Voorontwerp Bp Ruimtekwartier - Bijlagen bij toelichting-20220815.pdf
Tekst van het document
25 mei 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH5097-IB-RP001-F01
15
Projectgerelateerd
Tabel 5.2 licht op basis van het scenarioboek externe veiligheid 9 de ongevalscenario’s van Tabel 5.1 toe. In de volgende paragrafen is per maatgevend scenario de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid beoordeeld. Tabel 5.2 Overzicht relevante scenario’s conform het scenarioboek externe veiligheid Koude bleve Een koude BLEVE kan veroorzaakt worden door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de ketelwagen of tank open. Het brandbare gas komt vrij en ontsteekt direct. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De effecten van een koude BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Gevaar:
Brand en explosie
Effectafstand autoweg
200 meter
Warmtestraling: 30 kW/ m2
Effectafstand LPG-tankstation
200 meter
Warmtestraling: 30 kW/ m2
Warme bleve Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de tankwagen doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tankwand. Brandbaar gas komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De effecten van een warme BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Gevaar:
Brand en explosie
Effectafstand autoweg:
245 meter
Warmtestraling 25 kW/ m2
Effectafstand LPG-tankstation
245 meter
Warmtestraling 25 kW/ m2
Wolkbrandexplosie Een wolkbrandexplosie ontstaat wanneer een tot vloeistof verdicht gas in een tankwagen bij instantaan falen onder druk expandeert tot een dampwolk die ontsteekt door aanwezigheid van een externe ontstekingsbron (vertraagde ontsteking). Een wolkbrandexplosie geeft zowel een drukgolf als een intense warmtestraling. De effecten van een wolkbrandexplosie zijn dat er slachtoffers vallen en schade in de omgeving wordt veroorzaakt. Binnen de brandende wolk zullen alle in de buitenlucht aanwezige personen overlijden. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden of raken gewond. Gevaar:
Brand en explosie
Effectafstand autoweg:
70 meter
0,17 bar overdruk
Effectafstand LPG-tankstation
70 meter
0,17 bar overdruk
Fakkelbrand Een fakkelbrand wordt veroorzaakt doordat na een botsing een afsluiter afbreekt van de tankwagen. Hierdoor stroomt LPG uit en ontsteekt direct. Er ontstaat een fakkel die blijft branden tot de tank leeg is. Het effect van een fakkelbrand is warmtestraling. Dit effect kan slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Gevaar:
Brand en explosie
Effectafstand autoweg:
110 meter
Warmtestraling: 10 kW/ m2
Effectafstand LPG-tankstation
110 meter
Warmtestraling: 10 kW/ m2
9
Website scenarioboek externe veiligheid, geraadpleegd op 10 augustus 2021.
25 mei 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH5097-IB-RP001-F01
16
Projectgerelateerd
Gifwolk Het scenarioboek geeft als zwaarste stof een uitwerking aan de effectafstanden voor acrylnitril (D3 en LT1). Voor de omgeving langs de spoorweg en de autosnelweg is uitgegaan van een verstedelijkt gebied. Spoor: Een giftige plas ontstaat doordat de tank van de ketelwagen openscheurt na bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van de acrylnitril in korte tijd uit. De acrylnitril verspreidt zich over het spoorbed, dampt uit en vormt een giftige wolk. De wolk verspreidt zich met de wind mee. Acrylnitril is zeer licht ontvlambaar. Wanneer de plas ontsteekt kan het scenario plasbrand optreden. Weg: Een giftige plas ontstaat doordat de tank van de tankwagen openscheurt na bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van de acrylnitril in korte tijd uit. De acrylnitril verspreidt zich over de grond, dampt uit en vormt een giftige wolk. De wolk verspreidt zich snel met de wind mee. Gevaar:
Gifwolk
Effectafstanden spoorlijn
190 meter
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur Concentratie 220 mg/m3
270 meter
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur Concentratie 130 mg/m3
300 meter
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur Concentratie 220 mg/m3
440 meter
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur Concentratie 140 mg/m3, verstedelijkt gebied
Effectafstanden autosnelweg
5.1.2
Rampenbestrijding
Algemeen Voorbereiding hulpdiensten Hulpdiensten moeten op de hoogte zijn van de specifieke risico’s in de omgeving als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen. De veiligheidsregio kan het beschikbare materieel hierop afstemmen. De voorbereiding op de ongevalsbestrijding is onderdeel van het beleidsplan van de veiligheidsregio. Onderdeel van de voorbereiding zijn ook oefeningen. Alarmering, opkomsttijd en communicatie naar en tussen hulpverleners Een snelle alarmering en opkomsttijd dragen bij aan zowel de bereikbaarheid als de bestrijdbaarheid. Werkende communicatiemiddelen zijn een noodzaak. De locatie van zendmasten in relatie tot de potentiële locaties van een incident is een aandachtspunt. Werkende communicatiemiddelen naar en tussen hulpverleners zijn noodzakelijk. Bereikbaarheid Tweezijdige bereikbaarheid van zowel de locatie van het incident als het effectgebied kan de bestrijdbaarheid en de hulpverlening versnellen. Daarbij is ook de aanwezigheid van opstelplaatsen aan meerdere zijden belangrijk. De minimale eisen voor bereikbaarheid van hulpdiensten staan weergegeven in het document Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Brandweer Nederland. Koude BLEVE, wolkbrandexplosie en fakkelbrand De koude BLEVE heeft een snelle ontwikkeltijd. Hierdoor zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding.
