CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - ‘Jeugdbeleid Súdwest-Fryslân 2026 en verder; De kracht van de basis – Samen sterk voor onze Jeugd

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Jeugdbelied18.310 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jeugdbeleid 2026 en verder De kracht van de basis - Samen sterk voor onze Jeugd Gemeente Súdwest-Fryslân

Gemeente

SiídWest-Fryslân

Klikbaar document: in dit document zijn klikbare links beschikbaar voor directe navigatie naar relevante pagina's.

Inhoudsopgave

1. 2.

3. 3.1 3.2 3.3

4.

Voorwoord De gemaakte keuzes in één oogopslag Inleiding Wat zit er wel en niet in dit jeugdbeleid? Leeswijzer

3 4 5 6

Visie, opgaven en strategie

8 8 8 11 12 12

7

Visie: waar willen we naar toe? Leidende principes Onze opgaven: wat willen we bereiken? Onze opgaven Maatschappelijke resultaten Strategie: hoe gaan we de opgaven behalen? Pedagogische basis: stevig en veilig Eerste acties om de pedagogische basis te verstevigen De gebiedsteams: grip op integrale en effectieve hulp Eerste acties om gebiedsteams te versterken Hulp sluit aan op directe leefomgeving: duurzaam en doelgericht Eerste acties voor jeugdhulp in de directe leefomgeving Financiën

15 16 18 20 21 22 25 26

2

Bijlagen A. Analyse, achtergrond en verdieping A.1 Hoe gaat het met onze jeugd? A.2 Analyse uitdagingen en kansen A.3 Tijdlijn A.4 Waar is de gemeente formeel verantwoordelijk voor? A.5 Beschermende factoren Risicofactoren A.6 Proces totstandkoming jeugdbeleid A.7 B. Eerste acties bij de strategieën C. Begrippenlijst D. Preventiematrix

27 27 27 28 30 33 34 35 36 37 41 43

Inhoudsopgave

Voorwoord Onze jeugd is van grote waarde.

Ús jeugd is fan grutte wearde. Sy drage de takomst, mar libje benammen yn it no: thús, online, op skoalle, yn de wyk en by de feriening. As wethâlder Jeugd fiel ik de ferantwurdlikheid om harren de kâns te jaan om feilich op te groeien, harren te ûntwikkeljen en harren plak yn de maatskippij te finen. Wy beseffe dat it libben net folslein te stjoeren is. Jongerein kuierje harren eigen paad, dreaun troch persoanlike fragen, talinten en útdagingen. Harren ûntwikkeling ferrint net neffens in fêst patroan - se binne gjin algoritmes. Ek de omjouwing dêr’t se yn opgroeie is dynamysk en spilet in bepalende rol. Krekt dêrom is it fan belang om te beseffen: ja, wy kinne ynfloed útoefenje. Ja, der bestean effektive en suksesfolle oanpakken. Mar tagelyk: nee, net alles is makber. Net elk risiko falt út te sluten, net eltse jongere is maklik ‘op it goede spoar te setten’, en net eltse wenomjouwing is samar te feroarjen.

En dochs is der wol in protte mooglik. Wat ik as wethâlder tige belangryk fyn, is it fersterkjen fan de warberens fan jeugd. Wa’t warber is kin omgean mei feroaringen, tsjinslaggen, negative ynfloeden of mei negative ûnderfiningen. Hjirby heart ek it sykjen fan stipe by famylje, freonen of oaren yn je omjouwing as je it dreech hawwe. Want gjinien, fan hokker leeftiid dan ek, is altyd warber of kin altyd omgean mei tsjinslach of in lestige situaasje. Jeugd is mear as kwetsberheid of warberheid. Jongeren litte ús fearkrêft, kreativiteit en hoop sjen. Se doare te dreamen en leauwe dat dingen wól feroarje kinne. As wy harren sjogge as partners yn stee fan allinnich as dejingen dy’t wy begeliede, ûntdekke wy hoefolle wy fan harren leare kinne. Harren enerzjy en ideeën helpe ús bouwen oan in takomst dy’t elkenien rjocht docht.

Krekt dêrom is it fan belang dat wy as mienskip om ús jongerein hinne stean. Yn ús gemeente leit de krêft yn it lokale, tichtby hûs. Yn de mienskip, by de sportklup, yn de skoalle, en by de muzykferiening. Jeugdbelied is gjin saak fan de gemeente allinnich. It freget om belutsenens fan ús allegearre: âlden, buorlju, learkrêften, jeugdwurkers, en ferienings. Tegearre drage we de ferantwurdlikheid foar in stevige basis, wêryn’t elts bern sjoen wurdt en de kâns krijt om mei te dwaan. Dat is net allinnich belied, dat is mei-inoar libje. Petra van den Akker, Wethâlder Jeugd Gemeente Súdwest- Fryslân

Inhoudsopga

Jeugdbeleid Súdwest

Strategie: Hoe behalen we ambities?

Werom nei de basis | 2026 en verder

Visie Wij zetten ons in voor een Súdwest-Fryslân waarin iedere jeugdige de kans krijgt om zich te ontwikkelen in een veilige, betrokken en gezonde omgeving. We dragen eraan bij dat alle jeugdigen toegang hebben tot onderwijs, opgroeien in een veilig thuis en de nodige vaardigheden en weerbaarheid ontwikkelen om mee te doen in de maatschappij.

Opgaven: Waar gaan we voor? Acties: Wat gaan we doen? Ieder kind groeit op in een veilige, betrokken leefomgeving.

Ieder kind doet mee.

Ieder kind gaat

Ieder kind groeit zoveel mogelijk thuis op.

naar school.

Aanzet voor de eerste twee jaar, daarna evalueren en bijstellen. verkenning versterken Cool Súdwest verstevigen Integrale Kindaanpak versterk mienskip in pedagogische basis zet cultuur en sport bewust in voor jeugd pilot Jouw Ingebrachte Mentor (JIM) doorontwikkeling pilot lichte ondersteuning handelingsgericht werken pilot gezinsgerichte hulp betrekken jeugdigen bij uitvoeringsplan

4

Inhoudsopgave

Inleiding De samenleving waarin jongeren opgroeien verandert snel. Digitalisering, sociale media, prestatiedruk, klimaatverandering, woningnood en polarisatie zorgen voor nieuwe uitdagingen, zowel voor jongeren zelf als voor hun opvoeders. Jongeren ervaren steeds vaker gevoelens van stress, onzekerheid of somberheid. Tegelijkertijd zien ouders en professionals deze signalen wel, maar vinden zij niet altijd tijd, ruimte of ondersteuning om vroegtijdig en effectief te handelen. Veel hulpvragen komen pas in beeld als ze zijn verergerd, en belanden dan in een jeugdzorgsysteem dat steeds zwaarder wordt belast.

ervaren, ondersteund door kennis en ervaring. Daarbij richten we ons ook nadrukkelijk op het versterken van de weerbaarheid van jeugdigen, met aandacht voor beschermende factoren zoals zelfvertrouwen, een veilige thuissituatie, steunende volwassenen en het gevoel erbij te horen. We bouwen voort op de belofte van de Jeugdwet uit 2015: hulp dichtbij organiseren, beter samenwerken rond gezinnen en ondersteuning bieden binnen het gewone leven. Ook sluiten we aan bij de Sociale Koers, waarin de inwoner en het sociale netwerk centraal staan. De inzichten uit het rapport Groeipijn (Commissie Van Ark)1 bevestigen deze koers: veel hulpvragen die nu in de jeugdzorg terechtkomen, zouden eerder opgelost moeten worden - daar waar ze ontstaan, zoals thuis, op school of in de buurt.

Dat patroon zien we ook in onze gemeente Súdwest-Fryslân: de druk op de jeugdzorg is toegenomen, de wachtlijsten groeien en de zorgkosten stijgen. De aandacht gaat begrijpelijkerwijs vaak uit naar deze kostenstijging, die de houdbaarheid van het sociaal domein raakt. Maar die financiële zorgen laten ook iets anders zien: de noodzaak van inhoudelijke vernieuwing. Als we patronen willen doorbreken, moeten we anders gaan denken én handelen.

We willen voorkomen dat we in het oude patroon vervallen van steeds weer nieuw beleid voor dezelfde problemen. Zoals ook Sharon Stellaard beschrijft in haar proefschrift Boemerangbeleid, keren hardnekkige problemen steeds terug als we niet daadwerkelijk anders gaan handelen. Daarom zetten we in op het versterken van bestaande kracht en initiatieven. We creëren ruimte voor reflectie, leren en aanpassen aan wat werkelijk nodig is.

