CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Nota Openbare Ruimte 2026-2030

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Nota Openbare Ruimte 2026-2030’23.136 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota Openbare Ruimte 2026-2030 ‘In takomstbestindige iepenbiere romte dêr’t elkenien harren thús fielt!’

Juni 2025

Gemeente

Súdwest-Frys\ân

Gemeenten moeten infrastructuur vernieuwen, maar hebben er geen geld voor

Jonen Leendertse redacteur Binnenland

Lokale overheden vragen met spoed om geld van het rijk om de infrastructuur op peil te houden. SO procent van alle bruggen, sluizen, viaducten en wegen is in beheer van gemeenten. Veel daarvan zijn aan het einde van hun levensduur, maar lokale overheden schuiven onderhoud en vernieuwing voor zich uit, omdat ze het geld ervoor niet hebben of het niet genoeg prioriteit geven.

Veel infrastructuur dateert uit de járen 60 en7ū. en daardoor zijn veel constructies aan vervanging toe. Wegen worden bovendien steeds meer en zwaarder belast. Dat versnelt slijtage.

Nederland staat hiermee dus voor een grote uitdaging. Nu al is jaarlijks 2,4 miljard euro nodig. Dat loopt op tot 3 miljard per jaar in 2040, blijkt uit een rapport van onderzoeksbureau TNO dat vorig jaar uitkwam.

Gemeenten draaien op voor meer dan de helft voor deze kosten. Daarin zijn de kosten die gemaakt moeten worden als gevolg van bodemdaling, zwaardere voertuigen en verduurzaming nog niet meegenomen

Vervang īngskostĉn gemeenten per jaar 2 miljard

1,5 miljard

1 miljard

0,5 miljard

Ũ 2021

2021-2Ū30

2Ū31-2Ū5Ū

Artikel van NOS over de vervangingsopgave (bron: https://nos.nl/artikel/2535232-gemeenten-moeteninfrastructuur-vernieuwen-maar-hebben-er-geen-geld-voor).

2

Samenvatting Kort samengevat richten we ons in de Nota Openbare Ruimte 2026-2030 op de volgende speerpunten:

De basis op orde We streven naar een veilige, toegankelijke en gezonde openbare ruimte voor inwoners en bezoekers. We hanteren daarbij onderstaande strategie en opgave. Strategie ^ We continueren het onderhoudsniveau (technische kwaliteit) ‘gemiddeld Basis’; ^ we hanteren een gedifferentieerd beeldkwaliteitsniveau per assetgroep en per gebied; ^ inrichting en beheer is gebaseerd op de kosten van de gehele levenscyclus (LCC/TCO); • we richten ons op het onderhouden en vervangen van assets op plekken waar de veiligheid en functionaliteit in het geding dreigen te komen; • we gaan werkzaamheden slim combineren en plannen, door integrale programmering toe te passen - zowel intern als met externe partners; ^ we betrekken de mienskip actief bij beheer en onderhoud via gerichte communicatie en participatie. Daarnaast zetten we in op social return door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en schoolverlaters hierbij te betrekken. Opgave • We starten met de vervanging van kades in stedelijk gebied.

Bij de wegen besteden we extra aandacht aan de kwaliteit van trottoirs met het oog op toegankelijkheid; ^ we werken het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) verder uit tot een praktisch kwaliteitshandboek; • we ontwikkelen de integrale meerjarenprogrammering en het risicogestuurd beheer door, ondersteund door de organisatiewaardenmatrix; ^ we actualiseren het handboek voor kabels en leidingen; ^ we professionaliseren de communicatie en betrekken inwoners actiever bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte, bijvoorbeeld via onze stads-, dorp- en wijkcoördinatoren; ^ we actualiseren de beheerplannen per assetgroep, inclusief financiële onderbouwing.

Duurzame en toekomstbestendige openbare ruimte In de openbare ruimte beperken we de negatieve milieueffecten, mitigeren we klimaateffecten en zetten we in op een duurzame en circulaire inrichting. We hanteren daarbij onderstaande strategie en opgave. Strategie • We leveren vanuit beheer en onderhoud een actieve bijdrage aan doelstellingen op het gebied van energie, klimaatadaptatie, gezondheid, circulariteit en biodiversiteit; • we benutten we onderhoud en vervanging van kapitaalgoederen als fundament voor het realiseren van bredere opgaven in de openbare ruimte; • we combineren de onderhoudswerkzaamheden slim met duurzame maatregelen en houden rekening met andere maatschappelijke doelen en wensen - mits er voldoende financiële middelen zijn; • we volgen de marktontwikkelingen, bewegen flexibel mee en staan we open voor pilots om te leren en innoveren. Opgave • We verduurzamen onze gebouwen stapsgewijs en doelgericht; • we bevorderen hergebruik van materialen en grond door opslaglocaties optimaal te benutten en waar mogelijk uit te breiden; • we vergroenen de openbare ruimte door verharding te vervangen en in te zetten op klimaatadaptieve maatregelen; ^ we versterken de biodiversiteit door natuur-inclusieve inrichting en beheer; ^ we dragen bij aan een gezonde, aantrekkelijke en beweegvriendelijke leefomgeving.

3

Financieel gedegen We gaan verantwoord om met gemeenschapsgeld en zoeken naar een goede balans tussen kosten prestaties en risico’s. We hanteren daarbij onderstaande strategie en opgave. Strategie ^ We kiezen voor het scenario ‘Realistisch’; ^ we zetten assetmanagement in voor professioneel en kostenefficiënt beheer; ^ we sturen op de laagste maatschappelijke kosten over de gehele levenscyclus (LCC/TCO); ^ we halen het achterstallig onderhoud gefaseerd in binnen 5-10 jaar als vervolg op de koers van de vorige nota van 5 jaar terug (toen 10-15 jaar). Hierbij ligt er extra focus op het vervangen van kademuren in stedelijk gebied en het groot onderhoud van wegen.

Hiervoor is aanvullend investeringsbudget nodig, door middel van het voorgestelde ingroeimodel; • we regelen het structurele onderhoudsbudget toekomstbestendig door jaarlijks middelen te reserveren voor prijsstijgingen (volgens GWW-index) en areaaluitbreiding; • we houden vrijvallende kapitaallasten en overgebleven middelen binnen het kapitaalgoederencomplex beschikbaar om achterstanden niet verder te laten oplopen; • we werken de komende jaren aan aanvullend onderhouds- en investeringsbudget om kademuren en wegen aan te pakken, uitgaande van het voorstelde ingroeimodel conform scenario ‘Realistisch’; • we verlagen de lastendruk op korte termijn door de afschrijvingstermijnen te verlengen via een aanpassing van de Financiële Verordening (in lijn met de kansrijke sporen). Opgave • We werken voorstellen uit voor aanvullend budget en nemen deze op in de beheerplannen per assetgroep, met een vertaling naar de meerjarenbegroting; ^ we brengen tijdens de begrotingscycli voorstellen in voor (investerings)middelen.

Foto: Sneek

4

Inhoudsopgave Samenvatting.................................................................................................................... 3 Inhoudsopgave...................................................................................................................5 Voorwoord........................................................................................................................ 6 1.

Inleiding.............................................................................................................. 8

2.

Terugblik............................................................................................................11

3.

Beleidskader....................................................................................................... 15

4.

Assetmanagement............................................................................................... 18

5.

Beheer & Onderhoud............................................................................................ 21

6.

Uitdagingen........................................................................................................ 25

7.

De baten............................................................................................................33

8.

De kosten ...........................................................................................................38

9.

Kwaliteit & Tevredenheid..................................................................................... 42

10.

Wat willen we bereiken?....................................................................................... 49

11.

Scenario’s.......................................................................................................... 56

12.

