Voorontwerp Bp Ruimtekwartier - MER Planetenbaan en Het Kwadrant concept 20220815.pdf
Tekst van het document
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
79
0
Geen / neutraal effect
Geen (noemenswaardige) invloed
-
Negatief effect
Bemoeilijkt het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen in beperkte mate (negatief effect)
--
Sterk negatief effect
Bemoeilijkt het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen in belangrijke mate (significant negatief effect)
2227 2228
Tabel 7-32 Effectscores voor het criterium beschermde soorten Codering
Omschrijving
Beschermde soorten
++
Zeer positief effect
Draagt in belangrijke mate bij aan het vergroten of verbeteren van leefgebied
+
Positief effect
Draagt bij aan het vergroten of verbeteren van leefgebied
0
Geen / neutraal effect
Geen (noemenswaardige) invloed
-
Negatief effect
Heeft tot gevolg dat leefgebieden worden aangetast of (tijdelijk) verdwijnen
--
Sterk negatief effect
Heeft tot gevolg dat leefgebieden in ernstige mate worden aangetast of op grote schaal verdwijnen (duurzame instandhouding is in het geding)
2229 2230
Tabel 7-33 Effectscores voor het criterium Gemeentelijke groenstructuur Codering
Omschrijving
Natura 2000-gebieden
++
Zeer positief effect
Draagt in belangrijke mate bij aan het versterken van de groenstructuur
+
Positief effect
Draagt bij aan het versterken van de wezenlijke kenmerken en waarden
0
Geen / neutraal effect
Geen (noemenswaardige) invloed
-
Negatief effect
Heeft beperkte negatieve effecten op de groenstructuur
--
Sterk negatief effect
Heeft belangrijke negatieve effecten op de groenstructuur
2231
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
80
2232
7.8.3
Referentiesituatie
2233 2234 2235 2236
Natura 2000 Het plangebied ligt op bijna 3 kilometer van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 12 kilometer afstand.
2237 2238 2239 2240 2241 2242 2243 2244 2245 2246 2247 2248 2249 2250 2251 2252
Figuur 7-12 Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen (groen) 13
De Oostelijke Vechtplassen bestaat uit een reeks van laagveengebieden tussen de Vecht en de oostrand van Utrechtse heuvelrug. In het gebied bevinden zich door turfwinning ontstane meren en plassen, meest met een zandondergrond, sommige aanzienlijk verdiept door zandwinning. De combinatie van rivierinvloeden en invloeden van het watersysteem van de zandgronden heeft een rijke schakering van typen van moeras en moerasvegetaties doen ontstaan. In het gebied zijn twee belangrijke gradiënten te onderscheiden: van noord naar zuid loopt een gradiënt van meer gesloten gebied (bos) naar meer open landschap (grasland, trilveen en rietland), terwijl van west naar oost een gradiënt is te zien van toenemende kwel (in petgaten en trilvenen). Belangrijk broedgebied voor broedvogels van rietmoerassen (roerdomp, purperreiger) en zeer belangrijk voor broedvogels van moerassen met veel waterriet en lange oeverlijnen (woudaap, grote karekiet). Ook van enig belang als broedgebied voor enkele andere moeras- en watervogels (porseleinhoen, zwarte stern, ijsvogel). Tabel 7-34 Instandhoudingsdoelen Oostelijke Vechtplassen Instandhoudingsdoelstelling 13
Oppervlakte
Kwaliteit
Populatie
https://geocontent.rvo.nl/Natura2000/Overzichtskaart/index.html?provincie=1
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
81
Habitattypen
>
>
H3140 Kranswierwateren
>
>
H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden
=
>
H6410 Blauwgraslanden
>
>
H7210 Galigaanmoerassen
=
=
H91D0 Hoogveenbossen
=
=
H6430A Ruigten en zomen (moerasspirea)
=
=
H6430B Ruigten en zomen (harig wilgenroosje)
>
>
H4010B Vochtige heide (laagveengebied)
=
=
H7140A Overgangs- en trilvenen
>
>
H1016 Zegge korfslak
=
=
=
H1042 Gevlekte witsnuitlibel
>
>
>
H1082 Gestreepte waterroofkever
>
>
>
H1134 Bittervoorn
=
=
=
H1145 Grote modderkruiper
=
=
=
H1149 Kleine modderkruiper
=
=
=
H1163 Rivierdonderpad
=
=
=
H1318 Meervleermuis
=
=
=
H1340 Noordse woelmuis
>
>
>
H1903 Groenknolorchis
=
=
=
H4056 Platte schijfhoorn
=
=
=
A021 Roerdomp
>
>
5
A022 Woudaap
>
>
10
A029 Purperreiger
=
=
50
A119 Porseleinhoen
=
=
8
A197 Zwarte stern
>
>
110
A229 IJsvogel
=
=
10
A292 Snor
=
=
150
A295 Rietzanger
=
=
880
A298 Grote karekiet
=
=
50
A017 Aalscholver
=
=
behoud
A041 Kolgans
=
=
920
A043 Grauwe gans
=
=
1200
A050 Smient
=
=
2800
A051 Krakeend
=
=
40
A056 Slobeend
=
=
80
A059 Tafeleend
=
=
120
A068 Nonnetje
=
=
20
Habitatrichtlijnsoorten
Broedvogels
Niet-broedvogels
2253
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
82
2254 2255 2256 2257
Figuur 7-13 Overzicht gevoeligheid instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen voor de verschillende invloeden
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
83
2258 2259 2260 2261 2262 2263 2264 2265 2266 2267 2268 2269 2270 2271 2272 2273 2274 2275 2276 2277 2278 2279 2280 2281 2282
De Oostelijke Vechtplassen is een heel divers Natura 2000-gebied met een groot aantal verschillende instandhoudingsdoelen (habitattypen, -soorten, broedvogels en niet-broedvogels). Dit maakt ook dat dit gebied gevoelig is voor een groot aantal invloeden (zie Error! Reference source not found.). De Oostelijke Vechtplassen zijn echter (extreem) gevoelig voor een toename van stikstofdepositie en op dit moment worden de kritische depositiewaarden van het gebied al overschreden 14. Soortbescherming In maart 2021 is door Royal HaskoningDHV een quickscan uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten binnen het plangebied. Tevens is in 2019 een quickscan uitgevoerd voor het deelgebied Kwadrant door Viridis. Uit deze onderzoeken blijkt dat binnen en in de directe omgeving van het plangebied het voorkomen van beschermde soorten is uitgesloten voor: • Vaatplanten • Vissen • Amfibieën • Ongewervelden In onderstaande paragrafen is het (potentiële) voorkomen van beschermde soorten in het plangebied beschreven. De beide quickscan zijn opgenomen in bijlage 7. Vleermuizen Eén gebouw binnen het plangebied bevat meerdere open stootvoegen die mogelijk leiden tot een spouw, welke geschikt is als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Het gaat om de panden aan de Planetenbaan 15 en 16.