De recent ontwikkelde visie Sociaal Domein, de Sociale Koers Yn Ferbining Foarút (hierna: Sociale Koers) is het overkoepelende kader voor het gehele sociale domein. Dit jeugdbeleid werkt deze Sociale Koers concreet uit voor jeugd en vormt daarmee de leidraad voor de komende jaren. Binnen dit kader kiezen we bewust voor een nieuwe richting: naar de basis - naar wat er écht toe doet in het opgroeien van jongeren. Deze koers is daarmee geen stap terug, maar juist een stap vooruit: beter aansluiten bij de leefwereld van jongeren, dichtbij, laagdrempelig en ondersteunend aan het gewone leven.

Vervolg We maken tweejaarlijkse uitvoeringsplannen waarbij we op drie verschillende plekken in de jeugdpiramide aan de slag gaan. In dit beleidsstuk worden niet alleen de kaders en opgaven geschetst, maar is ook een aanzet voor eerste concrete acties opgenomen. Zo blijft het niet alleen bij kaders op papier, maar wordt ook duidelijk wat we in de praktijk gaan doen.

Totstandkoming

De opgaven in dit beleid zijn misschien niet nieuw, maar onze aanpak wél: we maken bewuste keuzes, hanteren een duidelijke strategie en vertalen deze naar concrete acties. Het jeugdbeleid sluit daarbij aan op de vier opgaven en de leidende principes vanuit de Sociale Koers.

Het proces voor het nieuwe jeugdbeleid is gestart met de nulmeting ‘Staat van de jeugd’ om een beeld te krijgen van hoe het met de jeugd in onze gemeente gaat. Daarna is gesproken met interne en externe stakeholders. Extern met jeugdhulpaanbieders die een sterke lokale oriëntatie en binding hebben met Súdwest-Fryslân en met belangrijke partners in de pedagogische basis, zoals Sociaal Collectief en de GGD. Intern is gesproken met de gebiedsteams, collega’s van aanpalende terreinen als onderwijs, veiligheid, sport en cultuur en met de gemeenteraad.

We willen richting geven aan verandering, maar beseffen ook: dat kunnen we niet alleen. We hebben ouders, jongeren, scholen, zorgorganisaties, verenigingen en andere partners nodig.2 Alleen samen kunnen we zorgen voor een stevige basis waarin elk kind veilig, gezond en met vertrouwen kan opgroeien.3

Aansluiten bij dagelijks leven Opvoeden en opgroeien gebeurt vooral in het dagelijks leven - thuis, op school, bij verenigingen, in buurten en sociale netwerken. Dáár ligt de sleutel om het verschil te maken. In plaats van telkens nieuwe structuren of regels te ontwikkelen, kiezen we ervoor aan te sluiten bij wat werkt in de praktijk. We versterken wat gezinnen, jongeren en professionals als helpend

In de uitvoeringsfase, geven we jongeren actief een plek aan tafel. Juist in de uitvoering ligt hun kracht: jongeren weten uit ervaring wat voor hen werkt, wat hen motiveert en wat er nodig is om ondersteuning effectief te maken. Hun perspectief is essentieel om het beleid te laten landen in de praktijk.

1 Commissie van Ark (2025), Groeipijn, bereikbaar via: https://www.riiksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/01/30/advies-deskundigencommissie-hervormingsagenda-ieugd 2 Zie: Van den Berg, B., Donker, A. Ä Tuenter, T. (2023). De waarde van de pedagogische basis. Nederlands Jeugdinstituut. Hierin wordt op basis van wetenschappelijke studies onderbouwd dat investeren in een sterke pedagogische basis op de lange termijn loont. 3 Zie ook hoofdstuk A.5 over de beschermende factoren.

5

Inhoudsopgave

Wat zit er wel en niet in dit jeugdbeleid? Dit beleidsstuk vormt het jeugdbeleid van de gemeente van Súdwest-Fryslân vanaf 2026. De opgaven reiken verder dan de jeugdzorg alleen, en vinden hun oorsprong in verwante beleidsterreinen zoals onderwijs, bestaanszekerheid, participatie, gezondheid, ontmoeten, veiligheid, inclusie, cultuur en sport. Juist omdat vraagstukken rond opgroeien en opvoeden in de brede leefwereld van kinderen en jongeren spelen, vraagt effectief jeugdbeleid om een samenhangende en domeinoverstijgende aanpak. In deze paragraaf geven we eerst aan welke onderdelen uit landelijk, regionale en lokale beleidsontwikkelingen we hebben meegenomen in dit jeugdbeleid. Daarna volgt een overzicht wat er allemaal onder het domein Jeugd valt en tot slot wat er niet in dit jeugdbeleid zit.

Landelijke en regionale beleidsontwikkelingen Het lokale jeugdbeleid staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een bredere beweging in het jeugdveld. Zowel landelijk als regionaal zijn de afgelopen jaren belangrijke beleidsontwikkelingen in gang gezet, zoals de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming en de Fryske Regiovisie Jeugdhulp. Deze ontwikkelingen hebben invloed op hoe gemeenten jeugdhulp organiseren, inkopen en verbeteren. In het lokale beleid zijn onderdelen van deze trajecten bewust meegenomen. Denk aan het versterken van de pedagogische basis, het voorkomen van zwaardere jeugdhulp, en het betrekken van jongeren en gezinnen bij beleid en ondersteuning. In de onderstaande tabel staan de belangrijkste beleidslijnen samengevat die richting geven aan het lokale jeugdbeleid.

6

Beleidsontwikkeling

Meegenomen kern in jeugdbeleid SWF

Hervormingsagenda (2023 - 2028)

Versterken van de pedagogische basis en het gewone leven, versterking van lokale teams, jeugdhulp ‘zo thuis mogelijk’ en residentiële hulp terugdringen, verbinding met aanpalende domeinen (onderwijs, bestaanszekerheid).

Toekomstscenario Kinden gezinsbescherming

Gezinsgericht werken (vertaald: jeugdhulp sluit aan op leefomgeving), transparant (vertaald: handelingsgericht werken), versterking gebiedsteam en lerend vermogen (vertaald: evaluatie en monitoring beleid).

Fryske Regiovisie Jeugdhulp (2023 - 2026)

Positief opgroeien, sterke basis en preventie, duurzaam effectieve hulp en integraal werken dichtbij.

GALA en (Fr)IZA

Toegankelijkheid, kwaliteiten en betaalbaarheid van zorg borgen door de beweging naar de voorkant van de zorg: sociale en pedagogische basis versterken/preventie via netwerksteun en ketensamenwerking.

Sociale Koers gemeente Súdwest-Fryslân

Versterken sociale basis, een gezonde en verbindende leefomgeving, kansengelijkheid stimuleren en bestaanszekerheid vergroten.

Inhoudsopgave

op het realiseren van besparingen op korte termijn. Daarnaast zijn er beheersmaatregelen benoemd die op langere termijn effect kunnen hebben. Deze zijn meer inhoudelijk en kwalitatief van aard. Voorbeelden hiervan zijn het inzetten op normaliseren, het bieden van laagdrempelige hulp door sterke lokale teams. Daarmee hebben we als doel om meer grip te krijgen op de toegang.

Jeugdbeleid in het geheel Onderstaande afbeelding laat zien wat er allemaal valt onder het domein ‘jeugd’. --------- Jeugdbeleid -----------------------------------------------------------------------------van probleem

Gedwongen kader: hulp aan jeugdigen en ouders die is opgelegd door de rechter

Ge WONgEN HULP

Specialistische jeugdhulp: jeugdigen en ouders met een complexe/specialistische hulpvraag

SPECiALiSTiSCHE JEUGDHULP

Lichte ondersteuning: jeugdigen met een beginnend probleem of hulpvraag Selectieve preventie: groepen jeugdigen met verhoogde kans op problemen

Hoewel dit beleidsstuk niet specifiek ingaat op deze beheersmaatregelen, hangen ze wel samen met het jeugdbeleid. Goed inhoudelijk beleid draagt immers bij aan het voorkomen van problematiek of het tijdig bieden van passende ondersteuning. Daarmee verbeteren we niet alleen de ondersteuning aan kinderen en jongeren, maar werken we ook aan een financieel beheersbare inzet van middelen op de lange termijn.

i i

Leeswijzer

Líchte ondersteunìng

Pedagogische basis: alle jeugdigen en ouders, gericht op het normale leven

In het eerste deel (hoofdstuk 1 t/m 4) staan de hoofdlijnen van het beleid. Hierin wordt de visie van het jeugdbeleid gepresenteerd. Daarbij geven we ook aan hoe we met elkaar willen werken; onze leidende principes.

