7. TV RAAD VVD - Bijlage I Structuurvisie 2020 - sneek-wymbr noord
Tekst van het document
Structuurvisie 2020 Sneek & Wymbritseradiel Noord
STRUCTUURVISIE 2020 SNEEK & WYMBRITSERADIEL NOORD
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING
1. 1. 1. 2. 1. 3. 2.
DE HOOFDLIJN
2. 1. 2. 2. 2. 3. 2. 4. 3.
De opgave Het speelveld De procedure
De basis Natuur Water Hoofdzonering verdere ontwikkeling
WONEN
3. 1. 3. 2. 3. 3.
Modellen De afweging De voorkeur
blz
1
4.
WERKEN
1 2 3
4. 1. 4. 2.
Bedrijvigheid Landbouw
20 20 21
5.
RECREATIE
22
6.
DE KAART ANNO 2020
27
7.
UITWERKING UITBREIDING SNEEK NOORD
31
5 5 6 9 11 13 13 15 16
7. 1. 7. 2. 7. 3. 8.
Karakteristiek van het stedelijk weefsel De begrenzing en de inrichting van de ruimte De uitbreiding in vaarstad Sneek
UITWERKING UITBREIDING IJLST
31 33 34 36
blz 1
INLEIDING 1. 1. De opgave Sneek en Wymbritseradiel zijn door hun ligging op elkaar aangewezen. De twee gemeenten hebben besloten gezamenlijk een ruimtelijke visie te maken voor “stad en ommeland”, met een blik op het jaar 2020. Met de nadruk op het ommeland. De voor u liggende structuurvisie gaat over een bijzonder gebied. Een gebied van twee gemeenten. Hier bevindt zich Sneek, IJlst en een kring van kleine dorpen temidden van een weidse agrarische wereld bij de poort van de Friese Meren. Hier wonen zo’n 40.000 mensen, en werken ruim 15.000 mensen. De stad Sneek met zijn fraaie historische binnenstad, hét centrum voor Zuidwest-Friesland en bekende watersportstad, zoekt hier ruimte voor toekomstige verstedelijking. Het groene Wymbritseradiel, met het prachtige stadje IJlst en typisch Friese dorpen in een agrarische wereld, met bekende watersportcentra aan de Friese Meren, zoekt hier ruimte naar eigen aard en schaal. In het ommeland van Sneek en IJlst komen de wensen van beide gemeenten bij elkaar. Het lijkt zo vanzelfsprekend, maar het is een bijzondere stap voor beide gemeenten om te zorgen dat beider wensen niet botsen, en om samen over de ruimtelijke toekomst na te denken en keuzes te maken.
Een structuurvisie die op hoofdlijnen en niet in exacte getallen moet aangeven welke kansen dit gebied heeft als de krachten van beide gemeenten worden gebundeld voor een verdere groei van wonen, werken en recreatie. Met de A7 als de motor om door te gaan met een ambitieuze taakstelling. Waarom juist dit gebied? Bereikbaarheid is het sleutelwoord in een gebied dat nergens verder dan circa 4 km van het centrum van Sneek ligt.
Buro Vijn B.V.
Hier ben je met de auto binnen de kortste keren op de A7 en vervolgens binnen een uur in de Randstad. Binnen een halfuur in Leeuwarden met de auto of met de trein. De stad Sneek met al haar voorzieningen, scholen en treinstation is vanuit dit gebied nog op befietsbare afstand gelegen. Juist in een gebied van deze omvang vervagen de grenzen van stad en ommeland. Naar Friese maatstaven zijn Sneek en Wymbritseradiel de afgelopen jaren fors gegroeid met inwoners en bedrijvigheid. Nieuwe inwoners die bij het water willen wonen, in een karakteristiek dorp of juist de stedelijke maat en gezelligheid van Sneek waarderen. Nieuwbouw ook van veel eigen bedrijven aan de nationale verkeersas van de A7. Wij gaan er in onze structuurvisie van uit dat Sneek en directe omgeving de getoonde aantrekkingskracht houdt. Ook op lange termijn. Daarvoor is visie nodig. Visie om de kwaliteit van de omgeving te behouden. Opdat in 2020 of in 2030 woon- en werkgebieden dagelijks nog altijd goed bereikbaar zijn. Om ook de landbouwers onder de rook van Sneek, enig houvast voor de toekomst te bieden. De opgave van de voor u liggende structuurvisie is aan te geven onder welke voorwaarden de tot voor kort positieve ontwikkeling zich op lange termijn voort kan zetten.
blz 2
1. 2. Het speelveld Een visie voor het gebied Sneek / Wymbritseradiel Noord start niet vanuit een blanco situatie. Er is al veel beleid geformuleerd en er zijn keuzes gemaakt door de overheid. Beleid dat we niet zomaar naast ons neer kunnen leggen. Sneek en Wymbritseradiel hebben samen een versterkte verstedelijkingsopgave aan de A7-as. De nationale vervoersassen van de A7 en het Prinses Margrietkanaal zijn hier belangrijke dragers voor ontwikkelingen. Zo belangrijk dat de A7 hier een nieuw tracé met aquaduct krijgt. De voor u liggende structuurvisie bouwt voort op de gemaakte afspraken tussen rijk, provincie en gemeenten, in 2002 vastgelegd in de Structuurschets-A7. En natuurlijk hebben beide gemeenten zelf eigen beleid vastgesteld voor wonen, werken en recreatie. Voor het wonen zijn er bestemmingsplannen en programma’s vastgesteld voor nieuwbouw en vernieuwing in de Woonplannen tot het jaar 2010. Voor Sneek betekent dit de ontwikkeling van de wijken Oudvaart en Houkepoort en een forse inspanning in de stad zelf. Voor Wymbritseradiel is de vernieuwingsslag rond het centrum van IJlst eerst aan de orde en een eigen programma voor de kring van dorpen. Scharnegoutum heeft nog capaciteit in het plan de Zwette. Folsgeare en Oosthem kennen mogelijkheden in een dorpseigen kleine uitbreiding. Het is in deze visie niet de bedoeling om vastgestelde plannen ter discussie te stellen.
Wel zijn eerder en afzonderlijk gemaakte visies opnieuw tegen het licht gehouden. Met één belangrijk verschilpunt: hoe ziet de toekomst eruit als de krachten gebundeld worden en over de grenzen van de eigen gemeente heen gekeken wordt.
Buro Vijn B.V.
IJlst kende met de Structuurvisie IJlst van 1992 een zoeklocatie in de Ruterpolder. Sneek heeft een nieuw structuurplan “Koers voor Sneek”, waarin ook zoekgebieden voor de verdere toekomst zijn aangegeven. De voorliggende structuurvisie geeft een vervolg en aanpassing van de Koers voor Sneek voor de jaren na 2010. Dit betekent dat een uitbreiding aan de rand van de wijken Tinga en Duinterpen is geschrapt. Voor de Ruterpolder is het indicatieve zoekgebied verschoven in de richting van de Groenkappolder. Het eindoordeel over de locatie Groenkap zal echter pas bij de op te stellen structuurvisie voor de stad IJlst door de gemeenteraad van Wymbritseradiel worden gegeven. Hetzelfde geldt voor de indicatie van recreatieve versterking voor bewoners en recreanten in IJlst nabij de molen de Rat. De structuurvisie voor IJlst wordt pas opgesteld, nadat de Structuurvisie 2020 Sneek & Wymbritseradiel Noord als kaderstellend document door de gemeenteraden is vastgesteld. Voor het werken is reeds een gezamenlijke koers van beide gemeenten ingezet met de Ontwikkelingsvisie voor het bedrijventerrein De Hemmen/A7. Voor nieuwe watersportgebonden bedrijvigheid werkt Sneek momenteel onder meer aan de uitbreiding en afronding van ’t Ges. Wymbritseradiel heeft in Heeg 20 ha aan nieuw watersportgebonden terrein in voorbereiding.
