CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP Scheendijk 2 en 3.pdf

Raad 19 november 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 8: Vaststellen Bestemmingsplan Scheendijk 2&315.220 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan RvR- regeling Scheendijk 2 en 3 Breukelen Gemeente Stichtse Vecht

Planstatus:

vastgesteld

Datum:

20 september 2024

Contactpersoon Plannen-makers:

Dhr. C. Vaartjes

Kenmerk Plannen-makers:

PM23019

Opdrachtgever:

Dhr. Randeraad

Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: NL863445639B01 KvK nummer: 84970502

Pagina 2 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

7

Inleiding ............................................................................................................................................ 4 1.1

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................... 4

1.2

Leeswijzer ................................................................................................................................... 4

Het plan ............................................................................................................................................ 5 2.1

Ligging van het plangebied......................................................................................................... 5

2.2

Vigerende bestemmingen......................................................................................................... 10

2.3

Beoogde situatie ....................................................................................................................... 11

Beleidsmatige onderbouwing ......................................................................................................... 14 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................................................ 14

3.2

Provinciaal beleid ..................................................................................................................... 16

3.3

Gemeentelijk beleid .................................................................................................................. 23

Milieutechnische uitvoerbaarheid ................................................................................................... 24 4.1

Milieueffectrapportage (m.e.r.) ................................................................................................. 24

4.2

Bedrijven en milieuzonering ..................................................................................................... 25

4.3

Geluidhinder ............................................................................................................................. 26

4.4

Ecologie .................................................................................................................................... 26

4.5

Bodem ...................................................................................................................................... 29

4.6

Luchtkwaliteit ............................................................................................................................ 31

4.7

Externe veiligheid ..................................................................................................................... 32

4.8

Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................................. 35

4.9

Waterhuishouding ..................................................................................................................... 36

4.10

Verkeer en parkeren ............................................................................................................ 38

4.11

Energietransitie en duurzaamheid ....................................................................................... 39

Juridische planbeschrijving ............................................................................................................ 41 5.1

Plansystematiek ....................................................................................................................... 41

5.2

Opzet van de regels ................................................................................................................. 41

5.3

De bestemmingen .................................................................................................................... 42

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid ...................................................................... 43 6.1

Economische uitvoerbaarheid .................................................................................................. 43

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................ 43

Bijlagen ........................................................................................................................................... 44

Pagina 3 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

Het voornemen is om de agrarische bedrijfsfunctie aan de Scheendijk 3 in Breukelen te beëindigen ten behoeve van natuurontwikkeling aansluitend op het natuurgebied Kievitsbuurt. Ter compensatie bestaat het voornemen om aan de Scheendijk 2 in Breukelen een nieuwe woning te realiseren, door toepassing van de Ruimte voor Ruimte regeling. De nieuwe woning wordt mogelijk gemaakt door het saneren van de agrarische opstallen en bijbehorende kwaliteitsverbetering aan de Scheendijk 3. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden. Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor de daarna aan te vragen reguliere omgevingsvergunning. Dit bestemmingsplan voorziet in de benodigde goede ruimtelijke onderbouwing en een juridisch bindend kader in de vorm van regels en een verbeelding.

1.2

Leeswijzer

Onderhavig bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van het rijk, de provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Na de toelichting volgen de regels inclusief de bijlagen en de verbeelding van het bestemmingsplan.

Pagina 4 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

2 Het plan 2.1

Ligging van het plangebied

Het plangebied bestaat uit twee locaties die zijn gelegen aan de Scheendijk 2 en Scheendijk 3. De Scheendijk is gelegen ten oosten van de kern Breukelen en loopt langs de Noordelijke- en Zuidelijke Kievitsbuurt (onderdeel van het Loosdrechts Plassengebied). De Kievitsbuurt bestaat uit legakkers, dit zijn restanten uit de tijd dat in het gebied nog op grote schaal veen werd gewonnen. Op de legakkers werd het opgebaggerde veen uitgespreid zodat het kon indrogen tot turf. Kenmerkend voor de omgeving van het plangebied is de afwisseling van water, trekgaten en legakkers met recreatiewoningen. Langs het noordelijke deel van de Scheendijk is een lintbebouwing ontstaan van woonhuizen, weekendhuisjes, jachtwerven en caravanterreinen. Richting het zuidelijke deel (waar de twee planlocaties aan gelegen zijn) is nog sprake van een meer landelijk karakter. Aan de Scheendijk 3 bevindt zich de enige boerderij. Scheendijk 2 en omgeving De Scheendijk 2 bestaat uit een erf met aan de voorzijde van de kavel aan de rechterkant de woning Scheendijk 2. Aan de linkerzijde staat een klein gebouw. Hier zijn tevens twee (aangebouwde) recreatiewoningen bestemd. Verder naar achteren bevinden zich twee vrijstaande recreatiewoningen langs het water. Ten slotte bevindt zich aan de achterzijde van het perceel nog een vrijstaande recreatiewoning.

De noordzijde van het perceel is bestemd als ‘jachthaven’ en in de aangrenzende watergang zijn 45 ligplaatsen voor boten vergund. De planlocatie wordt omgeven door agrarisch grasland aan weerszijden. Aan de achterzijde bevinden zich natuurgronden die aansluiten op de Zuidelijke Kievitsbuurt. De planlocatie is kadastraal bekend als sectie F perceel 2.495 en heeft een oppervlak van circa 610 m2.

Pagina 5 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

Figuur 1. Planlocatie Scheendijk 2.

Figuur 2. Bestaande woning aan de Scheendijk 2.

Pagina 6 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

Figuur 3. Bestaande Recreatiewoningen aan de Scheendijk 2 wat vervangen wordt door een nieuwe woning.

Historie recreatiewoning Scheendijk 2 De huidige bewoner bewoont sinds oktober 2014, tot op heden, onafgebroken, in de recreatiewoning gelegen aan de Scheendijk 2 te Breukelen. De bewoner is zoon van de eigenaar van de bestaande woning aan de Scheendijk 2. De zoon wil graag op het erf blijven wonen en hier zijn gezin stichten. De recreatiewoning met adres Scheendijk 2 maakt onderdeel uit van het perceel Scheendijk 2 en is in het bestemmingsplan aangeduid als twee losse recreatiewoningen. (Bestemmingsplan “Kievitsbuurten” d.d. 26/12/2015). Naast deze twee recreatiewoningen staan er op het adres nog een drietal recreatiewoningen (deze drie recreatiewoningen worden alleen gebruikt voor recreatie), en een hoofdhuis welke wordt bewoond door de eigenaar van het perceel. Met medeweten van de gemeente Breukelen/Stichtse Vecht wordt de recreatiewoning vanaf juni 1990 permanent bewoont. In totaal hebben, buiten de huidige bewoner die er vanaf 2014 woont, een 6-tal personen volgtijdelijk voor langere tijd in de recreatiewoning gewoond.

