CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ús PLG, Visiedocument Programma Landelijk Gebied 2025-2030

Raadsvergadering 19 december 2024, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: ‘Ús PLG, Visiedocument Programma Landelijk Gebied 2025-2030’11.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Kansen benuHen binnen de Friese inzet Hoe kunnen we de probleemanalyse ombuigen naar een kansenanalyse? Door als gemeente ervoor te zorgen dat we meer grip krijgen op de situaHe. Hoe krijgen we grip en inzicht? Door in ieder geval ook gewoon aan de slag te gaan: pionieren en experimenteren. Met innovaHeve ideeën en iniHaHeven. Dit is in lijn met de gefaseerde aanpak uit de het ontwerp-FPLG (juli 2023).

• • •

‘Nu’: VoortzeWen van de lopende zaken, zoals experimenten en gebiedsprocessen. Nu al stappen zeWen. ‘Straks’: Voor de periode tot 2035 zijn keuzes nodig op basis waarvan doelstelling kunnen worden gehaald. Ook door meer kennis op te doen en meer grip te krijgen op de haalbaarheid van te nemen stappen. ‘Later’: na 2035. Binnen het ‘nu’ en ‘straks’ ook een aanpak te starten die voor de langere termijn tot een aanpak na 2035 leidt.

27

Een en ander vraagt ook een afstemming tussen andere gebieden in Fryslân. Een stapsgewijze doorontwikkeling van de FPLG-aanpak kan daarbij van grote waarde zijn. Een eigen inzet binnen Súdwest-Fryslân Naast het meedraaien binnen de Friese FPLG-samenwerking, gaan we zelf ook aan de slag. Vandaar de inzet om tot een eigen Ús PLG te komen. Als we weten wat we willen bereiken voor SúdwestFryslân, bijv. op basis van Hoofdstuk 3 ‘Hoofdopgaven Programma Landelijk Gebied Súdwest-Fryslân’, kunnen we binnen de naHonale en Friese opgaven eigen gemeentelijke stappen gaan zeWen in de goede richHng of mogelijke oplossingen bepleiten, al dan niet als onderdeel van een FPLG-aanpak. Twee sporen Er ontstaan twee sporen die naast elkaar lopen: 1. Gemeente Súdwest-Fryslân draait, voor zover dat kan, mee in een bredere provinciale aanpak rond een FPLG-aanpak. We werken daarin zoveel mogelijk samen met andere (met name Friese) overheden, waar dat kan en waar dat een meerwaarde oplevert. Bijvoorbeeld ook binnen gebiedsprocessen, zoals gebiedsproces Idzegea. 2. Gemeente Súdwest-Fryslân zet vanuit het eigen gemeentelijke perspecHef betekenisvolle stappen met stakeholders; inwoners, ondernemers, natuurorganisaHes en anderen. Het gaat daarbij vaak om iniHaHeven die ‘van onderop’ worden opgepakt. Desnoods gebeurt dit proacHef als koploper. Onder spoor 2 vallen alle projecten, pilots, etc.

die we als gemeente kunnen faciliteren, waarbij we ona|ankelijk van de provincie kunnen handelen (maar zo nodig ook verbanden leggen). We pakken als gemeente Súdwest-Fryslân daarbij de rol zoals in het Hoofdstuk ‘Rol en verantwoordelijkheid gemeente’ beschreven is (o.a. energie steken in koplopers/coaliHon of the willing). Vaak is daar vanuit de gemeente niet zozeer veel geld mee gemoeid maar wel Hjd en aandacht. Aanpak op meerdere wijzen Gebiedsgerichte inspanningen Mede op basis van de FPLG-aanpak, maar bijv. ook binnen het Veenweideprogramma, wordt op gebiedsniveau gezocht naar mogelijkheden om de veranderprocessen vorm te geven. Bij voorkeur ook in samenhang met meekoppelkansen. Dat kan ook gaan om effecten van de veranderingen in de leefomgeving op allerhande ketens die gebruik maken van die vitale leefomgeving. Denk daarbij aan landbouw (in samenhang met voedselvoorziening, gezondheid, dierenwelzijn, biobased bouwen), natuur, gastvrijheidseconomie, energie. Verdere meekoppelkansen zijn bijv. de instandhouding en doorontwikkeling van belangrijke kernwaarden, zoals een open, agrarisch landschap. Hierbij speelt ook de samenhang en wisselwerking met aangrenzende dorpen en steden en met de natuurlijke zones. We kunnen dan ook op gebiedsniveau aansluiten bij de water- en bodemstructuur en het landschap, bijv.

