CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting - Bijlage 9 Onderzoek OCE.pdf

Raad 8 maart 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 7.: Bestemmingsplan Rijksstraatweg 68 in Nieuwersluis11.195 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ouderhoek Nieuwersluis

25

4 ANALYSE GEGEVENS 4.1

INDICATIES In de geraadpleegde bronnen zijn een indicatie gevonden die erop wijst dat er militaire aanwezigheid was in (de directe omgeving van) het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor CE in/op de (water)bodem achtergebleven kunnen zijn. Er zijn echter te weinig indicaties om vast te kunnen stellen dat hierdoor CE zijn achtergebleven in het onderzoeksgebied. Het gaat om de volgende indicatie: RAP-nummer Geen

Datum Onbekend

Indicatie Mangaten

Analyse Op de luchtfoto van 8 april 1945 werd aan de grens van het onderzoeksgebied een rij mangaten gezien. Conform de richtlijnen van het WSCS-OCE worden mangaten niet afgebakend als verdacht gebied. De mangaten werden gebruikt als dekking bij eventuele vijandelijke luchtaanvallen. De gaten zijn niet gebruikt als schuttersputten aangezien er geen (grond)gevechten hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. In de geraadpleegde bronnen zijn geen indicaties aangetroffen dat er CE achtergebleven zijn in de mangaten.

In afbeelding 7 is de CE-bodembelastingkaart van het onderzoeksgebied weergegeven. In bijlage 5 (losbladig) is de CE-bodembelastingkaart op A1-formaat opgenomen. Er zijn geen verdachte gebieden.

Afbeelding 7: CE-bodembelastingkaart onderzoeksgebied in de gemeente Stichtse Vecht. Er zijn geen op CE verdachte gebieden.

20091213

Ouderhoek Nieuwersluis

26

5 CONCLUSIE EN ADVIES 5.1

CONCLUSIE Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties is vastgesteld dat er in (de omgeving van) het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden of militaire aanwezigheid was. Er zijn echter te weinig indicaties om vast te kunnen stellen dat hierdoor CE zijn achtergebleven in het onderzoeksgebied.

5.2

LEEMTEN IN KENNIS Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn er nog enkele leemten in kennis. Deze leemten zijn hieronder beschreven. • • • •

5.3

Het is onbekend of er in de periode 1940-1945 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Het is onbekend of er in de periode 1945-1970 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Niet van alle gebeurtenissen kon op basis van de beschikbare gegevens een exacte plaatsbepaling worden vastgesteld; De geraadpleegde vooroorlogse luchtfoto stamt uit 1936-1937, drie tot vier jaar voor de aanvang van de oorlog. De eerstvolgende geraadpleegde foto werd genomen op 8 april 1945, een kleine maand voor de bevrijding. Dit betekent dat er een periode zit tussen het begin van de oorlog en 8 april 1945 waarvan geen luchtfoto’s werden geraadpleegd.

ADVIES Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek en de conclusies is het onderzoeksgebied onverdacht op CE. Het is niet noodzakelijk om vervolgstappen te ondernemen in de CE-opsporing voorafgaand aan de voorgenomen (grond)werkzaamheden.

20091213

Ouderhoek Nieuwersluis

27

6 BIJLAGEN

20091213

Ouderhoek Nieuwersluis

28

BIJLAGE 1

OVERZICHT BEOORDELEN/EVALUEREN INVENTARISATIE (WSCS-OCE)

In het WSCS-OCE staat vermeld dat de indicaties en contra-indicaties uit de inventarisatie-resultaten dienen te worden beoordeeld en dat op basis hiervan de volgende punten gemotiveerd vastgesteld moeten worden: • Of er sprake is van een CE verdacht gebied, en zo ja: • De (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoedelijke CE; • De horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Bij de beoordeling en evaluatie van de resultaten van de inventarisatie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Indien sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van CE, wordt de conclusie VERDACHT gerapporteerd. Indien er geen sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van CE, wordt de conclusie ONVERDACHT gerapporteerd; 2. De conclusie wordt vastgesteld op basis van twee of meer onafhankelijke verifieerbare bronnen. Indien een indicatie in slechts in bron is aangetroffen, wordt dit duidelijk aangegeven in de rapportage. Hierin wordt gerapporteerd hoe de betrouwbaarheid van de bronnen is ingeschat; 3. Indicaties en/of contra-indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van CE op de projectlocatie en/of in het onderzoeksgebied. Voor de locatieverwijzing gelden de volgende uitgangspunten: a.