Pagina 7 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

Scheendijk 3 en omgeving De Scheendijk 3 bestaat uit een agrarisch erf. De planlocatie is in eigendom van Natuurmonumenten maar wordt verpacht. Aan de voorzijde van het plangebied bevindt zich een langhuis boerderij met zadeldak haaks op de weg. De boerderij genaamd ‘De Morgenstond’ stamt uit 1825. De voorgevel heeft een hogere zijgevel dan het achterhuis. Naast de boerderij staat een groot bijgebouw, opgetrokken in dezelfde stijl als de langhuis boerderij. Hierachter bevinden zich twee hooibergen. De twee hooibergen zijn van het type kapberg en hebben een tentdak. Hierachter bevinden zich twee agrarische opstallen. Helemaal aan de achterzijde ligt een groot aantal stelcomplaten. De planlocatie wordt omgeven door agrarische gronden. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een stacaravan. Het plangebied bestaat uit het perceel kadastraal bekend als F166 en een deel van het perceel dat kadastraal bekend is als F1667.

Figuur 4. Planlocatie Scheendijk 3.

Pagina 8 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

Figuur 5. Langhuis boerderij met daarachter een van de twee hooibergen aan de Scheendijk 3.

De twee planlocaties bevinden zich beide aan de Scheendijk en zijn op circa 320 meter afstand van elkaar gesitueerd. Op navolgende afbeelding zijn beide planlocaties aangeduid.

Figuur 6. Ligging planlocaties ten opzichte van elkaar.

Pagina 9 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

2.2

Vigerende bestemmingen

De twee planlocaties vallen onder het bestemmingsplan ‘Kievitsbuurten’ (vastgesteld 16 december 2015). Het bestemmingsplan is deels onherroepelijk in werking vanwege ingediende beroepschriften. De beroepsgronden zien echter niet toe op de gronden of relevante regels van het plangebied. Scheendijk 2 Ter plaatse van de beoogde nieuwe compensatiewoning gelden de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Tuin’ en de bestemming ‘Natuur- en landschapswaarden’. Binnen de bestemming ‘Natuur- en landschapswaarden’ geldt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – 77’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – 78’. Hierbinnen is verblijfsrecreatie mogelijk en in de huidige situatie bevinden zich hier twee recreatiewoningen. Ten slotte gelden de dubbelbestemmingen ‘Archeologie waarde 1’ en ‘Archeologie waarde 4’. De voor waarde archeologie aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden’.

Figuur 7. Uitsnede vigerend bestemmingsplan Scheendijk 2

Scheendijk 3 Ter plaatse van de Scheendijk 3 geldt de bestemming ‘agrarisch met waarden’. Deze gronden zijn bestemd voor grondgebonden veehouderijen en het behoud en versterking en herstel van de aldaar voorkomende, dan wel daaraan eigen zijnde natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden. Er is een bouwvlak aanwezig waardoor de agrarische bedrijfsgebouwen mogelijk zijn. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Archeologie waarde 1’.

Pagina 10 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

Figuur 8. Uitsnede vigerend bestemmingsplan Scheendijk 3

Het voornemen tot functiewijziging van een bestaand agrarisch bedrijf naar wonen (Scheendijk 3) en de nieuwbouw van een vrijstaande woning aan de Scheendijk 2 is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Er is dan ook een nieuw planologisch kader benodigd om de ontwikkeling mogelijk te maken.

2.3

Beoogde situatie

Het agrarisch bouwvlak aan de Scheendijk 3 zal komen te vervallen en de agrarische bedrijfsvoering zal worden beëindigd. De agrarische stallen zullen worden gesloopt en de gronden ter plaatse van de langhuis boerderij zullen worden gewijzigd in ‘Wonen’. De boerderij kan zo regulier bewoond worden. Met de ontwikkeling wordt aan het voormalig agrarisch bedrijf in het buitengebied van Breukelen een duurzame vervolgfunctie toegekend. Hierbij is het voornemen om de zuidelijkste hooiberg te laten bestaan evenals het bijgebouw direct naast de rechterzijde van de boerderij. De overige gronden zullen worden omgezet naar de bestemming agrarische met waarden en daarmee aansluiten op de bestemming van de omliggende gronden. Tevens zal alle verharding worden verwijderd waaronder de voerkuilplaten, voedersilo’s en de stelcomplaten, met uitzondering van de paden. De gronden zullen ingezaaid worden met grassen en extensief beheerd worden gelijk als de omliggende gronden die beheerd worden door Natuurmonumenten. Al met al leiden deze ingrepen tot een aanzienlijke landschappelijke kwaliteitsverbetering. De bewoner van Scheendijk 3 heeft een pachtovereenkomst met Natuurmonumenten. Natuurmonumenten heeft aangegeven dat de agrarische opstallen mogen worden gebruikt in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling als sloopmeters ten behoeve van de nieuwe woning aan de Scheendijk 2.

In de navolgende afbeelding is aangegeven welke bestaande agrarische bebouwing gesloopt zal worden.

Pagina 11 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

Figuur 8. Te verwijderen bebouwing en verharding.

Aan de Scheendijk 2 wordt een nieuwe vrijstaande woning beoogd. Het huidige gebouw met hieraan de twee recreatiewoningen gebouwd voldoet niet aan de huidige normen ten aanzien van woonkwaliteit, duurzaamheid en energiezuinigheid. Derhalve bestaat de wens om een nieuwe woning te bouwen. De twee bestaande recreatieaanduidingen zullen hierdoor komen te vervallen. Ook zullen 7 ligplaatsen ter hoogte van de nieuwbouw verwijderd worden. De beoogde woning heeft een enkelvoudige vorm bestaande uit een bouwlaag met kap. De richting van de kap is parallel aan de kavelrichting. De berging zal inpandig in het woongebouw gesitueerd worden om de eenvoudige vorm van de nieuwe woning in stand te houden. Om de woning aan de voorzijde van de kavel in te passen zullen op strategische plekken enkele bomen geplant worden. De gehele zuidkant van het perceel wordt voorzien van knotbomen. Dit draagt bij aan een kwaliteitsversterking van het landschap en benadrukt de kenmerkende lengterichting van het perceel. Aan de Scheendijk 3 zal een agrarische stal met asbest dak en de niet monumentale hooiberg komen te vervallen. De vrijgekomen gronden zullen ingericht worden als glanshaver-hooiland. Aan de noordzijde kunnen enkele knotwilgen geplaatst worden. Aan de zuidzijde wordt onderzocht of daar een plasberm aangelegd kan worden.

