Zienswijzennota Zandpad 41 versie 11-07 inclusief zienswijzen_Geredigeerd.pdf
Tekst van het document
Met vriendelijke groet,
Figuur 2 uitsnede van plan toekomstige nieuwbouw
2. Inrichting perceel 434 Het perceel 434 is hoofdzakelijk begroeid met braam met daartussen enkele struiken zoals meidoorn, vlier. Aan de oostzijde staan enkele boomvormers, voornamelijk es. Aan de randen langs de sloten staan hoog opgaande bomen zoals es en zwarte els.
Figuur 3 foto van zuidzijde perceel 434
Figuur 4 luchtfoto van perceel 434 (bron: google maps)
3. Natuurwaarde perceel 434 De natuurwaarde wordt bepaald door de aanwezige flora en fauna. Het perceel is de laatste jaren nauwelijks beheerd. Alleen de rand werd regelmatig gemaaid. Recent is begrazing met geiten gestart om meer openheid tussen de bramen te creëren. Van het extensieve beheer en de rust die hier is ontstaan heeft de natuur kunnen profiteren. Planten zijn tot ontwikkeling gekomen en dieren hebben hier een leef-, rust- en foerageergebied gevonden. Het perceel wordt getypeerd als Haagbeuk en Essenbos. In het Natuurbeheerplan, provincie Utrecht 2023, is het perceel als zodanig getypeerd (zie bijlage). De wens van de eigenaren is verdere ontwikkeling van dit bostype met de bijbehorende natuurwaarden.
Figuur 5 uitsnede Natuurbeheerkaart 2023 provincie Utrecht (bron: https://gis.provincieutrecht.nl/Geocortex/WebViewer)
Flora Braam is dominant aanwezig. Daartussen staan enkele meidoorns en vlieren. Aan de randen bij de sloten staan essen en zwarte elzen. Daar groeien ook kruiden van voedselrijke grond zoals fluitenkruid, daslook, zevenblad, gewonde berenklauw, speenkruid, brandnetel. Fauna. De beschreven fauna bestaat uit zoogdieren, vogels, amfibieën en reptielen. Overige soortgroepen zoals vissen en ongewervelden zijn buiten beschouwing gelaten in dit advies. Zoogdieren Op het perceel zijn diverse zoogdieren waargenomen. Enkele soorten gebruiken het perceel om te foerageren en als verblijfplaats. Het betreft de vos, ree, boommarter, das en vleermuizen.
Vos
De vos is een regelmatige bezoeker van het perceel. Mogelijk heeft de vos ook een verblijfplaats gehad op of nabij het perceel.
Ree
Reeën worden regelmatig waargenomen op het perceel en in de directe omgeving. Zij gebruiken het perceel als rust en slaapplek en zullen er ook foerageren. Op het perceel tussen de braamstruiken zijn recent slaapplekken waargenomen. De slaapplekken op het perceel zijn voor de reeën een essentieel onderdeel van hun leefgebied. Alternatieve slaapplekken liggen op ongeveer 500 meter van het perceel. De grazige vegetatie langs de randen zal dienen als foerageergebied.
Das
De das is doormiddel van wildcamara’s waargenomen. Op het perceel is een dassenburcht aanwezig. Ook biedt het perceel geschikt foerageergebied tussen de bramen en langs de randen.
Boommarter
De boommarter is één keer waargenomen. Waarschijnlijk ging het hier om een doortrekkend individu. Geschikte voortplantingsplaatsen ontbreken op het perceel.
Vleermuizen
De boomrijen langs de sloten en struiken en de bomen op het perceel vormen geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Ook zullen zij boven de bramen foerageren. De vleermuissoorten die hier te verwachten zijn, zijn de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en mogelijk de gewone grootoorvleermuis.
Vogels
Roofvogels
De buizerd is regelmatig vliegend waargenomen. De bomen op het perceel bieden op dit moment geen geschikte nestgelegenheid door het ontbreken van hoge, stevige bomen. In de toekomst is de bouw van een horst door een buizerd niet uit te sluiten.
