Bijlage 1 - Grondstoffenbeleid 2023-2027
Tekst van het document
Ons nummer: 023.001743
Grondstoffonbeleid 2023-2027 Samen maken we van afval een nieuwe
19 juli 2023
Pagina 1 van 39
ndstof!
1.
Inhoudsopgave
1.
Inhoudsopgave ...............................................................................
..2
2.
Voorwoord....................................................................................
..3
3.
Samenvatting.................................................................................
..4
4.
Inleiding.......................................................................................
..5
Aanleiding........................................................................................
..5
Proces tot nu toe................................................................................
..5
Leeswijzer........................................................................................
..5
Terugblik......................................................................................
..6
Afvalbeleid 2013................................................................................
..6
Huidige prestaties..............................................................................
..6
Uitvoering inzameling en verwerking.......................................................
..9
Kaders.........................................................................................
10
Wettelijk kader..................................................................................
10
Landelijke beleidskaders......................................................................
10
Trends & ontwikkelingen...................................................................
11
Naar een circulaire economie................................................................
11
Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid...........................................
12
Andere vormen van inzameling...............................................................
12
Andere ontwikkelingen.........................................................................
12
8.
Onze visie & ambitie........................................................................
13
9.
Wat we gaan doen...........................................................................
17
10. Financiën......................................................................................
23
11. Conclusies & aanbevelingen...............................................................
26
12. Bijlagen........................................................................................
27
Bijlage 1: enquêteresultaten.................................................................
27
Bijlage 2: bezoekersaantallen milieustraten...............................................
28
Bijlage 3: huidige afvalstoffenheffing in vergelijking met andere Friese gemeenten
30
Bijlage 4: toelichting op visie en denkrichting brenglocaties............................
31
Bijlage 5: communicatie- en bewustwordingscampagne.................................
36
Bijlage 6: notitie ‘Vervolgstappen richting grondstoffenbeleid’........................
38
5.
6.
7.
Pagina 2 van 39
2.
Voorwoord
Beste lezer, Geen afval meer in 2050! Het concept van afval verandert. Waar het ooit werd gezien als iets om vanaf te komen, begrijpen we nu dat afval waardevolle grondstoffen bevat die we opnieuw kunnen gebruiken. We richten ons nu op een circulaire economie. Een economie die gericht is op het minimaliseren van afval en het maximaliseren van het hergebruik van materialen tot (nieuwe) grondstoffen. Eén van de belangrijkste aspecten van het idee dat afval grondstof is, is recycling. Door afval te recyclen, kunnen waardevolle materialen zoals glas, plastic, papier en metaal worden teruggewonnen en omgezet in nieuwe producten. Dit bespaart niet alleen grondstoffen, maar het vermindert ook de hoeveelheid afval dat bij de milieustraten terecht komt. Dus minder uitstoot van CO2 en lagere verwerkingskosten. De verschuiving naar een circulaire economie is een gedeelde verantwoordelijkheid. Overheden, bedrijven en consumenten moeten allemaal bijdragen aan het verminderen van afval en het bevorderen van recycling en hergebruik. We zijn enthousiast over de uitslag van de enquête waarin staat dat inwoners onze dienstverlening zeer waarderen. We zijn trots op het feit dat we dit succes met eigen mensen van de afvalinzameling hebben bereikt. We hebben nu 150 kilo onbruikbaar restafval per inwoner per jaar. Maar de doelstelling is minder en dit kan door nog beter te gaan scheiden.
In Súdwest-Fryslân willen we in 2050 alleen nog maar grondstoffen hebben. In de toekomst komt er een “sirkulêr ambachtssintrum” waar grondstoffen worden gescheiden van producten die een ‘tweede kans’ krijgen. Producten worden gerepareerd, opgeknapt of omgevormd tot nieuwe producten. Een centrum waar innovaties ontstaan door maatschappelijk verantwoord ondernemen. Om dit te kunnen bereiken is het noodzakelijk om te investeren in onze brenglocaties (milieustraten), om zo de ambitie van een “sirkulêr ambachtssintrum” waar te kunnen maken. Ook andere ontwikkelingen hebben invloed op de hoogte van de kosten voor onze inwoners. De ambities gaan eerst gepaard met hogere kosten, maar uiteindelijk streven we naar een lagere afvalstoffenheffing, of eigenlijk grondstoffenheffing. Laten we afval niet langer zien als iets om weg te gooien, maar als waardevolle grondstof die we kunnen hergebruiken. We nodigen je uit om na te denken over de rol die jij kunt spelen bij het vormgeven van een duurzame toekomst. Als bedrijf of consument. Jouw acties kunnen het verschil maken. Samen maken we van afval een nieuwe grondstof! Met vriendelijke groet, Namens het college van B&W van Súdwest-Fryslân, Michel Rietman Wethouder Grondstofstromen
Pagina 3 van 39
3.
Samenvatting
Visie Dit grondstoffenbeleidsplan zet een stap naar een nieuwe manier van denken over afval, namelijk als iets dat kan worden hergebruikt als grondstof. Door de grondstoffenschaarste is hergebruik het nieuwe sleutelwoord. Alles dat nu wordt weggegooid kan de grondstof zijn voor iets nieuws. Met dit plan wordt ingezet op een circulaire economie in 2050. Hiermee worden de landelijke en gemeentelijke doelstellingen gevolgd. Ambities en doelstellingen Het beleidsplan omvat algemene doelstellingen, zoals minder afval produceren, meer hergebruik, recycling en scheiding én bewustwording bij inwoners. Daarnaast worden er concrete doelstellingen benoemd. Zo is er de ambitie om het scheidingspercentage te verhogen tot 80% grondstoffen en de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar terug te brengen naar 130 kilo in 2027 en 100 kilo in 2030. De afgelopen jaren was dat in Súdwest-Fryslân gemiddeld 150 kilo, dus er ligt een mooie uitdaging. Deze uitdaging kan de gemeente echter niet alleen aangaan. Hiervoor is het ook afhankelijk van het Rijk, de producenten en consumenten. De komst van steeds meer producentenverantwoordelijkheid kan hierbij een positieve rol spelen, want hiermee verschuift de regierol van de overheid naar de producenten. Alsnog moet en gaat de gemeente een belangrijke rol spelen.
Zo ligt er bijvoorbeeld de ambitie om een “sirkulêr ambachtssintrum” in de gemeente te realiseren. Hiervoor worden in het plan al enkele keuzes, randvoorwaarden en een denklijn genoemd. Ten opzichte van een traditionele milieustraat is er bij zo’n centrum meer aandacht voor hergebruik, recycling, reparatie en kringloop van stromen. Vervolgens kan dit in combinatie met onderwijs, ondernemerschap en sociale werkvoorziening. Alles is erop gericht om alle grondstoffen te hergebruiken. Dit kan ook een groeimodel zijn. In dit plan wordt voorgesteld om na vaststelling een apart ‘Uitvoeringsprogramma brenglocaties’ op te stellen. Dit plan wordt medio 2024 aan de gemeenteraad voorgelegd, waarin concrete keuzes worden genoemd van het type brenglocaties als ook de locaties ervan. Vier sporen om ambities en doelstellingen te behalen Om de ambities en doelstellingen te kunnen bereiken, wordt ingezet op vier sporen: 1. doorontwikkelen van de bron- en nascheiding; 2. toekomstbestendige brenglocaties realiseren; 3. meer inzet op communicatie; 4. meer inzet van handhaving als sluitstuk. De vier sporen zijn vervolgens vertaald naar maatregelen en acties. Er wordt ingezet op het verminderen van afval, het verhogen van afvalscheiding in wooncentra, hoogbouw en buitengebied en het optimaliseren van brenglocaties.
