Woonzorganalyse Stichtse Vecht eindrapport JS.pdf
Tekst van het document
49
locatie in Kockengen met name richten op langdurige zorgvragers (Wlz), die momenteel ca. 50% van de cliënten beslaan.
Cliënten die afkomstig zijn uit de gemeente Stichtse Vecht Van de cliënten (55) die afkomstig uit zijn uit de (herkomst)gemeente Stichtse Vecht weten wij niet exact welk product zij gebruiken (op peilmoment). Op basis van een vergelijking van data op jaarbasis (simulatiemodel Significant) schatten wij in dat ca. 15 het product ‘Beschermd Thuis’ gebruiken, ca. 5 het product ‘Beschermd Wonen Bovenregionaal’, ca. 15 het product ‘Beschermd Verblijf’ en ca. 20 mensen gebruik maken van GGZ-Wonen. Gemiddeld doen er vanuit de gemeente Stichtse Vecht daarmee ca. 1,0 mensen per 1.000 inwoners jaarlijks een beroep op BW (eind 2020). Stichtse Vecht scoort hiermee lager dan het landelijke gemiddelde (2,1 cliënten per 1.000 inwoners; eind 2020). De regio Utrecht scoort met 2,1 mensen per 1.000 inwoners (eind 2020) conform het landelijke beeld. Scenario’s uit het regionale simulatiemodel Bij het schetsen van de vraagontwikkeling houden wij rekening met de instroom- en uitstroomscenario’s die onderzoeksbureau Significant heeft opgesteld voor de regio U-16. Daarin wijken wij enigszins af van de lijn uit het simulatiemodel: we gebruiken meer detail in demografische ontwikkelingen, houden rekening met de groep cliënten die nu gebruik maakt van Wlz-zorg en laten alleen scenario’s die betrekking hebben tot meer zelfstandig wonen, conform de gemeentelijke ambities.
Aan de hand van de bovenstaande ontwikkelingen, indicatiegegevens en de bevolkingsprognose van de gemeente Stichtse Vecht hebben wij een
inschatting opgesteld van de vraag naar Beschermd Wonen binnen de gemeente Stichtse Vecht voor de periode tot en met 2040. Tabel 6.1: Vraag van cliënten per scenario (2021 - 2040; afgerond op vijftallen) Vraag 2021 2025 2030 2035 2040 Demografische doorrekening 55 57 55 54 52 Beschermd Thuis 15 16 15 15 14 Beschermd Verblijf 15 16 15 15 14 Beschermd Wonen Bovenregionaal 5 5 5 4 4 GGZ-Wonen 20 20 20 20 20 Cliëntscenario ambulantisering 55 57 55 54 52 Beschermd Thuis 15 17 17 17 16 Beschermd Verblijf 15 17 17 17 16 Beschermd Wonen Bovenregionaal 5 3 1 0 0 GGZ-Wonen 20 20 20 20 20 Cliëntscenario preventie 55 50 45 39 38 Beschermd Thuis 15 13 11 8 8 Beschermd Verblijf 15 13 11 8 8 Beschermd Wonen Bovenregionaal 5 4 3 3 2 GGZ-Wonen 20 20 20 20 20 Bron: Indicaties BW, Simulatiemodel Significant, Woonzorgweter Companen.
De huidige Stichtse Vechtse vraag bestaat uit ca. 55 mensen (medio 2021). Richting de toekomst verwachten we in demografische doorrekening een stabiele vraag, omdat het aantal 20-65 jarigen niet of nauwelijks zal veranderen. Als de gemeente volledig inzet op preventie én ambulantisering kan de behoefte aan intensieve zorg op termijn gaan teruglopen. Mocht preventie hierin niet succesvol genoeg zijn, zal het beroep op BW-producten minder sterk teruglopen richting de toekomst.
Instroom Beschermd Thuis in de diverse scenario’s De scenario’s uit tabel 5.1 bieden inzicht in de totale cliëntpopulatie met herkomst uit Stichtse Vecht op een peilmoment. Zij zullen echter niet allen 50
Beschermd Wonen ontvangen in de gemeente zelf. Ontwikkelingen zoals de ambulantisering, decentralisatie en de wens van cliënten om lokaal te wonen kunnen aanzet geven tot het spreiden van (verschillende) BW-voorzieningen en producttypes over de (sub-) regio, zodat inwoners uit de eigen gemeente vaker terecht kunnen in lokale voorzieningen. Spreiding breekt (in enige mate) het patroon van regionale wisselwerking. De gemeente en sub-regio hebben aangegeven hierin een lokaal passend aanbod aan zelfstandig wonen met Beschermd Thuis te willen creëren, en niet verder te willen spreiden met geclusterde woonvormen (Beschermd Verblijf, Beschermd Wonen Bovenregionaal en GGZ-Wonen). Het bestaande aanbod in geclusterde woonvormen zal dan een regionale wisselwerking blijven kennen. Om te bepalen welk aanbod in zelfstandig wonen met Beschermd Thuis passend is, kijken we naar de jaarlijks verwachte instroom bij Beschermd Thuis. Niet iedereen met een Beschermd Thuis-indicatie zal echter een woning nodig hebben. Sommige mensen zullen deze zorg in hun bestaande woning kunnen ontvangen, waar in het andere gevallen gaat om mensen die juist een nieuwe thuissituatie nodig hebben (bijv. jongeren, dak- en thuislozen of mensen die verhuizen vanuit een verblijfslocatie).
