CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ús PLG, Visiedocument Programma Landelijk Gebied 2025-2030

Raadsvergadering 19 december 2024, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: ‘Ús PLG, Visiedocument Programma Landelijk Gebied 2025-2030’11.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ús PLG Visiedocument Landelijk Gebied Súdwest-Fryslân (2025-2030) CONCEPT | versie 30 oktober 2024

Een uniek landschap vol contrasten Al van jongs af aan was ik veel “yn it 3ild” van ons buitengebied van onze mooie gemeente te vinden. Een gebied om “grutsk” op te zijn, vol contrasten en mogelijkheden. Waar zowel kleiweide- als veenweidegebieden het landschap bepalen. Deze landschappen, elk met hun eigen uitdagingen en kansen, vormen de basis voor de grootste landbouwgemeente van Nederland. Het heeF als wethouder Landbouw, Natuur en Landschap volop mijn aandacht.

Uitdagingen voor de landbouw

De boeren in de kleiweidegebieden staan voor andere uitdagingen dan de boeren in de veenweidegebieden. Waar het veen de boeren met meer urgenHe confronteert met vraagstukken rond bodemdaling en aanpassing van waterpeilen, ontstaan ook in de kleiweides vragen over de kwaliteit van landbouwbodems, het samengaan van landbouw en natuur, beperkingen rond mestplaatsing en risico’s op verzilHng. Hoe kunnen onze landbouwbedrijven met al die veranderingen omgaan en toekomstbestendig worden? De contrasten in het gebied vragen om maatwerk in beleid, waarbij we oog hebben voor zowel de agrarische acHviteiten als het behoud van de natuur en biodiversiteit binnen water- en klimaatdoelen.

Balans tussen landbouw, natuur en water

Ook in Súdwest-Fryslân hebben we te maken met de effecten van klimaatverandering, de druk op het waterbeheer en de noodzaak om natuurwaarden te behouden en te versterken. TegelijkerHjd moeten onze boeren een gezond en toekomstbestendig bedrijf kunnen blijven runnen. Dit vraagt om innovaHeve oplossingen, waarbij landbouw, waterbeheer en natuur in evenwicht worden gebracht. Het vraagt ook om durf, om ambiHe en om toekomstgericht denken.

Samen werken aan de toekomst

In het Visiedocument Ús PLG geven we richHng aan hoe wij in onze gemeente, samen met onze boeren, inwoners, gebiedspartners, overheden en andere betrokkenen, willen werken aan een toekomstbestendig landelijk gebied. Samen zeWen we de stap naar een landschap waarin landbouw, natuur en waterbeheer hand in hand gaan. Ook is er voor de uitvoering een Ús PLG Uitvoeringsagenda 2025 opgesteld.

Een duurzame balans voor de volgende genera9es

Laten we samen zorgen dat onze kleiweide- en veenweidegebieden vitaal blijven, voor de boeren van nu én die van de toekomst en anderen die bij het gebied betrokken zijn, er wonen, werken of recreëren, en willen werken aan een duurzaam toekomstperspecHef. Wethouder Henk de Boer Landbouw, Natuur en Landschap

3

Samenva5ng Wat is Ús PLG? Ús PLG staat voor ‘Programma Landelijk Gebied van ons’; van de gemeente Súdwest-Fryslân, vanuit de gedachte om vanuit het NaHonaal en Frysk Programma Landelijk Gebied (NPLG/FPLG) de benoemde opgaven door te vertalen naar onze gemeente. In Ús PLG, Visiedocument Landelijk Gebied SWF geven we richHng aan hoe wij in onze gemeente, samen met onze boeren, inwoners, gebiedspartners, overheden en andere betrokkenen, willen werken aan een toekomstbestendig landelijk gebied. Samen zeWen we de stap naar een landschap waarin landbouw, natuur en waterbeheer hand in hand gaan. Als bijlage bij Ús PLG zit een uitvoeringsagenda voor 2025, waarin beschreven staat, wat we concreet doen in 2025. We werken gebiedsgericht, themagericht en er is sprake van algemene inspanningen/samenhangende aanpak. Welke opgaven vormen de aanleiding? Binnen het landelijk gebied stapelen meerdere urgente opgaven rond natuur, water en klimaat zich op. De opgaven hebben ook in Fryslân en onze gemeente flinke consequenHes. Het roept de vraag op hoe landbouw en natuur (maar ook ander funcHes) zich kunnen blijven ontwikkelen, ook in samenhang. Naast de te behalen doelen is het ook belangrijk om gebieden voldoende sociaaleconomische vitaal te houden. De gemeente Súdwest-Fryslân is in Nederland één van de grotere gemeenten met veel landelijk gebied. Met veel landbouw, natuur en water.

Er zijn een groot aantal agrarische bedrijven, met name binnen de melkveehouderij. Grofweg is 1/5 deel van de Nederlandse melkveehouderijbedrijven in Fryslân acHef. Daarvan is 1/5 deel acHef in Súdwest-Fryslân. Wat gebeurt er na9onaal en provinciaal? Binnen Fryslân hebben bovengenoemde vraagstukken een plek gekregen in het Frysk Programma Landelijk Gebied (FPLG). Deze Friese aanpak hangt samen met de eerder ingezeWe landelijke aanpak vanaf 2022 binnen het NaHonaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). In september 2024 heeF het nieuw aangetreden kabinet Schoof besloten om met het NPLG te stoppen. De eerdere doelen voor natuur, water en klimaat zijn nog wel onverminderd van toepassing. Minister Wiersma gaf in een Kamerbrief (21 oktober 2024) aan een aanpak te willen inrichten die is gestoeld op vier pijlers. In de laatste maanden van 2024 wil de minister hiervoor stapsgewijs de aanpak verduidelijken. Waarom een gemeentelijke aanpak (Ús PLG)? Nu het NPLG wegvalt en het onzeker is hoe de FPLG-aanpak een vervolg krijgt, wordt nu toch de aanpak voor een Ús PLG doorgezet. Het heeF te maken met de al lopende processen binnen de veen- en kleigebieden, zoals het Fries Veenweideprogramma en de aanpak binnen het kleigebied binnen Greidhoeke Plus.

Door binnen het Ús PLG lijnen uit te zeWen, kunnen wij voortvarend en acHef een bijdrage leveren aan handelingsperspecHef voor onze inwoners en onze ondernemers. Wij doen dit binnen de eigen gemeentelijke rol en verantwoordelijkheid en vanuit het belang om doelen te realiseren, gebiedspartners te sHmuleren en te ondersteunen en binnen gebiedsprocessen tot een integrale aanpak te komen. Het visiedocument helpt, om ons als gemeente beter te posiHoneren binnen met name de Friese interbestuurlijke afstemming en samenwerking. Daarnaast verwachten we dankzij Ús PLG Hjdig antwoord te hebben op kansen en ontwikkelingen, bijvoorbeeld wanneer er middelen in het vooruitzicht worden gesteld vanuit Europa, het Rijk of provinciaal. Ús PLG kan dan fungeren als vliegwiel. Het geeF ons de mogelijkheid om inhoudelijke partners, bijvoorbeeld via projecten, aan ons te binden en daarmee oplossingen mogelijk te maken in onze gemeente, ook op het gebied van bijvoorbeeld verbeterd beleid of vergunningverlening. Op basis van de Uitvoeringsagenda gaan we ook daadwerkelijk aan de slag. Zo kunnen we werkendeweg en met enthousiasme ervaring opdoen, stappen zeWen en resultaten behalen. 4

Hoe kan Súdwest-Fryslân extra stappen zeHen? Omdat er nog veel onzeker is, kiezen we voor een methode ‘al doende leren’. Ontwikkelingen, die bijdragen aan de gewenste toekomst, kunnen doorgaan. Deze methode heet de ABCD-methode. Stap A: Visie Stap B: De huidige situaHe Stap C: InnovaHeve ideeën en iniHaHeven Stap D: Leidende principes

Stap A: Visie Súdwest-Fryslân streeF ernaar te werken aan een toekomstbestendig landelijk gebied met sociaaleconomisch perspecHef binnen planetaire grenzen. Een toekomstbestendig landelijk gebied wordt bereikt door veranderingen, die posiHef uitwerken op de doelen voor natuur, water en klimaat. Een voldoende sociaaleconomisch perspecHef voor alle betrokkenen zal hierbij vaak een belangrijke randvoorwaarde zijn. In het landelijk gebied spelen hierbij landbouw, natuur en gastvrijheidseconomie een prominente rol, maar er zijn ook andere funcHes zoals wonen, bedrijvigheid en energie. Stap B: De huidige situa9e: probleemanalyse We zien dan een aantal vraagstukken: a. Niet alles kan overal b. Meer ruimte voor ‘planet’-opgaaf vraagt bijdragen van ‘people’ en ‘profit’ c. Veel onzekerheden Stap C: Innova9eve ideeën en ini9a9even: kansen Hoe kunnen we de probleemanalyse ombuigen naar een kansenanalyse? Door als gemeente ervoor te zorgen dat we meer grip krijgen op de situaHe. Hoe krijgen we grip en inzicht? Door in ieder geval ook gewoon aan de slag te gaan: pionieren en experimenteren. Met innovaHeve ideeën en iniHaHeven. Dit is in lijn met de gefaseerde aanpak uit de het ontwerp-FPLG (juli 2023). Stap D: Leidende principes We willen nieuwe ontwikkelingen mogelijk proberen te maken, als ze passen binnen de leidende principes richHng de gewenste toekomst.

