Bijlage 1 - Ruimtelijke Strategie Sneek 2050
Tekst van het document
Ruimtelijke Strategie Sneek 2050 Brede welvaart in de gezonde waterstad Sneek
Ruimtelijke Strategie Sneek 2050 ‘Brede welvaart in de gezonde waterstad Sneek’ (Onderdeel van de omgevingsvisie gemeente Súdwest-Fryslân) December 2025 Tekst en illustraties: gemeente Súdwest-Fryslân en KuiperCompagnons.
LAOS
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................................... 3 8.1 Inleiding ................................................................................................................................................................. 4 8.2 De kracht van Sneek ............................................................................................................................................ 5 8.2.1 Inleiding: Sneek in de bestaande situatie ................................................................................................... 5 8.2.2 Sneek in historisch perspectief .................................................................................................................... 5 8.2.3 Sneek in regionaal perspectief ..................................................................................................................... 8 8.2.4 Identiteit en kernkwaliteiten van Sneek .................................................................................................. 10 8.2.5 Opgaven voor de toekomst ........................................................................................................................
11 8.3 Visie op de toekomst van Sneek ....................................................................................................................... 18 8.3.1 Basis van de visie: brede welvaart ............................................................................................................. 18 8.3.2 Drie kernambities ........................................................................................................................................ 19 8.4 Integrale omgevingsvisiekaart Sneek ............................................................................................................... 37 8.5 Van ruimtelijke strategie naar uitvoering ......................................................................................................... 39 8.5.1 Sleutelgebieden, herstructureringsgebieden en thema's ........................................................................ 39 8.5.2 Gebiedsgovernance .................................................................................................................................... 41 Bijlage 3: Bronnenoverzicht & definities ................................................................................................................ 43 Woordenlijst bij hoofdstuk 8 (Ruimtelijke Strategie Sneek) ...........................................................................
43 Bijlage 5: Kaartenatlas bij de Ruimtelijke Strategie Sneek (separaat) ................................................................ 44 Bijlage 6: Aanbevelingen voor de Ruimtelijke Strategie Sneek (separaat) ......................................................... 45
Let op: deze ‘Ruimtelijke Strategie Sneek 2050’ is een onderdeel van de omgevingsvisie van de gemeente Súdwest-Fryslân. Voor de leesbaarheid is van dit onderdeel een apart document gemaakt, met een eigen inhoudsopgave. In werkelijkheid vormt dit document hoofdstuk 8 binnen de gemeentelijke omgevingsvisie.
3
8.1 Inleiding Aanleiding: positionering Sneek binnen het Fries Stedelijk Netwerk
In Fryslân gaan de vier Friese steden – Heerenveen, Leeuwarden, Drachten en Sneek – binnen een Fries Stedelijk Netwerk zich met meer nadruk positioneren als samenhangende stedelijke regio. Dit hangt samen met nieuwe ruimtelijke kaders waar het Rijk (Nota Ruimte) en de provincie Fryslân (provinciale omgevingsvisie) aan werken. De verstedelijkingspropositie Fries Stedelijk Netwerk (april 2025) geldt hiervoor als wenkend perspectief. Met een ‘Ruimtelijke Strategie’ willen we in dit licht Sneek specifieker positioneren. De samenhang met het omliggende gebied en de wisselwerking tussen stad en platteland is hierbij van groot belang. Gelet op grote (boven-)regionale opgaven rond onder meer wonen, (circulaire) economie, voorzieningen, mobiliteit, klimaatverandering en de energietransitie zoekt deze strategie nadrukkelijk naar een stevige positionering van Sneek. Dit is van belang voor Sneek én voor de regio. Op die manier kunnen het omliggende gebied en de gemeente Súdwest-Fryslân als geheel hiervan meeprofiteren en kunnen ontwikkelingen worden aangejaagd.
Omgevingsvisie 1.0 en een ruimtelijke strategie voor Sneek
In 2021 stelden we onze Omgevingsvisie 1.0 vast voor het gehele gemeentelijke grondgebied. In hoofdstuk 7 van deze omgevingsvisie hebben we een eerste uitwerking voor de verschillende deelgebieden van SúdwestFryslân opgenomen, waaronder Sneek. De ‘IDeekaarten’ bevatten beknopt de belangrijkste aandachtspunten en ruimtelijke uitwerking daarvan voor het deelgebied. Omdat deze uitwerking nog op hoofdlijnen is, en gelet op alle ontwikkelingen die in Sneek samenkomen, is er een urgente behoefte aan een integrale gebiedsgerichte visie op de toekomst van Sneek op de lange termijn (2050). Deze ‘Ruimtelijke Strategie Sneek’ hebben we daarom nader uitgewerkt als apart hoofdstuk van de omgevingsvisie. Hoofddoel van deze ruimtelijke strategie voor Sneek is om, voortbouwend op onze ambities voor SúdwestFryslân, bij te dragen aan de brede welvaart in Sneek en daarmee de hele gemeente en regio. De ruimtelijke strategie zet allereerst een verleidelijke ‘stip op de horizon’; ons toekomstbeeld voor Sneek in 2050. De bestaande kwaliteiten van Sneek en de ontwikkelingen en opgaven die op de stad afkomen vormen daarvoor de basis. Vervolgens beschrijven we de keuzes die we vandaag moeten maken om daar te komen. Op die manier geeft de strategie richting aan ruimtelijke ontwikkelingen in Sneek. Daarmee gaan we samen aan de slag.
Enerzijds benoemen we maatregelen die we als gemeente zelf kunnen of moeten nemen. Anderzijds dient de ruimtelijke strategie als inspiratie- en afwegingskader voor initiatieven van andere partijen die aan onze doelen kunnen bijdragen. Ruimtelijke keuzes worden verbeeld op een integrale omgevingsvisiekaart.
Leeswijzer
Dit hoofdstuk van de omgevingsvisie bevat een ruimtelijke strategie voor Sneek, als nadere uitwerking van de vorige hoofdstukken. Die begint in de volgende paragraaf met een analyse: hoe moeten we Sneek zien in historisch en regionaal perspectief, wat zijn de identiteit en kernkwaliteiten van Sneek en welke opgaven zien we richting de toekomst? Onze visie op de toekomst van Sneek zetten we uiteen in paragraaf 8.3: we beschrijven de basis van onze visie en werken die nader uit in (drie) kernambities en (zes) speerpunten. Onze ambities komen in paragraaf 8.4 samen in een integrale omgevingsvisiekaart voor Sneek. De laatste paragraaf gaat in op de uitvoering van de ruimtelijke strategie. De bijlagen bevatten nadere achtergrondinformatie bij dit hoofdstuk, waaronder een kaartenatlas (inventarisatie en analyse, bijlage 5), op basis daarvan aanbevelingen die hebben gediend als input voor deze visie voor Sneek (bijlage 6), en een woordenlijst (bijlage 7).
4
8.2 De kracht van Sneek 8.2.1 Inleiding: Sneek in de bestaande situatie Als eerste stap, om te komen tot een visie op de toekomst, hebben we geanalyseerd hoe Sneek er op dit moment voor staat. Dat is ons vertrekpunt. Met behulp van een lagenbenadering (mede met het oog op ‘water en bodem sturend’) en daaraan gekoppelde systeemanalyse hebben we allereerst de bestaande situatie van Sneek in kaart gebracht. Dat houdt in dat we uitgaan van drie lagen: ondergrond, netwerken en occupatie (landgebruik) (zie afbeelding 8.1). De eerste laag bestaat uit de ondergrond, het watersysteem en het biotisch systeem. De volgende laag bevat netwerken van bedrijven, voorzieningen, winkels, weg-, spoor- en energieinfrastructuur. De derde laag bevat menselijke activiteiten zoals wonen, recreëren en sociale samenhang. Op die manier hebben we in beeld en tekst de ruimtelijke kenmerken en systemen inzichtelijk gemaakt, nader uitgewerkt voor verschillende thema’s. De resultaten hiervan staan in een aparte ‘kaartenatlas’ (zie bijlage 5).
Afbeelding 8.1: Lagenbenadering.
