CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting - bijl. 11 - Wijzigingsplan Molenpolder (vastgesteld).pdf

Commissie Fysiek Domein 13 april 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: a.: Ontwerpbestemmingsplan Maarsseveense Plassen, 2e herziening (veegplan).14.462 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

STICHTSE VECHT Molenpolder

WIJZIGINGSPLAN

Molenpolder Stichtse Vecht

wijzigingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.1904.WPMolenpolderMVP‐VG01

20‐11‐2015 29‐02‐2016 30‐05‐2016

concept ontwerp vastgesteld

projectnummer:

400347.20151364 opdrachtleider:

R.A. Sips

Delftseplein 27b

aangesloten bij:

RBOI - Rotterdam postbusbv150 Delftseplein 27b 3000 AD Rotterdam Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

3

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

9

2.1

Huidige situatie

9

2.2

Toekomstige situatie

9

Hoofdstuk 3

Onderzoek

11

3.1

Verkeer en wegverkeerslawaai

11

3.2

Luchtkwaliteit

12

3.3

Bedrijven en milieuhinder

13

3.4

Externe veiligheid

13

3.5

Bodem

13

3.6

Water

14

3.7

Ecologie

16

3.8

Archeologie

16

Hoofdstuk 4

Juridische regeling

19

4.1

Toetsing aan de wijzigingsregels

19

4.2

Juridische vormgeving van wijzigingsplan

21

Hoofdstuk 5

Economische uitvoerbaarheid

23

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

25

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Planboekje

Bijlage 2

Keuring bouwbesluit

Bijlage 3

Bezoekverslag brandweer

Bijlage 4

Reactie Provincie Utrecht

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

4

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

39

Artikel 1

Begrippen

39

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

41

Artikel 2

Wonen

41

Hoofdstuk 3

Overgangs‐ en slotregels

43

Artikel 3

Slotregel

43

Vaststellingsbesluit

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

Toelichting

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Het voorliggend plan betreft een wijziging van het bestemmingsplan 'Maarsseveense Plassen e.o.' van de gemeente Stichtse Vecht. Dit bestemmingsplan is op 18 mei 2009 vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Maarssen. Op de locatie aan de Westbroekse Binnenweg 42 vigeert de bestemming Recreatie – 3. Voor het perceel is het mogelijk deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de bestemming Wonen. Voor de globale ligging van het perceel en de plangrens wordt verwezen naar figuur 1.1.

Figuur 1.1 Ligging plangebied In gezamenlijkheid hebben de besturen van zeven recreatieparken (Berkenhof, Vier Hoeven, Zwaluwpark, De Molenpolder, Kleihoeve, De Veenhoeve en De Willemshof) het voornemen om hun recreatiepark om te zetten naar een definitieve woonbestemming conform een in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid. De gemeente wil hieraan haar medewerking verlenen. Zij heeft hiertoe het stappenplan wijzigingsprocedure bestemmingsplan Parken Westbroekse Binnenweg (versie 23 november 2011) opgesteld. Voor De Molenpolder zijn inmiddels de eerste stappen uit het stappenplan doorlopen. Er is een inmeting van het park, de kavels en chalets verricht. Deze inmeting is verwerkt in figuur 'nulmeting chalets en kavels' in bijlage 1. In de wijzigingsbevoegdheid zijn randvoorwaarden opgenomen om voldoende ruimtelijke kwaliteit van het nieuwe woongebied te garanderen. Daarbij dient te worden voldaan aan onder meer parkeernormen, groenvoorzieningen en veiligheidsaspecten (waaronder het bouwbesluit).

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

8

Het voorliggend plan voorziet in de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid en maakt, na inwerkingtreding, onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Maarsseveense Plassen e.o.' uit 2009. De regels uit het bestemmingsplan Maarsseveense Plassen zijn dan ook van toepassing op dit wijzigingsplan. Het wijzigingsplan Molenpolder bestaat uit een wijzigingskaart, regels, een wijzigingsbesluit en een bijbehorende toelichting waarin het project wordt beschreven alsmede de afweging van alle aan de orde zijnde belangen.

1.2

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de wijzigingen ten opzichte van het bestemmingsplan Maarsseveense Plassen. De bijbehorende plankaart is als een afzonderlijk onderdeel opgenomen in het wijzigingsplan. De relevante milieuonderzoeken worden in hoofdstuk 3 toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt de juridische regeling toegelicht. Hoofdstuk 5 gaat in op de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid behandeld.

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

9

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Het plan heeft betrekking op een bestemmingswijziging ten behoeve van de realisatie van (permanente) woningen binnen het plangebied.

2.1

Huidige situatie

Recreatiepark De Molenpolder ligt aan de Westbroekse Binnenweg 42 te Tienhoven. Dit park heeft een omvang van circa 3,3 hectare. Binnen het plangebied staan 88 chalets met vrijstaand bijgebouw. De huidige situatie is weergegeven in figuur 'nulmeting chalets en kavels', bijlage 1.

2.2

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is gestart met het geschikt maken van de chalets voor permanente bewoning. De bestaande woningen (chalets) zijn inpandig aangepast, zo zijn onder meer rookmelders geplaatst en hebben er aanpassingen aan de rookgasafvoer plaatsgevonden. De bouwhoogte van elk hoofdgebouw blijft gelijk. Om de beoogde functiewijziging mogelijk te maken dient aan een aantal voorwaarden, zoals opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid, te worden voldaan. De wijzigingsbevoegdheid wordt alleen toegepast als het gehele park aan de eisen voldoet. Een van de voorwaarden is een goedgekeurd inrichtingsplan. Dit inrichtingsplan moet voldoen aan enkele eisen. Het inrichtingsplan en bijbehorende toelichting zijn als bijlage 1 toegevoegd. Het inrichtingsplan van het recreatiepark De Molenpolder voldoet aan de vereisten die worden gesteld. De omvang van de individuele percelen, het bebouwingsoppervlakte en de hoogte van de hoofd‐ en bijgebouwen zijn opgenomen in bijlage 1.

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

10

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

11

Hoofdstuk 3

Onderzoek

In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van het onderzoek dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening ten behoeve van dit wijzigingsplan heeft plaatsgevonden.

3.1

Verkeer en wegverkeerslawaai

Ontsluiting en verkeersafwikkeling Het plangebied wordt voor alle modaliteiten ontsloten via de Westbroekse Binnenweg. Deze is gecategoriseerd als erftoegangsweg en heeft een snelheidslimiet van 50 km/h (Gemeentelijk Verkeer‐ en Vervoersplan 2008‐2012, Goudappel Coffeng 2008). Uit verkeersonderzoek (Bestemmingsplan Landelijk Gebied Maarssen, RBOI 2010) blijkt dat, bij ongewijzigde situatie, de verkeersintensiteiten op deze weg in 2020 circa 1.500 mvt/werkdagetmaal bedragen. In de huidige situatie bedraagt de verkeersgeneratie van de recreatiewoningen maximaal 2,3 mvt/etmaal, uitgaande van een matig stedelijke omgeving in de rest bebouwde kom. De totale verkeersgeneratie van de 88 recreatiewoningen bedraagt dan circa 202 mvt/etmaal. Voor de functie wonen geldt een verkeersgeneratie van 5,8 mvt/etmaal, uitgegaan van woningen in een groen‐stedelijke omgeving. De verkeersgeneratie van 88 woningen in dit gebiedstype bedraagt dan circa 510 mvt/etmaal. De netto verkeerstoename ten gevolge van de functiewijziging bedraagt dan 308 mvt/etmaal. Permanente bewoning van de recreatiewoningen zal dus leiden tot een toename van de intensiteiten op de Westbroekse Binnenweg (circa 1.650 mvt/werkdagetmaal). Voor het type wegen waarbinnen deze weg gerekend wordt, geldt een maximale intensiteit van 5.000 tot 6.000 mvt/etmaal (ASVV, 2004).

In de toekomstige situatie worden deze richtlijnen niet overschreden De inrichting van de weg biedt voldoende capaciteit. Wegverkeerslawaai Recreatiewoningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) geen geluidsgevoelige functies. Voor normale woningen geldt dit wel, waardoor akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai noodzakelijk is. Voor de woningen geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en een uiterste grenswaarde van 63 dB. De woningen liggen binnen de wettelijke geluidszone van de Westbroekse Binnenweg (binnenstedelijk gebied en rijbaanindeling van 1‐2 rijstroken). In 2007 heeft reeds akoestisch onderzoek naar wegverkeers plaatsgevonden ("Herzien akoestisch onderzoek ontwerpbestemmingsplan Maarsseveense Plassen", januari 2007). Hierin is geconcludeerd dat alle woningen in het plangebied buiten de 48 dB contour van de Westbroekse Binnenweg liggen. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde.

