CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2024_2023-09-19 Raad.pdf

Commissie Bestuur en Financiën 25 oktober 2023, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 3: Programmabegroting 202434.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Programmabegroting 2024

2

Inhoudsopgave Aanbieding ............................................................................................................................................. 5 Inleiding ................................................................................................................................................... 6 Financiële begroting 2024-2027 - samenvatting - ................................................................................... 8 Grondslagen voor de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025 tot 2027 ...................................... 13 Leeswijzer .............................................................................................................................................. 17 Programma 1. Bestuur ........................................................................................................................ 19 Beleid programma 1 .............................................................................................................................. 20 Financieel overzicht programma 1 ........................................................................................................ 23 Programma 2. Veiligheid .....................................................................................................................

26 Beleid programma 2 .............................................................................................................................. 27 Financieel overzicht programma 2 ........................................................................................................ 30 Programma 3. Fysiek .......................................................................................................................... 31 Beleid programma 3 .............................................................................................................................. 32 Financieel overzicht programma 3 ........................................................................................................ 39 Programma 4. Sociaal ......................................................................................................................... 42 Beleid programma 4 .............................................................................................................................. 43 Financieel overzicht programma 4 ........................................................................................................ 49 Programma 5. Samenleving ...............................................................................................................

51 Beleid programma 5 .............................................................................................................................. 52 Financieel overzicht programma 5 ........................................................................................................ 54 Paragrafen ............................................................................................................................................ 57 Lokale heffingen .................................................................................................................................... 58 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................................... 63 Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................ 71 Financiering ........................................................................................................................................... 76 Bedrijfsvoering ....................................................................................................................................... 78 Verbonden partijen ................................................................................................................................

82 Grondbeleid ........................................................................................................................................... 90 Financiële begroting 2024-2027 ......................................................................................................... 97 Het overzicht van baten en lasten en de toelichting .............................................................................. 98 De uiteenzetting van de financiële positie ........................................................................................... 106 Bijlagen ............................................................................................................................................... 117

3

4

Aanbieding

5

Inleiding Voor u ligt de Programmabegroting 2024. De gemeente stelt elk voorjaar een kadernota op met de belangrijkste uitgangspunten, ofwel kaders, die nodig zijn om in het najaar een programmabegroting te kunnen vaststellen. De gemeenteraad stelt de Kadernota 2024 vast en daardoor wordt duidelijk hoeveel geld er beschikbaar is en hoe er wordt omgegaan met financiële onzekerheden en de beleidsvoornemens. De uitkomsten van de kadernota worden vervolgens in de programmabegroting financieel verwerkt en beleidsmatig wordt beschreven welke activiteiten we gaan doen in 2024. In mijlpalen is vastgelegd wanneer de activiteiten zijn afgerond. Het vrijgeven van de budgetten voor de uitvoering vindt plaats bij de vaststelling van de programmabegroting 2024. Voorliggende programmabegroting 2024 is de tweede programmabegroting van de bestuurscyclus van de coalitie van Lokaal Liberaal, VVD Stichtse Vecht, D66 Stichtse Vecht en Streekbelangen Stichtse Vecht. In het coalitieakkoord ‘Bouwen aan een stevig fundament voor Stichtse Vecht’ zijn de afspraken waarbinnen dit college, samen met de gemeenteraad, ambtelijke organisatie en de samenleving, wil werken op hoofdlijnen vastgelegd. Het college werkt de komende jaren aan het terugbrengen van de balans tussen de bestuurlijke ambities, de financiële positie en de ambtelijke organisatie.

Complexe context: grote maatschappelijke ontwikkelingen en financiële onzekerheden Zoals we in de kadernota al beschreven is de maatschappelijke context de afgelopen jaren steeds complexer geworden en wordt gekenmerkt door financiële onzekerheden. Dat maakt het lastiger om structureel beleid voor de lange termijn te maken. Er vinden al geruime tijd discussies met het Rijk plaats over de omvang van het gemeentefonds op meerdere gebieden. De grootste financiële onzekerheid zijn de zogenaamde ‘ravijnjaren’ 2026 en 2027. Dit is de consequentie van het feit dat de kabinetsplannen reiken tot en met het jaar 2025. Het voornemen is om vanaf 2026 een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten te introduceren, waardoor veel gemeenten worden geconfronteerd met sterk teruglopende inkomsten vanaf 2026. Dit is ook terug te zien in deze begroting. Het is daarom van belang om weerbaar en wendbaar te zijn in de begroting om incidentele en structurele risico's op te kunnen vangen. Verder bouwen aan een stevig fundament: realistisch ambitieniveau We blijven de komende jaren verder bouwen aan een stevig fundament. Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen en financiële onzekerheden, met name voor de jeugdzorg, kiest het college in deze begroting voor een realistisch ambitieniveau gericht op de grootste uitdagingen van gemeente Stichtse Vecht. We zetten vooral in op: 

versnellen van de woningbouw;

duurzaamheid;

passende hulp en ondersteuning voor inwoners die dat nodig hebben;

het verbeteren van de dienstverlening aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties’.

In het ruimtelijk domein blijven we inzetten op wonen. Dat doen we onder meer door het vrijmaken van middelen voor ambtelijke slagkracht. Ook werken we aan het integraal huisvestingsplan onderwijs. Een ander belangrijk thema in het ruimtelijk domein is duurzaamheid, waarbij we werken met een uitvoeringsprogramma. Verder kiezen we onder andere voor een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie Stichtse Vecht, door het opstellen van omgevingsprogramma's of gebiedsvisies met aandacht voor wonen, bereikbaarheid, leefbaarheid (gezonde omgeving en voorzieningen, zoals onderwijs en sport) en vitaliteit. En we willen werken aan een uitvoeringsprogramma vitaal platteland. In het sociaal domein blijft passende hulp en ondersteuning voor het college onverminderd van belang. Daarbij streven we ernaar binnen de financiële kaders te blijven door te sturen op de kostenontwikkeling van de jeugdzorg en Wmo en een dalende trend in de kosten voor de jeugdzorg te realiseren. Daarvoor nemen we een aantal maatregelen. Het doel voor 2024 is om de zorg aan inwoners te normaliseren, het budget beter te beheersen en de zorg verder te transformeren. Daarom

6

zijn bij de Kadernota 2024 middelen vrijgemaakt voor een transformatiebudget en een innovatiebudget voor de jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Ook blijven we werken aan een stevig fundament. Het verder bouwen aan de organisatie is van belang om een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het college hecht veel waarde aan een goed ambtelijk-bestuurlijk samenspel. Alleen als dit samenspel slaagt kunnen onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties optimaal de kennis en kunde uit de ambtelijke organisatie benutten. Bij de Kadernota 2024 zijn middelen vrijgemaakt om de organisatie en haar dienstverlening verder te verbeteren. Met de Regionale Veiligheidsstrategie 2023-2026, het regionale actieplan ondermijning, het nieuwe Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 en het bijbehorende uitvoeringsplan willen we voor de komende jaren een stevige en gestructureerde aanpak van ondermijning in de gemeente borgen. We hebben bij de Kadernota 2024 middelen vrijgemaakt om structureel georganiseerde ondermijnende criminaliteit beter aan te kunnen pakken.

7

Financiële begroting 2024-2027 - samenvatting Financieel overzicht In dit hoofdstuk geven wij inzicht in de financiële positie van onze gemeente. Het saldo, zoals opgenomen in de Kadernota 2024 is hiervoor het vertrekpunt. In deze begroting 2024 is de Kadernota 2024 administratief verwerkt en zijn de uitkomsten van de meicirculaire 2023 verwerkt. Tot slot zijn de uitgangspunten voor de begroting geactualiseerd en is het weerstandsvermogen aangevuld om de begroting voldoende wendbaar te maken en weerstand te kunnen bieden aan de risico's en onzekere (financiële) tijden. De Programmabegroting 2024 sluit in 2024 en 2025 met een positief structureel saldo en voldoet aan de vereisten voor het 'repressieve begrotingstoezicht'. Vanaf 2026 is het meerjarenperspectief niet sluitend. Vanaf 2026 is de algemene uitkering aanzienlijk lager wat het tekort veroorzaakt in het begrotingssaldo van 2026 en 2027. De jaren 2026 en 2027 worden daarom ook wel 'de ravijnjaren' genoemd. Het is de consequentie van het feit dat de kabinetsplannen reiken tot en met 2025. Dit maakt het bijna onmogelijk om een begroting 2024-2027 op te stellen, die meerjarig structureel sluitend is.

