CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

TOELICHTING (concept) bestemmingsplan Harmonieplein zuidblok.pdf

Commissie Fysiek Domein 9 januari 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4.: Vaststellen bestemmingsplan Harmonieplein Zuidblok37.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Hierna zijn de resultaten uit de aanvullende en actualiserende quickscan opgenomen. Gebiedsbescherming BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

66

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het meest nabijgelegen gebied behorend tot de NNN ligt op circa 90 meter. Het NNN hoeft niet getoetst te worden voor de zogenaamde ‘externe werking’. Bovendien zijn ook in de oude situatie diverse stedelijke functies binnen het plangebied aanwezig. De beoogde herontwikkeling leid naar verwachting niet tot een wezenlijk grotere invloed op de omgeving. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is de Oostelijke Vechtplassen op ruim 1.700 meter. De nieuwe situatie is geen verslechtering in vergelijking met de bestaande oude situatie. De ontwikkeling heeft dus geen wezenlijke invloed op de te beschermen waarden van het Natura 2000-gebied. Vanwege de afstand en de tussenliggende bebouwing zijn andere effecten dan stikstofuitstoot op voorhand uit te sluiten. In voorliggend geval is de het aspect stikstof nader onderzocht door het uitvoeren van Aerius-berekeningen. Onderzocht is of ten gevolge van de nieuwe ontwikkelingen sprake is van een stikstoftoename op Natura 2000. Hierbij zijn zowel de gebruiksfase- als de aanlegfase onderzocht, waarbij – indien noodzakelijk – tevens het cumulerend effect van de ontwikkelingen tezamen is beoordeeld.

Uit de rapportages volgt dat voor zowel de aanlegfase als de (gecumuleerde) gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Soortenbescherming In de natuurtoets is de aanwezigheid van huismussen reeds vastgesteld. Vanwege de aanwezigheid van huismussen wordt een ontheffing bij de provincie Utrecht aangevraagd. Er is door Laneco nader onderzoek uitgevoerd naar gierzwaluwen en vleermuizen. Hierna zijn de resultaten opgenomen. Voor het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 18. Gierzwaluw Vooral in het zuidelijke deel van het plangebied, en daarbuiten, is activiteit van gierzwaluw waargenomen. Binnen het plangebied zijn in totaal drie nesten van gierzwaluw vastgesteld, alle drie ter plaatse van Gaslaan 16. Als deze nestlocaties door de voorgenomen herontwikkeling verloren gaan, is voor het beschadigen en vernielen van nesten van gierzwaluw een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig en dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen.

Vleermuizen Bij het gerichte zomeronderzoek naar vleermuizen zijn zes soorten vleermuizen waargenomen: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis. Van gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en tweekleurige vleermuis zijn alleen foeragerende en passerende individuen waargenomen in en rondom het plangebied. Het plangebied is voor deze soorten niet van bijzondere betekenis. Van gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis zijn wel verblijfplaatsen vastgesteld binnen het plangebied. Aan de westzijde van Harmonieplein 51 zijn rustplaatsen van gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis vastgesteld. Verder zijn er drie paarverblijfplaatsen binnen het plangebied vastgesteld: één bij de Bolensteinsestraat 9 (gewone dwergvleermuis), één bij de bibliotheek aan het Harmonieplein 2 (gewone dwergvleermuis) en één bij het Harmonieplein 41 (ruige dwergvleermuis). Er kan niet worden uitgesloten dat deze verblijfplaatsen tijdens zachte winters door één of enkele dieren wordt gebruikt als winterverblijfplaats. Een dergelijke functie is niet als essentieel voor het voortbestaan van de soort te bestempelen. Er zijn verder geen zomer-, kraam- of massawinterverblijfplaatsen, vliegroutes of belangrijke foerageerplaatsen in en rondom het plangebied aangetroffen.

Als deze rust- en voortplantingsplaatsen verloren gaan door de voorgenomen herontwikkeling dient voor deze aantasting een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd en er dienen mitigerende maatregelen genomen te worden. Deze dienen uitgewerkt te worden in een projectplan wat bij de ontheffingsaanvraag gevoegd kan worden. Huismussen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

67

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld Er is een inventarisatie naar het leefgebied van de huismus uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten uit de inventarisatie opgenomen. De rapportage is opgenomen in bijlage 19. Rondom het plangebied zijn voldoende nestel-, foerageer- en schuilmogelijkheden aanwezig. In het plangebied zelf, bieden enkel de bibliotheek en de nestkasten rond de basisschool nestelplekken. Er zijn een aantal heggen en groene elementen in de vorm van struiken en bomen die dienen als schuil- of foerageerplek. Deze bevinden zich vooral rondom de school. Bij de parkeerplaats is het aanbod aan foerageerplekken gering. Dit is een beperkende factor voor de lokale huismuspopulatie. Met name in het broedseizoen hebben huismussen veel eiwitrijk voedsel (insecten, wormen, larven) nodig op een korte afstand van hun broedplek. De te slopen bibliotheek heeft een 80 meter geschikte dakrand. Om de school zijn 8 nestkasten waargenomen waar huismus van gebruik kan maken. Ook zijn 240 meter aan te verwijderen groene elementen (heggen en struikgewas) gemeten. Tevens worden negentien waardevolle bomen - bomen met een omvangrijke kroon verwijderd. Ten slotte zijn er kleine groepen (vier tot acht individuen) huismussen waargenomen aan de rand van het plangebied. Geschat wordt dat er maximaal 20 huismusparen gebruik maken van het dak van de bibliotheek.

Dit aantal betreft een ruime inschatting gezien de beperkte hoeveelheid scheef of loszittende dakpannen op het dak waaronder huismus kan nestelen. Ook is rondom de bibliotheek, het directe groen waar huismus van afhankelijk is, beperkt tot een paar bomen en hagen. Tevens zijn er buiten het plangebied een ruime hoeveelheid aan betere alternatieven (oude huisjes met dakpannen dak) met ruime hoeveelheden groen. Aan de inschatting van 20 huismusparen in het dak van de bibliotheek, kunnen 8 huismusparen worden opgeteld doordat er 8 nestkasten rond de school gelokaliseerd zijn waar huismus van gebruik kan maken. Ook dit betreft een ruime inschatting aangezien de nestkasten ook gebruikt kunnen worden door andere soorten zoals koolmees. Samengevat wordt het totaal aantal nesten in het plangebied gelokaliseerd rondom de school of in het dak van de bibliotheek, geschat op maximaal 28 nesten. Hiervoor dient, na aanvraag van een ontheffing en goedkeuring door de provincie als bevoegd gezag, gecompenseerd en gemitigeerd te worden. Tevens dient het te verwijderen geschikte groen opnieuw aangeplant te worden. Overige soorten Er zijn geen andere van belang zijnde waarnemingen gedaan. Bescherming houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt geen houtopstanden binnen de bebouwde kom (op grond van de Wet natuurbescherming), en is daarom niet van toepassing voor deze ontwikkeling.

