Toelichting ontwerpbestemmingsplan 2e Herziening Maarsseveense Plassen.pdf
Tekst van het document
Pagina 79 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht
4.7.3 grondwaterbescherming Een deel van het bestemmingsplangebied ligt binnen het grondwaterbeschermingsgebied en de 100jaars aandachtszone. Ten aanzien van het grondwaterbeschermingsgebied en de 100-jaars aandachtszone heeft de provincie in de Provinciale Milieuverordening (PMV) regels gesteld waar rekening mee moet worden gehouden. Er zijn geen bestemmingen opgenomen die schade kunnen aanbrengen aan het grondwater. Door het beschermingsgebied op te nemen op de verbeelding wordt duidelijk waar men binnen het plangebied extra alert moet zijn met activiteiten die schadelijk kunnen zijn voor het grondwater.
Ligging plangebied met aanduiding beschermingsgebieden 4.7.4 Waterfuncties In tegenstelling tot eerdere ruimtelijke plannen betekent het hanteren van ‘water als ordenend principe’ dat water meer als vertrekpunt wordt genomen bij nieuwe ruimtelijke afwegingen, zoals ook blijkt uit de toepassing van de lagenbenadering bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Dit betekent tevens dat de toekenning van ruimtelijke functies als: verstedelijking, landbouw, natuur en recreatie, in belangrijke mate wordt gebaseerd op de randvoorwaarden die het watersysteem aan een plangebied stelt. Hierdoor kan de ruimtelijke ordening meer dan tot op heden bijdragen aan de vorming van een duurzaam watersysteem, zowel kwalitatief als kwantitatief. Voor de veenweiden en zoddengebieden in de Maarsseveensepolder en de Molenpolder neemt water een prominente plaats in als drager van de natuurlijke en landschappelijke waarden. In de polder Binnenweg wordt de natuurfunctie van het water gedeeld met die van de landbouw in het zuidelijk deel. Voor de Grote Maarsseveense Plas geldt dat de recreatieve functie prevaleert, zij het naast het gecombineerde belang van de natuur De kwaliteit van het water van de Grote Maarsseveense Plas staat bekend als zeer goed en verdient aandacht.. Het water van de Kleine Plas en omgeving is overwegend recreatief en landschappelijk van aard.
Ondanks deze diversificatie moet evenwel worden bedacht dat het water van al deze gebieden met elkaar in verbinding staat en derhalve een integrale benadering vraagt als het gaat om beheersmaatregelen.
Pagina 80 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht
4.7.5 Riolering Lozing in het oppervlaktewater is niet meer toegestaan. Op grond van het vigerend beleid moeten naast de gewone woningen ook recreatiewoningen worden aangesloten op de vuilwaterriolering. Of het afvalwater moet per as worden afgevoerd naar een erkende verwerker (bijvoorbeeld een RWZI). Daar zijn de volgende redenen voor: - de te behalen Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen; - de te behalen N2000 doelen - de bescherming van ons drinkwater (nabijheid van een drinkwaterbeschermingsgebied); - EHS (ofwel het Nationaal Natuur Netwerk). Nagenoeg het gehele plangebied is voorzien van riolering. In samenwerking met het hoogheemraadschap Amstel Gooi en Vecht is een plan opgesteld voor het aansluiten van alle ongerioleerde panden op drukriolering. Binnen het plangebied betreft het de percelen aan het eind van de Westbroekse Binnenweg (tussen de Maarsseveense plassen en de Burg. Huydecoperweg) en een drietal recreatieverblijven met een permanente woonbestemming op het “Atol”. Voor de recreatieve panden in het natuurgebied (polder Maarsseveen en Molenpolder onderdeel Natura2000) is het gezien de gevoeligheid van het gebied van belang huishoudelijke lozingen volledig te saneren. Een alternatieve voorziening in de vorm van een IBA zal onder meer de nutriënten (stikstof en fosfaat) onvoldoende verwijderen uit het huishoudelijk afvalwater.
Waternet adviseert daarom een aansluiting op het vuilwaterriool van de gemeente te realiseren voor alle bouwwerken of het afvoeren van het huishoudelijk afvalwater per as naar een erkende verwerker. Met afvoer per as bedoelen we dat een vrachtauto regelmatig langs komt om het in een opvangtank verzamelde huishoudelijk afvalwater op te zuigen en af te voeren naar een erkende verwerker (bijvoorbeeld een rioolwaterzuiveringsinstallatie). De ontheffing van de provincie voor o.a. septictanks heeft slechts een geldigheid van 10 jaar. Die periode is inmiddels verstreken. De provincie zal geen nieuwe ontheffingen meer verlenen. 4.7.6 Oppervlakteverharding Het klimaat verandert en daardoor krijgen we te maken met extremere buien, meer hitte en droogte. We ervaren steeds vaker wateroverlast van heftige regenbuien Door minder oppervlakteverharding te gebruiken in de tuin en op het erf, en bij veel oppervlakte verharding compenserende maatregelen te treffen ,kunnen we deze klimaatveranderingen veel beter opvangen. Bewoners en ondernemers kunnen zelf meehelpen aan een gezonde en duurzame leefomgeving. Kleine veranderingen kunnen al een groot verschil maken. Denk aan de volgende maatregelen: 1. Koppel de regenpijp af van het vuil water rioolstelsel 2. Zorg voor hoogteverschillen binnen de tuin en het erf zodat het water zich op de juiste plekken verzamelt. 3. Leg een regenwatervijver aan 4.
