Bijlage 1. Rapportage rekenkameronderzoek bestaanszekerheidsbeleid
Tekst van het document
Bestaanszekerheid Rekenkameronderzoek
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
September 2025
Colofon Rekenkamer Súdwest-Fryslân dr. M.S. (Marsha) de Vries CPC (secretaris) drs. J.H. (Jet) Lepage MPA (voorzitter) dr. R.J. (Rick) Anderson (lid)
Contactgegevens Postadres: Postbus 10.000, 8600 HA Sneek E-mail: rekenkamer@sudwestfryslan.nl Website: www.gemeentesudwestfryslan.nl
Bestaanszekerheid
2
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Inhoud HOOFDSTUK 1 REKENKAMERONDERZOEK NAAR BESTAANSZEKERHEID ............................................... 4 1.1 AANLEIDING ................................................................................................................. 4 1.2 DOELSTELLING & ONDERZOEKSVRAGEN ........................................................................................ 6 1.3 SCOPE VAN HET ONDERZOEK .................................................................................................. 6 1.4 ONDERZOEKSMETHODEN ...................................................................................................... 6 1.5 NORMENKADER ............................................................................................................... 7 1.6 LEESWIJZER .................................................................................................................. 9 HOOFDSTUK 2 AARD EN OMVANG VAN DE PROBLEMATIEK............................................................ 10 2.1 BESTAANSONZEKERHEID IN DE GEMEENTE SÚDWEST-FRYSLÂN .................................................................. 10 2.2 INZICHT IN DOELGROEPEN .................................................................................................... 11 HOOFDSTUK 3 BELEID & ORGANISATIE ...................................................................................
12 3.1 VAN BESTAANSONZEKERHEID NAAR BESTAANSZEKERHEID ....................................................................... 12 3.1.1 Beleidskader Bestaanszekerheid 2023-2026 ................................................................... 12 3.1.2 De vertaalslag van beleid naar uitvoering..................................................................... 13 3.1.3 De totstandkoming van het beleid en de uitvoeringsagenda ............................................... 17 3.2 DE BESCHIKBAARHEID VAN MIDDELEN.......................................................................................... 18 3.2.1 Financiële middelen .............................................................................................. 18 3.2.2 Personeel ........................................................................................................... 19 HOOFDSTUK 4 UITVOERING & DOELTREFFENDHEID .................................................................... 20 4.1 AANSLUITING BIJ DE DOELGROEP ............................................................................................. 20 4.2 ONDERSTEUNING DOOR VERSCHILLENDE INSTANTIES ........................................................................... 20 4.2.1 SWF Tichtby ........................................................................................................
20 4.2.2 Samenwerking met lokale partners in de uitvoering: de Voedselbank als voorbeeld ................... 21 4.3 HET VERGROTEN VAN HET BEREIK VAN REGELINGEN ............................................................................ 22 4.3.1 Doorlopend en automatisch toekennen van toeslagen en regelingen ..................................... 22 4.3.2 Noodfonds bij acute geldproblemen ........................................................................... 22 4.3.3 Het bereik van regelingen in de praktijk ...................................................................... 22 HOOFDSTUK 5 MONITORING & VERANTWOORDING ..................................................................... 24 5.1 MONITORING ................................................................................................................ 24 5.2 DE ROL VAN DE RAAD ........................................................................................................ 25 5.2.1 Informatievoorziening ............................................................................................ 25 5.2.2 Ervaringen van de raad ........................................................................................... 25 HOOFDSTUK 6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................
27 6.1 CONCLUSIES ................................................................................................................ 27 6.2 AANBEVELINGEN ............................................................................................................ 29 BESTUURLIJKE REACTIE ..................................................................................................... 32 NAWOORD REKENKAMER .................................................................................................... 35
Bestaanszekerheid
3
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Hoofdstuk 1 Rekenkameronderzoek naar bestaanszekerheid 1.1 Aanleiding In februari 2024 meldde het Centraal Planbureau (CPB) dat het percentage personen in armoede van 4,8% in 2023 naar 4,7% in 2024 is gedaald. In 2021 was dit percentage nog 6,1%. Wel loopt de armoede in 2025 en de jaren daarna naar verwachting weer op, omdat het inkomen op bijstandsniveau niet meestijgt met de welvaart, aldus het CPB. Het aantal personen en het aantal kinderen dat In Nederland opgroeit in armoede wordt voor 2032 geraamd op respectievelijk 6,0% en 6,8%. Het Rijk is primair verantwoordelijk voor minimabeleid, gemeenten voeren aanvullend beleid. Landelijk kennen we de diverse toeslagen, die door verschillende uitvoeringsinstanties worden uitgevoerd, bijvoorbeeld de Belastingdienst, de SVB en het UWV. Gemeenten zoeken naar manieren om hun inwoners zo goed mogelijk te ondersteunen en bestaanszekerheid te bieden. Binnen de kaders van de Participatiewet kan de gemeenteraad invulling geven aan het lokale minimabeleid, onder andere door maatwerk te bieden. Om te voorkomen dat gemeenten het Rijksinkomensbeleid doorkruisen, zijn die mogelijkheden wel beperkt. Voor gemeenten is niet altijd duidelijk welk maatwerk en welke instrumenten zij mogen toepassen. Gemeenten ontvangen hiervoor een bedrag via de algemene uitkering van het Gemeentefonds.
Gemeentelijke regelingen verschillen van gemeente tot gemeente waar het gaat om vorm, voorwaarden, toegankelijkheid, hoogte etc. Voor inwoners kan dit betekenen dat zij in een zelfde situatie in de ene gemeente meer ondersteuning krijgen en meer geld beschikbaar hebben dan in een andere gemeente. De Commissie Sociaal Minimum heeft onderzoek gedaan naar een toekomstig bestendig stelsel voor het sociaal minimum en laat in haar rapport een overzicht zien, waarin 17 gemeenten met elkaar zijn vergeleken (p.141):1
Figuur 1
1
Waarde (in € per maand) van lokale regelingen en inkomensgrenzen in 17 gemeenten voor een paar met twee kinderen van 8 en 13 jaar
Commissie Sociaal Minimum 2023.
Bestaanszekerheid
4
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Ook Súdwest-Fryslân kent diverse regelingen om inwoners te ondersteunen, namelijk: Tabel 1
Minimaregelingen in de gemeente Súdwest-Fryslân2
Regeling
Inkomensgrens t.o.v. Wsm 2023
(maximaal) bedrag
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
100% Wsm
Tarieven afvalstoffenheffing, waterschapsbelasting en rioolheffing zijn gedeeltelijk afhankelijk van huishoudgrootte.
Individuele inkomenstoeslag
Drie jaar of langer tot 110% Wsm
Alleenstaande: €400 per jaar; alleenstaande ouder: €500 per jaar; samenwonenden: €600 per jaar
Collectieve zorgverzekering
120% Wsm
Alles Verzorgd Polis met aanvullend AV Frieso Compleet €172,65 i.p.v. €202,15; gemeentelijke bijdrage is €29,50
Bijdrage regeling minima
120% Wsm
Volwassene €125 per jaar; kind onder de 18 jaar €350 per jaar
Kindpakket
120% Wsm
Laptop voor 12 jaar en ouder t.w.v. €399, eens per drie jaar Ook vergoeding mogelijk voorzwemlessen. Deze is niet meegerekend.
Stichting Leergeld
120% Wsm
Gemiddeld bedrag van € 171,09 per jaar. Via Stichting Leergeld zijn vergoedingen mogelijk voor schoolkosten maar ook voor sport en cultuur
Bijzondere bijstand voor eigen risico
110% Wsm
€265 per jaar
Tegemoetkoming (aanvullende) zorgverzekering
110% Wsm
€129 per jaar, alleen van toepassing wanneer geen gebruik wordt gemaakt van de collectieve zorgverzekering via De Friesland.
