Voorontwerp Bp Ruimtekwartier - MER Planetenbaan en Het Kwadrant concept 20220815.pdf
Tekst van het document
RAPPORT Milieueffectrapport
Planetenbaan en Het Kwadrant Klant:
gemeente Stichtse Vecht
Referentie: BH5097TPRP2102261138 Status:
Concept/0.3
Datum:
15 augustus 2022
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Milieueffectrapport Ondertitel: Planetenbaan en Het Kwadrant Referentie: BH5097TPRP2102261138 Status: 0.3/Concept Datum: 15 augustus 2022 Projectnaam: NRD Planetenbaan en Het Kwadrant Projectnummer: BH5097-101-100 Auteur(s): Hugo Woesthuis Opgesteld door:
Reinier Brinks, Jannie Bijzet, Hugo Woesthuis
Gecontroleerd door: Mark Huuskes Datum: 28 maart 2022 Goedgekeurd door: Mark Huuskes Datum: 15 augustus 2022
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
i
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
ii
1
Inhoud
2
Samenvatting
4
3
1
Aanleiding en doel van deze milieueffectrapportage
5
4
1.1
Aanleiding: woningbouw mogelijk maken
5
5
1.2
Doel: meewegen milieubelang in de besluitvorming
5
6
1.3
Leeswijzer
6
7
2
Het project Planetenbaan en Het Kwadrant
7
8
2.1
Wat voorafging
7
9
2.2
Nut en noodzaak
9
10
3
M.e.r.-procedure
12
11
3.1
Waarom een m.e.r.?
12
12
3.2
Procedure en besluitvorming
13
13
4
Onderzoeksaanpak
15
14
4.1
Beoordelingskader
15
15
4.2
Methode van effectbepaling en scoren
15
16
4.3
Plan- en studiegebied
16
17
5
Referentiesituatie
17
18
5.1
Huidige situatie
17
19
5.2
Autonome ontwikkeling
20
20
6
Ontwikkeling en beschrijving voorkeursalternatief
22
21
6.1
Ontwikkeling voorkeursalternatief
22
22
6.2
Beschrijving voorkeursalternatief
22
23
7
Beoordeling milieueffecten
30
24
7.1
Verkeer
30
25
7.2
Wegverkeerlawaai
41
26
7.3
Luchtkwaliteit
42
27
7.4
Externe veiligheid
51
28
7.5
Bedrijven en milieuzonering en geurhinder
59
29
7.6
Bodem
60
30
7.7
Water
67
31
7.8
Natuur
77
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
96
32
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
2
33
7.10
Gezondheid
105
34
7.11
Duurzaamheid
111
35
8
Optimaliserende varianten en maatregelen
121
36
8.1
Effectbeoordeling voorkeursalternatief als startpunt
121
37
8.2
Verkeersontsluiting
121
38
8.3
Geluidsmaatregelen
129
39
8.4
Maatregelen energie-neutraal bouwen
129
40
8.5
Maatregelen klimaatadaptatie en hittestress
133
41
8.6
Circulair bouwen
136
42
8.7
Overzicht effectscores maatregelen
137
43
9
Conclusies en aanbevelingen
138
44
9.1
Overzichtstabel effectbeoordeling
138
45
9.2
Conclusies en aanbevelingen
138
46
10
Leemten in kennis en evaluatie
142
47
10.1
Leemten in kennis en vervolgonderzoek
142
48
10.2
Aanzet voor monitoring en evaluatie
142
49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
Bijlagen 1. Toelichting verkeersmodel berekeningen t.b.v. MER Planetenbaan en het Kwadrant 2. Verkeersgegevens t.b.v. geluid 3. Geluidcontouren 4. Overzicht aantal (ernstig) gehinderden geluid 5. Resultaten nieuwbouw geluid 6. Vooronderzoek bodem 7. Quickscan MER Planetenbaan natuur 8. Aerius-berekeningen 9. Quickscan archeologie
60
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
3
61
Samenvatting
62 63
Volgt na goedkeuring eindconcept MER
64
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
4
65
1
Aanleiding en doel van deze milieueffectrapportage
66
1.1
Aanleiding: woningbouw mogelijk maken
67 68 69 70 71
De locatie Planetenbaan en Het Kwadrant (zie Figuur 1-1) is een van oorsprong typische kantoor- en bedrijvenlocatie in Maarssenbroek. Sinds een aantal jaren is er sprake van aanzienlijke leegstand, en heeft het gebied een verouderde uitstraling. In lijn met het nationale en provinciale beleid voor leegstand op kantoorlocaties is in 2016 een afwegingskader met bijbehorende kansen voor het gebied vastgesteld, dat inzet op een (gedeeltelijke) herontwikkeling naar woningbouw. Beleidskader gemeente Stichtse Vecht leegstand kantoren 2016 Planetenbaan en Het Kwadrant is een kantoorlocatie die de laatste jaren gekenmerkt wordt door forse leegstand. De locatie omvat een aantal kantoorpanden met een omvang van elk 5.000 m2 tot 10.000 m2. Daarnaast is er nog restplancapaciteit aanwezig van ongeveer 30.000 m2. Dit hele gebied heeft hoge prioriteit bij de aanpak van de leegstand. Al meerdere jaren wordt in samenwerking met de Provincie Utrecht onderzocht op welke manier op de Planetenbaan het aantal vierkante meters kantoren verminderd kan worden. Uit prognoses blijkt namelijk dat de verwachting is dat de bestaande kantoren op deze locatie voor een groot deel niet meer gevuld zullen worden.
72 73 74 75 76 77 78 79 80 81
Vanuit de regio is er een forse woningbouwopgave tot 2040. De locatie Planetenbaan en Het Kwadrant Maarssenbroek kan hier een aanzienlijke bijdrage aan leveren. De gemeente Stichtse Vecht heeft besloten om het gebied te herontwikkelen naar woningbouw met maximaal 2.300 nieuwe woningen in combinatie met commerciële en / of maatschappelijke bedrijfsruimten. Een aantal gebouwen zijn inmiddels al getransformeerd tot woningen, en voor de overige locaties zijn er uiteenlopende plannen voor sloop-/nieuwbouw en/of transformatie van de bestaande kantoren tot woningbouw. Het ontwikkelen van een integrale plankwaliteit, met oog voor het wonen aan Planetenbaan en Het Kwadrant als herkenbare identiteit en met passende mobiliteit en bereikbaarheid, staat hierbij centraal.
82
1.2
83 84 85 86 87 88 89 90
De gemeente Stichtse Vecht zal een bestemmingsplan opstellen om de ontwikkelingen planologisch mogelijk te maken. Ook wordt een deel van het plan, het Kwadrant, met een vergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Aan de besluitvormingsprocedures voor het bestemmingsplan en de vergunning is een milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) gekoppeld. De reden wordt in hoofdstuk 3 toegelicht. Het doel van de m.e.r.-procedure is om het milieubelang een volwaardige plek te geven in de besluitvorming over plannen die belangrijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Deze gevolgen worden beschreven in het voorliggende milieueffectrapport (MER).
Doel: meewegen milieubelang in de besluitvorming
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
5
91 92 93
Figuur 1-1 Plangebied in de omgeving
94
1.3
95 96 97 98 99 100 101 102
In hoofdstuk 2 wordt verder ingegaan op het project Planetenbaan en Het Kwadrant. Hoofdstuk 3 gaat in op het waarom van de milieueffectrapportage, waarna hoofdstuk 4 duidelijkheid geeft over de onderzoeksopzet. Hierin wordt ook het beoordelingskader uiteengezet. De referentiesituatie wordt beschreven in hoofdstuk 5. De alternatieven (hoofdstuk 6) worden vergeleken met deze referentiesituatie. In hoofdstuk 7 worden de milieueffecten van de verschillende alternatieven per aspect behandeld en beoordeeld. Hoofdstuk 10 beschrijft de integrale effectbeoordeling en eventuele aanvullende mitigerende maatregelen. In hoofdstuk 11 is aangegeven of er relevante ‘leemten in kennis’ waren bij het beoordelen van de milieueffecten en wordt een aanzet gegeven tot een evaluatieprogramma.
