7. TV RAAD PvdA - bijlage ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
20181842
29
bescherming van de onderliggende terp is een beschermende regeling opgenomen in dit bestemmingsplan. Bij ingrepen dieper dan 1,40 (huidige diepte van archeologisch relevante lagen plus de ophoging van één meter) moet nader onderzoek en/of opgraving plaatsvinden. Conclusie Op de hiervoor beschreven wijze is het plan uitvoerbaar zonder risico op het verstoren van archeologische waarden in de bodem. Voor het niet opgegraven deel van de terp is een archeologische dubbelbestemming van toepassing, waarbinnen voor diepere bodemingrepen een vergunning nodig is. Deze kan alleen worden verkregen wanneer aantoonbaar geen archeologische resten worden geschaad. Voor het overig deel worden geen verdere voorwaarden verbonden aan het plan inzake de archeologische monumentenzorg. Mochten er onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan, dan blijft de archeologische meldingsplicht van toevalsvondsten van kracht (artikel 5.10, lid 1 Erfgoedwet). Concreet houdt dit in dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan de vinder redelijkerwijs moet kunnen weten dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente.
4.8
Cultuurhistorie
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Conform de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. Daarnaast is gebruik gemaakt van de thematische structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte' waarin de kernkwaliteiten van het cultuurhistorisch erfgoed en het landschap in Fryslân beschreven zijn. De ligging van het gebied op de grens van het voormalige Middelseegebied maakt het mogelijk enkele cultuurhistorische patronen te benoemen. Uit eerder archeologisch onderzoek was al bekend dat door het plangebied het tracé van een dijk loopt die de begrenzing van de Middelsee vormde. De dijk is vrijwel volledig verdwenen. Kenmerkend is nog wel het verschil in verkavelingspatroon tussen het 'nieuwe' en het 'oude' land, dat een grillig kavelpatroon kent. In het stedenbouwkundig plan is hiermee rekening gehouden, waarmee het totale plan wordt ingepast in deze landschappelijke structuren.
Verder is langs de Ivige Leane en de Oerdyk, ten noorden en noordwesten van het plangebied, de karakteristieke (boerderij)bebouwing kenmerkend. In het geldende bestemmingsplan zijn deze boerderijen aangeduid als 'te handhaven woonboerderijen'. Dit geldt niet voor de opstallen (boerderijtje) binnen het plangebied. Een cultuurhistorische waardestelling heeft uitgewezen dat de te slopen opstallen geen hoge cultuurhistorische waarde vertegenwoordigd. Vanuit cultuurhistorische oogpunt is er dus geen belemmering voor de sloop hiervan. Conclusie Op het gebied van cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor de realisatie van de woningen in het plangebied.
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
30
4.9
Water
Deze 'waterparagraaf' bevat de wettelijk verankerde watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. In de Leidraad Watertoets van het Wetterskip staan de uitgangspunten waarmee bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon. Watertoetsproces Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap (kenmerk: 20190507-2-20518). Hieruit blijkt dat de invloed van het plan mogelijk zodanig is dat de normale procedure van de watertoets van toepassing is. Redenen hiervoor zijn de aanwezigheid van regionale keringen, de potentiële toename aan verharding en diverse ingrepen in watergangen. Ruimtelijke adaptie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming.
Binnen het plangebied wordt veel water aangelegd, dat direct is afgekoppeld op de boezem. De verhardingen en woningen in Harinxmaland worden afgekoppeld op deze watergangen, zodat wateroverlast wordt voorkomen. De gronden worden bovendien opgehoogd om overstromingsrisico's te beperken. Verder helpt de groene en waterrijke inrichting overmatige hitte in het stedelijk gebied te beperken. Veilig Meerlaagse veiligheid en klimaatadaptie: Voor het aspect 'veilig' gaat het over overstromingsrisico's. Binnen het plangebied liggen regionale keringen. De Swette heeft een boezemplein en de gronden achter de keringen hebben een polderpeil. Open verbindingen tussen de boezem en de polder zijn niet toegestaan. De kerende werking van de waterkeringen moet behouden blijven. In het voortraject dat in het kader van de ontwikkeling van Harinxmaland is doorlopen, is overeenstemming bereik over de waterhuishouding. De gronden zijn opgehoogd, zodat er geen overlast ontstaat door een hoog boezempeil. Dit gebeurt ook binnen het plangebied. Hiermee is ook de achterliggende polder beschermd. Het plangebied wordt voor de boezem gebracht. Hiervoor is het nodig de ligging van de boezemkering aan te passen. Hiervoor moet nadere afstemming plaatsvinden met het waterschap, onder andere over de exacte ligging en afmeting van de boezemkering.
Wetterskip Fryslân laat hierover weten dat de volgende punten van belang voor de realisatie van de regionale waterkering: de aanwezigheid van begroeiing, kabels en leidingen. een maatwerkoplossing ter plaatse van de lage ligging van de Oerdyk en de onderdoorgang. of de functie van regionale waterkering te verenigen valt met de spoorlijn. een weglichaam kan als waterkering gebruikt worden indien deze voldoende hoog ligt ten opzichte van de keurhoogte, voldoende breedte heeft en er geen doorvoerende leidingen door de waterkering liggen. In dit kader heeft op 23 september overleg plaatsgevonden tussen waterschap, gemeente en ontwikkelaar. Daarbij zijn twee centrale zaken besproken, namelijk het tracé waar de waterkering komt te liggen en het tracé waar de kabels en leidingen komen te liggen in relatie tot de waterkering.
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
31
Het gehele plan komt voor de boezem en daarmee dient er een waterkerende kade rond het plan te komen. Deze gaat lopen over de Oerdyk, langs de zuidkant van spooronderdoorgang over het hart van het spoor richting de rondweg. Doordat het plan en wegen al hoger zullen worden aangelegd dan de benodigde hoogte van de waterkering zal dit niet zichtbaar zijn. Wel moet worden vastgelegd dat het kadeprofiel in het ontwerp past en dat het tracé van de waterkering overal aan de minimale afmetingen voldoet. Het waterschap levert hiervoor gegevens aan die in het ontwerp worden verwerkt, zodat inzichtelijk wordt waar het tracé loopt en dat het voldoet aan de voorwaarden. Een andere eis van het wetterskip is dat er met name geen (hoofd)leiding in lengte richting in het waterkeringstracé lopen. Om vast te stellen dat hieraan wordt voldaan is er een overleg met de nutsbedrijven belegd. Over deze aspecten vindt nader overleg met het waterschap plaats. Voldoende Waterhuishouding: De Swette heeft een belangrijke functie voor waterhuishouding, waaronder de afvoer van water. De nieuwe watergangen in het plangebied zijn direct aangesloten op de Swette, waardoor schoon hemelwater gemakkelijk afgevoerd kan worden. Voor schouwwatergangen rondom het plangebied geldt dat het onderhoud hiervan gewaarborgd moet zijn.