We kunnen wel stellen dat het indicatief nadelige effect op de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor Stichtse Vecht in het ravijnjaar in 2026 (€ 8,7 miljoen) en 2027 (€ 14,1 miljoen) groter is dan ons structureel tekort in deze jaren. Dus als het Rijk in die jaren alsnog met extra middelen (terugdraaien van de korting) over de brug komt voor gemeenten, zal er ook in 2026 en 2027 sprake zijn van een structureel sluitende begroting. Het deel van de tekorten voor zover nu bekend, die lokaal zijn ontstaan, hebben we in de Kadernota 2024 en deze begroting opgelost. De bedragen in deze begroting zijn weergegeven in duizendtallen, tenzij anders is aangegeven. Inkomsten zijn met een minteken, negatief) gepresenteerd. Uitgaven zijn positief gepresenteerd. Een gepresenteerd saldo of eindstand met een minteken is dus een voordelig saldo of eindstand. Een eindstand of saldo met een positief bedrag is een nadelig saldo of eindstand. Besluitvorming Begroting 2024-2027 (x € 1.000) Stand Kadernota G. Meicirculaire 2023

2024 -62

2025

2026

-118 5.759 8.356

-1.456 -2.350 -1.182 -3.806

G1. Structurele bijdrage financieringssystematiek (ravijnjaar) G2. Vrijval taakmutaties en volumeaccres

2027

-2.699 -1.456 -2.350 -1.182 -1.107

H. Afsluitende administratieve mutaties

-490

-394 -1.222

-386

H1. Verwerking overhead tarieven

-636

-636

-636

-636

H2. Verhoging afvalstoffenheffing in 2024 maximaal 25%

928

H3. Overige en afronding (inclusief overgang naar constante prijzen)

-782

242

-586

250

I. Aanvulling tot streefwaarde weerstandsvermogen

1.439 2.262 2.916 3.227

I1. Structureel weerstandsvermogen - Risicobuffer voor o.a. Algemene uitkering, inflatie, rente etc.

1.439 2.262 2.916 3.227

Eindstand Begroting 2024-2027 (negatief bedrag=voordeel; positief bedrag=nadeel)

-569

-600 6.271 7.391

Begrotingsevenwicht Gemeenten zijn verplicht om tijdig (vóór 15 november) een financieel sluitende begroting voor het volgende jaar in te dienen bij de provincie (artikel 189 Gemeentewet). De provincie houdt via de begroting en jaarrekening toezicht op de gemeentelijke financiële positie. Onderdeel van het toezicht is de controle of onze begroting ‘structureel sluitend’ is. Hierbij wordt beoordeeld of wij structurele lasten ook met structurele baten dekken. Dit geeft aan dat de structurele lasten, bij gelijkblijvende omstandigheden, ook op de langere termijn gedekt kunnen worden (de robuustheid van de begroting). De financiële begroting bevat een overzicht met een specificatie van de incidentele baten en lasten. Het saldo effect van de incidentele baten en lasten op de gehele begroting is beperkt. In de onderstaande tabel kunt u lezen dat de begroting structureel in evenwicht is voor 2024 en 2025. Dat is voldoende om onder repressief toezicht van de provincie te vallen.

8

Verloop structureel begrotingssaldo (x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

Begrotingssaldo

-569

-600

6.271

7.391

AF : Incidentele lasten

145

461

38

Structureel begrotingssaldo

-714

-1.061

6.233

7.391

Kadernota 2024 In de kadernota zijn exploitatie en investeringsbudgetten opgenomen waarmee het bestaand beleid wordt voortgezet. Met het vaststellen van de begroting worden de budgetten geautoriseerd. De genoemde ontwikkelingen in de kadernota zijn verwerkt in de begroting: A. Startpositie : Programmabegroting 2023-2026 B. Autonome ontwikkeling van het gemeentefonds C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen D. Fundament op orde (programma 1) E. Beleidswensen F. Dekkingsmogelijkheden Toelichting mutaties begroting 2024-2027 tussen kadernota en begroting G. Meicirculaire 2023 In raadsinformatiebrief 20 van 2023 bent u geïnformeerd over de hoofdlijnen van de uitkomsten van de meicirculaire 2023. De meicirculaire laat, ten opzichte van wat al was opgenomen in de Kadernota 2024 (op basis van de decembercirculaire 2022), voor 2024-2027 een voordelig effect zien. G1. Structurele bijdrage financieringssystematiek (ravijnjaar) Het kabinet wil vanaf 2026 een nieuwe financieringssystematiek voor het Gemeentefonds invoeren. Mede door deze overgang ontvangen gemeenten vanaf 2026 een aanzienlijk lagere algemene uitkering, daarom wordt 2026 ook wel het ravijnjaar genoemd. In de Septembercirculaire 2022 was een incidentele gedeeltelijke compensatie opgenomen voor 2026. In de Meicirculaire 2023 wordt deze gedeeltelijke compensatie structureel gemaakt.

Voor Stichtse Vecht betekent dit vanaf 2027 een structurele verhoging van onze algemene uitkering met € 2,7 miljoen. G2. Vrijval taakmutaties en volumeaccres Wij leggen bij de kadernota en begroting de vrij besteedbare middelen uit de circulaires integraal voor ter afweging. Er vindt nauwelijks tot geen reservering meer plaats in stelposten. In de raadsinformatiebrief 20 van 2023 bent u geïnformeerd over (nieuwe) taakmutaties en het volumeaccres. Het structurele deel van de vrijval wordt bepaald door het volumeaccres (€ 1,1 miljoen in 2027). Verder zijn er in 2024 en 2025 vooral incidentele loon- en prijsbijstellingen geweest voor diverse onderdelen in sociaal domein, waaronder de jeugdzorg en Wmo. Dit zijn technische bijstellingen binnen het gemeentefonds. Aangezien wij bij de Kadernota 2024 de budgetten in het sociaal domein extra hebben verhoogd op volume en prijs, kan de stelpost, waarin we de extra middelen voor taakmutaties en volumeaccres uit de meicirculaire 2023 beschikbaar houden, in deze begroting vrijvallen.

H. Afsluitende administratieve mutaties H1. Verwerking hogere overhead tarieven Het voorstel om overhead toe te rekenen aan de tarieven leidt tot een hoger voordelig effect ten opzichte van de Kadernota 2024, omdat de directe kosten, die als basis dienen voor de berekening van de toerekening hoger zijn dan waar bij de kadernota vanuit was gegaan. Er is meer toegerekend aan afvalstoffenheffing (€ 431.000), riolering (€ 195.000) en begraafrechten (€ 10.000). H2. Verhoging afvalstoffenheffing maximaal 25% Bij de kadernota was ervan uitgegaan dat het tarief voor afvalstoffenheffing met ca. 25% zou stijgen als gevolg van het effect van de toerekening van de overhead en de inflatie. Bij de berekening van de kostendekkendheid van het tarief zijn er ook andere ramingen van inkomsten en uitgaven, die worden geactualiseerd. Denk hierbij aan de kapitaallasten, inkomsten van afvalverwerking en extracomptabele onderdelen, zoals de uitgaven van straatreiniging en niet compensabele BTW. Bij 100% kostendekkendheid leiden deze mutaties tot een tariefsverhoging van 36%. Zoals afgesproken

9

in de Kadernota 2024 verhogen wij voor 2024 het tarief met maximaal 25%. Dit betekent dat de kostendekkendheid voor de afvalstoffenheffing in 2024 92% bedraagt. Dit is mogelijk omdat wij voordelige effecten verwachten van het omgekeerd inzamelen en de ingebruikname van het afvalbrengstation. Volgend jaar beoordelen wij bij de kadernota en begroting opnieuw de tariefstelling. H3. Overige en afronding ( inclusief overgang naar constante prijzen) Het effect wordt nu vooral veroorzaakt door de omzetting van de algemene uitkering van lopende prijzen naar constante prijzen. Door deze wijziging van methodiek is ook de stelpost loon en prijsstijging meerjarig geëlimineerd. Er blijft op basis van de meicirculaire op deze stelpost alleen een bedrag over van € 375.000 voor aanvullende compensatie via subsidies voor maatschappelijke organisaties.