SELECTiEVE PREVENTiE

Daaropvolgend geven we aan wat onze opgaven zijn, wat we willen bereiken en welke maatschappelijke resultaten daarbij horen. Dan volgt een toelichting op de strategie die erbij past en een aanzet tot concrete acties voor de komende twee jaar.

' t

naar welzijn Pedagogische basis

(universele preventie) het normale leven

In bijlage 1 staat de analyse waarop het beleid is gebaseerd; een overzicht van de eerste acties waar we in het uitvoeringsplan 2026-2027 mee aan de slag gaan, een lijst met begrippen en de preventiematrix. Dit biedt meer achtergrond en verdieping. Er komen vragen aan bod zoals: hoe gaat het met onze jeugd? Wat gaat er nu niet goed? Waar is de gemeente verantwoordelijk voor? Wat is er afgelopen jaren ingezet en vastgesteld?

Si/ďwest-Fryslân

En wat is geen onderdeel? De achttien Friese gemeenten hebben samen onder andere de inkoop voor jeugdzorg belegd bij Sociaal Domein Fryslân (SDF). Deze inkoop maakt geen onderdeel uit van dit lokale jeugdbeleid.

In de komende teksten gebruiken we termen als ouders, kinderen en jongeren. Met kinderen en jongeren bedoelen we jeugdigen: van 0 (-9 maanden) tot en met 23 jaar (verlengde jeugdwet). Met ouders bedoelen we ofwel biologische ouders ofwel andere opvoeders met gezag.

Naast de inhoudelijke opgave staat de gemeente ook voor een duidelijke financiële uitdaging. Om hierop te sturen, zijn beheersmaatregelen vastgesteld (2024) die inmiddels hebben geleid tot een aantal kansrijke sporen die nu worden uitgevoerd. Deze maatregelen zijn gericht 7

Inhoudsopgave

Visie, opgaven en strategie 1. Visie: waar willen we naar toe? We doen het samen

Visie

Een kind groeit het beste op in een betrokken omgeving waarin mensen goed samenwerken. Het is belangrijk om, als dat nodig is, ondersteuning rondom het kind en het gezin te organiseren, in plaats van alles los van elkaar aan te bieden. Ouders, scholen, buurtbewoners, verenigingen (de mienskip) en professionals spelen samen een belangrijke rol. Vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid zijn daarbij onmisbaar. Onderwijs, sport, cultuur en jongerenwerk in de wijk dragen bij aan een sterk netwerk dat kinderen helpt op te groeien tot veerkrachtige en weerbare volwassenen.

Wij zetten ons in voor een Súdwest-Fryslân waarin iedere jeugdige de kans krijgt om zich te ontwikkelen in een veilige, betrokken en gezonde omgeving. We dragen eraan bij dat alle jeugdigen toegang hebben tot onderwijs, opgroeien in een veilig thuis en de nodige vaardigheden en weerbaarheid ontwikkelen om mee te doen in de maatschappij.

Normaliseren

Een duidelijke en toekomstgerichte visie vormt de basis voor effectief jeugdbeleid. Een visie is een beeld van wat we in de toekomst willen bereiken voor jeugdigen in onze gemeente. Het helpt ons om samen te bepalen wat belangrijk is en waar we naartoe werken. Zo versterken we de samenhang tussen de verschillende (bestaande) initiatieven en programma’s. Het zorgt ervoor dat alle betrokkenen, zoals scholen, medewerkers en hulpverleners, goed kunnen samenwerken en hun activiteiten op elkaar afstemmen.

We zien verschillen in gedrag en ontwikkeling als normaal, niet als afwijking. In plaats van problemen direct in het kind te zoeken, erkennen we dat opgroeien gepaard gaat met hobbels en dat ‘lastig’ gedrag daarbij kan horen. Ouders en opvoeders ondersteunen dit proces met geduld, relativering en bijsturing. Door te focussen op wat een kind wél kan, ontstaat ruimte voor ontwikkeling en meedoen. Niet voor elke hulpvraag is professionele ondersteuning nodig. Het hoort bij normaliseren om problemen niet groter te maken dan ze zijn: het leven is soms ingewikkeld en dat is normaal. Als ouders er zelf even niet uitkomen, kunnen ze terecht bij het pedagogisch basisaanbod of informele steun in hun netwerk. Deze laagdrempelige vormen van ondersteuning dragen bij aan de weerbaarheid en helpen voorkomen dat alledaagse zorgen onnodig worden geproblematiseerd.

Leidende principes Dit jeugdbeleid gaat niet alleen over wat er bereikt moet worden, maar ook over wat belangrijk gevonden wordt in het werken met jeugdigen en gezinnen. De leidende principes hieronder vormen het fundament van het dagelijkse handelen. Het zijn geen ambities of doelen, maar principes die doorklinken in alles wat we doen. De eerste vijf zijn dezelfde leidende principes als in de Sociale Koers, de omschrijving is toegespitst op jeugd. De andere vijf zijn specifiek voor jeugd gekozen.

Citaat uit opiniërende bijeenkomst van raadslid: “Ouders meer aanspreken op hun verantwoordelijkheid en realistische kaders stellen.”

8

Inhoudsopgave

school. Een duurzame oplossing richt zich op het wegnemen van die oorzaak, bijvoorbeeld door schuldhulpverlening voor de ouders in te zetten in plaats van enkel een training voor de jongere. Deze aanpak is op de lange termijn duurzaam.

Ontwikkelen, preventie en activeren voor hulpverlenen Vroege ondersteuning en inzet op preventie kunnen problemen en zwaardere hulp op de lange termijn voorkomen. Binnen ons beleid hanteren we een gelaagde aanpak van preventie (universeel, selectief en geïndiceerd). De basis van preventie ligt in universele (primaire) preventie: het verbeteren van de structurele voorwaarden in de leefomgeving en het versterken van de pedagogische basis om problemen in het geheel te voorkomen. De gemeente zet daarnaast in op vroegtijdige signalering (selectieve preventie) en het versterken van beschermende factoren. Het is daarmee een gerichte investering in het weerbaar maken van jeugdigen en gezinnen.

Luisteren (naar jeugdigen en ouders) is geen optie, maar een voorwaarde Jongeren en ouders weten zelf wat er speelt. Daarom wordt er goed geluisterd naar wat zij nodig hebben tijdens het onderzoek naar de hulpvraag en wat er nodig is om hiermee aan de slag te gaan. We zijn gelijkwaardig met elkaar in gesprek, om zo samen te beslissen over de passende oplossing.

Collectieve aanpak waar het kan

Het belang van de jeugdige staat altijd voorop

Waar mogelijk kiezen we voor een collectieve aanpak, dichtbij jeugdigen in hun eigen omgeving. Het gaat om collectieve ondersteuning en collectieve preventie. Door preventie en ondersteuning niet alleen individueel, maar juist ook in groepsverband of voor iedereen te organiseren, versterken we de sociale samenhang in wijken, dorpen en buurten. Jeugdigen ontmoeten elkaar, delen ervaringen en helpen elkaar verder. Dit vergroot niet alleen de effectiviteit van de ondersteuning, maar ook het gevoel van verbondenheid.

Bij alles wat we doen, denken en besluiten, staat het belang van het kind of de jongere voorop. Dat betekent dat we zorgvuldig afwegen wat werkelijk nodig is om hen verder te helpen. Een hulpvraag leidt dus niet automatisch tot inzet van een specifieke vorm van hulp. Soms is een andere benadering passender of op de lange termijn beter voor het kind.

Jeugdhulp is niet altijd de oplossing voor problematiek bij jeugdigen en gezinnen

Duurzame keuzes maken

Soms is er iets anders nodig, zoals hulp op school, ondersteuning thuis of hulp bij geldzaken. Dit betreft dan een andere wet. We kijken daarom altijd goed wat er precies aan de hand is en wie het beste kan helpen. Zo zorgen we voor een zorgvuldige toegang tot jeugdhulp.

De gemeente zorgt ervoor dat gebiedsteammedewerkers hun werk goed kunnen doen: met vakkennis, vertrouwen en voldoende tijd. Er wordt tijdig opgeschaald als dat nodig is. Bij hulpvragen kijken we goed naar wat er precies nodig is en hoe snel dat moet. Als gemeente maken wij de bewuste keuze om in situaties waar de veiligheid van een kind of jongere in het geding is, altijd directe inzet van hulp te garanderen.