Tabel 6.2: Instroom cliënten bij BT per scenario (2021 - 2040; afgerond op vijftallen) Vraag 2021 2025 2030 2035 2040 Demografische doorrekening 5 5 5 5 5 Cliëntscenario ambulantisering 5 6 6 6 5 Cliëntscenario preventie 5 4 4 3 3 Bron: Indicaties BW, Simulatiemodel Significant, Woonzorgweter Companen.
Jaarlijks verwachten wij dat de instroom bij BT onder inwoners van Stichtse Vecht ca. 5 mensen bedraagt. Dit aantal zal naar verwachting geleidelijk dalen als de gemeente goed inzet op preventie. Een deel van deze instromende
mensen zal ook een woonvraag hebben, maar een deel van hen zal ook zorg kunnen ontvangen in de huidige woning.
6.3 Aanbodanalyse Companen heeft onder aanbieders een inventarisatie gedaan naar het aanbod aan Beschermd Wonen. In totaal zijn er ongeveer 44 plekken voor BW-cliënten in Stichtse Vecht, waarvan een deel vanaf 2021 aanspraak maakt op Wlz-zorg. Tabel 6.3: Aantal plekken per zorgaanbieder in gemeente Stichtse Vecht (peilmoment begin 2021) Gespikkeld wonen Zorgaanbieders Geclusterd wonen Maarssen Kwintes 23 0 Kockengen Lievegoed 20 Abrona 1 Totaal 44 0 Bron: Aanbodinventarisatie onder zorgaanbieders (1e kwartaal 2021).
6.4 Huisvestingsopgave De gemeente en sub-regio hebben aangegeven een lokaal passend aanbod aan zelfstandig wonen met Beschermd Thuis te willen creëren, en niet verder te willen spreiden met geclusterde woonvormen (Beschermd Verblijf, Beschermd Wonen Bovenregionaal en GGZ-Wonen). Het bestaande aanbod in geclusterde woonvormen zal een regionale wisselwerking blijven kennen. Gelet op bovenstaande informatie, richten wij de huisvestingsopgave op het aantal zelfstandige woningen dat nodig zal zijn om mensen Beschermd Thuis of uit te laten stromen. In de komende jaren verwachten wij op basis van demografische ontwikkelingen geen grote veranderingen ten aanzien van de huidige situatie. De ontwikkelingen in het werkveld bepalen echter ook sterk 51
de vraag. De mate waarin de gemeente en haar partners inzetten op preventie, ambulantisering en / of het gebruik van Beschermd Thuis hebben invloed op het aantal woningen dat benodigd is. Afhankelijk van het gekozen scenario, verwachten wij dat de jaarlijkse instroom bij Beschermd Thuis ca. 5 personen uit Stichtse Vecht bedraagt. Dit aantal kan na verloop van tijd afnemen. Een groot deel van deze instromende mensen zal ook een woonvraag hebben, en zodoende gaan we uit van een huisvestingsopgave van ca. 3 zelfstandige woningen voor instromers. Tabel 6.4: Instroom cliënten bij BT per scenario (2021 - 2040; afgerond op vijftallen) Vraag 2021 2025 2030 2035 2040 Demografische doorrekening 5 5 5 5 5 Cliëntscenario ambulantisering 5 6 6 6 5 Cliëntscenario preventie 5 4 4 3 3 Bron: Indicaties BW, Simulatiemodel Significant, Woonzorgweter Companen.
‘Living Lab’. Met dit gemengd wonen project lopen pilots binnen de U-16 regio, en wonen zorgvragers en zorgdragers gezamenlijk in één woonvorm. Dit kunnen ook uiteenlopende groepen mensen beslaan, zoals ouderen, jongeren en zorgvragers. Mits goed uitgevoerd, kan het gemengd wonen voor sommige zorgvragers sociaal contact, zingeving en ondersteuning bieden.