in lijn met de onderverdeling tussen klei en veen (zoals eerder toegelicht). Elk van deze gebieden kent zijn eigen fysieke kenmerken, opgaven en sociaaleconomische samenstelling. Themagerichte inspanningen Inspanningen kunnen deels vaak ook beter eerst themagericht worden opgepakt om bijv. een beter zicht te krijgen op de mogelijkheden en kansen. Te denken valt bijv. aan recente ontwikkelingen rond de mestmarkt. Maar ook kun je denken aan verkenningen rond de aanpak “Sluiten nutriëntenkringloop”, zoals opgepakt in Fries verband. In de ‘Agenda Ús PLG 2025’ vindt een nadere duiding van thema’s plaats waarop inzet (in meer of mindere mate) plaatsvindt. We geven aan in hoeverre we hiermee in 2025 aan de slag gaan. Het uitwerken van de thema’s gebeurt in gezamenlijkheid met stakeholders en/of andere betrokkenen. 28

Deels gaat het om thema’s waar we al aan werken, deels om thema’s die we willen gaan uitwerken met onze stakeholders.

5.4. Leidende principes/kaders (stap D) Werken met leidende principes Binnen de ABCD-aanpak kan, op basis van de toegelichte stappen A, B en C, nu een verdere duiding van prioriteiten plaatsvinden. Daarvoor is het nodig om leidende principes te benoemen, waardoor we scherper aangeven hoe we in gebieden en per thema wel of niet aan de slag gaan. Te nemen stappen vragen een beoordeling op basis van de volgende leidende principes

Leidende principes

Te nemen stappen dragen bij aan: • het behalen van opgaven voor ‘natuur’, ‘water’ en ‘klimaat’, zoals: o Betere bodemkringloop o VergroHng van biodiversiteit o Robuust en klimaatbestendig watersysteem o Vermindering van uitstoot van broeikasgassen • het realiseren van een duurzaam toekomstperspecHef voor de landbouw • de doorwerking van het principe ‘water en bodem sturend’ • een posiHeve impact op de sociaaleconomische vitaliteit van het gebied • de leidende principes vanuit de Omgevingsvisie: o Samen plannen maken o De leefomgeving is van ons allemaal o Veranderkracht o Integraal, simpel en maatwerk als het kan o Minder regels, kortere procedures

Wat betekent dit in de prak9jk? We willen nieuwe ontwikkelingen mogelijk proberen te maken, als ze passen binnen de leidende principes richHng de gewenste toekomst. Ontwikkelingen mogen in ieder geval geen negaHef effect hebben op de opgaven voor ‘natuur’, ‘water’ en ‘klimaat’ en de andere punten die als leidend principe zijn benoemd. Omdat er sprake kan zijn van experimenten, is vaak van belang om de te nemen stappen klein te houden en te framen als proefproject. Dus bijv. per vraagstuk 1 proefproject in een klein(er) gebied. Zo kunnen we eventueel ontwikkelingen mogelijk maken binnen een pilotse{ng en ruimte zoeken binnen regelgeving. Hier geldt dat het veelal lasHg zal zijn als gemeente grote processen in gang te zeWen, zonder dat hier ook de samenwerking met partners moet worden gezocht. Met een aanpak die bovendien aansluit bij de rol en verantwoordelijkheid die daarbij van de gemeente wordt verwacht. Bijv. door te sHmuleren en te faciliteren, met iniHaHeven die passen binnen de visie. Door in samenwerking goede projecten op te stellen en die als basis te gebruiken, om bij provincie, Rijk en Europa (co)financiering los te krijgen of door opgaven slim te koppelen. Recent aangekondigde gelden (medio 2024) voor landbouwinnovaHe en extra geld voor agrarisch natuurbeheer kunnen in Súdwest-Fryslân terecht komen.

