CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Nota openbare ruimte 2020-2025

Raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Nota Iepenbiere Romte15.658 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Pagina 23 van 39

Prestaties Gebouwen

Omvang

Vastgesteld Onderhoudsniveau (ambitie)

Kwaliteit in 2019 Aanvullende informatie (feitelijk) Laag Basis Hoog

Gebouwen

198 stuks

Gemiddeld basis

12%

59%

29%

Stand van zaken  Onze beleidslijn is in te zetten op verkoop van niet strategische gebouwen. De afgelopen jaren zijn 29 panden verkocht en 5 gesloopt. Op dit moment worden nog 19 panden te koop aangeboden.  In 2019 zijn we gestart met een meerjarig programma om de gebouwen (conform NEN 2767) te inspecteren. Op basis van de inspectiegegevens stellen we een beheerplan met een kostenraming voor de komende jaren op.  De gebouwen voldoen voor zover nu bekend aan het vastgestelde onderhoudsniveau. Wel staat voor een aantal panden de komende periode groot onderhoud op de planning. De gemeentelijke huisvestingspanden die eind 2019 zijn opgeleverd, hebben de score hoog. De strategische gebouwen hebben, conform vastgesteld gedifferentieerd niveau, veelal een lage score. In deze groep bevinden zich namelijk een aantal panden met de sloopstatus. Hier wordt weinig tot niets meer aan gedaan in verband met herontwikkeling van het gebied waar het pand zich bevindt. Dit geldt ook voor een aantal van de (buitendienst)panden die zullen worden afgestoten omdat nieuwbouw van de centrale hoofdvestiging zal plaatsvinden in Bolsward.  Inmiddels zijn ongeveer 25 gebouwen voorzien van zonnepanelen. Het havenkantoor Stavoren en het Bestjoershûs te Sneek zijn gasloos. Bij de verbouw van het Súdwesthûs, gemeentelijke huisvesting aan de Markstraat 15 te Sneek en het HCW te Bolsward zijn c.q.

worden duurzaamheidsmaatregelen geïntegreerd. Ook bij de nieuwbouw van de huisvesting voor de buitendienst is duurzaamheid het uitgangspunt.  We zetten de komende 10 jaar in op overdragen, verkopen en herbestemmen van gebouwen in combinatie met risico-gestuurd onderhoud. Financieel Gebouwen Gebouwen

Beschikbaar Benodigd Budget budget

Verschil 2

€ 2.100.000 € 2.350.000 € 250.000

Achterstallig onderhoud nee

 Op dit moment constateren we dat het beschikbare budget van circa € 2.100.000 niet toereikend is voor het onderhoud. Op basis van de huidige gegevens zou een budget van € 2.350.000 passend zijn. Aan de hand van de te verkrijgen inspectieresultaten stellen we een nader beheerplan op met een raming van de onderhoudsopgave. Voor dit onderdeel volgen nadere voorstellen aan het college.  In 2016 is een bestemmingsreserve Gebouwen ingesteld. Jaarlijks wordt het positieve resultaat uit de exploitatiebegroting toegevoegd aan deze bestemmingsreserve. Hierdoor kan op termijn groot onderhoud worden uitgevoerd. Eind 2019 bevat de bestemmingsreserve naar verwachting € 38.500. De omvang van de onderhoudsreserve is niet voldoende voor het uitvoeren van gepland groot onderhoud in de komende jaren. In combinatie met het op te stellen beheerplan volgen aanvullende voorstellen.  Voor het verduurzamen van vastgoed is voor een aantal gebouwen dekking van de kapitaalslasten van de duurzame investering ingeregeld. Dit bedrag is niet voldoende om de doelstelling in 2030 te realiseren. We zoeken de kansen door de onderhouds- en duurzaamheids-opgave goed in beeld te brengen en hierin de combinatie te benutten. Foto: recreatieve voorziening in de vorm van toiletgebouw Uitwellingerga. 2

Het benodigde budget voor onderhoud gebouwen is gebaseerd op de huidige gegevens. We passen de raming aan de hand van de inspectiegegevens aan en komen met nadere voorstellen aan de hand van het beheerplan.

Pagina 24 van 39

2.3 Met welke risico’s en kansen hebben we te maken? In het kader van doorontwikkeling van professioneel beheer met behulp van assetmanagement zijn we gestart met het vullen van het risicoregister kapitaalgoederen. Het risico dat gerelateerd is aan de kapitaalgoederen is verwerkt in de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van het huidige beleid zien we de onderstaande risico’s en kansen. Veiligheid: de kans op ongelukken met letsel en/of schade neemt toe. Hier is al een stijgende lijn zichtbaar. Het betreft onder meer voetgangers en fietsers die ten val komen of schade door een slechte berm. De gemeente is hiervoor verzekerd. Ook de constructieve veiligheid van bruggen, oevers en kaden is een risico. Naast de persoonlijke gevolgen voor de betrokkenen heeft toename van het aantal schade- en letselgevallen ook invloed op het imago van Súdwest-Fryslân. Bij verwijtbaar handelen is zelfs het strafrecht van toepassing.

Stoep te Sneek.

Kade te Bolsward.

Storingen het risico op uitval van objecten neemt toe. Hierbij kunt u denken aan storing in brugbediening of verkeerslichten, dichtslibben van watergangen of gedeeltelijke afzetting van de openbare ruimte. Klimaatverandering: Door klimaatverandering neemt de kans op overlast en schade door weersomstandigheden toe. Het gaat om wateroverlast, hitte en droogte. Wateroverlast heeft al geleid tot water in de woningen en water op straat, met name in Bolsward, Heeg, Woudsend en Sneek. Ook hitte en droogte hebben effect op inwoners en ook op onze assets, voornamelijk het groen, wegen (droogtescheuren) en waterbouw. Mogelijk dat klimaatomstandigheden ook bijdragen aan de groei van invasieve exoten en plagen zoals de eikenprocessierups. De oorspronkelijke inrichting wordt verdrongen door invasieve exotische flora: de reuzenbereklauw, balsemien, Japanse Duizendknoop en de grote waternavel. Foto: Wateroverlast Ijsbrechtum.

