CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

02c - Startdocument Idzegea met bijlagen

Informatiebijeenkomst 22 maart 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: uitnodiging | programma13.716 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

STARTDOCUMENT Integraal Gebiedsproces Idzegea

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

1

Inhoudsopgave VOORWOORD .............................................................................................................................. 3 1.

INLEIDING ............................................................................................................................. 4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING EN DUIDING STARTDOCUMENT .................................................................................... 4 OPBOUW STARTDOCUMENT ....................................................................................................... 4 KORTE INTRODUCTIE VAN DE OPGAVEN, DOELEN EN SCOPE IDZEGEA ..................................................... 4 PLANGEBIED IDZEGEA................................................................................................................ 5 VISIE OP HET GEBIEDSPROCES IDZEGEA .......................................................................................... 6

2. GEBIEDSANALYSE ..................................................................................................................... 8 2.1 DOELEN VEENWEIDEPROGRAMMA 2030 .......................................................................................... 8 2.2 DOORKIJK PLANGEBIED IDZEGEA AAN DE HAND VAN DE PROGRAMMALIJNEN VEENWEIDEPROGRAMMA............ 9 3.

WERKWIJZE – STAPPENPLAN GEBIEDSPROCES IDZEGEA........................................................ 15

4.

WERKWIJZE, (PROJECT)ORGANISATIE IDZEGEA .................................................................... 18

4.1 FIGUUR WERKWIJZE – ORGANOGRAM PROJECTORGANISATIE............................................................. 18 4.2 TOELICHTING PROJECTORGANISATIE IDZEGEA ................................................................................ 19 4.2.1 GEBIEDSCOMMISSIE IDZEGEA .......................................................................................................... 19 4.2.2 GEBIEDSTEAM IDZEGEA – SAMENWERKING IN HET GEBIED .................................................................... 20 4.2.3 COMMUNICATIESTRATEGIE ............................................................................................................. 21 5.

FINANCIËN .......................................................................................................................... 22

5.1 KOSTEN, INVESTERINGEN EN MOGELIJKE DEKKING .......................................................................... 22

BIJLAGEN (losse bijlagen) 1. Aanpak wicked problem en vereisten wicked problem aanpak 2. Afwegingskader gebiedsplannen Veenweideprogramma 3. Planning 2022-2024 gebiedsproces Integraal Gebiedsplan Idzegea 4. Achtergronden organisatie, werkwijze 5. Overlegstructuur – momenten 6. Communicatieframe Idzegea 7. Onderbouwing kosten, investeringen en mogelijke dekking

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

2

Voorwoord Achte lêzer, Goed in jier lien binne wy as Klankboerdgroep oan ’e slach gien mei it meitsjen fan in saneamd “startdokumint”. Wy binne sûnt 2019 yn it gebiet “Idzegea” dwaande om te sjen hoe’t wy de CO2problematyk oanpakke kinne, én derfoar te soargjen dat benammen de lânbou, mar ek de leefberens fan dit moaie marregebiet in goede basis foar de takomst kriget. Dat falt net altyd ta, foaral at jo betinke dat der hieltyd mear druk op ’e tsjettel komt: tink oan de saken út it NPLG en koartlyn noch it Feechbeslút Stikstof Aldegeaster Brekken. It is dêrom sa ferhipte wichtich om as gebiet sels it stjoer safolle mooglik yn hannen te hâlden en safolle mooglik ynfloed te hawwen op ’e takomst! Wy hawwe dêr koartlyn noch mei de boeren yn ús gebiet oer sprutsen, en gelokkich wurdt it tinken om sels mei de problemen (en foaral de oplossings) oan ’e slach te gean, breed dield. Wy binne yn ús gebiet al in jier of fjouwer dwaande mei allegearre proeven (Haklam, boaiemsaken, Boeren meten water ensfh.) en dat is fansels tige wichtich om ynsjoch te krijen en om nei oplossings te sykjen. Dochs krije wy wol hieltyd mear fragen en sinjalen: wy moatte oan ’e gong, mei dy oplossings, mei it gebietsproses, de transysje fan de lânbou en al wat der mear leit. Om dêr mear struktuer yn te bringen én om jild en minskkrêft frij te spyljen, leit hjir it startdokumint.

Wy hawwe dit dokumint makke yn gearwurking mei ek in tal partijen dy’t ek fan grut belang binne yn ús gebiet lykas it Kollektyf SWK, de TBO’s, de rekreaasjesektor en de bewenners/doarpsbelangen. Mei de oerheden (Provinsje Fryslân, Wetterskip Fryslân en gemeente Súdwest Fryslân) is fansels wiidweidich ôfstimd en wy binne no safier dat dy trije oerheden ein febrewaris 2023 it startdokumint fêststelle wolle. Wy as Klankboerdgroep hawwe der in protte enerzjy yn stutsen en sjogge dizze startnotysje dan ek as in oanbod fan it gebiet “Idzegea” oan de oerheden om te kommen ta oplossings. En dêr freegje wy de romte foar! Ut namme fan de Klankboerdgroep Feangreide Idzegea Durk Durksz, foarsitter (Klankboerdgroep Idzegea bestiet fierders út: Almar Stegenga (Aldegea), Anne de Boer (Heech), Haye Ketelaar (Heech), Klaas Oevering (Idzegea) en Sicco Hylkema (Aldegea))

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en duiding startdocument In 2021 hebben Wetterskip Fryslân, Provincie Fryslân en de Friese Veenweidegemeenten het Veenweideprogramma 2021-2030 Foarútmei de Fryske Feangreiden vastgesteld. Aanvullend is het Samenwerkingsplan Veenweide Fryslân opgesteld. Als onderdeel van de aanpak zijn zes ontwikkel- en kansrijke gebieden benoemd waarbij plangebied Idzegea is aangeduid als kansrijk gebied. De inhoudelijke kansen en de maatschappelijke energie in plangebied Idzegea is aanleiding om de volgende stap te zetten, de concretisering van de opgaven, en de uitkomst ervan vast te leggen in een integraal Gebiedsplan Idzegea. Doel is om met voorliggend startdocument de volgende fase in te gaan en met Idzegea als ontwikkelgebied van start te gaan, om uiteindelijk eind 2024 het Integraal Gebiedsplan op te leveren. In de daaropvolgende jaren zullen de maatregelen van het Integraal Gebiedsplan tot uitvoering worden gebracht, die bijdragen aan de realisatie van doelen tot en met 2030. Dat wil niet zeggen dat in de periode van de totstandkoming van het Gebiedsplan geen stappen worden gezet in de realisatie. Als blijkt dat (no-regret) maatregelen uitgevoerd en geïmplementeerd kunnen worden, zal daarop worden ingespeeld, dit is een onderdeel van de voorgestelde aanpak.

De benodigde aanpak, planning en financiën voor de jaren 2023-2024, wordt met het voorliggend startdocument helder gemaakt. De uitwerking van de stappen die na 2024 volgen, zijn een onderdeel van het nog uit te werken Integraal Gebiedsplan. Het integrale Gebiedsplan – het plan dat na afronding van 1e fase (eind 2024) wordt opgeleverd Het integrale Gebiedsplan gaat in op het streefbeeld, het gebiedsperspectief voor plangebied Idzegea. De oplossingsrichtingen hoe de doelen te bereiken worden hiermee in beeld gebracht. Het Integraal Gebiedsplan krijgt het karakter van een inrichtingsplan op hoofdlijnen waarbij wordt ingegaan op maatregelen op het vlak van het fysieke domein (bijvoorbeeld waterhuishouding, verkaveling/grondcompensatie) als ook op het sociaaleconomische domein (bijvoorbeeld nieuwe verdienmodellen, samenwerkingsvormen). Gedurende het gebiedsproces wordt de exacte inhoud en de mate van detaillering van het Gebiedsplan met alle betrokken partijen vormgegeven. Aan het Gebiedsplan wordt ook een uitvoerginsprogramma gekoppeld inclusief een fasering, naast een beschrijving van de vervolgstappen en planning. Als laatste hoofdstuk van het uiteindelijk op te leveren Integrale Gebiedsplan is een beschrijving opgenomen van de benodigde instrumenten, organisatie en van (financiële)middelen voor de vervolgstappen.

