8. TV RAAD CU - Bijlage Evaluatie ijslands preventiemodel trimbos
Tekst van het document
Lian Smeets, Erik Jan de Wilde, Eefje Vercoulen, Thijs Tuenter, Karin Monshouwer, Wouter den Hollander, Gijs Jobse, Heleen Scholten, Jeroen de Greeff
Het IJslandse preventiemodel in Nederland Eindevaluatie van het beleidsvormend leertraject voor de aanpak van middelengebruik onder jongeren
Lian Smeets, Erik Jan de Wilde, Eefje Vercoulen, Thijs Tuenter, Karin Monshouwer, Wouter den Hollander, Gijs Jobse, Heleen Scholten, Jeroen de Greeff
Het IJslandse preventiemodel in Nederland Eindevaluatie van het beleidsvormend leertraject voor de aanpak van middelengebruik onder jongeren
Trimbos-instituut, Utrecht, 2021
Colofon Opdrachtgever en financiering Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Auteurs Lian Smeets Erik Jan de Wilde Eefje Vercoulen Thijs Tuenter Karin Monshouwer Wouter den Hollander Gijs Jobse Heleen Scholten (Universiteit Utrecht) Jeroen de Greeff Met medewerking van Iryna Batyreva (Nederlands Jeugdinstituut) Lex Lemmers Lonneke van Leeuwen Tekstredactie Annemarie van den Berg Vormgeving en productie Canon Nederland N.V. Beeld www.istockphoto.com De uitgave is te downloaden via www.trimbos.nl/webwinkel. Artikelnummer AF1889. Trimbos-instituut Da Costakade 45 Postbus 725 3500 AS Utrecht T: 030 - 297 11 00 F: 030 - 297 11 11 E: ijsland@trimbos.nl www.trimbos.nl © 2021, Trimbos-instituut, Utrecht. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande toestemming van het Trimbos-instituut. 2
Trimbos-instituut
Inhoud
Samenvatting
5
1 Achtergrond 1.1 Wat is het IJslandse preventiemodel? 1.2 Beleidsvormend leertraject: de culturele vertaling van het IJslandse preventiemodel naar Nederland 1.3 Eindevaluatie
11 11
2 Methoden 2.1 Landelijke verkenning 2.2 Evaluatie van het leertraject 2.3 Vergelijking IJslandse en Nederlandse jeugdgezondheidmonitors
17 17 17 19
3 Resultaten 3.1 Landelijke verkenning 3.2 Evaluatie van het leertraject 3.3 Vergelijking IJslandse en Nederlandse jeugdgezondheidsmonitors
23 23 28 58
4 Conclusie 4.1 Kansen en uitdagingen 4.2 Implementatie IJslands preventiemodel door gemeenten 4.3 Implementatie IJslandse monitor 4.4 Overall conclusie
67 67 68 72 73
5 Aanbevelingen
75
Literatuur
79
Bijlage 1 Gesprekspartners interviews (landelijke) organisaties
81
Bijlage 2 Lijst van onderwerpen en aanwezigheid in GGD GHOR-basisvragenlijst en eerste rapportage
83
Bijlage 3 Odds-ratio’s van IJslandvragenlijst-items voor drie belangrijkste uitkomstmaten
87
Bijlage 4 IJslandmodule GGD-vragenlijst
93
Trimbos-instituut
14 15
3
4
Trimbos-instituut
Samenvatting
Achtergrond Het IJslandse preventiemodel is een wetenschappelijk onderbouwde benadering (evidence based) om alcohol-, tabak- en drugsgebruik door jongeren te voorkomen. Het model is ontwikkeld door een non-profitonderzoeksinstituut: Icelandic Centre for Social Research and Analysis (ICSRA) en richt zich op datagedreven en community based werken. Sinds de introductie van het IJslandse preventiemodel, twintig jaar geleden, is het middelengebruik onder IJslandse jeugd sterk gedaald. De essentie van het IJslandse model is om een gezonde omgeving voor jongeren te creëren die is ingericht om middelengebruik te voorkomen en te werken aan het welbevinden van jongeren. Om deze gezonde omgeving te vormen wordt er een jaarlijkse cyclus doorlopen bestaande uit vier stappen: 1. Monitoring (vragenlijst onder jongeren). 2. Snelle terugkoppeling van de resultaten en dialoog met lokale partners. 3. Beleidsvorming op basis van de resultaten. 4. Uitvoering van beleid en acties. Het beleid en de acties richten zich op vier verschillende domeinen die worden uitgevraagd in een vragenlijst onder jongeren. Deze domeinen zijn door de IJslandse onderzoekers aangewezen als belangrijke thema’s waarbinnen verandering kan plaatsvinden: gezin, school, peergroep en vrije tijd.
De veelbelovende cijfers over dalend middelengebruik in IJsland waren reden om te onderzoeken of het IJslandse model ook in Nederland te implementeren is en vertaald kan worden naar de Nederlandse context. Er werd daarom van april 2018 tot april 2021 een beleidsvormend leertraject opgezet waaraan zes Nederlandse gemeenten deelnamen: Amersfoort, Hardenberg, samenwerkingsverband Kempengemeenten (Bergeijk, Bladel, Eersel, Reusel-De Mierden), Súdwest-Fryslân, Texel en Urk.
Onderzoeksvraag Dit rapport bevat uitkomsten uit de eerdere tussenevaluatie, aangevuld met inzichten uit de eindevaluatie van het leertraject. De hoofdonderzoeksvraag van dit rapport luidt: In hoeverre kan het IJslandse preventiemodel worden geïmplementeerd in Nederland en is het van toegevoegde waarde op bestaande programma’s en werkwijzen ter bevordering van de gezondheid van jongeren?
Trimbos-instituut
5
Methode Om antwoord te geven op de hoofdonderzoeksvraag hebben we drie deelonderzoeken uitgevoerd. Om te verkennen welke kansen het model biedt voor de Nederlandse situatie en welke uitdagingen er nog zijn, voerden we in mei-juli 2019 gesprekken met zeventien (landelijke) organisaties. De bijbehorende deelonderzoeksvraag is: 1. Welke kansen en uitdagingen zien (landelijke) organisaties bij de implementatie van het IJslandse preventiemodel in Nederland? Vervolgens voerden we op twee momenten tijdens het leertraject evaluatiegesprekken met beleidsmedewerkers van de deelnemende gemeenten, namelijk halverwege het traject (eind 2019) en aan het einde van het traject (voorjaar 2021). Ook spraken we in twee rondes met contactpersonen van deelnemende scholen, namelijk begin 2020 (negen scholen namen deel) en begin 2021 (dertien scholen namen deel). De bijbehorende deelonderzoeksvragen zijn: 2a. In hoeverre kunnen de Nederlandse gemeenten die deelnemen aan het leertraject het IJslandse preventiemodel implementeren, en in hoeverre vinden zij het van toegevoegde waarde op bestaande programma’s en werkwijzen in hun gemeente? 2b.
Welke bevorderende en belemmerende factoren ervaren scholen bij de implementatie van het IJslandse preventiemodel in hun gemeente? Ten slotte vergeleken we de door de IJslandse onderzoekers gebruikte vragenlijst middels een inhoudelijke en procesmatige analyse met de Nederlandse vragenlijst van de GGD GHORjeugdgezondheidsmonitor. Daarnaast onderzochten we hoe de GGD-vragenlijst verrijkt kan worden met een IJslandmodule. De bijbehorende deelonderzoeksvraag is: 3. In hoeverre kan de IJslandse monitor worden geïmplementeerd in Nederland en is het van toegevoegde waarde op de bestaande GGD GHOR-jeugdgezondheidsmonitor?