Ziekte van bomen: Voornamelijk ziekten zoals iepenziekte en essentaksterfte zorgen voor sterfte van bomen. Hierdoor is de kwaliteit van de leefomgeving aangetast, zijn er kosten voor herplant en kunnen slachtoffers vallen door omvallende bomen of afbrekende takken. Door het tijdig uitvoeren van inspecties en nemen van maatregelen, beheersen we dit risico. Pagina 25 van 39

Dichtslibben watergangen: Aangroei van organisch materiaal (binnenwateren) en stroming (buitenwater) leiden tot het dichtslibben van de watergang. Hierdoor komen boten vast te zitten, hebben we te maken met lokaal vervuild slib en komen stankoverlast en huidirritaties als gevolg van botulisme en blauwalg voor. Milieu: In 2019 en begin 2020 hadden we in ons land te maken met problemen rond tijdelijke en zeer strenge normen voor PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) in bodem en slib. Hierdoor was de toepasbaarheid van vrijkomende grond bij projecten en werken een groot probleem en was er sprake van hoge onderzoekskosten. Dit leidde landelijk tot stagnatie van projecten en grote kostenoverschrijdingen. Uitgangspunt is in het algemeen dat het verspreiden van grond en bagger naar minder verontreinigde gebieden wordt tegengegaan. In april 2020 is hiertoe de Bodemkwaliteitskaart PFAS door het college vastgesteld. De achtergrondwaarde van PFAS in de bodem van SWF is hiermee duidelijk en met dit instrument kan zonder onnodige onderzoekskosten grond en slib worden toegepast binnen de regels van het Besluit bodemkwaliteit. Arbeidsmarkt: zowel de gemeente als aannemers die voor de gemeente werken, hebben te maken met krapte in de arbeidsmarkt. Het is lastig om voldoende gekwalificeerde mensen aan te trekken.

Investeren in de openbare ruimte geeft kansen voor samenwerking overheid, aannemers en onderwijs. Kapitaalvernietiging: De warmtetransitie biedt kansen om slim werk met werk te maken. Het risico is dat er werkzaamheden in wijken en dorpen plaatsvinden waar nog geen onderhoudsnoodzaak is. Er zijn meerdere partijen met verschillende belangen. Dit zal leiden tot kapitaalvernietiging in de openbare ruimte. Een goed onderhoudsniveau draagt bij aan de mogelijkheden om hier op in te kunnen spelen. Democratische vernieuwing: De rol van de samenleving verandert en als overheid verwachten we steeds meer van de inwoners. De nieuwe Omgevingswet sluit hier op aan en gaat uit van Samen plannen maken. Wat betekent dit voor de openbare ruimte? En de beleving van inwoners van de openbare ruimte? Democratische vernieuwing biedt de kans om stil te staan hoe wij kunnen inspelen op de plannen van de Mienskip.

Sluis Makkum (raadsexcursie).

De Wieren Waaxens voor en na herstel.

Pagina 26 van 39

3. Wat willen we bereiken? 3.1 De basis op orde: veilig, veerkrachtig en inclusief We streven naar een schone openbare ruimte met een gezond en veilig leefklimaat, die gedurende een zo lang mogelijke levenscyclus veilig gebruikt kan worden door mensen van alle leeftijden. Hierbij respecteren we het gebiedseigen karakter van de verschillende gebieden in onze gemeente. Met de volgende subdoelstellingen dragen wij concreet bij aan de onderstaande Global Goals: Global Goal

Subdoel 3.4

Beschrijving subdoelen en relevante aandachtspunten (Mentale) gezondheid en welzijn van inwoners bevorderen • Veilige inrichting van openbare ruimte, gebouwen en installaties • Aantrekkelijke openbare ruimte met water en groen in alle wijken

11.6 11.7

Veilige, toegankelijke, groene openbare ruimte voor iedereen  Toegankelijke openbare ruimte en gebouwen, conform VN-verdrag handicap  Toegankelijke trottoirs zonder versperring, met goede verlichting  Veilige inrichting van straten  Bereikbare dagelijkse voorzieningen voor alle doelgroepen  Voldoende openbare toiletten, watertappunten en rustmogelijkheden  (Speel)groen, schaduw en buurtpleinen in alle wijken, water in de kern  Bescherming van stads- en dorpsgezichten, (immobiel) erfgoed met cultuurhistorische waarde en archeologische waarden  Bouwkundige kwaliteit en gebiedseigen kwaliteit van gebouwen en openbare ruimte borgen  Gebruik van duurzame en circulaire materialen

Door de openbare ruimte op een vooraf bepaald niveau te onderhouden, kunnen we bijdragen aan deze doelstellingen. In dit hoofdstuk gaan we in op de drie uitgangspunten voor beheer en onderhoud: a. Kwaliteit openbare ruimte op gedifferentieerd niveau Gemiddeld Basis; b. Onderhoud op basis van levenscyclus; c. Efficiënt werken. 3.1.1 Technische kwaliteit openbare ruimte Van oudsher is de opdracht om er voor te zorgen dat de openbare ruimte schoon, heel en veilig is. Het doel van beheer en onderhoud is om de openbare ruimte gedurende de beoogde levensduur en waar mogelijk langer op het gewenste kwaliteitsniveau te houden. De kwaliteit van de openbare ruimte wordt bepaald door de inrichting, het beheer en het gebruik. Daarnaast hebben de bodemsoort (veen/klei/zand) en weersomstandigheden (vorst, opdooi, regen, droogte) invloed op de kwaliteit. Voor de bestaande ruimte is onderhoud een middel zodat de inwoner gebruik kan maken van een prettige en veilige leefomgeving. Dit levert spanning op als de inrichting technisch gezien nog voldoende kwaliteit heeft (levensduur) maar door de inwoner(s) als gedateerd wordt ervaren of er inmiddels andere inzichten zijn.

De komende jaren zetten we de middelen voor de kwaliteitsimpuls kernen (plusgeld) in om op basis van wensen uit dorpen en wijken de bestaande inrichting aan te passen, verkeersveiligheid te verhogen in combinatie met werkzaamheden in de openbare ruimte. Uitgangspunt voor de kwaliteit van alle zeven groepen kapitaalgoederen is een gedifferentieerd onderhoudsniveau: Gemiddeld Basis. Dit komt overeen met CROW-B. Hiermee borgen we een schone openbare ruimte met een gezond leefklimaat en die gedurende de gehele levenscyclus veilig gebruikt kan worden door mensen van alle leeftijden. We kiezen hiervoor omdat over de gehele levenscyclus bekeken, dit onderhoudsniveau het meest efficiënt is voor de kwaliteit van de leefomgeving en de laagste kosten van de levenscyclus.