Het gebiedsplan wordt in ieder geval vastgesteld door Gedeputeerde Staten, Dagelijks Bestuur van Wetterskip Fryslân en de gemeenteraad van Sudwest Fryslân. Na vaststelling van het Integraal Gebiedsplan wordt ook een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) opgesteld met de partijen die een rol en verantwoordelijkheid hebben in de volgende fase.

1.2 Opbouw startdocument In hoofdstuk 2 is een korte gebiedsanalyse uiteengezet. Dit hoofdstuk gaat in de doelen en programmalijnen/thema’s van het veenweideprogramma met een doorkijk naar plangebied Idzegea. Hoofdstuk 3 gaat in op de invulling en specificatie van het gebiedsproces voor Idzegea voor de jaren van 2023 – 2024. De onderliggende visie van de aanpak is beschreven in paragraaf 1.5 van de inleiding en in hoofdstuk 3 is de aanpak verder uitgewerkt en toegelicht, inclusief een korte toelichting op de planning. Hoofdstuk 4 gaat in op de samenwerking in plangebied Idzegea, hoe de (project)organisatie eruitziet en een toelichting op de communicatiestrategie. Het laatste hoofdstuk 5 financiën gaat in op de kosten en investeringen en de mogelijke dekking ervan die zijn ingeschat voor de periode van 2023 – 2024. 1.3 Korte introductie van de opgaven, doelen en scope Idzegea Voor het te doorlopen gebiedsproces voor Idzegea staat het integraal perspectief van het Veenweideprogramma 2021-2030 centraal. De ambitie voor de lange termijn (2050) is de realisatie een blijvend evenwicht, waarin veenafbraak, bodemdaling en CO2- uitstoot nagenoeg zijn gestopt. De kwaliteiten van landschap en natuur zijn verbeterd. Funderingen worden niet verder aangetast.

Ook de leefbaarheid en vitaliteit staan op een hoog peil; de landbouw heeft zich aangepast aan de veranderde omstandigheden en recreatie en toerisme hebben zich verder ontwikkeld.

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

4

Om tot deze ambitie te komen ligt het accent voor 2030 op de volgende veenweidedoelen: • De negatieve effecten van bodemdaling zijn verminderd (gemiddeld 0,2 cm minder bodemdaling per jaar; daarnaast beperken en compenseren van negatieve effecten); • De uitstoot van broeikasgassen is met 0,4 megaton CO2 equivalenten per jaar afgenomen; • De landbouw heeft een duurzaam toekomstperspectief; • Het watersysteem is waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Maatregelen en acties voor deze veenweidedoelen worden zoveel mogelijk gekoppeld aan andere doelen, zoals biodiversiteit, duurzame energie, vermindering stikstof- depositie, waterkwaliteit. Op die manier is meerwaarde te bereiken en worden zaken in een gebied in een keer aangepakt. Op dit moment is niet vast te stellen wat (en in welke samenhang) plangebied Idzegea exact kan bijdragen aan de doelstellingen van het Veenweideprogramma. De concrete vertaling voor plangebied Idzegea vindt plaatst via het gebiedsproces zoals omschreven in voorliggend startdocument. Bedoeling is om dit met direct betrokkenen in het gebied te doen. Als daarbij blijkt dat wanneer vanuit de woonkernen zich kansen voordoen en raakvlakken heeft met de doelen voor het landelijk gebied/Veenweideprogramma en elkaar versterken, dan wordt dit meegenomen in het gebiedsproces.

In juli 2023 zal een gebiedsplan voor Fryslân voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) worden vastgesteld. Het NPLG schetst een strategie op hoofdlijnen, die richting geeft aan toekomstbestendige ontwikkeling van functies in het landelijk gebied en de ruimtelijke ontwikkeling van de agrarische sector, met ruimte voor agrarische functies in de voor landbouw goed geschikte gebieden, inclusief ruimte voor wonen, verbetering van leefbaarheid, luchtkwaliteit en andere onderdelen van milieu, natuur en leefomgevingskwaliteit. Gebiedsproces Idzegea wordt opgestart vanuit de essentie van de NPLG. Met het integrale gebiedsplan Idzegea anticiperen we op het NPLG-programma en wordt de veenweideopgave gaandeweg een onderdeel van de NPLG. Betekent dat de taakstellingen vanuit het NPLG (rijk) inclusief daarmee samenhangende beleidskader van de provincie, input is voor het gebiedsproces. 1.4 Plangebied Idzegea Het plangebied ligt in het merengebied rondom Oudega (SWF), Heeg en Gaastmeer en is circa 2.400 ha groot en is grofweg weergegeven in figuur 1 op navolgende bladzijde. De begrenzing van het gebied is gebaseerd op de bestaande peilgebieden/bemalingseenheden en de bodemsamenstelling, geredeneerd vanuit de definitie van veengronden.

Op basis van een aantal logische landschappelijke elementen/begrenzingen is het plangebied als volgt te duiden: aan de noordkant is grofweg de spoorlijn Sneek-Stavoren de grens, aan de oostzijde grenst het plangebied aan het water de Wide Wimerts. Aan de zuidkant grenst het plangebied tot aan het Hegemer Mar en aan de westkant zijn dit te polders die grenzen aan de Grutte Gaastmar, Flakke en Aldegeaster Brekken. De bemalingseenheden It Joo en De Geeuw (onder Oudega) zijn mede aanleiding geweest om met plangebied Idzegea aan de slag te gaan. Korte beschrijving, toelichting bestaande situatie plangebied Idzegea De omgeving wordt getypeerd door de vele weilanden, weinig bomen en een paar grote veenplassen, ook wel poelen genoemd. Het landschap is er divers, met soms opmerkelijke hoogteverschillen op kavel- en perceelsniveau. Door de bank genomen liggen de maaiveldhoogten op -1.0 tot -0.5 m en -1.5 tot -1.0 m NAP met daarnaast meerdere dieper gelegen “putjes” met een maaiveldhoogte van -2.0 en in een enkel geval tot bijna -3.0 m NAP. De bodemopbouw toont ook grilligheid, variërend van een dik veenpakket, klei op veen en opduikende zandkoppen. Het grondgebruik bestaat grotendeels uit grasland voor de melkveehouderij. In totaal zijn er 55 agrariërs actief. Langs de plassen liggen een aantal campings, waarvan de meesten gerund door agrariërs.

Het Heegermeer, de Aldegeaster Brekken en het Gaastmeer staan in open verbinding met de plassen in het projectgebied en dragen eraan bij dat er veel watersport en recreatie wordt bedreven in de omgeving van Idzegea.

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

5

It Hop

Ringwiel

Figuur 1 Ligging plangebied Idzegea

Naast de watersport zijn ook de weidevogels een veel voorkomende gast. Binnen de Skriezekrite Idzegea (verbonden aan Collectief Súdwestkust) wordt al jaren gewerkt aan de instandhouding en het optimaliseren van het weidevogelbeheer. Mede daardoor is Idzegea al jaren een van de beste weidevogelgebieden in Fryslân en door de provincie ook als weidevogelkerngebied aangewezen. It Fryske Gea en Staatsbosbeheer hebben in of nabij het plangebied enkele natuurgebieden in beheer en/of in eigendom (zie figuur 1 gearceerde gedeelten voor de ligging). Binnen het plangebied liggen de meertjes Ringwiel en It Hop die tevens de Natura 2000 status hebben en vallen onder Natuurnetwerk Nederland (NNN). De overige Natura2000 gebieden ten westen It Hop en Ringwiel zijn tevens onderdeel van het NNN, maar vallen buiten het plangebied. De gebieden in beheer van Staatsbosbeheer hebben geen Natura 2000 status, maar vormen wel een onderdeel van Natuurnetwerk Nederland (NNN) en een groot deel ervan ligt in het plangebied. Stichting Rijke Weide heeft sinds 2019 ca. 27 ha van de Grutte Polder, de Langehoek, Fiskersbuorren ten westen van Gaastmeer in eigendom. Ook dit deel valt onder Natuurnetwerk Nederland (NNN) en het plangebied.