Advies............................................................................................................... 67

Bijlage 1 Begrippenlijst..................................................................................................... 72 Bijlage 2 Enquêteresultaten............................................................................................... 74 Bijlage 3 Sustainable Development Goals............................................................................. 75 Bijlage 4 Speerpunten Omgevingsvisie Súdwest-Fryslân........................................................... 77 Bijlage 5 Overzicht assets...................................................................................................78 Bijlage 6 Factsheets per assetgroep..................................................................................... 79

5

Voorwoord Bêste lêzer, Súdwest-Fryslân bestiet alwer 14 jier. En alwer hast 14 jier binne wy de grutste gemeente fan Nederlân. Ast sjochst nei it oantal fjouwerkante kilometers. En yn ús grutte gemeente lizze hiel wat diken, fytspaden, stoepen, farwegen, brêgen, bermen, parken. Us ynwenners meitsje der alle dagen gebrûk fan. It binne dé basisfoarsjenningen fan ús mienskip en ek foar ús besikers. It wurk by de keten Iepenbiere Romte is hiel sichtber. Sit in stoeptegel los of stiet it gers te heech, dan hearre wy dat fan ús ynwenners. Lokkich krije wy in soad kompliminten, mar der is ek genôch krityk. It is belangryk om altyd yn petear te bliuwen. Om ús ferhaal te fertellen. En om de ynwenner te hearren. Ien kear yn ’e 5 jier hâlde wy in enkête ûnder ús ynwenners. Oer wat sy fan ús iepenbiere romte fine. Ein 2024 holden wy wer in enkête. Dy is mei 2.000 ynstjoeringen goed ynfolle. Us ynwenners en pleatslike belangen wolle graach dat wy dat wy ús stoepen better ûnderhâlde en mear omtinken jaan oan ûnkrûdbestriding op ferhurdingen en ús meanbelied. De kommende jierren wurde spannend. It wurdt in finansjeel drege perioade. Dochs wolle wy ynvestearje. Us diken en kademuorren ferbetterje. Sadat ús iepenbiere romte noflik, feilich en tagonklik bliuwt. Want as wy de kommende jierren minder ûnderhâld dogge, kostet it ús yn ’e takomst just folle mear.

It feroarjende klimaat makket dat wy ús gemeente oanpasse moatte: minder stiennen en mear grien. Dêr hawwe wy ús ynwenners by nedich. Wy wolle harren stimulearje om de tún griener te meitsjen, in grien dak te nimmen, in reintonne oan te skaffen en/of in geveltún by ús oan te freegjen. Yn dizze nota kinst lêze hoe’t ús iepenbiere romte der no foar stiet en wat ús útdagingen en senario’s foar de takomst binne. Wy meitsje in ferkoarte ferzje fan dizze nota foar ús ynwenners (de publyksferzje). Wy witte: net elkenien is it altyd mei ús iens. En dat hoecht ek net. Mar as je útlizze wêrom’t je wat dogge (of just net), skeelt dat faak al in ein. Wy binne allegearre minsken. Wy rinne, fytse, farre en ride troch dyselde Súdwest-Fryske iepenbiere romte. Ut namme fan it kolleezje fan B&W fan Súdwest-Fryslân, Henk de Boer Wethâlder Kapitaalguod

6

Foto: Sneek

7

1.

Inleiding

De Nota Openbare Ruimte is een nadere uitwerking van de omgevingsvisie voor het onderdeel openbare ruimte. De Nota Openbare Ruimte is een integraal en strategisch document.

Doel Het doel van de Nota Openbare Ruimte is om een strategische koers uit te zetten voor het beheer en onderhoud van de assets in de openbare ruimte. De strategische koers: ^ geeft richting aan beleids- en beheerplannen op tactisch niveau; ^ draagt bij aan de lange termijn doelen van de gemeente, zoals beschreven in de omgevingsvisie.

Doelgroep De doelgroepen van de Nota Openbare Ruimte zijn: • raadsleden; ^ college van Burgemeester & Wethouders; ^ collega’s ruimtelijk en sociaal domein; • inwoners en bedrijven; ^ (project)ontwikkelaars en belangenorganisaties; • andere overheden, zoals het waterschap en de provincie.

Definitie van ‘openbare ruimte’ De openbare ruimte is het geheel van alle gebieden die voor iedereen vrij toegankelijk zijn, zonder voorafgaande toestemming of beperkingen. Dit omvat straten, pleinen, parken, trottoirs, speelterreinen en andere publieke infrastructuren. De gemeente beheert en onderhoud deze ruimtes om ze veilig, functioneel en aantrekkelijk te houden voor het algemeen belang.

Scope De Nota Openbare Ruimte gaat over alle assets in de openbare ruimte met uitzondering van de riolering. Riolering maakt onderdeel uit van het ‘Watertakenplan 2023-2027’. Riolering heeft echter wel een sterke relatie met de openbare ruimte, zeker in combinatie met groot onderhoud. De Nota Openbare Ruimte is een integraal document. Dat betekent dat we de assets in de openbare ruimte zoveel mogelijk integraal benaderen. De nadruk ligt op het in stand houden van de openbare ruimte; dus het beheren, onderhouden en vervangen van assets. Om structuur te bieden zijn de assets opgedeeld in zes groepen: • ^ ^ • • •

Wegen Verlichting Groen Waterbouwkundige kunstwerken Waterbodems Gebouwen

Deze verdeling is op basis van het BBV (Besluit begroting en verantwoording), waardoor er aansluiting is bij de opbouw van de Programmabegroting. Een overzicht van de assetgroepen is opgenomen in bijlage 5. Daarnaast zijn de assetgroepen uitgewerkt in factsheets (bijlage 6).

Assetmanagement In de Nota Openbare Ruimte nemen we de principes van assetmanagement als basis voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. In hoofdstuk 4 wordt dit nader uitgelegd.

Scenario’s Onze opgaven zijn groot maar de (financiële) middelen beperkt. Daarom moeten we keuzes maken. Dat doen we door middel van deze nota. We schetsen in de nota een drietal scenario's waaruit de gemeenteraad haar voorkeursvariant kan kiezen. Elk scenario beschrijft een ambitie met een bijbehorend financieel vooruitzicht. Het gekozen scenario zal de komende jaren leidend zijn in de keuzes die we maken in het beheer en onderhoud van onze assets.

8

Totstandkoming van deze nota Deze Nota Openbare Ruimte is tot stand gekomen door onze stakeholders erbij te betrekken. Eind 2024 is er een enquête geweest, waarbij inwoners en plaatselijke belangen hun mening konden geven over de openbare ruimte. In december 2024 is een bestuurlijke verkenning geweest met het college van burgemeester en wethouders. Op 6 maart 2025 was er een opiniërende bijeenkomst met de raadscommissie ‘Doarp, Stêd en Omkriten’. De feedback vanuit deze twee sessies is richtinggevend geweest voor de inhoud van deze nota. Daarnaast is er informatie opgehaald vanuit andere thema’s en programma’s, zoals mobiliteit, gastvrijheid, klimaatadaptatie en sociaal domein. Los van de nota is er regulier overleg met collega’s van mobiliteit, gastvrijheidseconomie en klimaatadaptatie, zowel beleidsmatig als op uitvoering. De collega’s binnen de keten Openbare Ruimte zijn dan ook betrokken geweest bij de totstandkoming van de Visie Gastvrijheidseconomie en worden betrokken bij het nieuwe Mobiliteitsprogramma en de visie op het Sociaal Domein.

Foto: Workum

9

w 1

V

I -J

ţį V

čįį w&'s^Jļ.

WÍL

MB

'C,

ļŗ *mi

ĩânii IfJfja1

4

šã prL‘^» --

'"

ļ

MH l^mÊĚĚSĚ k ll1

c

[ĘmĘÊ mil

ĵ^irr.

Foto: Bol sward

10

2.

Terugblik

De Nota Openbare Ruimte 2026-2030 is een actualisatie en aanscherping van de Nota Openbare Ruimte 2020-2025. Bij de vaststelling van de vorige nota is gekozen voor scenario 2: ‘verbeteren kwaliteit leefomgeving’. Dit scenario gaat uit van het inhalen van achterstallig onderhoud in 10-15 jaar en het toekomstbestendig inregelen van de kapitaalgoederen. Hieronder volgt een beschrijving van de resultaten per beleidslijn.