Hierbij is het vaak lastig vast te stellen of alle inwoners die recht hebben op een regeling ook van de regeling gebruik maken en in hoeverre een regeling effectief is en werkelijk bijdraagt aan het borgen van het bestaansminimum en het bieden van bestaanszekerheid. Vanuit bestuurlijk perspectief kan de vraag worden gesteld of de vanuit de gemeente ingezette gelden hun doel bereiken en wat de (maatschappelijke) baten zijn. Tijdens het jaarlijkse overleg tussen rekenkamer en de fractievoorzitters, werd de wens geuit om onderzoek te doen naar (de effectiviteit van) het gemeentelijk bestaanszekerheidsbeleid. Deze wens in
2
Inkomenseffectrapportage gemeente Súdwest-Fryslân, p.42.
Bestaanszekerheid
5
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
combinatie met de maatschappelijke relevantie van het onderwerp, is de aanleiding voor dit onderzoek.
1.2 Doelstelling & onderzoeksvragen Met dit onderzoek wil de rekenkamer onderzoeken in hoeverre het gemeentelijk beleid ten aanzien van bestaanszekerheid doeltreffend is. De hoofdvraag hierbij is dan: Hoe doeltreffend wordt het bestaanszekerheidsbeleid van de gemeente Súdwest-Fryslân uitgevoerd en welke factoren verklaren de mate van deze doeltreffendheid?
De volgende onderzoeksvragen worden in dit rekenkameronderzoek beantwoord: 1. Wat is de aard en omvang van de doelgroepen waarop het bestaanszekerheidsbeleid zich richt? 2. Welk beleid voert de gemeente ten aanzien van bestaanszekerheid? 3. Hoe is de uitvoering van het beleid georganiseerd? 4. Op welke wijze verloopt de uitvoering van het beleid? 5. Op welke wijze vinden monitoring en evaluatie van het beleid en effecten plaats? 6. In hoeverre worden de inwoners die tot de doelgroepen behoren, bereikt? 7. Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd over het bestaanszekerheidsbeleid? 8. Hoe heeft de raad invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende rol?
1.3 Scope van het onderzoek Dit onderzoek richt zich op het beleid ten aanzien van bestaanszekerheid. Dit bestaat uit drie onderdelen: het armoedebeleid, het minimabeleid en schuldhulpverlening. Armoedebeleid richt zich op het voorkomen en verminderen van armoede in brede zin en omvat alle maatregelen die de gemeente neemt op het verbeteren van de levensomstandigheden van inwoners met een laag inkomen. Daarbij is in dit onderzoek ook aandacht voor de maatregelen die worden genomen en voorzieningen die worden getroffen om inwoners die onder de armoedegrens leven te ondersteunen zodat zij kunnen voorzien in hun basisbehoeften en kunnen deelnemen aan de samenleving, ook wel aangeduid als minimabeleid. Daarnaast kijken we in dit onderzoek naar de schuldhulpverlening die ook door de gemeente wordt geboden en die specifiek gericht is op inwoners die al te maken hebben met schuldenproblematiek.
1.4 Onderzoeksmethoden Voor dit onderzoek zijn verschillende onderzoeksmethoden ingezet, namelijk deskresearch en interviews. De deskresearch bestond uit een documentstudie en een analyse van beschikbare managementinformatie. Op basis van literatuur en (rekenkamer-)rapporten werd eerst een normenkader geformuleerd. Dit normenkader is beschreven in paragraaf 1.5. Vervolgens
Bestaanszekerheid
6
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
werden diverse (beleids-)documenten, waaronder het Beleidskader Bestaanszekerheid 20232026 en het Uitvoeringsplan Schuldhulpverlening 2025-2026, bestudeerd en geanalyseerd. Ook werd informatie van het CBS geanalyseerd om zicht te krijgen op onder andere de omvang en samenstelling van de doelgroep. Daarnaast werden er interviews uitgevoerd met:
Portefeuillehouder in het college. Beleidsadviseurs. Medewerkers gebiedsteam. Afvaardiging van de raad. Cliëntenraad Werk en Inkomen. Vertegenwoordigers van de Voedselbank Sneek, de Voedselbank Bolsward en SWF Tichtby.
1.5 Normenkader Uit ervaringen bij andere gemeenten3 blijkt dat de doeltreffendheid van bestaanszekerheidsbeleid een combinatie van bewustwording, toegankelijkheid en proactieve ondersteuning vereist. De mate waarin de doelgroep met het beleid wordt bereikt is van groot belang. Van de volgende maatregelen is gebleken dat deze effectief zijn in het bereiken van de doelgroep: 1. Actieve en gerichte communicatie: het gebruik van eenvoudige taal en visuele hulpmiddelen en het inzetten van verschillende mediakanalen (bijvoorbeeld social media, huis-aan-huisbladen). 2. Automatische toekenning en vereenvoudiging: het gebruik van bestaande overheidsdata om automatisch vast te stellen wie recht heeft op een regeling en het verminderen van bureaucratie door minder documenten en eenvoudiger aanvraagprocedures. 3. Samenwerking met lokale partners: het betrekken van bijvoorbeeld welzijnsorganisaties, voedselbanken, huisartsen en maatschappelijke organisaties bij het opstellen en uitvoeren van het beleid gericht op bestaanszekerheid. 4. Laagdrempelige aanvraagprocessen: het bieden van online en offline aanvraagmogelijkheden en zorgen voor meertalige ondersteuning en hulp voor mensen met beperkte digitale vaardigheden. 5.
Proactieve benadering en maatwerk: het sturen van brieven of berichten naar mogelijk rechthebbenden met concrete uitleg over hoe ze een regeling kunnen aanvragen en het organiseren van inloopspreekuren en belteams om mensen persoonlijk te helpen. Om de bevindingen van dit onderzoek te kunnen duiden maken we gebruik van een normenkader. Dit normenkader is ontleend aan eerder (rekenkamer)onderzoek naar bestaanszekerheid en ziet er als volgt uit:
3 Onder meer Utrecht, Dordrecht, Maasdriel en Zaltbommel.
Bestaanszekerheid
7
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Tabel 1
Normenkader
Thema
Onderzoeksvraag
Doelgroep
Wat is de aard en omvang van de doelgroepen waarop het bestaanszekerheidsbeleid zich richt?
Beleid
Welk beleid voert de gemeente ten aanzien van bestaanszekerheid?
Organisatie
Hoe is de uitvoering van het beleid georganiseerd?
Normen
De gemeente heeft inzicht in de omvang en samenstelling van de doelgroep en de ontwikkelingen daarin.
Het beleidskader is vastgesteld en actueel.
De doelen t.a.v. bestaanszekerheid zijn benoemd en zijn concreet en meetbaar geformuleerd.
Er is een overzicht van de taken, rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende betrokken partijen en deze zijn bekend in de organisatie. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt tussen de gemeente en de verschillende (keten)partners en de samenwerking biedt meerwaarde voor de inwoners van de gemeente.
Uitvoering
Op welke wijze verloopt de uitvoering van het beleid?
Doeltreffendheid
In hoeverre worden de inwoners die tot de doelgroepen behoren, bereikt?
Bestaanszekerheid
In de uitvoering van het armoedebeleid wordt rekening gehouden met de belangen en behoeften van verschillende doelgroepen. Er is een overzicht van de werkwijzen en instrumenten die beschikbaar zijn voor de uitvoering van het beleid. De beschikbare kaders en middelen zijn toereikend om de doelen ten aanzien van bestaanszekerheid te realiseren. In de uitvoering is aandacht voor bewustwording, toegankelijkheid en proactieve ondersteuning. Er is sprake van actieve en gerichte communicatie. De gemeente zet in op automatische toekenning en eenvoudiger procedures. De gemeente werkt samen met lokale partners bij het opstellen en uitvoeren van beleid. De gemeente heeft laagdrempelige aanvraagprocessen. De gemeente hanteert een proactieve aanpak en er is sprake van maatwerk.
8
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Monitoring
Op welke wijze vinden monitoring en evaluatie van het beleid en effecten plaats?
Rol van de raad
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd over het bestaanszekerheidsbeleid?
Hoe heeft de raad invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende rol?
