CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels ontwerpbestemmingsplan Parapluplan Stichtse Vecht.pdf

Commissie Fysiek Domein 31 mei 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: a.: Ontwerpbestemmingsplan Parapluplan Stichtse Vecht.25.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Natuur zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g.

het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen van dammen; het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen; het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

27

h. i.

het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; het scheuren van grasland.

8.3.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het verbod als bedoeld in artikel 8 lid 3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b.

normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan

8.3.3 Advies Het bevoegd gezag verleent uitsluitend vergunning als bedoeld in artikel 8 lid 3.1 na schriftelijk advies van een deskundige inzake de te beschermen waarde.

28

Artikel 9 Recreatie 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Recreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

ter plaatse van de aanduiding ‘volkstuin’ zijn volkstuinen toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' zijn recreatiewoningen toegestaan; ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van cultuur en ontspanning - voorziening partyschepen’ uitsluitend een sanitaire voorziening met opslag ten behoeve van partyschepen,

met de daarbij behorende: e. f. g. h. i. j. k.

overige bouwwerken; erven en terreinen; groen- en speelvoorzieningen; parkeervoorzieningen en straatmeubilair; water en watergangen; wegen en paden; overige functioneel met de bestemming 'Recreatie' verbonden voorzieningen.

9.2 Bouwregels 9.2.1 Volkstuinen Ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' gelden de volgende regels: a.

b.

c.

op ieder kavel met een oppervlakte van ten minste 200 m² mag een plantenkas of berging worden gebouwd, waarbij: 1. de grondoppervlakte van een plantenkas niet meer dan 12 m² mag bedragen; 2. de grondoppervlakte van een berging niet meer dan 6 m² mag bedragen; 3. de bouwhoogte van gebouwen niet meer dan 3 m mag bedragen. binnen iedere bestemming met een oppervlakte van ten minste 0,5 ha, ten hoogste één gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m² ten behoeve van beheer en sanitaire voorzieningen mag worden gebouwd geen (dienst)woning mag worden gebouwd

9.2.2 Recreatiewoningen Ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' gelden de volgende regels: a. b.

er zijn ten hoogste 13 recreatiewoningen toegestaan; de oppervlakte en inhoud mag niet meer dan aangegeven op het als bijlagen bij de regels bijlage 2 bijgevoegde overzicht.

9.2.3 Voorziening partyschepen Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van cultuur en ontspanning - voorziening partyschepen' mag de bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan is aangeduid met 'maximum bouwhoogte (m)’.

29

9.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bouwregels: a.

De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m.

9.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de recreatiewoningen voor permanente bewoning ter plaatse van aanduiding 'recreatiewoning', met dien verstande dat: a. b.

permanente bewoning op grond van een persoons- en objectgebonden gedoogbeschikking zoals die zijn opgenomen in bijlagen bij de regels, bijlage 3 is toegestaan; het bepaalde in artikel 36 lid 3 en artikel 36 lid 4 van toepassing is;

30

Artikel 10 Recreatie - 4a 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - 4a' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

natuurvereniging;

met daarbij behorende: b. c. d.

gebouwen ten behoeve van de natuurvereniging; groenvoorzieningen en water; overig functioneel met de bestemming 'Recreatie - 4a' verbonden voorzieningen.

10.2 Bouwregels Op de in artikel 10 lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f.

de bestaande oppervlakte van gebouwen ten behoeve van de natuurvereniging niet mag worden vergroot; de bestaande goot- en bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van de natuurvereniging niet mag worden vergroot; de bestaande inhoud van gebouwen ten behoeve van de natuurvereniging niet mag worden vergroot; ondergronds bouwen niet is toegestaan; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 1,5 m; de maatvoering van gebouwen is opgenomen in het als bijlagen bij de regels, bijlage 4 bijgevoegde overzicht.

10.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken geldt dat het niet is toegestaan om gebouwen ten behoeve van de natuurvereniging te gebruiken of te laten gebruiken voor verblijfsrecreatie of permanente bewoning.

31

Artikel 11 Tuin 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

tuinen; (ontsluitings)wegen en paden;

met de daarbij behorende: c. d. e.

parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; overige functioneel met de bestemming 'Tuin' verbonden voorzieningen;

11.2 Bouwregels 11.2.1 Gebouwen Op deze gronden mogen uitsluitend aangebouwde bouwwerken ten behoeve van aangrenzende hoofdgebouwen worden gebouwd, waarbij de volgende bouwregels gelden: a.

b.

voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken aangrenzend aan de voor- of zijkant van een hoofdgebouw, geldt: 1. dat de bouw van een bijbehorend bouwwerk niet ten koste mag gaan van parkeerplaatsen op eigen erf; 2. de breedte van een bijbehorend bouwwerk niet meer mag bedragen dan 50% van de breedte van de desbetreffende voor- of zijkant van het hoofdgebouw; 3. de oppervlakte van het bijbehorende bouwwerk niet meer mag bedragen dan 6 m²; 4. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw plus 0,30 m; 5. de horizontale diepte van een bijbehorend bouwwerk niet meer mag bedragen dan 1,5 m; voor herbouw of verbouw van bestaande bijbehorende bouwwerken geldt dat de goothoogte en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de maten van deze gebouwen zoals deze bestonden op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bouwregels: a. b.

c. d.

erf- en terreinafscheidingen vóór de naar het openbaar gebied gekeerde voorkant van het hoofdgebouw maximaal 1 m; erf- en terreinafscheidingen achter de naar het openbaar gebied gekeerde voorkant van het hoofdgebouw maximaal 2 m, waarbij in geval van hoekwoningen de verkeerssituatie niet mag worden belemmerd; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hogere erfafscheiding' de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1,8 m; overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals pergola’s, bouwhoogte maximaal 2,5 m.

