Woonvisie 2023-2030 vastgesteld 29-09-2023 def.pdf
Tekst van het document
44
Ambitie Brons Dat is een basisniveau waarbij de wettelijke normen het uitgangspunt vormen en er op diverse onderdelen een kleine plus wordt gerealiseerd. Bij het convenant Duurzaam Bouwen hoort een toetsingskader voor nieuwbouwprojecten met indicatoren die per ambitieniveau een andere waarde hebben. Om de verschillende aspecten van toekomstbestendige woningbouw terug te laten komen in het toetsingskader is gekozen om de indicatoren te formuleren aan de hand van de volgende zes thema’s. - Energie - Circulaire economie - Klimaatadaptatie - Natuurinclusiviteit en biodiversiteit - Duurzame mobiliteit - Gezonde leefomgeving Uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2023 -2026 In het uitvoeringsprogramma duurzaamheid zetten we in op verduurzaming van de bestaande bouw door onder andere inwoners actief te gaan benaderen met mogelijkheden tot advies. We maken gebruik van de mogelijkheden van het Nationaal Isolatieprogramma. Ook de gerichte aanpak van energiearmoede is onderdeel van het uitvoeringsprogramma duurzaamheid. Bestaande bouw Voor de bestaande bouw volgen we verder vooral de landelijke ontwikkelingen. Deze zijn opgenomen in het uitvoeringsbeleid rondom klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. Met woningbouw corporaties zijn afspraken gemaakt over het verduurzamen van de woningvoorraad tot gemiddeld energielabel B.
De meeste woningen zijn al op dit niveau gesaneerd en de verwachting is dat voor 2030 alle sociale huurwoningen minimaal dit niveau hebben bereikt. Daarmee zijn de woningen geschikt om aardgasvrij te worden door bijvoorbeeld aansluiting op een warmtenet of een individuele voorziening. Als uitwerking van de begin 2022 vastgestelde gemeentelijke Warmtetransitievisie volgt eind 2023 de uitvoeringsnotitie warmte. Daarin wordt aangegeven wat verdere stappen in de richting van alternatieve warmtebronnen zijn en waar in Stichtse Vecht we daarmee aan de slag gaan, zodat corporaties (en inwoners) daarop kunnen anticiperen. Het toekomstbestendig maken van de bestaande woningvoorraad kan alleen met medewerking van alle gebouweigenaren. Er zijn nog geen wettelijke kaders voor de bestaande bouw waarmee we eigenaren kunnen verplichten maatregelen te nemen.
8.3 Hoe willen we dit bereiken? Wat doen we al? • Convenant Duurzaam Bouwen: ambitieniveau brons verplichten bij nieuwbouw • Woningvoorraad corporaties verduurzamen: slechte energielabels uitfaseren, zo veel mogelijk woningen naar energielabel B brengen • Uitvoeringsplan Energiearmoede • Prestatieafspraken maken over verduurzaming Wat willen we doen? • Een door vertaling maken van de Nationale prestatieafspraken naar onze gemeente en per corporatie • Waar mogelijk ambitieniveau zilver of goud stimuleren bij nieuwbouw • Analyse aangename schaduwrijke verblijfsplekken (in de openbare ruimte) op loopafstand. Start in 2022, afronden voor alle kernen in 2023 en waar mogelijk integreren in Beheer Openbare Ruimte • Uitvoeringsnotitie warmte opstellen
45
9. Reikwijdte en wijzigingsbevoegdheid Reikwijdte In de overgang van de vorige naar de nieuwe woonvisie is voor de lopende ruimtelijke projecten een indeling gemaakt. Projecten waarvoor een bestemmingsplan is vastgesteld en/of een omgevingsvergunning is verleend, vallen sowieso niet onder deze woonvisie. Voor deze projecten is het vanuit juridisch oogpunt niet meer mogelijk het woonprogramma te wijzigen. Daarnaast vallen ook projecten die aan onderstaande criteria voldoen, niet onder deze nieuwe woonvisie: 1. Projecten waarin een kadernota/ visie document is vastgesteld in de gemeenteraad waarin uitspraken zijn gedaan over het woonprogramma. 2. Projecten waarvoor een (anterieure) overeenkomst is gesloten waarin afspraken zijn vastgelegd over het woonprogramma. 3. Projecten die zijn voorbereid op basis van het vorige woonbeleid en waarover het college een (principe)besluit heeft genomen. Daardoor zijn er verwachtingen gewekt en in het kader van behoorlijk bestuur is het niet gewenst hier een beleidswijzing door te voeren. Alleen voor projecten die nog in de initiatieffase verkeren, geldt de nieuwe woonvisie. Wijzigingsbevoegdheid De voorwaarden in de woonvisie zijn bedoeld om de realisatie van betaalbare woningen te bevorderen maar moeten de realisatie van een individueel project niet onmogelijk maken.