Bomen Effect Analyse (BEA) Binnen het plangebied is een paardenkastanje aanwezig, op het schoolplein tegenover Bolensteinsestraat 22 te Maarssen. In het licht van de ontwikkeling van het plangebied Harmonieplein is het voornemen om parkeerplaatsen onder de kroonprojectie van deze boom aan te leggen. Deze paardenkastanje is opgenomen als monumentale boom op e Groene Kaart van de gemeente Stichtse Vecht, en wel onder nummer 92. Voor bomen die staan vermeld op de vastgestelde Groene Kaart geldt een vergunningplicht op grond van de Bomenverordening uit 2015. Om te beoordelen wat de effecten zijn van de ontwikkeling op de te handhaven boom is een Bomen Effect Analyse uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar bijlage 20 bij deze toelichting. De paardenkastanje tegenover Bolensteinsestraat 22 te Maarssen heeft een A status. Duurzame instandhouding van deze boom is derhalve de hoofdregel. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken. De boomtechnische kwaliteit van de boom is redelijk tot goed en staat dus een duurzaam voortbestaan van deze boom niet in de weg. De conditie vermindering die zichtbaar is, wordt mede veroorzaakt door de beperkte (ondergrondse) groeiruimte van de boom. Daarnaast speelt de aantasting door mineermot en bladvlekken ziekte een rol.

Vanwege de status en goede intrinsieke kwaliteit van deze boom dient alle inspanning gericht te zijn op duurzaam behoud van deze boom. Dat betekent de kwetsbare zone van de boom zoveel mogelijk respecteren (zie figuur 2 van het rapport). Duurzame instandhouding van de boom is mogelijk indien aan de volgende randvoorwaarden wordt voldaan:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

68

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld 1. 2. 3.

Geen (of minder) parkeerplaatsen onder de boom; Verbetering van de groeiplaats; Bescherming van de groeiplaats van de boom tijdens bouw en aanleg.

In de rapportage is nader beschreven welke specifieke maatregelen erbij de randvoorwaarden behoren. Er is ervoor gekozen om de gronden rondom de boom te voorzien van een groenbestemming, waarbinnen het aanleggen van verharding niet is toegestaan. Hiermee wordt aan het eerste punt voldaan. Daarnaast zal ook aandacht worden besteedt aan punt 2 en 3 van de randvoorwaarden. 5.7.3

Conclusie

Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de gebiedsontwikkeling Harmonieplein en de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Voor de ontwikkeling zijn door de provincie ontheffingen verleend aangaande huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Voor het verkrijgen van de ontheffing zijn tijdelijke maatregelen getroffen en worden permanente maatregelen getroffen in de vorm van nestkasten en nieuwe groenvoorzieningen. Binnen de gebiedsontwikkeling wordt invulling gegeven aan “natuur inclusief bouwen”. De onderzoeken maken onderdeel uit van de bijlagen bij de toelichting.

5.8

Water

5.8.1

Wettelijk kader

Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027. Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Provinciaal beleid De provincie Utrecht ziet zich bij het waterbeleid geconfronteerd met een sterk toenemende dynamiek. De provincie ziet in dit verband de volgende drie belangrijke opgaven in het waterbeleid voor de lange èn de korte termijn. 

Een maatschappelijk acceptabel overstromingsrisico: Hoogwater zal vaker voorkomen en de rivierafvoer wordt op termijn bemoeilijkt door een stijgende zeespiegel. Bodemdaling is een voortgaand proces in het westelijk deel van de provincie en in het Eemland.

Omgaan met wateroverlast èn waterschaarste: Meer neerslag zal vallen in hevigere buien. Afvoer- en bergingsmogelijkheden in het stedelijke en landelijk gebied worden zwaarder belast. Tegelijkertijd vergroten warmere en drogere perioden de vraag naar drink-, irrigatie- en koelwater. Natuurgebieden mogen niet verdrogen en moeten soortmigratie als gevolg van klimaatverandering kunnen faciliteren.

Een sterkere bijdrage van water aan het leefklimaat: De behoefte aan vaar- en recreatiewater neemt toe. Water is de drager van veel van de Utrechtse landschappen. Daarom moet water zichtbaarder gemaakt worden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

69

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld De provincie Utrecht ziet de ontwikkeling naar duurzame, robuuste systemen als een belangrijke maatschappelijke investering. Een geïntegreerde benadering van de watersystemen is daarvoor essentieel. Daarbij wordt gestreefd naar voldoende water van de gewenste kwaliteit, beperkte (maatschappelijk acceptabele) overlast, beperking van het energiegebruik, beperking van functieconflicten rondom water en een hoge belevingswaarde. Naast ingrijpen in het watersysteem zelf kan dit echter ook betekenen dat functies, de locatie daarvan en de wijze waarop die worden ingevuld ter discussie komen te staan. Beleid Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft het beleid vervat in het waterbeheersplan 2022-2027. Met het waterbeheerplan legt het waterschap vast hoe het invulling geeft aan de zorg voor de kerntaken. Het waterschap werkt samen met maatschappelijke partners aan een toekomstbestendige leefomgeving. De focus voor het Waterschap - en de rode draad in het WBP - ligt daarbij op samen werken aan een toekomstbestendig watersysteem. Het Waterschap doet dit vanuit:  De wettelijke taken van het waterschap om te zorgen voor waterveiligheid, voldoende water, gezond water en gezuiverd afvalwater en de maatschappelijke taken voor recreatie, cultuurhistorie en varen.

 Het besef dat de wereld snel verandert en de urgentie groot is om nú te handelen, om op tijd een toekomstbestendig watersysteem te hebben.  De overtuiging dat een toekomstbestendig watersysteem alleen mogelijk is, als het waterschap samen optrekt met haar maatschappelijke partners. In de planperiode richten de maatregelen van het waterschap zich op:  het voorkomen van overstromingen en het beperken van de gevolgen van een overstroming;  het op orde houden van het polder-, boezem- en grondwatersysteem, in samenwerking met andere betrokkenen, ook met het oog op klimaatverandering en goede waterkwaliteit en het feit dat het huidige watersysteem zijn grenzen bereikt.  het realiseren van een goede ecologische kwaliteit en een grote biodiversiteit.  op schoon effluent uit de zuiveringsinstallaties, duurzaam en veilig verwerken van reststoffen uit afvalwater en zoveel mogelijk nuttig hergebruiken van vrijkomende stoffen en energie.  het onderhouden en toegankelijk maken van het watererfgoed, het faciliteren van recreatie op en om het water in goede balans is met de natuurdoelen en het zorgen voor een goed onderhouden en veilig vaarwegennet. 5.8.2

Situatie plangebied

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Advies waterschap Het waterschap heeft een advies uitgebracht ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Hierna worden de van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten nader toegelicht. Algemeen Het plangebied is binnen een grondwaterbeschermingsgebied zoals bedoeld in de Provinciale Omgevingsverordening. Er worden binnen het plangebied geen risicovolle activiteiten toegestaan die mogelijk negatieve gevolgen hebben op het grond-/drinkwater.

In onderstaande situatie is de waterhuishoudkundige situatie in en rondom het plangebied weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

70

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld

Afbeelding 5.18

Waterhuishoudkundige situatie in en om het plangebied (Bron: Waternet)

Voor zover haalbaar moet worden voorkomen dat hemelwater moet worden afgevoerd. (bijv: geen of waterdoorlatende verharding toepassen, hemelwater infiltreren in de berm, etc.) De openbare ruimte moet zo worden ingericht dat hemelwater, bij hevige neerslag, tijdelijk in de openbare ruimte kan worden geborgen. Indien hemelwater toch moet worden afgevoerd, moet hemelwater gescheiden worden ingezameld en verwerkt. Dit geldt voor zowel het afstromende hemelwater in de openbare ruimte, als het afstromende hemelwater van percelen. De toe te passen methode voor transport (en eventueel verwerking) van hemelwater moet aansluiten bij het hemelwaterstructuurplan van de gemeente Stichtse Vecht. Dit betekent dat aansluiting moet plaatsvinden op reeds uitgevoerde of nog uit te voeren afkoppelprojecten. De mate waarin de openbare ruimte en voorzieningen voor inzameling, transport en verwerking van hemelwater bescherming tegen wateroverlast bieden moet worden getoetst. Hemelwaterafvoerriool moet in staat zijn te voorkomen dat bij een situatie die zich niet vaker dan 1 keer per 2 jaar voordoet (T=2) water--opstraat ontstaat. Bij uitvoering van de toets moet bui 08, zoals voorgeschreven door de Stichting Rioned, worden toegepast, inclusief een vermeerdering van 10 % meer intensiteit in verband met mogelijke toekomstige klimaatverandering.