I1. Versterken structureel weerstandsvermogen De jaren 2026 en 2027 in deze begroting zijn nog niet structureel sluitend. Vooruitkijkend is het voor Stichtse Vecht van belang dat we nu al anticiperen op en wendbaar zijn om volgend jaar een structureel sluitende Begroting 2025 te presenteren. We werken deze periode stap voor stap toe naar een structureel sluitende begroting voor het jaar 2026 of 2029 in de Begroting 2026. Ook hier kiezen we voor een solide financieel beleid. Het blijft belangrijk om de ontwikkelingen nauwgezet te volgen en daarop te anticiperen. We staan nog voor een flinke uitdaging en die wordt steeds dringender. Maar doordat we nu al verantwoordelijkheid nemen, hebben we in de Kadernota 2024 al een groot deel van de verwachte tekorten gedekt. Onze begroting is gevoelig voor ontwikkelingen waar we zelf geen directe invloed op hebben, zoals schommelingen in het gemeentefonds en stijgende rente, met mogelijk nadelige effecten op ons structureel resultaat. Door een buffer aan te houden, voorkomen we dat we ongewenst ineens grote bezuinigingen moeten doorvoeren met grote nadelige maatschappelijke effecten. Het structurele weerstandsvermogen dient om in de begroting wendbaar te zijn voor deze structurele risico's en voorkomt dat maatschappelijke en operationele activiteiten onder druk komen te staan, indien zich een risicovolle ontwikkeling daadwerkelijk voordoet.

De stelpost achteruitgang algemene uitkering, die we al langer in onze begroting hebben, is een voorbeeld van een structurele buffer. Door een bedrag van € 15 per inwoner (€ 0,95 miljoen) aan te houden was Stichtse Vecht in staat om een eerste nadelige sprong in de algemene uitkering direct zelf op te kunnen vangen. Bij de programmabegroting 2023 hebben we het structureel weerstandsvermogen bijgesteld naar € 1,95 miljoen voor ontwikkelingen, zoals inflatie, rentestijgingen en het structurele effect van crisissituaties (opvang van vluchtelingen, energiecrisis). In de Kadernota 2024 is van deze buffer € 0,8 miljoen structureel ingezet om de gestegen energieprijzen op te vangen. Van het structureel weerstandsvermogen resteert momenteel € 1,15 miljoen. Vanuit het programma ‘Een begroting van Stichtse Vecht gericht op de toekomst’ werken we aan het formuleren van strategisch financieel beleid. Om onze ambities en doelen te realiseren moeten we nadenken over hoe we wendbaar en weerbaar blijven en om kunnen gaan met grote financiële onzekerheden. Doel van het strategisch financieel meerjarenbeleid is om de sturing te versterken, tijdig te kunnen anticiperen op ontwikkelingen en heldere keuzes te maken. Een solide financiële positie betreft niet alleen een structureel sluitende begroting (baten en lasten in evenwicht) en voldoende incidenteel weerstandsvermogen.

We denken na over interne kaderstelling voor meer kengetallen die relevant zijn voor een solide financiële positie. Wendbaarheid en weerbaarheid zijn belangrijke aandachtspunten voor het uit te werken strategisch financieel beleid. Hierbij werken we ook kaderstelling uit voor het aanhouden van structureel weerstandsvermogen, de methodiek waarmee we de gevoeligheid van onze begroting voor onzekerheden bepalen en de mate van risico acceptatie en gewenste omvang van de buffer die we willen aanhouden. In 2023 bieden we een raadsvoorstel over het strategisch financieel beleid aan de raad aan. Daarmee voeren we een solide financieel beleid en passen we niet willekeurig ieder jaar de methodiek en gewenste omvang van het structureel weerstandsvermogen aan. Uit een impact analyse blijkt dat en de mate waarin de begroting gevoelig is voor een aantal grote ‘structurele’ onzekerheden, nog los van de ravijnjaren 2026 en 2027. In 2024 bedraagt de mogelijke impact € 3,9 miljoen en dit loopt op tot € 6,6 miljoen in 2026. In de praktijk doen veelal niet alle risico’s zich tegelijkertijd voor, zodat een lagere buffer meestal volstaat om de risico’s die zich daadwerkelijk voordoen te kunnen opvangen.

Vooruitlopend op het vast te stellen strategisch financieel beleid stellen we voor het structureel weerstandsvermogen in deze begroting aan te vullen tot een bedrag waarmee we in ieder geval het risico op overschrijding van de kosten TIM SV (tot de onderkant van de

10

bandbreedte van dit risico) zelf met structureel weerstandsvermogen kunnen opvangen, zonder direct noodzakelijke bezuinigingen. Voor het deel van het risico boven de onderkant van de bandbreedte houden we incidenteel weerstandsvermogen aan. Daarmee kunnen we mogelijke frictiekosten van noodzakelijk bezuinigingen opvangen als dit risico zich daadwerkelijk voordoet. Onderstaande tabel geeft de uitkomst van de impact analyse, het huidig beschikbaar structureel weerstandsvermogen en de voorgestelde aanvulling weer.

Impactanalyse gevoeligheid begroting structurele risico's (x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

1. Teruggang algemene uitkering (1% van de algemene uitkering)

1.116

1.124

1.048

1.043

2. Stijging van marktrente met 1%

284

529

715

860

2.200

3.181

4.053

4.379

4. Gemeenschappelijke regelingen prijsstijging met 1%

125

125

125

125

5. Loon en prijscompensatie 1% niet doorrekenen in belastingtarieven

160

160

160

160

Totale impact gevoeligheid begroting structurele risico's

3.885

5.119

6.101

6.567

Beschikbaar structureel weerstandsvermogen

1.151

1.151

1.151

1.151

Voorgestelde aanvulling

1.439

2.262

2.916

3.227

Structureel weerstandsvermogen na aanvulling

2.590

3.413

4.067

4.378

3. Jeugdzorg en Wmo (TIM SV) onderkant bandbreedte overschrijding

Toelichting vijf structurele risico's 1. Teruggang algemene uitkering met 1% De algemene uitkering kan de komende jaren dalen als gevolg van onderhoud van de huidige normeringssystematiek, het nadelige effect van de uitkering jeugd en het nadelig effect van de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026 (ravijnjaar). In het verleden is het risico berekent op € 15 per inwoner, dat leidde tot een vast bedrag van € 951.000. Wij hebben nu 1% van de algemene uitkering gehanteerd om de gevoeligheid te duiden. Dit is een actuelere becijfering van het risico, maar benadert nog steeds de vaste risico-inschatting van € 951.000. 2. Stijging van marktrente met 1% Wij hebben, gezien de huidige renteontwikkelingen, het rentepercentage verhoogd van 2% bij de begroting 2023 naar 3 % bij de begroting 2024. Wij zien momenteel een risico dat de rente verder gaat stijgen, waardoor wij bij herfinanciering van bestaande leningen tegen een hoger percentage dan 3% moeten lenen. Het effect van de verhoging van 3% naar 4% hebben wij hier opgenomen. 3. Jeugdzorg en Wmo (TIM SV) onderkant bandbreedte overschrijding In de Kadernota 2024 is de ambitie opgenomen om de meerkosten voor contract TIM SV te beperken tot maximaal € 4 miljoen boven op de opdrachtwaarde van € 12,6 miljoen in 2024 en een dalende trend te realiseren naar 2027.