Pagina 27 van 39

3.1.2 Onderhoud op basis van levenscyclus Uitgangspunten zijn de totale levenscycluskosten van aanleg, onderhoud tot vervangen en een integrale aanpak. We kiezen voor materialen en technieken die zich bewezen hebben, lang meegaan en zo weinig mogelijk onderhoud vragen. We continueren de duurzame aanpak: wat we doen, doen we goed (zie bijlage VI). In eerste instantie vraagt dit een iets hogere investering, maar over de langere termijn is dit de economisch meest voordelige keuze met voor onze inwoners de laagste kosten. De regels van het BBV bieden de kans om ook de begroting op deze wijze in te richten en te komen tot een investeringsprogramma voor vervanging en renovatie. Er zijn gemeenten die bezuinigen door het kwaliteitsniveau te verlagen. Dan ontstaan bijvoorbeeld heester- of rozenvakken waarin het onkruid net zo hoog staat als de beplanting. Dit ziet er niet mooi uit voor de inwoners en kost uiteindelijk meer omdat het wijkteam groen veel meer tijd kwijt is om te schoffelen. Een aantal gemeenten (bijv. Ooststellingwerf) is om die redenen teruggekomen op hun besluit om het onderhoudsniveau te verlagen. In ons groenbeheer is de afgelopen jaren ingezet op het omvormen naar een meer onderhoudsvriendelijke inrichting. Ten opzichte van vergelijkbare gemeente zijn de onderhoudskosten groen laag.

Onderhoud op basis van de levenscyclus vraagt dat vanaf (her)inrichting en materiaalkeuze de kwaliteit van de leefomgeving en onderhoudbaarheid wordt meegewogen. Onderdeel van het levensduur denken is dat we materialen bij voorkeur kunnen hergebruiken. Dit sluit aan bij een duurzame en toekomstbestendige openbare ruimte. Eén en ander wordt nader uitgewerkt in het Handboek Openbare Ruimte. 3.1.3 Efficiënt werken Materieel en mensen worden zo efficiënt mogelijk ingezet. We kijken hierbij naar:  Slim werk met werk maken: Een integrale aanpak waarbij de verschillende aspecten afgewogen worden. Het Ambitieweb GWW3 kan hierbij een hulpmiddel zijn. Slim werk met werk maken is efficiënter en het beperkt overlast voor de omgeving. We actualiseren jaarlijks onze planningen met een doorkijk naar de langere termijn in de meerjarenprogrammering. Voor de integrale planning zijn riolering en wegen en ontwikkelprojecten leidend. We bevorderen transparantie door de integrale (meerjaren)planning onderdeel te maken van de paragraaf kapitaalgoederen in de begrotingscyclus.  Spreiding van werkzaamheden: . In de uitvoeringspraktijk zorgen we ervoor dat spreiding van onderhoud binnen de gemeente plaatsvindt en niet alleen in gebieden of bij objecten met een hoge gebruiksintensiteit.

 Ondergrondse assets: Bij ontwerpen aan de openbare ruimte worden ondergrondse zaken tijdig meegewogen, zoals groeiruimte voor bomen, ondergrondse afvalcontainers en netwerken voor water, riool, gas en elektra, smart grids en glasvezel. Uitgangspunt dat objecten in de ondergrond in de toekomst geen belemmering vormen voor andere objecten, vindt in het Handboek Openbare Ruimte hun plek.  Data: We gaan door met de inzet op goed Gegevensbeheer: “het actueel houden van gegevens uit de openbare ruimte voor het opstellen van o.a. beheer- en uitvoeringsplannen, integrale programmering, planningen, kostenoverzichten e.d”. Nieuwe objecten worden tijdig overgedragen aan beheer. De data worden zo snel mogelijk in GBI verwerkt.  Technologie: We maken gebruik van technologische kansen en ontwikkelingen. Voorbeeld: De integrale planning bestaat uit een digitale kaart waar de meerjarenplanning voor objecten in de buitenruimte en andere opgaven zoals reconstructie van wijken op verschillende kaartlagen inzichtelijk wordt gemaakt. De komende jaren vullen we de integrale kaart verder aan met interne en externe plannen in de openbare ruimte, zoals de planning op basis van de Transitievisie Warmte maar ook onderhoud aan het waterleidingnetwerk, etc. Dit betekent soms ook schuiven in de planning waardoor vroegtijdig of juist later onderhoud plaatsvindt vanwege de combinatie met andere werken. 3

https://www.duurzaamgww.nl/ambitieweb/

Pagina 28 van 39

Assetmanagement We gaan door met de voortdurende professionalisering van het werken in de openbare ruimte met behulp van assetmanagement. Hierbij gebruiken we de werkwijze die gebaseerd is op de beheersystematiek openbare ruimte (CROW). Deze systematiek kent zes processtappen, van ‘Beleid en strategie’ tot ‘Evalueren en bijsturen’, met ‘Mens en organisatie’ in het hart van het proces. Deze processtappen zijn volledig gebaseerd op het assetmanagementmodel, en het principe van ‘Plan-DoCheck-Act’. Monitoring en inspectie Periodiek laten we een integrale kwaliteitsmeting uitvoeren naar de openbare ruimte. De resultaten hiervan betrekken we bij het onderzoek hoe we binnen beheer kunnen sturen op beleving. De kwaliteit van objecten in de openbare ruimte bewaken we door het uitvoeren van periodieke inspecties. Dit wordt verder uitgewerkt in de beheerplannen. De eerstkomende jaren geven we prioriteit aan het inspecteren bruggen, oevers en kaden en de gebouwen. We sluiten zo veel mogelijk aan bij de Planning- en Control cyclus om gedurende het begrotingsjaar te monitoren. Risicogestuurd werken De drie beleidslijnen ‘De basis op orde – veilig, veerkrachtig en inclusief’, ‘Duurzaam’ en ‘Financieel Gedegen’ geven we invulling door onderstaande waarden die een samenhangend kader vormen voor het nemen van verantwoorde beslissingen. 1.

Veiligheid: het primaire doel van beheer en dienstverlening is om de openbare ruimte in stand te houden zodat deze veilig gebruikt kan worden; 2. Kwaliteit leefomgeving: beheer en dienstverlening dragen bij aan de doelstellingen voor duurzaam wonen, werken en genieten (vitaal en aantrekkelijk) door een verzorgde en waar mogelijk aantrekkelijke leefomgeving. 3. Bereikbaarheid/beschikbaarheid: De openbare ruimte moet op een acceptabel niveau beschikbaar zijn voor gebruikers. Dit betekent enerzijds dat we storingen in bruggen of oponthoud door werkzaamheden zoveel mogelijk voorkomen 4. Financieel gedegen: We willen onze middelen optimaal inzetten en zoeken naar een balans tussen kosten, risico’s en prestaties. 5. Duurzaam: We beheren de openbare ruimte voor de toekomst en volgen de marktontwikkelingen voor een duurzame aanpak. Hierbij ligt de focus op energie, klimaatadaptatie, sluiten van kringlopen en behoud en vergroten van de biodiversiteit. 6. Imago: De staat van onderhoud van de openbare ruimte bepaalt mede de kwaliteit van de leefomgeving. De invulling van deze waarde is een gevolg van bovenstaande waarden. De waarden vormen de basis voor de organisatiewaardenmatrix (Bijlage VII). Op basis van kans*effect kunnen we met behulp van de matrix een inschatting maken van de risico’s van vraagstukken. De lange termijn assetplanner is mede gebaseerd op de organisatiewaardenmatrix.