Hoe kunnen we hier slim op inspelen en mogelijkheden verkennen? Ontwikkelingen die niet in lijn zijn met de leidende principes krijgen geen prioriteit. 29

Aanvullend willen we onderzoeken of er op termijn mogelijkheden zijn om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan, door in de vergunningverlening de plannen te toetsen aan bepalingen, die overeen komen met de leidende principes. Een voorbeeld waar in gemeenteland al ervaring mee is opgedaan, is een puntensysteem bij de vergunningverlening. De aanvrager kan dan voor allerlei maatregelen, zoals het vergroten van biodiversiteit, punten verdienen. Als het gevraagde aantal punten gehaald wordt, kan de vergunning worden verleend. We willen ontwikkelingen volgen en dit eventueel oppakken. Waar zet Súdwest-Fryslân op in? • We willen perspecHef bieden voor ondernemers en inwoners in het landelijk gebied, door met een heldere visie en een daaraan gekoppeld handelingsperspecHef en leidende principes. • We zeWen een koers uit en kiezen voor een organisch veranderproces. • We handelen proacHef, helpen de koplopers, zoeken naar mogelijkheden en gaan experimenten niet uit de weg. • We leggen verbanden met de te maken ruimtelijke keuzes op landelijk, provinciaal en lokaal niveau. • We zeWen in op kennisontwikkeling en de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen. • We zeWen in op bewustwording. • We gaan slim om met Europese, landelijke, provinciale subsidies en andere fondsen samen met partners.

5.5. A^akening Ús PLG Het is nodig om een focus aan te brengen, wat primair wel in eerste aanleg vanuit de Ús PLG-aanpak wordt opgepakt en wat eerst via andere sporen loopt. a. Primair binnen de scope: natuur-, water- en klimaatopgaven in het landelijk gebied van SúdwestFryslân in samenhang met een volhoudbaar funcHegebruik met betrekking tot landbouw en natuur en in samenhang met een voldoende sociaaleconomisch perspecHef. b. Primair buiten de scope: Stedelijk gebied. c. Primair buiten de scope, maar waar mogelijk en nodig mee te koppelen. Buiten de scope vallen de opgaven en effecten van veranderingen in de leefomgeving die in eerste instanHe niet in relaHe zijn te brengen met de benoemd scope bij punt a. Denk daarbij aan plannen rond biobased bouwen, energietransiHe, voedsel/gezondheid, recreaHe (toerisme) maar ook de ruimtelijke inrichHng, landschap. Vanzelfsprekend is het van groot belang dat wordt gezorgd voor nauwe afstemming met de aanpak rond deze onderwerpen. Temeer omdat dit ook van invloed is op het sociaaleconomisch perspecHef van gebieden. Binnen gebiedsprocessen kan worden besloten om onderwerpen onder punt c als meekoppelkans mee te nemen (in aanvulling op de onderwerpen zoals genoemd bij punt a).

5.6. Opstellen jaarlijkse Agenda Ús PLG Naast het Ús PLG visiedocument wordt jaarlijks een Uitvoeringsagenda Ús PLG opgesteld. Deze uitvoeringsagenda wordt door het college van B&W vastgesteld. In de Uitvoeringsagenda Ús PLG 2025 staat welke acHviteiten in 2025 plaatsvinden. Mede op basis van de Uitvoeringsagenda Ús PLG 2025 vindt ook een berichtgeving over de voortgang plaats in de reguliere Bestuursrapportages.