Het gaat hierbij om voldoende milieuparkjes, milieustraten en de ambitie voor een “sirkulêr ambachtssintrum”. Daarnaast is een goede communicatie- en bewustwording in combinatie met handhaving een belangrijk onderdeel in dit plan. Door de inzet van afvalcoaches, een middel zoals een compostbak, scheidingsbakje of KCA-bak voor huishoudens en voldoende informatievoorziening kan hierin een flinke slag worden gemaakt. Verder blijft er ook inzet op de aanpak van zwerfafval, het verduurzamen van het wagenpark en de evenementen in de gemeente. Al deze zaken dragen bij een duurzaam, circulair en schoon SúdwestFryslân. Financiële gevolgen Om de ambities waar te kunnen maken, zijn investeringen nodig. Een financieringsvoorstel voor de brenglocaties volgt naar aanleiding van het ‘uitvoeringsprogramma brenglocaties’ in 2024. Dit betreffen bestuurlijke keuzes. Daarnaast zijn er ook al enkele besluiten genomen die van invloed zijn op de afvalstoffenheffing, zoals de nieuwe huisvesting buitendienst in Bolsward en de renovatie van de milieustraat in Sneek. Tot slot zijn er autonome ontwikkelingen in aantocht die een verhoging tot gevolg hebben. Het gaat dan om hogere verwerkingskosten van restafval en gft. Deze kostenstijging kan worden afgevlakt door in ieder geval de hoeveelheid restafval naar beneden te brengen. De financiële gevolgen zijn dus deels wel beïnvloedbaar en deels niet.
Pagina 4 van 39
4.
Inleiding
Aanleiding In dit grondstoffenbeleidsplan staat de visie en ambitie van gemeente Súdwest-Fryslân over het inzamelen van huishoudelijk afval en grondstoffen. Daarnaast geeft de gemeente een lokale vertaling en invulling van de Rijksdoelstelling voor 100% circulair in 2050 en de nationale doelstellingen voor afvalscheiding vanuit het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG). Het huidige beleidskader uit 2013 heeft een update nodig om recente ontwikkelingen een plek te geven. De effecten van klimaatverandering worden steeds duidelijker en het gemeentelijke afvalbeleid is één van de instrumenten waarmee deze effecten beperkt kunnen worden. Mede daarom is het formuleren van nieuw grondstoffenbeleid (voorheen afvalbeleid) één van de speerpunten uit het hoofdlijnenakkoord. Naar aanleiding van het beleidsplan van 2013 is bijvoorbeeld besloten om de (kleine) milieustraten van Heeg en Koudum in stand te houden, maar geen investeringen te doen. Van locatie Heeg is toen al aangegeven dat deze niet per se nodig is, maar zolang in stand te houden als investeringen niet nodig zijn. Van Koudum is aangegeven dat deze locatie relevant is voor de inwoners uit de zuidwesthoek van de gemeente. Het alternatief ligt hier op grotere afstand dan die van Heeg.
In dit beleidsplan wordt opnieuw een afweging gemaakt, omdat investeringen op de korte termijn nu wel nodig zijn om de locaties in stand te houden. Duurzaam en circulair Súdwest-Fryslân Súdwest-Fryslân wil een belangrijke rol spelen in een duurzame gemeente en een circulaire economie. De gemeente heeft zich geconformeerd aan de doelstellingen van de ‘Sustainable Development Goals’ (SDG’s). SDG 12 (‘verantwoorde consumptie en productie’) geeft aan dat het produceren van goederen veel beter moet, met het oog op de groeiende wereldbevolking. Daarom moet de afvalproductie richting 2030 aanzienlijk worden beperkt door preventie, verminderen, recyclage en hergebruik. In 2020 heeft de gemeente de ‘Uitvoeringsaanpak circulaire economie’ vastgesteld. Hierin is ook de koppeling gelegd met een nieuw grondstoffenbeleid. In het coalitieakkoord ‘Grutsk en tichtby’ 2022 2026 staat onder andere de ambitie om een upcyclecentrum bij één van de afvalstraten te realiseren. In dit beleidsplan wordt dit uitvoerig omschreven. Door nu te investeren in een duurzame aanpak, kan er op lange termijn een besparing ontstaan voor inwoners. De urgentie is dus meer dan aanwezig om de inzameling van grondstoffen te optimaliseren. Hiermee wordt een flinke bijdrage geleverd aan de milieuprestaties en de circulaire economie.
Proces tot nu toe In aanloop naar dit grondstoffenbeleidsplan is een enquête onder inwoners gehouden en heeft er begin 2023 een opiniërende sessie met de gemeenteraad plaatsgevonden. Vanuit de gemeenteraad is onderkend dat maatregelen nodig zijn om tot betere afvalscheiding en meer bruikbare grondstoffen te komen. Als mogelijke uitwerkingsrichtlijnen zijn optimalisaties van de huidige systematiek en de milieustratenstructuur besproken. In dit grondstoffenbeleidsplan worden dit verder uitgewerkt. In de zomer van 2022 heeft een onderzoek onder inwoners van de gemeente Súdwest-Fryslân plaatsgevonden. De onderzoeksdoelstelling was het informeren en ophalen van de mening van inwoners van de gemeente over afvalinzameling en afvalscheiding. De rapportage van het onderzoek is als aparte bijlage toegevoegd. Een infographic van de resultaten is terug te vinden in bijlage 1.
Leeswijzer Dit beleidsplan is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 5 wordt een korte terugblik van Súdwest-Fryslân weergegeven, waarna de kaders en trends & ontwikkelingen worden geschetst waaraan het grondstoffenbeleidsplan invulling geeft (hoofdstuk 6 en 7). In hoofdstuk 8 volgen de visie en ambities voor het grondstoffenbeleidsplan. In hoofdstuk 9 worden vervolgens de maatregelen uitgewerkt, waarmee de ambities gehaald kunnen gaan worden. Een financiële doorkijk volgt in hoofdstuk 10, waarna het beleidsplan wordt afgesloten met hoofdstuk 11 (conclusies en advies).
Pagina 5 van 39
5.
Terugblik
In dit hoofdstuk wordt een korte terugblik weergegeven van de uitgangspunten van het vorige beleidsplan, de huidige inzameling en verwerking en de huidige prestaties. We zijn ‘grutsk’ op de wijze over hoe nu de dienstverlening wordt ingevuld door de medewerkers van de reinigingsdienst van SúdwestFryslân. De medewerkers staan dicht bij de inwoners en staan klaar als de inwoners daar om vragen (maatwerk). De gemeentelijke voorzieningen zijn op orde en dat wordt gerealiseerd met een betaalbare afvalstoffenheffing.
Reactie inwoner: “Graag wil ik een medewerker die vandaag de groene containers heeft geleegd complimenteren. De containers stonden niet aan de wegkant, ik had ze klaargezet op het pad maar was vergeten ze daadwerkelijk aan de weg te zetten. De chauffeur is enorm vriendelijk geweest om het pad op te rijden en ze te legen. Hartelijk dank en complimenten aan de chauffeur!”
Afvalbeleid 2013 Op 14 november 2013 heeft de gemeenteraad de beleidsnotitie afval “Netjes geregeld!” vastgesteld. De ambitie van ‘Netjes geregeld’ strekt ertoe dat de kosten worden verlaagd, zonder dat dit per saldo ten koste gaat van de dienstverlenings- en milieuscore. Met het vaststellen van de Kadernota 2018 heeft de gemeenteraad ervoor gekozen om uitgangspunten van circulaire economie toe te passen in het gemeentelijke afvalbeleid (speerpunt). In de nota wordt aangegeven dat Súdwest-Fryslân voor het afvalbeleid de focus geleidelijk gaat verleggen van kosten naar milieu. De gemeente wil het scheidingsresultaat verder verhogen door te investeren in betere dienstverlening aan de huishoudens. Ook wil de gemeente als opdrachtgever aan verwerkers meer prioriteit aan recycling van het (na)gescheiden afval geven.
Huidige prestaties In deze paragraaf wordt kort ingegaan op de huidige inzamelwijze, de huidige kosten en milieuprestaties. Uitgebreide informatie is terug te vinden in de notitie ‘Vervolgstappen naar een grondstoffenbeleid’, welke op 2 februari 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad (zie bijlage 6 en aparte bijlage). Huidige inzamelwijze en service Onderstaand figuur geeft de huidige inzamelwijze weer.
Figuur 5.1: de huidige werkwijze van inzameling van afval en grondstoffen.