Een plasberm draagt bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit en het vergroten van de biodiversiteit.

Pagina 12 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

Figuur 9. Landschappelijk inrichtingsplan

Pagina 13 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

3 Beleidsmatige onderbouwing In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het geldende beleidskader dat relevant is voor het plangebied. Paragraaf 3.1 licht het rijksbeleid toe. Het provinciaal/regionaal beleid wordt weergegeven in paragraaf 3.2 en het gemeentelijk beleid in paragraaf 3.3.

3.1

Rijksbeleid

Wet ruimtelijke ordening/ Omgevingswet Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Deze gaat van een scheiding tussen beleid en normstelling (juridische verankering) uit. Het beleid wordt opgenomen in structuurvisies. De normstelling vindt plaats in het bestemmingsplan en/of in algemene regels die overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Streekplannen en planologische kernbeslissingen zijn vanaf 1 juli 2008 gelijkgesteld aan structuurvisies. Het overgangsrecht van de Wro regelt dat praktische beleidsbeslissingen van Rijk en provincie overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke omgeving. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder maar overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland.

De NOVI heeft als toekomstperspectief een duurzame leefomgeving waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden behouden en versterkt. Daarnaast bestaan ook de Nederlandse uitdagingen van de ruimtelijke inrichting in een klimaatbestendige delta en nauwkeurig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Deze uitdagingen kunnen worden benaderd door goede samenwerking tussen de verschillende betrokken instanties. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: - Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie - Duurzaam economisch groeipotentieel - Sterke en gezonde steden en regio’s - Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen deze prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen. Ook is er aandacht voor thema’s en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid. Binnen de prioriteiten hanteert het Rijk drie afwegingsprincipes die helpen om beleidskeuzes te maken: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen Planspecifiek Voorliggend plan betreft het saneren van agrarische opstallen en het realiseren van een woning in het kader van de ruimte voor ruimte regeling.

Gezien de ligging van het plan en het kleinschalige karakter van de ontwikkeling treden er geen strijdigheden op met Rijksbelangen. De ontwikkeling is daarom passend binnen de NOVI. Pagina 14 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Om uitvoering te geven aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, is op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Hierin staat een aantal projecten beschreven die van Rijksbelang zijn en waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen en wijzigings- of uitwerkingsplannen. De projecten zijn exact ingekaderd en voorzien van regels, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het betreft de onderstaande projecten: • Rijksvaarwegen • Project Mainportontwikkeling Rotterdam • Kustfundament • Grote rivieren • Waddenzee en waddengebied • Defensie • Hoofdwegen en landelijke spoorwegen • Elektriciteitsvoorziening • Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen • Natuurnetwerk Nederland • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament • IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde • Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Planspecifiek Voorliggend plan valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Vanuit het Barro volgen verder dan ook geen aanvullende randvoorwaarden voor het plan.

Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Gemotiveerd dient te worden hoe er deze zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de ladder (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt.

In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. De volgende 2 stappen dienen nu doorlopen te worden:

Pagina 15 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

1. Beoordeeld moet worden door betrokken overheden of de geplande ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2. Indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Er dient allereerst te worden beoordeeld of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ als volgt vastgelegd: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Toename van het ruimtebeslag is een belangrijke factor en daarnaast heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien.

Planspecifiek Gelet op jurisprudentie en het feit dat het initiatief ruimte biedt aan het omzetten van een agrarische bedrijfswoning (de langhuis boerderij) naar een reguliere woning en de realisatie van een nieuwe woning mogelijk maakt, is voorliggende ontwikkeling niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de Ladder is derhalve niet noodzakelijk. Volledigheidshalve kan worden opgemerkt dat het plan wel in een directe behoefte voorziet van een familielid van eigenaar van het perceel. Conclusie Rijksbeleid Het planvoornemen voldoet aan de gestelde eisen vanuit het Rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Provincie Utrecht Op 10 maart 2021 is de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht vastgesteld door de Provinciale Staten (PS). In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet die op 1 januari 2024 inwerking treedt. De visie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. Het vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma’s en Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie wordt met zeven beleidsthema’s richting gegeven aan de ontwikkeling en bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. De provincie Utrecht heeft als ambitie om in 2050 een inclusieve en circulaire provincie te zijn: • Waarin stad en land gezond zijn; • Die klimaatbestendig en waterrobuust is; • Waarin duurzame energie een plek heeft; • Met vitale steden en dorpen; • Die duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; • Met een levend landschap, erfgoed en cultuur; • Die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft.

Pagina 16 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

De gewenste richting om de fysieke leefomgeving te ontwikkelen en te beschermen verschilt per regio of gebied en is afhankelijk van specifieke kenmerken en identiteit van een plek. De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie Utrecht. Planspecifiek Het planvoornemen ligt in een aantal thema’s van de omgevingsvisie. Deze thema’s worden hieronder besproken. Het planvoornemen wordt tegelijkertijd aan deze thema’s getoetst. Grondwaterbeschermingsgebied In de provincie Utrecht zijn meerdere grond- en oppervlaktewaterwinningen voor de openbare drinkwatervoorziening aanwezig binnen de vier grondwaterlichamen. Om dit op een duurzame manier te doen zijn beschermingszones in de Omgevingsverordening ingesteld, elk met een eigen set aan regels. Het plangebied Scheendijk 2 is gelegen binnen een grondwaterbeschermingszone. Binnen de beschermingszone worden regels gesteld voor activiteiten die invloed kunnen hebben op het grondwater. Overstroombaar gebied Eén van de belangrijkste risico’s van klimaatveranderingen in de delta Nederland is een overstroming. Het plangebied bevindt zich in een overstroombaar gebied. Bij eventuele overstromingen dienen de gevolgen beperkt te worden. Vooral de gevolgenbeperking bij overstromingen voor de vitale en kwetsbare functies is van belang. Het planvoornemen heeft geen invloed op het aanwezige overstroombaar gebied.