De effectbestrijding is gericht op het afschermen van de omgeving, op het bestrijden van secundaire branden en het redden van personen die tussen brokstukken liggen. Voor de wolkbrand en fakkelbrand geldt hetzelfde. De ontwikkeltijd is hier slechts iets langer.
25 mei 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH5097-IB-RP001-F01
17
Projectgerelateerd
Warme BLEVE De snelheid waarmee het scenario warme BLEVE zich ontwikkelt, is afhankelijk van de opwarmingstijd tot de explosie en bedraagt afhankelijk van de aanwezige inhoud van de tankwagen en de eigenschappen daarvan (coating) circa 10 minuten tot een uur. De brandweer kan de situatie stabiliseren door het koelen en afschermen van de tankwagen. Daarnaast moeten zij uit voorzorg het effectgebied veiligstellen. Indien de explosie optreedt is de ontwikkeltijd zeer snel. De effectbestrijding is dan gericht op het afschermen van de omgeving, op het bestrijden van secundaire branden en het redden van personen die tussen brokstukken liggen. Toxische wolk Bij een toxische wolk wordt door de brandweer en andere hulpdiensten voornamelijk vanaf het bovenwinds gebied opgetreden. Vanaf het benedenwinds gebied kan maar in beperkte mate worden opgetreden. Bij het optreden is bronbestrijding moeilijk. De hulpdiensten kunnen zich voornamelijk richten op het redden van mensen, het verlenen van eerste hulp aan gewonden en het verdunnen van de toxische wolk met behulp van water. De volgende voorzieningen hebben een positieve invloed hebben op de rampenbestrijding: Tabel 5.3 Overzicht mogelijke voorzieningen
Rampenbestrijding
Voldoende bluswatervoorzieningen om de omgeving af te kunnen schermen; Twee aanrijroutes vanuit tegenovergestelde windstreken voor hulpdiensten; Opkomsttijd brandweer en alarmering.
5.1.3
Zelfredzaamheid
Algemeen Adequate vluchtroutes Vluchtroutes helpen mensen het gebied te verlaten. Vluchtroutes moeten duidelijk zichtbaar zijn, zich van de activiteit af richten (bij voorkeur haaks op de windrichting), breed genoeg zijn en vrij zijn van obstakels. In de vrije ruimte kan rekening worden gehouden met de positie en compositie van gebouwen. Gebouwen zelf moeten beschikken over goede vluchtroutes. Heldere communicatie over de veilige vluchtroute is belangrijk. Waarschuwingsmiddelen NL-Alert: doel is alle aanwezigen in de omgeving snel te informeren over een incident met gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel communicatie plaats via radio, internet en telefoon. Het is belangrijk dat zendmasten tijdens een ongeval blijven werken. Afstemming handelingsperspectief Het handelingsperspectief voor mensen tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten. Deze inzet moet aansluiten op dit handelingsperspectief. Risicocommunicatie vooraf Communicatie over de risico’s als het gevolg van gevaarlijke stoffen en over het handelingsperspectief tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen, maakt mensen bewust. Zij weten wat ze moeten doen bij een ongeval. Dit draagt bij aan de veiligheid. Belangrijk is een open, eerlijke en begrijpbare communicatie.
Een goede risicocommunicatie is een aandachtspunt voor de aanwezigen op in het plangebied. De aanwezigen zijn zelfredzaam, maar in geval van een breuk van de buisleiding hebben de aanwezigen een beperkt handelingsperspectief.
25 mei 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH5097-IB-RP001-F01
18
Projectgerelateerd
Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk. Ten tijde van een ongeval moeten schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn. Koude BLEVE, warme BLEVE, wolkbrandexplosie, fakkelbrand Personen zijn na het ontstaan van een BLEVE, wolkbrandexplosie of fakkelbrand op zichzelf en anderen aangewezen. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. Zie onderstaande tabel en afbeeldingen voor de mogelijkheden. Tabel 5.4 Overzicht handelingsperspectief Koude BLEVE, warme BLEVE, wolkbrandexplosie en fakkelbrand
Handelingsperspectief –Koude BELVE, warme BLEVE, wolkbrandexplosie en fakkelbrand
Voor personen buiten is vluchten het advies (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
Als er schuilmogelijkheden zijn, is het advies dekking te zoeken of een schuilplaats binnen te gaan. Bij schuilen gelden aanvullend de volgende maatregelen: o Schuilen in de van het gevaar afgekeerde zijde van het gebouw; o Sluiten van gordijnen; o Verwijderd blijven van ramen; o Voorkomen van ontstekingsbronnen (licht niet aan doen, uitschakelen verwarming etc.); o Openen van ramen om schade door de drukgolf te vermijden (behalve bij een gecombineerd gevaar met brand of gifwolk).
Voor personen binnen is binnenblijven het advies.
Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van het incident.
Figuur 5.1 Handelingsperspectief koude BLEVE/fakkelbrand (bron: website scenarioboek externe veiligheid)
25 mei 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH5097-IB-RP001-F01
19
Projectgerelateerd
Figuur 5.2 Handelingsperspectief wolkbrand (bron: website scenarioboek externe veiligheid)
Voorzieningen die een positieve invloed op de zelfredzaamheid hebben, zijn: Tabel 5.5: Overzicht voorzieningen zelfredzaamheid bij een koude BLEVE, warme BLEVE, wolkbrandexplosie en fakkelbrand
Koude BLEVE, warme BLEVE, wolkbrandexplosie, fakkelbrand
Voldoende vluchtroutes en vluchtwegen, hierbij vooral van de risicobronnen af; Risicocommunicatie omgeving (hoe te handelen bij een brand of explosie); Alarmering van het gevaar middels NL-alert.