30

6. Randvoorwaarden 6.1. Betrokken spelers, raakvlakken, koppelkansen Stakeholders in het landelijk gebied In het landelijk gebied werken we als gemeente samen met een groot aantal stakeholders. Denk daarbij aan: • Landbouw organisaHes (bijv. agrarische belangenbeharHgers, agrarische collecHeven) • Individuele agrariërs en betrokken bewoners • Milieu- en landschapsorganisaHes • Agrofood organisaHes (b.v. verwerkende industrie, ..) • Kennis- en onderwijsinstellingen • Interbestuurlijke partners (provincie, waterschap, andere (Friese) gemeenten, zowel bestuurlijk/ambtelijk) • Ondernemers gastvrijheidseconomie en recreaHe • Dorpsbelangen • Overige regionale samenwerkingspartners Zo’n vier keer per jaar organiseren we als gemeente een stakeholdersoverleg SWF met een vaste groep van stakeholders uit Súdwest-Fryslân vanuit de landbouw, natuur/milieu en recreaHe. Vanuit deze groep komen ideeën en iniHaHeven die we, overeenkomsHg met de in dit document beschreven rol/verantwoordelijkheid en visie, in gezamenlijkheid uitwerken als ze kansrijk zijn. We zeWen deze groep ook in als klankbordgroep. We kunnen plannen en ideeën delen en voorleggen ter verbetering. Daarnaast vinden er ook veel overleggen plaats met stakeholders binnen Fryslân als geheel en de gebieden veenweide (Veenweideprogramma) en kleiweide (Greidhoeke Plus).

We leggen hier zo goed mogelijke verbinding tussen partners in de diverse gebieden (en het daarbij gelden schaalniveau van de problemaHek). Interne aanpak Waar mogelijk leggen we binnen de opgaven een relaHe met een al opgestarte gebiedsgerichte aanpak (bijv. Idzegea). Hier wordt een relaHe gelegd tussen de NPLG/FPLG-aanpak voor de daarin geformuleerde doelen voor ‘natuur’, ‘water’ en ‘klimaat’ met op gebiedsniveau te formuleren meekoppelkansen (zie ook 5.5 Arakening Ús PLG). Vaak ook nog in samenhang met andere uitgangspunten (zoals in Idzegea bijv. het Veenweideprogramma). Ook binnen een meer themaHsche aanpak zal ook al gauw een bredere integrale beoordeling van vraagstukken nodig zijn. De noodzakelijke integrale aanpak betekent, intern binnen Súdwest-Fryslân, ook dat er meer interdisciplinair samengewerkt moet worden. Denk daarbij aan acHviteiten die gaan over de omgevingsvisie, landschap, circulaire economie, klimaatadaptaHe, ruimtelijke opgaves, biodiversiteit, waterbeheer, infrastructuur, etc. En funcHe opgaves rond landbouw of recreaHe. Vanuit het Programma Landelijk Gebied wordt hier intern de verbinding gezocht met de andere disciplines. Binnen de gemeente Súdwest-Fryslân hanteren we de drie landelijke perspecHeven van de NOVEX/Nota Ruimte, zoals vermeld in het overzicht (in blauw).

Hierbij wordt aansluiHng gezocht bij de bestaande gemeentelijke programma’s (in groen). De verschillende opgaven komen in gebieden bij elkaar, met een hoofdindeling in vier gebieden (in rood). Voor het buitengebied ligt er naast dan een duidelijke relaHe met bijv. de programma’s Landelijk Gebied en KlimaatadaptaHe. Een gebiedsproces zoals Idzegea is dan binnen die structuur opgenomen. 31