Behoefte aan meer Skaeve Huse inventariseren Een deel van de mensen met psychische problematiek kan weinig prikkels aan, en is gebaat bij huisvesting in een afgelegen woonomgeving. Ketenpartners geven aan meer behoefte te zien aan ‘skaeve huse’. Deze woningen zijn geschikt voor mensen die weinig prikkels aan kunnen, en staan op enige afstand van de maatschappij. Er is nu nog onvoldoende zicht op de precieze behoefte aan deze woningen in Stichtse Vecht. Wij adviseren om deze behoefte te inventariseren met de zorgaanbieders en corporaties.
6.5 Aanbevelingen Tijdelijke woonruimte realiseren De gemeente heeft in haar uitvoeringsprogramma MOBW actiepunten opgenomen met betrekking tot onderzoek naar tijdelijke huisvesting. Tijdelijke huisvesting kan mensen helpen om een crisisperiode te overbruggen of te werken aan stabilisatie van de zorgvraag. Zodoende kan men sneller weer thuis wonen. Wij onderstrepen daarom het voornemen van de gemeente om tijdelijke woonplekken te creëren. Hiervoor kunnen kansen liggen in vrijkomende plekken op de huidige twee woonlocaties voor Beschermd Wonen. Op termijn verwachten wij in beide cliëntscenario’s ontspanning op het (regionale) intramurale woningaanbod, hetgeen woonruimte kan opleveren in Stichtse Vecht. Een andere mogelijkheid is om een nieuwe geclusterde woonlocatie te vinden in de gemeente of sub-regio, hetgeen ook onderdeel kan zijn van het project 52
7 Zelfstandig wonen met ondersteuning
wordt ‘omgeklapt’. In alle gevallen gaat het hierbij om zelfstandige woonruimte.
In dit hoofdstuk gaan we in op de jaarlijkse vraag naar woonruimte die voortkomt uit de uitstroom uit verblijfslocaties of ambulantisering. Het gaat daarbij om mensen binnen de doelgroepen Beschermd Wonen (GGZ), de Maatschappelijke Opvang, en Jeugdhulp-met-verblijf. We gaan in dit hoofdstuk niet in op de doelgroepen ouderen, verstandelijk gehandicapten en lichamelijk gehandicapten, aangezien er bij die doelgroepen geen of in zeer beperkte mate sprake is van uitstroom vanuit instellingen naar zelfstandige woonruimte.
Companen heeft uitvraag gedaan bij Utrecht over de totale verwachte jaarlijkse uitstroom in de regio en Stichtse Vecht. Centrumgemeente Utrecht geeft in haar kwartaalrapportage (eind 2020) dat er in de regio ca. 12 mensen zijn uitgestroomd die uit Stichtse Vecht afkomstig zijn. Niet al deze mensen zoeken vervolgens ook een woning in Stichtse Vecht.
7.1 Uitstroom binnen MO/BW In de regio Utrecht (U16) wordt de uitstroom vanuit regionale instellingszorg centraal gecoördineerd via Beter Wonen en het Vierde Huis. Vereniging Beter Wonen bestaat uit zorgaanbieders die gevestigd zijn in de U16 regio en cliënten in deze regio begeleiden. Beter Wonen maakt (regionale) afspraken met gemeente en corporaties over het beschikbaar stellen van een contingent aan woningen voor in- en uitstromers uit MO- en BW-voorzieningen. De benodigde woningen voor uitstroom worden evenredig over de regiogemeenten verdeeld, op basis van de herkomst van cliënten. Afgesproken is om de komende vijf jaar jaarlijks 600 zelfstandige woningen beschikbaar te stellen in de regio: 385 in de stad Utrecht en 215 in de overige U16-gemeenten. In 2020 zijn er 357 woningen toegewezen. De matching van bewoners en woningen verloopt grotendeels via de organisatie Het Vierde Huis (228 woningen), maar verloopt deels ook door directe matching tussen zorgaanbieders en corporaties (129 woningen). Het verschilt per casus of het huurcontract direct op eigen naam, of dat de huurder eerst de woning huurt via de zorgaanbieder (voor een periode van max. 2 jaar) waarna het contract
Vierde Huis geeft aan 9 woningen toegewezen te hebben aan zorgvragers vanuit MO/BW in Stichtse Vecht in 2020. Dit aantal beslaat zowel uitstroom vanuit verblijfslocaties als instroom bij Beschermd Thuis. Corporaties stellen jaarlijks 14 contigentwoningen beschikbaar voor uitstromers conform prestatieafspraken; dit contigent werd in 2020 dus niet volledig benut. Dat kan ook te maken hebben met de methode van ‘matching’; momenteel worden er woningen aangeboden op het moment van vrijkomen en daar wordt een gegadigde bij gezocht. In het proces van ‘matching’ kunnen ‘mismatches’ ontstaan tussen het moment van uitstroom en het moment dat woningen vrijkomen. Op basis van bovenstaande informatie schatten wij uitstroom vanuit (regionale) BW- & MO-voorzieningen in op 5-10 uitstromers in Stichtse Vecht op jaarbasis. Daarentegen geldt ook dat bij verdere regionale inzet op preventie en ambulantisering de uitstroom op termijn zal verminderen; een deel van deze woningen zal dan wél nodig zijn ter preventie van instroom.