Leeswijzer
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
6
103
2
Het project Planetenbaan en Het Kwadrant
104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117
Planetenbaan en Het Kwadrant liggen ingeklemd tussen twee bestaande groenstructuren (Maarssenbroeksedijk met bomenlaan en watergang, en de Ruimteweg met een brede groene berm). De locatie is geschikt voor een stedelijk milieu met appartementen in grotere gebouwen en omgeven door een stevige groenstructuur. Met de transformatie naar een woonomgeving kan een aantrekkelijkere en groene inrichting van de omgeving worden bereikt. Het plangebied heeft gemiddeld grotere gebouwen dan elders in de wijk, waardoor het een stedelijke uitstraling heeft. Hogere bebouwing kan dan ook stedenbouwkundig gezien goed worden ingepast. De ontwikkeling van de Planetenbaan en Het Kwadrant draagt bij aan de gemeentelijke woningbouwopgave, en draagt bij aan een gedifferentieerd woningaanbod. Het ontwikkelen van de Planetenbaan en Het Kwadrant tot een gemengd woon-werkgebied past bij de strategische positie van de locatie. Ondanks het accent op woningbouw is een zorgvuldige inpassing van andere functies essentieel. Een mix van woningen, commerciële en / of maatschappelijke bedrijfsruimten zorgt voor een levendigheid op verschillende momenten van de dag en de week, en zorgt ervoor dat er geen monofunctioneel gebied ontstaat.
118
2.1
119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130
De locatie Planetenbaan en Het Kwadrant is een van oorsprong typische kantoor- en bedrijvenlocatie in Maarssenbroek. Sinds een aantal jaren is er sprake van aanzienlijke leegstand, en heeft het gebied een verouderde uitstraling. In lijn met het nationale en provinciale beleid voor leegstand op kantoorlocaties is in 2016 een afwegingskader met bijbehorende kansen voor het gebied vastgesteld wat inzet op een (gedeeltelijke) herontwikkeling naar woningbouw. Inmiddels zijn vijf kantoorgebouwen omgebouwd naar woningen. Hiervan staan drie gebouwen op deelgebied Planetenbaan zuid en twee gebouwen op deelgebied Planetenbaan midden (zie voor deelgebieden en benaming Figuur 2-1). De drie gebouwen op deelgebied Planetenbaan zuid zijn permanent omgebouwd naar woningen. De twee kantoorgebouwen op deelgebied Planetenbaan midden zijn tijdelijk omgebouwd naar woningen en zullen te zijner tijd worden gesloopt ten behoeve van nieuwbouw. Voor de overige locaties zijn uiteenlopende plannen voor sloop-nieuwbouw en transformatie naar woningbouw of andere functies.
Wat voorafging
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
7
131 132 133
Figuur 2-1 Deelgebieden en benamingen
134
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
8
135
2.2
Nut en noodzaak
136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 154 155 156 157 158 159 160 161 162 163 164 165 166 167 168 169 170 171 172 173 174 175 176 177 178 179 180 181
De transformatie van het plangebied maakt onderdeel uit van het gemeentelijk beleid, en is vastgelegd in onderstaande beleidsstukken en uitgewerkt in stedenbouwkundige randvoorwaarden. Economische visie In 2015 heeft de gemeente Stichtse Vecht de Economische Visie vastgesteld. Hierin zijn de mogelijkheden voor transformatie van de Planetenbaan benoemd. Daarbij wordt als kans benoemd het uit de markt nemen van kansloos vastgoed. In 2016 is het beleidskader ‘Leegstand kantoren’ vastgesteld, en is besloten om voor de transformatie van de Planetenbaan een gebiedsgerichte aanpak te starten. Dit is in lijn met de Thematische Structuurvisie Kantoren (TSK) van de provincie Utrecht. Woonvisie In juli 2019 heeft de gemeente Stichtse Vecht de ‘Actualisatie Woonvisie 2017 – 2022’ vastgesteld. Deze is gestoeld op de meest actuele cijfers uit het regionale woningbehoefteonderzoek van eind 2018. Belangrijke uitgangspunten zijn hierbij: - Duurzaamheid (aardgasvrij en energieneutraal wonen); - Experimentele en alternatieve woonvormen; - Aanbod van starterswoningen en levensloopbestendige woningen; - Bevordering van de doorstroming. Hierbij wordt gehecht aan een goede mix van sociale huur en betaalbare koop met een diversiteit aan doelgroepen om de leefbaarheid in de wijken te bevorderen.
De belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit het woningmarktonderzoek die van belang zijn voor de Planetenbaan zijn: 1. De gemeente Stichtse Vecht heeft een belangrijke functie voor de lokale en regionale markt. Huishoudens vinden hier vanuit Utrecht een betaalbare huur- of koopwoning. Keuzes die de gemeente Stichtse Vecht maakt hangen nauw samen met keuzes die de gemeente Utrecht maakt en vice versa. Bijvoorbeeld herstructurering in Utrecht zal de druk op de woningmarkt in de gemeente Stichtse Vecht vergroten. Onderlinge afstemming van woonbeleid is dan ook van belang. 2. De gemeente Stichtse Vecht kenmerkt zich door diversiteit in de bevolkingssamenstelling. Naast veel gezinnen is het aandeel van 1- en 2-persoonshuishoudens onder de 65 jaar en boven de 65 jaar ongeveer gelijk. De komende jaren zal het aantal gezinnen echter niet veel meer groeien. Daarentegen neemt het aandeel 65+-huishoudens de komende jaren steeds meer toe. Vooral het aantal oudere ouderen (75-plussers) groeit met ruim 50%. De toevoeging van appartementen in de huur en koop lijkt dan ook gewenst om de doorstroming van deze groepen te bevorderen. 3. De woningmarkt in zowel de huur- als koopsector staat in de gemeente Stichtse Vecht sterk onder druk. Toevoegingen in alle segmenten zijn nodig om de keuzemogelijkheden van woningzoekenden te vergroten. 4.
Het inkomensniveau binnen de gemeente Stichtse Vecht ligt hoger dan het regionaal gemiddelde. Dit zien we ook terug in de samenstelling van de woningvoorraad. Het aandeel sociale huurwoningen ligt dan ook onder het regionaal gemiddelde. Desondanks loopt de druk op de sociale huur in de gemeente al enkele jaren sterk op. Toevoeging in dit segment is noodzakelijk om de druk te verlagen. Ook het toevoegen van ruime en betaalbare woningen in het middensegment (huur en koop) is wenselijk om de doorstroming van scheefwoners in de sociale huur te bevorderen. 5. In de Woonvisie zet de gemeente Stichtse Vecht in op een nieuwbouwprogramma van minimaal 30% sociale huurwoningen. Voor betaalbare koop- en middenhuurwoningen moet worden aangesloten bij de behoefte in de betreffende kern.
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
9
182 183 184 185 186 187 188 189 190 191 192 193 194 195 196 197 198 199 200 201 202 203 204 205 206 207 208 209 210
6.
7.
De komende jaren wil de gemeente het woningaanbod voor mensen met een zorgvraag in de gemeente uitbreiden. Bij nieuwe woningbouwinitiatieven wordt gekeken naar de mogelijkheden voor het combineren van wonen en zorg. Gezien de omvang van de totale ontwikkeling op de Planetenbaan wordt gestreefd naar een gedifferentieerd aanbod, zodat de verschillende woonvormen voor alle inkomensgroepen bereikbaar zijn, en de bevolking gemêleerd is.
Stedenbouwkundige randvoorwaarden en amendementen In hoofdlijnen is het doel is om voor de Planetenbaan en Het Kwadrant woningen te bouwen voor een zo gevarieerd mogelijke doelgroep aan bewoners die daar ook in de toekomst prettig zullen wonen. Met de transformatie naar een woonomgeving kan een meer aantrekkelijke groene inrichting van de omgeving worden bereikt met een mix van woningen, commerciële en / of maatschappelijke bedrijfsruimten. In 2019 is een Stedenbouwkundig Kader 1 vastgesteld door de gemeente. Hierin is een kader voor de gewenste ruimtelijke kwaliteit van het gebied en randvoorwaarden voor ontwikkelingen vastgelegd. Op sommige punten overschrijven deze randvoorwaarden het generieke gemeentelijke beleid. Daar waar relevant zijn de concrete randvoorwaarden genoemd als kader bij de effectbeoordelingen in hoofdstuk 7 en verder. Hetzelfde geldt voor de twee amendementen die de gemeenteraad unaniem aannam bij het Stedenbouwkundige kader van randvoorwaarden. Daarmee stelt de raad allereerst de aanvullende eis dat sprake is van een gezond woon- en leefklimaat op maaiveldniveau in het gebied, waartoe geluidsmaatregelen in en om het gebied getroffen moeten worden. Tevens stelt de raad als eis dat het gebied en de gebouwen klimaatadapatief worden ingericht en gebouwd.