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

12

Conclusie Geconcludeerd wordt dat de functiewijziging van recreatiewoningen naar permanente woningen weliswaar leidt tot een lichte toename van de verkeersintensiteiten, maar dat de Westbroekse Binnenweg voldoende capaciteit biedt om dit verkeer af te kunnen wikkelen. Verder wordt, in het kader van wegverkeerslawaai, voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De aspecten verkeer en wegverkeerslawaai staan de ontwikkeling niet in de weg.

3.2

Luchtkwaliteit

Beleid en Normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar‐ en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven. Tabel 3.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof toetsing van Grenswaarde stikstofdioxide jaargemiddelde 60 µg/m³ (NO2) concentratie jaargemiddelde 40 µg/m³ concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde 40 µg/m³ concentratie

geldig 2010 tot en met 2014 vanaf 2015 vanaf 11 juni 2011

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. NIBM In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen. Onderzoek en conclusie De omzetting van recreatiewoning naar permanente woning draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. De toename van de concentraties NO2 en PM10 bedraagt in geen geval meer dan 3% van de grenswaarden. Toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven.

Dit is gedaan aan de hand van de monitoringstool (www.nsl‐monitoring.nl) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Hieruit blijkt dat in 2011 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof direct langs de Westbroekse Binnenweg (als maatgevende doorgaande weg in de omgeving van het plangebied) ruimschoots onder de grenswaarden uit de wetgeving lagen. Omdat direct langs deze weg aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

13

ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt.

3.3

Bedrijven en milieuhinder

Beleid‐ en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met de afstemming tussen gevoelige functies en milieuhinderlijke functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat. Afstemming van bestaande en nieuwe functies gebeurt door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG (herziene versie, 2009). Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur‐, stof en geluidhinder. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Uit jurisprudentie en de genoemde VNG‐publicatie blijkt dat in het geval van een gemengd gebied verkleinde richtafstanden gelden. Onderzoek en conclusie In de directe omgeving van het park zijn geen bedrijven aanwezig. Op het park zelf zijn wel meerdere bedrijfsgebouwen aanwezig die in het verleden ten dienste stonden van het park beheer. In het vigerende bestemmingsplan is met de herbestemming van deze gebouwen rekening gehouden met de transformatie naar een woongebied. De bedrijfsgebouwen aan de westbroeksebinnenweg 52 a b en c hebben een bedrijfsbestemming gekregen voor uitsluitend opslag capaciteit.

De voormalige kantine heeft binnen de bestemming R3 een aanduiding horeca gekregen categorie 2 (eetcafé). Beide locaties mogen niet uitbreiden. Geconcludeerd wordt dat het bestaande bedrijf niet in haar bedrijfsvoering wordt beperkt. Ter plaatse van de woningen zal geen sprake zijn van onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van de bedrijfsactiviteit.

3.4

Externe veiligheid

Beleid‐ en normstelling Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt;  vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor of water en door buisleidingen. Onderzoek en conclusie In de vorige paragraaf is aangegeven dat in de omgeving van het projectgebied geen bedrijven liggen. Opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen bij bedrijven speelt in het kader van dit project dan ook geen rol. Uit informatie van de provinciale risicokaart (www.risicokaart.nl) en de Circulaire risiconormering vervoer van gevaarlijke stoffen blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de realisatie van dit plan.

3.5

Bodem

Dit wijzigingsplan voorziet in een bestemmingswijziging. Met dit wijzigingsplan wordt permanente bewoning van de reeds aanwezige chalets mogelijk gemaakt. In de huidige situatie worden de chalets reeds (in ieder geval voor een groot gedeelte van de tijd) bewoond. Er worden geen extra bouwmogelijkheden geboden. Noodzaak tot bodemonderzoek is niet aan de orde.

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

14

3.6

Water

Waterbeheer en watertoets Bij het tot stand komen van dit wijzigingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits‐ en waterkwaliteitsbeheer. Waternet voert taken uit in opdracht van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het projectgebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal  Provinciaal Waterplan Waterschapsbeleid Het Waterbeheerplan 2016‐2021 bouwt voort op het plan voor de periode 2010‐2015 en houdt tegelijk rekening met nieuwe ontwikkeling. Het waterbeheerplan is op 8 oktober 2015 goedgekeurd door het Algemeen Bestuur van het waterschap en is vanaf 1 januari 2016 van kracht.

In het Waterbeheerplan 2016‐2021 beschrijft het waterschap wensbeelden per thema voor 2030, en daaruit afgeleid doelen voor de planperiode 2016‐2021 op hoofdlijnen. Hierin staat wat het waterschap doet aan veiligheid, de beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en aan efficiënte zuivering van afvalwater. Ook zet het waterschap zich in voor het behoud van cultuurhistorisch erfgoed en de natuur. Het waterschap wil bereiken dat mensen zich bewuster worden van het belang van een veilig en 'robuust' (toekomstbestendig) watersysteem. Het waterschap wil open en toegankelijk zijn, actief naar samenwerking zoeken en de dialoog aangaan.

De strategische uitgangspunten voor de langere termijn (2030) zijn:  Samenbrengen van alle regionale waterbeheertaken in één regionale waterautoriteit;'  Een klimaatbestendig en daarmee waterrobuust gebied;  Steden die beter bestand zijn tegen extreme regenbuien, wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte;  Een omgeving die zich bewust is van waterveiligheid;  Water dat overal in het gebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie;  Gebruik van afvalwater als grondstof en bron voor energie en water;  Gebruik van vernieuwende oplossingen vanuit samenwerking met kennisinstellingen, andere overheden en marktpartijen;  Vermindering van regeldruk en vergroting van kosteneffectiviteit voor burgers en bedrijven;  Afstemming over alle watertaken per stroomgebied (i.c. Rijn‐West);  Behoud van de zelfstandige bevoegdheid. Huidige situatie Algemeen Het plangebied is gelegen aan de Westbroekse Binnenweg 42 te Maarssen en bestaat in de huidige

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

15

situatie uit een park met recreatiewoningen. Bodem en grondwater Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit veengrond. Er is sprake van grondwater trap II. Dat wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand op minder dan 0,4 m beneden maaiveld ligt en dat de gemiddeld laagste grondwaterstand varieert tussen 0,5 en 0,8 m beneden maaiveld. De maaiveldhoogte in het projectgebied is circa NAP ‐0,2 m. Het projectgebied ligt in peilgebied 62‐6 met een zomerpeil van NAP ‐0,8 m en een winterpeil van NAP ‐0,9 m.

Figuur 3.2 Bodemsoort en grondwatertrap in het projectgebied (www.bodemdata.nl) Waterkwantiteit In het projectgebied is, naast de bestaande sloten rondom het park, een centrale vijver aanwezig. In de omgeving van het projectgebied is tevens veel oppervlaktewater aanwezig. Ten zuiden van het projectgebied zijn de Maarsseveense Plassen gelegen en ten noorden van het projectgebied De Molenpolder. De bestaande sloten blijven in de huidige vorm gehandhaafd, waarbij bestaande afspraken tussen het waterschap en de diverse eigenaren van kracht blijven. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet in de kern‐/beschermingszone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering Over het gehele park is een vrijvervalriolering aangelegd met buizen rond ø 160mm waar alle chalets op zijn aangesloten. De verantwoordelijkheid voor de aanleg, het onderhoud en het functioneren ligt bij de beheerstichting. Jaarlijks worden de putten geïnspecteerd, en indien nodig schoongemaakt. Al het huishoudelijk afvalwater word afgevoerd naar het hoofdriool in de Westbroeksebinnenweg. Het vrijvervalriool op het park de Molenpolder is met een leiding ø 250 mm aangesloten op een inspectieput in de Westbroeksebinnenweg tegenover huisnummer 42a. In de oostzijde van de weg ligt een vrijvervalriool ø 250 mm, welke via meerdere gemalen uiteindelijk in het rioolstelsel van Maarssen terechtkomt.

Dit rioolstelsel loost op de rioolwaterzuivering (RWZI) van Waternet aan de Diependaalsedijk.