De basis op orde Voor inwoners en bezoekers streven we naar een openbare ruimte die veilig en toegankelijk is en bijdraagt aan het bevorderen van gezondheid. We werken toe naar het onderhoudsniveau ‘gemiddeld Basis’. Resultaten De afgelopen jaren is gewerkt aan de basis op orde en daarbij was onderhoudsniveau ‘gemiddeld Basis’ het uitgangspunt. Bij de assetgroepen verlichting, gebouwen en waterbodems werd dit technische kwaliteitsniveau gehaald. Vooral bij waterbodems is een inhaalslag gemaakt. De assetgroepen wegen, waterbouwkundige kunstwerken en groen halen het kwaliteitsniveau ‘gemiddeld Basis’ niet. We zien met name een lage score op de subgroepen elementenverhardingen (bestrating), onkruid op verhardingen, oevers & kaden, gazon en boomspiegels in trottoirs. De voornaamste oorzaken hiervan zijn: ^ werkzaamheden kabels en leidingen in verhardingen en openbaar groen; ^ boomwortelopdruk in elementenverhardingen (voornamelijk trottoirs en fietspaden); ^ intensiever gebruik van wegen, zowel in aantal voertuigen als in omvang en gewicht; ^ groeizame jaren, dat de groei van ongewenste kruiden en gazon bevordert; ^ de leeftijd van damwanden en kademuren (einde levensduur); ^ personeelskrapte; ^ te krap budget door areaalgroei, extreme prijsstijgingen en zwaardere eisen bij nieuwe aanleg.

Foto: IJlst

11

Duurzame en toekomstbestendige openbare ruimte Door beheer en onderhoud dragen we bij aan de (gemeentelijke) doelstellingen op het gebied van energie, klimaatverandering, circulaire economie, biodiversiteit en de Global Goals. Resultaten Bij onderhoudswerken probeerden we waar mogelijk werk met werk te maken om daarmee bij te dragen aan de gemeentelijke opgaven en doelstellingen. Bij veel werkzaamheden werden klimaatadaptieve maatregelen genomen, zoals het vergroenen van de openbare ruimte en het afkoppelen van hemelwater bij het vervangen van de riolering. Binnen groenbeheer lag de focus op het bevorderen van de biodiversiteit door bijvoorbeeld onder de kroon van de bomen minder frequent te maaien. Voor inwoners oogt dit soms slordig. Beter communiceren kan daarbij helpen. Op het gebied van energie en circulaire economie zijn kleine stapjes gezet, maar hierbij zijn we ook afhankelijk van de markt en beschikbare middelen.

Foto: Hindeloopen

Financieel gedegen We gaan verantwoord om met gemeenschapsgeld en streven naar een goede balans tussen kosten, prestaties en risico’s (uitgangspunt assetmanagement). Ons streven was om het achterstallig onderhoud gefaseerd in te halen. Resultaten Om het technische kwaliteitsniveau ‘gemiddeld Basis’ te behouden/behalen en de opgaven bij de wegen en waterbouwkundige kunstwerken op te kunnen pakken, zijn er de afgelopen jaren extra financiële middelen beschikbaar gesteld. Dat was zowel voor onderhoud (geld voor indexatie en areaal) als voor grote vervangingen en renovaties (investeringsbudget: in 2023 C 3 miljoen en vanaf 2024 C 4 miljoen per jaar).

12

Daarnaast is er een egalisatiereserve ingesteld om budgetten flexibeler in te kunnen zetten. Hierdoor hoopten we bovendien een deel van het achterstallig onderhoud weg te kunnen werken. Hiervoor was een periode van 10-15 jaar aangehouden. De realiteit is dat een deel van het achterstallig onderhoud is weggewerkt, maar dat er ook nieuwe achterstanden zijn ontstaan. Per saldo is het achterstallig onderhoud vergelijkbaar met dat van 2020. De voornaamste oorzaken hiervan zijn: ^ intensiever gebruik van wegen en werkzaamheden door derden in en langs onze verhardingen; ^ de leeftijd van waterbouwkundige kunstwerken en dan vooral kademuren; ^ flinke prijsstijgingen in de sector grond-, weg- en waterbouw. In de periode van 2020 tot 2025 ging het om bijna 30% (GWW-index), zoals hieronder is te zien in afbeelding 2.1; ^ zwaardere eisen bij waterbouwkundige kunstwerken en wegen die leiden tot hogere investeringskosten. Bruggen, kademuren, damwanden en wegen dienen zwaarder aangelegd te worden dan 10 tot 20 jaar geleden.

13

Foto: Sneek

14

3.

Beleidskader

De Nota Openbare Ruimte is verankerd in de organisatie. De huidige (strategische) beleidsdocumenten vormen het kader waarbinnen de nota is uitgewerkt.

Inpassing De Nota Openbare Ruimte staat niet op zichzelf. De nota is ingebed in de bestaande hiërarchie van visies, nota's en plannen van de gemeentelijke organisatie. De Nota Openbare Ruimte is een strategisch document dat een verdere uitwerking is van de omgevingsvisie op het onderdeel openbare ruimte. Daarnaast biedt het kaders en uitgangspunten voor de verdere uitwerking op tactisch niveau in beleids- en beheerplannen.

Afbeelding 3.1: inkadenng van de nota openbare ruimte van strategisch niveau (omgevingsvisie) tot operationeel niveau (jaarplannen en projecten).

Omgevingsvisie De omgevingsvisie is het integraal hoofdlijnenakkoord voor de lange termijn. Het beschrijft de visie van de gemeente voor de fysieke omgeving. In de omgevingsvisie staan ambities uitwerkt voor de lange termijn. De omgevingsvisie is een verplicht onderdeel van de omgevingswet. Nota Openbare Ruimte De Nota Openbare Ruimte is een uitwerking van de omgevingsvisie voor het onderdeel openbare ruimte. De nota is een strategisch document, waarin een integrale koers voor de openbare ruimte is uitgewerkt voor de middellange termijn (5-10 jaar). De koers is uitgewerkt in doelen. Beleids- en beheerplannen Onder de Nota Openbare Ruimte liggen tactische beleids- en beheerplannen. Een tactisch plan is het geheel van acties op weg naar een doel (zoals beschreven in de Nota Openbare Ruimte). De beleids- en beheerplannen kunnen (afhankelijk van de ontwikkelingen in de praktijk) vaker bijgesteld worden dan de Nota Openbare Ruimte. In deze plannen vindt de verdieping plaats. In de nota wordt regelmatig verwezen naar de beleids- en beheerplannen, aangezien hierin de verdieping en vertaling plaatsvindt van hetgeen dat in de nota op hoofdlijn is beschreven. Binnen de openbare ruimte zijn momenteel zeven beheerplannen actueel. Het merendeel wordt in 2026 geactualiseerd en voorgelegd aan het college van Burgemeester & Wethouders.

Jaarplannen en Projecten In de Jaarplannen zijn concrete activiteiten benoemd die in het betreffende uitvoeringsjaar worden uitgevoerd. Grotere werkzaamheden worden uitgewerkt in projecten. Het toekomstige Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) - ook wel kwaliteitshandboek genoemd - gaat een programma van technische eisen voor de uitvoering bevatten (vervanging, inrichting).

15

Coalitieakkoord & Programmabegroting Een coalitieakkoord bevat afspraken tussen politieke partijen over alle beleidsdomeinen; van zorg en onderwijs tot openbare ruimte en financiën. De programmabegroting is een directe financiële uitwerking van het coalitieakkoord. Het huidige coalitieakkoord ‘Grutsk en Tichtby’ is opgesteld voor de bestuursperiode 2022-2026 en is daarom minder relevant voor deze nota. Omgevingsprogramma’s en -plan In Súdwest-Fryslân zijn in het kader van de omgevingswet meerdere omgevingsprogramma’s en een omgevingsplan van kracht die van invloed zijn op de inrichting van onze openbare ruimte. Tijdens het beheer en onderhoud van onze assets houden we rekening met deze programma’s en plannen.

Sustainable Development Goals In 2015 hebben de Verenigde Naties (VN) wereldwijde afspraken gemaakt om een einde te maken aan armoede, ongelijkheid en klimaatverandering. Deze Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn wereldwijd bekend als de Sustainable Development Goals (SDG’s). In 2015 hebben alle 193 landen die lid zijn van de VN de doelen aangenomen. Met deze doelen willen zij in 2030 een duurzame wereld voor iedereen bereiken, waarin niemand wordt buitengesloten. De doelen gelden voor alle landen en voor alle mensen. Met de openbare ruimte dragen we bij aan deze doelen. In bijlage 3 zijn de ontwikkeldoelen verder uitgewerkt en doorvertaald naar de praktijk.