De organisatiewaardenmatrix is een hulpmiddel om de verschillende onderhoudsmaatregelen af te zetten teven de gevolgen voor levenscycluskosten en risico’s. Dit vraagt nog de nodige uitwerking. In 2020 starten we met het uitwerken voor risicogestuurd werken voor de wegen. De waterbouw volgt zodra de inspectie resultaten van de onderwaterconstructie bekend zijn.

Foto: gebruik van de openbare ruimte in Bolsward.

Pagina 29 van 39

Beheerkader Bij het streven om mensen, middelen en materieel zo efficiënt mogelijk in te zetten, hoort ook een kader om prioriteiten te kunnen stellen. Onderstaand beheerkader is een hulpmiddel om de onderhoudsstrategie verder te differentiëren en de prioriteiten hierop af te stemmen. De indeling is gebaseerd op hoe belangrijk een kapitaalgoed is voor het functioneren van de openbare ruimte en de (financiële) gevolgen op langere termijn: 1. Beheerklasse kritiek: 2. Beheerklasse belangrijk: 3. Beheerklasse normaal: Beheerklasse Wegen

Verlichting Groen Bruggen, oevers en kaden Riolering Waterbodems

Gebouwen

bij uitval van het object is de impact op veiligheid, bereikbaarheid en kwaliteit leefomgeving groot bij uitval van het object is de impact op het functioneren van de openbare ruimte te overzien bij uitval van het object is de impact op het functioneren van de openbare ruimte klein

Kritiek Asfaltwegen

Centra, (rijks)parken, rotondes en begraafplaatsen. Beweegbare bruggen en vaste bruggen in ontsluitingswegen en doorgaande wegen. Schouwwatergangen, hoofdwatergangen, Overdracht Stedelijk water Monumenten, recreatieve voorzieningen, baarhuisjes

Belangrijk Elementen en betonwegen, onkruid op verharding, bermen

Normaal Wegmeubilair, elementenverharding op bedrijventerreinen

Masten en armaturen Woonwijken en bedrijventerreinen Kade of oever langs weg/verblijfsgebied, Oeverconstructies met ligplaatsfunctie. Gehele rioleringsstructuur Vaargeulen en stedelijk water

Beschoeiingen en bruggen in buitengebied.

Gemeentelijke huisvesting Welzijn en cultuur

Strategische gebouwen Beheer openbare ruimte

Watergangen buitengebied, kanoroutes

3.2 Duurzaam en toekomstbestendig We minimaliseren een negatieve invloed op het milieu door de openbare ruimte zodanig in te richten, te gebruiken en te onderhouden dat deze lang meegaat. Vanuit de Global Goals, Omgevingswet en Programmabegroting ligt de komende jaren de focus in de openbare ruimte op een bijdrage aan:  Een energie-neutrale gemeente in 2050;  Klimaatrobuuste openbare ruimte in 2050;  Sluiten van kringlopen om bij te dragen aan een circulaire economie in 2050;  Behoud en herstel van de biodiversiteit. De koers met voorgaande uitgangspunten gebaseerd op de levenscyclus, duurzame aanpak en werk met werk maken, draagt bij aan het minimaliseren van een negatieve invloed op het milieu. Voor een duurzame openbare ruimte bewegen we mee met de markt en volgen we de ontwikkelingen.

Foto: zonnepanelen op sporthal De Utherne te IJlst.

Pagina 30 van 39

3.2.1 Energie neutrale gebouwen en installaties in de openbare ruimte In aansluiting op Global Goal 7 zetten we in op het verminderen van de energievraag (besparing) en het vergroten van het aandeel hernieuwbare energie in het totale verbruik. We streven naar 50% energiebesparing in 2030 t.o.v. 2013 in gemeentelijke objecten. Global Goal

Subdoel 7.1

7.2

7.3

Beschrijving subdoelen en relevante aandachtspunten Betaalbare, betrouwbare en duurzame energie voor iedereen  Energetische verduurzaming van bestaand maatschappelijk vastgoed, op een wijze die voor iedereen betaalbaar is (ontzorging) en geen nadelige impact heeft op andere omgevingswaarden (zoals houtstook)  Energie- en klimaatneutrale of -positieve nieuwbouw Verhoging van het aandeel hernieuwbare energie in het totale verbruik Maximaal benutten van daken voor zonnepanelen De energie-efficiënte vergroten Bij aanbesteding sturen op duurzaam ontwerp en beheer

Openbare verlichting Beleidsmatig is ons uitgangspunt dat we aan het einde van de levensduur overgaan op vervangen en dan gelijk verduurzamen. Op die manier kunnen we inspelen op technieken die nog steeds doorontwikkelen en vervangen we geen assets die nog niet op zijn. Vastgoed We stellen in 2021 een routekaart op voor het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed4 in de periode 2020-2030. We kiezen voor een aanpak die aansluit op natuurlijk momenten: slim werk met werk maken. De prioriteit ligt tot 2030 bij het gemeentelijk vastgoed waar geen plannen zijn om deze af te stoten en die niet strategisch zijn. De middelen voor verduurzaming vragen nadere aandacht. 3.2.2 Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is het aanpassen aan de effecten van klimaatverandering zoals droogte, hitte en overlast door extremere regenbuien. Klimaatadaptatie is een belangrijke en complexe maatschappelijke opgave vanwege de invloed op meerdere sectoren en beleidsvelden. Op 1 juli 2020 is de Klimaatagenda Súdwest-Fryslân vastgesteld met onder meer in deel 2 voorstellen voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Global Goal

Subdoel 13.1

Beschrijving subdoelen en relevante aandachtspunten Het aanpassingsvermogen versterken aan met klimaat in verband te brengen gevaren en natuurgeweld  Waterrobuuste inrichting  Hittestress tegengaan door voldoende groen, ook in sociaal kwetsbare wijken: parkjes, geveltuinen, stadstuinen, groene daken  Waterberging en -afvoer verbeteren, opvangcapaciteit vergroten,  Planten van bomen en (mogelijke) minibosjes en klimaatneutrale of positieve nieuwbouw

Ook in de openbare ruimte hebben we te maken met effecten van klimaatverandering. In aansluiting op de Agenda Klimaatadaptatie willen we bij werkzaamheden in de openbare ruimte waar het kan en moet anticiperen door passende maatregelen te nemen oftewel slim werk met werk maken. Foto: zout strooien in de zomer in Bolsward om schade aan het asfalt door de warmte te voorkomen.