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

16

Toekomstige situatie Algemeen De ontwikkeling in het plangebied bestaat uit de functiewijziging van recreatie naar wonen. Doordat het project slechts bestaat uit het wijzigen van een functie biedt het wijzigingsplan weinig mogelijkheden om het watersysteem en ‐beheer te verbeteren. Als in de toekomst ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, is het uitgangspunt dat de waterhuishoudkundige situatie niet mag verslechteren. Dit betekent bijvoorbeeld dat de waterhuishouding kan worden verbeterd door toename van verhard oppervlak en/of dempingen binnen het gebied te compenseren. Ook combinaties met andere functies zoals groen en recreatie liggen voor de hand. Door de aanleg van natuurvriendelijke en ecologische oevers wordt bijvoorbeeld meer waterberging gerealiseerd. Daarnaast is het van belang om bij eventuele ontwikkeling diffuse verontreinigingen te voorkomen door het gebruik van duurzame, niet‐uitloogbare materialen (geen zink, lood, koper en PAK's‐houdende materialen), zowel gedurende de bouw‐ als de gebruiksfase. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater.

In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan‐ of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

3.7

Ecologie

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Flora‐ en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie ten aanzien van de Ecologische Hoofdstructuur de uitvoering van het plan niet in de weg staan. Aangezien het hier een functiewijziging betreft van een bestaande situatie vinden er geen ingrepen plaats die kunnen leiden tot effecten op beschermde gebieden of soorten. Bovengenoemd beleid en regelgeving staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg.

3.8

Archeologie

Regelgeving en beleid Wet archeologische monumentenzorg Op 1 september 2007 is de wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'.

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

17

Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Gemeentelijk archeologiebeleid Langs de Vecht, hebben de gemeenten Stichtse Vecht en Abcoude samen archeologische kaarten laten maken. In deze kaarten staat waar de kans het grootst is om archeologisch materiaal te vinden. Onderzoek De archeologische (verwachtings)waardenkaart geeft aan dat het plangebied niet is gelegen in een gebied met redelijke tot grote kans of grote tot zeer grote kans op archeologische sporen. Nabij het gebied zijn geen terreinen aanwezig, waarvan bekend is dat er archeologische waarden aanwezig zijn (archeologische monumenten).

Conclusie Vanwege de lage archeologische verwachtingswaarde, is er geen noodzaak om een verkennend archeologisch onderzoek uit te voeren voordat nieuwe bouwactiviteiten plaatsvinden. Tevens betreft dit wijzigingsplan geen bouwactiviteit maar de omzetting van een recreatiewoning naar een permanente woning.

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

18

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

19

Hoofdstuk 4

4.1

Juridische regeling

Toetsing aan de wijzigingsregels

In het bestemmingsplan Maarsseveense Plassen is in artikel 11 lid 5 van de regels een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om onder een aantal voorwaarden de bestemming Recreatie 3 te kunnen wijzigen ten behoeve van de bestemming Wonen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:  de wijzigingsbevoegdheid alleen mag worden toegepast op gronden waarvoor niet de dubbelbestemming 'Waarde Natuur' geldt; [de gronden binnen het plangebied hebben in het vigerende bestemmingsplan geen dubbelbestemming 'Waarde Natuur']  geen nadelige gevolgen optreden voor de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan; [Zie hoofdstuk 5]  sprake dient te zijn van een verbetering in ruimtelijk opzicht, blijkens een door Burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan; [B&w hebben het inrichtingsplan goedgekeurd op 22 april 2014]  de minimale grondoppervlakte van een perceel 150 m² bedraagt; [Zie inrichtingsschets (figuur 'vernieuwd inrichtingsplan', bijlage 1 )]  parkeren voor bewoners en bezoekers op eigen terrein geschiedt, waarbij uitgegaan wordt van ten minste 1,6 parkeerplaats per woning; [Er zijn in de huidige situatie op het park in totaal 132 parkeerplaatsen aanwezig. In de nieuwe situatie worden 11 extra plaatsen toegevoegd (totaal 143).

Daarmee voldoet De Molenpolder aan de eis van minimaal 1,6 parkeerplaatsen per woning (88 chalets).]  de gezamenlijke oppervlakte aan bebouwing op een perceel niet meer bedraagt dan 50%, waarbij tevens geen uitbreiding van de gezamenlijke bestaande oppervlakte en bouwmassa van de bebouwing mag plaatsvinden; [In de huidige situatie is hiervan geen sprake (zie figuur 'nulmetingchalets en kavels', bijlage 1) en in de regels is opgenomen dat de bestaande bebouwing niet mag worden vergroot]  de goothoogte en hoogte van een hoofdgebouw niet meer dan respectievelijk 3 m en 5 m bedraagt; [In de huidige situatie is de maximale afwijking 15 cm. In het totaalbeeld dat rijk is aan zeer diverse hoogtes vallen deze afwijkingen niet uit de toon. Deze afwijkingen vallen binnen een toelaatbare marge. De maximale hoogtes zijn opgenomen in de regels, zodat dit in de toekomst is vastgelegd]  de goothoogte en hoogte van erfbebouwing niet meer dan respectievelijk 2,5 m en 4 m bedraagt; [In de huidige situatie is hiervan geen sprake (bijlage 1) en de maximale hoogtes zijn opgenomen in de regels, zodat dit ook in de toekomst is vastgelegd]

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

20

de maximale oppervlakte van erfbebouwing 10 m² bedraagt; [Zoals blijkt uit bijlage 1 is de erfbebouwing op circa 72 percelen maximaal 10 m². Op de overige percelen bedraagt de erfbebouwing meer dan 10 m². Voor deze percelen is gekeken in hoeverre er sprake is van vergunningsvrij bouwen omdat nadat het wijzigingsplan is vastgesteld de bepalingen uit het Besluit omgevingsrecht ten aanzien van het vergunningsvrij bouwen gelden. Na uitvoering van een toets blijkt dat kavels 4, 18, 27, 33, 64, 76, 80, 85 en 90 vallen onder het regime vergunningsvrij bouwen en de bijgebouwen gezien hun situering geen overlast veroorzaken is bij het vaststellen van het inrichtingsplan op dit punt coulance verleend. Voor kavels 3, 52, 62 en 102 geldt dat er 11 m² aan bijgebouw voor de voorgevellijn heeft en daarmee niet voldoet. Aangezien het gaat om een zeer geringe afwijking (10%) is op dit punt bij het vaststellen van het inrichtingsplan coulant omgegaan. Op 3 percelen zijn aanpassingen nodig. Op de kavels 26 en 90 staan meerdere bijgebouwen. Op deze kavels is 1 bijgebouw verwijderd, waarna beide percelen voldoen aan de gestelde eisen. Op kavel 100 + 101 is het bijgebouw verkleind tot 10 m2. Overigens is na het vaststellen van het inrichtingsplan het vergunningsvrije bouwen gewijzigd.

Voor het park is geen nieuwe toets uitgevoerd omdat de praktijk leert dat de hiermee samenhangende wijzigingen in bijna alle gevallen gunstiger uitwerken. De maximale oppervlakte van bijgebouwen in opgenomen in de regels, zodat dit ook in de toekomst is vastgelegd] voldaan wordt aan de Woningwet waarbij de woningen voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit voor bestaande bouw en in geval van gehele nieuwbouw voldaan wordt aan de eisen van het Bouwbesluit voor nieuwbouw; [Alle chalets zijn gekeurd. In eerste instantie waren er 28 chalets die aanpassingen nodig hadden. Na aanpassing zijn deze inmiddels ook goedgekeurd. De gemeentelijke keuring aan het bouwbesluit is als bijlage 2 opgenomen, de woningen voldoen inmiddels aan de eisen van het Bouwbesluit. Er is coulance verleend op te lage plafondhoogtes, deze eis is niet doorslaggevend geweest, omdat het niet met veiligheid maar met comfort te maken heeft. ] bebouwing achter (het verlengde van) de bebouwing langs de Westbroekse Binnenweg gebouwd dient te worden; [Hieraan wordt voldaan] wijziging van de bestemming milieuhygiënisch en vanuit brandveiligheid verantwoord is; [de wijziging van de bestemming is milieuhygiënisch verantwoord, zie hoofdstuk 3. Om aan de brandveiligheid te voldoen zijn op het terrein 11 hydranten aanwezig. Op 20 oktober 2010 is door de brandweer een bezoek gebracht aan De Molenpolder.