Er geldt een zone van 5 meter aan weerszijden van de watergangen die gevrijwaard moet worden van obstakels, zodat deze bereikbaar blijft. Voor ingrepen in deze zone moet een watervergunning worden aangevraagd. Binnen de obstakelvrije zone worden geen obstakels geïntroduceerd. Bij de inrichting van het plan wordt het functioneren van de waterhuishouding in het poldergebied geborgd. Peilbeheer: Er dient rekening gehouden te worden met voldoende drooglegging. Dit is de afstand tussen het grondwaterpeil en de aanleghoogte van bebouwing. In dit kader worden de gronden waarop woningbouw plaatsvindt opgehoogd, waarmee het plan in overeenstemming gebracht met de drooglegging van de bestaande woningen en infrastructuur. Compensatie: Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Omdat het plangebied direct op de boezem afwatert, geldt een compensatie-eis van 5%. Het dempen van watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen. Voor dit plan geldt dat het onderdeel is van een grotere ontwikkeling, waarin een forse oppervlakte water is en wordt geïntroduceerd. Over het watersysteem van Harinxmaland is in een eerder stadium al overeenstemming bereikt.
Overigens wordt er in het plangebied meer dan voldoende water aangelegd om aan de compensatie-eis te voldoen. Schoon Afvalwater en regenwatersysteem: Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In het plangebied wordt daarom een gescheiden rioolstelsel gehanteerd. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van milieuvriendelijke en duurzame materialen, zodat afstromend hemelwater niet verontreinigd wordt. Waterkwaliteit: De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. In dit geval zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke (bouw)materialen. Vervolg Waterwet: Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet. Procedure: Het wateradvies wordt gecommuniceerd met de ontwikkelaar en geldt als uitgangspunt voor Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
32
de uitvoering van het plan.
4.10
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het groepsrisico is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Voor het groepsrisico is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. In algemene zin geldt dat wanneer het groepsrisico onder de oriënterende waarde blijft, er sprake is van een acceptabel risiconiveau. Risico's zijn inzichtelijk gemaakt op een risicokaart die per provincie wordt bijgehouden.
Hieruit blijkt dat er geen inrichtingen in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn en er geen vervoer van gevaarlijke stoffen in de omgeving van het plangebied plaatsvindt. Buisleidingen Langs de noordzijde van Sneek liggen enkele grote hogedruk aardgastransportleidingen. De leidingen hebben een invloedsgebied van maximaal 580 meter. De dichtstbijzijnde buisleiding ligt op meer dan een kilometer afstand. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van deze buisleidingen. Inrichtingen Er liggen geen risicocontouren van risicovolle inrichtingen binnen het plangebied. Het aspect externe veiligheid van inrichtingen is daarmee niet aan de orde. Vervoer gevaarlijke stoffen In de Regeling Basisnet staat waar risicoplafonds liggen langs transportroutes en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkeling. Er vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor Leeuwarden - Sneek. De spoorlijn wordt daarom niet genoemd in het Basisnet. Externe veiligheid vervoer gevaarlijke stoffen over het spoor is niet aan de orde. Op de N354 vindt in beperkte mate vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Deze weg ligt op bijna 400 meter afstand. Daarmee ligt het plangebied buiten de invloedsfeer van deze weg. Conclusie Uit oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
Dit wordt bevestigd in het advies inzake externe veiligheid van de FUMO, dat is opgenomen in Bijlage 9.
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
33
4.11
Kabels en leidingen
Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In en rondom het plangebied liggen geen kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
34
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
35
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische vormgeving
Het juridische systeem
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
Toelichting op de bestemmingen
5.2.1 Wijze van bestemmen De wijze van bestemmen is afgestemd op de bestemmingsplan die voor de eerste fasen van Harinxmaland zijn opgesteld. 5.2.2 Groen Het structuurbepalend groen in de strook tussen de spoorlijn en het nieuwe woongebied is bestemd als 'Groen'. Ook het speeleiland valt binnen deze bestemming. Deze stroken moeten vrij blijven van gebouwen en verharding en zijn bedoeld voor een groene inpassing van de nieuwe functies in deze zone. Wel zijn bouwwerken, niet zijnde gebouwen, voor onder andere speelvoorzieningen mogelijk. Gebouwen zijn alleen toegestaan indien deze ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut zijn. De bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter met een maximale oppervlakte van 15 m². De maximale bouwhoogte van andere bouwwerken bedraagt 5 meter. 5.2.3 Verkeer - Verblijf Het openbaar gebied binnen het woongebied van Harinxmaland is onder de bestemming 'Verkeer Verblijf' gebracht. Hieronder vallen zowel de infrastructuur als de groene voorzieningen. Deze systematiek is in dit bestemmingsplan voortgezet. Op deze gronden zijn wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie, voet- en rijwielpaden, parkeervoorzieningen, bermen en beplanting, straatmeubilair, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen en water toegestaan. Gebouwen zijn alleen toegestaan indien deze ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut zijn. De
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
36
bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter met een maximale oppervlakte van 15 m². De maximale bouwhoogte van andere bouwwerken bedraagt 5 meter, met uitzondering van verkeersregelende voorzieningen en lichtmasten. Speeltoestellen zijn binnen de bestemming toegestaan. 5.2.4 Water De waterlopen die voor de waterhuishouding van belang zijn, zijn in het plangebied onder de bestemming 'Water' gebracht. Op de gronden met deze bestemming zijn water, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en bermen en beplanting toegestaan. Aanleggelegenheid is alleen mogelijk in de zijtakken van de centrale watergang. Aan de oevers van deze watergang geldt de aanduiding 'ligplaats uitgesloten'. 5.2.5 Wonen Op de gronden met de bestemming als omschreven in Artikel 6 Wonen zijn woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit(en) toegestaan met daarbijbehorende bed & breakfast in de woning, bijbehorende bouwwerken, tuinen erven en terreinen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en nutsvoorzieningen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de bestemmingen voor de twee plandelen, omdat er in beide delen een ander beeld wordt nagestreefd. Als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd. De hoofdvorm van een woonhuis moet binnen een bouwvlak worden gebouwd.
In Fase 1C is per bouwvlak een maximum aantal woningen aangegeven. Voor Fase 1F is bepaald dat hier in totaal 76 woningen gerealiseerd kunnen worden. Dit biedt flexibiliteit voor de invulling van het plan. Woningen moeten vrijstaand of twee-aaneen worden gebouwd. Er geldt een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 12 meter. Bovendien geldt dat voor minimaal 50% van de hoofdvorm van een hoofdgebouw of twee-aaneen gebouwde hoofdgebouwen dat de goothoogte ten minste 5 meter moet bedragen. Hiermee is gewaarborgd dat woningen met een zekere statigheid/allure worden gebouwd. Verder is de bestemming afgestemd op de regeling die voor de andere woningen in Harinxmaland geldt. Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor deze regeling, waarbij getoetst wordt aan het beeldkwaliteitsplan. Overeenkomstig het gemeentelijk afwijkingenbeleid is tevens een regeling opgenomen waarmee onder voorwaarden dakopbouwen kunnen worden gerealiseerd. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt ten hoogste 90% van de hoofdvorm van het woonhuis (dit is inclusief eventuele aan- en uitbouwen die onderdeel vormen van het woonhuis), met een maximum van 100 m² dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien dit meer is, met dien verstande dat ten hoogste 50% van het erf dat buiten het bouwvlak ligt mag worden bebouwd.