In Figuur 7-16 is de locatie van dit gebouw weergegeven, in Figuur 7-17 zijn enkele van de open stootvoegen weergegeven. De overige gebouwen zijn daarnaast ook geïnspecteerd op ruimtes welke geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen.
2283 2284 2285 2286
Figuur 7-14 De gebouwen aan de Planetenbaan 15 en 16 met open stootvoegen, welke mogelijk toegang bieden tot geschikte vleermuisverblijfplaatsen (aangegeven in oranje). Het plangebied is weergegeven in rood (Luchtfoto: Cyclomedia, 2021) 14
Provincie Noord-Holland, 26-05-2017. PAS-gebiedsanalyse Oostelijke Vechtplassen
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
84
2287
2288 2289 2290 2291 2292 2293 2294 2295 2296 2297 2298 2299 2300 2301 2302 2303
Figuur 7-15 Locaties van de open stootvoegen in het gebouw aan de Planetenbaan 16, welke mogelijk toegang geven tot geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. In gebouw aan de Planetenbaan 15 bevinden de open stootvoegen zich op dezelfde plekken (foto: RHDHV, 2021)
De overige gebouwen binnen het plangebied bevatten geen ruimten welke geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Deze gebouwen bevatten geen open stootvoegen, hebben dilatatievoegen welke zijn gevuld met rubber of hebben een goed afgesloten wand van golfplaat. Daarnaast zijn er mogelijk in de groenstrook in het zuiden van het plangebied bomen aanwezig met holtes welke geschikt zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Niet alle bomen konden ten tijde van het veldbezoek goed worden geïnspecteerd. Het is niet uitgesloten dat binnen deze groenstrook verblijfplaatsen van vleermuizen voorkomen. De bomenrij en watergang ten noordoosten van het plangebied, parallel gelegen langs de Maarsenbroeksedijk, vormt een lijnvormig element. De bomen en de watergang hebben een potentie als vliegroute voor vleermuizen. De bomenrij en watergang zijn weergegeven in Figuur 7-18. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieve lijnvormige elementen beschikbaar die kunnen dienen als vliegroute waardoor de bomenrij en watergang naar alle waarschijnlijkheid niet dient als essentiële vliegroute.
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
85
2304 2305 2306 2307 2308 2309 2310 2311 2312 2313 2314 2315 2316
Figuur 7-16 Watergang en bomenrij langs de Maarsenbroeksedijk welke een geschikt lijnvormig element vormt om te dienen als vliegroute voor vleermuizen (foto: RHDHV).
Binnen het plangebied zijn daarnaast verschillende windluwe plekken aanwezig die kunnen dienen als foerageergebied voor vleermuizen, voornamelijk langs de groenstrook ten zuiden van het plangebied, naast de verschillende hoog opgaande gebouwen en langs de bomenrij gelegen langs de Maarsenbroeksedijk. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieve geschikte foerageergebieden aanwezig, de mogelijke foerageergebieden binnen het plangebied dienen daarom niet als essentieel foerageergebied. Uit de eerder uitgevoerde quickscan in 2019 is daarnaast gebleken dat er mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen in en rond een van de gebouwen binnen deelgebied Het Kwadrant aanwezig zijn, zie .
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
86
2317 2318 2319 2320
2321 2322 2323 2324 2325 2326 2327 2328 2329 2330 2331
Figuur 7-17 Gebouw waarbinnen mogelijk vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn (aangegeven met rood), op basis van de uitgevoerde quickscan in 2019.
Figuur 7-18 Mogelijk geschikte ruimtes voor vleermuizen, zoals aangetoond in de eerder uitgevoerde quickscan, 2019
Grondgebonden zoogdieren Binnen de groenstrook ten zuiden van het plangebied is mogelijk leefgebied aanwezig van kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) en steenmarter. Het voorkomen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen van deze soorten is hier niet uitgesloten. Daarnaast kunnen de eekhoorn, steenmarter en kleine marterachtigen sporadisch migrerend voorkomen binnen het plangebied. Broedvogels Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat binnen en in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van verschillende soorten broedvogels. In de bomen binnen het plangebied kunnen bijvoorbeeld houtduif en kauw broeden. Voornamelijk de zuidelijke groenstrook is geschikt als
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
87
2332 2333 2334 2335 2336 2337 2338 2339 2340 2341 2342 2343 2344 2345 2346 2347 2348 2349 2350 2351 2352 2353 2354 2355 2356 2357 2358 2359
broedgebied voor broedvogels. Daarnaast zijn de oevers van de watergang geschikts als broedplaats voor onder andere wilde eend en meerkoet. Tijdens het veldbezoek zijn de bomen nauwkeurig geïnspecteerd op aanwezigheid van horsten (nesten van roofvogels) en ander jaarrond beschermde nesten. Er zijn echter geen nesten van jaarrond beschermde vogels waargenomen. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten is uitgesloten. Uit de eerder uitgevoerde quickscan in 2019, binnen het deelgebied Het Kwadrant, blijkt dat er in het gebouw zoals aangegeven in Error! Reference source not found. mogelijk geschikte nestplaatsen van de gierzwaluw aanwezig zijn. Reptielen De geraadpleegde verspreidingsgegevens (NDFF) wijzen op het voorkomen van waarnemingen van de ringslang in de omgeving van het plangebied. De dichtstbijzijnde waarneming is gedaan langs het spoor circa 200 meter ten oosten van het plangebied. De groenstrook langs het spoor, de zuidelijke groenstrook en de watergang langs de Maarsenbroeksedijk staan in verbinding met elkaar. In het verdere plangebied is vanwege bebouwde omgeving geen geschikt leefgebied voor ringslang aanwezig, daarnaast ontbreken geschikte voortplantingsplaatsen (broeihopen) voor ringslangen. Het voorkomen van de ringslang binnen het bebouwde deel van het plangebied is uitgesloten.