Resultaten Landelijke verkenning Uit de gesprekken met de landelijke organisaties is gebleken dat zij geïnteresseerd zijn in het IJslandse model. Een belangrijke reden hiervoor is dat de doelen van de IJslandse aanpak aansluiten bij die van het Nationaal Preventieakkoord (gericht op het verminderen van roken, overgewicht en met name alcoholgebruik). Ook de integrale aanpak van het model spreekt aan. Ingezoomd op de elementen van het model blijken in verschillende aspecten kansen, maar ook uitdagingen te liggen. Zo wordt de IJslandse monitoring als een werkzaam bestanddeel gezien, maar organisaties vinden het ook een arbeidsintensieve onderneming. Idealiter wordt de monitor geïntegreerd in de bestaande Nederlandse monitoringssystemen (zoals de jeugdgezondheidsmonitor van de GGD). Daarnaast kan community building kansrijk zijn in Nederland, maar het kost waarschijnlijk wel veel moeite en tijd om dit te realiseren. Hetzelfde
6
Trimbos-instituut
geldt voor het betrekken van ouders en scholen: de organisaties zien dit als een belangrijke zaak die tevens lastig te realiseren is. Ten slotte zien de organisaties zinvolle vrijetijdsbesteding als een belangrijke factor in gezond en veilig opgroeien. Maar professionele begeleiding (waar in IJsland wordt mee gewerkt) is erg kostbaar. Evaluatie van het leertraject Tijdens het drie jaar durende leertraject (april 2018 - april 2021) hebben de zes gemeenten de IJslandse werkwijze geïmplementeerd. Hierin hebben zij ervaring opgedaan met het doorlopen van de IJslandse cyclus. De deelnemende gemeenten zijn positief over de IJslandse werkwijze. De positieve, integrale langetermijnvisie op het jeugdbeleid kan op enthousiasme rekenen. Verder waarderen de gemeenten dat wetenschap en lokale cijfers de basis vormen voor het beleid. De monitor vindt frequent plaats en geeft ook informatie over onderliggende beschermende en risicofactoren van gedrag. Door de snelle terugkoppeling van de resultaten lukt het de gemeenten om meer draagvlak en urgentiegevoel te creëren bij lokale partners. Het bespreken van de resultaten met lokale partners om samen prioriteiten te stellen, spreekt de gemeenten erg aan.
Voor significante veranderingen in middelengebruik is het nog te vroeg, maar een van de grote, nu al zichtbare resultaten van het leertraject is de verbeterde en nieuwe samenwerking met lokale partners. De gemeenten hebben de ondersteuning vanuit het Trimbos-instituut en het Nederlands Jeugdinstituut gedurende het leertraject over het algemeen als positief ervaren. Ook de input vanuit de IJslandse onderzoekers werd gewaardeerd, gemeenten zagen met name hun vermogen om te inspireren als meerwaarde. Voor de toekomst zien de gemeenten in de lokale ondersteuning en in het uitvoeren van de monitor echter geen rol meer voor de IJslanders. De uitvoering van de monitor zien ze graag in handen van de GGD komen. Aan ondersteuning door het Trimbos-instituut en het Nederlands Jeugdinstituut blijft wel behoefte, met name met landelijke agenda setting en het blijven verspreiden van de boodschap. Ook de scholen zijn te spreken over de IJslandse werkwijze. Met name het integrale karakter motiveerde hen om deel te nemen aan het leertraject: ze willen iets doen tegen het middelengebruik van hun leerlingen en willen daarnaast een positieve bijdrage leveren aan hun ontwikkeling. De samenwerking met andere lokale partijen, met name met de gemeente, is door de IJslandse werkwijze verbeterd.
Daarnaast zijn de scholen positief over de IJslandse manier van monitoren, waarbij er meer uitwisseling is over de resultaten en er gezamenlijke doelen worden gesteld. Idealiter zouden de scholen meer tijd besteden aan het IJslandse model, maar dit past niet altijd in de uren die ze beschikbaar hebben. Vergelijking IJslandse en Nederlandse jeugdgezondheidsmonitors De door de IJslandse onderzoekers gebruikte vragenlijst verschilt inhoudelijk van de in Nederland gebruikte jeugdmonitor-vragenlijsten: zowel van de GGD GHOR-basisvragenlijst als van de lokaal verschillend aangevulde GGD-lijsten. De IJslandse vragenlijst gebruikt meer vragen voor dezelfde onderwerpen en bestrijkt daarnaast ook meer onderwerpen: vooral vragen over het gezin, school en de omgeving. Voor de rapportage blijkt er een groter percentage van de antwoorden uit de GGD GHOR-basisvragen benut te worden dan bij de IJslandse vragenlijst het geval is. Dat is opmerkelijk omdat de GHOR-GGD-vragenlijst minder items en onderwerpen bevat. Dat de IJslandse vragenlijst lang is, blijkt uit het toenemende
Trimbos-instituut
7
gemiddelde aantal niet-ingevulde vragen aan het einde van de vragenlijst. De IJslandse lijst kan zeker korter, want er zitten redundanties in en niet alle vragen over buurt, omgeving en leeftijdgenoten hangen samen met middelengebruik door de jongeren. Het is mogelijk om vragen en onderwerpen uit de IJslandse vragenlijst toe te voegen aan de basisvragenlijst van de GGD GHOR. Zelfs wanneer alle onderwerpen die de IJslanders in hun rapportage behandelen moeten worden uitgevraagd, is er voldoende plek in het facultatieve deel van de GGD GHOR-vragenlijst. Dan nog blijft het de vraag of de monitor ook aan de andere vereisten van het IJslandse preventiemodel kan voldoen: vaker meten, sneller terugkoppelen, betere steekproef en een prominentere plek binnen het lokale jeugdbeleid.
Conclusie Op basis van deze eindevaluatie kunnen we concluderen dat het IJslandse preventiemodel goed implementeerbaar is in Nederlandse gemeenten. De werkwijze heeft op een aantal aspecten toegevoegde waarde ten opzichte van de bestaande programma’s en werkwijzen. Met name de aspecten van community building, integrale benadering en de belangrijke rol van monitoring in het lokale beleidsproces worden als een meerwaarde ervaren. Een belangrijke randvoorwaarde hierbij is uiteraard dat de gemeente voldoende mankracht en middelen beschikbaar heeft om dit proces te trekken. De betrokkenen zijn enthousiast en geven aan door te willen met de implementatie van het IJslandse model. Ook raden de deelnemende gemeenten andere gemeenten aan om met deze werkwijze aan de slag te gaan.
8
Trimbos-instituut
Aanbevelingen 1. Stimuleer de verdere implementatie van het IJslandse preventiemodel in Nederland. Het IJslandse model voorziet in de behoefte van gemeenten aan een model voor lokaal, domeinoverstijgend en datagedreven jeugdbeleid met een wetenschappelijke onderbouwing. 2. Laat gemeenten de regie voeren bij de implementatie van het IJslandse preventiemodel. De gemeente is de aangewezen partij om de regievoerder te zijn in de implementatie. Zij is in staat de juiste partners te betrekken en in de randvoorwaarden te voorzien, namelijk: • • • •
bestuurlijk en politiek draagvlak; voldoende capaciteit; gekwalificeerde projectleider; voldoende financiële middelen.
3. Investeer in landurige, lokale samenwerking. Het is van belang om lokale partners te enthousiasmeren en op de lange termijn te betrekken bij de implementatie van het model. 4. Borg de voorwaarden van de IJslandse monitoring in de GGD GHOR-jeugd gezondheidsmonitor. De voorwaarden van de IJslandse monitoring zijn: • hogere frequentie van dataverzameling (minimaal eens per twee jaar); • terugkoppeling van resultaten binnen twee tot drie maanden, op gemeentelijk en schoolniveau; • data worden verzameld onder een representatief gedeelte van jongeren (respons van minstens 80 procent); • GGD -vragenlijst aangevuld met een IJslandmodule, met daarin aandacht voor beschermende en risicofactoren; • de resultaten worden besproken met lokale partners en gebruikt als voeding voor het opstellen van jeugdbeleid. 5. Ondersteun de implementatie van het IJslandse preventiemodel. Bij verdere implementatie van het IJslandse model in Nederland bevelen we aan een communicatieve, faciliterende en ondersteunende rol te beleggen bij een of meer Nederlandse, landelijke organisaties die beschikken over de juiste kennis en capaciteit.
Trimbos-instituut
9
10
Trimbos-instituut
1
Achtergrond
Het Trimbos-instituut en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) voeren tezamen het driejarige traject Leren van het IJslands Preventiemodel uit, gesteund door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het doel van dit traject is een visie te ontwikkelen waarin wordt onderbouwd in hoeverre het IJslandse preventiemodel vertaalbaar en implementeerbaar is in Nederland. In deze eindevaluatie brengen we de diverse elementen van het leertraject samen en beschrijven we in hoeverre het IJslandse preventiemodel in Nederland geïmplementeerd kan worden.