De gemeente monitort periodiek of de beleidsdoelen worden bereikt en of dit gebeurt binnen de budgettaire kaders. De gemeente heeft zicht op de mate waarin en de manier waarop de doelgroepen bediend en bereikt worden. Het college van B&W heeft een systematiek opgesteld om de gemeenteraad te informeren over ontwikkelingen in de uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid. Bij de vormgeving van deze systematiek is rekening gehouden met de informatiebehoefte van de gemeenteraad. De informatievoorziening aan de gemeenteraad is tijdig, juist en volledig. De raad heeft het college van B&W bevraagd op de mate waarin de doelen worden gerealiseerd. De raad toetst de behaalde resultaten aan de door de raad gestelde kaders en stuurt, indien nodig, bij.
1.6 Leeswijzer In hoofdstuk 2 beschrijven wij het inzicht in de aard en omvang van de problematiek. In de hoofdstukken daarna beantwoorden we de onderzoeksvragen die betrekking hebben op achtereenvolgens het beleid en de organisatie (hoofdstuk 3) en de uitvoering en resultaten (hoofdstuk 4). De monitoring en rol van de raad komen aan de orde in hoofdstuk 5. Hierbij reflecteren we telkens vanuit het normenkader op de onderzoeksbevindingen.
Bestaanszekerheid
9
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Hoofdstuk 2 Aard en omvang van de problematiek In dit hoofdstuk wordt de eerste onderzoeksvraag beantwoord: Wat is de aard en omvang van de doelgroepen waarop het bestaanszekerheidsbeleid zich richt?
2.1 Bestaansonzekerheid in de gemeente Súdwest-Fryslân Aard en omvang van de problematiek: de belangrijkste bevindingen
In het Beleidskader Bestaanszekerheid 2023-2026 van de gemeente Súdwest-Fryslân staat beschreven dat in de gemeente Súdwest-Fryslân huishoudens met een inkomen tot 120 procent van de bijstandsnorm in aanmerking komen voor ondersteuning vanuit de gemeente. Dat ging ten tijde van het opstellen van het beleidskader om ongeveer 19% van de in totaal 40.537 huishoudens, waarmee dus ongeveer één op de vijf huishoudens in de gemeente op of onder de 120-procentgrens leeft en te maken heeft met bestaansonzekerheid. Uit de meest recente (voorlopige) cijfers van het CBS blijkt dat in 2023 ongeveer 12% van de huishoudens en ruim 8% van de inwoners in de gemeente tenminste een jaar op of onder de 120-procentgrens leeft, terwijl voor 7,6% van de huishoudens en 4,9% van de inwoners dat vier jaar of langer het geval is. In 2023 leefde ongeveer 8% van de minderjarige kinderen in de gemeente Súdwest-Fryslân in een gezin op of onder deze grens. Gedurende de afgelopen vijf jaar zien we een lichte daling in het aantal huishoudens, inwoners en minderjarige kinderen dat (langdurig) onder de 120-procentgrens leeft.
Gedurende de afgelopen vijf jaar is er sprake van een lichte daling in het aantal huishoudens, inwoners en minderjarige kinderen in de gemeente Súdwest-Fryslân dat (langdurig) onder de armoedegrens leeft. Het kwantitatieve en kwalitatieve inzicht van de gemeente Súdwest-Fryslân in de aard en omvang van de doelgroepen is recent verbeterd door onder meer de inzet van een data-analist, het uitvoeren van een inkomenseffectrapportage en nulmeting schulddienstverlening en de structurele aandacht voor en borging van de input van ervaringsdeskundigen. Verschillende doelgroepen worden in het bijzonder als kwetsbaar gezien, namelijk: inwoners met een zorgvraag, zelfstandig ondernemers, werkende armen1, ouderen met geen of weinig pensioen, jongeren en dan in het bijzonder voortijdig schoolverlaters en jongeren met een jeugdzorgachtergrond, en inwoners die de instanties mijden.
In 2024 hebben het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) gezamenlijk een nieuwe methode ontwikkeld om armoede in Nederland te meten. Er is één armoedegrens bepaald, die uitgaat van alle minimale levensbehoeften en die niet alleen ruimte biedt voor het kunnen betalen van de vaste lasten en de boodschappen, maar ook voor sociale participatie, zoals het lidmaatschap van een vereniging, het ontvangen van bezoek, een uitje of een weekje vakantie. In de methode wordt daarnaast ook meegerekend of er spaargeld is of ander bezit waarmee mensen snel en tijdelijk een te laag inkomen op kunnen vangen. 4 Op basis van deze nieuwe methode is in 2022 2,6% van de bevolking van Súdwest-Fryslân en in 2023 2,5% van de bevolking als arm te definiëren. Voor heel Nederland lagen deze percentages iets hoger, namelijk op respectievelijk 3,4 en 3,1%. In de gemeente Súdwest-Fryslân leeft in 2023 1,3% van
4 https://www.nibud.nl/nieuws/nieuwe-meetmethode-armoede/
Bestaanszekerheid
10
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
de werkenden in armoede (tegen 1,8% landelijk). In dat jaar leeft 3% van de kinderen in de gemeente in armoede. Voor heel Nederland lag dat percentage op 3,6%.
2.2 Inzicht in doelgroepen In 2020 heeft de gemeente Súdwest-Fryslân in samenwerking met de gemeenten Leeuwarden en Smallingerland, het CBS en Data Fryslân een Armoedemonitor opgesteld. Deze monitor geeft inzicht in de stand van armoede in de drie deelnemende gemeenten en in het gebruik van de gemeentelijke regelingen in dat jaar. De Armoedemonitor is inmiddels vertaald naar de Fryske Earmoedatlas. Doel hiervan is een instrument te bieden waarmee beleidsmakers gerichter en beter die mensen kunnen bereiken die hulp het hardste nodig (gaan) hebben. Respondenten geven aan dit een mooi initiatief te vinden, maar voor de atlas van 2024 worden CBS gegevens over 2022 gebruikt. Respondenten constateren dat de data-analist van de gemeente actuele cijfers kan aanleveren en er wordt dan ook met name gebruik gemaakt van de eigen interne dashboards waarmee ook een betere uitsplitsing op lokaal niveau kan worden gemaakt; kleine kernen blijken in de gegevens van het CBS niet goed terug te vinden. De atlas wordt met name interessant gevonden om in beeld te brengen hoe de gemeente zich verhoudt ten opzichte van de buurgemeenten. De Friese gemeenten zoeken verbinding middels het provinciaal beleidsoverleg waar alle gemeenten bij aangesloten zijn. Ook is er onderling overleg met bijvoorbeeld de gemeente Leeuwarden.
De gemeente Súdwest-Fryslân heeft verschillende instrumenten ingezet om vanuit inzicht in de verschillende doelgroepen te komen tot beleid en vervolgens uitvoeringsplannen, waarover meer in het volgende hoofdstuk. Zo is er recent een inkomenseffectrapportage uitgevoerd evenals een nulmeting schulddienstverlening. Uit deze onderzoeken komt onder meer naar voren dat met name alleenstaanden en gezinnen met een zorgvraag maandelijks tekort te komen en dat zelfstandig ondernemers relatief vaak gebruik maken van schuldhulpverlening. In de interviews worden verschillende groepen genoemd waar in de gemeente SúdwestFryslân in het bijzonder aandacht voor moet zijn en die deels overlappen met de bevindingen van de onderzoeken die onlangs zijn uitgevoerd, namelijk:
Ouderen die geen of weinig pensioen hebben opgebouwd en van hun AOW moeten leven. Jongeren, in het bijzonder voortijdig schoolverlaters en jongeren met een jeugdzorgachtergrond. Werkenden met een inkomen tussen de 120 en 140/150% van de bijstandsnorm (‘werkende armen’). Inwoners in de bijstand zonder kinderen met een zorgvraag. Zelfstandigen. Inwoners die instanties mijden.