Bereikbaarheid / ontsluiting Vertrekpunt voor de toekomstige situatie is dat de ontwikkeling van het plangebied niet méér autobewegingen genereert dan de omliggende infrastructuur aan kan. Ontsluiting van het plangebied kan plaatsvinden via het bestaande wegennet. Dit betreft de Zuilense Ring (N230) en de ontsluitingswegen Ruimteweg, Floraweg en Maarssenbroekseslag/Amsterdamseslag. Zie Figuur 2-2.
1
Het Stedenbouwkundig Kader is op 3 juni jl. vastgesteld en te downloaden via de link: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/Vergaderingen/Raad/2020/03-juni/19:30/alle-documenten
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
10
211 212 213 214 215 216 217 218 219 220 221
Figuur 2-2 Plangebied en omliggende wegen
Het plangebied is vanwege de oorspronkelijke ontwikkeling als kantorenlocatie sterk georiënteerd op de auto-ontsluiting. Voor de transformatie van het plangebied wordt vroegtijdig ingezet op een goede OV-positionering van de wijk, en geïnvesteerd in langzaam-verkeerverbindingen. Uitgangspunten zijn een goede busverbinding richting het station van Maarssen en Utrecht en langzaam verkeersverbindingen in aansluiting op de bestaande hoofdfietsroutes met een optimale verbinding richting het station. In de nieuwe plannen van Het Kwadrant is een voet-fietsbrug opgenomen die over de Ruimteweg landt op Cornerplaza en dan aansluit op de Maarssenbroeksedijk.
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
11
222
3
M.e.r.-procedure
223
3.1
Waarom een m.e.r.?
224 225 226 227 228
In Nederland (en de Europese Unie) is het verplicht om voor ontwikkelingen met mogelijk belangrijke milieugevolgen een zogenaamde milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen, en een milieueffectrapport (MER) op te stellen. In deze paragraaf wordt kort ingegaan op de wettelijke verplichtingen voor een m.e.r., en op het doel van het MER. De procedure is verder beschreven in paragraaf 3.2.
229
Tabel 3-1 Afkortingen milieueffectrapportage Toelichting gebruikte termen milieueffectrapportage
230 231 232 233 234 235 236 237 238 239 240 241 242 243 244 245 246 247 248 249 250 251 252 253 254 255 256 257 258 259 260 261
m.e.r.
de milieueffectrapportage (de procedure)
MER
het milieueffectrapport (het product)
Planm.e.r.
milieueffectrapportage voor een plan (in dit geval een structuurvisie én thematische aanpassing van het bestemmingsplan)
planMER
het milieueffectrapport dat het resultaat is van de planm.e.r.
Wanneer is een activiteit m.e.r.-(beoordelings)plichtig? Volgens de Wet milieubeheer (Wm) zijn bepaalde plannen en besluiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu m.e.r.(beoordelings)-plichtig. De verplichting voor een project-m.e.r.-procedure ontstaat als de voorgenomen activiteit is vermeld in bijlage C van het Besluit m.e.r., de activiteit daarbij in omvang minimaal gelijk is aan de daarbij vermelde drempelwaarden, en de activiteit mogelijk wordt gemaakt in één van de in het Besluit m.e.r. aangewezen besluiten. Daarnaast kan een activiteit m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn op basis van het Besluit m.e.r. Dit is het geval wanneer de voorgenomen activiteit is vermeld in bijlage D van het Besluit m.e.r., en de activiteit mogelijk wordt gemaakt in de aangewezen besluiten. In een m.e.r.-beoordeling wordt met een lichte procedure onderzocht of aanzienlijke nadelige milieugevolgen zijn uit te sluiten. Als dat niet het geval is, moet alsnog een volledige m.e.r. doorlopen worden. Voor plannen geldt een directe plan m.e.r.-plicht wanneer het plan een kader vormt voor activiteiten uit bijlage C of D van het Besluit m.e.r. die de (indicatieve) drempelwaarden overschrijden.
Voor een plan dat het kader stelt voor activiteiten ónder de drempelwaarde van bijlage D wordt in een plan-m.e.r.-beoordeling eerst onderzocht of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uit te sluiten. Als dat niet zo is, moet alsnog een volledige plan-m.e.r.-procedure doorlopen worden. In aanvulling op het voorgaande is er nog een mogelijkheid waardoor een plan-m.e.r.-plicht kan gelden. Dit is het geval wanneer bij een plan vanwege mogelijk significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden een passende beoordeling moet worden opgesteld. Gemeenten kunnen onder bepaalde voorwaarden onder deze verplichting uitkomen; het plan dat zij vaststellen moet betrekking hebben op een klein deel van het grondgebied, of moet betrekking hebben op een kleine wijziging, én er mag geen sprake zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen. Dit laatste moet dan in een plan-m.e.r.-beoordeling worden vastgesteld.
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
12
262 263 264 265 266 267 268 269 270 271 272 273 274 275 276 277 278 279 280 281 282 283 284 285 286 287 288 289
Is het plan Planetenbaan en Het Kwadrant m.e.r.-(beoordelings-) plichtig? Volgens categorie D11.2 van onderdeel D van Besluit m.e.r. is ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject’ m.e.r.-beoordelingsplichtig in gevallen wanneer de activiteit betrekking heeft op: • Een oppervlakte van 100 hectare of meer; • Een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat, of; • Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Omdat met het plan Planetenbaan en Het Kwadrant tot 2.300 nieuwe woningen mogelijk worden gemaakt, wordt de drempelwaarde uit het Besluit m.e.r. overschreden. Het vigerende bestemmingsplan voorziet niet in de wijziging van de huidige bestemming kantoren naar woningen. En de gemeente bereidt daarom een nieuw bestemmingsplan voor voor de woningbouw ontwikkeling. Ook geldt het bestemmingsplan als een besluit waaraan voor die activiteiten de m.e.r.-beoordelingsplicht gekoppeld is. Om deze redenen geldt voor het plan Planetenbaan en Het Kwadrant de m.e.r.-beoordelingsplicht. Ten tijde van de start van de besluitvorming was echter het vermoeden dat vanwege mogelijke significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden een passende beoordeling moest worden opgesteld. Ook bestond de mogelijkheid nog niet voor gemeenten om in die gevallen te volstaan met een m.e.r.-beoordeling.
Er is destijds gekozen om sowieso een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Doel milieueffectrapportage Het doel van een m.e.r. is het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming te betrekken, en zo inzicht te krijgen in de effecten van de voorgenomen activiteit op de omgeving, en in mogelijke maatregelen om eventuele negatieve effecten op de omgeving te verminderen en/of te compenseren. De m.e.r. draagt bij aan het maken van goed afgewogen, verantwoorde keuzes: welke milieueffecten worden (maximaal) verwacht wanneer een bepaalde keuze wordt gemaakt, en hoe kan daar in het ontwerp het beste rekening mee worden gehouden?
290
3.2
Procedure en besluitvorming
291 292 293 294 295 296 297 298 299 300 301 302 303 304 305 306
De m.e.r.-procedure verloopt als volgt: Reeds doorlopen procedurestappen: 1) Openbare kennisgeving van het voornemen door bevoegd gezag (18 februari 2021) De procedure is gestart met een bekendmaking van het voornemen via een openbare kennisgeving en publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De bekendmaking vond plaats via het Gemeenteblad van Stichtse Vecht 2 en de gemeentelijke website van gemeente Stichtse Vecht (18 februari 2021). De NRD heeft een ieder in kunnen zien op het gemeentehuis van gemeente Stichtse Vecht en via de website. Daarnaast is de NRD toegezonden aan de vooroverlegpartners van de gemeente. 2) Raadplegen betrokken instanties over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport, zienswijzen en vaststellen reikwijdte en detailniveau Een aantal bestuursorganen en organisaties (vooroverlegpartners en op dat moment bekende stakeholders) is actief geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau van het voorliggende milieueffectrapport. Voorts heeft een ieder schriftelijk kunnen reageren op de NRD van 19 februari tot en met 18 maart 2021.