Er vinden daarnaast ook geen ontwikkelingen plaats die een nadelige invloed kunnen hebben op de waterkering. Ganzenrustgebied In ganzenrustgebieden geeft de provincie ruimte voor overwinterende ganzen. In deze gebieden geldt dat ganzen in bepaalde periodes niet verontrust en bejaagd mogen worden. Openheid en rust zijn belangrijke voorwaarden in deze gebieden. Het staken van de agrarische bedrijfsfunctie zal juist bijdragen aan het verbeteren van het Ganzenrustgebied. Nieuwe Hollandse Waterlinie De Nieuwe Hollandse Waterlinie is voorgedragen als UNESCO Werelderfgoed, als uitbreiding van de Stelling van Amsterdam. Voor deze linies en voor de Grebbelinie zijn de cultuurhistorische waarden gelegen in het samenhangende systeem van het strategische landschap, het watermanagement en de militaire werken, de openheid en het groene en overwegend rustige karakter. De waarde van de Oude Hollandse Waterlinie ligt in het snoer van vestingsteden en in enkele militaire werken in het landschap. Ontwikkelingen in het UNESCO-gebied mag de uitzonderlijke universele waarde in principe niet worden aangetast. Beide planlocaties zijn gesitueerd binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De ontwikkelingen vinden plaats binnen bestaande erven en hebben geen nadelig effect op de cultuurhistorische waarden van de Waterlinie. Landschap Groene Hart De provincie Utrecht kent vijf karakteristieke landschappen.

Het plangebied is gelegen binnen de gebiedsbegrenzing het Groene Hart. Het Groene Hart loopt naast Utrecht door in Noord -en ZuidHolland en is de centrale open ruimte in de Randstad. Het Groene Hart is in de NOVI door het Rijk opgenomen als een van de acht NOVI-gebieden binnen Nederland. NOVI-gebieden zijn gebieden met essentiële, complexe en urgente opgaven met een nationaal belang waar samenwerking tussen alle overheidslagen noodzakelijk is om succesvol antwoord te geven op de opgaven.

Pagina 17 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

Het Groene Hart wordt in de Omgevingsvisie aangewezen als een open landschap met een (veen)weide karakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing etc.) en waar sprake is van landschappelijke diversiteit en rust & stilte. Binnen het Groene Hart dienen de waarden van het agrarische cultuurlandschap beschermd en benut te worden. Door het slopen van bestaande schuren en uitbreiden met glanshaver hooiland vindt er een bijdrage aan de vergroting van het areaal van het Groene Hart plaats. Aandachtsgebied Stiltegebied Het intensieve gebruik van de leefomgeving zorgt voor steeds meer geluidhinder, terwijl de behoefte aan rust en ontspanning groot is. Stiltegebieden vervullen een rol in die behoefte. Behalve voor de rustzoekende inwoner, is stilte ook van belang voor de beleving van het landschap en natuur. In de provincie Utrecht zijn in totaal 14 stiltegebieden aangewezen. Een stiltegebied bestaat uit een stille kern en een bufferzone. Het aandachtsgebied stiltegebied is een zone van 1.500 meter rondom een stiltegebied. De twee plangebieden zijn beide gesitueerd in het aandachtsgebied stiltegebied. Ter bescherming van de stiltegebieden zijn regels opgenomen in de Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie is uitgewerkt in instructieregels die in de Omgevingsverordening zijn opgenomen. Deze worden navolgend behandeld.

Omgevingsverordening Provincie Utrecht De Interim Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht vervangt bestaande verordeningen, zoals de ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur en landschapsverordening. De Interim Omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de Interim Omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. De Interim Omgevingsverordening is op 10 maart 2021 in werking getreden en zal een looptijd hebben totdat de Omgevingswet van kracht is en de omgevingsverordening inwerking treedt. Planspecifiek Voor het voorgenomen plan zijn de regels in de interim omgevingsverordening relevant die betrekking hebben tot landelijk gebied, grondwaterbeschermingsgebied, overstroombaar gebied, ganzenrustgebied, Nieuwe Hollandse Waterlinie, landschap het Groene Hart en aandachtsgebied stiltegebied. Deze aspecten zijn eerder behandeld in paragraaf 3.2.1.

Artikel 7.3 - Instructieregel instandhouding en versterking UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies 1. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies: a) neemt de uitzonderlijke universele waarde van de Hollandse Waterlinies in acht en bevat regels ter instandhouding en versterking daarvan. Scheendijk 2 ligt in de verboden kring van 600m rondom Fort bij Tienhoven en Scheendijk 3 ligt in Polder Breukelen-Proosdij en in 1000m zone van het fort, beiden maken zij deel uit van militair erfgoed. De ontwikkelingen betreffen het vervangen van bebouwing op Scheendijk 2 en het slopen van de schuren op Scheendijk 3, deze ontwikkelingen zullen het militair erfgoed niet schaden. De kernkwaliteiten van Hollandse waterlinies zal niet worden aangetast door het planvoornemen. Een belangrijke kernkwaliteit is de openheid van het gebied, het slopen van de bebouwing op Scheendijk 3 zal toevoegen aan dit open karakter.

Pagina 18 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

De beoordeling van de hoogte en materialisering van de gevel maakt deel uit van de welstandelijke beoordeling als onderdeel van de omgevingsvergunning. Dit bestemmingsplan maakt een positieve beoordeling mogelijk en kan daarmee voldoen aan het provinciaal beleid. Artikel 9.11 - Instructieregel Ruimte voor ruimte regeling De twee plangebieden zijn gelegen in het landelijk gebied. Onder voorwaarden is hier uitbreiding van woningbouw mogelijk. Voorliggend plan is mogelijk op basis van artikel 9.11 ‘Instructieregel functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar woonfunctie met extra woningen (ruimte voor ruimte). 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten die op agrarische bedrijfspercelen waar het agrarisch gebruik is beëindigd de bouw van één of meer nieuwe woningen toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw of, in geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een concentratiegebied glastuinbouw; De planlocatie Scheendijk 3, waar een agrarisch bouwvlak en agrarische bedrijfsvoering is toegestaan – is omgeven door het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Met het voornemen wordt ruimte vrijgemaakt voor natuurontwikkeling die aansluit op NNN-gebieden.