Toxische wolk Personen zijn na het ontstaan van een toxische wolk op zichzelf en anderen aangewezen. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. Voor personen buiten is advies om te vluchten (een natte doek om door te ademen vermindert de blootstelling) 10; Indien vluchten niet mogelijk is, wordt geadviseerd om binnen te schuilen; Voor personen binnen wordt binnenblijven geadviseerd en naar de hoogste bouwlaag met een vlak plafond te gaan. Hierbij ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten. Tabel 5.6 en Figuur 5.3 geven een overzicht van het handelingsperspectief bij een toxische wolk
10
Gebruik maken van een natte doek is afhankelijk van het type gevaarlijke stof)
25 mei 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH5097-IB-RP001-F01
20
Projectgerelateerd
Figuur 5.3 Handelingsperspectief gifwolk (bron: website scenarioboek externe veiligheid)
Tabel 5.6 Overzicht voorzieningen zelfredzaamheid bij een toxische wolk
Toxische wolk
Handmatig afsluitbare ventilatie; Schuilmogelijkheden binnenshuis; Voldoende vluchtroutes en vluchtwegen die haaks op de wind staan; Risicocommunicatie omgeving (hoe te handelen bij een gifwolk); Alarmering van het gevaar middels NL-alert.
5.2
Omgevingswet
Onder de Omgevingswet wordt de term ‘omgevingsveiligheid’ gehanteerd in plaats van externe veiligheid. In deze paragraaf zal daarom verder gesproken worden over omgevingsveiligheid. Op basis van de signaleringskaart 11 is onderzocht welke milieubelastende activiteiten binnen en in de omgeving van het plangebied relevant zijn in het kader van omgevingsveiligheid. Figuur 5.4 geeft de ligging van de milieubelastende activiteiten ten opzichte van het plangebied weer. De tabel geeft vervolgens aan of de milieubelastende activiteit gebaseerd op de grootte van het aandachtsgebied en de afstand tot het plangebied, relevant is voor het planvoornemen. De nummers in de figuur en tabel corresponderen met de nummers bij de risicobronnen in Figuur 3.1 en Tabel 3.1 in hoofdstuk 3.
11
Signaleringskaart, https://nl.ev-signaleringskaart.nl/viewer/app/EV-signaleringskaart_NL?version=. Geraadpleegd op 2-2-2022.
25 mei 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH5097-IB-RP001-F01
21
Projectgerelateerd
5
3
8 2
4
1
9↓
7
6
Figuur 5.4 Ligging milieubelastende activiteiten en aandachtsgebieden (brandaandachtsgebied=rood, explosieaandachtsgebied=oranje) t.o.v. het globale plangebied, aangegeven in paars (Uitsnede Signaleringskaart-EV) (De nummers corresponderen met de nummers bij de risicobronnen in Tabel 3.1, paragraaf 3.2.2) Tabel 5.7 Overzicht milieubelastende activiteiten in het kader van omgevingsveiligheid Risicobron
Afstand tot plangebied Brand-/explosie-/gif- Relevant? [m] aandachtsgebied
1
N230 (Zuilensering)
50
N.v.t.
2
Spoorlijn Utrecht-Noord Diemen
375
3
Amsterdam-Rijnkanaal
450
Brand, explosie
Nee
4
Hogedrukaardgasleiding W529-07
250
Brand
Nee
5
GOS (Gasontvangst/verdeelstation)
250
Brand
Nee
6
LPG-tankstation BP Nederland B.V.
100
Brand, explosie
Ja (explosie)
7
LPG-tankstation Shell tankstation Ruimteweg
80
Brand, explosie
Ja (explosie)
8
Biegelaar B.V.
9
A2 (afrit 5 (Breukelen) - afrit 6 (Maarssen))*
Brand, explosie, gif Ja (gif)
gesaneerd 620
Ja (vanuit een goede ruimtelijke ordening)
Nee
Brand, explosie, gif Ja (gif)
*nr 9 valt buiten het kaartbeeld
In het kader van de Omgevingswet maakt het planvoornemen (beperkt) kwetsbare gebouwen mogelijk. De autosnelweg A2 en de spoorlijn Utrecht-Noord Diemen kennen gifwolkaandachstgebieden die over het plangebied liggen. Binnen een gifwolkaandachtsgebied worden geen voorschriftengebieden vastgesteld. Voor de LPG-tankstations gelden explosieaandachtsgebieden van 160 meter waarvan er één voor een klein deel over het plangebied valt. Binnen de explosieaandachtsgebieden ligt op dit moment geen bebouwing. 25 mei 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH5097-IB-RP001-F01
22
Projectgerelateerd
Voor een explosieaandachtsgebied geldt een voorschriftengebied. Het bevoegd gezag dient een afweging te maken om deze gemotiveerd uit te zetten. Onder de Omgevingswet kent de N230 geen aandachtsgebieden aangezien de weg niet onder de Regeling basisnet valt. Rond deze weg kunnen daarom geen voorschriftengebieden worden vastgesteld. Conform de Omgevingswet hoeft geen beschouwing te worden gedaan betreffende de risico’s. Onder de Omgevingswet heeft de gemeente de mogelijkheid om een lokale afweging te maken over de beoordeling van het transport van gevaarlijke stoffen over de N230. De aanbeveling is om in het kader van een goede ruimtelijke ordening rekening te houden met het transport van gevaarlijke stoffen. De toetsing onder de vigerende wetgeving (zie hoofdstuk 4) laat zien dat het groepsrisico toeneemt ten gevolge van het planvoornemen en dat er daarom gekeken moet worden naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico. Onder de Omgevingswet blijven deze risico’s bestaan. Bovendien kunnen risico’s ten gevolge van de energietransitie veranderen. Het advies aan het bevoegd gezag is om deze risico’s af te wegen in het de omgevingsvisie en regels op te nemen in het omgevingsplan.