De groenstrook is geschikt leefgebied als leefgebied voor de ringslang, het voorkomen van de ringslang binnen deze groenstrook kan dan ook niet worden uitgesloten. Binnen de oever van de watergang langs de Maarsenbroeksedijk kan verder sporadisch een migrerend individu van de ringslang voorkomen. Samenvatting In Tabel 7-43 Mogelijk aanwezige soorten in het plangebied.is weergegeven welke beschermde soorten mogelijk voorkomen in het plangebied. Daarnaast is weergegeven welke functie het plangebied mogelijk heeft voor deze soorten en tot welke beschermingscategorie ze behoren. Tabel 7-35 Mogelijk aanwezige soorten in het plangebied. Soortgroep
Mogelijk voorkomende soorten
Mogelijke functie van plangebied
Bescherming onder Wnb
Grondgebonden zoogdieren
Steenmarter, kleine marterachtigen en eekhoorn
Steenmarter en kleine marterachtigen: allesomvattend leefgebied binnen de groenstrook ten zuiden van het plangebied in groenstrook en verder sporadisch migrerende individuen. Eekhoorn: sporadisch migrerende individuen.
Artikel 3.3
Vleermuizen
Baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis
Mogelijke verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten binnen gebouw aan de Planetenbaan 15 en 16 en in groenstrook. Daarnaast foerageergebied en vliegroute langs Maarsenbroeksedijk en de groenstrook (niet essentieel)
Artikel 3.5
Broedvogels
o.a. houtduif, koolmees, groene specht, zwarte kraai, gaai en roodborst
Nesten (niet-jaarrond beschermd)
Artikel 3.1
Reptielen
Ringslang
Leefgebied binnen de zuidelijke groenstrook verder zeer sporadisch migrerend individu (binnen oever van watergang langs Maarsenbroeksedijk)
Artikel 3.5
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
88
2360 2361 2362 2363 2364 2365 2366
Gemeentelijke groenstructuur De groenstrook ten zuiden van het plangebied is aangewezen als ‘ecologisch groen’ binnen het Groen Structuur Plan van de gemeente Stichtse Vechts, zie Figuur 7-21. Deze ligt voor een deel in het plangebied. Daarnaast zijn de sloten die de groenstrook en het plangebied begrenzen aangewezen als droge en natte verbinding.
2367 2368 2369 2370
Figuur 7-19 Ligging plangebied (rode arcering) t.o.v. groenstructuren zoals aangewezen in het Groen Structuur Plan (Gemeente Stichtse Vecht, 2017).
2371
7.8.4
2372 2373 2374 2375 2376 2377 2378 2379 2380
Natura 2000 (Voortoets) Over een afstand van 3 kilometer is alleen stikstofdepositie een relevante storingsfactor. Overige effecten als verstoring door verschillende factoren zijn over deze afstand uitgesloten. De gebruiksfase van het voorkeursalternatief is doorgerekend in AERIUS (zie bijlage 8). Hier zijn de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan doorgerekend ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is de feitelijk bestaande, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan. Interne saldering met het huidig aanwezige gebruik is mogelijk omdat dit onlosmakelijk is verbonden aan het plan.
Effectbeschrijving en -beoordeling
Beoordeling
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
89
2381 2382 2383 2384 2385 2386 2387 2388 2389 2390 2391 2392 2393 2394 2395 2396 2397 2398 2399 2400 2401 2402 2403 2404 2405 2406 2407 2408 2409 2410 2411 2412 2413 2414 2415 2416 2417 2418 2419 2420 2421 2422 2423 2424 2425 2426 2427 2428 2429 2430
Uit de AERIUS berekening blijkt dat als gevolg van de nieuwe functies in het gebied een toename van stikstofdepositie van maximaal 0,08 mol N/ha/jr te verwachten valt in Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Deze toename is vooraf toe te schrijven aan het extra verkeer; de nieuwe gebouwen worden immers gasloos uitgevoerd waardoor er daarvan geen stikstofemissie en -depositie is. Ook worden als gevolg van de gebiedsontwikkeling bestaande gebouwen in het plangebied gesloopt die nu nog emissies en depositie veroorzaken. Als het wegvallen van die huidige emissies (en deposities) wordt verrekend met de eerder genoemde toename, blijft er per saldo geen toename van stikstofdepositie meer over. Daarmee zijn significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de Oostelijke Vechtplassen en andere Natura 2000-gebieden uitgesloten. Er is geen sprake van een negatief effect en daarom als neutraal beoordeeld (0). PM; De beoordeling van de N-dep in de aanlegfase ontbreekt nog en wordt nog aan gewerkt. Soortbescherming De effecten van het voorkeursalternatief zijn hieronder beschreven. In de gebouwen aan de Planetenbaan 15 en 16 bevinden zich stootvoegen die toegang bieden tot mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuissoorten, zoals de gewone dwergvleermuis en laatvlieger.