Afbeelding 3.2: overzicht Global goals. Bron: www.rijksoverheid.nl.

16

Foto: Easterwierrum

17

4.

Assetmanagement

In het beheer en onderhoud van de openbare ruimte nemen we de principes van assetmanagement als basis.

Principes assetmanagement Assetmanagement is een methodiek die beschrijft hoe je met gewogen beheer (balans in prestatie, risico en kosten) maximale waarde uit je assets kan halen. De kern van assetmanagement is het vaststellen van organisatiedoelstellingen (omgevingsvisie) en het plannen en coördineren van activiteiten om deze doelstellingen te verwezenlijken en waarde te creëren.

Afbeelding 4.1: Assetmanagement is een afweging tussen prestaties, risico’s en kosten. Bron: www.urban4us.nl

Line of Sight De Nota Openbare Ruimte draagt bij aan het verwezenlijken van doelen door het vertalen van de ambities uit de omgevingsvisie naar concrete strategische doelen. Welke weer uitgangspunt zijn voor de beleids- en beheerplannen op tactisch niveau en vervolgens input vormen voor de jaarplannen op operationeel niveau. Dit wordt in assetmanagement ‘Line of Sight’ genoemd. De uitgangspunten vanuit deze nota worden dus vertaald in concrete en begrijpbare beleids- en beheerplannen per assetgroep. Hierdoor is voor medewerkers duidelijk hoe onze assets worden beheerd en kunnen we heldere verwachtingen scheppen richting de mienskip. De ‘Line of Sight’ werkt ook de andere kant op: van operationeel naar tactisch en tot slot naar strategisch.

Pijlers van assetmanagement Assetmanagement heeft een relatief abstracte definitie en een omvangrijke scope. Om dit te concretiseren zijn een aantal pijlers van assetmanagement gedefinieerd. Deze pijlers geven concrete handvatten om de organisatie te verbeteren: ^ balans creëren tussen kosten, prestaties en risico’s; ^ levensduurbenadering van de assets (LCC/TCO); • integraal denken en integraal werken; ^ doelen, beleid, plannen en uitvoering op elkaar afstemmen (Line of Sight); • informatiemanagement; • mens en organisatie op orde, zowel kwantitatief al kwalitatief; ^ evalueren en verbeteren.

18

Afbeelding 4.2: het iAMPro model voor assetmanagement, die voorziet in de benodigde activiteiten, informatie en randvoorwaarden die een organisatie nodig heeft om invulling te geven aan assetmanagement. Bron: www.essit.nl

Instrumenten van assetmanagement We gebruiken verschillende instrumenten die binnen assetmanagement beschikbaar zijn. Hieronder de twee belangrijkste. Lange Termijn Asset Planning Met de Lange Termijn Asset Planning (LTAP) kunnen we groot onderhoud en vervangingsinvesteringen voor de komende vijftig jaar inzichtelijk maken. Verderop in deze nota gaan we hier nader op in. Organisatiewaardenmatrix Onderdeel van assetmanagement is risicogestuurd werken. Súdwest-Fryslân heeft hier een eigen organisatiewaardenmatrix ofwel risicomatrix voor ontwikkeld. Dit model is in 2023 geactualiseerd en wordt als hulpmiddel gebruikt om op basis van de organisatiewaarden een goede afweging te kunnen maken bij de meerjarenplanning. Op basis van kans maal effect kunnen we met behulp van de matrix een inschatting maken van de risico’s van vraagstukken.

19

Foto: Bolsward

20

5.

Beheer & Onderhoud

We kennen verschillende termen en definities voor de wijze waarop we het beheer en onderhoud van de openbare ruimte uitvoeren. De belangrijkste zijn hieronder nader toegelicht.

Integraal beheer In de Nota Openbare Ruimte komen alle assets in de openbare ruimte samen. Dit noemen we integraal beheer. Het is een essentieel onderdeel van assetmanagement (pijler: integraal denken en werken). Hieronder staan de belangrijkste principes die integraal beheer te bevorderen. Datagedreven aanpak voor beheer en onderhoud Om de openbare ruimte effectief te beheren, maken we gebruik van een datagedreven aanpak. In een grote gemeente als Súdwest-Fryslân is dat juist van groot belang. Dit betekent dat beslissingen worden gebaseerd op objectieve gegevens over prestaties, kosten en risico’s. Door het verzamelen en analyseren van gegevens krijgen we beter inzicht in de staat van de openbare ruimte en kunnen we proactief inspelen op onderhoudsbehoeften. Continu en periodiek meten en analyseren van prestaties Door systematisch prestaties te monitoren, kunnen we trends signaleren en vroegtijdig bijsturen. Dit gebeurt bijvoorbeeld via inwonerenquêtes, inspecties en rapportages. Op basis van deze analyses kunnen onderhoudsstrategieën worden geoptimaliseerd en kan verspilling van middelen worden voorkomen.

Afstemming tussen afdelingen voor integrale oplossingen Een integrale benadering vraagt om samenwerking tussen verschillende disciplines, zoals mobiliteit, toegankelijkheid, groenbeheer, gastvrijheidseconomie, woningbouw, riolering, kabels & leidingen en openbare verlichting, maar ook het sociaal domein. Door deze sectoren samen te brengen, kunnen we synergievoordelen benutten en voorkomen dat werkzaamheden elkaar tegenwerken. Dit leidt tot efficiëntere projecten en een samenhangende inrichting van de openbare ruimte. In het kader van een integrale samenwerking tussen betrokken teams, worden verkeerskundige maatregelen die bijdragen aan de verkeersveiligheid structureel meegenomen bij gepland wegonderhoud. Door deze werkwijze kunnen maatregelen zoals drempels, wegversmallingen, attentievlakken, extra parkeervakken, verhoogd parkeren en bredere fiets- en wandelpaden efficiënt worden geïntegreerd in lopende onderhoudsprojecten. Deze aanpak versterkt de samenhang tussen beheer, onderhoud en verkeersveiligheid. Deze maatregelen worden standaard meegenomen in de opdrachtformulering vanuit onderhoud kapitaalgoederen. Inspelen op brede maatschappelijke ontwikkelingen De openbare ruimte staat onder invloed van trends en ontwikkelingen zoals klimaatverandering, demografische verschuivingen en technologische innovaties.

Door deze ontwikkelingen tijdig mee te nemen in het beheer en de planning, kunnen we anticiperen op toekomstige uitdagingen. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen tegen hittestress of verbeterde waterafvoer bij hevige regenval. Balans tussen kwaliteit en beschikbare middelen Bij het beheer van de openbare ruimte moeten we continu een afweging maken tussen de gewenste kwaliteit en de beschikbare financiële en materiële middelen. Hierbij wordt rekening gehouden met duurzaamheid en circulariteit, zodat investeringen niet alleen op korte termijn, maar ook op lange termijn waarde opleveren. Betrekken van inwoners en belanghebbenden Inwoners en andere stakeholders spelen een belangrijke rol in het beheer van de openbare ruimte. Zij ervaren deze ruimte dagelijks en kunnen waardevolle input leveren voor verbeteringen. Door hen actief te betrekken in beleidsvorming en beheer ontstaat meer draagvlak en maatwerk. Dit doen we bijvoorbeeld door stads-, dorp- en wijkcoördinatoren nauw te betrekken bij de jaar- en meerjarenplanningen. Efficiënt inzetten van budgetten en middelen Een effectieve besteding van middelen vraagt om een strategie gebaseerd op levenscycluskosten. Dit houdt in dat we niet alleen kijken naar initiële investeringen, maar ook naar onderhoudskosten

21

en de levensduur van materialen en infrastructuur. Door prioriteiten te stellen en financiële keuzes integraal af te wegen, zorgen we voor een duurzaam en kostenefficiënt beheer. Deze methode noemen we LCC (life cycle costs) of TCO (total cost of ownership). Aansluiting bij de Omgevingswet De Omgevingswet vraagt om een samenhangende benadering van de leefomgeving. Dit betekent dat de doelen uit de gemeentelijke omgevingsvisie moeten worden geïntegreerd in het beheer van de openbare ruimte. Door deze aansluiting te waarborgen, zorgen we voor consistent beleid dat aansluit bij de bredere ruimtelijke en maatschappelijke doelen. Hiermee bevorderen we het integraal en gebiedsgericht werken en dragen bij aan de doelstellingen van assetmanagement.