7.2 Uitstroom onder kwetsbare jongeren De groep ‘kwetsbare jongeren’ (18 tot 23 jaar) die een specifieke vraag heeft op de woningmarkt is eveneens een diverse groep. Een groot deel stroomt rond hun 18e levensjaar uit vanuit vormen van jeugdhulp met verblijf zoals de 53
opvang, pleeggezinnen, gezinshuizen of een ‘residentiële setting’ zoals een behandelgroep. Pleeggezinnen worden hier ook als ‘verblijf’ gerekend, omdat de jongere niet thuis woont. Een deel van hen gaat vervolgens wonen in een zelfstandige woning of kamer, maar er zijn ook jongeren die doorstromen naar instellingszorg of een vorm van begeleid wonen. Begin 2021 maakten 93 jongeren uit Stichtse Vecht gebruik van jeugdhulp met verblijf. In dit onderzoek richten we ons op de kwetsbare jongeren van 17 jaar en ouder in jeugdhulp met verblijf. Deze groep zit tegen de leeftijdsgrens van Jeugdhulp aan en zal daarom spoedig een stap op de woningmarkt (willen) zetten. Begin 2021 ging dit voor Stichtse Vecht om een relatief kleine groep: 20 jongeren in totaal. Tabel 7.1: Gemeente Stichtse Vecht. Jongeren in vormen van jeugdhulp met verblijf (peildatum 1 januari) Leeftijdsgroep Pleegzorg Overige jeugdhulp met verblijf 22 0 Onder 10 jaar 25 7 10-14 jaar 14 5 15-16 jaar 8 6 17-18 jaar 6 0 18 jaar of ouder 75 18 Totaal Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Stichtse Vecht (2021).
Om een inschatting te maken van het soort vervolghuisvesting waar deze jongeren behoefte aan hebben, gebruiken wij de volgende aannames over het jaarlijkse verhuisgedrag (op basis van soortgelijke onderzoeken): • 20% blijft in (verlengde) jeugdhulp en stroomt later uit; • 40% stroomt uit naar geclusterd begeleid wonen. In deze ‘tussenvormen’ werken jongeren met intensieve begeleiding aan zelfstandigheid; • 25% uitstroomt naar zelfstandig wonen (evt. met ambulante begeleiding); • 10% doorstroomt naar Beschermd Wonen;
•
5% doorstroomt naar een Wlz-instelling.
Figuur 7.2: Inschatting jaarlijkse uitstroom vanuit jeugdhulp met verblijf Uitstroomrichting Aantal jongeren Blijft in jeugdhulp 4 Stroomt uit naar geclusterd begeleid wonen 8 Stroomt uit naar zelfstandig wonen 5 Stroomt door naar Beschermd Wonen 2 Stroomt door naar Wlz 1 Totaal 20 Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Stichtse Vecht, bewerking Companen (2021)
7.3 Regulier woonaanbod Om uitstroom uit verblijfslocaties te bewerkstelligen of instroom te voorkomen, is voldoende goedkoop woningaanbod nodig, het liefst met een goede spreiding over de kernen. Daarbij geldt dat de overgang naar een eigen woning in veel gevallen valt te beschouwen als (opnieuw) een stap naar een zelfstandig leven, met alle bijkomende verantwoordelijkheden en vraagstukken. Voor uitstromende zorgvragers moet een zorgvuldige afweging gemaakt worden als het gaat om de woonlocatie. Alles moet erop gericht zijn de kans op terugval te minimaliseren. Denk bijvoorbeeld aan BW-cliënten die baat hebben bij een prikkelarme omgeving of aan jongeren die buiten bereik van verslavingsgevoelige plekken moeten blijven. Een passende woonkwaliteit is sterk afhankelijk van de problematiek waarmee mensen te maken hebben. De problematiek is voor ieder persoon net weer anders en vergt daarom maatwerk. Spreiding van het goedkope woningaanbod geeft (fysieke) ruimte om maatwerk ook goed toe te kunnen passen. Voor het faciliteren van de uitstroom naar zelfstandige woningen, of het faciliteren van Beschermd Thuis, zijn er prestatieafspraken gemaakt om
54
jaarlijks 14 contigentwoningen beschikbaar te stellen in Stichtse Vecht. Deze woningen zijn alleen beschikbaar voor MO- of BW-cliënten.
