CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Programma Versnelling Woningbouw 2021-2024 prov. Utrecht.pdf

Commissie Fysiek Domein 10 februari 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 7. 19:30: Uitvoeringsprogramma actualisatie Woonvisie en prestatieafspraken woningbouwcorporaties 2021.17.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

PROGRAMMA VERSNELLING WONINGBOUW 2021 T/M 2024

PROVINCIE-UTRECHT.NL

Voorwoord We kampen in onze provincie met een nijpend woningtekort. Veel mensen met een laag en middeninkomen krijgen hun hypotheek niet of nauwelijks rond. Jonge leraren, verplegers en kappers hebben geen eigen huis, simpelweg omdat de prijzen te hoog zijn. Wie een goede sociale huurwoning wil vinden, moet daar vaak een decennium op wachten. Dit schaadt niet alleen de mensen die een huis zoeken, maar ook onze provincie als geheel. Want we willen jonge, getalenteerde mensen blijven aantrekken en tegelijk de langer thuiswonende senioren passende huisvesting bieden. Alleen dan kunnen we blijven bouwen aan een sterke, toekomstbestendige economie. Daarom is de aanpak van het woningtekort voor ons een topprioriteit. De afgelopen jaren hebben we veel gedaan om woningbouwplannen te stimuleren. We stonden klaar voor gemeenten, projectontwikkelaars en woningcorporaties die bij ons aanklopten voor bijvoorbeeld expertise, meedenkkracht en (co-)financiering. We hielpen vele projecten lostrekken, zodat de stap van plan naar uitvoering versneld, gezet kon worden. Toch is het er voor Utrechters niet makkelijker op geworden om een passende woning te vinden. Daarom doen we er nu een flinke schep bovenop onze bestaande inspanningen. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor het bouwen van woningen.

Gezien de omvang, vraagt de woningbouwopgave echter om een regionale aanpak en samenwerking tussen verschillende partijen. De provincie zal daarom samen met haar partners alle zeilen bijzetten om de juiste resultaten te bereiken. Dit programmaplan maakt het mogelijk dat wij zelf meer het initiatief nemen naar gemeenten en andere partners. We focussen daarbij op de woningbouwplannen voor de korte termijn. Woningbouwplannen waarover afspraken zijn gemaakt via de in het Ontwerp Omgevingsvisie aangekondigde regionale programmering. Als gemeenten de capaciteit missen om taaie procedures tot een goed eind te brengen dan wel dat bepaalde kennis ontbreekt, bieden we ondersteuning aan. Als er knelpunten zijn die bottleneck zijn voor het bouwen van woningen in een gebied, dan denken we mee over oplossingen. Als het nodig is om te bemiddelen tussen partijen, staan we ook daarvoor klaar. En we gaan sterker inzetten op monitoring en evaluatie zodat we snel kunnen inspelen op ontwikkelingen en onze basisgegevens paraat hebben. De inspanningen zijn extra nodig, zeker nu er meer uitdagingen op ons pad komen. Vanwege de stikstofcrisis zijn er extra hobbels op de weg, door de coronacrisis staat de economie als geheel onder druk en vanwege de PFAS kwestie moeten we extra kritisch kijken naar onze bodems.

De provincie is de aangewezen partij om te zorgen dat Rijksoverheid, gemeenten en private partijen hier samen een weg in vinden. We nemen onze verantwoordelijkheid, zodat jongere en oudere generaties een goede toekomst hebben in onze provincie.

Hartelijke groet, Gedeputeerde Rob van Muilekom Portefeuillehouder Binnenstedelijke Ontwikkeling en Wonen

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

2

Inhoudsopgave

Voorwoord ............................................................................................................................................................... 2 Inhoudsopgave ........................................................................................................................................................ 3 1. Samenvatting ..................................................................................................................................................... 4 2. Aanleiding en doelstelling .................................................................................................................................. 7 3. Analyse van de woningmarkt ........................................................................................................................... 11 4. Leidende principes ........................................................................................................................................... 14 4.1

Sturingsfilosofie, rollen en instrumenten .......................................................................................... 14

5. Programmalijnen .............................................................................................................................................. 16 5.1

Programmalijn 1: Versnellen woningbouw ....................................................................................... 17

5.1.

Programmalijn 2: Versterken sociaal/middensegment ..................................................................... 18

5.2.

Programmalijn 3: Bestaande voorraad ............................................................................................. 18

5.3.

Programmalijn 4: Kennisbank .......................................................................................................... 19

6. Uitwerking subdoelen in acties ......................................................................................................................... 21 6.1.

Programmalijn 1: Versnellen woningbouw ........................................................................................ 21

6.2

Programmalijn 2: Versterken sociaal/middensegment ...................................................................... 23

6.3

Programmalijn 3: Bestaande voorraad.............................................................................................. 24

6.4

Programmalijn 4: Kennisbank ........................................................................................................... 24

7. Programmaorganisatie, middelen en communicatie ........................................................................................ 26 7.1

Organisatie ...................................................................................................................................... 26

7.2

Governance-structuur ...................................................................................................................... 26

7.3

Financieel kader/begroting en subsidieverordening......................................................................... 26

7.4

Verantwoordingscyclus .................................................................................................................... 26

7.5

Communicatie .................................................................................................................................. 28

BIJLAGE 1: Beleidskaders .................................................................................................................................... 29 Omgevingswet en Provinciale Omgevingsvisie en -verordening .................................................................. 29 Regionale programmering en Provinciaal programma Wonen ..................................................................... 30 Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling (2016) ..................................................................................... 31 BIJLAGE 2: Lessen afgelopen periode.................................................................................................................. 32 BIJLAGE 3: Begrippenlijst ..................................................................................................................................... 33

Colofon Uitgave: Provincie Utrecht Datum: najaar 2020

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

3

1. Samenvatting Om als provincie het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland te blijven is een gezonde woningmarkt noodzakelijk. Helaas zijn vraag en aanbod op de Utrechtse woningmarkt uit balans. Het is nodig dat er meer gebouwd wordt voor woningzoekenden. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor het bouwen van woningen. Gezien de omvang en complexiteit vraagt de woningbouwopgave echter om een regionale aanpak en samenwerking tussen verschillende partijen. Met het Uitvoeringsprogramma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024 zetten we daar vol op in. Het hoofddoel van het Uitvoeringsprogramma Versnelling Woningbouw ligt in het verlengde van de ambities uit het Coalitieakkoord 2019-2023 en het Ontwerp van de Provinciale Omgevingsvisie: versnelling van de woningbouw met het streven om te komen tot 10.000 woningen per jaar en met het streven tenminste 50% van de nieuwe woningen in het sociale en middeldure segment. Op basis van de huidige inzichten is het een grote uitdaging dat er de komende jaren 10.000 woningen worden opgeleverd. Met onze partners zetten we alle zeilen bij om dit resultaat te bereiken.

We hebben hierbij te maken met grote uitdagingen vanwege het stikstofbeleid, de aanwezigheid van PFAS op diverse locaties, de coronacrisis, de complexe en vaak kostbare stedelijke ontwikkelingen, de beperkte beschikbaarheid van middelen voor de realisatie van betaalbare woningen en het tekort aan voldoende goed opgeleid personeel in de bouw en bij de overheid. Ook zonder deze uitdagingen is de maatschappelijke opgave om de woningbouw te versnellen al zeer complex en afhankelijk van netwerkoplossingen. Het vergt een samenwerking tussen verschillende partijen: overheden, marktpartijen, corporaties, maatschappelijke organisaties, inwoners en andere stakeholders en niet te vergeten het Rijk. De afgelopen jaren hebben we als provincie veel gedaan om woningbouwplannen te stimuleren. We stonden klaar voor gemeenten, projectontwikkelaars en woningcorporaties die bij ons aanklopten voor onder meer expertise, meedenkkracht en (co-)-financiering. We hielpen vele projecten lostrekken, zodat de stap van plan naar uitvoering gezet kon worden. Daarnaast stimuleerden we de doorstroming op de woningmarkt, zodat bestaande woningen vrij komen voor jongeren en jonge gezinnen. Dit blijven we doen. Er is echter meer nodig om de ambities te halen. We doen daarom een flinke schep bovenop onze bestaande inspanningen.

