CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Woonzorganalyse Stichtse Vecht eindrapport JS.pdf

Commissie Fysiek Domein 7 december 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 7. 22:15: Woonzorgvisie 2021-203023.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6 Van het complex De Coeborgh (MVGM) zijn de kenmerken in deze paragraaf niet

beschreven.

25

4.5 Aanbod in ‘geschikte’ woningen We hebben de geschiktheid geanalyseerd van in totaal circa 27.050 woningen. Volgens deze analyse is op dit moment een kwart van de totale woningvoorraad in Stichtse Vecht al ‘geschikt’ (24%; ca. 6.420 woningen). Nog eens 38% van de woningen is ‘potentieel geschikt’ (ca. 10.320 woningen). Niet iedere geschikte woning wordt bewoond door een oudere met een mobiliteitsbeperking. We zien dat van de geschikte woningvoorraad de helft wordt bewoond door huishoudens onder de 65 jaar. Deze woningen zijn dus niet beschikbaar voor ouderen met een mobiliteitsbeperking. Van de ca. 6.420 geschikte woningen blijft in praktijk een aanbod over van ca. 2.900 woningen.

Toelichting methodiek In onze analyse van de geschiktheid van de woningvoorraad zijn wij uitgegaan van de volgende meetgraad voor ‘geschiktheid’: alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die eventueel een wandelstok of kruk(ken) gebruiken. Alle appartementen of (galerij)flats gelden als ‘geschikt’, zolang deze over een lift beschikken. Eengezinswoningen wijzen wij als ‘potentieel geschikt’ aan als zij voldoen aan één van deze kenmerken. Zij beschikken over een groot genoeg oppervlak om alle primaire woonruimtes op één woonlaag te bieden: • eengezinswoning, gebouwd na 1998; • inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; • inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; • geschakelde woning.

Figuur 4.6: Gemeente Stichtse Vecht. Aanbod ‘geschikte’ woningen volgens ‘doorzonscan’ (2021)

Bron: WOZ-registratie & BRP, bewerkt door Companen (2021).

Figuur 4.7: Gemeente Stichtse Vecht. Aanbod ‘geschikte’ woningen volgens ‘doorzonscan’ naar leeftijdsklasse(2021) Geschikte woning

36% 0%

Tot 55 jaar

20% 55-64 jaar

14% 40% 65-75 jaar

21%

19%

9%

60%

80%

100%

75-85 jaar

85+ jaar

Bron: WOZ-registratie & BRP, bewerkt door Companen (2021).

Uitsplitsing naar eigendomssituatie De geschiktheidsopgave binnen Stichtse Vecht is onevenredig verdeeld naar de eigendomssituatie. Huurwoningen zijn vaker gelijkvloers dan koopwoningen, en daarmee vaker geschikt voor ouderen. De uitsplitsing van de woningvoorraad naar eigendom laat zien: • Particuliere huurwoningen zijn het vaakst geschikt voor ouderen (82% van de voorraad; ca. 2.020 woningen). In zowel sociale als de particuliere huursector liggen echter weinig kansen om de woningvoorraad geschikt te maken; slechts 13% en 4% (770 sociale huurwoningen; ca. 90 particuliere 26

•

•

huurwoningen) is ‘potentieel geschikt’ en dus met een kleine ingreep geschikt te maken. Ruim de helft (56% en 3.400 woningen) van de sociale huurwoningen is niet geschikt voor ouderen. Dit hangt veelal samen met de afwezigheid van een lift of een nauwe trapopgang, waardoor er geen ruimte is voor een traplift. De grootste opgave ligt in de koopsector; het aandeel ‘geschikte woningen’ is hier klein, terwijl maar liefst de helft (50%; ruim 9.460 woningen) met een kleine ingreep geschikt te krijgen is. Dit komt doordat koopwoningen vaak een grote eengezinswoning zijn. Daarentegen is 15% (bijna 2.750) van de woningen geschikt.

Op basis van de inventarisatie onder corporaties komen we voor de sociale huur uit op een geschiktheid van 22% (1.362 woningen). Van de geschikte sociale woningen zien we het volgende: • 197 woningen zijn rolstoelgeschikt. • 1.165 woningen zijn rollatorgeschikt. Figuur 4.8: Geschiktheid woningvoorraad Stichtse Vecht naar eigendom; Doorzonscan (2021) Sociale huur

22%

22%

Particuliere huur Koop

15% 0%

Geschikte woning

20%

Uitsplitsing naar kern (totaal aanbod) In het onderstaande figuur 3.12 zien we de spreiding van geschikte woningen over de kernen van Stichtse Vecht. De geschiktheid van de woningvoorraad is relatief het hoogst in Tienhoven (36%), terwijl in Oud-Zuilen slechts 4% van de woningen ‘geschikt’ is. Echter zijn deze aantallen relatief laag (ca. 150 woningen in Tienhoven; ca. 7 woningen in Oud-Zuilen) in vergelijking met gemeente Stichtse Vecht (ca. 6.420 woningen). In Breukelen, Loenen aan de Vecht, Maarssen en Maarssenbroek staan relatief veel ‘geschikte woningen’ in absolute aantallen. In het totale aanbod staan in absolute aantallen de meeste ‘potentieel geschikt’ te maken woningen in Breukelen (ca. 1565), Kockengen (ca. 650), Loenen aan de Vecht (ca. 680), Maarssen (ca. 2375) en Maarssenbroek (ca. 4155). Samen zijn deze vijf kernen goed voor maar liefst 90% van het totale aanbod dat ‘potentieel geschikt’ te maken is. Opvallend is dat binnen Oud-Zuilen maar liefst 62% van de woningen ‘potentieel geschikt’ te maken is. Daarnaast zijn er relatief veel ‘niet-geschikte’ woningen in de kleinere kernen zoals Nieuwer Ter Aa, Nigtevecht, Vreeland. Hier liggen wellicht kansen voor nieuwbouwnieuwbouw.

56% 82%

4% 15%

50%

35%

40%

60%

Potentieel geschikte woning

80%

100%

Niet-geschikte woning

Bron: WOZ-registratie & BRP, bewerkt door Companen (2021).

27

Figuur 4.9 Gemeente Stichtse Vecht. Geschiktheid van de totale voorraad naar kern Breukelen

30%

Kockengen Loenen aan de Vecht

24%

Loenersloot

19%

Maarssen

38%

37%

40%

34%

8%

Nigtevecht

27%

59% 30% 32% 62%

36%

33%

48%

Loenersloot

41%

Maarssen/Maarssenbroek

34%

Nieuwer Ter Aa

32%

Nieuwersluis

Vreeland

26%

32%

42%

Gemeente Stichtse Vecht

24%

38%

38%

0% Geschikt voor ouderen

20%

Loenen aan de Vecht

40%

Geschikt te maken

60%

80%

Niet geschikt voor ouderen

Bron: WOZ-registratie & BRP, bewerkt door Companen (2021).

Uitsplitsing naar kern (sociaal aanbod) In figuur 3.12 zien we de spreiding van sociale huurwoningen over de kernen van Stichtse Vecht. In Breukelen, Kockengen, Maarssen, Nigtevecht en Vreeland staan relatief de meeste geschikte sociale huurwoningen. In absolute aantallen dragen Breukelen, Kockengen, Loenen aan de Vecht en Maarssen het meest bij aan de totale hoeveelheid geschikte woningen. Van alle woningen die geschikt zijn, zijn 197 woningen rolstoelgeschikt. Deze woningen staan met name in twee kernen: Breukelen (106) en Maarssen (90). In Stichtse Vecht staan binnen het sociale aanbod totaal ca 3.400 woningen die ‘niet geschikt’ zijn. Loenersloot en Nieuwer Ter Aa laten zien dat het aanbod vaker ‘niet geschikt’ is dan in de gemeente, echter zijn deze aantallen relatief

57%

37%

61%

21%

18%

100% 55%

19%

26%

87%

13%

100%

Nigtevecht 100%

49%

31%

21%

Kockengen 6%

39%

33%

22%

Breukelen

36%

42%

Nieuwersluis

Figuur 4.10: Gemeente Stichtse Vecht. Geschiktheid van de sociale huurvoorraad naar kern

47% 36%

19%

Oud Zuilen 4% Tienhoven

36%

46%

28%

Maarssenbroek Nieuwer Ter Aa

34%

17%

laag (5 in Loenersloot en ca. 15 in Nieuwer Ter Aa). De meeste ‘niet geschikte woningen’ staan in Maarssen (ca. 2.020) en Breukelen (ca. 520).

