8. TV RAAD CU - Bijlage Evaluatie ijslands preventiemodel trimbos
Tekst van het document
Toekomst Alle gemeenten gaan door met de implementatie van het IJslandse preventiemodel en hebben de werkwijze in het beleid geborgd of zijn voornemens dit te organiseren. De focus wordt verbreed van middelengebruik naar welbevinden in het algemeen, en gemeenten die nu slechts gericht zijn op een deel van hun gemeente, hebben het voornemen de gebieden te gaan uitbreiden. Alle gemeenten zijn goed op weg, maar hopen nog een aantal verbeterslagen door te voeren.
Deelonderzoeksvraag 2b: Welke bevorderende en belemmerende factoren ervaren scholen bij de implementatie van het IJslandse model in hun gemeente? De meeste scholen zijn enthousiast over de implementatie van het IJslandse model. Ze willen werken aan het voorkomen van middelengebruik en willen een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van jongeren. Meerdere bevorderende factoren zorgen ervoor dat implementatie goed verloopt. Zo spreekt het integrale karakter van de IJslandse werkwijze de scholen aan. Ze ondersteunen de visie achter het model, waarbij gekeken wordt naar diverse domeinen in de omgeving van de jongeren. De verantwoordelijkheid wordt niet alleen bij de scholen gelegd, maar wordt gezamenlijk gedragen. Ze ervaren een verbeterde samenwerking met de gemeente en andere lokale partners. Ze waarderen dat er aan een gezamenlijk doel wordt gewerkt. Ook over de rol van de monitor als uitgangspunt voor het vormen van beleid zijn de meeste scholen enthousiast. Verder stellen de scholen het op prijs als de gemeente hen goed op de hoogte houdt van het proces. Tijdens het proces hebben de gemeenten wel een aantal belemmerende factoren ervaren die de implementatie niet ten goede kwamen. Zo hebben de scholen beperkte tijd. Een groot deel van de scholen zou graag meer uren hebben om aan het traject te besteden.
Daarnaast was de communicatie van de gemeenten niet altijd optimaal. De scholen werden niet altijd op de hoogte gehouden van wat er speelde of over de taakverdeling. Dit kan een negatief effect hebben op het draagvlak bij scholen.
Trimbos-instituut
71
4.3 Implementatie IJslandse monitor Deelonderzoeksvraag 3: In hoeverre kan de IJslandse monitor worden geïmplementeerd in Nederland en is het van toegevoegde waarde op de bestaande GGD GHOR- jeugdgezondheidsmonitor? De IJslandse monitor is in de zes deelnemende gemeenten tweemaal uitgevoerd. In deze paragraaf bespreken we de toegevoegde waarde van de IJslandse vragenlijst en van de context van de IJslandse monitor voor de bestaande GGD GHOR-jeugdgezondheidsmonitor. De vragenlijst De diverse analyses van de IJslandse vragenlijst en manier van rapportage lieten zien dat de IJslandse vragenlijst meer items en onderwerpen bestrijkt dan de bestaande GGD GHORvragenlijst. Met name vragen over ouders, school en omgeving uit de IJslandse monitor vormen een aanvulling op de bestaande vragenlijst. De IJslandse vragenlijst werd echter als te lang beoordeeld, en niet alle vragen waren voor alle leerlingen te begrijpen. Daarom is een reductie van het aantal vragen en een aanpassing in sommige formuleringen nodig om de IJslandse vragen te implementeren in de GGD GHOR-vragenlijst. De extra vragen kunnen opgenomen worden in het facultatieve gedeelte, daar kan de in bijlage 4 opgenomen IJslandmodule voor gebruikt worden.
Op die manier kunnen alle onderwerpen uit de IJslandse vragenlijst terugkomen in de rapportage, zij het dat sommige door de GGD iets anders worden uitgevraagd dan door de IJslanders. De context In de IJslandse monitor gaat het niet alleen om de vragenlijst, maar ook om kenmerken in de context van de IJslandse monitor. Naast de inhoud van de vragenlijst bleek vooral de manier waarop de gegevens uit de monitor geduid en besproken worden van meerwaarde voor de deelnemende gemeenten. Hierbij werd met name positief geoordeeld over de frequentie van afname, de snelheid van de terugrapportage en de plek van de uitkomsten in het cyclische proces van de IJslandse methode. Tijdens het leertraject is de IJslandse monitor in de deelnemende gemeenten uitgevoerd door de IJslandse organisatie ICSRA. In Nederlands voeren normaal gesproken de lokale GGD’en de jeugdgezondheidsmonitor uit. Zij hebben dan ook veel expertise op dit gebied, en monitoren al jarenlang de gezondheid van jongeren. Idealiter worden de kenmerken van de IJslandse monitor geïntegreerd in de GGD GHOR-jeugdgezondheidsmonitor. Op basis van het leertraject is nog niet volledig te bepalen of een aantal van deze kenmerken geïmplementeerd kan worden in de Nederlandse context. Daarom doen we een aanbeveling over de integratie van deze kenmerken in de GGD GHOR-jeugdgezondheidsmonitor (zie aanbeveling 4).