Daarnaast bevinden zich binnen het lage gebouw binnen het deelgebied Het Kwadrant mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen. Ook kunnen verblijfplaatsen niet worden uitgesloten binnen de groenstrook ten zuiden van het plangebied. Daarnaast is binnen het plangebied mogelijk een vliegroute en foerageergebied (niet essentieel) aanwezig. De bomenrij langs de Maarsenbroeksedijk blijft binnen beide alternatieven behouden waardoor geen mogelijke vliegroute verloren gaat. Daarnaast worden de werkzaamheden overdag uitgevoerd waardoor geen effecten optreden bij foeragerende of langsvliegende vleermuizen. Binnen het voorkeursalternatief worden de gebouwen aan de Planetenbaan 15 en 16 en het gebouw binnen Het Kwadrant gesloopt. Daarnaast worden binnen het voorkeursalternatief bomen gekapt binnen de groenstrook voor de aanleg van een fietspad. Bij de sloop van de gebouwen en kap van de bomen kunnen meerdere verblijfplaatsen van vleermuizen worden vernield of beschadigd en kunnen vleermuizen worden verstoord of gedood. Daarnaast kunnen door verlichting van het fietspad vleermuizen worden verstoord. Dit is in een overtreding van de Wnb, artikel 3.5 lid 1,2 en 4.
Nader onderzoek naar het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen binnen de gebouwen aan de Planetenbaan 15 en 16 en Het Kwadrant is noodzakelijk om te bepalen of deze daadwerkelijk aanwezig zijn en hoeveel dit er zijn voor welke soorten. Daarnaast is een nadere inspectie van de te kappen bomen binnen de groenstrook nodig om te bepalen of hier geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn. Indien blijkt dat deze aanwezig zijn, en verblijfplaatsen worden aangetast, zijn mitigerende of compenserende maatregelen en het aanvragen van een ontheffing nodig. Om te voorkomen dat de verlichting van het fietspad leidt tot verbodsbepalingen zijn eveneens mitigerende maatregelen nodig. De mate van mitigerende en compenserende maatregelen en welke verbondsbepalingen overtreden worden is afhankelijk van de uitkomsten van het nader onderzoek. Binnen de groenstructuur ten zuiden van het plangebied komen mogelijk vaste rust- en voortplantingsplaatsen van steenmarter en kleine marterachtigen voor. Voor de aanleg van het fietspad in de groenstrook moeten bomen worden gekapt, struweel worden verwijderd en grondwerkzaamheden worden uitgevoerd. Door deze werkzaamheden kunnen vaste rust- en voortplantingsplaatsen van de steenmarter en kleine marterachtigen worden beschadigd of vernield en kunnen mogelijk individuen worden gedood.
Dit is een overtreding van de Wnb, artikel 3.10 lid1a en 1b. Nader onderzoek naar het voorkomen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen van bovengenoemde soorten is noodzakelijk om te bepalen of deze daadwerkelijk aanwezig zijn. Indien blijkt dat deze aanwezig zijn, en verblijfplaatsen worden aangetast, zijn
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
90
2431 2432 2433 2434 2435 2436 2437 2438 2439 2440 2441 2442 2443 2444 2445 2446 2447 2448 2449 2450 2451 2452 2453 2454 2455 2456 2457 2458 2459 2460 2461 2462 2463 2464 2465 2466 2467 2468 2469 2470 2471 2472 2473 2474 2475 2476 2477 2478 2479 2480
mitigerende of compenserende maatregelen en het aanvragen van een ontheffing nodig. De mate van mitigerende en compenserende maatregelen en welke verbondsbepalingen overtreden worden is afhankelijk van de uitkomsten van het nader onderzoek. Daarnaast komt de eekhoorn mogelijk migrerend voor binnen het plangebied. De eekhoorn is echter zeer mobiel en goed in staat om tijdens de uitvoer van de werkzaamheden te vluchten naar rustiger gebied. Het overtreden van verbodsbepalingen t.a.v. de eekhoorn is uitgesloten. Binnen het plangebied kunnen nesten van broedvogels voorkomen. Daarnaast zijn enkele holtes in het lage gebouw binnen het deelgebied Het Kwadrant mogelijk geschikt als broedlocatie voor de gierzwaluw. Wanneer binnen het plangebied wordt gewerkt kunnen door de kap van bomen op het terrein of werkzaamheden nabij nesten, nesten worden vernield en broedvogels worden verstoord. Dit kan eveneens aan de orde zijn bij de sloop van het gebouw binnen Het Kwadrant. Dit is in overtreding van de Wnb. Er zijn mitigerende maatregelen nodig om een overtreding van de Wnb te voorkomen. Daarnaast is het nodig om een soortgericht onderzoek uit te voeren naar gierzwaluwen. Van de aangetroffen holten binnen Het Kwadrant is niet duidelijk of er ook daadwerkelijk gierzwaluwen in kunnen broeden.
Indien blijkt dat deze geschikt zijn, en nesten worden aangetast, zijn mitigerende of compenserende maatregelen en het aanvragen van een ontheffing nodig. Ten slotte kan de ringslang voorkomen binnen de groenstrook. Door de werkzaamheden voor het aanleggen van het fietspad kan mogelijk leefgebied van de ringslang worden aangetast, waarbij verblijfplaatsen kunnen worden beschadig of vernield en individuen kunnen worden gedood. Dit is een overtreding van de Wnb, artikel 3.10 lid 1a en 1b. Nader onderzoek naar het voorkomen de ringslang binnen de groenstrook is noodzakelijk om te bepalen of de soort daadwerkelijk aanwezig is. Indien blijkt dat de ringslang aanwezig is, zijn mitigerende of compenserende maatregelen en het aanvragen van een ontheffing nodig. De mate van mitigerende en compenserende maatregelen en welke verbondsbepalingen overtreden worden is afhankelijk van de uitkomsten van het nader onderzoek. Daarnaast kan de ringslang sporadisch migrerend voorkomen binnen de slootoever langs de Maarsenbroekseweg. Binnen dit elementen worden echter geen werkzaamheden uitgevoerd waardoor negatieve effecten op migrerende ringslangen binnen deze locatie op voorhand uitgesloten zijn.