6.2. Kansen, bedreigingen en risico’s De transiHe van het landelijk gebied is een complex proces. Verandering kunnen niet alHjd eenduidig als posiHeve of negaHeve worden aangemerkt. Bijv. op een Hjdschaal van korte termijn en langere termijn. Dat vraagt deels een aanpak van werkendeweg leren, van pionieren. Daar moeten we onze weg in vinden. Kansen. Het was de bedoeling binnen de NPLG/FPLG-aanpak geleidelijk aan meer duidelijkheid te krijgen over ontwikkelingen rond de landelijke doelen voor ‘natuur’, ‘water’ en ‘klimaat’, met aanvullende consequenHes voor funcHes binnen het landelijk gebied (zoals landbouw en natuur). Omdat het nieuwe kabinet de eerder voorgestelde aanpak aanpast, maar wel de doelen overeind houdt, zal dit stapsgewijs nog om verdere duiding vragen. Hoewel er vooralsnog minder geld beschikbaar komt voor het landelijk gebied (situaHe eind 2024), zijn wel opgenomen bedragen nog steeds substanHeel. Door als gemeente binnen het Ús PLG een aanpak op te bouwen, kunnen we waar mogelijk ‘snel schakelen’ en kan het programma waar mogelijk als vliegwiel dienen. De gemeente heeF een belangrijke rol binnen gebiedsprocessen of binnen processen op lokaal gebiedsniveau. Daar kan de gemeente zich mee op de kaart zeWen. Bijv. als experimenteergemeente, met een focus op ‘mogelijk maken’. Bedreigingen.

De diverse opgaven in het landelijk gebied worden door de diverse betrokkenen niet alHjd per se als kans gezien. Er is sprake van een veelheid aan belangen. Veranderen leiden tot onzekerheid en onrust over het vervolg. Het kan leiden tot veel poliHeke en bestuurlijke drukte en discussie. Voor een deel is dit onvermijdelijk gelet op de grote belangen die er zijn: • Veel tegengestelde belangen in het landelijk gebied (ruimtelijke puzzel) • Complexe problemaHek die vaak ook nog (aanvullend) wetenschappelijk moet worden geduid • Onzekerheid over doorwerking van keuze op landelijk en regionaal niveau (ook qua planning). We willen het Ús PLG benuWen om deels ook het noodzakelijk gesprek tussen partners te stroomlijnen en bij voorkeur te voeren met een toekomstgerichte blik en vanuit enthousiasme. Risico’s. Door gewoon te doen (al doende leren) ga je aan allerlei knoppen draaien. Zo’n experimentele fase, bijv. binnen een pilot, heeF zowel negaHeve als posiHeve gevolgen voor allerlei andere ontwikkelingen. Daarom is het bij voorkeur gewenst, zoals eerder aangegeven, om per

32

vraagstuk 1 proefproject in een klein(er) gebied ‘op te tuigen’. Uiteraard vraagt dit ook steeds om een goede monitoring of posiHeve effecten opwegen tegen de negaHeve.

6.3. Communica9estrategie Voor het Programma Landelijk Gebied hebben we een communicaHestrategie ontwikkeld die zich richt op de thema’s klimaat, natuur en water. We splitsen deze communicaHestrategie op in drie niveaus: 1. Strategisch (lange termijn) 2. TacHsch (middellange termijn) 3. OperaHoneel (korte termijn) Strategisch. We zeWen in op een lobby richHng beleidsmakers om vanuit naHonaal en Fries perspecHef ons te profileren als dé experimenteergemeente voor het landelijk gebied. Waarbij we ons proacHef als gemeente gaan bezighouden met financiële kansen uit zowel Europese, landelijke als regionale fondsen. Er is een proacHeve rol van de gemeente nodig, en voldoende kennis van zaken, om Hjdig te kunnen anHciperen op mogelijkheden die zich daarin voordoen. Het geeF ons de mogelijkheid om inhoudelijke partners, bijvoorbeeld via projecten, aan ons te binden en daarmee oplossingen te katalyseren in onze gemeente. Tac9sch. We ondersteunen gebiedspartners (bewoners, boeren, ondernemers, georganiseerde belangengroepen) bij de transiHe naar een duurzamer landgebruik. Dat doen we door ons acHef op te stellen als ‘experimenteer’ gemeente waar gesHmuleerd wordt om de transiHeopgaves op te lossen in een gebiedsgerichte context.