Gezocht wordt naar een afstemming tussen beide gemeenten in de verdere ontwikkeling van de watersportgebonden bedrijvigheid. De structuurvisie kan hierbij een ondersteuning zijn.
blz 3
1. 3. De procedure Het opstellen van een gezamenlijke visie van twee gemeenten is een bijzondere stap. Het is een proces, waarbij wederzijds wensen, mogelijkheden en ideeën verkend zijn. In een Stuurgroep is door de colleges samengewerkt. Er zijn meerdere gezamenlijke bijeenkomsten van de raadscommissies geweest. In de zomer van 2003 is door de beide raden fiat gegeven om de “Visie op Hoofdlijnen” meer concreet vorm te geven in een eerste vorm van de structuurvisie. In begin 2004 is het concept van de structuurvisie aan eenieder ter inspraak voorgelegd. Ook is advies gevraagd van provincie en rijksdiensten en het Wetterskip Fryslân. De colleges hebben een gezamenlijke Antwoord op de binnengekomen reacties opgesteld. Er is sprake van een grote betrokkenheid in het gebied. Nu, begin 2005, ligt er het eindresultaat van de Structuurvisie 2020 Sneek en Wymbritseradiel Noord. Op basis van de Antwoordnota heeft de structuurvisie zijn uiteindelijke vorm gekregen en zij wordt nu aan beide gemeenteraden voorgelegd. De gezamenlijke koers voor de contouren van wonen en werken in het ommeland van Sneek, van IJlst en van de kring van dorpen voor de langere termijn heeft zijn uiteindelijke vorm gekregen.
Buro Vijn B.V.
blz 4
Buro Vijn B.V.
blz 5
2. DE HOOFDLIJN 2. 1. De basis Niet alleen het speelveld met het al vaststaande beleid, maar ook de natuurlijke onderlegger (natuur, water, bodem, klimaat), de infrastructuur van wegen, spoor- en vaarwegen, en niet te vergeten het sinds eeuwen hierop geënte werk- en woonmilieu, zijn een basis voor de toekomstige ontwikkeling. Waarom? Omdat de stad, de dorpen, de boerderijen, de bedrijven en de recreatie niet toevallig op deze plaats tot ontwikkeling zijn gekomen. Bepalend voor de geschiedenis van dorpen en steden was vooral het water, eerst aan de ene kant aan de rand van de Middelzee, later aan de andere kant het vele open water in de vorm van meren en vaarten. Sneek en IJlst danken hun ontstaan aan de ligging aan het water. De kaart De Basis biedt inzicht in de tweedeling tussen het Merengebied en het Middelzeegebied, dat hier vooral bestaat uit de rand langs de voormalige Middelzee zelf. De Hemdijk en Griene Dyk vormen hier een scheidingslijn met de historische stad Sneek centraal gelegen in een web van water- en landwegen. In het Middelzeegebied is het open landschap gevuld met verspreid gelegen dorpen en boerderijen. Boerderijen met fel afstekende rode daken, omringd met hoog opgaande bomen, terpdorpen herkenbaar aan hun kerktorens. Het Merengebied daarentegen is een zeer open weidegebied, afgewisseld met poelen en meren.
Hier vallen alleen de linten van de waterstreekdorpen in het oog, zoals Jutrijp, en het tweelingdorp Oppenhuizen-Uitwellingerga. Daarbuiten is nauwelijks bebouwing of begroeiing te zien, en zijn de wegen spaarzaam. Vervoer ging hier vroeger merendeels over water, per praam. De dorpen zijn nog steeds door een stelsel van vaarten met elkaar verbonden.
Buro Vijn B.V.
Bedenk dat hier een eerste aanzet voor een binnenvaartverbinding van Lemmer naar Groningen, nu het Prinses Margrietkanaal, al rond het jaar 1570 werden gegraven. Kortom de steden, dorpen en vaarten hebben hier nog hun eigen verhaal. De stad Sneek en terpdorpen aan de ene zijde, de stad IJlst en waterstreekdorpen aan de andere zijde. Niet altijd is dit nog leesbaar. Waar het verhaal wel leesbaar en uniek is, wordt dit extra beschermd. Zoals de oude stadsgedeelten van Sneek en IJlst. In onze visie zijn landschap en cultuurhistorie belangrijke aanknopingspunten. Landschappelijke lijnen en cultuurhistorisch waardevolle plaatsen, die nog een verhaal vertellen over het verleden, vormen een basis voor de toekomstige ontwikkeling. Of dat nu om een grootschalige nieuwbouwwijk gaat of om een kleine invulling bij een dorp.
blz 6
2. 2. Natuur De meest waardevolle natuur van het ommeland van Sneek, IJlst en de kring van dorpen is te vinden aan de kant van het Merengebied. De meren, eilandjes, oevers met rietkragen en omringende weilanden zijn bij uitstek het domein van vogels: water-, riet- en weidevogels en ’s winters de ganzen en smienten. Het Sneekermeer c.a. en de Witte en Zwarte Brekken en Oudhof kennen samen met de aangrenzende zomerpolders en boezemlanden zelfs een bijzondere status voor de natuur en voor vogels. Zo bijzonder dat de gebieden zijn aangewezen als Vogelrichtlijn-gebied, samen trouwens met andere poelen en meren in de buurt, zoals de Oudegaasterbrekken. In deze beschermde gebieden en eromheen geldt wettelijk de verplichting om de natuurwaarden ten behoeve van een aantal vogelsoorten in stand te houden. In najaar en winter zijn hier de rust- en voedselplaatsen van duizenden ganzen. Vanuit hun slaapplaatsen zwermen zij overdag uit over de omgeving met een voorkeur voor de meest nabijgelegen natuurlijke graslanden. Ter bescherming van het leefgebied van deze ganzen wordt door de provincie onderzocht hoe de directe omgeving aan te merken als beschermd “ganzenland”.
Naast de vrijwel aaneengesloten natuurgebieden van de Brekken en het Sneekermeer liggen verspreid kleinere, beschermde natuurgebieden, zoals een deel van de Geeuw en zijn oevers, het Oost hemmermeer, het Piekemeer en omringende poelen of de oevers van de Wijnsloot. Veel van deze natte en halfnatte natuur ligt nu te geïsoleerd. Bij Sneek is de rijksweg A7 een enorme barrière voor de natuur. Het beleid van rijk en provincie is om deze natte natuur beter te verbinden. Buro Vijn B.V.
Samen wordt gewerkt een aaneengesloten natte natuur-as door Nederland (de Ecologische Hoofdstructuur). Door aanleg van natuurvriendelijke en veilige verbindingszones en stapstenen worden de natuurgebieden “ontsnipperd”. Het “vogeldomein”, het gebied met de meeste waarden voor beschermde soorten, strekt zich uit tot over de Geeuw en de Sneeker Oudvaart. Het noordelijk buitengebied heeft als meer modern agrarisch gebied veel waarden verloren. Er is natuurlijk wel sprake van een groene omgeving, maar niet van veel natuurgebied met bijzondere dier- en plantensoorten. Langs wegen en sloten zijn veelal harde, weinig natuurlijke grenzen aanwezig. De oevers van de belangrijkste vaarten en de bermen langs de oude dijken hebben hier nog de meeste natuurwaarde.
VOGELDOMEIN
blz 7
Sneek is niet alleen een waterstad met vaarverbindingen naar alle kanten, maar ook een stad met veel groen. Er zijn grote groengebieden zoals het Wilhelminapark, het Zwettebos, het Burgemeester Rasterhoffpark en het Spoordok. Groen en water zijn er hier voor de stadsbewoners en toeristen, maar hebben ook waarde voor beschermde planten en dieren. De groene koers van de stad Sneek is om grotere groengebieden vanuit de vier windstreken als wiggen naar het hart van de stad te blijven leiden, zoals op bijgaande schets is te zien. De koers van de structuurvisie is gericht op het versterken en vervlechten van de natuurwaarden in het Merengebied en op een versterking van de groene wiggen vanuit Sneek in het algemeen. Dit is niet alleen in belang van de natuur, maar ook in belang van het handelsmerk voor het toerisme. Bij een ambitieus programma waar de structuurvisie van uitgaat - zal de druk op de omringende natuur fors toenemen. Een ambitieus programma voor het wonen tussen nu en het jaar 2020, een forse uitbreiding van De Hemmen/A7, meer watersportgebonden bedrijven en bij dit alles veel meer verkeer. Ook een steeds drukkere snelweg A7 doorsnijdt de natte natuur in het Merengebied en een hoofdvaarweg met een groeiende stroom zware binnenvaartschepen. Het is daarom in onze visie een dringende zaak om de nog aanwezige natuur in bescherming te nemen.
Maar hoe? In het Merengebied is in onze visie een betere vervlechting van nu te versnipperde natuurgebiedjes nodig als schakel tussen de grootschalige gebieden van Sneekermeer, de Brekken en verder richting Oudegaasterbrekken. De aanleg van moeras en bredere rietkragen langs bestaande vaarten, en het in ere herstellen van zomerpolders bieden hier kansen voor nu bedreigde planten en dieren, die afhankelijk zijn van natte en halfnatte natuur.