Het uitgangspunt dat begin dit jaar is gekozen, in het belang van adequate zorg en kostenbeheersing, is ingezet op verdere transformatie. Om dit te kunnen realiseren wordt geanticipeerd op hogere kosten in 2023 met een bandbreedte van € 18,8 miljoen tot € 21,5 miljoen. In de Bestuursrapportage 2023 is gemeld dat ondanks de maatregelen het reëel blijft dat de kosten in 2023 op kunnen lopen binnen de aangegeven bandbreedte. Er is gezien de maatregelen in 2023, voor 2024 en verder nog geen onderbouwing van de meerjarige kostenontwikkeling. Bij de inschatting van het risico is het verschil tussen de opdrachtwaarde van € 16,6 miljoen en de onderkant van de bandbreedte van € 18,8 miljoen als risico meegenomen. 4. Gemeenschappelijke regeling met 1% prijsstijging In de begroting van gemeenschappelijke regelingen wordt gerekend met een verhoging van de gemeentelijke bijdrage op basis van bij het opstellen bekende loon- en prijsstijgingen. Regelmatig leidt dit tot begrotingswijzigingen in het lopende jaar op basis van actuelere loon- en prijsontwikkeling. Wij hebben ook hier gerekend met 1% om de gevoeligheid uit te drukken. 5. Loon en prijscompensatie 1% niet doorrekening in belastingtarieven Ook voor ons geldt dat de loon- en prijsontwikkeling hoger blijkt dan dat wij vooraf hebben ingeschat. Wij berekenen dit normaliter achteraf niet door in onze belastingtarieven.

Wij hebben ook hier gerekend met 1% om de gevoeligheid uit te drukken.

11

Incidenteel weerstandsvermogen De algemene reserve bestaat op grond van de beleidsnotitie 'algemene reserve' uit drie lagen. De middelen uit schijf 1 kunnen we inzetten om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. De middelen uit schijf 2 kunnen we inzetten om calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen en negatieve rekeningsaldi op te vangen. De middelen uit schijf 3 kunnen we inzetten voor actieve (beleids)keuzes. Het gaat hierbij om incidentele middelen. In de paragraaf weerstandsvermogen zijn de bedragen bij de weerstandsratio's toegelicht. De minimale hoogte (schijf 1) van de algemene reserve is € 11,9 miljoen. Wij streven naar een ratio tussen 1,4 en 2,0 om onvoorziene incidentele calamiteiten op te kunnen vangen. De algemene reserve is aanzienlijk afgenomen door de onttrekking van € 2,4 miljoen bij de Kadernota 2024. De stand van de algemene reserve eind 2024 bedraagt € 13,6 miljoen. Dit zijn de vrij beschikbare middelen om de risico's op te vangen. De weerstandsratio komt hiermee op 1,6 en komt daarmee boven de minimale weerstandsratio van 1,4. De vrij beschikbare middelen in de algemene reserve op basis van de verwachting bij de Bestuursrapportage 2023 is € 12,7 miljoen. Hierin is rekening gehouden met een nadelig resultaat over 2023 van € 0,9 miljoen.

12

Grondslagen voor de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025 tot 2027 Uitgangspunten De startpositie van de programmabegroting 2024-2027 is de programmabegroting 2023-2026 en de besluitvorming door de raad tot en met juli 2023. Op deze startpositie zijn, naast de uitwerking van de Kadernota 2024-2027, de volgende mutaties verwerkt: 

De actuele ontwikkelingen uit het gemeentefonds tot en met de meicirculaire 2023.

Actualisatie van de indexering, zoals opgenomen in de Kadernota 2024,

Aanpassing van de bijdragen aan verbonden partijen, zodat deze aansluit op de begroting van deze partijen.

Mutaties tussen de Kadernota 2024 en de begroting 2023 voor het versterken van het structureel en incidenteel weerstandsvermogen.

Overgang van verwerking van de algemene uitkering van lopende naar constante prijzen en overige afrondende administratieve mutaties.

Indexeringen vanaf 2024 Prijsindex materiële budgetten De prijsgevoelige budgetten 2024 en volgende jaren zijn, waar van toepassing, verhoogd met het algemene indexcijfer van 3,9%. Dit is een gemiddeld indexcijfer, waarin geen verschil wordt gemaakt tussen de soorten uitgaven. Het indexcijfer is gebaseerd op de CPB-ramingen die zijn opgenomen in de Meicirculaire 2023 van het Gemeentefonds. Dit is een actualisatie ten opzichte van het voorlopige indexcijfer van 2%, dat is gehanteerd bij de Kadernota 2024. In 2022 en 2023 was er sprake van hoge prijsstijgingen. Bij het opstellen van de Begroting 2023 zijn de prijsgevoelige budgetten 2023, waar van toepassing, verhoogd met het algemene indexcijfer van 3,1%. De prijsgevoelige budgetten zijn in 2022 niet geïndexeerd. Bij de kadernota verwachtten we een prijsstijging in 2023 (inclusief effect uit 2022) van 9%. We hebben deze inschatting bij de begroting overgenomen. In de begroting 2024 zijn de prijsgevoelige budgetten daarom geïndexeerd met 5,9% (= 9% min 3,1%). De totale prijsindexatie voor 2024 komt daarmee op 9,8% (3,9% en 5,9%). Voor de energielasten hebben we op grond van de aanbesteding van het energiecontract rekening gehouden met een stijging van de energielasten van € 1,2 miljoen voor 2024 en € 1 miljoen voor 2025.

Voor 2026 en verder is rekening gehouden met een stijging van structureel € 0,8 miljoen ten opzichte van 2022, het laatste jaar van de vorige overeenkomst. Ontwikkeling prijsindexatie

%

periode

Kadernota 2024

9,0%

2022/2023

AF : Indexatie in begroting

3,1%

2022/2023

Inhaalinflatie

5,9%

2022/2023

BIJ : begroting 2024

3,9%

2024

Totaal prijsindexatie 2024

9,8%

2022-2024

Loonsom De hoogte van de loonsom in geld (€) wordt bepaald door de toegestane formatie per functie te vermenigvuldigen met de werkgeverslasten, op basis van het schaalmaximum en de meest actuele CAO. Bij het opstellen van de Begroting 2024 is de CAO vanaf 2024 nog niet bekend. In de Kadernota 2024 is rekening gehouden met een voorlopige indexering met 2%; deze is op basis van de meicirculaire 2023 aangepast naar 5,2%. De indexatie 2024 wordt op grond van een nog af te sluiten CAO 2024 bijgesteld.

13

Voor 2023 was in de Begroting 2023 met een voorlopige indexatie verwerkt van 2%. Recent is de CAO voor 2023 afgesloten met een looptijd tot en met 31 december 2023. De lonen stijgen op grond van deze CAO met 9% gemiddeld. In de Kadernota 2024 is rekening gehouden met een extra stijging van de lonen in 2023 van 7% (= 9% min 2%). De inhaalinflatie uit de kadernota voor 2023 is aangepast voor de loonindexatie in 2023 in verband met voordelige effect (3%) van de pensioenpremie (zie Bestuursrapportage 2023). De stijging van de lonen is daardoor per saldo 6% in plaats van 9%. Er was al 2% verwerkt, dus resteert een inhaalinflatie van 4%. Op grond van de meicirculaire is de verwachte indexatie voor 2024 5,2%. De berekening leidt tot een indexatie van 9,2% in 2024. Dit percentage is voor de lonen in de begroting 2024 verwerkt. De verdeling van de salarislasten naar de taakvelden heeft zoveel mogelijk overeenkomstig de verdeling bij de begroting van 2023 plaatsgevonden. De verdeling zal bij de Bestuursrapportage 2024 worden geactualiseerd. Voor de uitvoering van onze taak beschouwen en benutten we de loonsom, zoals vermeld in de paragraaf Bedrijfsvoering, als één geheel.