Gebruik grindstroken in plaats van stenen als oppervlakteverharding 5. Maak uw dak groen (sedum) of blauw (waterdak) of een combi van beide, ook het dak van uw schuur kan hiervoor geschikt zijn 6. Plaats een groene heg in plaats van een gebouwde erfafscheiding 7. Zorg dat water door verharde plekken kan door stenen verder uit elkaar te leggen of groenstroken tussen rijpaden aan te brengen 8. Leg een (open) goot aan ofwel een wadi 9. Haal waar mogelijk tegels eruit en leg groen erin 10. Gebruik een wateropslagtank of regenton zodat u het schone regenwater kunt hergebruiken, Als iemand meer dan 1000 m2 extra verhard oppervlak wil aanleggen is het noodzakelijk vanuit het waterschap een vergunning aan te vragen. Er moeten dan compenserende maatregelen worden getroffen. Dat kan in de vorm van open water. Minimaal 15% van de verharding moet als water worden gecompenseerd of speciale buffer voorzieningen die het regenwater geleidelijk aan de bodem afgeven. Deze compensatie moet vooraf plaatsvinden. Daarnaast moet bij nieuwbouw rekening worden gehouden met het peil plus 30cm zodat de woningen boven het straatpeil komen te liggen.
Pagina 81 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht
4.7.7 Veiligheid Aandacht voor veiligheidsaspecten is in het kader van waterhuishouding inherent aan de zorg die besteed wordt aan alle wateraspecten die te maken hebben met veranderingen in de ruimtelijke inrichting en het gebruik van een gebied. In ons laag gelegen land gaat het dan met name om de veiligheid tegen overstromingen. Dat heeft alles te maken met waterbeheersing, het voorkomen van uitdroging van de bodem, de capaciteit van boezems en uiteindelijk de mogelijkheden voor afwatering. De veiligheid tegen overstromingen is in belangrijke mate afhankelijk van de primaire waterkeringen. Met betrekking tot het onderhavige plangebied geeft de Stroomgebiedvisie Amstelland aan dat bij een dijkdoorbraak langs de Neder-Rijn tussen Wijk bij Duurstede en Elst binnen enkele dagen ook het Vechtplassengebied ernstige wateroverlast zal ondervinden. In het kader van het programma “Ruimte voor de Rivier” zal de provincie Utrecht met de betrokken waterschappen keuzes maken om deze risico’s tot en acceptabel niveau te beperken. 4.7.8 Conclusie Gezien de consoliderende aard van dit bestemmingsplan en het feit dat het geen ruimtelijke ontwikkelingen omvat, zijn er geen belemmeringen voor het water te verwachten.
Pagina 82 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht
5. Juridisch opzet van het plan 5.1
Inleiding
Ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de daarbij behorende ministeriële regelingen, dienen bestemmingsplannen op vergelijkbare wijze opgebouwd, gepresenteerd en tevens digitaal uitwisselbaar gemaakt te worden. De regeling is afgestemd op de Wro, Bro en daarbij behorende ministeriële regelingen. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. Het bestemmingsplan is tevens afgestemd op de terminologie en regelgeving zoals opgenomen in de op 1 oktober 2010 in werking getreden Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Iedere functie in het plangebied is voorzien van een daarop toegesneden bestemming. In het bestemmingsplan is echter de nodige flexibiliteit ingebracht door middel van de opname van (algemene) afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden. Deze opzet biedt flexibiliteit voor perceelsgewijze ontwikkelingen die mogelijk zijn ingevolge de vigerende bestemmingsplannen en biedt tegelijkertijd rechtszekerheid voor de bewoners en gebruikers van de aangrenzende gebieden. De omvang van de diverse functies is verankerd in de bestemmingslegging. Door deze wijze van bestemmen zijn de functies ruimtelijk begrensd.
5.2
Opbouw regels
De planregels behorende bij voorliggend plan, zijn opgebouwd in vier hoofdstukken. De definities van begrippen en de wijze van meten zijn opgenomen in hoofdstuk 1. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestemmingen en het daarbij toegestane gebruik. Het derde hoofdstuk bevat de algemene regels. Hoofdstuk 4 beschrijft tot slot de overgangs- en slotbepalingen. Wijze van meten De wijze van meten is een standaard planregel zoals die in verschillende bestemmingsplannen in Stichte Vecht opgenomen zijn. In voorliggend plan is de wijze van meten ten aanzien van het Peil aangepast. Er zijn geen overige wezenlijke veranderingen doorgevoerd in de wijze van meten ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan.
5.3
De bestemmingen
In het bestemmingsplan zijn verschillende bestemmingen opgenomen. In deze paragraaf wordt in alfabetische volgorde kort ingegaan op de doelstelling en inhoud van de verschillende bestemmingen. Eerst worden, conform de landelijke standaarden, alle enkelbestemmingen behandeld en vervolgens de dubbelbestemmingen. Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Het beleid richt zich in deze gebieden op behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke- en cultuurhistorische waarden. Hier moet bij de bovengenoemde waarden met name gedacht worden aan de openheid van de graslanden, het strookvormige verkavelingspatroon met bijbehorende sloten en de lintbebouwing. De agrarische bedrijven spelen een belangrijke rol bij het in stand houden en beheer van het landschap. De bestaande agrarische bedrijven zijn bestemd en alleen de rendabele bedrijven hebben een uitbreidingsmogelijkheid gekregen tot maximaal 1,5ha. De gebouwen moeten binnen de bouwvlakken worden opgericht onder die voorwaarde dat de totale stikstofdepositie (immissie.) op stikstofgevoelige habitats binnen het Natura2000 gebied niet toeneemt. Kassencomplexen mogen alleen worden opgericht binnen de speciale aanduiding voor kassen. Binnen het plangebied is geen ruimte meer opgenomen voor nieuwe agrarische bouwvlakken en kassencomplexen.