72
Trimbos-instituut
4.4 Overall conclusie In hoeverre kan het IJslandse preventiemodel worden geïmplementeerd in Nederland en is het van toegevoegde waarde op bestaande programma’s en werkwijzen ter bevordering van de gezondheid van jongeren? Op basis van deze eindevaluatie kunnen we concluderen dat het IJslandse preventiemodel goed implementeerbaar is in Nederlandse gemeenten. De werkwijze heeft op een aantal aspecten toegevoegde waarde ten opzichte van de bestaande programma’s en werkwijzen. Met name de aspecten van community building, integrale benadering en de belangrijke rol van monitoring in het lokale beleidsproces worden als een meerwaarde ervaren. Een belangrijke randvoorwaarde hierbij is uiteraard dat de gemeente voldoende mankracht en middelen beschikbaar heeft om dit proces te trekken. De betrokkenen zijn enthousiast en geven aan door te willen met de implementatie van het IJslandse model. Ook raden de deelnemende gemeenten andere gemeenten aan om met deze werkwijze aan de slag te gaan. In het volgende hoofdstuk formuleren we, op basis van de bevindingen, aanbevelingen voor de toekomstige implementatie van het IJslandse model in Nederland.
Trimbos-instituut
73
74
Trimbos-instituut
5
Aanbevelingen
De ervaringen van de zes gemeenten die aan het leertraject met het IJslandse preventiemodel meedoen, geven veel aanknopingspunten voor een verbeterde preventieaanpak van meerdere vormen van jeugdproblematiek. Niet alleen wat betreft middelengebruik, maar ook voor welbevinden en andere ontwikkelings- en leefstijlthema’s. We concluderen dat de ervaringen met het IJslandse model overwegend zeer positief zijn. Tegelijkertijd zijn er ook uitdagingen om de rol van de gemeenten in het IJslandse model beter te omschrijven en te borgen. We doen daarvoor de volgende vijf aanbevelingen:
Aanbeveling 1: Stimuleer de verdere implementatie van het IJslandse preventiemodel in Nederland. Op basis van de resultaten van de evaluatie kunnen we concluderen dat een verdere implementatie van het IJslandse model in Nederland kansrijk is. De grote opkomst bij inspiratiesessies over het IJslandse model en het aantal vragen dat het Trimbos-instituut en het Nederlands Jeugdinstituut ontvangen van (partners van) gemeenten, getuigen van veel interesse. Daarnaast voorziet het model in de toenemende behoefte aan lokaal, domeinoverstijgend datagedreven jeugdbeleid met een wetenschappelijke onderbouwing.
Aanbeveling 2: Laat gemeenten de regie voeren bij de implementatie van het IJslandse preventiemodel. Het IJslandse preventiemodel is bij uitstek een werkwijze om tot een lokaal gedragen aanpak te komen. De gemeente is als regievoerder van het lokale jeugdbeleid en gezondheidsbeleid de aangewezen partij om de kar te trekken bij dit innovatieve traject. Het scheppen van de juiste randvoorwaarden gaat van het organiseren van politiek draagvlak en bestuurlijke borging, tot het installeren en faciliteren van het proces. De gemeente beschikt over de juiste autoriteit om lokale partners te betrekken en samen te brengen, zoals scholen, GGD, jongerenwerk, verslavingszorg, welzijnsinstellingen, sport- en cultuurorganisaties en ouders. De aanbeveling luidt daarom om gemeenten de regie te laten voeren bij het implementeren van het IJslandse preventiemodel. Daarbij gelden de volgende randvoorwaarden: • Bestuurlijk en politiek draagvlak. De IJslandse aanpak houdt een structureel andere invulling van het preventieve beleid in, die ver over een collegeperiode heen reikt. De resultaten zijn pas na een aantal jaren zichtbaar en meetbaar. Dit vraagt om een langetermijnvisie die idealiter wordt geborgd in een meerjarenbeleid, gesteund door het college en de gemeenteraad. • Voldoende capaciteit.