Buro Vijn B.V.
Wat betreft de groene koers vanuit de stad vormen in onze visie de groene wiggen de beste aanknopingspunten om de natuurwaarden te versterken en te verbinden met de natuur in het Merengebied. Denk daarbij ook aan een betere inpassing van water en natuur in de nieuwe woonwijken, aanhakend op het groene netwerk vanuit de stad Sneek. Zoals bij de toekomstige wijk Houkepoort en de Houkemar richting Sneekermeer, het Zwettebos met vernieuwde Zwette, of het Burgemeester Rasterhoffpark, of meer natuur langs de Geeuw bij het toekomstige aquaduct A7 tot in de stad.
GROENE WIGGEN
blz 8
Speciale Beschermingszones Vogelrichtlijn Het gebied Witte en Zwarte Brekken en Oudhof kwalificeert zich als speciale beschermingszone vanwege de voorkomende aantallen Kleine rietgans en Slobeend die het gebied gebruiken als overwinteringgebied en/of rustplaats. De ondergelopen graslanden en de centrale eilanden vormen en belangrijke slaapplaats voor de ganzen. De ganzen benutten de graslanden in het gebied en daarbuiten als voedselgebied. De Slobeend wordt aangetroffen in ondiep water binnen het gebied met een sterke voorkeur voor ondergelopen graslanden. Het gebied Oudegaasterbrekken kwalificeert zich vanwege het voorkomen van aantallen Kleine Rietgans en is tevens Habitatrichtlijngebied vanwege het voorkomen van de Noordse woelmuis. De speciale beschermingszone van Sneekermeer, Goëngarypsterpoelen, Terkaplesterpoelen en Akmarijp (Sneekermeer c.a.) bestaat uit open water, graslanden en moeraszones en beslaat een oppervlakte van ca. 2300 ha. Het gebied is tevens aangewezen als Wetland. Het Sneekermeer kwalificeert zich als beschermingszone vanwege de aantallen van Kolgans, Brandgans en Smient die het gebied gebruiken als overwinteringplaats, voedselgebied en/of rustplaats. De ganzen en smienten benutten de ondergelopen graslanden en boezemlanden en aangrenzende wateren in grote getale als slaapplaats. Voedselgebieden liggen in de wijde omgeving. Sneekermer c.a.
en Witte en Zwarte Brekken behoren bovendien tot een van de vijf belangrijkste pleisterplaatsen voor de Kemphaan in Nederland.
In het natuurgebied van de Brekken staat in onze visie rustig varen voorop. ’s Zomers kan men er varen, maar de hoofdroute voor de echt grote watersport tussen Sneekermeer en IJlst en loopt meer zuidelijk via de Jeltesloot of via Sneek zelf. Het Brekkengebied moet met name in de meest kwetsbare periode voor de natuur, het vroeger voorjaar en het najaar, worden ontzien. Betreding via aanlegplaatsen van kwetsbare locaties moet dan niet mogelijk zijn. Voor nieuwe aanleg- en opstapplaatsen in het algemeen moet een doordacht beleid worden opgesteld.
Buro Vijn B.V.
Ook In de zeer drukke omgeving van het Sneekermeer zullen meer (tijdelijke) rust- en schuilplekken voor de natuur moeten worden gerealiseerd, om de natuurwaarden in en rond het Sneekermeer in stand te houden bij een toenemende recreatieve en stedelijke druk. Ook hier geldt dat door zonering in een rustig gebied en een voor recreanten toegankelijk gebied, de natuurwaarden in stand gehouden kunnen worden.
VERVLECHTING
blz 9
2. 3. Water In onze visie behoudt water een hoofdrol. Sneek is en blijft “waterstad”, in IJlst zullen de potenties van het water veel meer benut worden. De visie sluit aan bij de nieuwe landelijke koers voor het waterbeheer. Concreet betekent dit dat in de structuurvisie ruimte voor water overal een rol speelt, maar wel zodanig dat de bewoners de voeten droog houden. Ook de waterkwaliteit is een belangrijk gegeven. Voor natuur, bewoners en de landbouw is voldoende water van goede kwaliteit essentieel. En zeker ook voor de watersporters in het gebied. Wat betreft het water is de koers van de structuurvisie om meer ruimte te bieden aan water met zo veel mogelijk win-win situaties. Water niet alleen om voldoende waterberging in de nieuwbouwplannen te hebben, maar tegelijk om op te varen of langs te wandelen of om de ruimtelijke kwaliteit van een gebied te verhogen. Of om op een zichtlocatie langs de nieuwe A7 de status van “Waterstad” uit te laten stralen. Voor een juiste omgang met het water is vooraf het Wateradvies van het Wetterskip Fryslân ingewonnen en zijn met het Wetterskip de Waterrisico-kaarten voor bebouwing bestudeerd. In en om Sneek is het concept van de Vaaras het aanknopingspunt voor een stapeling van gebruik van water. De Vaaras, die loopt via de belangrijke waterroute vanaf het Sneekermeer tot en met IJlst, is de drager van veel ontwikkelingen.
In het centrum van Sneek ligt het hart van de Vaaras, waar tegelijk recreatie en cultuurbeleving aan het water gekoppeld worden. Dit is ook de as waar de watersportgebonden activiteit de meeste kansen vindt. Hetzelfde geldt voor IJlst, bij de historische locatie van De Rat. Ook verder nabij de hoofdvaarroute liggen kansen voor versterking van wonen bij het water. Buro Vijn B.V.
VAARASSEN EN BETER VAREN
blz 10
Bij meer ruimte voor water denken wij in eerste instantie in onze structuurvisie aan verbreding van oeverzones langs bestaande vaarten, aan nieuw vaarwater en belevingswater binnen de nieuwe wijk Harinxmaland en langs de A7. Meer ruimte voor water en versterking van de natuur gaan hier samen, zoals bij de Houkemar bij de nieuwe wijk Houkepoort. De randen van de Wijnsloot hebben volgens de Waterrisicokaart goede papieren om tegelijk belevingswater en water voor natuur aan te leggen. Aan de noordzijde geldt hetzelfde voor de Zwette, het deel van de Middelseerûte, bij de nieuwe noordelijke wijk van Sneek en bij Scharnegoutum. Op lange termijn zal een nieuwe verbinding tussen de Zwette en de Franekervaart hier de mogelijkheden om rond te varen verder kunnen vergroten. Tegelijk biedt deze as de kans voor waterberging in die delen die risico’s voor bebouwing met zich meebrengen.
Buro Vijn B.V.
blz 11
2. 4. Hoofdzonering verdere ontwikkeling Op basis van de beschreven landschappelijke kwaliteiten, de waarden van de natuur en de kansen voor water, kan in het gebied een globale tweedeling worden onderkend. De ene zijde noemen wij het Merengebied, de andere het Middelzeegebied. Deze tweedeling is de basis voor een hoofdzonering. Op bijgaande schets is de hoofdzonering weergegeven. In de zuidoostelijke helft, het Merengebied, zijn landschappelijk en natuurlijk - en daarmee ook voor de recreatie - de meest aantrekkelijke gebieden gelegen. Hier liggen ook gebieden met kwetsbare en bijzondere natuurwaarden, bovendien beschermd op basis van de Vogelrichtlijn. De belangrijke keuze en de basis voor onze visie is om in deze zuidoostelijke helft de waarde van de open “groene” c.q. “blauwe” ruimte het meest te koesteren. Te gebruiken voor het in-stand-houden en ontwikkelen van de functies natuur, recreatie en cultuur. Dat betekent niet dat hier wat betreft verstedelijking niets meer kan. Stedelijke afrondingen, dorpse invullingen en recreatieve verbeteringen zullen hier aan deze kant alleen nog gebeuren, mits zij tegelijk bijdragen aan de natuur- en landschapskwaliteit. Deze keuze impliceert dat het zoekgebied voor intensieve ontwikkeling van woon- en werkgebieden in de noordwestelijke helft (het Middelzeegebied) ligt.
Waar en hoe de ontwikkeling hier het beste verder kan gaan, wordt in de visie onderzocht. Daarbij blijft ons uitgangspunt in gedachte dat ook aan deze zijde zuinig omgegaan moet worden met het groene karakter en de agrarische waarde.
Buro Vijn B.V.