Zangvogels
De putter, vink, boomklever, merel, zanglijster, zwartkop, ekster, vlaamse gaai, houtduif, rietzanger, houtsnip, roodborst, winterkoning, grote bonte specht, groene specht zijn waargenomen op het perceel. Mogelijk komen hier ook de braamsluiper en nachtegaal voor. Een aantal van deze soorten gebruiken het perceel als foerageergebied. De vink, merel, zwartkop, ekster, houtduif zullen het perceel gebruiken als broedlocatie. Amfibieën De kleine watersalamander, groene kikker, bruine kikker, gewone pad zijn soorten die het perceel als leefgebied zullen gebruiken. Reptielen De ringslang komt is de omgeving voor maar is niet waargenomen op of bij het perceel.
4. Negatieve effecten door nieuwbouw naburig perceel op natuurwaarden perceel 434. Op het perceel ten zuiden van perceel 434 is nieuwbouw gepland. De bouw van huizen en de toekomstige bewoning hebben een negatief effect op de natuurwaarden van perceel 434. De effecten worden onderscheiden in de bouwfase en de gebruiksfase. De bouwfase zal een tijdelijk effect hebben en de gebruiksfase een lange termijn effect. Flora De bomen die nu aan de zuidzijde van het perceel staan moeten mogelijk in de nabije toekomst tijdens de gebruiksfase gekapt of gesnoeid worden omdat zij mogelijk een gevaar gaan vormen voor toekomstige bewoners. Het kappen of snoeien zal vooral een negatief effect hebben op de diersoorten die hier leven. Voor kruiden en struiken wordt geen negatief effect verwacht. Fauna De op het perceel levende amfibieën, vogels en zoogdieren zullen en negatief effect ondervinden tijdens de bouwfase en de gebruikersfase.
Zoogdieren
De vos, ree, das en vleermuizen zullen verstoring ondervinden tijdens de bouwfase. Geluid, trilling en licht tijdens de bouw hebben een negatief effect op deze soorten. Reeën, dassen, vossen die het perceel gebruiken als rust- en slaapplek zullen overdag verstoord worden. Vleermuizen, dassen en reeën kunnen ’s avonds verstoord worden indien er ’s avonds gewerkt wordt. Dergelijke verstoring en negatieve effecten tijdens de bouwfase zijn, als het goed is, opgenomen in een Quickscan Wet Natuurbescherming. Mitigerende maatregelen en de werkmethode zijn dan beschreven in een ecologische werkprotocol (EWP). Indien dit niet het geval is, dan zal dit alsnog voor de start van de bouw uitgevoerd moeten worden. Tijdens de gebruiksfase zijn negatieve effecten te verwachten op het leefgebied van de vos, ree, das en vleermuizen. Verwacht mag worden dat door de toekomstige bewoning het geluidniveau en lichtniveau toe zal nemen. De kavels van twee huizen grenzen aan de grenssloot en de plannen beschrijven een open karakter van deze zone. Geluid en licht zal zich verspreiden richting kavel 434. Indirect zal er mogelijk een negatief effect zijn door toename van huisdieren. De toename van licht en geluid zal een negatief effect hebben op het leefgebied van de zoogdieren. Dit zou kunnen betekenen dat essentieel leefgebied verloren gaat.
De vos mijdt mensen en hun huisdieren en zal een rustiger gebied opzoeken. Voor de ree gaat de rust- en slaapgebied verloren. De das zal door de toename van onrust en licht mogelijk het perceel inclusief de burcht verlaten. Vleermuizen zullen door de toename van licht vanuit woningen en tuinen de zuidzijde niet meer of minder gebruiken als foerageergebied.