Om het proces in goede banen te leiden, collega’s en externe partijen te verbinden, en de visie achter het IJslandse model scherp voor ogen te blijven houden, schatten we in dat elke gemeente 1,5 fte dient vrij te maken voor een team met daarin ten minste 0,6 fte voor de projectleider. Een kernteam van ten minste drie personen is wenselijk. Trimbos-instituut
75
• Gekwalificeerde projectleider. De projectleider heeft een belangrijke rol in het trekken van het traject met het IJslandse model. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn dat deze persoon in staat is om partners te mobiliseren, initiatief te nemen en communicatief vaardig is om iedereen op de hoogte te houden. • Voldoende financiële middelen. De verdubbeling van de gebruikelijke monitoringsfrequentie door de GGD, de inzet van effectieve preventieve interventies en de landelijke ondersteuning vragen een financiële impuls of herverdeling van bestaande middelen.
Aanbeveling 3: Investeer in langdurige, lokale samenwerking. Het samenwerken met lokale partners is een essentieel onderdeel van de IJslandse aanpak. Gezamenlijke deelname aan een methode waarin partners een gemeenschappelijke en complementaire aanpak nastreven met gezamenlijke doelen, monitoring, en interventies, heeft in de deelnemende gemeenten tot meer onderlinge verbondenheid geleid. De samenwerking is essentieel voor het draagvlak onder lokale partners en daarmee voor succesvolle implementatie. Het is daarom van belang lokale partijen al vroeg in het traject te betrekken en te enthousiasmeren. Daarbij moet er langdurig geïnvesteerd worden in deze aanpak, om zo gezamenlijk, op een duurzame manier te werken aan jeugdbeleid.
Aanbeveling 4: Borg de waardevolle kenmerken van de IJslandse monitoring in de GGD GHOR-jeugdgezondheidsmonitor. De gemeenten zijn enthousiast over kenmerken van de IJslandse monitoring. Om de functie van de monitor in de IJslandse werkwijze te optimaliseren, stellen wij voor de waardevolle kenmerken uit de IJslandse monitor te integreren in de bestaande GGD GHOR-jeugdgezondheidsmonitor: 1. De meting moet in hogere frequentie plaatsvinden (minimaal eens per twee jaar). 2. De resultaten van de vragenlijst (in rapportvorm) dienen binnen twee tot drie maanden na afname beschikbaar te zijn op gemeente- en schoolniveau. 3. Data moeten afkomstig zijn van een representatief gedeelte van de betreffende leeftijdsgroep met een minimale respons van 80 procent. Daarvoor zijn wellicht nauwere allianties met het onderwijs noodzakelijk en dient dit soort monitoring een vanzelfsprekend onderdeel van het systeem te worden. 4. Voor gemeenten die werken volgens het IJslandse model dient de IJslandmodule opgenomen te worden in het flexibele deel van de GGD-vragenlijst, met daarin aanvullende beschermende en risicofactoren. 5. De resultaten worden kort na afname op een heldere, voor ieder begrijpelijke manier met lokale partners besproken, worden geduid en dienen als voeding voor het opstellen en bijstellen van preventiebeleid.
De vergelijking van de IJslandse vragenlijst met de (ook lokale) vragenlijsten van de GGD GHOR laat zien dat het toevoegen van een IJslandmodule met aanvullende beschermende en risicofactoren mogelijk is binnen de vragenlijst die in Nederland gebruikt wordt (kenmerk 4). Ook laat het leertraject zien dat het mogelijk is om de resultaten met lokale partners te bespreken (kenmerk 5). Over de haalbaarheid van de implementatie van de overige kenmerken van de monitor (kenmerken 1-3) is in dit onderzoek nog geen uitsluitsel te geven, omdat de
76
Trimbos-instituut
IJslandse organisatie ICSRA dit heeft verzorgd. In een vervolgtraject moet blijken of deze kenmerken te integreren zijn in de werkwijze van de GGD GHOR-jeugdgezondheidsmonitor.