48%

18%

35%

Oud Zuilen

42%

58%

Tienhoven

45%

55%

Vreeland

90%

10%

Gemeente 0% Geschikt voor ouderen

56%

22%

22% 20%

40%

Geschikt te maken

60%

80%

100%

Niet geschikt voor ouderen

Bron: inventarisatie corporaties, bewerkt door Companen (2021).

4.6 Welzijn, zorg en woonomgeving In diverse onderzoeken zijn wij met ouderen en ouderenorganisaties in gesprek gegaan over hun woonbehoefte. Hieronder zetten wij uiteen welke randvoorwaarden belangrijk zijn in zorg, welzijn en aanpalende domeinen, en laten we zien welke welzijns- en zorgvoorzieningen momenteel waar aanwezig zijn in de gemeente.

28

Fysieke omgeving In elke kern wonen mensen met mobiliteitsbeperkingen. Het is daarom wenselijk om in elke kern aandacht te hebben voor de toegankelijkheid, zoals het wegnemen van drempels in de openbare ruimte en een goede spreiding van voorzieningen. Ook is het wenselijk om in gebieden waar dementerenden wonen duidelijke borden en instructies te vermelden om deze groep wegwijs te maken. De nabijheid en bereikbaarheid van veel voorzieningen ligt voor mobiliteitsbeperkten op loopafstand, terwijl vitale ouderen deze voorzieningen doorgaans op fietsafstand willen hebben. De noodzakelijke voorzieningen beslaan daarbij OV-haltes, dagelijkse winkels, supermarkt, huisarts en de apotheek. Ouderen met een scootmobiel hebben voor dit hulpmiddel een berging of schuur nodig. Eigen parkeerruimte staat eveneens hoog op de wensenlijst van ouderen. Voor mensen met dementie geldt dat de nabijheid van een woonzorgcentrum en dagopvang gewenst is. Zij vinden het doorgaans ook prettig om buitenruimte te hebben nabij het huis. Dit kan een tuin zijn, maar bijvoorbeeld ook een balkon. Op deze wijze zijn ouderen met dementie vrij om het huis uit te gaan en hebben zij een dagelijkse bezigheid. Voor ouderen met dementie is het wonen in een rustige omgeving belangrijk. Dementerende ouderen kunnen in drukke omgevingen de grote hoeveelheid prikkels niet goed aan.

Sociale omgeving Ouderen zoeken ook sociale contacten, ondersteuning en veiligheid in de woonomgeving. Voor alle ouderen geldt dat aanwezigheid van mantelzorg of familie in nabijheid het langer zelfstandig wonen bevordert. Ouderen met dementie kunnen door de eigen kwetsbare positie geïsoleerd gaan leven, waar ouderen met een mobiliteitsbeperking een beperkte afstand kunnen afleggen. Zij vinden sociaal contact in bezoek aan nabije voorzieningen of hun eigen

sociale netwerk, maar voor een deel van hen is een ontmoetingsruimte in de nabijheid zeer gewenst, bijvoorbeeld als eenzaamheid toeneemt door het wegvallen van de partner. Ouderen in contact brengen met jongere generaties wordt doorgaans ook vaak als zeer prettig ervaren en zorgt voor een groter sociaal netwerk, mits dit niet leidt tot overlast. Zorg en ondersteuning De zorgvraag neemt toe naarmate mensen ouder worden. 75-plussers met een lichamelijke of psychogeriatrische beperking vragen daarbij naar hulp in het huishouden, helpen met boodschappen, persoonlijke verzorging en verpleging. De mate van de beperking is bepalend voor welke zorg precies nodig is. Ook mensen die dementerend zijn wonen steeds vaker langer thuis. Dit betekent dat de druk op mantelzorgers de afgelopen jaren is toegenomen en een grote(re) impact heeft op familieleden en verplegers. Technologische oplossingen kunnen in een deel van deze ondersteuningsvraag voorzien. Voor de huidige generatie ouderen zijn technologische oplossingen in de zorg en ondersteuning echter veelal te ingewikkeld en te duur. Zij geven aan hier moeilijk mee om te kunnen gaan en dementerenden kunnen het veelal niet meer aanleren. De veelvoud aan keuzes creëert onvoldoende zicht op wat goed is en wat werkt. Een uitleenservice kan hier een oplossing voor zijn.

Ergotherapie kan daarnaast een grote positieve invloed hebben op het dagelijks (be)handelen van een persoon met dementie. Het kan gaan om dagelijkse activiteiten als koffie zetten, boodschappen doen, maar ook het bijbrengen van technologische kennis. Ergotherapie richt zich op de problemen die een oudere ervaart, maar ook op de problemen die de mantelzorger ervaart. Tijdens de therapie worden de problemen zo praktisch mogelijk aangepakt en samen met de oudere en de mantelzorger gezocht naar mogelijke oplossingen.

29

Aanwezige voorzieningen In de kaarten op de volgende pagina’s geven wij de aanbodlocaties weer per wijk en kern. Via de onderstaande link kunt u de kaart inzien van diverse locaties voor wonen, zorg en welzijn. Voor de groep ouderen is nabijheid van voorzieningen van groter belang, door de beperkte afstanden die mensen met een mobiliteitsbeperking kunnen afleggen. In de link kunt u in- en uitzoomen per gebied om te bezien welke huisvesting nabij voorzieningen gelegen zijn, en om te bezien welke gebieden (met voorzieningen) kansrijk zijn voor nieuwe ontwikkelingen voor ouderenhuisvesting. https://www.companen.nl/arcgis/woonzorgstichtsevecht Maarssen & Maarsenbroek In Maarssen & Maarsenbroek zien we diverse clusters aan voorzieningen. In algemene zin zijn deze voorzieningen goed verspreidt over de wijken, en staan bijna alle locaties voor ouderenhuisvesting op loopafstand van diverse welzijnsen zorgvoorzieningen. In Maarsen (Op Buuren en Zandweg-Oostwaard) zijn diverse zorgvoorzieningen aanwezig, die allen net binnen loopafstand van een geclusterde woonvormen staan. Hier ontbreken echter welzijnsvoorzieningen. Dit geldt ook voor de Zeeheldenbuurt en Zogwetering. Ook in Maarssenbroek ontbreken voorzieningen in de buurten Boomstede, Bloemstede en Fazantenkamp. Deze gebieden zijn minder geschikt als woonomgeving voor ouderen.

Breukelen-Noord staan momenteel geen woonlocaties, maar hier zijn wel diverse voorzieningen aanwezig met een centrale ligging. Dit gebied is kansrijk voor een nieuwe locatie. In Breukelen-Zuid zien we zowel geen woonlocaties als weinig voorzieningen. Dit gebied is minder kansrijk voor een nieuwe locatie, tenzij de locatie zelf veel inpandige voorzieningen biedt. Loenen aan de Vecht In Loenen aan de Vecht zien we een concentratie van voorzieningen en woonlocaties rondom het centrum. Het dorp biedt te weinig schaalomvang voor veel voorzieningen buiten het centrum; ouderen die deze voorzieningen in nabijheid willen hebben kunnen wel terecht in de huidige woonlocaties, die centraal gelegen zijn. Kockengen In Kockengen zien we dat de huidige woonvorm voor ouderen (met slechts 4 plekken) op fietsafstand van het ontmoetingscentrum ligt. Het is de vraag of dit kwalijk is; ouderen die hier wonen hebben waarschijnlijk wél de keuze gemaakt om minder beroep te doen op voorzieningen. Vreeland & overige kernen In Vreeland zien we een cluster aan voorzieningen in het centrum: een fysiotherapeut, huisarts, supermarkt en een dorpshuis. In de kern zijn nog geen woonlocaties aanwezig, maar het voorzieningenniveau zou dit wél aankunnen. Voor de overige kernen geldt dat er weinig voorzieningen aanwezig zijn.

Breukelen In Breukelen zien we een concentratie aan welzijns- en zorgvoorzieningen rondom de huidige woonvormen voor ouderen. Deze woonvormen zijn allen nabij een ontmoetingsruimte, huisarts, apotheek, fysiotherapeut en OV-halte gelegen. Alleen de supermarkt bevindt zich op fietsafstand, hetgeen ondervangen kan worden door bezorging van boodschappen aan huis. In 30

/ Maarssenbroek

31

32

33

34

4.7 De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod Kwantitatieve opgave Een vergelijking van de vraagprognose met het aanbod aan woonvormen voor ouderen laat zien dat het woningaanbod aan geclusterd wonen en 24-uurszorg voor ouderen op dit moment onvoldoende is om in de vraag te voorzien. In onderstaande tabel is te zien wat de balans is van vraag en aanbod, uitgaande van het huidige aanbod en een bandbreedte in de vraagprognose. Negatieve getallen geven aan dat er een tekort is, positieve getallen duiden op overschotten. Tabel 4.7: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen in de twee trendvarianten VraagVraagAanbod Aanbod Vraag-Aanbod Vraag-Aanbod 2021 2025 2030 2040 Geschikt regulier 560 330 tot 430 70 tot 280 -350 tot 100 wonen Geclusterd wonen -160 -400 tot -510 -700 tot -940 -1.240 tot -1.780 24-uurszorg -100 -190 tot -200 -300 tot - 340 -560 tot -660 Totaal 300 -180 tot -370 -770 tot -1.180 -1.800 tot -2.690 Bron: aanbodinventarisatie, prognosemodel Companen.

