Bijlage 1 - Jaarstukken gemeente Súdwest-Fryslân 2024
Tekst van het document
Op MijnOverheid € 0,60
Het versturen van een aanslag via MijnOverheid levert een besparing op van minimaal € 0,39 per aanslag. Ondernemersfonds Het fonds krijgt per 2024 een vast subsidiebedrag. Dit bedrag wordt in drie jaar verlaagd naar 1 miljoen euro (exclusief indexatie). In 2024 is het bedrag vastgesteld op € 1.192.000,-. Dit betekent dat de bijdrage aan het ondernemersfonds niet meer een percentage van de WOZ-waarde van de niet-woning is. De bijdrage aan het ondernemersfonds bedraagt in 2024 9% van de opgelegde OZB-aanslag. Dit is minder dan in voorgaande jaren. De opbrengst zal via een subsidie vanuit de algemene middelen worden overgedragen aan het ondernemersfonds. Overzicht belastingen en rechten Belastingen a. b. c. d. e. f.
Onroerendezaakbelasting (OZB) Forensenbelasting Parkeerbelasting Precariobelasting Toeristenbelasting Roerende Ruimtebelasting Totaal
1
Begroting 2024 € 27.184.2771 844.762 1.997.365 114.570 2.272.215 4.735 32.417.924
Rekening 2024 € 27.628.359 892.970 1.623.386 125.054 2.491.560 3.017 32.764.348
na begrotingswijziging
Onroerendezaakbelasting (OZB) Op de OZB hebben we een meeropbrengst van € 444.082,-. Dit heeft verschillende oorzaken: Bij OZB niet-woningen komt dit onder andere door het Windpark Fryslân (hogere waarde) en een laag toekenningspercentage van bezwaren. Bij de OZB-woningen komt het door andere waardering waarderingskamer. De OZB-tarieven worden elk jaar in oktober berekend aan de hand van de begrote opbrengst en de stand van zaken van de herwaardering van dat moment, de volledige herwaardering is begin januari afgerond. Bij de woningen wordt rekening gehouden met de bezwaarfase en bij de niet-woningen met de bezwaarfase, vrijstellingen en leegstand. Bij de Pagina 86 van 219
O24.003054
berekening van de tarieven voor 2024 is uitgegaan van een bepaalde totale waarde die nadien verhoogd is. Consequentie daarvan is dat zowel de tarieven als de waardes uiteindelijk hoger zijn dan verwacht. Met dit effect kunnen we echter niet rekening houden bij de begroting, want het effect kan ook in ons nadeel zijn als de waardes na de berekening van de tarieven bij de afronding van de herwaardering lager blijken te zijn. Parkeerbelasting De parkeeropbrengsten in 2024 zijn achtergebleven ten opzichte van de begroting. De lagere inkomsten zijn voornamelijk te wijten aan het feit dat het (systemisch) lastig was om naheffingen op te leggen. Dit heeft geleid tot het uitblijven van de verwachte inkomsten uit naheffingen, terwijl de betalingsbereidheid van parkeerders lager was dan verwacht. Dit werd versterkt door de beperkte pakkans, waardoor de opbrengsten lager uitvielen dan geraamd. Het probleem is inmiddels opgelost. Toeristenbelasting De toeristenbelasting voor belastingjaar 2024 wordt voor het grootste deel geheven in 2025. We moeten eerst het jaar afwachten voordat aangifte kan worden gedaan door de ondernemers. Om die reden is er een stelpost opgevoerd. Er is in 2024 een meeropbrengst van € 219.364, dit betreft het resultaat over belastingjaar 2023. De toeristenbelasting voor belastingjaar 2023 werd voor het grootste deel geheven in 2024.
Er waren in 2023 meer overnachtingen dan begroot. De opbrengst toeristenbelasting is afhankelijk van het aantal overnachtingen door toeristen en is niet beïnvloedbaar door ons. Bestemmingsheffingen a. Afvalstoffenheffing b. Rioolheffing Totaal
Begroting 2024 € 11.171.0301 9.435.523 20.606.553
Rekening 2024 € 11.177.224 9.506.219 20.683.443
1 na begrotingswijziging
Rioolheffing In verband met een toename van het aantal eigenarenaanslagen en aanslagen voor gebruikers van woningen is er een meeropbrengst van € 70.696. Rechten a. b. c. d. .e. .f.
Reinigingsrechten Leges Grafrechten Liggeld Marktgeld Sluisgelden Totaal
1
Begroting 2024 € 460.814 4.288.1011 625.000 1.001.265 53.469 85.673 6.514.322
Rekening 2024 € 460.169 4.754.412 645.410 1.066.300 32.113 85.457 7.043.861
na begrotingswijziging
Leges Op verordening niveau is er een meeropbrengst van € 466.311. Deze meeropbrengsten zitten vooral in de leges van burgerzaken, hoofdstuk 1. waarbij er een meeropbrengst is van € 483.146. Er zijn fors meer inkomsten ontvangen door met name een hogere uitgifte van reisdocumenten (paspoortpiek). Dit is een landelijke trend, voor de komende jaren is dat ook het geval, pas vanaf 2028 is er naar verwachting een daling van de reisdocumentenpiek.
Pagina 87 van 219
O24.003054
Lokale lastendruk Woonlasten ten opzichte van landelijk gemiddelde In de tabel zetten we de jaren 2023 en 2024 naast elkaar. Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde van het jaar ervoor a. b. c. d. e. f.
OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde Rioolheffingen voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde Afvalstoffenheffing voor een gezin Eventuele heffingskorting Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C+D) Woonlasten voor landelijk gemiddelde Percentage woonlasten ten opzichte van landelijk gemiddelde: (e/f) x 100%
2023 € 361 191 270 -
2024 € 381 205 287 -
822 960 86%
873 994 88%
Conclusie: de woonlasten in Súdwest-Fryslân liggen circa 12% onder het landelijke gemiddelde. Uitvoering Wet WOZ Jaarlijks waarderen we alle onroerende zaken in de gemeente. De Waarderingskamer (onafhankelijk toezichthouder op de Wet WOZ) heeft toestemming verleend om de WOZ-beschikkingen te versturen. De Waarderingskamer is van mening dat wij WOZ-taxaties leveren van goede kwaliteit en daarnaast op alle onderdelen van het WOZ-werkproces voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen. Waardeontwikkeling De WOZ-waarden van woningen en niet-woningen zijn wederom gestegen ten opzichte van vorig jaar. De WOZ-waarden van woningen zijn met een gemiddeld percentage van 4,4% gestegen. De WOZ-waarden van de niet-woningen zijn gestegen met 2,3%. In onderstaande tabel staat het stijgingspercentage van de WOZ-waarden van de woningen en nietwoningen in vergelijking met het landelijk gemiddelde. Tussen de waardepeildatum 1 januari 2022 en de waardepeildatum 1 januari 2023 is sprake van een landelijk gemiddelde stijging van de WOZ-woningwaarde met 2,8%. Voor de meeste woningen zal de verandering in WOZ-waarde afwijken van dit landelijk gemiddelde. Deels komt dit door regionale verschillen. Dit is goed zichtbaar in onderstaande tabel, bij alle Friese gemeenten is het stijgingspercentage van de woningen hoger dan het landelijk gemiddelde.
Het stijgingspercentage van de WOZ-waarden van de niet-woningen ligt daarentegen lager dan het landelijk gemiddelde. Marktstijgingspercentage Gemeente Landelijk Súdwest-Fryslân Heerenveen Smallingerland Leeuwarden De Fryske Marren
Woningen 2023 2,8% 4,4% 2,9% 3,9% 7,1% 5,5%
Niet-woningen 2023 3,2% 2,3% Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend
Bezwaarfase Afgelopen jaar zien we dat het aantal WOZ-bezwaren bijna is gehalveerd ten opzichte van 2023. Vermoedelijk is de minder extreme stijging van de WOZ-waarden de belangrijke factor geweest voor het lagere totaal aantal WOZ-bezwaren. In onderstaande tabel staat het percentage van de ingediende bezwaarschriften ten opzichte van het totaal aantal objecten in vergelijking met het gemiddelde van Nederland. Een vergelijking met andere gemeenten in Fryslân is niet mogelijk, omdat deze data nog niet openbaar is. Te zien is dat het totaal aantal bezwaren in onze gemeente ten opzichte van een jaar eerder fors is afgenomen. Landelijk is dezelfde trend waarneembaar.
Pagina 88 van 219
O24.003054
Gemeente Landelijk Súdwest-Fryslân
Bezwaren woningen 2022 2023 3,2% 6,9% 3,6% 6,1%
Bezwaren niet-woningen 2022 2023 2024 5,5% 5,9% 3,8% 4,1% 4,5% 2,5%
2024 3,9% 3,2%
Het aantal bezwaren is weliswaar afgenomen ten opzichte van een jaar eerder, landelijk ligt het percentage ontvangen bezwaren alsnog hoger dan in 2022. Van een verlichting van de werkdruk is ook in Súdwest-Fryslân echter geen sprake. Ook omdat, als gevolg van het hoge aantal bezwaarschriften uit 2023, er een grote toename is van het aantal WOZ-beroepsprocedures. Er zijn 111 beroepen ontvangen in 2023 ten opzichte van 43 in 2022. Hiervan moeten nog 75 worden afgehandeld. Het percentage van alle objecten in Súdwest-Fryslân die na uitspraak op bezwaar een andere waarde heeft gekregen bedraagt 0,55%. Kwijtscheldingsbeleid Het kwijtscheldingsbeleid is vastgelegd in landelijke regelgeving. De gemeente kan op meerdere onderdelen vrij besluiten: • wel/niet kwijtschelding voor een bepaalde belastingsoort verlenen • het te hanteren percentage van de bijstandsnorm • de verruimde norm voor pensioengerechtigden hanteren • wel/niet rekening houden met de netto kosten van de kinderopvang • wel/niet zelfstandigen kwijtschelding laten aanvragen • wel/niet totale bedrag aan financiële middelen verhogen met een maximum verhoging van € 2.000 voor echtparen, € 1.800 voor alleenstaande ouder en € 1.500 voor alleenstaande. Súdwest-Fryslân hanteert de zogenoemde 100% norm (de meest gunstige norm voor aanvragers) en de verruimde norm voor pensioengerechtigden. Ook houden we rekening met kinderopvang.
Verder kunnen zelfstandige ondernemers kwijtschelding aanvragen voor het privégedeelte van de aanslag. In de kwijtschelding betrekken we de afvalstoffenheffing, rioolheffingen en (on)roerende-zaakbelastingen. Op dit moment zijn alle tot nu toe binnengekomen aanvragen afgehandeld. Voor de zelfstandigen moeten we nog een aantal behandelen (het wachten is op de jaarcijfers van deze zelfstandigen). In boekjaar 2024 is er in totaal voor een bedrag van € 589.496 kwijtgescholden. Dit is meer dan in 2023. Door de implementatie van het nieuwe belastingsysteem in 2023 zijn de aanslagen, voor belastingplichten die in de loop van het jaar zijn ontstaan, eind december 2023 opgelegd. Dit is later dan voorgaande jaren. Hierdoor zijn er in 2024 meer verzoeken om kwijtschelding ontvangen. Kwijtscheldingen
Automatische kwijtschelding Volledige kwijtschelding Gedeeltelijke kwijtschelding Geen kwijtschelding Totaal
Aantal 2023
2024
Percentage 2023 2024 % %
1.186 596 50 311 2.143
1.100 784 25 381 2.290
55 28 2 15 100
48 34 1 17 100
Bedrag 2023 € 368.652 168.334 7.626 544.612
2024 € 350.882 234.833 3.781 589.496
NB Burgers met een eigen woning krijgen nooit automatische kwijtschelding. De gemeente kent een proactief kwijtscheldingsbeleid en benadert zo veel mogelijk belastingplichtigen die eventueel recht hebben op kwijtschelding. Het Inlichtingenbureau toetst burgers die in jaar x kwijtschelding hebben gekregen op: inkomen, saldi van bankrekeningen en kentekens van voertuigen. Uit de terugkoppeling kunnen we de burgers bij geen belemmering voor de drie criteria voor jaar x+1 automatische kwijtschelding verlenen. De uitvallers op één of meer criteria krijgen hiervan bericht met een setje aanvraagformulieren. Door het verlenen van automatische kwijtschelding wordt de administratieve lastendruk van de inwoners verlaagd.