De juiste hulp (‘matched care’) is het beste voor een kind (en minst kostbaar in financiële zin). Soms zijn er lange wachtlijsten bij zorgaanbieders. Alleen als we verwachten dat door lange wachttijden bij zorgaanbieders de problemen bij het kind ernstig verergeren, kiezen we voor ‘stepped care’; er wordt dan al gestart met een alternatieve, minder intensieve vorm van hulp.

We maken onze keuzes voor activiteiten of ondersteuning zo duurzaam mogelijk. Als een jongere gedragsproblemen vertoont, kijken we verder dan alleen het gedrag. We zoeken met het gezin naar onderliggende oorzaken, zoals schulden, stress bij ouders of problemen op

9

Een veilige omgeving is de basis

Maar wanneer is ‘goed genoeg’? Bij vrijwillige hulp spreken we vooraf af met ouders en jeugdigen wat de doelen zijn én wanneer het ‘goed genoeg’ is. Zo weten we waar we naartoe werken. Juist door op voorhand dit gesprek aan te gaan, worden afspraken gemaakt wanneer het ‘goed genoeg’ is.

Fysieke en sociale veiligheid thuis, op school en in de buurt is een basisvoorwaarde.

Goed is goed genoeg Het leven is niet perfect; en uiteindelijk streven we met een hulptraject ook niet naar een 10, maar naar hulp die werkt in het dagelijks leven. En jeugdhulp is tijdelijk. Werkt de hulp niet? Is de hulp niet effectief omdat de doelen niet behaald worden? Dan kiezen we ervoor om te stoppen met deze specifieke hulp. En onderzoeken we wat er wél nodig is.

De gemeente hanteert bovendien de pedagogische visie voor Friesland4 als leidraad voor ‘goed is goed genoeg’ als het jeugdbescherming en gedwongen bemoeienis (gedwongen hulp) betreft. Dan wordt de vraag gesteld: Is de opvoed- en opgroeisituatie van dit kind ‘goed genoeg’? Soms is een situatie niet goed, maar wel goed genoeg. Alleen bij het doorbreken van een ondergrens grijpen instanties in. Zo voorkomen we onnodige inzet van jeugdbescherming.

Citaat raadslid: “Niet met de vingers wijzen maar meer naast de mensen staan en meer normaliseren. We kunnen niet alles oplossen. Nee is ook een antwoord.”

4 Vogelvang, B.O. Ä Verhagen, A. (2016). Als professional bijdragen aan opvoeden en opgroeien in Friesland. Sa doch ik dat. (De maatstaf ‘goed genoeg’ wordt specifiek behandeld in Hoofdstuk 6.4: Mijn maatstaf: goed genoeg, p. 28, en de Samenvatting, p. 41). De visie werd opgesteld in opdracht van Veiligheid Voorop! Regio Zuidoost Fryslân.

10

Inhoudsopgave

2. Onze opgaven: wat willen we bereiken? Dit hoofdstuk gaat over de opgaven; concrete doelstellingen die richting geven aan het beleid en over de maatschappelijke resultaten.

Onderwijs: Het blijkt geen vanzelfsprekendheid te zijn dat kinderen naar school gaan. Sommige kinderen verlaten school vroegtijdig zonder startkwalificatie. Ieder schooljaar schommelt dit rond de 200 jeugdigen. Het gaat om 2% van het totaal aantal jongeren van 12 tot 23 jaar.8 Dit heeft vaak gevolgen voor zelfredzaamheid in het volwassen leven. Ook zijn er kinderen die bijvoorbeeld langdurig ziek zijn gemeld en niet naar school gaan. Samen met het team Leerplicht en het onderwijs brengen we ‘thuiszitters’ zoveel mogelijk in beeld. In september 2025 zijn er 59 jeugdigen die volledig thuis zitten, die eigenlijk op de middelbare school horen te zitten. Stijging jeugdhulp: Het is naast landelijk ook in Súdwest-Fryslân een jarenlange ontwikkeling dat meer jeugdigen jeugdhulp krijgen.9 Jeugdhulp kan gegeven worden thuis of in de leefomgeving van het kind (ambulant), of in een instelling waar het kind tijdelijk verblijft (residentieel). Veilig opgroeien en jeugdcriminaliteit: Veiligheid is een basisvoorwaarde. Soms is de veiligheid in het gezin in het geding.

De Raad voor de kinderbescherming onderzoekt dit en vervolgens kan de kinderrechter besluiten tot een ondertoezichtsstelling (OTS) of tot uithuisplaatsing; Het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen in Súdwest-Fryslân ligt relatief hoger dan het landelijke gemiddelde.10 We zien verder dat er in Súdwest-Fryslân een hoger aandeel jeugdigen (l,99% in 2022) die geregistreerd zijn als verdachte van een misdrijf ten opzichte van het landelijk gemiddelde (1^ in 2022). Mentaal welzijn: We constateren dat de mentale gezondheid van jongeren onder druk staat. We zien bijvoorbeeld een afname van jongeren die zich gelukkig voelen in 2023 (8o%) ten opzichte van 2019 (89%) en er zijn meer jongeren met suïcidegedachten in 2023 (22%) dan in 2019 (l7%). Ook zien we dat jongeren steeds vaker worden gepest, bijvoorbeeld l9% op school in 2023 ten opzichte van naA in 2019.11

Onderbouwing opgaven De opgaven in dit beleidsstuk komen voort uit onze visie5 én uit een analyse van hoe het nu gaat met de jeugd in onze gemeente.6 Door goed te kijken naar de specifieke situatie van jongeren in Súdwest-Fryslân, kunnen we opgaven formuleren die passen bij wat hier nodig is. Op die manier geven we als gemeente een herkenbaar, lokaal accent aan ons jeugdbeleid.

Signalen: hoe gaat het met onze jeugd? Vooropgesteld: in 2023 voelde 89% van de jeugdigen zich gezond en 8o% voelde zich (zeer) gelukkig.7 Met het overgrote deel van de jeugd gaat het dus goed. Er zijn echter lokale signalen die doorwerken in de opgaven: ^

Bestaansonzekerheid: Uit onderzoek blijkt dat kinderen en gezinnen die leven in bestaansonzekerheid, vaker jeugdhulp ontvangen. Denk bijvoorbeeld aan kinderen die opgroeien in gezinnen met een bijstandsuitkering, in een onveilige thuissituatie opgroeien of niet naar school gaan. Zij krijgen niet altijd dezelfde kansen en ontwikkelingsmogelijkheden als andere kinderen in onze gemeente. Bestaansonzekerheid lijkt bovendien vaak één van de oorzaken te zijn van problemen in de opvoeding en het opgroeien. Tegelijkertijd lost het inzetten van jeugdhulp deze bestaansonzekerheid niet op.

5 Zowel de visie op jeugd zoals beschreven op pagina 8 en de visie zoals beschreven in de sociale koers van de gemeente. 6 Zie voor een samenvatting van de Staat van de Jeugd 2022 hoofdstuk 5.1 ‘Hoe gaat het met onze jeugd?’. 7 Rapportage Jeugdmonitor 2023, GGD. 8 Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie SWF: 2021-2022: 195; 2022-2023: 209; 2023-2024: 202. 9 Volgens het CBS kreeg in 2023 11,1 % van de jeugdigen tot 23 jaar jeugdhulp in Súdwest-Fryslân. In 2022 betrof dit l0,5%. In heel Nederland zien we ook een stijging. In 2022 was dit l0,6% van de jeugdigen tot 23 jaar en in 2023 l0,8%. Peildatum 22 augustus 2025: https:ZZimopendata.cbs.nlZ#ZIMZnlZdatasetZ2Q311NEDZtable?dhqA2C2 10 In 2023 kreeg l,4% van de jongeren tot 18 jaar een vorm van jeugdbescherming (absoluut: 235) in Súdwest-Fryslân. Nederlands gemiddelde was op dat moment 1,ŵ. (peildatum september 2025). 11 GGD (2023), Rapportage Jeugdmonitor.