Pagina 6 van 39
Huidige milieustratenstructuur De huidige milieustratenstructuur van Súdwest-Fryslân is ontstaan vanuit de gemeentelijke herindeling. Daarmee is er geen samenhangende structuur, waarbinnen inwoners van Súdwest-Fryslân op logische wijze gemotiveerd worden om hun grondstoffen zo goed mogelijk gesorteerd aan te bieden (vanuit de VANG-doelstellingen) of om op een andere wijze bij te dragen aan de gemeentelijke doelstellingen op social return of circulaire economie. Wel is het serviceniveau bij de milieustraten hoog. Er is vrijwel altijd een milieustraat geopend en inwoners kunnen hun spullen gratis kwijt (tot 12 keer 2 kuub per jaar). De milieustraat in Bolsward heeft de ruimste openingstijden. Er zijn twee volwaardige milieustraten waar vrijwel alle mogelijke afvalstromen aangeboden kunnen worden (Bolsward en Sneek) en twee milieustraten waar slechts beperkt afvalstromen aangeboden kunnen worden (Heeg en Koudum). Deze laatste zijn feitelijk meer inzamelpunten dan milieustraten. De milieustraten worden goed bezocht, ook in vergelijking met andere gemeenten. Inwoners maken veel gebruik van de milieustraten, ook als deze niet direct in de buurt zijn. De milieustraat in Bolsward wordt het meest gebruikt, gevolgd door Sneek, Koudum en Heeg.
Opvallend is dat inwoners van de regio Koudum en Heeg ook regelmatig naar Bolsward of Sneek gaan (een derde en een kwart van de bezoeken respectievelijk). Dat komt vooral doordat deze milieustraten de ruimste openingstijden kennen. Uit de bezoekersaantallen blijkt dan ook dat met name de openingstijden bepalen welke milieustraat inwoners bezoeken. Zie hieronder het aantal bezoekers per milieustraat. Aantal bezoekers per milieustraat in 2022 70000 60953 60000
50000
40000
30000
20000
10000
6577 4036
0 Sneek
Bolsward
Figuur 5.2: het aantal bezoekers per milieustraat in 2022.
Pagina 7 van 39
Koudum
Heeg
Figuur 5.3: drukte op de milieustraat van Bolsward (juli 2023).
Milieuprestaties van de afgelopen jaren In onderstaand figuur is een duidelijke trend te constateren in de hoeveelheid kilo’s restafval en grondstoffen per inwoner per jaar. Van 2014 tot en met 2021 is er weinig veranderd in de hoeveelheid afval dat wordt ‘geproduceerd’. In 2020 en 2021 is zelfs een kleine stijging te zien, maar dat is het gevolg van de coronaperiode en daarom minder representatief. Het plaatje is als volgt opgebouwd. De blauwe balk betreft de hoeveelheid grondstoffen dat aan de bron apart wordt ingezameld. Hierbij valt te denken aan gft, papier en de vele stromen op de milieustraten (exclusief het ongescheiden restafval). Vervolgens is er gemiddeld 230 kilo per inwoner per jaar aan restafval dat er wordt ingezameld via de restafvalcontainer aan huis en op de milieustraten. Van deze 230 kilo wordt er gemiddeld 80 kilo grondstof uit gehaald door verwerker Omrin (rode balk). Dan blijft er circa 150 kilo aan restafval over dat wordt verbrand (grijze balk). Dit resulteert in een afvalscheidingspercentage van circa 75% (1 - (150/610)). Verloop kilo's afval en grondstof per inwoner per jaar 800 700 600 500 400 300 200 100 0 2014
2015
2016
2017
■ Aandeel grondstof via bronscheiding
2018
2019
2020
2021
Aandeel grondstof via nascheiding
■ Aandeel onbruikbaar restafval
Figuur 5.3: het verloop van het aantal kilo’s grondstof (via bron- en nascheiding) en restafval per jaar per inwoner.
Pagina 8 van 39
Benchmarks Uit de resultaten van benchmarks blijkt dat Súdwest-Fryslân een hoog serviceniveau aanbiedt, de kosten gemiddeld zijn en de milieuprestaties ook. Bovenstaand figuur geeft de urgentie aan voor een duidelijke ambitie en doelstelling voor komende jaren om te komen tot minder afval en meer grondstoffen.
Uitvoering inzameling en verwerking De inzameling van huishoudelijk afval is een wettelijk verplichte taak van gemeenten (wettelijke zorgplicht). Vanaf 1 januari 2016 voert de gemeente Súdwest-Fryslân de inzameling volledig in eigen beheer uit, omdat blijkt dat dit efficiënter is dan uitbesteden. Maar ook omdat de gemeente dicht bij de inwoner staat, waardoor er een betere dienstverlening geboden kan worden. De inzameling van oud papier en karton wordt volgens het staande beleid voor 90% via papiercontainers aan huis geregeld (waarvan in 3 kernen in samenwerking met plaatselijke verenigingen) en 10% volledig door plaatselijke verenigingen uitgevoerd. We waarderen het dat er 14 verenigingen zijn die nog oud papier en karton ophalen. De afgelopen tien jaar is Súdwest-Fryslân steeds meer richting het regiemodel opgeschoven qua verwerking (verwerking is geen wettelijke taak van gemeenten). Dat betekent dat de gemeente voor iedere grondstof de beste en/of goedkoopste verwerker zoekt en contracteert, in plaats van één verwerker in het verleden. Dit model is voor Súdwest-Fryslân goedkoper, maar naast de prijs worden bij aanbestedingen ook steeds meer duurzaamheidscriteria opgenomen in de beoordeling van de inschrijvers. De stromen waarvoor op basis van de statuten van Omrin een leveringsplicht geldt (restafval en gft-afval), levert de gemeente aan Omrin.
Andere grondstoffen worden op dit moment als volgt verwerkt: ^ textiel naar Empatec (ReShare); ^ B- en C-hout naar Renewi Drachten; ^ harde kunststoffen naar Renewi Drachten; ^ gips en dakleer naar Visser Harlingen; ^ puin naar Haarsma Franeker; ^ wit- en bruingoed naar Wecycle; ^ KCA naar PreZero Veendam; ^ grof tuinafval naar Donker Groep Sneek; ^ matrassen naar Matrasrecycling Utrecht; ^ vlakglas naar Vlakglasrecycling Zoetermeer; ^ oud ijzer naar bedrijven in Sneek en Bolsward; ^ piepschuim naar isolatiebedrijven; ^ papier en karton naar Omrin.
ŗ------------------------------------------------------------\ We mogen ‘grutsk’ zijn op de dienstverlening, milieuprestaties en de stabiele afvalstoffenheffing. Echter laat de hoeveelheid afval en grondstof een stabiele trend zien. We zijn daarom op een moment aangekomen om een volgende, stevige stap te zetten om te komen tot een circulaire economie.
V__________________________ «1.__________________________Z
Reactie inwoner: “Aan de medewerkers van de ophaaldienst medicijnafval, Ik dank u heel hartelijk voor de geweldige service de laatste jaren.”
Pagina 9 van 39
6.
Kaders
Wettelijk kader Gemeenten zijn op grond van de Wet milieubeheer verantwoordelijk voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Gemeenten hebben veel vrijheid in het bepalen hoe zij dit doen. Zo kunnen gemeenten het afval en grondstoffen huis-aan-huis ophalen of via een centrale verzamelplaats in de straat. Gemeenten moeten ook een grotere verzamelplaats hebben waar mensen hun grondstoffen naar toe kunnen brengen. Dat zijn de milieustraten. De regels voor inzameling staan in het ‘Landelijk AfvalbeheerPlan’ (LAP). Op grond van de Wet milieubeheer zijn gemeenten verplicht om een afvalstoffenverordening vast te stellen met regels over het overdragen en ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst.