De openbare ruimte moet zodanig zijn ingericht dat bij het optreden van een neerslaggebeurtenis T=100 + 10 %, een neerslaggebeurtenis die niet vaker dan 1 keer per 100 jaar voorkomt en is vermeerderd met 10 % meer intensiteit, geen wateroverlast ontstaat. Wat wordt gerekend tot overlast is beschreven in de beslisboom ‘Knelpunten water op straat situaties’ van Winnet in het Regionale Afvalwaterketenbeleid. Grondwater Bij de nieuwbouw moet gezorgd worden voor voldoende ontwateringsdiepte. Het waterschap heeft bij voorkeur geen drainage. Voor de bouw van de parkeerkelder (stallingsgarage) is een geohydrologisch onderzoek nodig om aan te tonen dat deze geen barrière voor het grondwater heeft. Daarnaast kan een Watervergunning nodig zijn voor grondwateronttrekking als meer dan 50 m 3/uur, of meer dan 15.000 m3 per maand of langer dan 6 maanden grondwater onttrokken gaat worden. Onttrekkingen van een geringe omvang zijn meldingpsplichtig. Waterkwaliteit Vanuit waterkwaliteit gelden er vanuit het waterschap de volgende uitgangspunten: BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

71

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld        

Vecht is een KRW lichaam waarvoor geldt dat de doelen nog niet zijn bereikt; gescheiden riolering (te klein project voor alternatieve sanitatie); bij voorkeur straatkolken met groter reservoir; frequent vegen pleinen en reinigen straatkolken; afhankelijk van de vervuiling van het hemelwater moet er een zuiverende voorziening worden geplaatst; voorkom bladval in oppervlaktewater; (voor zover oppervlaktewater aanwezig is) doorstroming in oppervlaktewater realiseren; geen uitlogende bouwmaterialen.

Bij de uitwerking van de plannen zal met bovenstaande uitgangspunten rekening worden gehouden. Voorliggend plan staat uitvoeren van de uitgangspunten niet in de weg. Waterrobuust bouwen Het plan sluit aan bij het principe ‘waterrobuust bouwen’. Verharding wordt tot een minimum beperkt. Vanwege het feit dat er per saldo geen sprake is van een toename van 1.000 m2 bebouwing of 1.500 m2 verharding is compensatie derhalve niet noodzakelijk. Daarnaast biedt het plan mogelijk om onderstaande maatregelen toe te passen:      

Slim maaiveldontwerp (hoogteverschillen in maaiveld); Wadi’s; Waterpasserende stenen (niet waterdoorlatend, want die gaan dichtzitten); Groen tegen hittestress; Fontein; Blauw-Groene daken.

De aanwezige verharding – en met name de toename ervan – bepaald voor een groot deel hoe het boezemsysteem door het regenwater wordt belast. Een te snelle afstroming van regenwater richting oppervlaktewater veroorzaakt snelle peilstijgingen in het boezemsysteem en brengt risico’s op wateroverlast met zich mee. In het kader van de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie is het inmiddels een landelijke verplichting om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen klimaatadaptief te ontwikkelen. De richtlijn vasthouden, bergen en afvoeren is daarbij van toepassing. Er is een scala aan maatregelen die hierin genomen kunnen worden. Onder meer wordt gedacht aan het aanleggen van groen en een waterelement op het nieuwe Harmonieplein. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal worden beoordeeld of bovenstaande maatregelen noodzakelijk/toepasbaar zijn. Energie/duurzaamheid Zoals aangegeven in paragraaf 5.10 wordt ingezet op duurzaamheid. Het plan staat zonnepanelen en zonnecollectoren toe. Het hemelwater zal niet worden afgevoerd via het vuilwaterriool, maar worden afgekoppeld. Mocht WKO worden toegepast dan dient rekening te worden gehouden met lozingen en een Waterwetvergunning bij ontwikkelen van bronnen. Advies waterschap Compensatie voor extra verharding is in voorliggend geval noodzakelijk. Vanaf 1000 m2 geldt daarvoor zelfs vergunningplicht.

Bijvoorbeeld laaggelegen land, een ondergrondse opslag en platte daken kunnende een waterbergende functie hebben. Een laaggelegen gebied mag alleen overstromen als de waterbergende functie in het bestemmingsplan staat. Het kan alleen overstromen als het gebied er voor is ingericht, en overtollig regenwater daadwerkelijk het gebied instroomt. Het water moet er ook weer weg kunnen, en de aanvrager moet zorgen dat dit op een gecontroleerde manier kan plaatsvinden. Uiteraard moet berging ook voldoende groot zijn. De aanvrager moet daarom aantonen dat het effect op het watersysteem gelijkwaardig is aan het effect van compensatie door aanleg van open water. Uitgangpunt is dat na realisering van extra verharding de belasting van het watersysteem in ieder geval niet zwaarder mag zijn dan voordien. Met andere woorden: de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

72

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld maximaal toegestane peilstijging in het systeem blijft gelijk, ook na de realisering van de verharding. Vuistregel daarbij is 10% oppervlaktewater graven of, uitgaande van een ontwerpbui van 70 mm/dag minimaal 7 m 3 alternatieve waterberging voor iedere 100 m2 extra verharding. Geschikte gebieden zijn bijvoorbeeld speelveldjes of groenstroken, waarvoor periodieke overstroming niet bezwaarlijk is. Bemalingsadvies AnteaGroup heeft voor voorliggend plan een bemalingsadvies opgesteld. Hierna zijn de conclusies uit het advies opgenomen. Voor het volledige advies wordt verwezen naar bijlage 21 bij deze toelichting. De geohydrologische berekeningen geven aan dat bij de gestelde uitgangspunten in circa 95 dagen (3 maanden) afgerond 46.500 m³ grondwater onttrokken zal worden. De risico’s als gevolg van de bemaling en de treffen maatregelen worden als volgt samengevat.

5.8.3

Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor de gebiedsontwikkeling Harmonieplein en de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Bij de inrichting van het nieuwe Harmonieplein dat onderdeel zal uitmaken van het bestemmingsplan van het Noordblok zal rekening worden gehouden met voldoende waterberging en klimaatadaptieve maatregelen. De pleinen bij het Kindcentrum worden klimaatadaptief uitgevoerd en er wordt op het dak sedum aangebracht. Binnen het Zuidblok is geen sprake van een toename aan verharding dat gecompenseerd moet worden. Er wordt binnen het zuidblok rekening gehouden met klimaatadaptieve maatregelen zoals de adviezen inzake afkoppelen van regenwater.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

