CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorontwerp Bp Ruimtekwartier - Externe veiligheid Ruimtekwartier.pdf

Commissie Fysiek Domein 13 september 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: a.: Voorontwerp bestemmingsplan Ruimtekwartier.11.665 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Bestemmingsplanwijziging Planetenbaan en Kwadrant Maarssen Onderzoek externe veiligheid Klant:

Gemeente Stichtse Vecht

Referentie: BH5097-IB-RP001-F01 Status:

01/Definitief

Datum:

25 mei 2022

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Bestemmingsplanwijziging Planetenbaan en Kwadrant - Maarssen Ondertitel: Onderzoek externe veiligheid Referentie: BH5097-IB-RP001-F01 Status: 01/Definitief Datum: 25 mei 2022 Projectnaam: Projectnummer: BH5097 Auteur(s): Jannie Vis Opgesteld door: Jannie Vis Gecontroleerd door: Roel Schaap Datum: 25 mei 2022 Goedgekeurd door: Mark Huuskes Datum: 25 mei 2022

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

I

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

Aanleiding

1

Waarom onderzoek externe veiligheid?

2

Toetsingskader externe veiligheid

3

Wet- en regelgeving externe veiligheid

3

Plaatsgebonden risico en groepsrisico

3

Verantwoordingsplicht groepsrisico

4

Externe veiligheid onder de Omgevingswet

4

Inventarisatie risicobronnen (vigerende wetgeving)

5

Methodiek

5

Beschouwing

6

Beoordeling relevante risicobronnen

7

4

Risicoberekening N230

9

4.1

Onderzochte situaties

9

4.2

Invoerparameters rekenmodel

9

4.3

Resultaten

12

4.4

Toetsing beleidskader

14

5

Elementen verantwoording groepsrisico

15

5.1

Inventarisatie rampenbestrijding en zelfredzaamheid

15

5.2

Omgevingswet

21

5.3

Pré-advies veiligheidsregio Utrecht

23

6

Conclusie

24

2

3

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

II

Projectgerelateerd

1

Inleiding Aanleiding

Gemeente Stichtse Vecht is voornemens om locatie Planetenbaan en Het Kwadrant in Maarssen te transformeren van een gebied met kantoor- en bedrijfsfunctie naar een gemengd gebied met hoofdzakelijk een woonfunctie. Het plangebied is opgedeeld in vier deelgebieden: noord, midden, zuid en Kwadrant. Tabel 1.1 en Figuur 1.1 geven het planvoornemen weer, met daarin de onderverdeling noord, midden, zuid en Kwadrant. Toren 1, 2 en 3 in deelgebied zuid zijn al bestaande woningen en zijn daarom opgenomen in de huidige situatie. Tabel 1.1 Overzicht planvoornemen Planetenbaan en Kwadrant te Maarssen Deelgebied

Appartementen

Voorzieningen/ arbeidsplaatsen

Noord

609

•

Midden

646 (waarvan 42 herbestemd)

0

0

Zuid

544 (incl. 294 bestaande)

0

0

Kwadrant

759

• •

Totaal

2.558 (incl. 294 bestaande en 42 herbestemd)

797 m2

•

4.455 m2 kantoor 4.476 m2 overig, w.o. 600 m2 buurtsuper

• •

78 arbeidsplaatsen

178 arbeidsplaatsen 112 arbeidsplaatsen

368 arbeidsplaatsen

Figuur 1.1 Overzicht planvoornemen Planetenbaan en Kwadrant te Maarssen

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

1

Projectgerelateerd

Waarom onderzoek externe veiligheid? In het kader van een bestemmingsplanherziening is een onderzoek naar het milieuaspect externe veiligheid verplicht. Conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) maakt het planvoornemen (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk. Rond het plangebied liggen enkele risicobronnen die mogelijk invloed hebben op het planvoornemen. Dit onderzoek beschrijft de gevolgen voor het milieuaspect externe veiligheid ten gevolge van het planvoornemen. Om te onderzoeken of wordt voldaan aan de normen voor externe veiligheid is het planvoornemen getoetst aan de relevante wet- en regelgeving.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

2

Projectgerelateerd

2

Toetsingskader externe veiligheid

Een ruimtelijk plan wordt in het kader van externe veilgheid getoetst conform het landelijke wettelijk kader. Dit hoofdstuk geeft de meest relevante wetgeving en de toetsingscriteria waaraan een ruimtelijk plan in het kader van externe veilgheid wordt getoetst. Daarnaast is ingegaan op de aanstaande wijzigingen onder de Omgevingswet en de implementatie daarvan in dit onderzoek.

Wet- en regelgeving externe veiligheid  Besluit externe veiligheid inrichtingen, (Bevi) 1 . In dit besluit zijn de risiconormen voor risicovolle

inrichtingen opgenomen. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) legt de bijbehorende rekenvoorschriften, afstandseisen etc. vast.  Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) 2. Dit besluit bevat de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater.  Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) 3. In het Bevb zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vastgelegd.

Plaatsgebonden risico en groepsrisico Externe veiligheid kent de risicomaten plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Deze gelden voor risicovolle inrichtingen en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en per buisleiding. Voor dit onderzoek zijn de relevante risicobronnen getoetst aan deze risicomaten. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is het risico op een plaats nabij een risicobron, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. De 10-6 per jaar PR-contour geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten (conform artikel 1 Bevi) en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Dit betekent dat de ontwikkeling van kwetsbare objecten zijn uitgesloten binnen de 10-6 contour en beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-5-contour. De ontwikkeling van beperkt kwetsbare objecten tussen de 10-5 en de 10-6 contour vindt alleen plaats mits de risico’s zijn afgewogen en voorwaarden worden gesteld.

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) betreft de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied* van een inrichting, transportroute of buisleiding en een ongewoon voorval binnen die inrichting of op die transportroute of buisleiding waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. De weergave van het GR is in de vorm van een fN-curve. Deze geeft het logaritmisch verband tussen het aantal dodelijke slachtoffers (N) en de cumulatieve kans (f) op de mogelijke ongevallen met gevaarlijke stoffen die tot dit aantal slachtoffers kunnen leiden. Het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde. *Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit gebied wordt algemeen bepaald door voor het grootst mogelijke ongeval te berekenen op welke afstand nog bij 1% van de blootgestelde personen overlijdt (zogenaamde 1% letaliteitsgrens).

1

Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer (Besluit externe veiligheid inrichtingen), Stb. 2004, 250, in werking getreden op 8 oktober 2004. Laatste wijziging op 18 september 2015 2 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), Staatsblad 2013, nummer 307, inwerkingtreding 1 april 2015 3 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Ministerie van VROM, Besluit van 24 juli 2010, Staatsblad 686, 17 september 2010 25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

3

Projectgerelateerd

Verantwoordingsplicht groepsrisico De verantwoording van het groepsrisico (VGR) is een wettelijke verplichting voor het bevoegd gezag om naast de kwantitatieve waarde van het groepsrisico de aanwezige risico’s te kunnen afwegen. Hierbij is het bevoegd gezag verplicht om de veiligheidsregio om advies te vragen. In het Bevb, Bevt en het Bevi zijn voorwaarden opgenomen wanneer en in welke mate het groepsrisico moet worden verantwoord. De mate van verantwoording is in veel gevallen afhankelijk van de hoogte en de toename van het groepsrisico ten gevolge van het planvoornemen en het type risicobron. In dit onderzoek is invulling gegeven aan de elementen van de verantwoording groepsrisico. Voor de verantwoordingsplicht is tevens het advies van de veiligheidsregio van belang. Dit advies gaat in op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van een inrichting, buisleiding of transportroute.