Om hieraan tegemoet te komen worden drempels gehanteerd maar kan het college voorstellen aan de raad om op basis van een onderbouwing af te wijken van deze voorwaarden.
46
10. Samenvatting De woonvisie 2023 -2030 is een gemeenschappelijke visie van de gemeente en haar maatschappelijke partners op het gebied van wonen. Vanaf 2026 komt in plaats van de wettelijk verplichte woonvisie het ‘Volkshuisvestingsprogramma’ als onderdeel van de Omgevingsvisie. In regionaal verband is afgesproken dat de regiogemeenten geleidelijk moeten toegroeien naar een percentage van 30% sociale huur in de gehele woningvoorraad. In Stichtse Vecht zit dit percentage nu op 25,6%. Dat betekent dat er bij nieuwbouw ook ruimte moet zijn voor 100% sociale huur, zodat het overall percentage stijgt. Dat kan bijvoorbeeld bij nieuwbouwontwikkelingen van woningcorporaties. Er is in onze gemeente vooral behoefte aan een- en tweepersoons appartementen en aan grondgebonden koopwoningen tot € 300.000. Dit geldt met name voor de doelgroepen starters en senioren. De gemeente wil haar woningbouwprogrammering behoeftesturend (in plaats van behoeftevolgend) inzetten. Dat wil zeggen dat we door te sturen op het aanbod de woningzoekenden willen verleiden tot het zoeken van een woning die met name de sociale voorraad enigszins ontlast. We volgen daarbij een doorstroomscenario en voegen veel woningen in het middensegment toe naast de verplichte 30% sociale huur. Het middensegment bestaat uit middenhuur en betaalbare koop. Per kern leggen we het volgende woningbouwprogramma op: Kern
Sociale huur tot liberalisatiegrens
Maarssenbroek Maarssen Breukelen Loenen Kockengen Nigtevecht Loenersloot Nieuwersluis Vreeland Nieuwer ter Aa Tienhoven Oud-Zuilen
30% 30% 30% 30% 30% 30% 30% 30% 30% 30% 30% 30%
Middenhuur vanaf liberalisatiegrens tot € 1027 30% 30% 25% 25% 25% 25% 25% 25% 0 25% 0 25%
Betaalbare koop tot € 300.000 of € 355.000 V.O.N
Totaal
20% 20% 20% 25% 25% 20% 20% 20% 15% 20% 20% 25%
80% 80% 75% 80% 80% 75% 75% 75% 45% 75% 50% 80%
We kiezen daarbij voor een drempel vanaf 16 woningen voor het realisatie plichtig opleggen van 30% sociale huur. Dat doen we met name omdat de corporaties hebben aangegeven dat zij graag minimaal 4 à 5 sociale huurwoningen willen clusteren. Daarnaast is dit nodig om de financiële haalbaarheid van kleinschalige projecten te behouden. Voor het opleggen van het volledige programma geldt in de nieuwe woonvisie een drempel van 31 woningen. Daarbij bieden we ruimte voor de uitwisselbaarheid van het middensegment (middenhuur en betaalbare koop). Om te voorkomen dat bij dit programma te kleine woningen worden opgeleverd, kiezen wij voor een minimale oppervlakte eis per segment: Type woning Sociale huur - studio Sociale huur - tweekamer appartementen Sociale huur - driekamer appartementen
Prijs (peil 2023) Conform WWS Conform WWS Conform WWS 47
GBO (minimaal) 30 m2 50 m2 60 m2
Sociale huur - eengezinswoning Middenhuur Middenhuur Duur huur Betaalbare koop (appartementen of ggb) Betaalbare koop (ggb)
Conform WWS € 808 - € 900 € 900 - € 1.021 v.a. € 1.021 Max. € 300.000 Max. € 355.000
70 m2 50 – 60 m2 60 – 70 m2 70 m2 80 m2 100 m2