4

Onderwijs- en sportgebouwen vallen buiten de scope.

Pagina 31 van 39

3.2.3 Sluiten van kringlopen in de openbare ruimte We gaan naar een systeem waar afval niet meer bestaat maar waarin afgedankte materialen en producten als grondstoffen in de kringloop blijven. In de Klimaatagenda is circulaire economie één van de rode draden. Global Goal

Subdoel 8.4

Beschrijving subdoelen en relevante aandachtspunten Wereldwijde efficiëntie van de productie en consumptie van natuurlijke hulpbronnen verbeteren; economische groei loskoppelen van vervuiling

9.1

Duurzame infrastructuur ter ondersteuning van economie en welzijn  Bij grond-, weg- en waterbouw en constructie van woningen en gebouwen gebruik maken van circulaire grondstoffen

12.2 12.5

Duurzaam beheer en gebruik van natuurlijke hulpbronnen  Terugdringen zwerfvuil en dumping van afval in buitengebied  Terugwinning grondstoffen uit gemeentelijke afvalstromen en –water  Aanpak zwerfvuil, plastic en vervuiling water via bronmaatregelen, rioolbeheer, opruimacties, inzamelfaciliteiten in havens  Grondstoffenwinning uit de aarde verduurzamen en vervangen door hergebruik materialen en/of hernieuwbare producten; ook rekening houden met negatieve effecten grondstoffenwinning elders in de wereld  Grondstoffenstromen zowel op stedelijk en gebiedsniveau fysiek met elkaar te verbinden  Preventie van storten vervuilde grond, slib of bouwmateriaal

Grip op grondstoffen en -stromen Bij werkzaamheden in de openbare ruimte komen materialen en grondstoffen vrij. We zetten in op een nieuwe rol binnen de gemeente om grondstromen op elkaar af te stemmen. Deze rol zorgt voor een actieve afstemming tussen partijen om grondstromen die vrij komen in de openbare ruimte in te zetten in (nieuwe) werken. Het gaat dan vooral om grond en baggerslib. Circulair inkopen Op basis van het Ambitiedocument Circulair Fryslân dragen we bij aan de ambitie om met ingang van 2020 minimaal 10% van fysieke producten (gemeentebreed) circulair in te kopen. In combinatie met het verwijderen van straatmeubilair hebben we specifiek aandacht voor circulair straatmeubilair. Hier trekken we samen op met de partners van Circulair Fryslân en we streven naar verankering in het Handboek kwaliteit openbare ruimte. We bewegen met de markt mee Als afnemer van producten kunnen we de markt ook helpen om te ontwikkelen. Dit doen we door samen te werken aan pilots. Daarnaast werken we samen met andere overheden en marktpartijen in netwerkverband en zetten gezamenlijk stappen in het verder toepassen van CO2 arm beton en circulair beton.

Foto: pilot toepassen Accoya in walbeschoeiing te Workum.

Pagina 32 van 39

3.2.4 Behoud en vergroten biodiversiteit In aansluiting op Global Goal 15 zetten we in op het behouden en herstellen van biodiversiteit. We continueren de bestrijding van invasieve uitheemse soorten in land- en waterecosystemen. Global Goal

Subdoel 15.5 15.8

Beschrijving subdoelen en relevante aandachtspunten Aftakeling natuurlijke leefgebieden en verlies van biodiversiteit stoppen en met uitsterven bedreigde soorten beschermen Invasieve uitheemse soorten in land- en waterecosystemen beperken • Bij boven- en ondergrondse (bouw)werkzaamheden en inrichting straten rekening houden met wortelstelsels bomen; • Invasieve uitheemse soorten in land- en waterecosystemen beperken; • Herstel van kruiden- en bloemrijke bermen door ecologisch groenbeheer en maaibeleid; • Aanplant diverse soorten bomen en planten; • Benutten potentie ondergrond voor behoud en herstel ecosysteem.

Naast de bestaande maatregelen gaan we biodiversiteit vergroten door het beheer van bermen en groengebieden om te vormen waardoor er extra aandacht komt voor biodiversiteit. Door alle bermen langs een kansrijke route op een ecologische wijze te beheren (gefaseerd hooilandbeheer), ontstaat een insectennetwerk. Om aan de doelstelling te voldoen is minimaal € 200.000 nodig om een aantal huidige kansrijke klepelbermen (maaien en laten liggen) om te vormen naar ecologisch beheerde bermen (maaien en afvoeren). In de openbare ruimte zijn kansen om verharding te vervangen door groen. Hiermee geven we concreet invulling aan doelstellingen op gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit. Omvorming van grijs naar groen is niet altijd mogelijk. Daarom hebben we hiervoor een afwegingskader opgesteld als handvat wanneer bestrating vervangen kan worden door groen.

IJlst voor .

IJlst na.

3.3 Financieel gedegen De staat van onze kapitaalgoederen is als het gaat om prettig en veilig Wonen, Werken en Genieten in onze gemeente van groot belang. Met de vervangingsopgave en het inhalen van achterstallig onderhoud, is er de komende jaren veel werk te doen om veiligheid en gebruik te kunnen blijven garanderen. We investeren wel degelijk veel in onderhoud maar er is meer nodig om in de toekomst onveilige en onwenselijke situaties te voorkomen. De aanpak van achterstallig onderhoud heeft op meerdere vlakken maatschappelijke waarde (CPB, 2018). Voor inwoners en bezoekers neemt de veiligheid en de kwaliteit van de leefomgeving toe. Voor ondernemers en medewerkers is er meer werkzekerheid en zal in tijden van laagconjunctuur minder conjuncturele werkeloosheid ontstaan, lagere prijzen en minder vertraging bij bouwprojecten en efficiëntere inzet van ambtelijke capaciteit en kennis. Op grond van het BBV maken we onderscheid tussen exploitatie en investeringen. Dit lichten we kort toe.