Externe veiligheid onder de Omgevingswet Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (naar verwachting op 1 januari 2023) zal ook het externe veiligheidsbeleid veranderen. De bestaande besluiten worden ondergebracht in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De belangrijkste wijziging is dat het groepsrisicobeleid verandert. De formele verantwoordingsplicht groepsrisico en bijbehorende verplichting tot het kwantificeren van het groepsrisico vervalt. Het groepsrisico zal in specifieke situaties nog wel berekend worden. Daarnaast moet het groepsrisico nog steeds beoordeeld worden en zal er gewerkt worden met zogenaamde aandachtsgebieden. Het plaatsgebonden risico blijft wel gehandhaafd. In plaats van het groepsrisico en bijbehorende verantwoording worden er zogenaamde aandachtsgebieden rond risicobronnen bepaald. Deze aandachtsgebieden kunnen een brandaandachtsgebied en/of een explosieaandachtsgebied en/of een gifwolkaandachtsgebied betreffen. Binnen deze aandachtsgebieden moet rekening worden gehouden met de betreffende risico’s. Voor het brand- en explosieaandachtsgebied geldt dat er in beginsel voorschriftengebieden gelden. Deze kunnen gemotiveerd worden uitgezet. De voorschriftengebieden kunnen een (deel) van de aandachtsgebieden betreffen.

Binnen deze voorschriftengebieden worden voorschriften opgelegd voor de bouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare en beperkt kwetsbare locaties (zie bijlage VI, Bkl voor de definities). Het aanwijzen van voorschriftengebieden voor zeer kwetsbare gebouwen is verplicht. Voor de invulling van de voorschriften heeft de gemeente de mogelijkheid alternatieve maatregelen te bepalen zolang deze gelijkwaardig zijn aan de in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) genoemde voorschriften.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

4

Projectgerelateerd

3

Inventarisatie risicobronnen (vigerende wetgeving)

Dit hoofdstuk inventariseert de externe-veiligheidssituatie voor en ten gevolge van het planvoornemen onder de vigerende wetgeving. Het hoofdstuk gaat in op wat het planvoornemen mogelijk maakt, waarom dit relevant is voor externe veiligheid en welke risicobronnen verder beschouwd moeten worden.

Methodiek Het planvoornemen is relevant wanneer er risicobronnen en/of (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt. Tevens is geïnventariseerd welke risicobronnen (die vallen onder de genoemde besluiten en definities zoals genoemd in hoofdstuk 2) in de omgeving nader beschouwd moeten worden. Inventarisatie planvoornemen Wanneer één of beide van de onderstaande vragen beantwoord worden met ‘ja’ dan is het planvoornemen relevant in het kader van externe veiligheid en worden de aanwezige risicobronnen voor wat betreft externe veiligheid geïnventariseerd. NB: In dit rapport is onderscheid gemaakt in de termen planvoornemen en plangebied. Het planvoornemen is het voorgenomen plan binnen het plangebied. Het planvoornemen hoeft niet het gehele plangebied te beslaan waarvoor het ruimtelijk besluit wordt genomen, voor externe veiligheid is naast het planvoornemen het gehele plangebied relevant voor de toetsing.

1 Maakt het planvoornemen risicobronnen mogelijk en/of 2 Maakt het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk? Inventarisatie risicobronnen Indien het planvoornemen risicobronnen mogelijk maakt (vraag 1) wordt vastgesteld of  de risicobron(nen) onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of  de invloedsgebied(en) en/of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) die het planvoornemen mogelijk maakt over (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving (buiten het plangebied) liggen. Indien het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt (vraag 2), wordt vastgesteld of  binnen het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen en/of in de omgeving van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen.  de risicobron(nen) in en/of in de omgeving van het plangebied onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of  de invloedsgebied(en) of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) over het plangebied vallen. Beoordeling relevante risicobronnen Naar aanleiding van de bovenstaande inventarisatie wordt beoordeeld in hoeverre de relevante risicobronnen getoetst dienen te worden aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico en in hoeverre er een verantwoordingsplicht geldt.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

5

Projectgerelateerd

Beschouwing 3.2.1

Inventarisatie planvoornemen

Het planvoornemen maakt geen risicobronnen mogelijk in het kader van externe veiligheid. Het planvoornemen betreft het transformeren van locatie Planetenbaan en Het Kwadrant in Maarssen van de huidige kantoor- en bedrijfsfunctie naar een gemengd gebied met hoofdzakelijk een woonfunctie. Conform het Bevi maakt het planvoornemen hiermee (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk. Om deze reden is de bestemming die het planvoornemen mogelijk maakt relevant in het kader van externe veiligheid en zijn de risicobronnen in de omgeving van het plangebied beschouwd.

3.2.2

Inventarisatie risicobronnen

Op basis van de signaleringskaart 4 is onderzocht welke risicobronnen binnen en in de omgeving van het plangebied relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van de risicobronnen ten opzichte van het plangebied weer.

3 5

8

2

4

1

6

7

9↓ Figuur 3.1 Ligging risicobronnen t.o.v. het globale plangebied, aangegeven in paars (Uitsnede Signaleringskaart-EV) *nr 9 valt buiten het kaartbeeld

Tabel 3.1 geeft aan onder welke wetgeving de risicobronnen vallen en of deze relevant zijn voor het planvoornemen. Een risicobron is relevant wanneer het invloedsgebied of de risicoafstand over het plangebied valt. Dit is het geval wanneer de grootte van het invloedsgebied of risicoafstand groter is dan de afstand tussen de risicobron en het plangebied.

4

Signaleringskaart, https://nl.ev-signaleringskaart.nl/viewer/app/EV-signaleringskaart_NL?version=. Geraadpleegd op 2-2-2022.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

6

Projectgerelateerd

Tabel 3.1 Overzicht risicobronnen Risicobron

Afstand tot plangebied [m]

Invloedsgebied/ Wet- en regelgeving veiligheidsafstand [m]

Relevant?

1

N230 (Zuilensering)

50

355

Bevt

Ja

2

Spoorlijn Utrecht-Noord Diemen

375

> 4.000

Bevt

Ja

3

Amsterdam-Rijnkanaal

450

90

Bevt

Nee

4

Hogedrukaardgasleiding W529-07

250

95

Bevb

Nee

5

GOS (Gasontvangst/verdeelstation)

250

25

Activiteitenbesluit

Nee

6

LPG-tankstation BP Nederland B.V.

100

150/160

Bevi/ circulaire Ja risicoafstanden LPGtankstations

7

LPG-tankstation Shell tankstation Ruimteweg

80

150/160

Bevi/ circulaire Ja risicoafstanden LPGtankstations

8

Biegelaar B.V.