De Nationale betaalbaarheidsgrens voor betaalbare koop ligt op maximaal €355.000 V.O.N. In Stichtse Vecht kiezen we voor een gedifferentieerde betaalbaarheidsgrens van maximaal € 300.000 voor een laag middeninkomen en van maximaal € 355.000 voor een hoog middeninkomen. Hierbij eisen wij een minimale gebruiksoppervlakte van 80 m2 respectievelijk 100 m2. Daar waar mogelijk zoeken we in Stichtse Vecht naar maatwerk per kern of per gebied dat wordt gebaseerd op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte in onze gemeente. We hebben hierbij extra aandacht voor de sociale huur en de leefbaarheid in de kleine kernen: we maken gebruik van de Vitaliteitsregeling en passen op een slimme manier maatwerk toe zoals we dit al doen in Nieuwer Ter Aa, Kockengen en Loenen aan de Vecht. Voor de toekomst ontwikkelen we gebiedsvisies (gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s) per kern zodat we nog beter maatwerk kunnen toepassen. Daarbij worden aspecten van sociale en fysieke leefbaarheid en veiligheid nadrukkelijk in beeld gebracht. De exploitatie van sociale huurwoningen wordt bij nieuwbouwontwikkelingen belegd bij de corporaties waarbij het beleid van de corporaties leidend is. Om meer zicht te krijgen op de sociale huurwoningen die door commerciële verhuurders worden verhuurd, willen wij commerciële verhuurders met méér dan 100 woningen betrekken bij de prestatieafspraken.
In het kader van ‘een thuis voor iedereen’, stellen we separaat beleid per aandachtsgroep op en koppelen dit aan de huidige woonzorgvisie. Ten aanzien van ‘wonen met zorg voor ouderen’ voeren we het uitvoeringsprogramma bij de woonzorgvisie uit. Voor de verduurzaming van de woningvoorraad streven we naar een gemiddeld Energielabel B en bij nieuwbouw volgen we minimaal het ambitieniveau ‘brons’ uit het Convenant duurzaam bouwen. We willen de woningbouw versnellen en de beschikbaarheid van woningen vergroten, daartoe willen we diverse maatregelen onderzoeken en/of inzetten: • Woningbouwprogrammering • Maximaal 30% van de vrijkomende sociale huurwoningen aan bijzondere doelgroepen toewijzen • Transformatielocaties benutten • Grootschalig bouwen • Vitaliteitsregeling kleine kernen • Financiële bijdrage: gebruik maken van de woningbouwimpuls • Lokale binding: kernbinding voor alle kleine kernen en bij nieuwbouw 48
• • • • • • • • • • • • • • • • • •
Flexibele woningbouw Gebruik maken van mogelijkheid om bij kleine kernen maximaal 50 woningen buiten de rode contour te bouwen Criteria voor inwisselbaarheid middensegment opstellen In de prestatieafspraken vastleggen welk aandeel de corporaties nemen in de benodigde woningbouwproductie (als vertaalslag van de Woondeal en de Nationale prestatieafspraken) De commerciële verhuur van sociale huurwoningen in beeld brengen en bij meer dan 100 woningen de verhuurder betrekken bij de prestatieafspraken Geen stapeling van eisen Meer overlaten aan ontwikkelende partijen om zelf voorbereidende werkzaamheden te doen Kortere procedures Ingenieursdiensten inhuren Bestaande woningvoorraad beter benutten (woningdelen en woningsplitsen) Strategische woningbouwplanning Afwegingskader voor woningbouwinitiatieven Gebiedsgerichte woningbouwplanning (gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s) Strategisch grondbeleid Vereveningsfonds Industrieel bouwen (prefab woningen) Leegstandsverordening Permanente bewoning recreatiewoningen onderzoeken
Om de betaalbaarheid te verbeteren willen we de volgende maatregelen onderzoeken en/of inzetten: • Starterslening: monitoring • Opkoopbescherming: monitoring • Vroegsignalering • Wat gaan we doen? • Definities betaalbare segmenten aanscherpen • Prijs/oppervlakte eisen stellen bij het betaalbare segment • Exclusiviteit exploitatie sociale huur voor woningcorporaties • Doelgroepenverordening invoeren In het kader van een ‘thuis voor iedereen’ willen we de volgende maatregelen onderzoeken en/of inzetten: • Plan van aanpak huisvesting statushouders • Samenwerking uitstroom MOBW verbeteren • Deelname aan Living lab – eerst een thuis • Huisvesting studenten in Nyenrode en het Kwadrant • Plan van aanpak huisvesting arbeidsmigranten • Woonwagenstandplaatsenbeleid uitvoeren • Flexwoningen en leegstaand vastgoed inzetten voor Oekraïense ontheemden • Versoepeling urgentieverlening bij relatie beëindiging en ex-mantelzorgers • Bijzondere woonvormen: kangoeroe woningen, gemengd wonen enz. In het kader van wonen met zorg voor ouderen willen we de volgende maatregelen onderzoeken en/of inzetten: • Inzet wooncoach senioren om verhuiswensen te faciliteren en doorstroming te bevorderen 49