Landelijke beleidskaders Hieronder worden de belangrijkste landelijke kaders kort beschreven. De genoemde doelen zijn niet afdwingbaar, maar gemeenten moeten deze wel betrekken bij het maken van beleidskeuzes. Een gemeente kan dus met argumenten afwijken, bijvoorbeeld omdat de rijksdoelen niet haalbaar zijn. Nationaal programma circulaire economie (CE-programma) Het ‘Nationaal programma circulaire economie’ stamt uit 2023 en richt zich op de ontwikkeling naar een vóór 2050 te realiseren circulaire economie. Van Afval Naar Grondstof (VANG) Het ‘Publiek kader Huishoudelijk afval 2025’ bevat een visie en ambitie voor huishoudelijk afval en heeft een doorlooptijd tot 2025. Het bevat het volgende wensbeeld. In 2020 wordt 75% van het fijne en grove huishoudelijk afval gescheiden ingezameld en gerecycled. In 2020 produceert de gemiddelde Nederlander nog 100 kg restafval per jaar en de ambitie is dat dit in 2025 verder afneemt tot 30 kg restafval per jaar. Dat is de landelijke doelstelling, gemeenten kunnen hiervan afwijken. Bovenstaande is indertijd vertaald naar een ‘Uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof HuisHoudelijk Afval’ (VANG-HHA). In maart 2022 is een herijking van dit uitvoeringsprogramma gepubliceerd wat loopt tot en met 2025.
Ten opzichte van de vorige is de focus van het nieuwe uitvoeringsprogramma verbreed van kwantiteit (kilo's) naar ook kwaliteit (stromen met zo min mogelijk vervuiling) ten behoeve van een hoogwaardige recycling. Dit sluit goed aan bij de voorgestelde ambitie van Súdwest-Fryslân, want ook bij de gemeente ligt de focus vooral op de kwaliteit (schone stromen en goede scheiding) en resulteert dat vervolgens in de kwantiteit (minder onbruikbaar restafval). Landelijk afvalbeheerplan (LAP) Het grondstoffenbeleid is op nationaal niveau verankerd in het ‘Landelijk AfvalbeheerPlan’ (LAP) dat periodiek door de minister wordt vastgesteld. Het LAP bevat richtlijnen voor de taakuitvoering door gemeenten en doelstellingen op het gebied van scheiding en verwerking waarmee gemeenten rekening moeten houden. Verder bevat het LAP de zogenoemde ‘minimumstandaarden’ voor afvalverwerkers. De minimumstandaard geeft de minimale hoogwaardigheid aan van de verwerking van een bepaalde afvalstof of categorie van afvalstoffen. De meest recente versie betreft het derde ‘Landelijk AfvalbeheerPlan’ (LAP3).
r
^ Binnen het landelijke beleidskader is de focus verbreed door niet alleen de kwantiteit (minder kilo’s) te beoordelen, maar ook de kwaliteit van stromen (minder vervuiling en hoogwaardig hergebruik). Dit past bij de gemeentelijke ambitie.
Pagina 10 van 39
7.
Trends & ontwikkelingen
Naar een circulaire economie Het rijksbeleid is erop gericht om in 2050 een circulaire economie te realiseren. In een circulaire economie bestaat bijna geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt.
Figuur 7.1: van een lineaire economie naar een circulaire economie.
Voor een toekomstbestendig en circulair afvalbeheersysteem moeten er (meer) prikkels worden ingebouwd aan de voorkant van het systeem. Hergebruik en verlenging van de levensduur van producten moeten het uitgangspunt worden, omdat gemeenten anders afval blijven ontvangen. Zie ook het 10R-model van circulariteit hieronder. Volgens onderzoeks- en adviesbureau CE Delft, dat recent in opdracht van de VNG een onderzoek heeft uitgevoerd en opgeleverd, kan dit (1) met UPV’s voor extra productgroepen, (2) tariefdifferentiatie afvalbeheerbijdrage op meer producten en (3) statiegeld op meer producten. De sleutel voor maatregelen aan de voorkant van de keten ligt bij het Rijk. Daarom is het aan te bevelen om in het voorliggende grondstoffenbeleidsplan van Súdwest-Fryslân te kiezen voor een ambitie die past bij de instrumenten die de gemeente tot haar beschikking heeft en zaken die daarbuiten vallen over te laten aan het Rijk.
10R-model circulariteit Circulaire economie
Vuistregel: Meer circulariteit » minder grondstoffen en minder milieudruk
Lineaire economie
Product slimmer gebruiken en maken
Levensduur verlengen van product en onderdelen
Nuttig toepassen van materialen
Figuur 7.2: het 10R-model van circulariteit.
Pagina 11 van 39
10 Refuse
Voorkomen van gebruik van virgin materials/grondstoffen
9 Reduce
Verminderen van het gebruik van grondstoffen
8 Rethink
(rter)ontwerpen van een product met circulariteit als uitgangspunt
7 Re-use
Prod jet. hergebruiken
6 Repair
Onderhouden reparatie - levensduur verlengen
5 Refurbish
Product opknappen
4 Remanufacture
Nieuw product vart secundaire materialen
3 Repurpose
Producthergebruik rnaar met ander doel/functie \
2 Recycle
Verwerking van product naar grondstof en hergebruik
1 Recover
Energieterugwinning uit materialen
De invloed van de gemeente is indirect. Dit kan door communicatie, bewustwording, educatie en subsidiëren. De ja/jasticker voor drukwerk is hier een voorbeeld van. Verder ligt de bal vooral bij producenten.
De gemeente heeft voor een deel directe invloed door goede en gescheiden inzameling en dienstverlening aan te bieden om het inwoners daarbij zo gemakkelijk mogelijk te maken. Dit biedt kansen voor meer hergebruik. Ook hier ligt een grote rol voor producenten in het verschiet.
^
De invloed van de gemeente is direct door gerichte inzameling en de manier van verwerken. Een circulair ambachtscentrum kan hier goed aan bijdragen.
Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ‘Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid’ (UPV) betekent dat producenten en importeurs verantwoordelijk worden gemaakt voor het afval dat ontstaat uit de producten en verpakkingen die door hen op de markt worden gebracht. Producenten moeten zorgen voor de inzameling en recycling van hun producten, zowel qua organisatie als financiering. Met een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid wordt de rolverdeling, waarbij gemeenten een zorgplicht hebben voor huishoudelijk afval, dus aangepast en wordt de producent verantwoordelijk voor zijn producten in het afval. Gemeenten leveren daarmee in het geval van UPV in zekere zin een dienst aan producenten. Om invulling te geven aan hun producentenverantwoordelijkheid vergoeden producenten in die constructie de gemeenten voor het inzamelen van afval van hun producten. Voor de volgende producten geldt een producentenverantwoordelijkheid: a utobanden en auto’s, draagbare batterijen, elektr(on)ische apparatuur, verpakkingen, textiel (per 1 juli 2023), papier en karton (deels UPV), consumentenmatrassen (vrijwillig UPV) en vlakglas (vrijwillig UPV). Feitelijk blijft de producent van productie tot einde gebruik verantwoordelijk voor zijn product.
Hoeveelheid textiel neemt toe, kledingverkopers straks zelf verantwoordelijk voor recyclen Artikel uit de Volkskrant van 29 juni 2023. (------------------------------------------------------------------------------------- r--------------- ;-----------------------------------------------------------------------------s
De gemeente heeft een belangrijke rol in een goede inzameling van grondstoffen, maar is daarnaast ook erg afhankelijk van het Rijk en de producenten om te komen tot een circulaire economie. V_________________________________ ___ ________________________________ )
Andere vormen van inzameling Súdwest-Fryslân hanteert al jaren de inzamelstrategie bron- en nascheiding (zie hoofdstuk 8, spoor 1). Er zijn ook andere inzamelstrategieën mogelijk, zoals ‘diftar’ of ‘omgekeerd inzamelen’. Diftar Voor gemeenten in Nederland is het toepassen van een prijsprikkel op het restafval (diftar) een keuze om minder restafval en meer grondstoffen in te zamelen. Diftar staat voor gedifferentieerde tarieven, waarbij een deel van de afvalstoffenheffing dat de inwoner moet betalen afhankelijk is van het restafval dat de inwoner aanbiedt. Hierdoor worden inwoners gestimuleerd om minder afval aan te bieden, omdat ze hierdoor financieel voordeliger uit kunnen zijn op de lange termijn. Op korte termijn gaat de invoering van diftar gepaard met hoge investeringen en hogere lasten voor de inwoners. Een andere kanttekening is dat er kans is op meer dumpingen en zwerfafval en het vervuilen van andere stromen (gft, papier of textiel) om zo goedkoper uit te zijn. Omgekeerd inzamelen Omgekeerd inzamelen houdt in dat de restafvalcontainer aan huis verdwijnt en dat inwoners de zak met (overgebleven) restafval tegen betaling kwijt kunnen bij ondergrondse containers. Deze inzamelstrategie gaat niet goed samen met de nascheidingsstrategie, omdat PMD (plastic verpakkingen, metalen verpakkingen (blik) en drankpakken) niet apart bij de bron wordt ingezameld.