Ontwikkelingen mogen in ieder geval geen negaHef effect hebben op de opgaven voor ‘natuur’, ‘water’ en ‘klimaat’ en de andere punten die als leidend principe zijn benoemd (zie 5.4). Ontwikkelingen die niet in lijn zijn met de leidende principes krijgen geen prioriteit. We handelen proacHef, helpen de koplopers, zoeken naar mogelijkheden en gaan experimenten niet uit de weg. Bijvoorbeeld door iniHaHeven, die passen binnen de visie, te sHmuleren en te faciliteren. En door in samenwerking goede projecten op te stellen en die als basis te gebruiken, om bij provincie, Rijk en Europa (co)financiering of beleidsruimte los te krijgen. Recent aangekondigde gelden (medio 2024) voor landbouwinnovaHe en extra geld voor agrarisch natuurbeheer kunnen in Súdwest-Fryslân terecht komen. Hoe kunnen we hier slim op inspelen en mogelijkheden verkennen?

5

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1.1. 1.2.

2.

Context en urgen?e 2.1. 2.2. 2.3. 2.4.

3.

Meer grip op rol en verantwoordelijkheid Experimenteergebied

Strategie 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6.

6.

Eerdere vereisten vanuit de NPLG-aanpak voor de provinciale aanpak Doorvertaling provinciale doelen ‘natuur’, ‘water’ en ‘klimaat’ naar Súdwest-Fryslân Opgaven en inzet landbouw binnen Súdwest-Fryslân Sociaaleconomische impact

Rol en verantwoordelijkheid gemeente 4.1. 4.2.

5.

Vertrekpunt UrgenHe Thema’s Ruimtelijke puzzel/structurerende keuzes

Hoofdopgaven Programma Landelijk Gebied SúdwestFryslân 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

4.

Aanleiding Leeswijzer

AmbiHe en visie (stap A) Probleemanalyse (stap B) Kansenanalyse: aan de slag (stap C) Leidende principes/kaders (stap D) Arakening Ús PLG Opstellen jaarlijkse Uitvoeringsagenda Ús PLG

Randvoorwaarden 6.1. 6.2. 6.3. 6.4.

Betrokken spelers, raakvlakken, koppelkansen Kansen, bedreigingen, risico’s CommunicaHestrategie Financiën

6

1.

Aanleiding

1.1.

Inleiding

Urgente opgaven natuur, water en klimaat Ontwikkelingen binnen het landelijk gebied staan in Nederland al een langere periode volop in de belangstelling. Binnen het landelijk gebied stapelen meerdere urgente opgaven rond natuur, water en klimaat zich op. Het heeF een grote impact op partners binnen het gebied. De verschillende overheden zoeken naar een passende aanpak, ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid. De opgaven hebben ook in Fryslân en onze gemeente flinke consequenHes. Het roept de vraag op hoe landbouw en natuur (maar ook ander funcHes) zich kunnen blijven ontwikkelen, ook in samenhang. Naast de te behalen doelen is het ook belangrijk om gebieden voldoende sociaaleconomische vitaal te houden. Binnen Fryslân hebben deze vraagstukken een plek gekregen in het Frysk Programma Landelijk Gebied (FPLG), op basis waarvan in juli 2023 een ontwerp-Gebiedsprogramma FPLG is verschenen. Deze Friese aanpak hangt samen met de eerder ingezeWe landelijke aanpak vanaf 2022 binnen het NaHonaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Vanuit Fryslân werd hiervoor een financiële inzet van € 5,2 miljard in beeld gebracht. In september 2024 heeF het nieuw aangetreden kabinet Schoof besloten om met het NPLG te stoppen. Wat dit voor gevolgen heeF voor de Friese vervolgaanpak is nog onzeker.

Wel is duidelijk dat het nieuwe kabinet de eerdere opgaven voor natuur, water en klimaat in stand laat. Het kabinet zal op een later moment meer duidelijkheid geven over het vervolg en de inzet binnen de provincies. Aanpak binnen Súdwest-Fryslân De aanpak binnen Súdwest-Fryslân om te komen tot een Ús PLG, werd ingezet vanuit de gedachte om vanuit het NaHonaal en Frysk Programma Landelijk Gebied (NPLG/FPLG) de benoemde opgaven door te vertalen naar onze gemeente. Nu het NPLG wegvalt en het onzeker is hoe de FPLG-aanpak een vervolg krijgt, wordt nu toch de aanpak voor een Ús PLG doorgezet. Het heeF te maken met de al lopende processen binnen de veen- en kleigebieden, zoals het Fries Veenweideprogramma en de aanpak binnen het kleigebied binnen Greidhoeke Plus. De afgelopen jaren is met een stapeling van stukken vanuit de NPLG- en FPLG-aanpak een grote hoeveelheid aan inzichten en bruikbare informaHe ontstaan. Aangevuld met ontstane kennis binnen de diverse gebieden in Fryslân (zoals bijv. het Veenweideprogramma). Deze informaHe kan ons helpen om meer grip te krijgen op de consequenHes binnen de gemeente. Visiedocument en uitvoeringsagenda We komen met het Ús PLG tot een visiedocument Landelijk Gebied Súdwest-Fryslân (2025-2030), en een Uitvoeringsagenda Ús PLG 2025.

In het visiedocument van Ús PLG staat beschreven hoe de gemeentelijke inzet binnen het Landelijk Gebied gestalte krijgt (en wordt afgebakend). De manier waarop dit vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid plaatsvindt wordt toegelicht. Het visiedocument helpt ons om meer grip te krijgen op de consequenHes van de opgaven in het landelijk gebied binnen de gemeente. Het gaat om urgente en complexe opgaven voor natuur, water en klimaat en in samenhang hiermee landbouw en sociaaleconomische vitaliteit. Ús PLG kan ons als gemeente helpen om, binnen discussies en met de inzet van middelen en personeel, ons als gemeente zo goed mogelijk te posiHoneren, zoals binnen de Friese interbestuurlijke samenwerking. We kunnen hierdoor ook een betere inzet organiseren wanneer er middelen in het vooruitzicht worden gesteld vanuit Europa, het Rijk of provinciaal. We kunnen dan sneller acHef de samenwerking zoeken met gebiedspartners. Wij doen dit binnen de eigen gemeentelijke rol en verantwoordelijkheid en vanuit het belang om doelen te realiseren, gebiedspartners te sHmuleren en te ondersteunen en binnen gebiedsprocessen tot een integrale aanpak te komen. 7

In de Uitvoeringsagenda Ús PLG 2025 staat welke acHviteiten in 2025 plaatsvinden. Sturing gemeenteraad en uitvoeringsrol college Door het Ús PLG Visiedocument aan de raad voor te leggen kan de raad haar invloed uitoefenen op de wijze waarop vanuit Súdwest-Fryslân wordt bijgedragen aan de urgente vraagstukken in het landelijk gebied. Met de Uitvoeringsagenda Ús PLG 2025 wordt aanvullend vanuit het college toegelicht welke acHviteiten in 2025 plaatsvinden. Aanpak periode 2025-2026 Met het Ús PLG Visiedocument presenteren we primair een eerste aanzet voor een aanpak binnen het landelijk gebied, gericht op het op gang brengen van ontwikkelingen in de periode 2025-2026, de resterende bestuursperiode van het huidige college. Wij verwachten dat binnen twee jaar een verdere aanscherping van het visiedocument nodig kan zijn. De Uitvoeringsagenda Ús PLG 2025 wordt door ons gezien als het begin van een jaarlijkse cyclus. Verwacht resultaat Door binnen het Ús PLG lijnen uit te zeWen kunnen wij voortvarend en acHef een bijdrage leveren aan handelingsperspecHef voor onze inwoners en onze ondernemers. Het helpt om ons als gemeente beter te posiHoneren binnen met name de Friese interbestuurlijke afstemming en samenwerking. Het Ús PLG helpt ons een Hjdig antwoord te hebben op kansen en ontwikkelingen en kan fungeren als vliegwiel.