11

Inhoudsopgave

Risico- en beschermende factoren Verder zien we beschermende- en risicofactoren als belangrijke onderbouwing voor de opgaven. Het Nederlands Jeugd instituut (NJi) heeft deze verschillende factoren beschreven waardoor kinderen en jongeren zich positief kunnen ontwikkelen en om problemen te voorkomen of verminderen.12

Onze opgaven Op basis van de jeugdvisie en bovenstaande lokale signalen is gekozen voor de volgende opgaven:

i. Ieder kind groeit op in een veilige, betrokken en stimulerende leefomgeving

2. Ieder kind doet mee: op school, in de buurt en in vrije tijd

Een veilige omgeving is de basis voor opgroeien. Ieder kind verdient een leefomgeving die uitnodigt tot ontwikkeling én weerbaarheid versterkt. De gemeente investeert in veilige en leefbare wijken, dorpen en buurten, toegankelijk jongerenwerk, sport, cultuur, school en gezondheidszorg. Bij een veilige en betrokken omgeving zijn ook onze

Als de omgeving veilig is, moet er ook ruimte zijn voor kinderen om actief deel te nemen. Deze opgave gaat over gelijke kansen, inclusie en bestaanszekerheid. Meedoen bevordert zelfvertrouwen, ontwikkeling en voorkomt eenzaamheid. Elk kind moet de kans krijgen om mee te doen op school, in de buurt, bij sport of cultuur, ongeacht achtergrond, of gezinssituatie. Scholen, kinderopvang, verenigingen en wijkinitiatieven zijn hierin onmisbare partners.

partners nodig zoals o.a. scholen, kinderopvang, de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD), politie, sport- en cultuurverenigingen en welzijnsorganisaties. We versterken de weerbaarheid van jeugdigen en gezinnen. Weerbaarheid helpt jeugdigen omgaan met de uitdagingen van het leven. Het zorgt ervoor dat ze terugveren na ingrijpende gebeurtenissen, of dat nu stress, verlies of een verandering is.

3.

Ieder kind gaat naar school

4.

Het is een vanzelfsprekendheid dat kinderen naar school gaan. Scholen en samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs hebben een wettelijke zorgplicht om onderwijs te bieden dat aansluit bij de behoeften van leerlingen. De gemeente heeft de taak om jeugdhulp toegankelijk te maken, ook binnen de schoolcontext.

Ieder kind groeit zoveel mogelijk thuis op Thuis is de plek waar kinderen zich het beste ontwikkelen. Mits het er veilig is. Bij (veiligheids)zorgen werkt de gemeente samen met Veilig Thuis.

Integraal

Maatschappelijke resultaten

Met deze opgaven werkt de gemeente integraal aan een sterke basis voor alle jeugdigen. Ze raken verschillende leefgebieden zoals school, thuis, vrije tijd en de buurt en sluiten aan op wat jeugdigen nodig hebben om gezond, veilig, kansrijk en weerbaar op te groeien. Door de opgaven niet los van elkaar te benaderen maar juist in samenhang, versterken ze elkaar. Samen met partners uit onderwijs, zorg, welzijn en veiligheid bouwen we aan een omgeving waarin elk kind tot zijn recht komt.

Deze paragraaf beschrijft de maatschappelijke resultaten die we willen bereiken voor kinderen en jongeren. De maatschappelijke resultaten maken meetbaar inzichtelijk welke impact het realiseren van de opgaven heeft op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Zo wordt duidelijk hoe ons beleid bijdraagt aan een betere samenleving voor de komende generaties. De maatschappelijke resultaten zijn meetbaar; tegelijkertijd kiezen wij er bewust voor om de voortgang te duiden in termen van gewenste ontwikkelingen (zoals ‘meer’ of ‘minder’), zodat de inhoud en het beoogde effect centraal blijven staan, zonder dat we ons verliezen in uitsluitend cijfermatige sturing.

12 Zie hoofdstuk 5.5 en 5.6 voor een overzicht van de beschermende factoren en risicofactoren.

12

Inhoudsopgave

1. Ieder kind groeit op in een veilige, betrokken en stimulerende omgeving

2. Ieder kind doet mee: op school, in de buurt en in vrije tijd

Maatschappelijke resultaten

Indicator

Meest actuele situatie Súdwest-Fryslân

Maatschappelijke resultaten

Indicator

Meest actuele situatie Súdwest-Fryslân

Meer kinderen ervaren goede mentale gezondheid

% jongeren hebben psychische klachten (GGD Jeugdmonitor)

24% van de jongeren (Jeugdmonitor, GGD 2023) 22% van de jongeren heeft suïcide gedachten (Jeugdmonitor, GGD 2023)

Aantal inwoners met een leeftijd t/m 19 jaar van de gemeente dat een lidmaatschap heeft bij één of meer sportbonden, gedeeld door het totale aantal inwoners met een leeftijd t/m 19 in de gemeente.

4l,4% (waarstaatjegemeente/ sporbondenNOC*NSF, 2023)

% jongeren heeft een enkele keer of vaker serieus nagedacht over suïcide (GGD Jeugdmonitor)

Meer kinderen doen aan zinvolle vrijetijdsbesteding door deel te nemen aan sport of cultuuractiviteiten

% jongeren voelt zich soms tot vaak eenzaam (GGD Jeugdmonitor)

29% van de jongeren voelt zich wel eens eenzaam (Jeugdmonitor, GGD 2023)

Deelname aan sport/ cultuuractiviteiten

n.n.b/in ontwikkeling

Minder jeugdcriminaliteit

% van de 12- tot 25-jarigen die geregistreerd staan als verdachte van een misdrijf (CBS)

1,99 % van de 12- tot 25- jarigen staan geregistreerd als verdachte van een misdrijf (Jaarrapport Jeugdmonitor, CBS 2022)

5,6% leeft in bijstandsgezinnen (jeugdmonitor CBS, 2023)

Minder kinderen worden gepest (offline en online)

% jongeren is in de laatste 3 maanden online gepest (GGD Jeugdmonitor)

1^ is online gepest in de afgelopen 3 maanden (Jeugdmonitor, GGD 2023)

% jeugdigen van 0- tot 18-jarigen dat in een bijstandsgezin woont. Dit gaat om huishoudens waarin ten minste één bewoner een bijstanduitkering heeft.

% jongeren is in de laatste 3 maanden op school gepest (GGD Jeugdmonitor)

l9% is op school gepest in de afgelopen 3 maanden (Jeugdmonitor, GGD 2023)

Minder inzet van specialistische jeugdhulp

% van de jeugdigen tot 23 jaar dat specialistische jeugdhulp krijgt (CBS/gemeentelijke gegevens)

11,1 % van de jeugdigen tot 23 jaar kreeg jeugdhulp (CBS, 2023)

Meer integrale ondersteuning bij gezinsproblemen

Aantal casussen met domeinoverstijgende aanpak/ nog in ontwikkeling

n.n.b./in ontwikkeling

Minder kinderen groeien op in armoede

Meer jongeren behalen een startkwalificatie

13

Gebruik Kindpakket/ minimaregelingen

58,2% van gerechtigden maakt gebruik (gemeentelijke gegevens, 2025)

% van de 12- tot 23-jarigen verlaten het onderwijs zonder startkwalificatie (ten opzichte van het aantal onderwijsdeelnemers)

l,6% van de 12- tot 23-jarigen is een voortijdig schoolverlater (waarstaatjegemeente/DUO, 2023-2024)

3. Ieder kind gaat naar school Maatschappelijke resultaten

Indicator

Meest actuele situatie Súdwest-Fryslân

Meer kinderen nemen deel aan onderwijs

Aantal leer- of kwalificatieplichtige leerlingen (per 1.000 leerlingen) met ongeoorloofd verzuim (2022, DUO/CBS)

22 leerlingen per 1000 leerlingen (2022, DUO/CBS)

Aantal kinderen die volledig thuis zitten (beeld van leerplicht en onderwijs)

59 kinderen (september 2025, samenwerking leerplicht en onderwijs)

Deelname voor- en vroegschoolse educatie (VVE)

77% deelname doelgroepkinderen (2025, GGD)

Meer kinderen uit de doelgroep maken gebruik van voorschoolse voorzieningen

De opgenomen meetbare resultaten vormen het uitgangspunt voor onze monitoring. Om te bepalen of de gestelde beweging in gang is gezet, verzamelen en analyseren we periodiek gegevens uit bestaande informatiesystemen. Voorbeelden hiervan zijn de cliëntervaringsonderzoeken, de informatie uit het berichtenverkeer tussen zorgaanbieders en de gemeenten, beschikbare data vanuit het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS), monitoring van ketenpartners zoals de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en de gemeentelijke monitoring.

4. Ieder kind groeit zoveel mogelijk thuis op Maatschappelijke resultaten

Indicator

Meest actuele situatie Súdwest-Fryslân

Groter aandeel van totale hulp wordt geboden in de thuissituatie

% totaal jeugdhulptrajecten zonder verblijf ten opzichte van het totaal aantal jeugdzorgtrajecten.