11.3 Specifieke gebruiksregels Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan een gebruik van gronden ten behoeve van opslag van materialen en goederen.

32

Artikel 12 Verkeer 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

wegen met een hoofdzakelijk doorgaand karakter; parkeervoorzieningen en straatmeubilair;

met de daarbij horende: c. d. e. f. g. h. i.

duikers en (kunst)werken; geluidwerende voorzieningen; groenvoorzieningen en water; in- en uitritten; kunstobjecten en straatmeubilair; oeververbindingen (bruggen); overige functioneel met de bestemming ‘Verkeer’ verbonden voorzieningen.

12.2 Bouwregels 12.2.1 Gebouwen Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 12.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bouwregels: a. b.

c. d. e.

de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt niet meer dan 1 m; de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen bedraagt niet meer dan 10 m, met dien verstande dat in de zone van Rijksweg A2 de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen niet meer mag bedragen dan 15 m; de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt niet meer dan 15 m, met dien verstande dat in de zone van Rijksweg A2 de bouwhoogte van lichtmasten niet meer mag bedragen dan 20 m; de bouwhoogte van straatmeubilair, en reclameborden bedraagt niet meer dan 6 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 3 m.

33

Artikel 13 Verkeer - Railverkeer 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

railverkeer; spoorovergangen of onderdoorgangen; het behoud en het herstel van de ter plaatse voorkomende, dan wel de daaraan eigen natuurwaarden; ecologische verbindingszones; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bruggen en duikers; ongelijkvloerse kruisingen;

met de daarbij behorende: i. j. k. l. m. n.

bouwwerken; geluidwerende voorzieningen; groenvoorzieningen; kunstwerken; water en watergangen; overige functioneel met de bestemming ‘Verkeer – Railverkeer’ verbonden voorzieningen.

13.2 Bouwregels 13.2.1 Gebouwen Op de in artikel 13 lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. b. c.

één onder- of schakelstation mag worden gebouwd; de oppervlakte niet meer bedraagt dan 150 m²; de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4,5 m.

13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 10 m.

13.3 Specifieke gebruiksregels 13.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met het bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen: a. b. c. d.

het storten of het lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; het opslaan van onklare voer- en vaartuigen of onderdelen hiervan; het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens.

34

Artikel 14 Verkeer - Verblijfsgebied 14.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

b.

wegen met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie, en pleinen en standplaatsen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'centrum' tevens evenementen, weekmarkten en terrassen zijn toegestaan; parkeer-, groen- en speelvoorzieningen;

met de daarbij horende: c. d. e. f. g. h. i. j.

duikers en (kunst)werken; geluidwerende voorzieningen; in- en uitritten; kunstobjecten en straatmeubilair; oeververbindingen (bruggen); stallingsruimte voor fietsen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen en waterberging, waaronder bergbezinkbassins; overige functioneel met de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ verbonden voorzieningen.

14.2 Bouwregels 14.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Er mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f.

de bouwhoogte van kunstwerken zoals bruggen, tunnels en viaducten bedraagt niet meer dan 6 m; de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt niet meer dan 6 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt niet meer dan 1 m; de bouwhoogte van lichtmasten en geluidwerende voorzieningen bedraagt niet meer dan 15 m; de bouwhoogte van straatmeubilair, en reclameborden bedraagt niet meer dan 6 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet dan 3 m.

14.3 Specifieke gebruiksregels 14.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan een gebruik van gronden ten behoeve van opslag van materialen en goederen. 14.3.2 Evenementen Ter plaatse van de aanduiding ‘centrum’ zijn evenementen toegestaan met dien verstande dat: a. b.

de gezamenlijke duur van evenementen, inclusief opbouw en afbouw, niet meer dan 62 dagen per kalenderjaar mag bedragen; ondergeschikte horeca ten behoeve van de evenementen niet meer dan 62 dagen per kalender jaar is toegestaan.

35

Artikel 15 Water 15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

water en waterlopen; waterhuishouding; recreatief medegebruik;

met de daarbij horende: d. e. f. g. h. i. j.

bruggen, sluizen, waterhuishoudkundige voorzieningen, beschoeiingen en overige kunstwerken; nautische voorzieningen; afmeervoorzieningen; trailerhelling; recreatievoorzieningen; kruisende wegen en paden; overige functioneel met de bestemming 'Water' verbonden voorzieningen.

15.2 Bouwregels 15.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.

de bouwhoogte van bruggen en viaducten bedraagt niet meer dan 8 m; de bouwhoogte van nautische voorzieningen bedraagt niet meer dan 20 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van bouwwerken voor de waterwegaanduiding, geleiding of tolheffing, bedraagt maximaal 3 m.

15.3 Specifieke gebruiksregels 15.3.1 Verboden gebruik Onder strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. b.

een gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van boatsavers. het gebruik van gronden -daaronder begrepen water, aanlegplaatsen en steigers- als ligplaats voor woonboten of -schepen en andere drijvende woongelegenheden, drijvende boten en andere bergingen en drijvende steigers, pontons en soortgelijke voorzieningen, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden.