• • • • • •
Toepassen voorrangsregel ‘van groot naar beter’ om doorstroming te bevorderen Maximale huursprong van € 50 toepassen om doorstroming te bevorderen Meer geclusterde woonvormen voor ouderen ontwikkelen (maatwerk per project) In elke kern een zo passend mogelijk aanbod aan wonen, welzijn en zorg creëren Experimenteren met gemengde woonconcepten waarin samenleving/participatie centraal staat Facilitering van markt- of burgerinitiatieven op het gebied van wonen met zorg voor ouderen
In het kader van leefbaarheid en veiligheid willen we de volgende maatregelen onderzoeken en/of inzetten: • Integraal veiligheidsplan uitvoeren • Wijkactiviteiten en ontmoeting faciliteren • Inzet leefbaarheidsbudgetten • Plan van aanpak Maarssenbroek schoon, heel en veilig • Wijkaanpakken in samenwerking met maatschappelijke partners • Werken met een Veiligheidsagenda • Aanpak ‘Betere buurten’ • Gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s opstellen In het kader van duurzaamheid willen we de volgende maatregelen onderzoeken en/of inzetten: • Convenant Duurzaam Bouwen: ambitieniveau brons verplichten bij nieuwbouw • Woningvoorraad corporaties verduurzamen: slechte energielabels uitfaseren, zo veel mogelijk woningen naar energielabel B brengen • Uitvoeringsplan Energiearmoede • Prestatieafspraken maken over verduurzaming • Een door vertaling maken van de Nationale prestatieafspraken naar onze gemeente en per corporatie • Waar mogelijk ambitieniveau zilver of goud stimuleren bij nieuwbouw • Analyse aangename schaduwrijke verblijfsplekken (in de openbare ruimte) op loopafstand. Start in 2022, afronden voor alle kernen in 2023 en waar mogelijk integreren in Beheer Openbare Ruimte (BOR) • Uitvoeringsnotitie warmte opstellen
50
11. Begrippenkader 1. Aandachtsgroepen: door het ministerie van BZK aangemerkte groepen in de samenleving waarvan de huisvesting bijzondere aandacht vraagt. Het gaat onder andere om studenten, dak- en thuislozen, arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners. 2. Aanvangshuur: de gevraagde huur op het moment van het aangaan van het huurcontract. 3. Actief woningzoekende: een woningzoekende die minimaal eens per kwartaal op een woning reageert. 4. Aftoppingsgrens: de huurgrens zoals beschreven in artikel 20 van de Wet op de huurtoeslag. 5. Bemiddeling: buiten het aanbodmodel of lotingmodel om woonruimte toewijzen aan een woningzoekende. 6. Betaalbaarheidsgrens: maximale aankoopbedrag voor een betaalbare koopwoning, de landelijke grens is € 355.000. Stichtse Vecht heeft daarnaast nog een tweede grens van € 300.000 vastgelegd. 7. Bijzondere doelgroepen: woningzoekenden die met voorrang of via directe bemiddeling een sociale huurwoning krijgen toegewezen door de corporaties, het gaat met name om: urgenten, uitstroom MOBW en statushouders. 8. Corporatie: een door de Autoriteit woningcorporaties toegelaten instelling in de zin van de Woningwet. 9. DAEB: dienst van algemeen economisch belang. 10. Doelgroepenverordening: een verordening waarmee percentages voor betaalbare segmenten in de omgevingsplannen opgenomen kunnen worden.