Cyclisch beheer De meeste assets in de openbare ruimte worden cyclisch beheerd, wat betekent dat ze na aanleg of onderhoud in goede staat verkeren, maar door gebruik, vervuiling en verwering in kwaliteit afnemen. De onderhoudsfrequentie verschilt per asset; groengebieden vragen meerdere keren per jaar aandacht, terwijl wegen en bruggen gemiddeld eens in de 15 tot 20 jaar groot onderhoud krijgen. Deze cycli wordt herhaald totdat de asset einde technische levensduur is. Hierbij zoeken we altijd naar het optimale moment voor onderhoud en vervanging. Als er eerder onderhoud nodig is omdat de waarschuwingsgrenzen worden overschreden, voeren we dat uit.

Curatief beheer Curatief beheer betekent ‘herstellen wat kapot of versleten is’. Curatieve maatregelen bestaan uit het vervangen en repareren van delen van een object of het gehele object. Curatief onderhoud kan niet uitgesteld worden, omdat het functioneren in gevaar is. Nadeel van curatief beheer is dat het vaak hogere kosten met zich meebrengt en vaak ook niet voorspelbaar of planbaar is. Daarom proberen we door preventief cyclisch beheer slijtage zoveel mogelijk te voorkomen. In de praktijk leidt budgetdruk er echter toe dat er voor curatieve maatregelen wordt gekozen en preventief onderhoud, zoals schoonmaken en schilderen, wordt uitgesteld.

Achterstallig onderhoud Achterstallig onderhoud in de openbare ruimte betekent dat het geplande of optimale moment voor onderhoud is verstreken, zonder dat het onderhoud daadwerkelijk is uitgevoerd. Met andere

22

woorden: de kwaliteit van een object, zoals een weg, brug of speeltoestel, is achteruitgegaan tot onder het niveau waarop oorspronkelijk onderhoud had moeten plaatsvinden. Dit betekent echter niet automatisch dat de openbare ruimte daardoor onveilig of onbruikbaar is geworden. Veel objecten kunnen, ondanks achterstallig onderhoud, nog steeds functioneel en veilig zijn. Wel neemt de kans op verdere slijtage, storingen of hogere herstelkosten toe naarmate het onderhoud langer wordt uitgesteld. Achterstallig onderhoud kan dus worden gezien als een signaal dat actie nodig is om verdere achteruitgang te voorkomen en de openbare ruimte op het gewenste kwaliteitsniveau te houden. Achterstallig onderhoud kan leiden tot kapitaalvernietiging: toenemende kosten door uitstel onderhoud of het eerder afschrijven van een asset.

Medebeheer & Meebeslissen In de openbare ruimte komen verschillende belangen samen. Om deze belangen zo goed mogelijk te bedienen, is het nodig om inwoners en bedrijven actief te betrekken bij het beheer en onderhoud. Dit kan door het meedenken en meeslissen. Maar ook door medebeheer; het zelf verantwoordelijkheid nemen over een deel van het beheer van de openbare ruimte. Informeren Een vorm van participatie is het informeren van inwoners over de kwaliteit van de assets en de geplande beheeractiviteiten. Dit doen we steeds meer online, zoals via de digitale bomenkaart en het online geo-portaal. We willen een transparante overheid zijn, waarbij we inwoners optimaal willen informeren over wat we doen. Data en de ontsluiting hiervan wordt daarin steeds belangrijker. Ook tijdens en na afloop van werkzaamheden aan onze assets is het belangrijk om te blijven communiceren richting de directe omgeving en vooral ook daarbuiten. Dit leidt tot meer begrip en hiermee brengen we het werk meer in beeld. Meebeslissen We willen inwoners ook vaker laten meebeslissen over veranderingen in hun buurt. Vooral bij het opnieuw inrichten van straten en pleinen. We organiseren bewonersavonden om ideeën op te halen. Die gebruiken we bij het nemen van besluiten, als er genoeg geld is. Soms lopen we samen met bewoners door de wijk om de openbare ruimte te bekijken.

Inwoners kunnen ook meldingen doen van problemen via het MOR-systeem. Daar komen elk jaar meer dan 10.000 meldingen binnen. Onze stads-, dorp- en wijkcoördinatoren spelen hierbij ook een belangrijke rol. Medebeheer Informeren en meebeslissen in de openbare ruimte kan in sommige gevallen een stap verder gebracht worden. Bijvoorbeeld door inwoners medebeheerder te maken. Denk daarbij aan buurtmoestuinen of het adopteren van groenstroken. Dit bevordert samenwerking en versterkt de band tussen buurtbewoners. Als dorpen of wijken zelf onderhoud willen doen, kan dat nu via het ‘Right to Challenge’-principe. Een pilot met een groenteam dat ook kleine reparaties uitvoert is goed verlopen. De geveltuinenactie is ook een geslaagd voorbeeld. Soms lukt het niet en neemt de gemeente het beheer weer over.

Beheerparagraaf Het ontwerpen en realiseren van nieuwe fysieke voorzieningen gebeurt vaak in relatief korte tijd, meestal binnen enkele jaren. Daarentegen beslaan de gebruiks- en beheerfasen vaak meerdere decennia. Juist daarom is het van groot belang om te sturen op levenscycluskosten. Gedurende die lange levensduur zijn beheer en onderhoud dé sleutelspelers en belangrijkste belanghebbenden. Het is dan ook essentieel dat zij al in de initiatief- en ontwerpfase van projecten actief worden betrokken en als volwaardige stakeholders worden erkend. Een beheerparagraaf bij projecten in de fysieke omgeving zou standaard onderdeel moeten zijn van bestuurlijke besluitvorming rondom projecten.

23

Ill ifįfg

1 III ^KSSĩSS-^ąilļlÜinBjîj

Vs.^ - W^j

J i-

7 ' %‘r

'. * ċ*« : «4L ’ ' ftLüü| WEBB* „

^ ** j

V

v

,«- t-v-WiĮ -/ŵįgp

‘ ,.-ř- -

. '

1

J

I 7i ^í4? '-rr

'

Foto: Workum

24

-

r

v

6.

Uitdagingen

De wereld staat niet stil en is continue aan verandering onderhevig. Deze ontwikkelingen zorgen voor uitdagingen in het dagelijks beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Op basis van deze externe ontwikkelingen hebben we een risicoregister opgesteld. Risico-identificatie is een essentieel onderdeel van assetmanagement. Op basis van het huidige risicoregister zien we de onderstaande uitdagingen, aangevuld met acties voor de komende jaren.

Klimaatveranderi ng Het klimaat verandert, met meer extreme weersomstandigheden als gevolg. Winters worden natter en warmer, zomers droger en heter, met meer kans op extreme regenval. In Woudsend leidde dit al tot wateroverlast in woningen. Extreme warmte leidt tot hittestress bij mensen en droogte leidt tot versnelling van bodemdaling, vooral in veengebieden. Het Planbureau voor de leefomgeving heeft berekend dat schade door bodemdaling in de miljoenen kan gaan lopen. Andere effecten zoals bijvoorbeeld blauwalg in het water en wisselende waterpeilen hebben ook hun weerslag op recreatie en toerisme. Om hierop voorbereid te zijn, moeten we onze leefomgeving aanpassen. Dit heet klimaatadaptatie: het zo inrichten van de omgeving dat we beter bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Actie: De Rijksoverheid streeft ernaar dat Nederland in 2050 klimaatbestendig is. De gemeente draagt hieraan bij, vooral via het aanpakken van de locaties met een verhoogd risico op wateroverlast (www.frieseklimaatatlas.nl). Belangrijk is om water vast te houden en niet te snel te laten afvloeien. Dit conform ons Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie. We zetten daarnaast ook in op vergroening. Het vergroenen van de openbare ruimte helpt om hittestress tegen te gaan.