Voor het beoordelen van de begrotingsrechtmatigheid bij de jaarrekening worden afwijkingen ten opzichte van de begroting niet beoordeeld per programma of taakveld, maar op het totale budget voor personeel en inhuur ten laste van de loonsom van de gemeentebegroting. Inhuur ten laste van de loonsom is inhuur voor vervanging en ziekte. Andere inhuur is inhuur buiten de loonsom en moet worden opgevangen binnen de exploitatiebudgetten. Ontwikkeling loonindexatie

%

periode

Kadernota 2024

9,0%

2023

AF : Indexatie in begroting

2,0%

2023

AF : lagere pensioenpremie

3,0%

2023

Inhaalinflatie

4,0%

2023

BIJ : begroting 2024

5,2%

2024

Totaal loonindexatie 2024

9,2%

2023/2024

Rente De rente is gebaseerd op de werkelijke leningsovereenkomsten. Daarnaast is door de huidige renteontwikkelingen het rentepercentage, waarmee in de liquiditeitenplanning wordt gerekend voor nieuw af te sluiten overeenkomsten, verhoogd van 2% in de begroting 2023 naar 3% in de begroting 2024. De omslagrente voor de kapitaallasten is bij het opstellen van de begroting herrekend, rekening houdend met de maximaal toegestane bandbreedte volgens de verslaggevingsvoorschriften (Besluit Begroting en Verantwoording). De omslagrente is verhoogd van 0,5% in de begroting 2023 naar 1,0% in de begroting 2024.

Investeringskredieten Het uitgangspunt is dat de kredieten zijn opgenomen voor het prijspeil van 2024. De afschrijving van activa start in het jaar nà gereedkomen van het actief. Aan activa wordt omslagrente toegerekend. Ook de rentetoerekening start in het jaar nà gereedkomen van het actief. Rente en afschrijving vormen samen de kapitaallasten. Bij de Kadernota 2024 is besloten om loonkosten toe te rekenen aan investeringen in Grond-, weg en waterbouw projecten en groot onderhoud projecten. De huidige inflatieontwikkeling, zoals hogere grondstofprijzen, vervoerskosten en personele schaarste maken dat prijzen hard stijgen en investeringsramingen mogelijk moeten worden bijgesteld. De lijn is om dergelijke bijstellingen bij de P&C-cyclus te melden en aan te passen.

Indexering belastingen, heffingen en overige inkomsten De belastingen zijn overeenkomstig de besluitvorming bij de kadernota verhoogd met 9%. Het betreft hier onroerendzaakbelasting (OZB), roerende zaakbelasting (RZB), forensenbelasting, precariobelasting en hondenbelasting. De opbrengst toeristenbelasting wordt verdubbeld. In de kadernota is een verhoging gesteld van € 1,70 per overnachting naar € 3,40 per overnachting. Deze tot nu toe gehanteerde methodiek betekent dat meerdere personen, bijvoorbeeld een gezin van 5 personen, die een relatief goedkope accommodatie bezoeken een veel hoger percentage toeristenbelasting betalen dan 1 of 2 personen die een relatief dure hotelovernachting boeken. Onderzocht wordt hoe hierin een beter evenwicht

14

gevonden kan worden door te differentiëren. Een voorstel voor differentiatie wordt voorbereid voor de eind dit jaar vast te stellen belastingverordeningen 2024. Daarnaast wordt gekeken hoe volledig we zijn in de inning en of daar mogelijkheden liggen voor een verbreding van de grondslag om een tarief minder te kunnen laten stijgen. De heffingen voor riolering, afvalstoffen, begraven en omgevingsvergunning worden berekend op basis van 100% kostendekking. Bij de kadernota is besloten om overhead (14,4%) toe te rekenen aan de tarieven. In de begroting 2024 wordt voorgesteld om de tarieven van afvalstoffenheffing maximaal met 25% te verhogen (kostendekkendheid 92%). De overige inkomsten zijn verhoogd met 9,8% overeenkomstig de prijsstijging van de materiele budgetten. De tarieven en belastingen zijn terug te vinden in de paragraaf lokale heffingen.

Meerjarenperspectief De baten en lasten in het meerjarenperspectief presenteren we op basis van constante prijzen met prijspeil 2024.

Notities financieel beleid De P&C documenten worden opgesteld met inachtneming van de door de raad vastgestelde financiële beleidsdocumenten. Deze documenten zijn: 

Financiële verordening (raad 6 juli 2021)

Nota reserves en voorzieningen (raad 6 juli 2021).

Nota waardering en afschrijving vaste activa (raad 6 juli 2021).

Beleidsnotitie algemene reserve (raad 29 september 2020).

Verbonden partijen en subsidies Verbonden partijen De verbonden partijen dienen jaarlijks de begroting in bij de gemeenten ter goedkeuring. De goedgekeurde begroting wordt verwerkt in de gemeentelijke begroting en beschreven in een aparte (verplichte) paragraaf.

Subsidies De toe te kennen subsidiebedragen voor 2024 moeten nog worden vastgesteld en worden na vaststelling online gepubliceerd op de website.

Stelposten 2024-2027 In de tabel hieronder zijn de stelposten, die in de begroting zijn opgenomen gepresenteerd. Wij lichten deze kort toe. 1. Stelpost lonen en prijzen. De algemene uitkering is met ingang van 2024 opgenomen op basis van constante prijzen. Er staan in tegenstelling tot voorgaande jaren geen indexatie van latere jaren meer op deze stelpost. Op de stelpost blijft op basis van de meicirculaire alleen een bedrag over van € 375.000 voor aanvullende compensatie via subsidiecompensatie voor maatschappelijke organisaties. 2. Stelpost Algemene uitkering (taakmutaties). Dit betreffen decentralisatie uitkeringen of specifieke gelden, die via de algemene uitkering worden ontvangen. Deze gelden komen vrij voor de programma's op basis van een plan of onderbouwing na besluitvorming van de raad. Hier staan nog de resterende middelen van het Bestedingsplan 'Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK)' als behandeld in de raadsvergadering van 22 december 2022.

15

3. Structureel weerstandsvermogen. Deze stelpost is bedoeld voor structurele risico's zoals achteruitgang algemene uitkering, rentestijgingen, jeugdzorg en Wmo, inflatie en gemeenschappelijke regelingen. 4. Loonsom en inhuur. Voor 2024 wordt rekening gehouden met inhuur van ca. 25 fte ten laste van de loonsom. 5. Onvoorzien. Een bedrag voor incidenteel onvoorziene situaties van € 1,50 per inwoner. 6. Kapitaallasten. De investeringen zijn vooral in het lopende en komende jaar (2024 en 2025) gepland. De vrijval van de kapitaallasten voor de jaren vanaf 2025 wordt niet in het begrotingssaldo verwerkt, maar apart gehouden in een stelpost kapitaallasten, zodat het beschikbaar blijft voor nog niet opgenomen vervangingen van investeringen. Stelposten (x € 1 mln.)

Programma

2024

2025

2026

2027

1. Loon- en prijsstijging

1. Bestuur

0,38

0,38

0,38

0,38

2. Algemene uitkering - Taakmutaties-

1. Bestuur

0,10

0,10

0,27

0,27

3. Structureel weerstandsvermogen

1. Bestuur

2,59

3,41

4,07

4,38

4. Loonsom en inhuur

1. Bestuur

1,75

5. Onvoorzien

1. Bestuur

0,09

0,09

0,09

0,09

6. Kapitaallasten

1. Bestuur

0,00

1,01

0,53

0,69

4,91

4,99

5,33

5,80

Totaal stelposten

16

Leeswijzer Bestuurlijke opgaven in de programmabegroting In het coalitieakkoord zijn twee programma’s opgenomen om het fundament op orde te brengen: ‘Een betrokken en professionele ambtelijke organisatie’ en ‘Een begroting gericht op de toekomst’. Deze programma’s zijn in de beleidsbegroting opgenomen in programma 1 Bestuur. Daarnaast is in het coalitieakkoord opgenomen welke uitgangspunten en opgaven gehanteerd worden om de ambities te ordenen en te werken aan een sterke en betrouwbare lokale overheid. Binnen de balans van bestuurlijke ambities, de financiële positie en de ambtelijke organisatie staan de principes die in alle opgaven terugkomen en waar we onze doelen aan toetsen. De opgaven zijn inhoudelijk geordend met het besef dat we altijd oog houden voor samenhang tussen de bestaande opgaven en nieuwe opgaven die op ons afkomen.