1.1 Wat is het IJslandse preventiemodel? Het IJslandse preventiemodel is een op de wetenschap gebaseerde aanpak (evidence based) om middelengebruik (alcohol, tabak en drugs) door jongeren te voorkomen en welbevinden van jongeren te verbeteren. Het model is gericht op het implementeren van maatregelen en lokale interventies die risicofactoren voor middelengebruik (zoals bekend zijn uit literatuur) verminderen, en beschermende factoren versterken. Dit gebeurt op basis van lokale cijfers over jongeren en in overleg met lokale partners. Het model is ontwikkeld door het Icelandic Centre for Social Research and Analysis (ICSRA), een non-profit onderzoeksinstituut gevestigd in de hoofdstad Reykjavik. Sinds de introductie van het IJslandse preventiemodel, twintig jaar geleden, is het middelengebruik onder IJslandse jeugd sterk gedaald en behoort zij nu tot de minst gebruikende jongeren in Europa (Kristjánsson, Sigfúsdóttir, Thorlindsson, Mann, Sigfússon, & Allegrante, 2016; Sigfússon, 2018).
1.1.1 De domeinen in de omgeving van jongeren De essentie van het IJslandse preventiemodel is een gezonde omgeving te creëren die is ingericht om middelengebruik door jongeren te voorkomen. Om dit te bereiken, is het model gericht op vier domeinen die invloed hebben op middelengebruik door jongeren, namelijk gezin, peergroep (vrienden en leeftijdgenoten), school en vrije tijd (zie figuur 1). Binnen elk domein zijn factoren beschreven die het risico op middelengebruik verkleinen (beschermende factoren) of vergroten (risicofactoren). We lichten de domeinen hier nader toe. Gezin Volgens de grondleggers van het model zijn ouders de belangrijkste beschermende factor in het leven van hun kind. Door warmte en steun te geven, met elkaar tijd door te brengen, regels te stellen en te monitoren kunnen ouders een belangrijke beschermende factor zijn in het voorkómen van middelengebruik. Doordat ouders zo’n belangrijke rol hebben, worden ze in IJsland nadrukkelijk betrokken bij het preventiebeleid. Ouders praten mee over preventie van middelengebruik en het versterken van het welbevinden van hun kinderen. Ook dragen ze hun steentje bij door betrokken te zijn bij school en bij de vrijetijdsactiviteiten van hun kind, en door contact te onderhouden met andere ouders.
Trimbos-instituut
11
Figuur 1. Domeinen in het IJslandse preventiemodel
Gezin
Vrije tijd
Peergroep
School
Peergroep Het middelengebruik en ander gedrag van de peergroep (vrienden en leeftijdgenoten) heeft invloed op jongeren. Groepen jongeren die laat buiten rondhangen of naar feestjes zonder toezicht gaan, gebruiken in IJsland meer middelen dan jongeren die dit niet doen. Daarnaast heeft de relatie tussen ouders invloed op jongeren. In IJsland worden ouders gestimuleerd om de ouders van de vrienden van hun kinderen te leren kennen. Zo kunnen zij elkaar steunen in het stellen en bewaken van regels over middelengebruik. School School wordt in het IJslandse model gezien als de natuurlijke vindplek voor jongeren en hun ouders. Tegelijkertijd spelen scholen vaak een centrale rol in de wijk en is er een nauwe afstemming met culturele en sportactiviteiten die na schooltijd plaatsvinden. Veel van de activiteiten vinden daarom op, rondom of in samenspraak met school plaats. De scholen hebben daarbij doorgaans een faciliterende rol. Ze zijn daarom een belangrijke samenwerkingspartner voor IJslandse gemeenten. Vrije tijd Een uitgangspunt van het IJslandse model is jongeren een zinvolle vrijetijdsbesteding te bieden. De reden hiervoor is jongeren daarmee een gezonde ontwikkeling te bieden én te voorkomen dat ze zich vervelen en daarmee het risico lopen middelen te gebruiken of ander risicogedrag te vertonen.
De vrijetijdsactiviteiten zoals beoogd in het IJslandse model dienen te voldoen aan een aantal randvoorwaarden. Zo dient de activiteit te worden begeleid door professionals. Ook dient de activiteit plaats te vinden in een gezonde omgeving, zonder verleidingen tot middelengebruik.
1.1.2 De jaarlijkse cyclus van het IJslandse preventiemodel Het model verloopt volgens een jaarlijkse cyclus die bestaat uit vier stappen: monitoring; terugkoppeling en dialoog; beleidsvorming; en uitvoering (zie figuur 2). Daarin staat community building centraal: onderzoekers en beleidsmakers bouwen aan draagvlak onder lokale partners en stimuleren samenwerking tussen deze partijen in alle stappen. We lichten de stappen hier nader toe. 12
Trimbos-instituut
Figuur 2. Jaarlijkse cyclus van het IJslandse preventiemodel
ri
to
i on
Te ru en gko di ppe al oo ling g
ng
M
Community building
Ui
tv
oe
rin
g
ds
ei
l Be
g
in
m
r vo
Stap 1. Monitoring Jaarlijks worden op bijna alle scholen in IJsland vragenlijsten afgenomen onder alle jongeren van 10 tot en met 20 jaar. De vragen hebben betrekking op middelengebruik, welbevinden en de aanwezigheid van de beschermende en risicofactoren. Doordat de vragenlijsten jaarlijks worden afgenomen, volgens dezelfde methodiek, kunnen trends en verschuivingen in het middelengebruik en de beschermende en risicofactoren in beeld worden gebracht (Sigfúsdóttir, Thorlindsson, Kristjánsson, Roe, & Allegrante, 2009; Sigfúsdóttir, Kristjánsson, Gudmunsdottir, & Allegrante, 2010). Stap 2. Terugkoppeling en dialoog Binnen twee maanden worden de resultaten uit de vragenlijsten gerapporteerd op gemeentelijk en schoolniveau. Door de snelle terugkoppeling van informatie ontstaat een actueel beeld van de gezondheid en het welbevinden van de jeugd. De resultaten voeden de lokale dialoog tussen wetenschappers, beleidsmakers van de gemeente en andere lokale partners, zoals scholen, ouders en aanbieders van vrijetijdsactiviteiten. Samen bespreken zij wat de aandachtspunten zijn en op welke beschermende en risicofactoren zij zich gaan richten om de gezondheid en het welbevinden van jongeren te verbeteren. Stap 3. Beleidsvorming Er wordt niet gewerkt met een vaststaand interventiepakket dat ingezet wordt bij implementatie van het IJslandse model.
Lokale partners bedenken samen welke acties, interventies en maatregelen ingezet worden om de beschermende factoren te versterken en de risicofactoren te verminderen. Ieder levert een bijdrage vanuit zijn of haar expertise, wat de betrokkenheid bij preventie van middelengebruik vergroot.
Trimbos-instituut
13
Stap 4. Uitvoering De acties, interventies en maatregelen worden uitgevoerd om de beschermende en risicofactoren te beïnvloeden. Deze cyclus wordt jaarlijks herhaald. De resultaten van een nieuwe vragenronde worden gebruikt om de resultaten van de acties, interventies en maatregelen uit de voorgaande cyclus te evalueren, en te reflecteren op het proces (Kristjánsson et al., 2016; Sigfúsdóttir, 2013; Sigfússon, 2018). Een uitgebreide verkenning en een beschrijving van het IJslandse preventiemodel zijn na te lezen in een eerder verschenen factsheet (Smeets, Monshouwer, Batyreva, De Wilde, & De Greeff, 2019) en literatuuronderzoek (Smeets, Monshouwer, & De Greeff, 2019).
