatiemomenten. Van belang is dat deze momenten tijdig bekend worden gemaakt, zodat een zo groot mogelijk deel van de burgers kennis kan nemen van de informatie over het bestemmingsplan.
8.1 Wettelijk verplichte communicatiemomenten Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Daarnaast wordt in de Wet ruimtelijke ordening voor de formele bestemmingsplanprocedure een aantal communicatiemomenten genoemd.
Het ontwerp bestemmingsplan zal voor een periode van 6 weken ter inzage worden gelegd. Een ieder kan een zienswijze indienen. De openbare bekendmaking van het ontwerp plan is de start van de formele bestemmingsplan procedure. Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad wordt het plan opnieuw voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn kunnen beroep en een verzoek om voorlopige voorziening bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden ingediend.
48
8.2 Extra communicatiemomenten De complexiteit van het bestemmingsplan maakt dat een goede communicatie onmisbaar is voor het creëren van draagvlak. Daarvoor is meer nodig dan alleen de wettelijk verplichte momenten. Gedacht wordt aan onderstaande vormen van extra communicatie om de betrokkenheid te vergroten. • Inloop Via verschillende inloopmomenten kunnen enerzijds in een vroegtijdig stadium burgers en ondernemers worden geïnformeerd over de inhoud en opzet van het plan, anderzijds zijn deze momenten voor de gemeente een middel om op fouten c.q. nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied te worden gewezen. Burgers worden namelijk in staat gesteld onjuiste informatie en onvolkomenheden uit de plannen te halen. Daarnaast kunnen burgers al vroeg in het planproces hun wensen en bedenkingen kenbaar maken. In het kader van dit bestemmingsplan zal in ieder geval n.a.v. het voorontwerp een inloopmiddag/avond georganiseerd worden. Tijdens de ter inzage legging van het ontwerp plan is een tweede moment om informatie visa versa te verstrekken. 8.3 Communicatiemiddelen We zullen op actieve wijze gebruik maken van onze website www.sudwestfryslan.nl en de gemeentepagina’s van de huis aan huisbladen, waarin de actuele stand van zaken van het bestemmingsplan Buitengebied is terug te vinden en tijdig de formele en extra informele communicatiemomenten bekend worden gemaakt.
49