Artikel 16 Wonen 16.1 Bestemmingsomschrijving De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

woningen; aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven in categorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals in de in bijlagen bij de regels als bijlage 1 opgenomen, of daarmee gelijk te stellen bedrijfsactiviteiten;

36

c.

ter plaatse van de aanduiding 'praktijkruimte' is een praktijkruimte op de begane grond toegestaan;

Met de daarbij behorende: c. d. e. f. g.

tuinen en erven; toegangspaden tot gebouwen en in- en uitritten; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen en water; overige functioneel met de bestemming 'Wonen' verbonden voorzieningen;

16.2 Bouwregels 16.2.1 Hoofdgebouwen a. b. c.

hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; per bouwvlak mag ten hoogste één woning worden gebouwd, tenzij het bouwvlak is voorzien van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' in welk geval dat aantal wooneenheden geldt; ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is ten hoogste de aangegeven maximale goot- en bouwhoogte toegestaan, indien er geen aanduiding goot- en bouwhoogte is opgenomen geldt de bestaande goot- en bouwhoogte.

16.2.2 Bijbehorende bouwwerken a. b. c.

d. e. f.

g. h. i. j.

bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mogen uitsluitend worden opgericht op het zij- en achtererf; bijbehorende bouwwerken op het zijerf mogen op niet minder dan 1 m achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mag ten hoogste 50 m² bedragen, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet meer dan 50% van de oppervlakte van het aansluitend aan de woning en binnen de bestemming 'Wonen' gelegen erf bedraagt, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt in welk geval de bestaande oppervlakte als maximum geldt; de goot- en bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken bedragen ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,30 m; de goothoogte van vrijstaande bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 m; de bouwhoogte van het gedeelte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt voor zover gelegen binnen een afstand van: 1. 1 meter van het naburige erf, ten hoogste 3 meter; 2. 2 meter van het naburige erf, ten hoogste 4 meter; 3. 3 meter van het naburige erf, ten hoogste 5 meter; 4. 4 meter en verder van het naburige erf, ten hoogste 6 meter. in aanvulling op het bepaalde onder f.

bedraagt de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken altijd minder dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken in de vorm van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; de diepte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken, gemeten vanaf de grens van het bouwvlak of de nog niet uitgebreide originele achtergevel van het hoofdgebouw, bedraagt ten hoogste 3 m; ter plaatse van de aanduiding 'praktijkruimte' is het bestaande oppervlakte aan bebouwing toegestaan.

37

16.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. b.

c.

De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar het openbaar gebied gekeerde voorkant bedraagt ten hoogste 1 m; De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar het openbaar gebied gekeerde voorkant van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 2 m waarbij in geval van hoekwoningen de verkeerssituatie niet mag worden belemmerd; De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijne, bedraagt ten hoogste 3 m.

16.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a.

b.

c.

d.

artikel 16 lid 2.2 sub c voor vergroting van het gezamenlijk grondoppervlak van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak tot niet meer dan 80 m², met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet meer dan 50% van de oppervlakte van het aansluitend aan de woning en binnen de bestemming 'Wonen' gelegen erf bedraagt; artikel 16 lid 2.2 sub d ten behoeve van het doortrekken of aanbrengen van een kap over de aangebouwde bijbehorende bouwwerken onder de volgende voorwaarden: 1. uit een bezonningsstudie blijkt dat het naburige erf niet wordt belast; 2. de onder 1 gestelde onderzoeksverplichting is niet van toepassing als de eigenaar van het naburige erf akkoord geeft op het bouwplan; 3. de bouw doet geen onevenredige afbreuk aan de ter plaatse aanwezige beeldkwaliteit en ritmiek van de rij woningen en een positief welstandsadvies is ontvangen. artikel 16 lid 2.2 sub f onder 1 voor het verhogen van de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk binnen een afstand van 4 meter van het naburige erf tot maximaal 6 meter onder de volgende voorwaarden: 1. de bouwhoogte altijd minder is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; 2. uit een bezonningsstudie blijkt dat het naburige erf niet wordt belast; 3. de onder 1 gestelde onderzoeksverplichting is niet van toepassing als de eigenaar van het naburige erf akkoord geeft op het bouwplan.

artikel 16 lid 2.2 sub i voor het realiseren van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk met een grotere diepte gemeten vanaf de grens van het bouwvlak of de nog niet uitgebreide originele achtergevel, onder voorwaarde dat: 1. het aangebouwde bijbehorende bouwwerk mag niet dieper zijn dan de nog niet uitgebreide originele achtergevel breed is; 2. het aangebouwde bijbehorende bouwwerk mag niet breder zijn dan 50% van de oorspronkelijke achtergevel met een maximum van 3 meter; 3. de goot- en bouwhoogte van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk bedragen ten hoogste de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,30 m; 4. uit een bezonningsstudie blijkt dat het naburige erf niet wordt belast; 5. de onder 4 gestelde onderzoeksverplichting is niet van toepassing als de eigenaar van het naburige erf akkoord geeft op het bouwplan.

16.4 Specifieke gebruiksregels 16.4.1 Aan huis gebonden beroepen en bedrijven Gebruik van ruimten in het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een beroep of bedrijf aan huis wordt als gebruik in overeenstemming met de bestemming aangemerkt, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

b.

Het vloeroppervlak in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis mag niet meer dan 33% bedragen van het gezamenlijke vloeroppervlak van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken met een maximum van 50 m²; Het gebruik mag geen grote verkeersaantrekkende werking hebben en geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer, waaronder parkeren;

38

c.

d. e.

f. g.