Pagina 33 van 39

Exploitatie Klein en groot onderhoud is nodig om gemeentelijke objecten op het gewenste niveau te houden. Dit komt ten laste van het exploitatiebudget. Hierbij hebben we te maken met fluctuerende marktprijzen (indexatie), uitbreiding van het areaal door aanleg van woonwijken en bedrijventerrein en kosten voor uitvoering van vastgesteld beleid zoals onderhoud insectennetwerk en circulair inkopen. Om een structureel evenwicht in de exploitatiebegroting te realiseren, is herstel van achterstallig onderhoud noodzakelijk. Investeringen in vervanging en renovatie Objecten in de openbare ruimte gaan vaak decennialang mee en na verloop van tijd is vervanging of renovatie nodig. Zoals eerder aangegeven, wordt vervanging en renovatie steeds urgenter mede door achterstallig onderhoud. Hier zijn financieel gezien grote bedragen voor nodig. Op basis van het BBV dient zowel het vervangen van activa met economisch als maatschappelijk nut te worden geactiveerd. Dit is in onze financiële verordening ingeregeld 5. De dekking van kapitaalslasten is tot nog toe incidenteel ingeregeld. Voorbeelden investeringen en onderhoud: • Voor wegen betreft het met name investeringen in samenhang met verkeersveiligheid zoals het vervangen van een kruispunt door een rotonde of een reconstructie waarbij asfalt binnen de bebouwde kom wordt vervangen door elementenverharding.

• Voor waterbouwkundige kunstwerken gaat het bij investeringen om onder meer het vervangen van houten steigers, walbeschoeiingen, kademuren, sluizen en bedieningssystemen of een combinatie daarvan. • Het baggeren van waterbodems is onderhoud en wordt niet geactiveerd. Zoals vastgelegd in de Programmabegroting 2021 leggen we in 2021 een plan voor over hoe we de huidige financiële systematiek kunnen verbeteren. Wij gaan onderzoek doen naar het instellen van een onderhoudsfonds kapitaalgoederen. Enerzijds met als doel de achterstanden met betrekking tot kapitaalgoederen te reduceren en anderzijds te komen tot een structurele inregeling van de kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt eveneens gekeken of er versneld kan worden geïnvesteerd zodat dit een bijdrage kan leveren aan het economisch herstel en of en hoe het fonds een rol kan spelen in het opbouwen van een buffer. Het bedrag van € 300.000 dat met ingang van 2021 aan de begroting is toegevoegd, is een eerste stap om tot een dergelijk fonds te komen. Het structureel inregelen van de kapitaalgoederen is daarnaast een samenspel met:  Het inregelen van budget voor onderhoud bij uitbreidingslocaties aan de hand van areaalgegevens in GBI;  Het toepassen van indexatie op het kapitaalgoederencomplex;  Flexibel inzetten van budgetten.

Met het door-ontwikkelen van programmatisch onderhoud en beheer in de openbare ruimte ontstaan kansen om win-win situaties te creëren waarbij budgetten voor opgaven uit de Ontwikkelagenda’s en programma’s zo veel mogelijk in samenhang ingezet worden. Flexibel inzetten van budgetten is hiervoor een voorwaarde.  het afstoten of opruimen van areaal te continueren door o.a. verkoop van gebouwen en snippergroen, het opruimen van straatmeubilair, vervangen van verharding door groen en uitgangspunten als geen verlichting tenzij …  het beschikbaar stellen van middelen voor (nieuw) beleid zoals het structureel inregelen van het beheer van insectennetwerk en baggerwerkzaamheden. Door het samenspel tussen onderhoudsfonds en het structureel inregelen van de kapitaalgoederen zoals hierboven aangegeven, verwachten wij in een periode van 10 tot 15 jaar achterstanden geleidelijk in te lopen.

5

Activeren doen we bij vervanging van activa met economisch nut boven de € 50.000 en vervanging van activa met maatschappelijk nut boven de € 250.000.

Pagina 34 van 39

4. Scenario’s In de voorgaande hoofdstukken is vastgelegd waar we op dit moment staan en wat we willen bereiken. Zoals in de inleiding is vermeld, weten we zeker dat de komende decennia in het teken staan van uiteenlopende ontwikkelingen zoals de vervangingsopgave, achterstallig onderhoud, de energie- en warmtetransitie, technologische innovaties en maatschappelijke veranderingen. Het tempo en de wijze waarop zijn echter nog onzeker. Ondanks deze onzekerheid is beheer en onderhoud een structurele en dagelijkse taak waarbij we tegelijkertijd voorbereid moeten zijn op toekomstige vraagstukken en weten dat de gemeentelijke financiën onder druk staan. Om een keuze te kunnen maken voor ons beheer en onderhoud zijn vier scenario’s ontwikkeld: 1. Contineren huidige situatie 2. Verbeteren kwaliteit leefomgeving 3. Focus op aanpak achterstallig onderhoud 4. Optimaal functioneren openbare ruimte We passen assetmanagement toe om een keuze te maken voor een scenario dat bijdraagt aan onze doelstellingen op basis van een afweging tussen kosten, prestaties en risico’s over de gehele levenscyclus van assets. In Bijlage IV zijn de scenario’s verder uitgewerkt. In deze Nota volstaan we met de tabel op de volgende bladzijde waarin de vier scenario’s op prestaties, risico’s en kansen en kosten zijn beoordeeld.

In onderstaande matrix zijn de vier scenario’s geplaatst op de assen van toename van de kosten met als uitgangspunt de totale levensduur en de kwaliteit van de leefomgeving.

Pagina 35 van 39

Prestaties 1.

Continueren huidige situatie

 Bijstellen gedifferentieerde onderhoudsniveau Gemiddeld Basis naar Laag op onderdelen;  Huidige beschikbare budget

2.

Verbeteren kwaliteit leefomgeving

 Continueren vastgestelde gedifferentieerde onderhoudsniveau Gemiddeld Basis;  Inregelen achterstallig onderhoud, vervanging en renovatie m.b.v. onderhoudsfonds in bijv 10, 15 of 20 jaar  Slim samenspel tussen onderhoudsbudget en onderhoudsfonds.

3.

Focus op aanpak achterstallig onderhoud Continueren vastgestelde gedifferentieerde onderhoudsniveau Gemiddeld Basis; Focus op wegwerken achterstallig onderhoud bij elementen en waterbouw binnen een bepaalde periode m.b.v. tijdelijk onderhoudsfonds. Structurele budget blijft gelijk.

4.