Bestaanszekerheid
11
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Hoofdstuk 3 Beleid & organisatie In dit hoofdstuk worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord:
Welk beleid voert de gemeente ten aanzien van bestaanszekerheid? Hoe is de uitvoering van het beleid georganiseerd? 3.1 Van bestaansonzekerheid naar bestaanszekerheid
Beleid & organisatie: de belangrijkste bevindingen
De gemeente heeft een actueel en vastgesteld beleidskader bestaanszekerheid. Het beleidskader is recent vertaald naar een uitvoeringsplan schuldhulpverlening en wordt momenteel vertaald naar een uitvoeringsplan voor armoede- en minimabeleid. In het beleidskader zijn de beoogde maatschappelijke effecten expliciet benoemd. De doelen hebben zowel betrekking op deze maatschappelijke effecten als op de inspanningen die de gemeente daarvoor gaat doen. In het uitvoeringsplan Schuldhulpverlening worden drie sporen onderscheiden met doelen die niet volledig overeenstemmen met de doelen in het beleidskader. De beschikbaarheid van de middelen die nodig zijn voor de uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid (financieel en personeel) wordt op dit moment als toereikend ervaren. Of er in de toekomst voldoende middelen beschikbaar zijn is onzeker door landelijke ontwikkelingen en de mogelijke gevolgen van eigen keuzes van de gemeente. Bij de totstandkoming van het beleid en de uitvoeringsagenda zijn naast de gemeente (beleid en uitvoering) ook maatschappelijke partners en ervaringsdeskundigen betrokken.
3.1.1 Beleidskader Bestaanszekerheid 2023-2026 In het meest recente Coalitieakkoord5 spreekt de gemeente Súdwest-Fryslân onder meer de ambitie uit: van bestaansonzekerheid naar bestaanszekerheid. De gemeente wil actief beleid om (energie)armoede en de kloof tussen arm en rijk tegen te gaan. De gemeente wil in de helpende stand zodat inwoners zowel fysiek als digitaal de goede hulp, regelingen en het vertrouwen vinden voor een veerkrachtig bestaan.
Het beleid van de gemeente Súdwest-Fryslân ten aanzien van bestaanszekerheid staat beschreven in het Beleidskader Bestaanszekerheid 2023-2026. In deel 1 van dit beleid worden het armoedebeleid, het minimabeleid en de schuldhulpverlening als afzonderlijke thema’s benoemd en uitgewerkt. Armoede wordt door de gemeente Súdwest-Fryslân als volgt gedefinieerd:6 “Armoede betekent dat je als huishouden voor langere tijd niet de goederen en voorzieningen hebt die minimaal nodig zijn om rond te komen. Anders gezegd, er komen dan te weinig inkomsten binnen om de voor een huishouding nodige uitgaven te kunnen doen”. Zonder extra steun vanuit het Rijk en/of de gemeenten kunnen veel huishoudens niet rondkomen. In de gemeente Súdwest-Fryslân komen huishouden met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm in aanmerking voor die ondersteuning. In het beleidskader wordt beschreven dat armoedebestrijding geen eenvoudige opgave is; armoede hangt vaak samen met problemen op meerdere gebieden en kan zowel oorzaak als gevolg zijn. Ook is het niet vanzelfsprekend dat armoede is opgelost met het vinden van betaald werk als gevolg van de zogenaamde armoedeval, een situatie die de gemeente
5 Grutsk en Tichtby. Coalitieakkoord bestuursperiode 2022-2026, p.4. 6 Beleidskader bestaanszekerheid 2023-2026, p.10.
Bestaanszekerheid
12
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Súdwest-Fryslân met een mix van tijdelijke financiële ondersteuning, coaching, begeleiding en ontzorging probeert te voorkomen. Met het beleidskader bestaanszekerheid wil de gemeente Súdwest-Fryslân het volgende bereiken:7
Figuur 2
Doelen uit het Beleidskader Bestaanszekerheid 2023-2026
Armoedebeleid
•Huishoudens hebben genoeg inkomen om gezonde keuzes te maken. •We hebben duurzame oplossingen die voorkomen dat inwoners/huishoudens (opnieuw) in armoede leven. •Er is speciale aandacht voor kwetsbare huishoudens.
Minimabeleid
•Huishoudens met een inkomen onder 120% van het bijstandsniveau ontvangen de ondersteuning die noodzakelijk is om rond te kunnen komen. •Op en rond het minimabeleid wordt integraal en interdisciplinair preventief en curatief gewerkt. Zowel intern als met onze partners
Schulphulpverlening
•Inwoners en ondernemers met financiële problemen krijgen maatwerkondersteuning voor het bereiken van financiële (zelf)redzaamheid. Hierbij geldt het principe: zo uitgebreid als mogelijk en zo intensief als nodig. • In de loop van 2024 is er een compleet werkproces voor zowel ondernemers als inwoners. •Eind 2024 zijn er verdere samenwerkingsafspraken gemaakt met bewindvoerders over de in-, door- en uitstroom van cliënten van wie de bewindvoering wordt betaald vanuit de bijzondere bijstand.
3.1.2 De vertaalslag van beleid naar uitvoering De vertaalslag van het beleid naar de praktijk legt de gemeente vast in een uitvoeringsagenda. Deze uitvoeringsagenda bestaat uit een tweetal uitvoeringsplannen waarin wordt beschreven hoe, wanneer en met wie de acties uit het beleidskader worden ingevuld. Uitvoeringsplan armoede- en minimabeleid In het Beleidskader Bestaanszekerheid staat beschreven dat het opstellen van de uitvoeringsagenda is gestart in oktober 2023 met een herijking van bestaande activiteiten en een check op volledigheid daarvan. Onderwerpen/activiteiten die in ieder geval terug zullen komen in de uitvoeringsagenda voor het onderdeel armoedebeleid zijn:
7 Beleidskader bestaanszekerheid, p.13 e.v.
Bestaanszekerheid
13
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Informatie ophalen bij inwoners om een beeld te krijgen van wat er speelt in hun leefwereld; concreet aan de slag gaan met de signalen en uitkomsten die dat oplevert; de behoefte aan ondersteuning matchen met het aanbod van minimaregelingen; het up-to-date maken en eventueel vernieuwen van het pakket aan minimaregelingen; meer gebruikmaken van ervaringsdeskundigheid voor zowel beleid als uitvoering; een visie ontwikkelen op de inzet van ervaringsdeskundigheid, samen met ervaringsdeskundige Stella de Swart (auteur van ‘Armoede krijg je gratis’); het bereik van minimaregelingen vergroten; aanvragen eenvoudiger maken (administratieve lastenverlichting); duidelijkere communicatie en dienstverlening; zorgen voor meer bewustwording bij leerkrachten/in het onderwijs om zo armoede beter te herkennen en vroeger te signaleren; financieel onderwijs promoten op zowel basis- als middelbare scholen; de ‘Week van het Geld’ een plek geven op de jaarkalender van scholen.
In het onderdeel minimabeleid zullen in ieder geval de volgende onderwerpen/activiteiten aan de orde komen:
het bereik van de minimaregelingen laten stijgen van 40% naar 80%; evaluatie van de minimaregelingen en actualisatie van het volledige pakket op basis van effectiviteit en onderlinge samenhang (motie van stofkam naar bezem); de al verzamelde gegevens van inwoners die de energietoeslag over 2022 hebben aangevraagd hergebruiken om meer bekendheid te geven aan de minimamogelijkheden; doorgaan met SWF Tichtby tot in ieder geval 31 december 2023; extra inzet van communicatie. Hierbij houden wij rekening met factoren die onderbenutting veroorzaken: schaamte, laaggeletterdheid, te weinig kennis van de Nederlandse taal, digitaal niet vaardig zijn en in het algemeen niet kunnen omgaan met deze ingewikkelde wereld.
De communicatie kan lopen via traditionele kanalen, maar bijvoorbeeld ook via sleutelfunctionarissen in maatschappelijke of religieuze organisaties; inzet van ervaringsdeskundigen (in samenwerking met Stella de Swart); aandacht voor kwetsbare groepen; aanvragen eenvoudiger maken; website eenvoudiger maken; screening van brieven op begrijpelijk taalgebruik; afstemming met en benutting van andere geldstromen (zoals gebitsanering vanuit het budget voor re-integratie op basis van de Participatiewet); doorontwikkelen van beschikken bijzondere bijstand op basis van het noodzakelijkheidscriterium; verkenning van de bruikbaarheid van bestaande en nieuwe initiatieven op het gebied van betaalbaarheidsinstrumenten en minimaregelingen.