HOOFDZONERING
blz 12
Buro Vijn B.V.
blz 13
3. WONEN Sneek, IJlst en de dorpen in het omliggende gebied hebben met elkaar een rol in de versterking van de woningmarkt aan de A7. Daarom wordt in deze structuurvisie ruimte gezocht voor een ambitieus woningbouwprogramma. Even ambitieus, als het programma dat voor de jaren tot 2010 is vastgesteld in de gemeentelijke woonplannen. De structuurvisie bouwt hierop voort. De opgave voor de structuurvisie is in aanvulling op de vastgestelde plannen te zoeken naar uitbreidingsruimte voor circa 1500 woningen in het ommeland van Sneek, IJlst en de kring van dorpen voor de periode 2010 tot 2020. In de voorliggende visie veronderstellen wij dat niet alleen de aantallen, maar ook de kwaliteit van de nieuwbouw op hoofdlijnen het eerder vastgestelde gemeentelijke beleid blijft volgen. Dit betekent dat in aanvulling op de genoemde uitbreiding, voor een aanzienlijk deel van de nieuwbouw van Sneek, IJlst en de dorpen gezocht blijft worden naar mogelijkheden voor invulling in bestaande wijken en buurten. Dat kan invulling zijn op open ruimtes binnen de stad, dat kan ook om totale vernieuwing van verouderde stedelijke en dorpse milieus gaan. De vernieuwing van de A7 biedt tegen 2010 een nieuwe impuls voor de aanpak van aangrenzende wijken. Voor IJlst zal gezocht worden naar een vervolg op de huidige vernieuwing in en rond het centrum en naar een uitbreidingslocatie voor de jaren na 2010.
De afweging van de invulling zal later plaats vinden in een op te stellen Structuurvisie voor IJlst. Voor de toekomst van IJlst biedt de voorliggende visie de kaders en waardevolle aanknopingspunten.Het zoeken naar ruimte voor nieuwbouw op herstructureringslocaties binnen de bestaande kernen maakt geen deel uit van deze structuurvisie, maar zal in nieuwe gemeentelijke woonplannen worden uitgewerkt. De opgave van de structuurvisie is Buro Vijn B.V.
om voor die 1500 woningen in vlekken aan te geven waar zij gebouwd moeten worden, en met wat voor woonkwaliteit. Daarbij gaan wij in onze zoektocht uit van drie woonmilieus: wonen in de stedelijke omgeving van Sneek; wonen bij de cultuurhistorische stad IJlst; en wonen in de dorpen. De ontwikkeling van de drie woonmilieus kan theoretisch op vele manieren worden vorm gegeven. Hier is dit gebeurd met behulp van een viertal modellen. De modellen zijn hier weergegeven om vervolgens een onderbouwde voorkeur uit te kunnen spreken over het model dat het beste past bij de basisgedachten. 3. 1. Modellen De verstedelijking is in een viertal theoretische modellen tot uitdrukking gebracht in bijgaande schetsen.
Al deze modellen hebben als onderlegger de basisgedachte van de hoofdzonering, met in het noordwestelijk deel de hoofdmoot van verstedelijking, een compacte en gebundelde ontwikkeling en natuurlijke dynamiek van dorpen in hun eigen groene ruimte: Lobben-model: de uitbreiding van Sneek en IJlst wordt aansluitend op bestaande rand geconcentreerd in drie lobben in de noordwestelijke helft, aansluitend aan Scharnegoutum, IJsbrechtum en Oosthem; As-model: de ontwikkeling van nieuwe woongebieden vindt optimaal geconcentreerd plaats in een aaneengesloten reeks van woonmilieus langs de as Scharnegoutum / Sneek / IJlst; Satellieten-model: geheel los van de bestaande stad worden gebundeld aan meerdere dorpen in de noordwestelijke helft forse, opzichzelfstaande woongebieden tot ontwikkeling gebracht; Compact-traditioneel model: ontwikkeling direct aansluitend aan Sneek en IJlst met het open houden van de ruimte tussen Sneek en IJlst.
blz 14
Modellen
LOBBENMODEL ONTWIKKELING WONEN
AS-MODEL ONTWIKKELING WONEN
SATELLIETENMODEL ONTWIKKELING WONEN
Buro Vijn B.V.
blz 15
3. 2.
De afweging
Elk model heeft zijn eigen ruimtelijke kwaliteiten en biedt mogelijkheden voor een samenspel van steden, dorpen en landelijk gebied. In het lobben-model worden uitbreidingen van Sneek en van IJlst gecombineerd met een drietal bestaande dorpen. Maar wel zo dat zij met de bestaande stad en met IJlst een geheel gaan vormen. Dit model biedt perspectief op een niet alledaagse vormgeving van nieuwe woongebieden, waarbij nieuw wordt geïntegreerd met reeds bestaande ruimtelijke structuren en er tegelijk de ruimtelijke en functionele relatie wordt versterkt met Sneek en IJlst. Een belangrijk nadeel van dit model is dat het eigen karakter van de drie dorpen zowel stedebouwkundig als wat betreft de sociale structuur, wordt opgeofferd.
COMPACT-TRADITIONEEL MODEL ONTWIKKELING WONEN
Een meer expliciete variant van het lobbenmodel is het satellietenmodel. De stadsuitbreidingen worden letterlijk los van de bestaande steden geprojecteerd waardoor deze uitbreidingen elk met hun eigen vorm als nieuwe elementen in het landschap worden gepositioneerd. Het satellietenmodel heeft hetzelfde nadeel als het lobbenmodel. Het as-model biedt mogelijkheden voor de ontwikkeling van Sneek en IJlst als een samenhangend ruimtelijk geheel. In een proces van uitbreiding en herstructurering ontstaat een as met een reeks van woonmilieus met de spoorlijn als drager. Dit model biedt perspectief op een duidelijk gestructureerde ruimtelijke ontwikkeling in het gebied (bandstad). Een belangrijk landschappelijk nadeel is het verdwijnen van de ruimtelijke zelfstandigheid van Sneek, IJlst en Scharnegoutum. In dit model zal ook de sociale structuur van IJlst en Scharnegoutum veranderen.
Buro Vijn B.V.
blz 16
Het compact-traditioneel model borduurt in feite voort op de ontwikkeling van de afgelopen decennia, zij het binnen de gekozen beperking van de eerder aangegeven hoofdzonering: bebouwing voornamelijk gesitueerd in de noordwestelijke helft van het plangebied. Het belangrijkste verschil met de overige modellen zit in het behoud van de eigenheid van woonmilieus van de dorpen en van IJlst. Of men nog van een dorp of van herkenbaar wonen in IJlst en in de dorpen Scharnegoutum, IJsbrechtum en Oosthem kan spreken, is sterk te betwijfelen bij het lobben-, satellieten- en as-model. Verder kan de landschappelijke consequentie van met name het as-model als ongewenst en strijdig met het gewenste karakter van het gebied worden aangemerkt. In het compact-traditioneel model moeten groene ruimte en eigenheid van dorpen optimaal worden gespaard. Voor IJlst betekent een compacte ontwikkeling een moeilijke zoektocht. IJlst kan zich mogelijk door in- en uitbreiding met passende woningbouw ontwikkelen, maar er zijn voorwaarden van natuur- en landschapskwaliteit, respect voor cultuurhistorie en voor waterrisico’s, respect ook van een groene contour bij Oosthem en een groene band tussen Sneek en IJlst. Scharnegoutum en IJsbrechtum liggen of komen vlak onder de rook van Sneek, maar behouden een groene contour ertussen en groeien alleen naar aard en schaal. 3. 3.
De voorkeur Het model "compact-traditioneel” heeft in onze visie de beste papieren voor het realiseren van de doelstellingen: het sparen van landschap, groene ruimte, natuur en de eigenheid van IJlst en de dorpen. In eerste instantie kan stedebouwkundig worden aangehaakt op de aanwezige landschappelijke dragers (rondweg, Zwette, Leeuwarderstraatweg, spoorlijn) in de richting van Scharnegoutum. Van groot belang is dat daarbij het eigen, zelfstandige karakter van Scharnegoutum niet te sterk wordt aangetast. Buro Vijn B.V.