Beoordeling Door de gehele herinrichting van het plangebied wordt zonder het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen het functionele leefgebied van verschillende beschermde soorten (vleermuizen, steenmarter, kleine marterachtigen, ringslang en broedvogels) mogelijk aangetast wat strijdig is met de Wet natuurbescherming. Het nader onderzoek naar vleermuizen, kleine marterachtigen, steenmarter en ringslang moet uitwijzen of de soorten voorkomen binnen het plangebied. Wanneer deze aanwezig blijken te zijn heeft het voorkeursalternatief- en dan met name de aanleg van het fietspad door de groenstrook- een in potentie zeer negatief effect op bovengenoemde beschermde soorten. Verder moet het nader onderzoek van verblijfplaatsen van vleermuizen uitwijzen hoe veel verblijfplaatsen van hoe veel soorten aanwezig zijn binnen de gebouwen aan de Planetenbaan 15 en 16, het gebouw binnen Het Kwadrant en de groenstrook. Gezien de hoeveelheid open stootvoegen van de gebouwen aan de Planetenbaan 15 en 16 (meer dan 200 per gebouw) is het mogelijk dat een groot aantal verblijfplaatsen aanwezig zijn in het gebouw. De effecten van het voorkeursalternatief op beschermde soorten scoort zeer negatief - -.
Gemeentelijke groenstructuur De groenstrook ten zuiden van het plangebied en de watergangen die het plangebied begrenzen zijn onderdeel van de gemeentelijke groenstructuur, zoals aangewezen in het Groen Structuur Plan van de gemeente Stichtse Vecht, zie Figuur 7-21.
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
91
2481 2482 2483 2484 2485 2486 2487 2488 2489 2490 2491 2492 2493
De groenstrook is aangewezen als ecologisch groen en de watergangen (inclusief oevers) als droge en natte verbinding. Door de aanleg van het fietspad zal een deel van deze groenstructuur verdwijnen en zal mogelijk minder geschikt worden als robuuste verbindingszone, zeker gedurende de aanlegfase. Door verlichting van het fietspad en de verstoring door de aanwezigheid fietsers zal de overgebleven bosschage voor een deel zijn rust verliezen, wat een negatief effect heeft op de ecologische waarde van de groenstrook en de functie als ecologische verbinding in het gebied. Beoordeling PM; moet nog worden afgestemd met specialist. Samenvatting Tabel 7-36 Overzicht effectbeoordeling natuur Criteria
2494 2495 2496 2497 2498 2499 2500 2501 2502
Referentie
Voorkeursalternatief
Natura 2000-gebieden
0
0
Beschermde soorten
0
--
Gemeentelijke groenstructuur
0
PM
*Afhankelijk van de hoeveelheid aangetroffen verblijfplaatsen van vleermuizen in de gebouwen aan de Planetenbaan 15 en 16 en Het Kwadrant.
Wanneer bij de verdere uitwerking van de plannen gekozen wordt voor een natuurinclusieve invulling door ruimte te bieden aan gebouwbewonende soorten en meer aandacht voor biodiversiteit in de groene gebieden door bijvoorbeeld het gebruik van inheemse soorten en ecologisch beheer kunnen de alternatieven voor de criteria beschermde soorten en gemeentelijke structuur een + of ++ scoren ten opzichte van de referentie.
2503
7.8.5
Beoordeling maatregelen
2504 2505 2506 2507 2508 2509 2510 2511 2512 2513 2514 2515 2516 2517 2518 2519 2520 2521 2522
Natura 2000-gebieden Voor Natura 2000-gebieden zijn geen mitigerende maatregelen nodig, omdat er geen sprake is van een negatief effect. Beschermde soorten Om een overtreding van de Wnb t.a.v. de steenmarter, kleine marterachtigen, vleermuizen, de ringslang en broedvogels te voorkomen moeten mitigerende en (mogelijk) compenserende maatregelen genomen worden. Steenmarter en kleine marterachtigen Nader onderzoek naar het voorkomen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen van de steenmarter, bunzing, wezel en hermelijn is noodzakelijk om te bepalen of deze daadwerkelijk aanwezig zijn binnen de groenstrook. Indien blijkt dat deze aanwezig zijn, en verblijfplaatsen worden aangetast, zijn mitigerende of compenserende maatregelen en het aanvragen van een ontheffing nodig. De mate van mitigerende en compenserende maatregelen en welke verbondsbepalingen overtreden worden is afhankelijk van de uitkomsten van het nader onderzoek. Dit moet verder worden uitgewerkt in een activiteitenplan welke onderdeel is van de ontheffingaanvraag. Vleermuizen
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
92
2523 2524 2525 2526 2527 2528 2529 2530 2531 2532 2533 2534 2535 2536 2537 2538 2539 2540 2541 2542 2543 2544 2545 2546 2547 2548 2549 2550 2551 2552 2553 2554 2555 2556 2557 2558 2559 2560 2561 2562 2563 2564 2565 2566 2567 2568 2569 2570 2571
Om te bepalen of er zich verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden in de gebouwen aan de Planetenbaan 15 en 16 en Het Kwadrant en binnen de zuidelijke groenstrook is een aanvullend onderzoek nodig, conform het Vleermuisprotocol (2021). Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat er daadwerkelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn moet een ontheffing aangevraagd worden en moeten deze verblijfplaatsen (of deze verblijfplaats) gecompenseerd worden. Dit moet verder worden uitgewerkt in een activiteitenplan welke onderdeel is van de ontheffing aanvraag. De omvang van de mitigerende en compenserende maatregelen hangt af van de uitkomsten van het nader onderzoek. Bij de compensatie van verblijfplaatsen van vleermuizen moeten altijd meerdere verblijfplaatsen worden gecompenseerd dan dat er verloren gaan, de werkelijke hoeveelheid te compenseren verblijfplaatsen moet worden beoordeeld door een ter zake deskundig ecoloog. Voor vleermuizen liggen kansen in de bestaande en nieuwe bebouwing. Door spouwmuren bijvoorbeeld toegankelijk te maken voor vleermuizen blijven/ worden deze mogelijk geschikt als verblijfplaats. Daarnaast kunnen vleermuisverblijfplaatsen worden geïntegreerd in de nieuwe bebouwing. Wanneer spaarzaam wordt omgegaan met verlichting en wanneer verlichting amberkleurig is en niet gericht wordt op groenstructuren blijven deze behouden als leefgebied voor vleermuizen.