Begin 2025 is de gemeente nog bezig met het opstellen van het uitvoeringsplan voor het armoede- en minimabeleid. De basis voor het uitvoeringsplan voor het armoede- en minimabeleid wordt gevormd door de inkomenseffectrapportage die onlangs is opgesteld. Met deze rapportage wordt inzichtelijk gemaakt wat het effect van het beleid is op verschillende
Bestaanszekerheid
14
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
huishoudens en inkomensgrenzen, bijvoorbeeld of er sprake is van een armoedeval. Naast de inkomenseffectrapportage is ook bij de Cliëntenraad Werk & Inkomen informatie opgehaald. De gemeente wil ervaringskennis en kennis vanuit de eigen organisatie en van ketenpartners gebruiken om tot een uitvoeringsplan te komen met keuzes voor een effectief en passend armoede- en minimabeleid. De verwachting is dat dit plan in het eerste kwartaal van 2025 gereed zal zijn. Op 8 april 2025 ontvangt de commissie Boarger en Mienskip de inkomenseffectrapportage via actieve informatie van het college. De belangrijkste uitkomsten worden geschetst en er wordt ingegaan op het vervolgtraject om te komen tot een uitvoeringsplan armoede- en minimabeleid. Als belangrijke bevindingen uit de inkomenseffectrapportage worden genoemd:
Gebruik regelingen: Onze gemeente heeft een ruim aanbod aan regelingen. Huishoudens die hiervan optimaal gebruikmaken, houden meer over aan het einde van de maand. Kwetsbare groepen: Alleenstaanden en paren met een zorgvraag (niet AOWgerechtigd) hebben zonder gemeentelijke ondersteuning onvoldoende budget. Ook met regelingen is hun financiële ruimte beperkt. Werken moet lonen: Voor sommige huishoudtypen (vooral met kinderen) betekent een hoger inkomen boven 120% Wsm een lager maandbudget, door het wegvallen van gemeentelijke regelingen en landelijke toeslagen. Energiekosten: Bij hogere energiekosten komen huishoudens met een inkomen tot 110% Wsm zonder gemeentelijke regelingen financieel in de knel. Met regelingen is dit grotendeels te ondervangen. Participatiepremie: Voor inwoners met een bijstandsuitkering biedt deze premie meer bestedingsruimte. Bij een overstap naar werk op 110% Wsm daalt het maandbudget.
De gemeente constateert dat de uitkomsten aanleiding geven om verder te kijken naar de toegankelijkheid, effectiviteit en reikwijdte van het gemeentelijke minimabeleid, met bijzondere aandacht voor maatwerk en het borgen van bestaanszekerheid. Deze aandachtspunten zullen worden meegenomen in het Uitvoeringsplan armoede- en minimabeleid waarvan de aanpak in Q2 2025 met de raad zal worden gedeeld.
Uitvoeringsplan Schuldhulpverlening 2025-2026 Op 10 december 2024 heeft het college het uitvoeringsplan Schuldhulpverlening 2025–2026 vastgesteld en via actieve info met de raad gedeeld. In het uitvoeringsplan zijn de uitgangspunten meegenomen van het meest recente coalitieakkoord, de aanbevelingen uit het rapport ‘Blind voor mens en recht’ van de Parlementaire Enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening en het gezamenlijk plan ‘Basisdienstverlening schuldhulpverlening’ van het kabinet, de VNG, de NVVK en Divosa wat bedoeld is om een uniform hulpaanbod te creëren in alle gemeenten. Ook gaat de gemeente gebruik maken van de Routekaart financiële zorgen van de VNG. In het uitvoeringsplan wordt per stap geanalyseerd waar de gemeente staat en waar zij naartoe wil, een analyse die ook de impact op organisatie, processen en samenwerking omvat. Op basis van de wettelijke kaders, de landelijke ontwikkelingen, bestuurlijke afspraken en het beleidskader bestaanszekerheid is een visie op schuldhulpverlening opgesteld. De visie is verdeeld in drie sporen. Per spoor is een doel opgesteld dat wordt getoetst op basis van uitgewerkte resultaten. De visie op
Bestaanszekerheid
15
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
schuldhulpverlening luidt:8 “Schuldhulpverlening in de gemeente Súdwest-Fryslân is voor alle inwoners en ondernemers beschikbaar, toegankelijk en dichtbij georganiseerd. We benaderen schulden zonder oordeel en werken altijd aan perspectief, zodat er altijd uitzicht is op een schuldenvrij bestaan en volwaardige deelname aan de maatschappij. Onze inzet op preventie en nazorg zorgt ervoor dat inwoners en ondernemers uit de schulden blijven (spoor 1). Als er al betalingsachterstanden zijn ontstaan, komen we zo vroeg als mogelijk in contact (spoor 2). We werken zo snel als mogelijk toe naar een passend hulpaanbod (spoor 3) die aansluit op de persoonlijke situatie en zolang dat noodzakelijk is. Zwaar waar dat moet, licht waar dat kan en maatwerk waar dat nodig is”.
Tabel 2
Sporen, doelen en resultaten uitvoeringsplan Schuldhulpverlening 2025-2026
Sporen
Doelen
Meetbare resultaten
Spoor 1
Meer inwoners hebben hun financiën op orde of weten waar zij terecht kunnen bij geldzorgen, waardoor zij geen aanspraak hoeven maken op hulp of nieuwe schulden maken na een succesvol schuldentraject
Minder inwoners melden zich voor schuldhulpverlening.
Uit de schulden blijven
Minder inwoners vallen terug na een afgesloten schuldentraject (recidive). Minder inwoners met een afgesloten schuldentraject komen weer in beeld via vroegsignalering.
Spoor 2 Vroeg in contact
Spoor 3 Passend hulpaanbod
We bereiken meer inwoners die te maken hebben of te maken kunnen krijgen met (beginnende) betalingsachterstanden, zodat we schulden zo vroeg mogelijk in beeld krijgen.
De gemiddelde schuldenlast bij een aanvraag voor schuldhulp daalt.
Meer inwoners met (problematische) schulden weten de weg naar schuldhulpverlening te vinden en krijgen een passend hulpaanbod. Licht waar het kan, zwaar waar het moet en maatwerk waar nodig.
Het slagingspercentage bij een schuldregeling stijgt.
Het bereik bij vroegsignalering stijgt en meer inwoners accepteren een hulpaanbod.
De doorlooptijd tussen het intakegesprek en de start van een schuldregeling daalt. Het aantal schuldenbewinden daalt.
Het aantal inwoners dat in een schuldregeling komt stijgt (tijdelijk).
Bron: Gemeente Súdwest-Fryslân, Uitvoeringsplan Schuldhulpverlening 2025 – 2026, 2024, p.8-9.
8 Gemeente Súdwest-Fryslân, Uitvoeringsplan Schuldhulpverlening 2025 – 2026, 2024, p.8.
Bestaanszekerheid
16
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Voor ieder doel in het uitvoeringsplan zijn meerdere concrete en meetbare kwantitatieve resultaten opgesteld. De gemeente wil verschillende KPI’s gaan inrichten om hierop te sturen. De voorbeelden die hierbij zijn genoemd worden niet gekoppeld aan de afzonderlijke doelen en overlappen deels met de meetbare resultaten in het uitvoeringsplan. Er zijn (nog) geen streefwaarden vastgesteld. In het uitvoeringsplan worden zowel het huidige aanbod als de nieuwe activiteiten (met planning) beschreven. Het college zegt toe de raad minimaal jaarlijks te informeren over de voortgang en inhoud van het uitvoeringsplan. 3.1.3 De totstandkoming van het beleid en de uitvoeringsagenda Zowel het beleid als de uitvoeringsagenda worden uitgewerkt door het Kernteam met daaronder een aantal werkgroepen. Het Kernteam bestaat uit een brede vertegenwoordiging van organisaties die op enigerlei wijze betrokken zijn bij bestaanszekerheid van de inwoners in Súdwest-Fryslân, namelijk Bibliotheek Mar en Fean, Sociaal Collectief, Solidair Friesland ervaringsdeskundigen, Cliëntenraad Werk & Inkomen, Project Financieel Gezond, Woningbouwcorporatie Accolade, Huurdersvereniging Sneek en de gemeente (beleid, schuldhulpverleners, accountmanager werk en ondernemen en communicatie).