1.5 Visie op het gebiedsproces Idzegea In het Veenweideprogramma 2021-2030 is op programmaniveau voor de strategie gekozen van dynamisch programmeren/financieren en het stap voor stap zoeken naar de beste aanpak. Dit omdat de problematiek complex is en we nog niet alles weten. Ook is voorzien dat er onvoorziene ontwikkelingen gaan optreden en is integraliteit als uitgangspunt genomen. Dit geldt ook voor Idzegea. Als vertrekpunt voor de aanpak van het Gebiedsproces Idzegea is dan ook gekozen voor de benadering van een complex en ingewikkeld vraagstuk, de benadering van een Wicked Problem (zie bijlage 1 voor een toelichting op een Wicked Problem aanpak en de daaraan gekoppelde vereisten voor het proces). Essentieel in de aanpak is om bij de vertaling van de doelen naar oplossingsrichting en maatregelen om verbindingen te leggen en de interactie te zoeken tussen het weten (cognitieve), de normen van betrokken partijen/personen en de verschillende belangen (het sociale). Het is belangrijk om een plek te creëren waar dit alles samenkomt, daar waar de dialoog gevoerd kan worden. Ook is het belangrijk om te

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

6

werken met ijkmomenten, waarbij de uitkomsten, bevindingen en het geleerde op gezette tijden wordt gekoppeld aan een (gedeeld) afwegingskader met bijbehorende doelstellingen, in dit geval die van het Veenweideprogramma 2021-2030. Het proces wordt gestructureerd wetende dat het proces grillig en onvoorspelbaar blijft zodat er “gedeald” moet worden met onzekerheden. Door aan te sluiten op het hier en nu en met concrete vraagstukken aan de slag te gaan, komen de betrokkenen in het gebied in beweging, wat essentieel is voor de transitie(s) op verschillende fronten. Gecombineerd met al doende en stapsgewijs successen boekend, ontstaat een dynamisch gebiedsproces en krijgt de opgaven in Idzegea vorm.

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

7

2. GEBIEDSANALYSE In dit hoofdstuk wordt aan de hand van de vier doelen en de zes programmalijnen van het veenweideprogramma aangegeven wat in welke mate zich voordoet in plangebied Idzegea en hoe daarmee wordt omgegaan bij het gebiedsproces, het proces om te komen tot een integraal gebiedsplan voor Idzegea. De koppelkansen zijn ondergebracht, toegelicht bij de zes programmalijnen. Dit hoofdstuk is tevens de opmaat voor de gebiedsanalyse, wat een onderdeel is bij de uitwerking van het integrale gebiedsplan voor Idzegea. De verdere analyse en verdieping volgt dus na vaststelling van voorliggend startdocument bij de verdere uitwerking richting een integraal gebiedsplan.

2.1 Doelen veenweideprogramma 2030 2.1.1 De negatieve effecten van bodemdaling zijn verminderd De doelstelling in het Veenweideprogramma 2021-2030 is om gemiddeld 0,2 cm minder bodemdaling per jaar te realiseren met daarnaast het beperken en compenseren van de negatieve effecten ervan. Dit geldt ook voor Idzegea. In beeld wordt gebracht hoe de bodemdaling in de afgelopen decennia is verlopen, in relatie tot onder andere de drooglegging en peilbeheer. De analyseresultaten zijn belangrijke bouwstenen in de verdere toepassing van peilverhogingen in de rest van het plangebied en daarbij mogelijke mitigerende maatregelen in beeld te brengen. Vanuit het Veenweideprogramma zijn de volgende randvoorwaarden meegegeven, waarmee met de verdere uitwerking rekening dient te worden gehouden: - Schade aan gebouwen, wegen en infrastructuur wordt beperkt: in de huidige situatie is langs wegen veelal sprake van hogere peilen ter bescherming van de verhardingsfundering. Bij de bebouwing in het buitengebied is dit maar zeer beperkt het geval, dient verder te worden onderzocht. - De stijging van kosten van waterbeheer blijft ook in de toekomst beperkt: De waterhuishouding is nu veelal gericht op het snel afvoeren van water en ingericht met relatief grote peilvakken en veel gemalen.

Voor het oplossen van de huidige problematiek is meer maatwerk een vereiste, die effect heeft op exploitatie en beheer. - De verdroging van natuurgebieden is afgenomen: In het gebiedsproces brengen we samen met de terreinbeherende organisaties (TBO’s) en agrariërs in beeld in hoeverre er sprake is van verdroging van de (natuur)gebieden en welke maatregelen mogelijk zijn om die verdroging af te laten nemen. - Landschappelijke-, cultuurhistorische- en archeologische waarden in het veenweidegebied blijven zoveel mogelijk behouden, herkenbaar en waardevol; maar er is ook ruimte voor landschapsontwikkeling in samenhang met bijvoorbeeld klimaatadaptatie: In het gebiedsproces Idzegea brengen we deze waarden voor Idzegea in beeld (onderdeel landschapsanalyse) en leggen we met het integrale gebiedsplan vast hoe daarmee op te gaan. 2.1.2 De uitstoot van broeikasgassen is met 0,4 megaton CO2 equivalenten per jaar afgenomen Deze doelstelling is op programmaniveau nog niet concreet vertaald naar plangebied Idzegea. Dit wordt gedurende het gebiedsproces concreet gemaakt. Daarbij wordt zowel datgene wat door het gebied haalbaar en mogelijk wordt geacht, als datgene wat vanuit het programma wenselijk of noodzakelijk is bij elkaar gebracht en een oplossingsrichting uit geformuleerd.

Uitgaande van de afname van 0,4 megaton CO2 equivalenten per jaar voor het gehele veenweidegebied in Fryslân met een omvang van ca. 52.000 hectare, zou voor Idzegea met een omvang van ca. 2.500 hectare grofweg een opgave liggen van ca. 20.000 ton CO2-reductie. Dit is een grove indicatie, maar geeft een gevoel bij wat de opgave zou kunnen zijn. Het proces en de te verwachten kaders vanuit het Nationaal Programma Landelijk Gebied zal in de loop van het gebiedsproces nog invloed hebben op deze doelstelling. Het vastleggen van CO2 kan in het plangebied op termijn onder andere plaatsvinden door nieuwe (hoog)veenvorming in de lagere gebiedsdelen. Vanwege het open karakter van het landschap en de weidevogeldoelstellingen lijkt het niet wenselijk om in het plangebied grootschalig bos of landschapselementen aan te planten ter vastlegging van CO2.

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

8

2.1.3 De landbouw heeft een duurzaam toekomstperspectief In de huidige situatie is voor plangebied Idzegea de landbouw een belangrijke (economische) drager voor het landelijk gebied, de leefomgeving, recreatie en de weidevogels. De vertaling en realisatie van de doelstellingen van het veenweideprogramma zullen zowel consequenties hebben als ook kansen bieden voor de huidige vorm(en) van landbouw in plangebied Idzegea. Vanuit het veenweideprogramma streven we naar een duurzame landbouw die natuurinclusief, grondgebonden en circulair is, bijdraagt aan het herstel van biodiversiteit, maatschappelijk draagvlak heeft en niet in de laatste plaats economisch renderend is. Met het integrale gebiedsplan wordt getracht een nieuw en duurzaam toekomstperspectief te schetsen voor plangebied Idzegea, met een landbouwsector die aansluit op de natuurlijke omstandigheden in het gebied en tegelijk een duurzaam toekomstperspectief houdt. Dit betekent dat er onder andere gezocht moet worden naar maatwerk in grondgebruik en haar grondgebruikers. In het najaar van 2021 is met alle agrariërs in het gebied in het kader van de Regiodeal Natuur Inclusieve Landbouw een individueel gesprek gevoerd over de toekomst van hun bedrijf en het gebied. Er is een breed besef dat zaken moeten of gaan veranderen. Benadrukt wordt wel dat er een stabiel en stevig toekomstperspectief en verdienmodel moet zijn.