Op de bedoelde gronden mogen buiten het bouwvlak uitsluitend bouwwerken, Pagina 83 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht
geen gebouwen zijnde worden gerealiseerd. Voor de bouw van agrarische hulpgebouwen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen wanneer dit voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling noodzakelijk is. Ter bescherming en handhaving van de landschappelijke waarden is een stelsel van aanlegvergunningen opgenomen. Werken of werkzaamheden die gericht zijn op en noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het gebied of die uit het oogpunt van de ruimtelijke ordening van niet ingrijpende betekenis zijn, zijn niet aanlegvergunningsplichtig. Om de agrarische bedrijfsvoering en vooral agrarisch beheer te ondersteunen is het mogelijk om nevenactiviteiten te ontplooien. Deze activiteit is altijd ondergeschikt aan het agrarische bedrijf. Als een agrarisch bedrijf stopt is de mogelijkheid opgenomen om gebruik te maken van de ruimte-voor-ruimte-regeling. Bij leegstand van agrarische complexen waaronder kassen is het belangrijk te kijken naar een gewenste invulling. Het gebruik van deze complexen voor bedrijfsmatige (opslag)doeleinden is gezien de functie van het gebied (wonen, recreatie en natuur) ongewenst. Bij de functieverandering valt te denken aan woondoeleinden in relatie tot landschaps- en natuurontwikkeling.
Voor het aantal woningen kan aansluiting worden gezocht bij de “ruimte voor ruimte” regeling die in de regels is opgenomen. Ten aanzien van de stedenbouwkundige invulling en architectuur zal aansluiting moeten worden gevonden bij de cultuurhistorische en landschappelijke elementen van het veenweide- en zoddengebied. Herstel van het landschap en natuurontwikkeling is een heel belangrijk uitgangspunt. (zie ook de beeldkwaliteitsparagraaf in hoofdstuk 3) Het is niet toegestaan dat een bouwwerk de primaire functie(s) van het watersysteem (berging, doorstroming en ecologie) en het onderhoud van het watersysteem belemmerd. De regels voor onderhoud van het watersysteem en de zorgplicht die een eigenaar en/of initiatiefnemer heeft leest men in de Keur en de legger. Bedrijf In het plangebied wordt ter plaatse van bestaande bedrijven de bedrijfsbestemming gehandhaafd.. Nieuwe bedrijfspercelen zijn niet toegestaan binnen dit plangebied. De bedrijvigheid heeft de bestemming 'Bedrijf', met een specifieke aanduiding van het soort bedrijf. De toelaatbaarheid van de bedrijven is bepaald, mede aan de hand van de ligging van de bedrijven in de directe omgeving van gevoelige functies zoals woningen en natuurgebieden. Als een bedrijf stopt is het gewenst te kijken naar de mogelijkheid van de ruimte-voor-ruimte-regeling en niet naar een nieuwe vorm van bedrijvigheid.
Op de verbeelding is binnen het bouwvlak het maximaal aantal te bouwen m2 opgenomen. Het betreft hier de bestaande bedrijfsbebouwing inclusief maximaal 20% uitbreidingscapaciteit. De grootte van het bouwvlak bepaalt of er nog ruimte is voor 20% uitbreiding. Als die er niet is dan is er geen uitbreiding meer mogelijk. Daarbij geldt ook de volgende kanttekening. De 20% regeling was al van toepassing binnen het bestemmingsplan Maarsseveense Plassen 2009 en de 1e herziening van Maarsseveense plassen e.o. 2018 . Als een bedrijf op grond van die regeling de maximaal 20% uitbreidingscapaciteit al heeft gebruikt biedt dit bestemmingsplan niet opnieuw de mogelijkheid van 20% uitbreiding. Hier is dus bij het bepalen van het maximale aantal m2 rekening mee gehouden. Als een bedrijf meer uitbreiding nodig heeft dan is het voor de ondernemer noodzakelijk te kijken naar een locatie op een bedrijventerrein binnen de rode contour. Bedrijven Als een bedrijf stopt is de mogelijkheid opgenomen om gebruik te maken van de ruimte-voor-ruimteregeling. Bij leegstand van bedrijven is het belangrijk te kijken naar een gewenste invulling. Het gebruik van deze complexen voor bedrijfsmatige (opslag)doeleinden is gezien de functie van het gebied (wonen, recreatie en natuur) ongewenst. Bij de functieverandering valt te denken aan woondoeleinden in relatie tot landschaps- en natuurontwikkeling.
Voor het aantal woningen kan aansluiting worden gezocht bij de “ruimte voor ruimte” regeling van de provincie. Ten aanzien van de stedenbouwkundige invulling en architectuur zal aansluiting moeten worden gevonden bij de cultuurhistorische en landschappelijke elementen van het veenweide- en zoddengebied. Herstel van het landschap en natuurontwikkeling is een heel belangrijk uitgangspunt. (zie ook de beeldkwaliteitsparagraaf in hoofdstuk 3)
Pagina 84 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht
Detailhandel De bestemming detailhandel is toegewezen aan de gronden op de Tuinbouwweg 15 en 23. Tuinbouwweg 15 betreft een tuincentrum en die vallen onder de bestemming Detailhandel aangezien hier producten aan particulieren worden verkocht. Een tuincentrum verkoopt tegenwoordig niet alleen planten en tuinmeubels maar ook goederen om de woning en tuin te stylen. Ook verkoop van producten voor huisdieren komt veel voor. Een tuincentrum beschikt vaak over een koffiecorner of klein restaurant en er worden workshops gegeven met betrekking tot tuinen en styling. Het is van belang dat er niet een te grote verschuiving komt van de verkoop van planten en tuingerelateerde producten naar spullen die eerder op een meubelboulevard thuis horen. Daarom is in de begrippen het begrip Tuincentrum ook nader gespecificeerd. In de planregels is expliciet vastgelegd dat op deze gronden geen supermarkt of bouwmarkt is toegestaan. Dat is om te voorkomen dat er weide-winkels komen in ons landelijk gebied waarmee ons centrumgebied onder druk komt te staan. Dat is in strijd met de retailvisie en de uitgangspunten voor het landelijk gebied.