Pagina 89 van 219
O24.003054
2.3.2.
Paragraaf 2: Weerstandsvermogen/risicobeheersing
1. Algemeen We gaan hier in op de beheersing van risico’s. Als onderdeel hiervan berekenen we het weerstandsvermogen. Ook nemen we enkele kengetallen op. Voor het afdekken van risico’s kijken we vooral naar de mogelijkheden die de reserves en voorzieningen bieden: • Reserves In beginsel dienen de algemene reserve en bestemmingsreserves ter dekking van niet of lastig in te schatten risico’s. Bestemmingsreserves zijn door de raad gecreëerd ter dekking van specifiek benoemde doeleinden. Soms zijn hier al verplichtingen aangegaan. In sommige gevallen kan een bestemmingsreserve, na een raadsbesluit, toch een ander karakter krijgen, zodat het afdekken van risico’s mogelijk wordt. De algemene reserve is vrij besteedbaar. • Voorzieningen Voor risico’s van te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten treffen we voorzieningen. Deze voorzieningen vormen een onderdeel van het vreemd vermogen en zijn daarom niet vrij inzetbaar. Het is onmogelijk om elk risico waaraan de gemeente wordt blootgesteld af te dekken, maar ook niet ieder risico zal zich tegelijkertijd voordoen. Hier gaan we bij de berekening van het weerstandsvermogen verder op in. De gemeente heeft zich tegen aansprakelijkheidsrisico’s verzekerd en daarnaast nog diverse andere verzekeringen afgesloten ter dekking van kwantificeerbare risico’s en/of schades. 2.
Weerstandsvermogen Uitgangspunten Voor het analyseren van risico’s is de berekening van het weerstandsvermogen van belang. In de nota weerstandsvermogen en risicomanagement zijn beleidsuitgangspunten opgenomen (gemeenteraad, 20 september 2012). Berekening weerstandsvermogen Op basis van een risico-inventarisatie brengen we de risico’s in beeld. Via een risico-simulatie berekenen we de benodigde weerstandscapaciteit en vergelijken dit met de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van een te berekenen ratio weerstandsvermogen beoordelen we of een aanpassing van het huidige niveau weerstandsvermogen nodig is. Het niveau weerstandsvermogen bepaalt de hoogte van de algemene reserve die vrij beschikbaar moet zijn voor het opvangen van risico’s. Risico-inventarisatie Om de risico's van Súdwest-Fryslân in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van het softwareprogramma NARIS® (Nederlands Adviesbureau Risicomanagement Informatie Systeem). Hiermee brengen we risico's systematisch in kaart en komen tot een beoordeling. De inventarisatie bevat 40 risico's. In tabel 1 presenteren we (volgens afspraak) de 10 risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de weerstandscapaciteit.
Pagina 90 van 219
O24.003054
Tabel 1: Belangrijkste financiële risico's Nr. Risico
Gevolgen
Maatregelen
Kans
1. Openbare ruimte Grotere kans op Goed monitoren van beschikbare 50% Prijsindexatie onderhoud achterstallig onderhoud. budgetten, onderhoud faseren in kapitaalgoederen. Door achterstallig tijd. onderhoud meer klachten van inwoners. 2. Grondexploitaties Resultaat van de Monitoring van de markt om tijdig in 50% Bedrijventerreinen grondexploitatie te kunnen grijpen. Streven naar een marktrisico's: verslechtert waardoor de stabiel grondprijsbeleid. Kostenstijging 0-1%, verliesvoorziening hoger Uitgiftevertraging 1-4 wordt en minder winst jaar, Rentestijging 0,5-1%. genomen kan worden. Project specifieke risico's. 3. Algemene uitkering Gemeenten doen een groter Aan de hand van de meest recente 50% Plafond BTWberoep op het BCF. Hierdoor gegevens maken we een inschatting compensatiefonds (BCF). valt de voorschot regeling voor de nieuwe begroting. Indien BCF lager uit. nodig passen we de oude inschatting aan. 4. Financiële ravijnjaar Er is geen sprake van een De financiële situatie leidt er toe dat 10% Opbrengst Kansrijke financieel gezonde we zorgvuldig moeten afwegen hoe Sporen wordt niet gehaald meerjarenbegroting. we met de ambities, wensen en verschillende opgaven in programma’s en projecten de komende tijd verder gaan. We adviseren hierbij ontwikkelkracht met realiteit. 5.
Grondexploitaties Resultaat van de Monitoring van de markt om tijdig in 50% Woningbouw marktrisico's: grondexploitatie te kunnen grijpen. Streven naar een Kostenstijging 0-1%, verslechtert waardoor de stabiel grondprijsbeleid. Uitgiftevertraging 1-4 verliesvoorziening hoger jaar, Rentestijging 0,5-1%. wordt en minder winst Project specifieke risico's. genomen kan worden. 6. Culturele instellingen Dorpshuizen doen een Er zijn voorwaarden gesteld over 10% Dorpshuizen krijgen te beroep op calamiteitenfonds wanneer een beroep op dit fonds kan maken met een van de gemeente. worden gedaan. calamiteit. 7. Energietransitie Er wordt een beroep gedaan Externe beoordeling business case. 5% Garantstelling Warm Heeg op garantstelling. 8. Sociaal domein Hogere zorgvraag betekent Door in te zetten op de eigen kracht 25% Hogere zorgvraag door hogere kosten. Nieuwe van burgers wordt geprobeerd de vergrijzing en toenemende regelgeving kan leiden tot tendens te keren. Gebiedsteams complexiteit in de jeugd hogere lasten. werken nauw samen met huisartsen, casuïstiek. jeugdartsen en zorginstellingen. Monitoring en analyse vindt plaats op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Het Rijk heeft extra middelen beschikbaar gesteld. Inzet van beheersmaatregelen. 9. Sociaal domein Betaalde voorschot wordt Strakke monitoring, regelmatig 90% Terugbetaling voorschot niet terug ontvangen. overleg.