Hoe dit eruit ziet en wat daarvoor nodig is, wordt verder uitgewerkt in het gebiedsproces en vormt een belangrijke basis voor het uit te werken gebiedsplan. 2.1.4 Het watersysteem is waterrobuust en klimaatbestendig ingericht Hoewel klimaatadaptatie voor heel Fryslân relevant is, is dit in het veenweidegebied extra het geval vanwege de bodemdaling en het gevolg ervan voor het waterbeheer. Bovendien kan het waterbeheer in het veenweidegebied de verdroging en verzilting in gebieden daarbuiten beperken (zie H. 7, programmalijn 1). Dit doel betekent dat het gebied, ook bij enige verdere bodemdaling, goed in staat moet zijn om weersextremen (veel neerslag, lange perioden van hitte en droogte) op te vangen. Doordat het plangebied midden in een waterrijk gebied ligt, is de aanvoer van water onder normale omstandigheden geen probleem, mits de interne wateraanvoer in het watersysteem voldoende is. Bij extreme droogte als de wateraanvoer uit het IJsselmeer wordt beperkt zijn er in heel Fryslân problemen, zo ook in plangebied Idzegea. Bij een hoger waterpeil neemt de waterbuffer in het gebied significant toe, wat gunstig is in een droge periode. De (snelle) waterafvoer bij piekbuien is ondanks de aanwezigheid van relatief veel gemalen een probleem. Gezien de klimaatopgave is het wenselijk om water juist niet meer snel af te willen voeren, maar (langer) vast te houden.

Een hoger peil betekent ook iets eerder een probleem bij piekbuien. Het gebied kent geen verziltingsproblematiek, al kunnen hogere peilen in het gebied wel bijdragen aan een vermindering van de verziltingsproblematiek buiten het plangebied. Bij het gebiedsproces is het zoeken naar maatwerk, het in beeld brengen van de optimale balans/mix van de nieuwe (verhoogde) waterpeilen en welke aanpassingen voor het watersysteem daarvoor nodig zijn.

2.2 Doorkijk Plangebied Idzegea aan de hand van de programmalijnen veenweideprogramma 2.2.1 Waterbeheer en klimaatadaptatie: Het toekomstige waterbeheer moet ervoor zorgen dat maaivelddaling en de nadelige effecten hiervan zo veel mogelijk worden tegengegaan. Daarbij streven we naar een watersysteem dat alle functies in het veenweidegebied zo goed mogelijk blijft bedienen én dat klimaatbestendig is. Het verlies van berging door hogere peilen zal gecompenseerd moeten worden en extra wateropslag moet gerealiseerd worden voor perioden van langdurige droogte. Op basis van het programma gaan we in het gebiedsproces Idzegea hiervoor in ieder geval in op: - Thema 1: Via maatwerk in peilbeheer tot gemiddeld hogere peilen: we willen proberen via maatwerk zoveel mogelijk te komen tot een grondwaterstand van gemiddeld 40 cm onder maaiveld in gebieden met een veenpakket dikker dan 80 cm en een kleidek dunner dan 40 cm. Dit is een gemiddeld streefpeil en geen doelstelling op zich. Uitgangspunt daarbij is dat maatregelen pas worden uitgevoerd als de dekking ervan rond is en we in staat zijn eventuele onevenredige negatieve

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

9

-

-

gevolgen daarvan voor individuele boeren te compenseren. De mogelijkheden voor een ander peilbeheer brengen we in beeld. Dit in combinatie met de al opgedane en nog te vergaren kennis en ervaring uit de pilots HAKLAM, het project Boeren meten water (BMW) en nog op te starten, nieuwe pilots (zie onderstaand kader voor een korte toelichting). Thema 2: Compensatie waterberging en klimaatadaptatie: in de voorbereiding van het gebiedsplan brengen we in beeld wat de gevolgen van peilverhoging en klimaatverandering voor de waterhuishouding zijn. Daarnaast geven we aan wat nodig is om deze gevolgen op te vangen als ook waar koppelkansen liggen voor bijvoorbeeld verbetering van de waterkwaliteit/KRW-doelen en het versterken van de biodiversiteit door creëren van bijvoorbeeld plas-drassituaties voor weidevogels. Thema 3: Veenweide en het grondwatersysteem: bij het gebiedsproces brengen we in beeld wat de bijdrage van peilverhoging in Idzegea is aan het beperken van de landinwaarts trekkende verzilting (zie paragraaf 2.1.4) en de verdroging van het aangrenzende zandgronden. Thema 1: via maatwerk in peilbeheer tot gemiddeld hogere peilen Pilots HAKLAM en BMW: In het gebied zijn twee bemalingsgebieden die meedoen aan de pilot HAKLAM. Het gaat om de Bratten (ten westen van Heeg, ca 300 hectare) en De Kromme Jelte (ten noorden van Heeg, ca 500 hectare).

Deelname is op vrijwillige basis, loopt tot 2025 en geeft inzicht in tal van zaken als bruikbaarheid, ontwikkeling graszode, relatie grondwaterpeil en neerslag etc. Om de effecten goed in beeld te krijgen van het interactieve peilbeheer is een uitgebreid meetnet opgezet onder de naam Boeren meten water (BMW). In totaal zijn in het plangebied 22 peilbuizen geplaats die tal van data leveren, zodat de HAKLAM-proef optimaal kan worden gevolgd en bijgestuurd. Indien wenselijk worden het aantal deelnemers en aantal hectares uitgebreid. Met de pilots HAKLAM en BMW is duidelijk geworden dat meer inzicht nodig is in hoe het gebied hydrologisch werkt en wat de samenhang is met het waterbeheersingssysteem. Voor plangebied Idzegea is de inzet om een hydrologische analyse uit te voeren, als onderdeel van de gebiedsanalyse. De ervaringen uit de pilots en de uitkomst van een hydrologische analyse vormen één van de bouwstenen voor het integrale gebiedsplan Idzegea. Vanuit het team Innovatie van het veenweideprogramma zullen in de nabije toekomst naar verwachting nieuwe proeven en pilots worden geïnitieerd. Het plangebied Idzegea is daarbij een belangrijke deelnemer. Ook vanuit het gebied zelf zal gedurende het gebiedsproces initiatief worden genomen om nieuwe, aanvullende pilots te introduceren en in uitvoering te nemen.

In 2007 is de ruilverkaveling Wymbritseradeel afgesloten waar plangebied Idzegea onderdeel van was. Veel agrariër in het plangebied Idzegea hebben de komende jaren nog financiële verplichtingen als gevolg van deze ruilverkaveling. Uit een eerdere verkavelingsanalyse uitgevoerd in 2019 is gebleken dat de situatie sindsdien alweer zodanig is veranderd dat er sprake is van een versnipperd grondgebruik. Bij deze verkavelingsanalyse is ook een berekening gemaakt op basis van een peilverhoging tot 60 cm-maaiveld (het beleidsuitgangspunt in 2019). Hieruit is gebleken dat ca. 388 hectare vervangende grond nodig is. De berekening bij een gemiddeld streefpeil van -40 cm (uitgangspunt Veenweideprogramma 2021-2030) moet nog worden gemaakt en is onderdeel van het gebiedsproces. Verwachting is dat de gevolgen voor de bruikbaarheid van de gronden en daaraan gekoppelde hoeveelheid compensatiegrond en financiën aanmerkelijk groter zal zijn dan de 388 hectare. De inzet van het flankerend beleid en instrumenten als kavelruil, grondbank of het inzetten van de wet inrichting landelijk gebied (WILG) vanuit het veenweideprogramma worden als uitgangspunt gezien om na vaststelling van het integrale gebiedsplan de uitvoering op grote(re) schaal aan te kunnen vangen.

De waterhuishouding van het plangebied is in de ruilverkaveling Wymbritseradiel rond de laatste eeuwwisseling op orde gebracht naar de toen geldende eisen, gericht op een optimaal agrarisch gebruik. In de praktijk betekende dit vooral peilverlagingen. Wel zijn in de zgn. reservaats- en beheergebieden de peilen niet verlaagd en op vrijwillige basis zijn ook in de directe omgeving van de beheersgebieden peilverlagingen achterwege gebleven of maar ten dele doorgevoerd. Ervaringen die hiermee zijn opgedaan, willen we gebruiken voor de gebieden waar het peil nu weer moet worden verhoogd. Omdat het plangebied op relatief korte afstand opmerkelijke hoogteverschillen kent, zijn er in het peilgebied veel bemalingsgebieden en polders met relatief kleine bemalingsoppervlakten en totaal 16 gemalen. Het huidige waterbeheer is dan ook intensief te noemen, waarbij moet worden opgemerkt dat grondgebruikers en peilbeheerders ‘goed op elkaar zijn ingespeeld’. Op korte termijn ligt er de opgaaf om de gemalen voor It Joo en De Geeuw uiterlijk in 2025 te vervangen en de opgaven van het Veenweideprogramma bij de planvoorbereiding als ook bij de te maken keuzes te betrekken/integreren. De voorbereiding van dit deelgebied kan dan ook gezien worden als een pilot, om van te leren en ervaringen mee te nemen in de uitwerking van de andere deelgebieden.