Als een bedrijf stopt is het gewenst te kijken naar de mogelijkheid van de ruimte-voor-ruimte-regeling Groen Hieronder vallen de openbare groenvoorzieningen zoals een park, plantsoen of berm met speelvoorzieningen en voet- en fietspaden en andere bij de bestemming horende voorzieningen. Op deze gronden zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Parkeren binnen deze bestemming is niet toegestaan. In dit geval betreft het een klein deel van het recreatiegebied Maarsseveense Plassen. De gronden binnen de bestemming Groen mogen op grond van de bestemming recreatief gebruikt worden. Maatschappelijk De hier bestemde gronden (twee) zijn bedoeld voor verschillende maatschappelijke doeleinden, namelijk voor sociale, culturele, religieuze en educatieve doeleinden en voor sociale, recreatieve, educatieve, onderzoek en beheervoorziening. Het gaat om een kerk en de voorziening van Staatsbosbeheer. Op de verbeelding is aangegeven welke maatschappelijke functies op de desbetreffende plaats zijn toegestaan. Het is niet toegestaan om een andere dan de aangegeven functies uit te oefenen. Een bedrijfswoning is hier ook niet toegestaan. De gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden opgericht.
Voor de voorziening van Staatsbosbeheer is de mogelijkheid opgenomen om een uitkijktoren/observatiehut te bouwen die uitkijkt over het natuurgebied als onderdeel van natuur- en milieueducatie en t.b.v. onderzoek. Als de activiteit wordt beëindigd is het mogelijk de functie te wijzigen naar 1 woning. Natuur De gronden ten zuiden van de Oude Dijk en ten westen van de Maarsseveensevaart zijn als “Natuurgebied” bestemd. Het betreft hier o.a. het Natuur Netwerk Nederland waar het Natura2000 gebied binnen valt. Behoud, versterking en/of ontwikkeling van de aan de natuurgebieden eigen zijnde natuurwaarden (met name het zoddengebied) staat hier voorop. Er is een aanlegvergunningenstelsel opgenomen om de waarden te beschermen, onder meer door beschoeiingen en ophogen van legakkers aanlegvergunningplichtig te maken. Op de in deze bestemming vallende gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gerealiseerd. Dit bestemmingsplan gaat wat betreft de Natuurbestemming uit van het geldende bestemmingsplan Maarsseveense Plassen (2009), het daarvoor geldende bestemmingsplan Landelijk Gebied (1992), Landelijk Gebied (1985) en Landelijk Gebied (1974). Het is dus niet zo dat wij zeer recent gronden een natuurbestemming hebben gegeven.
Mede door de toekomstige verandering van het grondwaterpeil (fluctuerend) moeten bewoners voor sommige gronden voorzieningen treffen om te voorkomen dat hun land te drassig wordt. Hiervoor zijn speciale regels opgenomen. Daarnaast is het gebruik van gronden als weidegrond voor extensief agrarisch gebruik en extensief recreatief gebruik toegestaan. Dit onder de voorwaarde dat het gebruik geen negatieve invloed heeft op de aanwezige natuurwaarden of de uitvoering van de natuurdoelstellingen belemmerd. In uitzonderlijke gevallen is het mogelijk de bestemming Natuur te wijzigen in Tuin. Aangezien de bestemming Tuin juridisch veel meer mogelijk maak, waaronder vergunningsvrij bouwen, is het niet gewenst deze bestemming direct aan de gronden toe te kennen die al tientallen jaren de bestemming Natuur hebben. Het aanpassen van de bestemming kan alleen onder de voorwaarden van het NeePagina 85 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht
Tenzij-beginsel zoals dat geldt voor het NNN. Om gronden binnen het Natuurnetwerk Nederland een andere bestemming te geven of anders te gebruiken dan op grond van de regels is toegestaan is het verplicht op grond van provinciale regeling om het 'nee, tenzij'-onderzoek te doen. Omdat de aantasting afhangt van de aard van de wijziging en de aanwezige natuurkwaliteiten is elke situatie anders. Het onderzoek is daarom ook maatwerk dat afgestemd moet worden met de provincie Utrecht. Voor deze situatie is in de regels een wijzigingsbevoegheid opgenomen. Deze wijzigingsbevoegdheid is overigens alleen te gebruiken voor gronden die maximaal 150 meter, gemeten vanaf de bestemming Verkeer, in het natuurgebied zijn gelegen en die direct aansluiten op een woonperceel met tuin. De gronden met de natuurbestemming moeten tijdens de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan ook in eigendom zijn van de eigenaar van het aansluitende woonperceel en de tuin. Het is niet toegestaan dat een bouwwerk de primaire functie(s) van het watersysteem (berging, doorstroming en ecologie) en het onderhoud van het watersysteem belemmerd. De regels voor onderhoud van het watersysteem en de zorgplicht die een eigenaar en/of initiatiefnemer heeft leest men in de Keur en de legger. Recreatie – 1 Deze bestemming is opgenomen voor bedrijven en organisaties in de recreatieve sector.