Verder bedraagt de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of -overkapping ten hoogste de bouwhoogte van de vloer van de eerste bouwlaag van de woning vermeerderd met 0,25 meter. Tenslotte bedraagt de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of overkapping maximaal 3 m en de bouwhoogte 5,5 meter. Voor een aangebouwd bijbehorende bouwwerk geldt een bouwhoogte van maximaal 7 meter. Terrein- en erfafscheidingen zijn toegestaan, de maximale hoogte hiervoor is 1 meter indien deze voor de naar de weg gekeerde gevel van de woning worden gebouwd. Achter de naar de weg gekeerde gevel en onder voorwaarden in hoeksituaties mogen erf- en terreinafscheidingen tot 2 meter hoog worden gebouwd. Daarnaast mogen vlaggenmasten met een maximale hoogte van 8 meter worden geplaatst. Tot slot mogen overige andere bouwwerken tot een hoogte van 5,5 meter worden gebouwd.
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
37
5.2.6 Waarde - Archeologie De bescherming van de in paragraaf 4.7 beschreven archeologische vindplaats is beschermd in de bestemming 'Waarde - Archeologie'. Uit het onderzoek is gebleken dat de op minimaal 40 centimeter diepte archeologische resten aanwezig zijn. Voor diepere ingrepen is nader archeologisch onderzoek of een opgraving nodig. Aangezien de gronden met een meter worden opgehoogd en pas dan vergunningen aangevraagd worden, zijn ingrepen 'dieper dan 1,40 meter beneden het met één meter verhoogde maaiveld' vrijgesteld van vergunning- en onderzoeksplicht ten aanzien van archeologie. Verder is de 'standaard' vrijstellingsoppervlakte van 50 m2 op basis van FAMKE opgenomen. Binnen deze voorwaarden is het ontwikkelen van de gronden mogelijk zonder archeologische waarden te schaden.
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
38
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
39
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De bestemmingsplanprocedure geeft inzicht in het draagvlak en daarmee de maatschappelijke uitvoerbaarheid van een plan. Voorafgaand aan deze procedure wordt een inloopbijeenkomst georganiseerd om belanghebbenden kennis te laten maken met de plannen. Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedurestappen: Inspraak en overleg Omdat de gemeente de belanghebbenden wil betrekken bij de planvorming, is op basis van de Inspraakverordening inspraak verleend op het bestemmingsplan. Over het voorontwerp van dit bestemmingsplan heeft tevens het wettelijk vooroverleg met de overlegpartners plaatsgevonden. De navolgende overlegpartners hebben op het voorontwerp gereageerd. 1. Overlegreactie provincie Fryslân Ten aanzien van het onderwerp 'wonen' heeft de provincie geconstateerd dat de motivering in de toelichting niet overeenstemt met de actuele afspraken zoals Gedeputeerde Staten met de regio en de gemeente heeft gemaakt. Gelet hierop verwacht de provincie dat de motivering op dit punt wordt aangepast. Reactie: De actuele afspraken zijn verwerkt in hoofdstuk 3 van deze toelichting. Dit leidt niet tot andere conclusies. Ten aanzien van de programmatische aanpak stikstof stemt de provincie niet in met de opgenomen motivering.
In het kader van de uitvoerbaarheid van het plan moet de gemeente voor Harinxmaland 1C en 1F (aanlegfase en gebruiksfase) alsnog onderzoeken en aantonen of er sprake is van stikstofdepositie op de N2000 gebieden. Reactie: In paragraaf 4.6 van deze toelichting is een aanvullende onderbouwing van de potentiële effecten als gevolg van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden opgenomen. 2. Wetterskip Fryslân Het waterschap vraagt om een aantal aanvullingen in de waterparagraaf. Het gaat met name om een nadere uitwerking van de inrichting van de regionale keringen tussen de boezem en het poldergebied. Reactie: de vragen zijn verwerkt in de waterparagraaf. Hierover vindt voorafgaand aan de uitvoering van de plannen nader overleg met het Wetterskip. 3. ProRail ProRail beoogt niet alleen voor huidige bewoners, maar ook voor toekomstige bewoners rond het spoor een “goede buur’’ te zijn. Omdat de in het voorontwerp-bestemmingsplan "Sneek-Harixmaland Fase 1C en 1 F” beoogde nieuwe woningen dichtbij het spoor zijn gepland kan trillinghinder voor de
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
40
toekomstige bewoners ontstaan als gevolg van treinverkeer. ProRail adviseert indicatief onderzoek te doen naar de te verwachten trillingsniveaus. Reactie: In paragraaf 4.2 van deze toelichting is een passage over trillingshinder opgenomen. Gelet op de afstand tot het spoor en de soort en frequentie van het vervoer over dit spoortraject wordt nader onderzoek op dit punt niet noodzakelijk geacht. 4. Gasunie Gasunie concludeert dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens van onze dichtst bij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Reactie: de overlegreactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 5. Brandweer Brandweer Fryslân ziet geen noodzaak om bij het voorontwerpbestemmingsplan opmerkingen ten aanzien van externe veiligheid te plaatsen. Ten aanzien van de brandweerzorg adviseert de brandweer in het noordelijk deel brandkranen te plaatsen. Reactie: de overlegreactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Bij de uitvoering van de plannen wordt hiermee rekening gehouden. Inloopmiddag In de eerste twee weken van de inspraaktermijn is door gemeente en ontwikkelaar Zwanenburg Projecten een inloopmiddag georganiseerd voor belangstellenden. Tijdens deze middag zijn de plannen gepresenteerd en bestond de mogelijkheden om vragen te stellen en zorgen te uiten.
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen tegen het bestemmingsplan kenbaar maken. Vaststelling De gemeenteraad besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Uiteindelijk is tegen het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het zuidelijk deel van de gronden binnen het plangebied, inclusief de centraal gelegen watergang (Fase 1C) zijn in eigendom van de gemeente. Deze gronden zijn verworven in het kader van de grondexploitatie Harinxmaland fase 1. De gemeente maakt de gebieden bouw- en woonrijp. De kosten worden gedekt uit de opbrengsten van gronduitgifte. Het plandeel ten noorden van de watergang (Fase 1F) wordt ontwikkeld door projectontwikkelaar Zwangeburg Projecten. Tussen de gemeente en de projectontwikkelaar is een anterieure overeenkomst gesloten, waarin in het kostenverhaal is afgedekt. De ruimtelijke uitgangspunten sluiten aan op de financiële uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn vastgelegd in de meest recente grondexploitatie Harinxmaland fase 1 jaarrekening 2016. Gezien de onderzoeken uit het verleden en de huidige woningmarkt mag er verwacht worden dat er voldoende
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
41
vraag is naar deze woningen. Op basis hiervan kan gesteld worden dat het plan financieel haalbaar is. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, woningbouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Omdat de gronden gedeeltelijk in eigendom zijn van de gemeente en voor het overig deel een anterieure overeenkomst is gesloten waarmee het kostenverhaal anderszins is verzekerd, is het niet nodig om een exploitatieplan vast te stellen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
42
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
43
Bijlagen bij de toelichting
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
44
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
45
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan Harinxmaland fase 1C en 1F
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
Beeldkwaliteitplan
Harinxmaland SNEEK Fase 1C en 1F
Status Datum Projectnummer Opdrachtgever
Definitief Beeldkwaliteitplan Harinxmaland fase 1C en 1F 07-05-2019 20181885 Zwanenburg Projecten - Gemeente Sudwest Fryslan
Leeuwarderweg - N354
Hoorn
Oerdy > Le euwa rd
en
k
fase 1C
Spoo
Schellinkhout
fase 1E Plangebied
fase 1D Wijdenes
DeSwette
rlijn
Snee k<
fase 1F
fase 1B
fase 1A
Stadsro
ndweg
Noord
N31
Markermeer
0
25
2 1:2500 / A4
50m
Luchtfoto Harinxmaland Luchtfoto met de ligging verschillende plangebied fasen
1 Inleiding Aanleiding
Criteria
Aan de noordzijde van Sneek wordt de woningbouwwijk Harnixmaland
Dit beeldkwaliteitplan geeft een meer concrete invulling aan de
gefaseerd ontwikkeld. Op de luchtfoto hiernaast is het plangebied met
ruimtelijke aspecten voor het plangebied. Het sluit daarbij aan op de
de verschillde fasen weergegeven. Fase 1A, 1D en 1E zijn inmiddels
mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Er worden duidelijke
gerealiseerd, fase 1B is in aanbouw. Dit beeldkwaliteitplan heeft
criteria gegeven voor de bebouwing en welke ambitie voor de inrichting
betrekking op fase 1C en 1F, in dit beeldkwaliteitplan beschreven als
van de openbare ruimte wordt voorgestaan.