Dat wordt na inzameling gescheiden bij Omrin. Huishoudens zouden het PMD-afval dan met het restafval naar een milieuparkje moeten brengen, hetgeen gepaard gaat met grote investeringen.
Andere ontwikkelingen Er zijn nog genoeg andere ontwikkelingen die bijdragen aan het hergebruik van producten en materialen. Zo is er de afgelopen jaren een groei van het aantal kringloopwinkels in Friesland. In 2023 gaat het om ruim 100 kringloopwinkels en tweedehandswinkels. Dit heeft een positief effect voor het hergebruik van materialen. Daarnaast zijn kofferbakverkopen en markten met tweedehandsspullen ook steeds populairder.
Pagina 12 van 39
8.
Onze visie & ambitie
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste uitgangspunten voor de visie en ambitie voor de lange termijn beschreven. Dat vertaalt zich vervolgens in doelstellingen en maatregelen voor de komende periode. Súdwest-Fryslân wil ‘grutsk’ blijven op de goede dienstverlening van de afgelopen jaren door dicht bij de inwoners te staan. De gemeente heeft verder de ambitie om een voorbeeld te zijn door een “sirkulêr ambachtssintrum” te realiseren.
Visie ft ambitie grondstoffenbeleid Súdwest-Fryslân 4 We sluiten ons aan bij de Rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te realiseren waarin er (nagenoeg) geen afval meer is. 4 Op de weg daarnaartoe hebben ook andere partijen als het Rijk, producenten en consumenten een verantwoordelijkheid om hun bijdrage te leveren. 4 We kiezen daarom voor tussendoelen die passen bij de instrumenten die een gemeente voorhanden heeft. 4 Ons (tussen)doel is de hoeveelheid restafval terug te brengen naar gemiddeld 130 kilo per inwoner per jaar in 2027 en 100 kilo in 2030. 4 Om dit doel te realiseren continueren we de nascheidingsstrategie, zodat inwoners de PMD-stroom via de restafvalcontainer kunnen blijven aanbieden en bij het nascheidingsproces ook andere herbruikbare deelstromen uit het restafval teruggewonnen kunnen worden. 4 Daarnaast hebben we de ambitie om een “sirkulêr ambachtssintrum” te realiseren. 4 De inzamelstrategieën diftar en omgekeerd inzamelen hebben op dit moment niet de voorkeur van de inwoners en het bestuur en worden daarom (voorlopig) niet ingevoerd. Grondstoffenbeleid gaat over een aantal nauw met elkaar in verband staande onderdelen, namelijk kosten, milieu, dienstverlening en bedrijfsvoering, welke zijn ontleend aan de zogenoemde afvaldriehoek.
Voor Súdwest-Fryslân is het uitgangspunt om dicht bij de inwoners te staan door een goede dienstverlening aan te bieden. Hierdoor kan een zo goed mogelijk milieurendement worden behaald. Tot slot is een betaalbare afvalstoffenheffing voor de inwoners ook van belang. De ambitie van Súdwest-Fryslân is om te streven naar een reductie van de hoeveelheid huishoudelijk restafval en toename van de gescheiden (recyclebare) grondstoffen. Dit is nodig om te komen tot een circulaire economie, maar ook voor de betaalbaarheid van de afvalstoffenheffing op lange termijn vanwege de stijgende verbrandingsbelasting op restafval en de aangekondigde CO2-heffing. De stip op de horizon is een afvalloze en circulaire samenleving in 2050. De eerste stap van Súdwest-Fryslân is om op korte termijn te streven naar gemiddeld 130 kilo per inwoner per jaar in 2027 en 100 kilo in 2030. Dit willen we bereiken door vier sporen te volgen: 1. doorontwikkelen en investeren in bron- en nascheiding; 2. toekomstbestendige brenglocaties; 3. meer inzet op communicatie; 4. meer inzet van handhaving als sluitstuk. In de volgende paragrafen wordt dit nader uitgewerkt. Ons doel is de hoeveelheid restafval terug te brengen naar gemiddeld 130 kilo per inwoner per jaar in 2027 en 0 kilo in 2050. Om daarmee te groeien naar 100% grondstof ^circulair).
Pagina 13 van 39
Spoor 1: Doorontwikkelen en investeren in bron- en nascheiding De inzamelstrategie van huishoudelijk afval is een combinatie van bron- en nascheiding. Met deze strategie denkt de gemeente voldoende te kunnen bijdragen aan de doelstellingen, zeker met enkele ontwikkelingen in het verschiet. Een andere strategie (diftar of omgekeerd inzamelen) heeft forse impact op onze inwoners en vergt grote investeringen, terwijl het streven is om dit zo duidelijk en simpel mogelijk te houden. Dat geeft vertrouwen en zal uiteindelijk leiden tot betere milieuprestaties. Verderop wordt dat nader toegelicht. Bij bronscheiding gaat het om: ^ gft en papier dat aan huis aan de bron wordt gescheiden via minicontainers; ^ glas, textiel en papier dat apart wordt ingezameld op milieuparkjes of bovengrondse containers op logische plekken in woonkernen, vaak in de buurt van supermarkten (indien aanwezig); ^ vele stromen, zoals snoeiafval, gips, piepschuim, bouwpuin, et cetera (in totaal 30+ stromen) bij de milieustraten. Er wordt ingezet op een betere bronscheiding door het inzetten van verschillende instrumenten, zoals voldoende brengvoorzieningen (milieuparkjes en milieustraten) op redelijke afstand, frequent ophalen van grondstoffen aan huis (zoals gft en papier) en goede informatieverstrekking.
Dit levert aan de bron kwalitatieve stromen op, waardoor een hoger scheidingspercentage aan de bron kan worden gehaald en er minder restafval over blijft. In hoofdstuk 9 is dit verder uitgewerkt. Bij nascheiding gaat het om ingezameld afval dat door verwerker Omrin wordt gesorteerd en achteraf wordt gescheiden. Het niet gescheiden afval wordt verbrand in de REC (Reststoffen EnergieCentrale) in Harlingen. Nascheiding vindt enkel bij fijn restafval plaats en niet bij grof restafval: ^ fijn restafval (de grijze container) wordt aan huis ingezameld en vervolgens verwerkt door Omrin; ^ grof restafval wordt ingezameld bij de milieustraten. Het gaat voornamelijk om grofvuil. Dit afval gaat direct naar de REC in Harlingen. Deze stroom moet qua kilo’s zoveel mogelijk omlaag worden gebracht, omdat bij deze stroom nascheiding niet mogelijk is. Hoofdstuk 9 bevat oplossingen. In de sorteer- en bewerkingsinstallatie van Omrin worden plastic, metalen, drankenverpakkingen (PMDstroom), luiers en overige grondstoffen gescheiden. De gemeente heeft goede ervaringen met het scheiden van deze grondstoffen en Omrin biedt goede perspectieven door bijvoorbeeld technische doorontwikkelingen. Deze actie ligt dus vooral bij Omrin en als aandeelhouder kan Súdwest-Fryslân dit gaan stimuleren.