Ringslang Nader onderzoek naar het voorkomen de ringslang binnen de groenstrook is noodzakelijk om te bepalen of de soort daadwerkelijk aanwezig is. Indien blijkt dat de ringslang aanwezig is, zijn mitigerende of compenserende maatregelen en het aanvragen van een ontheffing nodig. De mate van mitigerende en compenserende maatregelen en welke verbondsbepalingen overtreden worden is afhankelijk van de uitkomsten van het nader onderzoek. Dit moet dan verder worden uitgewerkt in een activiteitenplan welke onderdeel is van de ontheffing aanvraag. Broedvogels Ontheffing voor verstoring van broedgevallen wordt in principe niet verleend, waardoor het voorkomen van verstoring van broedende vogels noodzakelijk is. Het verstoren van broedgevallen van vogels is te voorkomen door: • buiten het broedseizoen te werken dat globaal loopt van 1 maart tot 1 september, en/of; • te zorgen dat buiten de verstoringsafstand van de broedgevallen gewerkt wordt, en/of; • voorafgaand aan het broedseizoen het broedbiotoop voor vogels ongeschikt te maken (bijvoorbeeld oeverruigtes maaien, opgaande begroeiing/bosschages/bomen verwijderen) en (gedurende het broedseizoen) te houden, en/of; • de werkzaamheden voorafgaand aan het broedseizoen te laten beginnen en in een – voor zover mogelijk – constante intensiteit te laten doorgaan gedurende het broedseizoen kan worden.
Het grote voordeel van deze methode is, dat de verstoringsafstand “automatisch” wordt bepaald. Vogels zullen uit eigen beweging een nestplaats kiezen buiten hun specifieke verstoringsafstand. Nadeel is dat de constante intensiteit (zowel in tijd als in ruimte) lastig te realiseren is. Veel methoden om tijdens het broedseizoen door te kunnen werken zijn niet “waterdicht”. Het is vaak niet te garanderen dat broedgevallen niet zullen optreden. Buiten het broedseizoen werken heeft dan ook de voorkeur om overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van broedvogels te voorkomen. Indien dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd om maatregelen te treffen en het terrein kort voor aanvang van de werkzaamheden te laten inspecteren op aanwezigheid van broedende vogels. Gezien de overzichtelijkheid en de beperkt aanwezige vegetatie is het naar verwachting goed mogelijk om voorafgaand aan de werkzaamheden te zorgen dat er geen vogels binnen verstoringsafstand gaan broeden.
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
93
2572 2573 2574 2575 2576 2577 2578 2579 2580 2581 2582 2583 2584 2585 2586 2587 2588 2589 2590 2591 2592 2593 2594 2595 2596 2597 2598 2599 2600 2601 2602 2603 2604 2605 2606 2607 2608 2609 2610 2611 2612 2613
Daarnaast is het nodig om een soortgericht onderzoek uit te voeren naar gierzwaluwen. Van de aangetroffen holten is niet duidelijk of er ook daadwerkelijk gierzwaluwen in kunnen broeden. Als voorafgaand aan het gierzwaluwonderzoek de holten kunnen worden geïnspecteerd en blijkt dat deze niet geschikt zijn voor gierzwaluwen dan vervalt de noodzaak voor vervolgonderzoek naar gierzwaluwen. Kansen Indien bij de verdere uitwerking van de inrichting van het gebied hier een meer natuurinclusieve of groene invulling aan gegeven wordt, waarbij het uitgangspunt is dat de natuurwaarden versterkt worden (in plaats van mitigeren/compenseren wat verloren gaat) kan er sprake zijn van versterking van leefgebied van beschermde soorten als vleermuizen. Bij een juiste soortkeuze en onderhoudsregime kunnen de groene elementen aantrekkelijk worden voor insecten. Daarnaast wordt geadviseerd om te kijken naar mogelijkheden om het fietspad niet door de groenstrook te laten lopen, gezien het mogelijke voorkomen van verschillende beschermde soorten en de effecten van de aanleg op deze soorten. Gemeentelijke groenstructuur Hoewel er negatieve effecten optreden op de gemeentelijke groenstructuur zijn mitigerende maatregelen vanuit wetgeving niet nodig. De gemeente is immers zelf verantwoordelijk voor de afwegingen voor haar eigen beleidsambities.
Wel zijn maatregelen mogelijk en wenselijk waarmee het effect van de aanleg van de fietsverbinding verzacht kan worden. Allereerst kan gezocht worden naar een alternatieve ligging van het fietspad langs de groenstrook, of in ieder geval een ligging met een zo klein mogelijk beslag op de groenstrook en de daarin aanwezige natuurwaarden. Daarnaast kan bij de herinrichting van het gebied zoveel mogelijk rekening gehouden worden met de functie van het gebied voor de voorkomende soorten (marterachtigen, vleermuizen, ringslang en broedvogels). Te denken valt aan: • zo min mogelijk en amberkleurige verlichting, die alleen het pad verlicht en niet naar buiten uitstraalt. Hierbij moet het belang van de natuur worden afgewogen tegen sociale veiligheid; • het aanleggen van strueel en heesters, inheemse soorten en bloemrijke delen; • honden dienen aangelijn te blijven. Onder het thema gezondheid wordt voorgesteld om in het groen in en rond het gebied ruimte te zoeken naar een parkachtige setting waarin bewoners kunnen ontspannen, sporten en spelen. Ook hierbij geldt dat gezocht moet worden naar een natuurvriendelijke inrichting, gericht op de aanwezige soorten. Daarbij is het van belang een scheiding te realiseren tussen het voor publiek toegankelijke deel en het ecologische deel, bijvoorbeeld met stuweel en bosschages.