Indicaties en/of contra-indicaties moeten worden vertaald naar een locatie in de huidige topografie; b. Waar sprake is van onduidelijkheid/onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing, wordt dit gedocumenteerd; c. Bij gebruikmaking van indicaties en/of contra-indicaties uit geschreven bronnen, dient de locatieverwijzing uit het bronbestand in de rapportage ongewijzigd te worden overgenomen. 4. Bij het vaststellen van de conclusie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de beoordeling of bepaalde oorlogshandelingen een indicatie vormen voor de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied, wordt bijlage 3 van het WSCS-OCE als leidraad gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken; b. Als er geen indicaties zijn die wijzen op de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied, is de conclusie ONVERDACHT; c. Als er indicaties zijn dat bij oorlogshandelingen binnen de grenzen van de projectlocatie en/of onderzoeksgebied bepaalde hoofdsoorten CE zijn gebruikt/betrokken geweest, dan is (een deel van) de projectlocatie en/of onderzoeksgebied VERDACHT op de aanwezigheid van deze hoofdsoorten CE, tenzij op basis van contra-indicaties het tegendeel kan worden bewezen. 5. Het verdachte gebied wordt horizontaal en verticaal afgebakend, gespecificeerd per (sub)soort CE, hoeveelheid en verschijningsvorm van vermoedelijke CE.

Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 3 van het WSCSOCE gehanteerd; b. Uitgangspunten voor de verticale afbakening: i. Bij het bepalen van de verticale afbakening dient specifiek rekening te worden gehouden met: bodemweerstand, verwachte indringingsnelheid en –hoek, gewicht, vorm en diameter CE; ii. Voor het berekenen van de penetratiediepte wordt gebruik gemaakt van een rekenmethode waarin ten minste rekening gehouden wordt met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem; iii. Indien sprake is van grondverzet/grondroering in de periode 1945 tot heden, wordt op basis daarvan bepaald of, en zo ja, tot welke diepte minus maaiveld (gerelateerd aan NAP), de aanwezigheid van CE kan worden uitgesloten; iv. De verticale afbakening wordt zodanig uitgedrukt dat deze is te herleiden tot de diepte ten opzichte van NAP; 20091213

Ouderhoek Nieuwersluis

29

c.

Uitgangspunten horizontale afbakening: i. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt de tolerantie gemotiveerd, gebaseerd op het beschikbare bronnenmateriaal; ii. Het verdachte gebied wordt weergegeven in RD-coördinaten; d. Onder de verschijningsvorm wordt verstaan de wijze waarop CE in het verleden in de (water)bodem zijn terechtgekomen, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in: afgeworpen, verschoten, gegooid, gelegd, weggeslingerd, opgeslagen, gedumpt, begraven (inclusief redepositie), als restant uit springputten of explosie en als onderdeel van (vliegtuig)wrakken en/of gezonken vaartuigen.

20091213

Ouderhoek Nieuwersluis

30

BIJLAGE 2

VASTSTELLEN VERDACHT GEBIED EN AFBAKENING IN VOORONDERZOEK

In onderstaand overzicht is de horizontale afbakening van het verdachte gebied weergegeven zoals deze is opgenomen in het WSCS-OCE. Indicatie

Algemene omschrijving

Verdedigingswerk

✗

Geschutopstelling (statisch en mobiel)

Groepering van wapenopstellingen en/of geschutsopstellingen, rondom afgezet met een versperring (bijvoorbeeld weerstandskern of steunpunt) Opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of andere (semi)automatisch wapen, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk Locatie van geschut, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.

Munitieopslag in open veld

Locatie van munitievoorraad in het open veld, niet zijnde binnen een verdedigingswerk

Loopgraaf

Militaire loopgraaf

✗ ✗

Tankgracht of –geul

Een diepe (al dan niet droge) gracht of geul met steile wanden, aangebracht om pantservoertuigen tegen te houden Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD géén landmijnen aangetroffen Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD, of bij naoorlogse activiteiten landmijnen aangetroffen. Geregistreerd mijnenveld, waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geregistreerd mijnenveld waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Niet alle volgens het mijnenlegrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geen feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Mijnenlegrapport aanwezig. Niet alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Versperringen, zoals strandversperringen en drakentanden

Wapenopstelling

Landmijnen verdacht gebied

Landmijnen verdacht gebied

Mijnenveld

Mijnenveld

Mijnenveld

Versperringen

Uitgangspunt conclusie Verdacht Onverdacht

Infrastructuur zonder geschutsopstelling of munitievoorraad Schuilloopgraaf

Militaire werken zoals woononderkomen of werken met een burgerdoel zoals schuilbunker

Kampementen

Grondgebied met onderkomens zoals tenten

Mangat

Gat in grond met schuilfunctie, niet in gebruik genomen als schuttersput

Vernielingslading

Locatie van aangebrachte vernielingslading

Artillerie-, mortierof raketbeschieting

Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpersysteem Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers

Raketbeschieting inslagenpatroon bekend

✗ ✗

✗ ✗

Het gebied binnen de contouren van de loopgraaf is verdacht, bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Niet verdacht, tenzij er aanwijzingen zijn dat er mogelijk munitie in gedumpt is. n.v.t.

De grenzen zoals aangegeven in het ruimrapport

✗ ✗

n.v.t.

De grenzen zoals aangegeven in het mijnenlegrapport en/of ruimrapport.

✗

n.v.t.

✗ ✗

Tenzij er indicaties zijn dat CE onderdeel uitmaken van de versperring.

✗ ✗

n.v.t.

✗

Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen

Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van munitieopslag of nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen. n.v.t.