Naast inkomensgroepen kunnen ook beroepsgroepen met voorrang gehuisvest worden op basis van de verordening. 11. Doorstromer: een woningzoekende die als hoofdhuurder daadwerkelijk en rechtmatig in de woningmarktregio een zelfstandige huurwoning bewoont en na verhuizing leeg achterlaat. 12. Drempels binnen het woonprogramma: aantal woningen binnen een project vanaf waar het woningbouwprogramma wordt opgelegd en realisatie plichtig is. In deze woonvisie stellen wij tot en met 15 woningen geen eisen, vanaf 16 woningen eisen we 30% sociaal en vanaf 31 woningen eisen we daarenboven nog 25 – 30% middenhuur en 20% betaalbare koop. 13. Eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van een woonruimte of een gebouw. 14. Gebruiksoppervlakte (GBO): de gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580. 15. Gespikkeld wonen: dat wil zeggen dat de appartementen van de woongroep verspreid over het wooncomplex liggen. De woongroep bestaat als het ware uit ‘spikkels’. Daardoor heeft de woongroep een ander karakter dan een traditionele woongroep. 16. Geclusterde woonvormen voor ouderen: deze omvatten meerdere typen seniorenwoningen (allen gelijkvloers en levensloopbestendig) en een ontmoetingsruimte. Eventueel in combinatie met woningen voor andere doelgroepen of senioren zonder een zorgbehoefte. 17.
Huishouden: een of twee volwassen personen, met of zonder kinderen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren. Hierbij is er sprake is van bewuste wederzijdse zorg en taakverdeling, die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat. Het huishouden heeft de intentie om voor een onbepaalde periode samen te wonen. 18. Huisvestingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wet. 19. Huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte of standplaats, uitgedrukt in een bedrag per maand. 20. Inkomen: gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001. 21. Inkomensgrens: a. Voor de sociale huurwoningen geldt een inkomensgrens van maximaal € 44.035 voor eenpersoonshuishoudens en € 48.625 voor meerpersoonshuishoudens (prijspeil 2023)
51
b. Voor de lage middeninkomens geldt een inkomensgrens van maximaal € 48.836 voor eenpersoonshuishoudens en € 56.513 voor meerpersoonshuishoudens (prijspeil 2023, conform Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte) c. Voor de hoge middeninkomens geldt een inkomensgrens van maximaal € 57.573 voor eenpersoonshuishoudens en € 76.764 voor meerpersoonshuishoudens (prijspeil 2023). 22. Inschrijfduur: de tijd die verstreken is na de daadwerkelijke inschrijving van een woningzoekende in het register van woningzoekenden, ofwel WoningNet. 23. Instandhoudingstermijn: de minimale exploitatietermijn van een woning. 24. IRP: Integraal ruimtelijk perspectief. 25. Koopprijs: de WOZ-waarde van de woning op 1 januari van het lopende jaar. 26. Koopprijsgrens: maximale aankoopbedrag om een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie te krijgen, deze grens is € 405.000 per 1 januari 2023. 27. Levensloopbestendige woningen: woningen die voldoen aan het landelijke label WoonKeur. De minimale variant van WoonKeur bevat 12 criteria voor levensloopbestendig bouwen, waaronder: alle primaire woonruimtes op de begane grond en een rolstoeltoegankelijke maatvoering van vertrekken, gangen en portalen. 28. Liberalisatiegrens: de maximale huur waarbij nog recht op huurtoeslag bestaat, conform de huurprijs in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag. Deze is € 808 in 2023. 29.