5.3
Pré-advies veiligheidsregio Utrecht
Veiligheidsregio Utrecht geeft in het pré-advies voor het planvoornemen met kenmerk 2022-001579 d.d. 23 maart 2022 (zie bijlage 1) aan dat de scenario’s toxische wolk en BLEVE van belang zijn voor het plangebied. Voor een goede bestrijding van ramp of ongeval beschrijft het pré-advies welke voorwaarden er gesteld worden aan de bereikbaarheid van het plangebied en de risicobron voor de hulpdiensten alsmede de voorwaarden aan de bluswatervoorzieningen in het plangebied en bij de risicobron. Het advies is om daarover al in een vroeg stadium met de veiligheidsregio in overleg te treden. Daarnaast adviseert de veiligheidsregio de nodige maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid aan de hand van de volgende punten: Mogelijkheden ten aanzien van een BLEVE Mogelijkheden ten aanzien van een toxische wolk Aanwijzingen voor Bedrijfshulporganisaties (BHV) Risicocommunicatie De veiligheidsregio geeft tevens aan dat de energietransitie tot gevolg kan hebben dat er ook meer en/of andere gevaarlijke stoffen over de weg of het spoor getransporteerd gaan worden, zoals ammoniak of mierenzuur. Ook het vervoer van andere ontplofbare stoffen als LNG, CNG of waterstof kunnen gaan toenemen.
Omgevingswet De veiligheidsregio adviseert in het pré-advies het bevoegd gezag om voor de implementatie van de Omgevingswet bij dit planvoornemen duidelijk te zijn in het aanwijzen van voorschriftengebieden en waar mogelijk annotaties op te nemen in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Voorschriftengebieden kunnen niet aangewezen worden voor gemeentelijke routes voor gevaarlijke stoffen welke niet vallen onder de Regeling basisnet. De veiligheidsregio adviseert daarom om de effectcontouren van in elk geval de N230 op te nemen in het omgevingsplan en hier planregels voor op te stellen. Hierdoor wordt het veiligheidsniveau verhoogd. Dit is verder uitgewerkt in het pré-advies.
25 mei 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH5097-IB-RP001-F01
23
Projectgerelateerd
6
Conclusie
Gemeente Stichtse Vecht is voornemens om de locatie Planetenbaan en Het Kwadrant in Maarssen te transformeren van een gebied met kantoor- en bedrijfsfunctie naar een gemengd gebied met hoofdzakelijk een woonfunctie. Om dit mogelijk te maken moet het bestemmingsplan gewijzigd worden. Hiervoor is de externe-veiligheidssituatie in beeld gebracht en beoordeeld. Conform het Bevi betreft het planvoornemen de ontwikkeling van een (beperkt) kwetsbare objecten. Om deze reden zijn alle in de omgeving aanwezige risicobronnen onderzocht en getoetst aan de normen voor externe veiligheid. Resultaten toetsing risicobronnen
N230 (Zuilensering) o o
o o
De autoweg ligt direct ten zuidoosten van het plangebied. De autoweg heeft geen PR10-6-contour; het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Het groepsrisico neemt toe van 0,030 naar 0,041 maal de oriëntatiewaarde en blijft daarmee onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico vormt geen beperking voor de ontwikkeling van het planvoornemen. Conform het Bevt dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico.
Spoorlijn Utrecht-Noord Diemen o o
o o
De spoorlijn ligt op ongeveer 375 meter ten noordoosten van het plangebied. De PR10-6-contour ligt niet over het plangebied; het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Bepaling van de hoogte van het groepsrisico is niet relevant; wel ligt het planvoornemen binnen het invloedsgebied van 4.000 meter. Conform het Bevt dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico.
LPG-tankstations BP Nederland B.V. en Shell Ruimteweg o o
o o o
De tankstations liggen op 80 – 100 meter ten zuiden en zuidoosten van het plangebied. De PR10-6-contouren liggen niet over het plangebied; het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Er is geen bevolking aanwezig binnen het invloedsgebied van 150 meter confrom het Bevi. Hiermee is er geen effect op de hoogte van het groepsrisico. Binnen 160 meter van de tankstations worden geen zeer kwetsbare objecten gerealiseerd. Hiermee voldoet het planvoornemen aan de voorwaarden voor de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. Conform het Bevi dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico.
A2 (afrit 5 (Breukelen) - afrit 6 (Maarssen)) o o
o o
De autosnelweg ligt ruim 600 meter ten zuiden van het plangebied. De PR10-6 ligt niet over het plangebied; het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Bepaling van de hoogte van het groepsrisico is niet relevant; wel ligt het planvoornemen binnen het invloedsgebied van 4.000 meter. Conform het Bevt dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico.