De komende jaren zal het Uitvoeringsprogramma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024 zich vooral focussen op de gebiedsontwikkelingen waar grote aantallen woningen te realiseren zijn. Gemeenten, corporaties en marktpartijen ondervinden onder meer problemen bij het vinden van voldoende middelen om een businesscase rond te krijgen. Actieve samenwerking met soms een financiële impuls, geeft ons positie aan tafel. Daarnaast kan een stevige bijdrage van de provincie in financiële zin, meer dan de aanzet zijn om gelden bij het Rijk naar de regio te halen. In het huidige Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijke Ontwikkeling was er aanzienlijk minder geld beschikbaar. Dit was toentertijd ook niet nodig omdat de woningbouwopgave nog niet zo immens was als nu en dat het economisch tij er anders uitzag. Met procesgeld en bescheiden investeringsgelden werd de woningbouw aangejaagd. Dit heeft de provincie veel opgeleverd doordat het netwerk is aangesterkt en we in hoge mate inhoudelijke kennis hebben van afzonderlijke projecten. Door deze inzet op kennis en verbinding is bekend waar de knelpunten zitten op lokaal niveau. Nu wordt ons gevraagd om ook deel te nemen aan het vervolg. Niet alleen voor de kennis en financiële middelen maar vooral omdat wij als provincie mede een taak hebben om de condities voor de woningbouw op orde te brengen.

Met dit nieuwe uitvoeringsprogramma richten we ons niet meer alleen op binnenstedelijke locaties, maar ook op locaties aan de randen van steden en dorpen. En gaan we meer dan voorheen sturen op de betaalbaarheid van woningen. De betaalbaarheid van betaalbare woningen die aansluit bij de woonbehoefte, staat immers onder druk. De woningbouwopgave is ook complexer geworden door de stapeling van ambities op gebied van bijvoorbeeld klimaat, energie en circulariteit, en de grote drukte op de Utrechtse woningmarkt. We gaan daarom zelf actiever, en meer Utrechtse gemeenten, benaderen om hen te helpen deze steeds complexer geworden gebiedsontwikkelingen te realiseren. Dit door ondersteuning aan te bieden (kennis, capaciteit in de vorm van projectmanagement en planeconomie) of een financiële injectie die net het zetje kan zijn dat nodig is, zo mogelijk een lening maar subsidies zullen ook noodzakelijk zijn. Tot slot willen we ook meer dan voorheen de woningmarkt en onze inzet monitoren en aandacht geven aan nieuwe woonvormen voor bijvoorbeeld (kwetsbare) ouderen die ook langer zelfstandig blijven (goed voor doorstroming) wonen en flex-wonen.

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

4

Vanwege de onzekerheden door onder meer de stikstof en coronacrisis gaan we adaptief te werk. Daarom intensiveren we de monitoring en kennisdeling, zodat we beter kunnen beoordelen waar we succesvol zijn en waar we moeten bijsturen. Op basis daarvan kunnen we het gesprek voeren met gemeente om te bekijken wat er nodig is om de opgave te halen en hoe de provincie daarin kan helpen.

Wat gaan we anders doen? • Behalve op binnenstedelijke locaties ook op andere locaties versnellen (voor zover opgenomen in

• • •

• •

het regionaal programma wonen en werken) Meer gemeenten en meer projecten actief ondersteunen Meer sturen op betaalbaarheid en zorgen meer betaalbare woningen worden gebouwd Meer verbinden van de lokale/regionale opgaven en actieve inzet richting het Rijk Meer thema’s en nieuwe woonconcepten steunen in de ontwikkeling Meer monitoring, betrouwbare voortgangsgegevens, werken met adaptief programma

De provincie als verbinder, aanjager en kennisdeler De maatschappelijke opgave om de woningbouw te versnellen is zeer complex en vraagt netwerkoplossingen. Dit vergt een samenwerking tussen verschillende partijen: overheden, marktpartijen, corporaties, maatschappelijke organisaties, inwoners en andere stakeholders. De provincie is de aangewezen partij om netwerken tot stand te brengen. We kennen de regio als geen ander en zijn de linking-pin tussen Rijksoverheid en gemeenten bij bijvoorbeeld de woningbouwimpuls en discussies rondom de verhuurdersheffing en regelgeving woningcorporaties We kunnen ervoor zorgen dat we vanuit onze regio met één duidelijk geluid met het Rijk praten. We sluiten aan bij de ambities van het Rijk en staan klaar voor onze gemeenten om bestaande plannen naar de uitvoeringsfase te krijgen. Dit doen we door: De inzet van expertise en meedenkkracht. Het beschikbaar stellen van financiële middelen. Het bevorderen van samenwerking van partijen. Kennisoverdracht en monitoring. Proactief signaleren en agenderen van thema’s of vraagstukken. De belangrijkste opgaven voor het programma zijn: Versnellen en voorkomen van vertraging van de woningbouwproductie. Vergroten van de harde plancapaciteit op de korte en middellange termijn. Stimuleren transformatie en inbreiding. Vergroten van het aandeel in het sociale en middeldure segment.

Realisatie van een woningaanbod dat aansluit bij de vraag (differentiatie van woningtype/-milieus). Bevorderen van de doorstroming. Voor de uitvoering van het programma zijn vijf leidende principes geformuleerd: 1. We werken proactief en richten ons op de korte termijn. De focus is de versnelling van de woningbouwopgave op de korte termijn: locaties waar in de komende jaren concrete stappen worden gezet op weg naar realisatie. De gezamenlijke afspraken in het kader van de regionale programmering zijn een belangrijk vertrekpunt voor dit programma. 2. We richten ons op locaties in de gehele provincie. We dragen bij aan inbreidings- en uitbreidingslocaties in alle gemeenten in de provincie. We richten ons op locaties passend binnen het provinciaal beleid. Onze focus ligt op de grotere locaties (>500 woningen). We hanteren (vanuit effectiviteit) 50 woningen als ondergrens. 3. We richten ons op fysieke maatregelen. De focus ligt met name op de fysieke aspecten. Dit doen wij omdat onze kerntaken en expertise zich bevinden op het vlak van de fysieke leefomgeving. 4. We gaan uit van integrale gebiedsontwikkeling (verbinden van ambities en meekoppelkansen). We verbinden de woningopgave met het provinciale beleid voor energie, klimaat, circulair, mobiliteit, werken, groen, voorzieningen en gezonde leefomgeving.