Lokaal woningzoekende: een woningzoekende met een maatschappelijke of economische binding aan het omschreven gebied (Stichtse Vecht of een kern of wijk van Stichtse Vecht) 30. Maatschappelijke binding: de binding van een persoon aan de woningmarktregio, personen die tenminste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn in de woningmarktregio, dan wel gedurende de voorgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn geweest van de woningmarktregio. 31. Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep (artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015). 32. Middenhuurgrens: een huurprijs tot en met 186 punten in het woningwaarderingsstelsel. Deze huurprijs is € 1.021 in 2023 en € 1.123 in 2024. 33. MOBW: maatschappelijke opvang en beschermd wonen. 34. NHG: Nederlandse Hypotheek garantie. 35. ODRU: Omgevingsdienst Regio Utrecht. 36. Ontwikkelende partijen: corporaties, marktpartijen, particuliere initiatiefnemers 37.
Omgevingsvisie: de integrale langetermijnvisie van de gemeente voor de hele fysieke leefomgeving en haar grondgebied in het kader van de Omgevingswet. 38. OV-knooppunten: openbaar vervoer knooppunten. 39. Plancapaciteit: alle woningbouwplannen van initiatiefnemers die bij de gemeente in behandeling zijn. Bij harde plancapaciteit staat de realisatie van de woningen al vast, bij zachte plancapaciteit is de realisatie van de woningen nog afhankelijk van de behandeling van het initiatief. 40. Provinciaal Programma Wonen en Werken (PPWW): een overzicht van alle plancapaciteit voor woningbouw (en bedrijventerreinen) in de Provincie Utrecht. De Provincie en de regio U10 registreren en monitoren dit ten behoeve van de afspraken in de Woondeal. 41. Publiek financieel tekort bij de WBI: een tekort in de financiering van de inrichting van de openbare ruimte en de aanleg van de infrastructuur bij woningbouwprojecten. 42. RWU: samenwerkingsverband van 19 woningcorporaties in de regio U10. 52
43. Scheef wonen: goedkope scheefheid betekent dat de huurder een te hoog inkomen heeft voor de sociale huurwoning, dure scheefheid betekent dat de huurder een te laag inkomen heeft voor de sociale huurwoning. 44. Senioren: mensen vanaf 65 jaar en ouder. 45. Seniorenwoning: een levensloopbestendige woning voor senioren. 46. Starter: een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd geen zelfstandige woonruimte bewoont die hij of zij achterlaat voor verkoop of verhuur. 47. Statushouder: vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b en c, van de Vreemdelingenwet 2000. 48. Strategische woningbouwplanning: een overzicht van te realiseren nieuwbouw en transformatie woningen per jaar en per gebied of woonkern. 49. Student: woningzoekende die een voltijdsdopleiding volgt aan een instelling voor middelbaar- of hoger beroepsonderwijs of universitair onderwijs of deze opleiding niet langer dan twee jaar geleden heeft afgerond en niet ouder is dan 30 jaar. 50. Studentenwoning: woonruimte met een gebruiksoppervlakte tot 30 m2, bestemd voor studenten en verhuurd met een campuscontract of verhuurd door een toegelaten instelling. 51. Tiny houses: verrijdbare woonunits met een lage ecologische footprint. 52.