2
Gemeenteblad van Stichtse Vecht (18 februari 2021). Gemeenteblad 2021, 50978 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
13
307 308 309 310 311 312 313 314 315 316 317 318 319 320 321 322 323 324 325 326 327 328 329 330 331 332 333 334 335 336 337 338
Het college van burgermeester en wethouders heeft ontvangen opmerkingen, zienswijzen en adviezen in beschouwing genomen en vervolgens de reikwijdte en het detailniveau voor het MER definitief vastgesteld [april 2021]. Met dat als uitgangspunt is het m.e.r.-onderzoek daadwerkelijk gestart. 3) Opstellen MER (periode) De milieuonderzoeken zijn uitgevoerd, de effecten van het plan en alternatieven vergeleken en de resultaten vastgelegd in het MER. De resultaten van het MER zijn input geweest bij het opstellen van het ontwerp bestemmingsplan en de vergunningaanvraag. Huidige en nog volgende procedurestappen: 4) Terinzagelegging MER en ontwerp bestemmingsplan (periode) Voorliggend MER ligt samen met het ontwerp bestemmingsplan en/of de vergunningaanvraag voor het afwijken van het bestemmingsplan zes weken ter visie vanaf [datum]. Een ieder wordt in deze weken in de gelegenheid gesteld zienswijzen in te dienen. Tevens worden betrokken instanties en wettelijke adviseurs geraadpleegt over het MER en het plan. De Commissie m.e.r. toetst in deze periode de kwaliteit en inhoud van het MER en beoordeelt of de juiste (milieu)informatie aanwezig is om het bestemmingsplan te kunnen vaststellen en de vergunning te kunnen verlenen. De ingekomen zienswijzen en het advies van de Commissie m.e.r. kunnen aanleiding geven tot het bijstellen van het MER en/of het ontwerp bestemmingsplan.
5) Besluit en vervolg (periode) Het bestemmingsplan wordt vastgesteld door het bevoegd gezag. Tegen dit besluit kan beroep worden aangetekend. 6) Monitoring Tot slot monitort de gemeente of de in dit MER voorspelde milieueffecten ook daadwerkelijk optreden en niet nadeliger uitpakken dan gedacht. Indien nodig neemt zij maatregelen om de effecten in voldoende mate te mitigeren.
339
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
14
340
4
341 342 343 344
De onderzoeksaanpak van dit milieueffectrapport bestaat uit een beoordelingskader met te beoordelen milieu-aspecten en wijze van effectbeoordeling, een weergave of beschrijving van het plan- en studiegebied en het zichtjaar. Daarnaast wordt toegelicht
345
4.1
346
In Tabel 4-1 zijn de nader te onderzoeken milieuaspecten met bijbehorende toetsingscriteria weergegeven.
347
Tabel 4-1 Beoordelingskader MER
348
Onderzoeksaanpak
Beoordelingskader
Milieu-aspect
Onderzoekscriteria
Verkeer
Verkeersstructuur- en afwikkeling, bereikbaarheid, verkeersveiligheid, openbaar vervoer en langzaam verkeer
Geluid
Geluidseffecten bestaande bouw omgeving en nieuwbouw binnenplans
Luchtkwaliteit
Verandering in concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2,5/PM10)
Externe Veiligheid
Externe veiligheidsrisico’s bestaande bedrijven en wegen (plaatsgebonden risico’s en groepsrisico’s)
Bodem
Kwaliteit fysieke gesteldheid en milieukwaliteit
Water
Grondwaterkwaliteit en -kwantiteit, oppervlaktewater kwaliteit en kwantiteit
Natuur
Beschermde gebieden (Natura 2000), beschermde soorten
Landschap, archeologie en cultuurhistorie
Landschappelijke waarden, cultureel erfgoed en cultuurhistorische waarden, archeologische bekende en verwachte waarden
Gezondheid
Gezondheidsbescherming (geluid, lucht en externe Veiligheid) en gezondheidsbevordering.
Duurzaamheid
Klimaatbestendigheid, energie-neutraal bouwen en hittestress
349
4.2
Methode van effectbepaling en scoren
350 351 352 353 354 355 356 357 358 359 360
In het m.e.r.-onderzoek worden de effecten van het plan bepaald door de situatie die onstaat na de voltooiïng van de gebiedsontwikkeling te vergelijken met de situatie die zou ontstaan zonder de gebiedsontwikkeling. Het verschil tussen die twee is het effect van het plan. Die situatie zonder de gebiedsontwikkeling wordt ook wel de referentiesituatie genoemd. Meer specifiek betreft dit de situatie die ontstaat in de toekomst op basis van de huidige situatie en alle ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen die sowieso zullen gebeuren (zogeheten autonome ontwikkelingen). In het volgende hoofdstuk is deze referentiesituatie beschreven.
361
Tabel 4-2 Scoreschaal milieueffecten
De effecten ten opzichte van de referentiesituatie worden vervolgens ingedeeld bij een van de volgende kwalitatieve score (Tabel 4-2). De referentiesituatie krijgt standaard de score ‘0’.
Score ++ + 0 --
362 363 364 Zeer positief effect 365 Positief effect 366 367 Geen/neutraal effect 368 Negatief effect 369 Sterk negatief effect 370
Verklaring
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
15
371
4.3
Plan- en studiegebied
372 373 374 375 376 377 378 379
Het plangebied betreft het gebied waarbinnen de fysieke ingreep van het project plaatsvindt (zie Figuur 4-1). Het studiegebied is een ruimere zone rondom het plangebied waarbinnen mogelijk relevante effecten kunnen optreden die het gevolg zijn van het project Planetenbaan en Het Kwadrant en de maatregelen. Het relevante studiegebied kan verschillen per milieuthema en de reikwijdte van effecten en is afhankelijk van de precieze planuitwerking. Bij de effectbeoordelingen (in hoofdstuk 8) wordt het studiegebied, indien relevant, per milieueffect onderbouwd.
380 381 382
Figuur 4-1 Plangebied en omliggende wegen
383
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
16
384
5
Referentiesituatie
385 386 387 388 389 390 391 392 393
Dit hoofdstuk beschrijft de huidige situatie en het huidige gebruik van Planetenbaan en Het Kwadrant, en de autonome ontwikkelingen tot 2030. Tezamen vormt dit de ‘Referentiesituatie’ waarmee in het MER de milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling zal worden vergeleken. In hoofdstuk 8 is bij de effectbeoordelingen de referentiesituatie nader beschreven toegespitst op het thema. Voor het MER wordt het referentiejaar 2030 in beeld gebracht. De ontwikkeling van het gebied Planetenbaan en Het Kwadrant betreft een ontwikkeling die naar verwachting een doorlooptijd heeft van circa 10 jaar.
394
5.1
Huidige situatie
395 396 397 398 399 400 401 402 403 404 405
Ligging Planetenbaan en Het Kwadrant Het plangebied Planetenbaan en Het Kwadrant ligt in Maarssenbroek ten noordwesten van de Zuilense Ring (Ring Utrecht, N230). Ten noordoosten van het plangebied ligt een gemengd bedrijventerrein met detailhandel en logistieke centra. Ten zuidoosten van de Zuilense Ring ligt het industrieterrein Lage Weide. Ten noordwesten van het plangebied ligt de woonwijk Bloemstede en ten zuidwesten de woonwijk Boomstede. Ten zuiden van het plangebied ligt het gebied Haagstede. Haagstede is in de huidige situatie een lege kavel. Het plangebied maakt deel uit van een stedelijke omgeving. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is het gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’ gelegen ten oosten van Breukelen (ca. 3 km afstand). Zie Figuur 5-1.
Natura2000-gebied Oostelijke Vechtplassen
Bloemstede B
Lage Weide
406 407 408
Figuur 5-1 Ligging plangebied in de omgeving
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
17
409 410 411
Bestaande functies plangebied Het huidige bestemmingsplan (Maarssenbroek Werkgebied, vastgesteld 14 december 2009) biedt mogelijkheden voor voornamelijk kantoor en bedrijvigheid in het plangebied. Zie Figuur 5-2.