Door een nog betere nascheiding - waardoor er meer grondstoffen overblijven - daalt de hoeveelheid restafval en stijgt het afvalscheidingspercentage. De ontwikkelingen van Omrin hebben dan ook een
Pagina 14 van 39
positieve bijdrage aan de gemeentelijke doelstellingen van dit grondstoffenbeleid. De verwachting is dat er tot 2027 een ‘winst’ is te maken van circa 15 kilo per inwoner per jaar, ten opzichte van 2021. Onze ambitie en doelstellingen kunnen we bereiken door de inzamelwijze van bron- en nascheiding verder door te ontwikkelen. Deze bal ligt bij zowel de gemeente als Omrin als verwerker. Spoor 2: Toekomstbestendige brenglocaties Súdwest-Fryslân heeft de ambitie om een “sirkulêr ambachtssintrum” (ook wel upcyclecentrum) te realiseren. Ten opzichte van een traditionele milieustraat is er meer aandacht voor hergebruik, recycling, reparatie en kringloop van stromen. Dit kan vervolgens in combinatie met onderwijs, ondernemerschap en sociale werkvoorziening, zoals in onderstaand figuur is te zien.
Reparatie, Kringloop Et Ondernemerschap
Ambacht Et Onderwijs
Sociale cohesie Et Werkvoorziening
Figuur 8.2: afbeelding van elementen van een “sirkulêr ambachtssintrum”.
Een circulair ambachtscentrum draagt bij aan de doelstellingen om meer herbruikbare grondstoffen in te zamelen en dit een nieuw leven te geven. Hierdoor blijven er minder reststromen over. Om dit te bereiken is het van belang om inwoners op een laagdrempelige manier de scheiding van stromen aan te bieden. Het aantal bakken voor verschillende grondstoffen neemt dan toe. Met de realisatie van een circulair ambachtscentrum zet Súdwest-Fryslân een belangrijke stap in de richting naar een 100 procent circulaire economie in 2050. Door de functies van een milieustraat, kringloopwinkel en bijvoorbeeld een reparatiewerkplaats te combineren, blijven spullen en materialen langer in gebruik. Dat voorkomt onnodig storten en verbranden. Súdwest-Fryslân heeft de ambitie om een “sirkulêr ambachtssintrum” te realiseren. Hiervoor zijn voldoende mogelijkheden in de nabije toekomst. In 2050 zou het eindplaatje één brenglocatie kunnen zijn In een afvalloze en circulaire samenleving in 2050 met enkel herbruikbare grondstoffen en een toename van de producentenverantwoordelijkheid (UPV), zouden gemeentelijke brenglocaties minder
Pagina 15 van 39
van belang kunnen zijn. Naast de gemeente zullen er namelijk steeds meer partijen zijn die hun gebruikte producten terugnemen om opnieuw hoogwaardig te kunnen gebruiken en te verkopen. In dat geval zou één brenglocatie voldoende kunnen zijn. Deze ontwikkeling kost echter tijd en is nog uiterst onzeker. Voor de korte en middellange termijn blijven meerdere brenglocaties noodzakelijk Voor de korte en middellange termijn is het aan te bevelen om in de omvangrijke gemeente te kiezen voor meerdere brenglocaties/milieustraten. Hiermee kan worden voldaan aan de gewenste, maximale aanrijtijd van 20 minuten. Uit de enquête blijkt dat inwoners een aanrijtijd van 11 tot 20 minuten redelijk vinden. Andere gemeenten hanteren deze aanrijtijden over het algemeen ook.
(
' ļ In de toekomst is één goede brengvoorziening - in de vorm van een circulair ambachtscentrum - mogelijk voldoende. Voor de korte en middellange termijn is aan te bevelen om te kiezen voor meerdere (volwaardige) brengvoorzieningen.
v_______________ ZIl_______________________________ _) Spoor 3: Meer inzet op communicatie Samen maken we Súdwest-Fryslân. Er ligt een cruciale rol voor inwoners, want “samen maken we van afval een nieuwe grondstof”. Wie ver wil komen, moet dichtbij beginnen. Met goede voorlichting worden de inwoners wegwijs gemaakt in de beschikbare inzamelstructuur of over de mogelijkheden om hun afvalaanbod te verminderen. In het verleden was communicatie rond huishoudelijk afval vooral gericht op voorlichting over waar en wanneer afval kan worden aangeboden. Inmiddels is communicatie veel meer gericht op gedragsbeïnvloeding, waarbij diverse typen instrumenten en communicatiekanalen kunnen worden ingezet. Gedragswetenschap en marketing gaan daarbij hand in hand. Communicatie omvat naast deze voorlichting ook de bewustwording van inwoners van het duurzaamheidsbelang ervan én het bevorderen van de motivatie om bij te willen dragen aan een duurzame samenleving.
ŗ Een-----------------------------;------------------------------- \ goede communicatie- en bewustwordingscampagne heeft een positief effect op de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen, omdat inwoners dan beter weten hoe en waarom dat moet. Dit was ook een van de uitkomsten van de enquête.
V____________________________________________________________ ) Om inwoners aan te zetten tot afval scheiden, moet er aan drie factoren gewerkt worden: inwoners dienen te weten, willen en kunnen. Ze moeten weten hoe ze afval moeten scheiden (capaciteit), ze moeten afval willen scheiden (motivatie) en afval kunnen scheiden (gelegenheid). De eerste twee kunnen worden bereikt met communicatie. De laatste doe je door het inrichten van een goed werkend inzamelsysteem (dus ook hoge service). Spoor 4: Meer inzet van handhaving als sluitstuk De insteek is om de inwoners in eerste instantie een positieve prikkel te geven door inzet van een afvalcoach die voorlichting en informatie geeft. Uiteindelijk is handhaving het sluitstuk. Handhaving is van belang om een effectieve grondstoffenbeheer en -verwerking te waarborgen. Het handhavingsproces heeft als doel om ervoor te zorgen dat wet- en regelgeving met betrekking tot grondstoffenbeheer wordt nageleefd en dat overtreders verantwoordelijk worden gehouden voor hun acties. Hieronder worden enkele belangrijke aspecten genoemd: • wet- en regelgeving: gericht op duurzame verwerking, verminderen van afvalproductie, stimuleren van recycling en tegengaan van illegale dumpingen. • maatregelen: bij overtredingen moeten passende sancties en boetes worden opgelegd.
Dit kan ook in de vorm van een waarschuwing, wanneer inwoners zich niet aan de regels houden. Voorbeelden hiervan zijn: dumpen van afval in de natuur, containers niet juist aanbieden of onjuiste grondstof in de container, et cetera. • educatie en bewustwording: het bevorderen van educatie en bewustwording over grondstoffenbeheer is een integraal onderdeel van effectieve handhaving. Dit sluit aan op de communicatiecampagne, zoals hierboven is beschreven.
Pagina 16 van 39
9.
Wat we gaan doen
Dit hoofdstuk gaat in op de maatregelen die we voorstellen in de periode 2023-2027. Het is een uitwerking van hoofdstuk 8.
Overzicht van maatregelen Doelstelling 2027 Inzamelstrategie: combinatie van bron- en nascheiding en hoog serviceniveau Hoeveelheid restafval per inwoner per jaar: 130 kilo
Afvalscheidingspercentage: 80%
Uitvoeringsprogramma 2023-2027 1. Verminderen van (onnodig) afval 2. Verhogen afvalscheiding met focus op wooncentra, hoogbouw en buitengebied 3. Blijven inzetten op voldoende milieuparkjes 4. Optimaliseren brenglocaties (kansen voor korte en lange termijn) door: 0 een ‘Uitvoeringsprogramma brenglocaties’ op te stellen 0 hierin invulling te geven aan de ambitie tot een “sirkulêr ambachtssintrum” 0 in te zetten op de inzameling van meer herbruikbare grondstoffen 0 de visie te vertalen naar een denkrichting voor de brenglocaties voor de nabije toekomst 5. Communicatie- en bewustwordingscampagne door: 0 verbeteren informatieverstrekking (een “Skjin Súdwest-Fryslân”) 0 inzet van afvalcoaches 0 dit te combineren met een middel, zoals een compost- of scheidingsbak 6. Verduurzamen wagenpark 7. Optimaliseren van inzameling recreatieafval 8. Inzet op duurzame evenementen 9. De aanpak van zwerfafval continueren 10. Meer inzet van handhaving 1. Verminderen van (onnodig) afval De gemeente heeft beperkte invloed op afvalpreventie. Toch kan er een steentje aan bij worden gedragen door hierover actief te communiceren en in te zetten op meer hergebruik. Ook consuminderen is een manier om tot minder afval te komen. Zo wordt bijvoorbeeld onderzocht of en op welke manier de ja/ja-sticker kan worden ingevoerd. Inwoners ontvangen dan alleen nog huis-aanhuis reclame als zij daar bewust voor kiezen.