De beoogde natuurontwikkeling sluit beter aan op dit deel van de Kievitsbuurten dan een agrarisch bouwperceel. Door de beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering zal de landschappelijke kwaliteit verbeteren. b. alle bedrijfsbebouwing op de betrokken bouwpercelen wordt gesloopt, tenzij het gaat om historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing of bedrijfswoning. De historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing krijgt een passende functie die bijdraagt aan dat behoud. Wanneer 750 m2 tot 2.500 m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van één nieuwe woning toegestaan. Wanneer 2.500 m2 tot 4.000 m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van twee woningen toegestaan. Wanneer er 4.000 m2 of meer aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van drie woningen toegestaan. Voor kassen geldt dat er 5.000 m2 aan bedrijfsbebouwing wordt gesloopt voor één woning. Afwijking van de vereiste sloopoppervlakten, het aantal te bouwen woningen en van de verplichting om het totaal aan bedrijfsbebouwing te slopen, is mogelijk mits dit leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; De agrarische bebouwing aan de planlocatie Scheendijk 3 zal worden gesaneerd. De grote schuur heeft een oppervlak van circa 522 m2 en de hooibergoverkapping is circa 83 m2. In totaal wordt er zo’n 605 m2 aan agrarische opstallen gesaneerd.

Daarnaast wordt er nog 941 m2 aan verharding waaronder kuilvloerplaten verwijderd. Voor een overzicht wordt verwezen naar bijlage 1 waarin de Ruimte voor Ruimte berekening is gevisualiseerd. Wanneer er 750 m2 tot 2.500 m2 wordt gesaneerd is de bouw van één nieuwe woning toegestaan. Deze woning wordt beoogd aan de Scheendijk 2. Er wordt dus niet volledig voldaan aan het oppervlakte aan te slopen bebouwing. Daarentegen wordt een zeer groot deel aan verharding verwijderd. Deze vrijgekomen gronden worden ingericht als glanshaver-hooilanden met knotwilgen en plasbermen. Gezien de gronden hun agrarische bestemmingen met bouwperceel word weggenomen, zal dit voldoende verhoging van de ruimtelijke kwaliteit opleveren. Daarnaast zal de schuur op perceel Scheendijk 3 behouden blijven, omdat deze zal worden gebruikt voor de opslag van materieel voor het onderhoud van het perceel. De historische schapenschuur is niet geschikt voor de opslag van dit materieel. Zie bijlage 2. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de

Pagina 19 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

afwijkingsmogelijkheid om minder bebouwing te slopen maar wel ruimtelijke kwaliteitsverbetering te realiseren. De langhuisboerderij betreft een waardevol pand en zal voorzien worden van een passende woonbestemming. Het bijgebouw naast de boerderij blijft eveneens intact. Dit bijgebouw is de oude schapenschuur en heeft een oppervlak van circa 167 m2. De hooiberg achter de schapenschuur zal eveneens intact blijven. Dit betreft een cultuurhistorisch waardevolle hooiberg. c.

de nieuwe woning of woningen worden gesitueerd binnen de voormalige bouwpercelen, in samenhang met de te handhaven boerderij of bedrijfswoning, de betrokken bouwpercelen worden evenredig verkleind en de woningen worden landschappelijk goed ingepast, tenzij situering van de nieuwe woning op een andere locatie in het landelijk gebied leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; en

De nieuwe woning wordt beoogd op de naastgelegen planlocatie aan de Scheendijk 2. De woning zal landschappelijk worden ingepast waarbij niet alleen rondom de locatie van de nieuwe woning maar ook het gehele perceel nieuwe landschapselementen worden voorgesteld. Zo wordt een rij nieuwe knotbomen beoogd aan de zuidzijde waardoor de kenmerkende lengterichting van het perceel wordt benadrukt. Rondom de nieuwe woning zullen eveneens een aantal landschapselementen worden toegepast. Als gevolg van het plan komt de verouderde recreatiewoning te vervallen. De verrommeling wordt tegengegaan en er is sprake van een verhoging van de ruimtelijke kwaliteit. Op navolgende afbeelding wordt de nieuwe situatie weergegeven.

Figuur 7. Beoogde situatie aan de Scheendijk 2 (bron: Agroplan). d.

de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd.

Rondom de twee planlocaties is geen sprake van agrarische bedrijvigheid.

Pagina 20 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

2.

De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.

Er is derhalve in deze paragraaf aangetoond dat aan de voorwaarden van de Ruimte voor Ruimte regeling wordt voldaan. Vrijwaringszone regionale waterkering Beide plangebieden vallen binnen de Vrijwaringszone regionale waterkering. Ontwikkelingen binnen de vrijwaringszone van regionale waterkeringen kunnen invloed hebben op de huidige en/of toekomstige waterkerende functie van de regionale waterkering. Er moet voldoende ruimte overblijven voor versterking of reconstructie van de waterkering. Over het algemeen biedt een vrijwaringszone van 30 meter voldoende ruimte. Het plangebied Scheendijk 3 betreft enkel een planologische wijziging ter plaatse van de vrijwaringszone en heeft daarmee geen negatieve invloed op de waterkering. De nieuwe woning die beoogd is aan de Scheendijk 2 zal nagenoeg op dezelfde plek worden gebouwd als de huidige recreatiewoning. Gesteld kan worden dat de ontwikkeling het functioneren van de waterkering dan ook niet aantast. Artikel 2.10 Instructieregel Overstroombaar gebied Het plangebied is gelegen in een overstroombaar gebied. Bij overstromingen dienen de gevolgen beperkt te worden. Vooral de gevolgenbeperking bij overstromingen voor de vitale en kwetsbare functies is van belang. Gezien de aard en omvang van het planvoornemen heeft het plan geen invloed op het overstroombaar gebied waar het in ligt.

Er vinden geen ontwikkelingen plaats die een nadelige invloed hebben op het functioneren van de waterkering. Voor het planvoornemen is het waterschap om advies gevraagd. Zie voor een verdere uitwerking van het aspect Water paragraaf 4.8. Artikel 3.24 – Instructieregel Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied Scheendijk 2 is gelegen binnen het grondwaterbeschermingsgebied. Het is verboden om boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 40 meter of meer onder maaiveld; en boringen of grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 40 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de grondwaterbeschermingszone. In voorliggend plan is hiervan geen sprake. Er zal een nieuwe woning worden gerealiseerd. De fundering blijft ruimschoots onder de 40 meter onder maaiveld. Artikel 6.45 – Instructieregel Ganzenrustgebied Het is verboden om in het ganzenrustgebied schadeveroorzakende ganzen opzettelijk te verstoren en verjagingsactiviteiten met ondersteunend doding door afschot te ondernemen. Ook is het verboden de foerageerfunctie van het gebied opzettelijk teniet te doen en worden er voorwaarden gesteld aan jacht, beheer en schadebestrijding. Voorliggend plan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die een negatieve invloed hebben op het ganzenrustgebied.

