CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - ‘Jeugdbeleid Súdwest-Fryslân 2026 en verder; De kracht van de basis – Samen sterk voor onze Jeugd

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Jeugdbelied18.310 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

22

Inhoudsopgave

Jeugdhulp en (passend) onderwijs

Focus op schoolaanwezigheid

Passend onderwijs betekent dat ieder kind een plek krijgt op een school die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte. Scholen hebben de opdracht om binnen het regulier onderwijs ruimte te bieden aan verschillen tussen leerlingen, en om extra ondersteuning te bieden waar nodig. Alleen wanneer dat echt niet volstaat, wordt een overstap naar het (voortgezet) speciaal onderwijs overwogen. Dit vraagt om een integrale benadering waarbij samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en ouders essentieel is.

Samen met het onderwijs maken we de verschuiving van focus op schoolverzuim naar focus op schoolaanwezigheid. Waar schoolverzuim zich richt op het individuele kind en waarom hij/zij verzuimt (probleemgericht), ligt de focus bij schoolaanwezigheid veel meer op hoe kunnen we ervoor zorgen dat er een schoolomgeving ontstaat waar alle kinderen naar school gaan. Het sluit aan bij de visie dat onderwijs inclusiever en toegankelijk moet zijn voor iedereen. Schoolaanwezigheid is essentieel voor het welzijn en de ontwikkeling van jeugdigen.

Het versterken van onderwijs en jeugdhulp betekent het verbeteren van de samenwerking tussen scholen en hulpverlenende instanties, zodat kinderen en jongeren de juiste ondersteuning krijgen: op het juiste moment en op de juiste plek. Er zijn diverse knelpunten als het gaat om de verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs en daarmee gelijktijdig ook kansen.17 De samenwerking is ook daarom van belang om de verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs opnieuw te doordenken: wat hebben kinderen écht nodig om tot ontwikkeling te komen?

De leerplichtambtenaren hebben een belangrijke rol om samen met de GGD de scholen hierin te ondersteunen. De leerplichtambtenaren verleggen hun visie van leerplicht naar leerrecht en denken mee met scholen in de aanpak schoolaanwezigheid. Dat vraagt van scholen om een goede registratie van aanwezigheid en snelle melding bij leerplichtambtenaren wanneer een leerling niet aanwezig is. Op dat moment kan de school het gesprek aangaan met de ouders en kan de GGD ingeschakeld worden om mee te denken. In het voortgezet onderwijs wordt aanvullend aan het thema schoolaanwezigheid de MAZL-aanpak ingezet. MAZL staat voor meer aandacht voor ziekgemelde leerlingen.

Zowel de gemeente als het onderwijs zet zich in voor kinderen om kansrijk, veilig en weerbaar te kunnen ontwikkelen en ontplooien. Belangrijke uitgangspunten zijn: ^ We werken vanuit een heldere samenwerking, waarbij we de focus verleggen van aanbod voor het individuele kind naar versterken van de hele omgeving van het kind (contextgericht). ^ Het omarmen van weerstand. Niet alles in het leven is in een probleem dat om een oplossing vraagt. Weerstand is namelijk nodig om tot leren te komen. ^ Inclusief onderwijs; waardoor alle kinderen kunnen meedoen.

17 Zie hoofdstuk 5.2 voor de (gezamenlijke) analyse rondom kansen en uitdagingen in de verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs.

23

Inhoudsopgave

Zorg in onderwijstijd Ieder kind heeft het recht om te leren. Ook kinderen die (soms tijdelijk) wat meer zorg nodig hebben en kinderen met een (levenslange) beperking moeten kunnen meedoen in de samenleving, en dus zeker ook binnen kinderopvang en onderwijs. Sommige kinderen en/of jongeren hebben naast de basis- en extra ondersteuning in het onderwijs ook jeugdhulp nodig om naar school te kunnen gaan. We willen dit zoveel mogelijk aan laten sluiten bij het onderwijsproces.

Voorkomen van structurele inzet van jeugdhulp als onderwijsvervanging Onderwijs is een grondrecht, en het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om te zorgen dat ieder kind toegang heeft tot een passende onderwijsplek. Jeugdhulp moet tijdelijk, doelgericht en gericht op herstel zijn, zodat kinderen zo snel mogelijk terug kunnen keren naar een passende leeromgeving. Wij sturen daarom actief op het voorkomen van (structurele) inzet van jeugdhulpvoorzieningen als vervanging van onderwijs. Dit betekent dat we kritisch kijken naar indicaties, trajecten en samenwerkingsafspraken.

De rol van samenwerkingsverbanden: samen verantwoordelijk voor passend onderwijs

Leren van onderwijszorgarrangementen

De samenwerkingsverbanden spelen een sleutelrol bij het realiseren van passend onderwijs. Zij zijn samen met de scholen verantwoordelijk voor de inzet van extra ondersteuning binnen scholen en het organiseren van (tijdelijke) plaatsing in speciaal onderwijs. Als gemeente zien wij hen als strategische partners in het voorkomen van uitval, het ontwikkelen van onderwijszorgarrangementen en het versterken van de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Heldere afspraken zijn nodig over rolverdeling, gezamenlijke inzet van middelen en structureel overleg, zodat kinderen tijdig passende ondersteuning ontvangen, binnen of nabij hun schoolomgeving.

De afgelopen jaren hebben we ervaring opgedaan met verschillende onderwijszorgarrangementen. Deze pilots hebben waardevolle inzichten opgeleverd in wat werkt wanneer zorg en onderwijs intensief samenwerken rondom een kind of groep. De kracht zit vaak in kleinschaligheid, korte lijnen en maatwerk. Tegelijkertijd maken deze trajecten zichtbaar dat goede afspraken over rolverdeling, financiering en regie essentieel zijn om te komen tot duurzame oplossingen. We willen deze lessen benutten bij het versterken van structurele samenwerking en het ontwikkelen van integrale voorzieningen.

24

Inhoudsopgave

Eerste acties voor jeugdhulp in de directe leefomgeving ^ Pilot gezinshulp De gemeente Súdwest-Fryslân heeft zich, met het ondertekenen van het Fries Integraal Zorgakkoord (FrIZA), gecommitteerd aan het implementeren van een aanpak voor multi­ stress gezinnen. Er worden FrIZA middelen beschikbaar gesteld om de implementatie van een integrale gezinsaanpak te realiseren. ^ Pilot Jouw Ingebrachte Mentor (JIM) Binnen deze aanpak JIM kiest een jongere zelf een volwassene uit het eigen netwerk, iemand die vertrouwd is zoals een tante, sportcoach, buur of opa, en nabij staat om als mentor betrokken te zijn tijdens het hulpverleningstraject. Om een pilot te starten is het van belang om een plan van aanpak op te stellen; welke jeugdigen zijn onze doelgroep, of rollen we de pilot breder uit, wie moeten er getraind worden in deze aanpak en hoe kunnen we dit eventueel in samenwerking met scholen en/of zorgaanbieders opstarten? ^ Stem jeugdige uitvoeringsplan Het is belangrijk dat beleid en de uitvoering daarvan aansluit bij de wens van ouders en jeugdigen en dat zij een stem hebben in de beslissing over de ondersteuning die nodig is. Jongeren krijgen een duidelijke stem krijgen bij de uitvoering van het beleid. Zij weten immers als geen ander wat voor hen werkt, wat beter kan en hoe beleid in de praktijk aansluit op hun leefwereld.

Door jongeren bij de uitvoering te betrekken, maken we het beleid relevanter, effectiever en meer gedragen.

25

Inhoudsopgave

4. Financiën

De financiële druk op de jeugdzorg is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen en vormt inmiddels een structureel probleem. Deze ontwikkeling sluit aan bij de landelijke trend. Om hierop te anticiperen heeft de gemeente in 2024 een pakket aan beheersmaatregelen vastgesteld. Deze maatregelen zijn gericht op het realiseren van besparingen op de korte en lange termijn. De kwantificeerbare beheersmaatregelen zijn in de Kansrijke Sporen opgenomen als bezuinigingen. Voor de jeugdzorg betreft dit een structurele bezuiniging van circa C 1 miljoen vanaf 2026.