In onze visie blijft er een groene ruimte tussen Scharnegoutum en de nieuwbouw van Sneek. Net zozeer als dat geldt ook voor de andere dorpen vlakbij de Sneker woon- en werkgebieden, als IJsrechtum en Oppenhuizen-Uitwellingerga. De drie verschillende woonmilieus zullen zich bij deze keuze voor een compact-traditioneel model als volgt kunnen ontwikkelen: in aansluiting op de basis van onze visie om ontwikkelingen zoveel mogelijk compact en gebundeld te houden, behoudt Sneek met zo’n 80 tot 85% van de nieuwbouw op in- en uitbreidingen de belangrijkste functie voor het wonen, met een diversiteit aan stedelijke woonmilieus. Bij invullingen en stedelijke vernieuwing van de oude wijken gebeurt dit met een hoge woondichtheid, bij planmatige uitbreidingen met een gemiddelde dichtheid van 15 tot 18 woningen per ha en traditioneel vrijstaande en twee-onder-één-kap-woningen. De toekomstige woonfunctie van IJlst moet in onze visie een geheel eigen positie krijgen, waarbij de uitbreiding wordt afgestemd op de eigenheid van IJlst en op de historische kwaliteiten van de stad. Ook hier geldt de gedachte van een aansluitende ontwikkeling maar dan op de eigen schaal van IJlst. Door de bijzondere ligging en het karakter zijn hier kansen voor een bijdrage aan de gezamenlijke woningmarkt van het middelhoge tot het hoogst segment.
Afhankelijk van de stedenbouwkundige, landschappelijke en ecologische mogelijkheden zal zo’n 5 tot 10% van de totale gewenste verstedelijking van het plangebied in IJlst plaats kunnen vinden. Een zorgvuldige in- en uitbreiding van IJlst kan worden gecombineerd met een nieuwe recreatieve ontwikkeling (zie onderdeel Recreatie). In de komende structuurvisie voor IJlst zullen de keuzes worden vastgelegd door de gemeente Wymbritseradiel. Deze gezamenlijke structuurvisie legt hiervoor eerst de kaders en contouren vast. Onze toekomstvisie van de drie woonmilieus kan als volgt worden omschreven, beginnend bij de dorpen:
blz 17
Wonen in de dorpen Het “wonen in een dorp” wordt als zeer waardevol door de bewoners ervaren, zoals blijkt uit de inspraak en de dorpsvisies die de Plaatselijke Belangen van de dorpen samen met de bewoners opstellen. In onze visie zullen de dorpen hun eigen karakter behouden in een bijbehorende open groene ruimte, maar wel met de nodige dynamiek en met kansen voor een natuurlijke ontwikkeling naar aard en schaal. Dorpen hebben bij wijze van spreken een “groene contour” van het open landschap om zich heen. Juist voor de eigenheid van de dorpen die vlakbij het stedelijk gebied van Sneek of IJlst liggen of komen te liggen, is de uitwerking van die groene contour van groot belang. Zo moet Oosthem zijn contour behouden. Zo behouden IJsbrechtum en Offingawier, Oppenhuizen-Uitwellingerga een afgewogen open ruimte in de groene wiggen van de stad. Bij Folsgeare zal een landschappelijke inpassing plaatsvinden bij de vernieuwing van de A7 en de uitbreiding van De Hemmen/A7. De openheid aan de zuidkant van Scharnegoutum zal in onze visie blijven bestaan. De dorpen zullen zeker niet verstarren. Een natuurlijke dynamiek van enkele woningen moet mogelijk blijven.
Enige uitbreiding van het aantal woningen is mogelijk in de vorm van bij voorkeur inbreiding op open plekken, functieverandering van bijvoorbeeld oude bedrijfspanden en eventueel naar aard en schaal passende, kleine afrondingen aan bestaande infrastructuur. De ruimtelijke uitwerking zal op dorpsniveau moeten plaatsvinden en is geen onderdeel van de structuurvisie. Het programmatisch instrumentarium hiervoor zijn de gemeentelijke Woonplannen. Het grote verschil met de plannen tot nu toe, is een geleidelijke dorpseigen vernieuwing en niet een schoksgewijze ontwikkeling met niet bij het dorp passende woningen en verkaveling in een planmatige uitbreiding. Buro Vijn B.V.
Wonen in de cultuurhistorische stad IJlst Uit respect voor zowel de eigenheid van IJlst als Sneek, is het gewenst om de open ruimte tussen Sneek en IJlst als zodanig in stand te houden: aan de noordzijde van IJlst en de zuidzijde van Sneek liggen in onze visie rode contouren (zie schets). De landschappelijke en agrarische inrichting van het huidige gebied tussen de randen van Sneek en IJlst, dat nog circa 1 km breed is, vertegenwoordigt de minimale maat om de identiteit van beide “steden” nog te respecteren. Voor de Snekers is dit het punt waar men “de stad uit gaat”, een slag om langs de Geeuw, met het uitzicht op het historisch silhouet van IJlst. Voor IJlst is juist het open agrarisch gebied net voldoende groot, mede door de niet al te stedelijke rand van de wijk Tinga, met daarachter de kenmerkende hogere gebouwen van Sneek nog in het zicht. IJlst kan zich bij deze maat van openheid verder ontwikkelen als recreatie- en woonkern aan de Vaaras van de Geeuw, die tussen de stad Sneek en IJlst een natuurlijk open waterkarakter zal weergeven. En tot slot, mede gelet op de toekomstige verdichting aan de westzijde bij de nieuwe ontwikkeling van De Hemmen/A7, is iedere verdere verdichting tussen Sneek en IJlst in onze visie niet aan de orde.
blz 18
Aan de zuidwestkant is de openheid van de Ruterpolder in onze visie een te respecteren gegeven. Gekozen wordt daarom voor een overwegend open Ruterpolder. De uitbreiding van IJlst zal daarom aan de zuidoostzijde moeten worden gezocht. Inpassing van een nieuwe uitbreiding, waar zowel landschap, natuur, water en cultuur versterkt en gerespecteerd moeten worden, vereist een zeer zorgvuldige aanpak en een nadere verkenning. Op voorhand is niet aan te geven voor hoeveel woningen er ruimtelijk, ecologisch en cultuurhistorisch gezien draagvlak is.
De zoektocht naar een verdere invulling en uitbreiding van IJlst zet de gemeente Wymbritsteradiel zelf voort in een komende Structuurvisie IJlst. Deze gezamenlijke structuurvisie is hier voor kaderstellend. In onze visie is met name de omgeving van molen De Rat geschikt voor een inpassing van nieuwe functies, zowel wonen als voorzieningen voor de bewoners en recreanten. Hier ligt een ruim zoekgebied voor toekomstige vernieuwing met functies die recht doen aan het oude karakter van wonen en werken aan de Vaaras van de Geeuw. Ook hiervoor geldt dat een uitwerking zal plaats vinden in de komende Structuurvisie voor IJlst.
Buro Vijn B.V.
BEBOUWINGSCONTOUR
blz 19
Wonen in de stedelijke omgeving van Sneek Sneek heeft zich gedurende lange tijd concentrisch rond de historische kern ontwikkeld. Woonwijken en werkgebieden ontwikkelden zich langs de radiale dragers van weg en water. De kern en het centrum bleven hierdoor voor velen binnen redelijke afstand bereikbaar. De spoorlijn Leeuwarden – Sneek – Stavoren, met nu twee stations te Sneek, biedt een extra vorm van bereikbaarheid. Met de stedelijke ontwikkelingen langs de A7 is hier een einde aan gekomen en volgden met name werkgebieden en nieuwe woonwijken deze weg-as. De hiervoor genoemde hoofdzonering met een stedelijke ontwikkeling aan de noordkant en een ontwikkeling van werken aan de westkant bij De Hemmen/A7 betekent opnieuw een versterking van de concentrische opbouw, die geënt is op de radiale structuur van water en wegen. De bereikbaarheid van het centrum voor de nieuwe uitbreiding is en blijft goed. De nieuwe stadsrondweg zorgt voor een optimale bereikbaarheid. Bovendien kunnen nieuwe, veilige langzaam verkeersverbindingen tot in het centrum van Sneek de bereikbaarheid voor fietsers garanderen. Van belang is dat de stadsuitbreiding ook in de verdere toekomst wordt vormgegeven in ruimtelijke eenheden met een overzienbare schaal.
Aangesloten kan worden bij in het gebied aanwezige, dan wel aan te brengen structuurlijnen, als een lint van boerderijen, vaarwater, een hoogspanningslijn of de spoorlijn. In onze visie zal een nieuw station aan de nieuwe bewoners een snelle OV-verbinding naar Leeuwarden of naar het centrum van Sneek bieden. De spoorlijn zal een blijvende rol in de bereikbaarheid van het stedelijk netwerk van Sneek spelen.
Buro Vijn B.V.