Optimaal functioneren openbare ruimte

Het verhogen van het onderhoudsniveau naar Hoog Op orde brengen van het structurele budget (€ 38 mln) binnen een bepaalde periode Achterstallig onderhoud, vervanging en renovatie inlopen m.b.v. onderhoudsfonds

Pagina 36 van 39

- Kwaliteit leefomgeving neemt af. - Onderhoudsniveau elementen en waterbouw bijstellen naar laag. - Slechts beperkte aansluiting op wensen Mienskip of transities - Kapitaalvernietiging.

 Het onderhoudsniveau voor elementen en waterbouw en elementen groeit naar Gemiddeld Basis.  Het huidige achterstallig onderhoud neemt gestaag af.  we kunnen aannemers werkzekerheid bieden, ook in tijden van laagconjunctuur.

 Het huidige achterstallig onderhoud neemt af. - Er ontstaan nieuwe achterstanden doordat het structurele budget gelijk blijft. ± Het onderhoudsniveau voor elementen en waterbouw en elementen groeit naar Gemiddeld Basis en zal weer naar laag buigen (kapitaalvernietiging).  We kunnen aannemers de komende jaren werkzekerheid bieden  De kwaliteit van de leefomgeving neemt toe.  Optimale communicatie en participatie  Het aantal meldingen neemt fors af.  Geen achterstallig onderhoud.  Werkzekerheid voor aannemers.  Ruimte voor innovaties.

Risico’s en kansen

Kosten

- Aantal schades en ongevallen  Op korte termijn (2025) blijft neemt toe. budget gelijk en lopen daarna op - Inwoners en bezoekers naar structureel € 40 miljoen waarderen kwaliteit minder. vanaf 2040. - Toegankelijkheid - De totale kosten over de periode verslechterd. t/m 2050 zijn circa € 60 miljoen - Aantal meldingen en hoger dan scenario 2: verbeteren storingen neemt toe. leefomgeving. - Risico’s op urgente situaties - Achterstallig onderhoud neemt (a.g.v. veroudering) neemt toe naar (verwachting) circa € 55 toe. Hiervoor wordt een miljoen in 2025 waardoor vaker beroep gedaan op de een beroep wordt gedaan op de Algemene Reserve. Algemene Reserve om urgente situaties veilig te stellen. - Op (korte) termijn is voeding  Er worden mogelijkheden voor het onderhoudsfonds nodig gecreëerd om kansen te en budget voor beleid. benutten om wensen vanuit de Mienskip te combineren  De totale kosten over de periode met onderhoud. t/m 2050 zijn circa € 60 miljoen lager dan scenario 1: huidige  Er is meer ruimte om aan te situatie. sluiten bij toekomstige opgaven zoals de  Sluit aan bij het uitgangspunt om warmtetransitie. beheer en onderhoud tegen zo laag mogelijke kosten over de  Er komt ruimte voor gehele levenscyclus uit te voeren planmatig onderhoud. onder voorwaarde van Hierdoor kunnen we de indexering en compensatie Mienskip ook beter areaaluitbreiding. informeren en betrekken.

 Sluit aan bij het BBV om  Het aantal meldingen blijft vervangingen en renovaties in te stabiel of neemt af. regelen. ± Afhankelijk van de termijn zal - Op langere termijn (2040) stijgt de eerste jaren nog sprake de budgetbehoefte, gelijk aan zijn van toename van scenario 1. onveiliger situaties en - Middelen ontbreken voor nieuw storingen maar dit neemt in beleid zoals insectennetwerk. de tijd af. - De totale structurele kosten over ± Toegankelijkheid zal deels de periode t/m 2050 zijn circa verbeteren. € 60 miljoen hoger dan scenario 2.  Dit scenario biedt de kans ± Het verschil met scenario 1 is dat om de tijd te benutten om in dit scenario het huidige structurele oplossingen te achterstallig onderhoud zoeken. ingehaald wordt en tijdelijk  Er zijn mogelijkheden om in afneemt. Door het tijdelijke te spelen op wensen van de karakter van het onderhoudsMienskip en ontwikkelingen fonds, zullen op termijn nieuwe zoals de warmtetransitie. achterstanden ontstaan. - De totale kosten over de periode  De openbare ruimte is veilig t/m 2050 zijn circa € 70 miljoen en toegankelijk. hoger dan scenario 2 en € 10  Er zijn optimale kansen om in miljoen hoger dan scenario 1 en te spelen op de wensen van 3. de Mienskip en  Er is financiële ruimte voor ontwikkelingen zoals de planmatig onderhoud door dit warmtetransitie.

eerder uit te voeren, levert dit voordeel op in de jaren 2033 tot 2046.  Grote maatschappelijke waarde.

4.1 Welk scenario is gegeven de ontwikkelingen de beste keuze? In onderstaande figuur zijn de vier scenario’s afgezet naar de ontwikkeling van het onderhoudsniveau in de tijd.

Hoog

Scenario 4: Optimaal

Scenario 2: Verbeteren leefomgeving in 10 of 20 jaar

Basis

Scenario 3: Focus op achterstallig onderhoud

Laag

Scenario 1: Continueren huidige situatie

Zeer laag 2011

2015

2020

2025

2030

2035

2040

Scenario 2 is de beste optie als we wettelijke eisen, maatschappelijke effecten en de kosten over de gehele levensduur in ogenschouw nemen. In scenario 2 zijn de kosten zijn over de gehele levensduur het laagst. Binnen dit scenario zetten we in op het structureel inregelen van het kapitaalgoederencomplex door slim samenspel tussen onderhoudsbudget en onderhoudsfonds. Wanneer de periode tot en met 2025 het uitgangspunt is, dan is het alternatief om van scenario 3 uit te gaan. In dit scenario ligt de focus op achterstallig onderhoud. Met ingang van Programmabegroting 2021 is structureel € 300.000 aan het kapitaalgoederencomplex toegevoegd. Door dit bedrag in te zetten als dekking voor kapitaalslasten voor inhalen achterstallig onderhoud, vervanging en renovatie, ontstaat ruimte om: • het voorstel voor een onderhoudsfonds verder uit te werken en het samenspel exploitatie en investeringen te verfijnen. • de kwalitatieve planning op basis van inspecties uit te werken; • Het risicogestuurd beheer voor wegen en de objecten in de waterbouw verder uit te werken; • De eerste tranches van de warmtetransitie, ontwikkelagenda en werken in de openbare ruimte op elkaar af te stemmen. Daarnaast blijft aanvullend structureel onderhoudsbudget nodig voor het realiseren van onder meer het insectennetwerk, de baggeropgave, indexatie en areaaluitbreiding.