De volgende financiële risico’s zijn geïdentificeerd ten aanzien van een budgetneutraal jeugdbeleid:

De huidige begroting voor jeugdzorg bedraagt circa e 38 miljoen. Voor de jaren 2026 en 2027 blijft dit stabiel. In deze jaren zijn zowel de maatregelen uit de Kansrijke Sporen als de financiële opgave voortvloeiend uit de Hervormingsagenda Jeugd in de begroting verwerkt. Vanaf 2027 bedraagt het beschikbare budget circa e 38,4 miljoen, exclusief loon- en prijsindexatie. Loon- en prijsindexatie worden meegenomen in het reguliere begrotingsproces. In 2028 daalt de begroting naar circa e 36,8 miljoen, exclusief loon- en prijsindexatie, waarbij een stelpost van e 1,6 miljoen is opgenomen. Deze stelpost betreft de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg en het sturen op de duur van jeugdzorgtrajecten. Met ingang van 2028 wordt een korting toegepast op de algemene uitkering aan gemeenten, in lijn met de beoogde besparingen. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze maatregelen ligt bij het Rijk. Indien het Rijk er niet in slaagt om de beoogde opbrengsten uit deze stelpost te realiseren, worden gemeenten hiervoor financieel gecompenseerd.

Risico

Gevolg

Stijgende zorgvraag

Overschrijding van het budget

Complexe casuïstiek

Hogere kosten per inwoner

Beperkte investeringen in preventie

Toename van specialistische hulp

Beperkt ruimte voor nieuwe initiatieven

In de wachtstand

Suboptimale keuzes

Sturing vanuit financiële dekking in plaats van maatschappelijke noodzaak

Kansrijke sporen

Enerzijds bezuinigen anderzijds beperkt ruimte om te investeren

Financiële kwetsbaarheid van aanbieders

Continuïteitsrisico in zorg

Binnen het kader van een budgetneutraal beleid, waarbij nieuwe uitgaven uitsluitend kunnen plaatsvinden in combinatie met bezuinigingen en, of herprioritering van bestaande middelen, is het van essentieel belang om beschikbare middelen doelgericht en effectief in te zetten. Dit vereist een continue, periodieke evaluatie van ingezette acties en een actieve bijsturing op basis van actuele inzichten, maatschappelijke ontwikkelingen en meetbare resultaten.

Het jeugdbeleid wordt budgetneutraal uitgevoerd. Dit betekent dat er geen aanvullende middelen beschikbaar zijn gesteld bovenop de bestaande begroting voor jeugdzorg. Alle voorgenomen beleidsmaatregelen en hervormingen dienen te worden gerealiseerd binnen de huidige begroting.

Het uitgangspunt is om direct aan de slag te gaan. Met elkaar leren. De eerste acties kunnen worden gefinancierd vanuit de beschikbare incidentele middelen voor jeugdzorg. Indien gedurende de uitvoering blijkt dat de beschikbare middelen voor het jeugdbeleid niet toereikend zijn, bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van de incidentele e 4,2 miljoen uit de septembercirculaire 2025 - die we hebben ontvangen voor het dekken van tekorten in de jeugdzorg over 2023 en 2024 - mits deze expliciet zijn geoormerkt voor het sociaal domein.

18 Deze stelpost betreft de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg en het sturen op de duur van jeugdzorgtrajecten. Met ingang van 2028 wordt een korting toegepast op de algemene uitkering aan gemeenten, in lijn met de beoogde besparingen. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze maatregelen ligt bij het Rijk. Indien het Rijk er niet in slaagt om de beoogde opbrengsten uit deze stelpost te realiseren, worden gemeenten hiervoor financieel gecompenseerd.

26

Inhoudsopgave

Bijlagen A. Analyse, achtergrond en verdieping Jeugdbeleid begint bij een goed begrip van de leefwereld van jeugdigen, de maatschappelijke opgaven en de bestaande structuren binnen de gemeente. In dit tweede deel staat de onderbouwing voor de visie, opgaven en strategie. Het begint met hoe het gaat met onze jeugd en wordt vervolgd door een analyse van de uitdagingen en signalen uit de praktijk. Daarnaast wordt er ook achtergrondinformatie vermeld als; waar is de gemeente formeel verantwoordelijk voor en hoe steekt het jeugdzorgsysteem in elkaar?

een toename van stress, psychische klachten (vooral bij meisjes) en suïcidegedachten. Dit wordt veroorzaakt door factoren zoals maatschappelijke veranderingen, sociale media en druk van school en werk. Aan de positieve kant zijn de voedingsgewoonten van jongeren verbeterd; ze eten meer fruit en groente en drinken minder suikerhoudende dranken. Tegelijkertijd voldoet nog steeds slechts een klein deel van de jongeren aan de beweegadviezen. Met het begin van de puberteit neemt de sport- en beweegactiviteit af, mede doordat jongeren buitenspelen niet meer cool vinden en andere verplichtingen, zoals huiswerk en bijbaantjes, prioriteit krijgen.

A.1 Hoe gaat het met onze jeugd? In de gemeente Súdwest-Fryslân woonden in 2024 ruim 90.000 inwoners. Hiervan waren ruim 17.000 in de leeftijdscategorie van 0 tot en met 17 jaar (een jeugdige volgens de Jeugdwet).

De situatie op school blijft zorgelijk voor veel jongeren. Steeds meer jongeren ervaren pesten, waardoor zij zich onveilig voelen op school. Ook blijven jeugdigen vaker thuis door ziekte. Cyberpesten speelt hierbij vaak een grote rol en vindt regelmatig buiten schooltijden plaats. Jongeren die gepest worden, lopen een groter risico op het ontwikkelen van mentale problemen, waarvan de gevolgen zich zelfs jaren later nog kunnen uiten.

De documenten ‘Staat van de Jeugd’ en ‘Verdiepende analyse jeugdstelsel Súdwest-Fryslân’ zijn de nulmeting voor dit jeugdbeleid. Deze nulmetingen bevatten cijfers over gezondheid, onderwijs, omgeving en veiligheid van jeugdigen. Hieronder vallen ook het jeugdhulpgebruik (ook per wijk/gebied) en de kosten die met jeugdzorg gemoeid zijn.19 Deze nulmetingen zijn samengesteld aan de hand van CBS-gegevens, gemeentelijke gegevens en de jeugdmonitor van de GGD.

Ondanks campagnes en regels rondom alcoholgebruik onder minderjarigen, blijft het gebruik hoog. Veel jongeren drinken alcohol en vaak gebeurt dit met toestemming of zelfs goedkeuring van hun ouders. Alcohol wordt vooral in de thuissituatie geconsumeerd, wat aangeeft dat het gebruik ervan in veel gezinnen nog steeds als normaal wordt gezien. De norm dat jongeren onder de 18 jaar geen alcohol zouden moeten drinken, lijkt nog niet breed geaccepteerd.

De leefwereld van onze jeugd is anders dan in 2015. Volgens onderzoek is de verandering vooral: digitalisering en online wereld, hogere prestatiedruk, complexere gezinssamenstellingen (denk aan scheiding), toegenomen onzekerheid over toekomst (klimaatverandering, wooncrisis en oorlog) en meer erkenning voor psychische klachten. Als gemeente signaleren we dat de zorgvraag stijgt en de problematiek waarmee kinderen en gezinnen kampen, complexer wordt. Dit betekent dat meer jeugdigen worstelen en intensievere jeugdhulp nodig hebben.

Roken onder jongeren blijft redelijk stabiel, maar het gebruik van de e-sigaret (vapen) is sterk toegenomen. Vapen lijkt inmiddels populairder dan het traditionele roken. Tegelijkertijd groeien veel jongeren nog steeds op in huishoudens waar gerookt wordt. Het blijft van belang om blijvende aandacht te hebben voor een rookvrije generatie.20 Uit CBS-gegevens (2022) blijkt dat in Súdwest-Fryslân een hoger aandeel jeugdigen geregistreerd zijn als verdachte van een misdrijf ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Ook zien we dat er zowel landelijk als lokaal een (lichte) stijging is ten opzichte van 2020 en 2021.