jeugdaanbieders onzeker. 10. Openbare ruimte Vervangingsopgave i.c.m. Op basis van beheerplan 25% Falen brug of kade. beschikbaar budget. achterstanden in 10-15 jaar (vanaf 2021) inhalen. Periodieke monitoring en evaluatie
Maximaal Invloed Financieel gevolg € 4.200.000 19,17%
€ 3.300.000 19,10%
€ 2.600.000 11,84%
€ 10.000.000 9,25%
€ 1.100.000 6,40%
€ 6.100.000 5,58%
€ 14.000.000 4,89% € 2.000.000 4,54%
€ 350.000 3,84%
€ 1.000.000 3,05%
Totaal (10 grootste risico's) € 44.650.000
Totaal 10 grootste risico's Totaal overige 30 risico’s Totaal
€ €
44.650.000 9.040.000
€
€ 53.690.000
Overzicht totaalbedrag risico’s 2020-2024 Overzicht bedragen Jaarverslag Totaalbedrag risico’s
Pagina 91 van 219
2020 € 36.232.000
2021 € 30.302.000
O24.003054
2022 € € 26.960.000
2023 € 47.320.000
2024 € 53.690.000
Risico-simulatie en benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico’s voeren we een risicosimulatie uit. De risicosimulatie passen we toe omdat het reserveren van het maximale bedrag van ruim € 53 miljoen ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de grafiek (tabel 2) volgt dat 90% zeker is dat we alle risico's kunnen afdekken met een bedrag van € 9,7 miljoen. Tabel 2: Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50%
Bedrag x miljoen € 1,3 1,9 2,4 2,8 3,2 3,6 3,9 4,2 4,6 4,9
Percentage 55% 60% 65% 70% 75% 80% 85% 90% 95%
Bedrag x miljoen € 5,3 5,7 6,1 6,6 7,1 7,8 8,5 9,7 11,7
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat vrij beschikbaar is om de financiële risico’s af te dekken. Het gaat hier per 1 januari 2025 om € 20,1 miljoen (zie 3.4 Toelichting op balans, B1 Vaste passiva, Verloopoverzicht reserves, nummer 108 Algemene reserve SWF). Ratio weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 20,1 miljoen € 9,7 miljoen
= 2,1
De ratio van onze gemeente valt in klasse A. Dat is de hoogste klasse. Tabel 3: Weerstandsnorm Waarderingscijfer Ratio Betekenis A >2.0 uitstekend B 1.4-2.0 ruim voldoende C 1.0-1.4 voldoende D 0.8-1.0 matig E 0.6-0.8 onvoldoende F <0.6 ruim onvoldoende De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.
Vastgesteld en minimaal gewenst weerstandsvermogen • Het niveau weerstandsvermogen is het meest recent vastgesteld op € 9,3 miljoen in de raadsvergadering van 14 november 2024. Het vastgestelde niveau is lager dan de benodigde weerstandscapaciteit (€ 9,7 miljoen). Bij de Programmabegroting 2026 beoordelen we of het vastgestelde niveau weerstandscapaciteit moet worden aangepast. • We voldoen aan de beleidsregel dat de ratio weerstandsvermogen tenminste 1,0 moet zijn.
Pagina 92 van 219
O24.003054
3. Kengetallen risicobeheersing Het is sinds 2016 verplicht om enkele kengetallen/overzichten op te nemen in deze paragraaf. Het is een wettelijke verplichting op basis van het (vernieuwde) BBV. Voor de uitwerking van de kengetallen geldt een vast format. Hierdoor berekent iedere gemeente de kengetallen op dezelfde wijze en zijn de uitkomsten te vergelijken. We lichten de kengetallen puntsgewijs toe: Verplichte kengetallen a1. a2. b. c. d. e.
Netto Schuldquote Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Rekening 2023 46,55%
Begroting 2024 69,40%
Rekening 2024 46,07%
39,98% 22,84% 3,15% -0,78% 85,63%
62,52% 15,99% 1,40% 0,53% 85,63%
40,40% 22,25% 5,82% 1,04% 87,83%
a. Netto schuldquote (a1) en; Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (a2) Het kengetal netto schuldquote(a1), ook wel bekend als de netto schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. De correctie (a2) geeft een nog zuiverder beeld van de schuldquote als je die wilt vergelijken met andere gemeenten. In een grafiek ziet het verloop van de netto schuldquote er als volgt uit: 150% 130% 110%
netto schuldquote
90%
netto schuldpositie na aftrek verstrekte leningen
70%
ongezonde balanspositie aandacht geboden
50% 30% 2019
2020
2021
De definitie van de netto schuldquote is:
2022
2023
netto schuldenlast baten exploitatie
2024
=
€ 177 miljoen € 384 miljoen
= 46%
Onze totale schuldenlast is in absolute zin in 2024 gestegen van € 169 miljoen naar € 177 miljoen. De totale baten zijn gestegen van € 362 miljoen naar € 384 miljoen. De netto schuldquote is gelijk gebleven omdat zowel de netto schuldenlast als de totale baten zijn gestegen. Hierdoor is de verhouding tussen schulden en baten nauwelijks veranderd. Boven de 130% is er sprake van een ongezonde schuldpositie. Onze schuldquote bedraagt 46% en is daarmee ruim voldoende.