1.2 Beleidsvormend leertraject: de culturele vertaling van het IJslandse preventiemodel naar Nederland De veelbelovende cijfers over dalend middelengebruik in IJsland zijn reden geweest om te onderzoeken of het IJslandse model ook in Nederland te implementeren is. Nederland is echter anders dan IJsland. Bij de vertaling naar de Nederlandse context moet dan ook rekening gehouden worden met een aantal aandachtspunten en uitdagingen. Zo zijn er geografische en culturele verschillen (alcohol is bijvoorbeeld een belangrijker onderdeel van de sportcultuur in Nederland dan in IJsland) en verschilt de ouderbetrokkenheid in beide landen. Deze aandachtspunten worden toegelicht in het literatuuronderzoek (Smeets et al., 2019b) dat eerder verschenen is.
1.2.1 Bestaande preventieactiviteiten en -programma’s in Nederland In Nederland wordt al veel gedaan aan preventie voor allerlei verschillende thema’s, zoals middelengebruik, welbevinden, voeding en beweging. Er bestaan losstaande interventies zoals het ROC Aanvalsplan en programma’s die zich richten op de omgeving van de jongeren, zoals de Gezonde School, de Rookvrije Generatie of Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG). Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van het brede jeugdbeleid. In het kader van de transformatie van het jeugdveld investeren zij veel in integrale samenwerking met lokale partners. Bij implementatie van het IJslandse model in Nederland is het belangrijk dat niet wordt voorbijgegaan aan deze bestaande preventieprogramma’s en activiteiten. Het is belangrijk om te bekijken op welke vlakken bestaande programma’s uit Nederland en het IJslandse model elkaar kunnen versterken, om integraal aan preventie te werken in de verschillende domeinen in het leven van jongeren.
1.2.2 Monitoring Binnen de IJslandse methodiek speelt monitoring (in de betekenis van het verzamelen van data via zelfrapportage-vragenlijsten en de terugkoppeling daarvan aan deelnemende scholen, gemeenten en lokale partners) een belangrijke rol. Nederland is een land met een lange traditie van monitoring bij scholieren. Naast regelmatige landelijke onderzoeken zoals Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) en de Peilstationonderzoeken, voeren GGD’en (Gemeentelijke Gezondheidsdiensten) lokale onderzoeken uit op minstens één
14
Trimbos-instituut
contactmoment gedurende de middelbareschoolperiode. Eens in de vier jaar wordt door de GGD’en de Gezondheidsmonitor Jeugd uitgevoerd, in samenwerking met GGD GHOR Nederland (Geneeskundige Hulpverleningsorganisaties in de Regio) en het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Ook in deze onderzoeken worden vragen gesteld over middelengebruik en andere gezondheidskenmerken van middelbare scholieren. Het is van belang om te onderzoeken welke elementen van de IJslandse manier van monitoring iets kunnen toevoegen aan de Nederlandse werkwijze.
1.2.3 Beleidsvormend leertraject in Nederland In Nederland is in 2018 een beleidsvormend leertraject opgezet om te onderzoeken of het IJslandse preventiemodel te vertalen en implementeren is in de Nederlandse context. Hierin is uiteraard aandacht voor de hierboven beschreven uitdagingen. Het beleidsvormend leertraject is opgezet door het Trimbos-instituut en het Nederlands Jeugdinstituut, in samenwerking met het ICSRA. Het traject is onderdeel van Planet Youth, de naam waaronder het ICSRA andere landen ondersteunt met de implementatie van het IJslandse preventiemodel. Zes Nederlandse gemeenten hebben deelgenomen aan dit traject, namelijk Amersfoort, Hardenberg, samenwerkingsverband Kempengemeenten (Bergeijk, Bladel, Eersel, Reusel-De Mierden), Súdwest-Fryslân, Texel en Urk. Het traject liep van april 2018 tot april 2021.
1.3 Eindevaluatie Dit rapport is de eindevaluatie van het beleidsvormend leertraject met het IJslandse model in Nederland. In juni 2020 verscheen al een tussenevaluatie van dit leertraject. Deze eindevaluatie bevat uitkomsten uit de tussenevaluatie, aangevuld met de inzichten uit aanvullend onderzoek. De hoofdonderzoeksvraag van deze eindevaluatie luidt: In hoeverre kan het IJslandse preventiemodel worden geïmplementeerd in Nederland en is het van toegevoegde waarde op bestaande programma’s en werkwijzen ter bevordering van de gezondheid van jongeren? Om de hoofdvraag te beantwoorden hebben we drie onderzoeken uitgevoerd, met elk een eigen deelonderzoeksvraag.
Onderzoek 1. Landelijke verkenning kansen en uitdagingen Het doel van de landelijke verkenning is om te onderzoeken welke kansen het IJslandse model biedt voor de Nederlandse situatie, en welke uitdagingen er spelen bij de vertaling naar de Nederlandse context. Hiertoe hebben we medewerkers van diverse (landelijke) organisaties gesproken die actief zijn in het preventieve veld, of in een van de domeinen waar het IJslandse model zich op richt. De deelonderzoeksvraag voor dit onderzoek luidt: Deelonderzoeksvraag 1: Welke kansen en uitdagingen zien (landelijke) organisaties bij de implementatie van het IJslandse preventiemodel in Nederland?
Onderzoek 2. Evaluatie leertraject Het doel van de evaluatie van het leertraject is om de implementatie van het IJslandse model te beoordelen. Hiertoe zijn de beleidsmedewerkers van de deelnemende gemeenten, onderzoekers van de deelnemende gemeenten of GGD’en en contactpersonen bij deelnemende scholen
Trimbos-instituut
15
geïnterviewd over hun ervaringen met de implementatie van de IJslandse werkwijze. Deze interviews zijn op twee momenten uitgevoerd: halverwege en aan het einde van het traject. De twee deelonderzoeksvragen voor dit onderzoek luiden: Deelonderzoeksvraag 2a: In hoeverre kunnen de Nederlandse gemeenten die deelnemen aan het leertraject het IJslandse preventiemodel implementeren, en in hoeverre vinden zij het van toegevoegde waarde op bestaande programma’s en werkwijzen in hun gemeente? Deelonderzoeksvraag 2b: Welke bevorderende en belemmerende factoren ervaren scholen bij de implementatie van het IJslandse preventiemodel in hun gemeente?
Onderzoek 3. Vergelijking IJslandse en Nederlandse jeugdgezondheidsmonitors Het doel van het onderzoek naar de IJslandse en Nederlandse jeugdgezondheidsmonitors is te achterhalen welke inhoudelijke en procesmatige verschillen er zijn tussen de IJslandse monitor en de Nederlandse gezondheidsmonitor van de GGD. Op basis hiervan kunnen aanbevelingen gedaan worden over de eventuele structurele inbedding van de IJslandse methodiek in het Nederlandse lokale jeugdbeleid. In het leertraject vonden de eerste twee rondes van dataverzameling plaats (in het najaar van 2018 en 2020). Er is onderzoek uitgevoerd naar de data uit deze verzameling en naar de inhoud van de vragenlijst. De deelonderzoeksvraag voor dit onderzoek luidt: Deelonderzoeksvraag 3: In hoeverre kan de IJslandse monitor worden geïmplementeerd in Nederland en is het van toegevoegde waarde op de bestaande GGD GHORjeugdgezondheidsmonitor?
16
Trimbos-instituut
2
Methoden
We voerden drie deelonderzoeken uit voor deze eindevaluatie, namelijk 1) Landelijke verkenning; 2) Evaluatie van het leertraject en 3) Vergelijking IJslandse en Nederlandse jeugdgezondheidsmonitors. In figuur 3 is te zien op welke momenten data verzameld is voor ieder van deze onderzoeken. De getallen tussen haakjes geven aan over welk deelonderzoek het gaat. In de volgende paragrafen beschrijven we de werkwijze per deelonderzoek. Figuur 3. Tijdlijn deelonderzoeken april
Start leertraject
2019
mei - juni nov - dec
Interviews landelijke oragnisaties (1) 1e ronde interviews gemeenten (2)
2020
jan feb - mar jun
Start vergelijking jeugdgezondheidsmonitors (3) 1e ronde interviews scholen (2) Tussenevaluatie
2021
jan - mar apr mei
2e ronde interviews scholen (2) Einde leertraject, 2e ronde interviews gemeenten (2) Einde vergelijking jeugdgezondheidsmonitors (3)
2018
2.1 Landelijke verkenning We hebben een verkenning gehouden met (landelijke) organisaties om na te gaan welke kansen het IJslandse model biedt voor de Nederlandse situatie en welke uitdagingen er zijn bij het vertalen van het IJslandse model naar de Nederlandse context. In de periode van mei 2019 tot en met juli 2019 hebben we gesprekken gevoerd over het IJslandse preventiemodel met gesprekspartners binnen 17 (landelijke) organisaties (zie bijlage 1). Tijdens deze gesprekken gebruikten we een topiclijst (op aanvraag beschikbaar). Afhankelijk van de expertise van de gesprekspartner werd op enkele onderwerpen dieper ingegaan. Tijdens de gesprekken maakten we aantekeningen, die achteraf zijn uitgewerkt. Deze uitgewerkte verslagen zijn door twee onderzoekers onafhankelijk gecodeerd met MAXQDA-software. Vervolgens hebben zij hun coderingen naast elkaar gelegd en zijn tot een consensus gekomen voor stukken tekst die verschillend gecodeerd waren.