Bij groot onderhoud en renovaties richten we straten en pleinen duurzaam in, zodat regenwater in de bodem kan trekken of goed wordt afgevoerd - mits dit budgetneutraal is of aanvullende middelen beschikbaar zijn (water en bodem sturend). We streven daarnaast naar een gevarieerd en klimaatrobuust bomenbestand om massale uitval door ziekten te voorkomen. Jaarlijks breiden we het bomenbestand in stedelijk gebied met ^ uit. Regelmatige inspecties en maatregelen beperken veiligheidsrisico’s.

Afbeelding 6.1: effecten van klimaatverandering op gezondheid. Bron: www.awgl.nl.

25

Afname biodiversiteit Wereldwijd staat de biodiversiteit onder druk, en ook in Nederland neemt de soortenrijkdom af door verstedelijking, intensieve landbouw en klimaatverandering (Bronnen: Living Planning Report - WWF, Planbureau voor de Leefomgeving, Universiteit Utrecht, Compendium voor de Leefomgeving). Groen in de openbare ruimte wordt steeds belangrijker om essentiële leefgebieden voor flora en fauna te behouden en versterken. Daarnaast zien we dat de oorspronkelijke flora wordt verdrongen door invasieve exotische flora en fauna: de reuzenbereklauw, balsemien, Japanse Duizendknoop, de grote waternavel en de rode Amerikaanse rivierkreeft.

Afbeelding 6.2: biodiversiteit in Nederland: een fysiek systeem waarvan de veerkracht steeds verder afneemt. Visuele interpretatie o.b.v. CBS Bevolkingsteller (2022), CLO nl144003 (2016), CLO nl024910 (2016), WNFLiving Planet Report NK (2015).

Actie: Ons doel is om met het beheer actief bij te dragen aan het herstel en de vergroting van biodiversiteit door de openbare ruimte natuurinclusief in te richten en te beheren. Dit betekent meer inheemse beplanting, ecologisch maaibeheer, ruimte voor natuurlijke waterlopen en het stimuleren van groene verbindingen tussen natuurgebieden. Om de biodiversiteit te bevorderen zorgen we er voor dat onze bermen langs een netwerk van insectvriendelijke gebieden op een ecologische wijze (gefaseerd maaibeheer) beheerd worden (Insectennetwerk Súdwest-Fryslân).

26

Energietransitie De energietransitie is wellicht de grootste maatschappelijke opgave voor de komende decennia. We gaan van een samenleving op basis van fossiele brandstoffen naar een samenleving op basis van duurzame energie. Dat betekent dat we in de openbare ruimte (vooral de ondergrond) enerzijds meer ruimte moeten creëren voor het opwekken van duurzame energie, anderzijds heeft het gevolgen voor hoe we zaken in de openbare ruimte organiseren. Door glasvezel, warmtetransitie en elektrificatie wordt de ondergrond steeds voller. Dit tast het groen en trottoirs aan en leidt tot herhaald openbreken van straten zonder directe noodzaak - een vorm van kapitaalvernietiging. Actie: In de nabije toekomst verwachten we veel kabel- en leidingwerkzaamheden. Daarom is nauwere afstemming nodig met het onderhoud van wegen en trottoirs. Het omvormen van woonwijken heeft grote gevolgen voor de openbare ruimte. Kansen voor optimalisaties en het voorkomen van kapitaalsvernietiging worden zo veel mogelijk benut. We willen daarom meer regie krijgen op de ondergrond. Dit betekent in de praktijk meer toezicht houden en handelend optreden als dat nodig is. Qua planning proberen we waar het kan zoveel als mogelijk via integraal programmeren afstemming te zoeken met de nutsbedrijven om zo de overlast zo beperkt mogelijk te houden en de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden.

Afbeelding 6.3: Schematisch overzicht van de Nederlandse ondergrond. Bron: www.gebiedsontwikkeling.nu.

27

Duurzaamheid & Circulariteit De openbare ruimte biedt kansen om circulaire materialen en hergebruikte producten toe te passen. In een samenleving die steeds meer toewerkt naar een circulaire economie, moet het gebruik van circulaire materialen in de openbare ruimte een vanzelfsprekend uitgangspunt worden. Actie: Onze gemeente ondersteunt het Ambitiedocument Circulair Fryslân, waarin we als doel hebben gesteld om in 2025 100% circulair te zijn. We willen hier naartoe groeien door duurzaam en circulair in te kopen en eigen energie op te wekken. We kopen sinds 2020 al circulair straatmeubilair in, binnen het bestaande budget. Verouderde straatverlichting vervangen we door LED en dimmen we ’s nachts voor extra energiebesparing. Waar mogelijk passen we circulaire materialen ook toe op andere onderdelen of hergebruiken we bestaande materialen, zoals hout, putten, stenen en grond. Dit doen we door circulaire opslaglocaties goed te benutten. De grondstromencoördinator van de gemeente draagt zorg om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Zo dragen we bij aan een duurzame leefomgeving. Meer circulaire opslaglocaties zou dit verder kunnen bevorderen.

Mobiliteitstransitie Het is drukker in de openbare ruimte en het is de verwachting dat deze trend doorzet. Mobiliteit is een domein waarin veranderingen en innovaties een vlucht hebben genomen. Het gebruik van auto en fiets is toegenomen. Het landbouwverkeer wordt zwaarder en groter, waardoor wegen sneller slijten en robuuster moeten worden. De elektrische auto wordt steeds vertrouwder in ons straatbeeld en zelfs diverse vormen van (deel)mobiliteit doen zijn intrede. Denk hierbij aan de elektrische fiets en deelscooters die steeds vaker het straatbeeld domineren. De snelheden worden meer divers en hoger en de afstanden die met de fiets af te leggen zijn worden groter. Dit maakt dat het drukker wordt op fietspaden. Actie: De vraag is wat deze mobiliteitstransitie gaat betekenen voor het beheer van de openbare ruimte en specifiek de wegen. Welke nieuwe type assets nemen we in beheer en welke kwaliteit verwachten we hiervan? Wat deze ontwikkeling exact betekenen voor het beleid en beheer is nog onduidelijk, omdat de ontwikkeling nog volop gaande is. We volgen de ontwikkelingen op de voet en houden bij herinrichting rekening met veranderende wensen. Het nieuwe Mobiliteitsprogramma 2025-2040 zal hierbij belangrijke handvaten leveren.

Hierbij leggen we ook de relatie met klimaatadaptatie, om de omgeving waar nodig te vergroenen, waterrobuust te maken en van voldoende schaduw te voorzien (ter voorkoming van hittestress).

Afbeelding 6.4: het nieuwe mobiliteitslandschap. Bron: www.irpp.org.

28

Financiële ravijnjaren De financiële situatie van gemeenten staat onder druk. Gemeenten krijgen steeds meer taken van het Rijk, maar minder geld om die uit te voeren. Daarom wordt er gesproken over financiële ravijnjaren vanaf 2026. Van Súdwest-Fryslân vraagt dit om scherpe keuzes te maken en de juiste balans te vinden tussen lasten en lusten voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers. De financiële situatie en de keuzes die hierbij worden gemaakt zijn van invloed op het behalen van de beoogde opgaven en doelen, zoals opgenomen in deze nota. Actie: We onderstrepen het belang van een veilige, functionele en leefbare openbare ruimte; een fundament voor onze mienskip. Dit geldt niet alleen binnen onze gemeente, maar ook richting het Rijk. Daarnaast gaan we zorgvuldig om met gemeenschapsgeld door te sturen op de laagste maatschappelijke kosten over de hele levenscyclus. We leveren daarmee een bijdrage aan een duurzame leefomgeving. Hierbij zoeken we voortdurend naar een evenwichtige afweging tussen kosten, prestaties en risico’s.