9

A2 (afrit 5 (Breukelen) - afrit 6 (Maarssen))*

gesaneerd 620

> 4.000

Nee Bevt

Ja

*nr 9 valt buiten het kaartbeeld

Beoordeling relevante risicobronnen Voor het planvoornemen zijn de volgende risicobronnen relevant in het kader van externe veiligheid. De nummers corresponderen met de nummers in Tabel 3.1. 1) N230 (Zuilensering) 2) Spoorlijn Utrecht-Noord Diemen 6) LPG-tankstation BP Nederland B.V. 7) LPG-tankstation Shell tankstation Ruimteweg 9) A2 (afrit 5 (Breukelen) - afrit 6 (Maarssen))

1) N230 (Zuilensering) De N230 vormt de zuidoostelijke begrenzing van het plangebied. Het transport van gevaarlijke stoffen over deze route valt onder de werkingssfeer van het Bevt. De weg valt niet onder de Regeling basisnet. Conform het Bevt dient het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico te worden beschouwd omdat het plangebied binnen 200 meter van de weg ligt. Tevens dient te worden voldaan aan de verantwoordingsplicht groepsrisico. Toetsing aan het plaatsgebonden risico en groepsrisico is opgenomen in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 gaat in op de elementen van de verantwoording groepsrisico. 2) Spoorlijn Utrecht-Noord Diemen Op 375 meter ten noordoosten van het plangebied ligt de spoorlijn Utrecht-Noord Diemen. Op basis van de Regeling basisnet vindt over dit traject vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor valt onder de werkingssfeer van het Bevt. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Het invloedsgebied is gebaseerd op het vervoer van toxische vloeistoffen (D4) en bedraagt conform de HART meer dan 4.000 meter.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

7

Projectgerelateerd

Conform het Bevt dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico. Hoofdstuk 5 gaat in op de elementen van de verantwoording groepsrisico.

6) en 7) LPG-tankstations BP en Shell Direct ten zuiden en zuidoosten van het plangebied staan de LPG-tankstations BP en Shell. LPGtankstations vallen onder de werkingssfeer van het Bevi en de Circulaire effectafstanden LPG-tankstations. Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van 150 meter conform het Bevi en binnen de effectafstand van 160 meter conform de Circulaire effectafstanden LPG-tankstations. Het plangebied ligt weliswaar gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van 150 meter maar binnen het overlappende gedeelte is geen bevolking aanwezig. Hiermee is er geen effect voor het groepsrisico ten gevolge van het planvoornemen. De plaatsgebonden risicocontouren liggen buiten het plangebied. Conform het Bevi dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico. Hoofdstuk 5 gaat in op de elementen van de verantwoording groepsrisico. De Circulaire stelt als eis dat er binnen 160 meter van een LPG-tankstation (waarbinnen het plangebied gelegen is) het in beginsel niet toegestaan is om zeer kwetsbare objecten te realiseren. Zeer kwetsbare objecten vormen een subcategorie van de categorie kwetsbare objecten uit het Bevi. Het gaat om objecten waar groepen personen verblijven met een beperkte zelfredzaamheid.

Dit zijn onder andere ziekenhuizen, asielzoekerscentra, gebouwen voor onderwijs voor minderjarigen en justitiële inrichtingen. Onderhavig planvoornemen maakt geen zeer kwetsbare objecten mogelijk. Er wordt daarmee voldaan aan de voorwaarden in de Circulaire. NB: Recent zijn er rechtelijke uitspraken geweest over de beoordeling van vaste afstanden voor plaatsgebonden risico contouren en invloedsgebieden ten aanzien van LPG-tankstations. Vooralsnog gaat dit onderzoek ervanuit dat de gerechtelijke uitspraak enkel van toepassing is op de grootte van de PR10-6 contour van het vulpunt. De verwachting is een eventuele verruiming van de PR contour geen belemmering vormt voor het planvoornemen.

9) A2 (afrit 5 (Breukelen) - afrit 6 (Maarssen))

Op ongeveer 620 meter ten zuiden van het plangebied ligt de A2. De A2 valt onder de werkingssfeer van het Bevt en is opgenomen in de Regeling basisnet. Gelet op de relatief grote afstand tot het plangebied vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Verder ligt het plangebied buiten het invloedsgebied van de voor transport van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg maatgevende stofcategorie GF3. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van stofcategorie LT3 (>4000m). Uit de cijfers van de jaarintensiteiten 5 over het basisnet en andere wegvakken blijkt dat deze stofcategorie over de A2 worden vervoerd. Een incident met deze stofcategorieën kan zich ontwikkelen tot een gifwolk (toxisch scenario).

Conform het Bevt dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico. Hoofdstuk 5 gaat in op de elementen van de verantwoording groepsrisico.

5

Ministerie van I&W, 2019; 2019-06-lijst-wegvakken-en-bn

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

8

Projectgerelateerd

4

Risicoberekening N230

In dit hoofdstuk is het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de autoweg N230 uitgewerkt conform het Bevt.

4.1

Onderzochte situaties

Tabel 4.1 beschrijft de onderzochte situaties. De referentiesituatie betreft de huidige situatie inclusief de ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen die per definitie uitgevoerd worden (zogeheten autonome ontwikkelingen). Tabel 4.1 Onderzochte situaties externe veiligheid autoweg N230

Berekende situaties

Transportroute

Ingevoerde bevolking

Referentiesituatie (2022)

N230

Vigerende bestemmingsplannen gerealiseerd conform BAGPopulator + missende bestemmingsplancapaciteit (ruimtelijkeplannen.nl)

Toekomstige situatie (2032)

N230

Vigerende bestemmingsplannen gerealiseerd conform BAGPopulator + missende bestemmingsplancapaciteit (ruimtelijkeplannen.nl) + invulling planvoornemen

4.2

Invoerparameters rekenmodel

Het risico van het transport van gevaarlijke stoffen wordt berekend met de risicoberekeningsmethodiek RBMII (versie 2.3.0. build 535, 14 november 2013). RBMII is de standaard rekenmethodiek voor het berekenen van risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen voor de omgeving in Nederland. RBMII berekent op basis van een aantal invoerparameters, zoals bevolkingsgegevens, ongevalsgegevens en aard en omvang van de transporten van gevaarlijke stoffen, de externe risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, de hoofdspoorwegen en de binnenwateren. Het instrument sluit aan op de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART). 6 De berekeningsresultaten tonen aan in hoeverre het vervoer van gevaarlijke stoffen over een bepaalde transportroute voldoet aan de vastgestelde externe veiligheid normering. Voor de berekeningen zijn de volgende gegevens nodig:  Transportintensiteit gevaarlijke stoffen: gegevens over de aard en hoeveelheid getransporteerde gevaarlijke stoffen;  Tracéeigenschappen: wegtype, gereden snelheid;  Motorvoertuigletselongevalfrequentie: De initiële ongevalsfrequentie wordt de motorvoertuigletselongevalfrequentie genoemd en is gedefinieerd als de kans per afgelegde kilometer waarmee een motorvoertuig betrokken raakt bij een letselongeval zonder langzaam verkeer.

De motorvoertuigletselongevalfrequentie per wegtype moet in combinatie met de vervolgkans op een uitstroming, gebruikt worden als de ongevalsfrequentie in de risicoanalyse;  Bevolkingsgegevens: aantal personen langs het tracé die worden blootgesteld aan de gevolgen van een ongeval;  Weerstation: het dichtstbijzijnde weerstation geeft informatie over de meest voorkomende weersinvloeden in de omgeving.