Bescherming das
De das is een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. De voortplantingsplaatsen en bijbehorend leefgebied inclusief de wissels zijn beschermd. Aantasting van de functionaliteit kan aan de orde zijn als het geschikte habitat waar de das in voorkomt in kwantiteit of kwaliteit voor de das afneemt, waardoor de burcht niet meer de functie van vaste voortplantingsplaats of rustplaats kan vervullen. De zaken die van invloed zijn of een dassenburcht(hoofdburcht, bijburcht, vluchtpijp) als voortplantingsplaats of rustplaats goed kan functioneren, zijn:
• voldoende rust op en rond de burcht, • voldoende gebied waarin het grootste deel van het jaar voedsel gevonden kan worden, zoals vochtige weilanden, hoogstamboomgaarden, oude stuctuurrijke eikenbossen (primair voedselgebied), • voldoende gebied waarin tijdens voor de das belangrijke perioden van het jaar voedsel te vinden is, zoals maïsakkers, • voldoende landschapselementen waar dassen zich langs kunnen verplaatsen tussen de burcht en het foerageergebied en tussen burchten onderling, of waar ze dekking kunnen vinden, zoals hagen en singels en houtwallen, kleine bosjes en overhoekjes, • voldoende migratieroutes tussen de burchten die gebruikt worden en het foerageergebied (wissels). (Bron:https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-003Kennisdocument-Das-1.0.pdf)
Bescherming ree en vos
Het ree en de vos wordt beschermd door de Wet natuurbescherming. Paragraaf 3.3. Beschermingsregime andere soorten. De relevante artikelen voor het beschermingsregime voor andere soorten staan in Hoofdstuk 3 in de artikelen 3.10 en 3.11 van de Wet natuurbescherming. Deze soorten staan in de bijlage onderdeel A (dieren) van de Wet natuurbescherming. Dit beschermingsregime heeft betrekking op: • In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten in de bijlage van de wet en hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen; De van toepassing zijnde verboden staan in artikel 3.10 lid 1 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden om: 1. De bedoelde zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers opzettelijk te doden of te vangen; 2. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen; Voor het ree en de vos geldt een vrijstelling binnen provincie Utrecht.
Bescherming vleermuizen
Alle soorten vleermuizen zijn wettelijk beschermd door de Wet natuurbescherming. Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn wettelijk strikt beschermd, zowel op basis van de Europese Habitatrichtlijn als in de Nederlandse Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op de genoemde vleermuissoorten, onder andere: 1. Het is verboden de vleermuizen in zijn natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden deze dieren opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen.
Vogels
Vogels zijn minder gevoelig voor verstoring. Vogels met een nest zijn beschermd. Tijdens de bouwfase moet voldoende rekening worden gehouden met broedende vogels. Dit zal worden beschreven in het ecologische werkprotocol. Vogels met een jaarrond beschermd nest waarvoor geen alternatief leefgebied aanwezig is zijn niet waargenomen. Tijdens de gebruiksfase zal het effect van de te verwachte toename van geluid en licht verwaarloosbaar zijn.
Bescherming vogels 3.1 Vogelrichtlijn
Lid 1
Lid 2 Lid 3 Lid 4 Lid 5
3.5 Habitatrichtlijn
Lid 1
Lid 2 Lid 3 Lid 4
Lid 5
3.10 andere soorten Lid 1
Amfibieën
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Amfibieën zijn minder gevoelig voor verstoring. Tijdens de bouwfase moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid van amfibieën. De dieren moet de gelegenheid geboden worden om kunnen vluchten. Dit zal beschreven zijn in het ecologisch werkprotocol.
Amfibieën zijn gevoelig voor licht. Toename van licht in de gebruiksfase zal een negatief effect hebben op amfibieën. Een deel van hun leefgebied, direct grenzend aan de nieuwbouw zal verloren gaan.
Bescherming amfibieën
Alle amfibieën worden in Nederland beschermd door de Wet Natuurbescherming. Soorten opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming zijn: bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker. In provincie Utrecht geldt voor deze soorten een vrijstelling.
5. Advies De das en vleermuizen zijn wettelijk beschermd en ondervinden door de nieuwbouw op het naastgelegen perceel een negatief effect. Tijdens de bouwfase zullen mitigerende maatregelen beschreven worden in een ecologisch werkprotocol zodat de tijdelijke negatieve effecten geminimaliseerd worden. Tijdens de gebruiksfase zullen das en vleermuizen door toename van geluid en licht een langdurig negatief effect ondervinden. Hierdoor worden wetsbepalingen overtreden zoals: • •
Aantasting van de functionaliteit van het geschikte habitat waar de das in voorkomt in kwaliteit; Aantasting van leefgebied van vleermuizen.
De overige zoogdieren en amfibieën zijn ook beschermd maar daarvoor geldt een vrijstelling binnen provincie Utrecht. Vogels zijn beschermd tijdens de nestbouw en broeden. Jaarrond beschermde nesten zijn niet waargenomen. Een negatief effect op het leefgebied van de beschermde das en vleermuizen kan voorkomen worden door een bepaalde afstand te houden tussen de bouwkavels en perceel 434. Deze afstand moet groter zijn dan de negatieve invloed van licht en geluid op het leefgebied mag zijn. Door mitigerende maatregelen te nemen kan het negatieve effect worden verkleind.