Op basis van deze informatie plaatsen we in deze paragraaf eerst Sneek in historisch (8.2.2) en geografisch (regionaal) (8.2.3) perspectief. Vervolgens identificeren we de identiteit en kernkwaliteiten van Sneek, die de stad onderscheiden en die we in ieder geval willen behouden (8.2.4). Tot slot volgen uit onze analyses per laag een aantal aandachtspunten waar we richting de toekomst rekening mee moeten houden (8.2.5). Dit zijn belangrijke bouwstenen voor onze visie op de toekomst. Op basis daarvan hebben we, vooruitlopend op deze visie zelf, aanbevelingen voor de visie geformuleerd. Die hebben we uitgewerkt in drie ‘perspectieven’, die overeenkomen met de drie lagen (zie bijlage 6). Deze aanbevelingen vormen belangrijke input voor de visie. Dat betekent dat veel elementen hieruit in de visie terugkomen; tegelijk hebben we sindsdien op bepaalde onderdelen ook zaken aangescherpt of nadere keuzes gemaakt.
8.2.2 Sneek in historisch perspectief Water en bodem sturend
De geschiedenis van Sneek begint aan het eind van de 9e eeuw, toen op de hoger gelegen gronden langs de veenrivier de Geeuw (voorheen de Ges) een nederzetting ontstond. In de 10e eeuw begon men vanuit het ten noordoosten van Sneek gelegen Goënga met de ontginning van het uitgestrekte laagveengebied richting de huidige Snitser Mar. Dit gebeurde met het doel de landbouw uit te breiden, turf te winnen als brandstof en — in later eeuwen — zout (via moernering) uit verzilt veen te extraheren. Deze ontginningen leidden tot een maaivelddaling van wel drie meter. In combinatie met herhaalde stormvloeden vanaf de 12e eeuw werd het veen steeds kwetsbaarder en ontstonden wateren zoals de Snitser Mar, de Goëngarijpsterpoelen en de Zoutepoel. De landschappelijke transformatie had ook sociaaleconomische betekenis: turf en zout vonden aftrek in Sneek en omliggende kloosters, wat leidde tot een periode van economische bloei. Rond het jaar 1000 werd er op een verhoogd terrein een houten kerk gebouwd — de voorloper van de huidige Martinikerk. In de 13e eeuw werden diverse watergangen met elkaar verbonden, waardoor Sneek (toen nog ‘Ter Snake’) op een doorgaande vaarroute tussen Stavoren, Bolsward, IJlst, Leeuwarden en Dokkum kwam te liggen.
Als gevolg van de voortschrijdende ontginning en het toegenomen overstromingsgevaar werden vanaf circa 1200 hemdijken aangelegd; één daarvan, die bebouwd en bewoond raakte, zou uitgroeien tot een kern van de
5
latere stad. Deze dijk volgde het tracé van de huidige Oosterdijk, Wijde Burgstraat, Nauwe Burgstraat, Peperstraat, Marktstraat, Nauwe Noorderhorne en Wijde Noorderhorne.
Bestuurs- en waterkwartier Sneek
Dankzij de gunstige ligging op de overgang van veen naar klei en de handelsgeest ontwikkelde de nederzetting zich vanaf de 15e eeuw tot een stenen handelsstad op een kruispunt van waterwegen, beroemd om zijn zuivelen vooral boterhandel. De stad was verdeeld in een hoger gelegen bestuurs- en cultuurkwartier, waar ook de zorg was gepositioneerd, en een lager gelegen handels- en waterkwartier (afbeelding 8.2). De stad werd omringd door een grachtengordel en stelsel van aarden wallen en was medio 16 e eeuw geheel ommuurd. De waterpoorten vormden de entrees vanuit de verschillende richtingen, waarvan de huidige Waterpoort als enige nog resteert. De stadsmuren en het grootste deel van de bolwerken werden in de 18 e eeuw weer afgebroken. De grachten bleven gespaard en werden verdiept. Er werden groene stadswallen met Iepen aangelegd die de overgang naar het landschap gingen vormen (zie afbeelding 8.3).
Afbeelding 8.2: Links: eerste ontwikkelingsstap met houten nederzetting op terpen en dijken op de overgang van veen naar klei | Midden: bestuur, cultuur en zorg op hogere gronden (roze), water- en handelskwartier op lagere gronden (geel en bruin) | Rechts: vanaf 15e eeuw transitie naar stenen handelsstad op kruispunt van waterwegen (bronnen: Paleografiche kaarten Friesland, bewerking kaart Eekhoff, 1849– 1859, kaart Blaeu, 1652).
Afbeelding 8.3: Vanaf 1752 werden stadsmuren afgebroken, grachten verdiept en groene stadswallen aangelegd (inzet: groene stadswallen anno nu).
Stap over de grachten en bouw station buiten de stad
Omstreeks 1850 bestond de bebouwing buiten de grachtengordel voor een groot deel uit bedrijfsbebouwing langs de vaarten, waaronder diverse industriemolens. Ook was bebouwing aanwezig langs de Lemmer(straat)weg en langs de buitenzijde van de grachtengordel aan de west- en oostzijde van de stad. Tussen 1870 en 1920 ontstond met de oprichting van woningbouwverenigingen geleidelijk een gordel van arbeidersbuurtjes rond de oude stad. Deze woningen vervingen de krotten aan de vele stegen en sloppen in de binnenstad. De aanleg van het spoor en de bouw van het station aan het begin van de jaren 1880 leidde tot verdere uitbreidingen aan de noordzijde van de stad. In de omgeving van het station verrezen vooral woningen voor meer welgestelden. Pas in de jaren 30 van de 20e eeuw werden de laatste open terreinen ingevuld.
6
Eerste structuurplan voor Tuinstad Sneek in 1925
Het door de gemeentearchitect J. de Kok opgestelde idealistische uitbreidingsplan van 1925 1 bepaalde in grote lijnen de aard van de verdere uitbreidingen. Het plan was sterk beïnvloed door het gedachtengoed van de ‘garden city’ (‘tuinstad’). Na de Tweede Wereldoorlog werd het geheel herzien door meer rationele structuurplannen, ingegeven door de grote woningbehoefte in die periode. De stad werd verder uitgebreid met verschillende grote nieuwbouwwijken, vooral ten noorden en zuid(oost)en van de stad aansluitend op de bestaande bebouwing. Deze wederopbouwwijken zijn nu veelal gebieden die aandacht vragen, omdat de woningvoorraad en openbare ruimte verouderd zijn. Waar lange tijd voor de groei van de stad in structuurplannen het model van de compacte stad is gevolgd, is dit in recente jaren verschoven richting een lobbenstad met groene wiggen. Met de laatste uitbreidingen is de stad uitgegroeid tot ruim 34.000 inwoners.
Uitgangspunten voor de toekomst vanuit het verleden
Het verhaal van de ontwikkeling van Sneek is af te lezen aan de ruimtelijke patronen en architectuur van de stad. Zo zijn water en bodem door de eeuwen heen sturend geweest in de ontwikkeling van de stad – de ligging aan het water en op de grens van stevige kleigronden en slappe veengronden. De ontwikkeling tot regionale handelsstad vond plaats op een kruispunt van waterwegen, en dat is nog altijd goed terug te zien in het watersysteem, het cultureel erfgoed en de architectuur in de stad. Ook de elementen van de groene stad zoals lanen, parken en tuinwijken (en recenter de groene wiggen) zijn nog steeds herkenbaar. Tegelijk heeft de verstedelijking door de jaren heen geleid tot een geleidelijke verstening en afname van groen en water in de stad, waarbij het water- en bodemsysteem meer op de achtergrond is geraakt. Ook de invloed van de auto speelt hierbij een rol, die grofweg vanaf de jaren zestig steeds groter is geworden waardoor Sneek geleidelijk is veranderd in een autocentrische woon- en werkstad. Doorbouwen op positieve kenmerken De historische gelaagdheid en de ligging van Sneek op de overgang van veen en klei vormen een unieke basis voor een toekomstbestendige ontwikkeling.