73

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld

5.9

Parkeren en verkeer

5.9.1

Parkeren

De onderzoeken en uitgangspunten Voor de vaststelling van het bestemmingsplan voor het zuidblok zijn de parkeerbalans en de parkeerdruk- en parkeerduurmeting in 2023 geactualiseerd. Bij het opstellen van de parkeerbalans van 2023 zijn de volgende zes stappen gevolgd: 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Bepalen van het parkeerbeleid: Het parkeerbeleid van de gemeente Stichtse Vecht vormt het vertrekpunt van de parkeerbalans (gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan deel B: Beleidsnota parkeren). In het beleid staan zaken zoals de geldende parkeernormen, aanwezigheidspercentages en acceptabele loopafstanden; Bepalen van het onderzoeksgebied en de deelgebieden: In dit geval is het onderzoeksgebied het gehele plangebied van de gebiedsvisie “Harmonieplein”. De deelgebieden zijn de verschillende planfases zuidblok en noordblok. Het kindcentrum en bijbehorende parkeerplaatsen zijn inmiddels gerealiseerd en worden in de parkeerbalans van 2023 gezien als bestaande functie; Definiëren van het onderzoeksgebied: Dit gaat over de stedelijkheidsgraad en stedelijke zone. De stedelijkheidsgraad en stedelijke zone zijn vastgelegd in eerdergenoemd parkeerbeleid. Voor dit plan is de stedelijkheidsgraad “sterk stedelijk” en de stedelijke zone “schil centrumgebied”. Inventarisatie van de parkeervraag- en aanbod: Met een parkeerbalans wordt zowel de huidige als toekomstige parkeervraag berekend. De parkeervraag ontstaat door de aanwezige of nog te realiseren functies. Daarnaast speelt het parkeeraanbod een rol, bestaande uit het huidig aantal en/of de geplande parkeerplaatsen.

Wat betreft het aanbod is gerekend met de aanleg van 58 (Harmonieweg) + 24 (zuidblok eigen terrein) + 15 (Gaslaan) parkeerplaatsen. De geplande parkeerkelder met 31 parkeerplaatsen onder het noordblok is in het onderzoek buiten beschouwing gelaten. Daarnaast is het mogelijk om binnen de regels van het parkeerbeleid gebruik te maken van parkeercapaciteit in het aangrenzende gebied (restcapaciteit). In de parkeerbalans voor 2023 zijn het kindcentrum met de 14 gerealiseerde parkeerplaatsen niet meer benoemd. Deze vallen nu binnen de bestaande restcapaciteit. Omdat er sprake is van bestaande functies (theater, maatschappelijke/commerciële dienstverlening en bibliotheek) die op grond van het geldende bestemmingsplan zijn toegestaan, mag deze parkeervraag gesaldeerd worden. Berekening benodigd aantal parkeerplaatsen: Met de parkeernormen en de aanwezigheidspercentages uit het parkeerbeleid wordt de parkeervraag per periode bepaald. In deze stap wordt gekeken naar hoe en wanneer parkeerplekken worden gebruikt. Sommige parkeerplekken zijn bijvoorbeeld alleen tijdens kantooruren bezet, terwijl anderen 's avonds of in het weekend vol zijn. Door dit goed te bekijken, kan er beter besloten worden welke parkeerplekken samen gebruikt kunnen worden. Bepalen van (on)balans: De verhouding tussen parkeervraag- en aanbod geeft aan of in een bepaald gebied het parkeren in balans is.

In het GVVP deel B Nota parkeernormen van juli 2015 zijn de parkeernomen voor de verschillende functies genoemd. Zie voor de parkeernormen de tabel hieronder. Een parkeernorm bestaat altijd voor een deel (0.3) uit bezoekers parkeren. In de hieronder staande tabel is die apart benoemd. Zoals hierboven aangegeven valt de gebiedsontwikkeling binnen het schil/overloopgebied; een tegen de centrumzone aangelegen gebied dat mengfuncties van wonen, werken en winkelen heeft. Het totale plangebied wordt gekenmerkt als “sterk stedelijk”. De parkeernormen die in de parkeerbalans zijn gebruikt zijn hoog. De huurwoningen in het zuidblok worden verhuurd als zorgwoningen. Voor dit type woningen geldt normaal gesproken een parkeernorm van 0,5 of lager. Uit de praktijk blijkt namelijk dat bewoners van zorgwoningen vaak geen auto meer bezitten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

74

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld Bij de parkeerdruk- en parkeerduurmeting is er gedurende twee weken op meerdere momenten in de week (dag en nacht) geteld hoeveel parkeerplaatsen er nog vrij zijn in en in een zone van 200 meter rond het plangebied. Zo kun je aflezen hoe de bestaande parkeerdruk in en rond het plangebied is en of er nog sprake is van restcapaciteit. Om de restcapaciteit te bepalen wordt uitgegaan van een maximale bezettingsgraad. Die is voor de meeste straten niet 100% maar 85% en in de nacht 90%. Gezamenlijk geven de theoretische parkeerbalans en de feitelijke parkdruk- en parkeerduurmeting een goed beeld van de bestaande en de nieuwe parkeersituatie in en rond het plangebied.

Bron: parkeerbalans bouwblok zuid (Exante) 2023

Het parkeeraanbod vanuit de gebiedsontwikkeling en de restcapaciteit De parkeerdruk- en parkeerduurmeting van 2023 laat zien dat er op verschillende momenten van de dag en in de week sprake is van voldoende restcapaciteit. Er is geen sprake van een bestaand tekort. Deze restcapaciteit mogen we op grond van ons beleid gebruiken tot een maximale bezettingsgraad. Er worden voor de totale gebiedsontwikkeling Harmonieplein extra parkeerplaatsen aangelegd op eigen terrein of in de openbare ruimte. In totaal kunnen er in het plangebied 97 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Van deze 97 parkeerplaatsen zijn 42 parkeerplaatsen nu al aanwezig. Met andere woorden, naast de 42 al bestaande parkeerplaatsen kunnen nog 55 extra parkeerplaatsen worden aangelegd in het plangebied ten behoeve van het noordblok en zuidblok. De bestaande parkeerplaatsen zijn nu openbaar.

locatie

aantal parkeerplaatsen dat wordt aangelegd

Gaslaan (deel ter hoogte kindcentrum)

15

parkeerplekken die verdwijnen

al gerealiseerd

7 parkeerplaatsen zijn al enkele jaren informeel in gebruik. Binnen de parkeerbalans wordt voor de Gaslaan dus uitgegaan van 15 extra parkeerplaatsen ten opzichte van de 7 al gerealiseerde parkeerplaatsen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

75

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld Harmonieweg

58

29

Nog niet. Er worden wel 8 parkeerplaatsen gerealiseerd in de tijdelijke situatie (circa 5 jaar) naast de bestaande 29 parkeerplaatsen.

Zuidblok

24

13

Nog niet. Dit is eigen terrein dus speelt verder geen rol bij dubbelgebruik.

Totaal

97

42

Uitsnede tekening bestaande parkeerplaatsen plangebied

Uitsnede tekening openbare ruimte rond kindcentrum aan de zijde van de Gaslaan en Bolensteinseweg. Aan de Bolensteinseweg zijn14 parkeerplaatsen gerealiseerd t.b.v. het kindcentrum. In het voorlopig ontwerp van de openbare ruimte wordt uitgegaan van 17 + 5 = 22 parkeerplaatsen in de Gaslaan. Omdat 7 parkeerplaatsen nu al informeel gebruikt worden gaan we in de parkeerbalans uit van 15 extra parkeerplaatsen. Een deel van de parkeerplaatsen is nu ingericht als tijdelijke groenvakken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

76

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld

Uitsnede tekening tijdelijke inrichting (5 jaar) aan Harmonieweg en Harmonieplein met 8 extra parkeerplaatsen naast de bestaande 29 parkeerplaatsen en een tijdelijke groenvoorziening die door de school gebruikt kan worden. In de definitieve inrichting wordt voor dit gebied uitgegaan van 31 + 27 = 58 parkeerplaatsen.