In het verleden zijn voor It Joo en De Geeuw meerdere scenario’s uitgewerkt en afgestemd met de omgeving. De planvoorbereiding is recentelijk weer oppakt zodat de komende tijd verder wordt gewerkt aan een integrale oplossing, om medio 2023 een gedragen plan op te kunnen leveren voor dit deelgebied.

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

10

2.2.2 Bodem en grondgebruik We zetten in op duurzaam bodembeheer in Idzegea. De veenweidebodems spelen in de toekomst een belangrijke rol in het vertragen van de veenoxidatie en in het vasthouden van koolstof, of in het ultieme geval zelfs het -netto- vastleggen van CO2. De focus van de bedrijfsvoering in de landbouw komt meer dan nu te liggen op de waardering van een bodem in balans en op het optimaal ondersteunen en onderhouden van het bodemleven. De melkveehouder profiteert hiervan door een robuuster bodemsysteem, waar minder ad hoc ingrepen nodig zijn bij weersextremen. Daarnaast is duurzaam bodembeheer goed voor het klimaat door verminderde emissies van broeikasgassen en essentieel voor een verbeterde bodembiodiversiteit en daarmee ook voor versterking van de algehele biodiversiteit in het veenweidegebied. In het plangebied Idzegea is veel belangstelling en zorg over de bodemkwaliteit en hoe die te verbeteren. In 2021 is er de pilot Bodem-APK uitgevoerd waaraan bijna de helft van de grondgebruikers aan mee heeft gedaan. De uitkomsten en de adviezen die daarbij gegeven zijn, wachten op een vervolg die in het gebiedsproces verder vorm willen geven. Hiernaast is vanuit de Regiodeal NIL een pilot ophanden om de bodemvruchtbaarheid en de draagkracht op een natuurlijke manier te vergroten met het op brede schaal produceren en toepassen van Rûge Dong.

Ook dit zal worden meegenomen in het gebiedsproces. Op basis van het programma en gaan we in het gebiedsproces in ieder geval in op: - Thema 1: Veenoxidatie en bodemmaatregelen: door het verhogen van het grondwaterpeil wordt het actief bodemleven in de diepere veenlagen verminderd; er is minder zuurstof in het bodemprofiel aanwezig. Maatregelen om hiertoe te komen zijn opgenomen in programmalijn 1. We zoeken naar een optimum tussen actief bodemleven en het beperken van veenoxidatie. Bodemleven betekent ook bodemvruchtbaarheid en is daarom belangrijk voor de landbouwopbrengst. In lijn met de acties van dit thema gaan we onder andere aan de slag met het stimuleren en ondersteunen van experimenten in het veld gericht op het beperken van het scheuren van (knip)klei en de gezamenlijke inspanning (met andere overheden) om belemmerende regelgeving voor het bovengronds uitrijden van mest aan te passen. - Thema 2: Bodemvruchtbaarheid, bodem in balans: een bodem in balans is een bodem waar bodemleven actief kan zijn, waar koolstof wordt omgezet, uitgestoten en in stabielere vorm vastgelegd. In lijn met de acties van dit thema werken we in het gebiedsproces uit wat dit specifiek betekent voor Idzegea en hoe in de context van dit gebied maatregelen getroffen kunnen worden om dit te verbeteren en bij te dragen aan de doelstellingen.

- Thema 3: Draagkracht, bodemverdichting: draagkracht is essentieel om te kunnen beweiden en het land te kunnen bewerken. Dit wordt beïnvloed door een hogere grondwaterstand. De effecten van de verhoogde grondwaterstand worden in beeld gebracht en stimuleren experimenten die bijdragen aan een betere draagkracht van de bodem en vermindering van de bodemverdichting, inclusief bevordering van kennisoverdracht. - Thema 4: Maisteelt en andere energiegewassen: Maisteelt is geen factor van betekenis in het plangebied van Idzegea. Het areaal beslaat slechts uit enkele hectares. Ook het telen van energiegewassen staat in het plangebied in de kinderschoenen en voor zover nu bekend is hier ook heel weinig belangstelling voor. Bij het gebiedsproces wordt verkend of dit beeld klopt of dat er redenen zijn en/of kansen liggen om dit in het toekomstperspectief mee te nemen. 2.2.3 Landbouw (It Nije Buorkjen) We zetten in op een landbouw die beter past bij de natuurlijke omstandigheden in het gebied en tegelijk een duurzaam toekomstperspectief houdt. Dit betekent een landbouw waar in de toekomst ook nog een goed inkomen mee is te verdienen. Er moet voldoende verdiencapaciteit zijn en landbouw sluit aan op de omstandigheden en kwaliteiten in het gebied Idzegea.

Op basis van het programma gaan we in het gebiedsproces in ieder geval in op: - Thema 1: Verdiencapaciteit landbouw: Om meer zicht te krijgen op de verdiencapaciteit van de landbouw in het licht van de te nemen maatregelen om de programmadoelen te halen, wordt binnen het veenweideprogramma druk gewerkt aan de ontwikkeling van flankerend beleid. Dit richt zich op

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

11

-

-

de vermogensschade én de inkomensschade die (mogelijk) gaat optreden vanwege de toekomstige inrichting met hogere waterpeilen. Voor de totstandkoming van het flankerend beleid worden daartoe enkele bedrijven in het plangebied Idzegea voor verdere doorrekening van de modellen gebruikt. Het gebiedsproces wordt dus benut om de verdienmodellen concreet te maken (zie ook onderstaand kader). Ook komen de bedrijfsstrategieën daarbij aan bod inclusief de mogelijkheden daarbij samen op te trekken (bijvoorbeeld via een Gebiedscoöperatie). Thema 2: Landbouw en water: Onder dit thema is het zoeken naar de balans tussen het voorkomen van wateroverlast, voldoende water voor uitvoering van de verschillende functies en het beperken van veenafbraak en CO2-uitstoot. In lijn met de acties van dit thema wordt in het gebiedsproces dit onderzocht en worden zo mogelijk experimenten/pilots uitgevoerd om meer inzicht te krijgen hoe dit op elkaar inwerkt en hoe het optimum eruitziet voor plangebied Idzegea. Thema 3: Kringlooplandbouw: inzet is het stimuleren van natuurinclusieve landbouw, die aansluit op de landelijke ambitie van minister van LNV dat in 2030 kringlooplandbouw de norm is. Onder leiding van de provincie en onder de vlag van het project Regiodeal NIL Noord Nederland is voor plangebied Idzegea recentelijk een omvangrijk inventarisatieproces afgerond.

Doel van deze inventarisatieronde was om op bedrijfsniveau informatie te verzamelen over het individueel toekomstperspectief, verdienmodellen, landbouwtransitie, bedrijfsvergroting of verkleining, verplaatsingsmogelijkheden, bedrijfsbeëindiging etc. Dit heeft de nodige (vertrouwelijke) informatie en inzichten opgeleverd. Er is zeker een besef dat er een transitie gemaakt moet worden naar een natuurlijke(r) vorm van landbouw, met veel aandacht voor de bodem. Mits dit bedrijfseconomisch te verantwoorden is, mogelijk wordt gemaakt. Concrete uitwerking van kansen, mogelijkheden en ideeën voor de transitie naar een kringlooplandbouw, wordt nader uitgewerkt bij het gebiedsproces waarbij gebruik wordt gemaakt van het project als onderdeel van de Regiodeal NIL. Kansen op meerwaarde - duurzame energieopwekking: op mondiale en regionale schaal hebben we ten aanzien van duurzame energieopwekking in combinatie met de klimaatopgaven een grote opgave. De gemeente Súdwest Fryslân heeft zich ten doel gesteld om in 2050 een energie neutrale gemeente te zijn, met een weids landschap waarbij de 89 kernen zich van eigen duurzame energie voorzien. De drie gemeentelijke pijlers om samen aan de slag te gaan, zijn duurzame energieopwekking, aardgasvrij en circulair.