De volgende uitgangspunten vanuit onze historie vormen het fundament van de ruimtelijke koers voor de toekomst: • Bodem en water als dragers van ontwikkeling: de verdere groei van Sneek wordt afgestemd op de onderliggende bodemstructuur en watersystemen. De ligging op veen en klei vraagt om klimaatadaptieve keuzes en zorgvuldige omgang met bodemdaling, wateropgave en ecologie. • Behoud en versterking van het karakter van de regionale handels- en waterstad: de historische identiteit van Sneek – zichtbaar in haar waterstructuren, stedenbouwkundige opzet en cultureel erfgoed – blijft leidend in ruimtelijke ingrepen. Nieuwe ontwikkelingen bouwen voort op deze bestaande kwaliteiten en versterken de beleefbaarheid ervan. Ze houden de tijdgeest afleesbaar. • Versterking van Sneek als stad op een kruispunt van vaarwegen: Sneek blijft zich positioneren als schakel tussen land en water. Ontwikkelingen aan het water (zoals passantenhavens, stedelijke waterentrees, de maritieme sector en watergebonden bedrijvigheid aan de vaarwegen) worden benut om het profiel van de stad als nautisch knooppunt te versterken. Voorkanten naar het water, openbare en toegankelijke oevers dragen bij aan de presentatie en kwaliteit van de stad aan het water. • Ontwikkeling van Sneek als groene tuinstad: de kwaliteiten van parken, lanen, tuinwijken en groene wiggen worden verder uitgebouwd.
Ze bieden ruimte en oplossingen voor ontmoeting, beweging, verkoeling, wateropvang en buffering, CO2-reductie en biodiversiteit. Doorbreken van belemmerende ruimtelijke patronen Naast het benutten van bestaande kwaliteiten, vraagt een toekomstbestendige stad om het bewust afwijken van – historisch gevormde – ruimtelijke reflexen die de leefkwaliteit belemmeren: • Terugdringen van verstening: vergroening van bestaande wijken, pleinen en binnengebieden draagt bij aan biodiversiteit, hittestressbeperking en leefkwaliteit. • Herwaarderen van de menselijke maat boven autogerichtheid: een integrale mobiliteitsvisie die inzet op de gezonde stad, voorrang voor langzaam verkeer, aantrekkelijkere en snellere langzaam verkeerroutes, bereikbaarheid met openbaar vervoer, een betere toegankelijkheid zodat iedereen kan meedoen en het verminderen van de dominantie van auto-infrastructuur in de centrumzone. • Herstellen van het historisch waternetwerk: waar mogelijk verdwenen water terugbrengen, waaronder in de binnenstad, water zichtbaar, beleefbaar, toegankelijk, openbaar, bruikbaar en multifunctioneel maken in de stedelijke ruimte, als drager van identiteit, ruimte voor verblijf, verkoeling en ecologie. Ook dient het als oplossing voor logistiek, warmte-opwekking en verkoeling.
1 Bron: https://www.frieslandopdekaart.nl/kaarten/kaart/104/.
7
•
Voorkomen van ‘onveilige en ongezonde’ ruimtelijke keuzes, zoals woon-, sport- of verblijfsfuncties langs drukke wegen en het ontbreken van gezonde, groene fiets- of wandelroutes.
8.2.3 Sneek in regionaal perspectief Ligging en verbanden in de regio
Als één van de grootste plaatsen van Friesland, als onderdeel van het Fries Stedelijk Netwerk en als centrumstad van de Zuidwesthoek is Sneek een belangrijke schakel binnen Fryslân en de regio. Naast de drie andere Friese stedelijke kernen binnen het Fries Stedelijk Netwerk heeft Sneek een eigen profiel en functie binnen de Friese regio. Daarnaast is Sneek de belangrijkste kern in de stedelijke zone van Súdwest-Fryslân (Sneek-Bolsward-IJlst), met een verzorgingsgebied van ruim 150.000 inwoners. Afbeelding 8.4 en 8.5 tonen de ligging van Sneek ten opzichte van het Fries Stedelijk Netwerk, de regio en omliggende kernen.
Afbeelding 8.4: Fries Stedelijk Netwerk (bron: Verstedelijkingspropositie Fries Stedelijk Netwerk 2050).
8
Afbeelding 8.5: Sneek in de regio (bron: Defacto, bewerkt).
Fries Stedelijk Netwerk (FSN) en verstedelijkingspropositie
Sneek vormt samen met de stedelijke kernen Drachten, Heerenveen en Leeuwarden het Fries Stedelijk Netwerk (FSN). Gezamenlijk wonen er in deze steden in 2025 ruim 210.000 inwoners. Dit stedelijk netwerk vervult een belangrijke functie binnen de regio en noordelijk Nederland, op het gebied van onder meer wonen, economie, onderwijs en recreatie. Sterke innovatieve economische sectoren, een sterk mkb, concentratie van onderwijsen zorgvoorzieningen, een hoge woonkwaliteit gekoppeld aan de omgevingskwaliteit van het landschap en de sociale cohesie maken de regio tot een aantrekkelijke vestigingsplaats voor organisaties en mensen. Dit maakt ook dat inwoners er bovengemiddeld gelukkig zijn (zoals blijkt uit de regionale monitor van het Planbureau Fryslân). Tegelijk kent de regio de nodige uitdagingen. Zo is ontwikkeling van de steden en kernen noodzakelijk om het huidige voorzieningenniveau te kunnen behouden. Bij ongewijzigd beleid bevindt de regio zich in een complex spanningsveld met een vergrijzende bevolking, krimpende beroepsbevolking, een dalend aantal jongeren en een groeiend aantal arbeidsmigranten en expats. Daarnaast spelen er majeure problemen, zoals vervoersarmoede, bodemdaling en netcongestie. Een antwoord bieden op deze uitdagingen vraagt om een passende, aantrekkelijke leefomgeving met een stedelijke dynamiek.
Belangrijke voorwaarde daarvoor is behoud en versterking van de huidige kwaliteiten van de regio: een gezonde leefomgeving, uniek cultureel erfgoed en waterrijke open landschappen. Gelet op deze uitdagingen hebben we in ‘FSN-verband’ een verstedelijkingspropositie opgesteld voor het Fries Stedelijk Netwerk richting 2050. Het biedt een samenhangend toekomstperspectief voor deze vier steden en de omliggende regio. Daarin zetten de vier steden in op groei, om bij te dragen aan de opgaven en ambities van de regio, provincie Fryslân én (noord-)Nederland als geheel.
9
Om een duurzame en welvarende toekomst voor de regio te garanderen zet de verstedelijkingspropositie in op het versterken van de kwalitatieve kracht door vijf gerichte interventies: 1. Ruimte bieden aan verdergaande specialisatie en clustering van drie economische topsectoren vanuit stedelijk perspectief; 2. Blijven bouwen aan een onderling gedifferentieerd woningaanbod (+25-40% t/m 2050) en zorgen voor voorzieningen in de nabijheid; 3. Ontwikkelen van talent door kwalitatief en gericht onderwijs en talent vasthouden door vergroten keuzevrijheid binnen het Noordelijk Stedelijk Netwerk; 4. Versterken interne en externe multimodale verbindingen (weg, water, spoor); 5. Verweving stad en land door groene en blauwe routes, anders bouwen en energie(transitie). Belangrijk uitgangspunt daarbij is het principe van ‘borrowed size’ en een regionale rolverdeling van de steden. Op die manier profiteren de steden maximaal van agglomeratievoordelen en worden dubbelingen of verspilling voorkomen. Met het oog op de toekomst fungeert Leeuwarden als grootste stad en primaire schakel in het stedelijk netwerk, waarbij Drachten, Heerenveen en Sneek zich ontwikkelen als complementaire centrumsteden. Sneek profileert zich hierbinnen als de waterstad van Fryslân. Daarbij is het ‘daily urban system’ van belang.