het plangebied. De gemeente SudWest Fryslan ontwikkelt fase 1C, met
Het kwaliteitsdocument is opgesteld met als doel om :
daarin circa 24 woningen. Zwanenburg Projectontwikkeling ontwikkelt
•
een aantrekkelijk woonmilieu tot stand te brengen;
fase 1F, hier zijn 76 woningen voorzien.
•
de ontwikkelende partijen te inspireren en vooraf informatie te geven over de welstandscriteria;
•
Juridisch kader
de welstandscommissie een passend kader te bieden waarbinnen de toetsing van bouwplannen dient plaats te vinden.
Om de beoogde ruimtelijke kwaliteit te kunnen waarborgen is behoefte aan een kader waarin eisen zijn opgenomen ten aanzien
De
beschreven
criteria
hebben
niet
het
karakter
van
van de beeldkwaliteit voor beide deelgebieden, dit krijgt vorm in
bestemmingsplanregels. Dat wil zeggen: ze zijn bedoeld als inspirerend
dit beeldkwaliteitplan. Dit beeldkwaliteitplan is een aanvulling op de
kader. Incidenteel kan gemotiveerd van de criteria worden afgeweken,
bestaande welstandnota en wordt ook als zodanig vastgesteld. Op basis
mits er sprake is van een overtuigende kwaliteit en van gevoel voor
van dit beeldkwaliteitplan kan de toekomstige welstandsbeoordeling
de omgeving. In dergelijke incidentele gevallen wordt expliciet aan de
van de bouwplannen in Harinxmaland fase 1C en 1F plaatsvinden.
welstandscommissie voorgelegd of een uitzonderingssituatie vanwege de kwaliteit van het bouwplan gerechtvaardigd is.
3
1880 1990
4
1940 2000
1970 2018
2 Gebiedskenmerken Historische ontwikkeling Op de pagina hiernaast is de ontwikkeling van Sneek weergegeven aan
bloeiperiode die tot circa 1550 zou duren. In 1492 werd begonnen met
de hand van zes historische kaarten. De ligging van het plangebied is
de aanleg van een grachtengordel en stadsmuur, waardoor Sneek vanaf
met een zwart kader weergegeven.
die tijd de enige ommuurde stad van Friesland was. Van deze historische vestingwerken resteren thans nog het Bolwerk en de Waterpoort.
Sneek is gelegen aan de zuidzijde van het oude Middelzeegebied, waardoor op de verspreid liggende gebiedstyperende terpen
De stad zelf heeft een historische kern met een radiale structuur, die
verschillende dorpen zijn ontstaan. Ten noorden van de stad waren
is ontstaan vanuit de toegangswegen en de zes waterelementen,
vruchtbare kleigronden gelegen, afgezet langs de oevers van de
waaronder de Frjentsjerter Feart. Uitbreidingen hebben zich rondom
voormalige Middelzee. Aan de zuidkant strekte zich een moerasvlakte
deze basisstructuur voortgezet. Tot het eind van de 19de eeuw werd de
uit met talloze plassen, poelen en meren. De vruchtbare kleigronden in
stad binnen de stadsgrachten steeds voller gebouwd. Hierna verrezen
het noorden werden door de Hemdijk beschermd tegen het water uit
aan de overzijden van de stadsgrachten de eerste woningen en
het zuiden.
vervolgens werd in een hoger wordend tempo de verschillende wijken aangelegd. In de loop van de tijd heeft Sneek zich hierdoor ontwikkeld
Sneek zelf is ontstaan op een landtong in de oude Middelzee waar
tot een compacte stad binnen de rondweg, waarbij in de laatste decennia
de vaarweg naar het noorden de zuidelijke dijk van de Hempolder
ook de rondweg is overgestoken, zoals in het zuiden van de stad de wijk
Scherhem kruist. Deze vaarweg naar het noorden werd noodzakelijk,
Tinga en Duinterpen. De wijk Harinxmaland is de eerste woonuitbreiding
omdat transport over de Middelzee door dichtslibbing onmogelijk
aan de noordzijde van de stad buiten de huidige stedelijke rondweg.
was geworden. Een exacte datering van het ontstaan van Sneek is niet bekend, maar wel is bekend dat de stad in de 11de eeuw al bestond.
Het plangebied is tot voor kort in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. De historische landschappelijke structuren in en rondom
Vanaf de 13de eeuw verkreeg Sneek diverse stadsrechten, die in
het plangebied zijn de laatste eeuw niet gewijzigd en in de huidige
1456 officieel werden bestendigd, waarmee Sneek één van de Friese
situatie goed waarneembaar. Op het laatste kaartbeeld op de pagina
elf steden werd. Als handelsstad was dit tevens het begin van een
hiernaast zijn de gerealiseerde fasen van Harinxmaland zichtbaar.
6
Spoorlijn als begrenzing van het plangebied
Rijwoningen in fase 1E als oostelijke begrenzing van het plangebied
Watergang tussen 1A en 1E, met een doorzicht naar het plangebied
Woningen in fase 1A met een directe relatie met het water
Naastgelegen fase 1B, ten zuiden van het plangebied
Het huidige beeld in Harnixmaland, fase 1E (links) en 1D (rechts)
Huidige situatie Het plangebied vormt de laatste ontwikkelingsruimte van de
het plangebied. De relatie met het water is in Harnixmaland nooit ver
uitbreidingswijk Harinxmaland fase 1. Het gebied ligt ingeklemd tussen
weg. Zowel vanuit de openbare ruimte als de privé kavels is de beleving
de spoorlijn van Sneek naar Leeuwarden aan de westzijde, de Oerdyk
van het water het uitgangspunt. In de openbare ruimte zijn wandelroutes
aan de noordzijde, deelgebied fase 1E aan de oostzijde en fase 1B
langs het water, met bruggen van verschillende doorvaarhoogtes. Een
aan de zuidzijde, zie ook de luchtfoto op pagina 2.
groot deel van de woningen grenst direct aan het water. Het merendeel van de woningen heeft een historiserend karakter, veelal geinspireerd
In de huidige situatie is het plangebied in gebruik als agrarische grond.
door de jaren ‘30 van de vorige eeuw. Naast de vrijstaande woningen in
Binnen de grenzen van het plangebied is een voormalige boerderij
Harinxmaland zijn er ook een aantal blokken met rijwoningen aanwezig.
aanwezig, ten behoeve van de ontwikkeling wordt deze gesloopt. Het
Nagenoeg alle woningen zijn gebouwd in twee lagen met een kap, zijn
beeld aan de Oerdyk, aan de noordzijde van het plangebied, wordt
opgetrokken uit baksteen en afgedekt met dakpannen. Het algehele
bepaald door agrarische gronden met verspreid enkele boerderijen.
beeld is traditioneel.