17

In onderstaand schema is weergegeven in welke programma’s in de programmabegroting 2024, de opgaven uit het coalitieakkoord zijn te vinden. Bestuurlijke opgaven

Te vinden in programma

Voldoende betaalbare en passende woningen

3. Fysiek

Iedereen doet mee en hoort erbij

4. Sociaal

Een klimaatbestendige leefomgeving en duurzame energievoorziening

3. Fysiek

Bereikbare, duurzame en verkeersveilige mobiliteit

3. Fysiek

Toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt in balans

5. Samenleving

Veilige en leefbare buurten, dorpen en landelijk gebied

3. Fysiek

Aan een bestuurlijke opgave zijn verschillende beleidsterreinen gekoppeld die bijdragen tot de realisatie van een opgave. Bij de opgave is vermeld welke beleidsterreinen uit andere programma’s in de beleidsbegroting bijdragen aan deze opgave. De beleidsbegroting bevat een nadere uitwerking van het coalitieakkoord voor het komende jaar. De beleidsbegroting geeft inzicht in: • Wat willen we (samen) bereiken tot en met 2027? • Wat gaan we daarvoor (samen) doen in 2024? • Wat mag het kosten? Per programma is beschreven wat de going-concern activiteiten zijn en welke verbonden partijen betrokken zijn. Financiële tabellen De bedragen in deze begroting zijn weergegeven in duizendtallen, tenzij anders is aangegeven. In de financiële tabellen zijn afgeronde bedragen gepresenteerd, hierdoor kan het gepresenteerde saldo afwijken van de opgetelde (afgeronde) bedragen. Inkomsten zijn met een minteken (negatief) gepresenteerd. Uitgaven zijn positief gepresenteerd. Een gepresenteerd saldo of eindstand met een minteken is dus een voordelig saldo of eindstand. Een saldo of eindstand met een positief bedrag is een nadelig saldo of eindstand. Per programma wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste wijzigingen tussen de primitieve begroting 2023 en de primitieve begroting 2024.

In de toelichting is aangegeven of het een incidentele of structurele wijziging betreft en in welk document de wijziging is terug te vinden of besloten. Tevens is een specificatie opgenomen van de reservemutaties in 2024. De mutaties in de loonsom worden toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering; de mutaties in de kapitaallasten bij de Uiteenzetting van de financiële positie (Meerjaren InvesteringsPlanning). In de tabel impuls coalitieakkoord zijn de exploitatiebudgetten van de beleidswensen of beleidsimpulsen opgenomen, die structureel in de begroting (2023-2026) zijn verwerkt gedurende de coalitieperiode. Impulsen vanuit specifieke rijksuitkeringen, investeringen, indexaties, financieel technische wijzigingen en autonome ontwikkelingen zijn hierin niet opgenomen.

Indicatoren Het project 'een begroting gericht op de toekomst' heeft als doel te komen tot een strategisch financieel meerjarenbeleid en daardoor de raad beter in staat te stellen om haar kaderstellende en controlerende taak uit te voeren. In de programmabegroting 2024 gaan we door op de opzet van de programmabegroting 2023 door het smart(er) formuleren van de prestaties in mijlpalen. Inmiddels zijn we ook aan het verkennen met de gemeenteraad of en hoe we maatschappelijke effecten meetbaar kunnen maken met indicatoren. Het vastleggen van de maatschappelijke effecten die we willen bereiken en deze effecten (waar mogelijk) meetbaar maken draagt bij aan een transparante en betrouwbare overheid. Het streven is dat de raad in het voorjaar van 2024 nog een besluit neemt over de gewenste maatschappelijke effectindicatoren, wat afhankelijk van het besluit een aanvulling of toevoeging kan zijn aan deze programmabegroting. In de programmabegroting 2024 zijn daarom nog geen effectindicatoren opgenomen. In een bijlage zijn alleen de verplichte BBV-indicatoren opgenomen. 18

Programma 1. Bestuur

19

Beleid programma 1 Wat willen we bereiken tot en met 2027? Een betrokken en professionele ambtelijke organisatie Het is noodzakelijk om het fundament van Stichtse Vecht op orde te brengen met als doel om een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Voor de zomer van 2022 zijn we gestart met een programma om de werkkracht van de ambtelijke organisatie te vergroten. Op 1 juli 2022 is een belangrijke fase van het lopende project Doorontwikkeling afgerond. Vanaf die datum is een nieuwe fase gestart met een project dat erop gericht is om de organisatie op kracht te brengen en de organisatie weer volledig te laten functioneren. Onderdeel van deze fase (zomer 2022 - zomer 2024) zijn in ieder geval: 

het stoppen van de grote uitstroom van personeel;

het terugbrengen van het ziekteverzuim naar een gemiddeld percentage;

het intensiveren van de werving van nieuw personeel op de openstaande vacatures;

de huidige medewerkers koesteren, waarderen en blijven boeien (potentie benutten).

Fase 1 – de organisatie wordt ‘in control’ gebracht (periode zomer 2022- zomer 2023) Fase 2 – De organisatie wordt toekomstbestendig gemaakt (periode zomer 2023 - zomer 2024)

Wat gaan wij daarvoor doen in 2024? Toekomstbestendige organisatie In 2023 is de organisatie meer ‘in control’ gekomen. Dit biedt ruimte om met elkaar vooruit te kijken en de organisatie toekomstbestendig te maken. Er zijn al veel initiatieven gestart, nu is het van belang om deze te waarderen, te kanaliseren en te prioriteren op basis van een gezamenlijke agenda die voor iedereen herkenbaar is en aansluit bij de vastgestelde Missie en Visie en de aanbevelingen vanuit het rapport van Hiemstra & De Vries. Verder blijft in 2024 aandacht voor het koesteren en waarderen van medewerkers. Om de potentie van medewerkers optimaal te benutten en de uitstroom te verlagen.

Mijlpalen 1. Vaststellen van een gezamenlijke agenda voor de verdere ontwikkeling van de organisatie.

Wat willen we bereiken tot en met 2027? Een begroting gericht op de toekomst Een toekomstgerichte begroting geeft meer sturingsmogelijkheden Een toekomstgerichte begroting heeft als doel om te komen tot een strategisch financieel meerjarenbeleid. We werken aan een nieuwe opzet van onze begroting. Dit is noodzakelijk om de sturing te versterken, tijdig te kunnen anticiperen op ontwikkelingen en heldere keuzes te maken. Ook als het gaat om nieuw beleid. Met de nieuwe opzet van de begroting moet de raad beter in staat worden gesteld om zijn kaderstellende en controlerende taak uit te voeren. Het vastleggen van de maatschappelijke effecten die we willen bereiken en deze effecten (waar mogelijk) meetbaar maken draagt bij aan een transparante en betrouwbare overheid.

20

Wat gaan wij daarvoor doen in 2024? Implementeren en borgen In 2022 en 2023 hebben we een nieuwe opzet van de beleidsbegroting ingevoerd, gewerkt aan een voorstel om effect- en prestatie-indicatoren vast te stellen en gewerkt aan het formuleren van strategisch financieel beleid. Na besluitvorming door de raad over deze voorstellen implementeren we deze instrumenten in 2024 in de begroting en jaarstukken. Als alle instrumenten in de begroting zijn opgenomen en geborgd in de reguliere P&C-cyclus dan ronden we het programma af. In 2025 evalueren we de P&C-cyclus 2024.