Dit netwerk van dagelijkse bewegingen naar werk en voorzieningen vraagt aandacht, omdat de ambitie er is om de FSN-voorzieningen voor de hele regio binnen dertig minuten bereikbaar te maken. Dit vraagt om snellere en aantrekkelijkere verbindingen, intern en extern, voor verschillende vervoersvormen (weg, water en spoor). Van de woningbouwopgave (toevoegen van 26.500 à 42.400 woningen tot 2050) landt het grootste deel in centrumstad Leeuwarden; voor de stedelijke zone Sneek hebben we een ambitie van circa 5.000 woningen gesteld. Daarbij zetten we binnen het FSN in op een slimme spreiding van economische functies en voorzieningen, naar schaalniveau en met versterking van de eigen identiteit van de steden. Waterstad Sneek fungeert als maritiem centrum met innovatieve watertechnologiebedrijven en hoogwaardige jachtbouw, heeft een belangrijke positie in watertoerisme en -recreatie en vormt het voorzieningencentrum voor SúdwestFryslân. De Friese steden en provincie stellen ambitieuze doelen en vragen van Sneek naast de woningbouwopgave onder meer ruimte voor multifunctionele energie- en mobiliteitshubs, met ruimte voor circulaire economie, klimaatmaatregelen, CO2-reductie, natuur én verbetering van de omgevingskwaliteit.
Daarnaast gaat het om het bijdragen aan het ’rondje Fryslân’; een robuuste ov-verbinding tussen de vier Friese steden en aansluitingen daarop vanuit de omliggende regio’s. Na 2040 zal de Lelylijn (of een gelijkwaardige oplossing) zowel de interne verbinding van het stedelijk netwerk als de verbindingen met het noordelijk en nationaal stedelijk netwerk versterken. Dit kan tot extra vraag naar woningen en werklocaties leiden. We streven naar een 30-minutengemeenschap waarin basisvoorzieningen vanuit alle delen van Fryslân binnen 30 minuten bereikbaar zijn (met een combinatie van vervoersvormen). Ook gaat het om samenwerken aan de transformatie van het veenweidegebied en de multifunctionaliteit van de stadsrandzone Sneek, inclusief groen en water. Dit vraagt op stadsniveau om een heldere (ruimtelijke) strategie om hier verdere invulling aan te geven.
Stedelijke zone Sneek (Sneek-Bolsward-IJlst)
Sneek (waterstad) vormt samen met Bolsward (energiestad) en IJlst (houtstad) de stedelijke zone van de gemeente Súdwest-Fryslân. Deze steden hebben elk hun eigen identiteit en hebben samen de omvang van een middelgrote stad van circa 50.000 inwoners die de omgeving bedient. Ook in deze stedelijke zone zetten we in op ‘borrowed size’.
Zuidwest-Friesland
In Zuidwesthoekverband vormt de stedelijke zone Sneek een netwerk langs de A7 en A6 samen met Joure en Lemmer. De stedelijke zone met Sneek, Bolsward, Joure en Lemmer vormt de ruggengraat van een grote regio, waarvan de inwoners gebruikmaken van de regionale voorzieningen. Hier komen hoogwaardige (specialistische) zorg, (voortgezet) onderwijs, MBO, winkels, cultuur en tal van andere voorzieningen samen.
8.2.4 Identiteit en kernkwaliteiten van Sneek Op basis van de historische ontwikkeling, regionale context en bestaande situatie komen een aantal kernkwaliteiten van Sneek naar voren. Het zijn eigenschappen die onze kracht en identiteit bepalen: ze maken wat Sneek is en onderscheidt van andere steden. Dit zijn dan ook de kwaliteiten die we in de toekomst in ieder geval willen behouden en waar mogelijk versterken. •
Sneek is de waterstad van Fryslân. Sneek staat landelijk bekend om zijn waterrijke omgeving, waar veelvuldig gebruik van wordt gemaakt voor verschillende watersporten en om te recreëren. In de historische ontwikkeling van de stad speelde het water en de ligging aan verschillende waterwegen
10
•
•
een belangrijke rol, zoals in 8.2.2 beschreven. Het vele water in de binnenstad en de karakteristieke Sneker Waterpoort zijn hiervan het levende bewijs. Hoewel het water in de stad nog meer aanwezig en beleefd kan worden, staat Sneek alom bekend als ‘waterstad’. Sneek fungeert als een belangrijke regiokern. Al eeuwenlang is Sneek een handelsstad met een belangrijke regionale functie. Ook nu is Sneek, zoals in 8.2.3 al beschreven, een belangrijke kern in de regio. De stedelijke zone Sneek (Sneek-Bolsward-IJlst) bedient met zijn ruim 50.000 inwoners en gevarieerde voorzieningen een gebied van meer dan 150.000 mensen. Dit gebied strekt zich uit van Harlingen tot aan de Noordoostpolder. Sneek vormt hierin het regiocentrum. Tegelijk is Sneek een schakel in het Fries Stedelijk Netwerk, dat een belangrijke functie vervult en aanvullende kansen geeft in de provincie en in noordelijk Nederland. Om deze functie als regiokern te behouden, moet Sneek wel inzetten op groei op alle fronten. Sneek is een unieke stad met een hoge kwaliteit van leven en van de ruimte. Inwoners ervaren in Súdwest-Fryslân een hoger geluksniveau dan in veel andere regio’s, terwijl ze gemiddeld minder te besteden hebben (het Planbureau Fryslân noemt dit de ‘Friese paradox’). Volgens het planbureau zijn de leefbaarheid en omgevingskwaliteit hierin de twee belangrijkste pijlers.
Er is een sterke sociale cohesie en mienskipszin; de stad kent vele ontmoetingsplekken. Sneek ligt in een landschappelijk aantrekkelijke omgeving. Ze heeft een historische binnenstad van grote waarde, met cultureel erfgoed en architectuur die de tijdgeest weerspiegelen en het verhaal van Sneek vertellen. Bovendien is de stad compact en daardoor goed bewandelbaar en in potentie goed bevaarbaar. Al deze kenmerken dragen samen bij aan de omgevingskwaliteit en leefbaarheid en maken Sneek een aantrekkelijke stad om te wonen en verblijven. Uit recent onderzoek blijkt echter wel dat de brede welvaart ook in (zuidwest)Friesland inmiddels wat terugloopt en onder druk komt te staan, met name de pijler leefbaarheid 2. Dit onderstreept het belang om deze kwaliteit te behouden en versterken.
8.2.5 Opgaven voor de toekomst Inleiding Uit de vorige paragrafen blijkt dat we al veel kwaliteiten bezitten, die waardevol zijn om te behouden. Dit is echter niet vanzelfsprekend. Uit de analyses 3 volgen namelijk meerdere ontwikkelingen die onze aandacht vragen en mogelijk een bedreiging vormen. Daardoor ontstaan er uitdagende opgaven waar we mee aan de slag moeten. Het gaat om trends en ontwikkelingen die kwaliteiten onder druk zetten, problemen veroorzaken of ons voor nieuwe opgaven stellen. Het gaat ook om kansen om kwaliteiten te versterken of toe te voegen. Ook kan het gaan om vastgesteld beleid dat nog onvoldoende wordt toegepast of nog ontoereikend is. Waar verschillende ontwikkelingen samenkomen, kunnen ook dilemma’s of juist koppelkansen ontstaan. Kortom: op deze ontwikkelingen en opgaven willen en moeten we met onze visie een antwoord formuleren. Hieronder volgt – per laag – een beknopte samenvatting van de belangrijkste opgaven en uitdagingen voor Sneek.
Bodem, water en natuur (ondergrondlaag) •
•
•
Omdat het bodem- en watersysteem in heel Nederland steeds meer onder druk komt te staan, heeft het Rijk water en bodem sturend gemaakt voor de inrichting van de ruimte. Gelet op de ligging van Sneek op de overgang tussen klei en veen hebben we dit principe lange tijd gehanteerd, maar het is van belang dat weer te gaan doen om problemen op te lossen en te voorkomen. Gezien deze ligging is Sneek kwetsbaar voor wateroverlast, bodemdaling en klimaatverandering. Dit vraagt om toekomstgerichte keuzes: meer ruimte voor water, water vasthouden, sponswerking versterken en bouwen op de juiste plekken. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het daarom van belang om rekening te houden met de draagkracht en stabiliteit van de bodem en meerlaagsveiligheid. Voor het doel van brede welvaart is een belangrijk principe ook het niet afwentelen van de gevolgen van keuzes in het hier en nu op andere gebieden, partijen of de toekomst4. Klimaatverandering is een belangrijke ontwikkeling en opgave. Winters worden warmer en natter, zomers heter en de kans op extreme neerslag neemt toe. Dit kan onder meer leiden tot wateroverlast, droogte en hitte. Dit kan grote invloed hebben op alle lagen en vraagt om aanpassingen in de inrichting van de ruimte (klimaatadaptatie). Klimaatverandering zorgt voor toenemende hittestress in de stad.