Aanbeveling 5: Ondersteun de implementatie van het IJslandse preventiemodel. Tijdens het leertraject hebben de IJslandse organisatie ICSRA, het Trimbos-instituut en het Nederlands Jeugdinstituut gemeenten ondersteund bij de vertaling en implementatie van het IJslandse model naar de Nederlandse context. Het Trimbos-instituut en het Nederlands Jeugdinstituut hielpen de gemeenten actief bij het interpreteren en implementeren van de kennis over het IJslandse model. Dit deden zij door kennis over preventie van middelengebruik te verrijken; advies te geven bij het veranderingsproces; presentaties te geven als externe experts; intervisiebijeenkomsten te organiseren voor de deelnemende gemeenten; en te fungeren als sparringpartner en tussenpersoon met IJsland. Deze rol is door de zes deelnemende gemeenten als zeer waardevol beoordeeld. Het betrekken van ICSRA voor het gehele implementatietraject is niet gewenst, maar zou nog wel onderdeel kunnen uitmaken van de beginfase van nieuwe trajecten. Wij bevelen de Rijksoverheid aan om, bij een verdere implementatie van het IJslandse model in Nederland, een communicatieve, faciliterende en ondersteunende rol te beleggen bij een of meer Nederlandse, landelijke organisaties die beschikken over de juiste kennis en capaciteit.
Deze ondersteuning zou aan de volgende aspecten moeten voldoen: • Voor verdere implementatie is het van belang de kennis over het IJslandse model en de ervaringen van Nederlandse gemeenten helder te beschrijven, zodat nieuwe gemeenten de geleerde lessen kunnen meenemen in de implementatie. Een handreiking voor gemeenten, met een beschrijving van de noodzakelijke voorwaarden, en een implementatiestappenplan, ligt hierbij voor de hand. • De kennis en expertise kunnen het beste worden gedeeld middels trainingen, kennissessies en andere vormen van kennisbevordering. De gemeenten dienen hierbij op het juiste moment in het traject de juiste ondersteuning te ontvangen. • Hierbij is ondersteuning op maat van belang die intensiever en pro-actiever is dan de ondersteuning tijdens het leertraject. • Het is belangrijk dat kennis over relevante effectieve interventies door de kennisinstituten beter ontsloten wordt dan tijdens het leertraject het geval was. • Uitwisseling tussen deelnemende gemeenten dient te worden gefaciliteerd. • De GGD GHOR, RIVM en lokale GGD’en dienen begeleid te worden bij het integreren van de IJslandse kenmerken in de GGD GHOR-jeugdgezondheidsmonitor.
Trimbos-instituut
77
78
Trimbos-instituut
Literatuur
Kristjánsson, Á. L., Sigfúsdóttir, I. D., Thorlindsson, T., Mann, M. J., Sigfússon, J., & Allegrante, J. P. (2016). Population trends in smoking, alcohol use and primary prevention variables among adolescents in Iceland, 1997-2014. Addiction, 111(4), 645-652. https://doi.org/10.1111/ add.13248 Sahadat, I. (2017). Hoe IJslandse tieners drank en sigaretten inruilden voor sport. de Volkskrant, 2 juli. Sigfúsdóttir, I. D. (2013). Data Collection Procedures for School-Based Surveys Among Adolescents : The Youth in Europe Study Data Collection Procedures for School-Based Surveys Among Adolescents : The Youth in Europe Study. Journal of School Health 83(9), 662-667. https://doi.org/10.1111/josh.12079 Sigfúsdóttir, I. D., Kristjánsson, Á. L., Gudmunsdottir, M. L., & Allegrante, J. P. (2010). A collaborative community approach to adolescent substance misuse in Iceland. International Psychiatry 7(4), 86-88. https://doi.org/10.1192/S1749367600006007 Sigfúsdóttir, I. D., Thorlindsson, T., Kristjánsson, Á. L., Roe, K. M., & Allegrante, J. P. (2009). Substance use prevention for adolescents : The Icelandic Model. Health Promotion International, 24(1), 16-25. https://doi.org/10.1093/heapro/dan038 Sigfússon, J. (2018). Evidence based primary prevention : 20 years of succes. Reykjavik: Planet Youth. Smeets, L., Monshouwer, K., Batyreva, I., De Wilde, E. J., & De Greeff, J. (2019a).