Op basis van de Agenda Ús PLG gaan we ook daadwerkelijk aan de slag. Zo kunnen we werkendeweg en met enthousiasme ervaring opdoen, stappen zeWen en resultaten behalen.

1.2.

Leeswijzer

U kunt het document als volgt lezen. In hoofdstuk 2 ‘Context en urgenHe’ beschrijven we de naHonale en provinciale context. Vervolgens is in 2.2 te lezen waarom het noodzakelijk is om te werken aan de opgaven voor natuur, water en klimaat. Daarbij gaan we in 2.3 wat dieper in op de thema’s. In 2.4 wordt beschreven waarom het behalen van doelen ook ruimtelijke consequenHes heeF en hoe daarmee omgegaan wordt. In hoofdstuk 3 ‘Hoofdopgaven Programma Landelijk Gebied Súdwest-Fryslân’ kunt u lezen wat er moet gebeuren rond de te behalen doelen voor natuur, water en klimaat en aan welke wetgeving voldaan moet worden. In 3.2 zijn deze doelen doorvertaald naar de gebieden in Súdwest-Fryslân: Veenweide, Kleiweide, Waddengebied en IJsselmeergebied. De themaHek in de gebieden heeF een nauwe samenhang met het Omgevingsprogramma KlimaatadaptaHe. In 3.3 is beschreven waarom de landbouw een grote rol heeF in de opgave voor het landelijk gebied en in 3.4 wordt ingegaan op het sociaaleconomische perspecHef in de gebieden. In hoofdstuk 4 beschrijven we de rol die we als gemeente hebben in het behalen van de doelen en wat het betekent om experimenteergemeente te zijn.

In hoofdstuk 5 ‘Strategie’ beschrijven we hoe Súdwest-Fryslân extra stappen kan zeWen en gaan we van ambiHe en visie (5.1) naar de huidige situaHe: waar lopen we tegenaan: de probleemanalyse (5.2) en vandaar uit naar de kansenanalyse (5.3); we gaan aan de slag met innovaHeve ideeën en iniHaHeven. Deze worden beoordeeld op basis van leidende principes/kaders, die beschreven zijn in 5.4. Ook is te lezen wat dit concreet betekent. Vervolgens gaan we in 5.5 in op de arakening van Ús PLG en in 5.6 het opstellen van de jaarlijkse uitvoeringsagenda Ús PLG 2025. Hoofdstuk 6 ‘Randvoorwaarden’ gaat in op de samenwerking, zowel extern als intern, met betrokken spelers. Verder is het goed om te beseffen welke (koppel)kansen maar ook welke bedreigingen de in hoofdstuk 5 beschreven strategie met zich meebrengt, welke risico’s we lopen, en hoe we die kunnen beperken. Dat is beschreven in 6.2. Vervolgens gaan we in 6.3 in op de communicaHestrategie, zowel voor de lange, middellange en korte termijn. TensloWe is in 6.4 te lezen welke financiële middelen we

8

hebben en hoe we deze middelen inzeWen. In de Uitvoeringsagenda Ús PLG 2025 vindt een nadere duiding plaats van de inzet.

9

2.

Context en urgen3e

2.1.

Vertrekpunt

Er is veel aandacht voor vraagstukken binnen het landelijk gebied, zowel bij overheden als bij ondernemers, maatschappelijke organisaHes en bij inwoners. De impact en noodzaak vanuit mondiale vraagstukken wordt vertaald naar Europese, naHonale en provinciale beleidskeuzes. Recent spelen er op de diverse niveaus o.a. de volgende ontwikkelingen.

Met de komst van het nieuwe kabinet Schoof zal op basis van het Regeerprogramma (september 2024) de aanpak in het landelijk gebied een nieuwe weg in slaan. Er is aangegeven dat niet meer verder wordt gewerkt aan het NaHonaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Hierdoor is onduidelijk hoe de eerder beoogde doorvertaling van het NPLG naar een provinciale inzet een vervolg krijgt (zoals dat in Fryslân eerder heeF geleid tot een ontwerp-Gebiedsprogramma FPLG). Wel blijven de landelijke omgaven voor natuur, water en klimaat onverminderd van kracht. Het nieuwe kabinet heeF aangegeven op onderdelen eind 2024 meer duidelijkheid te geven over het vervolg. Het eveneens door het nieuwe kabinet geschrapte TransiHefonds voor de NPLG-aanpak maakt de financiële armslag voor een aanpak onzeker. Wel komen er nog substanHële bedragen beschikbaar voor innovaHe landbouw (€ 5 miljard) en agrarisch natuurbeheer (jaarlijks € 500 miljoen), beide vanaf 2026. Vanuit deze middelen kan worden gekeken naar kansen voor de Friese aanpak. In Fryslân worden lopende gebiedsprocessen zoveel mogelijk voortgezet met de bestaande middelen, deels ook aangevuld met middelen uit de voor Fryslân medio 2024 nog beschikbaar gekomen MaatregelpakkeWen NPLG (totaal 180 miljoen euro).

Binnen Fryslân wordt in het landelijk gebied nog steeds ingezet op een gezamenlijke, integrale en gebiedsgerichte inzet, al zijn er ook vragen richHng het Rijk over de inzet van middelen en merken we dat Friese overheden vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid hier ook eigen accenten aanbrengen binnen de Friese samenwerking. Op provinciaal niveau vraagt een verdere aanpak in het landelijk gebied ook om een verdere afstemming op andere beleids- en visietrajecten. Zo wordt er gewerkt aan een nieuwe provinciale Omgevingsvisie (POVI) en is er sprake van een verdere inzet rond het visiedocument Fryslân Klimaatbestendig 2050+ zoals dat door provincie en WeWerskip Fryslân medio 2023 is vastgesteld. Wij willen als Súdwest-Fryslân op een passende manier parHciperen binnen de diverse processen en waar nodig zelf nieuwe uitgangspunten formuleren.

2.2.

Urgen9e

Planetaire grenzen Binnen het landelijk gebied zijn de afgelopen jaren binnen de NPLG (en FPLG)-aanpak de opgaven voor natuur, water en klimaat inzichtelijk gemaakt. Deze opgaven zijn in belangrijke mate terug te 10

voeren op de drasHsche overschrijding van de grenzen van een leerare planeet, met name op het vlak van (a) verstoring biochemische kringlopen (o.a. sHkstof), (b) waterschaarste, (c) ontbossing, (d) verlies biodiversiteit) en (e) klimaatopwarming (o.a. broeikasgassen). De punten a t/m e zijn, op basis van een doorvertaling naar naHonale doelen, onderdeel van de NPLG-aanpak. Hoewel ook andere onderdelen van invloed kunnen zijn. De onderdelen zijn in de bijgevoegde areelding vermeld. De zgn. “overshoot” op mondiaal en Europees niveau vraagt om een doorvertaling naar het naHonale, regionale/provinciale en lokale niveau.

A"eelding: “Overshoot” planetaire grenzen (Stockholm Resilience Center, September 2023)

De opgaven zijn op meerdere niveaus (van planetair tot lokaal) voelbaar, maar door een veelheid aan aspecten en de complexiteit ervan is het ook lasHg om je er op een lokaal niveau toe te verhouden. People, planet, profit Het kan helpen hier vanuit de drie onderdelen people (mensen), planet (planeet/milieu) en profit (opbrengst/winst, marktdenken) meer grip te krijgen op te maken keuzes. Wanneer bijv. het economisch perspecHef (profit) bij een vraagstuk prioriteit krijgt, heeF dit ook effecten voor de planet- en people-kant. Hoe kunnen we hier tot een goede balans komen, of onderdelen meer specifiek prioriteit geven? Op die manier kan de urgenHe vanuit het (vaak langere termijn) planetaire perspecHef worden afgezet tegen de (vaak kortere termijn) sociaaleconomische effecten. Op die manier kunnen ook alternaHeven in beeld komen.