Constructieve veiligheid De constructieve veiligheid van wegen, bruggen, kades en oevers staat onder druk. Veel zijn verouderd en toe aan vervanging of groot onderhoud. Door achterstallig onderhoud en verouderde installaties neemt het risico op uitval toe. Civiele kunstwerken uit de jaren 60 en 70 zijn niet berekend op het huidige verkeer en gebruik, wat leidt tot storingen, verzakkingen en afsluitingen. In Súdwest-Fryslân gaat het vooral om oude kademuren, die gebouwd zijn op houten palen. Schade of letsel schaadt niet alleen betrokkenen, maar ook het imago van de gemeente. Bij nalatigheid kan zelfs strafrecht een rol spelen. Actie: Bij groot onderhoud of vervanging van wegen wordt gekeken naar de fundatie van de wegconstructie. Wanneer deze niet (meer) voldoet, wordt deze ook vervangen dan wel versterkt. Bij kademuren wordt gekeken of het ontlasten van de naastliggende weg ook een optie is om zo vervanging uit te kunnen stellen of zo met een lichtere constructie toe te kunnen. In veel gevallen is dat niet mogelijk en daarom wordt er een meerjaren-vervangingsplan opgesteld. Hiervoor dient vervolgens aanvullend investeringsbudget ingeregeld te worden.

Foto: Hindeloopen

29

Waterkwaliteit Organische aangroei en stroming zorgen voor dichtslibbende watergangen, met risico’s zoals vastlopende boten, vervuild slib, stank, botulisme en blauwalg. Maar ook de (snelle) groei van exoten is problematisch voor de waterkwaliteit (eutrofiëring, verstoring lichtinval, zuurstoftekort, etc.). Vooral stedelijke gebieden en zwemlocaties vragen extra aandacht. In 2019 en 2020 zorgden strenge PFAS-normen voor problemen bij het hergebruik van grond en slib, wat leidde tot hoge onderzoekskosten, projectvertragingen en kostenoverschrijdingen. Actie: Uitgangspunt is dat het verspreiden van grond en bagger naar minder verontreinigde gebieden wordt tegengegaan. In april 2020 is hiertoe de bodemkwaliteitskaart en de bodemkwaliteitskaart PFAS door het college vastgesteld. De achtergrondwaarde van PFAS in de bodem van Súdwest-Fryslân is hiermee duidelijk en met dit instrument kan in een aantal gevallen zonder onnodige onderzoekskosten grond en slib worden toegepast binnen de regels van de Omgevingswet en het besluit bodemkwaliteit.

Demografische veranderingen De demografie van Nederland verandert. Het geboortecijfer is historisch laag, terwijl we steeds langer blijven leven (vergrijzing). Een toenemend aantal ouderen blijft ook nog eens langer zelfstandig en mobiel. De kans op ongelukken met letsel en/of schade neemt als gevolg hiervan toe. Bij voetgangers is al een stijgende lijn zichtbaar (bron: VeiligheidNL). Het betreft onder meer voetgangers en fietsers die ten val komen en schade aan voertuigen door een slechte berm. Actie: We willen de openbare ruimte geschikt houden en maken voor ouder wordende bevolking. Veiligheid van de meest kwetsbare verkeersdeelnemers (voetgangers en fietsers) willen we verhogen. Bijvoorbeeld door het voorkomen of wegnemen van obstakels, het toegankelijk houden van trottoirs en het realiseren van veilige routes. We willen een openbare ruimte die uitnodigt om naar buiten te gaan en elkaar te ontmoeten en de mogelijkheid om een ommetje te maken (met bijvoorbeeld bankjes als rustpunten).

Personeelskrapte in de branche Een belangrijke uitdaging, mede door demografische veranderingen, is het tekort aan personeel. Dit speelt niet alleen bij gemeenten en overheden, maar ook bij aannemers, adviesbureaus en nutsbedrijven. De krapte wordt veroorzaakt door vergrijzing én een dalende instroom vanuit het onderwijs. Naar schatting zijn er de komende tien jaar meer dan 40.000 nieuwe beheerders nodig bij overheden alleen. De tekorten zijn nu al zichtbaar, bijvoorbeeld op platforms als Werken in Friesland. De uitdaging is niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief. Waar beheerders vroeger vooral technisch onderlegd waren, vraagt de toekomst om bredere vaardigheden door schaalvergroting, digitalisering (zoals datagedreven werken) en nieuwe opgaven in de openbare ruimte. Actie: We gaan ontwikkelingen in de gaten te houden, waarbij er meerdere sporen zijn om in te spelen op de krapte: ^ samenwerken in aanbestedingen: onder andere via Bouwend Nederland, met focus op standaardisatie van materialen en oplossingen tussen overheden; ^ gezamenlijke werving: overheden kunnen vacatures bundelen, bijvoorbeeld via Werken in Friesland, naar het voorbeeld van de G4; ^ aanpassen bedrijfsvoering: denk aan meer automatisering (zoals brugbediening), meer regievoering of werken met bouwteams.

Dit vraagt andere competenties van medewerkers; ^ vaste banen boven inhuur: waar mogelijk proberen we formatieruimte te creëren, zodat we baanzekerheid bieden, in plaats van structurele inhuur, zoals bij brugbediening en groenbeheer; ^ inzet op AI: kunstmatige intelligentie biedt kansen, al staat dit nog in de kinderschoenen; ^ onderwijs en werving: meer aandacht voor de openbare ruimte in het onderwijs en gerichte wervingscampagnes om jongeren te betrekken bij beheer en onderhoud (onder andere door meer te communiceren).

30

Technologische ontwikkelingen Technologische ontwikkelingen volgen elkaar razendsnel op. Bij juist gebruik en een goede integratie kan het de manier van werken ingrijpend veranderen. Er zijn ook gevaren. In een veranderende wereld stellen we ook steeds meer eisen aan veiligheid en privacy. Maar ook de afhankelijkheid die we creëren behoeft aandacht. Actie: Machinaal straten is inmiddels de norm en heeft de arbeidsomstandigheden sterk verbeterd. Storingen aan gemalen worden op afstand beheerd en bij sportvelden gebruiken we maairobots. We blijven innoveren om technologie toe te passen in ons werk. Slimme systemen zoals sensoren, drones en automatisering helpen om de staat van wegen, bruggen en groen beter te monitoren en onderhoud efficiënter uit te voeren.

Democratische vernieuwing De rol van de samenleving verandert en als overheid verwachten we steeds meer van de inwoners. Andersom verwachten inwoners steeds meer van de overheid als het gaat om snelle digitale dienstverlening, het tonen van een voorbeeldfunctie en het beschikbaar stellen van betrouwbare en actuele informatie. Actie: De huidige maatschappij vraagt een nieuwe aanpak van de overheid. De gemeente verschuift van sturend naar faciliterend, door het goede voorbeeld te geven en duurzame innovaties te ondersteunen. De Omgevingswet stimuleert gezamenlijke planvorming en sluit aan bij deze werkwijze. Dit biedt kansen om beter aan te sluiten bij ideeën uit de mienskip. (Open source) data maakt het tevens mogelijk om transparanter te werken en inwoners beter te informeren, wat de betrokkenheid vergroot. Innovaties zoals AI worden zorgvuldig gevolgd en waar passend ingezet om de dienstverlening te verbeteren.

31

Foto: Hindeloopen

32

7.

De baten

De openbare ruimte is geen kostenpost, maar een waardevolle investering in de samenleving. Goed beheer draagt bij aan een nette, veilige en aantrekkelijke leefomgeving én levert maatschappelijke, economische en ecologische baten op.

Uitstraling De openbare ruimte is veel meer dan alleen een verzameling straten, pleinen en parken. Onze gemeente is een waterrijke gemeente. Het water verbindt dorpen, steden, meren en het IJsselmeer. De openbare ruimte is de plek waar mensen elkaar ontmoeten, waar kinderen spelen, waar we ons kunnen ontspannen, recreëren en bewegen. Een aantrekkelijke en goed onderhouden openbare ruimte geeft de gemeente een positieve uitstraling. Het versterkt het imago van de gemeente als een prettige, toegankelijke en toekomstgerichte plek om te wonen, werken en recreëren. Het draagt bovendien bij aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving waarin iedereen zich thuis voelt.