6

RIVM, 2017; Handleiding risicoanalyse transport, versie 1.2, 11 januari 2017

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

9

Projectgerelateerd

Transportintensiteit gevaarlijke stoffen De transportgegevens per jaar voor de autoweg N230 langs het plangebied zijn weergegeven in Tabel 4.2. Tabel 4.2: Transportaantallen per jaar van vervoer gevaarlijke stoffen autoweg N230 (Afgestemd met RUD op 21 maart 2021) Transportgegevens autoweg N230 Stofcategorie

LF1

LF2

Brandbare vloeistoffen

GF3

Zeer brandbare vloeistoffen Brandbare gassen

1.348

1.543

516

Tracéeigenschappen Ingevoerde tracé: de autoweg N230 ligt op 50 meter ten zuidoosten van het plangebied. Conform de HART is voor het berekenen van het groepsrisico aan beide kanten (in dit geval ten noordoosten en ten zuidwesten) van het plangebied een kilometer tracé extra ingevoerd. In het model is uitgegaan van een autosnelweg met gescheiden rijbanen en een maximumsnelheid van 100 km/uur. Motorvoertuigletselongevalfrequentie In de berekening is uitgegaan van de motorvoertuigletselongevalfrequentie conform de HART van een autosnelweg van 8,30*10-8 (vtg/km) met een uitstroomkans van 0,052 voor een druktankwagen en 0,101 voor een atmosferische tankwagen. Bevolkingsdichtheden Het planvoornemen resulteert in een andere bevolkingsverdeling ten opzichte van de huidige situatie. Voor de risicoberekening is in de basis binnen het invloedsgebied gebruik gemaakt van de bevolkingsgegevens zoals opgenomen in de BAG-populatieservie 7 en is bestemmingsplancapaciteit conform ruimtelijkeplannen.nl opgenomen voor de ontwikkellocatie de Haagstede, ten zuidwesten van het plangebied. Voor de invulling van het plangebied zijn zowel voor de referentiesituatie als voor de toekomstige situatie aanwezigheidsgegevens verstrekt door de opdrachtgever.

7

BAG populatieservice, 2022: https://populatieservice.demis.nl/#/, geraadpleegd 23 februari 2022 (bagselectbasis_202201)

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

10

Projectgerelateerd

Referentiesituatie: Voor het plangebied en voor de ontwikkellocatie Haagstede is uitgegaan van de gegevens van de huidige situatie zoals deze door de opdrachtgever zijn verstrekt. De gehanteerde bestemmingen en aantallen voor de referentiesituatie zijn per deelgebied weergegeven in Tabel 4.3. Tabel 4.3 Gehanteerde bestemmingen en aantallen per deelgebied voor de referentiesituatie Deelgebied

Bevolkingsvlak

Noord

1

Bedrijven dagdienst

26.105

870

0

0,05

0

Midden

2

Bedrijven dagdienst

30.780

1.026

0

0,05

0

2

Woonbebouwing

42

51

101

0,07

0,01

3

Bedrijven dagdienst

18.700

623

0

0,05

0

3

Woonbebouwing

294

353

706

0,07

0,01

4

Bedrijven dagdienst

33.242

1108

0

0,05

0

Haagstede 5

Bedrijven dagdienst

1.500

50

0

0,05

0

Woonbebouwing

155

186

372

0,07

0,01

Zuid

Kwadrant

5

Aantal m2 bvo voorzieningen / Aantal personen aantal woningen Overdag Nacht

Binnen-buitenfractie Overdag

Nacht

Kentallen: 8 Woonbebouwing: 2,4 personen per woning Kantoren en bedrijven: 1 persoon per 30 m2

Toekomstige situatie: Voor de toekomstige situatie is voor het plangebied de populatie van de referentiesituatie vervangen en is uitgegaan van de bestemmingen en aantallen per deelgebied zoals weergegeven in Tabel 4.4. Hierin zijn de bestaande woningen meegenomen en is de geplande supermarkt ingevoerd als continu bedrijf vanwege de te verwachten ruime openingstijden. Tabel 4.4 Gehanteerde bestemmingen en aantallen per deelgebied voor de plansituatie Deelgebied

Bevolkingsvlak

Noord

1

Bedrijven dagdienst

797

27

0

0,05

0

1

Woonbebouwing

609

731

1.462

0,07

0,01

Midden

2

Woonbebouwing

646

775

1.550

0,07

0,01

Zuid

3

Woonbebouwing

544

653

1.306

0,07

0,01

Kwadrant

4

Bedrijven dagdienst

8.331

278

0

0,05

0

4

Continu bedrijf

600

20

20

0,05

0,01

4

Woonbebouwing

759

911

1.822

0,07

0,01

Bedrijven dagdienst

1.500

50

0

0,05

0

Woonbebouwing

155

186

372

0,07

0,01

BH5097-IB-RP001-F01

11

Haagstede 5 5

Aantal m2 bvo voorzieningen / Aantal personen aantal woningen Overdag Nacht

Binnen-buitenfractie Overdag

Nacht

Kentallen: Woonbebouwing: 2,4 personen per woning Bedrijven dagdienst: 1 persoon per 30 m2 Continu bedrijf (supermarkt): 1 persoon per 30 m2 8

8

VROM, november 2007. Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

Projectgerelateerd

Figuur 4.1 laat de invulling van de bevolkingsgegevens zien in het model.

1 2

3

4

5

Figuur 4.1 Invoer N239 en bevolking in RBMII (cijfers komen overeen met de bevolkingsvlakken in tabel 4.3 en 4.4)

Weerstation Het dichtstbijzijnde weerstation is Soesterberg. De weersomstandigheden (stabiliteit, windsnelheid en windrichting) bepalen de verspreiding van gevaarlijke stoffen in de omgeving. De frequentie van het optreden van bepaalde weerscondities is bepalend voor het risico.

4.3

Resultaten

Plaatsgebonden risico De N230 is vanwege beperkingen van het rekenprogramma RBMII beoordeeld als een autosnelweg. Een autosnelweg welke niet valt onder de Regeling basisnet, heeft volgens de HART geen PR 10-6/jaar contour bij minder dan 4.000 transporten GF3 per jaar. Dit betekent dat de N230 geen PR 10-6/jaar contour heeft. Dit heeft betrekking op alle beschouwde situaties. Groepsrisico Het groepsrisico is berekend voor de referentiesituatie en de toekomstige situatie. In Tabel 4.5 is het berekende groepsrisico weergegeven ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De toekomstige invulling van het plangebied heeft invloed op de hoogte van het groepsrisico ten opzichte van de referentiesituatie. Het groepsrisico blijft echter onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

12

Projectgerelateerd

Tabel 4.5 Resultaten groepsrisicoberekeningen autoweg N230 Situaties

Hoogte groepsrisico ten opzichte van oriëntatiewaarde

Bij max. aantal slachtoffers [personen]

Frequentie [1/jaar]

Referentiesituatie

0,030

530

1,0E-009

Toekomstige situatie

0,041

624

1,0E-009

Figuur 4.2 en Figuur 4.3 presenteren de fN-curve en Figuur 4.4 de maatgevende kilometer voor zowel de huidige als toekomstige situatie.

Figuur 4.2 fN curve referentiesituatie

Figuur 4.3 fN curve toekomstige situatie

In de referentie- en toekomstige situatie ligt de maatgevende kilometer met het hoogste groepsrisico ter hoogte van het plangebied (de maatgevende kilometer is aangegeven in lichtblauw in Figuur 4.4). De invulling van het plangebied heeft geen invloed op de ligging van de maatgevende kilometer. 25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

13

Projectgerelateerd

Figuur 4.4 Ligging maatgevende kilometer groepsrisico referentie- en toekomstige situatie

Plasbrandaandachtsgebied Conform de HART heeft een autosnelweg/provinciale niet vallende onder de Regeling basisnet geen plasbrandaandachtsgebied.

4.4

Toetsing beleidskader

De externe veiligheidsrisico’s als gevolg van de autoweg N230 zijn getoetst conform het Bevt. Plaatsgebonden risico

 De autoweg heeft conform de regeling Basisnet geen plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico geeft geen beperkingen voor de ontwikkeling van het plangebied.