Het gaat dan bijvoorbeeld om zonnepanelen op de daken van de schuren van (agrarische) bedrijven of kleine windmolens die een substantiële bijdrage kunnen leveren aan het opwekken van hernieuwbare energie. De omslag naar de opwekking van hernieuwbare energie is mogelijk één van de bouwstenen voor verbreding van het verdienmodel voor de agrarische sector en de leefbaarheid in bredere zin. Hoe deze opgave te combineren is met de veenweidedoelstellingen, wordt in samenwerking met de gemeente Súdwest Fryslân en de mensen in het gebied tijdens het gebiedsproces onderzocht. Kansen op meerwaarde - recreatie: het merengebied is één van de Friese topgebieden voor wat betreft de water - en daaraan gekoppeld – verblijfsrecreatie. In en rondom plangebied Idzegea is dan ook sprake van een stevige infrastructuur ten aanzien van de water- en verblijfsrecreatie. De waterrecreatie/sport heeft de nodige uitstraling naar het landelijk gebied, het achterland. Het achterland kent een beperkt aantal fiets- en wandelpaden en veel agrariërs combineren hun bedrijf met enige vorm van verblijfsrecreatie. Wat de kansen zijn voor de verdere recreatieve verbreding, vraagt nader onderzoek samen met de gemeente Súdwest-Fryslân en gaan we samen verder uitwerken in het gebiedsproces.

Gemeente Súdwest-Fryslân is bezig met de uitwerking van de visie Toerisme en Recreatie voor 2022 met daarin opgenomen de plannen voor aankomende jaren. Idee is om bij de uitwerking van de recreatie naast de recreatieondernemers uit het plangebied zelf ook Waterlandvanfriesland te betrekken, die de marketing en promotie voor Zuidwest Fryslân verzorgd en waar veel recreatieondernemers bij zijn aangesloten. De TAF (Toerisme Alliantie Friesland) kan daarvoor mogelijk ook een (adviserende) rol spelen. Uit de gesprekken met Marrekrite is gebleken dat zij de ambitie hebben om de aansluiting van water- met landrecreatie (wandelen, fietsen) te versterken. Ook de beleving van weidevogels en het gastheerschap kan (nog) meer worden benut ter versterking van de recreatieve sector en als aanvullend inkomen voor de agrarische sector.

2.2.4 Leefomgeving, natuur en biodiversiteit Idzegea zal een aantrekkelijk gebied blijven om in te wonen, werken en recreëren. De leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit zijn er gewaarborgd. Bij toekomstige ontwikkelingen blijven de kenmerken van de veenweidelandschappen en de cultuurhistorie zoveel mogelijk behouden. Op sommige plekken lukt dat niet meer en komen nieuwe veenlandschappen met nieuwe kwaliteiten tot ontwikkeling ten behoeve van klimaatadaptatie, natuurontwikkeling, nieuwe economische dragers zoals recreatie, en dergelijke. Hoe

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

12

het mogelijke nieuwe toekomstperspectief voor Idzegea eruitziet, wordt met het gebiedsproces (integraal) uitgewerkt. Op basis van het programma gaan we met het gebiedsproces voor Idzegea voor in ieder geval in op: - Thema 1: Natuur en biodiversiteit: focus voor dit thema ligt op het vergroten van de biodiversiteit zowel binnen de natuurgebieden als in het agrarisch gebied. De koppelkansen voor dit thema zijn in navolgend kader weergegeven. Een belangrijke bouwsteen om de mogelijkheden en kansen ten aanzien van dit thema in beeld te brengen, is de verdere uitwerking van de gebiedsanalyse. Dit wordt mogelijk gecombineerd met het uitvoeren van een landschapsbiografie door de gemeente, tevens onderdeel navolgend thema (2). De basis ligt hiervoor al in de Landschapsbiografie Súdwesthoeke. - Thema 2: Landschap, cultuurhistorie en archeologie: landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken bieden goede aangrijpingspunten voor integraal ontwerpen en het versterken van de samenhang tussen oplossingen. We betrekken dit dan ook vroegtijdig in het gebiedsproces om ontwikkelingen te versnellen en de ruimtelijke kwaliteit te versterken. We hanteren het principe ‘Omgevingskwaliteit als ontwerpbasis’, maken gebruik van de Toolkit Landschap, en brengen archeologische waarden/resten van het veenweidegebied in beeld voor Idzegea.

- Thema 3: Gebouwen en infrastructuur: Op plekken waar het niet lukt om de grond voldoende nat te houden, kunnen gebouwen, wegen en leidingen verzakken. We brengen in beeld waar dit in Idzegea het geval zou kunnen zijn en kijken welke maatregelen getroffen moet worden om dit op te lossen en/of mogelijk te voorkomen. Daarbij wordt de aansluiting gezocht bij de in ontwikkeling zijnde funderingsaanpak van het veenweideprogramma wat eind 2022 ter behandeling aan PS, het AB van Wetterskip Fryslân en de gemeenteraden is voorgelegd. Vervolgens wordt gekeken hoe dit gekoppeld kan worden aan het gebiedsproces Idzegea.

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

13

Koppelkansen thema 1 Natuur en biodiversiteit en positionering ervan in plangebied Idzegea Aanvalsplan Grutto, Fryslân Greidefûgellân en LIFE Grasslandbreaders: Idzegea is een bijzonder goed weidevogelgebied en geniet daarmee landelijke bekendheid. Er wordt door heel veel grondgebruikers meegedaan in het weidevogelbeheer, met een zeer actief Collectief Sudwestkust. Het plangebied is één van de vier kerngebieden in Fryslân. Het Grutto Aanvalsplan richt zich op de inrichting van kerngebieden van tenminste 1.000 hectare. Uitwerking staat nog in de beginfase, maar zal binnen 1 a 2 jaar zijn beslag krijgen, dus parallel aan het opstellen van het gebiedsplan. Maatregelen zullen zoveel mogelijk worden geïntegreerd. Binnen het project LIFE Grasslandbreaders bestaat de mogelijk om in de Friese situatie ca. 100 hectare af te waarderen en in te richten voor een optimale weidevogelbiotoop. In Idzegea komt daarvoor in principe 30 hectare in aanmerking. Deze maatregelen zullen integraal als onderdeel van het gebiedsproces Idzegea worden uitgewerkt in uitgevoerd. De nadere uitwerking hiervan is al opgestart. Stikstofopgave: binnen het plangebied liggen de meertjes Ringwiel en It Hop en hebben de Natura 2000 status en vallen onder Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Buiten het plangebied, aangrenzend aan de westzijde, liggen ook meerdere kleine gebieden die zijn aangewezen als Natura2000 gebieden. Zoals in de inleiding bij paragraaf 1.3 is aangegeven, zijn de taakstellingen vanuit het NPLG (rijk) inclusief daaraan gekoppelde beleidskader van de provincie, input voor het gebiedsproces. Provinciaal Provinciaal programma biodiversiteit en natuur: met het concreet maken van de kansen en mogelijkheden voor Idzegea wordt ook de koppeling gezocht met dit programma, om te bepalen wat natuurbeheer en agrarisch natuurbeheer kan bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit. NNN initiatief Natuer mei de Mienskip: er ligt in het plangebied nog een opgave van 2 ha (Provinciaal netwerk) waarvan nog 1 ha te werven voor het realiseren van natuur, vallende binnen de realisatieopgave NNN. Bij de uitwerking van het toekomstperspectief voor het gebied wordt bepaald op welke wijze hieraan invulling te geven. Met het initiatief Natuer mei de Mienskip vindt afstemming plaats en wordt mee samengewerkt als blijkt dat voor Idzegea hier mogelijkheden liggen. Uit 1e contact is gebleken dat er raakvlakken zijn met Aldegeaster Brekken e.o. maar dat dit gebied niet hun prioriteit heeft. Programma Greidhoeke+: wat vanuit dit programma de bijdrage kan zijn, wordt nader onderzocht en met betrokkenen van dit programma afgestemd.

Programma voor uitvoering van Kader Richtlijn Water (KRW): in het plangebied liggen een beperkt aantal KRWopgaven. De mogelijkheden voor de verbetering van de waterkwaliteit en meer natuurvriendelijk beheer van watergangen en oevers wordt in gebiedsproces integraal uitgewerkt zodat helder wordt wat het plangebied Idzegea hieraan kan bijdragen. Bossenstrategie voor CO2-opslag: in het gebiedsproces wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor ontwikkeling van (nieuwe) moerasnatuur en veenbos om CO2 op te slaan. Zoals in paragraaf 2.1.2 aangegeven wordt naar verwachting niet ingezet op de ontwikkeling van veenbos.