Vrijkomend goedkoop huuraanbod De 14 contigentwoningen worden beschikbaar gesteld vanuit het vrijkomende goedkope woningaanbod. In de onderstaande tabel geven wij weer hoeveel goedkope huurwoningen er in Stichtse Vecht zijn vrijgekomen. In 2020 werden er in de gemeente Stichtse Vecht ca. 3 woningen aangeboden met een goedkope huur (tot € 442). In de prijsklasse € 442 tot € 633 kwamen circa 144 woningen vrij. Tabel 7.3: Vrijkomend goedkoop huuraanbod (2020)
€442,46 tot €633,25
€633,25 tot €678,66
€678,66 tot €752,33
Boven €752,33
Totaal
Maarssen / Maarssenbroek Tienhoven Breukelen Nieuwer ter Aa Kockengen* Nigtevecht** Nieuwersluis Loenen aan de Vecht Vreeland Loenersloot Totaal
tot €442,46
Kernen
0 0 2 0 0 0 0 0 1 0 3
73 0 47 0 0 0 0 17 7 0 144
34 0 24 0 0 0 0 6 4 0 68
46 0 23 0 0 0 0 13 0 0 82
19 0 0 0 0 0 0 0 0 0 19
172 0 96 0 0 0 0 36 12 0 316
* Door de fusie van Woonstichting Kockengen met Vecht en Omstreken is voor Kockengen geen data aangeleverd over de mutaties in 2020. ** Data voor Nigtevecht is niet opgevraagd bij woningcorporatie WUTA Bron: Inventarisatie corporaties
7.4 Match vraag en aanbod Wij schatten de totale jaarlijkse behoefte aan zelfstandige woonruimte onder uit Jeugdhulp, MO en BW in op 21 tot 26 mensen, bestaande uit 10-15 uitstromers vanuit MO of BW-cliënten, 3 instromende cliënten bij Beschermd Thuis en 13 kwetsbare jongeren die behoefte hebben aan zelfstandig wonen of een begeleide tussenvorm. Tabel 7.4: Verwachte uitstroom vanuit diverse instellingszorg
Herkomst uitstromers Uitstroom uit Beschermd wonen (BW) & Opvangvoorzieningen (MO)
Verwachte uitstroom Ca. 5-10
Instroom bij Beschermd Thuis
Ca. 3
Uitstroom onder kwetsbare jongeren
Ca. 13
Totaal
Ca. 21 – 26
Corporaties stellen momenteel 14 woningen beschikbaar aan zorgvragers binnen MO/BW. Dit contigent is voor deze groep voldoende, en wordt (nog) niet volledig benut. Dit kan er ook mee te maken hebben dat niet alle woningen (tijdig) beschikbaar worden gesteld. Door de vele doelgroepen die woonruimte nodig hebben, staat het aantal vrijkomende woningen onder druk. Uitstromende kwetsbare jongeren kunnen in ieder geval niet terecht in deze woningen, hetgeen een huisvestingsopgave oplevert van ca. 13 jongeren. Voor jongeren tot 23 jaar geldt dat zij geen aanspraak kunnen maken op (volledige) huurtoeslag als zij een woning huren met een maandhuur boven de kwaliteitskortinggrens (442 euro). Voor hen zijn dus alleen de goedkoopste woningen geschikt. In dat segment komen echter maar zeer weinig woningen vrij. Kamerhuur of het delen van een woning lijkt voor deze groep een realistischer optie.
55
7.5 Aanbevelingen Meer aanbod goedkope (tijdelijke) woonruimte De vraag naar passende woonvormen (kleine woningen; al dan niet met begeleiding) voor uitstromers vanuit BW, MO en jongeren is aanzienlijk, terwijl er op jaarbasis relatief weinig (kleine) woningen in de laagste prijsklasse vrijkomen en er ook andere groepen een beroep doen op dit aanbod (zoals statushouders en huishoudens met een laag inkomen). Het zal lastig blijken om met het huidige aantal vrijkomende goedkope woningen in de behoefte van alle groepen te voorzien. Het gat tussen de huurprijs en wat men kan betalen is vooral voor jongeren een probleem. Dit vraagt dus om meer goedkoop aanbod, dan wel om de inzet van instrumenten om het financiële gat te dichten. Wij zien daarbij een kans in het flexibel (her)inrichten van sommige eengezinswoningen, zodat ze kunnen worden bewoond door woningdelers. Deze gedeelde woningen zijn dan (tijdelijk) inzetbaar als betaalbare huisvesting voor uitstromende jongeren. Hiertoe kunnen corporatiewoningen worden getransformeerd, maar we adviseren om ook mogelijkheden te verkennen om particuliere woningen te transformeren naar studio’s en/of kamers. Andere aangedragen oplossingen zijn antikraakconstructies in leegstaande bedrijfswoningen of bedrijfspanden.