Uit de kernboodschap van de Jeugdmonitor van de GGD (2023) blijkt dat de mentale gezondheid van jongeren onder druk staat. Minder jongeren voelen zich gelukkig, en er is

19 Gemeente Súdwest-Fryslân (2024). Verdiepende analyse jeugdhulpstelsel Súdwest-Fryslan. 20 GGD Fryslân (2023). Rapportage Jeugdmonitor. Beschikbaar via www.ggdfryslan.nl

27

Inhoudsopgave

A.2 Analyse uitdagingen en kansen Het jeugdzorg ‘systeem’ in het kort In Nederland is jeugdzorg bedoeld om kinderen, jongeren én hun ouders te ondersteunen bij problemen in de opvoeding, thuis of op school. De eerste verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van kinderen ligt wettelijk bij de ouders of verzorgers. Zij zijn verantwoordelijk voor een veilige, stabiele en gezonde ontwikkeling van hun kind. Wanneer dat (tijdelijk) niet lukt, kan ondersteuning nodig zijn vanuit de omgeving of vanuit professionele hulp. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van jeugdhulp. Zij moeten ervoor zorgen dat kinderen, jongeren en gezinnen op tijd ondersteuning krijgen of het nu gaat om opvoedvragen, lichte hulp, preventieve ondersteuning of gespecialiseerde jeugdhulp. Voor de inkoop van deze gespecialiseerde hulp werken de Friese gemeenten samen via Sociaal Domein Fryslân. Deze samenwerking maakt het mogelijk om kennis te bundelen, efficiënt in te kopen en regionale samenhang te versterken. Sociaal Domein Fryslân koopt jeugdzorg in bij jeugdzorg aanbieders. Er zijn verschillende verwijzers die jeugdigen en gezinnen kunnen doorverwijzen naar jeugdzorg. Denk hierbij aan huisartsen, jeugdartsen (bijvoorbeeld via de GGD), medisch specialisten, gecertificeerde instellingen, maar ook de gebiedsteams.

Deze professionals beoordelen of er ondersteuning of specialistische jeugdhulp nodig is en zorgen voor een passende verwijzing.

onder toezicht staan. De kinderrechter speelt een centrale, onafhankelijke en toetsende rol binnen het jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsstelsel. De kinderrechter neemt beslissingen op basis van onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, de gecertificeerde instelling, en soms ook van deskundigen zoals gedragswetenschappers.

De gemeente werkt samen met andere organisaties. Zo hebben scholen een wettelijke taak om passend onderwijs te bieden en signaleren zij problemen bij leerlingen zo vroeg mogelijk. De GGD voert preventieve gezondheidszorg uit en monitort de gezondheid van kinderen en jongeren. Veilig Thuis is het meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Wanneer kinderen niet veilig opgroeien, voeren gecertificeerde instellingen wettelijke jeugdbeschermingsmaatregelen uit.

Hoewel elke partij een eigen wettelijke taak heeft, vraagt de samenwerking in de praktijk voortdurende afstemming. Duidelijke rolverdeling, goede samenwerking en het delen van informatie zijn cruciaal om te zorgen dat kinderen en gezinnen de juiste hulp, op het juiste moment en vanuit de juiste plek ontvangen. Alleen zo wordt er gebouwd aan een sterke en veilige omgeving voor elk kind.

De gemeente bewaakt daarnaast de openbare orde en veiligheid, en werkt hierbij samen met de politie. Bij jongeren die in aanraking komen met justitie, speelt de jeugdreclassering een belangrijke rol. Een gecertificeerde instelling (GI) voert jeugdreclasseringsmaatregelen en jeugdbeschermingsmaatregelen uit. Een GI begeleidt jongeren die een straf hebben of

28

Inhoudsopgave

Analyse Súdwest-Fryslân

Analyse van het onderwijs

Er is een analyse gemaakt van de belangrijkste dan wel grootste uitdagingen in de gemeente Súdwest-Fryslân als het gaat om de (organisatie van de) jeugdhulp en de kansen die er zijn om deze uitdagingen het hoofd te bieden. Hiervoor is input opgehaald bij verschillende stakeholders en zijn de nieuwe en toekomstige (lokale, regionale en landelijke) ontwikkelingen meegenomen.

Ook het onderwijsveld heeft een analyse gegeven van ‘hun’ uitdagingen en kansen. We zien hier grote gelijkenissen met de jeugdhulp. Scholen geven aan dat zij de regie op leerlingen die langdurig thuiszitten verliezen. Tegelijkertijd wordt ervaren dat het speciaal (voortgezet) onderwijs niet altijd toereikend is voor leerlingen met zware en meervoudige problematiek. Eenmaal geplaatst in het speciaal onderwijs is terugkeer naar het regulier onderwijs uitzonderlijk, mede doordat een expliciete en gedragen ‘afschalingsprocedure’ ontbreekt.

Een eerste uitdaging gaat over de (keten)samenwerking en de nog steeds bestaande verkokering. Dit geldt zowel voor partijen binnen de jeugdhulp zelf als tussen de jeugdhulp en de gebiedsteams en het voorliggende veld en omgekeerd. Dit is geen onwil maar partijen lopen tegen grenzen aan (wettelijk of van de eigen organisatie). Ook is er simpelweg sprake van dat professionals en partijen elkaar te weinig tegenkomen en spreken. Tegelijkertijd zien we dat samenwerking nodig is om onze doelen te verwezenlijken, bijvoorbeeld om integrale oplossingen te kunnen bieden. Het is daarom nodig om ontmoeting tussen partijen en professionals te organiseren.

Binnen het regulier onderwijs wordt geconstateerd dat scholen, vaak uit oprechte betrokkenheid en onder druk van ouders, lang blijven zoeken naar interne maatwerkoplossingen. Hoewel interne maatwerkoplossingen binnen het regulier onderwijs een waardevolle interventie kunnen zijn, zien we ook dat dit kan leiden tot vertraging van andere noodzakelijke interventies. In situaties waarin de onderwijskundige of pedagogische grens bereikt is, wordt desondanks te lang vastgehouden aan de bestaande setting. Tegelijkertijd zien we ook situaties waarin de geboden oplossing niet in maatwerk gezocht zou moeten worden, maar in versterking van de pedagogische basisaanpak. Niet elk probleem vraagt om een individueel arrangement; sommige vragen om professioneel opvoedkundig handelen binnen de reguliere schoolcontext.

Een tweede uitdaging is het ontbreken van een uniforme definiëring van belangrijke ‘containerbegrippen’ zoals normaliseren of integraal werken. Dit geldt zowel binnen de gemeente als breder in de samenleving en de partners waar we als gemeente mee samenwerken. Tegelijkertijd realiseren we ons dat deze uniforme en gezamenlijke definiëring van belang is om de samenwerking en de transformatie te laten slagen.

Ook op het gebied van samenwerking met ouders blijkt in de praktijk sprake van belemmeringen. Wanneer ouders het oneens zijn met de voorgestelde aanpak, worden lastige gesprekken vaak uitgesteld of vermeden. Vanuit een begrijpelijke loyaliteit aan de relatie met ouders blijven scholen dan te lang zoeken naar werkbare interne oplossingen, terwijl externe ondersteuning of verwijzing nodig is. Dit versterkt de eerder geschetste patroonvorming en vergroot de druk op zowel leerling als schoolteam.

Een derde uitdaging is de betrokkenheid dan wel verantwoordelijkheden van ouders, maar ook hun netwerk en de samenleving als geheel. Er lijkt een trend gaande dat deze betrokkenheid afneemt. We zien kansen om dit te versterken door ouders en hun omgeving ook daadwerkelijk meer bij de hulpverlening te betrekken. Hieronder valt ook het (beter/ meer) luisteren naar jeugdigen zelf. Ook zien we dat de gebiedsteams met uitdagingen kampen, zoals verloop, werkdruk, hoge caseload, verwachtingen van ouders of aanbieders, veel taken of onduidelijkheden over het takenpakket, richting en visie en wachtlijsten bij zowel het gebiedsteam als jeugdhulp aanbieders. De gebiedsteams vervullen een belangrijke rol in het stelsel van jeugdhulp, de contacten met ouders en jeugdigen en de beweging die we willen. Het versterken van de gebiedsteams zien we dan ook als randvoorwaarde voor het slagen van beleid.

29

Inhoudsopgave

Daarbij hoort ook het kritisch bevragen van de normen die we hanteren, de rollen die we elkaar toeschrijven, en de grenzen die we (onbewust) trekken tussen onderwijs, zorg en opvoeding. Essentieel in dit proces is de gelijkwaardige betrokkenheid van ouders. Niet als sluitstuk, maar als medebepalende factor in de analyse én in de keuzes die gemaakt worden. Ouders kennen hun kind het beste, leven de gevolgen van systeemkeuzes dagelijks, en verdienen een plek aan tafel waar hun perspectief als volwaardig wordt meegenomen. Alleen dan kunnen we toewerken naar duurzame, gedragen oplossingen die daadwerkelijk het verschil maken voor kinderen.