2.3

Thema’s

Opgaven: onderling en in samenhang Hoewel het kabinet in september 2024 heeF besloten om niet door te gaan met het NaHonaal Programma Landelijk Gebied, blijven de te behalen doelen voor natuur, water en klimaat overeind. De eerdere NPLG-opzet blijF daarmee een goed aanknopingspunt om afzonderlijke doelen en de samenhang hiertussen in beeld te krijgen, mede op basis van de sociaaleconomische vitaliteit van gebieden en de posiHonering van de landbouw daarbinnen. 11

Urgente natuur- en biodiversiteitsopgaven • Nog te realiseren extra natuur • S0kstofcrisis: s0kstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) • Bossen- en bomenstrategie • Groenblauwe dooradering (ook in samenhang met wateropgaven) Urgente (zoet) wateropgaven • Te nat, te droog, extremer weer. Zeespiegels0jging (verzil0ng) • Schoon water Urgente klimaatopgaven (koolsto9ringloop) • Broeikasgassen: CO2, methaan, lachgas) • CO2 vastlegging in veen Toekomstbestendige landbouw • Vormen van natuurinclusieve, regenera0eve, klimaatadap0eve, klimaatneutrale landbouw • Mul0func0onele landbouw (o.a. recrea0e, zorg) • Aanpak mestproblema0ek • Energielandschap Sociaaleconomische vitaliteit van gebieden • Global goals/Brede welvaart • Elke regio telt

Aanvullende samenhang Er zijn vervolgens ook verdere verbanden te leggen. Het verschil in grondsoorten in Nederland (zie kaartje) geeF de mogelijkheid om bijv. tot een meer gebiedsgerichte aanpak te komen, ook op basis van eerdere ontwikkelfases die er hebben plaatsgevonden. Op basis van een gebiedsgerichte invulling van bijv. de inzet voor water en bodem kunnen bij de invulling van een groenblauwe dooradering van gebieden (bijv. extra waterberging, elzensingels), niet alleen natuurwaarden worden toegevoegd (bijv. weidevogelbeheer), maar is ook een bijdrage aan wateropgaven mogelijk. Beperking van ammoniakuitstoot (ten gunste van de natuur) kan ook minder uitstoot van broeikasgassen betekenen. Er wordt een stapeling van doelbereik mogelijk. Op het niveau van Fryslân is een verdere verfijning van deze verkenning op basis van de samenhang tussen de klei-, veen- en kleigronden mogelijk. O.a. de aanwezige hoogteverschillen en daaruit voortvloeiende aanvullende vraagstukken maken aanvullende analyses nodig. Zoals ook o.a. opgenomen in de visie Fryslân Klimaatbestendig 2050+ (vastgesteld door provincie en WeWerskip Fryslân; medio 2023).

12

2.4

Ruimtelijke puzzel/structurerende keuzes

De ruimte in Nederland is beperkt. Het behalen van doelen zal ook ruimtelijke consequenHes hebben. Er zijn keuzes nodig. Lagenbenadering De provincie Fryslân maakt bij de voorbereiding van de nieuwe omgevingsvisie als analyse-instrument gebruik van de zogenaamde lagenbenadering. Met drie lagen: 1. natuurlijke ondergrond, 2. netwerken van infrastructuur (zoals wegen, water, energie- en datainfrastructuur), en 3. de occupaHelaag (ruimtegebruik van menselijke acHviteit). Hierdoor is het mogelijk om op diverse niveaus tot een analyse te komen en tot meer integrale afweging van oplossingen. Aanvullende analysemogelijkheden zijn de Landschapsecologische systeemanalyse (LESA), de Landschapsbiografie en de Sociaal economische impactanalyse (SEIA), in samenhang met weWelijk verplichte instrumenten zoals de Milieueffectrapportage (MER). Water en bodem sturend? Het Rijk wil onder andere bij ruimtelijke keuze de impact van water en bodem meer laten meewegen. Al noemt het kabinet in het Regeerprogramma van september 2024 niet de eerder gebruikte term “water en bodem sturend” en is vanuit het kabinet in oktober deze aanpak genuanceerd. Het roept vragen over de doorwerking van vraagstukken rond water en bodem bij verdere planvorming. Onder andere de waterschappen hebben op dit punt om meer duidelijkheid gevraagd.

Bijvoorbeeld in samenhang met de te behalen doelen voor waterkwaliteit op basis van de Kaderrichtlijn Water (KRW), uiterlijk in 2027. Wanneer meer consequent vanuit de natuurlijke ondergrond en de impact voor water en bodem wordt gedacht, zal dit ook consequenHes hebben voor keuze rond in te richten netwerken voor infrastructuur (in brede zin) en de daaraan gekoppelde verdere ruimtelijke invulling van de leefomgeving. Hier ligt een verbinding met concepten zoals Brede Welvaart en PosiHeve gezondheid (incl. bijvoorbeeld aspecten rond voedsel etc). Welke maatregelen vragen extra ruimte? Vanuit de opgaven voor natuur, water en klimaat valt te denken aan: • Extra areaal natuur en agrarische natuur (natuurinclusieve landbouw) • Overgangsgebieden (in de nabijheid van natuurgebieden) • Groenblauwe dooradering (eerder werd in het NPLG 10% genoemd) • Peilopzet veenweide • Zorgvuldig omgaan met landbouwgrond en mogelijke heroriëntaHe op inrichHng boerenerven Maar ook: o Verhogen grondwaterpeilen hoge zandgronden o Meewegen volksgezondheid en dierenwelzijn Nota Ruimte en provinciale omgevingsvisie In 2025 wordt (naHonaal) gewerkt aan een ontwerp-Nota Ruimte (naar verwachHng beschikbaar voor de zomer van 2025). In Fryslân wordt gewerkt aan de provinciale omgevingsvisie (POVI). Ook binnen Súdwest-Fryslân wordt ingezet op een herijking van de gemeentelijke omgevingsvisie.

13

3. Hoofdopgaven Programma Landelijk Gebied Súdwest-Fryslân 3.1. Eerdere vereisten vanuit de NPLG-aanpak voor de provinciale aanpak

Vanuit de NPLG-aanpak zijn eerder vereisten voor de NPLG/FPLG-planvorming opgesteld. Het was de basis voor het ontwerp-Gebiedsprogramma FPLG (juli 2024). In oktober 2024 is de Voortgangsrapportage FPLG door Gedeputeerde Staten naar de minister gestuurd. Binnen de opzet van het Ús PLG sluiten we aan bij Friese inzet binnen de FPLG-aanpak. De NPLG-systemaHek was gestoeld op drie onderdelen: vormvereisten, inhoudelijke vereisten en de gebiedsgerichte aanpak. Hoewel het NPLG door het Rijk is geschrapt, biedt de eerdere structuur een goed inzicht in wat er bij de planopzet rond de te behalen doelen voor natuur, water en klimaat aan inzicht, stappen en keuzes relevant is. Vanuit de vormvereisten: •

• • • •

• • • • •

Uitwerking van doelen en structurerende keuzes. Realisa0e regionale doelen (natuur, water, klimaat) zoals eerder opgenomen in de Handreiking NPLG (met nadien ook aanvullende uitgangspunten). (NB Vanuit de landelijke koepels, IPO/UvW en VNG, zijn hier kanWekeningen geplaatst; commitment op alle doelen is niet op voorhand vanzelfsprekend. Samenhang. Doelen bereiken in samenhang Reikwijdte. Landelijk gebied beschouwen als contramal van het stedelijk gebied Indeling van het programma. Het op te stellen gebiedsprogramma bevat een algemeen deel, een gebiedsgericht deel dat gaat over financiën, risico’s en randvoorwaarden. Deelgebieden. Het provinciale gebiedsprogramma bevat een ruimtelijke verdeling in gebieden met een concrete uitwerking binnen die deelgebieden.

Schakel met besluitvorming. Benoemen concrete vervolgbesluitvorming om het gebiedsprogramma te kunnen realiseren (bijv. bestuursrechtelijk, privaatrechtelijk en feitelijke handelingen) Sociaaleconomische impactanalyse (SEIA) Monitoring. Beschikbaarstelling gegevens (voortgang, ParGcipaGe. Relevante gebiedspar0jen moeten deel kunnen nemen. Externe toetsing en ex-ante evaluaGe concept-gebiedsprogramma’s. O.a. toetsing Natuurdoelanalyses en maatregelpakkeWen, ook met betrokkenheid van de Ecologische Autoriteit en beoordeling door kennisinstellingen.