De IJslandse aanpak van middelengebruik onder jongeren: Kansen van dit preventiemodel voor de Nederlandse situatie. Factsheet. Utrecht: Trimbos-instituut & Nederlands Jeugdinstituut. Smeets, L., Monshouwer, K., & De Greeff, J. (2019b). De IJslandse aanpak van middelengebruik onder jongeren: Een verkenning van de wetenschappelijke literatuur. Utrecht: Trimbosinstituut.
Trimbos-instituut
79
80
Trimbos-instituut
Bijlage 1
Gesprekspartners interviews (landelijke) organisaties
Organisatie
Gesprekspartner
Raad voor Cultuur
Renske van der Zee
KNMO
Dorrie Besouw
RIVM
Djoeke van Dale, Annerike Gorter
GGD GHOR
Jelle Doosje, Anja Koornstra
JOGG
Linda Schonewille, Caroline Peeck
VNG
Elly Dekker
VO-raad
Boukje van Vlokhoven
Gemeente Rotterdam
Geert Bruinen
Kenniscentrum Sport en Bewegen
Peter Barendse
Rookvrije Generatie
Bart de Wolf
LKCA
Josefiene Poll, Claudia Marinelli
Fonds voor cultuurparticipatie
Jeroen van Dijk
Trimbos-instituut
Jeroen Lammers, Daniëlle Meije
PO-raad
Anneke Risselada
Moedige Moeders Volendam
Tiny Tol
Nederlands Jeugdinstituut
Caroline Vink, Sofie Vriends
Pharos
Bart Looman, Frea Haker
Trimbos-instituut
81
82
Trimbos-instituut
Bijlage 2
Lijst van onderwerpen en aanwezigheid in GGD GHOR-basis vragenlijst en eerste rapportage
in vragenlijst GGD GHOR?
in vragenlijst IJsland?
in rapport GGD GHOR?
in rapport IJsland?
introductie
Ja
Ja
slot
Ja
Nee
invulmanier
Ja
Nee
Nee
Nee
geslacht
Ja
Ja
Nee
Nee
leeftijd
Ja
Ja
Nee
Nee
wijk
Ja
Ja
Nee
Nee
woonsituatie
Ja
Ja
Nee
Nee
opleiding/werk ouders
Nee
Ja
Nee
Nee
etnische achtergrond
Nee
Ja
Nee
Nee
taal thuis
Nee
Ja
Nee
Nee
inkomenssituatie gezin
Ja
Ja
Nee
Nee
steun ouders
Nee
Ja
Nee
Ja
betrokkenheid ouders
Nee
Ja
Nee
Ja
ouderlijk toezicht
Nee
Ja
Nee
Ja
betrokkenheid ouders met buurt
Nee
Ja
Nee
Nee
veiligheidsgevoel
Nee
Ja
Nee
Ja
plek alcoholgebruik
Nee
Ja
Nee
Ja
verwachte reacties ouders
Nee
Ja
Nee
Ja
introductie en slot
basisvragen
gezin
Trimbos-instituut
83
in vragenlijst GGD GHOR?
in vragenlijst IJsland?
in rapport GGD GHOR?
in rapport IJsland?
school/klas
Ja
Ja
Nee
Nee
schoolwijziging
Nee
Ja
Nee
Nee
schoolprestaties
Nee
Ja
Nee
Nee
schoolverzuim
Nee
Ja
Nee
Ja
schoolmotivatie
Nee
Ja
Nee
Ja
veiligheidsgevoel
Nee
Ja
Nee
Ja
steun leeftijdgenoten
Nee
Ja
Nee
Nee
groepsdruk/weerbaarheid
Ja
Ja
Ja
Ja
pesten / gepest worden
Ja
Ja
Ja
Nee
cyberpesten
Ja
Ja
Ja
Nee
sexting
Ja
Ja
Nee
Nee
aantrekkelijkheid
Nee
Ja
Nee
Nee
middelengebruik vrienden
Nee
Ja
Nee
Ja
crimineel gedrag vrienden
Nee
Ja
Nee
Nee
suïcidaliteit in omgeving
Nee
Ja
Nee
Nee
uitgaansgedrag
Nee
Ja
Nee
Ja
culturele vrijetijdsactiviteiten
Nee
Ja
Nee
Nee
sporten en bewegen
Ja
Ja
Ja
Ja
schermtijd/social media/gaming
Ja
Ja
Nee
Ja
plek alcoholgebruik
Nee
Ja
Nee
Ja
waardering wijk
Nee
Ja
Nee
Ja
verhuisd
Nee
Ja
Nee
Nee
betrokkenheid buren
Nee
Ja
Nee
Nee
veiligheidsgevoel
Nee
Ja
Nee
Ja
plek alcoholgebruik
Nee
Ja
Nee
Ja
school
leeftijdgenoten
vrije tijd
omgeving
84
Trimbos-instituut
in vragenlijst GGD GHOR?