Mitigatie door zone met bomen en struiken
Om het negatieve effect te verkleinen kan een zone aan de noordzijde ingericht worden met bomen en struiken. In het bouwplan is deze strook ingericht als ‘’open’’. Deze strook kan beter ingericht worden met groen en een houtwal. De uitstraling van geluid en licht zal dan minder groot zijn waardoor het negatieve effect afneemt.
Mitigatie door verbreden watergang
Om negatieve invloed te verkleinen door betreding van mensen en huisdieren is het goed om de tussenliggende sloot te verbreden. Het negatieve effect zal daardoor verkleind worden.
Mitigatie door tuinen aan zuidzijde
Door de tuinen aan de zuidzijde van de huizen te situeren zal geluid richting perceel 434 afnemen. Het negatieve effect zal daardoor verkleind worden.
Mitigatie door een combinatie van maatregelen
Een combinatie van maatregelen zoals hierboven beschreven kan negatieve effecten waarschijnlijk voldoende wegnemen. Ik adviseer om de watergang te verbreden tot 10 meter, een strook aan de noordzijde van 10 meter te beplanten met dichte struiken en bomen en de tuinen van de huizen aan de zuidzijde te situeren. Als de combinatie van maatregelen niet wordt toegepast schat ik een benodigde bufferzone van minimaal 15 meter voor licht en een benodigde bufferzone van minimaal 50 meter voor geluid. De exacte afstand zal bepaald moeten worden doormiddel van onderzoek. Onderzocht zal moeten worden welke soorten aanwezig zijn, wat essentieel leefgebied van deze soorten is en welk effect de nieuwbouw op de natuurwaarden van perceel 434 heeft.
Bijlage Haagbeuk en Essenbos Algemene beschrijving Haagbeuken- en essenbos wordt gedomineerd door diverse boomsoorten zoals haagbeuk, gewone es, esdoorn en gladde iep. Het betreft rijke bossen op klei- of leemgrond en/of op bodems waar aanrijking plaatsvindt met basen door periodiek hoge grondwaterstanden buiten de invloed van beek of rivier. Vegetatiekundig behoren de bossen tot het Haagbeukenverbond, Iepenrijke Eiken-Essenverbond en Verbond van Els en Es. De bijbehorende struwelen maken ook onderdeel uit van dit type. Het bostype is vaak rijk in structuur en kent een opvallende voorjaarsflora. Haagbeuken- en essenbos komt op verschillende bodemtypen voor met een basisch en vochtig tot vrij nat karakter. Het meeste bos wat tot het beheertype behoort is aangeplant. Ook aangeplante wilgenen populierenbossen in polders behoren hiertoe. De cultuurlijke oorsprong verraadt zich bijvoorbeeld door sporen van voormalig hakhoutbeheer of aanplant in rijen. Haagbeuken- en essenbos omvat bijvoorbeeld de aangeplante bossen op kleibodems zoals in Flevoland, eiken-haagbeukenbossen op lemige zandgrond in (voornamelijk) het oosten van Nederland en de hellingbossen op lemige/kleiige kalkhellingen in Zuid-Limburg. Een rijke voorjaarsflora is kenmerkend in de eiken-haagbeukenbossen en hellingbossen met soorten als daslook, speenkruid en grote muur.
Open plekken worden vaak gedomineerd door ruigtekruiden. In struwelen zijn vlier en doornstruiken aanwezig, bij begrazing ontwikkelen zich ook grazige vegetaties. Het beheertype is bij veel variatie in structuur rijk aan fauna en flora. De bossen in het Heuvellandschap zijn o.a. van belang voor specifieke amfibieën en orchideeën. De jonge polderbossen kennen vaak al wel een hoge rijkdom aan makkelijk koloniserende sporenplanten en vogels, maar zijn relatief arm aan vaatplanten en fauna die karakteristiek zijn voor oudere bosgroeiplaatsen en wel in de Beekdalen en het Heuvellandschap voorkomen.