Er zijn een aantal tips voor inwoners die bijdragen om de hoeveelheid afval te verminderen: ^ verminder gebruik van wegwerpproducten; ^ gebruik herbruikbare materialen; ^ koop grootverpakkingen; ^ vermijd voorverpakt voedsel; ^ composteer organische stromen; ^ voorkom voedselverspilling. 2. Verhogen afvalscheiding wooncentra, hoogbouw en buitengebied Om de afvalscheiding te verhogen is inzet nodig van onze inwoners, maar is de gemeente ook aan zet door voldoende voorzieningen beschikbaar te stellen. In wooncentra en bij hoogbouw is het gebruikelijk dat inwoners een container voor restafval en papier hebben. Voor gft is dat niet altijd het geval in verband met beperkte ruimte en/of stankoverlast. Door woningcoöperaties en huiseigenaren te gaan stimuleren om alle voorzieningen op orde te hebben, kan een hogere scheiding worden gerealiseerd. De gemeente kan hierop inspelen, door bij nieuwe woonbestemmingen te verplichten om ruimte te creëren voor (minimaal) drie containers op eigen terrein (inpandig).
Pagina 17 van 39
In het buitengebied komt het regelmatig voor dat er afval of grondstoffen in de restafvalcontainer zitten die er niet in thuis horen. Het gaat dan vaak om bedrijfsafval. Door hier beter op te controleren door middel van de inzet van handhaving - indien voorlichting en informatieverstrekking niet werkt kan hierop geacteerd worden. Tot slot is het zinvol om periodiek een controle te doen op niet-geregistreerde containers. Het gaat om containers die geen registratiesticker van de gemeente bevatten, waarvoor in veel gevallen ook geen afvalstoffenheffing voor wordt betaald. In de praktijk komt dat nog te vaak voor, dus is het advies om hier periodiek op te controleren. Dit kan een hoop onnodige vervuiling van grondstoffen voorkomen. In de praktijk zijn deze containers vaak gevuld met stromen die er niet in horen, zoals gft of stromen die eigenlijk naar de milieustraat zouden moeten. 3. Blijven inzetten op voldoende milieuparkjes In Súdwest-Fryslân staan 32 complete milieuparkjes. Deze milieuparkjes bestaan uit drie verschillende ondergrondse containers: voor papier, glas en textiel. Deze staan op de meest logische locaties, waar inwoners regelmatig komen, zoals in de buurt van supermarkten. De huidige situatie lijkt te voldoen aan de behoefte, echter wordt dit nog nader onder de loep genomen.
Bij uitbreidingsgebieden worden deze voorzieningen direct meegenomen, om zo scheiding van grondstoffen zoveel mogelijk te stimuleren. In een aantal kernen staan ook nog bovengrondse glascontainers.
Figuur 9.1: milieuparkje op Normandiaplein Sneek.
4. Optimaliseren brenglocaties (milieustraten) Ook de milieustraten zijn belangrijke brenglocaties voor onze inwoners. Jaarlijks komen er ongeveer 100.000 bezoekers op de milieustraten, verdeeld over de huidige vier locaties. Voor het aantal bezoekers per milieustraat per jaar wordt verwezen naar figuur 5.2 (pagina 7). Voor de brenglocaties volgt medio 2024 een apart ‘Uitvoeringsprogramma brenglocaties’ dat aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Dit volgt na de vaststelling van de visie op de brenglocaties. Hieronder worden een aantal belangrijke keuzes, randvoorwaarden en een denklijn voor het uitvoeringsprogramma genoemd. De achterliggende gedachten en overwegingen zijn terug te vinden in bijlage 4. De belangrijke keuzes die we in het uitvoeringsprogramma gaan maken: ^ we werken toe naar een “sirkulêr ambachtssintrum” in de gemeente op de lange termijn; ^ voor de middellange en korte termijn blijven we werken met meerdere brenglocaties; ^ we gaan bij de brenglocaties meer inzetten op herbruikbare grondstoffen; ^ we gaan investeren in de inrichting en uitstraling van brenglocaties.
Belangrijke randvoorwaarden aan een brenglocatie die we in het uitvoeringsprogramma hanteren Voor het realiseren of renoveren van een brenglocatie zijn de volgende randvoorwaarden van belang: ^ een goed en gemakkelijk bereikbare locatie (voldoende doorstroming van bezoekers); ^ een toekomstbestendige locatie met voldoende oppervlakte. Dit kan één “sirkulêr ambachtssintrum” zijn in 2050 voor de hele gemeente (voor 50.000 tot 100.000 bezoekers); • duurzaam, circulair en modulair bouwen; • kansen voor samenwerking met ondernemers, onderwijs en werkvoorzieningsschappen; • inzet op de inzameling van zoveel mogelijk grondstoffen en een kringloopcontainer; • een goede uitstraling en oog voor klimaatadaptatie; • de juiste milieuvergunningen.
Pagina 18 van 39
Uitgangspunten voor de milieustraten zijn dat we toewerken naar een “sirkulêr ambachtssintrum”, waarbij wordt ingezet op de scheiding van meer grondstoffen en een betere inrichting en uitstraling. ^_______________________________________________________________________ s De denkrichting die we in het uitvoeringsprogramma hanteren Om te komen tot een toekomstbestendige wijze van inzameling is het noodzakelijk om op de korte termijn enkele beslissingen te nemen voor de brenglocaties in Súdwest-Fryslân. Het voorstel is om dit via een apart ‘Uitvoeringsprogramma brenglocaties’ aan de gemeenteraad voor te leggen (medio 2024).
Figuur 9.2: kaartje van Súdwest-Fryslân met bereik milieustraten. Uitgaande van maximaal 20 minuten reistijd. - Geel: bereik van milieustraat Sneek. - Blauw: bereik van milieustraat Heeg. - Groen: bereik van milieustraat Koudum. - Rood: de locatie van milieustraat Bolsward, zonder cirkel omdat deze locatie medio 2024 voorlopig gaat sluiten.
Met dit grondstoffenbeleid wordt de visie gepresenteerd, met daarna een uitvoeringsprogamma om te komen tot een concreet voorstel. Uit bovenstaand figuur zijn enkele voorlopige conclusies: ^ de locaties van Sneek en Koudum zijn cruciaal om de brenglocaties bereikbaar te houden voor de inwoners; ^ de locatie van Heeg lijkt overbodig door de aanwezigheid van Sneek en Koudum op redelijke reisafstand (ruim binnen 20 minuten); ^ een eventuele nieuwe locatie voor een “sirkulêr ambachtssintrum” dient centraal in de gemeente te worden gepositioneerd, zodat alle inwoners binnen 20 minuten op de brenglocatie kunnen zijn. Daarom wordt als voorlopige denkrichting het onderstaande voorgesteld. Definitieve keuzes volgen in het uitvoeringsprogramma.
2024 Sneek upgraden voor 10-15 jaar Bolsward sluit voorlopig
Pagina 19 van 39
voor 20 jaar Heeg sluiten
Circulair ambachtscentrum op locatie X voor de toekomst, centraal in de gemeente gelegen
r
Figuur 9.3: luchtfoto van de milieustraat van Sneek (juli 2023).
5. Communicatie- en bewustwordingscampagne Er wordt ingezet op een actieve communicatie- en bewustwordingscampagne. Hierbij valt te denken aan het regelmatig plaatsen van berichten in nieuwsbrieven, op sociale media, de gemeentelijke website en in lokale kranten. Hierbij wordt ook aangesloten op de gezamenlijke campagne van Omringemeenten. Daarnaast kunnen inwoners stimuleren tot beter scheiden door stickers beschikbaar te stellen welke grondstof/afval in welke container moet. Zeker de winst die daarmee kan worden behaald - zowel voor het milieu als de kosten - moet helder zijn. Om dicht bij de inwoners te staan, wordt ook voorgesteld om twee afvalcoaches in te zetten vanaf 2024. Zeker in wijken waar inwoners moeite hebben met afval en grondstoffen te scheiden, kan snel winst worden behaald. Als extra middel kan een compostbak, scheidingsbakje of KCA-bak worden aangeboden bij huishoudens. Ook dit stimuleert het scheiden van afval. Het beschikbaar stellen van een dergelijk item is opgenomen in het coalitieakkoord 2022-2026 van Súdwest-Fryslân. Een concretere uitwerking van ideeën is terug te vinden in bijlage 5. 6. Verduurzamen wagenpark Om een duurzame en circulaire invulling te geven aan de totale dienstverlening heeft de gemeente naast een “sirkulêr ambachtssintrum” de ambitie om te verduurzamen en energieneutraal te worden.