Het staken van de agrarische bedrijfsfunctie heeft juist een positief effect op het Ganzenrustgebied. Eventuele foerageerfuncties zullen voorafgaand aan werkzaamheden worden beschouwd. Voorts is in paragraaf 4.4. als onderdeel van de quickscan een voortoets uitgevoerd. Deze toets geeft aan dat ‘er geen negatieve effecten te verwachten zijn betreffende de instandhoudingsdoelen van het nabij gelegen Natura 2000- gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’ ten gevolge van de beoogde ruimtelijke

Pagina 21 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

ingreep. Ten aanzien van aanwezige flora en fauna wordt, in het kader van de Algemene zorgplicht, geadviseerd mitigerende maatregelen te treffen.’, zie voor nadere toelichting paragraaf 4.4. Artikel 10.6f - Instructieregel UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies Dit artikel ziet toe op het beschermen van de Hollandse Waterlinies. Het is verboden in het Voorlopige Lijst) UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies de uitzonderlijke universele waarde aan te tasten. De waarde van de linie schuilt in het behoud van het samenhangend stelsel van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen. Binnen het plangebied zijn geen elementen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aanwezig. Door het saneren van de agrarische opstallen en het verwijderen van de stelcomplaten kan juist geconcludeerd worden dat een opschoning plaatsvindt en dit juist zorgt voor een betere beleving van de omliggende waarden van de Hollandse Waterlinie. Artikel 7.9 – Instructieregel Landschap Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in het Groene Hart laat geen bestemmingen of regels toe die nieuwe activiteiten toestaan die de kernkwaliteiten onevenredig aantasten. Tevens bevat de motivering van een bestemmingsplan een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan.

De kernkwaliteiten van het Groene Hart worden niet onevenredig geschaad. De nieuwe woonbestemming voor de planlocatie Scheendijk 3 wordt ter plekke van de bestaande boerderij, naastgelegen bijgebouw en een klein deel van het achtergelegen erf neergelegd. De overige gronden van het plangebied krijgen een natuurbestemming. Door de natuurbestemming kan hier niet meer gebouwd worden en zal dit juist zorgen voor een versterking van het landschap. De nieuwe woning aan de Scheendijk 2 is beoogd ter plaatse van de huidige recreatiewoning. Op deze locatie bevindt zich thans bebouwing. De nieuwe woning wordt daarnaast landschappelijk ingepast, zie voorgaande paragraaf. Artikel 9.27 – Instructieregel geluidsniveau in aandachtsgebied stiltegebied Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Aandachtsgebied stiltegebied bevat regels die rekening houden met de doelstellingen voor het geluidsniveau bedoeld in Artikel 9.24 Doelstelling voor het geluidsniveau in stiltegebied. De motivering van een bestemmingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met de doelstelling voor het geluidsniveau is omgegaan. Beide planlocaties zijn gesitueerd binnen het aandachtsgebied stiltegebied. Binnen het stiltegebied geldt een maximaal toelaatbaar geluidniveau.

Dit betreft een geluidniveau van 35 dB(A) LAeq over 24 uur, op een afstand van 50 meter vanaf de grens van de inrichting. Ontwikkelingen mogen niet voorzien in een verhoging van deze waarde. Voorliggend plan maakt echter geen functies mogelijk die een negatief effect hebben op de doelstellingen van het geluidsniveau in het stiltegebied. Door het verdwijnen van het agrarisch bouwvlak kan juist geconcludeerd worden dat de planologische bedrijfsmatige activiteiten komen te vervallen en dit een betere akoestische situatie oplevert. Conclusie provinciaal beleid Het planvoornemen voldoet aan de gestelde eisen van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht.

Pagina 22 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

3.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Stichtse Vecht De Omgevingsvisie Stichtse Vecht is op 12 januari 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente Stichtse Vecht kent een grote trots als het gaat om de cultuur, het unieke landschap van de Vecht en de veenweidegebieden en de historische dorpen die als een kralensnoer langs de Vecht zijn verrezen. De kernkwaliteiten zijn het vertrekpunt voor de toekomst. Dit doet de gemeente door te behouden en te versterken. Nieuwe ontwikkelingen dragen hieraan bij. Deze vinden plaats in lijn met de schaal, maat en logica van de gevormde werelden en gebruiken het erfgoed als inspiratie. Stichtse Vecht is een aantrekkelijke vestigingsplaats voor veel mensen. Er is een enorme behoefte aan woningen vanuit de regio en vanuit Stichtse Vecht zelf. Driekwart van de inwoners gaf dan ook aan behoefte te hebben aan meer woningen in de eigen kern. Er is zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve woningbouwopgave. De gemeente beoogt dan ook een flinke inhaalslag te maken en grote aantallen nieuwe woningen te realiseren in de periode tot 2030 en ook daarna. De kievitsbuurten en de Scheendijk In de Omgevingsvisie is benoemd dat er voor de Scheendijk een aparte toekomstvisie is opgesteld. Deze toekomstvisie gaat met name over het noordelijk deel van de Scheendijk, waar sprake is van grote recreatieve bedrijvigheid.

Voor de Scheendijk wordt momenteel ook een ruimtelijk kader opgesteld. Verwachting is dat dit kader eind 2024 zal worden vastgesteld. Planspecifiek De twee planlocaties zijn gesitueerd in het buitengebied. De gemeente heeft als visie een multifunctioneel platteland. Daarbij streeft de gemeente naar een gevarieerder, duurzamer, natuurinclusiever en multifunctioneel landschap met een hogere opvangcapaciteit voor nevenfuncties en natuur. Voorliggend plan draagt bij aan een natuurinclusiever landschap doordat er sprake is van natuurontwikkeling. Voor de Scheendijk wordt zoals hierboven vermeld een ruimtelijk kader opgesteld met hierin voorwaarden ten aanzien van een goede landschappelijke inpassing. Tevens worden er aanbevelingen en richtlijnen opgenomen voor de vormgeving van bebouwing en de inrichting van de ruimte. Het kader is nog niet vastgesteld maar voorliggend plan ziet toe op een zorgvuldige landschappelijk inpassing. Het is dan ook aannemelijk dat het plan aansluit bij het in voorbereiding zijnde ruimtelijk kader. Actualisatie Woonvisie 2017 - 2022 In 2019 is de Actualisatie Woonvisie 2017 - 2022 opgesteld.