We zorgen voor een goede coördinatie en afstemming binnen de provinciale organisatie. 5. We werken met een adaptief en flexibel programma. We monitoren en gebruiken voortschrijdende inzichten om het programma aan te scherpen, zonder daarbij

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

5

de doelstelling uit het oog te verliezen. Dat betekent dat we kunnen inspelen op veranderende omstandigheden en effecten door bijvoorbeeld de stikstof-problematiek en corona-crisis. We zorgen voor heldere informatievoorziening over de voortgang en resultaten van het programma. Er zijn mede op basis van de opgaven, vier programmalijnen opgesteld waarmee we werken aan realisatie van de doelstelling van het programma. Bij de uitwerking zijn de leidende principes vertrekpunt geweest en is voortgeborduurd op acties die in de Actieagenda Woningmarkt zijn benoemd en (deels) in gang gezet. 1. Versnelling woningbouw met subdoelen (1) harde plancapaciteit tot uitvoering brengen; (2) zachte plancapaciteit omzetten in harde plannen; (3) meer participeren bij samenwerking; (4) meer faciliteren (nieuwe) woonvormen. 2. Versterken sociaal/middensegment met subdoelen (1) inzet financiële ondersteuning; (2) agendering en lobby (3) stimuleren samenwerking. 3. Bestaande voorraad met subdoelen (1) stimuleren doorstroming; (2) benutten kansen herstructurering en transformatie. 4. Kennisbank met subdoelen (1) optimaliseren monitoring; (2) proactief kennisdelen.

In 2019 heeft de Randstedelijke Rekenkamer een evaluatie uitgevoerd naar de provinciale regierol op het gebied van wonen getiteld ‘Bouwen aan Regie’. Hierbij is ook het functioneren van het programma Binnenstedelijke Ontwikkeling onderzocht. De Randstedelijke Rekenkamer heeft diverse aanbevelingen geformuleerd (bijlage 2). Deze zijn betrokken bij het opstellen van uitvoeringsprogramma. Aanbevelingen zijn onder andere: 1. Vergroot de regierol van de provincie. 2. Werk aan de bekendheid van instrumenten richting gemeenten. 3. Gebruik de aanwezigheid bij regionale overleggen om meer aansluiting te vinden met de gemeentelijke praktijk. 4. Ga voor wat betreft de instrumenten, na welke lessen geleerd kunnen worden van andere provincies. 5. Stel structureel voortgangsrapportages op over de voortgang van het Uitvoeringsprogramma. 6. Organiseer een sessie met PS waarin afspraken gemaakt worden over de informatievoorziening op het gebied van wonen.

Voorbeeld inzet vanuit programma BO 2017 t/m 2020

Voorbeeld inzet vanuit programma BO 2017 t/m 2020

Revolverend gebiedsfonds in Nieuwegein

Inzet van expertise in Amersfoort

Rijnhuizen is een grootschalige stedelijke gebiedstransformatie met mogelijkheden voor substantiele binnenstedelijke woningbouw. Voorwaarde voor deze transformatie is een opwaardering van de openbare ruimte en de ontsluiting van het gebied. Er waren geen middelen voor deze investeringen. Provincie, Nieuwegein en private partijen hebben gekozen voor een revolverend gebiedsfonds. Met het gezamenlijke budget van ruim €2 miljoen zijn investeringen gedaan in de openbare ruimte en de ontsluiting, waardoor substantiële woningbouwontwikkeling mogelijk werd. Het fonds wordt vervolgens weer gevoed door de afdracht uit de ontwikkeling van vastgoed. Zonder dit fonds was de ontwikkeling tot woningbouwlocatie niet of veel later op gang gekomen.

Amersfoort gaat De Hoef West transformeren waarbij het de ambitie is om circa 2500 woningen toe te voegen. In 2021 wordt gestart met de bouw van 1300 woningen langs het spoor. Om voorafgaand aan de realisatie van de woningen een kwaliteitsimpuls aan het gebied te geven zijn investeringen nodig. Gemeente en provincie onderzoeken gezamenlijk wat hiervoor financieringsmogelijkheden zijn. Voor de totstandkoming van de gebiedsorganisatie, het projectmanagement en inhuur van expertise dragen de gemeente en provincie hier evenredig aan bij. Hierbij is het voornaamste doel het versnellen van het realiseren van (betaalbare) woningen in de Hoef West en het realiseren van een wijk waar het prettig is om te verblijven.

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

6

2. Aanleiding en doelstelling Aanleiding Om als provincie het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland te blijven, is een gezonde woningmarkt noodzakelijk. Dit stelt ons voor een grote uitdaging, want veel van onze inwoners hebben moeite met het vinden van een passend huis. Het woningtekort staat op dit moment in de schijnwerpers en er wordt hard gewerkt aan oplossingen. De verschillende overheidslagen, woningcorporaties en projectontwikkelaars doen wat zij kunnen om woningbouw te versnellen, doorstroming te stimuleren en woningen toegankelijk te maken voor verschillende inkomensgroepen. Met een extra inspanning van alle relevante partners en door de handen ineen te slaan, is de kans op succes het grootst. Elke partij heeft bij deze opgave haar eigen rol en verantwoordelijkheden. De provincie heeft hierbij vooral een stimulerende, faciliterende en agenderende rol. De provincie faciliteert de samenwerking tussen deze partijen zodat we de woningbouw op regionaal niveau kunnen vlot trekken. De afgelopen jaren behaalden we goede resultaten met het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijke Ontwikkeling (programma BO). Met procesgeld en bescheiden investeringsgelden werd de woningbouw aangejaagd. Dit heeft de provincie veel opgeleverd doordat het netwerk is aangesterkt en we in hoge mate inhoudelijke kennis hebben van vele afzonderlijke projecten.

Door deze inzet op kennis en verbinding is bekend waar de knelpunten zitten op lokaal niveau. In 2018 stelden we samen met onze gemeenten, marktpartijen en corporaties de Actieagenda Woningmarkt op. Doel van deze agenda was om de woningbouw in onze provincie te versnellen naar een niveau van 7.000 woningen per jaar. Dit is gelukt: in 2019 zijn er inderdaad ruim 7.000 woningen aan de voorraad toegevoegd. Maar we willen meer. In het Coalitieakkoord 2019-2023 is als ambitie opgenomen om de woningproductie tot 10.000 woningen per jaar te verhogen met het streven dat tenminste 50% van deze nieuwe woningen onderdeel uitmaakt van het sociale en middeldure segment. De provincie zal samen met haar partners alle zeilen moeten bijzetten om de gewenste resultaten te bereiken. De recente ontwikkelingen rond stikstof, PFAS en corona stellen ons voor extra uitdagingen. Juist nu hebben onze netwerkpartners de provincie extra hard nodig. De kunst is om het niveau van de woningbouwproductie vast te houden en zelfs te verhogen. Met het ambitieuze uitvoeringsprogramma versnelling woningbouw programma 2021 t/m 2024 doen we een flinke schep bovenop onze bestaande inspanningen. We willen partijen stimuleren en faciliteren in de woningproductie op te voeren.

Onder meer door: • steun aan gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen, te intensiveren en proactief hulp aan te bieden; • ons te richten op binnenstedelijke locaties en locaties aan de randen; • meer te sturen op de betaalbaarheid van woningen; • de mogelijkheid van nieuwe woonvormen voor bijvoorbeeld (kwetsbare) ouderen en flex-wonen, te onderzoeken en te stimuleren; • uit te gaan van integrale gebiedsontwikkeling en daarbij te zorgen voor goede coördinatie en afstemming; • een nieuwe stap in de monitoring te zetten zodat we beter kunnen beoordelen waar we succesvol zijn en te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen.

Hoge ambitie in onzekere tijden vraagt om een gezamenlijke regionale aanpak!! - 10.000 woningen per jaar. - 50% van de nieuwe woningen in sociaal en middensegment.

Vanaf 2021 moet het nieuwe uitvoeringsprogramma van start gaan. De bestaande Actieagenda Woningmarkt 2018-2021, wordt hierin geïntegreerd. We werken met een adaptief programma. Afhankelijk van de vraagstukken op de woningmarkt kiezen we de inzet vanuit de provincie die het meest effectief is. Dan gaat het niet alleen om het bouwen van voldoende woningen, maar ook om antwoorden te vinden op knelpunten die ontstaan.