In bijlage 3 is het bezoekverslag opgenomen waarin wordt geconcludeerd dat het park voldoet. op de terreinen 5% openbaar groen/water, inclusief speelvoorzieningen, aanwezig zijn; [Het totaal aan groenvoorziening in de nieuwe situatie bedraagt 5.768 m² 2.065 groen en 3.703 water). Aangezien hiermee 17 % van het totale terrein is ingericht ten behoeve van de algemene groenvoorziening voldoet recreatiepark De Molenpolder aan deze vereiste en zal geen nieuwe groenvoorziening behoeven te worden aangelegd, zie inrichtingsschets (bijlage 1)] de wijzigingsbevoegdheid alleen wordt toegepast indien er overwegend sprake is van overgangsrechtelijke permanente bewoning; [Er is sprake van overgangsrechtelijke permanente bewoning] de wijzigingsbevoegdheid alleen wordt toegepast als het gehele park aan de eisen voldoet. [Hieraan wordt voldaan, zie bovenstaande punten].

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

21

4.2

Juridische vormgeving van wijzigingsplan

In de bestemming Wonen zijn woningen uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan tot een maximale inhoud van 600 m³. Daarnaast mag de goot‐ en bouwhoogte respectievelijk ten hoogste 4,5 m en 10 m bedragen. De goot‐ en bouwhoogte van erfbebouwing mag maximaal respectievelijk 3 en 5 meter bedragen Om aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid te kunnen voldoen worden er regels toegevoegd aan het vigerende bestemmingsplan. Zo moet opgenomen worden dat de goot‐ en bouwhoogte van een hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan respectievelijk 3 en 5 m. Voor erfbebouwing geldt dat de goot‐ en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,5 en 4 meter en het oppervlak maximaal 10 m2 mag bedragen. Wanneer dit wijzigingsplan rechtskracht heeft verkregen, zal het wijzigingsplan integraal deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Maarsseveense Plassen e.o' uit 2009 (vastgesteld door de voormalige gemeente Maarssen).

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

22

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

23

Hoofdstuk 5

Economische uitvoerbaarheid

Het bouwplan is in gang gezet door een particuliere initiatiefnemer. De betreffende gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. De uitvoering van het project komt volledig voor rekening van deze initiatiefnemer. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd. Aangezien het niet gaat om een aangewezen bouwplan als bedoeld in de Wro (er is geen sprake van een nieuwe bouwmogelijkheid) is kostenverhaal door middel van een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan niet aan de orde.

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

24

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

25

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overlegreacties In het kader van het overleg artikel 3.1.1. Bro is het ontwerpwijzigingsplan aan diverse instanties toegezonden. Op basis van de reactie van Waternet is de toelichting aangepast. Daarnaast is een positieve reactie ontvangen van de Provincie Utrecht (bijlage 4). Zienswijzen Het wijzigingsplan is tevens, als ontwerp, ter visie gelegd.

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

26

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

bijlagen bij de Toelichting

29

Bijlage 1 Planboekje

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

30

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

DE MOLENPOLDER

NULMETING & VERNIEUWD INRICHTINGSPLAN

plein06 Stedelijk Ontwerp September 2015

Nulmeting en vernieuwd inrichtingsplan “De Molenpolder”

1

811m2

3.703m 2

1.254m 2

Plankaart “De Molenpolder”, parkeren en groen (niet op schaal) September 2015

Nulmeting en vernieuwd inrichtingsplan “De Molenpolder”

2

PARK

Recreatiepark de Molenpolder bestaat uit totaal 88 chalets. Het park heeft een totaal oppervlakte van 32.931m2. Groene ruimte Het park heeft centraal een grote vijver liggen met aan een zijde een groene strook met bomen en aan de andere een groenveld. Totaal beslaat deze ruimte 5.768 m2. Dit komt neer op ca. 17% van de totale oppervlakte park. 2.065 m2 is groen en 3.703 m2 is water van dit totaal. Parkeren Het parkeren op de Molenpolder gebeurt allemaal achter de slagboom. De parkeerplaats aan de voorzijde is in principe bestemd voor de parkkantine, maar wordt over het algemeen wel gebruikt voor bezoekers. Wij hebben de parkeerplaatsen echter nu niet mee gerekend. Alle chalets hebben tenminste een parkeerplaats op eigen terrein. Sommige hebben er twee. Totaal zijn er 132 parkeerplaatsen. Dit komt neer op een norm van 1.5. Voor het parkeren is uitgegaan van bruikbare plekken. In tekening is een maat aangehouden van 2x5 m in de praktijk blijkt er vaak meer ruimte te zijn, omdat er bijvoorbeeld een tuinpad langs loopt of omdat heggen terugliggen ten opzichte van de perceelgrens.

September 2015

Nulmeting en vernieuwd inrichtingsplan “De Molenpolder”

3

Molenpolder Parkeernorm Parkeerplekken:

132 (=1.5 p/kavel)

Nulmeting Chalets en Kavels “Molenpolder”, (niet op schaal) September 2015

Nulmeting en vernieuwd inrichtingsplan “De Molenpolder”

4

Goothoogte hoofdgebouw te hoog Bij drie kavels zijn de goothoogtes van het hoofdgebouw te hoog. Het gaat om de volgende afwijkingen: - Kavel 67: Goothoogte 3,08 m - Kavel 87: Goothoogte 3,15 m - Kavel 90: Goothoogte 3,10 m

HET KAVELPASPOORT

50 3.00 4.00

220 25%

Kavel oppervlak en bebouwingspercentage

5

Oppervlak bijgebouw en goot- en nokhoogte

3.00 4.00

Oppervlakte hoofdgebouw goot- en nokhoogte Een rood getal betekent een overschrijding van de norm September 2015

2,83 2,31 2,44 3,43 2,83 3,33 2,62 2,44 2,6 2,44 2,61 3,13 2,65 2,61

2 1 1 1

588 589 590 591

477 222 260 496

C. van der Lee 1 1 J. de Vidal de St. Germain 1 2 G. Flantua 1 1 C. Schoemaker 1 1 C.W. de Jager 2 2

592 593 594 595 596

280 290 515 255 248

2 2 1 1 2 2 1 1

597 598 599 600 601 602 603 604

253 256 495 267 258 442 168 229

A. de Boer 1 A. de Groot 1 R. Kremers 1 J. van Wengerden 1 M. Giebels 1 G. van de Meer 1 P. van de Meulen 0 S. Beerlage 2

1 1 2 1 1 2 2 2

605 606 607 68 609 610 611 612

171 199 191 181 188 181 414 368

J. van de Hul 0 Y de Keizer 1 G. van Beek 1 L Piket Vermeulen 0 M.Leeflang 1 I. Heemskerk 2

4 1 3 2 1 1

613 614 615 616 617 618

535 172 189 176 169 195

2 1

619 620

189 196

Huurder J. de Vidal de St. Germain1 G. Flantua C. Schoemaker C.W. de Jager 1

1 C. van der Lee 1 J. de Vidal de St. Germain 1 1 De Molenpolder BV1 1 De Molenpolder BV1 C.W. de Jager 1

27 28 29+30 31 32 33 34 35

J. Saarloos Huurder De Molenpolder BV Y.A.F de Goede F. Wage J. Binnenkamp H. van Tol F. Boon

J. Saarloos 1 1 R. van Vught De Molenpolder BV1 1 De Molenpolder BV1 F. Wage 1 J. Binnenkamp 1 H. van Tol 1 F. Boon 1

J. Saarloos 1 1 R. van Vught 1 De Molenpolder BV1 Y.A.F de Goede 1 F. Wage 1 J. Binnenkamp 1 H. van Tol 1 F. Boon 2

36 37 38 39 40 41 42+44 43+45

A. de Boer A. de Groot R. Kremers J. van Wengerden M. Giebels G. van de Meer P. van de Meulen S. Beerlage

1

A. de Boer 1 A. de Groot 1 R. Kremers 1 1 De Molenpolder BV1 M. Giebels 1 G. van de Meer 1 1 De Molenpolder BV1 S. Beerlage 1

46+47+48 49 50 51 52 53

J. van de Hul Y de Keizer G. van Beek L Piket Vermeulen M.Leeflang I. Heemskerk

1 1 1 1 1

1 De Molenpolder BV1 Y de Keizer 1 G. van Beek 1 L Piket Vermeulen 1 M.Leeflang 1 I. Heemskerk 1

54 55

1 1 1

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

1 1 1 1 1

Nulmeting en vernieuwd inrichtingsplan “De Molenpolder” C. Vermeulen P. van Schaik