Pagina 93 van 219
O24.003054
b. Solvabiliteitsratio Deze ratio zegt iets over de mate waarin we aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene reserve + bestemmingsreserve) als percentage van het balanstotaal. Het aandeel van het eigen vermogen op het balanstotaal is iets gezakt. c. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie is de totale boekwaarde van alle grondcomplexen gedeeld door de totale jaarlijkse baten van de gemeente. Dit geeft een percentage. Hoe hoger het percentage, hoe groter het risico van de grondexploitatie. Ten opzichte van het jaar 2023 is het kengetal gestegen. Dit houdt in dat er een groter risico is dan in 2023. Er is (nog) geen norm vastgesteld voor gemeenten. Dit kengetal dient vooralsnog vooral als vergelijkingscijfer met andere gemeenten. d. Structurele exploitatieruimte Een begroting met hogere structurele baten dan structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. We bepalen de structurele exploitatieruimte door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Dit geeft een percentage. Het kengetal structurele exploitatieruimte is positief. Een structureel negatief kengetal is niet gewenst.
Het zou betekenen dat we de structurele lasten jaarlijks moeten dichten met incidentele meevallers of onttrekkingen uit reserves. e. Belastingcapaciteit Het kengetal geeft inzicht in de mate waarin we financiële tegenvallers kunnen opvangen. We berekenen de belastingcapaciteit door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het jaar ervoor. Dit geeft een percentage. Een percentage onder de 100% geeft aan dat je onder het landelijk gemiddelde zit. Dit is bij ons het geval. Conclusie De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden. Volgens de huidige, algemeen aanvaarde normen, is er in meerjarenperspectief sprake van een gezonde positie.
Pagina 94 van 219
O24.003054
2.3.3.
Paragraaf 3: Onderhoud kapitaalgoederen
Inleiding In deze paragraaf doen we verslag van het beleidsproces, financiële beleidskader en de verrichtingen op de diverse onderdelen rond het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen in 2024. Beleidsproces en beleidskader De door de gemeenteraad vastgestelde ‘Nota Openbare Ruimte 2020-2025’ is leidend en geldt als overkoepelend strategisch beleid voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen. In deze nota is gekozen voor scenario 2: verbeteren kwaliteit leefomgeving. Dit scenario gaat uit van het inhalen van achterstallig onderhoud in 10-15 jaar en het toekomstbestendig inregelen van de kapitaalgoederen. Vanuit de nota zijn vervolgens meerdere beheerplannen opgesteld en vastgesteld. De beheerplannen vertalen de strategie van de nota naar de uitvoering buiten (strategisch > tactisch > operationeel). Het beheerplan Begraafplaatsen is in 2024 vastgesteld door de gemeenteraad. De overige beheerplannen zijn van enkele jaren daarvoor. Financieel beleidskader en ontwikkelingen Jaarlijks is er een budget voor beheer en onderhoud beschikbaar. In 2024 was dat ruim € 33 miljoen (inclusief riolering en deels personele inzet). Daarnaast is er jaarlijks € 4 miljoen beschikbaar voor investeringswerken, waarop afgeschreven wordt. Dit is bedoeld voor grote vervangingen en renovaties binnen de onderdelen wegen- en waterbouw.
Hiermee is in 2024 een deel van de grote vervangingsopgave gerealiseerd. In 2024 zijn vele werkzaamheden van groot tot klein uitgevoerd. Het meeste volgens planning, maar er zijn ook urgente werken toegevoegd, waardoor andere werken werden uitgesteld. Verderop in deze paragraaf geven we per onderdeel aan wat er zoal is uitgevoerd. Allereerst geven we reflectie op de belangrijkste ontwikkelingen. Prijsstijgingen De prijsstijgingen in de grond, weg- en waterbouw (GWW) hebben de afgelopen jaren invloed gehad op de bestedingen van de verschillende budgetten. De afgelopen jaren is er geïndexeerd volgens de Rijksbijdrage (2,5 tot 3%), maar de werkelijke indexatie was circa 4 tot 7% per jaar. Dit is een van de redenen dat budgetten onder druk kwamen te staan en werkzaamheden uitgesteld werden. Areaaluitbreiding Jaarlijks neemt de hoeveelheid kapitaalgoederen in de openbare ruimte toe. Dit komt voort uit woningbouwplannen, nieuwe bedrijventerreinen en lokale initiatieven, zoals extra steigers, paden, bankjes en groen. Dit leidt tot extra onderhoudskosten. Voor 2024 was hiervoor structureel € 140.000,- extra beschikbaar gesteld, wat verdeeld is over de verschillende onderdelen. Hiermee bleven we in de pas. Het bedrag is gekoppeld aan de werkelijke toename van de OZB.
Integraal werken Tijdens het opstellen van de (meerjaren)planningen wordt gekeken naar andere ontwikkelingen in een bepaald gebied. Op de integrale kaart in het beheersysteem zijn de combinaties van onderhoud, opgaves en andere wensen in beeld gebracht (intern en extern). Op die manier proberen we werk met werk te maken, zetten we de middelen zo efficiënt mogelijk in en proberen we de overlast voor onze inwoners zoveel mogelijk te beperken. Circulaire opslaglocaties Tijdens het aanpassen van de milieustraat in Sneek is ook de bestaande circulaire opslaglocatie aan de Wetterskipsdyk in Sneek geoptimaliseerd. Hierdoor kan meer grond en materialen, waaronder stenen, palen en damwandplanken, tijdelijk worden opgeslagen. Deze grond en materialen komen vrij bij verschillende werkzaamheden en kunnen op een later moment opnieuw worden toegepast in de openbare ruimte. De locatie aan de Wetterskipsdyk biedt ruimte voor zo’n 1,5 hectare. Vrijwel dagelijks vinden er transporten plaats.
Pagina 95 van 219
O24.003054
Investeringsmiddelen In 2024 is een investeringskrediet van € 4 miljoen beschikbaar gesteld voor het vervangen van diverse kapitaalgoederen binnen de wegen- en waterbouw. Met deze middelen is in 2024 een start gemaakt met het vervangen van diverse wegen, kades en steigers, verspreid over de gemeente. De werkzaamheden worden in 2025 verder uitgevoerd en afgerond. Van de eerdere investeringskredieten is de status per kwartaal weergegeven in de bestuursrapportages.
Nieuwe elementenweg Dorpsstraat Exmorra.
Voorbereiding kade Kleine Dijlakker Bolsward.
