CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorontwerp Bp Ruimtekwartier - Bijlagen bij toelichting-20220815.pdf

Commissie Fysiek Domein 13 september 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: a.: Voorontwerp bestemmingsplan Ruimtekwartier.23.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3-6-2022

PLANETENBAAN MAARSSENBROEK

BH5097-MI-RP-220603-1052

1

Projectgerelateerd

2

Vooronderzoek

2.1

Algemeen

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN5725. De aanleiding van het vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek. De volgende onderzoeksaspecten zijn beschouwd: ◼

Locatiegegevens;

◼

Bodemopbouw en geohydrologie;

◼

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit;

◼

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval.

Voor het vooronderzoek is gebruik gemaakt van Topotijdreis (kadaster), Dinoloket (bodemopbouw), het digitale bodemarchief Omgevingsdienst Regio Utrecht (grond- en grondwaterkwaliteit) en het digitale bodemarchief van de provincie Utrecht en de RUD (bodemloket).

2.2

Locatiegegevens en huidig gebruik

Het plangebied is gelegen in Maarssenbroek langs de Zuilense Ring (N230). Het gebied wordt omsloten door de Zuilense Ring, Ruimteweg, Kometenweg en de Maarssenbroeksedijk en heeft een oppervlakte van circa 13 hectare. In onderstaande figuur is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 2-1 Globale ligging plangebied Planetenbaan en Het Kwadrant (bron: google maps)

Het plangebied is hoofdzakelijk in gebruik voor kantoren. Een deel van de kantoren zijn reeds gerenoveerd en geschikt als woning. Naast kantoren zijn er een meubelwinkel, autobedrijven en gezondheidscentrum aanwezig.

3-6-2022

PLANETENBAAN MAARSSENBROEK

BH5097-MI-RP-220603-1052

2

Projectgerelateerd

2.3

Bodemopbouw en geohydrologie

De gegevens zijn ontleend aan het landelijk hydrogeologisch model Regis II v2.2 uit 2017 (www.dinoloket.nl). De regionale bodemopbouw is geschematiseerd weergegeven in Tabel 2-1. De hoogte van het maaiveld bedraagt circa NAP -0 meter. Tabel 2-1 Regionale bodemopbouw en geohydrologie Globale diepte (m-NAP)

Geohydrologische schematisatie

Geologische afzetting/formatie

Lithologische samenstelling

0 tot -7

Deklaag

Holocene afzettingen

Afwisselend zand, klei en veen

Formatie van Boxtel

Midden en fijn zand

Formatie van Kreftenheye

Midden en grof zand

-23 tot -32

Formatie van Urk

Midden en grof zand

-32 tot -43

Formatie van Sterksel

Grof en midden zand

Formatie van Waalre

Klei

-7 tot -9 -9 tot -23 1e watervoerend pakket

-43 tot -56

1e scheidende laag

De regionale stromingsrichting van het grondwater in het 1e watervoerend pakket is noordwest gericht (polderMijdrecht). De stromingsrichting van het freatisch grondwater is niet bepaald, maar wordt veelal beïnvloed door de aanwezigheid van onder andere nabij gelegen oppervlaktewateren (AmsterdamRijnkanaal en Haarrijnse plas), cunet van wegen en kabels en leidingen in de grond. Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Het dichtstbijzijnde grondwaterbeschermingsgebied (grens 100-jaarsaandachtgebied) is gelegen ten noordoosten van het Amsterdam-Rijnkanaal en betreft het drinkwaterwingebied Bethunepolder.

2.4

Verwachte bodemkwaliteit

2.4.1

Historisch gebruik

Het historisch gebruik van de locatie is afgeleid van de topografische kaarten beschikbaar op www.topotijdreis.nl. Tot circa 1980 is het gebied ingericht voor agrarische activiteiten (akkerland en grasland; figuur 2-2). De Maarssenbroeksedijk is dan al aanwezig waarlangs diverse boerderijen en landgoederen zijn gelegen. Op onderstaande figuur is de situatie rond 1970 weergegeven. Op de kaart zijn de eerste ontwikkelingen ten oosten van de Maarssenbroeksedijk en het huidige plangebied zichtbaar.

3-6-2022

PLANETENBAAN MAARSSENBROEK

BH5097-MI-RP-220603-1052

3

Projectgerelateerd

Figuur 2-2 Topografische kaart van 1970 met globale ligging plangebied

Eind jaren 1970 en begin jaren 1980 wordt het omliggende gebied steeds verder ontwikkeld voor met name woningbouw. Het gebied tussen de Maarssenbroeksedijk en het Amsterdam-Rijnkanaal wordt ontwikkeld tot bedrijfsterrein. Ook is de aanleg van de huidige Zuilense Ring (N230) te zien. Hoewel niet zichtbaar op de topografische kaart van 1981, is het kantoorgebouw aan Het Kwadrant 1 reeds in 1974 opgeleverd.

Figuur 2-3 Topografische kaart van 1981 met globale ligging plangebied

Eind jaren 1980 en begin jaren 1990 wordt dan eindelijk gestart met de ontwikkeling van het huidige plangebied en worden de eerste gebouwen zichtbaar op de topografische kaarten. Het pand aan de Planetenbaan 100 wordt opgeleverd in 1988 de overige panden in 1990 of later.

3-6-2022

PLANETENBAAN MAARSSENBROEK

BH5097-MI-RP-220603-1052

4

Projectgerelateerd

Figuur 2-4 Topografische kaart van 1993 met globale ligging plangebied

Het gebied wordt verder bebouwd tot de huidige inrichting, bebouwing en stratenpatroon. Er zijn geen noemenswaardige wijzigingen in de ruimtelijke inrichting van het gebied sinds de nieuwbouw in de jaren 1990.

Figuur 2-5 Topografische kaart van 2020 met globale ligging plangebied

2.4.2

Bodemkwaliteitskaart

Voor de gemeenten De Ronde Venen, Woerden, Stichtse Vecht, Oudewater en Montfoort is gebiedsspecifiek beleid opgesteld voor de toepassing van grond. Het Gebiedsspecifieke bodembeleid is beschreven in de ‘Nota bodembeheer regio Noordwest-Utrecht’ (Witteveen+Bos, ZT69-1/14-022.907, 3 december 2014). Door het vaststellen van gebiedsspecifiek bodembeleid wordt het mogelijk om binnen de regio NWU op een milieuhygiënisch verantwoorde, duurzame en kostenefficiënte wijze grond en baggerspecie op de landbodem toe te passen en her te gebruiken.

3-6-2022

PLANETENBAAN MAARSSENBROEK

BH5097-MI-RP-220603-1052

5

Projectgerelateerd

Het plangebied is op de bodemkwaliteitskaart gelegen in de zone A ‘Naoorlogse bebouwing I’. Op de functieklassenkaart is het plangebied gelegen in twee klassen, namelijk wonen en industrie. Op onderstaande figuur is het plangebied weergegeven op de functieklassenkaart. Op de ontgravingskaart (verwachte kwaliteit vrijkomende grond) is het plangebied voor zowel de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) als de ondergrond (0,5-2,0 m-mv) gelegen in de kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Grond in deze kwaliteitsklasse voldoet aan de Achtergrondwaarde.

Figuur 2-6 Ligging plangebied op de bodem functieklassenkaart

Door de Omgevingsdienst Regio Utrecht is aangegeven dat de bodemkwaliteitskaart in 2021 is geactualiseerd. De nieuwe bodemkwaliteitskaarten waren ten tijde van het opstellen van dit rapport echter niet digitaal beschikbaar. Op de nieuwe bodemkwaliteitskaart zou het plangebied in zijn geheel vallen in de functieklasse wonen. Dit betekent dat volgens de nieuwe bodemkwaliteitskaart alleen grond klasse wonen mag worden toegepast in het plangebied. De Omgevingsdienst Regio Utrecht heeft voor de gehele provincie een PFAS-achtergrondgehalten kaart opgesteld. In 2020/2021 is de PFAS-achtergrondgehalten kaart geactualiseerd en aangevuld met nieuwe PFAS-gegevens, zodat de kaart voldoet aan de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. De kaart kan, na vaststelling door de gemeente, gebruikt worden voor de grond die niet afkomstig is van een PFAS bronlocatie. Er is een ontgravingskaart PFAS opgesteld voor de bovengrond (0 – 0,5 m -mv) en voor de ondergrond (0,5 – 2 m -mv). Het plangebied is gelegen in de volgende zones met bijbehorende kwaliteit: ◼

Bovengrond: zone B3 met PFOS 0,6 µg/kg, PFOA 1,0 µg/kg en overige PFAS 0,4 µg/kg;

◼

Ondergrond: zone O2 met PFOS 0,3 µg/kg, PFOA 0,5 µg/kg en overige PFAS 0,2 µg/kg.