Ten zuiden van Harinxmaland aan de overzijde van de Stadsrondweg Noord ligt de woonwijk De Loten. Het landschap kenmerkt zich door de ontginningsstructuur en de vele ontwateringskanaaltjes die uiteindelijk afwateren in de Swette, de waterloop die Harnixmaland aan de oostzijde begrenst. De Swette loopt van Leeuwarden tot in de stadskern van Sneek. Het gehele plangebied is op boezempeil waardoor er een vrije vaarverbinding met de Swette aanwezig is. Dit is terug te zien in de huidige inrichting van
7
8
Het huidige beeld van het plangebied, rechts de te slopen boerderij gelegen aan de Oerdyk, op de achtergrond is de spoordijk zichtbaar.
3 Planuitgangspunten Stedenbouwkundig plan Harnixmaland Voor de realisatie van de woonwijk Harnixmaland is een stedenbouwkundig
plan
opgesteld
voor
het
totaalplan.
Het
stedenbouwkundig plan kenmerkt zich door een aantal karakteristieke woongebieden aan de randen van het plangebied en uitlopers naar het buitengebied in de vorm van nieuwe plaatsen. Het middengebied krijgt haar karakter door de toevoeging van een watergang die uitmond op de Swette en in de toekomst de verbinding onder het spoor door met de Frentsjerterfeart moet realiseren. Een afbeelding van het stedenbouwkundig plan Harinxmaland met de verschillende deelgebieden is hiernaast weergegeven. Bij de (gefaseerde) ontwikkeling van de woonwijk worden de verschillende deelgebieden uitgewerkt en verkaveld. Op de volgende pagina wordt het stedenbouwkundig plan voor fase 1C en 1F beschreven.
9
Ivige
Leane
Ivige
1
Leane
1
grens exploitatiegebied (bijlage 1, exploitatiegebied Fase F tek.nr.O-SNE-085 PK) 5.00
0 R12,0
5.00
,00
0 R1
0
5.00
0,0
R1
4.00
,00
,00 R5
R7
R6
R6
,0
0
4.00
A'
+0.50
-0.05
+0.50
,0
R7
R6,0
,00
+0.50
0
0
,0
R6
0
4.00
A
0
duiker
+0.50
+0.5
water peil -0,52 tov N AP
Ø500
G G'
duiker
Ø500
10.50
water peil -0,52 tov NAP
13.0
0
water peil -0,52 tov NAP
+0.50
C 41,0
0m
C' 17.0
0
13.00
+0.5
0
B
B B'
B'
D
5.00
C
17.00
C'
0
0
R7,0
D' +0.5
,00
0 4.0
7.2
0
10
.50
R12
doorvaart hoogte brug 1,5m
0
1,0
R
6,
00
R1
F
F'
R6,00
7.2
0
R11,00
'hoge' brug doorvaarhoogte: 2,50m
0
,0
R5
R1
N
1,0
E'
4.0 0
,00
R5
0
0
|
5
voorbereiding
|
10
15
20m
directievoering
opdrachtgever:
7.2
E
projectleiding
0
Zwanenburg
doorvaart hoogte brug 1,5m
project:
10
.50
Harinxmaland INT er ra Sneek onderdeel:
0
15
10 1:1500 / A4
30m
aa
nslu
iten
op
situ
atie
interra civiel oer de feart 163 8502 cv joure tel: (0513) 412418 fax: (0513) 418941 info@interra.nl www.interra.nl
Situatie getekend:
gecontroleerd:
M. Lageveen
-
blad
van
status:
1
2
Concept
tekeningnr:
datum:
projectnr:
besteknr:
schaal:
formaat:
-
-
1:500
A1
-
01-05-2019
Stedenbouwkundige uitwerking fase 1F De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 76 woningen,
Aan de westzijde van de woonstraat wordt een rij bomen ingepland.
afhankelijk van de vraag uit de markt en de woningtypologie. Het
Het overige parkeren gebeurt op eigen terrein. Aan weerszijden van
beeld wordt bepaald door vrijstaande en twee onder één kapwoningen
de woonstraat worden de woningen gerealiseerd, met een kaveldiepte
in een landelijke setting, met een directe verbinding met het water.
van ca 26 meter. De woningen zijn met de voorgevel op de woonstraat georiënteerd, de achtertuin grenst aan het water. Deze kaveldiepte
Fase 1F betekent de afronding van de noordwesthoek van
geldt tevens voor de randen van het gebied. Op de kop van het eiland
Harinxmaland. De vrijstaande woningen langs de Oerdyk en de
is een keerlus aanwezig, die wordt vormgegeven als een openbaar
nieuwe westelijke woonstraat parallel aan het spoor, vormen de rand
plein grenzend aan het water. Op deze plek kan vanuit de openbare
van het gebied en zijn beeldbepalend voor de wijk. De woningen
ruimte het water worden beleefd.
zijn direct aan de weg gesitueerd en ook vanaf die weg ontsloten. De achtertuinen grenzen aan het water. De watergangen in het gebied
De oostrand van het gebied grenst aan de reeds gerealiseerde
vormen het structurerend en beeldbepalend element in de openbare
rijwoningen uit fase 1E en is ook vanaf die zijde bereikbaar. Een
ruimte en ruimtelijke structuur. De oostwestelijke hoofdwatergang in
dubbele woonstraat met tussenberm zorgt voor voldoende maat tussen
Harinxmaland wordt in westelijke richting in het plangebied doorgezet.
de bestaande woningen en de te ontwikkelen woningen.
Haaks op de hoofdwatergang worden drie zijvaarten gerealiseerd die aan de noordzijde met elkaar zijn verbonden. De eilanden die hierdoor
Parallel aan de oostwestelijke hoofdwatergang in het gebied zorgt een
ontstaan bieden ruimte voor woningbouw met een directe relatie met
voetgangersverbinding met een drietal bruggen voor een verbinding
het water.
tussen de verschillende eilanden en de randen van het gebied. De middelste brug heeft een hoogte van 2.40 meter, de twee andere
De twee wooneilanden centraal in het gebied worden ontsloten vanaf
bruggen hebben een hoogte van 1.50 meter. De voetgangersverbinding
de Oerdyk. In het midden van het eiland loopt een woonstraat met aan
sluit aan op de reeds aanwezige voetgangsverbinding uit fase 1E
weerszijden woningen. Het profiel van de woonstraat bestaat uit een
waardoor een logische wandelroute in het gebied ontstaat.
centrale weg met aan weerszijden een overrijdbaar trottoir met enkele parkeerplaatsen. 11
0
15
12 1:1500 / A4
30m
Stedenbouwkundige uitwerking fase 1C In deelgebied 1C worden circa 24 woningen gerealiseerd, afhankelijk
De drie woonlobben zijn door middel van watergangen en groen van
van de vraag uit de markt en de woningtypologie. De basisgedachte
elkaar gescheiden, waardoor vanaf de dwarsstraat het water visueel
bestaat uit vrijstaande woningen en twee onder één kap woningen.
beleefbaar is. De inrichting en begrenzing van de percelen sluiten hier
Deelgebied 1C vormt de schakel tussen de woonhofjes uit fase 1B
op aan.
ten zuiden van de ontwikkeling, en de wooneilanden uit fase 1F aan de noordzijde van de hoofdwatergang. De stedenbouwkundige opzet
De groenstrook langs de dwarsstraat eindigt aan de westzijde
van deelgebied 1C sluit hier op aan.
van het plan in een grotere groene ruimte. In deze ruimte is een natuurspeelplaats voorzien.