Vooral ouderen, jonge kinderen en mensen met gezondheidsproblemen zijn kwetsbaar hiervoor. Hittestress speelt met name in de versteende gebieden. Sociale en particuliere huurwoningen, waar deze risicogroepen relatief veel
2 Bronnen: Planbureau Fryslân, 2024/2025; Rabobank en Universiteit Utrecht, onderzoek 2024-2025. 3 Zie ook bijlage: ‘Kaartenatlas ruimtelijke systemen en vertrekpunten ruimtelijke strategie Sneek 2050’ (Defacto, november 2023). 4Het principe dat beleid zijn lasten niet afwentelt naar andere groepen of generaties is ook een belangrijk uitgangspunt dat het CPB, PBL en
SCP hanteren voor het verankeren van brede welvaart in de begrotingssystematiek. Bron: CPB/PBL/SCP (2022) Verankering van brede welvaart in de begrotingssystematiek.
11
•
•
•
•
•
•
•
•
•
wonen, staan vaak in versteende wijken. Het relatief versteende stadscentrum, vroege uitbreidings- en de wederopbouwwijken van Sneek zijn in het bijzonder aandachtsgebieden. Met het oog op de toekomst is het van belang om hier bij locatiekeuze en in het ontwerp van gebouwen en buitenruimte rekening mee te houden. Gelet op de gevolgen van klimaatverandering is onderzoek naar de werking van het watersysteem essentieel, om na te gaan of herinrichting nodig is en om ontwikkelingen hierop aan te laten sluiten. Om verdroging tegen te gaan is het nodig om water minder snel af te voeren en langer vast te houden. Tegelijk kan extreme neerslag in toenemende mate leiden tot wateroverlast, met name in gebieden met veel verharding. Het is daarom van groot belang om onze ruimte klimaatbestendig in te richten, waarvoor ruimte gereserveerd moet worden. In het Friese veenweidegebied is sprake van bodemdaling (zie afbeelding 8.6). Hoofdoorzaak is ontwatering van het veen, waardoor er zuurstof bij komt en het veen langzaam afbreekt (oxideert). Daarbij komen broeikasgassen vrij. Klimaatverandering versnelt dit proces. Door bodemdaling komt het grondwater dichter bij het oppervlak te staan, waardoor de bodem slapper wordt en de geschiktheid van de grond voor landbouw afneemt. Vaak wordt ervoor gekozen de waterstand mee te verlagen, waardoor bodemdaling en oxidatie doorzet.
Door maaivelddaling kunnen gebouwen, infrastructuur en leidingen verzakken, wat zorgt voor extra kosten. Doordat natuurgebieden en boezems steeds hoger komen te liggen ten opzichte van omliggend agrarisch gebied, kan uit natuurgebieden water wegsijpelen (verdroging). Ook zijn hierdoor langs de boezem steeds sterkere waterkeringen nodig. Vernatten van veengebieden kan de bodemdaling en oxidatie remmen, maar vraagt ook om ander beheer, vergroot het risico op wateroverlast doordat de waterbergingscapaciteit afneemt en kan een negatief effect hebben op de waterkwaliteit. In en rondom OppenhuizenUitwellingerga verhogen gaswinningsactiviteiten het risico op bodemdaling (naar verwachting tot maximaal 5 cm). Er is sprake van toenemende drukte in de ondergrond, onder meer door ondergrondse infrastructuur, kabels en leidingen, bodemenergiesystemen en funderingen, maar ook (klimaat-)opgaven zoals groen, waterberging en -infiltratie. Nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw maar ook duurzame energievoorzieningen vragen extra ruimte, wat tot belemmeringen kan leiden. Een verkeerde inrichting van de ondergrondse ruimte kan ook de bodem- en grondwaterkwaliteit negatief beïnvloeden. De waterkwaliteit staat onder druk en voldoet niet aan de nationale doelstellingen van de KRW (zie afbeelding 8.7). Ondiepe wateren in Sneek zijn bijzonder kwetsbaar voor opwarming, vervuiling en blauwalg.
In de stad is een goede waterkwaliteit van groot belang voor zowel de watersporteconomie als de algehele gezondheid en woonkwaliteit. Hiervoor zijn meer ruimte voor water, doorstroming, het tegengaan van eutrofiering en groene oevers nodig. Dit vraagt innovatieve en bij voorkeur natuurlijke, duurzame oplossingen. De vraag naar drinkwater zal de komende jaren blijven stijgen. Het aanbod kan door klimaatverandering en verontreiniging onder druk komen te staan. Om ook in de toekomst voldoende drinkwater te kunnen leveren zijn drinkwaterbesparing, het beschermen van grondwaterbronnen en reserveren van strategische grondwatervoorraden van belang. Er zijn delen van Sneek die bij een overstroming diep kunnen overstromen (kans > 1:1.000), wat schade en slachtoffers tot gevolg kan hebben. Het is van belang om dit risico bij locatie-afwegingen voor ontwikkelingen mee te nemen en water meer ruimte te bieden en, als dat niet voldoende is, dijken en keringen te versterken. Er zijn veel beoogde ontwikkelingen die de komende tijd ruimte vragen in en om Sneek. Met het oog op de omgevingskwaliteit, klimaatadaptatie, gezondheid en ontmoeting is daarbij ook meer ruimte nodig voor groen en water. Dit vraagt om duidelijke keuzes op gebiedsniveau en ruimtelijke kaders bij iedere ontwikkeling, waarbij rekening wordt gehouden met het natuurlijke water- en bodemsysteem.
De identiteit van Sneek als waterstad van Fryslân wordt in de praktijk niet altijd zo ervaren. Inwoners en bezoekers missen de omgevingskwaliteit en directe waterbeleving die het sterke imago belooft. Water is naar de achtergrond geraakt. Zo parkeren we auto’s langs het water (bijvoorbeeld op diverse kades en het Martiniplein), terwijl we het water juist toegankelijk en beleefbaar willen maken. Ook is de uitblinkende maritieme sector en watergebonden maakindustrie momenteel nog weinig zichtbaar. Daarnaast wordt afstand ervaren tussen Sneek en de Snitser Mar; deze kan worden verkleind door de onderlinge verbinding te versterken. Bovendien is er de internationale vaaras Geeuw – Houkesloot, die meer dan nu kan functioneren als (vaar-)boulevard van de stad, bijvoorbeeld door meer openbare oevers en voorkanten naar het water. De strategische ligging van Sneek aan het Friese merenstelsel biedt kansen voor het versterken van de waterbeleving, maritieme bedrijvigheid, recreatieve vaarroutes en ecologische verbindingen. Op die manier kan Sneek haar positie in het vaarnetwerk versterken en kan de fysieke inrichting ook het imago van waterstad beter waarmaken.
12
•
•
Het model van groene wiggen en lobben is ruimtelijk aanwezig in Sneek, maar raakt versnipperd. Ambities voor verdichting en vergroening dreigen zonder een duidelijke structuur te botsen. De groene wiggen vormen de stedelijke ecologische hoofdstructuur en spelen een hoofdrol bij stedelijke opgaven zoals klimaatadaptatie (waterbuffering en verkoeling), versterken van de biodiversiteit en CO 2reductie. Ook hebben ze een belangrijke functie als plekken in de stad waar ruimte is voor natuurlijke recreatie, die zorgen voor afwisseling tussen rust en reuring en bijdragen aan (mentale en fysieke) gezondheid en leefbaarheid. Er lopen nu beperkt (groene en blauwe) verbindingen door en tussen de groene wiggen. Daarbij zijn er nog veel ontbrekende schakels in het langzaam verkeersnetwerk. De toegankelijkheid, beleefbaarheid en herkenbaarheid van de groene wiggen zijn voor verbetering vatbaar. De groene wiggen zijn belangrijk voor de stedelijke ecologische hoofdstructuur en voor de toegang tot groen en natuur voor mens en dier. Groenstructuren spelen niet alleen in de groene wiggen, maar ook in de lobben een sleutelrol in de gezondheid, leefbaarheid en identiteit van de stad.