Bestemmingsreserve kapitaalgoederen Van de bestemmingsreserve kapitaalgoederen is in 2024 geen gebruik gemaakt en deze is aangevuld met € 35.000,-. Met deze bestemmingsreserve kunnen onderhoudspieken worden opgevangen. Onderhoudsvoorziening Wegen en Water De onderhoudsvoorziening voor de onderdelen wegen en water is in 2022 van kracht, zodat overgebleven onderhoudsbudget hierin kan worden gestort. Op deze manier ontstaat er meer financiële flexibiliteit, zoals beheer en onderhoud ook flexibel is. Echter is gebleken dat deze voorziening niet voldoet aan de eisen zoals gesteld in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Er wordt gewerkt aan een oplossing zodat het raadsbesluit alsnog conform de regels van het BBV kan worden uitgevoerd. Bestemmingsreserve gebouwen Bij het onderdeel gebouwen geldt dat als er onderhoudsbudget overblijft, dat dit bedrag wordt overgeheveld naar de bestemmingsreserve gebouwen. De reserve is bedoeld voor groot onderhoud aan gebouwen (niet-zijnde nieuwbouw), als het reguliere onderhoudsbudget ontoereikend is. De toevoeging uit de bestemmingsreserve aan onderhoudsgeld per einde van 2024 is nagenoeg nihil. De omvang van de bestemmingsreserve gebouwen is daardoor € 1.571.717,-.
Risico’s als onderdeel weerstandsvermogen Het risicoregister Assetmanagement is de input voor de NARIS©-inventarisatie (zie Paragraaf 2 “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”). Het risico gerelateerd aan kapitaalgoederen is verdisconteerd in de beschikbare weerstandscapaciteit. Net zoals in de rest van Nederland hebben veel bruggen en kades in stedelijk gebied het einde van hun technische of functionele levensduur bereikt. De risico’s bij deze objecten nemen toe, al hebben we ze goed in beeld door regelmatig te inspecteren. Zo werd de kade nabij de sluis in Makkum na een grondige inspectie direct aangepakt, vanwege de zeer slechte staat en het risico voor de scheepvaart, de waterkering en de achterliggende weg/trottoir. Fase 1 is in 2024 gerealiseerd; fase 2 volgt in 2025. Weersomstandigheden In 2024 hebben we te maken gehad met een groeizaam jaar. Dit had vooral invloed op ons openbaar groen en onkruid op verhardingen. Van maart tot november moest er groenonderhoud worden gepleegd, langer dan voorgaande jaren. Dit heeft invloed gehad op de beeldkwaliteit in onze openbare ruimte. Door de stormen in combinatie met een hoog IJsselmeerpeil in december 2023 was er bijvoorbeeld ook extra onderhoud nodig aan stranden en oevers. Om de gevolgen van klimaatveranderingen tegen te gaan, zijn bij vele werkzaamheden in de openbare ruimte klimaat adaptieve maatregelen toegepast.
Het vergroenen en ontkoppelen van Pagina 96 van 219
O24.003054
regenwater is hierin een belangrijk onderdeel. Een praktisch voorbeeld hiervan is de aanpak van wateroverlast in Woudsend. Samenvattend Vanuit de ‘Nota Openbare Ruimte 2020-2025’ en de daaruit voortvloeiende beheerplannen is de weg ingeslagen om achterstallig onderhoud aan te pakken en de budgetten toekomstbestendig in te regelen. Met het investeringsgeld, aanvullend onderhoudsbudget (vanuit indexatie en areaalgroei) en het instellen van een onderhoudsvoorziening is de afgelopen jaren een mooie slag gemaakt. In 2024 is ook weer het nodige werk uitgevoerd, zoals hieronder per onderdeel is beschreven. Echter nog onvoldoende om de achterstanden daadwerkelijk in te lopen. De tijd heeft ons ingehaald. Vooral door enorme prijsstijgingen en andere ontwikkelingen die hierboven zijn beschreven. Onderdelen De kapitaalgoederen zijn opgedeeld in acht onderdelen. We geven hieronder per onderdeel een terugblik over 2024. Wegen (programma 2, hoofdtaakveld Mobiliteit) Onderdeel wegenonderhoud De werkwijze bij het beheer van de openbare ruimte is gebaseerd op assetmanagement: het vergroten van de maatschappelijke waarde van assets (kapitaalgoederen) door optimaal beheer te realiseren op basis van afgewogen kosten, prestaties en risico’s. Integrale kaart Het beleidsuitgangspunt is om werk met werk te maken, zodat we onze middelen zo slim mogelijk inzetten.
Met name de integrale kaart is een belangrijk hulpmiddel om zoveel mogelijk werkzaamheden te combineren en ook om zo de overlast en hinder van werkzaamheden voor inwoners te voorkomen. Weginspecties In 2023 zijn de tweejaarlijkse globale, visuele weginspecties uitgevoerd. In onderstaande grafiek is het verloop van de kwaliteit van de wegen weergegeven over de afgelopen 11 jaar:
Te zien valt dat het algehele ‘rapportcijfer’ stabiel is gebleven op een 5,2 wat overeenkomt met een lage kwaliteit (vanaf een 5,5 is er pas sprake van een basis kwaliteit). Er is dus geen sprake (meer) van inlopen van achterstanden, wat wel een uitgangspunt was in de Nota Openbare Ruimte 2020-2025. De resultaten van de weginspecties zijn in 2024 via CROW-methodes omgeslagen naar onderhoudsmaatregelen en een concept-meerjarenplan met daarbij een weergave van benodigde budgetten. Dit geheel is opgenomen in een in 2024 opgeleverd rapport “Meerjarenplan Wegen”. Onkruid op elementenverhardingen De aanpak van onkruid op elementenverhardingen valt onder wegen, maar de uitvoering wordt gedaan door de vakgroep Schone Ruimte (team Schoon). De groei van onkruid heeft effect op de kwaliteit van de leefomgeving. Sinds 2018 is er naast de reguliere inzet van eigen borstelwagens ook ingezet op thermische bestrijding van onkruid. Dit gebeurt door externe partijen, waarbij heet water wordt gebruikt. Door extra inzet is de beeldkwaliteit verbeterd. De hoeveelheid onkruid is erg afhankelijk van de weersomstandigheden.