25 mei 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH5097-IB-RP001-F01
24
Projectgerelateerd
Elementen verantwoording groepsrisico De rampen die zich kunnen voordoen welke impact hebben op het planvoornemen ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen in de omgeving van het plangebied, zijn koude BLEVE, warme BLEVE, wolkbrand, fakkelbrand en een toxische wolk. In de verantwoording zal de veiligheidsregio moeten ingaan op vluchtwegen, schuilplaatsen, handmatig afsluitbare ventilatie en tweezijdige bereikbaarheid. Daarnaast zijn bluswatervoorzieningen en goede risicocommunicatie belangrijk. Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet verandert het externe veiligheidsbeleid. Onder de Omgevingswet maakt het planvoornemen (beperkt) kwetsbare gebouwen mogelijk. - De A2 en de spoorlijn Utrecht-Noord Diemen hebben gifwolkaandachtsgebieden die over het plangebied liggen. Voor gifwolkaandachtsgebieden worden geen voorschriftengebieden aangewezen. - Voor de twee nabijgelegen LPG-tankstations gelden explosieaandachtsgebieden. Voor explosieaandachtsgebieden gelden voorschriftengebieden die het bevoegd gezag gemotiveerd kan uitzetten. - Voor de N230 (Zuilensering) geldt dat risico’s onder de Omgevingswet niet hoeven te worden beoordeeld. Het lokale bevoegd gezag heeft de mogelijkheid hierover een afweging te maken. Gezien de aanwezige risico’s is het advies om hierover een afweging te maken in de omgevingsvisie en eventuele regels op te nemen in het omgevingsplan.
Pré-advies veiligheidsregio Utrecht Veiligheidsregio Utrecht geeft in het pré-advies (zie bijlage 1) aan dat de scenario’s toxische wolk en BLEVE van belang zijn voor het plangebied. Voor een goede bestrijding van ramp of ongeval beschrijft het pré-advies welke voorwaarden er gesteld worden aan de bereikbaarheid van het plangebied en de risicobron voor de hulpdiensten alsmede de voorwaarden aan de bluswatervoorzieningen in het plangebied en bij de risicobron. Het advies is om daarover al in een vroeg stadium met de veiligheidsregio in overleg te treden. Daarnaast adviseert de veiligheidsregio de nodige maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid aan de hand van de volgende punten: Mogelijkheden ten aanzien van een BLEVE Mogelijkheden ten aanzien van een toxische wolk Aanwijzingen voor Bedrijfshulporganisaties (BHV) Risicocommunicatie De veiligheidsregio geeft tevens aan dat de energietransitie tot gevolg kan hebben dat er ook meer en/of andere gevaarlijke stoffen over de weg of het spoor getransporteerd gaan worden, zoals ammoniak of mierenzuur. Ook het vervoer van andere ontplofbare stoffen als LNG, CNG of waterstof kunnen gaan toenemen.
Omgevingswet De veiligheidsregio adviseert in het pré-advies het bevoegd gezag om voor de implementatie van de Omgevingswet bij dit planvoornemen duidelijk te zijn in het aanwijzen van voorschriftengebieden en waar mogelijk annotaties op te nemen in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Voorschriftengebieden kunnen niet aangewezen worden voor gemeentelijke routes voor gevaarlijke stoffen welke niet vallen onder de Regeling basisnet. De veiligheidsregio adviseert daarom om de effectcontouren
25 mei 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH5097-IB-RP001-F01
25
Projectgerelateerd
van in elk geval de N230 op te nemen in het omgevingsplan en hier planregels voor op te stellen. Hierdoor wordt het veiligheidsniveau verhoogd. Dit is verder uitgewerkt in het pré-advies. Aanvraag formeel advies door bevoegd gezag De veiligheidsregio Utrecht dient conform het Bevt in de gelegenheid gesteld te worden om een formeel advies uit te brengen in het kader van de verantwoording groepsrisico. Een verzoek tot dit advies dient ingediend te worden door de gemeente Stichtse Vecht als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure.
25 mei 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH5097-IB-RP001-F01
26
Projectgerelateerd
Bijlage 1 Pré-advies veiligheidsregio Utrecht
25 mei 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH5097-IB-RP001-F01
1
Datum
23-3-2022 contactpersoon Jelle Mulder Afdeling Advies Directie risicobeheersing
Royal HaskoningDHV J. Bijzet-Vis Postbus 1132 3800 BC Amersfoort
Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht 088 878 3906 j.mulder@vru.nl Ons kenmerk 2022-001579
Onderwerp – preadvies t.b.v. MER en bestemmingsplan project ‘Planetenbaan en het Kwadrant'
Uw kenmerk -
Geachte mevrouw bijzet-Vis, Zoals in het overleg op 24 februari jl. is besproken stuur ik u hierbij een preadvies voor het gecombineerde gebruik in de MER en de toelichting van het bestemmingsplan voor het project ‘Planetenbaan en het Kwadrant’.