De bebouwing in de zuidrand van het gebied is gepositioneerd langs de woonstraat die in oostwestelijke richting loopt. In deze rand worden twee onder één kap woningen gerealiseerd, waarbij deze de uitstraling hebben van een samengesteld volume met een tweezijdige oriëntatie. De woning die, als onderdeel van de twee onder één kap blok, op de hoek van de woonstraat en de dwarsstraat is gesitueerd, is met een kopgevel op de woonstraat gesitueerd en heeft een langskap aan de dwarsstraat. De bebouwing krijgt hierdoor een poortwerking en begeleidt de dwarsstraat aan weerszijden. Haaks op de woonstraat zijn drie dwarsstraten met een keerlus gesitueerd. Rondom deze keerlus zijn de woningen gesitueerd, die met de achterzijde grenzen aan het water. De woningen die grenzen aan de watergang hebben een dubbele oriëntatie. Qua stedenbouwkundige opzet wordt hiermee aangesloten op het noordelijk gelegen fase 1F.
13
Ivige
Leane
Ivige
1
Leane
1
grens exploitatiegebied (bijlage 1, exploitatiegebied Fase F tek.nr.O-SNE-085 PK) 5.00
R12,0
A' 00 R6,
R6 ,0 0
4.00
R7 ,00
,0 R5
5.00
0
+0.50
-0.05
4.00
0 R1 0,0
A
P
Deelgebied F2 - Eilanden
4.00
+0.50
,00
water peil -0,52 tov NA
00 R6,
R7
+0.5 0
0
F1
+0.50
0
,0
5.00
0 R1
Deelgebied F1 - Oerdyk
+0.50 0
,0
R6
duike
r Ø500
Deelgebied C1 - Hoofdas
G
G'
duike
water peil -0,52 tov NA
r Ø500
P
Deelgebied C2 - Lobben
10.50
13.0
0
water peil -0,52 tov NA
P
+0.50
C 41,0
0m
C' 17.00
0 +0.5
B
F2
5.00
Oriëntatie:
13.00
B B'
B'
D
C
17.00
De bebouwing is aan deze zijde georiënteerd. De oriëntatie,
C'
D'
of de ‘gerichtheid’ van de bebouwing is bepalend voor de
+0.50
00 R7,
0
R12,0
10
.50
F2 F2
4.0
0
0 7.2
doorvaart hoogte brug 1,5m
uitstraling van het woongebied; op welke manier wordt met de
0
1,0
bebouwing een relatie aangegaan met de openbare ruimte.
R
6,0
0
R1
F
F' R11,00
0
Achtererfgebied:
R6,00
7.2
'hoge' brug doorvaarhoogte: 2,50m
0
,0
R5
De kavel is binnen 3 meter gemeten vanaf de waterkant,
R1
N
1,0
E'
4.0
0
,00
R5
0
C2
vrij van bebouwing, overkappingen en hoge zijdelingse 0
E
projectleiding
0
5
voorbereiding
|
Zwanenburg
doorvaart hoogte brug 1,5m
project:
15
20m
maximaal 80 cm hoog en is groen, dit geldt ook voor
Harinxmaland INT er ra Sneek
10 .50
10
directievoering
erfafscheidingen; de zijdelingse erfafscheiding is hier
opdrachtgever:
7.2
C2
|
onderdeel:
aa
nslu
C1
C2
iten
op
situ
atie
interra civiel oer de feart 163 8502 cv joure tel: (0513) 412418 fax: (0513) 418941 info@interra.nl www.interra.nl
zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte.
Situatie getekend:
gecontroleerd:
M. Lageveen
-
blad
van
1
2
status:
Concept
projectnr:
besteknr:
schaal:
formaat:
tekeningnr:
datum:
-
-
1:500
A1
-
01-05-2019
C1 C1
Zichtlijn: De zichtlijn blijft vrij van bebouwing en hoge erfafscheidingen.
0 20 40m 1:2000 / A4 14
4 Visie op hoofdlijnen Deelgebieden In dit beeldkwaliteitplan worden vier deelgebieden onderscheiden,
deze zijn eenduidig qua beeld. Centraal in het gebied liggen de eilanden
deze zijn weergegeven op de ontwerpschets hiernaast. Deelgebied
en lobben, fase F2 en C2. In deelgebied F2 worden zowel vrijstaande
F1 wordt gevormd door de noordwestrand van het plan. De nieuwe
als twee onder één kapwoningen voorgesteld, in deelgebied C2 enkel
wooneilanden centraal in het gebied zijn aangeduid als Deelgebied F2.
vrijstaande woningen. De woningen hebben een individueel karakter en
Aan de zuidzijde van de hoofdwatergang vormen de drie wooneilanden
kunnen midden in de rij vrij van een rooilijn staan. Ook is het beeld op de
deelgebied C2. Deelgebied 1C tenslotte, vormt de aansluiting op het
eilanden en lobben vrijer in vergelijking tot de randen. Hier is bijvoorbeeld
reeds gerealiseerde Harinxmaland fase 1B.
ook hout als gevelbekleding mogelijk. In de welstandscriteria wordt hier nader op ingegaan.
Bebouwingstypologie De bebouwing in de deelgebieden onderscheiden zich van elkaar, maar
De woningen in het plangebied bestaan uit anderhalve bouwlaag, twee
behoren tot dezelfde familie. Het welstandsbeleid is gericht op een
bouwlagen met een kap, of drie lagen zonder kap. De bebouwingshoogte
inpassing in Harinxmaland en het daaraan grenzende landelijke gebied.
en kapvorm kan per deelgebied verschillen. Het beeld van de architectuur
Vanaf de Oerdyk en het spoor vormt deelgebied F1 de representatieve
voegt zich naar het totaalbeeld van Harinxmaland door het inzetten
rand van het gebied. In dit deelgebied worden vrijstaande woningen
van metselwerk in de gevels en dakpannen op de daken. In bepaalde
voorgesteld. Door de positie, hoofdvorm, kapvorm en kleur vrij te
deelgebieden is het mogelijk om riet of leisteen toe te passen. Het beeld
laten ontstaat een afwisselend beeld, zoals dat in de huidige situatie
wordt verrijkt door het gebruik van afwijkende tinten metselwerk op
aan de Oerdyk al aanwezig is. De grotere bebouwingsmassa’s die in
kenmerkende plekken. Dit zijn de speciale elementen zoals bijvoorbeeld de
Harinxmaland aanwezig zijn, zijn ook in deze projectlocatie mogelijk.
hoekaccenten, de kopgevels, de uitbouwen en de (platte) dakopbouwen.
Daarmee krijgt het Harinxmaland aan de noordwestzijde een logische
Hierdoor ontstaat een moderne kijk op traditionele stijl- en bouwelementen.
ruimtelijke begrenzing naar het buitengebied. De zuidrand van het
De aan-, uitbouwen en bijgebouwen zijn nadrukkelijk ondergeschikt aan de
plangebied, deelgebied C1, wordt meer formeel ingericht. De woningen
hoofdvorm. Deze ondergeschiktheid uit zich in een kleinere bouwmassa, een
staan in één rooilijn waardoor het beeld van een wand wordt nagestreefd.
kleinere bouwhoogte en een plaatsing achter de voorgevel van de woning.