14

Vanuit de inhoudelijke vereisten: • • •

• • • • • • • • • • • •

Analyse feitelijke kenmerken water- en bodemsysteem en klimaatbestendigheid hiervan. Uitwerking Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (VHR)-opgaven Uitwerking klimaatopgaven. Meer specifiek: o de klimaatopgave landbouw en landgebruik (reduc0e Mton CO2-eq) o de methaanreduc0eopgave voor de veehouderij, inclusief mestaanwending in de akkerbouw o de opgave in het landgebruik, voor onderdelen landbouwbodems, veenweiden en bomen, bos en natuur. Uitwerking Bossenstrategie en afronding Natuurnetwerk Nederland (NNN) Strategie groenblauwe-dooradering Voldoen aan de Omgevingswet Uitwerking Kader Richtlijn Water (KRW)-opgave Analyses en maatregelen op orde brengen hydrologische condiGes Natura 2000-gebieden In beeld brengen kansen, uitdagingen en beperkingen handelingsperspecGef landbouw(bedrijven) Globale keuzes en maatregelen per deelgebied ruimtelijk inzichtelijk maken Uitwerking veenweidegebieden Uitwerking beekdalen Natuurdoelanalyses (in en rond sGkstofgevoelige Natura 2000-gebieden) Uitwerking overgangsgebieden (in en rond sGkstofgevoelige Natura 2000-gebieden Sociaaleconomische impactanalyses (SEIA)

Vanuit de gebiedsgerichte aanpak: • • • •

Welke rol en verantwoordelijkheid heeV elk van de overheden en partners? Verder uitwerking bestuursstructuur voor het regio- en Friese niveau Afstemming met buurprovincie Steunen iniGaGeven uit de samenleving (en binnen al lopende processen

Vanuit de inhoudelijke vereisten is hierbij ook al in meer of mindere mate voor provincies een te behalen resultaat aangegeven (vaak met een Hjdspad). Andere vereisten waren nog niet toegedeeld, of meer in algemene zin genoemd. In de loop van het proces is ook het belang van het in beeld brengen van een goede sociaaleconomische impactanalyse (SEIA) toegenomen. Uiteraard ook in samenhang met een te realiseren toekomstbestendige landbouwprakHjk met een voldoende verdienvermogen. De te realiseren inzet in Fryslân is in het ontwerp-Gebiedsprogramma beschreven. Met een geformuleerde financiële inzet om tot een goede aanpak te komen van € 5,2 miljard. Te realiseren binnen een Hjdspad van ‘nu’, ‘straks’ en ‘later’. Omdat de NPLG-aanpak wegvalt, maar de te behalen doelen voor natuur, water en klimaat onverminderd overeind blijven, is het de vraag hoe tot realisaHe kan worden gekomen? Wat is dan de impact op Fryslân? Waarbij we er vanuit moeten gaan dat realisaHe van de naHonale opgaaf hoe dan ook naar evenredigheid ook consequenHes zal hebben voor Fryslân. Hoe wordt hier een weg gevonden naar een nieuwe aanpak? Aanvullend is uiteraard van belang dat ontwikkelingen niet sHlstaan en ook andere planprocessen van invloed zullen zijn op het vervolg, zoals een nieuwe provinciale Omgevingsvisie en de al vastgestelde visie Klimaatbestendig Fryslân 2050+.

15

3.2. Doorvertaling provinciale doelen ‘natuur’, ‘water’ en ‘klimaat’ naar SúdwestFryslân Doorvertaling naar gebieden Hier is voor Súdwest-Fryslân een onderscheid te maken tussen veengebied en kleigebied. Voor onze gemeente meer specifiek veenweide en kleiweide, hoewel binnen het kleigebied, met name in de Lytse Bouhoeke ook akkerbouw plaatsvindt. Aanvullend is er betrokkenheid bij het Waddengebied en het IJsselmeergebied. De veen- en kleiweide hebben vanuit het eigen ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische perspecHef eigen karakterisHeken waarop ontwikkelingen kunnen voortbouwen of juist specifiek keuzes vragen. a. Veenweide (Feangreide) Binnen de Friese Veenweide zijn zowel de aanpak Veenweideprogramma Fryslân als de eerdere uitgangspunten vanuit de eerdere NPLG-aanpak van belang. Omdat de NPLG-doelen scherper (en breder) zijn geformuleerd dan het Friese veenweidedoelen, roept dit mede de vraag op of er een herijking van het Veenweideprogramma nodig is. Eerder was er ook binnen de aanpak Friese veenweide al in 2022 een herijking van het veenweideprogramma voorzien. Dit werd uitgesteld gelet op de NPLG/FPLG-aanpak, die toen aan de orde kwam. In 2024 is opnieuw de discussie over herijking actueel. LasHg is dat de NPLG-aanpak nu is geschrapt en er onduidelijkheid bestaat over het FPLGvervolg.

Wel is het gewenst om de aanpak rond Fryslân Klimaatbestendig 2050+ mee te nemen bij de herijking en ook nieuwe kennis vanuit de meetsystemaHek van SOMERS 2.0. Hierover vindt binnen het programma verdere afstemming plaats.

Binnen het veengebied speelt bodemdaling, maar dit leidt ook tot de uitstoot van CO2. Door peilen te verhogen kan de bodemdaling en de uitstoot van CO2 worden beperkt. Het vastleggen van CO2 in de veenbodem heeF een posiHef effect op te behalen klimaatdoelen. De Veenweideprogramma Fryslân is met name gericht op deze twee te behalen resultaten: tegengaan bodemdaling en vastleggen CO2 in de veenbodem, naast de doelen om te komen tot een toekomstbestendige landbouw en een waterrobuust systeem. Vanuit de NPLG-doelen ontstaat een aanvullende opgaaf met een meervoudig doelbereik: • Natuur: weidevogelherstel, reducHe sHkstofuitstoot, betere hydrologische condiHes N2000 • Klimaatdoelen: methaanuitstoot vee • Water: toename buffercapaciteit en verbetering waterkwaliteit in de polders • Meekoppelkansen: landschap, cultuurhistorie, recreaHe, brede welvaart Het leidt tot een aanpak waarbij de volgende punten kunnen worden opgepakt:

16

• • • • • • • •

Verna{ng conform Veenweideprogramma (waterpeil -40cm) Aanvullende verna{ng tot greppelplasdras (waterpeil -25cm) FuncHeverandering landbouw naar natuur (waterpeil -10cm) InrichHng robuust en klimaatbestendig watersysteem OpHmalisaHe weidevogelbiotoop Integraal gebiedsproces Geografische uitbreiding maatregelpakket naar andere delen van het veenweidegebied Funderingsaanpak

Vanuit het toegekende NPLG Maatregelpakket Veenweide (medio 2024) is hier voor Fryslân een kleine € 45 miljoen beschikbaar gekomen om maatregelen uit te voeren. Er is vooralsnog voorzien dat de aanpak vanuit de inzet Maatregelpakket Veenweide op de vier lopende gebiedsprocessen Aldeboarn-De Deelen, Idzegea, Hegewarren en Akkrumer Goedland. Er wordt nog bekeken hoe vanuit de totale inzet in Súdwest-Fryslân binnen gebied Idzegea stappen kunnen worden gezet. Hier speelt verder een rol hoe middelen aanvullend beschikbaar komen en hoe vanuit het Rijk een aanpak in de veenweidegebieden wordt ondersteund. Tot dusver is veenweide binnen de naHonale aanpak een prioritair vraagstuk. Ook binnen Fryslân is bijv. vanuit de visie Klimaatbestendig Fryslân 2050+ een aanpak binnen de veenweide een cruciaal onderdeel van een toekomsHg waterrobuust Fryslân. Uiteraard roept dit vragen op in relaHe tot de doorontwikkeling van de landbouwfuncHe, al dan niet in samenhang met het energievraagstuk en circulair bouwen, en meekoppelmogelijkheden voor: landschap, cultuurhistorie, recreaHe, brede welvaart. Binnen het Veenweideprogramma heeF Idzegea, met enkele andere gebieden, een specifieke posiHe als één van de lopende gebiedsprocessen. Idzegea heeF een eigen gebiedscommissie die in de periode t/m 2025 werkt aan een eigen gebiedsplan.

De hiervoor genoemde spanning tussen de diverse wel of niet mee te nemen doelen, in samenhang met de eventueel beschikbare financiële middelen, maakt de aanpak voor de commissie uitdagend. De gemeente is hierbij ook betrokken. Actueel speelt meer in algemene zin (en daarmee ook in de kleiweide) aanvullend de mestproblemaHek door het wegvallen van de derogaHe (stapsgewijs; met een volledige arouw in 2026). Het roept aanvullend de vraag op hoe mestaanwending, bodemkwaliteit van landbouwgronden en waterkwaliteit in samenhang beoordeeld kunnen worden en hoe dit van invloed is op de agrarische bedrijfsvoering. Zou hier bijvoorbeeld kunnen worden gewerkt met een gebiedsderogaHe, zo is een gedachte die in onderzoek is. b. Kleiweide Hoewel het kleigebied in Fryslân langs de Waddenkust een belangrijk akkerbouwgebied is, is in Súdwest-Fryslân het kleigebied met name in gebruik bij melkveehouderijbedrijven. Voor een kleiner deel vindt er in de Lytse Bouhoeke (tussen Zurich en Kimswerd) wel akkerbouw plaats. Ten opzichte van het veenweidegebied zijn vanuit de NPLG-doelen voor de kleiweide de doelen minder urgent, wat niet wegneemt dat op meerdere vlakken een aanpak wel degelijk van belang is, bijv. vanuit kansen op verdere verzilHng, verbetering bodemkwaliteit, de kwaliteiten als weidevogelgebied, etc.