2.2.5 Integrale gebiedsaanpak Idzegea is vanuit het veenweideprogramma aangewezen als kansrijk gebied omdat er inhoudelijke kansen liggen en er maatschappelijke energie is om aan de slag te gaan met de realisatie van de gestelde doelen. De volgende stap is de concretisering van de opgaven om vervolgens de uitkomst vast te leggen in een integraal gebiedsplan voor Idzegea. Hoe dat te organiseren, is met voorliggend startdocument vastgelegd. Welke samenwerkingsvorm volgt na vaststelling van het integrale gebiedsplan, is afhankelijk van de te bepalen toekomstige inrichting en onderdeel van het gebiedsproces om dit verder te onderzoeken. 2.2.6 Onderzoek en monitoring Vanuit het veenweideprogramma weten we al veel maar nog lang niet alles. Er zijn nog onzekerheden en gaten in kennis. Om zo goed mogelijk te bepalen met welke maatregelen in welke gebieden we onze doelen het effectiefst kunnen bereiken, is verdere kennisontwikkeling noodzakelijk. Deels zal die kennisontwikkeling in laboratoria en via modellen plaatsvinden. Maar het is essentieel die kennis ook uit de praktijk te halen, door experimenten in het veenweidegebied zelf. Op basis van specifieke vraagstukken die we tegenkomen in het gebiedsproces in Idzegea gaan we aan de slag met datgene wat daarvoor wordt aangeboden vanuit het veenweideprogramma op het vlak van het monitoringssysteem en onderzoek.

Ook gaan we in Idzegea pilots en initiatieven starten die bijdragen aan de kennisontwikkeling voor Idzegea, waar ook andere gebieden weer van kunnen leren.

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

14

3. WERKWIJZE – STAPPENPLAN GEBIEDSPROCES IDZEGEA

Feb ‘23 Apr ‘23

Okt ‘23

Jan ‘24

Apr ‘24

Okt ‘24

Dec ‘24

4. Toelichting Gebiedsproces Idzegea - stappenplan Bij de aanpak van het Gebiedsproces Idzegea is de inzet om enerzijds te ontwerpen & implementeren en anderzijds, parallel hieraan op het denken & doen. Op deze manier brengen we theorie en de praktijk samen. Er is sprake van implementeren als bij het gebiedsproces blijkt dat een specifieke maatregel al kan worden geïntegreerd in bijvoorbeeld de bedrijfsvoering of beleidsmatig kan worden vastgelegd. Met het spoor van het denken en doen is het de bedoeling om aan de slag te gaan met concrete (deel)vraagstukken, in te spelen op het hier en nu. Het doel van de pilots is om ervan te leren en de uitkomsten/kennis te implementeren in de uit te werken scenario’s en in het uiteindelijk op te leveren Integraal Gebiedsplan voor Idzegea. Zo wordt al doende geleerd en de strategie mede ontwikkeld aan de hand van de (uitvoerings)praktijk. Ook als gedurende het gebiedsproces blijkt dat er no-regret maatregelen uitgevoerd en geïmplementeerd kunnen worden, zal daarop worden ingespeeld. De verwachting is echter wel dat grote stappen in de uitvoering, in het bereiken van de doelen, volgen na vaststelling van het Integrale Gebiedsplan. De Gebiedscommissie is de plek waar de uitkomsten, bevindingen van de verschillende ontwerpen, scenario’s en pilots etc. samen komt en de dialoog wordt gevoerd over de te maken keuzes.

In paragraaf 4.2.1 is de rol, samenstelling etc. van de Gebiedscommissie nader toegelicht. Gedurende de uitwerking van een Integraal Gebiedsplan voor Idzegea, zal het nodig zijn om tussentijdse uitkomsten te vergelijken met het (afwegings)kader van het Veenweideprogramma, zoals nader toegelicht in het kader op de volgende bladzijde. Ook zullen er naar verwachting nader te bepalen bestuurlijke afstemmingsmomenten en zo mogelijk ook bestuurlijke keuzes nodig zijn. Het meest logische is om de ijkmomenten te koppelen

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

15

aan een aantal tussenproducten, die in onderstaande 2 zijn weergegeven, waarbij de kanttekening moet worden geplaatst dat die wegens voortschrijdend inzicht kunnen wijzigen. In lijn met Gebiedsanalyse (H2) wordt in ieder geval het volgende opgepakt Denken & Doen Strategische grondaankopen No-regret maatregelen (n.t.b.) Bestaande pilots (voortzetten) Nieuwe pilots HAKLAM Vervanging gemalen De Jo en De (hoger als het Geeuw (concreet vraagstuk, kan, lager als inspelen op het hier en nu). het moet) BWM (Boeren Vervolg Bodem-APK i.c.m. pilot meten water) Rûge Dong (NIL)

Pilots voor zoeken naar de balans in voorkomen wateroverlast, voldoende water en beperken veenafbraak/CO2-uitstoot. Toepassing drukdrains of vergelijkbare. Beperken scheuren van (knip)klei, bovengronds uitrijden van mest, of bijv. triplespray.

Pilot(s) Grutto Aanvalsplan, NIL etc.

Verkleinen kringlopen, circulaire economie Pilots gericht op vergroten bodemgezondheid (bijv. strokenteelt, regeneratieve landbouw) – gericht op de bodem.

Ontwerpen Gebiedsanalyse met in ieder geval de onderdelen: Analyse bodemdaling afgelopen decennia en relatie drooglegging peilbeheer. Hydrologische analyse grondwater(systeem), ook i.r.t. aangrenzende zandgronden. Verkavelingsanalyse gem. streefpeil -40 cm. Analyse mogelijke effecten op gebouwen (funderingsproblematiek), wegen en infrastructuur. Analyse waterkwaliteit (KRW), waterkwantiteit daarbij ingaand op vernatting, verdroging, streefpeilen etc. Landschapsanalyse -biografie (i.s.m. gemeente) Algemene analyse landschap, waarmee de basis, het verleden in beeld wordt gebracht. Daarbij gebruik makend van Landschapsbiografie Súdwesthoeke Landschappelijke-, cultuurhistorische en archeologische waarden (a.h.v. Toolkit Landschap) Duurzame energieopwekking en recreatie Uit te werken items, onderwerpen o.a. Doorrekenen modellen flankerend beleid a.h.v. bedrijven in plangebied Idzegea Mogelijkheden en kansen kringlooplandbouw (NIL) i.c.m. met Valuta voor veen, Grutto Aanvalsplan etc. Mogelijke verbredingskansen op vlak van duurzame energieopwekking en/of recreatie. Vergroten draagkracht bodem en vermindering bodemverdichting Agrarisch natuurbeheer voor vergroten biodiversiteit Uitwerken verdienmodellen, bedrijfsstrategieën en de mogelijkheden daarbij samen op te trekken (bijvoorbeeld via Gebiedscoöperatie). Daarbij tevens gebruiken makend van kennis, ervaringen elders (o.a. ADD).