Afbeelding 8.6: Bodemdaling 2020-2100 (klimaatscenario hoog) (bron: Defacto, november 2023, op basis van openbaar beschikbare bronnen, binnen de stedelijke kern geen data beschikbaar).
Afbeelding 8.7: Ecologische waterkwaliteit (bron: Defacto, november 2023).
Mobiliteit, energie, economie (netwerklaag) •
Mobiliteit is dienend aan andere functies en ontwikkelingen die de komende tijd extra ruimte vragen, zoals wonen en werken. In dat licht, en om de agglomeratiekracht van Sneek als regio stad te 13
•
•
• • •
•
•
• •
• •
•
vergroten, is het van belang om het netwerk van dagelijkse bewegingen (‘daily urban system’) te versterken. Sneek moet goed bereikbaar zijn voor huidige en toekomstige inwoners en bezoekers. Als gemeente hanteren we hierbij de 30-minutenstrategie5. Daarvoor zijn goede openbaar vervoer (ov)-verbindingen essentieel, tussen Sneek en de omliggende kernen en de hele regio (voor het bestaande ov-netwerk, zie afbeelding 8.8). Rondom ov-knooppunten liggen kansen om meerdere modaliteiten te verbinden, maar ook voor ontwikkelingen met verschillende functies en in hogere dichtheden, om optimaal te profiteren van de ov-bereikbaarheid. Dit bied draagvlak voor en onderstreept de urgentie van betere en frequentere ov-verbindingen. Vanuit het oogpunt van een gezonde stad zijn actieve en schone vormen van mobiliteit belangrijk. Dat vraagt om aanpassingen aan het mobiliteitsnetwerk, zoals het prioriteren van langzaam verkeer, zorgen voor groene, aantrekkelijke en veilige routes voor fietsers en voetgangers, transferpunten met parkeren op afstand en laadinfrastructuur. Momenteel nemen auto’s veel ruimte in onze binnenstad in en dat doet afbreuk aan de gewenste omgevingskwaliteit. In de centrumzone is behoefte aan meer kwaliteit, groen en water en een hogere voetgangers- en fietsvriendelijkheid.
Tegelijk zal er een behoefte aan parkeren blijven, ook gelet op de trend van stijgend autogebruik en bezit. Met name in de centrumzone zal daarom gezocht moeten worden naar oplossingen om minder auto’s op maaiveld en meer auto’s in gebouwde voorzieningen te parkeren. We zien een ruimtelijke opgave in het realiseren van de energie- en warmtetransitie, en tegelijkertijd het borgen van voldoende energiebeschikbaarheid gelet op beoogde ontwikkelingen op het gebied van economie en wonen. Er is daarom ruimte nodig voor opwekking, opslag en distributie van elektriciteit en warmte. De gemeente Súdwest-Fryslân heeft als doel om in 2050 haar eigen energie op te wekken. Met name op en nabij bedrijventerreinen is geschikte ruimte te maken voor het opwekken, omzetten, opslaan en distribueren van duurzame stroom en warmte, en eventueel gassen en brandstoffen. Daarbij moet ook worden gekeken naar combinaties en samenhang met andere kernen op dit gebied. De precieze ruimtevraag en ruimtelijke impact voor onze toekomstige duurzame energievoorziening is nog onzeker; het gaat in ieder geval om tientallen hectares. Hierbij is het belangrijk flexibel te plannen, gelet op technologische ontwikkelingen en nieuwe inzichten over ruimtebehoefte en -relaties. Grote opgaven, zoals de energietransitie en de waterhuishouding (schoon en vuil water) vragen ruimte bovengronds, maar ook ondergronds.
Het gaat dan bijvoorbeeld om infrastructuur zoals warmtenetten en kabels in de ondergrond. Daardoor neemt de drukte in de ondergrond toe, terwijl er ook andere ruimtevragen liggen (zie ‘ondergrondlaag’). Dit vraagt om een integrale visie op de ondergrond van Sneek. Het huidige elektriciteitsnetwerk staat onder druk; in Sneek is momenteel al sprake van netcongestie. Dat betekent niet alleen dat nieuwe ontwikkelingen met een energievraag mogelijk niet kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk, maar belemmert ook (de verdere versnelling van) de energietransitie. Ruimtelijke opgaven zijn onder meer het realiseren van een nieuw verdeelstation en aanleg of versterking van energienetwerken. De vraag naar ruimte is groot voor het faciliteren van groei en verduurzaming van bestaande bedrijven en het kunnen aantrekken van nieuwe bedrijven en banen. De economische vitaliteit van de binnenstad staat onder druk door functieverlies, leegstand van winkels en beperkte verblijfskwaliteit. Er is een toenemende behoefte aan stedelijke voorzieningen en maatregelen die bijdragen aan de vitaliteit6. De regionale verstedelijkingspropositie onderstreept deze opgave. Het toenemende arbeidstekort zorgt voor aanvullende uitdagingen voor de vitale stad en binnenstad. De bereikbaarheid van Sneek vanuit een grote regio spelen hierbij ook een cruciale rol.
De transitie naar een circulaire economie vraagt volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) tot 40% extra ruimte (van het bestaande areaal), waarbij rekening gehouden moet worden met een overgangsfase die vraagt om schuifruimte. Voor deze circulaire schuifpuzzel is een heldere strategie nodig. De verschillende opgaven op het gebied van de circulaire economie en energietransitie noodzaken om tientallen hectares ruimte vrij te houden voor ‘schuivende’ en nieuwe bedrijven en energiefuncties. Daarbij liggen er nog veel economische kansen in het slimmer benutten van bestaande ruimte voor bedrijvigheid, duidelijkere clustering en het beter laten aansluiten van bedrijvigheid op de omgeving.
5
Dit concept gaat ervan uit dat de diverse noodzakelijke voorzieningen voor bewoners bereikbaar zijn binnen een tijdsperiode van 30 minuten. Overigens zullen bepaalde voorzieningen aanvullend op een kortere afstand bereikbaar moeten zijn. 6 Vitaliteit (van steden, waaronder de binnenstad) wordt opgevat als ‘het vermogen van een stad om welvaart en werkgelegenheid te creëren, door de aanwezigheid van een diverse, concurrerende en veerkrachtige economische basis en (ruimtelijke) structuur; een mix van functies die onderlinge synergie kennen en een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ondernemers’. Gebaseerd op: Van der Krabben, E., & Louter, P. (2011). Economie en stedelijke ontwikkeling. Delft: Uitgeverij Eburon. OECD (2012). Compact City Policies: A Comparative Assessment. Paris: OECD Publishing.
14
• •
•
Zo ligt er onder meer een opgave in het herstructureren of transformeren van alle bestaande bedrijventerreinen, om ze toekomstbestendig en economisch aantrekkelijk te houden. In en om Sneek liggen duurzame en circulaire kansen voor het benutten van restwarmte, terugwinning van grondstoffen (denk aan de AWZI), en upcycling. Daarnaast liggen er kansen voor duurzame ketens in relatie tot het veengebied. Het realiseren van werklandschappen van de toekomst vormt ook een kwalitatieve opgave, onder meer door ruimte voor werken te combineren met vergroening, klimaatadaptatie, verduurzaming, energietransitie en circulariteit. Dit gaat verder dan een groene aankleding of inpassing, maar vraagt om een integrale parkuitwerking tot werklandschap. Ook zijn goede en aantrekkelijke verbindingen voor langzaam verkeer, vervoer via het water en openbaar vervoer hiervoor van belang. Sneek staat voor een aantal grote en complexe transities, onder meer op het gebied van energie, landbouw en circulariteit. Om daarvoor passende oplossingen te vinden is ruimte voor experiment en innovatie van belang. Te denken valt aan innovatieve concepten zoals materialenhubs, multimodale hubs (combinaties van vervoersstromen), multifunctionele hubs (combinaties van mobiliteit met voorzieningen, energievoorzieningen et cetera) of klimaatparken (integraal als parkomgeving uitgewerkte werklandschappen).
Afbeelding 8.8: Openbaar vervoerverbindingen en toegankelijkheid (bron: Defacto, november 2023).