WONEN IN SNEEK
blz 20
4. WERKEN 4. 1. Bedrijvigheid In onze visie wordt aangesloten op het ambitieuze economische programma voor de A7-zone. Voor de toekomst van het werken is door beide gemeenten samen reeds de keuze gemaakt voor een forse versterking van het regionaal bedrijventerrein De Hemmen/A7. De stad Sneek zelf streeft naar een jaarlijkse uitbreiding met 3000 m² kantoorvloeroppervlakte, waarbij de nieuwe A7 impulsen voor vestiging op zichtlocaties zal geven. Daarnaast is voor beide gemeenten de versterking van de economie rond de watersportcluster van belang, maar voor elke gemeente vanuit een eigen invalshoek. In Sneek als watersportstad met internationale bekendheid, met vanouds een op industrie toegerust profiel en een groeiend dienstenpotentieel, gaat het om een stuwende versterking van regionale of bovenregionale bedrijvigheid in haar totaliteit. Dit ter behoud en verdere ondersteuning van de bestaande watersportcluster van zowel productie als dienstverlening. In eerste instantie is de keuze een uitbreiding en hier tevens een afronding van ‘t Ges. Daarnaast zoekt Sneek naar nieuwe kansen voor de watersportbedrijven, zoals bij de herinrichting van het industrieterrein Houkesloot. Voor Wymbritseradiel staat de watersportbedrijvigheid veel meer ten dienste van het aanwezige waterrecreatieve complex van jachthavens met hun diensten en recreatiewoningen.
In Woudsend is het watersportgerichte bedrijventerrein in afronding, bij Heeg wordt 20 ha uitbreiding van het watersportbedrijventerrein voorbereid. De watersportbedrijvigheid zal in Wymbritseradiel meer op zijn meerwaarde voor het waterrecreatieve complex worden afgewogen. Hinder van nieuwe bedrijven voor de recreatie moet in ieder geval vermeden worden. Buro Vijn B.V.
ONTWIKKELING WERKEN
blz 21
In onze visie is bedrijventerrein Brêgefinne een kleinschalig bedrijventerrein dat nog beperkt kan groeien in de richting van de rijksweg. Het blijft een watergebonden bedrijventerrein van bescheiden schaal. Een ontwikkeling van opslag en overslag aan het Prinses Margrietkanaal bij dit bestaande bedrijventerrein Brêgefinne is wat betreft water-infrastructuur kansrijk. Maar ontwikkeling met meer bedrijfsbebouwing, verkeer en containeropslag is in strijd met de gekozen hoofdzonering van natuur, Vogelrichtlijn, landschap, recreatie en cultuur aan deze zijde van het plangebied. De kleinschalige ontwikkeling zal hierdoor tot lokale watergebonden bedrijfsactiviteiten beperkt moeten blijven met hooguit enige extra opslag en overslag weg/water van grondstoffen en eventueel beperkte containeroverslag. Bij Scharnegoutum is ruimte voor nieuwe lokale bedrijven. Het bedrijventerrein aan de Oergongswei bij Scharnegoutum zal gespiegeld kunnen worden en ruimte bieden ten behoeve van vestiging van lokaal gebonden bedrijven. In de Bedrijvennota Wymbritseradiel was deze uitbreiding al vastgesteld. 4. 2. Landbouw Met de gekozen hoofdzonering en ontwikkeling volgens een compact-traditioneel model wordt met de toekomst van de landbouw in het gebied, afgezien van autonome ontwikkelingen in de sector, zo veel mogelijk rekening gehouden.
Er valt op te rekenen dat er een schaalvergroting plaatsvindt en een groot aantal agrarische bedrijfsgebouwen vrij komt. De verwachting is dat de agrarische sector in het gebied rond Sneek zich in de toekomst voor het overgrote deel zal specialiseren in grondgebonden grootschalige melkveehouderij. Afgezien van schaalvergrotingseisen is in ieder geval een vernieuwingsslag nodig bij bedrijfsgebouwen.
Buro Vijn B.V.
In onze visie, waar behoud van een goede basis voor recreatie en toerisme één van de doelstellingen is, is ruim kans voor neventakken bij de boerderij. Meer mini-campings en meer accommodatie voor verblijfsrecreatie op de boerderij in het merengebied of aan toervaartroutes, past in onze visie. Voor vrijkomende boerderijen wordt, zeker in de directe omgeving van de stad, een blijvende vraag van een bepaald type bedrijvigheid, zoals een paardenstalling, een tuincentrum of een manege tot aan een kinderdagverblijf verwacht. Bedrijvigheid in de vorm van diverse vormen van dienstverlening is in vrijkomende boerderijen in het gebied mogelijk, mits goed en veilig bereikbaar.
blz 22
5. RECREATIE De watersportstad Sneek, het Sneekermeer en de omgeving van IJlst, zijn onmisbare schakels in het watersportgebied. De opgave van onze visie is om hier bij het ambitieuze programma van wonen en werken tegelijk een bekend en aantrekkelijk watersportgebied van niveau te houden. Onze visie sluit aan bij het huidige Friese Merenproject, een speerpunt van de provincie Fryslân. Door dit provinciale project zal samen met de gemeenten over enkele jaren een goed bevaarbaar en aantrekkelijk netwerk tussen de grote watersportkernen zijn gevormd, om het handelsmerk van de Friese economie in ere te houden. Kansen liggen er vooral bij de toervaarders en de cultuurtoeristen. Voor de zeilers zal vooral het behoud van de kwaliteit van zeilwater en voorzieningen van belang zijn. Om een aantrekkelijk gebied voor recreatie en toerisme te blijven, richt de koers van onze visie zich op een zonering van gebieden, ieder voor zich met een bepaalde charme, voor een eigen doelgroep. Druk, en met veel watersport van alle soort, aantrekkelijk voor dag- en verblijfsrecreant, blijft het Sneekermeer en omgeving. In het gebied van de Brekken gaan de belangen van natuur en watersport samen. Hier geldt rust en natuurbeleving als het handelsmerk. Sneek en IJlst zijn recreatiekernen, waar het water de basis is van versterking van zowel de watersport als het cultuurtoerisme.
De aantrekkelijke beschermde stadsgezichten en bezienswaardigheden als de Sneker Waterpoort en de houtzaagmolen De Rat, verhalen van hun historische ontwikkeling aan het water. Hier krijgt de gedachte van de Vaaras door IJlst, langs de Geeuw tot aan het centrum van Sneek en het Sneekermeer gestalte. In onze visie moet de stad Sneek ter versterking van de recreatie zoveel mogelijk haar kaarten op het historisch centrum blijven inzetten.
Buro Vijn B.V.
RECREATIE
blz 23
Vooral hier liggen kansen voor verbreding en seizoensverlenging. Het centrum is bekend als een gezellig uitgaansgebied, of om er te winkelen en rond te kijken. Nu met de opening van de nieuwe stadsrondweg-oost, met aquaduct, het gebied minder door verkeer belast wordt, liggen er kansen voor een nog aantrekkelijker centrum. Uitbreiding met hotelaccommodatie is gewenst. Voor de watersporters worden in het kader van het Friese Merenproject in het centrum allerlei voorzieningen getroffen. Rond de binnenstad te kunnen varen is in onze visie een belangrijke wens. Toeristen en recreanten moet door diverse maatregelen naar het centrum worden getrokken. Over water, of over land. Goed aangegeven en veilige routes voor langzaamverkeer vanuit de recreatiecentra, zoals De Potten, naar de binnenstad zijn hiervoor onmisbaar. Zo is voor het Burgemeester Rasterhoffpark, met diverse voorzieningen voor de watersporter, voor bewoners en voor toeristen, een goede recreatieve verbindingsroute met zowel centrum als met buitengebied van belang. Een nieuwe wateras langs de A7 heeft veel kwaliteiten voor de stad, maar mag er niet toe leiden dat de watersporters het centrum gaan omzeilen. Bij Sneek is voor vakantiegangers vooral het Sneekermeer van groot belang. Het recreatiecentrum De Potten en het Starteiland zijn hier de locaties waar recreatieve versterking gewenst is.
De nadruk voor dit gebied zal moeten liggen op een kwaliteitsverbetering van de dagrecreatieterreinen en enige uitbreiding van de aanwezige verblijfsvoorzieningen. In het Sneekermeer is een verandering en uitbreiding van aanlegvoorzieningen op één van de eilanden een welkome aanvulling bij de drukte tijdens de Sneekweek. De aanlegvoorziening zal doordacht moeten plaats vinden, gelet op de natuurbelangen die hier gelden van de speciale beschermingszone van de Vogelrichtlijn. Buro Vijn B.V.