Als kenner van de gebieden, als verbinder, als ondersteuner van gebiedsiniHaHeven en als aanjager van gelieerde experimenten heeF de gemeente een scharnierrol tussen de boWom-up iniHaHeven enerzijds en de top-down publieke opgaves anderzijds. Door een proacHeve rol in dit dossier kan de gemeente helpen om bijvoorbeeld publieke fondsen te verwerven voor projecten in de gemeente. Denk daarbij als voorbeeld aan projecten als de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland of EU programma’s zoals LIFE-IP. Opera9oneel. We zeWen in op het laten zien wat we doen. EducaHe en bewustwording spelen hier een grote rol in. Met name voor de inwoners. Het doel voor onze inwoners is begrip voor problemaHek en inzicht in het werk dat bijdraagt aan de doelen voor natuur, water en klimaat. De gemeente is meestal niet (of in ieder geval vaak niet alleen) de kaderstellende parHj. Maar vanuit het één-overheid-principe is de gemeente wel veelal het eerste aanspreekpunt voor bewoners als het gaat om vraagstukken die de leefomgeving raken. Daarom is die faciliterende rol van de gemeente ook van groot belang.

33

6.4. Financiën Begro9ngsruimte Programma Landelijk Gebied 2024 en 2025 in euro’s Voor de financiële inzet binnen het programma is structureel € 200.000 beschikbaar. In de afgelopen jaren (t/m 2024) is dit bedrag incidenteel aangevuld met een inzet binnen de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland, meer specifiek voor ontwikkelingen binnen de kleiweide (Greidhoeke Plus). Ook binnen veenweide zijn middelen via deze Regio Deal beschikbaar gekomen, maar de aanpak hiervoor verliep/verloopt via het Veenweideprogramma Fryslân. Structurele en incidentele inzet

2025

2026

Structurele begrote inzet - Programma Landelijk Gebied Totaal

200.000 200.000

200.000 200.000

Inzet financieel in 2025 en 2026 in euro’s Met de beschikbare middelen wordt in 2025 (en volgend) een deel structureel ingezet: binnen de veenweide-aanpak (90.000 euro) en de aanpak SNuK, Sluiten Nutriëntenkringloop (5.000 euro). Ook is er voor 2025 (en naar verwachHng ook in 2026) al een deel van de middelen incidenteel gelabeld: biodiversiteitscampagne (5.000 euro) en personele inzet (66.000 euro in 2025; de inzet 2026 is nog indicaHef). Daarmee is er nog een beperkte vrij inzetbare ruimte voor een verdere aanpak. In de Agenda Ús PLG 2025 vindt een nadere duiding plaats van de inzet. De voortgang wordt gevolgd binnen de Bestuursrapportages. De inzet van de programmamanager, de aan het programma verbonden strategisch adviseur en een deel van de inzet van de ingezeWe procesleider vindt plaats vanuit de algemene reguliere inzet van personeel, evenals de incidentele bijdrage van interne adviseurs op specifieke onderdelen. Toegezegde middelen Structureel en incidenteel gelabeld Structureel gelabeld Veenweide - Veenweideadvisering - Funderingsaanpak (bijdrage SWF) Sluiten Nutriëntenkringloop (SNuK) - Bijdrage RAAK-PRO cofinanciering per jaar, vanaf 2025 (totaal 4 jaar € 20.000,00) Incidenteel gelabeld Biodiversiteitscampagne Personele inzet - Surplus inzet procesleider intern (ten opzichte van het al gedekte bedrag € 88.000) Totaal

2025

2026

30.000 60.000

30.000 60.000

5.000

5.000

2025 5.000

2026

66.000

50.000

166.000

145.000

2025

2026

34.000

55.000

Nog vrij inzetbare middelen Structureel en incidenteel vrij inzetbaar Totaal

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14874079/1