✗ ✗

Locatie van vernielingslading

✗

Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoever de maximale horizontale verplaatsing is. Situationeel te bepalen

Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom

Vliegtuig die niet in werking is getreden

✗

Crashlocatie vliegtuig

Aanwezigheid van CE vanwege de crash

✗

Krater van gedetoneerde

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een incidentele luchtafweergranaat bevindt.

20091213

25 meter rondom het hart van de geschutopstelling, maar niet verder dan een eventuele aangrenzende watergang. Locatie van de veldopslaglocatie

✗

Loopgraaf voor burgerbevolking om in te schuilen

Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied Het grondgebied binnen de grenzen van het verdedigingswerk is verdacht. De grenzen worden bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Locatie van de wapenopstelling

Ouderhoek Nieuwersluis

Situationeel te bepalen

✗

Tenzij er indicaties zijn dat het geen incidentele luchtafweergranaat betreft.

31

incidentele luchtafweergranaat Inslagpunt van een V.1 wapen Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerde V.1 wapen Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerde V.2 wapen Dumplocatie van munitie en/of toebehoren Ongecontroleerde (massa)explosie Vernietigingslocatie voor CE

Vernielingslading (in werking gesteld) Tapijtbombardement

Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Duikbombardement op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend

Gebied dat is getroffen door de inslag van een V.1 wapen

✗

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V.1 wapen bevindt.

✗

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V.2 wapen bevindt.

✗

Situationeel te bepalen

Dumplocatie van CE en/of toebehoren in landbodem of op waterbodem

✗

(Sympathische) detonatie van explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitietrein Eén of meerdere springputten

✗

Locatie van de dump en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld dumping in stilstaand of stromend water Situationeel te bepalen

Locatie van in werking gestelde vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en) Gebied dat is getroffen door een bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.

✗

Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen

✗

Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen

✗

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn44.

Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen.

✗

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 108 meter gemeten vanuit het hart van het doel45

Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn of treinstel op deze spoorlijn te treffen

✗

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 80 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn46

✗

✗

15 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke horizontale verplaatsing onder de grond. Situationeel te bepalen

De contour(en) van de springput(ten) en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld gelet op de afstand van eventuele uitgeworpen CE buiten deze contour(en). Locatie waar de vernielingslading in werking is gesteld en afbakening verder situationeel te bepalen. Op basis van een analyse van het inslagenpatroon42 wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel43.

42

Verzameling van de locaties van inslagen van één bepaald toestel of één bepaald bombardement. Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50% van de vliegtuigbommen binnen 119 meter neer is gekomen en de maximaal gemeten afstand t.o.v. het doel 181 meter was. 44 Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50 % van de vliegtuigbommen binnen 46 meter neer is gekomen en de maximaal afstand t.o.v. het doel 91 meter was. 45 Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322).

Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel (gebouwen) waarbij opgemerkt moet worden dat de gemiddelde spreiding van de raketten t.o.v. het middelpunt van een salvo 69 meter was, en dat de gemiddelde afstand van het middelpunt van een salvo t.o.v. het doel 39 meter was. 46 Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de maximale afstand gemeten n.a.v. luchtfoto-interpretatie. 43

20091213

Ouderhoek Nieuwersluis

32

BIJLAGE 3

20091213

DEKKING GERAADPLEEGDE LUCHTFOTO’S

Ouderhoek Nieuwersluis

33

20091213

Ouderhoek Nieuwersluis

34

20091213

Ouderhoek Nieuwersluis

35

BIJLAGE 4 (losbladig)

20091213

A1 CE INVENTARISATIEKAART

Ouderhoek Nieuwersluis

36

Inventarisatiekaart - VO Ouderhoek Nieuwersluis

468000 !

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

468000

129200

! !

!

!

!

!

!

!

467600

!

!

!

467600

!

!

!

Legenda !

!

Mangaten

!

129200

20

40

VO Ouderhoek Nieuwersluis 20091213 versie 1.0 Inventarisatiekaart

Autorisatie:

Christian Kuijpers

Datum:

23-12-2020

Tekenaar:

Onderzoeksgebied

0

Projectnaam: Kenmerk: Onderwerp:

80 meter

±

Marlous Diederiks

IDDS Explosieven 's-Gravendijckseweg 37 2200 AC Noordwijk

071 - 402 85 86 info@idds.nl www.idds.nl

Esri Nederland, Community Map Contributors

BIJLAGE 5 A1 CE-BODEMBELASTINGKAART (Losbladig)

20091213

Ouderhoek Nieuwersluis

37

CE-Bodembelastingkaart - VO Ouderhoek Nieuwersluis

468000 467600

467600

468000

129200

Legenda

129200

20

40

VO Ouderhoek Nieuwersluis 20091213 versie 1.0 CE-Bodembelastingkaart

Autorisatie:

Christian Kuijpers

Datum:

23-12-2020

Tekenaar:

Onderzoeksgebied

0

Projectnaam: Kenmerk: Onderwerp:

80 meter

±

Marlous Diederiks

IDDS Explosieven 's-Gravendijckseweg 37 2200 AC Noordwijk

071 - 402 85 86 info@idds.nl www.idds.nl

Esri Nederland, Community Map Contributors

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1790/documents/39136