Mijlpalen -

Wat willen we bereiken tot en met 2027? Samenwerking en participatie Door de kracht van onze samenleving te benutten, bereiken we onze doelen Wij willen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties betrekken bij beleid en uitvoering. Door vooraf aan te geven welke ruimte er is om mee te denken en mee te doen creëren we duidelijkheid. De door de raad vastgestelde participatieleidraad biedt hiervoor een uitstekende basis. Daarnaast introduceren we een inwonerpanel voor inwoners en ondernemers. Omdat onze opgaven veelal over de gemeentegrenzen heen gaan, is samenwerking in de regio, met de provincie en andere partijen eveneens belangrijk. Ten slotte heeft Stichtse Vecht de vernieuwende ideeën en energie van jongeren hard nodig, nu en in de toekomst. We willen met deze groep in gesprek om hen meer te betrekken bij de lokale democratie.

Wat gaan wij daarvoor doen in 2024? Inrichten inwonerpanel In 2023 is, na een succesvolle evaluatie van de pilot, besloten het inwonerspanel structureel als participatie instrument in te zetten. Peilingen worden ongeveer vier keer per jaar uitgezet. Daarnaast wordt de rapportage over de uitkomsten van de peilingen op de website verder doorontwikkeld. Hierdoor wordt de centrale plek, waar cijfers en onderzoeksresultaten van de gemeente worden getoond, geprofessionaliseerd.

Mijlpalen 1. Uitzetten van 4 peilingen

Jongeren betrekken bij de lokale democratie Samen met jongeren, het onderwijs, Jeugd-Punt en andere maatschappelijke organisaties verkennen we hoe de lokale democratie dichter bij jongeren kan worden. In overleg met de gemeenteraad organiseren we één keer per jaar een gesprek tussen de raad, college en jongeren.

Mijlpalen 1.

Gesprek raad, college en jongeren in 2024.

21

Uitvoering Participatieleidraad In 2024 wordt het participatiebeleid verder ontwikkeld, ingevuld en geborgd in de organisatie. Vanaf 1 januari 2025 wordt de mogelijkheid om te participeren voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties nog groter. De verwachting is dat met ingang van die datum de wet ‘versterking participatie op decentraal niveau’ van kracht wordt. Daarvoor zal een verordening worden opgesteld die samengevoegd wordt met de bestaande verordening ‘participatie bij ruimtelijke initiatieven SV 2023’.

Mijlpalen 1. Participatiebeleid waar nodig concretiseren, en participatiemethoden implementeren en borgen in de organisatie. 2. Opstellen gemeente brede participatieverordening. 3. Participatiemethodes kenbaar maken aan de samenleving.

Going concern taken De volgende taken zijn onderdeel van het programma Bestuur: 

Burgerzaken en publieke dienstverlening

Bestuur

Bedrijfsvoering

Lokale belastingen en heffingen

Solide financieel beleid

We monitoren deze taken aan de hand van de op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplichte set indicatoren, tenzij we (aanvullend) een specifieke effectindicator hebben vastgesteld. De verplichte indicatoren zijn opgenomen in de bijlage ‘Verplichte indicatoren door het Rijk’.

Verbonden partijen Binnen dit programma werken we samen met NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU). Voor nadere toelichting hieromtrent verwijzen we naar de paragraaf Verbonden partijen. Wij werken met de regiogemeenten in U10-verband samen aan de grote maatschappelijke opgaven woningbouw, energietransitie, economische ontwikkeling, mobiliteit en het behoud en ontwikkeling van groen en landschap.

22

Financieel overzicht programma 1 Wat mag het kosten? Bedragen x €1.000 Programma 1

Begroting 2023

Begroot 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

4.527

Lasten 0.1 Bestuur

4.263

4.427

4.531

4.520

0.2 Burgerzaken

1.963

2.473

2.386

2.371

2.371

0.4 Overhead

21.264

24.715

24.264

23.981

23.813

0.5 Treasury

-349

292

503

570

718

0.6 Belastingen

1.017

1.084

1.081

1.081

1.081

0.8 Overige baten en lasten (stelposten)

3.945

4.805

4.892

5.066

5.530

Totaal Lasten

32.102

37.796

37.656

37.588

38.040

Baten 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken

-1

0

0

0

0

-753

-1.436

-1.436

-1.436

-1.436

0.4 Overhead

-7

-6

-6

-6

-6

0.5 Treasury

-53

-113

-123

-123

-123

0.6 Belastingen

-14.364

-15.638

-15.638

-15.638

-15.638

0.7 Algemene uitkering

-101.920

-111.572

-112.392

-104.842

-104.255

0.8 Overige baten en lasten (stelposten)

2.331

102

102

265

265

0.3 Beheer overige gebouwen en gronden

-40

-40

-40

-40

-40

Totaal Baten

-114.808

-128.704

-129.534

-121.821

-121.233

Gerealiseerd saldo van baten en lasten

-82.706

-90.908

-91.878

-84.233

-83.194

297

0

38

38

0

-244

-2.632

-217

-217

-217

53

-2.632

-179

-179

-217

-82.652

-93.540

-92.057

-84.411

-83.410

Stortingen 0.10 Mutaties reserves Onttrekkingen 0.10 Mutaties reserves Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat

Toelichting lasten en baten per soort kosten Bestuur Toegerekende personeelslasten

Begroting

Begroting

Verschil

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2023-2024

2025

2026

2027

17.136

20.918

3.782

21.008

20.803

Kapitaallasten

-502

-1.173

-671

-375

-1.315

-1.524

Overige lasten

15.468

20.604

5.136

19.575

20.652

21.312

Overige verrekeningen

20.803

-

-2.552

-2.552

-2.552

-2.552

-2.552

Totaal lasten

32.102

37.796

5.694

37.656

37.588

38.040

Totaal baten

-114.808

-128.704

-13.896

-129.534

-121.821

-121.233

Geraamd saldo van baten en lasten

-82.706

-90.908

-8.202

-91.878

-84.233

-83.194

Toevoeging aan reserves

297

-

-297

38

38

-

Onttrekking aan reserves

-244

-2.632

-2.388

-217

-217

-217

-82.652

-93.540

-10.888

-92.057

-84.411

-83.410

Geraamde resultaat

23

Toelichting van de verschillen in de lasten van begroting 2024 versus begroting 2023 Analyse verschillen lasten begroting 2024 t.o.v. begroting 2023

Begroting 2023

Begroting 2024

32.102

37.796

Lasten

Verschil 5.694

Toelichting

Besluit

Taakveld

I/S bedrag

Toegerekende personeelslasten

Begroting 2024

Diverse

S

Kapitaallasten

Begroting 2024

Diverse

S

-671

Ov.verrekeningen - Versnelling woningbouw (toerekening loon- en inhuurkosten)

Kadernota 2024

Diverse

S

-1.452

Ov.verrekeningen - Toerekening loonkosten aan grond, weg, waterbouw projecten/groot onderhoud (10% VAT)

Kadernota 2024

Diverse

S

-1.100

Prijsindexering

Begroting 2024

Diverse

S

795

Onderzoek 213a

Kadernota 2024

0.1 Bestuur

S

25

Digitaliseren bouwdossiers

Kadernota 2024

0.4 Overhead

S

125

Migratie Datacenter - ICT infrastructuur op orde

Kadernota 2024

0.4 Overhead

I

458

Migratie Datacenter

Kadernota 2024

0.4 Overhead

S

574

Datagestuurd werken

Kadernota 2024

0.4 Overhead

S

115

Implementatie en migratie aanbesteding Key2Burgerzaken

Kadernota 2024

0.2 Burgerzaken

I

90

Aanbesteding managed service provider

Kadernota 2024

0.4 Overhead

I

150

Hosting en softwarelicentie voor raad en commissieleden

Kadernota 2024

0.1 Bestuur

S

50

Nieuwe financiële applicatie incl. projectadministratie

Kadernota 2024

0.4 Overhead

S

130

Verkiezingen

Kadernota 2024

0.2 Burgerzaken

S

60

Duidelijke taal in alle uitlatingen van de gemeente

Kadernota 2024

0.2 Burgerzaken

S

30

WGA Premie

Begroting 2024

0.4 Overhead

S

200

Verbonden partijen

Begroting 2024

Diverse

S

82

Mutaties diverse stelposten

Begroting 2024

0.8 Ov. baten en lasten

S

2.227

Overig

Begroting 2024

Diverse

S

24

Totaal mutatie lasten programma 1

3.782

5.694

Toelichting van de verschillen in de baten van begroting 2024 versus begroting 2023 Analyse verschillen baten begroting 2024 t.o.v. begroting 2023