Volkshuisvesting, voorzieningen, gezondheid, openbare ruimte (occupatielaag) • •
•
De samenstelling van de bevolking van Sneek verandert: er is sprake van vergrijzing, ontgroening, huishoudensverdunning en migratiestromen. Dit heeft gevolgen voor de woningvraag. De vergrijzing, huishoudensverdunning en veranderende zorgvraag zorgen voor een groeiende druk op het sociaal-ruimtelijk systeem. Er ligt een duidelijke opgave om zorg, gezondheid en inrichting van de ruimte integraal te benaderen. Een gezonde levensloop (van preventie tot revalidatie) is niet alleen een zorgvraagstuk, maar ook een ruimtelijke opgave die vraagt om zorgvuldige afstemming tussen de gebouwde omgeving, openbare ruimte en sociale netwerken. Delen van Sneek zijn hier nog onvoldoende op ingericht, bijvoorbeeld door het ontbreken van toegankelijke en uitnodigende groene omgevingen en mogelijkheden voor beweging, rust en ontmoeting. Dit is van invloed op de fysieke en mentale gezondheid van inwoners, zeker in gebieden waar sociale of fysieke kwetsbaarheid samenvalt met hittestress, verkeersdrukte of beperkte toegang tot voorzieningen. In Sneek als waterstad liggen er in het bijzonder kansen om hieraan bij te dragen met de beleving van en verblijfskwaliteit aan het water. In aansluiting op de verstedelijkingspropositie hebben we voor de stedelijke zone Sneek een woningbouwambitie bepaald van 5.000 nieuwe woningen tot 2050.
Voor de groei van de stad hanteren we het lobbenmodel met groene wiggen. Om de wiggenstructuur en ons groen te behouden betekent dit in de eerste plaats een verdichtingsopgave in de bebouwingslobben. De centrumzone en bebouwingslobben zijn de belangrijkste locaties waar de woningbouw plaats moet vinden. Tegelijk zijn dit ook de gebieden waar klimaatadaptatie en tegengaan van wateroverlast en hittestress belangrijke uitdagingen zijn. Daarom zal de verdichting hier samen moeten gaan met vergroening.
15
• •
•
• •
•
•
•
• • •
De ontwikkelingswensen die er zijn in Sneek en in de omliggende kernen, zorgen voor toenemende druk op de bufferruimte tussen de stadsgrenzen en deze kernen. Het afstemmen van deze ontwikkelwensen en onze ambitie om de kernen vrijliggend te houden vormt een opgave. Naast de nieuwbouwopgave ligt er een herstructureringsopgave. Dit geldt met name in de wederopbouwwijken, maar bijvoorbeeld ook op de voormalige AZC-locatie. Hier is sprake van een verouderde woningvoorraad en openbare ruimte, vaak in combinatie met aandachtspunten zoals een groot aandeel particuliere en/of sociale huurwoningen, warmtetransitie, hittestress, funderingsproblematiek, een lagere gezondheid en clustering van kwetsbare groepen. In het bijzonder zijn ouderen en kleine huishoudens (één of twee personen) belangrijke doelgroepen, die naar verwachting in omvang zullen toenemen. Ook het vasthouden van meer jongeren kan een opgave betekenen. Daar zal de woningvoorraad op moeten worden afgestemd. Dat geldt ook voor nieuwe inwoners, zoals vluchtelingen en andere nieuwkomers. Tegelijk moet voorzichtig worden omgegaan met het toevoegen van gezinswoningen, om te voorkomen dat er wordt gebouwd voor de (toekomstige) leegstand van dit woningtype. De groei van de stad en demografische veranderingen zijn van invloed op de bijbehorende vraag naar voorzieningen.
Aandachtspunt is dan ook het zorgen voor een passend voorzieningenaanbod in bestaande en nieuwe wijken. De binnenstad staat onder druk door functieverlies, leegstand van winkels en beperkte verblijfskwaliteit. Er is een behoefte aan stedelijke voorzieningen in een divers aanbod, om leegstand te voorkomen en het aantal bezoekersstromen en dubbelbezoek te verhogen. Dit vraagt om een hogere omgevingskwaliteit. Ook zijn er kansen om in de binnenstad meer ruimte te bieden voor ontmoeting, compact wonen, voorzieningen en activiteiten op het gebied van cultuur en zorg, maar ook kleinschalige bedrijvigheid die past in een binnenstad. De regionale verstedelijkingspropositie onderstreept deze opgave. Er liggen kansen om de historische grachtengordel, vaarwegen en watergebonden bedrijvigheid als DNA van Sneek beter zichtbaar en beleefbaar te maken. Dat kan bijvoorbeeld door het herstellen van verloren waterstructuren (zoals de Singel en de Kleine Palen), het bevaarbaar maken van water en ruimte te maken voor een aantrekkelijk maritiem profiel. Dergelijke kansen bieden mogelijkheden om het verleden met de toekomst te verbinden, met name in de centrumzone en de binnenstad en langs de ‘vaarboulevard’ van Sneek. Daarnaast liggen er kansen voor het verbinden van water tot vaarrondjes rondom de stad.
Rond het Antonius Ziekenhuis concentreert zich een gebied met medisch-specialistische zorg, eerstelijnsvoorzieningen, ouderenzorg en welzijn. Dit zorgcluster ontwikkelt zich tot een stedelijk zorgknooppunt met regionale betekenis. Er is een opgave om de omgevingskwaliteit van dit gebied te verhogen en het gebied sterker te verbinden met de stad – zowel fysiek als functioneel. Dat betekent ook aansluiting met het mbo-onderwijs, waar de vraag naar hybride leerplekken en praktijklocaties groeit. Het zorgcluster kan mogelijk fungeren als proeftuin voor innovatieve concepten, zoals tijdelijke zorgruimtes, gezondheidshubs of gecombineerde leer-werkvoorzieningen. Een gebiedsuitwerking is gewenst voor het zorgcluster, in de context van de groene wiggen. De vraag naar tussenvormen tussen thuis en verpleeghuis neemt toe. Er is een groeiende behoefte aan woon-zorgvormen met passende ondersteuningszorg. Zulke voorzieningen vragen om zorgvuldige ruimtelijke inpassing in en nabij wijken, met onder meer nabijheid van zorgnetwerken, groen en veilige en toegankelijke routes. Op het gebied van gezondheid spelen gezondheidsbescherming en -bevordering een rol. Voor beide geldt dat de huidige situatie en daarmee de aanpak qua gezondheid kan verschillen tussen verschillende gebieden binnen de gemeente en stad (zie afbeelding 8.9).
Gezondheidsbescherming gaat onder meer om de milieukwaliteit en effecten van milieufactoren zoals geluid, lucht- en bodemkwaliteit. Dit is een aandachtspunt bij in- en uitbreiding van de stad, met name als woningen dicht(er)bij infrastructuur of bedrijvigheid komen. Voor gezondheidsbevordering speelt de inrichting van de openbare ruimte een belangrijke rol. Zo kan de openbare ruimte beweging en ontmoeting stimuleren. Daarvoor zijn bijvoorbeeld goede en aantrekkelijke fiets- en wandelpaden nodig, in aanvulling op het huidige netwerk. Ook is meer aandacht nodig voor toegankelijkheid voor iedereen en zijn speel- en verblijfsplekken nodig. Om te zorgen dat de openbare ruimte bijdraagt aan de gezondheid en levenskwaliteit van de hele samenleving is het van belang dat deze toegankelijk is voor iedereen, in het bijzonder ouderen en mensen met een beperking.
16
Afbeelding 8.9: Indicatoren van gezondheid in Sneek (bron: Defacto, november 2023).
17
8.3 Visie op de toekomst van Sneek 8.3.1 Basis van de visie: brede welvaart Sneek heeft al veel om trots op te zijn. De kwaliteiten die de stad al heeft (paragraaf 8.2.4) willen we behouden, of beter nog verhogen. Tegelijk staan we voor grote opgaven, zoals geschetst in paragraaf 8.2.5. Met deze visie voor Sneek – als uitwerking van de omgevingsvisie voor heel Súdwest-Fryslân – geven we richting aan de ontwikkeling van Sneek richting het jaar 2050. Het verbeteren van de brede welvaart is en blijft daarbij ons kompas en is ons hoofddoel voor ‘de gezonde waterstad Sneek’. Daarvoor zien we leefbaarheid en omgevingskwaliteit als overkoepelende randvoorwaarden. Deze overkoepelende principes werken integraal door in onze drie kernambities (zie 8.3.2).