Hierin beschrijft de gemeente Stichtse Vecht haar ambitie op het gebied van wonen in de gemeente aan de hand van de volgende thema's: • voldoende betaalbare woningen, nu en straks; • vergroten van het aanbod aan middenhuur; • wonen met welzijn en zorg: aanbod verruimen; • verduurzaming van de woningvoorraad; • ruimte voor nieuwe woonconcepten en woonwagenstandplaatsen. Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in het omzetten van een bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning. Ook wordt er een nieuwe woning beoogd ter plaatse van de Scheendijk 2. Het plan voegt daarmee twee woningen toe aan de woonvoorraad. Het plan is in lijn met de geactualiseerde woonvisie.

Pagina 23 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

4 Milieutechnische uitvoerbaarheid Een bestemmingsplan moet voorzien in een goede ruimtelijke ordening, zoals de Wro ex art 3.1 stelt. De invulling van dit vereiste is in de jurisprudentie verder gepreciseerd. Onderstaand is per woon- en omgevingsaspect beoordeeld of en wat voor een wijziging er optreedt en of een goed woon- en leefklimaat voor zowel de omgeving als het plangebied zelf gegarandeerd is.

4.1

Milieueffectrapportage (m.e.r.)

4.1.1 Toetsingskader Per 1 april 2011 is het Besluit-m.e.r. gewijzigd en in lijn gebracht met de Europese richtlijn hieromtrent (nr. 85/337/EEG). Voor deze wetswijziging kon bij de vraag of er een MER moest worden gemaakt, dan wel een mer-beoordeling moest worden uitgevoerd, worden volstaan met een toets aan de activiteiten en de bijbehorende getalsmatige grenzen uit het Besluit m.e.r. (bijlage C en D). Omdat de Europese richtlijn geen getalsmatige grenzen kent voor m.e.r.-plichtige activiteiten, zijn getalsmatige grenzen uit het Besluit-m.e.r. niet meer 'hard', maar hebben deze meer een indicatieve waarde. Concreet betekent dit dat bij de vraag of er een m.e.r. of een mer-beoordeling dan wel een plan-m.e.r. moet worden uitgevoerd, niet zonder meer kan worden uitgegaan van de getalsmatige grenzen in kolom 2 van bijlage C en D, maar dat meer in algemene zin beoordeeld moet worden of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen, waardoor het opstellen van een MER noodzakelijk zou zijn. Een plan-m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project)mer noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project)m.e.r. noodzakelijk is; de activiteiten in het bestemmingsplan mogelijk leiden tot significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (passende beoordeling noodzakelijk).

Bij een planmer gaat het om besluiten uit kolom 3 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Een (projectof besluit)-m.e.r. betreft een besluit op grond waarvan geen nader Besluit-m.e.r. of (beoordelings)plichtig besluit meer nodig is. Het plan schept dus geen kader meer voor een mer-(beoordelings)plichtig besluit. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan wat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een m.e.r.-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een veehouderij (met aanzienlijke milieugevolgen). Het betreft hier besluiten uit kolom 4 van bijlage C en D van het Besluit-m.e.r. De wetswijziging van 1 april 2011 heeft tot gevolg dat ook onder de drempelwaarden beoordeeld moet worden of een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. Dit geldt zowel voor besluiten uit kolom 4 als voor besluiten (plannen) uit kolom 3 (plan-m.e.r.). In geval het project onder de drempelwaarde valt is deze beoordeling vormvrij. Dit betekent dat deze beoordeling via de officiële m.e.r.beoordelingsprocedure kan geschieden, maar in veel gevallen zal een beoordeling in de toelichting bij het plan voldoende zijn. Planspecifiek Voorliggend plan valt in theoretisch gezien onder categorie D11.2 “Stedelijk ontwikkelingsproject” en D9 “landinrichtingsproject”. Hier wordt agrarisch land omgezet naar woongebied.

Achter op het terrein zal bestaande bebouwing gesloopt worden en opnieuw worden ingericht.. Tevens overschrijdt het plan de getalsmatige grenzen van het Besluit m.e.r. (kolom C en D) niet. Deze grenzen zijn: D 11.2

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer,

Pagina 24 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Figuur 10: Categorie D11.2 met getalsmatige grenzen. (bron: bijlage D van Besluit milieueffectrapportage)

Dit betekent dat er sprake is van een vormvrije mer beoordeling. Voor voorliggend plan kan op basis van de in hoofdstuk 2 beschrijving van het plan en hoofdstuk 4 de milieutechnische uitvoerbaarheid voldoende inzicht gegeven worden in de milieugevolgen van het plan zoals bedoeld in de criteria van bijlage III van de m.e.r.-richtlijn geoordeeld worden dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen), worden hinder en gevaar beperkt of voorkomen en wordt het voor bedrijven of woonfuncties mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Om dit gestandaardiseerd te kunnen beoordelen zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer verfijnde afstemming voor de beperking of voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. Planspecifiek Scheendijk 2 Op de locatie van de Scheendijk 2 bevindt zich reeds een woonbestemming ter plaatse van de beoogde woning. Er is dus thans beoordeeld dat een woonfunctie planologisch inpasbaar is op de locatie. Ten oosten van de woning ligt een kleine jachthaven. Het betreft een jachthaven met hoofdzakelijk open bootjes en sloepen die vanaf deze locatie de Loosdrechtse Plassen op varen. Een jachthaven met bijbehorende voorzieningen heeft volgens de VNG-brochure een richtafstand van 50 meter voor het aspect geluid tot een milieugevoelig object.