Het gaat hier om het deel van het recreatieterrein Maarsseveense Plassen waar het strandbad ligt en de bedrijven daar omheen waaronder SpaSereen, De Pannekoekenbakker en Outdoor Innstyle. Uitgangspunt van deze bestemming is dat het gebied gebruikt wordt voor recreatieve doeleinden en hier bedrijven en organisaties in de recreatieve sector zijn toegestaan. De nadruk ligt op sport, spel, strand en rust. Verder wordt ruimte geboden aan verschillende vormen van horeca. Het gebruik van de aanwezige zaalruimten voor zakelijke bijeenkomsten behoort tot de mogelijkheden mits het organiseren van sportieve en recreatieve evenementen en de gebruikmaking van de zaalruimten daarvoor als hoofdonderdeel van de bedrijfsvoering blijft bestaan. Daarnaast kan in een beperkt aantal gevallen de zaalruimten enkel voor zakelijke bijeenkomsten (congres/conferentie/vergadering) worden gebruikt waarbij het sportieve/recreatieve element niet direct aanwezig is. Het houden van bijvoorbeeld partijen en bruiloften is niet toegestaan. Uitgangspunt is en blijft dat bestaande en nieuwe bedrijven en organisaties hoofdzakelijk geënt zijn op het ondersteunen en aanbieden van recreatieve en sportieve activiteiten en daghoreca. Op het strand (daar waar dat op de verbeelding is aangegeven) zijn snackkiosken en toiletgebouwen buiten het bouwvlak toegestaan, maar bijvoorbeeld ook kampeermiddelen voor de dagcamping.
Recreatief nachtverblijf is expliciet uitgesloten met uitzondering van een 2 nachten ten behoeve van een evenement en 2 nachten ten behoeve van de dagcamping. Als op de verbeelding een aanduiding “bedrijfswoning” staat is één bedrijfswoning ook toegestaan. Er is heel nadrukkelijk gekeken naar de uitbreidingscapaciteit. De gebouwen, met uitzondering van de sanitaire en ondersteunende voorzieningen, mogen alleen worden gebouwd binnen de bouwvlakken tot de daarin opgenomen maximale oppervlakte. Daarnaast is een beeldkwaliteitsplan gemaakt om de gewenst inrichting van het bouwvlak bij de hoofdentree en behoud van kernkwaliteiten beter te kunnen sturen. Dit beeldkwaliteitsplan maakt als bijlage onderdeel uit van de planregels. Ten behoeve van het houden van evenementen zijn expliciete gebruiksregels opgenomen. Op het strand en het parkeerterrein is de aanduiding voor evenementen opgenomen. Er is ook een speciale paragraaf geschreven over dit onderwerp (zie hoofdstuk 3) Het recreatiegebied wordt gezien als één (1) inrichting op grond van het Activiteitenbesluit. Binnen deze inrichting is het toegestaan om maximaal 12 dagen per jaar de geluidsnormen te overschrijden voor een evenement of incidentele festiviteit. Alle andere activiteiten moeten passen binnen de bedrijfsvoering en daarmee de normen van het Activiteitenbesluit..
Recreatie – 2 Deze bestemming is opgenomen voor de bestaande volkstuinen. Per “kavel” is uitsluitend beperkte bebouwing ten behoeve van de bestemming toegestaan, zoals een kas en een berging. Het is niet toegestaan de bebouwingsmogelijkheden te cumuleren als er sprake is van een grote kavel. Het is ook niet toegestaan de volkstuin bedrijfsmatig te gebruiken. Verblijfsrecreatieve voorzieningen zijn ook uitgesloten. Een volkstuin is bedoelt voor dagrecreatief gebruikt. Als uitzondering op de bovenstaande regels is binnen het complex de bouw van één kas met een oppervlakte van maximaal 50 m² Pagina 86 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht
toegestaan. Hiervoor is een speciale aanduiding opgenomen. Daarnaast moet voor deze bestemming, gelijk als elke andere bestemming, voldaan worden aan de parkeernorm. Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. Als dat niet kan zal in overleg met de gemeente en op grond van het gemeentelijk verkeer en vervoerplan worden gekeken of er in de openbare ruimte parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Recreatie – 3 Deze bestemming is opgenomen voor de aan de Westbroekse Binnenweg gelegen permanent bewoonde chaletparken die nog niet de binnen deze regeling opgenomen wijzigingsprocedure hebben doorlopen. Binnen deze bestemming is namelijk een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt de recreatiebestemming per park om te zetten naar een woonbestemming. In de wijzigingsbevoegdheid zijn randvoorwaarden opgenomen om voldoende ruimtelijke kwaliteit van het nieuwe woongebied te garanderen. Daarbij dient te worden voldaan aan onder meer parkeernormen, groenvoorzieningen en veiligheidsaspecten (waaronder het bouwbesluit). De chaletparken die na de einddatum van de wijzigingsbevoegdheid niet gewijzigd zijn naar een woonbestemming blijven een verblijfsrecreatieve bestemming houden waarna de gemeente over zal gaan tot handhaving van de permanente bewoning.
Recreatie – 4 De gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor zelfstandige recreatieverblijven (losse recreatiewoningen). De recreatieverblijven mogen een inhoud hebben van maximaal 250 m³. Tevens is maximaal één bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van maximaal 10 m². Ook de goot- en bouwhoogten zijn beperkt. Onder het recreatieverblijf mag geen kelder worden gerealiseerd. De recreatieverblijven mogen niet worden gebruikt ten behoeve van permanente bewoning. Wat daaronder wordt verstaan is binnen de begrippen aangegeven. In het plan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt de recreatiewoning om te zetten naar een woonbestemming. De wijzigingsbevoegdheid mag alleen worden toegepast onder voorwaarden. Eén van de voorwaarden is dat de recreatiewoning buiten het Natuur Netwerk Nederland ligt en aangetoond is dat de woning ruim voor januari 2005 al permanent bewoond werd. Binnen het plangebied is een recreatiewoning gelegen tussen Westbroekse Binnenweg 19 en 23. Deze recreatiewoning heeft naast de 10 m2 in de regels recht op twee extra bijbehorende bouwwerken (schuur en prieel).