Er mag geen horeca, geen seksinrichting, geen koeriers of (personen)vervoersbedrijf, geen kinderdagverblijf en geen detailhandel plaatsvinden, met uitzondering van functioneel ondergeschikte en niet zelfstandige detailhandel; Ten aanzien van internethandel is alleen internethandel zonder showroom of afhaalfunctie toegestaan; Het beroep of de activiteit dient alleen door de bewoner(s) te worden uitgeoefend. Op het betreffende adres is het te werk stellen van personeel dat niet woonachtig is op het betreffende adres en geen onderdeel uitmaakt van het huishouden, niet toegestaan Het gebruik mag geen afbreuk doen aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en mag de belangen van derden niet schaden; De ruimtelijke uitstraling moet passend zijn binnen de functie van het hoofdgebouw en het woongebied, waarbij tevens geldt dat alleen lichte bedrijvigheid is toegestaan zoals bedoeld in de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering onder de Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging;

16.4.2 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval bespreken het gebruik van de gronden en bouwwerken voor: a. b. c.

seksinrichting, prostitutie of erotisch getinte (horeca)bedrijven; opslag en verkoop van vuurwerk; commerciële kamerbewoning/-verhuur.

16.5 Afwijken van de gebruiksregels 16.5.1 Kleinschalige verblijfsrecreatie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 16 lid 1 voor het toestaan van kleinschalige verblijfsrecreatie, uitsluitend in de vorm van een bed and breakfast met bijbehorende voorzieningen, mits: a. b. c. d. e.

maximaal 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw, ten tijde van het aanvragen van de omgevingsvergunning, met een maximum van 50 m², hiervoor wordt gebruikt; voldoende parkeergelegenheid aanwezig is op eigen terrein en in 2e instantie in het openbaar gebied hetgeen middels een parkeerdrukmeting onderzocht moet worden; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; ten aanzien van de bovengenoemde aspecten advies wordt gevraagd aan een terzake deskundige.

16.6 Wijzigingsbevoegdheid 16.6.1 Wetgevingszone - wijzigingsgebied 5 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van de vergroting van de bouwvlakken voor het hoofdgebouw onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.

het bouwvlak mag op het achtererfgebied met ten hoogste 2,5 meter worden vergroot ten behoeve van de uitbreiding van het totale hoofdgebouw; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven hetgeen middels onderzoek moet worden aangetoond; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ter plaatse aanwezige beeldkwaliteit en ritmiek van de rij woningen en een positief welstandsadvies is ontvangen. uit een bezonningsstudie blijkt dat het naburige erf niet onevenredig wordt belast; de onder d. gestelde onderzoeksverpliching is niet van toepassing als de eigenaar van het naburige erf akkoord geeft op het bouwplan.

39

Artikel 17 Wonen - 1 17.1 Bestemmingsomschrijving 17.1.1 Algemeen De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

het bestaande aantal woningen; aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven in categorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals in de in bijlagen bij de regels als bijlage 1 opgenomen, of daarmee gelijk te stellen bedrijfsactiviteiten;

met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, tuinen en erven. 17.1.2 Maximum aantal wooneenheden In afwijking van het bepaalde onder artikel 17 lid 1.1 sub a mogen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', maximaal het aangegeven aantal wooneenheden worden gerealiseerd. 17.1.3 Aan huis verbonden beroepen/bedrijven In aanvulling op artikel 17 lid 1.1 sub b wordt het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aan huis verbonden beroepen/bedrijven toegestaan voor zover: a. b. c. d. e.

de oppervlakte maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de gebouwen bedraagt tot een maximum van 50 m² er geen sprake is van een duurzame ontwrichting van de bestaande distributieve voorzieningen of een ernstige verstoring van de verzorgingsstructuur het geen bedrijfsactiviteiten betreft die normaliter in een winkelcentrum of een winkelstraat worden uitgeoefend er geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking er geen detailhandel plaatsvindt behalve als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf.

17.2 Bouwregels 17.2.1 Gebouwen Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. b. c.

gebouwd binnen het bouwvlak; ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is ten hoogste de aangegeven maximale goot- en boeiboordhoogte toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is ten hoogste de aangegeven maximale bouwhoogte toegestaan.

17.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen voldoen aan de volgende kenmerken: a. b.

c.

gebouwd op het zij- en achtererf en minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning; in het geval van een vrijstaand bijgebouw, dient de afstand tussen het vrijstaande bijgebouw en de overige aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en andere vrijstaande bijgebouwen minimaal 1 m te bedragen; aan- en uitbouwen, overkappingen of bijgebouwen aan de achterzijde mogen niet breder zijn dan de oorspronkelijke achtergevel van de woning;

40

d. e. f. g. h. i. j.

horizontale van diepte aan- en uitbouwen, overkappingen of bijgebouwen niet meer dan 3 m buiten het bouwvlak; aan- en uitbouwen, overkappingen en bijgebouwen aan de zijgevel mogen niet dieper zijn dan de oorspronkelijke achtergevel breed is; aan- en uitbouwen, overkappingen en bijgebouwen aan de zijgevel mogen niet meer dan 6 meter uitsteken buiten het bouwvlak; de goot- en boeiboordhoogte van aan- en uitbouwen, overkappingen en bijgebouwen mag niet meer dan de eerste bouwlaag bedragen, + 0,25 m; de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer dan 6 m bedragen; de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan de eerste bouwlaag + 0,25 m bedragen; gezamenlijke oppervlakte voor zover gebouwd buiten het bouwvlak per hoofdgebouw niet meer dan 50 m², mits het bebouwingspercentage van het gedeelte van het bouwperceel buiten het bouwvlak niet meer dan 50% bedraagt.