2.2 Evaluatie van het leertraject In het kader van deze eindevaluatie hebben we interviews gehouden om te inventariseren welke ervaringen de betrokkenen hebben met de implementatie van het IJslandse preventiemodel.
Trimbos-instituut
17
De interviews zijn gehouden met beleidsmedewerkers van de deelnemende gemeenten, soms aangevuld met medewerkers van de GGD of andere lokale partners van de gemeente, en met contactpersonen van deelnemende scholen.
2.2.1 Deelnemende gemeenten Op twee momenten tijdens het beleidsvormend leertraject hebben we evaluatiegesprekken gevoerd met beleidsmedewerkers van de zes deelnemende gemeenten. De eerste ronde gesprekken vond plaats halverwege het leertraject, in november en december van 2019. De tweede ronde gesprekken vond plaats aan het einde van het leertraject, in april 2021. Bij de gesprekken was in ieder geval de projectleider van de deelnemende gemeente aanwezig, in de meeste gevallen aangevuld met leden van de projectgroep en in enkele gevallen met medewerkers van een GGD. Bij één gesprek waren ook contactpersonen aanwezig van lokale partners van de gemeenten, zoals van de vo-scholen en een instelling voor verslavingszorg. Middels een toestemmingsformulier zijn de geïnterviewden akkoord gegaan met het maken van video- en audio-opnamen tijdens het gesprek. Voorafgaand aan het gesprek ontvingen de deelnemers een korte digitale vragenlijst over het leertraject (op aanvraag beschikbaar). Tijdens het gesprek maakten we gebruik van een topiclijst (op aanvraag beschikbaar) om het implementatieproces tot dan toe door te lopen. De video- en audio-opnamen zijn gebruikt om de gesprekken achteraf uit te werken. De uitgewerkte verslagen zijn door twee onderzoekers gecodeerd met MAXQDA-software. Vervolgens hebben de onderzoekers de codering gebruikt om het verslag gezamenlijk uit te werken.
2.2.2 Deelnemende scholen Op twee momenten zijn er interviews gehouden met contactpersonen van vo-scholen die meewerken aan de implementatie van het IJslandse preventiemodel in de deelnemende gemeenten. In februari en maart van 2020 hielden twee onderzoekers interviews met contactpersonen bij negen scholen. In januari, februari en maart 2021 hield een stagiair van de Universiteit Utrecht (UU) interviews met contactpersonen van dertien vo-scholen die meewerken aan de implementatie van het IJslandse preventiemodel. In beide rondes zijn uit elk van de zes deelnemende gemeenten medewerkers van een of meer scholen geïnterviewd. Middels een toestemmingsformulier gingen de geïnterviewden akkoord met het maken van audio-opnamen. Tijdens de gesprekken maakten de interviewers gebruik van een topiclijst (op aanvraag beschikbaar). De audio-opnamen zijn gebruikt om de gesprekken achteraf uit te werken. De resultaten uit de eerste ronde gesprekken zijn door twee onderzoekers uitgewerkt. De gespreksverslagen van de tweede ronde gesprekken zijn door de stagiair van de UU gecodeerd en geanalyseerd met behulp van het programma NVivo. Hieruit kwam een conceptrapport voort, geschreven door de stagiair van de UU. Dit conceptrapport is vervolgens, samen met de belangrijkste resultaten uit de eerste ronde, uitgewerkt in de resultatensectie van dit eindrapport.
18
Trimbos-instituut
2.3 Vergelijking IJslandse en Nederlandse jeugdgezondheidmonitors In het onderzoek naar de IJslandse monitor willen we door een analyse van de inhoudelijke en procesmatige verschillen tussen de IJslandse jeugdgezondheidsmonitor en de Nederlandse jeugdgezondheidsmonitor van de GGD tot aanbevelingen komen over structurele inbedding van de (aan de Nederlandse situatie aangepaste) IJslandse methodiek in het lokale jeugdbeleid.
2.3.1 Instrumentvergelijking De in IJsland gehanteerde vragenlijst is het resultaat van jarenlange inhoudelijke aanpassingen van vragenlijsten die de onderzoekers ofwel zelf ontwikkeld hebben, ofwel hebben gekozen uit bestaande internationale onderzoeken. De vragenlijst als geheel was nog niet in het Nederlands vertaald. Op verzoek hebben het Trimbos-instituut en het Nederlands Jeugdinstituut deze vertaling op zich genomen en vervolgens kortgesloten met de deelnemende onderzoekers vanuit de regio’s. Vervolgens hebben we de lijst op itemniveau inhoudelijk vergeleken met de basisvragenlijst van de jeugdmonitor zoals opgesteld door GGD GHOR. We hebben beide wijzen van monitoren vergeleken op drie aspecten: de inhoud van de vragenlijsten zelf; de manier waarop de gegevens verwerkt en teruggekoppeld worden; en de benutting van de gegevens in het gemeentelijke preventiebeleid. De opzet van dit deelonderzoek en de bevindingen in dit hoofdstuk werden besproken in de voor dit onderzoek opgerichte Werkgroep Monitoring. Daaraan nemen sleutelfunctionarissen deel van GGD GHOR Nederland en RIVM, onderzoekers (van het Trimbos-instituut en het Nederlands Jeugdinstituut) en een selectie van epidemiologen uit regionale GGD’en.
Vergeleken vragenlijsten Voor ons onderzoek hebben we de vragenlijst Planet Youth zoals opgesteld door ICSRA en vertaald door Trimbos/NJi (versie 2018) vergeleken met de Definitieve basisvragenlijst Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 (versie 21 maart 2019). De gezondheidsmonitor omvat naast deze ‘definitieve basisvragenlijst’ vaak ook een lokaal te bepalen facultatief gedeelte. Deze regionale varianten van de vragenlijst zijn vervolgens gebruikt voor het ontwikkelen van bouwstenen voor de IJslandmodule. Analyse: inhoudelijke vergelijking De twee vragenlijsten hebben we op itemniveau vergeleken. Allereerst bekeken we welke overkoepelende thema’s er in de vragenlijst voorkomen. Elke vraag hebben we gerubriceerd in een van de overkoepelende thema’s. Voor de benaming van deze thema’s sloten we aan bij de begrippen die gehanteerd werden in de respectievelijke terugkoppelingen: de lokale rapporten aan de zes gemeenten (voor de IJslandvragenlijst), en het rapport over de Gezondheidsmonitor Jeugd (voor de vragenlijst van de GGD GHOR op de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek, CBS). Analyse: benutting in rapportages We hebben vergeleken of de vragen uit de twee vragenlijsten benut worden in de rapporten die op basis van de vragenlijsten worden opgeleverd. Voor de benutting van de IJslandse
Trimbos-instituut
19
vragenlijst hebben we in de eerste plaats bekeken welke gegevens uit de vragenlijst ook daadwerkelijk terechtgekomen zijn in de rapportages voor de deelnemende gemeenten. Daarmee is nog niet vastgesteld of de gegevens ook daadwerkelijk hebben geleid tot de inzet van nieuwe interventies of ander beleid. Voor de GGD GHOR-vragenlijst hebben we gekeken naar de landelijk beschikbare datasets bij CBS (CBS Statline en Volksgezondheidenzorg.info). We hebben beoordeeld of de resultaten die verkregen werden met de vragenlijsten verwerkt werden in tabellen of figuren in de rapportages.