Bijlagen –
Beschouwing risico’s Het plangebied ligt in de effectgebieden van de volgende routes waarover transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt of inrichtingen met gevaarlijke stoffen: 1. De Zuilense Ring N230 (gemeentelijke route gevaarlijke stoffen) op circa 50 meter; 2. Het LPG-tankstations aan de Ruimteweg en de Floraweg op circa 150 meter; 3. De spoorlijn Breukelen-Utrecht (basisnet-routedeel 71C.1) op circa 400 meter; 4. Het Amsterdam-Rijnkanaal (basisnetroute Corridor Amsterdam-Rijn) op circa 550 meter; 5. De snelweg A12 (basisnet-routedeel afslag 6 Maarssen) op circa 680 meter. De hogedruk aardgasleidingen W-529-07 (9 inch, 40 bar) op circa 260 meter en W-529-01 (13 inch, 40 bar) op circa 670 meter vormen geen risico voor her plangebied.
Veiligheidsregio Utrecht Postbus 3154 3502 GD Utrecht 088 878 1000 info@vru.nl www.vru.nl brandweer.nl/utrecht veiligheidsregioutrecht @vrutrecht @vrubrandweer Iban NL18 BNGH 0285 1331 79 kvk 51817330
Pagina
1
Voor het plangebied zijn van daaruit de volgende relevante scenario’s met gevaarlijke stoffen aanwezig : Toxische wolk (relevant door spoorlijn en de snelweg): Bij een ongeval met een ketel-of tankwagen met gevaarlijke stoffen is het mogelijk dat er een toxische wolk ontstaat en deze over het plangebied trekt. Het effectgebied waarbinnen onherstelbare of ernstige gezondheidsklachten bij blootstelling kunnen optreden is bij stabiel weer (type F1,5) tot voorbij de 1500 meter. BLEVE (boiling liquid expanding vapour explosion) (relevant door spoorlijn, snelweg en de Zuilense Ring): Bij een ongeval met een ketel- of tankwagen met LPG kan door het exploderen van het vrijgekomen gas een vuurbal en drukgolf ontstaan. Dit kan direct na het ongeval gebeuren door het openscheuren van de tank. Gebeurt dit door het opwarmen van de tank door een brand dan kan de explosie door de brandwerende coating tot wel 1 tot 1,5 uur worden uitgesteld. Bij beschadiging van die coating is een explosie nog altijd mogelijk. Het effectgebied van de vuurbal is circa 350 meter. Onderdelen van de tanks kunnen tot zeker 500 meter afstand neerkomen. In de bijlages worden deze scenario’s met mogelijke maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid nader toegelicht.
De energietransitie kan tot gevolg hebben dat er ook meer en/of andere gevaarlijke stoffen over de weg of het spoor getransporteerd gaan worden die bij een ongeval een toxisch effect kunnen hebben. Denk hierbij aan ammoniak of mierenzuur. Ook het vervoer van andere ontplofbare stoffen als LNG, CNG of waterstof kunnen gaan toenemen.
Bestrijdbaarheid Bereikbaarheid Het plangebied is via de Ruimteweg, Floraweg en op- en afritten van de Zuilense Ring van diverse zijden goed te bereikbaar voor de hulpdiensten. Zeker in het geval van een dreigende BLEVE of een toxische wolk is dat van belang. Het ontwikkelen van het plangebied heeft geen gevolgen voor de bereikbaarheid van de risicobronnen. Die zijn alle nu al voldoende bereikbaar voor de hulpdiensten.
Bluswatervoorziening De bluswatervoorziening van het plangebied en de risicobronnen is op dit moment voldoende. Wijziging daarvan door en mogelijke extra eisen te aanzien van de bebouwing zijn op dit moment niet in te schatten. Deze zullen bij de verdere uitwerking van de plannen moeten worden beoordeeld. Daarvoor is het advies om daarover al in een vroeg stadium met de Veiligheidsregio in overleg te treden.
Zelfredzaamheid Om de zelfredzaamheid van de bewoners en gebruikers te vergroten is het aan te bevelen om bij de bouwwerken en de inrichting van de openbare ruimte rekening te houden met de beschreven scenario’s van incidenten met gevaarlijke stoffen. Daarbij zijn al de volgende voorstellen generiek op het plangebied aan de orde: a. de vluchtwegen in en uit het gebouw zodanig positioneren dat deze goede verdere vluchtmogelijkheden hebben van ten opzichte van de risicobronnen ten aanzien van explosiegevaar (BLEVE)
Uw kenmerk -
Ons kenmerk 2022-001579
Pagina
2
b.
c.
de gebouwen uitvoeren met eenvoudig uit te schakelen ventilatiesystemen zodat toxische stoffen minder makkelijk kunnen binnendringen en men meer tijd heeft om binnen te schuilen totdat de toxische wolk overgedreven is of een veilige concentratie over is om het gebied te ontvluchten. bij bedrijven in de gebouwen in het RI&E de beschreven ongeval scenario’s laten verwerken en de daarvoor benodigde bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen bepalen en laten verwerken in het bedrijfsnoodplan en deze laten beoefenen.
Anticipatie op Omgevingswet Naar verwachting zal op 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking treden. Diverse onderdelen van dit project zullen dan ook met deze wet te maken krijgen. Daarom is het goed daar alvast op te anticiperen, hoewel nog altijd onduidelijk is hoe de definitieve vorm en uitwerking van de diverse instrumenten binnen de Omgevingswet eruit gaan zien of gehanteerd gaan worden binnen de gemeente Stichtse Vecht. Voor wat betreft de externe veiligheid heeft de komst van de Omgevingswet directe gevolgen. Met betrekking op het advies voor dit project is dat de behandeling van de routes vervoer gevaarlijke stoffen. De wetgeving en procedures die nu in de besluiten externe veiligheid transportroutes (Bevt) en –buisleidingen (Bevb) liggen besloten gaan dan over naar het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De invloedsgebieden die in het Bevt en Bevb staan vernoemd worden door de Omgevingswet vervangen door aandachtsgebieden. Het bevoegd gezag heeft daarmee de mogelijkheid om op maat extra voorzieningen te eisen door middel van het aanwijzen van voorschriftengebieden of keuzes te maken in bijvoorbeeld toewijzen van functies in deze gebieden. Ook initiatiefnemers krijgen hiermee direct inzicht in de risico’s binnen het gebied.