1

C. Vermeulen 1 1 De Molenpolder BV1

C. Vermeulen P. van Schaik

1 1 1 3

1 1

M2

2,31 43,1 2,11 46,5 2,02 59,0 1,75 81,0 2,05 91,0 2,02 62,0 1,75 2,50 49,0 1,80 1,80 48,0 2,05 63,3 2,30 47,0 2,03 51,0 2,09 66 2,8 3,37 9 2,53 75,0 52 2,91 3,19 6 2,61 58,0 48 2,51 3,36 10 2,40 58,0 79 2,51 3,65 29 1,34 108,0 2,47 2,10 2,66 37 2,6 6 2,40 43,0 74 2,61 3,5 8 1,90 82,0 177 2,75 9 2,50 186,0 45 2,62 8 2,40 53,0 38 2,8 12 2,31 50,0 2,10 71 2,8 3,6 12 1,75 2,63 83,0 34 2,88 8 2,63 42,0 95 2,51 8 2,21 103,0 101 2,88 8 2,30 109,0 42 2,71 10 2,30 52,0 55 2,71 3,6 17 2,20 2,60 72,0 49 2,8 8 1,90 57,0 77 2,88 4,1 19 2,30 2,90 96,0 2,30 2,30 46 2,8 3,29 9 2,20 55,0 51 2,61 3,34 10 2,20 3,00 61,0 48 2,8 9 2,20 3,00 57,0 25 2,71 8 2,20 33,0 45 2,55 7 2,40 2,86 52,0 41 3 4 2,09 45,0 52 3 3,2 52,0 34 2,71 7 2,10 41,0 2,10 138 2,74 4,41 138,0 38 2,99 9 2,10 47,0 66 3,26 4 2,20 70,0 57 2,97 57,0 51 3,75 11 2,40 62,0 28 2,92 10 1,80 2,60 38,0 2.2 2,60 45 Vervolg 2,61 3,3op volgende 10 2,23 55,0 pagina 39 2,91 6 2,10 45,0 3,1 5 11 13 5 9 5 10 10 7

1,80 2,02 1,75 2,05

% BEBOUWING T.O.V. PERCEEL

43,1 46,5 54 69 78 57 40 43 48,2 37 44

M. Doeve P. van Loenen L Corver W. van Loo

1

De Molenpolder BV1 De Molenpolder BV De Molenpolder BV De Molenpolder BV1 De Molenpolder BV1 De Molenpolder BV B. Dauvillier 1 P Biesta 1 1 P. Griffioen H.W.M. Bergervoets1 1 De Molenpolder BV

TOTALE BEBOUWING

579 580 581 582 583 584 585 586 587

185 184 229 231 468 457 217 232 215 234 456

M. Doeve 1 P. van Loenen 1 1 De Molenpolder BV1 W. van Loo 1

1 1

1 1 1 1 1 1

NOKHOOGTE

M2 0,00 0,00 <10 < 2,5 < 4

GOOTHOOGTE

0,00 <5

NO

OPPERVLAK BEBOUWING 1 CHALET

M <3

1 141 3 M. Karsemeijer 1 1 C.G van Houten de 1Graaf2 C.G van Houten de 1Graaf1 E.F. Bredschneijder1 1 M. Witveen 1 3 De Molenpolder BV1 5 B. Dauvillier 1 1 P Biesta 1 1 P. Griffioen 1 1 H.W.M. Bergervoets1 2 De Molenpolder BV2 2

OPPERVLAK PERCEEL

M2

1

KADESTALE GEGEVENS

m2 >150

PARKEREN OP EIGEN TERREIN

1

BIJGEBOUWEN

1

NAAM EIGENAAR CHALET

NAAM EIGENAAR GROND

HUURDER OPSTAL

21 22 23+24 25 26

1 NAAM

EIGENAAR OPSTAL

M. Doeve P. van Loenen L Corver W. van Loo

PACHTER GROND

14+15 16 17 18+19+20

EIGENAAR GROND

BEWONER M. Karsemeijer A. Roeffen V. Georgiev E.F. Bredschneijder M. Witveen M.A.J. Hazekamp B. Dauvillier P Biesta E. Buscher H.W.M. Bergervoets E. Repi

1

OPPERVLAK BEBOUWING 2 BIJGEBOUW

Wat opvalt bij de te grote bijgebouwen is dat de kavels evenredig groter zijn. De kavels waar de bijgebouwen te groot zijn lopen uiteen van 175 m2 tot 496 m2. Overigens wordt op geen van de kavels het maximale bebouwingspercentage overschreden.

NAAM

NOKHOOGTE

Bijgebouwen te groot Bij 16 kavels zijn de bijgebouwen groter dan 10m2 -Bij 4 kavels zijn ze 11 m2 no; 3, 52,62, 102 -Bij 2 kavels zijn ze 12 m2 no: 26,27 2 -Bij 4 kavels zijn ze 13 m no: 4,64,85.90 2 -Bij 2 kavels zijn ze 17 m no: 33,100 -Bij 3 kavels zijn ze 19m2 no: 35,76,80 2 -Bij 1 kavel zijn ze 29 m no: 18

20110927 NORMEN bij kantine 1A 1 2 3 4+5 6+8 7 9 10 11 12+13

GOOTHOOGTE

Op de Molenpolder voldoen 18 kavels niet volledig aan de eisen. Die 18 kavels zijn als volgt te verdelen:

DE MOLENPOLDER

KAVELS HUIDIG

% <50% 24 26 26 35 19 14 23 21 29 20 11 16 26 22 22 15 28 36 21 20 33 16 21 41 20 16 34 42 32 31 30 18 28 25 13 11 26 27 37 32 37 19 29 23

5

September 2015

171 199 191 181 188 181 414 368

46 51 48 25 45 41 52 34

2,8 3,29 2,61 3,34 2,8 2,71 2,55 3 3 3,2 2,71 NOKHOOGTE

613 535 138 2,74 4,41 614 172 38 2,99 615 189 66 3,26 616 176 57 2,97 617 169 51 3,75 618 195 28 2,92 NO m2 M2 M 0,00 619 >150 189 45 2,61 3,3 <3 <5 620 196 39 2,91 621 216 60 2,83 2,8 3,42 185 43,1 622 207 36 2,77 184 46,5 2,31 623 31 2,9 3,43 579 182 229 54 2,44 624 42 2,6 3,33 580 190 231 69 2,83 625 40 2,8 581 184 468 78 2,62 626 32 2,8 582 176 457 57 2,44 627 38 2,9 583 190 217 40 2,6 628 32 3 584 182 232 43 2,44 629 42 2,61 2,9 3,13 3,3 585 182 215 48,2 630 35 3 586 181 234 37 2,65 631 45 2,9 3,17 587 194 456 44 2,61 632 199 65 3,08 3,6 633 41 588 178 477 66 2,92 2,8 3,37 634 58 2,9 3,19 589 185 222 52 2,91 635 60 3,4 590 179 260 48 2,99 2,51 3,36 636 44 3 591 192 496 79 2,51 3,65 637 191 67 2,8 3,34 638 175 35 2,8 639 73 2,9 592 184 280 37 2,6 640 55 2,9 3,67 593 181 290 74 2,61 3,5 641 70 2,88 594 358 515 177 2,75 3,64 595 255 45 2,62 596 248 38 2,8 642 588 98 2,88 3,52 597 253 71 2,8 3,6 643 598 285 256 74,5 34 2,81 2,88 599 495 95 2,51 644 33 2,71 600 195 267 101 2,88 645 39 601 181 258 42 2,81 2,71 3,2 646 35 602 191 442 55 2,71 3,6 647 175 38 603 168 49 2,23 2,8 604 229 77 2,88 4,1 648 210 31 2,96 3,6 649 53 605 189 171 46 3,15 2,8 3,29 650 43 3,6 606 200 199 51 2,96 2,61 3,34 651 42 607 193 191 48 2,58 2,8 652 193 39 3,1 3,5 68 181 25 2,71 653 182 26 2,58 609 188 45 2,55 654 46 3 610 208 181 41 655 36 2,8 611 208 414 52 3 3,2 656 47 2,8 3,24 612 179 368 34 2,71

657 177 48 2,76 658 64 2,74 3 3,3 613 189 535 138 4,41 659 64 3 614 206 172 38 2,99 660 51 2,9 3,26 615 183 189 66 661 206 71 2,8 616 176 57 2,97 662 81 2,8 3,75 3,4 617 393 169 51 663 3 3,9 618 200 195 80,9 28 2,92 667 180 73,2 2,8 3,5 619 189 45 2,61 3,3 620 196 39 2,91 621 216 60 2,8 3,42 GOOTHOOGTE