Plasbrandaandachtsgebied  De autoweg heeft geen plasbrandaandachtsgebied; dit geeft geen beperkingen voor de ontwikkeling van het plangebied. Groepsrisico  De ontwikkeling van het plangebied resulteert in een toename van het groepsrisico (van 0,030 naar 0,041 maal de oriëntatiewaarde). Het groepsrisico blijft onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Verantwoording groepsrisico  Op basis van de toetsing van het groepsrisico geldt conform artikel 7 van het Bevt een beperkte verantwoording van het groepsrisico met aandacht voor de elementen rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Hierbij dient het bevoegd gezag advies te vragen aan de veiligheidsregio om een afweging te maken voor externe veiligheid (hoofdstuk 5).

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

14

Projectgerelateerd

5

Elementen verantwoording groepsrisico

5.1

Inventarisatie rampenbestrijding en zelfredzaamheid

Voor het planvoornemen zijn de volgende risicobronnen relevant in het kader van externe veiligheid:  N230 (Zuilensering)  Spoorlijn Utrecht-Noord Diemen  LPG-tankstation BP Nederland B.V.  LPG-tankstation Shell Ruimteweg  A2 (afrit 5 (Breukelen) - afrit 6 (Maarssen)) Op basis van de toetsing zoals opgenomen in de voorgaande hoofdstukken blijkt dat voor deze risicobronnen het groepsrisico beperkt moet worden verantwoord. Dit betekent dat het bevoegd gezag verplicht is de veiligheidsregio om advies te vragen in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Deze paragraaf werkt de ongevalsscenario’s en bijbehorende voorzieningen in het kader van de rampenbestrijding en zelfredzaamheid uit. In paragraaf 5.3 is het pré-advies van de veiligheidsregio Utrecht opgenomen.

5.1.1

Ongevalsscenario’s met gevaarlijke stoffen

Inzicht in de ongevalsscenario’s is essentieel om de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid te analyseren. Tabel 5.1 geeft per risicobron de maatgevende scenario’s. Daarnaast zijn de bijbehorende gevaren (brand, explosie, gifwolk) ten gevolge van de risicobron weergegeven. Een scenario is relevant afhankelijk van:  de aard van de gevaarlijke stoffen;  de ligging van de effectafstand (1% letaal) van het betreffende scenario, ten opzichte van het plangebied. Tabel 5.1 Overzicht relevante scenario’s per risicobron Maatgevende scenario’s

Plasbrand

Koude Bleve

Warme Bleve

Wolkbrandexplosie

Fakkelbrand

x

x

x

x

Toxische wolk

Gevaren

Risicobronnen Autoweg N230 (Zuilensering) Spoorlijn UtrechtNoord Diemen

Brand, explosie X1

Gifwolk

LPG-tankstation BP Nederland B.V.

x

x

x

x

Brand, explosie

LPG- tankstation Shell Ruimteweg

x

x

x

x

Brand, explosie

A2 (afrit 5 (Breukelen) - afrit 6 (Maarssen))

X2

Gifwolk

1: Betreft D3 (voorbeeldstof HART acrylnitril) en D4 (voorbeeldstof HART acroleïne) 2: Betreft LT1 (voorbeeldstof HART acrylnitril), LT2 (voorbeeldstof HART propylamine), LT3 (voorbeeldstof HART acroleïne) NB: Conform de HART heeft stofcategorie A (GF3) voor de spoorlijn een invloedsgebied van 460 meter (explosiescenario) echter bovenstaande indeling is gemaakt op basis van het scenarioboek externe veiligheid. Hier wordt een effectafstand van 290 meter gehanteerd tot 1% letaal. Het explosiescenario van het spoor is daarom niet genoemd in deze analyse.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

15

Projectgerelateerd

Tabel 5.2 licht op basis van het scenarioboek externe veiligheid 9 de ongevalscenario’s van Tabel 5.1 toe. In de volgende paragrafen is per maatgevend scenario de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid beoordeeld. Tabel 5.2 Overzicht relevante scenario’s conform het scenarioboek externe veiligheid Koude bleve Een koude BLEVE kan veroorzaakt worden door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de ketelwagen of tank open. Het brandbare gas komt vrij en ontsteekt direct. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De effecten van een koude BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Gevaar:

Brand en explosie

Effectafstand autoweg

200 meter

Warmtestraling: 30 kW/ m2

Effectafstand LPG-tankstation

200 meter

Warmtestraling: 30 kW/ m2

Warme bleve Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de tankwagen doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tankwand. Brandbaar gas komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De effecten van een warme BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Gevaar:

Brand en explosie

Effectafstand autoweg:

245 meter

Warmtestraling 25 kW/ m2

Effectafstand LPG-tankstation

245 meter

Warmtestraling 25 kW/ m2

Wolkbrandexplosie Een wolkbrandexplosie ontstaat wanneer een tot vloeistof verdicht gas in een tankwagen bij instantaan falen onder druk expandeert tot een dampwolk die ontsteekt door aanwezigheid van een externe ontstekingsbron (vertraagde ontsteking). Een wolkbrandexplosie geeft zowel een drukgolf als een intense warmtestraling. De effecten van een wolkbrandexplosie zijn dat er slachtoffers vallen en schade in de omgeving wordt veroorzaakt. Binnen de brandende wolk zullen alle in de buitenlucht aanwezige personen overlijden. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden of raken gewond. Gevaar:

Brand en explosie

Effectafstand autoweg:

70 meter

0,17 bar overdruk

Effectafstand LPG-tankstation

70 meter

0,17 bar overdruk

Fakkelbrand Een fakkelbrand wordt veroorzaakt doordat na een botsing een afsluiter afbreekt van de tankwagen. Hierdoor stroomt LPG uit en ontsteekt direct. Er ontstaat een fakkel die blijft branden tot de tank leeg is. Het effect van een fakkelbrand is warmtestraling. Dit effect kan slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Gevaar:

Brand en explosie

Effectafstand autoweg:

110 meter

Warmtestraling: 10 kW/ m2

Effectafstand LPG-tankstation

110 meter

Warmtestraling: 10 kW/ m2

9

Website scenarioboek externe veiligheid, geraadpleegd op 10 augustus 2021.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

16

Projectgerelateerd

Gifwolk Het scenarioboek geeft als zwaarste stof een uitwerking aan de effectafstanden voor acrylnitril (D3 en LT1). Voor de omgeving langs de spoorweg en de autosnelweg is uitgegaan van een verstedelijkt gebied. Spoor: Een giftige plas ontstaat doordat de tank van de ketelwagen openscheurt na bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van de acrylnitril in korte tijd uit. De acrylnitril verspreidt zich over het spoorbed, dampt uit en vormt een giftige wolk. De wolk verspreidt zich met de wind mee. Acrylnitril is zeer licht ontvlambaar. Wanneer de plas ontsteekt kan het scenario plasbrand optreden. Weg: Een giftige plas ontstaat doordat de tank van de tankwagen openscheurt na bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van de acrylnitril in korte tijd uit. De acrylnitril verspreidt zich over de grond, dampt uit en vormt een giftige wolk. De wolk verspreidt zich snel met de wind mee. Gevaar:

Gifwolk

Effectafstanden spoorlijn

190 meter

Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur Concentratie 220 mg/m3

270 meter

Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur Concentratie 130 mg/m3

300 meter

Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur Concentratie 220 mg/m3

440 meter

Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur Concentratie 140 mg/m3, verstedelijkt gebied