17

Eerder werden binnen de Greidhoeke Plus samenwerking (gemeenten Waadhoeke, Leeuwarden en Súdwest-Fryslân, provincie en WeWerskip), aanvankelijk met als inzet om te komen tot een meer natuurinclusieve landbouw (gekoppeld aan de Regio Deal Natuurrinclusieve Landbouw NoordNederland), 12 acHelijnen beschreven: De twaalf acGelijnen van de Greidhoeke Plus-samenwerking: • Oppakken integrale gebiedsprocessen vanuit de gemeenschap • Versterken open landschap • Renderende landbouw zonder nadelige effecten voor de leefomgeving • Meer verbinding met een biodivers plaWeland • Verrijken bodemleven • Op0male benu`ng water • Versterken leefgebied weidevogels • Beter benuWen circulaire ketens • Bijdragen aan energie- en klimaatopgaven • S0muleren lokale voedselmarkt • Versterken toeris0sch-recrea0ef netwerk • Vergroten kennis en ruimte voor experimenten en nieuwe samenwerkingsvormen

Hoewel Greidhoeke Plus dus in eerste instanHe was gericht op een inzet op een meer natuurinclusieve landbouwprakHjk, geven de twaalf acHelijnen al aan dat er een breed scala aan acHes nodig zou zijn om te kunnen komen tot vervolgaanpak. Dit sloot vervolgens goed aan bij de aanpak die vanuit de NPLG-systemaHek aan de orde kwam. Op basis van de NPLG-doelen was daarmee een verdere inzet mogelijk, bijv. in relaHe tot de verzilHngsproblemaHek, peilbeheer (en de daaraan te koppelen kansen voor weidevogels), groenblauwe dooradering, waterkwaliteit (KRWdoelen) en samenhang in gebieden (natuur- en landbouwgebieden). Nieuwe ontwikkelingen na het schrappen van de NPLG-aanpak worden gevolgd om hier alsnog stappen te kunnen zeWen. Actueel speelt ook in het kleiweidegebied de mestproblemaHek door het wegvallen van de derogaHe. De eerdere toelichHng bij veenweide is ook hier van toepassing. c. Waddengebied en IJsselmeergebied Voor het Waddengebied en IJsselmeergebied liggen er inzake de NPLG-doelen specifieke aandachtspunten. Voor het IJsselmeergebied is de funcHe van het gebied als zoetwaterbuffer van groot belang voor de watervoorziening en de beschikbaarheid van water binnen Fryslân voor bijv. de landbouw van essenHeel belang. Naar verwachHng zal in de toekomst de beschikbaarheid afnemen. Ook is er zorg over de waterkwaliteit.

18

De Wadden heeF z’n eigen vraagstukken op het vlak van het samengaan van de belangrijke natuurfuncHe van het gebied en samenhang met de diverse andere funcHes in het gebied, bijv. de bereikbaarheid van de eilanden, visserij, gastvrijheidseconomie en acHviteiten in de havenplaatsen. In het kader van het Deltaprogramma lopen voor beide gebieden afzonderlijke trajecten om tot doelbereik te komen. Voor ontwikkelingen in het veen- en kleiweidegebied zullen deze ontwikkelingen op de achtergrond relevant zijn en moeten worden meegenomen. Omgevingsprogramma Klimaatadapta9e In 2021 is het Omgevingsprogramma klimaatadaptaHe Súdwest-Fryslân vastgesteld. Met het Omgevingsprogramma werkt Súdwest-Fryslân aan een gezonde leefomgeving waar het ook de komende eeuw, ondanks of dankzij klimaatverandering, pre{g en veilig wonen, werken en genieten is. Water en de effecten van klimaatverandering zijn voor zowel landelijk gebied als onze 89 kernen van belang. Zeker met de uitgangspunten van Water en Bodem gaat het voor het landelijke gebied om het vasthouden van (regen)water, ruimte voor water door bijvoorbeeld verbreden van watergangen of acceptaHe van water op land. Vooral in het veengebied is peilopzet van belang om veenoxidaHe en bodemdaling te voorkomen, tegendruk te bieden aan verdroging in de zandgronden en verzilHng vanuit de kleigebieden.

Schoon en voldoende water is van belang voor het landelijke gebied en daarom ook een onderdeel van Ús PLG. Hierin werken we samen met provincie en WeWerskip. Actuele ontwikkelingen Door het nieuwe kabinet Schoof is de NPLG-aanpak geschrapt. De eerdere doelen voor natuur, water en klimaat zijn nog wel onverminderd van toepassing. Het roept de vraag op hoe in de komende Hjd de landelijke doelen, bijv. ook anders dan eerder aangegeven, worden vertaald naar het provinciale niveau en vervolgens naar gebieden. Het kabinet geeF aan dat vakkennis en verantwoordelijkheid van boeren, tuinders en vissers centraal moeten komen te staan bij de vernieuwde aanpak. Waarbij het tegelijkerHjd belangrijk is om te werken aan de afgesproken doelen op bijvoorbeeld sHkstof, klimaat en waterkwaliteit. Minister Wiersma gaf in een Kamerbrief (21 oktober 2024) aan een aanpak te willen inrichten die in gestoeld op vier pijlers: 1. Boeren krijgen realisHsche, haalbare doelen op bedrijfsniveau en krijgen de ruimte om zelf invulling te geven aan deze doelen (doelsturing). 2. Het kabinet ondersteunt de boeren daarnaast bij het ontwikkelen en invoeren van innovaHes die doelbereik dichterbij brengen en het bedrijfsgericht sturen op doelen mogelijk maken. 3. Er komt een brede vrijwillige beëindigingsregeling. 4.

Specifieke opgaven worden gebieds- en uitvoeringsgericht opgepakt, waarbij agrarisch natuurbeheer een belangrijke rol speelt. In de laatste maanden van 2024 wil de minister hiervoor stapsgewijs de aanpak verduidelijken. Een eerste aanzet hiervoor, over bedrijfsgerichte doelsturing (zie hiervoor punt 1), is in een Kamerbrief van 21 oktober 2024 toegelicht. Overigens vraagt dit onderwerp op meerdere punten ook nog een aanvullende duiding. Ook actueel speelt hierbij de verdere duiding van de aanpak mestmarkt i.v.m. het wegvallen van de mestderogaHe. Ook hierover wordt eind 2024 een verdere duiding verwacht. Het gebeurt in samenhang met de planvorming rond de (naHonale) 8e Nitraatrichtlijn. Hierbij spelen ook de te behalen waterkwaliteitsvereisten op basis van de Kader Richtlijn Water (KRW) in 2027 een rol. Vanuit de Friese overheden wordt het vervolg met veel belangstelling tegemoet gezien. Nieuwe ontwikkelingen zullen binnen de Ús PLG aanpak en de uitvoeringsaanpak 2025 een vervolg krijgen.

19

3.3. Opgaven en inzet landbouw binnen Súdwest-Fryslân Samenhang met huidige bedrijvigheid Al langer is er een brede zorg over hoe de doelen rond natuur, water en klimaat zich verhouden tot een toekomstbestendige landbouwprakHjk en de daarmee samenhangende economische acHviteiten (bijv. de agrofoodsector en aanleverende bedrijven). De gemeente Súdwest-Fryslân is in Nederland één van de grotere gemeenten met veel landelijk gebied. Met veel landbouw, natuur en water. Er zijn een groot aantal agrarische bedrijven, met name binnen de melkveehouderij. Grofweg is 1/5 deel van de Nederlandse melkveehouderijbedrijven in Fryslân acHef. Daarvan is 1/5 deel acHef in Súdwest-Fryslân. Korte schets landbouw in Súdwest-Fryslân Agrarisch grondgebruik Oppervlakte cultuurgrond: 41.825 hectare, waarvan: • Grasland: 37.994 hectare, en; • Groenvoedergewassen: 2.338 hectare (Beide opgeteld circa. 40.400 hectare; circa 20% SWF van het totaal aan Friese gronden t.b.v. grasland en groenvoedergewassen). • Overige: o.a.

Akkerbouw (578 hectare) en Tuinbouw (347 hectare) Aantal agrarische bedrijven 741 agrarische bedrijven, waarvan; • 611 bedrijven rundvee, waarvan; o 517 melkveehouderij • 101 bedrijven geiten • 13 bedrijven varkens • 15 bedrijven kippen • 57 bedrijven akkerbouw, waarvan 19 bedrijven groenten en 28 bedrijven graan • 14 bedrijven tuinbouw, waarvan 11 bedrijven tuinbouw open grond en 3 bedrijven tuinbouw onder glas (glasgroenten) (NB Gelet op gecombineerde bedrijven telt het aantal per onderdeel niet automa0sch op tot het totale aantal). Aantal stuks vee • 108.034 stuks rundvee, waarvan; o 65.550 stuks melk- en kalkoeien • 601.774 stuks kippen • 5.948 stuks varkens • 5.591 stuks geiten (NB. Ontwikkeling t.o.v. 2015: het aantal stuk rundvee bleef de afgelopen jaren grotendeels stabiel. Het aantal melk- en kalkoeien nam toe met 18% (maar is vanaf 2020 gestabiliseerd). Het aantal varkens nam af met 33%. Het aantal stuks kippen nam af met 44%. Het aantal stuks geiten nam toe met 140% (maar is vanaf 2020 gestabiliseerd).