Meer aanbod aan tussenvormen Een aangesloten wooncarrière voor jongeren na hun jeugdhulptraject is van groot belang, om te voorkomen dat zij op een later moment terugkeren in verblijfslocaties zoals beschermd wonen. De stap van groepswonen in de jeugdhulp naar zelfstandig wonen is in veel gevallen te groot; er is dus aanbod nodig in tussenvormen zoals een kamertrainingscentrum, Kamers met
Aandacht 11 of groepswonen met een gemeenschappelijke ruimte. Soms wordt begeleid wonen ingezet als een alternatief voor een betaalbare woning in de buurt. Voor jongeren die behoefte hebben aan intensieve begeleiding is dit een goed aanbod, maar jongeren die met lichtere ondersteuning kunnen volstaan zijn wellicht meer gebaat bij hulp bij het vinden van reguliere woonruimte of het vergroten van de mogelijkheden voor woningdelen.
Inclusiviteit in de buurt De ketenpartners zien een lage sociale acceptatie voor onzichtbare gebreken, zoals psychiatrische problematiek of mensen met een (licht)verstandelijke beperking. Er ligt een maatschappelijke opgave om dit stigma weg te nemen en de zorgvraag (in de buurt) verder te normaliseren. Daarnaast neemt het aantal ouderen toe en worden zij steeds (langer) vitaler. Zij heroriënteren zich op hun maatschappelijke bijdrage, nu er gesproken wordt van een ‘3e levensfase’. Ouderen zouden als vrijwilliger een goede rol kunnen spelen in het bewerkstelligen van meer inclusiviteit in de wijk. Om meer inclusiviteit in de buurt te bewerkstelligen zien we diverse aandachtspunten: • Uitstromers vanuit instellingszorg komen vaak terecht waar veel goedkope woningen bij elkaar staan - vaak straten of buurten met een concentratie van sociaaleconomische problematiek. Door uitstomers te huisvesten in deze ‘clusters’, neemt de problematiek in deze gebieden verder toe. Dat zet de leefbaarheid onder druk en kan het draagvlak voor uitstroom ondermijnen. Bij het maken van uitstroomafspraken met corporaties is het essentieel hier aandacht voor te hebben. Dat vraagt om een analyse van de draaglast van straten en buurten, en om de bereidheid om ook buiten de geijkte buurten op zoek te gaan naar geschikte woonruimte voor uitstromers.
11 Dit zijn woningen waar jongeren een kamer huren. De hoofdbewoner coacht huurders
bij het zelfstandig wonen.
56
•
•
• •
Betrokken partijen wijzen op het belang van het goed regelen van zorg en ondersteuning ‘aan de voorkant’, dus voorafgaand aan de uitstroom. Het moet duidelijk zijn welke partij verantwoordelijk is voor de begeleiding na uitstroom, en gedurende welke periode de gemeente deze begeleiding kan garanderen. Voor veel cliënten is het wenselijk dat er een doorgaande lijn is in de begeleiding na uitstroom (dus: dezelfde zorgaanbieder), maar dat is niet in alle gevallen noodzakelijk. Bij noodsituaties moet er snel en gezamenlijk ingegrepen kunnen worden. Om terugval te voorkomen is een ‘zachte landing’ van uitstromers in hun nieuwe buurt essentieel. Dat vraagt om goede communicatie met omwonenden. Hulp bij het kennismaken met buren is soms gewenst. Contact met lotgenoten kan bevorderend werken voor de sociale integratie. Het kan hierbij helpen om ‘buurtcirkels’ op te zetten, waarin kwetsbare mensen die bij elkaar in de buurt wonen, voor elkaar klaar staan (met hulp van een coach). Zorgaanbieders (en ook corporaties) kunnen veel zorgen bij omwonenden wegnemen als zij zorgen voor een vast aanspreekpunt bij vragen en overlast. Activering en begeleiding bij het vinden van werk/dagbesteding (om terugval te voorkomen). Intensieve ambulante ondersteuning die 24/7beschikbaar is (kan ook via beeldbellen, telefonische bereikbaarheid, samenwerking met ander zorgpartijen vanuit zorgsteunpunt).