Uit het overzicht blijkt dat het aanbod aan geclusterde woningen in de huidige situatie een tekort van 160 woningen omslaat. Dit houdt in dat de vraag momenteel groter is dan het aanbod. Dit tekort zal richting de toekomst grotere vormen aannemen, waardoor actie met betrekking tot nieuwbouw op korte termijn gewenst is. Bij gebrek aan aanbod zal de doorstroming steeds lastiger op gang komen en zal zorg vaker in individuele woningen moeten worden geleverd. Ook in de capaciteit aan 24-uurszorg zien we momenteel een tekort van ca. 100 plekken. Geleidelijk ontstaat er een groot tekort aan plekken, oplopend tot

minimaal 560 en maximaal 660 plekken (afhankelijk van het vraagscenario). Dit tekort loopt fors op, mede omdat de gemeente Stichtse Vecht in snel tempo zal vergrijzen. De huidige vraag naar geschikte woningen bedraagt circa 2.240 woningen. De vergrijzing zorgt ervoor dat deze behoefte in 2040 zal zijn opgelopen tot circa 4.580 woningen. Het huidige aanbod van geschikte woningen in Stichtse Vecht bedraagt circa 6.420 geschikte woningen, waarvan er 2.900 worden bewoond door ouderen. Dit aantal is momenteel nog voldoende om te voorzien in de huidige vraag, maar rond 2025 kan dit aanbod al te krap worden. Dit tekort laat zich lastig vatten in cijfers; veel geschikte woningen worden immers (nog) niet door ouderen bewoond, waardoor er een overschot nodig is aan geschikte woningen om alle ouderen, zeker de huishoudens met een bewoner die een mobiliteitsbeperking ervaart, goed te kunnen huisvesten. Hoeveel geschikte woningen uiteindelijk benodigd zijn om in de behoefte van ouderen te voorzien zal altijd een samenspel zijn van voldoende aanbod en voldoende beschikbaar aanbod. Daarin zit enige schuifruimte, maar de simpele conclusie is dat het huidige aanbod, zonder nieuwbouw, woningaanpassingen of betere matching, na 2025 niet meer zal voorzien in de behoefte.

Daarnaast is het gros van de geschikte woningen hooguit ‘rollatorgeschikt’; uit de inventarisatie onder corporaties komt een aantal van 197 ‘rolstoelgeschikte’ woningen naar voren. Alle rolstoelgeschikte woningen die in beeld zijn gebracht, betreffen woningen in geclusterde woonvormen voor ouderen die het bezit zijn van corporaties. Wij hebben niet in beeld hoeveel woningen in privaat eigendom rolstoelgeschikt zijn (gemaakt). Dit lijkt aan de krappe kant, gezien de vraag van ca. 280 mensen. Een deel van de mensen die een rolstoel gebruikt, kan echter ook uit de voeten met een rolstoeltoegankelijke (in plaats van rolstoeldoorgankelijke) woning, omdat ze de rolstoel alleen buitenshuis gebruiken. Richting de toekomst verwachten wij 35

echter een tekort van ca. 200 rolstoelgeschikte woningen. Daarnaast blijft het de kunst om vrijkomende rolstoelgeschikte woningen goed te blijven matchen aan de behoefte van mensen in rolstoel. Het is daarin handig om een registratie bij te houden van woningen die rolstoelgeschikt zijn (gemaakt). Tabel 4.8: Toename in vraag naar geschikt wonen (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal) Geschikte woningvraag Toename 2021 2030 2040 2021-2040 280 390 480 +200 Rolstoelgeschikte woning 1.930 2.660 3.290 +1.360 Rollatorgeschikte woning Totaal 2.220 3.050 3.770 +1.550 Bron: Woonzorgweter, Companen

Kijkend naar de marktsegmentatie, dan zien wij nu nog ontspanning op het sociale huuraanbod. Dit zal tussen 2025 en 2030 omslaan richting een tekort. In de particuliere sector (huur én koop) zien we oplopende tekorten aan geclusterde woonvormen. In deze segmenten is weinig aanbod voorhanden, hetgeen de doorstroming stokt onder ouderen met een middel of hoog inkomen of vermogen. Tabel 4.9: Vraag-aanbodbalans geclusterd wonen, uitgesplitst naar marktsegmenten (2021 – 2040) VraagAanbod Vraag-Aanbod Vraag-Aanbod Vraag-Aanbod 2021 2025 2030 2040 125 25 tot -105 -205 tot -375 -495 tot -895 Sociale huur -65 -95 tot -105 -135 tot -155 -225 tot -275 Vrije huur -225 -285 tot -305 -360 tot -405 -515 tot -615 Koop -1.240 tot Totaal -160 -400 tot -510 -700 tot -940 1.780 Bron: Woonzorgweter, Woon2018.

Op kernniveau zien we een huisvestingsopgave in alle grote kernen, op zowel korte als lange termijn. De uitzondering daarop is Maarssen, waar het aanbod erg ruim is en vermoedelijk een brede functie vervult voor omliggende kernen. Tabel 4.10: Huisvestingsopgave per kern tot 2030 en tussen 2030 en 2040 Kern

Opgave tot 2030

Opgave 2030 tot 2040

Maarssen

Overschot van 85 tot 95 plekken in 24-uurszorg in 2030 Overschot van 370 tot 430 plekken geclusterde woningen in 2030 220 plekken in 24-uurszorg 580 tot 670 geclusterde woningen

Overschot van 25 tot 35 plekken in 24-uurszorg in 2040 Overschot van 180 tot 310 plekken geclusterde woningen in 2040 120 tot 150 plekken in 24-uurszorg 220 tot 320 geclusterde woningen

50 tot 60 plekken in 24-uurszorg 145 tot 185 geclusterde woningen 30 plekken in 24-uurszorg 55 tot 100 geclusterde woningen

40 tot 50 plekken in 24-uurszorg 100 tot 140 geclusterde woningen 10 tot 20 plekken in 24-uurszorg 30 tot 50 geclusterde woningen

Nieuwer Ter Aa Kockengen

20 geclusterde woningen 30 plekken in 24-uurszorg 80 geclusterde woningen

10 geclusterde woningen 10 tot 20 plekken in 24-uurszorg 100 geclusterde woningen

Vreeland

20 plekken in 24-uurszorg 40 tot 50 geclusterde woningen

10 tot 20 geclusterde woningen

Tienhoven

20 plekken in 24-uurszorg 30 tot 40 geclusterde woningen

10 tot 15 geclusterde woningen

Nigtevecht

40 geclusterde woningen

10 tot 20 geclusterde woningen

Nieuwersluis

10 geclusterde woningen

5 tot 10 geclusterde woningen

Loenersloot Oud-Zuilen

20 geclusterde woningen 10 geclusterde woningen

5 tot 10 geclusterde woningen 5 tot 10 geclusterde woningen

Maarssenbroek Breukelen Loenen aan de Vecht

Bron: Woonzorgweter, Woon2018.

In Breukelen en Maarssenbroek zien we de grootste huisvestingsopgave, in relatie tot het huidige inwoneraantal en het huidige aanbod. In de meeste 36

kleine kernen zien we (op termijn) ruimte voor een kleinschalige geclusterde woonvorm (bijv. een woonboerderij), mits hiervoor aantoonbaar behoefte en draagvlak bestaat in de kern. In de kleine kernen is 24-uurszorg geen mogelijkheid, dit zou middels een MPT of VPT wellicht wel aan huis kunnen worden geboden.