17.2.3 Horizontale diepte In afwijking van het bepaalde in artikel 17 lid 2.2 sub d mag een aan- en uitbouw, overkapping of bijgebouw met een horizontale diepte van 6 m van de oorspronkelijke achtergevel aan de achterzijde van de woning worden gerealiseerd die voldoet aan de volgende kenmerken: a. b. c. d. e.

niet dieper dan de oorspronkelijke achtergevel breed is; niet breder dan 50% van de oorspronkelijke achtergevel, met een maximum van 3 m; maximale goot- en boeiboordhoogte niet meer dan de eerste bouwlaag, + 0,25 m; maximale bouwhoogte aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet meer dan 6 m; maximale bouwhoogte van overkappingen niet meer dan de eerste bouwlaag + 0,25 m.

17.2.4 Ondergrondse bouwwerken Ondergrondse bouwwerken voldoen aan de volgende kenmerken: a. b.

het bepaalde in deze regels omtrent situering, de horizontale diepte en de oppervlakte van bouwwerken op overeenkomstige wijze van toepassing is op ondergrondse bouwwerken; de verticale bouwdiepte van een (ondergronds) bouwwerk mag maximaal 3 m bedragen.

17.2.5 Bouwwerken geen gebouw zijnde Bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal: a. b. c.

erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van de woning 1 m; erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning 2 m; overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 3 m.

17.3 Afwijken van de gebruiksregels 17.3.1 Kleinschalige verblijfsrecreatie Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 17 lid 1 voor het toestaan van kleinschalige verblijfsrecreatie, uitsluitend in de vorm van 'bed and breakfast' met bijbehorende voorzieningen, mits: a. b. c. d. e.

maximaal 30% van de oppervlakte van de op het moment van het nemen van het ontheffingsbesluit bestaande bebouwing, met een maximum van 50 m², hiervoor wordt gebruikt; opslag en stalling in verband met de nevenactiviteiten uitsluitend inpandig plaatsvinden; voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

41

17.3.2 Vereisten ontheffing Ontheffing als bedoeld in artikel 17 lid 3.1 kan slechts worden verleend, mits: a. b.

de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.

42

Artikel 18 Wonen - 2 18.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

c.

het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep/bedrijf; het aantal woningen ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ staat aangegeven. Indien deze aanduiding niet is opgenomen is maximaal één wooneenheid toegestaan; hobbymatige agrarische activiteiten voor zover milieuhygiënisch inpasbaar;

met de daarbij behorende: d. e. f. g. h.

erven; toegangspaden tot gebouwen en in- en uitritten; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen en water; overige functioneel met de bestemming ‘Wonen’ verbonden voorzieningen.

18.2 Bouwregels 18.2.1 Woningen met bijgebouwen/overkappingen Op de in artikel 18 lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: a.

b.

c. d.

maximaal het aantal woningen is toegestaan zoals ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ staat aangegeven. Indien deze aanduiding niet is opgenomen is maximaal één wooneenheid toegestaan; bij nieuwbouw van een woning mag deze uitsluitend op dezelfde locatie worden gebouwd of binnen een straal van 10 m van de te vervangen woning met dien verstande dat de afstand tussen woningen en bouwvlakken met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ niet minder mag bedragen dan de afstand zoals deze aanwezig is op het moment van ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan; de afstand tussen bijgebouwen en woningen mag maximaal 20 m bedragen; overigens geldt het volgende:

woningen

maximale oppervlak of inhoud 600 m³ * 50 m²

maximale goothoogte 6m

maximale bouwhoogte 11 m

bijgebouwen en/of 3m 6m overkappingen bij/per woning * indien de woning kleiner dan 300 m3 bedraagt op het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan mag de maximale inhoud 400 m3 bedragen. e.

overige bouwwerken, geen gebouwen, overkappingen, erfafscheidingen zijnde, zijn toegestaan tot maximaal 3 m;

43

paardenbakken

en

terrein-

of

18.3 Afwijken van de bouwregels 18.3.1 Ten behoeve van woningen a.

b.

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18 lid 2.1 onder d ten behoeve van de maximale inhoudsmaat van woningen, indien het een woning betreft die onderdeel uitmaakt van een groter hoofdgebouw en de afmetingen van dit hoofdgebouw in geen enkel opzicht worden uitgebreid; Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18 lid 2.1 onder d ten behoeve van de maximale inhoudsmaat van woningen, mits voor iedere 50 m³ uitbreiding 100 m² aan met omgevingsvergunning gebouwde bijgebouwen wordt gesloopt waarbij minimaal 50 m² aan bijgebouwen wordt behouden, met dien verstande dat de inhoud van de woningen niet meer dan 750 m³ mag bedragen.

18.3.2 Ten behoeve van bijgebouwen a.

b.

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18 lid 2.1 onder d ten behoeve van het vergroten van bijgebouwen tot 80 m², met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte aan erfbebouwing niet meer dan 50% van de oppervlakte van het aansluitend aan de woning gelegen erf bedraagt; Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18 lid 2.1 onder d ten behoeve van het vergroten van bijgebouwen tot 150 m² indien deze ten dienste staan van de uitoefening van hobbymatige agrarische activiteiten en/of het onderhoud van bij de woning behorende gronden, met dien verstande dat tenminste 1 hectare aaneengesloten grasland in eigendom bij de woning hoort.