Effectafstanden autosnelweg

5.1.2

Rampenbestrijding

Algemeen Voorbereiding hulpdiensten Hulpdiensten moeten op de hoogte zijn van de specifieke risico’s in de omgeving als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen. De veiligheidsregio kan het beschikbare materieel hierop afstemmen. De voorbereiding op de ongevalsbestrijding is onderdeel van het beleidsplan van de veiligheidsregio. Onderdeel van de voorbereiding zijn ook oefeningen. Alarmering, opkomsttijd en communicatie naar en tussen hulpverleners Een snelle alarmering en opkomsttijd dragen bij aan zowel de bereikbaarheid als de bestrijdbaarheid. Werkende communicatiemiddelen zijn een noodzaak. De locatie van zendmasten in relatie tot de potentiële locaties van een incident is een aandachtspunt. Werkende communicatiemiddelen naar en tussen hulpverleners zijn noodzakelijk. Bereikbaarheid Tweezijdige bereikbaarheid van zowel de locatie van het incident als het effectgebied kan de bestrijdbaarheid en de hulpverlening versnellen. Daarbij is ook de aanwezigheid van opstelplaatsen aan meerdere zijden belangrijk. De minimale eisen voor bereikbaarheid van hulpdiensten staan weergegeven in het document Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Brandweer Nederland. Koude BLEVE, wolkbrandexplosie en fakkelbrand De koude BLEVE heeft een snelle ontwikkeltijd. Hierdoor zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding.

De effectbestrijding is gericht op het afschermen van de omgeving, op het bestrijden van secundaire branden en het redden van personen die tussen brokstukken liggen. Voor de wolkbrand en fakkelbrand geldt hetzelfde. De ontwikkeltijd is hier slechts iets langer.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

17

Projectgerelateerd

Warme BLEVE De snelheid waarmee het scenario warme BLEVE zich ontwikkelt, is afhankelijk van de opwarmingstijd tot de explosie en bedraagt afhankelijk van de aanwezige inhoud van de tankwagen en de eigenschappen daarvan (coating) circa 10 minuten tot een uur. De brandweer kan de situatie stabiliseren door het koelen en afschermen van de tankwagen. Daarnaast moeten zij uit voorzorg het effectgebied veiligstellen. Indien de explosie optreedt is de ontwikkeltijd zeer snel. De effectbestrijding is dan gericht op het afschermen van de omgeving, op het bestrijden van secundaire branden en het redden van personen die tussen brokstukken liggen. Toxische wolk Bij een toxische wolk wordt door de brandweer en andere hulpdiensten voornamelijk vanaf het bovenwinds gebied opgetreden. Vanaf het benedenwinds gebied kan maar in beperkte mate worden opgetreden. Bij het optreden is bronbestrijding moeilijk. De hulpdiensten kunnen zich voornamelijk richten op het redden van mensen, het verlenen van eerste hulp aan gewonden en het verdunnen van de toxische wolk met behulp van water. De volgende voorzieningen hebben een positieve invloed hebben op de rampenbestrijding: Tabel 5.3 Overzicht mogelijke voorzieningen

Rampenbestrijding   

Voldoende bluswatervoorzieningen om de omgeving af te kunnen schermen; Twee aanrijroutes vanuit tegenovergestelde windstreken voor hulpdiensten; Opkomsttijd brandweer en alarmering.

5.1.3

Zelfredzaamheid

Algemeen Adequate vluchtroutes Vluchtroutes helpen mensen het gebied te verlaten. Vluchtroutes moeten duidelijk zichtbaar zijn, zich van de activiteit af richten (bij voorkeur haaks op de windrichting), breed genoeg zijn en vrij zijn van obstakels. In de vrije ruimte kan rekening worden gehouden met de positie en compositie van gebouwen. Gebouwen zelf moeten beschikken over goede vluchtroutes. Heldere communicatie over de veilige vluchtroute is belangrijk. Waarschuwingsmiddelen NL-Alert: doel is alle aanwezigen in de omgeving snel te informeren over een incident met gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel communicatie plaats via radio, internet en telefoon. Het is belangrijk dat zendmasten tijdens een ongeval blijven werken. Afstemming handelingsperspectief Het handelingsperspectief voor mensen tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten. Deze inzet moet aansluiten op dit handelingsperspectief. Risicocommunicatie vooraf Communicatie over de risico’s als het gevolg van gevaarlijke stoffen en over het handelingsperspectief tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen, maakt mensen bewust. Zij weten wat ze moeten doen bij een ongeval. Dit draagt bij aan de veiligheid. Belangrijk is een open, eerlijke en begrijpbare communicatie.

Een goede risicocommunicatie is een aandachtspunt voor de aanwezigen op in het plangebied. De aanwezigen zijn zelfredzaam, maar in geval van een breuk van de buisleiding hebben de aanwezigen een beperkt handelingsperspectief.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

18

Projectgerelateerd

Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk. Ten tijde van een ongeval moeten schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn. Koude BLEVE, warme BLEVE, wolkbrandexplosie, fakkelbrand Personen zijn na het ontstaan van een BLEVE, wolkbrandexplosie of fakkelbrand op zichzelf en anderen aangewezen. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. Zie onderstaande tabel en afbeeldingen voor de mogelijkheden. Tabel 5.4 Overzicht handelingsperspectief Koude BLEVE, warme BLEVE, wolkbrandexplosie en fakkelbrand

Handelingsperspectief –Koude BELVE, warme BLEVE, wolkbrandexplosie en fakkelbrand 

Voor personen buiten is vluchten het advies (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).

Als er schuilmogelijkheden zijn, is het advies dekking te zoeken of een schuilplaats binnen te gaan. Bij schuilen gelden aanvullend de volgende maatregelen: o Schuilen in de van het gevaar afgekeerde zijde van het gebouw; o Sluiten van gordijnen; o Verwijderd blijven van ramen; o Voorkomen van ontstekingsbronnen (licht niet aan doen, uitschakelen verwarming etc.); o Openen van ramen om schade door de drukgolf te vermijden (behalve bij een gecombineerd gevaar met brand of gifwolk).

Voor personen binnen is binnenblijven het advies.

Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van het incident.

Figuur 5.1 Handelingsperspectief koude BLEVE/fakkelbrand (bron: website scenarioboek externe veiligheid)

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

19

Projectgerelateerd

Figuur 5.2 Handelingsperspectief wolkbrand (bron: website scenarioboek externe veiligheid)

Voorzieningen die een positieve invloed op de zelfredzaamheid hebben, zijn: Tabel 5.5: Overzicht voorzieningen zelfredzaamheid bij een koude BLEVE, warme BLEVE, wolkbrandexplosie en fakkelbrand

Koude BLEVE, warme BLEVE, wolkbrandexplosie, fakkelbrand   

Voldoende vluchtroutes en vluchtwegen, hierbij vooral van de risicobronnen af; Risicocommunicatie omgeving (hoe te handelen bij een brand of explosie); Alarmering van het gevaar middels NL-alert.

Toxische wolk Personen zijn na het ontstaan van een toxische wolk op zichzelf en anderen aangewezen. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.  Voor personen buiten is advies om te vluchten (een natte doek om door te ademen vermindert de blootstelling) 10;  Indien vluchten niet mogelijk is, wordt geadviseerd om binnen te schuilen;  Voor personen binnen wordt binnenblijven geadviseerd en naar de hoogste bouwlaag met een vlak plafond te gaan. Hierbij ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten. Tabel 5.6 en Figuur 5.3 geven een overzicht van het handelingsperspectief bij een toxische wolk

10

Gebruik maken van een natte doek is afhankelijk van het type gevaarlijke stof)

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

20

Projectgerelateerd

Figuur 5.3 Handelingsperspectief gifwolk (bron: website scenarioboek externe veiligheid)

Tabel 5.6 Overzicht voorzieningen zelfredzaamheid bij een toxische wolk

Toxische wolk     

Handmatig afsluitbare ventilatie; Schuilmogelijkheden binnenshuis; Voldoende vluchtroutes en vluchtwegen die haaks op de wind staan; Risicocommunicatie omgeving (hoe te handelen bij een gifwolk); Alarmering van het gevaar middels NL-alert.