Daar wordt in dit geval niet aan voldaan omdat de nieuwe woning op ca. 25 meter van de jachthavenbestemming komt te liggen. De bestaande woning ligt ook reeds binnen deze afstand namelijk op 30 meter. Om vier redenen is het verantwoord om af te wijken van de voorgeschreven richtafstand. Ten eerste wordt de jachthaven al belemmerd in de bedrijfsvoering door de aanwezige woonbestemmingen binnen het plangebied. De jachthaven moet al rekening houden met een gevoelige bestemming binnen de toegestane afstand. De jachthaven is in eigendom de vader van de toekomstige bewoner van de Scheendijk 2. Ten tweede, en de meest voornaamste reden, is dat het om een hele kleinschalige jachthaven gaat. De jachthaven waar in de VNG-uitgave vanuit gegaan wordt, betreft een jachthaven met bijbehorende voorzieningen. In deze kleine jachthaven zijn er geen bijbehorende voorzieningen zoals een botenkraan, benzine-uitgiftepunt, ondersteunende horecavoorzieningen etc. Ook is er geen sprake van geluidhinder door zeilboten met klapperende stagen en of lijnen omdat er enkel roeiboten met (hulp) motorboten in de haven zijn gelegen. Bij de jachthaven is een klein gebouw aanwezig voor opslag. Deze ligt helemaal aan de andere kant van de jachthaven op ca. 135 meter van de boogde nieuwe woning op de Scheendijk 2.

Gezien de kleinschaligheid van de jachthaven is het goed te verantwoorden dat (geluid-)hinder van de jachthaven gezien de kleinschaligheid zeer beperkt is. Ten derde zijn tussen de jachthaven en de nieuwe beoogde woning nog 2 recreatieverblijven aanwezig. Deze verblijven vormen zowel een visuele als een geluidstechnische barrière tussen de jachthaven en de nieuwe beoogde woning.

Pagina 25 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

Tot slot wordt de zone langs de sloot waar boten afgemeerd liggen verplaatst. Deze zone waar ligplaatsen van de jachthaven zijn toegestaan wijzigt van ca. 2 meter afstand tot de huidige woonbestemming naar ca.25 meter afstand tot het bouwblok van de nieuw te realiseren woning. Gelet op bovenstaande is het goed te verantwoorden dat er als gevolg van de jachthaven geen aantasting van een goed woon- en leefklimaat zal optreden. Scheendijk 3 De huidige bestemming van het plangebied betreft een agrarische bestemming met bijbehorend bouwvlak. Als gevolg van het planvoornemen komt de agrarische bestemming met het bouwvlak te vervallen. De nieuwe bestemming Wonen en de bestemming Natuur zal geen belemmering opleveren voor (agrarische) bedrijven in de omgeving. Er is evenmin sprake van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Er kan juist geconcludeerd worden dat woon- en leefklimaat juist zal verbeteren. Geconcludeerd kan worden dat het aspect Bedrijven en milieuzonering geen belemmering zal vormen.

4.3

Geluidhinder

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder door spoor, wegverkeer of industrie te beperken. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functie belast mogen worden. De Wgh geeft ook aan in welke situaties door onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudentie zijn aanvullende onderzoek verplichtingen gesteld. Planspecifiek Scheendijk 2 De nieuwe woning ligt niet binnen de onderzoekszone van spoor- en of wegverkeerslawaai. Een onderzoek naar verkeerslawaai is dan ook niet nodig. Het plangebied ligt niet binnen een geluidzone van industrie. In de voorgaande paragraaf is tevens gemotiveerd waarom eventueel onderzoek naar industrielawaai als gevolg van de naastgelegen jachthaven niet noodzakelijk is. Scheendijk 3 Het planvoornemen betreft het mogelijk maken van een nieuwe woonbestemming. De langhuisboerderij ligt niet binnen de onderzoekszone voor weg, spoor of industrielawaai. Er is derhalve geen akoestisch onderzoek benodigd. Beide woningen liggen aan de Scheendijk, een 30 km/u-weg. Aangezien deze weg een doodlopende weg is, zal het aantal verkeersbewegingen laag zijn, hierop kan worden gebaseerd dat de voorkeursgrens voor geluidslawaai niet overschreden wordt.

Op basis van deze conclusie vormt het aspect ‘Geluidhinder’ geen belemmering voor het planvoornemen.

4.4

Ecologie

Flora en Fauna In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bepaald worden of een plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde plant- en diersoorten in en nabij het plangebied. Als de ontwikkeling verstoring of uitroeiing van beschermde soorten kan inhouden dient onderzocht te worden of eventuele

Pagina 26 Bestemmingsplan Scheendijk 2 en 3 Breukelen

soorten aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is moet ook aangetoond worden middels welke ingrepen deze verstoring voorkomen wordt dan wel gecompenseerd. Planspecifiek Scheendijk 2 De huidige bebouwing bestaande uit een verouderd gebouw met aangebouwd twee recreatiewoningen zal als gevolg van het plan worden gesloopt. Een ecologisch onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming is derhalve nodig om aan te tonen dat er als gevolg van de werkzaamheden geen beschermde plant- en diersoorten worden aangetast. Scheendijk 3 De agrarische opstallen aan de Scheendijk 3 zullen worden gesaneerd. Een ecologisch onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming is derhalve nodig om aan te tonen dat er als gevolg van de werkzaamheden geen beschermde plant- en diersoorten worden aangetast. Er is een ecologisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 3. De conclusie van het onderzoek luidt: De beoogde sloop van opstallen en recreatiewoning en bouw van nieuwbouwwoning aan de Scheendijk 2 en 3 te Breukelen is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro). Uitvoerbaarheid De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Er dienen enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de algemene zorgplicht, foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels.

Voorafgaand aan de werkzaamheden dient met aanvullend onderzoek te worden vastgesteld of de te slopen bebouwing een relevante functie heeft voor huismus (soortenbescherming). Indien er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kan bevoegd gezag onder voorwaarden een ontheffing verlenen. De voorwaarden betreffen: er is geen andere bevredigende oplossing, er is sprake van een wettelijk belang (er zijn belangen vanuit volksgezondheid en/of openbare veiligheid - aan te voeren) en er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort (een robuust en ruim maatregelenpakket van tijdelijke en permanente voorzieningen wordt hiertoe voorgesteld en uitgevoerd). Om negatieve effecten omtrent gebiedsbescherming uit te sluiten, dient vooraf een berekening door middel van de AERIUS Calculator uitgevoerd te worden. Daarnaast dient een Voortoets te worden uitgevoerd. Wegens het voorgaande onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden. Vervolgstappen • Voor de beoogde ruimtelijke ingreep dient aanvullend onderzoek naar huismus uitgevoerd te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2522/documents/56701