Door middel van de annotaties bij de regels die bij deze aandachtsgebieden horen is het mogelijk hun daarbij van extra informatie te voorzien en al direct mogelijkheden tot verbetering van de zelfredzaamheid van de gebruikers aan te dragen. Hierbij moet wel in gedachte worden genomen dat het aandachtsgebied net als de huidige invloedsgebied enkel reiken tot aan de 1% letaliteitscontour. De effecten van een incident met gevaarlijke stoffen kunnen veel verder reiken. Ook in dat verdere gebied is het zinvol om initiatiefnemers, gebruikers en het bevoegd gezag attent te maken op deze risico’s en de mogelijkheden om de zelfredzaamheid te vergroten. Deze mogelijkheden worden nu vaak pas bekend op het moment dat er aan de Veiligheidsregio om advies wordt gevraagd bij een wijziging van een bestemmingsplan of een vergunningsaanvraag. De aandachts- en voorschriftengebieden gelden echter enkel voor die transportassen die behoren tot de basisnetroutes. De gemeentelijke routes gevaarlijke stoffen komen daar niet in voor. De risico’s van deze routes en effecten op de omgeving bij een ongeval lopen daarmee gevaar niet meer te worden onderkend door de initiatiefnemers en het bevoegd gezag.
Om deze effectgebieden toch zichtbaar te kunnen maken voor initiatiefnemers en het bevoegd gezag is het raadzaam de mogelijkheden te onderzoeken om deze effectcontouren op de digitale omgevingsplankaart aan te geven. Hoewel de directe regels voor de aandachts- en voorschriftengebieden hier natuurlijk niet gelden kan het bevoegd gezag daar zelf wel regels aan verbinden of in ieder geval in de planvoorstellen aandacht voor vragen. Bij de behandeling van
Uw kenmerk -
Ons kenmerk 2022-001579
Pagina
3
plannen aan de Omgevingstafels en verdere afhandeling van het plan richting vergunningverlening kunnen de risico’s dan in ieder geval niet vergeten worden. De effectcontouren kunnen worden voorzien van een naam waarbij duidelijk wordt waarvoor deze geldt. Voor de éénduidigheid binnen de regio is er de voorkeur om daar één benaming voor te gebruiken. Een advies over deze naamgeving en de te hanteren afstanden moet nog worden opgesteld. In het omgevingsplan zou voor de effectcontour dan de volgende regel kunnen worden geschreven: ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Artikel… Op de locaties met de functie – [naam effectcontour] zijn, naast de aldaar voorkomende functies, de regels met het oog op de beheersing en vermindering van effecten van een incident afkomstig van de risicobronnen transportroute of opslag van gevaarlijke stoffen. Binnen de – [naam effectcontour] kan het bevoegd gezag met het oog op het aspect externe veiligheid ter beheersing van uitpandige vluchtroutes en de bereikbaarheid voor de brandweer, voor zover dit niet elders in het omgevingsplan is vastgesteld nadere eisen stellen aan: a. Vluchtmogelijkheden en situering van bouwwerken waarbij kwetsbare bouwwerken zover mogelijk van de risicobron af worden gesitueerd. b.
Vluchtmogelijkheden en de inrichting van terreinen/openbare ruimte, bouwwerken en gebieden binnen de veiligheidszone zijn veilig en snel te verlaten, door adequate vluchtroutes van de bron af zowel in gebouwen als in de buitenruimte. c. Bouwwerken binnen het effectgebied, waarin personeelsleden, bezoekers, verminderd tot niet zelfredzame personen en/of grote groepen mensen kunnen verblijven, beschikken over een adequaat ontruimingsplan dat voldoende periodiek wordt geoefend; d. Bewoners, personeelsleden en vaste bezoekers binnen de veiligheidszone worden geïnformeerd over de verschillende risico’s en gevaren van het transport van gevaarlijke stoffen. Daarbij dient men tevens geïnformeerd te worden over de wijze van alarmeren en de wenselijke manier van reageren tijdens incidenten (risicocommunicatie) Toelichting: Door het opnemen van deze eisen ontstaat er bewustzijn van de veiligheidsrisico’s van de risicobronnen als de transportroute of opslag van gevaarlijke stoffen en wordt het veiligheidsniveau verhoogd. De afstand van de grens van het effectcontour tot aan de routes of inrichtingen is een keuze van de gemeente, maar geadviseerd wordt daar in de geest van de Omgevingswet de afstanden van de effecten bij te hanteren. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Met vriendelijke groet, Ing. J.W. (Jelle) Mulder Specialist Risicobeheersing Communicatieadviseur CoPI / Operationeel woordvoerder
Uw kenmerk -
Ons kenmerk 2022-001579
Pagina
4
Bijlage 1. Effecten van een incident met gevaarlijke stoffen op het plangebied Inleiding Voor het ontwerpbestemmingsplan wordt vanuit de Veiligheidsregio Utrecht op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en Besluit externe veiligheid transportroutes (Betv) Besluit geadviseerd op de voorbereiding op de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval, als om het beperken van de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen. Voor dit advies is een inzicht in de effecten van een incident met gevaarlijke stoffen noodzakelijk. In deze bijlage zijn de relevante scenario’s zoals aangegeven in de adviesbrief verder toegelicht.