Binnen het plan zijn er voorts mogelijkheden voor een natuurinclusieve inrichting van het gebied om natuurwaarden te versterken. Zo kan er invulling gegeven worden aan een betere verbinding van de huidige gemeentelijke groenstructuren en omliggend groen. PM; de beoordeling moet nog worden afgestemd met specialist. Samenvatting Tabel 7-37 Overzicht effectbeoordeling natuur inclusief mitigatie Criteria
Referentie
Voorkeursalternatief Zonder mitigatie
Met mitigatie
Natura 2000-gebieden
0
0
N.v.t.
Beschermde soorten
0
--
0
Gemeentelijke groenstructuur
0
PM
PM
2614
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
94
2615
7.8.6
2616 2617 2618 2619 2620 2621 2622 2623 2624 2625 2626
• • •
•
•
Totaaloverzicht effectbeoordeling
Er treden geen effecten op in het nabij gelegen Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Het plangebied en de directe omgeving zijn geschikt als leefgebied voor diverse beschermde soorten (w.o. vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen, ringslag en broedvogels). Door de gehele herinrichting van het plangebied wordt dit functionele leefgebied van deze beschermde soorten zeer waarschijnlijk aangetast wat strijdig is met de Wet natuurbescherming. Vanwege dit potentiële effect scoort het plan zonder maatregelen zeer negatief. Of deze soorten ook daadwerkelijk voorkomen moet in aanvullend onderzoek worden vastgesteld. Daarmee kan ook worden bepaald in hoeverre en welke mitigerende (en zo nodig compenserende) maatregelen nodig zijn. Daarmee en met het benutten van kansen voor een natuurinclusieve inrichting van het gebied kan het negatieve effect worden geneutraliseerd (0). PM conclusie gemeentelijke groenstructuur.
2627
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
95
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
2628 2629
7.9.1
Uitgangspunten
2630 2631 2632 2633 2634 2635 2636
Kader van relevant beleid, wet- en regelgeving Hieronder wordt voor de aspecten Landschap, Cultuurhistorie en Archeologie de wet- en regelgeving en het beleidskader omschreven welke direct of indirect van invloed zijn op de ontwikkeling van de woningbouwontwikkeling aan de Planetenbaan en het Kwadrant in Maarssenbroek. Het gaat daarbij om bestaande en vastgestelde plannen en om (in de nabije toekomst) van kracht zijnde wet- en regelgeving die kaderstellend kunnen zijn voor het initiatief.
2637
Tabel 7-38 Wet- en regelgeving Wettelijk kader
Relevantie voor de woningbouwontwikkeling Planetenbaan en het Kwadrant
Nationale wetgeving Wet ruimtelijke ordening (2008) In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het nodig bij de ruimtelijke ontwikkeling van de woningbouwontwikkeling aan de Planetenbaan en het Kwadrant, landschappelijke waarden te inventariseren en te analyseren. Erfgoedwet (2016)
De voorgenomen ontwikkeling heeft mogelijk effect op de cultuurhistorische en archeologische waarden in het studiegebied
2638 2639
Tabel 7-39 Nationaal beleid Beleidskader
Relevantie voor de woningbouwontwikkeling Planetenbaan en het Kwadrant
Nationale Omgevingsvisie (2020) 15
De visie vraagt aandacht voor onder meer het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang (nationaal belang nr. 19).
‘Kiezen voor karakter, visie, erf- Deze visie vraagt een integrale en omgevingsgerichte benadering van cultuurhistorische kwaliteiten. goed en ruimte’ (Rijk, 2011) Bij de beschrijving en waardering van effecten wordt deze benadering als uitgangspunt gehanteerd.
2640 2641
Tabel 7-40 Provinciaal en regionaal beleid Beleidskader
Relevantie voor de woningbouwontwikkeling Planetenbaan en het Kwadrant
Omgevingsvisie provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. De Omgevingsvisie vervangt de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie. De Omgevingsvisie is vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1-7-2022) opgesteld. De provincie Utrecht hecht waarde aan behoud en versterking kwaliteit van de woonomgeving; gevarieerd en met aandacht voor de openbare ruimte met groen en blauw en ruimte om te bewegen. Een aantrekkelijke leefomgeving draagt bij aan het welzijn van mensen. Daarom zet de provincie in op het doorontwikkelen van aantrekkelijke landschappen en het beschermen en benutten van historisch erfgoed. Cultuurhistorische waarden van de leefomgeving wil de provincie beschermen en benutten, door ze beter zichtbaar en beleefbaar te maken en door ze te gebruiken als dragers en aanjagers van ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het beleid voor de archeologisch waardevolle zones richt zich op het bevorderen van duurzaam behoud en beheer van de archeologische resten in de bodem (‘in situ’).
Interim Omgevingsverordening Provinciale Staten hebben op 10 maart de Omgevingsvisie en interim Omgevingsverordening vastprovincie Utrecht gesteld. In de Omgevingsverordening staan de regels die nodig zijn om het beleid uit de Omgevingsvisie uit te voeren. De Interim Omgevingsverordening was nodig vanwege het uitstel van de Omgevingswet. De Omgevingsverordening kan niet onder de huidige wetgeving in werking treden, de 15 De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet en heeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Rijk, 2012) vervangen.
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
96
Interim Omgevingsverordening wel. De interim Omgevingsverordening zorgt voor de doorwerking van de Omgevingsvisie naar gemeenten, zo ook de gemeente Stichtse Vecht. Volgens de interim Omgevingsverordening is het plangebied van de Planetenbaan en het Kwadrant geen onderdeel van een cultuurhistorische hoofdstructuur, landschappelijke- of aardkundige waarden.