In Fryslân wordt kan een belangrijk deel van de melkveehouderijbedrijven nog als grondgebonden aangemerkt. Het geeF de verhouding aan tussen het aantal stuks vee (uitgedrukt in grootveeeenheid; waarbij 1 koe 1 gve is) en het aantal hectares bedrijfsgrond. De mate van grondgebondenheid is bijv. relevant voor de mestplaatsing. Wel zien we een gestage trend dat het aantal gve per hectare toeneemt; het heersende economisch model rond de landbouw werkt dit ook in de hand. We zien hierdoor ook stapsgewijs bij melkveehouderijbedrijven een opschaling van het aantal stuks vee per bedrijf. Er zijn veel bedrijven die nog aan weidegang doen; deels komt dit ook doordat dit een vergoeding oplevert (een plus op de melkprijs).

20

In samenhang met de omvang van de (primaire) landbouwbedrijvigheid speelt het belang van de agrofoodcluster voor Súdwest-Fryslân en Fryslân. Met bijv. bedrijven als FrieslandCampina en Hochwald in resp. Workum en Bolsward, maar de impact is veel breder dan dat. Naast de primaire landbouwsector, de toe- en afleveringsindustrie en aanverwante bedrijven die van de sector a|ankelijk zijn, zoals stalinrichters, installaHebedrijven en verpakkingsbedrijven. Naar verwachHng zal, zoals ook eerder in het Ontwerp-Gebiedsprogramma FPLG werd beredeneerd, de impact van te behalen doelen voornamelijk in de primaire sector merkbaar zijn en doorsijpelen naar de rest van de cluster. De agrofoodcluster in Fryslân is goed voor 20% van het Fries bruto regionaal product en voor 17% van de werkgelegenheid. Samenhang met veranderpaden landbouw Voor landbouwbedrijven worden in Fryslân op hoofdlijnen vijf veranderpaden gezien: 1. HoogproducHeve landbouw (gericht op volume) binnen vernieuwde randvoorwaarden (bijv. t.a.v. bestrijdingsmiddelen); 2. Meerwaardige landbouw (gericht op kwaliteit, bijv. biologisch of natuurinclusief); 3. Blauwgroene diensten (gericht op alternaHeve teelten en landbouwproducten); 4. Verbreden (gericht op niet-landbouwgerelateerde producten als zorg en recreaHe) 5.

Arouwen Waarbij hoogproducHeve landbouw (punt 1) in verband kan worden gebracht met “hightech gesloten systemen”, met een inzet op een gecontroleerde omgeving, met o.a. sturing op minimaliseren van emissies. Terwijl meerwaardige landbouw (punt 2) in verband kan worden gebracht met “hightech open systemen” met het toepassen van state-of-the-art technieken en kringloopprincipes. De indeling in veranderpaden maakt het mogelijk om meer specifiek per pad te kijken wat veranderingen kunnen gaan inhouden. Het biedt bijv. in samenhang met de paden 2 en 3 mogelijkheden om een aanpak van korte keten te komen. Het is de vraag of voor de vijf veranderpaden alHjd een voldoende gelijk speelveld wordt gecreëerd in relaHe tot bestaande en nieuwe belangen. Beleidskaders vanuit het Rijk en provinciaal zijn hierop van invloed. Actuele ontwikkelingen Zoals al bij paragraaf 3.2 ”Doorvertaling provinciale doelen ‘natuur’, ‘water’ en ‘klimaat’ naar Súdwest-Fryslân” is toegelicht, wil het nieuwe kabinet Schoof dat vakkennis en verantwoordelijkheid van boeren, tuinders en vissers centraal moeten komen te staan bij de vernieuwde aanpak. De wijze waarop dit plaatsvindt en de manier waarop dit inwerkt op de ontwikkeling van bedrijven, gebiedsprocessen en de wijze waarop hierdoor veranderingen gestalte krijgen, zal verder moeten blijken.

De provincie Fryslân werkt aan een eigen Beleidsbrief Landbouw, die circa begin 2025 in Provinciale Staten zal worden behandeld.

3.4. Sociaaleconomische impact

De diverse opgaven in het landelijk gebied zullen in meer of mindere mate impact hebben op het sociaaleconomische perspecHef in gebieden. Het biedt ook mogelijkheden om eventuele nieuwe ontwikkelingen mee te koppelen en in verband te brengen met aspecten van Brede Welvaart. Ook in breder perspecHef zijn dan vraagstukken rond voedselzekerheid, gezondheid en dierenwelzijn bij de planvorming te betrekken. Onzekerheid over de wijze van doorvertaling van te behalen doelen naar het provinciale en gebiedsgerichte niveau maken het op dit moment lasHg om de impact voor het sociaaleconomische perspecHef goed ‘door te rekenen’. Zodra het Rijk meer inzicht geeF over de vervolgaanpak kan ook op de meer regionale en lokale schaalniveaus een beter beeld ontstaan. Ook mogelijkheden voor de

21

financierbaarheid van projecten zal van invloed. Niet alleen voor de individuele ondernemer. Het zal ook doorwerken in keuzevraagstukken.

22

4. Rol en verantwoordelijkheid gemeente 4.1. Meer grip op rol en verantwoordelijkheid

Naast zicht op de primaire verantwoordelijkheid voor het eigen grondgebied en de invulling van de rol als ‘eerste overheid’ heeF de gemeente ook meerdere weWelijke taken. Per onderdeel kan de gemeente daarbij meerdere rollen oppakken, zoals aangegeven op het rechter plaatje. Zie de areelding hieronder.

De rol die Súdwest-Fryslân in het landelijk gebied extra kan pakken valt als volgt in te vullen: 1. Súdwest-Fryslân zoekt haar rol binnen de interbestuurlijke samenwerking binnen het turbulente speelveld van het FPLG en de ruimtelijke puzzel. Waar nodig en mogelijk nemen we onze verantwoordelijkheid of sHmuleren we een aanpak en samenwerking. 2. Súdwest-Fryslân formuleert een ambiHe voor het landelijk gebied, waar we aan willen werken. We willen een bijdrage leveren aan de te behalen doelen in het landelijk gebied. 3. Súdwest-Fryslân wil haar rol pakken vanuit een verantwoordelijkheid voor haar inwoners en ondernemers. Door met betrokkenen, gebiedspartners en overheden mee te werken aan de ambiHe. Door aan de slag gaan. Door energie te steken in de koplopers: coaliHon of the willing.

4.2. Experimenteergebied

Vanuit een extra inzet kan een ambiHe als experimenteergebied vorm krijgen. Hier kan public affairs en een lobbyaanpak betekenis krijgen. De gemeente kan zelf geen grote financiële bijdragen leveren, maar we kunnen ons als gemeente wel proacHef bezighouden met financiële kansen vanuit de EU, het Rijk of de provincie. Er is een proacHeve rol van de gemeente nodig om Hjdig te kunnen anHciperen op mogelijkheden die zich daarin voordoen. Het geeF ons de mogelijkheid om inhoudelijke partners, bijvoorbeeld via projecten, aan ons te binden en daarmee oplossingen mogelijk te maken in onze gemeente, ook op het gebied van bijvoorbeeld verbeterd beleid of vergunningverlening. De ambiHe om een experimenteer gemeente te willen zijn voor vraagstukken in het landelijk gebied helpt daarbij. Naast financiële kansen biedt Europese samenwerking ook kansen op het gebied van kennisdeling. Zoals bijv. gebeurt binnen het LIFE IP-project KlimaatadaptaHe, waarbij Súdwest-Fryslân samenwerkt met 23 andere landelijke partners. Een voorbeeld van een proacHeve inzet bij nieuwe ontwikkelingen die van buiten op ons af komen.