De watersport … Het Sneekermeer is één van de drukste van de Friese Meren. In waterstad Sneek meren jaarlijks ruim 17.000 boten aan. De stad is steeds meer een trekpleister voor de watersporter, met een piek natuurlijk tijdens de Sneekweek. Via de route voor staande-mast-schepen via Sneek en IJlst passeren ieder jaar zo’n 20.000 schepen. Aan het Sneekermeer zelf is het recreatiecentrum De Potten en het Starteiland vooral voor vakantiegangers. Sneekers zelf gaan er vooral naar het dagrecreatieterrein. Uitwellingerga, is onder zeilers een bekend recreatiedorp aan het Sneekermeer. ’t Ges, is een vaarroute naar Sneek, door handbedienbare brug ook voor zeilers bevaarbaar. Sneek is ook waterstad voor de bewoners uit de wijde omgeving. In de stad zelf is een groot aantal jachthavens aanwezig, tot nu toe met wachtlijsten. Overal langs de vaarten en bij de woningen liggen boten van diverse maat en soort. IJlst is vanouds een waterstad met de beroemde molen De Rat als symbool. Maar IJlst is geen “watersportkern” zoals het naburige Heeg. Langs de Geeuw kan wel vrijwel overal aangemeerd worden. Er is een kleine passantenhaven en een kleine camping. Watersporters zijn hier vooral de bewoners zelf. Schip, sloep of roeiboot liggen overal waar mogelijk aangemeerd. Aan een eigen grotere jachthaven is dringend behoefte.
blz 24
Voor het Brekkengebied stellen wij voor om de recreatieve ontwikkeling ondergeschikt te laten zijn aan de natuurlijke waarden. Hier kan men varen tussen Sneekermeer en IJlst, maar de grote watersportroute loopt buiten het Brekkengebied om. Dat betekent een beperkte kwaliteitsverbetering in het Brekkengebied, waar vooral de natuurliefhebber en rustzoekende watersporter mogelijkheden vindt. Met name het najaar en vroege voorjaar zijn hier de meest kwetsbare periode voor de te beschermen vogels. Verstoring vindt vooral plaats door betreding bij de aanlegplaatsen, niet zozeer door het varen zelf. Door beheersmaatregelen en doordachte locatiekeuze van eenvoudige kleine nieuwe aanlegvoorzieningen, kan de rust voor de beschermde natuur hier blijven bestaan. Een recreatieve impuls wordt voorgestaan voor IJlst. De basis hiervoor ligt in de cultuurhistorische waarden van de stad aan het water. Vanouds een stad waar wonen en ambacht vermengd waren. Niet alleen de herkenbare binnenstadsgrachten, vooral ook de houtzaagmolen De Rat en de omgeving van de Geeuw, bereikbaar voor historische zeilschepen, bieden tal van aanknopingspunten. Een aantrekkelijke multifunctionele voorziening, goede overnachtingsmogelijkheid, een nieuwe passantenhaven, kanocentrum en goede inkoopmogelijkheden, zullen zich nabij De Rat aan de Geeuw kunnen ontwikkelen.
Hier bevindt zich in onze visie een zoekgebied, waar waterrecreatie en cultuurtoerisme dienen te worden versterkt mogelijk met meer havenruimte met de bedoeling om IJlst toeristisch en voor de bewoners beter op de kaart kunnen zetten.
Als onderdeel van de recreatieve ontwikkeling van IJlst, is het gewenst het aantal goed bereikbare ligplaatsen bij IJlst uit te breiden. Buro Vijn B.V.
Ligplaatsen voor passanten, voor bewoners, maar ook voor de bruine of de witte vloot, die hier IJlst over de Geeuw passeert. Het onderwerp ligplaatsen zal in de structuurvisie voor IJlst worden uitgewerkt.
VAARASSEN EN BETER VAREN
blz 25
Routes Wat betreft dagrecreatie vallen de wensen van bewoners en toeristen in het gebied vaak samen. De recreatieve mogelijkheden voor beide groepen kunnen worden vergroot door de infrastructuur voor de routegebonden vormen van dagrecreatie, over land of over water, uit te breiden, op elkaar af te stemmen en met specifieke voorzieningen te ondersteunen. Nieuwe aanlegplaatsen en “knooppunten” zullen kwetsbare plekken van de natuur moeten vermijden. Denk bij de mogelijkheden aan aanlegplaatsen, kano-instappunten, of picknickplaatsen langs bestaande en nieuwe waterroutes. Zo liggen langs de nieuwe Middelseerûte kansen voor een grotere recreatieve kwaliteit voor bewoners en toeristen, die in onze visie benut moeten worden. Voor de bewoners van Scharnegoutum en van de toekomstige stadsuitbreiding, is hier een geschikte locatie voor een kleine haven aan de route te vinden. Voor toeristen liggen hier kansen om op diverse plekken aan de route te overnachten. Door de nieuwe verbinding tussen de Zwette en de Franekervaart wordt de mogelijkheid geboden om een extra rondje te varen. Voor rustig varen te midden van de natuur blijft de route tussen Sneekermeer en IJlst door de Brekken favoriet. Hier is kwaliteitsverbetering mogelijk door nieuwe aanlegplaatsen waarbij de natuur ontzien wordt. De hoofdroute voor grote schepen - tevens staande mast route - loopt zuidelijk om via de Jeltesloot.
Op het land in het buitengebied rond Sneek en IJlst zal vooral gebruik gemaakt worden van het bestaande, aantrekkelijke netwerk van kleine wegen. Hier lopen nu ook al diverse regionale en provinciale fietsroutes, waaronder de Elfstedenroute naar het hart van Sneek.
Buro Vijn B.V.
Voor de recreatieve routes naar het centrum van Sneek is het van belang een duurzaam en goed bereikbaar netwerk te realiseren tussen het centrum van Sneek en de recreatieve concentraties buiten de stad. De routes over land voor fietsers en wandelaars zullen nog meer gestalte moeten krijgen. De groene wiggen van Sneek bieden hiervoor goede aanknopingspunten.
blz 26
Buro Vijn B.V.
blz 27
6. DE KAART ANNO 2020 De kaart van de structuurvisie geeft de wensen van ruimtelijke ontwikkelingen op hoofdlijnen aan. Daarbij wordt voortgeborduurd op de bestaande situatie. Bestaand wil zeggen: de aanwezige bebouwing, de bestaande infrastructuur van weg en water, en de op dit moment vastgestelde plannen. Een kaartbeeld voor de hoofdlijnen van de nieuwbouw rond Sneek, IJlst en de kring van dorpen. Ook voor de natuur en de recreatie van bewoners, watersporters en toeristen. De basis daarbij wordt gevormd door de verbeterde infrastructuur. Niet alleen van de A7, ook van de nieuwe routes voor langzaam verkeer. Een beschrijving van de symbolen op de kaart geeft een samenvatting van de visie in de richting van het jaar 2020.
Hoofdzonering Merengebied e.o. Het merengebied omvat de zuidoostelijke helft van het gebied, ongeveer tot de Geeuw en de Sneeker Oudvaart. Hier zullen de waarden van landschap en natuur, ten behoeve van de recreatie van toeristen en eigen bewoners, en ter bescherming van de natuurwaarden van de Vogelrichtlijn, zo veel mogelijk worden gerespecteerd. Middelzeegebied e.o. In deze noordwestelijke helft van het “ommeland” ligt het zoekgebied voor de stedelijke uitbreiding van Sneek volgens het compacttraditioneel model. Hier is een forse uitbreiding van het bedrijventerrein De Hemmen/A7 door beide gemeenten al afgesproken. Dorpen in het groen, verbonden door het netwerk van dijken en vaarten, zijn hier de cultuurhistorische drager van de ontwikkelingen.
Buro Vijn B.V.