Scenario 4 is optimaal en sluit goed aan bij maatschappelijke ontwikkelingen. Door de daarmee gepaard gaande hoge kosten, achten wij dit scenario niet kansrijk. Scenario 1 is niet wenselijk want dit leidt op langere termijn tot hogere kosten. Bij een keuze voor dit scenario is de vraag relevant hoe we in de openbare ruimte om moeten gaan met de verwachtingen van de Mienskip. Daarnaast is er maar zeer beperkte ruimte om mee te gaan met de ontwikkelingen die met zekerheid op ons afkomen.

Pagina 37 van 39

5. Advies We adviseren: 1. De keuze te maken voor scenario 2 en het kapitaalgoederencomplex structureel in te regelen. Dit betekent dat, a. In 2021 een plan voorgelegd wordt met voorstellen voor het instellen van een onderhoudsfonds kapitaalgoederen. Enerzijds met als doel de achterstanden met betrekking tot kapitaalgoederen te reduceren en anderzijds te komen tot een structurele inregeling van vervanging en renovatie van de kapitaalgoederen. b. In de komende begrotingscycli voorstellen ingediend worden om het onderhoudsbudget in de exploitatiebegroting op orde te brengen; 2. Programmatisch werken verder te ontwikkelen om: a. Inzicht en voorspelbaarheid te creëren in de vervangings- en renovatieopgave; b. Optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden om, als dat nodig is, budgetten flexibel in te zetten. 3. Een onderhoudsniveau Gemiddeld Basis te continueren voor alle zeven groepen kapitaalgoederen. In de beheerplannen wordt het onderhoudsniveau per groep verder gedifferentieerd naar de verschillende onderdelen van het betreffende kapitaalgoed. 4. Te streven naar de laagste kosten voor de inwoners en bedrijven van onze gemeente door te sturen op de kosten over de gehele levenscyclus en hier o.a. de evaluatie van onze dienstverlening voor meldingen openbare ruimte aan te toetsen. 5.

Risicogestuurd werken verder te ontwikkelen en te starten bij de elementenverharding en vervolgens de waterbouw (bruggen, oevers en kaden). 6. In het kader van democratische vernieuwing verder te gaan met verbetering van de communicatie en betrekken van inwoners. 7. Door beheer en onderhoud bij te dragen aan de doelstellingen op gebied van energie, klimaatverandering, circulaire economie en biodiversiteit. 8. In 2024 een evaluatie uit te voeren en aan de hand van de stand van zaken en inzichten op dat moment, de koers voor de periode 2025-2030 uit te zetten.

Op de volgende bladzijde treft u, tot slot, een overzicht aan van de voorgestelde (financiële) koers per groep kapitaalgoederen:

Pagina 38 van 39

Kapitaalgoed

Benodigd budget t/m

Beschikbaar budget (2020)

(financiële) koers

€ 8.441.945

A. Structureel op orde brengen budget door: a. in de periode 2021-2024 in te zetten op ingroei van in totaal € 200.000 voor Insectennetwerk. b. Onderzoek en plan onderhoudsfonds voor met name: • Vervangen kruispunt door rotonde • Vervangen asfalt door elementen c. Optimalisatie door • Risico gestuurd beheer, prioriteren en faseren • Verminderen areaal straatmeubilair • Vervangen verharding door groen B. Grootste op opgave t/m 2030 is achterstanden inhalen. Hiervoor zetten we onderstaande middelen in: a. Combinatie met impuls kwaliteitsgeld kernen b. Slim werk met werk maken door combinatie met fietspadenplan en ontwikkelagenda’s c. Verdere uitwerking in samenhang voorstel onderhoudsfonds A. Structureel op orde brengen budget door: a. Continueren huidige, beschikbare budget b. Vrijmaken middelen uit investeringsprogramma aan de hand van plan voor inhalen achterstanden icm verduurzaming A. Structureel op orde brengen budget door: a. Onderzoek en plan onderhoudsfonds voor vervangingen en renovaties b. Rekening houden met toenemende kapitaalslasten c. Optimalisatie door risico gestuurd beheer, prioriteren en faseren d. Uitvoeren (onderwater)nspecties B. Grootste opgave t/m 2030 is achterstanden inhalen. Hiervoor a. De aanvulling met € 300.000 inzetten als dekking kapitaalslasten achterstanden in vervanging/renovatie b.

Verdere uitwerking in samenhang voorstel onderhoudsfonds A.-Structureel op orde brengen budget door: a. Onderzoeken plan onderhoudsfonds voor vervanging en renovatie b. Rekening houden met toenemende kapitaalslasten c. Optimalisatie door risico gestuurd beheer, prioriteren en faseren d. Uitvoeren onderwaterinspecties B. Grootste opgave t/m 2030 is achterstanden inhalen. Hiervoor a. De aanvulling met € 300.000 inzetten als dekking kapitaalslasten achterstanden in vervanging/renovatie b. Verdere uitwerking in samenhang voorstel onderhoudsfonds A. Structureel op orde brengen budget door: a. Prioriteit te leggen bij Overdracht Stedelijk Water, het op orde houden van schouwwatergangen en het inhalen van achterstanden; b. Inzetten op ingroei van in totaal € 445.000 c. In het Beheerplan baggeren voorstellen te doen om te prioriteren/faseren.

2028

Hoofdtaakveld 23 Bereikbaarheid € 9.795389 Wegen

Verlichting

€ 652.443

€ 652.443

Bruggen, tunnels en aquaducten

€ 2.240.000

€ 2.153.807

Oevers en kaden

€ 2.500.000

€ 1.682.777

Waterbodems

€ 700.000 (excl. geulen en stranden)

€ 464.981

Hoofdtaakveld 24 Leefomgeving 6 € 5.528.864 Openbaar Groen € 7.978.321 Riolering Diverse (hoofd)taakvelden € 2.350.000 Gebouwen

€ 5.528.864

A. Het structurele budget is op orde

€ 7.978.321

C. Beheer en onderhoud betalen we volledig uit de rioolheffing. Hiervoor is een voorziening ingesteld.

€ 2.100.000

A. B.

C.

TOTAAL

6

€ 31.745.017

Inclusief uren eigen groendienst.

Pagina 39 van 39

€ 29.003.138

Aan de hand van de inspecties die uitgevoerd worden, komen we met nadere voorstellen om het structurele budget op orde te brengen. Aan de hand van het plan voor verduurzaming van vastgoed, dienen we een voorstel in om de gereserveerde € 65.000 vrij te maken voor dekking kapitaalslasten van duurzame investeringen voor de eerste tranche van verduurzaming. We continueren de reserve groot onderhoud gebouwen

Verschil 2.741.879

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9572082/1