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

7

Inhoudelijke beleidskaders Voor dit programma zijn de “Provinciale Omgevingsvisie” en het “Kader voor de regionale programmering wonen en werken” het inhoudelijke beleidskader. In de Provinciale Omgevingsvisie zijn de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd. Zo borgen we de onderlinge samenhang en de relaties tussen verschillende beleidsthema’s. In maart 2020 heeft Gedeputeerde Staten (GS) het ontwerp van de Provinciale Omgevingsvisie en -Verordening vastgesteld. In mei 2020 is bekend geworden dat de inwerkintreding van de Omgevingswet is uitgesteld tot 1 januari 2022. Dit programmaplan is gebaseerd op de ontwerp Omgevingsvisie en door het adaptieve karakter van het programma kunnen we goed aansluiten bij deze komende ontwikkelingen. Na vaststelling van de Provinciale Omgevingsvisie (beoogd april 2021) door Provinciale Staten (PS) zullen de kaders van de Omgevingsvisie, inclusief eventuele door PS vastgestelde wijzigingen, leidend zijn voor mogelijke aanpassingen van dit programma in de toekomst. In de Ontwerp Omgevingsvisie is aangegeven dat de provincie voor de woningbouw inzet op een gezamenlijke regionale programmering voor wonen en werken. Daarmee ontwikkelen we een goed planningsinstrument voor woon- en werklocaties.

Regionaal programmeren is een proces waarmee kan worden gestuurd op een bouwprogramma van voldoende omvang en een voldoende voorraad plannen in de juiste fase van ontwikkeling. Naar verwachting stellen PS eind september 2020 het Kader voor de regionale programmering vast. Hierin zijn onder andere kwantitatieve bandbreedtes en kwalitatieve randvoorwaarden en ambities (op het gebied van bijvoorbeeld bepaalde prijssegmenten, energieneutraliteit en klimaatadaptiviteit van de nieuw toe te voegen woningen) voor de regionale programma’s opgenomen. Op basis daarvan stellen stakeholders in gemeenten/regio’s en provincie samen de regionale programma’s in het kader van de Omgevingsvisie op. We streven ernaar om het eerste regionale programma wonen en werken uiterlijk het eerste kwartaal 2021 vast te stellen. Daarbij zal sprake zijn van een groeimodel: het eerste programma zal voor de korte termijn verder zijn uitgewerkt dan voor de langere termijn. De essentie van de regionale programma’s wordt opgenomen in het provinciale programma voor wonen en werken, dat is gekoppeld aan de Omgevingsverordening. Gemeenten en andere initiatiefnemers geven vervolgens uitvoering aan de plannen.

Samen versnellen van de woningbouw Met regionale programmering beoogt de provincie een adaptieve en flexibele werkwijze te hanteren voor woningbouwlocaties, namelijk een gezamenlijk programma dat wordt gemonitord en geëvalueerd en periodiek (jaarlijks) kan worden bijgesteld. Doel is op deze manier samen te komen te komen tot voldoende plancapaciteit en uitvoeringsgerede plannen. In lijn met de filosofie van de Omgevingswet wil de provincie vanuit onderling vertrouwen, samen met andere overheden werken aan de maatschappelijke vraagstukken, ook op het gebied van wonen: voldoende woningen met aandacht voor kwaliteit, gezonde leefomgeving, duurzaamheid, inclusiviteit. Daarbij hebben alle stakeholders (gemeenten, Rijk, ontwikkelaars etc.) eigen verantwoordelijkheden. De provincie handelt daarbij vanuit de provinciale belangen zoals die zijn opgenomen in de ontwerp Omgevingsvisie en is verantwoordelijk voor het maken van afwegingen op (boven)regionaal niveau.

Het Uitvoeringsprogramma Versnelling Woningbouw levert vanuit de provincie een bijdrage aan de regionale programmering. Er wordt verder onder meer afstemming gezocht met lopende trajecten als het MIRT programma U Ned, de REP in de U16, het Ontwikkelbeeld 2030-2040 in de regio Amersfoort en de verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley in de regio Foodvalley. De gezamenlijke afspraken in het kader van de regionale programmering zijn een belangrijk vertrekpunt voor het uitvoeringsprogramma. Via het proces van regionaal programmeren komen bijvoorbeeld knelpunten in beeld, waarbij de provincie via dit programma kan bijdragen aan het oplossen ervan. Daarbij ligt de focus op die locaties waar we het als provincie en gemeenten over eens zijn. De regionale programmering en het Uitvoeringsprogramma Versnelling Woningbouw leveren beide een bijdrage aan het oplossen van het maatschappelijke vraagstuk om te voorzien in de grote behoefte aan extra woningen. Bovendien wordt zo ook de relatie tussen korte en langere termijn versterkt. In bijlage 1 zijn de inhoudelijke beleidskaders verder toegelicht.

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

8

Doelstelling programma Het hoofddoel van het programma is in het verlengde met de ambities uit het Coalitieakkoord en het Ontwerp van de Provinciale Omgevingsvisie.

Onderdeel van een adaptief programma is reguliere monitoring van het programma. In hoofdstuk 7 is ingegaan op de verantwoordingscyclus. Bij de monitoring worden indicatoren gekoppeld aan de (sub)doelen van de programmalijnen. Daarbij wordt de relatie gelegd met de indicatoren in de provinciale begroting bij het beleidsdoel “Er is passende woonruimte die aansluit bij de woningbehoefte in de provincie Utrecht” (programma 1 in de begroting). Samenwerken aan de woningbouwopgave De overheden bouwen zelf geen woningen. Wel hebben de overheden hier invloed op omdat ze bijvoorbeeld bepalen waar gebouwd mag worden. Corporaties en projectontwikkelaars zijn belangrijke partners als het om wonen gaat maar ook het Rijk en kennisinstellingen zijn van belang. De versnelling vergt dan ook intensieve samenwerking tussen verschillende partijen in de provincie, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid. Wij willen partijen stimuleren om te komen tot vernieuwende, innovatieve oplossingen, passend bij de ontwikkelingen in de maatschappij. In hoofdstuk 4 gaan we nader in op onze rol en in hoofdstuk 7 op de governance. Totstandkoming programmaplan De partners in het veld stonden mede aan de basis van dit programmaplan.

Er is bij de totstandkoming van dit programmaplan (via sessies en interviews) inbreng gevraagd van belangrijke stakeholders zoals gemeenten, woningcorporaties en verschillende marktpartijen. Eind 2019 is een evaluatie uitgevoerd van het lopende programma Binnenstedelijke Ontwikkeling waarbij onder andere ervaringen zijn opgehaald bij onze partners. In bijlage 2 is de essentie daarvan opgenomen. De evaluatie laat zien dat we op succesvolle wijze werken aan het versnellen van de woningbouwopgave. Het programma kan op hoofdlijnen voortgezet worden qua inhoud en aanpak. Daarnaast heeft in 2019 de Randstedelijke Rekenkamer een evaluatie uitgevoerd naar de provinciale regierol op het gebied van wonen getiteld ‘Bouwen aan Regie’. Hierbij is ook het functioneren van het programma Binnenstedelijke Ontwikkeling onderzocht. De Randstedelijke Rekenkamer heeft diverse aanbevelingen geformuleerd. Deze zijn opgenomen in bijlage 2.