5.2

Omgevingswet

Onder de Omgevingswet wordt de term ‘omgevingsveiligheid’ gehanteerd in plaats van externe veiligheid. In deze paragraaf zal daarom verder gesproken worden over omgevingsveiligheid. Op basis van de signaleringskaart 11 is onderzocht welke milieubelastende activiteiten binnen en in de omgeving van het plangebied relevant zijn in het kader van omgevingsveiligheid. Figuur 5.4 geeft de ligging van de milieubelastende activiteiten ten opzichte van het plangebied weer. De tabel geeft vervolgens aan of de milieubelastende activiteit gebaseerd op de grootte van het aandachtsgebied en de afstand tot het plangebied, relevant is voor het planvoornemen. De nummers in de figuur en tabel corresponderen met de nummers bij de risicobronnen in Figuur 3.1 en Tabel 3.1 in hoofdstuk 3.

11

Signaleringskaart, https://nl.ev-signaleringskaart.nl/viewer/app/EV-signaleringskaart_NL?version=. Geraadpleegd op 2-2-2022.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

21

Projectgerelateerd

5

3

8 2

4

1

9↓

7

6

Figuur 5.4 Ligging milieubelastende activiteiten en aandachtsgebieden (brandaandachtsgebied=rood, explosieaandachtsgebied=oranje) t.o.v. het globale plangebied, aangegeven in paars (Uitsnede Signaleringskaart-EV) (De nummers corresponderen met de nummers bij de risicobronnen in Tabel 3.1, paragraaf 3.2.2) Tabel 5.7 Overzicht milieubelastende activiteiten in het kader van omgevingsveiligheid Risicobron

Afstand tot plangebied Brand-/explosie-/gif- Relevant? [m] aandachtsgebied

1

N230 (Zuilensering)

50

N.v.t.

2

Spoorlijn Utrecht-Noord Diemen

375

3

Amsterdam-Rijnkanaal

450

Brand, explosie

Nee

4

Hogedrukaardgasleiding W529-07

250

Brand

Nee

5

GOS (Gasontvangst/verdeelstation)

250

Brand

Nee

6

LPG-tankstation BP Nederland B.V.

100

Brand, explosie

Ja (explosie)

7

LPG-tankstation Shell tankstation Ruimteweg

80

Brand, explosie

Ja (explosie)

8

Biegelaar B.V.

9

A2 (afrit 5 (Breukelen) - afrit 6 (Maarssen))*

Brand, explosie, gif Ja (gif)

gesaneerd 620

Ja (vanuit een goede ruimtelijke ordening)

Nee

Brand, explosie, gif Ja (gif)

*nr 9 valt buiten het kaartbeeld

In het kader van de Omgevingswet maakt het planvoornemen (beperkt) kwetsbare gebouwen mogelijk. De autosnelweg A2 en de spoorlijn Utrecht-Noord Diemen kennen gifwolkaandachstgebieden die over het plangebied liggen. Binnen een gifwolkaandachtsgebied worden geen voorschriftengebieden vastgesteld. Voor de LPG-tankstations gelden explosieaandachtsgebieden van 160 meter waarvan er één voor een klein deel over het plangebied valt. Binnen de explosieaandachtsgebieden ligt op dit moment geen bebouwing. 25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

22

Projectgerelateerd

Voor een explosieaandachtsgebied geldt een voorschriftengebied. Het bevoegd gezag dient een afweging te maken om deze gemotiveerd uit te zetten. Onder de Omgevingswet kent de N230 geen aandachtsgebieden aangezien de weg niet onder de Regeling basisnet valt. Rond deze weg kunnen daarom geen voorschriftengebieden worden vastgesteld. Conform de Omgevingswet hoeft geen beschouwing te worden gedaan betreffende de risico’s. Onder de Omgevingswet heeft de gemeente de mogelijkheid om een lokale afweging te maken over de beoordeling van het transport van gevaarlijke stoffen over de N230. De aanbeveling is om in het kader van een goede ruimtelijke ordening rekening te houden met het transport van gevaarlijke stoffen. De toetsing onder de vigerende wetgeving (zie hoofdstuk 4) laat zien dat het groepsrisico toeneemt ten gevolge van het planvoornemen en dat er daarom gekeken moet worden naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico. Onder de Omgevingswet blijven deze risico’s bestaan. Bovendien kunnen risico’s ten gevolge van de energietransitie veranderen. Het advies aan het bevoegd gezag is om deze risico’s af te wegen in het de omgevingsvisie en regels op te nemen in het omgevingsplan.

5.3

Pré-advies veiligheidsregio Utrecht

Veiligheidsregio Utrecht geeft in het pré-advies voor het planvoornemen met kenmerk 2022-001579 d.d. 23 maart 2022 (zie bijlage 1) aan dat de scenario’s toxische wolk en BLEVE van belang zijn voor het plangebied. Voor een goede bestrijding van ramp of ongeval beschrijft het pré-advies welke voorwaarden er gesteld worden aan de bereikbaarheid van het plangebied en de risicobron voor de hulpdiensten alsmede de voorwaarden aan de bluswatervoorzieningen in het plangebied en bij de risicobron. Het advies is om daarover al in een vroeg stadium met de veiligheidsregio in overleg te treden. Daarnaast adviseert de veiligheidsregio de nodige maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid aan de hand van de volgende punten:  Mogelijkheden ten aanzien van een BLEVE  Mogelijkheden ten aanzien van een toxische wolk  Aanwijzingen voor Bedrijfshulporganisaties (BHV)  Risicocommunicatie De veiligheidsregio geeft tevens aan dat de energietransitie tot gevolg kan hebben dat er ook meer en/of andere gevaarlijke stoffen over de weg of het spoor getransporteerd gaan worden, zoals ammoniak of mierenzuur. Ook het vervoer van andere ontplofbare stoffen als LNG, CNG of waterstof kunnen gaan toenemen.

Omgevingswet De veiligheidsregio adviseert in het pré-advies het bevoegd gezag om voor de implementatie van de Omgevingswet bij dit planvoornemen duidelijk te zijn in het aanwijzen van voorschriftengebieden en waar mogelijk annotaties op te nemen in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Voorschriftengebieden kunnen niet aangewezen worden voor gemeentelijke routes voor gevaarlijke stoffen welke niet vallen onder de Regeling basisnet. De veiligheidsregio adviseert daarom om de effectcontouren van in elk geval de N230 op te nemen in het omgevingsplan en hier planregels voor op te stellen. Hierdoor wordt het veiligheidsniveau verhoogd. Dit is verder uitgewerkt in het pré-advies.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

23

Projectgerelateerd

6

Conclusie

Gemeente Stichtse Vecht is voornemens om de locatie Planetenbaan en Het Kwadrant in Maarssen te transformeren van een gebied met kantoor- en bedrijfsfunctie naar een gemengd gebied met hoofdzakelijk een woonfunctie. Om dit mogelijk te maken moet het bestemmingsplan gewijzigd worden. Hiervoor is de externe-veiligheidssituatie in beeld gebracht en beoordeeld. Conform het Bevi betreft het planvoornemen de ontwikkeling van een (beperkt) kwetsbare objecten. Om deze reden zijn alle in de omgeving aanwezige risicobronnen onderzocht en getoetst aan de normen voor externe veiligheid. Resultaten toetsing risicobronnen

 N230 (Zuilensering) o o

o o

De autoweg ligt direct ten zuidoosten van het plangebied. De autoweg heeft geen PR10-6-contour; het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Het groepsrisico neemt toe van 0,030 naar 0,041 maal de oriëntatiewaarde en blijft daarmee onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico vormt geen beperking voor de ontwikkeling van het planvoornemen. Conform het Bevt dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico.