BIJGEBOUWEN

BEWONER

46+47+48 J. van de Hul 1 De Molenpolder BV1 J. van de Hul 0 4 49 Y de Keizer 1 Y de Keizer 1 Y de Keizer 1 1 50 G. van Beek 1 G. van Beek 1 G. van Beek 1 3 51 L Piket Vermeulen 1 L Piket Vermeulen 1 L Piket Vermeulen 0 2 52 M.Leeflang 1 M.Leeflang 1 M.Leeflang 1 1 53 I. Heemskerk 1 I. Heemskerk 1 I. Heemskerk 2 1 20110927 NAAM 1 1 NAAM 1 1 1 1 54 1 C. Vermeulen 1 C. Vermeulen 1 141 2 NORMEN C. Vermeulen 55 1 De Molenpolder BV1 P. van Schaik 1 1 bij kantine P. van Schaik 3 56 A. 1 1 A. 1 1 1A M. Zegveld Karsemeijer 1 A. DeZegveld Molenpolder BV1 M. Zegveld Karsemeijer 57 M. Pijl 1 1 A. Roeffen 1 M. De Pijl Molenpolder BV 1 1 M. C.GPijl van Houten de 1Graaf1 2 58 Huurder 1 M. Loo 1 M. 2 V. Georgiev De van Molenpolder BV C.Gvan vanLoo Houten de 1Graaf1 59 H. Scholte 1 1 H. Scholte 1 1 3 E.F. Bredschneijder 1 H. DeScholte Molenpolder BV1 E.F. Bredschneijder1 60 D. 1 1 D. 1 1 4+5 M. Poot Witveen 1 D. DePoot Molenpolder BV1 M. Poot Witveen 3 61 P. Hennipman 1 1 2 6+8 M.A.J. Hazekamp 1 P. DeHennipman Molenpolder BV 1 1 P. DeHennipman Molenpolder BV1 5 62 G. Boon 1 G. Boon 1 G. Boon 1 3 7 B. Dauvillier B. Dauvillier B. Dauvillier 1 63 R. Vermaessen 1 De Molenpolder BV1 R. Vermaessen 1 1 9 P Biesta 1 P Biesta 1 P Biesta 64 H. van den Ham 1 van den Ham 1 van den Ham 1 1 10 E. Buscher 1 H. P. Griffioen 1 H. P.

Griffioen 65 R Eek Bergervoets 1 R Eek Bergervoets1 R Eek Bergervoets1 1 11 H.W.M. H.W.M. H.W.M. 2 66 J.C. de Rooij 1 De Molenpolder BV1 de Rooij 1 1 12+13 E. Repi BV 1 J.C. De Molenpolder BV2 2 67 B. van Dijk 1 B. van Dijk 1 B. van Dijk 1 0 68 K. 1 De Molenpolder BV1 K. 1 1 14+15 M. Hagemeijer Doeve 1 M. Doeve 1 M. Hagemeijer Doeve 2 69 B.J. Ockeloen 1 De Molenpolder B.J. Ockeloen 1 1 16 P. van Loenen 1 P. van Loenen BV1 1 P. van Loenen 70 G. Lagendijk 1 1 G. Lagendijk 1 2 17 L Corver 1 G. DeLagendijk Molenpolder BV1 L Corver 1 71 Grift 1 R. Grift 1 R. Grift 1 2 18+19+20 R. W.van vande Loo W.van vande Loo W.van vande Loo 3 1 72 D. van Barneveld 1 D. van Barneveld 1 D. van Barneveld 1 2 73 N. Cobussen 1 Houthuis 1 Houthuis 1 1 74 J. de Jager 1 1 1 1 21 Huurder 1 J. C.de vanJager der Lee 1 J. C.de vanJager der Lee 75 S. Broeke S. Broeke 1 S. Broeke 1 1 22 J. de Vidal de St. Germain1 J. de Vidal de St. Germain J. de Vidal de St. Germain 2 76+77 D.A.J. Mansom 1 De Molenpolder BV1 D.A.J. Mansom 3 2 23+24 G. Flantua G. Flantua 1 1 25 C. Schoemaker 1 De Molenpolder BV1 C. Schoemaker 1 1 26 C.W. de Jager 1 C.W. de Jager 1 C.W. de Jager 2 2 78+79+79A R. Wempe 1 De Molenpolder BV1 R. Wempe 2 2 27 J. Saarloos 1 J. Saarloos 1 J. Saarloos 1 2 80+81 G.J. ter Haar 1 De Molenpolder BV1 terVught Haar 2 3 28 Huurder R. van Vught 1 G.J. R.

van 1 2 29+30 De Molenpolder BV 1 De Molenpolder BV1 De Molenpolder BV1 1 82 Stavreva 1 J. Vliet 1 J. van de Vliet 1 1 31 Y.A.F de Goede Devan Molenpolder BV1 Y.A.F Goede 83 M. Elverding 1 M. Elverding 1 M. Elverding 1 1 32 F. Wage F. Wage F. Wage 2 84 H. Ransijn 1 H. Ransijn 1 H. Ransijn 1 2 33 J. Binnenkamp J. Binnenkamp J. Binnenkamp 85 M. Brunt 1 F. 1 F. 2 1 34 H. van Tol 1 H. Pellegrom van Tol 1 H. Pellegrom van Tol 1 35 F. Boon 1 F. Boon 1 F. Boon 2 1 86 M. Alkema 1 M. Alkema 1 M. Alkema 1 1 87 E. Brakel 1 E. Brakel 1 E. Brakel 1 2 36 A. van de Boer A. van de Boer A. van de Boer 1 88 M. Kanaar 1 M. Kanaar 1 M. Kanaar 1 2 37 A. de Groot A. de Groot A. de Groot 1 89 J.B. Romijn 1 J.B. Romijn 1 J.B. Romijn 1 3 38 R. Kremers R. Kremers R. Kremers 2 90 J.G. Vlug 1 De Molenpolder BV1 J.G. Vlug 1 39 J. van Wengerden J. van Wengerden 2 1 91 G. Westerveld 1 De Molenpolder BV1 G. Westerveld 1 0 40 M. Giebels 1 M. Giebels 1 M. Giebels 1 92 P. Moes 1 P. Moes 1 P. Moes 1 1 41 G. van de Meer G. van de Meer G. van de Meer 2 93 M. Schipper 1 1 M. Schipper 1 42+44 P. van de Meulen 1 M. De Schipper Molenpolder BV1 P. van de Meulen 1 0 2 94 L. Vos Klootwijk 1 L. Vos Klootwijk 1 L. Vos Klootwijk 1 1 43+45 S. de Beerlage S. de Beerlage S. de Beerlage 2 2 95 A. Hasselman 1 A. Hasselman 1 A. Hasselman 1 1 96 Hennipman 1 1 P. Hennipman 1 2 46+47+48 P. J. van de Hul 1 P.

DeHennipman Molenpolder BV1 J. van de Hul 0 4 97 R. Smits 1 R. Smits 1 R. Smits 1 1 49 Y de Keizer Y de Keizer Y de Keizer 98 Oostwouder 1 De Molenpolder BV1 Oostwouder 1 1 50 G. van Beek 1 G. van Beek 1 G. van Beek 3 99 M. Molenkamp 1 M. Molenkamp 1 M. Molenkamp 1 1 51 L Piket Vermeulen L Piket Vermeulen L Piket Vermeulen 0 2 100+101 C. Korzelius 1 C. Korzelius 1 C. Korzelius 1 4 52 M.Leeflang M.Leeflang M.Leeflang 1 102 P. Kramer 1 De Molenpolder BV1 P. Kramer 1 1 53 I. Heemskerk 1 I. Heemskerk 1 I. Heemskerk 2 103 H. Zwaan 1 De Molenpolder BV1 H. Zwaan 1 1 54 C. Vermeulen 1 C. Vermeulen 1 C. Vermeulen 1 2 Nulmeting en vernieuwd inrichtingsplan “De Molenpolder” 55 P. van Schaik 1 De Molenpolder BV1 P. van Schaik 1 1 56 A. Zegveld 1 A. Zegveld 1 A. Zegveld 1 1

9 10 9 8 7 4 7

9 4

11 10 1,80 2.2 M2 0,00 10 <10 < 2,5 6 7 2,00 7 3,1 1,80 9 5 2,02 8 11 1,75 10 13 2,05 3 5 11 9 1,75 3 5 1,80 13 10 4 10 3 7 7 9 9 6 7 10 2,40 10 29 9 5 2,10 6 2,40 8 19 9 8 12 10 2,45 12 1,75 19 1,90 8 2,00 8 5 8 10 7 17 2,20 13 8 19 2,30 9 2,30 6 9 9 10 2,20 10 9 2,20 13 2,20 8 3 7 2,40 4 3 5 7 8 9 8 2,40 9 6 4 9 17 11 11 10 1,80 9 2.2 10 6 7 2,00