Foto: Hindeloopen

Maatschappelijke impact Traditioneel lag de focus van beheer op schoon, heel en veilig. Maar we realiseren ons steeds meer dat de openbare ruimte een sleutelrol speelt bij grote maatschappelijke opgaven. De fysieke leefomgeving heeft directe invloed op sociale vraagstukken. De bijdrage van de openbare ruimte aan maatschappelijke opgaven wordt steeds beter zichtbaar. ^ ^

^ ^

Gezondheid: toegankelijke parken, wandelpaden en sportplekken nodigen uit tot beweging, wat helpt in de strijd tegen overgewicht en eenzaamheid. Veiligheid: goede verlichting, vlakke bestrating, duidelijke markeringen en obstakelvrije routes verminderen struikel- en verkeersongevallen. Open en overzichtelijke plekken geven een groter gevoel van veiligheid, wat uitnodigt om de openbare ruimte te gebruiken. Sociale cohesie: plekken zoals speelpleinen, buurtgroen, hang- en ontmoetingsplekken versterken onderlinge contacten tussen inwoners, waaronder jongeren. Onderwijs en bewustwording: kinderen leren spelenderwijs in natuurlijke omgevingen, van biodiversiteit tot klimaatbewustzijn.

33

^ ^

Toegankelijkheid: als de ruimte goed toegankelijk is voor ouderen, mensen met een beperking en kinderen, stimuleert dat brede deelname. Inclusie en participatie: via initiatieven als buurttuinen of adoptiegroen dragen inwoners bij aan (de toegankelijkheid) hun omgeving, wat eigenaarschap en betrokkenheid vergroot en iedereen kan meedoen.

Toekomstgericht beheer betekent daarom niet alleen investeren in asfalt en groen, maar ook in leefkwaliteit en maatschappelijke ontwikkeling. De gemeente levert ook een bijdrage aan social return door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en schoolverlaters in te zetten bij beheer en onderhoud. Zo combineren we sociaal beleid met duurzaam beheer.

Foto: Makkum

Vestigingsklimaat Een goed ingerichte en aantrekkelijke openbare ruimte speelt een essentiële rol in het vestigingsklimaat voor zowel bedrijven als inwoners. Een groene, goed onderhouden omgeving maakt een stad of dorp aantrekkelijker om te wonen, werken en ondernemen. Bedrijven kiezen eerder voor locaties met een prettige leefomgeving voor hun werknemers, terwijl inwoners zich sneller vestigen in buurten met veel groen en hoogwaardige openbare voorzieningen. Bovendien hebben bomen en groenstroken een directe invloed op de waarde van vastgoed. Woningen en bedrijfspanden in groene, goed ingerichte gebieden zijn aantoonbaar meer waard; tot 15% bij zicht op water, tot 10% bij vastgoed in een groene ruimte, tot 6% indien liggend in of aan een park (bron: Bervaes, J.C.A.M., Vreke, J., 2004. De invloed van groen en water op de transactieprijzen van woningen. Alterra rapport 959. WUR-Alterra, Wageningen). Zie ook afbeelding 7.1 hieronder.

34

Afbeelding 7.1: baten van groen. Bronnen: 50-80X retentie regenwater groene daken - De Groen Stad en RESILIO-project Vrije Universiteit Amsterdam. Tot 5 "C koeler - Wageningen University ă Research en VHG. Verhoging vastgoedwaarde (tot 15X) - De Groene Stad, Vrije Universiteit Amsterdam en Nature^Squared. Wegvanger fijnstof (100 gr/j per stadsboom) RIVM en De Groene Stad. Voorkoming wateroverlast (5-10X wordt opgevangen) - RPS / Gemeente Utrecht onderzoek groene daken en de groene daken factsheet van klimaatadaptatienederland.nl. Betere infiltratie in de bomdem ((50 min/u) Wageningen University ă Research en IVN Nederland.

35

Toerisme Een goede en schone openbare ruimte is ook belangrijk voor het toerisme in onze gemeente. We leveren een actieve bijdrage aan het in stand houden van recreatieve verbindingen, zoals fiets- en wandelpaden, pontjes, evenals de vele vaarwegen, bruggen, ligplaatsen en steigers. Daarnaast onderhouden we de (historische) centra op een hoog niveau, zodat zij dienen als aantrekkelijk visitekaartje voor bezoekers én bewoners. Andere - voor publiek aantrekkelijke - plekken onderhouden we dan wel op niveau Basis, maar krijgen we de nodige aandacht vanuit dagelijks beheer en onderhoud. Hierbij valt te denken aan onze havens en stranden. Zo zorgen we ervoor dat onze gemeente gastvrij, bereikbaar en aantrekkelijk blijft voor toeristen. Dit sluit goed aan bij Route 1 in de Visie Gastvrijheidseconomie: ‘Continu werken aan de basis’.

Natuurwaarde De openbare ruimte speelt een cruciale rol in natuurontwikkeling. Het vormt het leefgebied voor vele, vaak kwetsbare, flora en fauna. Veel diersoorten hebben zich aangepast aan het leven met de mens en vinden hun habitat in parken, bermen, watergangen en groenstroken. Dit betekent dat beheer en onderhoud niet alleen gericht moeten zijn op menselijke behoeften en functioneel gebruik, maar ook op het behoud en de versterking van biodiversiteit. Zo is een berm meer dan slechts een onverharde scheiding tussen twee wegen; het is een waardevol ecosysteem dat bijdraagt aan de leefomgeving van insecten, vogels en kleine zoogdieren. Door natuurvriendelijk beheer toe te passen, kunnen we een gezonde balans creëren tussen een functionele, prettige leefomgeving voor mensen en een duurzaam leefgebied voor de natuur.

Foto: Ferwoude

36

wprlí...

ÌÊĚÊÊŝ Foto: Woudsend

37

8.

De kosten

Een prettige openbare ruimte levert ons veel op, zowel sociaal (beleving, gebruik) als financieel (positief vestigingsklimaat). Om de openbare ruimte op het gewenste niveau te houden, moeten er ook kosten worden gemaakt.

Structureel budget De afgelopen jaren is ingezet op het op orde brengen van het structurele onderhouds- en investeringsbudget. Vanuit het onderhoudsbudget is in 2025 zo’n C 25 miljoen beschikbaar (exclusief riolering). Dit budget is bedoeld voor beheer, onderhoud en kleine vervangingen. De afgelopen jaren zijn extra middelen gereserveerd ter compensatie van prijsstijgingen en areaaltoename. De extra middelen dekken echter niet de daadwerkelijke prijsstijgingen in de GWW-sector (ons werkveld), dat in een periode van 5 jaar groeide tot bijna 28%. Vanaf 2023 is er naast onderhoudsbudget ook de beschikking over structureel investeringsbudget voor de assetgroepen waterbouwkundige kunstwerken en wegen. Het gaat om jaarlijks C 4 miljoen, waarbij de kapitaallasten worden gedekt uit de algemene reserve. Met deze middelen is een deel van de achterstanden weggewerkt. Echter zijn er ook nieuwe achterstanden ontstaan, waardoor per saldo geen sprake is van een inhaalslag.

Achterstallig onderhoud Achterstallig onderhoud ontstaat als onderhoud te laat gebeurt. De kwaliteit daalt dan sterk, en herstel wordt duurder. Dit leidt tot kapitaalvernietiging. Bij achterstallig onderhoud neemt de kans op uitval (installaties, verlichting), falen (kades, civiele kunstwerken) en ongevallen (groen, wegen) toe. Met behulp van de extra middelen zouden we het achterstallig onderhoud bij wegen en water in willen halen. Hierbij is gekozen voor de aanpak die leidt tot een langere levensduur. Bij waterbodems is daadwerkelijk een inhaalslag gemaakt en zijn de achterstanden flink afgenomen. Vooral bij de assetgroepen wegen en waterbouwkundige kunstwerken is er nog sprake van achterstallig onderhoud. In haar rol als toezichthouder heeft de provincie Fryslân al meerdere malen haar zorgen hierover met ons gedeeld. Onderstaande tabel geeft de beschikbare budgetten en de hoeveelheid achterstallig onderhoud per assetgroep weer. Beschikbaar budget (afgerond)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15871580/2