Toewijzingssysteem: het selecteren van een kandidaat voor beschikbare woonruimte via een aanbodmodel of via lotingmodel of via bemiddeling. 53. Vereveningsfonds: ook wel Volkshuisvestingsfonds of sociaal woningbouwfonds genoemd. Via dit fonds kan een ontwikkelende partij, onder voorwaarden, de eis van sociale huur in het woningbouwprogramma afkopen. 54. VNG: Vereniging Nederlandse gemeenten. 55. Volkshuisvestingsprogramma: de nieuwe naam voor de verplichte woonvisie. 56. V.O.N.: vrij op naam (bij de aankoop van een nieuwbouwwoning). 57. WBI: woningbouwimpuls, een subsidieregeling van het Rijk om publieke financiële tekorten bij woningbouwprojecten voor 50% te bekostigen zodat het project (versneld) tot stand kan komen. 58. Wet: Huisvestingswet 2014 59. Wezenlijke voorzieningen: douche- en/of badruimte, toilet en keuken. 60. Woningbouwprogramma en woningbouwprogrammering: de percentages verplicht te realiseren betaalbare segmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) die de gemeente oplegt bij nieuwbouw 61.
Woningmarktregio/ regio U10: gebied dat vanuit het oogpunt van het functioneren van de woningmarkt als een geheel wordt beschouwd, bestaande uit de gemeenten Lopik, Montfoort, Oudewater, De Ronde Venen, Woerden, De Bilt, Bunnik, Houten, IJsselstein, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Zeist, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de kernen Vianen, Hagestein, Everdingen, Zijderveld en Hoef en Haag in de gemeente Vijfheerenlanden. 62. Woningtype: • nultredenwoning: woning die zonder trap bereikbaar is evenals de wezenlijke voorzieningen, geschikt voor personen van 65 jaar en ouder en voor personen met een functiebeperking. • woning met zorgvoorzieningen (aanleunwoning/beschutte woning): zelfstandige woning waarbij gebruik gemaakt wordt van faciliteiten van zorgverlenende instellingen; • woning voor minder validen: ingrijpend aangepaste woning die naar zijn aard bestemd is voor bewoning door een minder valide persoon; • jongerenwoning: woning voor alleenstaande en tweepersoonshuishoudens met name bedoeld voor de leeftijdscategorie van 18 tot 23 jaar of 18 tot 30 jaar; 53
wisselwoning: woning die ten behoeve van tijdelijke bewoning wordt aangeboden aan personen die door ingrijpende verbetering of sloop/nieuwbouw de huidige woning moeten verlaten, maar na voltooiing van de werken kunnen terugkeren; • plankwoning: woning die op de nominatie staat ingrijpend te worden verbeterd dan wel te worden gesloopt en voor tijdelijke huisvesting in gebruik kan worden gegeven; • eengezinswoning; • appartement - parterre; • appartement vanaf 1e verdieping (met/zonder lift); • bovenwoning; • benedenwoning; 63. Woningwaarderingsstelsel (WWS): puntensysteem voor het bepalen van de maximale huurprijs van een woning 64. Woningzoekenden: huishoudens ingeschreven in het woningzoekendenregister (WoningNet). 65. Woondeal: afspraken tussen Rijk, Provincie, regiogemeenten en de RWU over het woningaanbod in de regio U10. 66. Woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; onder woonruimte wordt mede begrepen een standplaats voor een woonwagen. 67. Zoektijd of wachttijd: de tijdsduur tussen de eerste reactie van een woningzoekende op een huurwoning en het moment waarop de woningzoekende daadwerkelijk een huurwoning aangeboden krijgt. •
54
12. Bijlagen Bijlage 1: Woningbehoefteonderzoek Companen 2019 – Stichtse Vecht Bijlage 2: Woningbehoefteonderzoek Companen 2021- Stichtse Vecht Bijlage 3: Regionaal kwalitatief Woningbehoefteonderzoek 2020 Bijlage 4: Actualisatie woonvisie 2017 – 2022 Bijlage 5: Uitvoeringsprogramma actualisatie woonvisie Bijlage 6: Woonzorganalyse Bijlage 7: Woonzorgvisie Bijlage 8: Convenant Duurzaam Bouwen Bijlage 9: Dashboard woningbouwprognoses Bijlage 10: Benchmark woningbouwprogrammering regio U10 Bijlage 11: VNG lokale monitor wonen – particuliere sector Bijlage 12: VNG lokale monitor wonen – corporatiesector Bijlage 13: reactie op punten voor woonvisie van diverse fracties Bijlage 14: reactie op advies Seniorenraad
55