412 413 414 415 416 417 418 419 420 421 422 423 424 425 426
Figuur 5-2 Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Vanwege leegstand van kantoren en bedrijven in het gebied en vraag naar woningen zijn er vijf kantoorgebouwen omgebouwd naar woningen. Dit betreffen drie panden op het deelgebied Cornerplaza met totaal 294 woningen en twee panden op het deelgebied Planetenbaan 1-2 met totaal 42 woningen. Voor de ombouw van kantoren naar woningen is voor de drie panden op het deelgebied Corneplaza (Planetenbaan zuid) een omgevingsvergunning afgegeven. Hierdoor maken deze drie panden geen onderdeel uit van de nieuwbouwplannen. Voor de ombouw van kantoren naar woningen voor de twee panden op het deelgebied Planetenbaan is eveneens een omgevingsvergunning afgegeven, echter deze situatie is tijdelijk. Als onderdeel van de herontwikkeling van het gebied zullen deze woningen worden vervangen. De kantoor- en bedrijfspanden in de deelgebieden Het Kwadrant (Fujitsu Nederland), Planetenbaan 15-16 en Planetenbaan 9 en Planetenbaan 100 staan gedeeltelijk leeg, en zijn gedeeltelijk nog in gebruik. Generiek geldt dat slechts 30% van de resterende kantoor- en bedrijfsruimte nog in gebruik is. Figuur 5-3 geeft de huidige situatie weer. Tabel 5-1 geeft het huidige gebruik weer in aantallen.
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
18
427 428
Figuur 5-3 Plangebied met deelgebieden (bron: Stedenbouwkundig kader en randvoorwaarden, 2019)
429
Tabel 5-1 Huidig gebruik plangebied
Deelgebied
Capaciteit bestemGetransformeerd tot wo- Arbeidsplaatsten na transformingsplan kantoor/ ningen matie en leegstand correctie bedrijf
Noord (Planetenbaan 100 en Van Ekris)
26105 m2 bvo
Midden (Planetenbaan 1-2, 9, 15-16)
36825 m2 bvo
6.045 m2 42 woningen
Zuid (Cornernplaza)
74800 m2 bvo
56.100 m2 294 woningen
Het Kwadrant
33242 m2 bvo
Totaal
170.972 m2 bvo
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
62.145 m2 336 woningen
1088
1088
BH5097TPRP2102261138
19
430 431 432 433 434 435 436 437 438 439 440 441 442 443 444 445 446
Water en groen Binnen het plangebied is langs de wegen boombeplanting aanwezig, en langs enkele wegen liggen watergangen. Tussen het plangebied en de Zuilense Ring, en in het zuiden, ligt een brede groenstrook met bomen en struiken. Zie Figuur 5-2. Bereikbaarheid met de auto Het plangebied is via de weg bereikbaar via de Ring Utrecht (A2 en N230, zie Figuur 5-4). Openbaar vervoer Met het openbaar vervoer is het gebied bereikbaar met de trein via station Maarssen, en verschillende buslijnen. Fietsontsluiting Langs de Maarssenbroeksedijk ligt een fietspad dat met een viaduct over de Ruimteweg in verbinding staat met de zuidelijke woonwijken van Maarssen, en zo het projectgebied ontsluit per fiets.
447
5.2
Autonome ontwikkeling
448 449 450 451 452 453 454 455 456 457 458 459 460 461
Het geldende bestemmingsplan ‘Maarssenbroek Werkgebied’ biedt meer ruimte voor kantoren en bedrijven dan nu in gebruik is. Er is echter geen reden om aan te nemen dat deze ruimte in de komende jaren met kantoor- of bedrijfsactiviteiten benut gaat worden. Daarom wordt verondersteld dat de autonome situatie in de toekomst in het gebied gelijk is aan de huidige situatie Autonome ontwikkelingen tot aan 2030 De volgende ontwikkelingen zijn relevant voor het plangebied Planetenbaan en Het Kwadrant met name vanwege de verkeerskundige invloed op het wegennet van Maarssenbroek: • Op de lege kavel van Haagstede worden circa 150 woningen en mogelijk een gezondheidscentrum gerealiseerd; • Goodman (nieuw logistiek centrum aan de Nijverheidsweg); • Bisonspoor, ontwikkeling commerciële voorzieningen, vergroten winkelaanbod en woningbouw (ca. 11.903 m2 bvo voorzieningen en ca. 850 woningen); • Haarijnseplas, ontwikkeling ca. 690 woningen.
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
20
462
463 464
Figuur 5-4 Relevante autonome ontwikkelingen rondom het plangebied
465
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
21
466
6
Ontwikkeling en beschrijving voorkeursalternatief
467
6.1
Ontwikkeling voorkeursalternatief
468 469 470 471 472 473 474 475 476 477 478 479 480 481 482 483 484 485 486 487 488 489 490 491 492 493 494 495 496 497 498 499 500 501 502 503 504 505 506
In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Planetenbaan en Kwadrant (gepubliceerd begin 2021) is het onderzoek voor dit MER aangekondigd en uitgelegd. Ook staat daarin dat er alternatieven onderzocht zouden worden waarmee ‘de hoeken van het speelveld’ verkend kunnen worden; een alternatief met een klein programma (1500 woningen) en kleine milieueffecten, en een alternatief met een omvangrijker programma (2300 woningen) met grotere milieueffecten. Op basis van de beoordeling van deze alternatieven zou dan een voorkeursalternatief bepaald kunnen worden. In de eerste fase van het m.e.r.-onderzoek zijn grove schetsen van deze alternatieven ook onderzocht. Daaruit bleek al snel dat de alternatieven in effecten op de omgeving niet of nauwelijks van elkaar verschillen. Beide alternatieven leidden bijvoorbeeld tot evenveel geluid naar de omgeving. Dit komt doordat de milieusituatie grotendeels bepaald wordt door het al aanwezige verkeer in de omgeving. Tegelijkertijd bleek dat het minimale programma beduidend minder goed scoort op de ambities van de ontwikkelende partijen en de woningbouwopgave van de gemeente. Daarom besloot de gemeente tussentijds om het minimale alternatief niet verder te onderzoeken en het maximale alternatief als basis te nemen voor het uitwerken van een voorkeursalternatief.
Het uitwerken van het voorkeursalternatief hield enerzijds in dat de invulling en programmering van de deelgebieden en het gehele plan in meer detail ontworpen en bepaald werd. Zo zijn de posities en hoogten van gebouwen bepaald, zijn functionele ontwerpen gemaakt voor de buitenruimte en is het stedenbouwkundige raamwerk van openbare ruimte en publieke voorzieningen meer uitgewerkt. Anderzijds hield het uitwerken van het voorkeursalternatief in dat ook het programma nauwkeuriger bepaald werd. De eerste effectbeoordelingen van de alternatieven minimaal en maximaal zijn niet in dit MER opgenomen. De reden hiervoor is allereerst dat met en naast het aanscherpen van het plan ook de uitgangspunten voor het onderzoek zijn aangepast. Daardoor zou een effectvergelijking van het voorkeursalternatief met de andere alternatieven feitelijk appels met peren vergelijken zijn. Ook is de toegevoegde waarde van een vergelijking van het voorkeursalternatief met deze alternatieven nihil; de effecten van het voorkeursalternatief op de omgeving komen overeen met die van het alternatief maximaal, én nagenoeg met die van het alternatief minimaal. Het voorkeursalternatief is in de volgende paragraaf beschreven.
Met het laten vallen van het alternatief minimaal hebben de ontwikkelende partijen en de gemeente zich niettemin gezamenlijk ingespannen om te zoeken naar mogelijkheden om het plan te optimaliseren vanuit het perspectief van de leefomgeving en duurzaamheid. Daarvoor zijn maatregelen verkend waarmee niet alleen het plan geoptimaliseerd kan worden, maar ook het leefmilieu van omliggende buurten verbeterd kan worden. Met deze maatregelen kan het voorkeursalternatief dus verder geoptimaliseerd worden. In het volgende hoofdstuk is allereerst de effectbeoordeling van het voorkeursalternatief weergegeven. In het hoofdstuk 8 gaan we in op de maatregelen om het voorkeursalternatief verder te optimaliseren.