8o,2% van alle jeugdzorgtrajecten is jeugdhulp zonder verblijf (2023 waarstaatjegemeente/CBS jeugd)

Minder jeugdhulp met verblijf nodig

Aantal jongeren met jeugdhulp met verblijf

180 jongeren (CBS, 2023)

Het aantal ingezette Het aandeel jeugdigen met totaal jeugdbeschermings- jeugdbescherming t.o.v. alle maatregelen daalt jongeren in de leeftijd tot 18 jaar (CBS)

1,4Ŵ van alle jongeren tot 18 jaar. (Dashboard Jeugdzorg CBS, 2023) Absoluut:235 (Dashboard Jeugdzorg CBS, 2023)

We willen geweld in afhankelijkheids­ relaties zoveel mogelijk voorkomen, dan wel stoppen en duurzaam oplossen

Aantal casussen met ontvangen meldingen over kindermishandeling bij Veilig Thuis

175 casussen met ontvangen meldingen (over 2023, CBS/Veilig Thuis)

Aantal casussen herhalingsmeldingen (huiselijk geweld en kindermishandeling) bij Veilig Thuis

24Ŵ herhalingsmeldingen binnen 1 jaar 2024 (Rapportage 1e halfjaar 2024 Veilig Thuis Friesland)

Daarnaast organiseren we aanvullend reflectiemomenten met betrokken professionals en jongeren om kwalitatieve inzichten op te halen en signalen uit de praktijk mee te nemen. Deze combinatie van datagestuurde monitoring en ervaringsgerichte evaluatie stelt ons in staat om waar nodig bij te sturen en het beleid effectief en actueel te houden. Kanttekening De beschikbaarheid en actualiteit van gegevens verschillen per bron. Sommige informatie, zoals de Jeugdmonitor van de GGD, wordt één keer per vier jaar samengesteld. Hierdoor zijn bepaalde indicatoren minder geschikt voor jaarlijkse trendanalyses of directe bijsturing. Bij de interpretatie van de uitkomsten is het daarom van belang rekening te houden met de frequentie van dataverzameling en eventuele vertraging in de beschikbaarheid van gegevens.

14

Inhoudsopgave

3. Strategie: hoe gaan we de opgaven behalen? Om blijvend verschil te maken voor kinderen en jongeren in onze gemeente, is het niet genoeg om alleen opgaven te formuleren. Dit hoofdstuk maakt duidelijk hóe de opgaven worden aangepakt. Het bevat een beschrijving van de strategie en de aannames daarachter. De aanpak helpt de samenhang tussen beleid en praktijk zichtbaar te maken. Onze strategie richt zich op drie samenhangende thema’s: 1. pedagogische basis: stevig en veilig 2. het gebiedsteam: grip op integrale en effectieve hulp 3. hulp sluit aan op directe leefomgeving: duurzaam en doelgericht

De piramide van jeugdbeleid: een samenhangende aanpak met een stevige basis Met deze strategie kiezen we ervoor om op drie verschillende plekken in de jeugdpiramide aan de slag te gaan. Zo kunnen we ieder onderdeel gericht aanpakken. Het jeugdbeleid is opgebouwd als een piramide met verschillende lagen, die samen een samenhangend stelsel vormen. Op het begin staat de (pedagogische) basis van kinderen. Boven deze basis liggen lagen van preventie, lichte ondersteuning en uiteindelijk specialistische jeugdhulp. Naarmate we hoger in de piramide komen, wordt de ondersteuning intensiever én is de doelgroep kleiner. Waar de pedagogische basis iedereen raakt, is specialistische jeugdhulp bedoeld voor een beperkte groep kinderen en hun ouders/ verzorgers met complexe of langdurige problematiek. Tegelijkertijd zijn de kosten voor deze zwaardere vormen van hulp hoger dan bij ondersteuning in de basis of preventieve laag. Door te investeren in de basis verwachten we problemen te voorkomen en bij te dragen aan een duurzaam en betaalbaar jeugdstelsel waarin zwaardere hulp beschikbaar blijft voor wie het écht nodig heeft. Want we hebben als gemeente ook een duidelijke verantwoordelijkheid voor jongeren die zwaardere, specialistische jeugdhulp nodig hebben. We willen dat aantal verkleinen, maar we weten dat er altijd jeugdigen en ouders/verzorgers zullen zijn die hulp nodig hebben.

Eerste acties Hoewel dit meerjarenbeleid een breed en ambitieus kader schetst voor de komende jaren, is het belangrijk om nu stappen te zetten die bijdragen aan onze opgaven voor de jeugd. In de bijlage 2 is een overzicht opgenomen van eerste concrete acties waar we mee starten om het beleid uit te voeren. Deze acties zijn zorgvuldig gekozen op basis van signalen uit de praktijk en gesprekken met partners. We kiezen voor kleine, haalbare stappen in plaats van grote veranderingen. De acties worden in tweejaarlijkse uitvoeringsplannen waar nodig vernieuwd, bijgestuurd of verder doorgevoerd. De uitvoeringsplannen worden door het college vastgesteld.

15

Inhoudsopgave

3.1 Pedagogische basis: stevig en veilig

Citaat van de adviesraad Sociaal Domein van Súdwest-Fryslân: “Wij zien een kansrijke omgeving als belangrijk onderdeel voor jeugdigen. Hierin hebben kinderen en jongeren de best mogelijke omstandigheden om zich te ontwikkelen op sociaal, emotioneel, fysiek en intellectueel vlak. Dit vereist een combinatie van factoren, zoals veiligheid, sociale ondersteuning en netwerken, toegang tot goede zorg, onderwijs, aanvullende mogelijk­ heden voor persoonlijke ontwikkeling (cultuur en sport) en gelijke kansen voor iedereen om talenten te ontplooien.”

We kunnen inmiddels niet meer om de pedagogische basis heen. Het wordt in veel beleidsontwikkelingen aangegrepen als een belangrijk doel om deze te verstevigen. Zowel in de Hervormingsagenda, IZA, GALA, de Fryske Regiovisie jeugdhulp en in de Sociale Koers van Súdwest-Fryslân wordt ofwel sociale basis of specifiek de pedagogische basis gezien als belangrijk onderdeel van het beleid.

Wat is de pedagogische basis? Het is dat deel van de sociale basis dat bijdraagt aan opgroeien, opvoeden en ontwikkeling van kinderen en jongeren. De pedagogische basis bestaat uit alle contacten tussen mensen onderling, hun sociale relaties en leefomgevingen die bijdragen aan het opgroeien en opvoeden van kinderen. Kinderen groeien op in relatie tot anderen: bijvoorbeeld ouders, andere familieleden, leraren, sportcoaches en buren. In de Sociale Koers ook wel aangeduid als sociale netwerken. Een veilige, vertrouwde en stimulerende omgeving bouwen we met elkaar: in het gezin, op school, op straat, in het buurthuis of op de sportvereniging. Waardevolle relaties zijn belangrijk in een kinderleven. De leefomgeving, zowel fysiek als sociaal, bestaat uit voorzieningen, openbare ruimte en andere plekken waar ouders, opvoeders en jeugdigen gebruik van maken en met elkaar in contact komen. Als gemeente kijken we naar de leefomgeving als geheel. Denk aan de wijk waar je opgroeit: is deze veilig, voel jij je er thuis? Heb je toegang tot voorzieningen, kun je sporten, bewegen, ontmoeten en spelen? Is het een groene omgeving? Als gemeente werken we aan een gezonde leefomgeving voor alle inwoners

13 De Sociale Koers Súdwest-Fryslân hanteert de volgende definitie: De sociale basis is het geheel van informele sociale verbanden (buurten, groepen, verenigingen, netwerken, gezinnen) van mensen, aangevuld en ondersteund vanuit de lokale overheid, organisaties, diensten en voorzieningen. Zij maken het mogelijk dat inwoners de mogelijkheden hebben om te participeren in sociale relaties op een manier die hun welzijn, capaciteiten en individueel potentieel verbetert. In de sociale basis gaat het om het versterken van eigenaarschap, zeggenschap en eigen regie van inwoners. 14 Nederlands Jeugdinstituut (2022). Opgroeien doe je samen: Naar een sterke pedagogische basis voor jeugd en gezin. Utrecht: NJi. Beschikbaar via: https://www.nii.nl/publicaties/opgroeien-doe-ie-samen.

16

Inhoudsopgave

Het is dan ook een kans om specifiek op deze pijlers in te zetten binnen de pedagogische basis. Door de bestaande sociale netwerken, lokale ontmoetingsplaatsen en culturele en sportieve voorzieningen te versterken en goed te verbinden met opvoeding en onderwijs, ontstaat een stevig fundament waarop kinderen kunnen groeien en opbloeien. De inzet op mienskip, ontmoeten, cultuur en sport maakt het mogelijk om preventief te werken en kinderen op een natuurlijke wijze te ondersteunen binnen hun eigen leefomgeving.