2.4.3

Voorgaande bodemonderzoeken

Bij de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) is via het geoloket de bodeminformatie geraadpleegd. In onderstaande figuur zijn de bij de ODRU en RUD (onder andere provincie) bekende bodemonderzoeken weergegeven. De bodemrapportages van het bodemloket zijn opgenomen in bijlage 1. Binnen het plangebied zijn meerdere bodemonderzoeken bekend.

3-6-2022

PLANETENBAAN MAARSSENBROEK

BH5097-MI-RP-220603-1052

6

Projectgerelateerd

Figuur 2-7 Voorgaande bodemonderzoeken (groen en oranje ODRU en arcering RUD/provincie (bodemloket))

In onderstaande tabel zijn de uitgevoerde bodemonderzoeken binnen het plangebied weergegeven met een samenvatting van de uitkomsten van het onderzoek. Tabel 2-2 Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken BIS code

Rapportage

Conclusie rapport Het Kwadrant 1

AA190400190

UT033300054

Maarssen, Het kwadrant 1

Niet beschikbaar

Indicatief onderzoek, 15406, Oranjewoud, 1 maart 1988

Niet beschikbaar

Verkennend onderzoek, R&E Consult, ABr/ThK-5826, 2 mei 1995 Nader onderzoek, R&E Consult, MPa/CdR-5848, 27 juli 1994 Nader onderzoek, Aveco de Bondt, ABr/DER/994537/ 231095, 23 oktober 1995

Informatie afkomstig uit rapportage BIS code AA190400279. Bij de bouw van het pand is waarschijnlijk een bouwweg aangelegd. Het puin van deze bouwweg is na de afronding van de bouw mogelijk verspreid op de locatie. In de toplaag van de bodem (0-0,5 m-mv) is een sterke verontreiniging met PAK aangetoond. De sterke verontreiniging bevindt zich met name op het noordoostelijk deel van het parkeerterrein en is nog niet volledig afgeperkt.

AA190400279

Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw appartementencomplex met parkeerkelder Het Kwadrant 1 te Maarssen, Van Dijk, 152796, 19 juli 2019

Op een groot deel van de locatie is een puinlaag aanwezig tot een diepte van circa 1 m-mv. De puinlaag is licht tot sterk verontreinigd met PAK. In de zandlaag van maaiveld tot 2,0 m-mv is PCB licht verhoogd aanwezig. In de plaatselijk aangetroffen kleilaag van 0,5-2 m-mv zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Asbest in grond en puin is niet aangetoond. Er is tevens geen dempingsmateriaal aangetroffen tpv de gedempte sloot. In het grondwater zijn barium, nikkel en cis/trans 1,2-dichlooretheen licht verhoogd aangetoond.

AA190400280

Aanvullend grondonderzoek PFAS nieuwbouw appartementencomplex met parkeerkelder Het Kwadrant 1 te Maarssen, Van Dijk, 152796, 12 december 2019

Ter plaatse van de geplande nieuwbouw is de bodemlaag van maaiveld tot 1 m-mv aanvullend onderzocht op PFAS. Uit de resultaten blijkt dat PFOS en PFOA aanwezig zijn boven de detectielimiet. De landelijke achtergrondwaarde wordt niet overschreden. De overige PFAS zijn niet boven de detectielimiet aangetoond.

3-6-2022

PLANETENBAAN MAARSSENBROEK

BH5097-MI-RP-220603-1052

7

Projectgerelateerd

Planetenbaan 9

AA190400164

Diverse (bodem)onderzoeken, Planetenbaan 9 te Maarssen, Verhoeven Milieutechniek, B14.5844 - B15.5964, 28 januari 2015

AA190400106

Planetenbaan 9 te Maarssen

In het kader van verkoop is in 2015 op de locatie een bodemonderzoek uitgevoerd. Alle verdachte activiteiten zijn daarbij onderzocht. De bovengrondse tank bevindt zich in een stalen lekbak. In de puinlaag onder de verharding is indicatief asbest aangetoond in een gehalte van 23 mg/kg. In de grond (zand en klei) tot 2 m-mv zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten zware metalen, PCB en/of minerale olie aangetoond. In de veenlaag zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn barium en plaatselijk minerale olie en xylenen licht verhoogd aanwezig.

Planetenbaan 110-119 AA000002438

Maarssen, Planetenbaan 110119

AA033300095

Maarssen, Planetenbaan 110119

Bodemonderzoeken zijn niet beschikbaar. Informatie komt uit het BIS van ODRU. Het onderzoek is uitgevoerd in 2002 en betreft de entree van de kantoren planetenbaan 100 en de naastliggende parkeergarage. In de grond zijn licht verhoogde gehalten zware metalen, PAK en minerale olie aangetoond. In het grondwater zijn arseen en chroom licht verhoogd aanwezig.

Ruimteweg/Planetenbaan

UT033300068 / AA000002427

Verkennend bodemonderzoek Planetenbaan te Maarssen, Chemielinco, 95540, 27 december 1995

Nader bodemonderzoek Planetenbaan Maarssen, Chemielinco, 95604, 29 december 1995 UT033300068 / AA033300087

(de overige rapporten genoemd onder UT033300068 hebben geen betrekking op het plangebied)

Het bodemonderzoek betreft het terrein gelegen ten noordoosten van de Kometenweg (buiten plangebied) en de huidige locatie van autobedrijf Ekris aan de Kometenweg 2 (binnen plangebied). Alleen de resultaten voor de Kometenweg 2 zijn hier beschreven. In de grond van maaiveld tot 0,5 m-mv zijn licht verhoogde gehalten zware metalen, PAK en minerale olie aangetoond. Plaatselijk is in de ondergrond van 1-1,5 m-mv slib (voormalige sloot) aangetroffen. Het slib is sterk verontreinigd met zink. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties aangetoond. Het bodemonderzoek is niet beschikbaar. De informatie is afkomstig uit het NO en SP van 5 augustus 1996. Op de Kometenweg 2 is een nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de sliblaag in de ondergrond. Uit het onderzoek blijkt dat de omvang van de sterk verontreinigde sliblaag beperkt is (3 m3). Tevens is de verontreiniging met minerale olie gelegen buiten het plangebied onderzocht. Het volume sterk verontreinigde grond bedraagt 20-30 m3. Beschikking ernstig, urgentie niet bepaald (kenmerk 97/930970 MBE, 4 december 1997). De beschikking heeft betrekking op de verontreiniging met minerale olie buiten het plangebied.

In het algemeen worden in het plangebied licht verhoogde gehalten met zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond in de grond en zware metalen in het grondwater. In de ondergrond kan een sterke verontreiniging aanwezig zijn gerelateerd aan slib in gedempte sloten.

2.5

Gebruik en beïnvloeding locatie

2.5.1

Potentieel verdachte activiteiten

In geoloket van de ODRU is informatie opgenomen over de aanwezigheid van ondergrondse tanks, het historisch bodembestand, voormalige sloten, boomgaarden, dempingen en ophogingen. Navolgend worden de verschillende potentiële bodembedreigende activiteiten besproken.

3-6-2022

PLANETENBAAN MAARSSENBROEK

BH5097-MI-RP-220603-1052

8

Projectgerelateerd

Ondergrondse tanks Binnen en grenzend aan het plangebied zijn meerdere ondergrondse tanks aanwezig (geweest). Ondergrondse tanks kunnen als gevolg van overvulling of lekkage een verontreiniging met minerale oliecomponenten veroorzaken. Op onderstaande figuur zijn de ondergrondse tanks weergegeven.

Figuur 2-8 Ondergrondse tanks in het plangebied (met rood omsingeld een onjuiste vermelding)

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de relevante ondergrondse tanks binnen en grenzend aan het plangebied. Tabel 2-3 Overzicht tanks in het plangebied Adres

Tanks

Inhoud

Volume (m3)

Status

Binnen plangebied Planetenbaan 9

Kometenweg 2

Het Kwadrant 1

Bovengrondse tank

Smeerolie

1.500

In gebruik

Bovengrondse tank

Afgewerkte olie

1.500

In gebruik

Bovengrondse tank

Smeerolie

2.400

In gebruik

Bovengrondse tank

Afgewerkte olie

1.500

In gebruik

Bovengrondse tank

Huisbrandolie

3.000

Verwijderd 15 mei 2017 (geen certificaat bekend)

Grenzend aan plangebied Kometenweg 5

Kometenweg 7

Bovengrondse tank

Afgewerkte olie

2.400

In gebruik

Bovengrondse tank

Motorolie

2 x 2.400

In gebruik

Bovengrondse tank

Afgewerkte olie

1.500

In gebruik

Bovengrondse tank

Smeerolie

1.500

In gebruik

De bovengrondse tanks aan de Planetenbaan 9 behoren bij een garagebedrijf welke inmiddels is verhuisd. Naar verwachting zijn bij het verlaten van het pand conform geldende regelgeving de bovengrondse tanks geleegd en gecleaned, maar niet verwijderd. Op basis van het uitgevoerde

3-6-2022

PLANETENBAAN MAARSSENBROEK

BH5097-MI-RP-220603-1052

9

Projectgerelateerd

bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat de tanks geen verontreiniging hebben veroorzaakt. De vermelding van ondergrondse tanks op het adres Planetenbaan 60 (op bovenstaande figuur rood omsingeld) betreffen de ondergrondse tanks van het tankstation aan de Planetenbaan 202. Voor zover bekend zijn er op de Planetenbaan 60 geen tanks aanwezig geweest. Op het adres Planetenbaan 202 is de vermelding opgenomen van de bovengrondse tanks aan de Kometenweg 2. De bovengrondse tank aan Het Kwadrant 1 is in 2017 verwijderd. Op het adres Kometenweg 5 (nieuw adres Planetenbaan 200) is een fastfoodrestaurant aanwezig. Aangenomen mag worden dat de genoemde bovengrondse tanks niet meer aanwezig zijn. De bovengrondse tanks aan de Kometenweg 7 hebben, mede gezien de vereiste bodembeschermende voorzieningen en de afstand tot het plangebied, geen invloed op de bodemkwaliteit in het plangebied. Historisch bodembestand (historische activiteiten) Binnen het plangebied zijn geen potentieel bodembedreigende historische activiteiten bekend in het historisch bodembestand. Huidige bedrijfsactiviteiten Binnen het plangebied zijn voornamelijk kantoorpanden aanwezig. Naast de kantoorpanden is er aan de Maarssenbroeksedijk 65/Planetenbaan 9 een autobedrijf en een Kwik-Fit aanwezig geweest. Het autobedrijf en/of Kwik-fit had bovengrondse tanks in gebruik voor de opslag van afgewerkte-/smeerolie.

In 2019 is de Kwik-fit verhuisd en sindsdien is het in gebruik als meubelwinkel, pakketservice (koeriersdiensten) en COVID teststraat. Het autobedrijf was voor 2015 al verhuisd. Onduidelijk is of de bovengrondse tanks zijn verwijderd. De activiteiten van het autobedrijf en de Kwik-fit zijn onderzocht, waarbij hooguit licht verhoogde gehalten in de grond en het grondwater zijn aangetoond. Aan de Kometenweg 2 is eveneens een autobedrijf aanwezig met werkplaats. Op de locatie zijn twee bovengrondse tanks aanwezig. De activiteiten zijn potentieel bodembedreigend en nog niet eerder onderzocht. In het kader van de Wet milieubeheer/Activiteitenbesluit, dient bij beëindiging van de bedrijfsactiviteiten een eindsituatie onderzoek te worden uitgevoerd. Wanneer daaruit blijkt dat de bedrijfsactiviteiten een bodemverontreiniging hebben veroorzaakt, dient deze door de veroorzaker te worden gesaneerd. Gedempte sloten en boomgaarden Binnen het plangebied zijn meerdere gedempte sloten en enkele voormalige boomgaarden gelegen. Volgens de informatie in geoloket zijn alle sloten gedempt met grond. Uit de informatie van de Nota Bodembeheer blijkt dat het gehele gebied van Maarssenbroek in de jaren 1970 grootschalig is opgehoogd met opgespoten zand (zie navolgend dempingen en ophogingen).

De sloten zijn waarschijnlijk gedempt met het bouwrijp maken van het gebied met hetzelfde materiaal waarmee de locatie is opgehoogd (bouwrijp gemaakt). Hoewel dit niet in geoloket is aangegeven is het mogelijk dat ter hoogte van de voormalige woonerven aan de Maarssenbroekse Dijk (noordoostgrens plangebied) sloten zijn gedempt met sloopafval (van de gesloopte opstallen). Met name in het oostelijk deel van het plangebied zijn voormalige boomgaarden aanwezig. De bodemlaag van 0-30 cm van het oorspronkelijk maaiveld is verdacht voor de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen. In onderstaande figuur zijn de gedempte sloten en voormalige boomgaarden weergegeven.

3-6-2022

PLANETENBAAN MAARSSENBROEK

BH5097-MI-RP-220603-1052

10

Projectgerelateerd

Figuur 2-9 Gedempte sloten (blauwe lijnen) en boomgaarden (groene vlakken) in het plangebied

Dempingen en ophogingen Binnen het plangebied zijn bij de ODRU geen grootschalige dempingen en ophogingen met puin, bouwen/of sloopafval bekend. Binnen het plangebied is tevens geen toemaakdek aanwezig. Het gehele gebied van Maarssenbroek is in de jaren 1970 voor het bouwrijp maken opgehoogd en opgespoten met zand (bron: ‘Eindrapport Regionale bodemkwaliteitskaart Noordwest Utrecht’, Marmos, P13-07, 7 oktober 2014). In onderstaande figuur zijn de bij ODRU bekend dempingen en ophogingen weergegeven.

Figuur 2-10 Dempingen en ophogingen in het plangebied

2.5.2

Asbest

De periode 1955-1978 zijn de hoogtijdagen van de productie, toepassing en het storten van asbest. In de woningbouw is het meeste asbest toegepast in de periode tussen 1955 en 1975 en dan met name in de grote, serieel gebouwde woningcomplexen, zoals flats en wijken met veel rijtjeswoningen. Daarnaast is 3-6-2022

PLANETENBAAN MAARSSENBROEK

BH5097-MI-RP-220603-1052

11

Projectgerelateerd

ook veel ‘bouwasbest’ in bedrijfsgebouwen verwerkt. Vanwege de nadruk op de brandveiligheid, is in openbare gebouwen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen relatief veel asbest verwerkt. De panden in het plangebied zijn gebouwd in 1988, 1990 of later. Mogelijk is daarbij asbest toegepast. Indien asbest aanwezig was, is dit bij de uitgevoerde renovaties van enkele kantoorpanden naar woningen gecontroleerd verwijderd onder het asbestverwijderingsbesluit. Op basis hiervan wordt gesteld dat geen emissie van asbest naar de bodem heeft plaatsgevonden. Het terrein is in het verleden niet (grootschalig) opgehoogd met puin, bouw- en/of sloopafval. In het kader van het bouwrijp maken is het gebied opgehoogd en opgespoten met zand. De locatie wordt op basis van de afwezigheid van asbestverdachte activiteiten, het gecontroleerd verwijderen van asbest in gebouwen en de grootschalige ophoging van het gebied met zand, niet beschouwd als verdacht op de aanwezigheid van asbest. Echter, kan niet worden uitgesloten dat bij het inrichten van individuele terreinen asbestverdachte puinfunderingen zijn aangebracht.

2.5.3

PFAS

De locatie is niet verdacht voor activiteiten waarbij PFAS zijn toegepast. Tevens zijn op de locatie geen (grote) branden bekend. De verwachte beïnvloeding van de onderzoekslocatie door PFAS betreft hoofdzakelijk atmosferische depositie. Dit wordt bevestigd door de zonering op de PFAS achtergrondgehalten kaart en de resultaten uit het uitgevoerde ‘Aanvullend grondonderzoek PFAS nieuwbouw appartementencomplex met parkeerkelder Het Kwadrant 1 te Maarssen’(Van Dijk, 152796, 12 december 2019), waarin de landelijke achtergrondwaarde niet wordt overschreden.

2.5.4

Ongewoon voorval en calamiteiten

In de door de gemeente en Omgevingsdiensten beschikbaar gestelde informatie zijn op de locatie geen ongewone voorvallen of calamiteiten bekend die de kwaliteit van de bodem negatief beïnvloed kunnen hebben.

2.6

Terreinverkenning

De terreinverkenning is uitgevoerd aan de hand van google streetview en Street Smart (Cyclomedia). Aan Het Kwadrant is een kantoorpand gelegen. De direct omgeving van het pand is verhard en ingericht voor parkeren. Aan de zuidzijde buiten de kadastrale perceelsgrens is een watergang en groenstrook aanwezig met bomen en een waterpartij. Het deelgebied Planetenbaan bestaat uit appartementen, kantoren en bedrijven. De drie kantoorpanden aan de Planetenbaan 40, 60 en 73 zijn in 2018-2019 gerenoveerd en verbouwd tot appartementen (complex Park Avenue). Onder de panden is een parkeergarage aanwezig en op het maaiveld is het direct omliggende terrein verhard en ingericht voor parkeren. De kantoorpanden aan de Planetenbaan 1, 2, 15 en 16 zijn in 2017 gerenoveerd en verbouwt tot appartementen. Het direct omliggende terrein is verhard en ingericht voor parkeren en groenperkjes. De garage (kwik-fit) aan de Maarssenbroeksedijk 65 (Planetenbaan 9) is in 2018 verhuisd buiten het plangebied. Sinds 2019 is het pand deels in gebruik door een pakketbezorgdienst. Het andere deel is in gebruik (geweest) door een meubelwinkel en kledingwinkel. Sinds 2020/2021 is de locatie ook in gebruik door GoedGezondGroep als coronasnelteststraat. Het gehele terrein is verhard. Aan de Kometenweg 2 is een autogarage en -dealer gevestigd. Het bedrijf heeft een showroom, werkplaats en magazijn.

Aan de Planetenbaan 100 zijn twee kantoorpanden met parkeergarage aanwezig 3-6-2022

PLANETENBAAN MAARSSENBROEK

BH5097-MI-RP-220603-1052

12

Projectgerelateerd

en in gebruik door diverse bedrijven. Het gehele gebied rond de Kometenweg 2 en Planetenbaan 100 is verhard en ingericht voor parkeren. Voor zover dit kan worden nagegaan, is er geen vermoeden voor de aanwezigheid van asbestdaken in het plangebied.

3-6-2022

PLANETENBAAN MAARSSENBROEK

BH5097-MI-RP-220603-1052

13

Projectgerelateerd

3

Conclusie en aanbevelingen

In opdracht van de gemeente Stichtse Vecht heeft Royal HaskoningDHV een vooronderzoek bodem uitgevoerd voor het plangebied Planetenbaan en Het Kwadrant te Maarssen. Conclusie Tot de ontwikkeling van het gebied in de jaren 1980/1990 voor bedrijven en kantoren, is het gebied in gebruik geweest voor agrarische doeleinden en boomgaarden. Bij het bouwrijp maken in de jaren 1970 is het gebied opgespoten met zand, waarbij de aanwezige sloten zijn gedempt. Binnen het plangebied zijn hoofdzakelijk kantoren aanwezig. Kantoren worden niet aangemerkt als potentieel bodembedreigende activiteit. Daarnaast zijn drie autobedrijven aanwezig (geweest). De activiteiten van de autobedrijven aan de Planetenbaan 9 zijn gestopt en voldoende onderzocht. Het autobedrijf aan de Kometenweg 2 is nog aanwezig en niet onderzocht. Deze locatie is verdacht voor een potentiële bodemverontreiniging. Bij beëindiging van de bedrijfsactiviteiten dient een eventuele bodemverontreiniging als gevolg van de bedrijfsactiviteiten door de veroorzaker te worden gesaneerd. Op basis van de beschikbare bodemonderzoeken wordt geconcludeerd dat de algemene bodemkwaliteit in het deelgebied Planetenbaan kan worden aangemerkt als licht verontreinigd.

In de grond zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond en in het grondwater zijn licht verhoogde concentraties zware metalen en plaatselijk 1,2-dichlooretheen, xylenen en minerale olie aanwezig. Plaatselijk kan in de ondergrond een sterke verontreiniging aanwezig zijn, gerelateerd aan het slib in gedempte sloten. In het deelgebied Het Kwadrant is een verontreiniging met PAK aanwezig in de puinlaag (geen bodem) van maaiveld tot circa 1 m-mv. De verontreiniging in de puinlaag is nog niet volledig afgeperkt. Op basis van de huidige gegevens komt (een deel van) de puinlaag niet in aanmerking voor hergebruik. Een deel van het plangebied is verdacht voor een verontreiniging met bestrijdingsmiddelen in de laag van 0-30 cm van het oorspronkelijke maaiveld. De parameter bestrijdingsmiddelen is in de reeds uitgevoerde bodemonderzoeken niet meegenomen. Het plangebied is niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest in de bodem. Op individuele terreinen kunnen wel asbestverdachte puinfunderingen aanwezig zijn. De verwachte beïnvloeding van de onderzoekslocatie door PFAS betreft hoofdzakelijk atmosferische depositie (gehalten onder de landelijk hergebruiksnorm). Op basis van de verkregen informatie over de bodemkwaliteit in het plangebied, is in het algemeen sprake van licht verhoogde gehalten in de grond en het grondwater.

De licht verhoogde gehalten vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling tot de bestemming wonen. Aanbevelingen Op basis van het vooronderzoek bodem adviseren wij het volgende: ◼

Voorafgaand aan de uitvoering van het bouwplan en de vergunningaanvraag dient een bodemonderzoek (inclusief actualisatie van het vooronderzoek) te worden uitgevoerd om de bodemkwaliteit, hergebruiksmogelijkheden van de grond en de noodzaak tot sanerende maatregelen in het plangebied te bepalen. Hierbij dient specifiek aandacht te worden besteed aan de slootbodem en het dempingsmateriaal van de gedempte sloten;

◼

Het advies is in het bodemonderzoek ter plaatse van de voormalige boomgaarden op de diepte van het oude maaiveld bestrijdingsmiddelen mee te nemen als onderzoeksparameter.

3-6-2022

PLANETENBAAN MAARSSENBROEK

BH5097-MI-RP-220603-1052

14

Bijlage 1 Rapportages bodemloket

Bijlage 3

Externe veiligheid onderzoek

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

58 - 100

RAPPORT Bestemmingsplanwijziging Planetenbaan en Kwadrant Maarssen Onderzoek externe veiligheid Klant:

Gemeente Stichtse Vecht

Referentie: BH5097-IB-RP001-F01 Status:

01/Definitief

Datum:

25 mei 2022

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Bestemmingsplanwijziging Planetenbaan en Kwadrant - Maarssen Ondertitel: Onderzoek externe veiligheid Referentie: BH5097-IB-RP001-F01 Status: 01/Definitief Datum: 25 mei 2022 Projectnaam: Projectnummer: BH5097 Auteur(s): Jannie Vis Opgesteld door: Jannie Vis Gecontroleerd door: Roel Schaap Datum: 25 mei 2022 Goedgekeurd door: Mark Huuskes Datum: 25 mei 2022

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

I

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

Aanleiding

1

Waarom onderzoek externe veiligheid?

2

Toetsingskader externe veiligheid

3

Wet- en regelgeving externe veiligheid

3

Plaatsgebonden risico en groepsrisico

3

Verantwoordingsplicht groepsrisico

4

Externe veiligheid onder de Omgevingswet

4

Inventarisatie risicobronnen (vigerende wetgeving)

5

Methodiek

5

Beschouwing

6

Beoordeling relevante risicobronnen

7

4

Risicoberekening N230

9

4.1

Onderzochte situaties

9

4.2

Invoerparameters rekenmodel

9

4.3

Resultaten

12

4.4

Toetsing beleidskader

14

5

Elementen verantwoording groepsrisico

15

5.1

Inventarisatie rampenbestrijding en zelfredzaamheid

15

5.2

Omgevingswet

21

5.3

Pré-advies veiligheidsregio Utrecht

23

6

Conclusie

24

2

3

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

II

Projectgerelateerd

1

Inleiding Aanleiding

Gemeente Stichtse Vecht is voornemens om locatie Planetenbaan en Het Kwadrant in Maarssen te transformeren van een gebied met kantoor- en bedrijfsfunctie naar een gemengd gebied met hoofdzakelijk een woonfunctie. Het plangebied is opgedeeld in vier deelgebieden: noord, midden, zuid en Kwadrant. Tabel 1.1 en Figuur 1.1 geven het planvoornemen weer, met daarin de onderverdeling noord, midden, zuid en Kwadrant. Toren 1, 2 en 3 in deelgebied zuid zijn al bestaande woningen en zijn daarom opgenomen in de huidige situatie. Tabel 1.1 Overzicht planvoornemen Planetenbaan en Kwadrant te Maarssen Deelgebied

Appartementen

Voorzieningen/ arbeidsplaatsen

Noord

609

•

Midden

646 (waarvan 42 herbestemd)

0

0

Zuid

544 (incl. 294 bestaande)

0

0

Kwadrant

759

• •

Totaal

2.558 (incl. 294 bestaande en 42 herbestemd)

797 m2

•

4.455 m2 kantoor 4.476 m2 overig, w.o. 600 m2 buurtsuper

• •

78 arbeidsplaatsen

178 arbeidsplaatsen 112 arbeidsplaatsen

368 arbeidsplaatsen

Figuur 1.1 Overzicht planvoornemen Planetenbaan en Kwadrant te Maarssen

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

1

Projectgerelateerd

Waarom onderzoek externe veiligheid? In het kader van een bestemmingsplanherziening is een onderzoek naar het milieuaspect externe veiligheid verplicht. Conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) maakt het planvoornemen (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk. Rond het plangebied liggen enkele risicobronnen die mogelijk invloed hebben op het planvoornemen. Dit onderzoek beschrijft de gevolgen voor het milieuaspect externe veiligheid ten gevolge van het planvoornemen. Om te onderzoeken of wordt voldaan aan de normen voor externe veiligheid is het planvoornemen getoetst aan de relevante wet- en regelgeving.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

2

Projectgerelateerd

2

Toetsingskader externe veiligheid

Een ruimtelijk plan wordt in het kader van externe veilgheid getoetst conform het landelijke wettelijk kader. Dit hoofdstuk geeft de meest relevante wetgeving en de toetsingscriteria waaraan een ruimtelijk plan in het kader van externe veilgheid wordt getoetst. Daarnaast is ingegaan op de aanstaande wijzigingen onder de Omgevingswet en de implementatie daarvan in dit onderzoek.

Wet- en regelgeving externe veiligheid  Besluit externe veiligheid inrichtingen, (Bevi) 1 . In dit besluit zijn de risiconormen voor risicovolle

inrichtingen opgenomen. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) legt de bijbehorende rekenvoorschriften, afstandseisen etc. vast.  Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) 2. Dit besluit bevat de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater.  Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) 3. In het Bevb zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vastgelegd.

Plaatsgebonden risico en groepsrisico Externe veiligheid kent de risicomaten plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Deze gelden voor risicovolle inrichtingen en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en per buisleiding. Voor dit onderzoek zijn de relevante risicobronnen getoetst aan deze risicomaten. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is het risico op een plaats nabij een risicobron, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. De 10-6 per jaar PR-contour geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten (conform artikel 1 Bevi) en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Dit betekent dat de ontwikkeling van kwetsbare objecten zijn uitgesloten binnen de 10-6 contour en beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-5-contour. De ontwikkeling van beperkt kwetsbare objecten tussen de 10-5 en de 10-6 contour vindt alleen plaats mits de risico’s zijn afgewogen en voorwaarden worden gesteld.

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) betreft de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied* van een inrichting, transportroute of buisleiding en een ongewoon voorval binnen die inrichting of op die transportroute of buisleiding waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. De weergave van het GR is in de vorm van een fN-curve. Deze geeft het logaritmisch verband tussen het aantal dodelijke slachtoffers (N) en de cumulatieve kans (f) op de mogelijke ongevallen met gevaarlijke stoffen die tot dit aantal slachtoffers kunnen leiden. Het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde. *Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit gebied wordt algemeen bepaald door voor het grootst mogelijke ongeval te berekenen op welke afstand nog bij 1% van de blootgestelde personen overlijdt (zogenaamde 1% letaliteitsgrens).

1

Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer (Besluit externe veiligheid inrichtingen), Stb. 2004, 250, in werking getreden op 8 oktober 2004. Laatste wijziging op 18 september 2015 2 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), Staatsblad 2013, nummer 307, inwerkingtreding 1 april 2015 3 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Ministerie van VROM, Besluit van 24 juli 2010, Staatsblad 686, 17 september 2010 25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

3

Projectgerelateerd

Verantwoordingsplicht groepsrisico De verantwoording van het groepsrisico (VGR) is een wettelijke verplichting voor het bevoegd gezag om naast de kwantitatieve waarde van het groepsrisico de aanwezige risico’s te kunnen afwegen. Hierbij is het bevoegd gezag verplicht om de veiligheidsregio om advies te vragen. In het Bevb, Bevt en het Bevi zijn voorwaarden opgenomen wanneer en in welke mate het groepsrisico moet worden verantwoord. De mate van verantwoording is in veel gevallen afhankelijk van de hoogte en de toename van het groepsrisico ten gevolge van het planvoornemen en het type risicobron. In dit onderzoek is invulling gegeven aan de elementen van de verantwoording groepsrisico. Voor de verantwoordingsplicht is tevens het advies van de veiligheidsregio van belang. Dit advies gaat in op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van een inrichting, buisleiding of transportroute.

Externe veiligheid onder de Omgevingswet Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (naar verwachting op 1 januari 2023) zal ook het externe veiligheidsbeleid veranderen. De bestaande besluiten worden ondergebracht in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De belangrijkste wijziging is dat het groepsrisicobeleid verandert. De formele verantwoordingsplicht groepsrisico en bijbehorende verplichting tot het kwantificeren van het groepsrisico vervalt. Het groepsrisico zal in specifieke situaties nog wel berekend worden. Daarnaast moet het groepsrisico nog steeds beoordeeld worden en zal er gewerkt worden met zogenaamde aandachtsgebieden. Het plaatsgebonden risico blijft wel gehandhaafd. In plaats van het groepsrisico en bijbehorende verantwoording worden er zogenaamde aandachtsgebieden rond risicobronnen bepaald. Deze aandachtsgebieden kunnen een brandaandachtsgebied en/of een explosieaandachtsgebied en/of een gifwolkaandachtsgebied betreffen. Binnen deze aandachtsgebieden moet rekening worden gehouden met de betreffende risico’s. Voor het brand- en explosieaandachtsgebied geldt dat er in beginsel voorschriftengebieden gelden. Deze kunnen gemotiveerd worden uitgezet. De voorschriftengebieden kunnen een (deel) van de aandachtsgebieden betreffen.

Binnen deze voorschriftengebieden worden voorschriften opgelegd voor de bouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare en beperkt kwetsbare locaties (zie bijlage VI, Bkl voor de definities). Het aanwijzen van voorschriftengebieden voor zeer kwetsbare gebouwen is verplicht. Voor de invulling van de voorschriften heeft de gemeente de mogelijkheid alternatieve maatregelen te bepalen zolang deze gelijkwaardig zijn aan de in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) genoemde voorschriften.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

4

Projectgerelateerd

3

Inventarisatie risicobronnen (vigerende wetgeving)

Dit hoofdstuk inventariseert de externe-veiligheidssituatie voor en ten gevolge van het planvoornemen onder de vigerende wetgeving. Het hoofdstuk gaat in op wat het planvoornemen mogelijk maakt, waarom dit relevant is voor externe veiligheid en welke risicobronnen verder beschouwd moeten worden.

Methodiek Het planvoornemen is relevant wanneer er risicobronnen en/of (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt. Tevens is geïnventariseerd welke risicobronnen (die vallen onder de genoemde besluiten en definities zoals genoemd in hoofdstuk 2) in de omgeving nader beschouwd moeten worden. Inventarisatie planvoornemen Wanneer één of beide van de onderstaande vragen beantwoord worden met ‘ja’ dan is het planvoornemen relevant in het kader van externe veiligheid en worden de aanwezige risicobronnen voor wat betreft externe veiligheid geïnventariseerd. NB: In dit rapport is onderscheid gemaakt in de termen planvoornemen en plangebied. Het planvoornemen is het voorgenomen plan binnen het plangebied. Het planvoornemen hoeft niet het gehele plangebied te beslaan waarvoor het ruimtelijk besluit wordt genomen, voor externe veiligheid is naast het planvoornemen het gehele plangebied relevant voor de toetsing.

1 Maakt het planvoornemen risicobronnen mogelijk en/of 2 Maakt het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk? Inventarisatie risicobronnen Indien het planvoornemen risicobronnen mogelijk maakt (vraag 1) wordt vastgesteld of  de risicobron(nen) onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of  de invloedsgebied(en) en/of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) die het planvoornemen mogelijk maakt over (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving (buiten het plangebied) liggen. Indien het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt (vraag 2), wordt vastgesteld of  binnen het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen en/of in de omgeving van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen.  de risicobron(nen) in en/of in de omgeving van het plangebied onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of  de invloedsgebied(en) of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) over het plangebied vallen. Beoordeling relevante risicobronnen Naar aanleiding van de bovenstaande inventarisatie wordt beoordeeld in hoeverre de relevante risicobronnen getoetst dienen te worden aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico en in hoeverre er een verantwoordingsplicht geldt.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

5

Projectgerelateerd

Beschouwing 3.2.1

Inventarisatie planvoornemen

Het planvoornemen maakt geen risicobronnen mogelijk in het kader van externe veiligheid. Het planvoornemen betreft het transformeren van locatie Planetenbaan en Het Kwadrant in Maarssen van de huidige kantoor- en bedrijfsfunctie naar een gemengd gebied met hoofdzakelijk een woonfunctie. Conform het Bevi maakt het planvoornemen hiermee (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk. Om deze reden is de bestemming die het planvoornemen mogelijk maakt relevant in het kader van externe veiligheid en zijn de risicobronnen in de omgeving van het plangebied beschouwd.

3.2.2

Inventarisatie risicobronnen

Op basis van de signaleringskaart 4 is onderzocht welke risicobronnen binnen en in de omgeving van het plangebied relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van de risicobronnen ten opzichte van het plangebied weer.

3 5

8

2

4

1

6

7

9↓ Figuur 3.1 Ligging risicobronnen t.o.v. het globale plangebied, aangegeven in paars (Uitsnede Signaleringskaart-EV) *nr 9 valt buiten het kaartbeeld

Tabel 3.1 geeft aan onder welke wetgeving de risicobronnen vallen en of deze relevant zijn voor het planvoornemen. Een risicobron is relevant wanneer het invloedsgebied of de risicoafstand over het plangebied valt. Dit is het geval wanneer de grootte van het invloedsgebied of risicoafstand groter is dan de afstand tussen de risicobron en het plangebied.

4

Signaleringskaart, https://nl.ev-signaleringskaart.nl/viewer/app/EV-signaleringskaart_NL?version=. Geraadpleegd op 2-2-2022.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

6

Projectgerelateerd

Tabel 3.1 Overzicht risicobronnen Risicobron

Afstand tot plangebied [m]

Invloedsgebied/ Wet- en regelgeving veiligheidsafstand [m]

Relevant?

1

N230 (Zuilensering)

50

355

Bevt

Ja

2

Spoorlijn Utrecht-Noord Diemen

375

> 4.000

Bevt

Ja

3

Amsterdam-Rijnkanaal

450

90

Bevt

Nee

4

Hogedrukaardgasleiding W529-07

250

95

Bevb

Nee

5

GOS (Gasontvangst/verdeelstation)

250

25

Activiteitenbesluit

Nee

6

LPG-tankstation BP Nederland B.V.

100

150/160

Bevi/ circulaire Ja risicoafstanden LPGtankstations

7

LPG-tankstation Shell tankstation Ruimteweg

80

150/160

Bevi/ circulaire Ja risicoafstanden LPGtankstations

8

Biegelaar B.V.

9

A2 (afrit 5 (Breukelen) - afrit 6 (Maarssen))*

gesaneerd 620

> 4.000

Nee Bevt

Ja

*nr 9 valt buiten het kaartbeeld

Beoordeling relevante risicobronnen Voor het planvoornemen zijn de volgende risicobronnen relevant in het kader van externe veiligheid. De nummers corresponderen met de nummers in Tabel 3.1. 1) N230 (Zuilensering) 2) Spoorlijn Utrecht-Noord Diemen 6) LPG-tankstation BP Nederland B.V. 7) LPG-tankstation Shell tankstation Ruimteweg 9) A2 (afrit 5 (Breukelen) - afrit 6 (Maarssen))

1) N230 (Zuilensering) De N230 vormt de zuidoostelijke begrenzing van het plangebied. Het transport van gevaarlijke stoffen over deze route valt onder de werkingssfeer van het Bevt. De weg valt niet onder de Regeling basisnet. Conform het Bevt dient het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico te worden beschouwd omdat het plangebied binnen 200 meter van de weg ligt. Tevens dient te worden voldaan aan de verantwoordingsplicht groepsrisico. Toetsing aan het plaatsgebonden risico en groepsrisico is opgenomen in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 gaat in op de elementen van de verantwoording groepsrisico. 2) Spoorlijn Utrecht-Noord Diemen Op 375 meter ten noordoosten van het plangebied ligt de spoorlijn Utrecht-Noord Diemen. Op basis van de Regeling basisnet vindt over dit traject vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor valt onder de werkingssfeer van het Bevt. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Het invloedsgebied is gebaseerd op het vervoer van toxische vloeistoffen (D4) en bedraagt conform de HART meer dan 4.000 meter.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

7

Projectgerelateerd

Conform het Bevt dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico. Hoofdstuk 5 gaat in op de elementen van de verantwoording groepsrisico.

6) en 7) LPG-tankstations BP en Shell Direct ten zuiden en zuidoosten van het plangebied staan de LPG-tankstations BP en Shell. LPGtankstations vallen onder de werkingssfeer van het Bevi en de Circulaire effectafstanden LPG-tankstations. Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van 150 meter conform het Bevi en binnen de effectafstand van 160 meter conform de Circulaire effectafstanden LPG-tankstations. Het plangebied ligt weliswaar gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van 150 meter maar binnen het overlappende gedeelte is geen bevolking aanwezig. Hiermee is er geen effect voor het groepsrisico ten gevolge van het planvoornemen. De plaatsgebonden risicocontouren liggen buiten het plangebied. Conform het Bevi dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico. Hoofdstuk 5 gaat in op de elementen van de verantwoording groepsrisico. De Circulaire stelt als eis dat er binnen 160 meter van een LPG-tankstation (waarbinnen het plangebied gelegen is) het in beginsel niet toegestaan is om zeer kwetsbare objecten te realiseren. Zeer kwetsbare objecten vormen een subcategorie van de categorie kwetsbare objecten uit het Bevi. Het gaat om objecten waar groepen personen verblijven met een beperkte zelfredzaamheid.

Dit zijn onder andere ziekenhuizen, asielzoekerscentra, gebouwen voor onderwijs voor minderjarigen en justitiële inrichtingen. Onderhavig planvoornemen maakt geen zeer kwetsbare objecten mogelijk. Er wordt daarmee voldaan aan de voorwaarden in de Circulaire. NB: Recent zijn er rechtelijke uitspraken geweest over de beoordeling van vaste afstanden voor plaatsgebonden risico contouren en invloedsgebieden ten aanzien van LPG-tankstations. Vooralsnog gaat dit onderzoek ervanuit dat de gerechtelijke uitspraak enkel van toepassing is op de grootte van de PR10-6 contour van het vulpunt. De verwachting is een eventuele verruiming van de PR contour geen belemmering vormt voor het planvoornemen.

9) A2 (afrit 5 (Breukelen) - afrit 6 (Maarssen))

Op ongeveer 620 meter ten zuiden van het plangebied ligt de A2. De A2 valt onder de werkingssfeer van het Bevt en is opgenomen in de Regeling basisnet. Gelet op de relatief grote afstand tot het plangebied vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Verder ligt het plangebied buiten het invloedsgebied van de voor transport van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg maatgevende stofcategorie GF3. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van stofcategorie LT3 (>4000m). Uit de cijfers van de jaarintensiteiten 5 over het basisnet en andere wegvakken blijkt dat deze stofcategorie over de A2 worden vervoerd. Een incident met deze stofcategorieën kan zich ontwikkelen tot een gifwolk (toxisch scenario).

Conform het Bevt dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico. Hoofdstuk 5 gaat in op de elementen van de verantwoording groepsrisico.

5

Ministerie van I&W, 2019; 2019-06-lijst-wegvakken-en-bn

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

8

Projectgerelateerd

4

Risicoberekening N230

In dit hoofdstuk is het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de autoweg N230 uitgewerkt conform het Bevt.

4.1

Onderzochte situaties

Tabel 4.1 beschrijft de onderzochte situaties. De referentiesituatie betreft de huidige situatie inclusief de ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen die per definitie uitgevoerd worden (zogeheten autonome ontwikkelingen). Tabel 4.1 Onderzochte situaties externe veiligheid autoweg N230

Berekende situaties

Transportroute

Ingevoerde bevolking

Referentiesituatie (2022)

N230

Vigerende bestemmingsplannen gerealiseerd conform BAGPopulator + missende bestemmingsplancapaciteit (ruimtelijkeplannen.nl)

Toekomstige situatie (2032)

N230

Vigerende bestemmingsplannen gerealiseerd conform BAGPopulator + missende bestemmingsplancapaciteit (ruimtelijkeplannen.nl) + invulling planvoornemen

4.2

Invoerparameters rekenmodel

Het risico van het transport van gevaarlijke stoffen wordt berekend met de risicoberekeningsmethodiek RBMII (versie 2.3.0. build 535, 14 november 2013). RBMII is de standaard rekenmethodiek voor het berekenen van risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen voor de omgeving in Nederland. RBMII berekent op basis van een aantal invoerparameters, zoals bevolkingsgegevens, ongevalsgegevens en aard en omvang van de transporten van gevaarlijke stoffen, de externe risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, de hoofdspoorwegen en de binnenwateren. Het instrument sluit aan op de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART). 6 De berekeningsresultaten tonen aan in hoeverre het vervoer van gevaarlijke stoffen over een bepaalde transportroute voldoet aan de vastgestelde externe veiligheid normering. Voor de berekeningen zijn de volgende gegevens nodig:  Transportintensiteit gevaarlijke stoffen: gegevens over de aard en hoeveelheid getransporteerde gevaarlijke stoffen;  Tracéeigenschappen: wegtype, gereden snelheid;  Motorvoertuigletselongevalfrequentie: De initiële ongevalsfrequentie wordt de motorvoertuigletselongevalfrequentie genoemd en is gedefinieerd als de kans per afgelegde kilometer waarmee een motorvoertuig betrokken raakt bij een letselongeval zonder langzaam verkeer.

De motorvoertuigletselongevalfrequentie per wegtype moet in combinatie met de vervolgkans op een uitstroming, gebruikt worden als de ongevalsfrequentie in de risicoanalyse;  Bevolkingsgegevens: aantal personen langs het tracé die worden blootgesteld aan de gevolgen van een ongeval;  Weerstation: het dichtstbijzijnde weerstation geeft informatie over de meest voorkomende weersinvloeden in de omgeving.

6

RIVM, 2017; Handleiding risicoanalyse transport, versie 1.2, 11 januari 2017

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

9

Projectgerelateerd

Transportintensiteit gevaarlijke stoffen De transportgegevens per jaar voor de autoweg N230 langs het plangebied zijn weergegeven in Tabel 4.2. Tabel 4.2: Transportaantallen per jaar van vervoer gevaarlijke stoffen autoweg N230 (Afgestemd met RUD op 21 maart 2021) Transportgegevens autoweg N230 Stofcategorie

LF1

LF2

Brandbare vloeistoffen

GF3

Zeer brandbare vloeistoffen Brandbare gassen

1.348

1.543

516

Tracéeigenschappen Ingevoerde tracé: de autoweg N230 ligt op 50 meter ten zuidoosten van het plangebied. Conform de HART is voor het berekenen van het groepsrisico aan beide kanten (in dit geval ten noordoosten en ten zuidwesten) van het plangebied een kilometer tracé extra ingevoerd. In het model is uitgegaan van een autosnelweg met gescheiden rijbanen en een maximumsnelheid van 100 km/uur. Motorvoertuigletselongevalfrequentie In de berekening is uitgegaan van de motorvoertuigletselongevalfrequentie conform de HART van een autosnelweg van 8,30*10-8 (vtg/km) met een uitstroomkans van 0,052 voor een druktankwagen en 0,101 voor een atmosferische tankwagen. Bevolkingsdichtheden Het planvoornemen resulteert in een andere bevolkingsverdeling ten opzichte van de huidige situatie. Voor de risicoberekening is in de basis binnen het invloedsgebied gebruik gemaakt van de bevolkingsgegevens zoals opgenomen in de BAG-populatieservie 7 en is bestemmingsplancapaciteit conform ruimtelijkeplannen.nl opgenomen voor de ontwikkellocatie de Haagstede, ten zuidwesten van het plangebied. Voor de invulling van het plangebied zijn zowel voor de referentiesituatie als voor de toekomstige situatie aanwezigheidsgegevens verstrekt door de opdrachtgever.

7

BAG populatieservice, 2022: https://populatieservice.demis.nl/#/, geraadpleegd 23 februari 2022 (bagselectbasis_202201)

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

10

Projectgerelateerd

Referentiesituatie: Voor het plangebied en voor de ontwikkellocatie Haagstede is uitgegaan van de gegevens van de huidige situatie zoals deze door de opdrachtgever zijn verstrekt. De gehanteerde bestemmingen en aantallen voor de referentiesituatie zijn per deelgebied weergegeven in Tabel 4.3. Tabel 4.3 Gehanteerde bestemmingen en aantallen per deelgebied voor de referentiesituatie Deelgebied

Bevolkingsvlak

Noord

1

Bedrijven dagdienst

26.105

870

0

0,05

0

Midden

2

Bedrijven dagdienst

30.780

1.026

0

0,05

0

2

Woonbebouwing

42

51

101

0,07

0,01

3

Bedrijven dagdienst

18.700

623

0

0,05

0

3

Woonbebouwing

294

353

706

0,07

0,01

4

Bedrijven dagdienst

33.242

1108

0

0,05

0

Haagstede 5

Bedrijven dagdienst

1.500

50

0

0,05

0

Woonbebouwing

155

186

372

0,07

0,01

Zuid

Kwadrant

5

Aantal m2 bvo voorzieningen / Aantal personen aantal woningen Overdag Nacht

Binnen-buitenfractie Overdag

Nacht

Kentallen: 8 Woonbebouwing: 2,4 personen per woning Kantoren en bedrijven: 1 persoon per 30 m2