57,0 96,0

34 42

55,0 32 61,0 31 57,0 30 33,0 18 52,0 28 45,0 25 52,0 13 2,10 41,0 11 2,10 138,0 26 2,10 47,0 27 2,20 70,0 37 57,0 32 2,40 62,0 37 2,60 38,0 19 2,60 0,00 M2 % 2,23 29 < 4 55,0 <50% 2,10 45,0 23 2,50 2,31 67,0 43,1 31 24 2,42 2,11 43,0 46,5 21 26 2,20 2,02 40,0 59,0 22 26 2,30 1,75 50,0 81,0 26 35 2,20 2,05 50,0 91,0 27 19 2,10 2,02 35,0 62,0 20 14 2,40 2,50 49,0 26 23 2,10 1,80 35,0 48,0 19 21 2,40 2,05 55,0 63,3 30 29 2,30 39,0 47,0 22 20 2,20 2,03 48,0 51,0 25 11 2,40 2,09 72,0 36 2,20 2,53 50,0 75,0 28 16 2,50 2,61 67,0 58,0 36 26 3,40 2,40 67,0 58,0 37 22 2,40 54,0 28 1,34 108,0 22 2,30 2,47 76,0 40 2,30 2,66 40,0 23 2,90 2,40 79,0 43,0 43 15 2,15 1,90 63,0 82,0 35 28 2,10 89,0 25 2,50 186,0 36 2,10 2,40 53,0 21 2,25 2,31 50,0 20 2,51 2,10 108,0 18 2,10 2,63 83,0 33 2,20 2,63 110,0 42,0 39 16 2,00 2,21 103,0 21 2,00 38,0 19 2,30 109,0 41 2,00 2,30 49,0 52,0 27 20 2,40 2,60 42,0 72,0 22 16 2,00 51,0 1,90 57,0 29 34 2,00 2,90 96,0 42 2,10 2,30 40,0 19 2,10 2,20 59,0 55,0 31 32 2,10 3,00 52,0 61,0 26 31 2,35 3,00 52,0 57,0 27 30 2,70 2,20 52,0 33,0 27 18 2,20 2,86 29,0 52,0 16 28 2,40 2,09 50,0 45,0 24 25 2,10 39,0 52,0 19 13 2,40 2,10 52,0 41,0 29 11 2,30 2,10 56,0 32 2,12 138,0 73,0 39 26 2,70 2,10 72,0 47,0 35 27 2,10 2,20 57,0 70,0 31 37 2,42 80,0 57,0 39 32 2,50 2,40 98,0 62,0 25 37 2,20 2,60 91,9 38,0 46 19 2,30 2,60 73,2 41 2,23 55,0 29 2,10 45,0 23 2,50 67,0 31 %

BEBOUWING T.O.V. PERCEEL

605 606 607 68 609 610 611 612

1,90 2,30 2,90 2,30 2,30 2,20 2,20 3,00 2,20 3,00 2,20 2,40 2,86 2,09

TOTALE BEBOUWING

1 1 2 1 1 2 2 2

8 19

NOKHOOGTE

A. de Boer 1 A. de Groot 1 R. Kremers 1 J. van Wengerden 1 M. Giebels 1 G. van de Meer 1 P. van de Meulen 0 S. Beerlage 2

4,1

GOOTHOOGTE

2,8 2,88

OPPERVLAK BEBOUWING 2 BIJGEBOUW

49 77 OPPERVLAK BEBOUWING 1 CHALET

168 229

OPPERVLAK PERCEEL

603 604

KADESTALE GEGEVENS

EIGENAAR GROND

1

1 1

PARKEREN OP EIGEN TERREIN

1 1

A. de Boer 1 A. de Groot 1 R. Kremers 1 1 De Molenpolder BV1 M. Giebels 1 G. van de Meer 1 1 De Molenpolder BV1 S. Beerlage 1

1 2

NAAM EIGENAAR CHALET

1 1 1

H. van Tol F. Boon

HUURDER OPSTAL

A. de Boer A. de Groot R. Kremers J. van Wengerden M. Giebels G. van de Meer P. van de Meulen S. Beerlage

1 1

EIGENAAR OPSTAL

36 37 38 39 40 41 42+44 43+45

H. van Tol F. Boon

NAAM EIGENAAR GROND

1 1

PACHTER GROND

H. van Tol F. Boon

DE MOLENPOLDER

34 35

6

Vernieuwd inrichtingsplan “Molenpolder”, (niet op schaal) September 2015

Nulmeting en vernieuwd inrichtingsplan “De Molenpolder”

7

VERNIEUWD INRICHTINGSPLAN PLAN VAN AANPAK

Op de Molenpolder hoeft er aan de kavels niets te gebeuren. Wel moet er iets gebeuren aan de parkeernorm en de bijgebouwen. Oplossing voor het parkeren De Molenpolder heeft besloten dat iedereen een parkeerplaats op eigen kavel in gebruik moet hebben. Dat is vrijwel overal al het geval alleen sommige worden niet actief gebruikt. Daarnaast heeft men besloten om in het mandelig gebied 11 extra plaatsen toe te voegen. Drie komen er bij de kantine buiten de slagboom en 8 komen er bij de loods aan de andere zijde van het water, deze liggen binnen de slagboom. Daarmee komt het totaal aantal plekken op 143, dat komt neer op een norm van 1,6 parkeerplek/chalet. Bijgebouwen te groot In de wijzigingsregels is opgenomen dat de maximale oppervlakte van erfbebouwing maximaal 10 m² mag bedragen. Bij 16 kavels op de Molenpolder zijn de bijgebouwen te groot. Wij hebben onderzocht in hoeverre er sprake is van vergunningsvrij bouwen. Omgang met overschrijding irt. vergunningsvrij bouwen Nadat het wijzigingsplan is vastgesteld gelden de bepalingen uit het Besluit omgevingsrecht (Bor) ten aanzien van het vergunningsvrij bouwen. In het Bor wordt gesteld dat bijgebouwen die binnen de afmetingen van het besluit worden omschreven, niet verplicht aan de gemeente hoeven te worden gemeld. Dit bouwwerk hoeft dan ook niet aan het bestemmingsplan te worden getoetst.

Om te bepalen of de bijgebouwen van de overige percelen vallen onder het vergunningsvrij bouwen zijn de volgende zaken van belang: a. De bijgebouwen dienen zich in het achtererfgebied te bevinden. Het achtererfgebied is het gebied op meer dan 1 meter van de voorkant van het hoofdgebouw; b. De oppervlakte van bijgebouwen binnen een afstand van 1 m van een naburig erf niet meer dan 10 m² bedragen c. de oppervlakte van bijgebouwen op een afstand van meer dan 2,5 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw niet meer dan 30 m² mag bedragen; September 2015

d. Beperkingen ten aanzien van de hoogte van vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken e. Niet meer dan 50% van het achtererfgebied bebouwd mag zijn met bijgebouwen. Om inzichtelijk te maken welke percelen na de wijzigingsbevoegdheid wat betreft de bijgebouwen binnen het vergunningvrij bouwen vallen, hebben wij in de kaart op blz. 7 de hoofdwegen gearceerd aangegeven. De hoofdwegen zijn de reeds geasfalteerde wegen in het park. Percelen die grenzen aan deze hoofdwegen hebben als voorgevel dié zijde grenzend aan de hoofdweg. Percelen die grenzen aan subwegen én hoofdwegen geld de hoofdweg als voorkant. Percelen die grenzen aan de subwegen geld de subweg als voorkant.

Goothoogte hoofdgebouw te hoog De goothoogtes wijken maximaal 15 cm af de toegestane hoogte. In het totaal beeld dat rijk is aan zeer diverse hoogtes vallen deze afwijkingen niet uit de toon. We zouden hier dan ook willen voorstellen dat deze afwijkingen in een toelaatbare marge vallen.