Verbinding Jeugdhulp en onderwijs In de praktijk wordt ervaren dat de samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs vaak onder druk staat. Dit leidt tot uitdagingen zoals meer thuiszitters, wachtlijsten en een toenemende druk op gespecialiseerde zorg. Hieronder benoemen we de knelpunten en kansen om samen betere ondersteuning te bieden aan kinderen, jongeren en hun gezinnen. Hoewel is uitgesproken dat we met elkaar willen toewerken naar inclusiever onderwijs, inzet op preventie en versterking van de pedagogische basis, constateren we in de praktijk een tegengestelde beweging: ^ Een stijging van het aantal kinderen met een jeugdhulpindicatie. ^ Een toename van het aantal thuiszitters en jongeren met een aangepast onderwijsprogramma. ^ Structurele wachtlijsten in zowel speciaal onderwijs als jeugdhulp. ^ Toenemende inzet van ondersteuning door zowel onderwijs als gemeenten, waarbij niet altijd een gezamenlijke analyse wordt gedaan van doel, effect en opbrengst in het belang van leerling, gezin en systeem. ^ Onduidelijkheid over wiens belang daadwerkelijk voorop staat: handelen we vanuit het perspectief van de leerling en diens ouders, of bijvoorbeeld vooral vanuit de logica van systemen en instanties?

A.3 Tijdlijn

Dat roept de fundamentele vraag op: doen we de juiste dingen, voor wie, en met welk resultaat?

De volgende tijdlijn geeft een (zeer) beknopt overzicht. In de tijdlijn wordt zichtbaar wanneer welke activiteiten zijn gestart en binnen welk beleidskader ze vielen.

In plaats van direct over te gaan tot het zoeken van oplossingen, vraagt deze situatie om een gezamenlijke herijking. We moeten niet alleen vaststellen wat er niet werkt, maar ook een gedeeld referentiekader ontwikkelen over wat we willen betekenen voor kinderen en gezinnen in kwetsbare situaties - en op basis waarvan we keuzes maken.

Het overzicht helpt om inzicht te krijgen in de ontwikkeling keuzes gericht op jeugd in de tijd, en vormt daarmee ook een waardevolle basis voor reflectie en toekomstige keuzes. Ook in het kader van boemerangbeleid van Sharon Stellaard.

30

Beleidsdocumenten of activiteiten die al voor 2015 zijn gestart zijn niet aan het schema toegevoegd. De tijdlijn geeft een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen, het is dus niet een compleet overzicht.

2015

2017

2016

licht gekleurd = ontwikkelfase donkere kleur = borging/regulier

2018

2019

2020

Start Cool Súdwest

Pedagogische basis

Start Relatie en ouderschapspunt (juni 2020) Start Sociaal Collectief Friese preventie aanpak (juni 2020) Sportakkoord 2018 Pilot Praktijk Ondersteuner Huisarts (POH) Jeugd (nov 2016)

Gebiedsteam

Borging POH Jeugd

Start nieuwe indeling 4 gebiedsteams, inclusief smw Organisatieontwikkeling: Start praktijkbegeleiders

Herbevestiging visie en kerntaken gebiedsteams

Integrale Kind Aanpak (IKA) verkenning

Onderwijs en jeugdhulp

Start Zomerschool

Start Weekendschool Pilot Onderwijs Zorg Arrangementen (OZA), structuurplusgroepen

Jeugdzorg

Decentralisatie; Friese gemeenten werken samen Sociaal Domein Fryslan (SDF) Regionale voorbereiding nieuwe inkoop jeugdhulp

Start nieuwe inkoop Verordening 2018 en nadere regels

Voorbereiding dashboard

Veiligheid

Nieuwe ‘omgeving', koppeling oa financiën

Start dashboard

Evaluatie Keten en Caravanbeleid Beleidsnotitie Overlast en jongeren op straat Integraal Veiligheidsplan 2019 - 2022

2015

2016

2017

2018

2019

2020

1

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Cool Súdwest

Pedagogische basis

Nieuwe nota Gezondheid

Diverse projecten en interventies in de pedagogische basis. Zie plan van aanpak Gezond en Actief Leven in Súdwest-Fryslân Wijkaanpak

Uitbreiding

Fries regioplan Integraal Zorgakkkoord (FrIZA) (dec 2023) Beleidsnotitie kunst en cultuur (dec 2023) Herijking visie sport en bewegen (dec 2023) Pilot SMW in voorschool

Gebiedsteam

Uitwerking regievoering gebiedsteam Start Centrale Toegang (april 2021)

Onderwijs en jeugdhulp

Dóórontwikkeling IKA Borging OZA, structuurplusgroepen

Pilots tweede en derde OZA

Doorontwikkeling OZA

Ontwikkeling verrijkte schooldag Invoering resultaatafspraken Vooren vroegschoolse Educatie (VVE) Actualisatie onderwijsachter­ standenbeleid Regionale voorbereiding nieuw inkoopmodel jeugdhulp

Jeugdzorg

Start nieuw inkoopmodel Regionale voorbereiding nieuwe inkoop jeugdhulp

Fryske regiovisie Jeugdhulp Actualisatie Regiovisie Aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties Ontwikkeling caseloadrichtlijn (juli 2025 - 2026) Pilot Lichte Ondersteuning (okt 2024) Pilot Toekomstscenario Verordening 2024

Verordening 2025

Ontwikkeling dashboard Integraal Veiligheidsplan 2024 - 2028

Veiligheid

uitvoeringsplan 2024-2026

2021

2022

2023

2024

2025

2026

1

Inhoudsopgave

A.4 Waar is de gemeente formeel verantwoordelijk voor? Sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 zijn gemeenten in Nederland bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor vrijwel alle vormen van jeugdzorg. Dit betreft zowel de vrijwillige hulp bij opgroei- en opvoedproblemen als de gedwongen hulp in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering.

Met deze taken vervult de gemeente een centrale rol in het waarborgen van de veiligheid, ontwikkeling en het welzijn van jeugdigen. De Jeugdwet biedt hierbij ruimte voor lokaal maatwerk, maar legt tegelijkertijd nadruk op integrale samenwerking, effectiviteit en financiële verantwoordelijkheid. Naast deze kernpunten, zijn er nog meer wettelijke verantwoordelijkheden zoals: het bieden van crisiszorg indien nodig (art. 2.3, 2.6), het opstellen van een beleidsplan en afleggen van verantwoording (art. 2.1), het samenwerken met ketenpartners voor integrale hulp (art. 2.6), én het borgen van de rechten van ouders en jeugdigen op informatie, privacy, participatie en bezwaar (art. 2.1, 2.3, 2.10, Awb, AVG).

De gemeentelijke verantwoordelijkheid omvat de volgende kernpunten: ^ Jeugdhulp organiseren: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van tijdige, passende en effectieve jeugdhulp voor kinderen en jongeren tot 18 jaar (soms verlengd tot 23 jaar). Dit betreft onder meer geestelijke gezondheidszorg, opvoedondersteuning, begeleiding en pleegzorg. ^ Jeugdhulpplicht: Gemeenten zijn wettelijk verplicht om jeugdhulp te bieden aan jeugdigen en ouders die hulp nodig hebben. Dit houdt in dat zij niet alleen verantwoordelijk zijn voor het organiseren van hulp, maar ook voor het daadwerkelijk leveren van passende en tijdige ondersteuning. ^ Toegang tot hulp regelen: Gemeenten moeten zorgen voor een toegankelijke en herkenbare toegang tot jeugdhulp, bijvoorbeeld via gebiedsteams. De toegang heeft een belangrijke rol in de vroegsignalering en toeleiding naar passende hulp. ^ Preventie en opvoedondersteuning: Naast het bieden van hulp bij problemen, hebben gemeenten ook een taak in het voorkomen van problemen door in te zetten op preventie, het versterken van opvoedvaardigheden en het stimuleren van een ondersteunend opvoedklimaat.