18.3.3 Ten behoeve van de bouw van een paardenbak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18 lid 2.1 onder d, voor het bouwen van een paardenbak, met dien verstande dat: a. b.

c. d. e. f. g. h. i.

j. k. l.

de oppervlakte van het totale aansluitende, in eigendom zijnde, perceel ten minste 2000 m² bedraagt; de paardenbak uitsluitend binnen het bouwvlak mag worden gerealiseerd dan wel deels buiten het bouwvlak indien dit aantoonbaar wegens gebrek aan ruimte op het bouwvlak of vanwege de geldende afstandsmaten tot woningen van derden noodzakelijk is; de paardenbak gesitueerd wordt achter de achtergevel van de woning of het verlengde hiervan; de oppervlakte van een paardenbak ten hoogste 800 m² mag bedragen; per bouwvlak ten hoogste één paardenbak is toegestaan; de activiteit geen bedrijfsmatige activiteit betreft; het aantal eenhoevigen ten hoogste 5 mag bedragen; de afstand van de paardenbak tot de woning op het eigen bouwvlak ten hoogste 50 m mag bedragen; de afstand tussen een paardenbak en een woning van derden ten minste 50 m moet bedragen tenzij deze afstand niet mogelijk is in welk geval de afstand ten minste 25 m bedraagt en door middel van te treffen maatregelen geen hinder is te verwachten voor omwonenden; er geen lichtmasten gerealiseerd mogen worden buiten het bouwvlak; de bouwhoogte van omheiningen niet meer dan 1,7 m mag bedragen; de paardenbak op landschappelijke wijze wordt ingepast.

18.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken met de bestemming ‘Wonen - 2’ gelden de volgende regels: a.

de vloeroppervlakte ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep dan wel bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ten hoogste 33% van de maximaal toegestane bebouwing met een maximum van 50 m², horeca en detailhandel is hierbij niet toegestaan;

44

b.

het in gebruik nemen (van een deel) van het hoofdgebouw of de bijbehorende bouwwerken ten behoeve van mantelzorg is niet toegestaan.

18.5 Afwijken van de gebruiksregels 18.5.1 Nevenactiviteiten / Beroep aan huis Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18 lid 1 voor het uitoefenen van één nevenfunctie zoals opgenomen in tabel 15.2, alsmede een naar aard en omvang daaraan gelijk te stellen nevenfunctie, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

maximaal één nevenactiviteit per woning is toegestaan met een maximaal toegestane oppervlakte zoals opgenomen in tabel 15.2; de nevenactiviteit binnen bestaande hoofdgebouwen en bijgebouwen plaatsvindt; de nevenactiviteit uitsluitend binnen het bouwvlak (niet aangrenzend) is toegestaan; de nevenactiviteit beperkt blijft tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten en de activiteit milieuhygiënisch inpasbaar zijn; ondergeschikte horeca of ondergeschikte detailhandel is toegestaan; de nevenactiviteit inpasbaar is binnen de ter plaatse voorkomende, dan wel de daaraan eigen landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing niet onevenredig worden aangetast; de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking van de nevenfunctie in verhouding staat tot de capaciteit van de betrokken wegen; parkeren op eigen terrein plaatsvindt; buitenopslag van goederen niet is toegestaan;

Tabel 15.2 Toegestane nevenfunctie naast hoofdfunctie wonen waarvoor het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning kan afwijken nevenfunctie wonen

aan huis gebonden bedrijf/beroep ambachtelijke bedrijvigheid (handmatig) cursuscentrum, vergaderaccommodatie atelier kapsalon hondentrimsalon schoonheidssalon kinder-/dagopvang (para)medische praktijk dierenarts verkoop aan huis (streekeigen producten) wijn-, kaas- of ijsmakerij theetuin bed and breakfast* *voor bed and breakfast gelden de volgende aanvullende regels:

maximaal toegestane aantal m² onbebouwde/bebouwde grond bebouwd 70 m² bebouwd 70 m² bebouwd 200 m² bebouwd 70 m² bebouwd 70 m² bebouwd 70 m² bebouwd 100 m² bebouwd 70 m² bebouwd 70 m² bebouwd 100 m² bebouwd 70 m² bebouwd 70 m² bebouwd 70 m² onbebouwd 200 m² bebouwd 200 m²

• •

maximaal 4 slaapkamers en maximaal één gezamenlijke keuken;

• •

de karakteristieke bebouwing dan wel het karakteristieke ensemble wordt behouden; permanente bewoning van de bed and breakfast-gelegenheid is niet toegestaan.

bed and breakfast vindt uitsluitend plaats in voormalige (karakteristieke) agrarische bebouwing, dichtbij of in de woning;

45

18.5.2 Ten behoeve van mantelzorg a.

b. c.

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in gebruik nemen (van een deel) van het hoofdgebouw of de bijbehorende bouwwerken ten behoeve van mantelzorg mits: 1. de mantelzorg noodzakelijk is en dat blijkt uit een medische of sociale indicatie. Indien er sprake is van een ouder-kindrelatie waarbij de ouder(s) 65 jaar of ouder is (zijn) is geen medische of sociale indicatie noodzakelijk; 2. het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken bereikbaar is en blijft voor hulpdiensten; 3. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; 4. de oppervlakte welke wordt gebruikt voor mantelzorg niet meer bedraagt dan 120 m². Het bevoegd gezag kan de onder a bedoelde omgevingsvergunning intrekken na beëindiging van de mantelzorg. Na het intrekken van de omgevingsvergunning, zoals bedoeld onder b, is degene aan wie de omgevingsvergunning was verleend of diens rechtsopvolger, en indien sprake was van afhankelijke woonruimte, verplicht de als dan strijdige situatie te zijner keuze hetzij in de vorige toestand te herstellen, hetzij met het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen.