Afbakening •
• •
Haagbeuken- en essenbos omvat bos- en struweel op basenrijke klei- en leemgronden en/of gronden waar periodiek aanrijking plaatsvindt door periodiek hoge grondwaterstanden buiten de invloed van overstroming van beek en rivier. Maximaal 20% van de oppervlakte wordt gedomineerd door niet inheemse bomen. Op 80% van de oppervlakte wordt geen hout geoogst of is de houtoogst minder dan 20% van de bijgroei. Op de overige oppervlakte kan meer geoogst worden in het kader van omvorming naar een natuurlijker bos.
Natuurkwaliteit Structuur Bij een goede ontwikkeling is dit beheertype rijk zeer gevarieerd in structuur. Het kent een soortenrijke kruidlaag met een uitgesproken voorjaarsaspect, een goed bezette struiklaag en vaak meerdere boomlagen. De bosranden kunnen bezet zijn door doornstruwelen; deze worden ook tot het beheertype gerekend. Open plekken worden vaak bezet door ruigtekruiden; ook deze vallen dan binnen het beheertype. Bij een voldoende ouderdom (en daaraan gekoppeld: structuurrijkdom) zijn de bossen rijk aan flora en fauna, waarbij specifiek het belang voor amfibieën en orchideeën genoemd moet worden.
N14.03 Haagbeuken- en essenbos - Flora en fauna Soortgroep Planten: aardbeiganzerik, amandelwolfsmelk, berghertshooi, blaasvaren, bleek bosvogeltje, bleeksporig bosviooltje, bleke zegge, borstelkrans, bosbingelkruid, bosboterbloem, bosdravik, bosereprijs, bosgeelster, boslathyrus, bosmuur, bosroos, boszegge, bottelroos, bruinrode wespenorchis, christoffelkruid, daslook, dichte bermzegge, donderkruid, donkersporig bosviooltje, eenbes, eenbloemig parelgras, fraai hertshooi, geelgroene wespenorchis, gele anemoon, gele kornoelje, gele monnikskap, gevlekt hertshooi, gewone bermzegge, groene bermzegge, grote keverorchis, gulden boterbloem, heelkruid, klein heksenkruid, herfsttijloos, hokjespeul, kleine kaardebol, knollathyrus, knolribzaad, kraagroos, kruidvlier, kruisbes, kruisbladwalstro, lansvaren, lievevrouwebedstro, mannetjesorchis, muskuskruid, rood peperboompje, ruig hertshooi, ruig klokje, ruwe dravik, schedegeelster, slanke sleutelbloem, stengelloze sleutelbloem, stijve naaldvaren, stijve steenraket, tongvaren, torenkruid, tweestijlige meidoorn, viltroos, vingerzegge, vliegenorchis, vogelnestje, wegedoorn, welriekende agrimonie, wild kattekruid, winterlinde, wit bosvogeltje, witte engbloem, witte rapunzel, zwartblauwe rapunzel Broedvogels: appelvink, boomklever, boomleeuwerik, fluiter, groene specht, kleine bonte specht, middelste bonte specht, nachtegaal, wielewaal, zwarte
specht
Voor volledige beschrijving zie: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/indexnatuur-en-landschap/natuurtypen/n14-vochtige-bossen/n14-03-haagbeuken-en-essenbos\
Inspraakreactie of Zienswijze op bestemmingsplan Datum en tijdstip van verzenden: di 23-05-2023 16:20
eerdere versies van het plan speelt daarbij het niet meer ingepland staan van een groenwal aan de hele Oostzijde van het gebied voor ons een belangrijke rol. We zien dit als een verslechtering van het landelijk klimaat en onze privacy. De hoogte van de gebouwen, tot 12 meter, is een vermindering van onze “horizon”, nl bedrijfsgebouwen die niet uitkomen boven de bestaande groenwal. Wij pleiten voor een herziening van de bouwplannen, maximale hoogte 9 meter, en het vastleggen van het voortbestaan van de gesloten groenwal over de hele lengte van de Oostzijde het perceel in kwestie.