^ Jeugdbescherming en jeugdreclassering: Wanneer sprake is van ernstige bedreigingen in de ontwikkeling of veiligheid van een kind, is de gemeente verantwoordelijk voor het organiseren van passende maatregelen, zoals ondertoezichtstelling of begeleiding vanuit de jeugdreclassering. Deze worden uitgevoerd door gecertificeerde instellingen. ^ Kwaliteitsborging en toezicht: Gemeenten zijn verplicht beleid te ontwikkelen waarin zij doelen, kwaliteitscriteria en het te bieden hulpaanbod vastleggen. Daarnaast dragen zij zorg voor contractering van verantwoorde aanbieders en houden zij toezicht op de kwaliteit van de geleverde hulp, in samenwerking met inspectiediensten zoals de IGJ en het Toezicht Sociaal Domein. ^ Woonplaatsbeginsel: De financiële verantwoordelijkheid voor jeugdhulp ligt bij de gemeente waar de jeugdige staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Sinds 2022 is dit beginsel vereenvoudigd, zodat altijd de actuele inschrijving bepalend is, ook bij verblijf in een instelling.

Als voorbeeld: hoe pakt het gebiedsteam een hulpvraag aan? De ondersteuning door onze gebiedsteams wordt stap voor stap opgebouwd, en als het nodig is in samenwerking met scholen, GGD, huisartsen, Sociaal Collectief en andere partners: 1. Onderzoeken van de hulpvraag Er wordt gestart met een gesprek om de hulpvraag goed te begrijpen. Daarbij kijken we eerst naar wat het kind of de opvoeder zélf kan doen, eventueel met hulp van familie of mensen uit hun netwerk. 2. Gebruik van voorliggende en/of algemene voorzieningen Vervolgens onderzoeken we of bestaande (algemene of voorliggende) voorzieningen kunnen helpen bij het beantwoorden van de hulpvraag. 3. Inzet van specialistische jeugdhulp Als de (boven)gebruikelijke hulp tekortschiet en/of er gevaar dreigt, kan specialistische jeugdhulp worden ingezet. Daarvoor is zorgvuldig onderzoek van de gebiedsteammedewerker benodigd. 4. Monitoring en evaluatie Zodra er (jeugd)hulp in ingezet is het belangrijk dat de ingezette hulp regelmatig gemonitord en geëvalueerd wordt. Deze taken vallen onder regievoering. Op deze manier wordt onderzocht of de ingezette hulp effectief blijkt of niet. Het bijsturen van de ingezette hulp, het verlengen, veranderen of stoppen ervan, kunnen uitkomsten van de evaluatie zijn.

33

Inhoudsopgave

A.5 Beschermende factoren Om een positieve ontwikkeling te realiseren besteden we aandacht aan de beschermende factoren in het leven van jeugdigen. Tegelijkertijd beschermen we hiermee tegen risicofactoren in de ontwikkeling van jeugdigen. Aan de hand van verschillende theorieën en onderzoeken is een top 10 van beschermende factoren als leidraad weergegeven (NJI, 2018). »

*

»

»

*

»

Sociale binding Kinderen hebben een warme, ondersteunende relaties. In het gezin, op school, met vrienden, in de wijk. Kansen voor betrokkenheid Kinderen en jongeren leveren een concrete, betekenisvolle en gewaardeerde bijdrage aan de verbanden waarvan ze deel uitmaken, zoals familie, school en gemeenschap. Prosociale normen Kinderen groeien op met duidelijke normen en waarden voor positief gedrag. Deze worden uitgedragen en nageleefd. Erkenning en waardering voor positief gedrag Om hun sociaal gedrag te versterken is van groot belang dat kinderen en jongeren erkenning en waardering krijgen voor positief gedrag. De kans is dan groot dat zij dit gedrag in de toekomst zullen herhalen. Steun van belangrijke volwassenen in de omgeving Steun van volwassenen levert een belangrijke bijdrage aan het welbevinden van kinderen en jongeren. Direct of indirect (door ouders te helpen bij de opvoeding). Constructieve tijdsbesteding Jongeren hebben vanuit het gezin en de gemeenschap de kans om in hun vrije tijd deel te nemen aan bijvoorbeeld creatieve activiteiten (muziek, theater) en jeugdprogramma’s (zoals sport, clubs of verenigingen).

»

»

»

»

34

Competenties Voor een positieve ontwikkeling en om goed mee te komen in de maatschappij hebben jeugdigen sociale, emotionele en gedragsmatige vaardigheden nodig. Cognitieve vaardigheden Zowel algemene cognitieve vaardigheden (zoals logisch en analytisch denken) als specifiek cognitieve vaardigheden (zoals lees- en rekenvaardigheden) zijn belangrijk voor succes op school. Schoolmotivatie Ook schoolmotivatie is belangrijk voor het succes op school. Het gaat om betrokkenheid bij leeractiviteiten, binding met school, prestatiemotivatie en positieve verwachtingen ten aanzien van eigen succes. Positieve identiteit Kinderen en jongeren met eigenwaarde, positieve verwachtingen over de toekomst en persoonlijke effectiviteit, stellen zichzelf hogere doelen en zijn gemotiveerd om deze doelen te bereiken.

Inhoudsopgave

A.6 Risicofactoren Wanneer bijvoorbeeld fysieke en sociale veiligheid ontbreekt, bijvoorbeeld door huiselijk geweld, pesten op school of onveilige situaties in de wijk, vergroot dat de kans dat jongeren op zoek gaan naar alternatieve vormen van veiligheid, erkenning of controle. Dit kan hen kwetsbaar maken voor risicogedrag, zoals het aansluiten bij groepen op straat of betrokken raken bij jeugdcriminaliteit. Een veilige leefomgeving draagt dus niet alleen bij aan het welzijn van jongeren, maar verkleint ook de kans dat jongeren afglijden.

Jeugdigen kunnen worden blootgesteld aan verschillende risicofactoren die hun ontwikkeling kunnen beïnvloeden. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut zijn enkele belangrijke risicofactoren: » Psychische problemen bij ouders: Ouders met psychische aandoeningen kunnen moeite hebben met het bieden van een stabiele opvoeding. » Onveilige hechting: Een onveilige hechting tussen ouder en kind kan leiden tot gedragsproblemen. » Negatieve levensgebeurtenissen: Ervaringen zoals verlies van een ouder, echtscheiding of verhuizing kunnen stress veroorzaken. » Laag zelfbeeld en emotionele instabiliteit: Jongeren met een laag zelfbeeld of emotionele instabiliteit hebben een verhoogd risico op schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten. » Gebrek aan verbondenheid met school: Een gebrek aan betrokkenheid bij school kan leiden tot schoolverzuim en verhoogt het risico op gedragsproblemen. » Middelenmisbruik in het gezin: Ouders met middelenmisbruik kunnen een instabiele thuissituatie creëren. » Wonen in een omgeving met geweld: Opgroeien in een omgeving met veel geweld of criminaliteit kan leiden tot gedragsproblemen.

In de wetenschappelijke literatuur zijn tientallen risicofactoren beschreven. Voorbeelden hiervan zijn: een ongewenste zwangerschap, alcohol- of tabaksgebruik tijdens de zwangerschap, complicaties bij de geboorte, een moeilijk temperament of trage hartslag van het kind, echtscheiding, financiële schulden, huiselijk geweld, een laag opleidingsniveau van de ouders, krappe woonruimte, wonen in een onveilige wijk, oorlogservaringen en natuurrampen.22 Risicofactoren kunnen dus voorkomen bij het kind, binnen het gezin, in de directe leefomgeving of in de bredere maatschappelijke context. Ook professionele systemen spelen hierin een rol: denk aan lange wachtlijsten, bureaucratische obstakels of onveilige situaties binnen de jeugdzorg.

Het is belangrijk te benadrukken dat het aanwezig zijn van één of meerdere risicofactoren niet automatisch leidt tot problemen. De interactie tussen risicofactoren en beschermende factoren bepaalt in belangrijke mate de uiteindelijke ontwikkeling van het kind. Daarom is het essentieel om zowel risicofactoren te verkleinen als beschermende factoren te versterken om een positieve ontwikkeling te bevorderen.

