CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Griendweg 1.pdf

Raad 26 september 2023, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 9.: Bestemmingsplan Griendweg 1 in Tienhoven19.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.

4.8.2

Situatie plangebied

In het kader van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is door AR Bedrijfsontwikkeling BV een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld. Uit het rapport komt naar voren dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van de voorgenomen activiteit worden verwacht. In bijlage 5 is de m.e.r.beoordeling opgenomen waarin de onderbouwing is gegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

44

Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld 4.8.3

Conclusie

Belangrijke nadelige milieugevolgen als gevolg van voorliggende ontwikkeling zijn niet te verwachten. Een MER-beoordeling wordt niet noodzakelijk geacht.

4.9

Wateraspecten

4.9.1

Algemeen

Zoals in paragraaf 3.1.3 uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

4.9.2

Watertoetsproces

De in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling heeft betrekking op het aanpassen van het agrarisch bouwvlak van het agrarisch bedrijf aan de Griendweg 1 om zo de juridisch-planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke en vergunde situatie en de mogelijkheid te creëren voor het realiseren van een nieuwe mestopslag silo. Hiertoe is advies van het Waternet ingewonnen. Bescherming watersysteem en (grond)waterkwaliteit Het agrarisch bedrijf ligt gedeeltelijk in peilgebied 61-4 (NAP -3,83m) en gedeeltelijk in peilgebied 61-1 (NAP 3,91m) welke worden gescheiden door een primaire watergang. Het agrarisch bedrijf ligt ten zuiden van de primaire watergang “Veenderijsloot-oost” en ten noorden van de primaire watergang “Zulderustwetering”. Deze primaire watergangen worden volledig beheert door het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Deze watergangen staan in verbinding met diverse secundaire watergangen in het gebied die onder het beheer vallen van de perceeleigenaar. De watergangen zijn allen gelegen in Natura 2000-gebied en in het grondwaterbeschermingsbied van de Bethunepolder. Daarom zijn maatregelen noodzakelijk die een adequate bescherming van het Natura 2000gebied, het grondwaterbeschermingsgebied, de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit en ecologie garanderen.

En daarom merkt het waterschap het volgende op: Ook al valt een mestopslagsilo niet onder het Besluit Risico Zware ongevallen en de regeling risico’s zware ongevallen. Dan toch zijn in elk geval de regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing, waaronder het zorgplichtartikel (artikel 2.1). Voor een juiste invulling van de zorgplicht is het van belang dat rekening wordt gehouden met de maatregelen die zijn beschreven in de PGS 7. Verder is § 3.4.6. Opslaan van drijfmest en digestaat. van het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. En moeten voldoende Bodembeschermende maatregelen worden getroffen, zoals onder meer beschreven in paragraaf § 2.1.1 van de Activiteitenregeling milieubeheer. En is op basis van diezelfde regeling een kwaliteitsverklaring mestbassin noodzakelijk: attest, afgegeven door een door een accreditatie-instantie geaccrediteerde instelling op basis van BRL 2342 voor mestbassins en afdekking voor mestbassins. Verder merkt het waterschap op dat voor de buitenste schil van de mestopslagsilo geen uitlogende bouwmaterialen mogen worden gebruikt. Drinkwaterbeschermingsgebied

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

45

Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld Het plangebied is gelegen in drinkwaterbeschermingsgebied. Hiertoe is, conform het geldend bestemmingsplan ‘Landelijke Gebied Maarssen’, de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – waterwingebied’ opgenomen. De gronden ter plaatse van deze aanduiding zijn, naast de aldaar voorkomende bestemming, tevens bestemd voor de exploitatie en bescherming van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. Overig De perssappen van de kuilvoerplaten, composteerplaat en vaste mestopslag worden opgeslagen en gebruikt om in de zomerperiode de composthoop nat te maken. Overtollige perssappen worden als meststof afgevoerd naar de omliggende gronden. Het hemelwater van daken en erfverharding dat niet in aanraking komt met bedrijfsprocessen en derhalve geen vervuiling bevat, wordt afgevoerd naar omliggende sloten en bodem. Tot slot is in het verleden een watergang in het plangebied gedempt. Het waterschap merkt op dat watercompensatie voor het dempen van de watergang voorafgaand aan dit dempen had moeten plaatsvinden in hetzelfde peilgebied. Met andere woorden: eerst moet nieuw oppervlaktewater worden gegraven. Dan pas mag bestaand oppervlaktewater worden gedempt. Verder merkt het waterschap op dat het dempen en graven van een secundaire watergang meldingsplichtig is op grond van de Keur AGV.