Zes werkgroepen, waarin vanuit de gemeente zowel beleid als uitvoering (gebiedsteams) vertegenwoordigd zijn, houden zich bezig met de vertaalslag van het beleid naar de uitvoeringsagenda. De werkgroepen zijn gevormd rond de volgende onderwerpen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Minimaregelingen. Ervaringsdeskundigen. Onderwijs, armoede, schulden en gezondheid. Betaalbaarheid en vroegsignalering. Schulddienstverlening voor ondernemers. Geldzorgen op de werkvloer.
De Cliëntenraad Werk & Inkomen is betrokken bij zowel de totstandkoming van het beleid als de uitvoeringsagenda. In haar schriftelijke reactie op het beleidskader geeft de cliëntenraad aan dat het beleidskader een helder inzicht geeft in wat al plaatsvindt en wat nog in ontwikkeling is. De cliëntenraad vraagt bij de uitvoering van het beleid extra aandacht voor de begeleiding bij het vinden van werk. De cliëntenraad ziet werk als één van de voorwaarden voor een betere bestaanszekerheid en vindt het goed dat er met participatietrajecten wordt gewerkt aan betere voorwaarden voor een goede uitgangspositie op de arbeidsmarkt, maar vindt het nog beter om als gemeente een stap verder te gaan en de inwoner te begeleiden naar een daadwerkelijke baan met lonend werk. Hier is nog wel wat te winnen als je naar de huidige praktijk kijkt, aldus de cliëntenraad. Verschillende respondenten geven aan het positief te vinden dat er nu structureel aandacht is voor ervaringsdeskundigheid, zowel bij het opstellen van het beleid als in de uitvoering, waarover meer in paragraaf 3.3.
Bestaanszekerheid
17
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
3.2 De beschikbaarheid van middelen 3.2.1 Financiële middelen In het raadsvoorstel9 bij het beleidskader wordt aangegeven dat via de meerjarenbegroting is voorzien in de financiering van het beleidskader bestaanszekerheid. Indicatief betreft dit een totaal bedrag van € 5.945.000,- Ongeveer 64% van dit bedrag betreft minimaregelingen. De voorgenomen activiteiten vinden plaats binnen dit budget. Mocht het budget ontoereikend zijn dan wordt op basis van een financiële onderbouwing via de gebruikelijke weg een beroep gedaan op extra middelen, zo wordt in het raadsvoorstel vermeld. Daarbij worden ook verschillende risico’s benoemd, namelijk: 1. Meer gebruik van minimaregelingen, schuldhulpverlening en regelingen in het kader van armoedebestrijding kan leiden tot begrotingsoverschrijdingen; 2. Meer gebruik van bovenstaande zaken kan ook leiden tot druk op de personele bezetting; 3. Het verbeteren van de schuldhulpverlening kan gepaard gaan met extra kosten voor instrumenten, personeel en methodieken. In het uitvoeringsplan Schuldhulpverlening wordt aangegeven dat het op dit moment duidelijk is dat de gemeente de reguliere én de intensivering van de schuldhulpverlening kan dekken, maar dat het onduidelijk is hoe de gemeente er na 2026 financieel voorstaat.
Dit kan volgens de gemeente betekenen dat er tussentijds andere keuzes gemaakt moeten worden, al geeft men tegelijkertijd aan dat investeren op schuldhulpverlening een besparing oplevert binnen andere domeinen.10 Voor gemeenten betekent deze investering niet alleen financiële winst, maar ook brede maatschappelijke voordelen. In het uitvoeringsplan Schuldhulpverlening worden het structurele en incidentele budget beschreven voor de jaren 2025-2028. Ook in de interviews wordt de onzekerheid rond de beschikbaarheid van financiële middelen op de lange termijn benoemd. Deze onzekerheid is het gevolg van landelijke ontwikkelingen (onzekerheid over de koers van de huidige regering, bijvoorbeeld met betrekking tot ontwikkelingen rond wetsvoorstel participatiewet in balans, en het ravijnjaar 2026), maar wordt ook toegeschreven aan de mogelijke effecten van de keuzes die de gemeente zelf heeft gemaakt zoals het ambtshalve toekennen van regelingen, waarover meer in de volgende paragraaf. Mogelijke oplossingen voor eventuele financiële tekorten worden gezien in het verhogen van de inkomensgrens om in aanmerking te komen voor regelingen, digitaal aanvragen waar dat kan en het beter op elkaar afstemmen van processen. Medewerkers in de uitvoering geven aan beperkt zicht te hebben op de beschikbare middelen en zouden graag een groter mandaat hebben om hiervan gebruik te maken.
9 Raadsvoorstel Beleidskader Bestaanszekerheid, deel 1 (minima- en armoedebeleid,
schuldhulpverlening), 23 november 2023. 10 Hierbij wordt verwezen naar het rapport 'Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening', waarin de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) een kosten-batenanalyse heeft laten maken van schuldhulpverlening. De kosten-batenanalyse laat zien dat elke euro die gemeenten investeren in financiële hulpverlening tussen de € 1,40 en € 2,00 aan maatschappelijke waarde oplevert.
Bestaanszekerheid
18
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
3.2.2 Personeel In verschillende interviews wordt aangegeven dat er enkele jaren geleden veel personele wisselingen zijn geweest, onder andere van leidinggevenden, en dat er sprake was van onderbezetting bij zowel beleid als in de uitvoering. Op dit moment wordt de bezetting als toereikend gezien, al signaleren verschillende respondenten wel dat er veel op gemeenten afkomt en dat er veel onzekerheden zijn, zie ook de vorige paragraaf, en dat dit op langere termijn mogelijk personele knelpunten kan opleveren. De samenwerking tussen de medewerkers van beleid en SWF Tichtby enerzijds en de medewerkers in de uitvoering (het gebiedsteam) anderzijds wordt als aandachtspunt benoemd. Dat geldt ook voor de samenwerking van het gebiedsteam met partijen buiten de gemeente. In het kader van schuldhulpverlening wordt er een tijdelijk projectleider/ aanjager aangesteld die een rol moet gaan spelen in het initiëren en vormgeven van nieuwe initiatieven. Het doel is om verschillende actiepunten succesvol te ontwikkelen, evalueren en klaar te maken voor integratie in de dagelijkse bedrijfsvoering. Zodra de doelen zijn gerealiseerd en het initiatief zelfstandig kan draaien, moet de projectleider het overdragen en eindigt zijn of haar taak. Er is daarnaast een inschatting gemaakt van wat de nieuwe initiatieven aan formatie vraagt.
Er wordt binnen de begroting van het uitvoeringsplan rekening gehouden met extra formatie, maar tegelijkertijd wordt er gezegd dat dit echter niet betekent dat extra formatie noodzakelijk is. Door de dienstverlening efficiënter in te richten kan mogelijk ruimte in de huidige formatie ontstaan, waardoor taken daarbinnen uitgevoerd kunnen worden, aldus de gemeente.
Bestaanszekerheid
19
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Hoofdstuk 4 Uitvoering & doeltreffendheid In dit hoofdstuk worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord:
Op welke wijze verloopt de uitvoering van het beleid? In hoeverre worden de inwoners die tot de doelgroepen behoren, bereikt?