Wij willen het college voorstellen dat de percelen 3,52,62 en 102 met bijgebouwen van 11 m2 binnen een toelaatbare marge vallen. De percelen die binnen het vergunningvrij bouwen vallen zijn de percelen: 4,18,27,33,64,76,80,85 en 90. Voldoen aan de gestelde eisen voor de wijzigingsbevoegdheid zou voor deze percelen betekenen; het tijdelijk verkleinen van de bijgebouwen naar 10 m2. Wij verzoeken het college hier coulant mee om te gaan. Resterende 3 percelen die aanpassingen behoeven. De percelen 26,90 en 101 vallen niet binnen het vergunningvrij bouwen. • Op de kavels 26 en 90 staan meerdere bijgebouwen. Op deze kavels zal 1 bijgebouw verwijderd worden, waarna beide percelen voldoen aan de gestelde eisen. • Op kavel 100+101 zal het bijgebouw verkleind worden tot 10 m2

Nulmeting en vernieuwd inrichtingsplan “De Molenpolder”

8

31

Bijlage 2 Keuring bouwbesluit

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

32

Rho adviseurs voor leefruimte

400347.20151364

Gemeente stichtse Vecht Project 'Inspecties Bouwbesluit Park De Molenpolder' Objectnummer

Datum toets

Resultaat

Voldoet niet aan artikel(en)

Advies te verrichten aanpassing

Fotonummers

Het plafond in de verblijfsruimte heeft een hoogte van 2.08 meter en voldoet daarmee niet aan de minimale hoogte. Gezien de minimale afwijking van de voorgeschreven hoogte wordt geadviseerd de geconstateerde afwijking te gedogen. De toilet en doucheruimte is gecombineerd, waardoor de toiletruimte niet voldoet aan de minimaal vereisten afmetingen. Om te voldoen dient de gecombineerde ruimte te worden uitgebreid of de toiletruimte elders te worden geplaatst met in acht name van de minimale afmetingen. De gasvoorziening van het object voldoet niet aan de eisen uit NEN 8078. Er wordt gebruikt gemaakt van gasflessen. Aansluiting op de centrale gasvoorziening is noodzakelijk bij gebruik als woonruimte. Op dit moment is het object, volgens verklaring van de eigenaar in gebruik als recreatieobject.

578 t/m 583

66

26-6-2014

voldoet niet

2.63 + 4.7 + 4.16 + 6.9

95

7-8-2014

voldoet niet

2.64

55

24-6-2014

voldoet niet

2.64 +3.58 + 3.6

2

23-6-2014

voldoet niet

2.64 en 3.60

63

25-6-2014

voldoet niet

2.65

10

26-6-2014

voldoet niet

2.65 +3.38

26

24-6-2014

voldoet niet

2.90 +3.58 +3.61

18-20

25-6-2014

voldoet niet

3.38

11

26-6-2014

voldoet niet

3.38 +3.47

54

25-6-2014

voldoet niet

3.58

In de ruimte waar een open verbrandingstoestel (geiser) aanwezig is, is onvoldoende toevoer van verbrandingslucht. Het bestaande rooster voor de toevoer van verbrandingslucht is dichtgemaakt. Om te voldoen aan het Bouwbesluit dient dit ventilatierooster te worden teruggebracht.

467 t/m 474

53

25-6-2014

voldoet niet

4.16

In dit chalet is een gecombineerde toilet- en doucheruimte aanwezig. De afmetingen van de toilettruimte voldoet niet aan de minimaal vereiste oppervlakte zoals bepaald in artikel 4.16 van het Bouwbesluit. Om te voldoen dient de gecombineerde ruimte te worden uitgebreid of de toiletruimte elders te worden geplaatst met in acht name van de minimale afmetingen.

503 t/m 509

91

25-6-2014

voldoet niet

4.16

In dit chalet is een gecombineerde toilet- en doucheruimte aanwezig. De afmetingen van de toilettruimte voldoet niet aan de minimaal vereiste oppervlakte zoals bepaald in artikel 4.16 van het Bouwbesluit. Om te voldoen dient de gecombineerde ruimte te worden uitgebreid of de toiletruimte elders te worden geplaatst met in acht name van de minimale afmetingen. De inspecteur heeft van de eigenaar/gebruiker vernomen dat er bij toekenning van een woonbestemming plannen zijn de stacaravan te vervangen.

487 t/m 495

36

24-6-2014

voldoet niet

4.7

Het plafond in de keuken heeft een hoogte van 2.05 meter en voldoet daarmee niet aan de minimale hoogte. De overige ruimten in het chalet zijn voldoende hoog. Gezien de minimale afwijking van de voorgeschreven hoogte wordt geadviseerd de geconstateerde afwijking te gedogen.

832 t/m 836

De kap op de rookgasafvoer ontbreekt. Hierdoor voldoet de rookgasafvoer niet aan 2,64 Bouwbesluit. Rookgasafvoer voorzien van een tregakap. De afvoer en toevoer van verbrandingslucht van het gesloten CV-systeem voldoent niet aan de eisen. De af- en toevoer dient door het dak te worden aangebracht, minimaal 0,5 meter boven het dak uit te steken en te worden voorzien van een Trega-afdekkap. Het gesloten CV-systeem is niet op de juiste wijze voorzien van een afvoer voor rookgas en toevoer voor verbrandingslucht. De af- en toevoer dient van het systeem dient via het dak van het object te worden aangebracht en te worden voorzien van een gescheiden afvoer voor rookgas en toevoer voor verbrandingslucht. In de toiletruimte is een open verbrandingstoestel opgesteld. Om te voldoen aan het bepaalde in het Bouwbesluit moet de geiser worden verplaatst naar een andere ruimte of worden vervangen door een gesloten verbrandingstoestel. In de doucheruimte is een geiser aanwezig. Een geiser is een open verbrandingstoestel en mag niet worden geplaatst in een doucheuimte. Om te voldoen aan het bepaalde in het Bouwbesluit moet de geiser worden verplaatst naar een andere ruimte of worden vervangen door een gesloten verbrandingstoestel. Het object voldoet niet aan het Bouwbesluit. Er is geen rookmelder aanwezig.

Daarnaast is de voorziening voor toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rookgas onvoldoende boven het dak uit geplaatst en niet voldoende vastgezet. De afvoer dient verder door het dak te worden doorgevoerd (min. 0,5 meter) en afdoende te worden vastgezet op het dak. In dit chalet is bad-of doucheruimte aanwezig. Chalet nr 18 wordt gebruikt in combinatie met chalet 2324. In dit chalet is wel een badruimte aanwezig. Het chalet is in de huidige situatie niet geschikt voor bewoning. De luchtverversing in de doucheruimte voldoet niet aan NEN 8087. Er is onvoldoende capaciteit voor luchtverversing. Dit kan worden opgelost door het plaatsen van een mechanische ventilatie of door het aanbrengen van een te openen venster.

018 t/m 023 815 t/m 820

908 t/m 9017

475 t/m 486

561 t/m 569

811 t/m 815

448 t/m 454

553 t/m560

Objectnummer

Datum toets

Resultaat

Voldoet niet aan artikel(en)

42-44

7-8-20144

voldoet niet

4.7

43-45

24-6-2014

voldoet niet

4.7

49

26-6-2014

voldoet niet

4.7

89

7-8-2014

voldoet niet 4.7

90

23-6-2014

voldoet niet

4.7

102

24-6-2014

voldoet niet

6.10

Advies te verrichten aanpassing

Fotonummers

Plafond is op enkele plaatsen lager dan 2.10 omdat het doorzakt. Mogelijk zijn er constructieve oorzaken voor het doorzakken. Constructie controleren op sterkte. Plafondhoogte varieert van 2.15 tot 2.01 cm. Tevens geen rookmelders aanwezig. In elke verblijfsruimte minimaal 1 rookmelder plaatsen.

060 t/m 064

Plafondhoogte is 2.09 cm. Gezien de minimale afwijking van de voorgeschreven hoogte wordt geadviseerd de geconstateerde afwijking te gedogen. Het plafond in de verblijfsruimte heeft een hoogte van 2.08 meter en voldoet daarmee niet aan de minimale hoogte. Gezien de minimale afwijking van de voorgeschreven hoogte wordt geadviseerd de geconstateerde afwijking te gedogen. Het plafond is op diverse plaatsen lager dan 2.10. Oorzaak hiervan is dat het plafond niet vlak is en op enkele plaatsen doorzakt. Mogelijk constructieve oorzaken. Controle van de plafondconstructie is gewenst. Het plafond in de verblijfsruimte heeft een hoogte van 2.06 meter en voldoet daarmee niet aan de minimale hoogte. Gezien de minimale afwijking van de voorgeschreven hoogte wordt geadviseerd de geconstateerde afwijking te gedogen. Er is sprake van een gecombineerde electriciteitsvoorziening/aansluiting met chalet nr 103. Hierdoor voldoet de voorziening niet aan de vereisten. Geadviseerd wordt de bestaande electriciteitsvoorziening te scheiden en een certificaat te laten overleggen van een erkend installateur. Er is sprake van een gecombineerde electriciteitsvoorziening/aansluiting met chalet nr 102. Hierdoor voldoet de voorziening niet aan de vereisten. Geadviseerd wordt de bestaande electriciteitsvoorziening te scheiden en een certificaat te laten overleggen van een erkend installateur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1508/documents/33076