in vragenlijst IJsland?
in rapport GGD GHOR?
in rapport IJsland?
non-alcoholisch drankgebruik
Ja
Ja
Nee
Nee
alcoholgebruik
Ja
Ja
Nee
Ja
dronkenschap
Ja
Ja
Nee
Ja
roken in omgeving
Nee
Ja
Nee
Nee
roken
Ja
Ja
Ja
Ja
drugsgebruik
Ja
Ja
Ja
Ja
leeftijd eerste middelengebruik
Nee
Ja
Nee
Ja
Ja
Nee
Ja
Nee
inschatting psychische gezondheid Nee
Ja
Nee
Ja
psychosomatische klachten
Nee
Ja
Nee
Ja
slaap
Nee
Ja
Nee
Ja
ervaren gezondheid
Ja
Ja
Ja
Ja
tevredenheid met lichaam
Nee
Ja
Nee
Nee
zelfwaardering
Nee
Ja
Nee
Nee
gedachten en gevoelens
Nee
Ja
Nee
Nee
boosheid
Nee
Ja
Nee
Ja
suïcidaliteit
Nee
Ja
Nee
Nee
zelfbeschadiging
Nee
Ja
Nee
Nee
medicatiegebruik
Nee
Ja
Nee
Ja
seksueel gedrag
Ja
Nee
Ja
Nee
geluk
Ja
Ja
Nee
Nee
stress
Ja
Nee
Nee
Nee
life events
Ja
Ja
Nee
Nee
seksueel misbruik
Nee
Ja
Nee
Nee
crimineel gedrag
Nee
Ja
Nee
Nee
geweld
Nee
Ja
Nee
Nee
pesten / gepest worden
Ja
Ja
Ja
Nee
cyberpesten
Ja
Ja
Ja
Nee
sexting
Ja
Ja
Nee
Nee
aantrekkelijkheid
Nee
Ja
Nee
Nee
geloof
Nee
Ja
Nee
Nee
houden aan regels
Nee
Ja
Nee
Nee
middelengebruik
gedrag en gezondheid psychosociale gezondheid
Trimbos-instituut
85
86
Trimbos-instituut
Bijlage 3 Odds-ratio’s van IJslandvragenlijst-items voor drie belangrijkste uitkomstmaten
87
Trimbos-instituut
88
Trimbos-instituut
89
Trimbos-instituut
90
Trimbos-instituut
91
Trimbos-instituut
92
Trimbos-instituut
Bijlage 4
IJslandmodule GGD-vragenlijst
Onderstaande lijst bevat de vragen die kunnen worden toegevoegd aan de basisvragenlijst van de GGD GHOR om de laatste rapportage door de IJslandse onderzoekers te kunnen reproduceren. Voor de donkerblauw gearceerde vragen werd geen vergelijkbare vraag of vraag over een vergelijkbaar concept gevonden in de regionale vragenlijsten van de GGD. Deze vormen dus een minimale variant voor de IJslandmodule. In onderstaande lijst is ook vraag 24 (Hoe moeilijk of makkelijk is het voor jou om het volgende van je ouders te ontvangen?) blauw gearceerd, omdat GGD Fryslân deze IJslandvraag als enige al had opgenomen in de eigen lokale vragenlijst. Vragen/deelvragen die gemarkeerd zijn met een sterretje komen ook voor in de top 30-lijst van de analyses waarin de samenhang met middelengebruik werd bestudeerd.
Extra vragen over de omgeving 29. Hoe waarschijnlijk is het dat jouw buren iets doen tegen of iets zouden zeggen over de volgende situaties?