Brede welvaart: we kiezen voor groei en verbinding in de gezonde waterstad Sneek Met de omgevingsvisie 1.0 hebben we ingezet op gezondheid en brede welvaart als leidende principes. Die koers zetten we met de ruimtelijke strategie voor Sneek voort. Met deze visie richten we ons op het verbeteren van de brede welvaart in Sneek, om daarmee bij te dragen aan de brede welvaart in de hele regio. Ons hoofddoel richting 2050 is een brede welvaart voor alle inwoners, van Sneek en de regio. We hanteren daarbij de definities van het CBS en PBL7. Brede welvaart betreft de kwaliteit van leven hier en nu, en de mate waarin deze ten koste gaat van de brede welvaart van latere generaties of van die van mensen elders in de wereld. In essentie gaat brede welvaart over het welzijn van mensen en omvat het alles wat mensen van waarde vinden voor het leiden van een goed leven. Dat kan breed worden opgevat en omvat zowel objectieve als subjectieve aspecten (bijvoorbeeld de grootte van een woning en het ervaren woongenot). Daarbij gaat het ook om de verdeling tussen groepen (‘hier en nu’), in tijd (‘nu versus later’) en in ruimte (‘hier versus elders’). Hier past ook een nuancering: niet alles kan overal. Daarom zijn keuzes noodzakelijk. Met het oog op die brede welvaart willen we dat Sneek ook in 2050 voor iedereen een fijne stad is om te wonen, werken en verblijven.
Daarom willen we in ieder geval de kwaliteiten die we al hebben (zie paragraaf 8.2.4) behouden en versterken. Zo ervaren onze inwoners nu al een hoger geluksniveau (grotere brede welvaart) dan op veel andere plekken. Tegelijk zien we ook kwaliteiten die we nog kunnen toevoegen en opgaven waarop we moeten inspelen (zie paragraaf 8.2.5). Groei van de stad biedt daarvoor kansen, maar zorgt ook voor uitdagingen. Om een bijdrage te leveren aan de opgaven die er voor Sneek en de hele regio liggen, kiezen we voor verdere verstedelijking en groei van de stad. Sneek moet meer stad worden om regiostad te kunnen blijven, en om zijn waardevolle en benodigde stedelijke functie voor Súdwest-Fryslân te kunnen blijven vervullen, met ook ontwikkelpotentieel in het omliggende gebied. We bouwen nieuwe woningen om te voorzien in de grote woningbehoefte en verstevigen de positie van Sneek als complementaire regiokern, met bijbehorende sociale, maatschappelijke en economische voorzieningen. Die groei benutten we om tegelijk het welzijn van inwoners te verbeteren — door de stad gezonder, veiliger, aantrekkelijker, duurzamer, groener en waterrijker te maken. Bij alle ontwikkelingen stellen we de brede welvaart centraal. Voor de brede welvaart in Súdwest-Fryslân zijn leefbaarheid en de omgevingskwaliteit de twee belangrijkste pijlers.
Groei is hierbij geen doel op zich: ontwikkelingen moeten bijdragen aan het welzijn van inwoners en de omgevingskwaliteit. Leefbaarheid en omgevingskwaliteit zijn daarom overkoepelende basisvoorwaarden voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. Alleen door te zorgen voor een hoge omgevingskwaliteit en leefbaarheid dragen we effectief bij aan de brede welvaart van inwoners. Zo willen we verschillen verkleinen en verbindingen versterken — tussen mensen, tussen mensen en hun omgeving, en tussen stad en regio; zowel op ruimtelijk, sociaal als ecologisch vlak.
Leefbaarheid Leefbaarheid is een kernvoorwaarde voor brede welvaart. Het gaat om de mate waarin inwoners hun woonomgeving als prettig, veilig, gezond en verbonden ervaren. Leefbaarheid wordt bepaald door de beschikbaarheid van voorzieningen, de kwaliteit van woningen en buitenruimte, de mogelijkheid tot ontmoeting en participatie, en het gevoel van geborgenheid en invloed. De leefbaarheid in wijken kan onder druk (komen te) staan door bijvoorbeeld demografische ontwikkelingen, een eenzijdige woningvoorraad en 7 CBS (2023), Monitor Brede Welvaart; PBL (2023), Brede Welvaart en de SDG’S: Overeenkomsten, verschillen, en rollen voor beleid.
18
beperkte ontmoetingsruimten. Met deze visie zetten we daarom de gezondheid, veiligheid, sociale cohesie, toegankelijkheid en ontmoeten voorop – voor álle inwoners. Dat doen we door plekken te ontwikkelen waar mensen zich thuis voelen, kunnen ontmoeten, bewegen, spelen en meedoen – in álle wijken.
Omgevingskwaliteit De tweede kernvoorwaarde voor brede welvaart is de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, ofwel omgevingskwaliteit. Een hoge omgevingskwaliteit draagt bij aan een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving. Dit is geen vaststaand begrip, maar vraagt in ieder geval om oog voor aspecten zoals cultureel erfgoed, stedenbouw, landschap, ecologie, architectuur en identiteit. Kwaliteit is daarbij een publieke waarde die per situatie en kan verschillen. Dit vraagt om duidelijke kwaliteitssturing. Nieuwe ontwikkelingen zijn alleen mogelijk binnen de kwaliteitsvoorwaarden die we in ieder proces stellen. Daarbij maken we in samenhang drie belangrijke overwegingen: • Wat is de kwaliteitsscope: gaat het om architectonische kwaliteit (objectkwaliteit), ruimtelijke kwaliteit (samenhangende gebiedskwaliteit) of omgevingskwaliteit (de kwaliteit van de integrale leefomgeving, inclusief de rol van milieufactoren). • Om wiens kwaliteit gaat het: in lijn met het PBL hanteren we een evenwichtige benadering van de fysieke, gedachte en geleefde ruimte — de tastbare ruimte, de beleids- en ontwerpruimte, en de ruimte zoals deze wordt ervaren en gebruikt. • Wat is de synergie tussen de vier criteria van omgevingskwaliteit: erfgoedwaarde, gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde.
Door deze waarden expliciet te benoemen en met elkaar te verbinden, krijgt de omgeving meer kwaliteit — voor mensen, flora en fauna. Zo zorgt groei van de stad niet voor verlies aan kwaliteit, maar juist voor een impuls.
8.3.2 Drie kernambities Brede welvaart in drie kernambities Voor de ontwikkeling van onze stad en de brede welvaart van onze inwoners, nemen we de bestaande identiteit en kwaliteiten van Sneek als basis. In paragraaf 8.2.4 hebben we drie kernkwaliteiten van Sneek onderscheiden. Met deze ruimtelijke strategie bouwen we daarop voort, en zetten we in op behoud en versterking van deze kwaliteiten. Met onze blik op de toekomst, resulteert dit in de volgende drie kernambities. In 2050 is Sneek de: waterpoort van Fryslân; sociaal-economische regiomotor; gezonde woon- en leefstad. Samen vormen deze drie kernambities onze koers voor Sneek richting 2050. Dit vatten we samen onder de noemer: ‘Sneek, de gezonde waterstad’. Uitgangspunt is dat al onze doelen bijdragen aan deze kernambities en op die manier aan de brede welvaart van onze samenleving. Leefbaarheid en omgevingskwaliteit zijn daarvoor overkoepelende randvoorwaarden. In het vervolg van deze paragraaf beschrijven we wat de kernambities voor Sneek in 2050 betekenen. Eerst schetsen we op hoofdlijnen hoe deze ambities ruimtelijk vorm krijgen. Vervolgens hebben we onze kernambities uitgewerkt in zes speerpunten. Afbeelding 8.10 geeft dit schematisch weer. Bij elk speerpunt horen ook strategische uitgangspunten, die zijn samengevat in een kader.