In deze deelgebieden ligt de nadruk op twee onder één kapwoningen, 15
16
Oriëntatie bebouwing en inrichting van het perceel De woningen zijn met de voorgevel naar ‘buiten’ - naar de straat -
Erfafscheidingen, aanbouwen en bijgebouwen worden altijd achter de
gericht. Op sommige plekken, waar zowel de voor- en zijgevel grenst
voorgevelrooilijn gerealiseerd, aan die zijde van het perceel dat niet
aan de openbare ruimte, is sprake van een dubbele oriëntatie. In de
grenst aan de openbare ruimte.
architectonische uitwerking van de woningen komt dit tot uitdrukking, bijvoorbeeld in de vorm van samengestelde kappen en nadrukkelijke
De achtertuinen grenzen bij nagenoeg alle percelen direct aan het water,
dubbele voorzijde van de woningen en de inrichting van het perceel.
dit geldt op een aantal plekken eveneens voor de zijtuin. De waterbeleving
De aangrenzende tuin vóór de rooilijn is verder vrij van bebouwing,
vanaf het perceel is van belang, daarnaast is het beeld vanaf het water
parkeerplaatsen of hoge erfafscheidingen. In het geval van een
eveneens essentieel voor deze ontwikkeling. Bij de ontwikkeling van de
dubbele oriëntatie gaat dit dus ook om de zijtuin. Bijvoorbeeld, een
percelen is nadrukkelijk aandacht voor de inrichting van de overgang van
zijtuin van een woning in deelgebied F1 die grenst aan de woonstraat in
perceel naar het water. Op de kaart is een achtererfgebied aangeduid,
deelgebied F3, doet mee in het beeld van voortuinen van de woningen
dit is vrij van bebouwing, parkeerplaatsen en hoge erfafscheidingen.
in F3 aan de woonstraat.
Op deze manier wordt een eenduidig beeld en een vrij zicht vanaf het perceel nagestreefd. Deze zijde van het perceel wordt groen ingericht.
In een aantal deelgebieden is sprake van een wisselende voorgevel
Een houten steiger geeft toegang tot het water.
rooilijn. De woningen op de hoeken staan in een rooilijn, de woningen daartussen kunnen dus ook verder achter op de kavel gerealiseerd worden. Hierdoor ontstaat een meer organisch en minder rigide beeld.
17
18
5 Criteria Deelgebied F1 - Oerdyk Plaatsing
Opmaak
•
Differentiatie in de rooilijn is mogelijk.
•
Het hoofdmateriaal van de woningen is metselwerk.
•
Woningen op de kruising van twee straten hebben een dubbele
•
Dakbedekking in donkere pannen, leien of riet.
oriëntatie en zijn georiënteerd op de openbare ruimte.
•
De detaillering is eenvoudig tot sterk.
De woningen zijn vrijstaand.
•
Het kleurgebruik is vrij, mits in terughoudende tinten.
•
Bijgebouwen zijn eenvoudig en ondergeschikt vormgegeven.
•
Materiaalgebruik van de aan- en uitbouwen is afgestemd op het
•
Hoofdvorm •
De woningen hebben een overwegend hoge gootlijn en zijn
hoofdmateriaal.
uitgevoerd in twee bouwlagen met een kap of drie bouwlagen met een plat dak.
Overig
•
De woningen worden vrijstaand gebouwd.
•
•
Kapvorm en dakhelling zijn vrij.
•
De gebouwen zijn kantig opgezet.
•
Aan- en uitbouwen/bijgebouwen liggen achter de hoofdvorm en/of zijn ondergeschikt en hebben een hoogte tot één bouwlaag of één
uitsluitend groene erfafscheidingen, bijvoorbeeld hagen, toegestaan. •
Erfafscheiding aan de zijde van de op de openbare ruimte georienteerde gevel zijn maximaal 80cm hoog en groen.
•
bouwlaag met een kap. Aanzichten
Op aan de openbare ruimte grenzende perceelsgrenzen zijn
Oevers blijven vrij van hoge opgaande beplanting en schuttingen, vanaf de kavel is vrij uitzicht op het water.
•
Steigers zijn meeontworpen en sober vormgegeven.
•
De kavel is in het gebied gemeten 3 meter vanaf de waterkant, vrij van
•
Er is sprake van gerichtheid op de publieke/openbare ruimte.
bebouwing, overkappingen en hoge zijdelingse erfafscheidingen; de
•
De geleding is sterk individueel en/of projectmatig.
zijdelingse erfafscheiding is hier maximaal 80 cm hoog en is groen,
•
De woningen hebben een individuele uitstraling.
dit geldt ook voor zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte.
•
Aan- en uitbouwen/bijgebouwen zijn mee-ontworpen en ondergeschikt. 19
Deelgebied F2 - Eilanden Plaatsing
Opmaak
•
De woningen staan niet in een verplichte rooilijn.
•
Gevels zijn opgetrokken uit metselwerk of hout.
•
Woningen die met een zijgevel grenzen aan het water hebben een
•
Dakbedekking in pannen, leien of riet.
dubbele oriëntatie, georiënteerd op de openbare ruimte.
•
De detaillering is eenvoudig tot sterk.
De woningen staan vrijstaand of twee onder één kap
•
Bijgebouwen zijn eenvoudig en ondergeschikt vormgegeven.
•
Materiaalgebruik van de aan- en uitbouwen is afgestemd op het
•
Hoofdvorm • •
hoofdmateriaal.
De woningen hebben een overwegend hoge gootlijn en zijn uitgevoerd in twee bouwlagen met een kap.
Overig
De kapvorm is vrij, m.u.v. piramidedaken, wolfseinden en (afge-)
•
ronde kappen. •
De gebouwen zijn kantig opgezet.
•
Aan- en uitbouwen/bijgebouwen liggen achter de hoofdvorm en/of zijn ondergeschikt en hebben een hoogte tot één bouwlaag of één
uitsluitend groene erfafscheidingen, bijvoorbeeld hagen, toegestaan. •
20
Erfafscheiding aan de zijde van de op de openbare ruimte georienteerde gevel zijn maximaal 80cm hoog en groen.
•
bouwlaag met een kap. Aanzichten
Op aan de openbare ruimte grenzende perceelsgrenzen zijn
Oevers blijven vrij van hoge opgaande beplanting en schuttingen, vanaf de kavel is vrij uitzicht op het water.
•
Steigers zijn meeontworpen en sober vormgegeven.
•
De kavel is in het gebied gemeten 3 meter vanaf de waterkant, vrij van
•
Er is sprake van gerichtheid op de publieke/openbare ruimte.
bebouwing, overkappingen en hoge zijdelingse erfafscheidingen; de
•
De geleding is sterk individueel en/of projectmatig.
zijdelingse erfafscheiding is hier maximaal 80 cm hoog en is groen,
•
Aan- en uitbouwen/bijgebouwen zijn mee-ontworpen en ondergeschikt.
dit geldt ook voor zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte.
Deelgebied C1 - Wonen aan hoofdas
Plaatsing
Aanzichten
•
De woningen staan in een verplichte rooilijn.