Aangezien deze bouwwerken al aanwezig waren binnen de inventarisatie van het bestemmingsplan Landelijk Gebied (1992) zijn deze speciaal aangeduid als “bijgebouw” en vormt de bestaande maatvoering als vervangende maatvoering (schuur 4,70m x 9,50m en 2,50 m hoog, 6 kantig tuinhuisje 3m x 3m en 2,60m hoog). Hiernaast is dus nog een bijbehorend bouwwerk van 10 m2 toestaan. Hetzelfde geld voor de recreatiewoning. De afwijkende maten (goothoogte 4,50 m en bouwhoogte 5,50 m afgerond) zijn op de verbeelding aangegeven. Recreatie – 5 De overige gronden van het recreatieterrein Maarsseveense Plassen hebben deze bestemming gekregen. Het doel van deze bestemming is de groene ruimte, bospercelen, doorzichten over het water, ligweides etc. te beschermen. De bestemming staat wat betreft gebouwen alleen de oprichting van een sanitaire voorzieningen toe. Het gebied is bestemd voor recreatieve doeleinden inclusief o.a. een speelvoorziening, klim- en klauterbos en een bootcamp parcours. Tuin Gronden die direct aan de openbare weg liggen en bijvoorbeeld bij een woning liggen (voor- of zijtuin) hebben de bestemming tuin gekregen (zie verder ook de bestemming “wonen”). Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Verkeer De in het plangebied aanwezige openbare wegen en parkeervoorzieningen vallen onder de bestemming ‘Verkeer’.
Hieronder vallen ook de parkeerplaatsen van het recreatiegebied. Binnen deze bestemming is tevens ruimte voor nuts-, groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ten behoeve van deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Deze bestemming richt zich op een groot deel van het openbaar gebied. De bestemming is globaal geformuleerd. De reden daartoe is dat de exacte ligging van de verschillende voorzieningen,
Pagina 87 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht
zoals groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen etc. in dit kader niet relevant is. Het herinrichten van wegen kan daardoor op een eenvoudige manier geschieden, zonder dat een bestemmingsplan onwenselijke en ongefundeerde barrières oproept. Op het parkeerterrein voor de hoofdentree van de Maarsseveense Plassen is de aanduiding ‘evenementen’ opgenomen. Op het parkeerterrein mogen evenementen worden georganiseerd. Binnen de woongebieden van de voormalige verblijfsrecreatieve parken zijn de hoofdpaden/-wegen bestemd met de bestemming verkeer. Deze woongebieden wijken af van de reguliere woongebieden. De paden en wegen zijn naar verhouding smal. Het is wenselijk om deze te verbreden. Het is niet toegestaan deze te versmallen omdat de bereikbaarheid van hulpdiensten daarmee in het geding komt en daarmee de (brand)veiligheid. Water Binnen deze bestemming zijn de grote Plas en de kleine Plas opgenomen, alsmede de watergangen in het plangebied. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en voorzieningen die ten dienste staan aan de bestemming, zoals constructies voor bruggen, kademuren en duikers, zijn toegestaan. Het water mag recreatief worden gebruikt. Het is niet toegestaan dat een bouwwerk de primaire functie(s) van het watersysteem (berging, doorstroming en ecologie) en het onderhoud van het watersysteem belemmerd.
De regels voor onderhoud van het watersysteem en de zorgplicht die een eigenaar en/of initiatiefnemer heeft leest men in de Keur en de legger. Wonen Alle woningen in het plangebied, behalve diegene die bij een agrarisch bedrijf horen of zijn aangeduid als bedrijfswoning bij een andere bestemming, hebben de bestemming “Wonen” gekregen. Woningen die eerst een recreatiewoning waren krijgen een speciale aanduiding. Met de provincie is immers afgesproken dat deze woningen niet groter en hoger mogen worden dan op grond van de recreatieve regels mogelijk was. Op grond van de vergunningsvrije regels is het wel mogelijk een bijbehorend bouwwerk van circa 30m2 te bouwen in plaats van 10m2. De aanduiding “voormalige recreatiewoning” moet erop toezien dat deze woningen ook in de toekomst klein blijven. Binnen deze bestemming staat het wonen centraal. Naast wonen mag ook in de woning onder voorwaarden worden gewerkt. Bij het onderdeel “begrippen” van deze toelichting op de regels is daar bij stil gestaan. Een woning is een complex van ruimten, dat blijkens de indeling en inrichting bestemd is, voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. Een huishouden wordt gevormd door één persoon of een groep personen die een huishouding voert. Daaronder valt niet het bedrijfsmatige verhuren van kamers.