1. Als er jongeren spijbelen en in jouw buurt rondhangen tijdens schooltijd* 2. Als er jongeren graffiti spuiten in jouw buurt/wijk 3. Als jongeren onbeleefd zijn tegen volwassenen 4. Als er een gevecht uitbreekt vlak voor jouw huis 5. Als iemand probeert in te breken in een auto of huis in jouw straat
• • • • •
Heel waarschijnlijk Een beetje waarschijnlijk Niet waarschijnlijk / niet onwaarschijnlijk Een beetje onwaarschijnlijk Heel onwaarschijnlijk
26. Hoe vaak voel jij je veilig op de volgende plaatsen?
1. Thuis 2. Op school 3. In mijn wijk of buurt
• • • • •
Trimbos-instituut
(Bijna) nooit Zelden Soms Vaak (Bijna) altijd
93
38. In hoeverre ben je het eens met de volgende uitspraken?
1. Er zijn veel dingen om met anderen te doen in onze wijk 2. Het is goed wonen in onze wijk* 3. Ik wil graag in mijn wijk blijven wonen ook als ik ouder ben 4. Ik wil graag naar een ander dorp of stad verhuizen als ik ouder ben 5. Ik wil graag naar een ander land verhuizen als ik ouder ben.
• • • • •
Helemaal mee eens Beetje mee eens Niet eens en niet oneens Beetje mee oneens Helemaal mee oneens
Extra vragen over school 20. Hoe vaak ben je DE AFGELOPEN 4 WEKEN hele dagen weggebleven van school? 1. Omdat je ziek was 2. Omdat je spijbelde* 3. Om andere redenen*
• • • • • •
Geen één dag 1 dag 1 dagen 1-4 dagen 5-6 dagen 7 dagen of meer
21. In hoeverre zijn de volgende uitspraken voor jou van toepassing?
1. Ik vind naar school gaan zinloos 2. Ik kan niet goed opschieten met de leraren op school* 3. Ik verveel mij op school* 4. Ik ben slecht voorbereid op de lessen* 5. Ik heb het gevoel dat ik niet mijn best doe op school of in de klas 6. Ik vind de lesstof te makkelijk 7. Ik vind de lesstof te moeilijk 8. Ik voel me slecht als ik op school ben 9. Ik wil stoppen met school 10. Ik wil naar een andere school
94
• • • • •
Is (bijna) altijd waar Is vaak waar Is soms waar Is zelden waar Is (bijna) nooit waar
Trimbos-instituut
22. In hoeverre ben je het eens met de volgende stellingen? 1. De volwassenen op mijn school geven om mij 2. Mijn school helpt mij doelen te bereiken die voor mij belangrijk zijn 3. Ik doe mijn best op school 4. Mijn school helpt mij het beste uit mezelf te halen 5. Ik vind het leuk om mee te doen aan activiteiten op mijn school 6. Mijn school helpt me te ontdekken waar ik goed in ben 7. Goed mijn best doen op school helpt me om later een goed leven te leidenDe volwassenen op mijn school zijn eerlij 8. k en aardig tegen mij 9. Het is veilig om bij de volwassenen op mijn school te zijn 10. De volwassenen op mijn school merken het wanneer ik het moeilijk heb en bieden mij dan hulp aan 11. De volwassenen op mijn school geloven erin dat ik iets goeds kan doen voor de wereld 12. Ik heb vrienden op school die om mij geven 13. Mijn vrienden vinden dat we ons best moeten doen op school 14. De leerlingen op mijn school zijn aardig voor elkaar 15. Op mijn school is het niet erg om fouten te maken, als je maar je best doet
• • • • •
Trimbos-instituut
Helemaal mee eens Beetje mee eens Niet mee eens/niet mee oneens Beetje mee oneens Helemaal mee oneens
95
Extra vragen over ouders / thuis 23. Hoe vaak heb je in de afgelopen zeven dagen één van de volgende dingen gedaan?
1. Een hele avond thuis gebleven 2. Van huis weg geweest na 10 uur ’s avonds* 3. Van huis weg geweest en na 12 uur ’s avonds terug gekomen*
• • • • • • • •
Nooit 1 keer 2 keer 3 keer 4 keer 5 keer 6 keer 7 keer
24. Hoe moeilijk of makkelijk is het voor jou om het volgende van je ouders te ontvangen?
1. 2. 3. 4.