Pagina 97 van 219
O24.003054
In 2024 is een aanbesteding geweest voor de diensten van externe partijen. Het prijspeil van de aanbiedingen was dermate hoog en boven het beschikbare budget, dat het werk niet gegund kon worden. In vervolg daarop is onderhandeld met bestaande externe partijen en in combinatie met een eenmalig extra toegekend budget plus extra inzet van eigen mensen en materieel, is met deze partijen de onkruidbestrijding uitgevoerd. Ondanks deze inzet is het vastgestelde kwaliteitsniveau niet behaald. Onderschrijding wegenonderhoud Binnen het onderdeel wegenonderhoud is een onderschrijding ontstaan. Hierover is eerder gerapporteerd via de bestuursrapportages. De onderschrijding is ontstaan bij het grootschalige asfaltonderhoud dat in 2024 amper is uitgevoerd. Toen is afgesproken om de tijd te nemen voor een goed contract en de voor 2024 uitgestelde onderhoudsmaatregelen uit te laten voeren in een nieuw contract Grootschalig Asfaltonderhoud 2024: niet rennen, maar plannen. Het deel van het onderhoudsbudget dat niet is uitgeven, wordt gedoteerd aan de Onderhoudsvoorziening Wegen, zodat daar in 2025 weer een beroep op gedaan kan worden. Werken wegenonderhoud 2024 Veel werken zijn volgens planning verlopen en voorbereid en/of uitgevoerd. Hieronder een greep uit de werkzaamheden van 2024: • Investeringswerken (onderdeel € 4 miljoen): o weg Arum doorgaande weg: in voorbereiding, uitgesteld t.g.v.
werkzaamheden nutsbedrijven; o weg Tinga Sneek: in voorbereiding; o Julianstraat IJlst: in voorbereiding; o Exmorra Dorpsstraat: in voorbereiding; o wegen Wons: afgerond; o weg Dijksterbuursterlaan Kimswerd: afgerond; • Asfaltverhardingen op onder andere de volgende locaties: o Slotsdyk te Raerd; o Trophorneweg nabij Elahuizen (samen met gemeente De Fryske Marren); o Gijsbert Japiksweg, Van Aylawei en Kamperwei te Witmarsum; • Cementbeton verhardingen op onder andere de volgende locaties: o Filenserwei bij Schettens; o Stationswei bij Koudum; • Elementenverhardingen (bestrating) op onder andere de volgende locaties: o Stasjionsleane en ’t Reijdlân te Oudega; o Het Perk, Pinksterbloem en Klein Kerkstraat te Sneek; o De Poel en Prof. T. Brandsmastrjitte te Woudsend; • Overige werkzaamheden door de hele gemeente heen: o klein onderhoud elementen (waaronder bestrijden boomwortelopdruk); o klein onderhoud asfaltverhardingen; o opfrissen markeringen en belijningen; o conserveren asfaltverhardingen; o aanbrengen bermverhardingen; o onderhoud halfverhardingen (onder andere aanbrengen KoTrec2 toplagen); o onderhoud aan en rondom straatpotten van brandkranen.
Onderdeel straatmeubilair, bebording en bewegwijzering Reguliere kerntaken De reguliere kerntaken bestaan vooral uit verzorgend onderhoud, technisch onderhoud en vervangen van kapot straatmeubilair (prullenbakken, bankjes, afzetpaaltjes) en verkeersborden. Dit wordt grotendeels door onze eigen dienst uitgevoerd. Deze collega’s worden ook beurtelings ingezet bij storingsdienst buiten de reguliere werktijden (piket).
2
KoTrec is een gesloten verharding met hoge sterkte ontwikkeld voor intensief gebruikte fietspaden, toegangswegen en parkeerplaatsen.
Pagina 98 van 219
O24.003054
Ondersteuning evenementen De collega’s van straatmeubilair worden tevens ingezet voor ondersteunende activiteiten bij evenementen. Te denken valt aan het transport en beschikbaar stellen van gemeentelijke dranghekken en diverse bijkomende werkzaamheden. NBd bewegwijzering Naar aanleiding van eerdere inventarisatie van bestaande NBd-bewegwijzeringen (voormalige ANWB-bewegwijzeringen), is in 2024 de in 2023 opgestarte grote opdracht voor het onderhouden en realiseren van vervangingen verder uitgevoerd, opgeleverd en afgerekend. Verder is in 2024 een fysieke schouwronde uitgevoerd naar de technische staat van onderhoud van de NBdbewegwijzeringen. Dit opgeleverde schouwrapport wordt in 2025 vertaald naar een uitvoeringsprogramma. Circulariteit In 2021 t/m 2023 zijn er bij wijze van een pilot bio composiet verkeersborden aangeschaft en aangebracht (Nabasco). Dit zijn verkeersborden, die gemaakt zijn van een combinatie van riet, kalk en biohars. In 2024 is begonnen met een evaluatie naar de mate van circulariteit, duurzaamheid en de Total Costs of Ownership (TCO) van diverse soorten verkeersborden en straatmeubilair; deze evaluatie wordt in 2025 opgeleverd. Onderdeel kabels en leidingen Formatie vakgroep en dekking kosten De vakgroep kabels en leidingen verleent vergunningen en instemmingsbesluiten voor werkzaamheden van telecom- en nutsbedrijven.