Kwalitatieve opgave De kwantitatieve vergelijking van vraag en aanbod vertelt slechts een deel van het verhaal. In paragraaf 4.4 hebben wij ook gekeken naar de mate waarin het geclusterde aanbod voldoet aan het kwalitatief kader voor ‘geclusterd wonen voor ouderen’. Op het gebied van ontmoeting, toegankelijkheid en nabijheid tot voorzieningen als supermarkten en bushaltes voldoen de meeste complexen. Voor enkele complexen geldt dat een supermarkt niet nabij is, bijvoorbeeld in Kockengen. Hier zou het wenselijk zijn om te bekijken of een boodschappenservice aanwezig is / gebruikt wordt. Een belangrijk aandachtspunt ligt in de scootmobielberging. Slechts een klein deel van de woningen een scootmobielberging in het complex. Met het oog op de toenemende vraag naar geclusterd wonen voor ouderen ligt hier een opgave om het bestaande aanbod aan te passen zodat het wel in alle gevallen genoeg bergingscapaciteit bezit. Uit de werksessie met ketenpartners kwam daarnaast naar voren dat er behoefte is aan meer variatie in het geclusterd aanbod, waaronder meer aanbod in het hogere segment. Het aanbod in de particuliere sector is vrij beperkt, en kan de nodige uitbreiding gebruiken. Wij adviseren om het bouwprogramma primair op de particuliere huur en koopsector te richten, al zal er secundair ook behoefte blijven aan uitbreiding van de sociale sector.

4.8 Aanbevelingen ouderen en mensen met een lichamelijke beperking

Samenwerking en visievorming De lokale opgave voor ouderenhuisvesting is groot én prangend. We zien tekorten in absolute zin, zowel op het gebied van geclusterd wonen voor ouderen als van plekken voor 24-uurszorg. Maar ook in de huidige situatie is er een kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod, in marktsegmentatie en eenzijdigheid van het woningaanbod. Om deze opgave goed op te kunnen pakken is een brede en structurele samenwerking nodig tussen gemeente, projectontwikkelaars, corporaties, zorgaanbieders en welzijnspartijen. Eén van de eerste punten om in gezamenlijkheid op te pakken, is het uitwerken van de gezamenlijke visie. In de visie kan antwoord worden gegeven op vragen als; Aan welke minimale eisen moet een ‘geclusterde woonvorm voor ouderen’ voldoen (denk aan toegankelijkheid, aanwezigheid ontmoetingsruimte, aanwezigheid scootmobielberging en ligging t.o.v. voorzieningen)? Welke zorg- en welzijnsvoorzieningen zijn inpandig of nabij? Wat betekent dit voor de beoordeling van nieuwe wooninitiatieven en voor gewenste aanpassingen in bestaande complexen? Hoe willen partijen ervoor zorgen dat een groter deel van het ‘geschikte aanbod’ ook daadwerkelijk wordt bewoond door mensen met een mobiliteitsbeperking? Gaat de voorkeur uit naar het faciliteren van zo-lang-mogelijk-blijvenwonen in de eigen woning (incl.

woningaanpassingen en het bieden van zorg en ondersteuning in die thuissituatie), naar het bevorderen van doorstroming of naar beide tegelijk? Wat betekent dit voor het gemeentelijk beleid t.a.v. woningaanpassingen en voor de inzet van instrumenten om de doorstroming te bevorderen? Hoe gaat de gemeente om met aanvragen voor grote woningaanpassingen als er aanbod aan geschikte woningen nabij is en een verhuizing dus ook tot de mogelijkheden behoort? In hoeverre zien de partijen het voorsorteren op een prettige oude dag als een eigen verantwoordelijkheid van de inwoners, en waar als een 37

-

gezamenlijke verantwoordelijkheid? Wat betekent dit voor de mate waarin en de manier waarop de gemeentelijke overheid en ketenpartners ouderen willen faciliteren? Welke (aanvullende) zorg- en welzijnsinfrastructuur is nodig om langer zelfstandig wonen mogelijk te maken in elke kern? Wat kan hierin per kern worden aangebonden?

Kerngerichte benadering in wonen, zorg en welzijn De ketenpartners in wonen, welzijn en zorg zien potentie in kerngerichte huisvesting en gezamenlijke gebiedsontwikkeling. Deze samenwerking speelt op diverse facetten: Gemeente en aanbieders kunnen samen uitstippelen in welke werkgebieden zij zitten, en hoe zij aansluiten op de zorgbehoefte per kern. De woonzorgcentra in Stichtse Vecht kunnen een brede maatschappelijke functie hebben voor de buurt. Vanuit deze locaties kan men wijkverpleging, respijtzorg of thuiszorg verlenen aan de buurt. Op sociaal vlak kan een toegankelijke (en openbare) ontmoetingsruimte de sociale binding in complex en buurt versterken. Hier kunnen ook activiteiten voor buurtbewoners en andere zorgvragers worden georganiseerd. Dagbesteding of verenigingen kunnen hier een plek krijgen. Hierin werkt een gezamenlijke publiek-private aanpak met aanjagers bevorderlijk. Een kerngerichte benadering vraagt ook om aansluiting met woningbouw: mantelzorgwoningen, tussenvormen en ook woningaanpassingen. Samen staan partijen in de kernen aan de lat om doorstroming op gang te brengen. In gezamenlijkheid kunnen zij ouderen benaderen met aanlokkelijk aanbod, zodat zij minder vaak noodgedwongen verhuizen. Het opstellen van een gezamenlijke communicatiecampagne is hierin een wenselijk voorstel: verzamel en trechter informatie voor de ouderen.

Elke oudere heeft baat bij kennis over de mogelijkheden voor (het financieren

van) particuliere woningaanpassingen, de inzet van kleine technologische oplossingen en het beschikbare welzijnsaanbod. Aanvullende instrumenten betreffen de inzet van een ouderenmakelaar of een huurgewenningsbijdrage (tijdelijke of permanente tegemoetkoming in de huurprijs, veelal ingezet om ruime gezinswoningen vrij te spelen).

Nieuwbouw realiseren, ook in hoger segment De nieuwe generatie ouderen vraagt om meer én ander aanbod. Dat de vraag groeit, staat vast. Maar het beeld van de ‘nieuwe oudere’ is ook meer diffuus. Over het algemeen is de nieuwe generatie ouderen vitaler, vermogender en hoger opgeleid dan voorgaande generaties. Ze beslissen steeds vaker zelf over hun toekomst en komen vaker met eigen wooninitiatieven bij de gemeente. In de werksessie met ketenpartners werd benadrukt dat het met name voor ouderen met een hogere inkomens- en vermogenspositie nu al lastig is om een passende woning te vinden in de gemeente Stichtse Vecht, en deze groep zal in de komende jaren groeien. Uit de aanbodinventarisatie blijkt dat het aanbod aan sociale huurwoningen voor ouderen relatief ruim is, maar in het hogere segment is weinig te vinden voor de groep met meer financiële mogelijkheden. Er blijft echter ook een grote groep ouderen in Stichtse Vecht met een kwetsbare inkomenspositie. Zij blijven aangewezen op de sociale huursector. Slotsom is dan ook dat, om aan te sluiten bij de toekomstige vraag, meer diversiteit nodig is in geclusterde woonvormen (bijvoorbeeld in woningtype, leefstijlen, leeftijden, aanwezigheid van welzijnsvoorzieningen en mate van collectiviteit).

Vaker inzetten op co-creatie Om meer diversiteit te bereiken is co-creatie een goede mogelijkheid. Sinds de nieuwe Woningwet richten corporaties zich primair op huisvesting voor de sociale doelgroep. De mogelijkheden voor het bouwen van woningen in het middensegment zijn beperkt. Om desondanks tot realisatie van 38

ouderencomplexen te komen, helpt het om een goede relatie met een ontwikkelende partij te hebben. Zo kunnen combinaties worden gezocht van complexen met middenhuur, koop en sociale huur, waarin een (natuurlijke) menging kan ontstaan van zorgvragers en zorgdragers. Vanwege de Daebregelgeving 7 kunnen corporaties de ontwikkeling van een dergelijk concept niet ter hand nemen. Wel kunnen zij het sociale huurdeel van een dergelijk concept ‘turnkey’ 8 afnemen van een ontwikkelaar. Hiervan zijn diverse geslaagde voorbeelden in Nederland aan te wijzen.

Stimuleren nieuwe woonvormen De opkomst van nieuwe woonvormen voor ouderen zoals ‘hofjeswonen’ biedt kansen om de variatie in het aanbod te vergroten. Woonvormen waarin zowel voor mensen zonder zorgvraag als mensen mét zorgvraag samen wonen, dragen bij aan een samenleving waarin mensen eigen regie houden en naar elkaar omkijken. De nieuwe hofjes kunnen grondgebonden woningen zijn rondom een binnenplaats, maar ook kleinschalige appartementencomplexen die door hun vorm uitnodigen tot gemeenschapsleven en zorg voor elkaar. Wij adviseren de gemeente een stimulerende en faciliterende rol te vervullen in het mogelijk maken van nieuwe wooninitiatieven. Hierbij kan men de Stimuleringsregeling Wonen, zorg en welzijn van het ministerie van VWS betrekken.