 Spoorlijn Utrecht-Noord Diemen o o

o o

De spoorlijn ligt op ongeveer 375 meter ten noordoosten van het plangebied. De PR10-6-contour ligt niet over het plangebied; het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Bepaling van de hoogte van het groepsrisico is niet relevant; wel ligt het planvoornemen binnen het invloedsgebied van 4.000 meter. Conform het Bevt dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico.

 LPG-tankstations BP Nederland B.V. en Shell Ruimteweg o o

o o o

De tankstations liggen op 80 – 100 meter ten zuiden en zuidoosten van het plangebied. De PR10-6-contouren liggen niet over het plangebied; het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Er is geen bevolking aanwezig binnen het invloedsgebied van 150 meter confrom het Bevi. Hiermee is er geen effect op de hoogte van het groepsrisico. Binnen 160 meter van de tankstations worden geen zeer kwetsbare objecten gerealiseerd. Hiermee voldoet het planvoornemen aan de voorwaarden voor de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. Conform het Bevi dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico.

 A2 (afrit 5 (Breukelen) - afrit 6 (Maarssen)) o o

o o

De autosnelweg ligt ruim 600 meter ten zuiden van het plangebied. De PR10-6 ligt niet over het plangebied; het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Bepaling van de hoogte van het groepsrisico is niet relevant; wel ligt het planvoornemen binnen het invloedsgebied van 4.000 meter. Conform het Bevt dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

24

Projectgerelateerd

Elementen verantwoording groepsrisico De rampen die zich kunnen voordoen welke impact hebben op het planvoornemen ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen in de omgeving van het plangebied, zijn koude BLEVE, warme BLEVE, wolkbrand, fakkelbrand en een toxische wolk. In de verantwoording zal de veiligheidsregio moeten ingaan op vluchtwegen, schuilplaatsen, handmatig afsluitbare ventilatie en tweezijdige bereikbaarheid. Daarnaast zijn bluswatervoorzieningen en goede risicocommunicatie belangrijk. Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet verandert het externe veiligheidsbeleid. Onder de Omgevingswet maakt het planvoornemen (beperkt) kwetsbare gebouwen mogelijk. - De A2 en de spoorlijn Utrecht-Noord Diemen hebben gifwolkaandachtsgebieden die over het plangebied liggen. Voor gifwolkaandachtsgebieden worden geen voorschriftengebieden aangewezen. - Voor de twee nabijgelegen LPG-tankstations gelden explosieaandachtsgebieden. Voor explosieaandachtsgebieden gelden voorschriftengebieden die het bevoegd gezag gemotiveerd kan uitzetten. - Voor de N230 (Zuilensering) geldt dat risico’s onder de Omgevingswet niet hoeven te worden beoordeeld. Het lokale bevoegd gezag heeft de mogelijkheid hierover een afweging te maken. Gezien de aanwezige risico’s is het advies om hierover een afweging te maken in de omgevingsvisie en eventuele regels op te nemen in het omgevingsplan.

Pré-advies veiligheidsregio Utrecht Veiligheidsregio Utrecht geeft in het pré-advies (zie bijlage 1) aan dat de scenario’s toxische wolk en BLEVE van belang zijn voor het plangebied. Voor een goede bestrijding van ramp of ongeval beschrijft het pré-advies welke voorwaarden er gesteld worden aan de bereikbaarheid van het plangebied en de risicobron voor de hulpdiensten alsmede de voorwaarden aan de bluswatervoorzieningen in het plangebied en bij de risicobron. Het advies is om daarover al in een vroeg stadium met de veiligheidsregio in overleg te treden. Daarnaast adviseert de veiligheidsregio de nodige maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid aan de hand van de volgende punten:  Mogelijkheden ten aanzien van een BLEVE  Mogelijkheden ten aanzien van een toxische wolk  Aanwijzingen voor Bedrijfshulporganisaties (BHV)  Risicocommunicatie De veiligheidsregio geeft tevens aan dat de energietransitie tot gevolg kan hebben dat er ook meer en/of andere gevaarlijke stoffen over de weg of het spoor getransporteerd gaan worden, zoals ammoniak of mierenzuur. Ook het vervoer van andere ontplofbare stoffen als LNG, CNG of waterstof kunnen gaan toenemen.

Omgevingswet De veiligheidsregio adviseert in het pré-advies het bevoegd gezag om voor de implementatie van de Omgevingswet bij dit planvoornemen duidelijk te zijn in het aanwijzen van voorschriftengebieden en waar mogelijk annotaties op te nemen in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Voorschriftengebieden kunnen niet aangewezen worden voor gemeentelijke routes voor gevaarlijke stoffen welke niet vallen onder de Regeling basisnet. De veiligheidsregio adviseert daarom om de effectcontouren

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

25

Projectgerelateerd

van in elk geval de N230 op te nemen in het omgevingsplan en hier planregels voor op te stellen. Hierdoor wordt het veiligheidsniveau verhoogd. Dit is verder uitgewerkt in het pré-advies. Aanvraag formeel advies door bevoegd gezag De veiligheidsregio Utrecht dient conform het Bevt in de gelegenheid gesteld te worden om een formeel advies uit te brengen in het kader van de verantwoording groepsrisico. Een verzoek tot dit advies dient ingediend te worden door de gemeente Stichtse Vecht als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

26

Projectgerelateerd

Bijlage 1 Pré-advies veiligheidsregio Utrecht

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

1

Datum

23-3-2022 contactpersoon Jelle Mulder Afdeling Advies Directie risicobeheersing

Royal HaskoningDHV J. Bijzet-Vis Postbus 1132 3800 BC Amersfoort

Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht 088 878 3906 j.mulder@vru.nl Ons kenmerk 2022-001579

Onderwerp – preadvies t.b.v. MER en bestemmingsplan project ‘Planetenbaan en het Kwadrant'

Uw kenmerk -

Geachte mevrouw bijzet-Vis, Zoals in het overleg op 24 februari jl. is besproken stuur ik u hierbij een preadvies voor het gecombineerde gebruik in de MER en de toelichting van het bestemmingsplan voor het project ‘Planetenbaan en het Kwadrant’.

Bijlagen –

Beschouwing risico’s Het plangebied ligt in de effectgebieden van de volgende routes waarover transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt of inrichtingen met gevaarlijke stoffen: 1. De Zuilense Ring N230 (gemeentelijke route gevaarlijke stoffen) op circa 50 meter; 2. Het LPG-tankstations aan de Ruimteweg en de Floraweg op circa 150 meter; 3. De spoorlijn Breukelen-Utrecht (basisnet-routedeel 71C.1) op circa 400 meter; 4. Het Amsterdam-Rijnkanaal (basisnetroute Corridor Amsterdam-Rijn) op circa 550 meter; 5. De snelweg A12 (basisnet-routedeel afslag 6 Maarssen) op circa 680 meter. De hogedruk aardgasleidingen W-529-07 (9 inch, 40 bar) op circa 260 meter en W-529-01 (13 inch, 40 bar) op circa 670 meter vormen geen risico voor her plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2036/documents/42656