•
Er is sprake van gerichtheid op de publieke/openbare ruimte
•
De woningen zijn georiënteerd op de openbare ruimte.
•
De geleding is sterk individueel en of projectmatig
•
De woningen heeft een dubbele oriëntatie waardoor de hoek
•
Aan-
ligging nadrukkelijk wordt benadrukt. •
en
uitbouwen/bijgebouwen
zijn
mee-ontworpen
of
ondergeschikt.
Er is sprake van twee onder één kap woningen. Opmaak
Hoofdvorm • •
•
De woningen worden in twee bouwlagen met een duidelijk kap
Gevels hebben in hoofdzaak een stenig karakter in een gedekte kleurstelling; accenten in andere materialen en tinten mogelijk.
gerealiseerd.
•
Dakbedekking in donkere pannen.
Het bouwvolume heeft een samengestelde kapvorm bestaande uit
•
De detaillering is eenvoudig tot sterk
een langskap aan de hoofdas en een dwarskap die de entree van
•
Bijgebouwen zijn eenvoudig en ondergeschikt vormgegeven.
de woonstraat begeleidt. •
De hoofdvorm is vanuit een symmetrische opzet tot vrije opzet.
Overig
•
De massa-opbouw is enkelvoudig tot samengesteld
•
•
De gebouwen zijn kantig opgezet.
•
Aan- en uitbouwen/bijgebouwen liggen achter de hoofdvorm en/
Op aan de openbare ruimte grenzende perceelsgrenzen zijn uitsluitend groene erfafscheidingen, bijvoorbeeld hagen, toegestaan.
of zijn ondergeschikt.
21
Deelgebied C2 - Wonen in de Lobben Plaatsing
Opmaak
•
De woningen staan niet in een verplichte rooilijn.
•
Ten minste 50% van de gevel bestaat uit metselwerk.
•
Woningen die met een zijgevel grenzen aan het water hebben een
•
Dakbedekking in donkere pannen, leien of riet.
dubbele oriëntatie, georiënteerd op de openbare ruimte.
•
De detaillering is eenvoudig tot sterk.
De woningen zijn vrijstaand.
•
Er is sprake van een gedekte kleurstelling.
•
Bijgebouwen zijn eenvoudig en ondergeschikt vormgegeven.
•
Hoofdvorm • •
De hoofdvorm bestaat uit anderhalve bouwlaag (goothoogte 4.20
Overig
meter en bouwhoogte van 8 meter ) met een duidelijk kap.
•
De kapvorm is vrij, m.u.v. piramidedaken, wolfseinden en (afge-) ronde kappen.
Op aan de openbare ruimte grenzende perceelsgrenzen zijn uitsluitend groene erfafscheidingen, bijvoorbeeld hagen, toegestaan.
•
Oevers blijven vrij van hoge opgaande beplanting en schuttingen,
•
De hoofdvorm is vanuit een symmetrische opzet tot vrije opzet.
vanaf de kavel is vrij uitzicht op het water.
•
De massa-opbouw is enkelvoudig tot samengesteld.
•
Steigers zijn meeontworpen en sober vormgegeven.
•
De gebouwen zijn kantig opgezet.
•
De kavel is in het gebied gemeten 3 meter vanaf de waterkant, vrij van
•
Aan- en uitbouwen/bijgebouwen liggen achter de hoofdvorm en/
bebouwing, overkappingen en hoge zijdelingse erfafscheidingen; de
of zijn ondergeschikt.
zijdelingse erfafscheiding is hier maximaal 80 cm hoog en is groen, dit geldt ook voor zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte.
Aanzichten
22
•
Er is sprake van gerichtheid op de publieke/openbare ruimte.
•
De geleding is sterk individueel en/of projectmatig.
•
Aan- en uitbouwen/bijgebouwen zijn mee-ontworpen en ondergeschikt.
•
Vanuit de woonstraat is er een zichtlijn op de hoofdwatergang, deze wordt niet geblokkeerd door erfafscheidingen of bijgebouwen.
23
L e e uw ard e n - R otte rd am - D e ve nte r - Mi d d elbu rg - E i nd hove n
70
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
71
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte
20181842
Sneek Harinxmaland Fase 1C en 1F Akoestisch onderzoek rail‐ en wegverkeer
Sneek Harinxmaland Fase 1C en 1F
Akoestisch onderzoek rail‐ en wegverkeer
identificatie
Planstatus
projectnummer:
datum:
20181842
18‐04‐2019
projectleider:
opdrachtgever:
Ealse Venema
Zwanenburg projecten
auteur(s):
Rients Koster
Delftseplein 27b
aangesloten bij:
RBOI - Rotterdam postbusbv150 Delftseplein 27b 3000 AD Rotterdam Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl
© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoud 1.
Inleiding
3
2.
Situatie/planbeschrijving
4
Toetsingskader
5
3.1.
5 5 6 6 6 7
3.
3.2. 3.3.
4.
5.
6.
Wegverkeerslawaai 3.1.1. Algemeen 3.1.2. Nieuwe situaties 3.1.3. 30 km‐wegen Spoorweglawaai Cumulatie
Berekeningen
8
4.1. 4.2. 4.3. 4.4.
8 8 9 9
Rekenmethoden Uitgangspunten Gegevens spoorlijn Sneek‐Leeuwarden Rekenmodel
Berekeningsresultaten
11
5.1. 5.2. 5.3.
11 11 13
Wegverkeer Stadsrondweg Noord 30 km‐wegen Spoorweg Sneek‐Leeuwarden
Conclusie
14
Bijlagen: Bijlage 1:
Begrippen
Bijlage 2:
Figuren
Bijlage 3:
Invoergegevens (wegen)
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
20181842
2
20181842
Inhoud
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
3
1. Inleiding
In Sneek wordt de woningbouwlocatie Harinxmaland ontwikkeld. De eerste fase van de ontwikkeling ligt globaal tussen de spoorlijn Leeuwarden‐Sneek en de Zwette. De eerste delen van deze fase zijn inmiddels positief bestemd en grotendeels al gerealiseerd. Zwanenburg projecten gaat de eerste fase van Harinxmaland, in samenwerking met de gemeente Súdwest‐Fryslân, afronden De gemeente ontwikkelt fase 1C met daarin ca. 25 woningen. Zwanenburg projecten neemt fase 1F voor haar rekening (ca. 74 woningen). Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzones (Wet geluidhinder) van de spoorlijn Leeuwarden‐ Sneek de provinciale weg N354 (Stadsrondweg Noord). Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege (spoor)wegverkeerslawaai. Het doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre de nieuwe woningen kunnen worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder. De gehanteerde akoestische begrippen worden in bijlage 1 toegelicht.
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
20181842.akoestiek
4
Situatie/planbeschrijving
2. Situatie/planbeschrijving
Een globaal overzicht van het plangebied (verbeelding) is gegeven in onderstaande figuur 2.1. Het plangebied ligt ten oosten van de spoorlijn en ten noorden van de Stadsrondweg Noord. Binnen het plangebied liggen interne 30 km‐wegen. Figuur 2.1:
20181842
verbeelding van het plangebied
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Leeuwarden
Toetsingskader
5
3. Toetsingskader
3.1.
Wegverkeerslawaai
3.1.1.
Algemeen
Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km‐wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen‐ of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1:
schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken
5 of meer 3 of 4 1 of 2
breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 600 350 400 350 250 200
De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: ‐
‐
stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday‐evening‐night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: