V-16 0345-toelichting_militair_erfgoed_concept_2.1.pdf
Tekst van het document
4.3.2 Hoge Archeologische Waarde Waarde Hieronder zijn begrepen: de AMK-terreinen met een Hoge Archeologische Waarde (HAW), Archeologische waarde en archeologische betekenis. Hoewel deze terreinen op de archeologische Monumentenkaart staan vermeld, genieten deze terreinen geen wettelijke bescherming, zoals de archeologische rijksmonumenten deze wel genieten. De forten, groepsschuilplaatsen en kazematten kennen wel een monumentstatus. Op het grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht liggen zes terreinen met en Hoge Archeologische Waarde en vier terreinen met een archeologische waarde die tot militair erfgoed gerekend kunnen worden. Bij de terreinen met een Hoge Archeologische Waarde gaat het om de kasteelterreinen Aastein, Oostwaard, Snaafburg, Nijenrode, Gunterstein en het voorterrein van kasteel Groot-Ruwiel. De vier terreinen van archeologische betekenis zijn: de versterkte huizen Ter meer, Clarenburg en Huis te Velde en een linie, de Linie ter Aa. Het uitgangspunt voor de AMK-terreinen is om behoud van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ’) na te streven en bodemverstoringen dieper dan 30 cm (inclusief sloopwerkzaamheden beneden maaiveld) te vermijden. De gemeente is wel vrij beschermingsmaatregelen te treffen door de AMK-terreinen bijvoorbeeld planologisch te beschermen door opname in het bestemmingsplan voor het gebied waarin zij gelegen zijn.
Bij bodemingrepen in een plangebied dieper dan 30 cm beneden maaiveld en groter dan 50m2 dient archeologisch onderzoek plaats te vinden. Uitzondering hierop vormen lineaire elementen waarbij in het geval van een verstoring dieper dan 0,3 m –mv altijd onderzoek dient te worden uitgevoerd. Indien behoud van archeologische waarden in originele context (in situ) niet mogelijk is, dan dient de initiatiefnemer zorg te dragen voor behoud van de archeologische waarden door opgraving en documentatie (behoud ‘ex situ’). Toegestane maximale omvang bodemingreep: bodemingreep: oppervlakte 50 m2; diepte 0,30 m –mv. Uitzondering: lineaire bodemingrepen: oppervlakte: n.v.t.; diepte maximaal 0,30 m –mv.
27
4.3.3. Hoge verwachting Hieronder zijn begrepen: zones waarbinnen op basis van cultuurhistorisch, archeologisch- en historisch onderzoek een grote kans bestaat op het op het aantreffen van archeologische waarden die in verband staan met militair handelen. De kaart geeft ook cultuurhistorische elementen aan, waaronder sluizen, nog bestaande forten, kazematten en groepsschuilplaatsen. In de ondergrond en de directe omgeving van deze cultuurhistorische elementen is de kans op het aantreffen van archeologische waarden met een militair verband groot. Te denken valt aan groepsnesten, loopgraven, versperringen en andere structuren en restanten van militaire handelingen die rondom en tussen de forten en groepsschuilplaatsen liggen. Bij ontwikkelingen op deze terreinen heeft inpassing van archeologische waarden te allen tijde de voorkeur, waarbij in acht moet worden genomen dat het bovengrondse militaire erfgoed niet los gezien kan worden van het ondergrondse, archeologische erfgoed. Binnen deze zones met een hoge verachting vallen onder andere (permanente)verdedigingswerken, zoals forten, fortterreinen, kazematten en zones met semi-permanente en/of tijdelijke verdedigingswerken (zoals veldversterkingen en groepsnesten).
Meer specifiek gaat het dan om Nederlandse groepsschuilplaatsen type P, kazematten, forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, loopgraven, groepsnesten en infanteriesteunpunten. De aan het maaiveldzichtbare bouwwerken kennen in veel gevallen al een cultuurhistorische waarde en zijn voor een deel beschermd als gebouwd monument. Voor zones met een hoge archeologische verwachting geldt dat ingrepen dieper dan 0,30 m –mv en groter dan 500m2 onderzoeksplichtig zijn. Een uitzondering op de toegestane maximale omvang van bodemingrepen vormen de binnen de gemeente aangelegde fortterreinen die een zeer sterke militaire gelaagdheid kennen. Hier zijn onafhankelijk van de oppervlakte van het plangebied geen grondingrepen dieper dan 0,30 m –mv toegestaan. Een tweede uitzondering vormen de aangelegde groepsnesten op het grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht. Deze militaire structuren zijn veelvuldig aangelegd, maar nog nooit archeologisch onderzocht en gewaardeerd. Door de beperkte omvang van deze groepsnesten geldt dat ingrepen, dieper dan 0,3 m –mv en groter dan 250 m2 niet zijn toegestaan. Een derde uitzondering vormen de locaties van groepsschuilplaatsen en kazematten. Deze bouwwerken kennen een monumentstatus en zijn op de kaart als contour ingetekend. De polygoon vormt hier dus het gebouwde monument.
Voor deze bouwwerken geldt dat ingrepen, dieper dan 0m –mv en groter dan 0 m2 niet zijn toegestaan. Toegestane maximale omvang bodemingreep: oppervlakte 500 m2; diepte 0,30 m –mv. Uitzondering 1: forten NHW, NHW, vesting Nieuwersluis en mogelijke locaties kasteelterreinen: kasteelterreinen: oppervlakte: 50m2; 50m2; diepte maximaal 0,30m –mv. Uitzondering 2: Groepsnesten: oppervlakte: 250 m2; diepte 0,30 m –mv. Uitzondering3: groepsschuilplaatsen en kazematten: oppervlakte: 0m2; diepte 0m –mv. mv. Uitzondering 4: lineaire bodemingrepen: bodemingrepen: oppervlakte: n.v.t.; diepte maximaal 0,30 m –mv.
Archeologisch bureauonderzoek
28
4.3.4. Middelhoge verwachting Hieronder zijn begrepen: zones waarbinnen op basis van cultuurhistorisch, archeologisch- en historisch onderzoek een middelhoge kans bestaat op het op het aantreffen van archeologische waarden die in verband staan met militair handelen. Hier onder vallen de gedefinieerde stellingzones, met daarin de aanwezigheid van mogelijke infanteriesteunpunten, losse verdedigingswerken en versperringen, en locaties waar vliegtuigcrashlocaties zijn geregistreerd. De vliegtuigcrashes kennen door de niet bekende inslagrichting, vondstspreiding en het feit dat deze al zijn geruimd een bufferzone van 500 meter waarbinnen een middelhoge verwachting bestaat. Indien behoud van archeologische waarden in originele context (in situ) niet mogelijk is, dan dient de initiatiefnemer zorg te dragen voor behoud van de archeologische waarden door opgraving en documentatie (behoud ‘ex situ’). Toegestane maximale omvang bodemingreep: oppervlakte 2,5 ha; diepte 0,30 cm. cm Uitzondering: lineaire bodemingrepen: oppervlakte: n.v.t.; diepte maximaal 0,30 m –mv.
4.3.5. Lage verwachting Hieronder zijn begrepen: de zones waarbinnen op basis van archeologisch, historisch, landschappelijk en cultuurhistorisch onderzoek geen grootschalige militaire ingrepen worden verwacht of zijn geregistreerd. Toegestane maximale omvang bodemingreep: oppervlakte 10 ha; diepte 0,30 m – mv. Uitzondering: lineaire bodemingrepen: oppervlakte: n.v.t.; diepte maximaal 0,30 m –mv.
4.3.6. Verstoord Hieronder zijn begrepen: gebieden die tot onder het archeologische niveau zijn verstoord door infrastructurele werken, bouwactiviteiten, industriële werkzaamheden of waar een sanering heeft plaatsgevonden. Binnen de gemeente Stichtse Vecht kan worden gedacht aan de verbreding van het Amsterdam-Rijnkanaal, waarmee veel restanten van de Duitse bruggenhoofden en dijkverdediging van de Vordere Wasserstellung zijn verdwenen, de aanleg van de rijksweg en de uitbreiding van de bebouwing rond de dorpskernen en aanleg van bedrijventerreinen. In het geval van militair erfgoed, kunnen ook de bomkraters tot verstoringen worden gerekend. Door de ligging in, tijdens de tweede Wereldoorlog, buitengebieden en de snelle opvulling tijdens de oorlog is de kans klein dat deze zijn gevuld met militairmateriaal. Toegestane maximale omvang bodemingreep: oppervlakte onbeperkt; diepte onbeperkt. Lineaire bodemingrepen: oppervlakte: n.v.t.; diepte onbeperkt.
29
5
Conclusies
In het gebied bestaat een zeer duidelijke relatie tussen archeologie, cultuurhistorie, gebouwd erfgoed en de landschappelijke opbouw binnen de gemeente. Zeker bij militair erfgoed geldt dat deze elementen zeer sterk met elkaar zijn verbonden. Een nog groepsschuilplaats die in het landschap zichtbaar is, is bijvoorbeeld niet los te zien van het groepsnest dat hieromheen lag, de locatie in het landschap en de rest van de Nieuwe Hollandse waterlinie. Elk klein object heeft als kleine schakel in en veel groter systeem gefungeerd. Het ondergrondse erfgoed vormt slechts een klein deel van het militaire systeem en landschap dat hier gedurende meerdere eeuwen is ontwikkeld. Het zijn hier dan ook niet alleen de daadwerkelijke militaire objecten die de identiteit van het gebied bepalen en de ontwikkeling beschrijven en verklaren. Het landschap, met de loop van de vecht, de natte polders en de accessen dicteerde en bepaalde tevens voor een groot deel waar militaire structuren gebouwd werden en waar veldslagen plaatsvonden. De objecten kennen dus een sterke relatie met het natuurlijke landschap en de geografie. Daarnaast is het militaire erfgoed typerend voor de identiteit van de gemeente Stichtse vecht. Al eeuwen heeft de regio te maken met conflict en de aanleg van versterkingen in het gebied.
De laat middeleeuwse kastelen en versterkte huizen die de macht in de regio en de de handel dienden te beschermen en de waterlinies die vanaf de 17 eeuw ste aanwezig waren en tot in de 20 eeuw in gebruik waren en werden versterkt. Het leven met het water en militairgebruik is hierdoor bijna niet weg te denken. In dit kader verdient het dan ook aanbeveling om archeologie, cultuurhistorie, gebouwd erfgoed en landschappelijke ontwikkeling niet los van elkaar te zien, maar als elkaar versterkende vakgebieden. Alle verschillende aspecten maken namelijk onderdeel uit van een zeer sterk gelaagd militair landschap, waarbij het verhaal en de ontwikkeling alleen begrepen en inzichtelijk kan worden gemaakt door alle elementen als een geheel te beschouwen. Kortom, het is aan te raden om bij ontwikkelingen in het gebied niet alleen naar de afzonderlijke thema’s te kijken, maar na te denken over de kracht van de verschillende thema’s samen en dat hierbij diverse kansen te creëren zijn op het gebied van identiteit van het gebied, maar ook voor toerisme en recreatie.
Archeologisch bureauonderzoek
30
6
Geraadpleegde bronnen Berg, J.A. van den, den 1990. Breukelen in de Tweede Wereldoorlog. Tijdschrift historische kring Breukelen 5-2, 41-48. Blijdenstijn, R.K.M., 2015. Tastbare tijd 2.0. Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht. Stokerkade cultuurhistorische uitgeverij, Amsterdam. Boer, A. de, A. Botman, N. de Jonge, J. Dijkstra, S. van der A, 2010.
De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeenten Maarssen, Loenen, Abcoude en Breukelen. Amersfoort (ADC Heritage). Cruysheer, A.T.E, 2006. De luchtarcheologie van Gooi en Vechtstreek. Naerdincklant jaarboek 2006, 51-59. Cruysheer, A.T.E, 2008. Vergeten vliegtuigen. Luchtvaartarcheologie tussen Vecht en Eem. Tussen Vecht en Eem 26, 88-97. Dütting, M.K., 2016.. Archeologische Beleidskaart gemeente Stichtse Vecht. Actualisatie archeologiebeleid, Utrecht (ODRU Erfgoed rapport 42). Es, H.J. van, van 2000. Breukelen in de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog. Tijdschrift historische kring Breukelen 15-2, 87-91. Es, H.J. van, van 1995. Breukelen in oorlogstijd. Tijdschrift historische kring Breukelen 10-2, 67-92. Hermans, T., 2016. Middeleeuwse woontorens in Nederland, de bouwhistorische benadering van kasteelvorm. Band 1: teksten. Verloren, Hilversum. Koen, D.T., 1995. Een onuitdoofbaar vuur. Betonnen
verdedigingswerken in de nieuwe Hollandse Waterlinie. Reinders, Bunnik. Koppert, G., 1985. De forten rond Utrecht. Verdedigingswerken in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Matrijs, Utrecht. Kok, R.S., R.S. 2013. De archeologie van de Tweede Wereldoorlog in de Vechtstreek. Archaeologica Naerdincklant 2013-3, 15-22. Klooster, J., G. Jobse, H. Hoogendoorn, R. Delno, Delno 2015.Oude Hollandse waterlinie Utrecht. Verkenning. Arcadis-rapport.
31
Leijnse K & N.W.T. Warmerdam, 2016. Onderzoeksvoorstel – plan van aanpak plangebied militair erfgoed/conflict-archeologie Stichtse Vecht te Stichtse Vecht. BAAC bv, Deventer Manten, A.A., 2000. Gordon Charles Whittaker (1921-1943).
Tijdschrift historische kring Breukelen 15-3, 145-152. Manten, A.A., 2001. Breukelen en omgeving tussen 400 en 1200.
Middeleeuwse geschiedenis vanuit een plaatselijke gezichtshoek. Verloren, Hilversum. Olde Meierink, B., G. van Baaren & R.G. van Bosch Van Drankenstein, 1995. Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht. Matrijs, Utrecht. Schukking, W.H., C.A. de Bruijn, L.J. Spanjaerdt Speckman, J. Belonje & A.H. Mohr, Mohr 1961. Atlas van historische vestingwerken in Nederland. Deel IIIa: de provincie Utrecht. Stichting Menno van Coehoorn, Utrecht. Schukking, W.H., C.A. de Bruijn, L.J. Spanjaerdt Speckman, J. Belonje & A.H. Mohr, Mohr 1963. Atlas van historische vestingwerken in Nederland. Deel IIIb: de provincie Noord-Holland. Stichting Menno van Coehoorn, Utrecht. Smits, W, W 1990. Groep Albrecht in de vechtstreek tijdens de Tweede Oorlog. Tijdschrift historische kring Breukelen 5-2, 54-61. Steenbergen, C., J. van der Zwart & J. Grootens, Grootens 2009. Atlas of the New Dutch Water Defence Line. 010 publishers, Rotterdam. Valk, L. van der, 2011. Onheilstij. De laatste jaren van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Uitgeverij Carrera, Amsterdam. Will, C., C 2002. Sterk water. De Hollandse Waterlinie. Utrecht.