Bezorgdheid en betrokkenheid Gesprekken over persoonlijke zaken* Advies over je schoolwerk Advies over andere onderwerpen waar je je mee bezig houdt* 5. Hulp bij andere dingen*
• • • •
Heel moeilijk Moeilijk Makkelijk Heel makkelijk
25. In hoeverre is het volgende op jou van toepassing?
1. Ik breng tijd door met mijn ouders op doordeweekse dagen* 2. Ik breng tijd door met mijn ouders in het weekend* 3. Mijn ouders weten waar ik op zaterdagavond ben*
• • • • •
(Bijna) nooit Zelden Soms Vaak (Bijna) altijd
27. Hoe goed passen de volgende uitspraken bij jou? Mijn ouders...
1. ... vinden het belangrijk dat ik het goed doe op school 2. ... hebben duidelijke regels over wat ik thuis mag doen 3. ... hebben duidelijke regels over wat ik buitenshuis mag doen 4. ... hebben duidelijke regels over hoe laat ik thuis moet zijn ’s avonds 5. ... weten met wie ik ‘s avonds omga* 6. ... weten waar ik ’s avonds ben* 7. ... kennen mijn vrienden 8. ... kennen de ouders van mijn vrienden
96
• • • •
past heel goed bij mij past goed bij mij past niet bij mij past helemaal niet bij mij
Trimbos-instituut
28. Hoe goed passen de volgende uitspraken bij jou?
1. Mijn ouders hebben vrienden die dicht bij ons in de buurt wonen 2. Mijn ouders kennen veel buren persoonlijk van naam 3. Mijn ouders gaan bij buren op visite 4. Buren komen bij mijn ouders op visite 5. Mijn ouders lenen spullen van buren (bijv. gereedschap of een kopje suiker) 6. Buren lenen spullen van mijn ouders
• • • • •
past heel goed bij mij past goed bij mij neutraal past niet bij mij past helemaal niet bij mij
65. Hoe denk je dat je ouders zullen reageren als je een van de volgende dingen zou doen? Als je...
1. sigaretten zou roken* 2. e-sigaretten zou roken of zou vapen* 3. dronken zou worden* 4. cannabis zou roken* 5. andere drugs zou gebruiken*
• • • •
Ze zouden er heel erg op tegen zijn Ze zouden er tegen zijn Ze zouden er een beetje tegen zijn Het zou hen niets uitmaken
Extra vragen over leeftijdgenoten 31. In hoeverre ben je het eens met de volgende stellingen? 1. Soms is het nodig om sigaretten te roken om bij een (vrienden)groep te blijven horen* 2. Soms is het nodig om alcohol te drinken om bij een (vrienden)groep te blijven horen* 3. Soms is het nodig om cannabis (wiet of hasj) te roken om bij een (vrienden) groep te blijven horen* 4. Soms is het nodig om andere drugs te gebruiken om bij een (vrienden)groep te blijven horen* 5. Soms is het nodig om te spijbelen om bij een (vrienden)groep te blijven horen
• • • • •
Trimbos-instituut
Helemaal mee eens Beetje mee eens Niet eens, niet oneens Beetje mee oneens Helemaal mee oneens
97
67. Kun je inschatten hoeveel van jouw vrienden het volgende doen of gedaan hebben? 1. Sigaretten roken 2. Alcohol drinken 3. Minstens 1 keer per maand dronken worden 4. Hasj of wiet roken 5. In ruzies terecht komen of ruzie zoeken
• • • • •
Geen Een paar Sommige Meeste (Bijna) alle
Extra vragen over vrijetijdsbesteding 71. Hoe vaak doe je het volgende: 1. Chillen bij een vriend thuis zonder dat er een volwassene aanwezig is 2. Chillen met vrienden op een parkeerplaats 3. Chillen met vrienden in een park of andere natuur 4. Chillen met vrienden in een winkelcentrum of bij winkels in het centrum 5. Chillen met vrienden bij school als de school dicht is 6. Chillen met vrienden in een verlaten gebouw of huis
• • • • •
(Bijna) nooit minder dan 1 keer per maand 1-3 keer per maand 1-3 keer per week 4 keer per week of vaker
70. Hoe vaak per week doe je buiten schooltijd mee aan de volgende activiteiten die door een volwassene begeleid worden? 1. 2. 3. 4. 5.
98
Sporten bij een vereniging of team Een groep van de kerk, moskee, etc. Les in muziek, kunst, toneel of dans Vrijwilligerswerk Andere clubjes buiten school zoals scouting, schaken, etc.
• • • • • • • • •
(Bijna) nooit Minder dan 1 keer per week 1 keer per week 2 keer per week 3 keer per week 4 keer per week 5 keer per week 6 keer per week 7 keer per week
Trimbos-instituut