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

9

De evaluatie van het huidige programma, de aanbevelingen van de Rekenkamer en de ervaringen vanuit de Actieagenda Woningmarkt 2018-2021 zijn betrokken bij het opstellen van dit programmaplan. Samenhang met andere provinciale programma’s De focus van dit programma ligt primair bij de woningbouwopgave. Het realiseren van woningbouw is vaak onderdeel van grotere gebiedsopgaven waar ook aspecten als gezonde leefomgeving, energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, groen, werken en bereikbaarheid aan de orde komen. Het is relevant om als provincie met één geluid naar buiten te treden. De woningbouwopgave vraagt dan ook om een integrale aanpak in samenhang met andere opgaven en programma’s. Het is noodzakelijk dat er binnen de provincie zorggedragen wordt voor een goede coördinatie en afstemming. Tot slot De provinciale inzet op het gebied woningbouwversnelling vindt voor een groot deel, maar zeker niet uitsluitend, plaats via het Uitvoeringsprogramma Versnelling Woningbouw. Via onder meer het proces van regionale programmering, de Woondeal Regio Utrecht en de Regiodeal Vitale Wijken wordt ook inzet geleverd.

Voorbeeld inzet vanuit programma BO 2017 t/m 2020

Voorbeeld inzet vanuit programma BO 2017 t/m 2020

100 dagen Challenge: versnellen kan !

Herontwikkeling in Woerden

Dat is duidelijk geworden tijdens de 100 Dagen Challenge die de provincie Utrecht in 2018 uitschreef en waar betrokkenen van negen binnenstedelijke woningbouwprojecten in zeven gemeenten zich voor hadden aangemeld. Het doel: in honderd dagen een nieuw, lopend of vastgelopen plan van een stevige impuls te voorzien met als doel concreet zicht te krijgen op realisatie. De 100 Dagen Challenge heeft bij projecten hét extra zetje gegeven dat nodig was.

In honderd dagen lukte het om de besluitvorming te forceren rond de herbestemming van het FNVhoofdkantoor op het verouderende bedrijvenpark Middelland. De provincie heeft bij dit transformatieproject als onderdeel van de 100 Dagen Challenge als onafhankelijke partij aan de onderhandelingstafel deelgenomen. Dit heeft het project versneld verder geholpen. Er is nu concreet zicht op de bouw van 265 woningen in hoogstedelijke setting op de locatie van het FNV-hoofdkantoor. De provincie heeft onder meer geholpen concrete afspraken te maken en deze te fixeren. Hiermee ontstond de duidelijkheid die investerende partijen verlangen.

Voorbeeld inzet vanuit programma BO 2017 t/m 2020

Stadmakersfonds In 2018 is het idee voor het Stadmakersfonds voor maatschappelijke initiatieven ontstaan. De provincie kon zich in dit initiatief vinden en zorgde via een subsidie voor het benodigde startkapitaal om het Fonds op te kunnen richten. Voorwaarde was wel dat ook financiering uit de markt zou worden gezocht. Vanuit het Fonds kunnen initiatiefnemers financiering krijgen én deskundige begeleiding om hun ideeën om te zetten in projecten. Denk aan coaching bij de opzet van de organisatie, juridisch en fiscaal advies of hulp bij het opstellen van een haalbare businesscase.

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

Voorbeeld inzet vanuit programma BO 2017 t/m 2020

Ondersteuning bij knooppuntontwikkeling In verschillende gemeenten wordt volop ingezet op gebiedsontwikkeling rondom belangrijke OVknooppunten. Wij zien knooppunt ontwikkeling als een duurzame manier van het ontwikkelen van steden en dorpen in onze regio. We ondersteunen met financiële middelen, expertise en verbinden verschillende partijen aan elkaar. Enkele voorbeelden zijn Poort van Woerden, station Bilthoven, stationsomgeving Bunnik, Veenendaal Centrum en Amersfoort Schothorst (De Hoef).

10

3. Analyse van de woningmarkt Mensen wonen graag in de provincie Utrecht. Een economisch sterke regio, met een centrale ligging en mooie steden, dorpen en landschappen waar genoeg te doen en te beleven is. De aantrekkingskracht van de regio is groot, wat zorgt voor een blijvende vraag naar woningen en voor hoge grond- en huizenprijzen. De Utrechtse woningmarkt blijft in ontwikkeling. Het belangrijkste vraagstuk op het gebied van wonen in onze provincie blijft hoe we kunnen zorgen voor voldoende woningaanbod dat aansluit op de vraag. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste opgaven op de woningmarkt, ontwikkelingen en knelpunten geschetst. Aan het eind van dit hoofdstuk zijn de belangrijkste opgaven voor dit programma benoemd. Kwantitatieve opgave De behoefte aan woningen is fors. Door het toenemend aantal huishoudens houdt de druk op de woningmarkt aan. De komende jaren is er nog volop groei in de provincie Utrecht waardoor het woningtekort hoog is en oploopt. Dit is een grote opgave, die alleen kan worden gerealiseerd door als overheden onderling en met andere partners in de bouwwereld samenwerken. Van belang is onder meer dat er een hoge instroom van nieuwe huishoudens is. Gemeenten in de provincie Utrecht trekken sterk bovengemiddeld huishoudens uit andere delen van Nederland aan. De provincie heeft een groot vestigingsoverschot.

Deze instroom wordt onder meer verklaard door de aantrekkelijke woningmarkt, aanwezigheid van banen en de instroom van studenten en starters. Daarnaast zien we dat de bevolking vergrijst en dat het aantal alleenstaanden toeneemt. Deze ontwikkelingen hebben impact op de toekomstige woningbehoefte in de provincie: er is veel vraag naar geschikte woningen voor ouderen en alleenstaanden. Veel huishoudens hebben moeite om adequaat in hun woningbehoeften te voorzien. Er is nu al een groot kwantitatief woningtekort (ruim 5%, bron Primos 2020). Om volledig te voldoen aan de woningbehoefte in de provincie Utrecht, is het nodig om tot 2040 in totaal 133.200 tot 165.700 woningen te bouwen (bron: PS Kader voor regionale programmering wonen en werken; versie september 2020. Cijfers gebaseerd op Primos 2020). Naast het absolute tekort is ook het kwalitatieve aspect relevant. Aan welke woningen is (extra) behoefte. En wat zijn de consequenties van (maatschappelijke) veranderingen op de woonwensen. Demografische ontwikkelingen leiden (in potentie) tot dynamiek die bij de veranderende vraag benut kan worden. Ook doorstroming kan hierbij een rol spelen.

Kwalitatieve opgave Vitale steden en dorpen vragen naast voldoende woningen, ook woningen van de juiste kwaliteit In deze markt is het lastig om een goed beeld te krijgen van de woonvoorkeuren van inwoners; hoe willen zij wonen? Kwalitatieve woonwensen (woningtypologie, woonmilieus) worden ook beïnvloed door tal van maatschappelijke veranderingen en verschillen ook per (sub)regio in de provincie. Op dit moment is er sprake van een oververhitte en aanbodgestuurde woningmarkt. Er is er een kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod. In algemene zin kan worden gesteld dat er te weinig woningen voor o.a. starters zijn, er een tekort is aan woningen in het sociale en middensegment1 en dat de doorstroming stagneert. We zien dat: Starters en jongeren de meest dynamische groepen op de woningmarkt zijn. Zij maken de nodige stappen om de gewenste woning te vinden. Het aantal ouderen dat verhuist is op dit moment zeer beperkt. Deze groep neemt wel toe. Deze trends zijn van betekenis voor aanbod en vraag op de woningmarkt. De doorstroming stagneert doordat o.a. het (financiële) gat tussen huur en koop voor veel mensen te groot is om te overbruggen. Ook tussen koop en koop is er een (kwalitatief) gat. Mede hierdoor zitten zowel de koopals de huurmarkt op slot. De betaalbaarheid en toegankelijkheid van de woningmarkt voor bepaalde categorieën woningzoekenden staat onder druk.