Uitsnede inrichtingstekening zuidblok (fiets)parkeren op eigen terrein.

De parkeervraag voor het zuidblok In het zuidblok worden 50 woningen gerealiseerd waarvan 24 sociale huurwoningen, 12 middeldure huurwoningen, 9 koopappartementen en 4 grondgebonden woningen. De monumentale villa aan de Gaslaan 16 wordt als woning hersteld. Voor de villa geldt een norm van 1,9 parkeerplaats per woning (p.p.w.) en voor de koopwoningen/-appartementen geldt een norm van 1,7 p.p.w. Omdat de zorgwoningen als (sociale) huurwoningen worden verhuurd is in de parkeerbalans rekening gehouden met de norm voor dit type woningen, namelijk 1,2 p.p.w. Deze norm is hoger dan gebruikelijk voor zorgwoningen waarvoor normaal gesproken een norm van 0,5 wordt voorgeschreven. Alle voorgenoemde normen hebben een bezoekerscomponent in zich van 0,3. In de parkeerbalans is deze bezoekerscomponent apart benoemd. Ook voor de 100m2 centrumfunctie is een norm gehanteerd uit het GVVP.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

77

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld

Bron: parkeerbalans bouwblok zuid (Exante) 2023

De parkeervraag voor het zuidblok is 72 parkeerplaatsen. Deze parkeervraag is echter niet op elk moment van de dag gelijk. Voor een deel zal sprake zijn van dubbelgebruik. In de parkeerbalans wordt daarom uitgegaan van dagdelen waarop er een bepaalde parkeervraag is en een bepaald aanbod aan parkeerplaatsen. Uit de parkeerbalans van 2023 blijkt dat op het drukste moment van de dag de parkeervraag voor het zuidblok 60 parkeerplaatsen is. Dit is op de werkdagavond en is alleen de parkeervraag voor de nieuwe functies. Als de parkeervraag van de te vervallen functies in mindering wordt gebracht dan is het drukste moment de werkdagnacht. Op dat moment neemt de parkeervraag toe met 52 parkeerplaatsen.

Bron: parkeerbalans bouwblok zuid (Exante) 2023

Een deel van de parkeervraag, 24 stuks, wordt op eigen terrein opgelost (22 parkeerplaatsen achter de appartementen en grondgebonden woningen en 2 parkeerplaatsen op het terrein van de monumentale villa aan de Gaslaan). De parkeerplaatsen op eigen terrein zijn alleen beschikbaar voor de betreffende bewoners en spelen geen rol in het kader van dubbelgebruik. Naast de parkeerplaatsen die al aanwezig waren en dubbel worden gebruikt op de verschillende momenten van de dag neemt in de nachtperiode (alle bewoners zijn dan thuis) de parkeervraag in de openbare ruimte toe met 29. De parkeerbalans laat zien dat de parkeerplaatsen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

78

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld die worden aangelegd en de aanwezige restcapaciteit in en 200 meter rond het plangebied voldoende zijn om de parkeervraag op te vangen.

Bron: parkeerbalans bouwblok zuid (Exante) 2023

De parkeervraag voor het noordblok In het noordblok worden 31 appartementen gerealiseerd. Voor deze koopwoningen is in de parkeerbalans rekening gehouden met de hoge parkeernorm van schil/overloopgebied, namelijk 1,7 p.p.w. De norm heeft een bezoekerscomponent in zich van 0,3. Daarnaast is rekening gehouden met de horecafunctie (350m2) en bibliotheek (350m2). De eerder geplande parkeergarage voor 31 parkeerplaatsen is financieel niet langer haalbaar en vervalt. De parkeervraag wordt daarom geheel bovengronds opgevangen. De parkeervraag voor het noordblok is 65 parkeerplaatsen. Uit de parkeerbalans van 2023 blijkt dat op het drukste moment van de dag de parkeervraag 51 is. De koopavond is het maatgevende moment. Door de ontwikkeling vervalt de parkeervraag van de bestaande bibliotheek. Deze parkeervraag is daarom in mindering gebracht (gesaldeerd). Hierdoor is de totale parkeervraag lager, namelijk 46 parkeerplaatsen. De koopavond blijft het maatgevende moment. De parkeerbalans laat zien dat de parkeerplaatsen die worden aangelegd en de aanwezige restcapaciteit in en 200 meter rond het plangebied voldoende zijn om parkeervraag op te vangen.

Bron: parkeerbalans bouwblok zuid (Exante) 2023

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

79

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld De parkeerbalans De parkeerdruk- en parkeerduurmeting geeft een goed beeld van de bestaande parkeersituatie en restcapaciteit. Het onderzoek van 2023 laat zien dat er op verschillende momenten van de dag en in de week sprake is van voldoende restcapaciteit in en 200 meter rond het plangebied. Deze restcapaciteit mogen we op grond van het beleid gebruiken tot de maximale bezettingsgraad. Nu de parkeergarage onder het noordblok niet wordt gemaakt vervallen 31 parkeerplaatsen op eigen terrein. De parkeervraag van het noordblok zal dus geheel boven de grond moeten worden opgevangen. Er zal daarom een grotere aanspraak worden gedaan op de aanwezige restcapaciteit. Uit de parkeerbalans blijkt dat de nieuw aan te leggen parkeerplaatsen in combinatie met de aanwezige restcapaciteit in theorie voldoende zijn om de parkeervraag van het zuidblok en het noordblok op te kunnen vangen. In de parkeerbalans wordt rekening gehouden met dubbelgebruik en saldering van de parkeervraag van de functies die verdwijnen. Het salderen is juridisch toegestaan, omdat de geldende bestemmingen de functies nog altijd toelaten. Ook bij langdurige leegstand van gebouwen. In de parkeerbalans wordt o.a. uitgaan van saldering van de parkeervraag van een theater.

De toegepaste saldering voor het theater geeft echter een vertekend beeld ten opzichte van de werkelijkheid. Het aantal parkeerplaatsen dat we juridisch mogen verrekenen is in werkelijkheid maar voor een deel aanwezig. Als we de parkeervraag van het theater helemaal niet salderen zien we in de parkeerbalans dat een hogere parkeerdruk ontstaat dan als we wel uitgaan van salderen. We mogen hierbij niet uit het oog verliezen dat de bestaande gebouwen, waaronder het theater, een geldende maatschappelijke bestemming hebben met een zekere parkeervraag. Met andere woorden, als de gebiedsontwikkeling niet gerealiseerd wordt en er komt een andere maatschappelijke functie in het theater, zal de parkeervraag van deze nieuwe functie hoe dan ook een druk gaan leggen op het centrumgebied en aldaar aanwezige restcapaciteit. Als we het bovenstaande in ogenschouw nemen dan kunnen we concluderen dat de parkeerdruk in en 200 meter rond het plangebied sowieso zal toenemen. Vooral in de avonden zal deze toegenomen parkeerdruk merkbaar zijn. Dat de druk hoog is in een centrumomgeving is niet ongebruikelijk. Bewoners en bezoekers zullen op sommige momenten van de dag langer moeten zoeken naar een parkeerplaats. De consequentie kan zijn dat er in de toekomst parkeerregulerende maatregelen genomen moeten worden.