22 Hermanns, J. (2007). Opvoeden en opgroeien: een visie achter het beleid.

35

Inhoudsopgave

A.7 Proces totstandkoming jeugdbeleid Het proces voor het nieuwe jeugdbeleid is gestart met de nulmeting ‘Staat van de jeugd’ om een beeld te krijgen van hoe het met de jeugd in onze gemeente gaat. Vervolgens is een startnotitie voor de gemeenteraad gemaakt waarin een aantal kaders en processtappen zijn geschetst.23 Begin februari 2025 is een opiniërende bijeenkomst24 met de raad georganiseerd over de uitgangspunten van het nieuwe jeugdbeleid. De raad is gevraagd input te geven op de kenmerken van een kansrijke omgeving, de oplossingen die daar geboden kunnen worden voor vragen en problemen en de samenwerking die hiervoor nodig is tussen partijen waaronder de gemeente. Er is met aanbieders van jeugdhulp gesproken. Er is gekozen voor een aantal aanbieders met een sterke lokale oriëntatie en binding met de gemeente Súdwest-Fryslân. Gespreksonderwerpen waren vooral hoe aangekeken wordt tegen de huidige jeugdhulp en vraagstukken in de samenleving en samenwerking in de keten, in het bijzonder met de gemeente en de gebiedsteams. Ook is er gesproken met belangrijke partners in de pedagogische basis, zoals Sociaal Collectief en de GGD. Hier stond vooral centraal welke rol zij nu spelen en hoe we dit zouden kunnen versterken en verbeteren.

Verder is inbreng opgehaald bij de eigen gebiedsteams en is met collega’s gesproken over de verbinding (en het verder versterken daarvan) tussen het jeugdbeleid met aanpalende terreinen zoals onderwijs, veiligheid en sport en cultuur. Daarnaast zijn er partnerbijeenkomsten in het kader van de gehele visie Sociaal Domein georganiseerd voor partijen in de jeugd(hulp)keten met het doel om meer gezamenlijk invulling te geven aan de visie, leidende principes en (beoogde) maatschappelijke effecten die in de herijkte visie op het sociaal domein van de gemeente aan bod komen. Voor de beleidsontwikkeling is gekozen om het model van het Nederlands Jeugdinstituut en Movisie te hanteren: het Kwaliteitskompas.25

23 Gemeente Súdwest-Fryslân (2024). Startnotitie Jeugdbeleid. 24 Het raadsverslag is beschikbaar via: https:ZZsudwestfryslan.raadsinformatie.nlZdocumentZi5222648/! /2025-02-05+Beknopt+verslag+Opinie%CC%88rende+biieenkomst+Nieuw+ieugdbeleid?connection type^&connection ^0138877 25 Beschikbaar via: https://www.nii.nl/impact-maken-met-ieugdbeleid/kwaliteitskompas

36

Inhoudsopgave

B. Eerste acties bij de strategieën We willen onderzoeken of er mogelijkheden zijn om het programma uit te breiden, bijvoorbeeld door de leeftijdsgroep te verbreden en/of preventiethema’s toe te voegen naast terugdringing van alcohol- en middelengebruik. Op deze manier willen we de pedagogische basis versterken, door aan te sluiten bij bewezen effectieve programma’s, zonder een volledig nieuw initiatief te starten.

We maken tweejaarlijkse uitvoeringsplannen waarbij we met drie verschillende thema’s aan de slag gaan: Versterken van de pedagogische basis, versterken gebiedsteams en jeugdhulp bieden in de directe leefomgeving. Hieronder staan per thema de eerste acties waar we in het Uitvoeringsplan 2026 - 2027 mee aan de slag gaan.

^ Verstevigen Integrale Kindaanpak Een goede samenwerking tussen school en partners als jeugdhulp, sport, cultuur en welzijn draagt bij aan een sterk pedagogisch klimaat. Het biedt kinderen de ruimte om zich breed te ontwikkelen en versterkt hun draagkracht en veerkracht.

Pedagogische basis: stevig en veilig Eerste acties om pedagogische basis te versterken

We zien dat deze samenwerking op sommige plekken al goed tot stand komt, maar dat er ook verschillen zijn tussen scholen en wijken. We willen samen met onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp, sport, cultuur en welzijn in beeld brengen waar we nu staan, welke behoeften er zijn, en hoe we deze samenwerking kunnen versterken. Dat vraagt een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen.

^ Verkenning versterken Cool Súdwest Opgroeien in een kansrijke omgeving draagt bij aan gezonde en gelukkige jongeren. Cool Súdwest is het preventieprogramma dat zich hierop richt. Hoofddoel is het terugdringen van alcohol- en middelengebruik onder jongeren van 12 tot 18 jaar. Daarbij is samenwerken met partners in dit programma essentieel. Het onderwijs, de GGD, gezondheidsorganisaties, cultuur, welzijn- en sportorganisaties zijn belangrijke spelers om Cool Súdwest tot een succes te maken.

De gemeente stuurt op een gezamenlijk plan, waarin we samen bepalen hoe we de integrale kindaanpak de komende jaren verder vormgeven.

De basis voor Cool Súdwest is Opgroeien in Kansrijke Omgeving (OKO) dat gestoeld is op het IJslands preventie model. Een kansrijke omgeving draagt bij aan het welbevinden van jongeren. De inzet op het versterken van de beschermende factoren en het verkleinen van de risicofactoren zijn de belangrijkste elementen. Ouders worden ondersteund bij de opvoeding van hun kind op een manier die bij hen past. Ouders en verzorgers spelen een belangrijke rol in het leven van de jeugdigen. De doelstelling is bewustwording van de invloed die ouders hebben op de leefstijl van hun kind en kennis over de gevolgen van alcohol (en middelen) gebruik. Deze doelstellingen dragen bij aan het versterken van de sociale en pedagogische basis. Door meer samenhang aan te brengen tussen het jeugdbeleid en de doelstellingen van Cool Súdwest werken we samen aan de realisatie van deze doelen. Deze doorontwikkeling wordt ook vertaald in de opdrachten voor de samenwerkingspartners.

^ Ondersteun en versterk de mienskip in pedagogische basis We onderzoeken hoe we als gemeente de bestaande ontmoetingsplaatsen en aanwezige verenigingen kunnen faciliteren om activiteiten voor jeugdigen te organiseren, in het kader van de beschermende factor ‘zinvolle vrijetijdsbesteding’. We weten dat ontmoetingsplaatsen graag activiteiten willen organiseren voor jeugdigen en een plek willen bieden om elkaar te ontmoeten, maar nog zoekende zijn op welke manier dit het beste kan gebeuren. Daarbij is het voor hen ook nog onduidelijk hoe de doelgroep het beste bereikt kan worden.

37

Inhoudsopgave

De gebiedsteams: grip op integrale en effectieve hulp

^ Zet cultuur en sport bewust in voor jeugd Uitgangspunt van de visie op sport en bewegen is dat bij alle leeftijdscategorieën en levensfases wordt ingezet op een stimuleringsaanpak om de sport- en beweegdeelname te vergroten en sportief bewegen meer in de dagelijkse routine van inwoners te brengen. Door activiteiten en interventies te richten op de juiste drempels en drijfveren van een leeftijdscategorie, is de kans groter dat meer mensen wekelijks blijven of gaan sporten.

Eerste acties om gebiedsteams te versterken ^ Pilot lichte ondersteuning doorontwikkelen In oktober 2024 is de pilot Lichte Ondersteuning gestart. Aanleiding van deze pilot was het nieuwe jeugdhulpcontract waarin een deel van de lichte ondersteuning niet langer als specialistische jeugdhulp is ingekocht. Hierdoor ligt de verantwoordelijkheid voor deze hulp nadrukkelijker bij de gemeente en haar gebiedsteams. De pilot onderzoekt wat lichte ondersteuning precies inhoudt, hoe deze nu wordt uitgevoerd, welke knelpunten en kansen er zijn, en hoe we tot een eenduidige, werkbare werkwijze komen.

Bij de jongste jeugd wordt ingezet op gevarieerd actief bewegen en vooral op plezier. Dat komt ten goede aan de ontwikkeling van motorische vaardigheden. Kinderen die vaardig zijn in bewegen, zullen op latere leeftijd meer bewegen. De omgeving dient hiervoor veilig te zijn; voor stoeien, klimmen, klauteren, een koprol maken of een bal overgooien. Voor de jongeren tussen 13-18 jaar dient de aansluiting van sport op hun belevingswereld te worden verbeterd. Sportaanbieders kunnen hier op inspelen door tijd en aandacht te besteden aan de doelgroep, via jeugdparticipatie, nieuwe sportvormen en/of flexibele lidmaatschappen. Voor jongeren die niet in verenigingsverband willen sporten, moeten er andere sport- en ontmoetingsmogelijkheden zijn. Inzicht in wat deze jongeren motiveert om te blijven sporten en bewegen, met wie, op welke manier, op welk niveau en in welke context is van belang.