507
6.2
Beschrijving voorkeursalternatief
508 509 510 511
De herontwikkeling van de Planetenbaan en Het Kwadrant omvat het transformeren van het gebied van de huidige kantoor- en bedrijfsfunctie naar een gemengd gebied met hoofdzakelijk een woonfunctie. Ondanks het accent op woningbouw is een zorgvuldige inpassing van andere functies essentieel. Een mix van woningen, commerciële en / of maatschappelijke bedrijfsruimten zorgt voor een levendigheid op verschillende
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
22
512 513 514 515 516 517 518
momenten van de dag en de week, en zorgt ervoor dat er geen monofunctioneel gebied ontstaat. Deze commerciële en maatschappelijke functies hebben een lokale functie.
519
Tabel 6-1 Programma voorkeursalternatief
520 521 522 523 524 525 526 527 528 529 530 531 532 533 534 535 536 537 538
Programma Tabel 6-1 geeft per deelgebied het programma weer zoals de gemeente dat in het bestemmingsplan wil opnemen, uitgewerkt naar voor het m.e.r.-onderzoek relevante uitgangspunten.
Deelgebied
Appartementen
Soc.
Mid.
Overig
Noord
609
28%
21%
51%
•
Midden
646
28%
72%
0%
0
0
650,2 pp
Zuid
544
30%
34%
36%
0
0
512,8 pp
Kwadrant
759
30%
30%
40%
• •
Totaal
2558
Voorzieningen/ arbeidsplaatsen 797m2
4455m2 kantoor 4476m2 overig, w.o. 600m2 buurtsuper
•
• •
78 arbeidsplaatsen
178 arbeidsplaatsen 112 arbeidsplaatsen
Parkeereis 573 pp
524,3 pp
368 arbeidsplaatsen
De bestaande bebouwing op de deelgebieden Noord en Midden zal worden gesloopt. Hiervoor in de plaats komen woningen. In deelgebied Zuid staan de drie torens die al tot woningen getransformeerd zijn. Op het resterende deel van dit deelgebied komen 250 extra woningen. In deelgebied ‘het Kwadrant’ is een bestaand gebouw, de Fujitsu toren. De Fujitsu toren zal worden omgebouwd van kantoor naar wooneenheden voor studenten. Het lage gebouw in dit deelgebied wordt gesloopt. Hiervoor in de plaats en op het resterende deel van dit deelgebied komen nieuwe woningen. De figuur op de volgende pagina geeft het woonprogramma op kaart weer. Omdat in het bestemmingsplan een deel van de huidige functies behouden blijft of opnieuw ingevuld wordt, is het voornemen per saldo wat kleiner dan het totaalprogramma dat onderstaande tabel weergeeft. Meer speficifiek betreft dit de volgende punten: • Genoemde woningaantallen zijn inclusief het al getransformeerde Cornerplaza (294 appartementen). • Genoemde aantallen zijn inclusief de herbestemming van 42 woningen in deelgebied Midden. • Het plan Planetenbaan + Kwadrant maakt dus per saldo 2222 extra woningen mogelijk ten opzichte van de referentie (2558-294-42=2222). • Vanwege het plan Planetenbaan + Kwadrant verdwijnen alle huidige arbeidsplaatsen (1088) waarvoor in de plaats circa 368 nieuwe terugkomen.
Per saldo vermindert het aantal arbeidsplaatsen dus met ongeveer 720.
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
23
539
Ares
(Bestaand 42) Nieuw 178
Figuur 6-1 Ruimtelijke verderling van programma (aantallen woningen)
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
24
540 541 542 543 544 545 546 547 548
Groen-blauw casco De deelgebieden worden omzoomd door een groen-blauw casco dat de ruimtelijke samenhang in het gebied versterkt, en dat plaatsbiedt aan (een deel van) het noodzakelijke groen en waterberging. Daarnaast biedt het plaats aan verbindende langzaam verkeersroutes in en door het plangebied. Het groen-blauw casco is een groenstrook van minimaal 10 meter rondom alle deelgebieden - Maarssenbroeksedijk, Kometenweg, Fietsbrugroute en Planetenbaan - en langs de Ruimteweg 12 meter. De groenstrook wordt afhankelijk van de locatie gemeten vanaf de rand wegverharding óf bovenkant talud watergang óf erfgrens.
549 550 551
Figuur 6-2 Minimumgrenzen van het groen-blauwe casco
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
25
552 553 554 555 556 557 558
Figuur 6-3 invulling groen-blauw casco
Stedenbouwkundige uitgangspunten De uiterste bebouwingsgrenzen zijn gelijk aan de minimum binnengrens van het groen-blauwe casco zoals hierboven aangegeven. Als generieke maximum bouwhoogte wordt 49m aangehouden en 18m voor lage delen van samengestelde bouwvolumes. Daarnaast zijn hoogte-accenten tot 70m toegestaan langs de oostelijke en zuidelijke grenzen van het plangebied. Zie hiervoor onderstaande figuren.
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
26
559 560 561 562 563 564 565 566 567 568 569 570 571 572 573 574 575 576 577 578 579
Parkeerplaatsen bij de nieuwbouw worden gerealiseerd in ondergrondse of inpandige garages, of onder een tweede maaivelddek. Parkeerplaatsen bij bestaande gebouwen worden minimaal groen ingepast. In aanvulling op het groen-blauwe casco heeft van elke kavel minimaal 50% van het onbebouwde terrein een groene inrichting met verblijfskwaliteit. Dit geldt ook voor het eventuele verhoogde maaiveld. Binnengebieden zijn openbaar toegankelijk. Figuur 6-5 laat een voorbeelduitwerking zien van onverharde/groene oppervlakten in binnengebieden. Verschillende (peil)niveaus in het gebied worden overbrugd met toegankelijke en landschappelijke overgangen.
Figuur 6-4 bouwhoogten
580 581 582
Figuur 6-5 voorbeelduitwerking groen en blauw binnen de deelgebieden
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
27
583 584 585 586 587 588 589 590 591 592 593 594 595 596 597 598 599 600 601 602 603 604 605 606 607 608 609 610 611 612 613
617 618
Mobiliteit De ambitie van de gemeente is om duurzame mobiliteit te bevorderen. Dat betekent allereerst dat er in het plangebied voldoende voorzieningen aanwezig zijn om in de meest noodzakelijke dagelijkse behoeften te voldoen. Deze zijn te voet of per fiets bereikbaar. Voor verderweg gelegen bestemmingen bevordert de gemeente het gebruik van de fiets en OV door enerzijds de daarvoor benodigde infrastructuur en dienstverlening te verbeteren, en anderzijds een striktere parkeernorm te hanteren. Door dat laatste zal het autobezit en -gebruik beperkt worden. Langzaam verkeer en OV Het plangebied wordt met nieuwe infrastructuur aangesloten op hoofdfietsroutes zodat een goede verbinding ontstaat richting het station en andere bestemmingen. De bestaande fiets- en voetgangerbrug vanuit Bloemstede wordt vernieuwd en er komt een nieuwe fiets- en voetganger vanuit het Kwadrant richting de hoofdfietsroute op Maarssenbroeksedijk. Ook andere achtergelegen wijken worden op deze route aangesloten. Op de kavels worden ook voorzien in een fiets- en voetgangerstructuur die aan minimaal drie zijden van de kavels aantakt op het omliggende netwerk. Uitgangspunt is dat er goede OV (bus) verbindingen zijn (blijven) tussen het plangebied en de stations Maarssen en Utrecht. De bestaande haltes worden daarvoor gebruikt.
614 615 Figuur 6-6 OV en langzaam verkeer in het plangebied 616
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
28
619 620 621 622 623 624 625 626 627
Autobereikbaarheid Voor de verschillende typen apartementen in het plan worden verschillende parkeernormen gehanteerd. Zie hiervoor Tabel 6-2. Dit resulteert in het aantal benodigde parkeerplaatsen zoals aangegeven in Tabel 6-1. De deelgebieden van Planetenbaan worden voor het autoverkeer ontsloten via de Maarssenbroeksedijk en de Kometenweg. Het Kwadrant via de Maarssenbroekseslag en de Ruimteweg. Zie .