Doorstroming bevorderen Veel ouderen kiezen er pas op een relatief laat moment voor om te verhuizen, naar geclusterd wonen of om kleiner te gaan wonen. Veel verhuizingen naar 24-uurszorginstellingen zijn zelfs noodgedwongen. Dit zorgt voor onwenselijke woonsituaties, maar belemmert ook de doorstroming op de woningmarkt. Deze regelgeving schrijft voor dat corporaties niet meer dan 10% van hun bezit mogen inzetten voor huurders die buiten hun primaire doelgroep (lagere inkomens) vallen. 8 Term voor woningen die in volledig gebouwde staat worden opgeleverd. 7

Grote gezinswoningen blijven zo onbereikbaar voor jonge gezinnen. Wij adviseren dat de gemeente blijft inzetten op bewustwording onder ouderen over de keuzes omtrent langer zelfstandig thuis wonen. Ouderen die graag zo lang mogelijk willen blijven wonen in hun huidige woning, moeten kennis hebben over de mogelijkheden voor (het financieren van) particuliere woningaanpassingen, de inzet van kleine technologische oplossingen en het beschikbare welzijnsaanbod. Om de doorstroming naar geclusterd wonen te bevorderen, is het wenselijk om te werken met een ouderenmakelaar of wooncoach 9 en financiële instrumenten zoals een huurgewenningsbijdrage.

Uitleenservice van technologie aanbieden Wij adviseren om een uitleenservice van technologische oplossingen aan te bieden, met een website waarop men de diverse oplossingen kan bekijken. Door te inventariseren en de drempel voor gebruik te verlagen, zullen meer mensen de oplossingen (tijdig) gaan gebruiken. Technologie kan er niet alleen voor zorgen dat ouderen een verhuizing kunnen uitstellen, maar vooral dat zij comfortabeler en veiliger kunnen wonen – of dit nu in een instelling is of in een reguliere woning. Via een tablet kunnen ouderen hun boodschappen bestellen, maar ook videobellen met een zorgverlener. En GPS-trackers maken het mogelijk om mensen met dementie een deel van hun vrijheid te laten behouden. Hoewel technologie soms als ‘koud’ wordt ervaren, kunnen goede toepassingen een grote bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven van ouderen. In de visiebijeenkomsten kan geïnventariseerd worden welke technologische oplossingen een meerwaarde bieden.

9 De makelaar of coach vormt een aanspreekpunt voor ouderen die nadenken over een verhuizing,

wijst naar informatiebronnen en adviseert over passende woonruimte en toewijzingsprocedures.

39

Randvoorwaarden voor positieve gezondheid Dit onderzoeksrapport signaleert opgaven en knelpunten. Ouderdom is echter geen ‘medisch probleem’, dat vraagt om ‘oplossingen’ die enkel vanuit zorg worden aangevlogen. Er is gerichte zorg nodig voor de groep die dat echt nodig heeft, maar voor een veel grotere groep ouderen is het vooral belangrijk om oog te hebben voor het welzijn, zingevingsvraagstukken en het voorkomen van eenzaamheid. Dit wordt ook wel gezien als een benadering op ‘positieve gezondheid’. In de visiebijeenkomsten staan we stil bij de elementen die bijdragen aan positieve gezondheid, om ook te bezien waar bijsturing nodig is per kern. We gaan op de behoefte aan ontmoeting, de maatschappelijke integratie, zingeving én het lichamelijk functioneren van ouderen. Daar aangrenzend staan wij ook stil bij de kwaliteit van ondersteuning van de mantelzorgers, een groep die dient als belangrijke steunpilaar van de gezondheid. Als een mantelzorger wegvalt door overbelasting, kan er een acute woonvraag ontstaan voor de zorgbehoevende. Dat willen wij voorkomen. Door het sociaal (en digitaal) netwerk rondom de mantelzorger te verstevigen en respijtzorg aan huis te bieden, heeft de mantelzorger straks meer opties om op terug te vallen. Mantelzorgers geven aan deze ondersteuning nodig te hebben om langdurig in hun rol te voorzien.

Het is wenselijk om te onderzoeken of de mogelijkheden voor respijtzorg bekend genoeg zijn.

40

5 Mensen met een verstandelijke beperking De groep mensen met een verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. Zij kunnen onder andere behoefte hebben aan verpleging of verzorging, huishoudelijke hulp of begeleiding bij gedragsproblematiek. Wonen met andere verstandelijk beperkten in een geclusterd woonconcept is doorgaans prettig voor deze groep. Een deel van de verstandelijk beperkten is ook zelfredzamer en woont in toenemende mate zelfstandig in de kern. In dit hoofdstuk brengen wij de behoefte aan geclusterde en gespikkelde plekken voor zorg met verblijf voor de VG-groep in beeld, en zetten we deze vraagontwikkeling af tegen het bestaande aanbod. In dit onderzoek richten wij ons primair op de groep die gebruik maakt van Wlzzorg. Dit houdt in dat we het hebben over mensen die ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Deze mensen staan onder permanent toezicht of ontvangen 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Omdat we ingaan op de groep mensen die levenslang behoefte hebben aan zorg met verblijf, spreken we niet over een groep die uitstroomt. In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz voor mensen met een verstandelijke beperking iets beperkter geworden. Nieuwe cliënten met een lichte zorgvraag (Wlz-indicaties VG 1 en 2) kunnen tegenwoordig geen beroep meer doen op een woonplek in een instelling.

In plaats daarvan krijgen zij ondersteuning vanuit de Wmo. Het is niet bekend om hoeveel cliënten het hier gaat. Bestaande cliënten met een lichte zorgvraag die in een instelling wonen, mogen hier wel blijven. Ondanks de beperkte toegang tot Wlz-indicaties, zien wij een landelijke trend waarin er steeds meer mensen een indicatie voor VG hebben. Dit geldt ook voor de gemeente Stichtse Vecht. Deze groei is sterker

dan de algehele bevolkingsgroei. Deels wordt dit verklaard doordat ook mensen met een verstandelijke beperking steeds ouder worden. Andere mogelijke verklaringen zijn herindicering of betere diagnostiek. De VG-doelgroep gaat steeds vaker extramuraal wonen, hetgeen meer vraag creëert naar wonen in de wijk (gespikkeld wonen). Door technologische ontwikkeling in de zorg is het steeds vaker (beter) mogelijk om buiten een instelling te wonen. Daarnaast is er een toenemende vraag zichtbaar vanuit cliënten (en verwanten) om het zorgpakket zelf samen te stellen.

5.1 Welzijn, zorg en woonomgeving In diverse onderzoeken zijn wij met mensen met een verstandelijke beperking en hun begeleiders in gesprek gegaan over hun woonbehoefte. Hieronder zetten wij uiteen welke randvoorwaarden belangrijk zijn in zorg, welzijn en aanpalende domeinen. Fysieke woonomgeving Ten aanzien van de woning (eigen voorzieningen, oppervlak, buitenruimte) formuleren VG-cliënten meestal weinig concrete woonwensen. In hun beleving gaat het vaak om de woonvorm die als prettig of niet prettig wordt ervaren. Hierin kan naar gelang worden geschoven in meer of minder zelfstandigheid en het type woonomgeving (rustig of prikkelend). Een deel van de cliënten geeft wel aan dat zij graag bij voorkeur met leeftijdsgenoten willen samenwonen, waarmee zij beter kunnen communiceren. Een belangrijke notie is dat de doelgroep VG bijzonder heterogeen is: een deel ervaart ook lichamelijke beperkingen en heeft dus een woning nodig die rolstoelgeschikt is. De variatie in de VG-doelgroep betekent dat zorgvastgoed flexibel gebouwd moet worden; het liefst is een woning geschikt te maken voor een veranderende zorgzwaarte. Ook de VG-doelgroep wordt ouder; dit stelt eisen aan het woonzorgvastgoed.

41

Sociale woonomgeving Ook voor de doelgroep VG geldt dat zij nabijheid wensen tot voorzieningen. In het bijzonder gaat het daarbij om de supermarkt, huisarts en het OV. Goede OV-bereikbaarheid kan leiden tot een lager beroep op de regiotaxi. In het type buurt zoekt een deel van de cliënten vooral rust en ruimte, waar een ander deel juist behoefte heeft aan reuring. De doelgroep zoekt in het contact met de buren naar af en toe een praatje, maar behoeft niet veel contact met de buren. Doorgaans willen cliënten wel graag buren hebben, zodat ze zich niet geïsoleerd voelen in de wijk. Zorg en ondersteuning Het is wenselijk dat begeleiders per cliënt kijken wat zij wel en niet kunnen. Een groepsbenadering werkt niet voor de gehele groep, al clusteren zorgaanbieders clusteren verstandelijk beperkten vaak op basis van leeftijd, zorgzwaarte en het al dan niet voorkomen van een combinatie met psychiatrische klachten om een zekere mate van homogeniteit te bereiken. Uiteindelijk wordt een dergelijk cluster vanzelf weer heterogeen door individuele ontwikkelingen in de zorgvraag.