4.1 Aansluiting bij de doelgroep Uitvoering & resultaten: de belangrijkste bevindingen
In de uitvoering van het armoedebeleid wordt rekening gehouden met de behoeften en kenmerken van de verschillende doelgroepen. Er is een overzicht van de beschikbare toeslagen, regelingen en ondersteuning en hierover wordt actief, gericht en via verschillende kanalen gecommuniceerd naar de inwoners die daar recht op hebben. De gemeente streeft naar het vergroten van het bereik van bepaalde toeslagen en regelingen door het doorlopend dan wel automatisch toekennen ervan. Verschillende instanties, waaronder SWF Tichtby, ondersteunen inwoners bij het aanvragen van toeslagen en regelingen. De zorg bestaat dat het door het grote aantal ondersteunende instanties nu niet duidelijk is voor inwoners met welke vragen zij zich waar moeten/kunnen melden. De samenwerking en afstemming binnen de gemeente bij de keuzes die worden gemaakt en bij de uitvoering van het beleid kan volgens verschillende betrokkenen worden verbeterd. De gemeente Súdwest-Fryslân investeert in het vergroten van het bereik van regelingen, maar de indruk bestaat dat inwoners niet altijd alles aanvragen waar zij recht op hebben.
In de uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid zijn dichtbij, toegankelijk en minder ingewikkeld belangrijke uitgangspunten. De gemeente Súdwest-Fryslân probeert vanuit inzicht in en aansluiting op de behoeften en kenmerken van de verschillende doelgroepen maatregelen en instrumenten in te zetten. Dit doet de gemeente onder andere door meer datagedreven te werken (meer hierover in het volgende hoofdstuk) en door ervaringsdeskundigen te betrekken bij het opstellen en uitvoeren van het beleid.
Op de website van de gemeente Súdwest-Fryslân staat een overzicht van de verschillende regelingen die er binnen de gemeente zijn om inwoners (financieel) te helpen. Daarnaast ontvangen inwoners met een uitkering of laag inkomen jaarlijks de Kansbrief van de gemeente. Hierin staat een overzicht van de belangrijkste toeslagen en regelingen voor inkomensondersteuning vanuit de gemeente, de Belastingdienst en andere organisaties zoals Leergeld Zuidwest Friesland, de Sociale Verzekeringsbank en het Wetterskip Fryslân en wordt informatie gegeven over advies en hulp. In de Kansbrief wordt onder meer gewezen op de ondersteuning die SWF Tichtby kan bieden.
4.2 Ondersteuning door verschillende instanties 4.2.1 SWF Tichtby In 2022 is de gemeente Súdwest-Fryslân gestart met SWF Tichtby. SWF Tichtby is een steunpunt dat inwoners helpt bij het aanvragen van toeslagen en regelingen. Inwoners kunnen er langskomen voor informatie en hulp. SWF Tichtby werkt vanuit twaalf
Bestaanszekerheid
20
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
verschillende locaties in de gemeente en heeft inloopspreekuren. Bij SWF Tichtby werken ervaringsdeskundigen, een energiecoach, een toeslagenaffairemedewerker en een coördinator. Aan dit team is recent ook een schulddienstverlener toegevoegd. SWF Tichtby wordt gefinancierd vanuit de zogenaamde POK (Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag)-middelen. Deze middelen zijn na de toeslagenaffaire eenmalig aan gemeenten verstrekt om de dienstverlening aan kwetsbare inwoners te versterken. SWF Tichtby zet verschillende communicatiekanalen in om inwoners te bereiken, zoals lokale kranten, huis-aan-huis flyeren en het gericht inzetten van social media. SWF Tichtby werkt datagedreven en richt zich in de communicatie in het bijzonder op dorpen en wijken met een laag bereik van minimaregelingen. In een interview wordt aangegeven dat bezoekers zeer tevreden zijn over de ondersteuning door SWF Tichtby. SWF Tichtby ondersteunt niet bij het aanvragen van landelijke toeslagen of bij het doen van belastingaangiften; dit wordt gedaan door de Papierwinkel. Naast SWF Tichtby zijn er nog verschillende andere instanties die inwoners ondersteunen, zoals de stichting UGS, Budgetmaatjes en de Voedselbank.
Zowel vanuit de gemeente als vanuit verschillende ondersteunende instanties wordt de zorg uitgesproken dat het voor inwoners nu niet duidelijk is met welke vragen zij zich waar moeten/kunnen melden en er wordt geconstateerd dat er door het grote aanbod ook voor hen zelf een onduidelijke situatie is ontstaan.
4.2.2 Samenwerking met lokale partners in de uitvoering: de Voedselbank als voorbeeld In het voorgaande hoofdstuk werd beschreven hoe verschillende organisaties van buiten de gemeente worden betrokken bij het opstellen van het beleid en de uitvoeringsagenda. Ook in de uitvoering werkt de gemeente samen met andere organisaties, zoals de Voedselbank. In gesprekken met de Voedselbank wordt aangegeven dat de samenwerking met de gemeente de laatste jaren is verbeterd. De mensen die de intake verzorgen bij de Voedselbank hebben daarbij ook oog voor regelingen en toeslagen waar inwoners mogelijk recht op hebben (‘geen pakket zonder traject’). Zij constateren wel dat er veel wijzigingen zijn in regelingen. Een duidelijker beeld van alle regelingen en de betrokken instanties zou goed zijn. Verdere verbetermogelijkheden ziet men in de samenwerking met het gebiedsteam; het is voor gebiedsteammedewerkers niet altijd duidelijk wat de Voedselbank kan doen en de bekendheid van de Voedselbank onder de gebiedsteammedewerkers zou kunnen worden vergroot. Het gebiedsteam komt bij inwoners thuis en zou dan ook met hen de aanvraag voor de voedselbank kunnen doen. Nu moeten inwoners dat zelf doen. En dat is lastig voor mensen met schulden, een situatie die vaak gepaard gaat met veel stress. Het geven van het adres of telefoonnummer van de Voedselbank aan deze inwoners is niet voldoende.
Men zou graag zien dat het aantal verwijzingen naar de Voedselbank vanuit het gebiedsteam wordt vergroot. Ook wordt in een gesprek aangegeven dat de Voedselbank graag zichtbaar zou zijn in de uitvoeringsplannen van de gemeente.
Bestaanszekerheid
21
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
4.3 Het vergroten van het bereik van regelingen 4.3.1 Doorlopend en automatisch toekennen van toeslagen en regelingen De gemeente Súdwest-Fryslân streeft ernaar om het bereik van gemeentelijke minimaregelingen te vergroten, zo blijkt ook uit het meest recente coalitieakkoord waarin het college de ambitie uitspreekt om het percentage inwoners dat gebruik maakt van de voor hen bestemde regelingen te verhogen van 40% naar 80%. Een maatregel die de gemeente recent heeft getroffen om het bereik te vergroten is het doorlopend dan wel automatisch toekennen van bepaalde toeslagen en regelingen. Vanaf 1 januari 2024 worden aanvragen individuele inkomstentoeslag doorlopend toegekend en wordt de financiële bijdrage uit de bijdrageregeling minima en kindpakket ambtshalve toegekend voor inwoners met een uitkering op grond van de Participatiewet. In een interview wordt opgemerkt dat het lastig is om deze werkwijze te implementeren voor alle toeslagen en regelingen, aangezien hiervoor verschillende normen gelden.
4.3.2 Noodfonds bij acute geldproblemen Sinds 2023 heeft de gemeente Súdwest-Fryslân het Noodfonds bestaanszekerheid ingesteld. Inwoners met acute geldproblemen kunnen een beroep doen op dit fonds, bijvoorbeeld ook werkenden die het niet lukt om rond te komen. Iedereen kan een aanvraag doen bij de gemeente, ongeacht de hoogte van het inkomen van de betreffende inwoner. De aanvragen lopen via het gebiedsteam. In een interview wordt geconstateerd dat het in de uitvoering ontbrak aan duidelijke kaders bij het toekennen van aanvragen die door inwoners werden gedaan. Zo was het bijvoorbeeld niet altijd duidelijk voor wie dit noodfonds was bedoeld. Eenzelfde knelpunt wordt gesignaleerd ten aanzien van de energietoeslag, een landelijke financiële bijdrage voor inwoners van gemeente Súdwest-Fryslân met een laag inkomen die in 2022 werd verstrekt. Binnen de gemeente zijn er verschillende beelden bij de robuustheid van de onderbouwing van de maatregelen die worden ingezet. En daar waar de huidige werkwijze door de ene respondent als bottom-up wordt beschreven, wordt deze door andere respondenten als top-down getypeerd. Een uitdaging wordt gezien in het bestendigen van de huidige manier van werken.