Dus er is geen sprake van één huishouden als meerdere (groepen) mensen in een woning of pand verschillende kamers huren (bijvoorbeeld studenten of een groep seizoenswerkers). Een huishouding is een regeling van het huishouden, familieleven, huisgezin. De woonbestemming is op de verbeelding aangegeven met een bouwvlak en (achter)erf. De begrenzing van het bouwvlak waarbinnen het hoofdgebouw is toegestaan valt in dit bestemmingsplan veelal samen met de begrenzing van de woonbestemming. De tuin (of onbebouwd erf) is geregeld in een aparte bestemming ‘Tuin’. Het gaat dan meestal om de voor- en soms om de zijtuin. Naast de regeling voor hoofdgebouwen (dat is de woning), die binnen het bouwvlak gebouwd moeten worden, is een regeling voor bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) opgenomen. Dus naast dat in het bouwvlak de woning mag worden gebouwd is op het erf (bij de woning) ook het een en ander aan bebouwing mogelijk. De regeling voor bijbehorende bouwwerken is in overeenstemming gebracht met hetgeen vergunningsvrij (Besluit omgevingsrecht) is toegestaan. Dit is dan gelijk het maximale. Het is niet mogelijk om naast deze regeling vergunningsvrij nog het 1 en ander bij te bouwen of omgekeerd. Als men vergunningsvrij al tot het maximum heeft gebouwd biedt deze regel niet de ruimte om nog meer te bouwen dan dat maximum.
De bouwmassa van het hoofdgebouw mag niet groter zijn dan 650 m3 en voor voormalige recreatiewoningen 250m3. In uitzonderlijke gevallen kan ruimte worden geboden voor 800 m3 maar dat hangt af van de omvang van het totale perceel en de ruimtelijke impact. Voormalige recreatiewoningen komen niet in aanmerking voor deze verruiming van de inhoudsmaat. (zie ook het beeldkwaliteitsplan in hoofdstuk 3).
Pagina 88 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht
Woongebied Voor de chaletparken waarvan het permanent gebruik als woning middels een wijzigingsbevoegdheid planologisch toegestaan is, is de bestemming woongebied opgenomen. Deze bestemming staat het permanent woongebruik toe maar biedt ook ruimte om de bestaande bebouwing geheel te vernieuwen en op een andere plek op het bouwperceel te plaatsen. Gezien de afspraken die gemaakt zijn met de provincie over de inhoudsmaat van de woningen en de hoogtes is de reguliere woonbestemming niet toereikend en is een speciale regeling gemaakt. Verder is rekening gehouden met de mogelijkheid van vergunningsvrij bouwen op grond van het Besluit omgevingsrecht. Doel van de regeling is een ruim opgezet prettig en kwalitatief woongebied met woningen van beperkte omvang namelijk maximaal 250 m3, bestaande uit 1 bouwlaag met eventueel een kap. Ook de maximale bouwintensiteit van het bouwvlak is vastgelegd met een bebouwingspercentage. Een bouwvlak dient minimaal 150 m2 te zijn, conform de randvoorwaarden van de voorgaande wijzigingsplannen, en mag maximaal voor 50% bebouwd worden. Het woongebied is zeer geschikt voor de oprichting van een tiny house. Omdat deze woongebieden afwijken van reguliere woongebieden is een speciaal beeldkwaliteitsplan gemaakt voor de welstandstoets. Dit beeldkwaliteitsplan maakt onderdeel uit van de regels.
In het beeldkwaliteitsplan is ook de voorkant van alle percelen bepaalt. Dit in verband met de vergunningsvrije regels. De maximale maatvoering voor het hoofdgebouw is 250 m3, alles wat daarboven valt wordt gerekend tot de bijbehorende bouwwerken. Voor de bijbehorende bouwwerken wordt een maximale oppervlakte van 30 m2 aangehouden. De bijbehorende bouwwerken mogen los staan of aan het hoofdgebouw worden vast gebouwd. Buiten de afstanden die moeten worden aangehouden van de perceelgrenzen is er geen voorwaarde voor de plek van het bijbehorende bouwwerk. Daarnaast moet wel rekening worden gehouden dat het totale bouwvlak een bebouwingspercentage heeft van 50% (hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken). Het samenvoegen van bouwvlakken geeft geen recht tot het bouwen van grotere woningen. 250 m3 en 30 m2 is altijd het maximum. De algemene afwijkingsbevoegdheid van 15% kan iets marge bieden. Het maximale aantal woningen binnen een woongebied is ook vastgelegd middels de bouwvlakken. Binnen een bouwvlak mag maar 1 woning worden gerealiseerd. Het is niet toegestaan een deel van het bouwperceel af te splitsen voor de oprichting van een nieuwe woning waarmee het totale aantal woningen hoger uitkomt dan op de verbeelding staat aangegeven. Wat betreft bouwen op geringe afstand van de erfgrens het volgende.
In het burgerlijk wetboek wordt voorgeschreven dat op een afstand van 2 meter van de erfgrens met de buren geen ramen, balkons of deuropeningen in de muur mogen worden gemaakt en dat water niet vanaf het dak afgevoerd mag worden naar erf van de buren. Deze afstandsregels hebben te maken met het burenrecht en brandveiligheid. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om op geringere afstand van de erfgrens te bouwen. Dit mag echter nooit ten koste gaan van de brandveiligheid. Het is onder voorwaarden mogelijk om samen met een buurperceel een 2 onder 1 kap woning te bouwen, zodat de ruimte op het perceel maximaal wordt benut. Er moet dan wel sprake zijn van een aansluitende architectuur. Zoals al eerder aangegeven wijken deze woongebieden af van reguliere woongebieden. De maatvoering van de paden en toegangswegen is smal. Het is belangrijk dat de hulpdiensten (ambulance en brandweer) hun weg kunnen vinden binnen de woongebieden. De paden en wegen hebben de bestemming verkeer gekregen. Maar binnen de bestemming woongebied is het mogelijk deze paden en wegen te verbreden. Dat is zeker wenselijk. Om te voorkomen dat er versmalling optreedt en de (brand)veiligheid van percelen in het geding komt zijn nadere eisen opgenomen in de regels. Het college kan dus nadere eisen stellen. Dubbelbestemmingen Leiding – Gas
Pagina 89 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht
De in het gebied gelegen gastransportleiding met een diameter van 12” en een druk van 40 bar is als dubbelbestemming in het plan opgenomen. In de regels is de minimale afstand van 4 m ter weerzijden van de hartlijn van de leiding vastgelegd als belemmeringsstrook. Binnen dit gebied mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijn worden gebouwd of werken worden uitgevoerd als hiervoor schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Tevens is een stelsel van aanlegvergunningen opgenomen om te voorkomen dat door het uitvoeren van werken of werkzaamheden de belangen worden geschaad. Waterstaat – Waterkering Gronden met deze dubbelbestemming zijn primair bestemd voor waterkering. Secundair zijn de gronden bestemd voor diverse andere bestemmingen. Pas als blijkt dat bebouwing ten behoeve van secundaire bestemmingen de waterkering niet in onevenredige mate schaden kan toestemming worden verleend voor de bouw ervan. Gebiedsaanduidingen In een waterwingebied mogen alleen activiteiten plaatsvinden voor de drinkwaterproductie, in een grondwaterbeschermingsgebied kunnen ook andere activiteiten plaatsvinden. Vanwege de kwetsbaarheid van het gebied gelden wel speciale regels, zodat risicovolle activiteiten hier niet kunnen plaatsvinden. Het grondwaterbeschermingsgebied is een groter gebied rondom de winning (Bethunepolder).