5.2 Woonvraag van verstandelijk beperkten Het aantal Wlz-indicaties in Stichtse Vecht voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) is over de jaren 2015 tot en met 2021 gestegen van 155 naar 225. Tussen de jaren 2015 en 2017 neemt het aantal indicaties een grote sprong van 55 indicaties. In de werksessie spraken deelnemers het vermoeden uit dat een deel van de doelgroep in die periode is overgegaan naar de gemeenten, maar dat een deel van deze groep later alsnog een VG-indicatie heeft gekregen. Hiermee lijkt de toename in indicaties tussen 2015 en 2017 vooral een ‘reparatie’ van de overgang tussen de AWBZ en de Wlz/Wmo. Figuur 4.1: Ontwikkeling van het aantal Wlz-indicaties met grondslag VG (2015-2021) 300 250 200

205

205

210

225

225

2017

2018

2019

2020

2021

150 100 50 0

Een deel van de doelgroep krijgt ambulante begeleiding en/of persoonlijke begeleiding, maar ook zijn er situaties waarbij de persoon in een zelfstandige woning woont waar de begeleiders langskomen voor een vragenuurtje. Met betrekking tot de groep die intensieve begeleiding nodig heeft, is het belangrijk dat de persoonlijke en ambulante begeleiders dicht in de buurt zijn. Snelle en adequate zorgverlening is een belangrijk aspect in de woonervaring. Het gebruik van technologie in de dienstverlening werkt wisselend voor de doelgroep. De één ervaart het als een handig communicatiemiddel, de ander mist de emotionele band bij het communiceren via een scherm of kan niet goed met het middel overweg.

155

180

2015

2016

Bron: CIZ-databank

Aan de hand van de CIZ-indicatiegegevens en de bevolkingsprognose van de gemeente Stichtse Vecht hebben wij een inschatting opgesteld van de zorgvraag van verstandelijk beperkten voor de periode tot en met 2040. In deze prognose is inzichtelijk gemaakt hoe de totale zorgvraag van verstandelijk beperkten zich zal ontwikkelen. Hierin hebben wij rekening gehouden met een stijging van het aantal inwoners met een Wlz-indicatie voor VG van 2% per jaar. Dit is gebaseerd op de langdurige landelijke trend waarin het aantal Wlzindicaties voor VG met iets meer dan dit percentage jaarlijks stijgt. In de 42

werksessie met ketenpartners werd de toegenomen levensverwachting en vitaliteit van de groep verstandelijk beperkten genoemd als een belangrijke verklaring voor deze toename. Dit blijft ook naar de toekomst relevant. De onderstaande grafiek toont de verwachte vraag naar zorg-met-verblijfplekken. De stijging van de vraag naar woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking die we hier zien is – naast de genoemde stijging van het aandeel mensen met een VG-indicatie – vooral het gevolg van een stijging van de totale bevolking van de gemeente Stichtse Vecht. Figuur 4.2: Gemeente Stichtse Vecht. Basisprognose VG (2021 - 2040)

300 250 200 150 100

230

240

250

270

280

2021

2025

2030

2035

2040

De basisprognose wordt kwalitatief verdeeld over geclusterd en gespikkeld wonen. In onze vraagberekeningen gaan wij daarbij uit van een beperkte verdere extramuralisering. De mate waarin cliënten gespikkeld zullen wonen stellen wij afhankelijk van het type VG-indicatie 10. De vraag naar gespikkelde woonvormen zal in de basisprognose oplopen van ca. 10 woningen nu naar 40 woningen in 2040. Het aandeel gespikkeld wonen groeit daarmee van 7% naar 14%. In gesprekken met aanbieders horen wij terug dat dit wel eens het ‘plafond’ zou kunnen zijn. De interactie tussen sommige zelfstandig wonende VG-cliënten en hun buren is beperkt. Daarnaast wil een groot deel van de verstandelijk beperkten liever samen blijven wonen, vanwege de onderlinge sociale interactie in een geclusterde woonvorm. Zelfstandig wonen blijft daarmee een persoonsgebonden keuze, waarbij de randvoorwaarden per individu moeten kloppen.

50 0

Bron: CIZ-databank, bevolkingsprognose gemeente Stichtse Vecht, bewerking Companen.

Tabel 4.1: Gemeente Stichtse Vecht. Basisprognose woonvormen VG (2021 - 2040) 2021 2025 2030 2035 2040 Basisprognose 230 240 250 270 280 Geclusterd wonen 200 200 210 210 210 Gespikkeld wonen 10 20 20 30 40 Overige woonsituaties* 20 20 20 30 30

*Onder overige woonvormen vallen VG-cliënten die thuis wonen of bij ouderinitiatieven. Deze woonvormen zijn lastig in beeld te brengen en zodoende in een restcategorie ondergebracht. Bron: CIZ-databank, Monitor Langdurige Zorg, bevolkingsprognose gemeente Stichtse Vecht, bewerking Companen.

10

Zij bijlage 2 voor het overzicht van dit aannamestelsel.

43

Trends en ontwikkelingen In de werksessie is besproken welke trends van invloed zullen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg in de gemeente Stichtse Vecht. Daaruit kwam het volgende naar voren. Technologie • Mensen met een verstandelijke beperking kunnen door de inzet van sociale robots zelfstandiger leven. Ze helpen de klant bij de dagindeling en ondersteuning van activiteiten. De robot stuurt herinneringen voor dagtaken en kan bijvoorbeeld aangeven of het verstandig is om een jas aan te trekken als de klant naar buiten gaat. Ook stimuleren robots de communicatieve en sociale vaardigheden door zelf gesprekken te voeren én berichten af te spelen van verzorgers en naasten. • Er zijn tal van apps en e-learning modules voor de gehandicaptenzorg ontwikkeld. Apps kunnen bijvoorbeeld helpen bij het herkennen en reguleren van emoties. Apps zijn op alle momenten van de dag beschikbaar, zo kunnen ze ondersteuning bieden wanneer de klant dat nodig heeft. Daarnaast zijn e-learning modules die helpen bij het behouden van de ‘eigen regie’. De klant kan dan in eigen tijd blijven werken aan zelfstandigheid. • Er zijn medische hulpmiddelen die helpen bij het vergroten van de leefomgeving. Er zijn helmen die als kraag onder kleding gedragen kunnen worden en bij een valbeweging omhoog schieten als een helm.

Doordat de helm onzichtbaar is, kunnen klanten met val-gevaar met meer vertrouwen op pad. Ook zijn er apps in ontwikkeling die als virtuele geleidelijn dienen. Die helpen klanten om in onbekende gebouwen eenvoudig te navigeren. Lokaal wonen In verschillende delen van het land horen wij dat cliënten in toenemende mate willen wonen in de omgeving waar zij opgegroeid zijn of vertrouwd mee zijn. In

veel kleinere gemeenten worden daardoor in de laatste jaren meer kleinschalige woonlocaties aangeboden. In de werksessie in de gemeente Stichtse Vecht werd deze trend herkend. Als een gevolg van de ‘lokaal wonen’-trend verwachten wij dat deze vraag zich in de toekomst geleidelijk meer evenwichtig zal spreiden over het land. Als scenario nemen wij mee dat de vraag naar VG-plekken in de verschillende gemeenten in de regio meer verdeeld gaat worden naar rato van het aantal inwoners, waardoor het gat tussen het regionaal (ca 6,0 VG-cliënten per 1.000 inwoners) en gemeentelijk gemiddeld aantal VG-cliënten (ca 3,5 VG-cliënten per 1.000 inwoners) wordt gedicht. Meer spreiding houdt in dat er meer plekken nodig zijn in de gemeente Stichtse Vecht en juist (relatief) minder binnen de regio. Met dit scenario spiegelen we voor hoe gemeenten vaker kunnen inspelen op de lokale behoefte aan (geclusterde) woonvormen. Spreiding van woonzorgplekken voor VG is echter geen doel op zich, maar dient het belang van families om familieleden met een beperking in de nabijheid te kunnen huisvesten, dichtbij het sociale netwerk. Onderstaande tabel geeft weer hoe de vraag zich in dit scenario naar de toekomst toe zal ontwikkelen.