Aan de andere kant kan het in de praktijk meevallen wat betreft de parkeervraag van het zuidblok en noordblok. In de parkeerbalans wordt nog steeds uitgegaan van vrij hoge parkeernormen voor de woningen en aanvullende centrumfuncties (zie tabel hieronder). Daarnaast is voor de sociale en middeldure huurwoningen gerekend met een parkeernorm van 1,2 (incl 0,3 bezoekers) terwijl deze woningen straks worden verhuurd als zorgwoningen. Voor dit type woningen geldt normaal gesproken een parkeernorm van 0,5 of lager. Uit de praktijk blijkt namelijk dat bewoners van zorgwoningen vaak geen auto meer bezitten. Conclusie Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de gebiedsontwikkeling Harmonieplein en de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Uit de onderzoeken blijkt dat de nieuw aan te leggen parkeerplaatsen in combinatie met de aanwezige restcapaciteit voldoende zijn om de parkeervraag van het zuidblok en het noordblok op te kunnen vangen. Ook nu de parkeerkelder voor 31 woningen onder het noordblok niet meer gerealiseerd wordt. De parkeerdruk wordt wel hoger maar dit is niet ongebruikelijk in een centrumomgeving. Vooral in de avonden zal de toegenomen parkeerdruk merkbaar zijn en moeten mensen langer naar een plek zoeken. De hoge parkeerdruk kan ertoe leiden dat in de toekomst parkeerregulerende maatregelen genomen moeten worden.

De onderzoeken maken onderdeel uit van de bijlagen bij de toelichting. 5.9.2

Ontsluiting en verkeersafwikkeling

Autoverkeer afwikkelen Voor de afwikkeling van het verkeer wordt gebruik gemaakt van de bestaande wegenstructuur. De bewoners van het zuidblok zullen op verschillende plekken in het gebied parkeren. Een deel van deze bewoners zal

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

80

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld parkeren op eigen terrein (24 parkeerplaatsen). Verder wordt in de Gaslaan en aan de Harmonieweg (parkeerterrein bij het noordblok) voorzien in de parkeerbehoefte van het zuidblok. De parkeerplaatsen op eigen terrein zijn bereikbaar via de weg “Harmonieplein”. Zij delen de in-/uitrit met het appartementencomplex dat op de plek van de voormalige brandweerkazerne is gekomen. De weg “Harmonieplein” takt aan op de Kerkweg en zo op de 1e rotonde van de Straatweg. Bij het ontwerpen van het inrichtingsplan zal aandacht zijn voor het drukke fietspad dat langs de in-/uitrit van het zuidblok en het appartementencomplex loopt. De parkeerplaatsen aan de Gaslaan zijn bereikbaar via de 2e rotonde op de Straatweg. De bewoners van het noordblok zullen parkeren op het parkeerterrein aan de “Harmonieweg”. Deze parkeerplaatsen zijn bereikbaar via de Bolensteinsestraat gelijk aan de bestaande situatie. Het autoverkeer van en naar het kindcentrum kan eveneens worden afgewikkeld via de bestaande wegenstructuur. Het kindcentrum heeft 2 hoofdentrees, namelijk de entree van het kinderdagverblijf aan de Bolensteinseweg en de entree van de twee basisscholen en de gymzaal aan het nieuwe Harmonieplein (in de huidige situatie de Harmonieweg). Het kindcentrum kan met de auto op twee manieren worden aangereden, namelijk via: 1.

Breedstraat-Bolensteinsestraat-Bolensteinseweg; 2. 2e rotonde Straatweg-Bolensteinseweg. De parkeerplaatsen aan de Bolensteinseweg en de Harmonieweg sluiten aan op deze routes. Gebruikers van het kindcentrum zullen in de eerste plaats de auto aan de Bolensteinseweg parkeren. Hier zijn 14 parkeerplaatsen voor aangelegd. Als het kind is afgezet kunnen ze via de Wilhelminaweg terug rijden naar de Straatweg of via de Bolensteinseweg terugrijden naar de 2e rotonde Straatweg. Het gebied van de Bolensteinseweg is als “schoolzone” aangegeven, zodat automobilisten zich bewust zijn van kwetsbare verkeersdeelnemers. Daarnaast zijn de 14 parkeerplaatsen voorzien van een verhoging (drempel). Aangezien de entree van de twee basisscholen en de gymzaal aan het nieuwe Harmonieplein komen te liggen is het mogelijk dat deze gebruikers ook het parkeerterrein bij het noordblok gebruiken. Zeker als ze aan komen rijden via route Breedstraat-Bolensteinsestraat en vrije ruimte zien op dit parkeerterrein. Opheffen knip in de Gaslaan In het stedenbouwkundig plan en voorlopig ontwerp voor de openbare ruimte is ruimte opgenomen om aan de Gaslaan 15 extra parkeerplaatsen te realiseren verdeeld over beide zijden van de straat (tweezijdig langsparkeren). De Gaslaan is geen doorgaande weg meer, omdat er is in de jaren 90 een knip is aangebracht.

Hierdoor ontstaat een onoverzichtelijk en onveilig keerpunt halverwege de Gaslaan. Zeker in de buurt van het kindcentrum is dat ongewenst. Als aan beide zijden van de Gaslaan wordt geparkeerd dan moet er 1 richtingsverkeer worden ingevoerd en zal een doorgaande route moeten worden gecreëerd. Om dit uit te voeren zijn in 2021 de opties onderzocht om de Gaslaan opnieuw open te stellen als doorgaande route, conform het voorstel in het stedenbouwkundig plan of het creëren van een nieuwe ontsluiting die rechtstreeks uitkomt op de Straatweg. Het onderzoek wijst uit dat het creëren van een nieuwe ontsluiting rechtstreeks op de Straatweg ingrijpende en dure aanpassingen tot gevolg (verplaatsen bushalte, oversteken fiets- en voetpad) heeft. Het opheffen van de knip in de Gaslaan blijft dan al enige haalbare optie over als de bovengenoemde parkeerplaatsen in de Gaslaan worden gerealiseerd. De rijrichting zal zijn van de Bolensteinseweg (in) naar de Kerkweg (uit). Het onderzoek toont aan dat er geen grootschalige wijzigingen in het wegvak van de Gaslaan of Kerkweg nodig zijn. Wel is het wenselijk de bebording en inritconstructie bij de kruising met het fietspad aan te passen. De Gaslaan is breed genoeg om als doorgaande weg dienst te doen, hetgeen ook jaren zo was. Voor het opheffen van de knip is een apart verkeersbesluit nodig.

Verkeersintensiteiten In 2021 is een verkeersonderzoek gedaan naar de verkeersafwikkeling en verkeersintensiteiten. Binnen het onderzoek is geen rekening meer gehouden met de verkeersaantrekkende werking van een theater. In 2023 is

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

81

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld hierop nog een aanvullend advies gekomen. Wat betreft de verkeersafwikkeling en verkeersintensiteiten blijkt dat de drie ontwikkellocaties (kindcentrum, zuidblok en noordblok) zorgen voor een beperkte hoeveelheid extra verkeer maar dit blijft voor de bijna alle wegen binnen de daarvoor geldende streefwaarden van het CROW. Er zijn geen ingrijpende verkeersmaatregelen nodig. Het autoverkeer op de Kerkweg ligt boven de streefwaarde van het CROW, echter ligt hier voor het deel waar de meeste fietsers komen een vrij liggend fietspad waarmee alsnog voldaan wordt aan de richtlijnen van het CROW. Verder is de Kerkweg een GOW30 weg geworden en voldoet deze aan de daarvoor geldende inrichtingsvoorwaarden. Een GOW30 weg is een weg waar de functie van gebiedsontsluiting dominant is, maar waar ook erftoegang mogelijk is. De snelheidslimiet is 30 km/uur en fietsers rijden op fietsstroken of vrijliggende fietspaden. De inrichting van de weg moet zorgen voor een geloofwaardige en uniforme snelheidslimiet en een herkenbare weg voor de weggebruiker. De kerkweg voldoet hieraan. Er zijn geen ingrijpende maatregelingen noodzakelijk. Wel is het wenselijk, in geval de knip in de Gaslaan wordt opgeheven, de bebording en inritconstructie bij de kruising met het fietspad aan te passen.