Tevens houdt deze vakgroep toezicht op de uitvoering van werkzaamheden van telecom- en nutsbedrijven. Voor de vergunningen en instemmingsbesluiten worden leges geheven. Voor het toezicht krijgt de gemeente deels een vergoeding vanuit de leges en deels vanuit degeneratiekosten (toekomstige straatwerkkosten). De gemeente verzorgt ook het toezicht op glasvezelprojecten en netwerkverzwaringen (NuLelie). De vergoedingen uit leges en degeneratiekosten blijken echter onvoldoende om deze kosten te dekken. In 2024 zou bekeken worden hoe de kosten voor formatie en dekking beter in balans gebracht kunnen worden, dit wordt in 2025 afgerond. Strategisch programmeren Sinds enkele jaren werken gemeente en nutsbedrijven met een projectenmodule om inzage te krijgen in elkaars werken en projecten, zodat werkzaamheden beter op elkaar afgestemd kunnen worden, al behoeft dit nog wel steeds verbetering. Deze projectenmodule voorziet over het algemeen redelijk concrete projecten voor korte en iets langere termijn (1-5 jaar). Daarnaast is er, mede vanwege netcongestie, behoefte aan een meer overzicht van elkaars opgaven voor een langere termijn, waarbij ook opgaven zijn die nog minder concreet zijn. In 2024 is met behulp van een externe partij een eerste aanzet gemaakt om te kijken, of en hoe de gemeente met externe partijen ook strategisch integraal plannen en programmeren kan ontwikkelen.
Glasvezelprojecten In navolging van 2022 en 2023 zijn er ook in 2024 op grote schaal glasvezelkabels aangelegd ten behoeve van onder andere snel internet, vooral door Delta Fiber in Sneek. Door de vele inzet op het gebied van vergunningen en toezicht zorgde dat voor extra kosten. Uitbreiding elektriciteitsnet Netbeheerder Liander gaat de komende jaren het elektriciteitsnet uitbreiden, dit staat bekend onder de projectnaam NuLelie. In 2024 is het middenspanningsnet Sneek – Tirns uitgevoerd. In Sneek zelf is NuLelie in de loop van het jaar begonnen met een middenspanningsnet, maar dit is eind 2024 door Liander stilgelegd. Het definitief maken van de leidingtracés bij de vergunningverlening levert de nodige discussies op en conflicteert met enige regelmaat met de belangen van gemeentelijks assets van wegen, water en groen. Dit leidt vervolgens ook tot vertraging in het vergunningsverleningsproces en daarmee kan zelfs netcongestie (“filevorming” op elektriciteitsnetwerk) zich gaan voordoen of verergeren.
Pagina 99 van 219
O24.003054
E-coördinatie In 2024 zijn weer elektronische objecten in de openbare ruimte geplaatst, zoals transformatorhuisjes en laadpalen. Het is hierbij van belang om integraal te beoordelen waar dergelijke objecten worden geplaatst. De E-coördinator van de gemeente draagt zorg voor integrale afstemming binnen de operationele plaatsingsprocessen. Warmtenetten De eerste voorbereidingen op de aanleg van warmtenet Heeg zijn in 2023 begonnen en dit is voortgezet in 2024. De vakgroep Kabels & Leidingen vervult hierbij een adviserende rol over bijvoorbeeld vergunningen, leges, degeneratiekosten en nadeelcompensatie regelingen. Openbare verlichting (programma 2, hoofdtaakveld Mobiliteit) De gemeente is verantwoordelijk voor de kerntaken van beheer en onderhoud van de openbare verlichting. Wij dragen zorg voor storingscommunicatie met de aannemer, stellen deelopdrachten aan de aannemer op en zijn zelf inhoudelijk verantwoordelijk voor voorbereiding, toezicht, financiële afrekening en controle op juistheid en volledigheid van data mutaties van deelopdrachten. De Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. (OVEF) ondersteunt de gemeente door het verzorgen van het contractbeheer met de aannemer, het verwerken van data mutaties, het berekenen van het energie verbruik en is procesmatig aanspreekpunt voor de netbeheerder.
De gecontracteerde aannemer lost storingen en schades op, draagt zorg voor schadeverhaal en voert een groot deel van de vervangingen en (deel)projecten uit, bijvoorbeeld nieuwe aanleg. De vervangingsopgave is een doorlopend proces en wordt conform een vervangingsprogramma uitgevoerd. Daarbij wordt tegenwoordig overgeschakeld op energiezuiniger ledverlichting, is er aandacht voor het voorkomen van lichthinder, het creëren van een zo gelijkmatige lichtverdeling, maar wordt ook gekeken of lichtmasten achterwege kunnen blijven. Onderhoudsbestek Het huidige onderhoudscontract van de OVEF heeft een looptijd tot en met maart 2025. Daarom is in 2024 er een Europese aanbesteding doorlopen, wat heeft geresulteerd dat wij ook na die datum beschikken over een aannemer, die voor de gemeente het onderhoud uit voert en vervangingen realiseert. Vervangingsinvesteringen In 2023 is een opdracht verstrekt om 3.000 armaturen te vervangen. De uitvoering hiervan is in 2024 gestart en de meeste van deze armaturen zijn door middel van deelopdrachten ook aangebracht. In 2024 is voor nog eens 2.800 armaturen een vervangingsopdracht geformuleerd en gegund. De realisatie hiervan (het aanbrengen) is gepland voor 2025. De voorziene actualisatie van het beleid- en beheerplan heeft in 2024 niet plaats kunnen vinden, het is gepland om dit in 2025 op te pakken.
In 2024 zijn onder andere de volgende werkzaamheden conform planning uitgevoerd: • realisatie van het lichtplan centrum Bolsward fase 1 en 2 (straatbeeld bepalende masten en armaturen); • planmatig circa 3.000 armaturen vervangen en aanbrengen op diverse locaties; • planmatig circa 150 masten vervangen en aanbrengen op diverse locaties (inclusief schademasten); • (ver)plaatsen van masten en armaturen voor projecten (nieuwbouw, riolering); • uitvoering van regulier storing- en schade beheer; • een toename van het percentage led armaturen van 51% naar 67%. Verkeersregelinstallaties (programma 2, hoofdtaakveld Mobiliteit) De gemeente is in het bezit van 5 verkeersregelinstallaties (VRI’s), allen in Sneek gesitueerd. Deze VRI’s zijn technisch aan het einde van hun levensduur en vooral de hard- en software van de bediening is dermate verouderd, dat vervangende materialen steeds moeilijker verkrijgbaar zijn.
Pagina 100 van 219
O24.003054