628
Tabel 6-2 Parkeernormen per type woning Woningtype
629 630 631 632 633 634 635 636 637 638 639 640 641
Norm
Studentenwoning
0,2
Appartement <60m2
0,7
Appartement 60-80m2
1,0
Appartement >80 m2
1,3
Figuur 6-7 Ontsluitingsrichtingen autoverkeer
Duurzaamheid Duurzaamheid vormt een integraal onderdeel van de herontwikkeling van Planetenbaan en het Kwadrant. De herontwikkeling van het gebied moet daarom voldoen aan de volgende minimum eisen: • Nieuwe en bestaande gebouwen worden gasloos (her)ontwikkeld. • Sinds 2021 geldt de wettelijke verplichting dat nieuwe woningen voldoen aan BENG (bijna energie neutrale gebouwen). • Voor de gehele ontwikkeling wordt na het MER een Energievisie opgesteld en worden afspraken in anterieure overeenkomsten met de ontwikkelaars een energieneutraal plangebied nagestreefd. • Zoveel mogelijk woningen worden nu al energie neutraal. • Hemelwater wordt zoveel mogelijk afgekoppeld van het riool. En per m2 op de riolering aangesloten verhard oppervlak wordt minimaal 10 mm waterberging gerealiseerd. Dit kan op kavel-, deelgebied-, of plangebiedniveau.
642
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
29
643
7
Beoordeling milieueffecten
644 645 646 647 648 649 650
In dit hoofdstuk worden de milieuonderzoeken die in het kader van dit MER zijn uitgevoerd beschreven. De beschrijving van de milieuonderzoeken wordt als volgt opgebouwd. Eerst worden de uitgangspunten beschreven. Daarna worden het beoordelingskader en de onderzoeksopzet toegelicht. Vervolgens is de referentiesituatie beschreven en er wordt afgesloten met een beschrijving van de milieueffecten en een effectbeoordeling.
651
7.1
Verkeer
652 653 654 655 656
Deze paragraaf beschrijft de effecten van het plan op het aspect verkeer. Daarbij komen aan de orde de mate waarin de autobereikbaarheid veranderd in het gebied, de mate waarin de OV-bereikbaarheid veranderd in het gebied en de mate waarin de bereikbaarheid veranderd voor voetgangers en fietsers (langzaam verkeer). Ook is beoordeeld of en hoe de verkeersveiligheid wijzigt.
657
7.1.1
658 659 660 661 662 663 664 665 666 667 668 669 670 671 672 673 674 675 676
Voor de beoordeling van de verkeerskundige effecten bestaat geen strikte wettelijke regelgeving waaraan de situatie moet voldoen. De effectbeoordeling voor verkeer heeft op de volgende basis plaatsgevonden: • Bereikbaarheid: enerzijds een kwalitatieve beoordeling van de verwachte effecten voor de bereikbaarheid in en rond het plangebied; anderzijds een kwantitatieve beoordeling van de verwachte wijzigingen in verkeersintensiteiten en daarmee gepaard gaande verkeersafwikkeling op de kruispunten die het plangebied ontsluiten. Ook hiervoor gelden met name wensen die in de verkeerskundige richtlijnen die in Nederland bestaan, veelal vastgelegd in documenten van het kennisplatform CROW en toegepaste analysepakketten. Voor de beoordeling van de verkeersafwikkeling op de kruispunten zijn in deze richtlijnen criteria benoemd wat acceptabel geacht wordt. Deze zijn gehanteerd in de beoordelingsmethodiek. • Verkeersveiligheid: kwalitatieve beoordeling van de verwachte effecten door een expert, toetsend aan de eisen en wensen die in de verkeerskundige richtlijnen die in Nederland vigerend zijn. Daarbij zijn het gedachtengoed en bijbehorende richtlijnen van het nationale kennisplatform CROW leidend voor een ‘duurzaam veilig verkeerssysteem’.
Uitgangspunten
Aanvullend is als uitgangspunt het “Stedenbouwkundig Kader & Randvoorwaarden” van november 2019, van buro MA.AN gehanteerd, dat de (beoogde) ontsluitingsstructuur uiteenzet, voor de verschillende modaliteiten.
677
7.1.2
Beoordelingskader en onderzoeksopzet
678 679 680 681 682 683 684 685
Voor het aspect verkeer zijn de mogelijke effecten van het plan op de verkeersveiligheid en bereikbaarheid onderzocht. Op basis van te verwachten vervoersbewegingen van en naar het plangebied zijn uitspraken gedaan over de ontsluiting van de deelgebieden op het omliggende wegennet, de bereikbaarheid in en rond het plangebied, en over de gevolgen van het plan op de verkeersafwikkeling op het bestaande wegennet. De effectbeoordeling is mede gebaseerd op de verkeersprognoses die in het kader van dit project zijn gemaakt. Deze prognoses geven een voorspelling van de verkeersintensiteiten in en rond het plangebied, op basis van een verkeersprognosemodel.
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
30
686 687 688 689 690 691 692 693 694 695 696 697 698
Het gehanteerde verkeersmodel betreft het (bestaande) model “VRU 3.4”, waarbij VRU staat voor Verkeersmodel Regio Utrecht, dat ontwikkeld en in beheer is van de gemeente Utrecht. In samenspraak met de gemeente zijn de alternatieven en varianten voor Planetenbaan en het Kwadrant gemodelleerd door toevoeging van het beoogde ruimtelijke programma en de beoogde ontsluitingsstructuur voor het plangebied. Hiermee zijn modelberekeningen gedaan die hebben geleid tot plots met verkeersintensiteiten en overzichten van kruispuntstromen op de relevante locaties. De belangrijkste gehanteerde uitgangspunten ten aanzien van het verkeersmodel zijn de volgende: • De (verkeers)zones voor het plangebied zijn verfijnd, waarbij de Planetenbaan en het Kwadrant zijn opgedeeld in viertal percelen. De ontsluiting van deze percelen op het gemeentelijke wegennet is opgenomen, zoals aangegeven in Figuur 7-1. • De lagere parkeernorm voor Planetenbaan en het Kwadrant, zoals ook in de genoemde rapportage “Mobiliteitsonderzoek Maarssenbroek” is benoemd, is ook doorgevoerd in deze modelberekeningen.
699 700 701 702 703 704 705 706
Figuur 7-1: Deelgebieden plangebied met ontsluiting
De volledige specificatie van de gehanteerde uitgangspunten en input is vastgelegd in de “Toelichting verkeersmodel berekeningen december 2021 t.b.v. MER Planetenbaan en het Kwadrant” van 22 december 2021 3. Deze notitie is als bijlage bij deze rapportage gevoegd. De gevolgen voor verkeersveiligheid zijn kwalitatief bepaald aan de hand van wijzigingen in verwachte verkeersintensiteiten en nieuwe fietsers- en voetgangersstromen, en is afhankelijk van aanwezige 3
Royal HaskoningDHV, 22 december 2021. Toelichting verkeersmodel berekeningen maart 2022 t.b.v. MER Planetenbaan en het Kwadrant
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
31
707 708 709 710 711 712
ontsluitingsstructuren en voorziene wijzigingen daarin (zoals vrijliggende fietsvoorzieningen, kruispuntoplossingen, voetgangersbruggen, mengen of juist scheiden van verkeersoorten en oversteekbaarheid).
Tabel 7-1 Beoordelingscriteria verkeer Beoordelingscriteria
Beoordeling
Bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer
Kwantitatief
Bereikbaarheid per openbaar vervoer
Kwalitatief
Bereikbaarheid voor langzaam verkeer
Kwalitatief
Verkeersveiligheid
Kwalitatief
713 714
7.1.3
715 716 717 718 719 720 721 722 723
De referentiesituatie betreft de situatie voor het planjaar 2030, zonder planontwikkeling Planetenbaan en het Kwadrant, maar inclusief autonome ontwikkelingen. De voornaamste veranderingen in de referentiesituatie 2030 ten opzichte van de huidige situatie zijn de ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van het plangebied: Haagstede, Goodmann, Bisonspoor en Haarrijnseplas. Voor de arbeidsplaatsen in het plangebied zelf, Planetenbaan en Het Kwadrant, is voor de referentiesituatie uitgegaan van 70% leegstand van kantoor- en bedrijfspanden in het gebied. In onderstaande tabel staan de aantallen gegeven, die gehanteerd zijn in het verkeersmodel.