Waarom inzetten op een stevige pedagogische basis? Om de opgaven te bereiken (onze opgaven zijn: een veilige en betrokken leefomgeving, het versterken van weerbaarheid, meedoen op school en in de vrije tijd, onderwijs voor ieder kind en thuis opgroeien waar dat kan) is het van belang dat de basis rondom de jeugdige aanwezig én stevig is. De pedagogische basis vormt het fundament waarop kinderen zich gezond en veilig kunnen ontwikkelen. Dit betekent dat kinderen opgroeien in een omgeving waar ze zich gezien en gesteund voelen, met volwassenen die naar hen luisteren en waar ze fijne relaties hebben. Daarnaast is het belangrijk dat de omgeving, zoals school, familie en buurt, aansluit bij wat een kind nodig heeft. Een samenleving waarin ouders en kinderen zich gesteund voelen en waar kleine vragen niet meteen grote problemen worden. Deze aanpak helpt ons ook om hulpvragen te normaliseren.

Citaat raadslid: “Een warme en stabiele omgeving. Weten bij wie je terecht kunt. Het verenigingsleven met een rijk aanbod en mogelijkheden voor zinvolle invulling van vrije tijd. Ook de gemeenschap die er voor elkaar is, is belangrijk”

Deze sterke pedagogische basis zorgt voor beschermende factoren. Dat zijn factoren die kinderen helpen om weerbaar te worden en om met problemen om te gaan.

De kracht van integrale samenwerking

Een stevige pedagogische basis helpt dus bij: ^ Het voorkomen van problemen ^ Het bieden van een veilige omgeving om in op te groeien en te ontwikkelen ^ Het stimuleren van participatie: kinderen doen mee aan school, sport, spel en vrije tijd. ^ Het versterken van weerbaarheid van jeugdigen en gezinnen

Ook het onderwijsachterstandenbeleid en de Integrale Kind Aanpak (IKA) speelt een belangrijke rol in het versterken van een kansrijke leer- en leefomgeving voor kinderen en jongeren. IKA is daarbij geen vastomlijnde interventie, maar in de kern een versterking van de samenwerking rondom een Integraal Kindcentrum (IKC) of binnen een wijk of dorp. Deze aanpak kan er daarom per locatie anders uitzien, afgestemd op de lokale behoeften en mogelijkheden. IKA is geen nieuw fenomeen binnen onze gemeente; we hebben de afgelopen jaren al belangrijke stappen gezet in de vorming van IKC’s, het verrijken van de schooldag en het verbinden van onderwijs met sport, cultuur en welzijn. Tegelijkertijd liggen er nog volop kansen om deze samenwerking verder te verdiepen en beter af te stemmen, zodat we effectiever kunnen inspelen op de specifieke behoeften van kinderen en gezinnen. Het benutten en versterken van deze integrale samenwerking is dan ook een belangrijk aandachtspunt. Door nauwer samen te werken over domeinen heen, kunnen we de pedagogische basis verstevigen, kwetsbare kinderen eerder en beter ondersteunen, en zorgen voor een samenhangend netwerk rondom het kind dat recht doet aan de leefwereld van kinderen en hun gezinnen.

De kracht van mienskip, cultuur en sport in Súdwest-Fryslân De gemeente Súdwest-Fryslân kent een rijke mienskip: sterke dorpsgemeenschappen, betrokken vrijwilligers en een levendig cultureel en sportief aanbod waarbij ontmoeten centraal staat. Deze verbondenheid en lokale betrokkenheid zijn de kracht van onze gemeente. Mienskip, cultuur en sport bieden kinderen en jongeren niet alleen kansen om zich te ontwikkelen, te ontspannen en voor plezier, maar dragen ook bij aan hun gevoel van veiligheid, verbondenheid en identiteit.

17

Inhoudsopgave

Eerste acties om de pedagogische basis te verstevigen ^ Verkenning versterken Cool Súdwest We willen onderzoeken of er mogelijkheden zijn om het programma uit te breiden, bijvoorbeeld door de leeftijdsgroep te verbreden en/of preventiethema’s toe te voegen naast terugdringing van alcohol- en middelengebruik. Op deze manier willen we de pedagogische basis versterken, door aan te sluiten bij bewezen effectieve programma’s, zonder een volledig nieuw initiatief te starten. ^ Verstevigen Integrale Kindaanpak We willen samen met onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp, sport, cultuur en welzijn in beeld brengen waar we nu staan, welke behoeften er zijn, en hoe we deze samenwerking kunnen versterken. Dat vraagt een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen. De gemeente stuurt op een gezamenlijk plan, waarin we samen bepalen hoe we de integrale kindaanpak de komende jaren verder vormgeven. ^ Ondersteun en versterk de mienskip in pedagogische basis We onderzoeken hoe we als gemeente de bestaande ontmoetingsplaatsen en aanwezige verenigingen kunnen faciliteren om activiteiten voor jeugdigen te organiseren, in het kader van de beschermende factor ‘zinvolle vrijetijdsbesteding’.

We weten dat ontmoetingsplaatsen graag activiteiten willen organiseren voor jeugdigen en een plek willen bieden om elkaar te ontmoeten, maar nog zoekende zijn op welke manier dit het beste kan gebeuren. Daarbij is het voor hen ook nog onduidelijk hoe de doelgroep het beste bereikt kan worden. ^ Zet cultuur en sport bewust in voor jeugd Uitgangspunt van de visie op sport en bewegen is dat bij alle leeftijdscategorieën en levensfases wordt ingezet op een stimuleringsaanpak om de sport- en beweegdeelname te vergroten en sportief bewegen meer in de dagelijkse routine van inwoners te brengen. Door activiteiten en interventies te richten op de juiste drempels en drijfveren van een leeftijdscategorie, is de kans groter dat meer mensen wekelijks blijven of gaan sporten

18

Bij de jongste jeugd wordt ingezet op gevarieerd actief bewegen en vooral op plezier. Dat komt ten goede aan de ontwikkeling van motorische vaardigheden. Kinderen die vaardig zijn in bewegen, zullen op latere leeftijd meer bewegen. De omgeving dient hiervoor veilig te zijn; voor stoeien, klimmen, klauteren, een koprol maken of een bal overgooien.

relevant voor onze jeugdigen. Vanuit dit beleidskader wordt nagestreefd dat elk kind de kans krijgt om in aanraking te komen met kunst en cultuur. Zo wordt er ingezet op meer samenwerking tussen onderwijs, de muziekschool en culturele verenigingen. Ook wordt het Kunstencentrum Atrium gevraagd om het huidige aanbod voor jongeren te onderzoeken en welke nieuwe behoeften er zijn. Op deze manier wordt ook meer ingezet op het cultuuronderwijs in het voortgezet onderwijs en het mbo. Cultuurtriënale Arcadia zet in 2028 jongeren centraal. Er wordt onderzocht of en hoe daar een samenwerking gevonden kan worden die een culturele impuls geeft voor jongeren in Súdwest-Fryslân.

Voor de jongeren tussen 13-18 jaar dient de aansluiting van sport op hun belevingswereld te worden verbeterd. Sportaanbieders kunnen hier op inspelen door tijd en aandacht te besteden aan de doelgroep, via jeugdparticipatie, nieuwe sportvormen en/of flexibele lidmaatschappen. Voor jongeren die niet in verenigingsverband willen sporten, moeten er andere sport- en ontmoetingsmogelijkheden zijn. Inzicht in wat deze jongeren motiveert om te blijven sporten en bewegen, met wie, op welke manier, op welk niveau en in welke context is van belang.

Citaat raadslid: “Sport en cultuur is belangrijk als uitlaatklep en zinvolle tijdsbesteding”

De vastgestelde ambities uit de beleidsnotitie cultuur ‘iedereen doet mee aan cultuur’ en ‘cultuureducatie is bereikbaar voor iedereen en verankerd in het onderwijs’ zijn ook

19

3.2 De gebiedsteams: grip op integrale en effectieve hulp Om onze opgaven voor jeugd te realiseren (Onze opgaven zijn: een veilige en betrokken leefomgeving, het versterken van weerbaarheid, meedoen op school en in de vrije tijd, onderwijs voor ieder kind en thuis opgroeien waar dat kan) is het daarbij ook essentieel dat we investeren in de doorontwikkeling van de gebiedsteams. Deze teams spelen een centrale rol in de lokale ondersteuning en in het verbinden van hulp, onderwijs, zorg en het sociaal netwerk rond jeugdigen en gezinnen. Ook vormen zij, samen met andere verwijzers, de toegang tot specialistische jeugdhulp. Zij zijn een aanspreekpunt voor gezinnen met vragen of zorgen over opgroeien, opvoeden, veiligheid of meedoen. Ze voeren het gesprek, verkennen de situatie en zoeken samen met het gezin naar passende oplossingen. Hulp is licht waar mogelijk en zwaar waar nodig. En daarbij: zo lang als nodig, maar zo kortdurend als mogelijk.