Voor het dempen en graven (van vorm of richting veranderen) van een primaire watergang geldt vergunningplicht. Deze regels zijn te vinden op de website van AGV (https://www.agv.nl/onze-taken/keur/). Ter compensatie van het dempen van de watergang binnen het plangebied heeft reeds compensatie plaatsgevonden in de vorm van het graven van waterbeken aan de west-/zuidwestzijde van het agrarisch bedrijfsperceel.

4.10

Kabels & leidingen

In of nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels of leidingen aanwezig.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

46

Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld

HOOFDSTUK 5 5.1

JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

5.2

Opzet van de regels

5.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

5.2.2

Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels.

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •

Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.

•

Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogtes, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

5.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

47

Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld • • •

5.2.4

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Afwijkingen van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels.

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

•

•

•

•

•

5.2.5

Anti-dubbeltelregel (Artikel 5) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 6) In dit artikel worden de algemene bouwregels aangehaald. Het gaat hierbij om bouwwerken met afwijkende maten, overschrijding van de bouwgrenzen, ondergronds bouwen en de aftanden van woningen tot wegen. Algemene gebruiksregels (Artikel 7) In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene aanduidingsregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven, vanwege de ligging in de ‘bethunepolder’ en ‘milieuzone – waterwingebied’. Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven burgemeester en wethouders onder andere de bevoegdheid om het plan te wijzigen ten behoeve van ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan.

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

5.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Ten aanzien van de plansystematiek voor de bestemmingen is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de plansystematiek van het geldende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Maarssen’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

48

Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld “Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden” (Artikel 3) De voor ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor grondgebonden veehouderijbedrijven, behoud en versterking en herstel van de aldaar voorkomende, dan wel daaraan eigen zijnde natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen en veekralen uitsluitend worden gebouwd binnen de bouwvlakken. Per bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan. In de regels is onderscheid gemaakt in bouwregels voor bedrijfswoningen, bijgebouwen bij de bedrijfswoning, bedrijfswoning (niet zijnde kassen), agrarische hulpgebouwen buiten het bouwvlak, mestvergistingsinstallatie, windmolen, mestsilo’s, overige silo’s, erfafscheidingen, veekralen, overige bouwwerken (geen gebouwen zijnde). Aan de regels is een voorwaardelijke verplichting toegevoegd. De voorwaardelijke verplichting voorziet in een borging van de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen (zie bijlage 1 van de regels). “Waarde – Archeologie - 5” (Artikel 4) De voor ‘Waarde – Archeologie – 5’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere door voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de in of op de grond aanwezige archeologische waarden.

In beginsel geldt er een bouwverbod geldt en dat een omgevingsvergunning is vereist voor ingrepen dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld. Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk wanneer het bouwwerken of projecten betreft met een oppervlakte van 10 ha of minder.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

49

Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld

HOOFDSTUK 6 6.1

UITVOERBAARHEID

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een samenwerkingsovereenkomst en een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. In de anterieure overeenkomst wordt tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

6.2

Vooroverleg

6.2.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

6.2.2

Provincie Utrecht

In het kader van het vooroverleg is het voorliggend bestemmingsplan naar de provincie Utrecht toegezonden. De vooroverlegreactie(s) van de provincie zijn verwerkt in bestemmingsplan.

6.2.3

Waterschap Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht

In het kader van voorgenomen ontwikkeling is advies ingewonnen bij het waterschap. Het advies van het waterschap is verwerkt in de waterparagraaf zoals opgenomen in paragraaf 4.9.

6.3

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid.

6.4

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is er één zienswijze ingediend. Deze zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Omdat tevens aanpassingen zijn doorgevoerd in de regels van het bestemmingsplan is het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

50

Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

51

Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

52

Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld

Bijlage 2

Quickscan natuurwaarden

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

53

Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld

Bijlage 3

Toetsing effecten Natura 2000-gebieden

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

54

Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld

Bijlage 4

Aanvullende notitie natuur (NNN)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

55

Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld

Bijlage 5

Vormvrije mer-beoordeling

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2312/documents/49005