2.3.2 Analyse van beschikbare data Beschikbare data Na de eerste monitoringsfase in 2018 ontvingen we van de IJslandse onderzoekers een geanonimiseerde dataset van de deelnemende gemeenten. Uit deze dataset verwijderden we de vragen over de school, de specifieke klas en de gemeente van de respondenten. De verkregen dataset besloeg in totaal 4.925 ingevulde vragenlijsten (2.335 jongens en 2.544 meisjes). De mediane leeftijd van de respondenten bedroeg 15 jaar. 85 procent van de leerlingen zat ten tijde van de afname in het vierde leerjaar. Missende waarden en redundantie Een te lange vragenlijst kan leiden tot een verminderde kwaliteit van de antwoorden. Jongeren hebben mogelijk onvoldoende tijd om de vragenlijst in zijn geheel in te vullen (er is over het algemeen maximaal één lesuur beschikbaar), waardoor de vragen aan het eind van de lijst onbeantwoord blijven. Een ander gevolg van een te lange lijst kan zijn dat jongeren de lijst gaan afraffelen omdat ze hun concentratie verliezen of op tijd klaar willen zijn. Het is dus belangrijk dat de vragenlijst niet onnodig lang is. Allereerst is dan ook gekeken naar het patroon van oningevulde vragen, oftewel missende waarden in de dataset. Vervolgens bekeken we in hoeverre vragen ‘overbodig’ lijken omdat de antwoorden sterk samenhangen met die op andere vragen, de zogeheten redundantie.
Deze redundantieanalyse geeft inzicht in welke vragen mogelijk overbodig zijn en geschrapt kunnen worden. Samenhang binnen de verkregen informatie Naast bovengenoemde analyses die meer gericht zijn op de kwaliteit van de verkregen informatie, hebben we ook onderzocht in hoeverre de risico- en beschermende factoren waarop het IJslandse model gericht is, ook in de Nederlandse context gevonden worden. Om dit te illustreren: het IJslandse model is sterk gericht op het stimuleren van sportdeelname omdat dit in IJsland een beschermende factor is gebleken voor het gebruik van alcohol en drugs. In Nederland lijkt de cultuur wat dit betreft echter te verschillen, en zijn er indicaties dat lidmaatschap van een sportclub een risicofactor is voor alcoholgebruik. Het is dus van belang om na te gaan in hoeverre beschermende en risicofactoren die in IJsland zijn gevonden, ook in Nederland aanwezig zijn. Omdat de data ten tijde van dit deelonderzoek op één moment zijn verzameld, moet hierbij worden opgemerkt dat we in de analyses alleen kunnen kijken naar al dan niet aanwezige verbanden. De richting van het verband kan dus niet worden vastgesteld. We kunnen daarom geen uitspraken doen over de oorzakelijkheid van het verband.
Dat wil zeggen dat we niet kunnen beantwoorden of factor A een oorzaak is van B, factor B een oorzaak van A, of dat er alleen sprake is van een samenhang tussen A en B en geen direct oorzakelijk verband tussen beide.
20
Trimbos-instituut
Aan de hand van een correlatieanalyse (Spearmans rangcorrelatiecoëfficiënt) van de gegeven antwoorden hebben we bekeken in welke mate vragen met elkaar samenhangen. Hierbij moeten we aantekenen dat het een ruwe, verkennende analyse betreft, die niet gecorrigeerd is voor bijvoorbeeld leerjaar of geslacht. Voorspellende waarde van de determinanten In de tweede rapportage van de lokale analyses werden veel figuren weergegeven waarin de samenhang werd bekeken met drie aspecten van middelengebruik: dagelijks roken, life time cannabisgebruik en dronkenschap gedurende de laatste maand. Om verder te bekijken welke andere vragen en antwoorden het meest met deze uitkomsten samenhangen, voerden we afzonderlijke logistische regressie-analyses uit met deze afhankelijke variabelen. Geslacht en schooltype werden in het model meegenomen. Dit resulteerde in een overzicht van odds-ratio’s (die weergeven hoeveel meer kans er op het betreffende middelengebruik is bij verandering van antwoorden op de vragen) per antwoord per afhankelijke variabele. Hieruit stelden we vervolgens een lijst samen van de dertig meest samenhangende determinanten (gecorrigeerd voor geslacht en schooltype).
2.3.3 Bouwstenen voor een IJslandmodule voor de GGD-vragenlijst Tijdens het leertraject werd duidelijk dat alle betrokkenen er de voorkeur aan gaven om na de pilotfase verder te gaan met een voor de IJslandse aanpak aangepaste GGD-monitor als informatiebron. Op die manier kan er gebruikgemaakt worden van de expertise en infrastructuur van de GGD en de logische verbintenis van de lokale GGD met school en andere partners in het preventieve veld. De GGD-vragenlijst bevat een basisvragenlijst, aangevuld met een flexibel gedeelte, dat op regionaal niveau kan worden ingevuld. We besloten om te onderzoeken of de lokale rapportages zoals opgesteld door ICSRA gereproduceerd konden worden met de GGD GHORbasisvragenlijst, aangevuld met vragen die voor het flexibele gedeelte gebruikt worden. Alle twintig lokale GGD-vragenlijsten werden bestudeerd op overeenkomst met de laatste rapportages van Planet Youth in de zes pilotgemeenten. Elke figuur uit de lokale rapportage werd vervolgens geclassificeerd in een van de volgende zes categorieën: A. Volkomen identiek, zelfde figuur reproduceerbaar: In dit geval wordt er een identieke vraag in een GGD-lijst gevonden, zodat de figuur uit de IJslandse rapportage ook met de betreffende GGD-vraag gereproduceerd wordt. B.
Verschillende vraag, zelfde figuur reproduceerbaar: Hoewel er een andere vraag gesteld wordt (of bij dezelfde vraag andere antwoordcategorieën staan), is het toch mogelijk de figuur te reproduceren. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer slechts één van de antwoordcategorieën benut wordt voor de betreffende figuur. C. Verschillende vraag, zelfde figuur gedeeltelijk reproduceerbaar: Vergelijkbaar met categorie B, maar het komt voor dat een gedeelte van de figuur niet gereproduceerd kan worden. Meestal omdat niet dezelfde deelvragen of antwoordcategorieën worden aangeboden. D. Verschillende vraag, andere figuur over zelfde concept reproduceerbaar: Het onderwerp is weliswaar hetzelfde, de figuur niet 100 procent. Trimbos-instituut
21
E. Verschillende vraag, andere figuur over nabij concept reproduceerbaar: Hier gaat het niet over het begrip zoals weergegeven in de IJslandse rapportage, maar wel over een begrip dat hier inhoudelijk bij in de buurt ligt. Zo ligt ‘nee kunnen zeggen tegen vrienden bij alcoholgebruik’ in de buurt van ‘het is soms belangrijk om alcohol te gebruiken om bij de groep te horen’; beide concepten gaan over groepsdruk bij middelengebruik. F. Niet reproduceerbaar: In de lokale vragenlijst wordt niet naar het begrip gevraagd en ook niet naar een begrip dat in de buurt daarvan ligt. We hebben de classificaties aan meerdere personen (waaronder onderzoekers van de GGD) ter beoordeling voorgelegd. Vervolgens hebben we bepaald in hoeverre de figuren over de zes categorieën verdeeld zijn en in hoeverre het mogelijk is om binnen de bestaande flexibele ruimte van de GGD-vragenlijst te voorzien in de inhoud die uit de IJsland-rapportage naar voren kwam. Tevens stelden we een lijst met items op vanuit de IJslandse vragenlijst, waarin we markeerden welke vragen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de rapportage-inhoud van de IJslandse onderzoekers, en welke antwoorden het meest samenhangen met de drie uitkomstmaten zoals beschreven in 2.3.2.