Fietsverkeer afwikkelen Het bestaande fietspad over het bestaande Harmonieplein betreft een hoofdverbinding voor fietsverkeer. Omdat het fietspad vrij ligt van het autoverkeer ontstaat voor fietsers een veilige situatie. De verkeerssituatie rondom het fietspad blijft ongeveer gelijk aan de huidige situatie. Er zijn een paar plekken die bij de nieuwe inrichting van de openbare ruimte aandacht verdienen, omdat fietsers geconfronteerd worden met kruisend autoverkeer. Dat zijn de bestaande kruisingen Harmonieplein-Kerkweg-Gaslaan en HarmoniepleinBolensteinsestraat en de nieuwe plek bij de uitgang van het Zuidblok. Vooral bij de kruising HarmoniepleinKerkweg-Gaslaan is het wenselijk de bebording en inritconstructie bij de kruising met het fietspad aan te passen. De entree van de twee basisscholen komt aan de kant van het nieuwe Harmonieplein, hetgeen voor de schoolkinderen veilig is. Het plein is namelijk vrij van autoverkeer. Er wordt binnen de gebiedsontwikkeling rekening gehouden met plekken voor het stallen van fietsen. Conclusie Er wordt voor de ontsluiting van het plangebied gebruik gemaakt van de bestaande wegen en paden. Wat betreft de verkeersafwikkeling zijn geen ingrijpende maatregelen te verwachten, anders dan het op sommige punten aanbrengen of aanpassen van bebording en wegmarkering.

Wel is het wenselijk, in geval de knip in de Gaslaan wordt opgeheven, de bebording en inritconstructie bij de kruising met het fietspad aan te passen. De onderzoeken maken onderdeel uit van de bijlagen bij de toelichting.

5.10

Duurzaamheid

5.10.1. Wettelijk kader De wettelijke eisen voor duurzaamheid zijn te vinden in het Bouwbesluit. Om hieraan te toetsen zal bij de daadwerkelijke aanvraag omgevingsvergunning een EPC berekening alsook een MPG berekening opgesteld moeten worden. Rijksbeleid In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de betekenis, toekomst en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten, waaronder ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Bij (her)ontwikkelingen wordt voorkomen dat het risico op schade en slachtoffers door overstromingen of extreem weer toeneemt, voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. Er dient voldoende ruimte behouden en gereserveerd te worden voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen. Provinciaal beleidskader Het provinciaal beleid is vastgelegd in de Provinciale Omgevingsvisie. Bijbehorende kaders zijn vastgelegd in de Interim Provinciale Omgevingsverordening. Het plangebied ligt binnen stedelijk gebied. Dit betekent dat de toelichting op een ruimtelijk plan een beschrijving moet bevatten op welke manier rekening is gehouden met

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

82

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen (art. 3.1 lid 3). Bij het opstellen van een ruimtelijk plan voor deze locatie dient dan ook een duurzaamheidsparagraaf te worden opgenomen. Hierbij kan ingegaan worden op de mogelijk toepasbare maatregelen. Gemeentelijk beleid In 2022 heeft de gemeente Stichtse Vecht het convenant Duurzaan Bouwen provincie Utrecht ondertekend, Het de ondertekening van het convenant zijn de ambities die de gemeente heeft t.a.v. duurzaamheid vastgelegd. Met het convenant Duurzaam Bouwen ontstaat een gelijk speelveld voor alle bouwers en komt er duidelijkheid over normen voor duurzaamheid bij nieuwbouwprojecten. Daarbij is het belangrijk dat partijen uit de gehele bouwketen zijn aangesloten. In deze woonvisie verankeren we de ambities van het convenant. Het convenant Duurzaam Bouwen kent drie ambitieniveaus: brons, zilver en goud. Stichtse Vecht heeft getekend voor het ambitieniveau brons. De ambitieniveaus vormen een geleidelijke schaal. De ambities van het convenant worden bij gebiedsontwikkelingsprocessen en bouwprojecten gebruikt, o.a. bij anterieure overeenkomsten, omgevingsplannen en borging in tenderbeleid.

Door één kader te gebruiken voor de verschillende duurzaamheidsthema’s worden verschillende (wettelijke) eisen en ambities (zoals BENG, MPG, Convenant Houtbouw, Samen versnellen naar het Nieuwe Normaal, Basisveiligheidsniveaus, Klimaatbestendige Nieuwbouw) met dezelfde uniforme methodiek uitgevraagd. In 2019 heeft de gemeente in de actualisatie van de woonvisie 2017 – 2022 vastgelegd dat alle nieuwbouw moet voldoen aan ‘Nul op de meter’, dat wil zeggen een energieneutraal gebouw waarbij evenveel energie duurzaam wordt opgewekt als de hoeveelheid energie die verbruikt wordt. Uit de evaluatie met de corporaties komt naar voren dat dit voor met name gestapelde bouw financieel niet haalbaar is voor ontwikkelende partijen. Daarnaast is het ook niet altijd mogelijk om het technisch op te lossen. De wettelijke norm voor duurzame energieopwekking is 50% bij grondgebonden woningen en 40% bij gestapelde bouw. Brons betekent 100%, ofwel energieneutraal, bij grondgebonden woningen en 80% bij gestapelde bouw. Dat is dus een verlaging van de ambitie uit 2019 maar wel een plus op de wettelijke norm. Zilver is bij deze parameter gelijk aan brons. Goud betekent 125% , ofwel energieleverend, voor grondgebonden woningen en 100%, ofwel energieneutraal, voor gestapelde bouw. Het ambitieniveau brons legt de gemeente op aan de ontwikkelende partijen.

Maar de wens van de gemeente is dat er op onderdelen ook naar zilver of goud wordt gestreefd. Want dan is pas echt sprake van toekomstbestendig bouwen. Als gemeente werken we mee aan projecten waar de ambities hoger liggen. We blijven echter afhankelijk van de medewerking van projectontwikkelaars die een hoger ambitieniveau willen nastreven. De extra investeringen komen in de exploitatie terug, niet alleen in geld, zij betekenen ook betere woonvoorzieningen (koelte, comfort, lagere energierekening, groene omgeving, eenvoudiger aan te passen en dus langer kunnen blijven wonen op dezelfde plek). Ambitie Brons Dat is een basisniveau waarbij de wettelijke normen het uitgangspunt vormen en er op diverse onderdelen een kleine plus wordt gerealiseerd. Bij het convenant Duurzaam Bouwen hoort een toetsingskader voor nieuwbouwprojecten met indicatoren die per ambitieniveau een andere waarde hebben. Om de verschillende aspecten van toekomstbestendige woningbouw terug te laten komen in het toetsingskader is gekozen om de indicatoren te formuleren aan de hand van de volgende zes thema’s. - Energie - Circulaire economie - Klimaatadaptatie - Natuurinclusiviteit en biodiversiteit - Duurzame mobiliteit - Gezonde leefomgeving

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

83

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld

Natuurinclusief bouwen In Stichtse Vecht worden we omgeven door prachtige natuur. Door de natuur een volwaardige plek te geven in bouwprojecten ontstaat een aantrekkelijke, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier. In de (ontwerp)Omgevingsvisie geeft de gemeente aan dat ze streeft naar natuurinclusief en klimaat bestendig bouwen bij haar verstedelijkingsopgave en daarmee een bijdrage wil leveren aan een gezond functionerend stedelijk ecosysteem. Dit 'Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen in Stichtse Vecht’ wordt ingezet als middel om dat te bereiken. De eerste bouwsteen van natuurinclusief bouwen is natuur in het gebouw: het inbouwen van verblijfsplaatsen in woningen, bijvoorbeeld via neststenen. Dit is noodzakelijk voor diersoorten die voor hun broedgelegenheid van gebouwen afhankelijk zijn, zoals huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. De tweede bouwsteen is natuur aan, op en om de woning: groene daken en gevels en natuurlijke tuinen met egeldoorgangetjes en groene erfafscheidingen. De derde bouwsteen is natuur in de buurt: het toepassen van meer groen en blauw in de directe woonomgeving, zoals bomen en natuurvriendelijke oevers, en het aanleggen van groene en blauwe verbindingen met andere delen van de stad of het buitengebied.