Effecten van een toxische wolk Voor het scenario van een toxische wolk op het spoor wordt een ongeval met een ketelwagen met acryl(o)nitril als maatgevend gezien. Acrylnitril is een kleurloze, giftige vloeistof met een enigszins naar amandel ruikende, prikkelende geur. De stof is zeer giftig bij huidcontact en inademing. In de onderstaande tabel zijn de effecten van de giftige wolk weergegeven. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de omstandigheden zullen mensen overlijden (†) of raken gewond. Van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). De wettelijke grenswaarde van acrylnitril is 4,4 mg/m3 (2 ppm). Voor de weertypen D5 en F1,5 is het slachtofferbeeld bepaald voor personen die zich buiten bevinden. Dit is uitgewerkt voor drie ringen. In de eerste ring overlijd meer dan 95 % van de aanwezigen, in de tweede tussen de 95 en 50 % en de derde tussen de 50 en 5 %. De effectafstanden vanaf de rand van de plas voor deze ringen staan in de tabel. De omgeving van het incident is van invloed op de verspreiding van de toxische wolk, daarom zijn de drie volgende geografische gebieden verwerkt in de tabellen: Stedelijk gebied (bijv. grote steden met hoge gebouwen, industriegebieden met hoge bebouwing); Verstedelijkt landelijk gebied (bijv. gebieden met dichte laagbouw, bossen en industriegebieden); Landelijk gebied (bijv.
landelijke gebieden met verspreid liggende laagbouw).
Uw kenmerk -
Ons kenmerk 2022-001579
Pagina
5
Tabel Effectenafstanden bij toxische wolk op het spoor (Bron: Scenarioboekev.nl)
Tabel Effectenafstanden bij toxische wolk op de weg (Bron: Scenarioboekev.nl)
Aanvullend wordt in een tabel de afstand tot de interventiewaarden die de hulpverleningsdiensten gebruiken weergegeven.
Uw kenmerk -
Ons kenmerk 2022-001579
Pagina
6
Tabel Interventiewaarden bij toxische wolk op het spoor (Bron: Scenarioboekev.nl)
Tabel Interventiewaarden bij toxische wolk op de weg (Bron: Scenarioboekev.nl)
De levensbedreigende waarde (LBW) geeft de luchtconcentratie waarboven mogelijk sterfte of levensbedreigende aandoeningen kunnen ontstaan. De alarmeringsgrenswaarde (AGW) geeft de luchtconcentratie waarboven onherstelbare of andere ernstige gezondheidseffecten kunnen optreden of waarbij door blootstelling aan de stof personen minder goed in staat zijn zichzelf in veiligheid te brengen. De voorlichtingsrichtwaarde (VRW) geeft de luchtconcentratie die met grote waarschijnlijkheid door de blootgestelde bevolking als hinderlijk wordt waargenomen, of waarboven lichte gezondheidseffecten mogelijk zijn. Voor de aanwezigen binnen de zones van de LBW en de AGW zullen de hulpdiensten acties moeten ondernemen om doden en gewonden te voorkomen. Hieraan kan men dan denken aan mogelijk ontruimen, maar waarschijnlijker is dat men wordt opgeroepen om te schuilen in hun woning of bedrijf. Dit kan o.a. gebeuren via een NL-Alert en de regionale rampenzender.
Uw kenmerk -
Ons kenmerk 2022-001579
Pagina
7
Effecten van een BLEVE (boiling liquid expanding vapour explosion) Als gevolg van een ongeval met of bij een ketelwagen met LPG (GF3) kunnen er twee types BLEVE’s ontstaan: Een koude BLEVE wordt veroorzaakt door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de ketel open, het LPG stroomt als vloeistof vrij uit en verdampt direct. Er zal vrijwel direct een ontsteking plaatvinden, waardoor er een vuurbal en een drukgolf ontstaat. Ook zullen er door de explosie scherven en brokstukken weggeslingerd worden. Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de ketel doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de ketel. Het LPG komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Ook zullen er door de explosie scherven en brokstukken weggeslingerd worden. In de onderstaande tabel zijn de effecten van warmtestraling en overdruk apart weergegeven. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn berekend vanaf de ketel-/tankwagen.
Tabel Effecten hittestraling warme BLEVE op het spoor (Bron: Scenarioboekev.nl)
Uw kenmerk -
Ons kenmerk 2022-001579
Pagina
8
Tabel Effecten hittestraling warme BLEVE op de weg (Bron: Scenarioboekev.nl)
Voor een overzicht van de schade die door de overdruk na de explosie optreed is hierna een tabel met overdrukschade aan objecten opgenomen. ten behoeve van de leesbaarheid zijn de afstanden afgerond. De effecten van overdruk nemen over de afstand zeer snel af.
Tabel Effecten overdruk bij warme BLEVE op het spoor (Bron: Scenarioboekev.nl)
Uw kenmerk -
Ons kenmerk 2022-001579
Pagina
9
Tabel Effecten overdruk bij warme BLEVE op de weg (Bron: Scenarioboekev.nl)
Uw kenmerk -
Ons kenmerk 2022-001579
Pagina
10