Natuur Natuurwaarde versterken Ter versterking van de natuurwaarden in het Merengebied wordt nieuwe natte en halfnatte, open natuur aangelegd langs de randen van bestaande vaarten en poelen. Hierdoor wordt een netwerk aangelegd tussen kleine en grote geïsoleerd gelegen natuurgebieden, van Sneekermeer via Witte en Zwarte Brekken in de richting van de Oudegaasterbrekken. Om de natte natuur meer te vervlechten, zijn twee routes in de structuurvisie van belang. Via de secundaire vaarroute door de Brekken kan met meer natuur een vervlechting met de Brekken plaatsvinden. De natuurwaarden in het gebied van de Brekken zelf zullen door beheersmaatregelen, door zonering van rustige en drukke gebieden en een doordacht nieuw aanlegplaatsenplan worden beschermd. Langs de natte randen van de Ruterpolder kan de waarde voor de natuur, door meer gebruik te maken van water, worden versterkt. Een vergelijkbaar project is bij Sneek te vinden, waar bij de nieuwe wijk Houkepoort circa 35 ha natte natuur van water, rietland en zomerpolder wordt aangelegd. Tussen het Houkemar en het Sneekermeer zullen de natuurwaarden beschermd en waar mogelijk versterkt worden. Groene wiggen In de richting van de grotere stedelijke groengebieden van Sneek, zal een groen netwerk langs de vaarten de Geeuw, de Houkesloot, en de Woudvaart, de natuur in de stad vervlechten met de natuur in het buitengebied.
Open oevers langs deze waterlopen zijn van belang voor de natuur.
blz 28
Infrastructuur
Bebouwing
Hoofdtransportas De nieuwe A7 is de basis van het ambitieuze programma van werken en wonen tot 2020. De hoofdas zal de bereikbaarheid van Sneek en omgeving vergroten met een nieuw westelijk tracé en een aquaduct onder de Geeuw. Deze nieuwe infrastructuur biedt voor Sneek diverse aanknopingspunten voor vernieuwing en uitstraling.
Bedrijventerrein Een reservering van circa 80 ha bedrijventerrein De Hemmen/A7 is door beide gemeenten reeds afgesproken. Hierbij wordt afgestemd op het nieuwe tracé en de aansluitingen van de A7. Uitbreiding van bedrijventerrein ’t Ges 2 is reeds uitgangspunt volgens bestaand beleid. Uitgangspunt van de visie is dat ’t Ges 2 een afronding ter plekke is. Nieuwe ontwikkelingskansen voor watersportgebonden bedrijvigheid werken beide gemeenten samen uit. Beperkte uitbreiding voor lokale watergebonden bedrijvigheid en kleinschalige overslag weg/water is mogelijk bij het terrein Brêgefinne. Het bedrijventerrein Oergongswei bij Scharnegoutuum kan door een verdubbeling van oppervlakte ruimte bieden aan lokaal gebonden bedrijvigheid.
Hoofdvaarweg De internationale hoofdvaarweg zal geschikt gemaakt worden voor een zware categorie van binnenvaart (klasse Va). Voor Sneek en omgeving betekent dit vooral aandacht voor behoud van veilige alternatieve routes voor de watersporters. Verbindingsas langzaam verkeer Naar het centrum van Sneek zal een netwerk van brede, veilige langzaamverkeersroutes lopen. Deze routes zullen worden opgenomen in de groene wiggen van Sneek. Deze routes sluiten in het buitengebied aan op de bestaande routes in de richting van recreatiecentra en recreatiekernen. Overstappunten land/water liggen op voor de natuur niet kwetsbare plaatsen. Spoorlijn De spoorlijn naar Leeuwarden met een hoofdstation in Sneek blijft behouden voor een aantrekkelijk werk- en woonklimaat van Sneek, IJlst en de kring van dorpen. Aanleg van een extra voorstad-station verhoogt de bereikbaarheid van de noordelijke uitbreiding van Sneek en van Scharnegoutum. Hoogspanningsleiding Langs de bovengrondse hoogspanningleiding zal een bebouwingsvrije afstand van 50 meter ter weerszijden in acht genomen worden.
Buro Vijn B.V.
Dorp Alle dorpen houden het karakter van “dorp”, met een eigen identiteit, vrij in een open, groene ruimte gesitueerd. Groei met enige woningen is mogelijk in de vorm van, bij voorkeur, inbreiding op open plekken binnen de kom, functieverandering van bijvoorbeeld oude bedrijfspanden en omzetten van vrijkomende boerderijen in enkele woningen. Vernieuwing, inbreiding, uitbreiding en afronding past naar aard en schaal bij de dorpen. Uitbreiding wonen Voor 1500 woningen is ruimte in uitbreidingsplannen aangegeven. De uitbreiding zal voor 80 tot 85% aan de noordzijde van Sneek plaatsvinden. Hier komen woonmilieus, opgezet volgens traditionele stedelijke nieuwbouw aan de rand van de stad met een dichtheid van gemiddeld 15 - 18 woningen per ha. De “blokken” op de kaart geven inzicht in de ruimtebehoefte per 100 woningen. In onze visie zoeken wij een uitbreiding van IJlst voor 200 woningen. IJlst breidt niet uit over het spoor, hier ligt een rode contour.
blz 29
Voor IJlst ligt er een zoekgebied voor een nieuwe water-woonwijk aan de zuidzijde. De landschappelijke en natuurlijke draagkracht van het gebied is mede bepalend. Binnen de kaders van deze structuurvisie zal later in de Sructuurvisie IJlst een keuze plaats vinden over de locatie Groenkap. Rode contour Het gebied tussen Sneek en IJlst mag op geen enkele wijze verder verdicht worden. Alleen dan is behoud van eigenheid van IJlst mogelijk. De resterende ruimte is het laatste herkenningsmoment van de cultuurhistorische afstand tussen Sneek en IJlst. De groene ruimte symboliseert nu voor de Snekers, dat zij de stad uit wandelen of fietsen met het bekende beeld van IJlst en de molen De Rat in het zicht. Het open gebied is waardevol voor de stedelijke recreatie en voor de recreatieve potentie van IJlst aan de Vaaras.
Recreatie Recreatieve vaarverbinding De zuidelijke schakel tussen de Geeuw/Wijde Wijmerts en de Brekken, via de Wijnsloot en Zoolsloot, zal worden verbeterd tot een aantrekkelijke secundaire toervaartroute met meer natuur langs de oevers en nieuwe aanlegplaatsen. Nieuwe vaarverbinding Een nieuwe vaarverbinding tussen de Zwette en de Franekervaart zal op langere termijn de mogelijkheid om rond te varen, vergroten. Vaaras Langs het historische water van de Geeuw, de Sneker binnenstadsgrachten en de Houkesloot, worden gebruiks- en belevingsmogelijkheden van water benut: voor natuur, om er te wonen, voor de toeristen, voor de watersporters en voor watersportbedrijven.
Buro Vijn B.V.
Water-as A7 Langs de nieuwe de A7 zal een water-as zowel een vaarwater zijn, als een mogelijkheid voor uitstraling en waterberging. Jachthaven Nieuwe havens worden aangelegd om te voorzien in de behoefte aan ligplaatsen voor passanten en voor de huidige en nieuwe bewoners in de nieuwe woongebieden aan bereikbaar en geschikt vaarwater. Bij IJlst betreft het een zoeken naar tenminste 100 ligplaatsen, waarvoor indicaties zijn aangegeven Recreatiekerngebied De bestaande watersportconcentraties bij het Sneekermeer, De Potten en Uitwellingerga, maar ook het centrum van Sneek en IJlst, zijn aangewezen als kerngebieden van recreatie. Hier geldt behoud en verbreding van de recreatieve betekenis. Bij De Potten en Uitwellingerga staat versterking van de kwaliteit van het huidige aanbod voorop, van de verblijfsrecreatie en van de voorzieningen bij de jachthavens en de dagrecreatieterreinen. Kwaliteit wil ook zeggen een goede en veilige bereikbaarheid van de jachthavens over water voor zeil- en motorschepen. Sneek en IJlst zijn recreatiekerngebieden waar in het centrum de potenties van water- en cultuurtoerisme worden gebundeld. Nieuwe afmeermogelijkheden, uitbreiding van het aanbod aan voorzieningen op de wal van horeca tot overnachtingsmogelijkheden, concentreren zich vooral in het centrum van Sneek.
Een centrum dat vanuit alle windstreken bereikbaar is voor langzaam verkeer via veilige routes. In IJlst bevindt zich in onze visie een zoekgebied voor een recreatief stedelijke ontwikkeling rond de molen De Rat, waar waterrecreatie en cultuurtoerisme samen, IJlst voor toeristen en bewoners beter op de kaart zullen zetten. In de komende Structuurvisie IJlst zal dit worden uitgewerkt.
blz 30
Zicht vanaf de huidige rand van Scharnegoutum op de huidige rand van Sneek
Buro Vijn B.V.
Zicht op de toekomstige rand van Sneek