23

5. Strategie: ambi3e, visie en leidende principes Hoe kan Súdwest-Fryslân extra stappen zeHen? Omdat er nog veel onzeker is, kiezen we voor een methode ‘al doende leren’. We kunnen hiermee snel beslissingen nemen en deze evalueren om zo de veranderingen in het landelijk gebied gestalte te geven. Met de aanpak kunnen zowel op strategisch als op uitvoerend niveau stappen worden gemaakt. Ontwikkelingen, die bijdragen aan de gewenste toekomst, kunnen doorgaan. Deze methode heet de ABCD-methode. Stap A: Visie Stap B: De huidige situaHe Stap C: InnovaHeve ideeën en iniHaHeven Stap D: Leidende principes

Binnen de aanpak wil je bij stap D innovaHeve ideeën en iniHaHeven (stap C) prioriteren. Je beoordeelt dan of een aangegeven idee een stap in de goede richHng is: of het iniHaHef past binnen de vooraf vastgestelde kaders, de leidende principes (stap D), die ons leiden naar de gewenste toekomst (stap A). Deze leidende principes gelden als leidraad Hjdens het gehele proces. Het kader/perspecHef (stap A) en de leidende principes (stap D) werken als filter voor de bedachte oplossingen (stap C). Je spiegelt je ideeën aan de huidige situaHe (stap B). In de volgende paragrafen wordt de ABCD methode toegepast (5.1. t/m 5.4): • AmbiHe en visie (stap A) • Probleemanalyse (stap B) • Kansenanalyse: aan de slag (stap C) • Leidende principes/kaders (stap D) Met aanvullend een duiding van de arakening van het programma (5.5) en de aanpak om te komen tot een jaarlijkse uitvoeringsagenda (5.6).

5.1. Ambi9e en visie (stap A) Ambi9e voor het landelijk gebied Vanuit de hoofdstukken 2 t/m 4 (‘Context en urgenHe’, ‘Hoofdopgaven Programma Landelijk Gebied Súdwest-Fryslân’ en ‘Rol en verantwoordelijkheid gemeente’ ontstaat het belang om ambiHe te tonen. Met een inzet om acHef een bijdrage te leveren rond de te behalen doelen. Hierna ook toegelicht met o.a. verwijzingen naar de ‘people’, ‘planet’ en ‘profit’-vraagstukken, zoals toegelicht in Hoofstuk 2. Voor het landelijk gebied komen we dan tot de volgende ambiHe:

24

Ambi%e

•

Voortvarend en acHef toewerken naar een transiHe van het landelijk gebied met een volhoudbaar funcHegebruik, met sociaaleconomisch perspecHef en binnen planetaire grenzen.

De veranderingen in het landelijk gebied willen we versnellen door acHef een bijdrage te leveren aan het behalen van landelijke doelen voor natuur, water en klimaat (de ‘planet’-opgaven), met voldoende inzet rond sociaaleconomische vitaliteit van gebieden en de bijzondere rol van het agrarische-belang binnen de aanpak (gekoppeld aan de ‘people’- en ‘profit’-opgaven). Onder volhoudbaar funcHegebruik wordt verstaan dat funcHes in het landelijk gebied, zoals landbouw en toerisme, voldoende toekomstbestendig moeten zijn en moeten passen binnen de planetaire grenzen (de ‘planet’-opgaaf). Wanneer dit betekent dat hierdoor verdienmodellen onder druk komen te staan en daarmee ook consequenHes heeF voor het sociaaleconomisch perspecHef van het gebied, moet tot een aanpak rond de ‘people’- en ‘profit’-opgaven worden gekomen. Ondernemers en bewoners in het gebied moeten soms krijgen om mee te kunnen in de transiHe. Zo nodig met ondersteuning van de overheid. Onder sociaaleconomisch perspecHef verstaan we naast de hiervoor aangegeven samenhang met de ‘profit’-kant ook een bredere inzet op sociaaleconomische vitaliteit van het gebied, waar bewoners kunnen profiteren van een voldoende Brede Welvaartniveau met toekomstperspecHef: de ‘people’kant. Visie voor het landelijk gebied

Visie

• •

•

5.2.

Súdwest-Fryslân streeF ernaar te werken aan een toekomstbestendig landelijk gebied met sociaaleconomisch perspecHef binnen planetaire grenzen. Een toekomstbestendig landelijk gebied wordt bereikt door veranderingen, die posiHef uitwerken op de doelen voor natuur, water en klimaat. Een voldoende sociaaleconomisch perspecHef voor alle betrokkenen zal hierbij vaak een belangrijke randvoorwaarde zijn. In het landelijk gebied spelen hierbij landbouw, natuur en gastvrijheidseconomie een prominente rol, maar er zijn ook andere funcHes zoals wonen, bedrijvigheid en energie. Súdwest-Fryslân zal haar rol proacHef pakken en samen met de betrokkenen, die hieraan mee willen werken, aan de slag gaan, ook als vastgestelde regels daarvoor aangepast moeten worden. Súdwest-Fryslân gelooF erin dat deze veranderingen mogelijk zijn. Belangrijk is dat we komen tot een gezamenlijk inspirerend toekomstbeeld (dit kan per gebied of thema) en dat we kleine haalbare stappen in de goede richHng zeWen, waarbij we voortdurend bijsturen en leren.

Probleemanalyse (stap B)

Waar lopen we tegenaan? Na het formuleren van stap A (AmbiHe en visie) is het van belang te kijken naar de huidige situaHe. We zien dan een aantal vraagstukken: d. Niet alles kan overal e. Meer ruimte voor ‘planet’-opgaaf vraagt bijdragen van ‘people’ en ‘profit’ 25

f. Veel onzekerheden a. Niet alles kan overal Het behalen van de noodzakelijke doelen kost ruimte: zoals meer ruimte voor natuur en agrarische natuur, overgangsgebieden, groenblauwe dooradering en peilopzet veenweide. Deze ruimteclaims vragen om het maken van ruimtelijke keuzes. Niet alles kan overal. Doelen realiseren via gebiedsprocessen dwingt tot keuzes! Er kan ook worden gekeken naar meervoudig ruimtegebruik. Binnen een gebiedsproces kan dit bijv. leiden tot flinke veranderingen, zoals in de areelding indicaHef is aangegeven:

b. Meer ruimte voor ‘planet’-opgaaf vraagt bijdragen van ‘people’ en ‘profit’ Om te komen tot ruimtelijke keuzes in het belang van de ‘planet’-opgaaf, zal er een beroep moeten worden gedaan op de onderdelen ‘people’ en ‘profit’. Tegen de achtergrond van onze ambiHe: “Voortvarend en acHef toewerken naar een transiHe van het landelijk gebied met een volhoudbaar func;egebruik en met sociaaleconomisch perspec;ef en binnen planetaire grenzen”. Dit kan bijv. gaan betekenen dat we een sociaaleconomisch perspecHef bereiken via andere verdienmodellen, zonder dat ondernemers in het gebied, zoals de boer, financieel hoeven in te leveren. Of wanneer de consument bereid is meer te betalen voor een duurzaam en gezond product. Hier is uiteraard soms zorg over het realisme van bepaalde aannames. Waar nodig vraagt dit ook een verdere toetsing, onderzoek, etc. Door ‘planet’ en ‘profit’ meer in elkaars verlengde te zien ontstaat een synergie, waarbij naast economische voordeel ook maatschappelijke voordeel ontstaat. Zoals ook wel eerder bepleit zou de 26

term ‘profit’ daarbij kunnen verschuiven naar ‘prosperity’’ (welvaart). Gezonde voeding is bijv. een voorbeeld van maatschappelijke winst. In discussie is hoe boeren die bijdragen aan maatschappelijke winst, daarvoor ook (meer) betaald zouden moeten worden. Bijv. door meetbare doelen te benoemen, op basis van KriHsche PrestaHe indicatoren (KPI's). Als we meer prioriteit geven aan de ‘planet’-opgaaf en maatschappelijke winst, moet de maatschappij daar mogelijk ook meer voor over hebben in financiële zin. Denk hierbij ook aan de mogelijke invloed van groothandel en grote supermarktbedrijven. Met o.a. de invloed van prijs en beschikbaarheid van producten op de bereidheid van de consument om nieuwe keuzes te maken. c. Veel onzekerheden Voor het behalen van de doelen voor de ‘planet’-opgaven natuur, water en klimaat is verandering nodig. Dit vraagstuk is omgeven met veel complexiteit: • Sociaaleconomische kansen. LasHg hierin is bijv. de zoektocht naar samenwerking binnen de agrofoodketen, met een evenredige verdeling van (extra) kosten over de keten. Waarbij het bijv. niet lukte om in 2023 tot een landbouwakkoord te komen. Ook recente ontwikkelingen rond het schrappen van het NPLG en onduidelijkheid over een vervolg van een FPLG-aanpak binnen de provincie bevorderen niet een consistente aanpak waar ondernemers en bewoners op kunnen bouwen. • Langere termijn/kortere termijn.

Er bestaat veel verschil van inzicht over de benodigde inzet voor de langere termijn, afgezet tegen een aanpak op korte termijn. Hoe kan hier bijv. worden gewerkt met ‘no regret’ of ‘low regret’-maatregelen. Hoe kunnen we voorkomen dat nu gedane investeringen op een later moment veranderingen tegenwerken?

5.3.

Kansenanalyse: aan de slag (stap C)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14874079/1