22
Trimbos-instituut
3
Resultaten
In het kort: resultaten uit gesprekken met landelijke organisaties • Landelijke organisaties zijn geïnteresseerd in het IJslandse model. • De doelen van de IJslandse aanpak sluiten aan bij die van het Nationaal Preventieakkoord: roken, overgewicht en met name problematisch alcoholgebruik. • Monitoring wordt erkend als werkzaam bestanddeel, maar is op de IJslandse manier een arbeidsintensieve onderneming en wordt idealiter geïntegreerd in bestaande Nederlandse monitoringssystemen. • Community building kan kansrijk zijn in Nederland, maar het kost wel veel moeite en tijd om te realiseren. • De integrale preventieve aanpak spreekt aan. • Het betrekken van ouders en scholen bij de aanpak wordt gezien als positief, maar ook als moeilijk om te realiseren. • Zinvolle vrijetijdsbesteding is een duidelijke factor in gezond en veilig opgroeien. Meer professionele begeleiding daarbij is kostbaar.
3.1 Landelijke verkenning In Nederland zijn er veel organisaties met expertise op het gebied van jeugd, gezondheid en preventie. Om antwoord te kunnen geven op de hoofdvraag van dit leertraject (In hoeverre kan het IJslandse preventiemodel worden geïmplementeerd in Nederland en is het van toegevoegde waarde op bestaande programma’s en werkwijzen ter bevordering van de gezondheid van jongeren?) hebben we in mei-juli 2019 een verkenning uitgevoerd onder zeventien (landelijke) organisaties (zie bijlage 1). Deze verkenning hebben we vervolgens gebruikt om mogelijke kansen en uitdagingen in beeld te krijgen, gedurende het leertraject te volgen en te betrekken in de evaluatiegesprekken met gemeenten en scholen. Tijdens deze gesprekken lag de focus daarom op deelonderzoeksvraag 1: Welke kansen en uitdagingen zien (landelijke) organisaties bij de implementatie van het IJslandse model in Nederland? Over het algemeen waren alle organisaties zeer geïnteresseerd in het IJslandse model, en reageerden zij positief op het beleidsvormend leertraject in Nederland. De organisaties gaven aan dat het IJslandse model naar hun idee diverse kansen biedt om preventie in Nederland, en specifiek de rol van de jeugdgezondheidsmonitor daarbij, te versterken. Met name voor gemeenten zagen de geïnterviewden kansen om op een integrale manier aan meerdere gezondheidsthema’s te werken.
Bovendien sluit het IJslandse model goed aan bij de doelen van het Nationaal Preventieakkoord, aldus de landelijke organisaties. Als aandachtspunt werd door de geïnterviewden genoemd dat goed bekeken moet worden hoe de IJslandse aanpak bestaande interventies en activiteiten kan versterken, omdat in
Trimbos-instituut
23
Nederland al veel gedaan wordt op het gebied van preventie. Ook werd een aantal keer genoemd dat er bij de implementatie aandacht moet zijn voor gezondheidsverschillen; mensen met een lage opleiding of lage sociaal-economische status (SES) moeten ook bereikt worden met de monitor en de activiteiten. In dit hoofdstuk lichten we de kansen en uitdagingen vanuit het perspectief van de landelijke organisaties toe voor de thema’s monitoring, community building, omgevingsgerichte preventie, ouders, school en vrije tijd.
3.1.1 De IJslandse monitor De rol van monitoring in het IJslandse model (zie 1.2, ‘De werkwijze van het IJslandse preventiemodel’) spreekt veel van de door ons benaderde (landelijke) organisaties aan. Er is met name enthousiasme over het feit dat monitoring onderdeel is van het gemeentelijke beleidsproces. De geïnterviewden constateerden dat de GGD GHOR-jeugdgezondheidsmonitor in Nederland niet altijd aansluit op de beleidscyclus van gemeenten. Het vaker verzamelen van data en de snelle terugkoppeling op lokaal niveau kan ook rekenen op enthousiasme. Tegelijkertijd werd hierbij de kanttekening geplaatst dat vaker meten meer geld kost. Voldoende financiën is dus een randvoorwaarde voor een toename in het aantal meetmomenten. Een andere kanttekening die geplaatst werd, is dat er reeds veel monitors worden uitgevoerd in Nederland. Hierbij drong een aantal geïnterviewden erop aan gebruik te maken (en waar mogelijk te verbeteren) van de monitors die er al zijn, in plaats van een nieuwe (IJslandse) monitor toe te voegen. De snelle terugkoppeling van de data en het bespreken met lokale partners, kan draagvlak creëren voor een integrale preventieaanpak, aldus meerdere landelijke organisaties. Het feit dat ook ouders een terugkoppeling krijgt van de lokale cijfers, spreekt de organisaties aan. Omdat het over hun kind gaat, wordt het persoonlijk.
Op deze manier kunnen ouders geëmpowerd worden, zo liet een van de organisaties weten. Een andere organisatie gaf aan dat het per wijk en doelgroep verschilt of ouders dit belangrijk vinden. Verder kan de brede vragenlijst gemeenten en scholen helpen om niet alleen te kijken naar middelengebruik, maar ook naar andere thema’s die aandacht verdienen, zoals welbevinden.
3.1.2 Community building Community building is een essentieel onderdeel van het IJslandse model dat door veel organisaties als waardevol element wordt gezien.. Hoewel het betrekken van lokale partijen wellicht een open deur is, en dit in Nederland ook al onderdeel uitmaakt van diverse preventieprogramma’s en -bewegingen (zoals de Rookvrije Generatie), wordt deze vorm van community building volgens de geïnterviewden nog maar weinig gebruikt in Nederland. Volgens hen kan de IJslandse manier van werken juist zorgen voor motivatie bij lokale partners om verandering in gang te zetten en problemen (met het gebruik van verslavende middelen) op te voorkomen. Volgens een van de geïnterviewden zijn in Nederlandse gemeenten de taken vaak verdeeld over verschillende beleidsmedewerkers. Zo is degene die over het alcoholbeleid gaat bijvoorbeeld vaak niet de persoon die contact heeft met de scholen. De kracht van het IJslandse model is dat iedereen samenwerkt aan dezelfde doelen en op de hoogte is van elkaars acties. Dat ook ouders hierbij worden betrokken, vinden de landelijke organisaties een positief element.
24
Trimbos-instituut
Tegelijkertijd constateerden de landelijke organisaties ook uitdagingen bij het werken aan community building. Ervaringen in IJsland laten namelijk zien dat het veel moeite en tijd kost om de gemeenschap te activeren en verbinden. Er is geen simpel trucje dat overal op dezelfde manier werkt. Deze taak vraagt de nodige capaciteit en kunde van de gemeente. Datzelfde geldt voor de lokale partners van wie ook investeringen in tijd (en soms geld) wordt gevraagd. Een andere geïnterviewde benoemde dat het betrekken van de community an sich niet voldoende is om de doelen te behalen. De lokale partners hebben namelijk niet altijd voldoende kennis om te bedenken welke interventies het beste aansluiten bij de lokale problematiek en voldoen aan de uitgangspunten van het IJslandse model. De gemeente heeft hierbij de taak om regie te voeren en waar nodig bij te sturen.
3.1.3 Omgevingsgerichte preventie De integrale aanpak, waarbij alle vier de domeinen (gezin, peergroep, school en vrije tijd) een belangrijke rol spelen, spreekt een groot deel van de organisaties aan. Jongeren besteden hun tijd op verschillende plekken, dus het is goed om voor alle domeinen na te gaan wat je daar kunt veranderen. Geïnterviewden gaven aan dat het integrale karakter van het IJslandse model de mogelijkheid biedt om diverse beleidsterreinen binnen gemeenten (sport, onderwijs, jeugd, gezondheid) met elkaar te verbinden. Specifiek als kans werd hierbij benoemd dat diverse geldstromen kunnen worden verbonden, en samenwerkingen binnen het sociaal domein kunnen worden versterkt. Ook gaven geïnterviewden aan dat het mogelijkheden biedt om bepaalde interventies in te zetten in alle domeinen, bijvoorbeeld thuis, op school en op de sportclub. Het feit dat het IJslandse model zich niet richt op het probleem zelf (middelengebruik), maar op de onderliggende factoren, spreekt verschillende organisaties aan. Ze gaven aan dat vaak wordt gedacht vanuit het probleem (bijvoorbeeld alcoholgebruik), maar dat gebrek aan kennis over de oorzaken een effectieve aanpak belemmert. Een aantal organisaties liet weten dat de inzet op het versterken van beschermende factoren bovendien goed aansluit op hun activiteiten.