46

Artikel 19 Leiding - Gas 19.1 Bestemmingsomschrijving De voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een gastransportleiding . 19.2 Bouwregels a.

b.

In afwijking van het bepaalde bij de andere voor die gronden voorkomende bestemming(en) mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming Leiding Gas worden gebouwd met een bouwhoogte van maximaal 3 m. In afwijking van het bepaalde onder a mag op de gronden met de bestemming Leiding - Gas ten behoeve van de andere voor die gronden voorkomende bestemming(en) worden gebouwd indien de leidingbeheerder heeft aangegeven dat hierbij voldoende rekening wordt gehouden met de belangen van de leidingen.

19.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 19 lid 2 en toestaan dat gebouwen ten behoeve van de ondergeschikte bestemmingen worden gebouwd, mits: a. b.

dit uit oogpunt van externe veiligheid aanvaardbaar is en de belangen van energieleveringzekerheid niet worden geschaad; daartoe vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding.

19.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Gas zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het planten van diepwortelende beplantingen of bomen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of op een andere manier ingraven of indrijven van voorwerpen; het uitvoeren van grondwerkzaamheden; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen.

19.4.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het verbod als bedoeld in artikel 19 lid 4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b.

normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

19.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 19 lid 4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad. 19.4.4 Advies Het bevoegd gezag kan uitsluitend vergunning verlenen als bedoeld in artikel 19 lid 4.1 na schriftelijk advies van de leidingbeheerder inzake te beschermen waarden.

47

Artikel 20 Leiding - Hoogspanningsverbinding 20.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘ Leiding - Hoogspanningsverbinding ’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een bovengrondse 150kV hoogspanningsleiding met een veiligheidsstrook ter breedte van 27,5 meter aan weerszijden van de hartlijn van de leiding. 20.2 Bouwregels 20.2.1 Voorrangregeling Indien strijd ontstaat tussen het belang van de bescherming van de leiding als bedoeld in dit artikel en het bepaalde in overige artikelen prevaleert de bestemming ´Leiding - Hoogspanningsverbinding´. 20.2.2 Algemeen Bouwwerken en andere werken ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemmingen zijn slechts toegelaten als de belangen in verband met de hoogspanningsleiding hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Bij die belangenafweging wordt goedkeuring gevraagd aan de beheerder van de leiding. 20.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming geldt dat de hoogte maximaal 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van hoogspanningsmasten niet meer dan 45 meter mag bedragen.

20.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.3.1 Omgevingsvergunning Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden, binnen de gronden op de kaart aangewezen met de bestemming ‘Leiding Hoogspanningsverbinding’ de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren: a. b.

het aanbrengen van opgaande beplantingen of bomen; het ophogen van de bodem, of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte.

20.3.2 Toelaatbaarheid Het bepaalde in artikel 20 lid 3.1 is slechts toelaatbaar, indien door de uit te voeren werkzaamheden geen schade aan de hoogspanningsleiding wordt of kan worden veroorzaakt. 20.3.3 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 20 lid 3.1 is niet van toepassing: a. b. c.

op het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van het onderhoud of beheer van de aanwezige hoogspanningsleiding; op normale onderhoudswerkzaamheden van geringe omvang, of andere werken gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van de hoogspanningsleiding; op andere werken en/of werkzaamheden, uit een oogpunt van de ruimtelijke ordening van niet ingrijpende betekenis.

20.3.4 Voorwaarden Het bevoegd gezag verleent uitsluitend de omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 20 lid 3.1 na schriftelijke goedkeuring van de leidingbeheerder.

48

Artikel 21 Leiding - Water 21.1 Bestemmingsomschrijving De voor Leiding - Water aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het transport van afvalwater door een waterleiding. 21.2 Bouwregels a.

b.

In afwijking van het bepaalde bij de andere voor die gronden voorkomende bestemming(en) mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming Leiding Water worden gebouwd met een bouwhoogte van 3 m In afwijking van het bepaalde onder a mag op de gronden met de bestemming Leiding - Water ten behoeve van de andere voor die gronden voorkomende bestemming(en) worden gebouwd indien de leidingbeheerder heeft aangegeven dat hierbij voldoende rekening wordt gehouden met de belangen van de leidingen.

21.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.3.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Water zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het planten van diepwortelende beplantingen of bomen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of op een andere manier ingraven of indrijven van voorwerpen; het uitvoeren van grondwerkzaamheden; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen.

21.3.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het verbod als bedoeld in artikel 21 lid 3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b.

normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

21.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 21 lid 3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad. 21.3.4 Advies Het bevoegd gezag kan uitsluitend vergunning verlenen als bedoeld in artikel 21 lid 3.1 na schriftelijk advies van de leidingbeheerder inzake te beschermen waarden.

49

Artikel 22 Waarde - Archeologie 1 22.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden. 22.2 Bouwregels 22.2.1 Algemeen Op de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 1 mogen geen bouwwerken worden gebouwd. 22.2.2 Uitzonderingen In afwijking van het bepaalde onder artikel 22 lid 2.1 zijn bouwwerken ten behoeve van de andere voor deze gronden aangewezen bestemmingen op de in artikel 22 lid 2.1 bedoelde gronden slechts toelaatbaar, indien: a. b. c. d. e.

het betreft: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid, of; een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden gerealiseerd, of; een bouwwerk waarbij de bodemverstoring niet meer dan 50 m² bedraagt; een bouwwerk dat tot 0,3 m diep kan worden gerealiseerd; bebouwing die nodig is voor archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 3 m.