Met de strategie van het versterken van de gebiedsteams kiezen we - in lijn met de Hervormingsagenda Jeugd- voor het ontwikkelen van een stevig lokaal team. Dit vraagt om aanpassing van de oorspronkelijke scope van de pilot. We willen daarom de pilot ook doorontwikkelen zodat dit beter bijdraagt in het maken van de beweging naar een stevig lokaal team. De Hervormingsagenda jeugd vraagt namelijk dat we stevig lokale teams vormen die zelf hulp bieden. Daarnaast krijgen de lokale teams de komende jaren ook een grotere rol bij begeleiden en bijstaan van gezinnen en huishoudens die te maken hebben met onveiligheid (oa. huiselijk geweld en kindermishandeling). Dit is ook geschetst in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.

De vastgestelde ambities uit de beleidsnotitie cultuur ‘iedereen doet mee aan cultuur’ en ‘cultuureducatie is bereikbaar voor iedereen en verankerd in het onderwijs’ zijn ook relevant voor onze jeugdigen. Vanuit dit beleidskader wordt nagestreefd dat elk kind de kans krijgt om in aanraking te komen met kunst en cultuur. Zo wordt er ingezet op meer samenwerking tussen onderwijs, de muziekschool en culturele verenigingen. Ook wordt het Kunstencentrum Atrium gevraagd om het huidige aanbod voor jongeren te onderzoeken en welke nieuwe behoeften er zijn. Op deze manier wordt ook meer ingezet op het cultuuronderwijs in het voortgezet onderwijs en het mbo. Cultuurtriënale Arcadia zet in 2028 jongeren centraal. Er wordt onderzocht of en hoe daar een samenwerking gevonden kan worden die een culturele impuls geeft voor jongeren in Súdwest-Fryslân.

Bij de doorontwikkeling van deze pilot vinden we het volgende van belang: ^ Afbakening reikwijdte jeugdhulp/toepassen ordeningsprincipe Kind in Fryslân. ^ Zelf hulp en ondersteuning bieden als gebiedsteam. ^ Indien niet zelf, dan goede casusregie bij doorverwijzing. ^ Samenwerking met de pedagogische basis (mogelijkheden in het voorliggende veld in kaart brengen en benutten).

38

Inhoudsopgave

Hulp sluit aan op directe leefomgeving: duurzaam en doelgericht

^ Handelingsgericht Werken Wat we beogen met Handelingsgericht Werken is het op een systematische wijze verzamelen en op een zinvolle manier ordenen, wegen en interpreteren van informatie over de klachten/problematiek/ ontwikkeling van een kind of gezin. Dit levert een bijdrage aan besluitvorming rondom het inzetten van de juiste hulp; de besluitvorming kan goed beargumenteerd worden en is inzichtelijk.

Eerste acties voor jeugdhulp in de directe leefomgeving ^ Pilot gezinshulp We zien in de gemeente een kwetsbare doelgroep van multi-stress gezinnen. De problematiek beslaat vaak meerdere levensdomeinen (sociaal, economisch en psychisch) en meerdere gezinsleden. De verschillende problemen zijn met elkaar verweven, versterken elkaar en houden elkaar in stand. De pilot integrale gezinshulp betekent het tijdig en in samenhang bieden van passende zorg en ondersteuning aan multi-stress gezinnen. Gemeenten, jeugdhulpaanbieders en zorgaanbieders voor volwassenen (zoals GGZ en verslavingszorg) werken samen om problemen van ouders en kinderen uit multi-stress gezinnen op te lossen. Diverse beleidsterreinen (zoals Wmo en Participatie) maken integraal deel uit van deze aanpak.

Hiervoor stellen we een model op, waarin het uitgangspunt is: systematisch en doelgericht samenwerken met kind en gezin (Richtlijn samen met jeugdige en ouders beslissen) met aandacht voor positieve kenmerken. Het model beschrijft een wenselijke werkwijze in stappen en biedt daarmee een kader voor communicatie: wie doet wat, hoe en waarom? Het kan tevens een kader voor reflectie bieden. In het model van Handelingsgericht Werken kunnen we ook andere belangrijke methodieken opnemen. Zoals de stappen van zorgvuldig onderzoek van de Centrale Raad van Beroep, het Vier-venstermodel, de Aanpak Voorkoming Escalatie (AVE) en de Verklarende Analyse. De Verklarende Analyse is een hulpmiddel voor het begrijpen van de oorzaken en samenhang van problemen, in plaats van het alleen te benoemen. Het model van Handelingsgericht Werken bindt zodoende meerdere elementen aan elkaar en geeft zodoende duidelijkheid en structuur.

De gemeente Súdwest-Fryslân heeft zich, met het ondertekenen van het Fries Integraal Zorgakkoord (FrIZA), gecommitteerd aan het implementeren van een aanpak voor multi­ stress gezinnen. Er worden FrIZA middelen beschikbaar gesteld om de implementatie van een integrale gezinsaanpak te realiseren.

Kort gezegd: met het Handelingsgericht werken maken we een kwaliteitsslag. Wanneer er een duidelijk onderzoeksproces is, hebben werkers meer houvast en kunnen zij nog beter doen wat nodig is.

^ Pilot Jouw Ingebrachte Mentor (JIM) Dit gaat over de aanpak Jouw Ingebrachte Mentor (JIM). Binnen deze aanpak kiest een jongere zelf een volwassene uit het eigen netwerk, iemand die vertrouwd is zoals een tante, sportcoach, buur of opa, en nabij staat om als mentor betrokken te zijn tijdens het hulpverleningstraject. De aanpak is sinds 2016 landelijk in ontwikkeling en richt zich op het versterken van informele steunbronnen en het vergroten van eigenaarschap van jongeren. Het betrekken van belangrijke volwassenen uit het netwerk draagt bij aan het vergroten van vertrouwen en duurzame oplossingen. Eén van de krachtige aspecten van de aanpak is namelijk dat formele zorg gecombineerd wordt met informele hulp. Professionele hulp stopt na verloop van tijd, de JIM blijft vrijwel altijd betrokken.

39

Inhoudsopgave

Om de pilot te starten is het van belang om een plan van aanpak op te stellen; welke jeugdigen zijn onze doelgroep, of rollen we de pilot breder uit, wie moeten er getraind worden in deze aanpak en hoe kunnen we dit eventueel in samenwerking met scholen en/of zorgaanbieders opstarten? ^ Stem jeugdige uitvoeringsplan Het is belangrijk dat beleid en de uitvoering daarvan aansluit bij de wens van ouders en jeugdigen en dat zij een stem hebben in de beslissing over de ondersteuning die nodig is. Bij het opstellen van dit nieuwe jeugdbeleid is ervoor gekozen om jeugdigen niet direct te bevragen. Deze keuze is gemaakt omdat de beleidsvormende fase zich vooral richt op het vaststellen van doelen, kaders en keuzes binnen wettelijke en financiële randvoorwaarden. Dit proces vraagt om bestuurlijke en inhoudelijke afwegingen die in deze fase nog weinig concreet zijn voor jongeren om op te reageren. Ook willen we voorkomen dat verwachtingen ontstaan die in dit stadium nog niet kunnen worden waargemaakt. Jongeren krijgen een duidelijke stem krijgen bij de uitvoering van het beleid. Zij weten immers als geen ander wat voor hen werkt, wat beter kan en hoe beleid in de praktijk aansluit op hun leefwereld. Door jongeren bij de uitvoering te betrekken, maken we het beleid relevanter, effectiever en meer gedragen.

Daarom betrekken we jongeren actief bij de uitvoering van het jeugdbeleid, met specifieke aandacht voor hun ervaringen, wensen en ideeën over wat werkt in de praktijk.

40

Inhoudsopgave

C. Begrippenlijst Bestaansonzekerheid De situatie waarin mensen onzeker zijn over hun inkomen, huisvesting of toegang tot basisvoorzieningen. Voor kinderen en gezinnen betekent dit vaak stress en verhoogd risico op ontwikkelingsproblemen. Gemeenten werken met minimaregelingen en armoedebeleid om bestaansonzekerheid te verminderen.