Scenario’s: CO2-scenario Landbouw Optimalisatie CO2-Landbouw, optimalisatie CO2 Landbouw-Koppelkansen Voorkeursscenario Integraal Gebiedsplan plangebied Idzegea: integraal toekomstbeeld, streefbeeld Veenlandschap Idzegea. Leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit Duurzaam toekomstperspectief Landbouw i.c.m. verdienmodellen, financiën. Toekomstige samenwerkingsvormen, organisatie Herinrichting water(beheersings)systeem en klimaatmaatregelen Uitvoeringsprogramma Planning en fasering/instrumenten vervolg

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

(Tussen)producten

Gebiedsanalyse – bouwstenen voor toekomstperspectief plangebied Idzegea

Inzicht(en) voor een duurzaam toekomstperspectief voor plangebied Idzegea

Doorvertaling ambitie Veenweideprogramma, mogelijke bijdrage plangebied Idzegea daarin. Voorkeursscenario Integraal Gebiedsplan Idzegea (concept/definitief)

16

Afwegingskader Het afwegingskader van het Veenweideprogramma is toegevoegd aan bijlage 2. Dit afwegingskader dient bij de ijkmomenten als leidraad en geeft bovendien inhoud aan de bestuurlijke-politieke afweging bij de afstemming van de tussenproducten en de vaststelling van het gebiedsplan. Het is de bedoeling om dit afweegkader na vaststelling van het startdocument samen verder in te vullen. Strategische grondaankopen Omdat voor het behalen van de opgaven grond(positie) een essentiële factor is om de doelen te behalen, is het noodzakelijk om ook tijdens de totstandkoming van het Gebiedsplan de mogelijkheid open te houden om grond aan te kunnen kopen of af te waarderen als de mogelijkheden en/of kansen zich voordoen. Indien het geval, zal vanuit het Veenweideprogramma en na advies van de Gebiedscommissie hier actie op worden gezet. Diegene die aankoopt kan de provincie zijn, maar kan mogelijk ook lopen via de Fryske Grunbank of de gemeente. Milieueffectrapportage (MER) Op basis van de toekomstige inrichting voor plangebied Idzegea die we met het gebiedsproces concreet maken, wordt bepaald of een MER noodzakelijk is, als de procedure daarvoor. Daarmee wordt een eventuele MER-plicht geregeld op gebiedsniveau. Planning In bijlage 3 is de planning voor fase 1 - de periode van 2022 – 2024 voor de totstandkoming van het Integraal gebiedsplan Idzegea - uitgewerkt.

Daarin zijn de te volgen stappen en mijlpalen aangegeven, waarbij opgemerkt dat dit niet in beton is gegoten. Zoals hieruit blijkt, vraagt het proces om te komen tot een gedragen, integraal gebiedsplan voor plangebied Idzegea zeker 1,5 jaar.

.

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

17

5. WERKWIJZE, (PROJECT)ORGANISATIE IDZEGEA 4.1 Figuur werkwijze – organogram projectorganisatie VEENWEIDEPROGRAMMA Gedeputeerde Staten (GS-PF) en Dagelijks Bestuur (AB-WF) Eindverantwoordelijken

“Opdrachtgever” --> WAT te bereiken? BOF (Bestjoerlik Oerlis Feangreide) Adviserend Orgaan

Doelstellingen Veenweideprogramma vertrekpunt

Opdrachtgevers(overleg) PF en WF

RT (RegieTeam) Adviserend Orgaan BOF

4 Teams

Daarbij gebruik makend van kennis & kunde & ondersteuning vanuit programma

Innovatie (INN) (Arkbak)

Ontwikkeling (Kaders & Instrumenten)

Kansrijke Gebieden (KG) (Vertaling & Uitvoering)

Regie & Support (R&S) Ondersteuning

(Arkbak)

Staat zo goed als vast

GEBIEDSPROCES IDZEGEA --> 1 van de 6 Status uitkomst/wat ermee te doen (Gebiedsplan), mate van participatie Adviseren: uitkomst is volwaardige rol voor beleidsvorming. GS/DB/GR verbinden zich in principe aan de uitkomst, maar kunnen bij uiteindelijke besluitvorming beargumenteerd hiervan afwijken. Gebiedsplatform of Gebiedscommissie kan gevraagd en ongevraagd advies geven.

Communicatie Idzegea Nieuwsbrieven Integrale verdiepingsbijeenkomsten Inspiratiebijeenkomsten Consultatierondes

Gebiedscommissie Idzegea --> integraal Gebiedsplan Adviesorgaan BOF & regie Idzegea

“Opdrachtnemer” --> HOE te bereiken? • •

Integraal Gebiedsplan Idzegea (fase 1) Najaar 2022 t/m voorjaar 2024

Gebiedsteam Idzegea --> operationele regie/proces Ontwerp & Uitvoeringsteam Idzegea (werkatelier) Ontwerpen en Implementeren

Denken en Doen (No-regret & leren)

Koppelkansen /Andere Projectteams

Met startnotitie vorm te geven

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

18

4.2 Toelichting projectorganisatie Idzegea In deze paragraaf is de nieuwe projectorganisatie voor Plangebied Idzegea toegelicht, die met voorliggend startdocument vorm wordt gegeven. Dit betreft het groene deel zoals in figuur 4.1 is weergegeven. De “bovenliggende” organisatie van het Veenweideprogramma (figuur 4.1 blauwe deel), is vastgelegd in het Samenwerkingsdocument Veenweide Fryslân. Een korte toelichting op de organisatie van het Veenweideprogramma inclusief de taken en verantwoordelijkheden van het BOF, is in bijlage 4 opgenomen. 4.2.1

Gebiedscommissie Idzegea

De Gebiedscommissie Idzegea is: • Een vertegenwoordiging van een aantal specifieke doelgroepen/thema’s in plangebied Idzegea. • De partij voor plangebied Idzegea, die de dialoog mogelijk maakt, organiseert. • De partij voor de aansturing, regie van de (beleids)vertaling, het concreet maken van het “wat – te bereiken” (doelen/opgaven) naar het “hoe – te bereiken” in plangebied Idzegea. • Daar waar ontwikkelingen, inzichten, dilemma’s, (praktijk)ervaringen, oplossingsrichtingen voor plangebied Idzegea samenkomen, worden bediscussieerd, afgewogen en keuzes worden gemaakt. • De partij die opgevat kan worden als “opdrachtnemer” en vanuit die rol aan de slag gaat met het opstellen van een integraal Gebiedsplan (fase 1). • Een adviesorgaan aan Gedeputeerde Staten, Dagelijks Bestuur Wetterskip en College van SúdwestFryslân. BOF (Bestjoerlik Oerlis Feangreide) toetst en adviseert de Gebiedscommissie, voorafgaand aan de advisering van de Gebiedscommissie aan GS/DB/Gemeenteraad. Uitgangspunt voor de status van de bevindingen en daarmee samenhangende keuzes door Gebiedscommissie is adviseren. Dit betekent dat de keuzes van de gebiedscommissie, de uiteindelijke oplossingsrichting voor Idzegea vastgelegd in het Integrale Gebiedsplan ter besluitvorming wordt voorlegt aan GS/DB/Gemeenteraad. Dit in lijn met de wijze van besluitvorming van het Samenwerkingsdocument.

De partijen verbinden zich in principe aan de uitkomst, maar kunnen bij uiteindelijke besluitvorming beargumenteerd hiervan afwijken. De Gebiedscommissie kan gevraagd en ongevraagd advies geven, ook aan GS, DB en Gemeenteraad. Samenstelling Gebiedscommissie Idzegea: Uitgangspunt is een brede, representatieve deelname van de verschillende actoren in het gebied, te weten: • 3 leden vanuit de Landbouw. Gewenst is een representatieve vertegenwoordiging van de verschillende vormen van landbouw die in het plangebied voorkomen. Bij een bijeenkomst met alle agrariërs uit het plangebied, is tevens getoetst voor welk aantal/verhouding draagvlak is. Dit alles heeft geresulteerd dat het wenselijk is om 3 leden namens de landbouw plaats te laten nemen in de gebiedscommissie. • 1 lid van Natuur/milieu Staatsbosbeheer (namens Staatsbosbeheer, It Fryske Gea en Friese Milieu Federatie); • 1 lid namens Collectief Súdwestkust; • 1 lid namens de recreatiesector; • 1 lid namens bewoners (Dorpsbelangen Oudega-Idzega-Sandfirden, Gaastmeer en Plaatselijke Belang Heeg); • 1 onafhankelijk voorzitter; • 1 ambtelijke secretaris = projectleider Gebiedsteam Idzegea; • Wethouder gemeente Súdwest-Fryslân schuift aan mede namens Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân.

Gezien de rol van deze bestuurders als opdrachtgever van het Veenweideprogramma, zit een bestuurder als adviseur aan tafel en niet als stemhebbend lid. Indien een bestuurder niet aansluit, dan wordt deze vervangen (of kan worden vervangen) door een ambtenaar, idem dan ook niet stemhebbend lid. • Leden conformeren zich aan de (de principes van) het gebiedsproces en het gebiedsplan zoals vastgelegd in dit startdocument (zie ook bijlage 4)

Versie d.d. 8 februari 2023 (definitief concept)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12516153/1