Bijlagen Wil je een bijlage toevoegen
nee
2
Inspraakreactie of Zienswijze op bestemmingsplan Datum en tijdstip van verzenden: do 25-05-2023 21:22
Aanvraag Je bent een Voor wie doe je de inspraakreactie of zienswijze
persoon mijzelf
Persoonsgegevens Voornamen Tussenvoegsel(s) Achternaam Huisnummer Huisnummer huisletter Huisnummer toevoeging Straatnaam Woonplaats Telefoonnummer E-mailadres Je bent succesvol ingelogd met DigiD
Inspraak Wat wil je indienen Zienswijze Op welk ontwerpbestemmingsplan dien je een zienswijze in Weet je het zaaknummer Korte omschrijving van je zienswijze Vul je zienswijze in
107
Breukelen
zienswijze op ontwerpbestemmingsplan Ontwerpbestemmingsplan voor het perceel Zandpad 41 (NL.IMRO.1904.BPZandpad41OW01) nee Zienswijze mbt erfgedeelte "specifieke vorm van openheid" waar m.i. weeffout in zit Zoals tel. besproken met begreep ik dat het de insteek was ter plaatse van de strook linksboven en rechtsboven ofwel het (gele erf bestemming) deel waar de functieaanduiding "specifieke vorm van Wonen Openheid" staat aangegeven. Hier zou het de bedoeling zijn er op dat deel niet bebouwd mag worden. 1
Inspraakreactie of Zienswijze op bestemmingsplan Datum en tijdstip van verzenden: do 25-05-2023 21:22
Dat punt deel ik van harte ook met oog op naastgelegen stukje wat ik van vroeger uit ken als prachtige naastgelegen boomgaard en het achtergelegen natuurgebied-bos. Vanuit dit natuurbos en enigzins ook de omgeving is het een komen en gaan is van natuur/dieren etc. Vandaar mijn betrokkenheid dit mede te willen borgen en behouden. Tpv de groenstrook/ houtwal eronder is het dan ook goed dat hiermee wat ruimte, lucht en natuur/groen wordt behouden alleen had dit beter geweest door te trekken. Hier kom ik verderop terug in deze zienswijze, Kortom als ik de bestemmingsomschrijving lees komt het mij inhoudelijk over dat dit idd niet als erf gezien mag worden voor de regelgeving vergunningsvrij bouwen. Daarmee is echter niet gezegd dat hier niet gebouwd mag worden dmv een vergunningaanvraag. Navraag bij dhr. Wortman levert hetzelfde vraagteken op en bij doorzetting naar vooralsnog geen reactie ontvangen dat dit uitgesloten is. Was dan ook kort dag maar vandaar formaliter deze zienswijze. Als men m.i. een bouwvergunningsplichtig bouwwerk/bijgebouw voor ogen heeft tpv deze 'open' strook dan neemt men deze bouwaanvraag in behandeling en is de weg vrij naar voldoende bouwmogelijkheden volgens de regels van de erfbestemming. Dit is juist wat u naar eigen zegge ook wilde voorkomen met de benoeming van openheid. Mijn vermoeden bestaat dan ook dat hier sprake is van een omissie cq weeffout.
Mijn zienswijze is dan ook dit te corrigeren en zoals bedoeld adequaat in te regelen zodat er geen mogelijkheid tot bouwen in welke vorm/weg dan ook is op die bestemde deelstrook. 2
Inspraakreactie of Zienswijze op bestemmingsplan Datum en tijdstip van verzenden: do 25-05-2023 21:22
Hierin meedenkend zou daar de aanpassing naar enkelbestemming Groen ism de Specifieke vorm van openheid dit op eenvoudige wijze recht zetten. Hierbij wil ik aanvullen dat zeg maar de groen strook/houtwal ism de verbinding van het achtergelegen natuurbos of als het ware de halsslagader horizontaal is doorbroken met erfbestemming. We weten allemaal dat hier in dit gebied zich los van div. vogelsoorten ook reeën, fazanten, hazen en zelfs dassen bevinden. Zou een bijkomende pré zijn als die verbinding met groen doorloopt en 'verkeersbewegingen' van de dieren behouden blijft en/of mogelijk is naar/met het achtergelegen natuurgebied. Mochten er nadere vragen of onduidelijkheden zijn dan wil ik die graag toelichten. Verder een net plan wat een hele verbetering is tov het vorige. Hoop dan ook dat dit euvel recht gezet kan worden en verder geen twijfel overlaat.
Bijlagen Wil je een bijlage toevoegen
nee
3