Tabel 4.2: Scenario ‘Lokaal wonen’ naar woonvormen (2021 - 2040) 2021 2025 2030 Scenario 'Lokaal Wonen' 230 300 360 Geclusterd wonen 200 250 290 Gespikkeld wonen 10 20 30 Overige woonsituaties* 20 30 40

2035 440 350 50 40

2040 520 400 70 50

*Onder overige woonvormen vallen VG-cliënten die thuis wonen of bij ouderinitiatieven. Deze woonvormen zijn lastig in beeld te brengen en zodoende in een restcategorie ondergebracht. Bron: CIZ-databank, bevolkingsprognose gemeente Stichtse Vecht, bewerking Companen.

5.3 Aanbodanalyse 44

Aan alle zorgaanbieders in de gemeente Stichtse Vecht die zich richten op zorg voor verstandelijk beperkten is gevraagd hoeveel woonzorgplekken zij hebben voor deze doelgroep. In de onderstaande tabel wordt het geïnventariseerde aanbod weergegeven. Tabel 4.3: Aanbod naar woonvorm (2021) Zorgaanbieder Geclusterd wonen Maarssen Abrona 58 Amerpoort 15 Breukelen Amerpoort 15 Kockengen Abrona 14 Totaal 102 Bron: Aanbodinventarisatie zorgaanbieders gemeente Stichtse Vecht.

Gespikkeld wonen 0 3 0 9 12

5.4 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod Bij het opstellen van de huisvestingsopgave tonen wij een bandbreedte van de vraag met daarin zowel het basisscenario als het trendscenario ‘lokaal wonen’. De huidige verdeling van aanbod over de regio is naar verhouding scheef, waardoor Stichtse Vecht relatief weinig huisvesting voor haar eigen inwoners met een beperking heeft. De gemeente heeft echter beperkte sturingsmogelijkheden om een andere verdeling van Wlz-plekken over de regio te bewerkstelligen. De beweging van het ‘lokaal wonen’ staat of valt met de wil van het zorgkantoor en zorgaanbieders om aanbod te spreiden, om zo vaker te voorzien in de wens van cliënten om dicht(er) bij familie te wonen. De basisprognose geeft een ‘neutraal’ toekomstbeeld, waarin er rekening wordt gehouden met demografische ontwikkelingen (zoals bevolkingsgroei of een stijgende levensverwachting). Een vergelijking van de vraagprognose met het

huidige woonzorgaanbod voor de doelgroep verstandelijk beperkten, laat het volgende zien: • Voor geclusterd wonen zien we momenteel al een groot tekort van 100 plekken, als gevolg van het beperkte woningaanbod. Door demografische ontwikkelingen, waaronder een toegenomen levensverwachting van de groep mensen met een verstandelijke beperking, zal de vraag gaan toenemen. Afhankelijk van de mate van spreiding loopt het tekort op minimaal 110 plekken en maximaal 300 plekken; het verschil tussen wat er gedaan moet en kan worden om in de lokale behoefte te voorzien. • Wij zien een tekort van 10 plekken aan gespikkeld wonen. Dit tekort zal oplopen naar 60 plekken. Meer cliënten willen en kunnen zelfstandig wonen. Hierover kan het zorgkantoor afspraken maken met zorgaanbieders en corporaties. Tabel 4.4:

Vraag en aanbod aan geclusterde woonvormen voor VG (afgerond op tientallen)

Woonvormen

VraagVraag-aanbod aanbod 2025 2021 Geclusterd wonen -100 -100 tot -150 Gespikkeld wonen 0 -10 Totaal -100 -110 tot -160 Bron: prognosemodel Companen.

Vraag-aanbod 2030

Vraag-aanbod 2040

-110 tot -190 -10 tot -20 -120 tot -210

-110 tot -300 -30 tot -60 -140 tot -360

5.5 Aanbevelingen VG Nieuwbouw van geclusterd wonen als hoge prioriteit De huisvestingsopgave voor geclusterde woonvormen VG in Stichtse Vecht is groot. In de gemeente is relatief weinig woningaanbod aanwezig voor met een verstandelijke beperking. Hierdoor moeten veel jongvolwassenen met een verstandelijke beperking verhuizen naar buiten de gemeente voor passende huisvesting, of zien we ouders het initiatief nemen voor woongroepen. De komende jaren zal de behoefte (landelijk) licht blijven toenemen, en zullen 45

meer inwoners in Stichtse Vecht huisvesting zoeken. Dit is een continu groeiende vraag. We zien echter ook veel ruimte (en behoefte) om eigen inwoners met een beperking vaker in Stichtse Vecht te huisvesten. Om meer ruimte te bieden aan het lokaal wonen, adviseren wij zorgaanbieders, zorgkantoor (zorgverzekeraar) en gemeente om gezamenlijk mogelijkheden te zoeken voor nieuwbouwlocaties.

Diversiteit in samenwerking met ketenpartners Bij uitbreiding zou het streven moeten zijn om meer variatie in het aanbod te krijgen: bijvoorbeeld in woningtype, geschiktheid, zelfstandigheid, locatie en ontmoetingsplekken, passend bij de behoefte van verschillende groepen mensen met een verstandelijke beperking. Dit vraagt om een gezamenlijk beeld van de verschillende groepen, en hun verschillende behoefte in wonen, zorg en welzijn. Hierin kan het wenselijk zijn om persona’s (typologieën) voor groepen mensen met een beperking uit te werken. Op basis van persona’s kunnen passende woonlocaties geïdentificeerd worden, die van invulling kunnen worden voorzien door gesprekken met ouders, zorgaanbieders, corporaties en het zorgkantoor aan te gaan. De gemeente kan hierin een faciliterende rol spelen.

46

6 Beschermd wonen Beschermd Wonen (BW) is bedoeld voor mensen (tijdelijk) die niet zelfstandig kunnen wonen vanwege veelal psychische en/of psychosociale problematiek. Sinds 2021 is BW uiteengevallen in twee groepen: bewoners met een langdurige zorgvraag (GGZ-Wonen in de Wlz) en bewoners met een meer kortdurende zorgvraag (Beschermd Wonen in Wmo). Beschermd wonen (Wmo) is uitstroomen herstelgericht en heeft een tijdelijk karakter, waar de groep met Wlzfinanciering minder of geen perspectief heeft op uitstromen en doorgaans toewerkt naar stabilisatie. Beschermd Wonen wordt in diverse vormen aangebonden, aan zowel Wmo- als Wlz-cliënten. In dit hoofdstuk maken we een analyse van de ontwikkeling van de vraag naar plekken voor zorg met verblijf voor mensen met een indicatie voor BW en zetten we dit af tegen het bestaande aanbod.

Organisatie Beschermd Wonen in de U-16 regio Stichtse Vecht maakt onderdeel uit van de maatschappelijke opvang en beschermd wonen (MOBW) regio Utrecht (U-16). Centrumgemeente Utrecht is verantwoordelijk voor de zorg in alle regiogemeenten en is ook budgethouder. In BW worden vier producttypes aangeboden in de regio Utrecht, waarvan drie producten binnen de Wmo: • Beschermd Thuis (Wmo): cliënten wonen met dit product zelfstandig of gespikkeld, en ontvangen zowel geplande als acute zorg aan huis. De begeleidingsvraag is intensief of zeer intensief. • Beschermd Verblijf (Wmo): cliënten wonen geclusterd of groepsgewijs. De zorg bestaat uit 24-uursbegeleiding die aanwezig of oproepbaar is. De woonvorm is met name bedoeld voor mensen uit de eigen sub-regio (Utrecht-West). • Beschermd Wonen Bovenregionaal (Wmo): cliënten wonen geclusterd of groepsgewijs. De zorg bestaat uit specialistische of prikkelarme 24-

•

uursbegeleiding die aanwezig is. De woonvormen dienen een bovenregionale functie; cliënten komen uit diverse gemeenten uit de U16. GGZ-Wonen (Wlz): cliënten wonen doorgaans geclusterd of groepsgewijs, maar zouden ook (langdurig) begeleiding aan huis kunnen ontvangen. De zorg bestaat uit langdurige 24-uursbegeleiding die aanwezig of oproepbaar is, gericht op stabilisatie van de zorgvraag.

Wmo-cliënten in Beschermd Wonen kunnen het wonen betaald krijgen vanuit hun indicatie (met wooncomponent). Ook is het mogelijk dat de cliënt zelf (een deel van de) huur betaald. Dit gebeurt soms na een overgangsperiode waarin de zorgaanbieder de huur betaalt.