Door het dalend woningaanbod zijn er onvoldoende keuze mogelijkheden om een volgende stap in de wooncarrière te maken. Dit heeft een kwantitatief (onvoldoende aanbod) en een kwalitatief (niet het juiste aanbod) aspect. Er is daarbij onder meer een grote druk op de sociale woningmarkt. Aan de ene kant wordt de huurwoningmarkt minder goed bereikbaar door onder andere inkomensgrenzen bij sociale huurwoningen en strenge inkomenseisen bij vrijesectorhuurwoningen. Aan de andere kant stijgen de koopwoningprijzen en worden er steeds strengere eisen gesteld aan het verkrijgen van

1 In het PS Kader voor regionale programmering nemen wij op welke bovengrenzen we hanteren voor het sociale/middeldure

segment. In het conceptkader zijn als grenzen voor koop €310.000 en voor huur €1000 p/mnd., opgenomen. In de regionale programma’s kunnen deze worden bijgesteld mocht daar (gemotiveerd) aanleiding voor zijn.

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

11

-

een hypotheek. Maar ook middeninkomens komen in de knel. Beleidsmatig staat het middeldure segment in de belangstelling bij ook gemeenten en het Rijk. Het is echter op projectniveau lastig om daadwerkelijk goede afspraken te maken over versterking van het middensegment. Met name de financiering van het lage/onderste deel van het middensegment blijkt minder aantrekkelijk. Het risico van een “tweedeling” in het stedelijk gebied dreigt. Voor een ‘inclusieve stad’ is het belangrijk dat er ook ruimte blijft voor jongeren en nieuwkomers en het binnen een gemeente mogelijk is om een wooncarrière te doorlopen. Er is onvoldoende betaalbaar en geschikt aanbod. Inspelen op deze vraag vergt een evenwicht tussen ‘haalbaar’ en ‘betaalbaar’.

Transformatieopgave Er is volop transformatiepotentie om extra woningen binnenstedelijk te realiseren, denk aan niet courante kantoorlocaties, bedrijventerreinen of retail-leegstand. De potentie zit naast de transformatie van leegstaande panden ook in de schaalsprong naar transformatie van on(der)benutte terreinen en gebieden: een gebiedsgerichte, integrale aanpak. Zo’n aanpak leidt tot spin-off-effecten, genereert synergie en versterkt integraal een gebied. Daarbinnen vindt vervolgens transformatie, herontwikkeling, inbreiding en sloop-nieuwbouw plaats. De grootste knelpunten bij transformatie zijn de hoge kosten (zowel in het proces als in de constructie) en complexiteit van de projecten. Ook moet vaak de omgeving worden aangepast op de nieuwe functie wat hoge kosten met zich meebrengt. De (verwachte) leegstand van winkelgebieden (retail) biedt kansen voor toevoegen van woningen in centra. Knelpunten en ontwikkelingen Duidelijk is dat er een versnelling gewenst is. Waarom komt deze nu niet (genoeg) op gang? Het is lastig om generieke conclusies te trekken omdat elk project zijn eigen dynamiek heeft en er eigenlijk altijd sprake is van een combinatie van oorzaken waarom een project niet van de grond komt of stagneert. Niettemin zijn er een aantal algemene noties te maken die de woningbouwontwikkeling vertragen.

In het onderzoek van adviesbureau Over Morgen “versnelling binnenstedelijke woningbouw provincie Utrecht” (2018) is ingegaan op knelpunten bij binnenstedelijke ontwikkeling. Er zijn vier categorieën onderscheiden die in meer of mindere mate bijdragen aan de vertraging. Haalbaarheid (versnipperde eigendomssituatie; hoge verwervingskosten; kosten verhogende factoren; lastige financiering; stakeholders; duurzame herontwikkeling). Organisatorisch (gebrek aan expertise; gebrek aan capaciteit; gebrek aan ambtelijke proactieve houding; gebrek aan integraliteit projectorganisatie; samenwerking publiek-privaat). Bestuurlijk (politieke onzekerheid; gebrek aan prioritering in beleid en locaties; bestuurlijke daadkracht). Wetgeving en beleid (niet goed benutten en/of tijdig inzetten van instrumentarium; beperkende nationale wetgeving; beperkende lokale beleidsregels). Deze punten zijn nog steeds herkenbaar zo is gebleken bij het opstellen van dit programmaplan. Onderstaande punten zijn opgehaald bij de voorbereiding van dit programmaplan. De punten waar we als provincie verschil kunnen maken zijn meegenomen in het programmaplan. Bij gemeenten ontbreekt het soms aan capaciteit, zowel kwantitatief als kwalitatief. De marktpartijen hebben veel baat bij planvorming door gemeenten als bevoegd gezag.

Middelgrote en kleinere gemeenten verkeren met regelmaat nog in een beheersorganisatie terwijl een ontwikkelorganisatie gewenst is. Het ontbreekt aan de benodigde kennis en expertise. Daarnaast kampen veel gemeenten met krappe budgetten, waarmee het werven van medewerkers voor bouwen en wonen naar achteren verschuift. Samenhang met mobiliteit. Bij veel locaties zijn er (bovenlokale) bereikbaarheidsproblemen die om een oplossing vragen. Investeringen vragen geld die niet uit het project gefinancierd kan worden en de realisatie van bereikbaarheidsmaatregelen duurt in zijn algemeenheid lang. De binnenstedelijke ambitie wordt vertraagd door participatie (tegengeluid omgeving, minder draagvlak). Burgerparticipatie vraagt veel tijd. Daarbij gaat het ook om de juridische kant van participatie. Stapeling ambities door overheden tegenover betaalbaar bouwen door ontwikkelaars. Hierbij wordt ook de extra voorwaarden die worden gesteld (financieel onrendabele top) genoemd. De bovenplanse kosten zijn vaak een knelpunt. In de huidige marktomstandigheden is het moeilijk om op de traditionele manier betaalbare woningen te bouwen die aansluit op de woonbehoeften. Gebrek aan continuïteit bij de bouwers door onvoldoende zicht op (zekerheid van) beschikbaarheid locaties op de (middel)lange termijn.

Planologische ruimte, beschikbaarheid van locaties, ook voor periode na 5 jaar geeft helderheid voor de ‘bouwers’. De markt wil langjarige afspraken maken en helderheid hebben. De (wettelijke) proceduretijd bij de overheid zorgt voor een lange doorlooptijd.

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

12

-

-

-

De samenwerking tussen partijen (gemeente, corporaties, marktpartijen) gaat moeizaam. Samenwerking gebeurt vaak op projectniveau, maar er is onvoldoende samenwerking om de opgave daadwerkelijk aan te pakken. De samenwerking gaat ook moeizaam door verschillende doelen en belangen. Een opgave hierbij is om de verschillende belangen beter gestroomlijnd te krijgen. Gebrek aan continuïteit en eenduidigheid in ambities/eisen. Na verkiezingen wijzigen soms de ambities in een gemeente. Ook is er soms tussen gemeenten (en/of tussen gemeente en provincie) verschil in ambitie niveau. Niet altijd is duidelijk hoe ambities gemeten worden. Zo worden er op het gebied van energietransitie verschillende begrippen gehanteerd met elk eigen eisen aan de woning. Soms (te) sectoraal werken en denken bij gemeenten en/of provincie (betrouwbare overheid). Hierbij worden soms ook tegenstrijdige signalen afgegeven.