Toekomstige situatie: Voor de toekomstige situatie is voor het plangebied de populatie van de referentiesituatie vervangen en is uitgegaan van de bestemmingen en aantallen per deelgebied zoals weergegeven in Tabel 4.4. Hierin zijn de bestaande woningen meegenomen en is de geplande supermarkt ingevoerd als continu bedrijf vanwege de te verwachten ruime openingstijden. Tabel 4.4 Gehanteerde bestemmingen en aantallen per deelgebied voor de plansituatie Deelgebied

Bevolkingsvlak

Noord

1

Bedrijven dagdienst

797

27

0

0,05

0

1

Woonbebouwing

609

731

1.462

0,07

0,01

Midden

2

Woonbebouwing

646

775

1.550

0,07

0,01

Zuid

3

Woonbebouwing

544

653

1.306

0,07

0,01

Kwadrant

4

Bedrijven dagdienst

8.331

278

0

0,05

0

4

Continu bedrijf

600

20

20

0,05

0,01

4

Woonbebouwing

759

911

1.822

0,07

0,01

Bedrijven dagdienst

1.500

50

0

0,05

0

Woonbebouwing

155

186

372

0,07

0,01

BH5097-IB-RP001-F01

11

Haagstede 5 5

Aantal m2 bvo voorzieningen / Aantal personen aantal woningen Overdag Nacht

Binnen-buitenfractie Overdag

Nacht

Kentallen: Woonbebouwing: 2,4 personen per woning Bedrijven dagdienst: 1 persoon per 30 m2 Continu bedrijf (supermarkt): 1 persoon per 30 m2 8

8

VROM, november 2007. Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

Projectgerelateerd

Figuur 4.1 laat de invulling van de bevolkingsgegevens zien in het model.

1 2

3

4

5

Figuur 4.1 Invoer N239 en bevolking in RBMII (cijfers komen overeen met de bevolkingsvlakken in tabel 4.3 en 4.4)

Weerstation Het dichtstbijzijnde weerstation is Soesterberg. De weersomstandigheden (stabiliteit, windsnelheid en windrichting) bepalen de verspreiding van gevaarlijke stoffen in de omgeving. De frequentie van het optreden van bepaalde weerscondities is bepalend voor het risico.

4.3

Resultaten

Plaatsgebonden risico De N230 is vanwege beperkingen van het rekenprogramma RBMII beoordeeld als een autosnelweg. Een autosnelweg welke niet valt onder de Regeling basisnet, heeft volgens de HART geen PR 10-6/jaar contour bij minder dan 4.000 transporten GF3 per jaar. Dit betekent dat de N230 geen PR 10-6/jaar contour heeft. Dit heeft betrekking op alle beschouwde situaties. Groepsrisico Het groepsrisico is berekend voor de referentiesituatie en de toekomstige situatie. In Tabel 4.5 is het berekende groepsrisico weergegeven ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De toekomstige invulling van het plangebied heeft invloed op de hoogte van het groepsrisico ten opzichte van de referentiesituatie. Het groepsrisico blijft echter onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde.

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

12

Projectgerelateerd

Tabel 4.5 Resultaten groepsrisicoberekeningen autoweg N230 Situaties

Hoogte groepsrisico ten opzichte van oriëntatiewaarde

Bij max. aantal slachtoffers [personen]

Frequentie [1/jaar]

Referentiesituatie

0,030

530

1,0E-009

Toekomstige situatie

0,041

624

1,0E-009

Figuur 4.2 en Figuur 4.3 presenteren de fN-curve en Figuur 4.4 de maatgevende kilometer voor zowel de huidige als toekomstige situatie.

Figuur 4.2 fN curve referentiesituatie

Figuur 4.3 fN curve toekomstige situatie

In de referentie- en toekomstige situatie ligt de maatgevende kilometer met het hoogste groepsrisico ter hoogte van het plangebied (de maatgevende kilometer is aangegeven in lichtblauw in Figuur 4.4). De invulling van het plangebied heeft geen invloed op de ligging van de maatgevende kilometer. 25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

13

Projectgerelateerd

Figuur 4.4 Ligging maatgevende kilometer groepsrisico referentie- en toekomstige situatie

Plasbrandaandachtsgebied Conform de HART heeft een autosnelweg/provinciale niet vallende onder de Regeling basisnet geen plasbrandaandachtsgebied.

4.4

Toetsing beleidskader

De externe veiligheidsrisico’s als gevolg van de autoweg N230 zijn getoetst conform het Bevt. Plaatsgebonden risico

 De autoweg heeft conform de regeling Basisnet geen plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico geeft geen beperkingen voor de ontwikkeling van het plangebied.

Plasbrandaandachtsgebied  De autoweg heeft geen plasbrandaandachtsgebied; dit geeft geen beperkingen voor de ontwikkeling van het plangebied. Groepsrisico  De ontwikkeling van het plangebied resulteert in een toename van het groepsrisico (van 0,030 naar 0,041 maal de oriëntatiewaarde). Het groepsrisico blijft onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Verantwoording groepsrisico  Op basis van de toetsing van het groepsrisico geldt conform artikel 7 van het Bevt een beperkte verantwoording van het groepsrisico met aandacht voor de elementen rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Hierbij dient het bevoegd gezag advies te vragen aan de veiligheidsregio om een afweging te maken voor externe veiligheid (hoofdstuk 5).

25 mei 2022

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BH5097-IB-RP001-F01

14

Projectgerelateerd

5

Elementen verantwoording groepsrisico

5.1

Inventarisatie rampenbestrijding en zelfredzaamheid

Voor het planvoornemen zijn de volgende risicobronnen relevant in het kader van externe veiligheid:  N230 (Zuilensering)  Spoorlijn Utrecht-Noord Diemen  LPG-tankstation BP Nederland B.V.  LPG-tankstation Shell Ruimteweg  A2 (afrit 5 (Breukelen) - afrit 6 (Maarssen)) Op basis van de toetsing zoals opgenomen in de voorgaande hoofdstukken blijkt dat voor deze risicobronnen het groepsrisico beperkt moet worden verantwoord. Dit betekent dat het bevoegd gezag verplicht is de veiligheidsregio om advies te vragen in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Deze paragraaf werkt de ongevalsscenario’s en bijbehorende voorzieningen in het kader van de rampenbestrijding en zelfredzaamheid uit. In paragraaf 5.3 is het pré-advies van de veiligheidsregio Utrecht opgenomen.

5.1.1

Ongevalsscenario’s met gevaarlijke stoffen

Inzicht in de ongevalsscenario’s is essentieel om de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid te analyseren. Tabel 5.1 geeft per risicobron de maatgevende scenario’s. Daarnaast zijn de bijbehorende gevaren (brand, explosie, gifwolk) ten gevolge van de risicobron weergegeven. Een scenario is relevant afhankelijk van:  de aard van de gevaarlijke stoffen;  de ligging van de effectafstand (1% letaal) van het betreffende scenario, ten opzichte van het plangebied. Tabel 5.1 Overzicht relevante scenario’s per risicobron Maatgevende scenario’s

Plasbrand

Koude Bleve

Warme Bleve

Wolkbrandexplosie

Fakkelbrand

x

x

x

x

Toxische wolk

Gevaren

Risicobronnen Autoweg N230 (Zuilensering) Spoorlijn UtrechtNoord Diemen

Brand, explosie X1

Gifwolk

LPG-tankstation BP Nederland B.V.

x

x

x

x

Brand, explosie

LPG- tankstation Shell Ruimteweg

x

x

x

x

Brand, explosie

A2 (afrit 5 (Breukelen) - afrit 6 (Maarssen))

X2

Gifwolk

1: Betreft D3 (voorbeeldstof HART acrylnitril) en D4 (voorbeeldstof HART acroleïne) 2: Betreft LT1 (voorbeeldstof HART acrylnitril), LT2 (voorbeeldstof HART propylamine), LT3 (voorbeeldstof HART acroleïne) NB: Conform de HART heeft stofcategorie A (GF3) voor de spoorlijn een invloedsgebied van 460 meter (explosiescenario) echter bovenstaande indeling is gemaakt op basis van het scenarioboek externe veiligheid. Hier wordt een effectafstand van 290 meter gehanteerd tot 1% letaal. Het explosiescenario van het spoor is daarom niet genoemd in deze analyse.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2036/documents/42655