2642 2643
Tabel 7-41 Gemeentelijk beleid Beleidskader
Relevantie voor de woningbouwontwikkeling Planetenbaan en het Kwadrant
‘Stedenbouwkundig kader & Het stedenbouwkundig kader & randvoorwaarden is een document waarin de gewenste ruimtelijke randvoorwaarden Planetenbaan kwaliteit is beschreven en de randvoorwaarden voor ontwikkelingen zijn vastgesteld. De gemeenteen het Kwadrant’ (2019) – Bu- raad heeft op 2 juni 2020 ingestemd met het document “Stedenbouwkundig kader en randvoorwaarreau MAAN den Planetenbaan en het Kwadrant”. De randvoorwaarden benoemd in het document, zijn vertaald naar generieke principes om de samenhang tussen de plannen in het gebied en aansluiting op de omgeving te borgen. Initiatieven kunnen op basis van dit document worden beoordeeld in een groter kader zodat er een kwalitatieve, aantrekkelijke en op de toekomstgerichte woon-werkomgeving ontstaat. Dit document geldt als toetsingskader voor de beoordeling van de voorliggende voorkeursalternatief. Welstandsnota gemeente Stichtse Vecht (2013)
Volgens de gebiedskaart van de Welstandsnota gemeente Stichtse Vecht is het plangebied aangewezen als bedrijventerrein Maarssenbroek. Het bedrijventerrein Maarssenbroek is een soepel welstandsgebied. Het beleid is gericht op het beheer van de samenhang in de massa's en het straatbeeld, met name aan de randen van het gebied. Bij de beoordeling van initiatieven zal onder meer aandacht worden geschonken aan het behoud van samenhang in de ruimtelijke opzet en de architectonische uitwerking. Gebiedskaart Maarssenbroek uit Welstandsnota Stichtse Vecht 2013
2644 2645
7.9.2
Beoordelings- en onderzoeksopzet
2646 2647
In het kader van het MER is het thema Landschap, Cultuurhistorie en Archeologie onderzocht. Dit onderzoek betreft de beoordeling van de navolgende effecten van de planontwikkeling, door vergelijking van de
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
97
2648 2649 2650 2651 2652 2653 2654
voorgenomen plansituatie in 2030 met de referentiesituatie 2030. De onderstaande tabel geeft weer welke aspecten, criteria en analyses worden toegepast om tot een oordeel over het het effect op het landschap, en de cultuurhistorie en archeologische waarden van de woningbouwontwikkeling aan de Planetenbaan en het Kwadrant te komen. Binnen deze beschouwing wordt ook aangesloten bij aspecten van de Welstandnota van de gemeente Stichtse Vecht (2015); ligging, massa, architectonische uitwerking en materiaal en kleur.
2655
Tabel 7-42 Wijze van beschouwing aspecten Landschap, Cultuurhistorie en Archeologie in het kader van de m.e.r. Aspecten
Criteria
Landschap
2656 2657 2658 2659 2660 2661 2662 2663 2664 2665 2666 2667 2668
Analyse
Landschapstype en -structuur, gebieden en patronen Groenstructuren
Kwalitatieve analyse van de impact op de kwaliteiten van het (stedelijke) landschap en bijbehorende structuren Kwalitatieve analyse van de impact op groenstructuren
Cultuurhistorie
Historisch-geografische patro- nen, ensembles, waardevolle gebouwen en historisch- (steden)bouwkundige elementen
Kwalitatieve analyse van de impact op historisch-geografische patronen en ensembles en mate van aantasting van historisch(steden)bouwkundige elementen
Archeologie
Archeologische waarden Archeologische verwachtingswaarden
Kwalitatieve analyse van de mate van aantasting van archeologische terreinen en waarnemingen; Kwalitatieve analyse van de mate van aantasting van archeologische verwachtingswaarden
Voor de beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen is door middel van kaartmateriaal uit diverse bronnen (zoals beleid), historische kaarten een analyse gedaan op de schaal van het plangebied en op een grotere schaal. Voor de effecten is het Stedenbouwkundig kader van randvoorwaarden Planetenbaan en Het Kwadrant beschouwd en vergeleken met de hiervoorgenoemde analyse. Effectclassificatie In het MER worden de belangrijkste waarden in beeld gebracht. Voor de effectbepaling wordt aangesloten bij de voor dit MER geldende 5-punts schaal van ‘- -‘ tot ‘++’. In tabel 9-42 wordt de specifieke invulling van deze schaal nader toegelicht. De beoordeling voor Landschap, Cultuurhistorie en Archeologie vindt plaats op basis van expert judgement. Tabel 7-43 Toelichting 5-puntsschaal Score
Beoordeling Landschap, Cultuurhistorie en Archeologie
++
Zeer grote bijdrage aan de versterking op de kwaliteiten van het (stedelijke) landschap, cultuurhistorie en archeologie
+
Beperkte versterking op de kwaliteiten van het (stedelijke) landschap, cultuurhistorie en archeologie
0
Neutraal, per saldo geen invloed op de kwaliteiten van het (stedelijke) landschap, cultuurhistorie en archeologie
-
Beperkte aantasting of verslechtering van de kwaliteiten van het (stedelijke) landschap, cultuurhistorie en archeologie
--
Grote aantasting of verslechtering van de kwaliteiten van het (stedelijke) landschap, cultuurhistorie en archeologie
2669 2670
7.9.3
Referentiesituatie
2671 2672 2673 2674 2675 2676
Landschap Landschapstype en -structuur, gebieden en patronen De Planetenbaan ligt ingeklemd tussen twee groenstructuren, de Maarssenbroeksedijk, met bomenlaan en watergang, en de groene wijkontsluitingsring (Ruimteweg), met een brede groene berm. Het Kwadrant wordt omzoomd door een groenstructuur. Het groene karakter aan de Maarssenbroeksedijk versterkt de cultuurhistorische waarde van de dijk en accentueert het groen de functie van fietsroute. Aan de Ruimteweg 15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
98