Het verduurzamen van het wagenpark kan hier ook onderdeel van worden. Dit kan door de huisvuilwagens elektrisch te laten rijden. De eerste elektrische huisvuilwagen (zijlader) is voor de zomer van 2023 besteld en wordt in het najaar geleverd. Hiermee kan eerst een proef worden gedaan, waarna er na 1 jaar een evaluatie kan plaatsvinden. Bij een succesvolle proef kan het elektrische wagenpark worden uitgebreid. Dit past ook bij de plannen voor de nieuwe huisvesting buitendienst in Bolsward. De vervangingsmomenten worden zo optimaal mogelijk bepaald; op basis van leeftijd voertuigen, onderhoudskosten, beschikbaarheid elektrische voertuigen op de markt, energie uitgaven en investeringskosten. Daarbij is in de begroting rekening gehouden dat de verwachting is dat de komende jaren de investeringsbedragen in elektrische voertuigen zullen dalen door de technologische ontwikkeling.
Pagina 20 van 39
7. Optimaliseren van inzameling recreatieafval Súdwest-Fryslân is een behoorlijke recreatiegemeente en recreanten op het water zorgen ook voor het nodige afval: recreatieafval. In veel kernen staan dan ook diverse recreatiecontainers. Op die manier biedt de gemeente een behoorlijke service voor de recreanten. Dit voorkomt dumpingen en bijplaatsingen bij kleine prullenbakken. Deze service wordt doorgezet en waar nodig uitgebreid. Echter is het recreatieafval volledig ongescheiden. Deze stroom bevat veel plastic en etensresten, maar ook glas en blik. Met statiegeld op flesjes en blik zal die hoeveelheid gaan dalen. Hetzelfde zal gaan gelden voor wegwerpplastic, omdat daar per 1 juli 2023 en 1 januari 2024 de nodige restricties voor komen voor bijvoorbeeld horecagelegenheden. Dat zal er automatisch voor zorgen dat er meer grondstoffen overblijven, maar nog steeds ongescheiden. Daarom wordt ook deze stroom verwerkt en gescheiden door Omrin. Door een steeds betere nascheiding zal de hoeveelheid restafval ook sterk gaan dalen en bijdragen aan een afvalloze samenleving in 2050.
Figuur 9.4: recreatiecontainers in de gemeentelijke haven van Sneek.
Voor recreatieafval wordt onderzocht of er meer aandacht kan komen voor het scheiden van de grondstoffen. Dit kan door goede communicatie en het aanbieden van meer containers voor grondstoffen zoals glas en papier. 8. Inzet op duurzame evenementen De gemeente verzorgt bij enkele evenementen de inname van het afval en grondstoffen en kan faciliterend zijn in de vorm van materialen beschikbaar stellen, zoals hekwerken en containers. In 2021 heeft de gemeente het duurzaamheidsbeleid voor evenementen vastgesteld. Hierin worden evenementenorganisaties onder andere gestimuleerd om minder afval te produceren, beter te gaan scheiden en in te zetten op herbruikbare materialen. Met de naderende wetgeving vanaf 1 januari 2024 over wegwerpplastics en de verplichting tot hergebruik of hoogwaardige recycling zal dit het gemeentelijke beleid overtreffen. De opgestelde duurzaamheidscriteria binnen het duurzaamheidsbeleid zullen dan ook op gepaste wijze worden aangepast. Dit draagt bij aan de doelstellingen om minder restafval over te houden. 9. Aanpak zwerfafval continueren De afgelopen jaren is een aanpak voor zwerfafval opgebouwd om zo te werken naar een ‘Skjin Súdwest-Fryslân’. Door een jaarlijkse subsidie van Nedvang van circa C 100.000,- kon Súdwest-Fryslân de nodige projecten en innovaties (laten) uitvoeren.
Deze regeling stopte per 2023 en een nieuwe regeling lijkt te volgen vanaf 2024. Hierover volgt in de loop van 2023 meer duidelijkheid. De monitoringgegevens zijn over het algemeen heel goed, maar er blijft ruimte voor verbetering. Samen met de eerdergenoemde doelstellingen en verantwoordelijkheden wordt verwacht dat hier nog meer stappen in zijn te zetten. De volgende acties/activiteiten worden de komende jaren in ieder geval doorgezet: ^ monitoring openbare ruimte en winkelgebieden; ^ educatie basisonderwijs en middelbaar onderwijs; ^ himmeldei; ^ gratis materialen voor vrijwillige afvalrapers; • communicatie en bewustwording; • bewustwording bij evenementen en stranden; • aanpak van plastic soep; ^ faciliteren adoptiebakken; ^ hotspotaanpak; ^ projecten zoals Skjin Wetter en de Waste Battle.
Pagina 21 van 39
Figuur 9.5: foto tijdens de himmeldei op de Sint Ludgerusschool in Workum.
10. Meer inzet van handhaving Het sluitstuk van goede communicatie over afvalscheiding en de geboden service- en prijsprikkels is de handhaving ervan. De meeste gemeenten passen een combinatie van bovengenoemde instrumenten toe. Zo kan de gemeente met een hoog serviceniveau het scheiden en inzamelen van grondstoffen zo gemakkelijk mogelijk maken (grondstoffen hebben ‘waarde’, het scheiden en aanbieden ervan wordt daarom gemakkelijk gemaakt) en het aanbieden van restafval juist ontmoedigen door inwoners bewust te maken van hogere kosten bij een hoge hoeveelheid restafval (er worden herbruikbare grondstoffen weggegooid en het verbranden van restafval is duur). Voor een optimaal resultaat is het gewenst dat de in de benoemde instrumenten zo helder en zuiver mogelijk kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld zodat steeds meer mensen zich ervan bewust zijn dat wat je weggooit waarde heeft. Om handhaving specifiek voor dit onderdeel in te kunnen zetten, wordt voorgesteld om hiervoor middelen beschikbaar te stellen. Dit is terug te vinden in hoofdstuk 10.
Pagina 22 van 39
10. Financiën Dit hoofdstuk geeft de ontwikkeling van de kosten weer en de kosten voor de uitvoering van dit plan gedurende de planperiode van 2023-2027. Dit zijn extra kosten ten opzichte van de bestaande werkzaamheden, maar wel op te vangen binnen de bestaande begroting. Súdwest-Fryslân mag ‘grutsk’ zijn op de afvalstoffenheffing van de afgelopen jaren. Het tarief is de afgelopen jaren stabiel gebleven en is ten opzichte van andere Friese gemeenten gemiddeld. Om een stap te zetten naar een circulaire economie zijn echter investeringen nodig op de korte termijn. De hoogste kosten komen voort uit de keuzes voor de brenglocaties. Voor de brenglocaties (milieustraten) volgt een uitvoeringsprogramma in 2024 met keuzes en een apart financieringsvoorstel. In dit beleidsplan worden daarom alleen de mogelijkheden en de bijbehorende kosten opgesomd voor de toekomstige brenglocaties. Daarnaast zijn de eerdere bestuurlijke keuzes en verwachte autonome ontwikkelingen opgenomen in de prognose voor de afvalstoffenheffing in de komende jaren. Kostenontwikkeling Er hebben diverse ontwikkelingen en zaken invloed op de kosten van de inzameling- en verwerking van grondstoffen. De insteek is om een hoog dienstverleningsniveau te behalen, een goed milieuresultaat en dat tegen een betaalbare afvalstoffenheffing.