Verder werken aan ketensamenwerking De organisatie (begeleiding, toezicht, etc.) rondom zorgvragers in gespikkelde en geclusterde woonvormen moet stevig zijn om draagvlak in de buurt te krijgen en te behouden. Om te werken aan verbetering van de leefbaarheid in de wijken, is een uitstekende ketensamenwerking tussen zorginstellingen en woningcorporaties gewenst. Voor de samenwerking zien we de volgende aandachtspunten:
•
•
•
•
•
Leefbaarheid is een verantwoordelijkheid van inwoners, maar ook van professionals in de wijk. Met collega-organisaties moeten afspraken worden gemaakt over wie wanneer nodig is. Men moet ook van elkaar weten wat de ander niet doet, zodat elke organisatie genoeg informatie beschikbaar heeft om de eigen professionals goed in te zetten. Individuele professionals moeten vervolgens genoeg handelingsvrijheid ervaren om deze verantwoordelijk te kunnen nemen, en dus ook om zo snel te kunnen reageren. Hier moet meer ruimte voor worden gemaakt in de toekomst (in budgetten), maar ook in de taakverdeling binnen de organisaties zelf. Het bieden van meer maatwerk kan een manier zijn om de bestaande regels om te buigen en de handelingssnelheid te bevorderen. De “not in my backyard” instelling moet gezamenlijk worden aangepakt. Hierbij kan de nadruk liggen op het snel (gezamenlijk) aanpakken van probleemsituaties. Een andere aanpak kan zijn dat de positieve verhalen van uitstromers beter worden benadrukt. Draag dan uit wat iemand wel kan bijdragen in de wijk. Het is daarbij handig om aan de voorkant te kijken hoe iemand in de wijk kan integreren. Het is daarnaast van groot belang om dezelfde taal te leren spreken. In het fysieke en sociale domein geldt een andere mentaliteit en een ander referentiekader. Dit vraagt om aandacht bij alle partners in de keten.
De AVG moet niet opgeworpen worden als een barrière voor de samenwerking. Het is makkelijk om te schuilen achter wet- en regelgeving, en hierdoor obstakels op te werken in het uitwisselen van signalen en informatie. Dit komt het proces niet ten goede.
Meer gebruik maken van technologie Zorgkantoor Zilveren Kruis geeft aan graag gebruik te maken van nieuwe technologie. De inzet hiervan wordt gezien als randvoorwaarde voor verdere ambulantisering. Digitaal contact of controle/alarmering kan helpen om 57
mensen thuis te laten (blijven) wonen. Dit zal niet direct leiden tot meer efficiency van bedrijfsvoering, maar kan het comfort van de cliënt verhogen.
58
Bijlage 1: Afkortingen en begrippen •
•
•
• • • • • • •
Ambulantisering (GGZ, Jeugd en Beschermd Wonen): afbouwbeleid van intramurale zorg. Een deel van de cliënten die voorheen zorg met verblijf in een instelling kreegt, wordt voortaan ambulant begeleid in hun eigen woning. BW: Beschermd Wonen wordt als verzamelterm gebruikt voor huisvesting van mensen met psychiatrische problematiek. Voorheen ging het daarbij primair over het wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen locaties met een lokale (Beschermd Verblijf) en een bovenregionale functie (Beschermd Wonen Bovenregionaal). Sinds 2020 valt hier ook zorg aan huis onder, onder de noemer Beschermd Thuis. Extramuralisering: het streven om buiten de muren van een zorginstelling gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning. Anders dan bij ambulantisering gaat het niet zozeer om individuele cliënten vanuit een instelling in de buurt te laten wonen, maar dat nieuwe cliënten minder snel worden opgenomen in een instelling. MPT: Modulair Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een deelverstrekking die kan worden gecombineerd met het PGB. PGB: Persoonsgebonden budget: een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert. PG: Psychogeriatrie.
Aandoeningen die gepaard gaan met beperkingen van de geestelijke vermogens (psycho) op hogere leeftijd (geriatrie). Scheiden wonen, zorg en welzijn: Cliënt betaalt zelf de huur en de kosten voor levensonderhoud. SOM: Somatiek. Zorg bij lichamelijke ziektes. VG: Verstandelijk Gehandicapt. VPT: Volledig Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een totale verstrekking die thuis kan worden geleverd.