Veranderingen in het landelijke BW-stelsel Op dit moment is de rijksbijdrage voor Beschermd Wonen gebaseerd op het historisch zorgvolume (aantal regionale cliënten in 2015) Vanaf 1 januari 2023 gaan de Rijksmiddelen voor Beschermd Wonen in tien jaar gefaseerd over van centrumgemeenten naar de regiogemeenten, en worden de rijksbijdrage gebaseerd op een nieuw ‘objectief verdeelmodel’. Het objectieve verdeelmodel gebruikt voorspellende factoren voor de lokale vraag van cliënten naar BW. Daarnaast ontvangt een deel van de huidige Beschermd Wonen-cliënten vanaf 1 januari 2021 financiering vanuit de Wlz, omdat zij ‘levenslang’ ondersteuning nodig hebben. Zorg en verblijf worden dan niet meer betaald vanuit de Wmo, maar vanuit de Wlz en door het zorgkantoor. Landelijk wordt verwacht ongeveer 35% van het cliëntenbestand in 2020 straks financiering uit de Wlz zal krijgen. De woon- en zorgvraag van deze doelgroep zal onder dit nieuwe financieringsregime niet wezenlijk veranderen. De cliënten hebben immers ook in de toekomst behoefte aan een beschermde woonplek. Vanwege de soortgelijke woonvraag, nemen wij in dit hoofdstuk zowel Wmo- als Wlzcliënten mee. 47

Verandering in lokaal en regionaal beleid De bovenstaande ontwikkelingen stellen gemeenten voor een transitieopgave. De U-16 gemeenten zijn daarom druk bezig om de regionale samenwerking in de toekomst vorm te geven, en om te bepalen welke huisvesting waar benodigd zal zijn. Onderzoeksbureau Significant heeft voor de regio een simulatiemodel ontwikkeld voor het Beschermd Wonen, dat rekening houdt met diverse instroomscenario’s. Deze lokale analyse haakt in op dit simulatiemodel en dient als een bouwsteen binnen dit regionale proces. Recente ontwikkelingen Sinds 2020 is het ‘Beschermd Thuis’ pas officieel als product ingetreden. Voorheen werd er ook intensieve ambulante begeleiding aan huis geboden via andere producten; dit is per 2020 overgezet naar ‘Beschermd Thuis’. Sinds de invoering van Beschermd Thuis neemt het gebruik in aantal en aandeel toe. Ook ‘Beschermd Wonen Bovenregionaal’ is in 2020 nieuw ingekocht. Dit betreft hoofdzakelijk omzettingen, zonder effect op het gebruik. Simulatiemodel Significant In het simulatiemodel zijn vier cliëntscenario’s voorgeprogrammeerd, die elk uitgaan van diverse instroom- en uitstroomprognoses. Deze scenario’s zijn nog niet vastgesteld. In deze analyse geven wij een voorspiegeling van de uitkomsten voor de gemeente Stichtse Vecht. Wij nemen twee van de scenario’s bij de hand in dit onderzoek, naast een basisprognose: 1. Basisscenario.

Demografische doorrekening van de huidige cliëntpopulatie 2. Cliëntscenario ambulantisering. In dit scenario stromen Wmo-cliënten sneller uit en wordt er veel gebruik gemaakt van Beschermd Thuis om instroom bij verblijfslocaties te voorkomen. 2. Cliëntscenario preventie. Dit scenario gaat uit van een hoge inzet op preventie, waardoor er minder gebruikt gemaakt wordt van professionele zorg (inclusief Beschermd Thuis).

Lokale uitgangspunten transitie In het uitvoeringsprorgramma MOBW van de gemeente staat beschreven welke koers de gemeente vaart op het gebied van Beschermd Wonen. Dit programma is opgesteld in regionale afstemming met de sub-regio. In de nieuwe situatie wonen de cliënten zoveel mogelijk thuis, in de eigen gemeente, in de wijk. In de aanpak staat dat de gemeente een aantal zaken op orde wilt hebben, de zogenoemde ‘basis-set’. De basis-set bestaat uit diverse onderdelen; hieronder vermelden we de aandachtspunten m.b.t. wonen, zorg en welzijn: • Lokale ambulante behandeling en ondersteuning • Voldoende zelfstandige woningen en woningen in gemengd wonen • Tijdelijke woonruimte voor mensen die het even niet zelf redden • Informele zorg door familie, vrienden, vrijwilligers en buurtgenoten • Integratie in de wijk door buurtbewoners te betrekken • Preventie en vroegsignalering De gemeente zet daarmee in op meer zelfstandig wonen met een zorgvraag in de wijk. Het regionaal uitgangspunt is dat er geen nieuwe BW-voorzieningen bij komen, maar dat er meer gebruik wordt gemaakt van Beschermd Thuis.

6.1 Welzijn, zorg en woonomgeving In diverse onderzoeken zijn wij met mensen met psychiatrische problematiek en hun begeleiders in gesprek gegaan over hun woonbehoefte. Hieronder zetten wij uiteen welke randvoorwaarden belangrijk zijn in zorg, welzijn en aanpalende domeinen.

48

Fysieke woonomgeving Er is een grote variëteit aan woonvormen binnen BW: van groepswoningen waar de cliënten alleen een eigen slaapkamer hebben, tot geclusterde woonvormen waarin cliënten in een eigen appartement wonen en alleen als zij daar behoefte aan hebben gebruik maken van gemeenschappelijke voorzieningen. Ook kunnen mensen in reguliere woningen wonen met een BWindicatie (Beschermd thuis of gespikkeld wonen); idealiter zijn deze woningen gelegen in de nabijheid van een steunpunt (begeleiding).

ambulante begeleiding thuis bevordert het zelfstandig wonen van deze doelgroep. De begeleiding wordt gesplitst over verschillende taken. Zo kan een cliënt persoonlijke begeleiding ontvangen voor de problematiek, en begeleiding bij administratieve en/of huishoudelijke zaken. Continuïteit, snelheid en kwaliteit in de persoonlijke begeleiding wordt als zeer prettig ervaren. De cliënten zijn gebaat bij het creëren van een vertrouwensband en snel contact. Omwonenden en vastgoedeigenaren zijn juist gebaat bij het snel en goed oppakken van signalen van overlast of probleemsituaties, zodat gezamenlijk (tijdig) een oplossing kan worden gevonden.

Het is afhankelijk van de persoon welke kenmerken van wonen en woonomgeving goed passen. Doorgaans is de behoefte aan het groepswonen laag onder cliënten. Een deel waardeert deze woonvorm wel, mits de slaapkamers ruim genoeg zijn. Zij delen graag voorzieningen met anderen vanwege de sociale interactie die dat meebrengt. Een zelfstandige woonsituatie is voor deze groep (nu) niet geschikt. De meeste cliënten geven de voorkeur aan een eigen appartement met een aparte slaapkamer en eigen sanitaire voorzieningen. Voor cliënten die gespikkeld wonen zijn goede geluidsisolatie en een laag prikkelende woonomgeving doorgaans gewenst.

6.2 Vraaganalyses BW

Sociale woonomgeving BW-cliënten hebben doorgaans minder binding met buren of buurt. De sociaal aangelegde cliënt zoekt dit wél meer uit zichzelf op. Om sociale interactie te stimuleren is de nabijheid tot voorzieningen belangrijk. Daarbij gaat het voornamelijk om winkels, supermarkt, medicatie en een begeleidingspost. In de sociale omgeving worden acceptatie en een veilig gevoel als erg belangrijk beschouwd. Zorg en ondersteuning De mensen uit Beschermd Wonen hebben behoefte aan structuur, die rondom werk en/of dagbesteding kan worden vormgegeven. Persoonlijke en

Huidige vraag In Stichtse Vecht wonen medio 2021 ca. 45 mensen met een indicatie voor Beschermd Wonen (aantallen op basis van een peilmoment). Zij zijn niet allen afkomstig uit de gemeente, omdat toegang tot Beschermd Wonen vrij is voor mensen buiten de gemeente. Binnen de U-16 regio zien we dat ook ca. 45 inwoners uit Stichtse Vecht gebruik maken van Beschermd Wonen (eind 2020). In de regio ligt het totaalaantal mensen in Beschermd Wonen op ca. 1.875 (eind 2020). Cliënten die wonen in de gemeente Stichtse Vecht In de (woon)gemeente Stichtse Vecht gebruiken ca. 5 mensen het product ‘Beschermd Thuis’, ca. 10 mensen het product ‘Beschermd Verblijf’, ca. 5 mensen het product ‘Beschermd Wonen Bovenregionaal’ en ca. 25 mensen het product ‘GGZ-Wonen’. In de gemeente wordt relatief vaker intensievere zorg geboden, hetgeen te maken heeft met de twee locaties voor BW die in Stichtse Vecht gevestigd zijn. De locatie van aanbieder Kwintes werd voor de openstelling van de Wlz (2021) ingezet voor Beschermd Wonen Verblijf en kent veel cliënten met een langdurig zorgprofiel. Aanbieder Lievegoed wil haar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1698/documents/37475