CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Planregels bestemmingsplan Nieuwersluis v11.pdf

Raad 1 oktober 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 18: Vaststellen Bestemmingsplan Nieuwersluis28.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

de bestaande bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven niet onevenredig worden beperkt; 3. op de woning de bouwregels van kracht blijven zoals deze gelden voor de agrarische bedrijfswoning, met dien verstande dat bijgebouwen slechts toegestaan zijn in reeds bestaande bebouwing; 4. eventuele bijbehorende gronden die geen functie als erf behorende bij de woning hebben, beschikbaar blijven of komen voor de grondgebonden functies landbouw of natuur, overeenkomstig de functie van het betrokken gebied; 5. de woonfunctie milieuhygiënisch inpasbaar dient te zijn; 27

6. de bestaande en beoogde landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden zoals genoemd in artikel 3 lid 3.1 aanhef en artikel 3 lid 3.1 sub e niet onevenredig worden aangetast; 7. gebruik dient te worden gemaakt van de bestaande uitrit. 3.7.3 Ten behoeve van het wijzigen van de bestemming van het bouwvlak naar de bestemming Wonen a. Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' met een bouwvlak aangegeven gronden wijzigen in de bestemming 'Wonen' met de nadere aanduiding 'specfieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf', mits: 1. aangetoond is dat voortzetting van het betreffende agrarische bedrijf redelijkerwijs niet meer mogelijk is en hiermee verpaupering door leegstand tegen wordt gegaan, dan wel de voor dit gebied karakteristieke elementen te behouden blijven; 2. aangetoond is dat de aanvrager van de wijziging de agrarische activiteiten geheel heeft beëindigd; 3. aangetoond is dat de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing niet onevenredig worden aangetast; 4. aangetoond is dat de bestaande en beoogde landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden zoals genoemd in artikel 3 lid 1 aanhef en onder artikel 3 lid 1 sub j niet onevenredig worden aangetast dan wel versterkt; 5.

het bevoegd gezag wint, alvorens over de afwijking te beslissen, schriftelijk advies in bij een deskundige inzake natuur, landschap en cultuurhistorie met betrekking tot de vraag of aan het bepaalde onder artikel 3 lid 7.3 sub a onder 4 wordt voldaan; 6. het aantal woningen in het bouwvlak niet toeneemt. b. op gronden die door toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bestemming 'Wonen' hebben gekregen is het bepaalde in de bestemming Wonen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat in afwijking van het bepaalde in artikel 14 lid 2.2, de tot het hoofdgebouw behorende aangebouwde bedrijfsruimte ook als woning mag worden verbouwd en gebruikt. 3.7.4 Ten behoeve van het wijzigen naar de bestemming 'Wonen' en 'Tuin' in combinatie met de ruimte voor ruimte regeling Burgemeester en wethouders zijn, als sprake is van een algehele bedrijfsbeëindiging van een ter plaatse gevestigd bedrijf, bevoegd de bestemming van het betreffende agrarische perceel en bouwvlak te wijzigen naar de bestemming 'Agrarisch' zonder bouwvlak, ‘Wonen’ en ‘Tuin’, onder voorwaarden dat: a. de aanvrager van de wijziging aannemelijk maakt dat het agrarische bedrijf de agrarische activiteiten geheel heeft beëindigd en uit een advies van een agrarisch deskundige blijkt dat er niet langer sprake is van een agrarisch bedrijf; b.

het wijzigen van de bestemming niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen; c. alle bedrijfsbebouwing op de betrokken bouwpercelen wordt gesloopt, tenzij het gaat om historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing of bedrijfswoning. De historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing krijgt een passende functie die bijdraagt aan dat behoud. Wanneer 1000 m2 tot 2500 m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van één nieuwe woning toegestaan. Wanneer 2500 m2 tot 4000 28

d.

e. f.

g.

h.

m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van twee woningen toegestaan. Wanneer er 4000 m2 of meer aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van drie woningen toegestaan. Voor kassen geldt dat er 5000 m2 aan bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt voor één woning. Afwijking van deze maatvoering en van de verplichting om het totaal aan bedrijfsbebouwing te slopen, is mogelijk mits dit leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; een woning, afhankelijk van de landschappelijke inpassing, niet groter mag worden dan 800 m3 en een bijbehorend bouwwerk, afhankelijk van de oppervlakte van het perceel, niet groter mag worden dan 150 m2 het wijzigen van de bestemming aanvaardbaar is vanuit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat; de bouwwerken landschappelijk worden ingepast en aangetoond is dat de bestaande en beoogde landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden niet onevenredig worden aangetast; het bevoegd gezag wint, alvorens over de wijziging te beslissen op grond van een inrichtingsplan, schriftelijk advies in bij een deskundige inzake, milieu, natuur, landschap en cultuurhistorie met betrekking tot de vraag of aan het bepaalde onder artikel 3 lid 7.4 sub f wordt voldaan. wordt voldaan aan de parkeernormen in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 28 lid 2.1 parkeernormen.