Regenwater dat in het grondwaterbeschermingsgebied valt, zakt in de bodem en stroomt binnen enkele jaren (maximaal 25 jaar) door de bodem naar de winputten. Als er vervuiling in de grond zit, stroomt dat met het regenwater mee naar de grondwaterbronnen. In het 100-jaars aandachtsgebied zal de vervuiling binnen 100 jaar de winputten bereiken. Daarom is, voor het behoud van ons schone drinkwater, van belang deze gebieden te vrijwaren van activiteiten die risicovol zijn. De zones voor de bescherming van het grondwater en de regels die daar gelden zijn vastgesteld in de Provinciale Milieuverordening 2013. De grenzen zijn bepaald op basis van de resultaten van actuele geohydrologische modellen, die vertaald zijn naar topografisch herkenbare lijnen. Daarom lijkt de begrenzing onzorgvuldig. Als de beschermende aanduiding op de verbeelding staat is de Provinciale Milieu Verordening van kracht. Activiteiten die in strijd zijn met de PMV zijn niet toegestaan ook al biedt het bestemmingsplan die ruimte wel.
Pagina 90 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht
6. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1
Verslag inspraak en artikel 3.1.1 Bro overleg
Het ontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voor zover relevant voorgelegd aan de betrokken diensten van het rijk, waterschap en gemeente. Het plan wordt tevens gedurende de ontwerpfase in het kader van art 3.8 Wro en volgens afdeling 3.4 van de Awb ter inzage gelegd. Een ieder wordt gedurende deze periode in de gelegenheid een zienswijze op het plan in te dienen.
6.2
Verslag zienswijzen
Pm.
Pagina 91 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht
7. Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van ‘afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: • • •
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is: het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Planspecifiek Onderhavig plan betreft een consoliderend bestemmingsplan. Concluderend kan worden gesteld dat de economische uitvoerbaarheid niet relevant is.
Pagina 92 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht
8. Bijlagen Toelichting: 1. Beoordeling effecten evenementen & permanente bewoning Maarsseveense Plassen Edmond en Poot 2007 2. Effectenbeoordeling evenementen Maarsseveense Plassen Buwa 2015 3. Akoestisch rapport horeca 3 biggetjes Westbroekse Binnenweg 42a 4. ROM advies ODRU op akoestisch onderzoek 3 biggetjes Westbroekse Binnenweg 42a 5. Ruimtelijke onderbouwing Westbroekse Binnenweg 23 2017 6. ROM advies ODRU Westbroekse Binnenweg 23 7. Beleidsnota recreatie en toerisme 8. Ontwikkelplan recreatieschap 9. Ontwikkelingen in de landbouw 10. Wijzigingsplan De Berkenhof (vastgesteld) 11. Wijzigingsplan Molenpolder (vastgesteld) 12. Wijzigingsplan Veenhoeve (vastgesteld) 13. Wijzigingsplan De Vier Hoeven (vastgesteld) 14. Uitspraak Raad van State, ECLI:NL:RVS:2019:2652, 31 juli 2019 15. Wijzigingsplan Zwaluwpark (vastgesteld) 16. Wijzigingsplan Willemshof (vastgesteld) 17. Wijzigingsplan Kleihoeve (ontwerp) 1. 18 Wijzigingsplan Tuinbouwweg 19a en 19b (vastgesteld) 18. Wijzigingsplan Tuinbouwweg 7 (vastgesteld) 19. Overzicht aanpassingen 2e herziening 20. Overzicht gebouwen recreatiegebied Maarsseveense Plassen d.d. januari 2021 Regels: 1. Bijlage 1. regels. Beeldkwaliteitsplan Maarsseveense Plassen, Terra Incognita d.d. 14 september 2017 2. Bijlage 2. Regels Beeldkwaliteitsplan woongebieden Westbroekse Binnenweg d.d. 28 juni 2018 3. Bijlage 2. regels.
GVVP Stichtse Vecht - Nota Parkeernormen d.d. juli 2015 4. Bijlage 3. regels. uitvoeringsbeleid evenementen d.d. 19 april 2016 5. Bijlage 4. regels. VNG lijst bedrijfstypen met bodemrisico 6. Bijlage 5. regels. oppervlakteverharding
Pagina 93 Toelichting, Bestemmingsplan 2e herziening Maarsseveense Plassen e.o., Stichtse Vecht