724 725 726 727 728 729 730 731 732 733 734 735 736 737 738 739 740
Referentiesituatie
Tabel 7-2 Sociaaleconomische vulling Referentiesituatie 2030 woningen
arbeidsplaatsen
Planetenbaan en het Kwadrant
336
1.088
Haagstede
155
50
Goodmann
2
18
Bisonspoor
850
1.659
Haarrijnseplas
690
36
De aantallen hebben de volgende onderbouwing: • Woningen Planetenbaan en het Kwadrant: 294 appartementen in Cornerplaza in deelgebied Zuid + 42 appartementen Dik vd Brom in deelgebied Midden; • Arbeidsplaatsen Planetenbaan en het Kwadrant: totale plancapaciteit bestemmingsplan 170.972 m2 bvo minus transformatie woningen (56.100 + 6.045 m2 bvo) = 108.827 m2 bvo, oftewel 3.627 arbeidsplaatsen (op basis van gemiddeld 1 arbeidsplaats per 30 m2 bvo), met daarbovenop een leegstandscorrectie van 70%, maakt 1.088 arbeidsplaatsen; • Haagstede: ontwikkeling van (ca.) 155 woningen op nagenoeg lege kavel; • Goodmann: nieuw logistiek centrum aan de Nijverheidsweg; • Bisonspoor: ontwikkeling commerciële voorzieningen, met 366 arbeidsplaatsen, en (ca.) 850 woningen, ter vervanging van bestaand gebruik; • Haarrijsenseplas: ontwikkeling van (ca.) 690 woningen. De nadere verdeling van de aantallen woningen en arbeidsplaatsen in Planetenbaan en het Kwadrant staat toegelicht in de eerder genoemde bijlage (“Toelichting verkeersmodel berekeningen maart 2022 t.b.v. MER Planetenbaan en het Kwadrant”).
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
32
741 742 743 744 745
Infrastructureel zijn geen wijzigingen aan de orde voor het plangebied of de directe omgeving die invloed hebben op de verkeersstromen. Dit geldt dus ook voor de verlegging van de toerit van de Floraweg naar de Zuilense Ring / N230, waarover gesproken is in het kader van de ontwikkeling Haagstede.
746
7.1.4
747 748 749 750 751
Voor het planalternatief zijn de beoogde wijzigingen in het plangebied Planetenbaan en het Kwadrant ten behoeve van het verkeersmodel ‘vertaald’ in woningen en arbeidsplaatsen. In onderstaande tabel staan de gehanteerde aantallen gegeven.
752 753 754 755 756 757 758 759 760 761 762 763 764 765 766 767 768 769 770 771 772
Effectbeschrijving en -beoordeling
Tabel 7-3 Sociaaleconomische vulling Referentiesituatie en Planalternatief 2030 Referentiesituatie woningen
Referentiesituatie arbeidsplaatsen
Planalternatief woningen
Planalternatief arbeidsplaatsen
Planetenbaan en het Kwadrant
336
1.088
2.558
368
Haagstede
155
50
155
50
Goodmann
2
18
2
18
Bisonspoor
850
1.659
850
1.659
Haarrijnseplas
690
36
690
36
De aantallen hebben de volgende onderbouwing: • Woningen Planetenbaan en het Kwadrant: 2.558, op basis van uitgangspunten van het plan zoals opgegeven door buro MA.AN (2.222 extra); • Arbeidsplaatsen Planetenbaan en het Kwadrant: op basis van uitgangspunten van het plan zoals opgegeven door buro MA.AN en kencijfers voor arbeidsplaatsen per m2: totaal 368 arbeidsplaatsen, bestaande uit: o 797 m2 bvo dienstverlening: 78 arbeidsplaatsen; o 4.455 m2 bvo kantoor: 178 arbeidsplaatsen; o 4.476 m2 bvo, waaronder 600 m2 supermarkt en 3.876 m2 bvo dienstverlening: 112 arbeidsplaatsen. • Haagstede, Goodmann, Bisonspoor en Haarrijnseplas zijn ongewijzigd ten opzichte van de Referentiesituatie. De nadere verdeling van de aantallen woningen en arbeidsplaatsen in Planetenbaan en het Kwadrant staat toegelicht in de eerder genoemde bijlage (“Toelichting verkeersmodel berekeningen maart 2022 t.b.v. MER Planetenbaan en het Kwadrant”). Ook voor het planalternatief zijn geen infrastructurele wijzigingen aan de orde voor het plangebied of de directe omgeving, die van invloed (kunnen) zijn op de verkeersstromen.
773
7.1.4.1 Bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer
774 775 776
De wegenstructuur in en rond het plangebied blijft voor het planalternatief ongewijzigd ten opzichte van de referentiesituatie. Figuur 7-2 geeft de structuur in het plangebied schematisch weer. Hierop staan ook de toegangen van de verschillende deelgebieden aangegeven, waar deze ontsluiten op het wegennet.
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
33
795 796 797 798 799 800 801 802
777 778 779 780 781 782 783 784 785 786 787 788 789 790 791 792 793 794
Figuur 7-2: Wegenstructuur plangebied (bron: Stedenbouwkundig Kader en Randvoorwaarden)
Met het verkeersprognosemodel is bepaald wat de effecten zijn van het plan voor het wegennet en de omvang van de verkeersstromen. Tabel 7-4 geeft een overzicht van de verkeersintensiteiten op een selectie van wegen in en rond het plangebied. De locaties van de beschouwde wegvakken staat aangegeven in Figuur 7-3. Tabel 7-4: Verkeersintensiteiten op wegvakken per alternatief (in motorvoertuigen/etmaal) Wegvak
Referentiesituatie
Planalternatief
Toename t.o.v. Ref.
1+2 Burg Waverijnweg
12.600
13.500
900
3+4 Burg Waverijnweg
17.700
19.300
1.600
7+8 Floraweg
15.700
15.900
200
9+10 Floraweg
14.600
14.700
100
11+12 De Heldinnenlaan
7.800
8.200
400
13+14 Zuilense Ring
83.700
86.900
3.200
15+16 Atoomweg
16.800
17.600
800
17+18 Maarssenbroekseslag
14.100
17.400
3.300
19+20 Maarssenbroekseslag
13.600
16.600
3.000
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
34
Wegvak
Referentiesituatie
Planalternatief
Toename t.o.v. Ref.
21+22 Safariweg
17.400
19.100
1.700
23+24 Ruimteweg
16.100
19.700
3.600
27+28 Ruimteweg
8.800
10.400
1.600
29+30 Meteorenweg
4.300
6.000
1.700
49 Maarssenbroekseslag
6.100
6.300
200
803
804 805 806 807 808 809 810
Figuur 7-3: Beschouwde wegvakken
In Figuur 7-4 is de verschilplot voor de verkeersintensiteiten op etmaalniveau opgenomen. Deze laten heel duidelijk zien welke wegen de verkeerstoename opvangen (rood duidt op een verkeerstoename) en hoe dit zich verder verdeelt over het verdere wegennet.
15 augustus 2022
PLANETENBAAN EN HET KWADRANT
BH5097TPRP2102261138
35
811 812 813 814 815 816 817 818 819 820 821 822 823 824 825 826 827 828 829 830 831 832
Figuur 7-4: Verschil verkeersintensiteiten Planalternatief ten opzichte van de Referentiesituatie (in voertuigen/etmaal)
Uit de tabel en de verschilplot is af te leiden dat de toename van verkeersintensiteiten ten gevolge van het plan op de Ruimteweg, de Maarssenbroekseslag en de Amsterdamseslag het grootste is, orde grootte 3.500 voertuigen per etmaal. Deze wegen vormen ook de meest directe verbindingsroute van en naar het plangebied met de Zuilense Ring (N230). Deze bevindingen zijn in lijn met het “Mobiliteitsonderzoek Maarssenbroek” van oktober 2019. Op de andere wegen in en om het plangebied (Maarssenbroeksedijk, Meteorenweg, Kometenweg, Burg. Waverijnweg) is de toename lager, veelal in de orde grootte 1.500 voertuigen per etmaal. De grootste toename treedt op bij een deel van de Kometenweg, direct bij de aansluiting van het deelgebied Planetenbaan-noord. Daar neemt op een kort wegvak de intensiteit toe met bijna 6.000 voertuigen per etmaal in het planalternatief. Naarmate je verder weg raakt van de locatie van de planontwikkeling dempt het effect uit; het verkeer spreidt zich over verschillende routes. Het meest kritisch in termen van de verkeersafwikkeling zijn veelal de kruispunten. In het ‘Mobiliteitsonderzoek Maarssenbroek’, uitgevoerd door Arcadis in oktober 2019, is hier nader naar gekeken. Het hier beschouwde alternatief wijkt beperkt af ten aanzien van de verkeersintensiteiten, zoals hierboven aangegeven.