Interventie Een gerichte maatregel of actie om een probleem te verminderen of te voorkomen. Binnen jeugdbeleid kan dit variëren van een opvoedcursus tot een intensief behandelprogramma. Jeugdhulp Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet. Het richt zich op het ondersteunen van kinderen, jongeren en ouders bij opvoed-, psychische-, gedrags- of ontwikkelingsproblemen. Variërend van lichte ambulante hulp tot specialistische zorg.

Contextgericht Een benadering waarbij betrokkenen zich focussen op de omgeving rond een kind. Een sterke omgeving zorgt ervoor dat kinderen zich zo goed mogelijk ontwikkelen. Waarbij het vertrekpunt is dat de omgeving het probleem heeft (en niet dat het probleem van het kind/ jongere is) en werkt aan de oplossing.

Jeugdzorg Het geheel van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering dat onder verantwoordelijkheid van de gemeente wordt uitgevoerd volgens de Jeugdwet.

Gecertificeerde instelling (GI) Organisatie die door de overheid is erkend om jeugdbescherming en jeugdreclassering uit te voeren. GI’s voeren maatregelen uit die door de kinderrechter zijn opgelegd, zoals ondertoezichtstellingen en voogdij.

Mienskip Fries begrip dat verwijst naar gemeenschap en onderlinge verbondenheid. Binnen jeugd­ beleid staat mienskip voor de kracht van het collectief: buren, vrijwilligers, verenigingen en netwerken die bijdragen aan een veilige en kansrijke omgeving voor jongeren.

Hulptraject Een planmatige en tijdsgebonden vorm van begeleiding of behandeling, afgestemd op de hulpvraag van kind en gezin. Het traject wordt vaak vastgelegd in een hulpverleningsplan, met doelen, betrokken professionals en evaluatiemomenten.

Monitoring Het systematisch volgen en evalueren van beleid, interventies en de ontwikkeling van jeugdigen. Monitoring levert informatie op voor sturing, verantwoording en verbetering van beleid. Multi-stressgezinnen Gezinnen die te maken hebben met een opeenstapeling van problemen, zoals armoede, schulden, psychische problemen, werkloosheid en opvoedingsstress. Deze gezinnen hebben vaak intensieve en domein overstijgende ondersteuning nodig.

Inclusie Het uitgangspunt dat iedereen volwaardig kan deelnemen aan de samenleving, ongeacht afkomst, beperking, gender, religie of sociaaleconomische positie. Binnen jeugdbeleid betekent dit dat voorzieningen toegankelijk en passend zijn voor álle kinderen en jongeren. Integrale samenwerking Samenwerking tussen verschillende disciplines, organisaties en domeinen, waarbij de hulpvraag van kind of gezin centraal staat. Doel is om versnippering te voorkomen.

41

Inhoudsopgave

Veerkrachtig Het vermogen van kinderen, jongeren of gezinnen om zich aan te passen en te herstellen van tegenslagen. Gemeentelijk jeugdbeleid stimuleert veerkracht door te investeren in beschermende factoren zoals sociale steun, vaardigheden en perspectief.

Normaliseren De samenleving beoordeelt kinderen en jongeren op basis van een norm en problematiseert afwijkingen van die norm. De oorzaken worden in het kind zelf gezocht en het kost moeite om alle variaties te omarmen en iedereen te laten meedoen. Normaliseren betekent accepteren dat de ontwikkeling van kinderen vaak met hobbels verloopt en dat daar vaak lastig gedrag bij hoort. Ouders kunnen dat gedrag in goede banen leiden door geduld te hebben, te relativeren, en bij te sturen. In die brede blik op ontwikkeling past ook een focus op wat het kind wel kan, in plaats van uitgaan van problemen of een tekort.

Verklarende Analyse De verklarende analyse is een systematische methode om de oorzaken en factoren die bijdragen aan bepaalde problematiek te onderzoeken en te begrijpen. Hiermee wordt nadrukkelijk een beroep gedaan op het zorgvuldig onderzoeken van de hulpvraag, zodat er geen spreekwoordelijke pleisters meer worden geplakt, maar de oorzaak van het probleem kan worden verholpen. De verklarende analyse zal daarmee bijdragen aan het efficiënt (reduceren van herhaaldelijke jeugdhulpkosten) en effectief (de beste passende (jeugd)hulp) tot een besluit komen.

Pedagogische basis De pedagogische basis is het geheel van sociale relaties en leefomgevingen waarin kinderen opgroeien en zich ontwikkelen. Het gaat om alles en iedereen die bijdraagt aan opvoeding en ontwikkeling, zoals ouders, leraren, buren, sportcoaches, familie en ook de omgeving zoals school, buurtverenigingen en speelplekken. De pedagogische basis is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gezin, buurt, school én gemeente.

Weerbaarheid Kinderen en jongeren zijn in staat om op een gezonde manier om te gaan met moeilijke situaties. Ze durven hun eigen keuzes te maken, kennen hun grenzen en weten hoe ze die kunnen aangeven. Ook kunnen ze ‘nee’ zeggen als iets niet goed voelt, hulp vragen wanneer dat nodig is en zichzelf herstellen na een tegenslag. Een weerbare jeugdige kan omgaan met stress, groepsdruk en andere uitdagingen, terwijl hij of zij goed voor zichzelf blijft zorgen. Het versterken van deze weerbaarheid helpt jongeren om stevig in hun schoenen te staan en zich positief te ontwikkelen in een vaak complexe samenleving.

Preventie Alle activiteiten gericht op het voorkomen of vroegtijdig signaleren van problemen bij kinderen en gezinnen. Preventie kan worden ingedeeld per doelgroep: universeel (gericht op alle kinderen), selectief (gericht op risicogroepen) of geïndiceerd (gericht op kinderen met beginnende problemen) zijn. Preventie kan ook worden ingedeeld per ‘zorg’fase: Primaire preventie (voorkomen door oorzaken tegen te gaan), secundaire preventie (vroegtijdig opsporen van ziektes of problemen) en tertiaire preventie (voorkomen van de gevolgen: beperken van schade en complicaties). Sociaal Domein Fryslân De inkooporganisatie voor Jeugdhulp en Beschermd Wonen binnen Friesland. De organisatie is gestoeld op een samenwerkingsverband tussen alle Friese gemeenten. Binnen deze samenwerking is er een centrumgemeenteregeling getroffen. Dat betekent dat de gemeente Leeuwarden mag optreden als centrumgemeente voor bepaalde taken op het gebied van Jeugdhulp en Beschermd Wonen.

42

Inhoudsopgave

D. Preventfematrfx Jong gezin

De eerste 1000 dagen

Gezonde levensstijl

Gezonde vaardigheden

ñ

Basisonderwijs

Voortgezet onderwijs

Rookvrije generatie

Rookvrije generatie

Rookvrije generatie

Rookvrije generatie

Stevig ouderschap

Stevig ouderschap

Stevig ouderschap

Triple P

Homestart

Homestart

Homestart

Cool Súdwest

Kind aan huis

Kind aan huis

Kind aan huis

VVE

VVE

Logopedische screening

Rots en watertraining

Pedagogische begeleiding

Logopedische screening

Rots en watertraining

Mazl

Voorzorg

Pedagogische begeleiding

Pedagogische begeleiding

MDT

Opstapje

Voorzorg

STORM

Opstapje

Waardevolle relaties

Instapje

Instapje

Instapje

Ouders Blij(ven)

Ouders Blij(ven)

Ouders Blij(ven)

ą

Ouders Blij(ven) Joinus

Fix Your Shit

Financieel gezond

Week van het geld

43

4*11

Inhoudsopgave

o-18jaar

0 - 4jaar Centring Pregnancy

Jeugdgezondheidszorg Doelgroep: 0 - 18 jaar bevorderen, beschermen en beveiligen van de gezondheid en de lichamelijke Doel: en geestelijke ontwikkeling van jeugdigen, zowel individueel als op populatieniveau Uitvoerders: GGD Fryslân

Doelgroep: zwangeren en partners Doel: de goede fysieke en psychosociale gezondheid van moeder en kind en positieve ervaringen met de zorg rondom zwangerschap en bevalling Uitvoerders: verloskundigen Stevig Ouderschap

Schoolmaatschappelijk werk

Doelgroep: aanstaande ouders en ouders die net een kind hebben gekregen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16257529/1