Over de Corona-crisis is een aantal ervaringen te noemen die impact hebben (of verwacht wordt) op de voortgang van bouwplannen. Vooralsnog (medio 2020) lijkt de Corona-crisis op de korte termijn niet tot grote negatieve effecten te leiden. De vraag naar woningen is onverminderd groot in de provincie. Bij diverse projecten is wel sprake van verlenging van de bouwtijd met name door het aangepast werken (1½ meter werken, wisseling ploegen). Medio 2020 is de toekomst onzeker waardoor investeringsbeslissingen worden uitgesteld. Wat doet de crisis met het consumentenvertrouwen (woningvraag) en wat zijn de consequenties voor investeringen door overheden (waarop wordt bezuinigd)? Voor bouwers en ontwikkelaars (marktpartijen) is het wel cruciaal dat de portefeuilles gevuld blijven zodat er geen personeel ontslagen hoeft te worden hetgeen weer tot meer vertraging leidt bij de realisatie van de woningbouwopgave. Er wordt wel gevreesd of de vergunningverlening op niveau blijft. Bij beleggers lijkt medio 2020 wel wat terughoudendheid te ontstaan om deals te sluiten. Les uit de vorige crisis: trap niet hard op de rem, maar continueer waar mogelijk projecten en processen om niet op achterstand te raken.

Op basis van voorgaande zien we voor dit programma als belangrijkste opgaven: -

Versnellen en voorkomen van vertraging van de woningbouwproductie. Vergroten van de harde plancapaciteit op de korte en middellange termijn. Stimuleren transformatie en inbreiding. Vergroten van het aandeel in het sociale en middeldure segment. Realisatie van een woningaanbod dat aansluit bij de vraag (differentiatie van woningtype/-milieus). Bevorderen van de doorstroming.

Daarnaast zijn er belangrijke opgaven als de verduurzaming van de woningvoorraad. Deze zijn geen onderdeel van dit programma maar worden meegenomen in programma’s als Energietransitie en Klimaatadaptatie *).

*) De agenda Circulaire Samenleving wordt naar verwachting eind 2020 vastgesteld

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

13

4. Leidende principes De provincie helpt gemeenten, woningcorporaties en ontwikkelaars om de woningbouwproductie te verhogen en sneller te realiseren. Het programmaplan concretiseert wat wij in de periode van 2021 t/m 2024 gaan doen, waar de accenten en prioriteiten liggen en op welke wijze we dat gaan uitvoeren. Hierbij volgen wij vijf principes: •

We werken proactief en richten ons op de korte termijn De focus is de versnelling van de woningbouwopgave op de korte termijn. We zijn daarbij faciliterend voor de uitvoering van de afspraken die in het kader van het regionale programma wonen worden gemaakt en richten ons op die locaties waar we het in de regio met elkaar over eens zijn. Daarbij werken we proactief (regie pakken, vooruitdenken en er naar handelen). Het verhogen van de productie in de komende vier jaar doen we door ons te richten op projecten/locaties waar in de looptijd van het programma concrete stappen worden gezet op weg naar realisatie. Dit kan zijn het versnellen van de realisatie van harde plannen of dat zachte plannen eerder hard worden (procedure).

•

We richten ons op locaties in de gehele provincie We dragen bij aan inbreidings- en uitbreidingslocaties in alle gemeenten in de provincie. We richten ons daarbij op locaties passend binnen het provinciaal beleid en waarover binnen de provincie geen discussie meer is. Onze focus ligt daarbij op een gebiedsgerichte aanpak en de grotere locaties (> 500 woningen). We hanteren (vanuit effectiviteit van onze inzet) 50 woningen als ondergrens. Het kan daarbij ook gaan om een cluster van aantal locaties in een kern met in totaal 50 woningen of meer.

•

We richten ons op fysieke maatregelen Passend bij de Omgevingswet werken veel gemeenten aan inclusieve gebiedsontwikkeling met een fysieke en sociale dimensie. De focus van onze inzet richt zich met name op de fysieke aspecten. Dit doen wij omdat onze kerntaken en expertise zich bevinden op het vlak van de fysieke leefomgeving.

•

We gaan uit van integrale gebiedsontwikkeling (verbinden van ambities en meekoppelkansen) Binnen de provincie wordt integraal en gebiedsgericht samengewerkt. Met onze focus op de woningbouwopgave, kijken wij naar het verbinden van ambities en zoeken naar meekoppelkansen. Denk bijvoorbeeld aan energie, klimaat, circulair, mobiliteit, economie/werken, groen, voorzieningen en een gezonde leefomgeving. De opgaven bij deze ambities zijn veelal onderdeel van andere programma’s. Wij dragen daarbij zorg voor een goede coördinatie en afstemming binnen de provinciale organisatie. Bij de keuze voor de te ondersteunen gebiedsontwikkelingen betrekken we in ieder geval de kansen voor knooppuntontwikkeling.

•

We werken met een adaptief en flexibel programma Het programma is adaptief en flexibel van aard. Dat betekent dat we kunnen inspelen op veranderende omstandigheden en effecten door bijvoorbeeld de stikstof-problematiek en corona-crisis. Deze inzichten passen we toe om het programma continu aan te scherpen, zonder daarbij de doelstelling uit het oog te verliezen. Indien nieuwe programmalijnen of aanpassingen (inhoud of budget) nodig zijn, worden deze aan PS voorgelegd. We zorgen voor heldere informatievoorziening aan PS over de voortgang en resultaten van het programma. Hiervoor gaan we het programma monitoren.

4.1. Sturingsfilosofie, rollen en instrumenten De provincie als verbinder, aanjager en kennisdeler In de Provinciale Omgevingsvisie is de sturingsfilosofie beschreven: “Wij bieden ruimte voor ontwikkelingen die passen bij Utrechtse kwaliteiten, met het principe ‘lokaal wat kan, provinciaal wat moet’ als basis en met de nadrukkelijke wens de doelen in samenwerking te halen”. De maatschappelijke opgave om de woningbouw te versnellen is zeer complex en vraagt netwerkoplossingen. Dit vergt een samenwerking tussen verschillende partijen: overheden, marktpartijen, corporaties, maatschappelijke organisaties, inwoners en andere stakeholders. Wij zijn partner in een dergelijke samenwerking als wij daarin ‘het verschil kunnen maken’ of ‘een duwtje kunnen geven’. Daarbij is de provinciale rol in feite beperkt. Als provincie zijn we vrijwel nooit zelf uitvoerder en de provincie bouwt zelf geen woningen. Anderen staan aan de lat om de opgaven op de woningmarkt te realiseren en zijn initiatiefnemer en uitvoerder. Denk aan gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers/gebruikers van het gebied.

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

14

Ook het Rijk heeft een belangrijke rol. Ze is onder meer verantwoordelijk voor (aanpassing) van regelgeving/wetgeving en een coördinerende rol bij de Woondeals en de Woningbouwimpuls. Vaak zijn ook investeringen in infrastructuur noodzakelijk om woningbouw mogelijk te maken. Samenwerking en kennisdeling met en investeringen van het Rijk zijn nodig om de complexe woningbouwopgave te kunnen realiseren. De provincie wil hier een proactieve rol als regievoerder namens de regio vervullen. Denk aan de provincie als geheel op de kaart zetten en kennisdeling, maar ook aan lobby met betrekking tot de investeringsopgave van de woningcorporaties. Op basis van recent onderzoek is de verwachting dat zij over enkele jaren tegen problemen aanlopen omdat de grenzen van hun mogelijkheden dan zijn bereikt. Daarmee staat een belangrijk conditie voor woningbouw in het algemeen en betaalbaarheid in het bijzonder sterk onder druk. De grootte van verhuurdersheffing bepaalt mede de financiële reikwijdte van de corporaties. Maar ook zien we een rol bij het motiveren en helpen van gemeenten met aanvragen voor de woningbouwimpuls bij het Rijk. De provincie heeft vanuit haar rol als middenbestuur het overzicht over wat er speelt bij de verschillende gemeenten.