Volgens de geïnterviewden is het de uitdaging om de omgevingsgerichte aanpak van het IJslandse model te laten aansluiten bij andere ontwikkelingen die landelijk en lokaal spelen op het gebied van preventie, zoals gezondheidsnota’s en het Nationaal Preventieakkoord. Aansluiting op deze ontwikkelingen maakt de implementatie van de aanpak kansrijker.
3.1.4 Ouders Veel van de organisaties gaven aan het positief te vinden dat ouders een belangrijke rol spelen in het IJslandse model. De manier waarop ouderbetrokkenheid wordt ingericht, noemden zij vernieuwend. Het wordt door de geïnterviewden gezien als een positieve manier om met ouders samen te werken. Het model biedt een kans om ouders meer te betrekken en een beroep op hen te doen in het kader van middelenpreventie. Een aantal organisaties constateerde dat uitkomsten van de jeugdgezondheidsmonitor in Nederland niet structureel met ouders worden besproken. Een van de organisaties gaf aan dat het bespreken van resultaten zou kunnen bijdragen aan het creëren van draagvlak onder ouders. Dat dit een gewenste ontwikkeling zou zijn, blijkt uit de opmerking van een aantal
Trimbos-instituut
25
organisaties dat het moeilijk is om Nederlandse ouders te betrekken bij preventie. Nederlandse ouders willen, volgens de geïnterviewden, zelf bepalen hoe ze hun kind opvoeden. Ze willen niets opgelegd krijgen. Het blijkt ook lastig te zijn om ouders, met name met een lagere sociaal-economische status, te interesseren voor informatiebijeenkomsten. Een van de organisaties gaf aan dat het organiseren van informatiebijeenkomsten waarschijnlijk niet voldoende is om ouders te mobiliseren. Ouders zouden meer in het algemeen betrokken moeten worden bij de school en hun kind. Gedurende de schoolcarrière van het kind vermindert het contact tussen ouders en school. Met name het verschil tussen primair en voortgezet onderwijs is groot. Op het voortgezet onderwijs blijft het contact tussen ouders en school beperkt tot een 10-minutengesprek en af en toe een ouderavond. Ouders blijken minder tijd hebben om te ondersteunen bij praktische zaken, zoals schoolreisjes, maar zijn juist heel erg betrokken als het om de ontwikkeling van hun kind gaat. Een aantal geïnterviewden merkte op dat het IJslandse model kan bijdragen aan het versterken van de relatie tussen ouders en school, op het gebied van middelenpreventie maar ook voor andere thema’s. Volgens hen is er een cultuuromslag nodig om de ouderbetrokkenheid te verhogen.
Een aantal organisaties gaf echter ook aan dat er in Nederland al best veel ervaring is opgedaan met het betrekken van ouders. Die kennis zou moeten worden meegenomen bij de implementatie van het IJslandse model. De volgende tips werden in de interviews genoemd: • Betrek ouders als het gaat om de ontwikkeling van hun eigen kind, bijvoorbeeld de overstap van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs. • Stem activiteiten die binnen de gemeente gericht zijn op ouders, op elkaar af, zodat zaken niet door elkaar gaan lopen. Denk hierbij aan activiteiten van de gemeente, school en een instelling voor verslavingszorg. • Maak het voor ouders aantrekkelijk om naar bijeenkomsten te komen of deel te nemen aan preventieactiviteiten. Een informatiebijeenkomst kan bijvoorbeeld aantrekkelijk gemaakt worden met een theatervoorstelling of een bekende spreker. • Middelbare scholen kunnen zodra het kind op school komt startgesprekken voeren met ouder en kind, om zo van begin af aan een band op te bouwen. • Breng gedreven ouders in de gemeente bij elkaar. • Laat ouders in gesprek gaan met andere ouders die een vergelijkbare achtergrond hebben. • Breng ouders bij elkaar op een bepaald thema en laat hen zelf nadenken over de normen en regels die zij willen naleven voor dit thema.
3.1.5 School Een groot deel van de organisaties is enthousiast over de rol van scholen in het IJslandse model. In Nederland worden veel preventieactiviteiten en monitors uitgevoerd op school. Er wordt volgens enkele geïnterviewden op veel verschillende onderwerpen, die niet altijd samenhangen, iets van Nederlandse scholen verwacht. Scholen worden vaak overladen met interventies en vragenlijsten. Geïnterviewden gaven aan dat het waardevol is dat het IJslandse model niet los op gezondheidsthema’s inzet, maar juist op een integrale manier onderwerpen als middelengebruik en welbevinden met elkaar verbindt. De vragenlijst biedt scholen een brede blik op gezondheid en geeft inzicht in het welbevinden van hun leerlingen. Zo kan een school werken aan een positieve en gezonde omgeving voor jongeren. Dat ouders actief
26
Trimbos-instituut
worden betrokken bij school, werd door geïnterviewden ook als positief omschreven. Het IJslandse model kan een aanleiding zijn om beter te communiceren met ouders en om de ouderraad te activeren. Een landelijke organisatie constateerde dat de relatie tussen gemeenten en scholen in Nederland een uitdaging vormt. Volgens de geïnterviewde hebben gemeenten over het algemeen geen goed contact met scholen. Scholen zijn autonome organen die voor sommige zaken met de gemeente te maken hebben. Vaak vinden beide partijen het lastig om aan een goede relatie te werken. Als gemeenten met het IJslandse model gaan werken, is het belangrijk om scholen echt betrekken en hun niet iets opleggen. Ook is het belangrijk om na het afnemen van de vragenlijsten daadwerkelijk iets te doen met de uitkomsten, zodat de energie en motivatie niet verdwijnen. Binnen de school zou iemand moeten worden aangesteld die betrokken is bij het project en zich verantwoordelijk voelt voor het IJslandse model binnen de school.
3.1.6 Vrije tijd De manier waarop vrijetijdsbesteding voor jongeren in IJsland is ingericht, werd door veel van de organisaties beoordeeld als een sterk punt van het IJslandse model. Zinvolle vrijetijdsbesteding is een belangrijk aspect in gezond en veilig opgroeien en een beschermende factor voor middelengebruik. Omdat ook Nederlandse jongeren veel vrije tijd hebben, is het volgens de geïnterviewden belangrijk om naar dit domein te kijken. De IJslandse aanpak biedt kansen om jongeren te enthousiasmeren om deel te nemen aan activiteiten. Zo kan het de afname van lidmaatschap bij sportverenigingen vanaf 12 jaar voorkomen, en biedt het mogelijkheden om meer jongeren te laten deelnemen aan kunst-, cultuur- en muziekactiviteiten. Ook bieden georganiseerde activiteiten in de vrije tijd de mogelijkheid om doorgaande leerlijnen te creëren. Op school kan een start gemaakt worden met een bepaald onderwerp (bijvoorbeeld muziekles), dat in de vrije tijd kan worden voortgezet (bijvoorbeeld op de muziekschool). Om in Nederland op de IJslandse manier te werken, moet er met een aantal zaken rekening gehouden worden. De behoeften van jongeren veranderen zodra ze naar de middelbare school gaan. Eén van de geïnterviewde noemt dat jongeren niet meer willen sporten, maar liever samen willen zijn met vrienden.
Volgens een aantal geïnterviewden moet er naar manieren gezocht worden om jongeren betrokken te houden bij activiteiten. Verder is het volgens een aantal organisaties belangrijk om niet alleen sportactiviteiten te organiseren, maar ook kunst-, cultuur- en muziekactiviteiten, om zo aan te sluiten bij de belevingswereld van een grotere groep jongeren. Om binnen muziekverenigingen meer jongeren te betrekken, is er meer flexibiliteit nodig om een keer laagdrempelig kennis te laten maken met muziek. Ook moeten activiteiten dicht bij huis georganiseerd worden, zodat ze gemakkelijk toegankelijk zijn. Wat verder opvalt, is dat er voor basisschoolleerlingen veel wordt georganiseerd in de vrije tijd. Voor hen zijn er veel mogelijkheden om activiteiten laagdrempelig uit te proberen. Voor jongeren op de middelbare school zijn deze mogelijkheden er vaak niet meer. Ouders Een van de geïnterviewden gaf aan dat er een uitdaging ligt bij ouders. Niet alle ouders vinden