22.3 Afwijken van de bouwregels 22.3.1 Afwijking In afwijking van het bepaalde in artikel 22 lid 2 mogen gebouwen en bouwwerken en andere bouwwerkzaamheden, voor zover deze niet reeds vallen onder artikel 22 lid 2.2 volgens de andere daar voorkomende bestemming(en) gerealiseerd worden, mits op basis van het archeologisch rapport dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ingediend en waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat: a. b. c.

archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; er geen archeologische waarden aanwezig zijn.

22.3.2 Omgevingsvergunning Aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder artikel 22 lid 3.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. b.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen: de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundig op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

22.3.3 Advies Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.

50

22.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, en werkzaamheden uit te voeren ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a.

b. c. d. e. f. g. h. i. j.

het ontgronden, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de landbodemstructuur, dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld; het ontgronden, baggeren, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen verlagen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; het verwijderen van fundamenten dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld.

22.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 22 lid 4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f. g. h.

in het kader van het normale beheer en onderhoud; in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; die een oppervlakte beslaan van niet meer dan 50 m²; die een oppervlakte beslaan van meer dan 50 m² maar waarbij de bodem niet dieper gaan dan 0,3 m beneden het maaiveld wordt geroerd; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.

22.4.3 Voorwaarden a.

b.

c.

In afwijking van het bepaalde in artikel 22 lid 4.1 kan een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, voor zover deze niet reeds vallen onder artikel 22 lid 4.2, uitgevoerd worden mits op basis van een archeologisch rapport, dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt ingediend, en naar het oordeel van burgemeester en wethouders, blijkt dat: 1. archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; 2. archeologisch waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of ontwikkeling van die waarden; 3. er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Het overleggen van een archeologisch rapport als bedoeld onder a is niet vereist indien de aanvraag betrekking heeft op het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 22 lid 4.2 sub c. Het bepaalde onder b is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op grond waarvoor eerder een omgevingsvergunning is afgegeven als bedoeld in artikel 22 lid 3.1 en/of het bepaalde onder a. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de

51

aanvrager een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. artikel 22 lid 4.4 is hierbij van overeenkomstige toepassing. 22.4.4 Voorschriften Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 24 lid 4.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

22.4.5 Advies Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.

52

Artikel 23 Waarde - Archeologie 2 23.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden. 23.2 Bouwregels 23.2.1 Algemeen Op de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 2 mogen geen bouwwerken worden gebouwd. 23.2.2 Uitzonderingen In afwijking van het bepaalde onder artikel 23 lid 2.1 zijn bouwwerken ten behoeve van de andere voor deze gronden aangewezen bestemmingen op de in artikel 23 lid 2.1 bedoelde gronden slechts toelaatbaar, indien: a. b. c. d. e.

het betreft: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid, of; een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden gerealiseerd, of; een bouwwerk waarbij de bodemverstoring niet meer dan 500 m² bedraagt; een bouwwerk dat tot 0,3 m diep kan worden gerealiseerd; bebouwing die nodig is voor archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 3 m.

23.3 Afwijken van de bouwregels 23.3.1 Afwijking In afwijking van het bepaalde in artikel 23 lid 2 mogen gebouwen en bouwwerken en andere bouwwerkzaamheden, voor zover deze niet reeds vallen onder artikel 23 lid 2.2 volgens de andere daar voorkomende bestemming(en) gerealiseerd worden, mits op basis van het archeologisch rapport dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ingediend en waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat: a. b. c.

archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; er geen archeologische waarden aanwezig zijn.

23.3.2 Omgevingsvergunning Aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder artikel 23 lid 3.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. b.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen: de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundig op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

23.3.3 Advies Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.

53

23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 2 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, en werkzaamheden uit te voeren ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a.

b. c. d. e. f. g. h. i. j.

het ontgronden, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de landbodemstructuur, dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld; het ontgronden, baggeren, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen verlagen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; het verwijderen van fundamenten dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld.

23.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 23 lid 4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f. g. h.

in het kader van het normale beheer en onderhoud; in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; die een oppervlakte beslaan van niet meer dan 500 m²; die een oppervlakte beslaan van meer dan 500 m² maar waarbij de bodem niet dieper gaan dan 0,3 m beneden het maaiveld wordt geroerd; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.

23.4.3 Voorwaarden a.

b.

c.

In afwijking van het bepaalde in artikel 23 lid 4.1 kan een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, voor zover deze niet reeds vallen onder artikel 23 lid 4.2, uitgevoerd worden mits op basis van een archeologisch rapport, dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt ingediend, en naar het oordeel van burgemeester en wethouders, blijkt dat: 1. archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; 2. archeologisch waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of ontwikkeling van die waarden; 3. er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Het overleggen van een archeologisch rapport als bedoeld onder a is niet vereist indien de aanvraag betrekking heeft op het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 23 lid 4.2 sub c. Het bepaalde onder b is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op grond waarvoor eerder een omgevingsvergunning is afgegeven als bedoeld in artikel 23 lid 3.1 en/of het bepaalde onder a. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de

54

aanvrager een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. artikel 23 lid 4.4 is hierbij van overeenkomstige toepassing. 23.4.4 Voorschriften Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 24 lid 4.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1970/documents/40706