Alle drie de bouwstenen vergroten de biodiversiteit, leefbaarheid en natuurbeleving; de laatste twee bouwstenen vergroten ook de klimaatbestendigheid van het gebied. Met dit puntensysteem streven we in Stichtse Vecht in eerste instantie naar: a. b.

de instandhouding en versterking van het leefgebied van gebouw gebonden soorten. Dit doen we door verblijfsmogelijkheden te creëren in gebouwen en de omgeving geschikt te maken. het behouden en versterken van de biodiversiteit Dit doen we door bijvoorbeeld het aanleggen van groene daken en gevels, het planten van bomen of het creëren van amfibieënpoelen.

Daarnaast dragen de maatregelen in het puntensysteem ook bij aan: c. d.

de klimaatbestendigheid van het gebied. De aanleg van groen gaat hittestress en droogte tegen en helpt bij wateroverlast. gezonde bewoners. Natuurinclusief bouwen vergroot de levenskwaliteit van mensen, die gezonder en gelukkiger zijn wanneer ze omringd zijn door natuur.

5.10.2 Situatie plangebied De gebiedsontwikkeling Harmonieplein, waar het zuidblok onderdeel vanuit maakt moet voldoen aan de ambitie “brons” of hoger in de convenant Duurzame Bouwen provincie Utrecht en het beleid t.a.v. Natuurinclusief bouwen (puntensysteem). Duurzaamheid vormt bij de gebiedsontwikkeling Harmonieplein een belangrijk uitgangspunt en sluit aan op de gemeentelijke ambities en de landelijke en regionale ontwikkelingen. Er wordt gekozen voor het gebruik van duurzame materialen, hergebruik van materialen (circulair bouwen), natuur-inclusief en klimaat-adaptief bouwen en het opwekken van duurzame energie. De nieuwe gebouwen worden natuur-inclusief uitgevoerd. Er wordt ruimte geboden voor vogels, insecten en vleermuizen om zich te vestigen. Dat kan met speciale nestvoorzieningen en/of groenvoorzieningen. Verder worden de gebouwen zo uitgevoerd dat het hemelwater is afgekoppeld van het riolering stelsel en apart wordt afgevoerd of opgevangen. Voor de openbare ruimte wordt eveneens rekening gehouden met duurzaamheid. De nadruk ligt op het gebruik van duurzame materialen en waar mogelijk hergebruik van materialen. De openbare ruimte moet klimaatbestendig zijn door ruimte te bieden voor het tijdelijk opvangen van hemelwater en een gescheiden rioolstelsel. In het ontwerp voor de nieuwe openbare ruimte zal ook aandacht zijn voor nieuw groen.

Kwalitatief groen is van belang voor een goede biodiversiteit (vogels, vleermuizen en insecten), verkoeling in de zomermaanden en het afvangen van fijnstof. Daarnaast is groen heel sfeerbepalend voor een gebied hetgeen de kwaliteit van de omgeving alleen maar ten goede komt. Bij groen kan gedacht worden aan de klassieke groenperken en groene erfafscheiding, maar ook aan verticaal groen (groene muren) en sedum daken. Binnen de openbare ruimte komen ook laadpalen voor elektrische auto’s.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

84

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld 5.10.3 Conclusie Het aspect duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt in de voorgenomen gebiedsontwikkeling en sluit daarbij goed aan op de gemeentelijke ambities en de landelijke ontwikkelingen. De initiatiefnemer zal tijdens de vergunningprocedure moeten aantonen op welke wijze wordt voldaan aan de het uitgangspunt “Brons” of hoger en Natuurinclusief bouwen.

5.11

Zonnestudie

5.11.1 Algemeen Nieuwbouw kan schaduwwerking tot gevolg hebben. Het is wenselijk voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat dat omringende percelen nog over voldoende zonlicht beschikken. Er is geen wet- en regelgeving voor zonlicht. De meeste gemeenten hanteren daarom de TNO-norm als richtlijn. Er is een lichte en een strenge norm. Binnen een dichtbebouwde omgeving is het toepassen van de lichte TNO-norm gerechtvaardigd. Aangezien hier sprake is van een centrumgebied is binnen dit onderzoek gebruik gemaakt van deze norm. De ‘lichte’ TNO-norm luidt: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in midden vensterbank binnenkant raam dat uitkomt op de woonkamer. De bovengenoemde richtlijn wordt alleen toegepast op gevels die direct zonlicht kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers nooit direct zonlicht. Daarnaast wordt rekening gehouden met de bestaande situatie. Als een woning in de bestaande situatie door omringende bouwwerken al geen zonlicht heeft op de kritieke meetmomenten dan geldt die situatie als uitgangspunt. Naast de bovenstaande momenten zijn binnen een zonstudie de volgende dagen van de 4 seizoenen maatgevend:    

22 december: de dag dat de zon het laagst staat; 21 juni: de dag dat de zon het hoogst staat; 21 maart: de dag dat de zon op ‘half’ staat, namelijk precies tussen de stand van 22 december en 21 juni in (zomertijd); 23 september: de dag dat de zon op ‘half’ staat, namelijk precies tussen de stand van 21 juni en 22 december in (wintertijd).

De volgende tijdstippen worden in dit onderzoek gehanteerd: 9.00 uur, 12.00 uur, 15.00 uur, 18.00 uur. 5.11.2 Situatie plangebied Uit deze zonstudie (bijlage 22) blijkt dat de ontwikkeling van het zuidblok voldoet aan de lichte TNO-norm en er daarmee sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Alle woningen hebben gedurende de dag minimaal 2 bezonningsuren in midden vensterbank binnenkant raam dat uitkomt op de woonkamer. Voor de meeste woningen rond het zuidblok verandert de situatie voor wat betreft bezonning niet. 5.11.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat ondanks enig effect in alle gevallen wordt voldaan aan de lichte TNO-norm voor wat betreft bezonning. Het onderzoek maakt onderdeel uit van de bijlagen bij de toelichting.

5.12

Besluit milieueffectrapportage

5.12.1 Algemeen In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport (MER) opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

85

Bestemmingsplan “Harmonieplein Zuidblok” Vastgesteld moet worden zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r. Een bestemmingsplan kan m.e.r.(beoordelings)plichtig zijn op de volgende manieren:   

Een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is; Een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit de onderdelen C en D overschrijden en waarbij het plan wordt genoemd in kolom 3 (plannen). Een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn indien het plan wordt genoemd in kolom 4 (besluiten) en er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit onderdeel C en D overschrijden. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel C is in dit geval sprake van een m.e.r.-plicht. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel D is het plan m.e.r.beoordelingsplichtig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2435/documents/51664