29

Artikel 4 Bedrijf 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. bedrijven zoals genoemd in categorie 1 en 2 van de in de bijlagen bij de regels opgenomen ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’; b. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' uitsluitend nutsvoorzieningen; c. ondergeschikte detailhandel; d. ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’ is ondergeschikte horeca en daghoreca in categorie 2b toegestaan; e. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf bedrijfsverzamelgebouw’ zijn meerdere bedrijven toegestaan;; met de daarbij behorende: f. g. h. i. j. k.

bouwwerken geen gebouw zijnde; erven en terreinen; groenvoorzieningen en water; parkeervoorzieningen en straatmeubilair; wegen en paden; overige functioneel met de bestemming 'Bedrijf' verbonden voorzieningen.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen ten behoeve van bedrijven Op de in artikel 4 lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. hoofdgebouwen (en bijbehorende bouwwerken) mogen uitsluitend worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. het bouwvlak geheel mag worden bebouwd; c. de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte'; 4.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding “bijgebouwen”. b. de maatvoering van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding “bijgebouwen” dienen te voldoen aan de eisen die in de navolgende tabel zijn gesteld: Aanduiding

Maximale goothoogte in m

Maximale bouwhoogte in m

30

Maximale oppervlakte in m²

bijgebouwen

de hoogte ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’

de hoogte ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’

de oppervlakte ter plaatse van de aanduiding ‘maximale oppervlakte’

4.2.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan: 1. 1 m op de gronden voor de voorgevelrooilijn; 2. 2 m op de overige gronden; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt niet meer dan 6 meter; c. de hoogte van vlaggenmasten mag maximaal 9 meter bedragen. 4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. detailhandel, met uitzondering van ondergeschikte detailhandel; b. risicovolle inrichtingen, zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen; c. bedrijven als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder; d. zelfstandige kantoren. 4.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouder zijn bevoegd de binnen de bestemming “Bedrijf” opgenomen bouwvlakken en bijbehorende bouwhoogten te wijzigen danwel de volledige bestemming “Bedrijf” in de bestemming “Wonen”, met dien verstande dat: a. de ingevolge deze regels toegestane goothoogte van hoofdgebouwen mag niet hoger zijn dan de goothoogte van bebouwing op de omringende percelen; b.

bij toepassing van een kapconstructie bedraagt de dakhelling van hoofdgebouwen ten minste 30 en maximaal 65 graden, met dien verstande dat de bouwhoogte de toegestane goothoogte met niet meer dan 6 m mag overschrijden; c. er mag geen onevenredige afbreuk worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van de belendende erven; d. er zijn geen overige milieuhygienische belemmeringen; e. de cultuurhistorische waarden van het beschermd dorpsgezicht niet worden aangetast; f. de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in verhouding staan tot de capaciteit van de betrokken wegen en wordt voldaan aan de parkeernormen in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 28 lid 2.1 parkeernormen

31

Artikel 5 Buitenplaats 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Buitenplaats' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, herstel en beheer van landschappelijke-, cultuurhistorische- en natuurwaarden in de vorm van (elementen uit) (natuur- /over-) tuinen, parken, bossen, waterpartijen die samenhangen met de buitenplaats; b. gebruik ten dienste van de aanwezige hoofdgebouwen binnen de bestemming 'Wonen - 1'; en ter plaatse van de aanduiding: c. 'bed & breakfast' is tevens een bed & breakfast toegestaan; met daarbij behorende: d. beeldbepalende ornamenten; e. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde; f. recreatief medegebruik; g. hobbymatige agrarische activiteiten voor zover milieuhygiënisch inpasbaar; h. nevenfuncties; i. nutsvoorzieningen; j. erven en terreinen; k. groenvoorzieningen en water; l. parkeervoorzieningen en straatmeubilair; m. wegen en paden; n. overige functioneel met de bestemming 'Buitenplaats' verbonden voorzieningen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken op de buitenplaats ten dienste van de bestemming 'Wonen' gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 400 m2; c.

de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk bedraagt niet meer dan 3 m, of maximaal de bestaande hogere goothoogte; d. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bedraagt niet meer dan 6 m, of maximaal de bestaande hogere bouwhoogte. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m; b. de bouwhoogte van toegangspoorten en- hekken bedraagt niet meer dan 4,5 m; c. in aanvulling op het bepaalde onder a en b mogen bestaande afmetingen van erf- en terreinafscheidingen en hekken en poorten die hoger zijn, worden gehandhaafd en ter plaatse herbouwd waarbij de bestaande afmetingen als maximum gelden; d. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt niet meer dan 6 m; 32

e. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt niet meer dan 10 m. 5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen aan het bouwen van bouwwerken bij woningen en woonheden zoals bedoeld in artikel 5 lid 2.1 nadere eisen stellen ten aanzien van: a. een zorgvuldige inpassing van de bouwwerken in het landschap door middel van de situering, afscherming door beplanting of anderszins. 5.4 Afwijken van de bouwregels 5.4.1 Ten behoeve van bijbehorende bouwwerken en/of overkappingen Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5 lid 2 met dien verstande dat: a. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 4 m; b. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 7 m; c. de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden zoals genoemd in 'Waarde - Cultuurhistorie' niet onevenredig worden aangetast. 5.5 Specifieke gebruiksregels 5.5.1 Strijdig gebruik a. Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen: 1. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; 2. het opslaan buiten van gerede en ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; 3. het opslaan c.q. stallen van gebruiksklare of onklare voer- of vaartuigen of onderdelen hiervan; 4.