Begroting 2023

Baten

Begroting 2024

-114.808

Verschil

-128.704

-13.896

Toelichting

Besluit

Taakveld

I/S

bedrag

Prijsindexering

Kadernota 2024

0.6 Belastingen

S

-1.274

Effecten ontwikkeling Gemeentefonds

Kadernota 2024

0.7 Alg. Uitkering

S

-2.553

Meicirculaire 2023 Gemeentefonds

Begroting 2024

0.7 Alg. Uitkering

S

-7.098

Dividend Vitens

Begroting 2021

0.5 Treasury

S

-60

Leges reisdocumenten i.v.m. verloop 10-jaarstermijn

Begroting 2018

0.2 Burgerzaken

S

-683

Mutaties reserves

Begroting 2024

0.10 Mutaties reserves

S

-2.229

Overig

Begroting 2024

Diverse

S

Totaal mutatie baten programma 1

1 -13.896

Toelichting reservemutaties 2024 Mutaties reserves 2024

Bedrag

Onttrekkingen Algemene reserve (Kadernota 2024)

2.400

Algemene reserve (Kadernota 2022)

16

Vrijval kapitaaldekkingsreserves

217

Totaal onttrekkingen

2.632

Totaal mutaties

2.632

24

Budgetten ambities Coalitieakkoord 2022-2026 De volgende budgetten voor beleidsimpulsen vanuit het coalitieakkoord 2022-2026 'Bouwen aan een stevig fundament voor Stichtse vecht' en de Kadernota 2024 zijn in de begroting 2024-2027 opgenomen. Impuls Coalitie akkoord

Document

Omschrijving Inwonerspanel

Coalitieakkoord 2022-2026

Fundament op orde

Kadernota 2024

Verhoging toeristenbelasting

Kadernota 2024

Totaal

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

2026

50

50

50

50

1.396

1.412

1.020

-298

-298

-298

1.148

1.164

772

50

25

Programma 2. Veiligheid

26

Beleid programma 2 Wat willen we bereiken tot en met 2027? Een veilige gemeente voor iedereen Tot en met 2026 geven we uitvoering aan het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 om de door de raad vastgestelde kaders, ambities en doelstellingen te behalen. Jaarlijks ontvangt de raad een Veiligheidseffectrapportage waarin verantwoording wordt afgelegd over het gevoerde veiligheidsbeleid. Algemene ambitie uit het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026: ‘’Een integrale aanpak om overlast verder terug te dringen, nieuwe crises te beheersen, nieuwe vormen van criminaliteit te bestrijden en het behouden van het veiligheidsniveau op geregistreerde vormen van criminaliteit.’’ Om deze door de gemeenteraad vastgestelde algemene ambitie uit het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 te behalen, werken we binnen zes geprioriteerde thema’s aan de volgende doelstellingen: 1. Voorkomen en bestrijden van georganiseerde ondermijnende criminaliteit in gemeente Stichtse Vecht. 2. Een gemeente waarin inwoners en ondernemers weerbaar zijn tegen risico’s en dreigingen van de snel digitaliserende maatschappij. 3. Een gemeente waar maatwerk wordt geleverd voor inwoners met meervoudige problematiek waardoor overlast en onveilige situaties tot een minimum worden beperkt. 4. Een gemeente waarin jongeren zich in een veilige omgeving kunnen ontwikkelen en structurele jongerenoverlast nauwelijks voorkomt. 5.

Inwoners en ondernemers voelen zich veilig; het aantal traditionele geregistreerde misdrijven stijgt niet en de sociale cohesie en participatie zijn optimaal. 6. Adequaat optreden bij de (dreiging van) incidenten, rampen en (langdurige) crises en daarmee de impact voor inwoners en ondernemers beheersen.

Wat gaan wij daarvoor doen in 2024? Voorkomen en bestrijden van georganiseerde ondermijnende criminaliteit in Stichtse Vecht 

Drugscriminaliteit en de negatieve effecten worden actief voorkomen en bestreden.

Risicolocaties, fenomenen (zoals mensenhandel) en branches zijn in beeld en worden bestreden.

De overheid is integer en weerbaar tegen invloeden van ondermijning.

Inwoners, in het bijzonder kwetsbare jongeren en ondernemers, zijn weerbaar tegen ondermijning.

Mijlpalen 1. In 2024 zijn alertheidstrainingen georganiseerd voor (eerstelijns)medewerkers van Stichtse Vecht om signalen van ondermijning (zoals mensenhandel) te leren herkennen. Een gemeente waarin inwoners en ondernemers weerbaar zijn tegen risico’s en dreigingen van de snel digitaliserende maatschappij 

De kans op data- en informatielekken vanuit de gemeente is minimaal.

De impact van cyberincidenten en -crises wordt zo veel mogelijk beperkt.

Digitaal kwetsbare inwoners zijn in beeld en worden zo goed mogelijk ondersteund.

27

Mijlpalen 1. In 2024 is de handreiking "online aangejaagde ordeverstoringen" geactualiseerd.

Een gemeente waar maatwerk wordt geleverd voor inwoners met meervoudige problematiek waardoor overlast en onveilige situaties tot een minimum wordt beperkt 

Inwoners kunnen rekenen op adequate zorg en maatregelen voor personen die door hun gedrag overlast en onveilige situaties veroorzaken.

Inwoners beschikken over handelingsperspectief voor de omgang met personen die verward en/of verdacht gedrag vertonen.

Inwoners met meervoudige problematiek hebben te maken met een minder gefragmenteerde overheid.

Mijlpalen 1. In 2024 worden werkbijeenkomsten voor en met zorgaanbieders georganiseerd t.b.v. personen met meervoudige problematiek.

Een gemeente waarin jongeren zich in een veilige omgeving kunnen ontwikkelen en structurele jongerenoverlast nauwelijks voorkomt 

De door inwoners en ondernemers ervaren overlast door jongeren is minimaal.

Jongeren kunnen negatieve onderlinge groepsdruk weerstaan, welke kan leiden tot keuzes die hun toekomst negatief kunnen beïnvloeden.

Voorkomen dat jongeren, die de grenzen van het toelaatbare hebben overschreden, verder afglijden.

Voorkomen dat jongeren in aanraking komen met de georganiseerde (drugs)criminaliteit.

Mijlpalen 1. Het convenant Veilige Scholen is in 2024 geactualiseerd.

Inwoners en ondernemers voelen zich veilig, het aantal traditionele geregistreerde misdrijven stijgt niet en de sociale cohesie en participatie zijn optimaal 

Het veiligheidsgevoel onder inwoners en ondernemers verbetert.

Het aantal traditionele vormen van criminaliteit, zoals woninginbraken, fietsendiefstal, autokraken, winkeldiefstal, vernielingen en vandalisme, wordt niet hoger dan tot op heden het geval is.

Inwoners spreken elkaar aan wanneer sprake is van ervaren (woon)overlast en weten de weg te vinden naar de instanties die daar professioneel bij kunnen ondersteunen.

Inwoners voelen zich betrokken en verantwoordelijk voor de veiligheid in hun wijk of omgeving en zetten zich daarvoor in.

Mijlpalen 1. In 2024 wordt in iedere kern van gemeente Stichtse Vecht een afspraak met de dorpsraad of wijkcommissie georganiseerd om de betrokkenheid bij de lokale veiligheidsaanpak te vergroten.

28

Adequaat optreden bij de (dreiging van) incidenten, rampen en (langdurige) crises en daarmee de impact voor inwoners en ondernemers beheersen 

De samenleving keert na een ramp of crisis zo snel mogelijk terug naar normaal, door de juiste keuzes te maken in de aanloop naar en tijdens een ramp of crisis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2508/documents/49828