Verbreding taken gebiedsteams Vanuit zowel de Hervormingsagenda, het Toekomstscenario als de Fryske regiovisie worden de gebiedsteams gezien als belangrijke spil in de lokale ondersteuning. Het idee is dat de teams de buurt, de inwoners en de lokale voorzieningen namelijk goed kennen. Daardoor kunnen ze snel en laagdrempelig helpen. In de landelijke beleidsontwikkelingen wordt steeds meer aangestuurd op een verbreding van de taken van gebiedsteams. Voor de doorontwikkeling en versteviging van onze gebiedsteams benutten we de werkpakketten en het Richtinggevende kader voor stevige lokale teams van de VNG.16 De kenmerken moeten door alle gemeenten en lokale teams worden ingevuld. Vanuit het landelijke richtinggevend kader worden de volgende kenmerken van een stevig lokaal team geschetst: ^ Teams die qua omvang en expertise passen bij de vragen in gemeenten ^ Teams die zichtbaar aanwezig zijn op belangrijke plekken in de leefwereld van huishoudens en gezinnen die men wil bereiken, zoals op school, bij de huisarts, inlooppunten, sport, bewonersinitiatieven en ook online. ^ Teams die de mogelijkheden van de sociale basis (formeel en informeel) in een gemeenten/wijk goed kennen, actief met deze partijen samenwerken en hen betrekken bij oplossingen voor vragen van huishoudens en gezinnen.

^ Teams die aansluiten bij de mogelijkheden en wensen van huishoudens en gezinnen, die naast hen staan en hen met raad en daad bijstaan.

^

^

^

Teams die zelf (vrij toegankelijke) ondersteuning en (jeugd)hulp bieden ook aan huishoudens en gezinnen waarin zorgen zijn over de veiligheid en/of ernstige ontwikkelachterstanden. Teams die breed kijken en handelen door brede vraagverkenning op maat en ondersteuning en hulp in te zetten op diverse leefgebieden als de problematiek daarom vraagt en kunnen ondersteunen bij regie. Teams die aanvullende ondersteuning/hulp/consultatie erbij kunnen halen, zowel meer specialistische hulp (niet vrij-toegankelijke) als het veiligheidsteam.

Hoe we deze kenmerken vertalen naar de praktijk, blijft de keuze van de gemeente. In hoeverre de gebiedsteams voldoen aan de zeven uitgangspunten en hoe we hier verder vorm aan kunnen geven verdient onderzoek. De zeven uitgangspunten uit het richtinggevend kader zijn breder dan alleen jeugdbeleid. Deze punten vragen daarom een brede Sociaal Domein aanpak. Ondertussen is het Richtinggevend kader voor stevige lokale teams wel een belangrijke leidraad bij het opstellen van acties voor de uitvoering van het jeugdbeleid.

16 Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2023). Stevige Lokale Teams: Richtinggevend kader voor het organiseren van hulp en ondersteuning in het sociaal domein. Den Haag: VNG. Beschikbaar via: https://vng.nl/rubrieken/onderwerpen/richtinggevend-kader-en-verkenningsinstrument-toegang

20

Eerste acties om gebiedsteams te versterken

Waarom de gebiedsteams doorontwikkelen? Gebiedsteams staan dicht bij inwoners en zijn daarmee bij uitstek in staat om vroeg te signaleren, zodat hulp tijdig en preventief kan worden ingezet. Maar ook om integraal te kijken, door met de brede vraagverheldering te werken (jeugd, onderwijs, participatie, gezondheid). Ook houden we als gemeente meer grip op instroom en uitstroom van zorg. Medewerkers voeren namelijk regie op hulptrajecten, waardoor versnippering wordt tegengegaan en gezinnen minder hoeven te schakelen tussen instanties. Ook wordt er zo vaker geëvalueerd of de hulp effectief is en of de ingezette hulp nog nodig is.

^ Pilot lichte ondersteuning doorontwikkelen Met de strategie van het versterken van de gebiedsteams kiezen we - in lijn met de Hervormingsagenda Jeugd- voor het ontwikkelen van een stevig lokaal team. Dit vraagt om aanpassing van de oorspronkelijke scope van de pilot. We willen daarom de pilot ook doorontwikkelen zodat dit beter bijdraagt in het maken van de beweging naar een stevig lokaal team.

Een versterkt gebiedsteam beschikt over voldoende deskundigheid, capaciteit en handelingsruimte om deze rollen goed te vervullen. Dit draagt direct bij aan effectievere hulp, lagere instroom in zwaardere jeugdhulp en betere uitkomsten (en dus snellere uitstroom) voor jeugdigen.

^ Handelingsgericht Werken Wat we beogen met Handelingsgericht Werken is het op een systematische wijze verzamelen en op een zinvolle manier ordenen, wegen en interpreteren van informatie over de klachten/problematiek/ ontwikkeling van een kind of gezin. Dit levert een bijdrage aan besluitvorming rondom het inzetten van de juiste hulp; de besluitvorming kan goed beargumenteerd worden en is inzichtelijk.

Met de versterking van onze gebiedsteams geven we invulling aan de landelijke Hervormingsagenda Jeugd én aan onze lokale opgaven. Het is een investering in een stevige toegang tot de jeugdhulp en verwijzer naar het voorliggende: dichtbij, effectief en met grip.

21

Inhoudsopgave

3.3 Hulp sluit aan op directe leefomgeving: duurzaam en doelgericht

Waarom hulp aansluiten op leefomgeving? Door jeugdhulp stevig te verankeren in de directe leefomgeving zorgen we voor hulp die sneller, effectiever en vooral duurzaam is. Het sluit beter aan bij het type probleem en waar het zich voordoet. Bovendien stimuleert het de samenwerking in het belang van het kind, waardoor we samen duurzame verandering realiseren.

Onze gemeente kiest bewust voor een aanpak waarbij (jeugd)hulp zoveel mogelijk aansluit op de directe leefomgeving van het kind of de jongere. Deze strategie is geen doel op zich, maar een middel om de opgaven van ons jeugdbeleid te realiseren (Onze opgaven zijn: een veilige en betrokken leefomgeving, het versterken van weerbaarheid, meedoen op school en in de vrije tijd, onderwijs voor ieder kind en thuis opgroeien waar dat kan).

Problemen ontstaan in de leefomgeving, dus daar ligt ook de oplossing Problemen bij jeugdigen ontstaan vaak door de wisselwerking met factoren in hun fysieke en sociale leefomgeving: spanningen thuis, uitdagingen op school, of een gebrek aan kansen voor vrije tijd en ontmoeting. Daarom ligt niet alleen het probleem, maar ook vaak de oplossing in diezelfde leefomgeving. Specialistische hulp is er maar voor een beperkte tijd en hoort samen te werken met het netwerk en de omgeving van het kind, zodat het niet losstaat van de dagelijkse leefwereld.

Jeugdhulp sluit aan op de leefomgeving Daarom is de wens dat jeugdhulp nauw aansluit op de leefomgeving van het kind of de jongere. Twee manieren zijn daarbij van belang: 1.

Aansluiten op het netwerk Het netwerk rondom het kind (familie, vrienden, school, buurt) blijft, ook na afronding van de jeugdhulp. Zij bieden informele steun, sociale controle, praktische hulp en een luisterend oor. Het betrekken van dit netwerk is essentieel omdat het bijdraagt aan het herstel en de ontwikkeling van het kind. Het stimuleert gelijktijdig de omgeving om meer met elkaar samen te werken in het belang van de jeugdige.

2.

Hulp bieden op de plek waar het speelt De hulp wordt zo veel mogelijk gegeven op de plekken waar de jeugdige leeft: thuis, op school of in de opvang. Hier voelt het kind zich het veiligst en kunnen hulpverleners het beste samenwerken met de directe omgeving. Dit bevordert een integrale aanpak, waarbij jeugdhulp flexibel inspeelt op de specifieke behoeften van het gezin of de jongere.

Leefomgeving als verbindende schakel tussen jeugdhulp en passend onderwijs Naast thuis vormt school vaak de belangrijkste leefomgeving voor jeugdigen, waar zij zich ontwikkelen en sociale contacten opbouwen. Passend onderwijs en jeugdhulp moeten daarom goed op elkaar aansluiten en samenwerken binnen deze leefomgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16257529/1