• • •
Wlz: Wet langdurige zorg Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning Zvw: Zorgverzekeringswet
59
Bijlage 2: Toelichting vraaganalyse Tijdens werksessies met welzijnsorganisaties, corporaties, zorgaanbieders en zorgkantoor zijn diverse trends en ontwikkelingen in het wonen met zorg voor ouderen besproken. Op basis van deze informatie is er een vertaling opgesteld van de zorgvraag naar de woonvraag. Deze vertaling is tweeledig; één op basis van de huidige situatie (2021) en één met verwachtingen voor de toekomst (2040). De basisvariant ouderenzorg bestaat uit een prognose waarbij de huidige situatie (2021) door is gerekend. De trendvariant ouderenzorg rekent met een geleidelijke trendontwikkeling richting de toekomstige situatie. Vertaling van zorgvraag naar woonvraag, basisvariant (2021)
Woonvormen voor 65-plussers in 2021 Regulier wonen Geclusterd wonen 24-uurszorg
Zorgtrede 1 96% 4% 0%
Zorgtrede 2 96% 4% 0%
Zorgtrede 3 94% 6% 0%
Zorgtrede 4 80% 20% 0%
Zorgtrede 5 60% 35% 0%
Zorgtrede 6 1% 14% 85%
In de trendvarianten (mild en sterk) schuiven de percentages in diverse zorgtreden tussen de verschillende woonvormen, op basis van de trends en ontwikkelingen (zie onderstaande tabellen). Vertaling van zorgvraag naar woonvraag, milde trendvariant (2040)
Woonvormen voor 65-plussers in 2040 Regulier wonen Geclusterd wonen 24-uurszorg
Zorgtrede 1 93% 7% 0%
Vertaling van zorgvraag naar woonvraag, sterke trendvariant (2040)
Woonvormen voor 65-plussers in 2040 Regulier wonen Geclusterd wonen 24-uurszorg
Zorgtrede 1 90% 10% 0%
Zorgtrede 2 93% 7% 0%
Zorgtrede 3 75% 25% 0%
Zorgtrede 4 65% 35% 0%
Zorgtrede 5 55% 45% 0%
Zorgtrede 6 5% 10% 85%
Zorgtrede 2 90% 10% 0%
Zorgtrede 3 70% 30% 0%
Zorgtrede 4 60% 40% 0%
Zorgtrede 5 50% 50% 0%
Zorgtrede 6 5% 15% 80%
60
Wij hebben eveneens een aannamestelsel opgenomen voor de kwalitatieve vraag van de doelgroep VG; welke cliënten zijn in staat om gespikkeld te kunnen wonen, nu en in 2040? In zowel de basis- en trendvariant VG houden wij rekening met een verdere extramuralisering. Hieronder geven wij het vertrekpunt weer voor de huidige situatie, en de verwachte situatie in 2040. Vertaling van zorgvraag naar woonvraag (2021)
Zorgzwaartepakketten SG(LVG) VG1 VG2 VG3 VG4 VG5 VG6 VG7 VG8
Aandeel geclusterd 0% 100% 50% 50% 85% 100% 100% 95% 100%
Aandeel gespikkeld 100% 0% 50% 50% 15% 0% 0% 5% 0%
In de toekomstige situatie schuiven de percentages in diverse zorgzwaartepakketten tussen de verschillende woonvormen. Vertaling van zorgvraag naar woonvraag (2040)
Zorgzwaartepakketten SG(LVG) VG1 VG2 VG3 VG4 VG5 VG6 VG7 VG8
1904.112 | Huisvestingsopgave wonen met zorg
Aandeel geclusterd 0% 85% 0% 0% 67% 100% 100% 85% 100%
Aandeel gespikkeld 100% 15% 100% 100% 33% 0% 0% 15% 0%
61
Bijlage 3: Aanbod in Stichtse Vecht per locatie, doelgroep en woonvorm Zorgaanbieder/vastgoedeigenaar Zorggroep de Laren Maria Dommer Careyn Leger des Heils Stichting Zorggroep De Vechtstreek Aanleunwoningen Merenpark Senpathiek Aanleunwoningen Maria Dommer Portaal
Vecht en Omstreken
Habion Kwintes Abrona
Lievegoed Amerpoort Totaal
Locatienaam Sluysoort Maria Dommer Snavelenburg Merenhoef ’t Kampje Overdorp De Aa Senpathiek Achter Maria Dommer Vondelstraat Bisonspoor Bisonspoor Kamelenspoor Zebraspoor Duivenkamp van Lingelaan t Heijcop De Angstel Van Henegouwenlaan Overdorp t Kampje Plus Gerard Doustraat Valkenier Reiger Ons Huis Waterlelie de Kraal Stationsweg Kamelenspoor Totaal
1904.112 | Huisvestingsopgave wonen met zorg
24-uurszorg 24 92 88 75 40 28 78
Ouderen Geclusterd wonen
Verstandelijk beperkten Geclusterd wonen Gespikkeld wonen
92 4 19 46 17 264 45 61 125 64 47 25 114 24 21 64 42 16 14
425
997
15 15 102
Beschermd Wonen Geclusterd wonen Gespikkeld wonen
23 1 9 20 3 12
44
0
62
1904.112 | Huisvestingsopgave wonen met zorg
63