Geraadpleegde kaarten Atlas Major, 2006: Grote atlas van Nederland 1930-1950. Atlas Major, Zierikzee. Utrecht, 2009: Cultuurhistorische Atlas provincie Utrecht. Online geraadpleegd. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2010: Archeologische Monumentenkaart (AMK) en Centraal Archeologisch Archief (CAA), geraadpleegd via Archis. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Erfgoed 2008: De Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, derde generatie, Amersfoort (RAM rapportage 155).
Archeologisch bureauonderzoek
32
Geraadpleegde websites
AHN, 2010: Actueel Hoogtebestand Nederland. Verkregen via www.ahn.nl. Bodemloket, 2010: Bodemloket. Verkregen via ww.bodemloket.nl. Kich, 2010: Kennisinfrastructuur Cultuurhistorie. Verkregen via www.kich.nl. Monumenten, Monumenten 2016: monumentenregister. Verkregen via www.monumenten.nl. Studiegroep Luchtoorlog, Luchtoorlog 2017: Verliesregister. Verkregen via http://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl. Topotijdreis, Topotijdreis 2016: topotijdreis. Verkregen via www.topotijdreis.nl.
Geraadpleegde historische bronnen/kaarten Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Historie Den Haag, Duitse verdedigingswerken en eenheden in bezet Nederland, toegang 575, inv.nr. 146, 165, 177, 204, 216, 246, 309, 310, 328, 357, 363, 383, 392, 426, 429, 452, 462, 466, 467, 469, 487, 495 en 509. Nationaal Archief, Archief Den Haag, Vesting Holland: Oostfront, nummer toegang 3.09.28, inventarisnummer 56, 57 en 60. Nationaal Archief, Archief Den Haag, Vesting Holland: Hoofdkwartier, nummer toegang 3.09.20, inventarisnummer 34, 112, 114, 115, 117, 118, 120 en 123. Nationaal Archief, Archief Den Haag, Nieuwe Hollandse Waterlinie: Hoofdkwartier, nummer toegang 3.09.19, inventarisnummer 3 en 32. Nationaal Archief, Archief Den Haag, Ministerie van Oorlog: Bestekken der Genie [Code 21.17], nummer toegang 2.13.218, inventarisnummer 7 en 9. Nationaal Archief, Archief Den Haag, Nieuwe Hollandse Waterlinie: Secties 1 t/m 5, nummer toegang 3.09.27, inventarisnummer 8, 10, 17 en 34. Nationaal Archief, Archief Den Haag, Bureau der Genie (Regelingsbureau, Bureau Stellingbouw, Bouwbureau), nummer toegang 2.13.24, inventarisnummer 139 en 286 Nationaal Archief, Archief Den Haag, Oorlog: Afdeling Genie, nummer toegang 4.OGT, inventarisnummer 10, 20, 19, 40, 41, 42, 43, 44 en 45.
33
Nationaal Nationaal Archief, Archief Den Haag, Ministerie van Oorlog: Bestekken der Genie [Code 21.17], nummer toegang 2.13.218, inventarisnummer 7. Nationaal Archief, Archief Den Haag, Oorlog: Memories van de Genie, nummer toegang 4.OMM, inventarisnummer 440. Nationaal Archief, Archief Den Haag, Ministerie van Oorlog: Grensbescheiden der Genie 'Verboden Kringen', 1815-1938, nummer toegang 2.13.37, inventarisnummer 42.10 en 57.5. Nationaal Archief, Archief Den Haag, Oorlog: Binnenlandse Gedrukte Kaarten, nummer toegang 4.OBGK, inventarisnummer R1.10 en R5.248. Nationaal Archief, Archief Den Haag, Genie-archieven, LM-nummers, nummer toegang 2.13.45, inventarisnummer 1912 en 4583. Nationaal Archief, Archief Den Haag, Oorlog: Collectie Tekeningen van Verdedigingswerken, nummer toegang 4.OCVW, inventarisnummer 72.3.
Archeologisch bureauonderzoek
34
Bijlagen
35