De provincie kan er voor zorgen dat we vanuit onze regio met één duidelijk geluid richting het Rijk praten, dat we als regio één gezamenlijke opgave hebben en onze krachten bundelen. Ook via het IPO zetten we in op gezamenlijke agendering en lobby. Bij investeringen gaat het om kennis en (structurele) middelen/financiën. Structurele financiële betrokkenheid van het Rijk bij de woningbouwopgave is nodig. Onze rol is veelal stimulerend, faciliterend en agenderend: de provincie als verbinder, aanjager en kennisdeler. We hebben daarvoor een aantal categorieën instrumenten onderscheiden. De specifieke rol die we kiezen is situationeel en hangt tevens af van de fase waarin het project zich bevindt. We benutten hierbij in ieder geval het proces en de samenwerking in het kader van de regionale programmering.

Bij de inzet vanuit dit programma zijn de volgende categorieën instrumenten te onderscheiden: 1.

Inzet van expertise en meedenkkracht. De provincie ontsluit de specialistische kennis in haar eigen huis en daarbuiten en stimuleert partijen in het veld om hiervan gebruik te maken. We ondersteunen in de realisatiekracht van partners door inzet van expertise en/of capaciteit. We haken aan bij impulsen van anderen (als Woningdeal en Woningbouwimpuls).

2.

Beschikbaar stellen van financiële middelen. De provincie kan (in co-financiering) subsidieregelingen beschikbaar stellen voor het oplossen van knelpunten in woningbouwontwikkelingen of het uitvoeren van onderzoek op thema’s of samenwerking.

3.

Bevorderen van samenwerking. De provincie stimuleert samenwerking met gemeenten, Rijk, woningcorporaties, marktpartijen en kennisinstellingen om onze doelen te bereiken. Op proactieve wijze verbinden wij partijen en beheren, versterken en vergroten we netwerken.

4.

Bijdragen aan kennisdeling en monitoring. De provincie heeft instrumenten die gemeenten kunnen helpen om afwegingen te maken om vraag en aanbod meer met elkaar in balans te brengen. Ook delen wij informatie uit monitors, onderzoeken of pilots die hieraan bijdragen.

5.

Signaleren en agenderen van thema’s of vraagstukken. De provincie trekt samen op met relevante partners bij agendering en het verbinden van ambities om de uitvoeringskracht te versterken. We blijven investeren in de relatie met het Rijk.

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

15

5. Programmalijnen In hoofdstuk 5 en 6 is het programmaplan inhoudelijk uitgewerkt. Deze uitwerking is een momentopname en geeft een zo actueel mogelijk overzicht van bestaande en voorgenomen activiteiten. Hoofdstuk 5 toont de rode draad met de programmalijnen en subdoelen. Hoofdstuk 6 gaat meer de diepte in. De subdoelen zijn toegelicht waarbij ook een eerste voorzet van acties is opgenomen. Op basis van de gesignaleerde opgaven en knelpunten zijn vier programmalijnen opgesteld. Bij de uitwerking van de programmalijnen zijn de leidende principes vertrekpunt geweest en is onder andere voortgeborduurd op acties die in de Actieagenda Woningmarkt zijn benoemd en (deels) in gang gezet.

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

16

5.1

Programmalijn 1: Versnellen woningbouw Doelstelling: Streven om de woningbouwproductie in de provincie te verhogen tot 10.000 woningen per jaar voor de komende jaren. Dit door de woningbouw te versnellen en het voorkomen van vertraging.

Er zijn zeker voor de korte termijn, voldoende woningbouwlocaties in beeld om de woningbouwopgave te faciliteren. Echter vaak zijn niet alle voorwaarden (condities) in orde om tot concretisering van deze locaties te komen. Woningbouwprojecten zijn complex en kennen een lange doorlooptijd. Daarnaast kan er om verschillende redenen planuitval en/of vertraging ontstaan. Samen met de vele actoren (Rijk, gemeenten, corporaties en marktpartijen) zetten we onze schouders er onder om de woningbouw te realiseren en om voldoende plannen op de plank te hebben. Kortom: een extra inspanning is nodig om de productie te verhogen. Onze focus en extra inspanning ligt op de gebiedsgerichte (en daarmee integrale) aanpak van met name de 500+ locaties. Voorbeelden van dit soort locaties zijn Langs Eem en Spoor in Amersfoort en Middelland in Woerden. We richten onze inzet op het wegnemen van belemmeringen en knelpunten om de gewenste versnelling te bevorderen. Denk aan het combineren en vergroten van financiële middelen of door het co-financieren van door gemeente gewenste inzet van extern personeel wat zij zelf niet in huis hebben. Bij de extra inspanning gaat het onder meer om het versnellen (naar voren halen) en het voorkomen van vertraging. We richten onze inzet op het op het wegnemen van belemmeringen en knelpunten. Ook op het vlak van bijvoorbeeld stikstof of PFAS.

We stimuleren (en ondersteunen) gemeenten om harde plancapaciteit te realiseren, zachte plancapaciteit om te zetten in harde plannen. En het in beeld te brengen van nieuwe zachte plancapaciteit. De Woondeal Regio Utrecht levert al een extra inspanning voor een deel van de provincie (U16). Dit is een meerjarige afspraak tussen Rijk en regio, om samen aan de oplossing van vraagstukken en opgaven op de Utrechtse woningmarkt te werken. Een van de hoofdopgaven in de Woondeal is de versnelling woningbouw. Maar er zijn meer acties nodig en ook acties gericht op de regio’s Amersfoort en FoodValley. De voorgenomen focus op de grotere locaties (500+), betekent niet dat de kleinere locaties er niet toe doen, immers vele kleintjes maken een grote. Ook kan onze inzet gericht zijn op retail opgaven (omzetting van leegstaand retail- naar woonfunctie). Ook het doelgroepgericht bouwen en het toevoegen van flex-wonen zijn onderdeel van deze lijn. We willen hierbij proactief partijen (gemeenten, regio’s, corporaties, marktpartijen en nieuwe initiatiefnemers) benaderen, knelpunten signaleren en gericht zoeken naar mogelijkheden om een versnelling te bewerkstelligen en vertragingen te voorkomen. Dit doen we mede door als Programma Versnelling Woningbouw, actief bij te dragen aan het proces van de regionale programmering.

Het is onze inzet om te borgen dat de woningbouwopgave integraal wordt opgepakt en uitgevoerd. Dit doen we onder meer door in de provinciale organisatie proactief bij te dragen aan een tijdige coördinatie en afstemming. Als subdoelen in programmalijn 1 onderscheiden we: 1. Harde plancapaciteit tot uitvoering brengen. 2. Zachte plancapaciteit omzetten in harde plannen. 3. Versterken samenwerking overheden en marktpartijen om knelpunten op te lossen. 4. Meer faciliteren (nieuwe) woonvormen.

Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024

Voorbeeld inzet vanuit programma BO 2017 t/m 2020

Verkleuring naar een aantrekkelijk woongebied Soest werkt hard aan het omvormen van het woon-werkgebied Soesterberg-Noord tot een aantrekkelijker woongebied. Om dit mogelijk te maken moeten de bedrijven met een grote milieuzone verdwijnen of minder hinderlijk worden gemaakt. De Provincie draagt hieraan bij door het actief aanjagen van het uitplaatsen van milieuhinderlijke bedrijven. Door een financiële bijdrage van de provincie en intensieve samenwerking met gemeente en OMU wordt de gewenste verkleuring van Soesterberg-Noord naar een gemengd woon-werkgebied steeds meer een feit. Er zijn in de eerste fase inmiddels bijna 150 woningen opgeleverd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1491/documents/31697