4.3.3 Het bereik van regelingen in de praktijk De gemeente Súdwest-Fryslân probeert in de uitvoering maatwerk te leveren en te anticiperen op de behoeften, mogelijkheden en verscheidenheid van de doelgroep. Binnen de gemeente bestaat de indruk dat door de Kansbrief, de informatie op de gemeentelijke website en via huis-aan-huisbladen en door de ondersteuning vanuit onder andere SWF Tichtby de meeste inwoners wel weten welke toeslagen en regelingen voor hen beschikbaar zijn. Desondanks vragen inwoners niet altijd alles aan waar zij recht op hebben. De oorzaken hiervan zijn divers, zoals de complexiteit en beperkte leesbaarheid van informatie, de angst die een deel van de inwoners sinds de toeslagenaffaire heeft om de ontvangen financiële ondersteuning terug te moeten betalen, een algemeen wantrouwen richting de overheid en
Bestaanszekerheid
22
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
een gebrek aan digitale vaardigheden. Door dichtbij en toegankelijk te zijn wil de gemeente het bereik van regelingen vergroten. In het meest recente coalitieakkoord spreekt het college, zoals eerder beschreven, de ambitie uit om het percentage inwoners dat gebruik maakt van de voor hen bestemde regelingen te verhogen van 40 naar 80%. Vanuit de ambtelijke organisatie wordt aangegeven dat het gebruik van de regelingen nu per kwartaal wordt gemonitord en dat er vervolgens wordt gekeken waar de gemeente op kan en wil inzetten. In 2023 heeft de gemeente zich in het bijzonder gericht op het vergroten van het bereik van de energietoeslag; het bereik hiervan is gemeten op meer dan 90%. In een interview wordt aangegeven dat het totale bereik van minimaregelingen in de gemeente Súdwest-Fryslân inmiddels is verhoogd naar ongeveer 66%. Uit de inkomenseffectrapportage is gebleken dat minimahuishoudens die gebruik maken van de landelijke toeslagen en gemeentelijke ondersteuningsmogelijkheden in Súdwest-Fryslân in principe geen geld tekortkomen om de noodzakelijke uitgaven te doen, maar dat de praktijk leert dat huishoudens veelal van enkele regelingen gebruikmaken en niet van het volledige ondersteuningsaanbod. Het wordt daarom van belang geacht om het huidige gebruik en bereik (en daarmee ook het niet-bereik) van minimaregelingen in beeld te brengen.
Bij de Voedselbank constateert men dat er minder gezinnen gebruik maken van haar ondersteuning dan een aantal jaren geleden. De Voedselbank in Sneek kan ongeveer 100 gezinnen ondersteunen, de Voedselbank in Bolsward ondersteunde in het verleden ongeveer 60 gezinnen. Het daadwerkelijk aantal gezinnen dat men nu van voedselpakketten voorziet ligt hier met respectievelijk 70 en 22 gezinnen ruim onder.
Bestaanszekerheid
23
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
Hoofdstuk 5 Monitoring & verantwoording In dit hoofdstuk worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord:
Op welke wijze vinden monitoring en evaluatie van het beleid en effecten plaats? Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd over het bestaanszekerheidsbeleid? Hoe heeft de raad invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende rol? 5.1 Monitoring
Monitoring & verantwoording: de belangrijkste bevindingen
De gemeente Súdwest-Fryslân monitort het gebruik van regelingen. De gemeente wil de kwaliteit en het effect van haar maatregelen monitoren om op basis daarvan aanpassingen te kunnen doorvoeren. Zij wil kunnen vaststellen of zij de juiste dingen op de juiste manier doet. Het instrumentarium om maatregelen daadwerkelijk te kunnen monitoren is momenteel in ontwikkeling. De gemeente monitort op dit moment nog niet periodiek of de beleidsdoelen worden bereikt en of dit gebeurt binnen de budgettaire kaders. Het onderwerp bestaanszekerheid komt regelmatig aan de orde in de raad. De informatievoorziening heeft onder meer vorm gekregen via opiniërende bijeenkomsten en actieve informatie van het college. Er zijn geen afspraken gemaakt over de vorm en inhoud van de informatievoorziening van college aan raad. De uitvoeringsplannen worden als belangrijk vertrekpunt gezien voor de inrichting van de informatievoorziening in de toekomst. Het gesprek over het realiseren van de doelen vindt op dit moment nog onvoldoende plaats. Raadsleden geven aan in het bijzonder geïnteresseerd te zijn in het bereik van regelingen en de mate waarin de gemeente de doelgroep in beeld heeft, de vindbaarheid en toegankelijkheid van de ondersteuning, de bejegening van de inwoner en de samenwerking met andere partijen en de gemeenschap.
In het Beleidskader Bestaanszekerheid wordt het belang van goede monitoring onderstreept. De gemeente constateert dat het resultaat van haar activiteiten van belang is om vast te stellen of zij de juiste dingen doet en of zij ze op de juiste manier doet. Zo kan de gemeente haar activiteiten op kwaliteit en effect evalueren en op basis daarvan waar nodig aanpassen en afschalen en eventueel nieuwe activiteiten introduceren.
Aan de monitoring van de thema’s armoede- en minimabeleid wordt momenteel nog gewerkt. De contouren voor de monitoring van de uitvoering van de schuldhulpverlening in de gemeente Súdwest-Fryslân worden beschreven in het Uitvoeringsplan Schuldhulpverlening 2025-2026. Om de werking van vroegsignalering te monitoren neemt de gemeente deel aan de Landelijke Monitor Vroegsignalering Schulden van Divosa. Deze monitor heeft tot doel inzicht te geven in de uitvoering en resultaten van vroegsignalering, leren van de eigen gegevens en van andere gemeenten en het gemakkelijk kunnen verrijken van de gegevens om uitgebreidere analyses van de uitvoering te kunnen maken. Daarnaast heeft de gemeente, zoals eerder werd beschreven, in 2024 een nulmeting gedaan om vast te stellen waar schulddienstverlening momenteel staat in de gemeente. De gemeente wil verschillende KPI’s gaan inrichten waarop zij wil gaan sturen, zoals de totale schuld bij aanvang van een schuldregeling, het slagingspercentage bij schuldregelingen, het aantal aanmeldingen schuldhulpverlening, het aantal aanmeldingen van jongeren tot 27 jaar en het aantal aanmeldingen van ondernemers.
Bestaanszekerheid
24
Rekenkamer Súdwest-Fryslân
5.2 De rol van de raad 5.2.1 Informatievoorziening In aanloop naar het Beleidskader Bestaanszekerheid is er in november 2022 een opiniërende bijeenkomst voor de raad geweest waar verschillende betrokkenen, onder meer ervaringsdeskundigen en de Cliëntenraad Werk & Inkomen, bij aanwezig waren. Tijdens de opiniërende bijeenkomst is ook de raad om input gevraagd. Vervolgens is er gedurende de afgelopen jaren op verschillende momenten actieve informatie vanuit het college gedeeld met de raad, bijvoorbeeld over het uitvoeringsplan Schuldhulpverlening 2025-2026 en de inkomenseffectrapportage. Het onderwerp bestaanszekerheid komt regelmatig aan de orde in de commissievergaderingen en bij het bespreken van de planning- en controldocumenten, zo geven respondenten aan. Vanuit het bestuur en de organisatie wordt geconstateerd dat de gemeenteraad zich betrokken toont bij het onderwerp bestaanszekerheid en dat landelijke ontwikkelingen, zoals de toeslagenaffaire en de discussie rond het schoolontbijt, hieraan bijdragen. Raadsleden toonden eerder onder meer interesse in de armoedeval, de bejegening van inwoners en de begrijpelijkheid van de brieven van de gemeente aan de inwoners. Vanuit bestuur en organisatie wil men de informatievoorziening aan de raad verbeteren en de raad pro-actief en structureel meenemen in de ontwikkelingen en resultaten van het beleid.