het opslaan of opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen. b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op: 1. het opslaan van stoffen die noodzakelijk zijn voor het normale onderhoud van de gronden en de daarbij behorende voorzieningen; 2. het tijdelijk opslaan van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de bestemming. 5.5.2 Bed & Breakfast Gebruik van ruimten in het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een Bed & Breakfast wordt als gebruik in overeenstemming met de bestemming aangemerkt, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het gebruik gaat niet ten koste van de woonfunctie van de bestemming 'Wonen - 1'; b. de Bed & Breakfast mag totaal uit maximaal 3 kamers en/of maximaal 8 bedden bestaan; 1. indien het maximum aantal kamers en/of bedden reeds is gerealiseerd op basis van de bestemming 'Wonen' het totaal aantal kamers en bedden niet mag worden overschreden; c. er is maximaal één gezamenlijke keuken toegestaan; 33

d. de woning binnen de bestemming 'Wonen - 1' dient door de hoofdgebruiker te worden bewoond; e. de hoofdgebruiker dient aanwezig te zijn tijdens het nachtverblijf; f. het beroep of de activiteit dient alleen door de bewoner(s) te worden uitgeoefend; g. op het betreffende adres is het te werk stellen van personeel dat niet woonachtig is op het betreffende adres en geen onderdeel uitmaakt van het huishouden, niet toegestaan; h. het gebruik mag geen grote verkeersaantrekkende werking hebben en geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer, waaronder parkeren; i. het gebruik mag geen afbreuk doen aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; j. de ruimtelijke uitstraling moet passend zijn binnen de functie van het hoofdgebouw binnen de bestemming 'Wonen - 1' en het woongebied; k. er mag geen andere horeca, geen seksinrichting, geen koeriers of (personen)vervoersbedrijf, geen kinderdagverblijf en geen detailhandel plaatsvinden, met uitzondering van functioneel ondergeschikte en niet zelfstandige detailhandel.

5.6 Afwijken van de gebruiksregels 5.6.1 Ten behoeve van aan-huis-verbonden beroep en kleinschalige bedrijfsactiviteit Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5 lid 1 voor het toestaan van aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsactiviteiten, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het gebruik mag niet ten koste gaan van de woonfunctie van de bestemming 'Wonen - 1'; b. de activiteiten passen in categorie 1 van de in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten; c. het vloeroppervlak in gebruik voor een aan huis verbonden beroep of bedrijf aan huis mag niet meer dan 33% bedragen van het gezamenlijk vloeroppervlak van het hoofdgebouw binnen de bestemming 'Wonen - 1' en bijbehorende bouwwerken met een maximum van 50 m2; d. het beroep of de activiteit dient alleen door de bewoner(s) van het hoofdgebouwen binnen de bestemming 'Wonen' te worden uitgeoefend; e. op het betreffende adres is het te werk stellen van personeel dat niet woonachtig is op het betreffende adres en geen onderdeel uitmaakt van het huishouden, niet toegestaan; f. het gebruik mag geen grote verkeersaantrekkende werking hebben en geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer, waaronder parkeren; g.

het gebruik mag geen afbreuk doen aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; h. de ruimtelijke uitstraling moet passend zijn binnen de functie van het hoofdgebouw binnen de bestemming 'Wonen - 1' en de buitenplaats; i. er mag geen andere horeca, geen seksinrichting, geen koeriers of (personen)vervoersbedrijf, geen kinderdagverblijf en geen detailhandel plaatsvinden, met uitzondering van functioneel ondergeschikte en niet zelfstandige detailhandel. 5.6.2 Ten behoeve van mantelzorg a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in gebruik nemen (van een deel) van het hoofdgebouw of de bijbehorende bouwwerken ten behoeve van mantelzorg mits: 34

1. de mantelzorg noodzakelijk is en dat blijkt uit een medische of sociale indicatie. Indien er sprake is van een ouder-kindrelatie waarbij de ouder(s) 65 jaar of ouder is (zijn) is geen medische of sociale indicatie noodzakelijk; 2. het hoofdgebouw met bijbehorende bouwwerken bereikbaar is en blijft voor hulpdiensten; 3. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; 4. de oppervlakte welke wordt gebruikt voor mantelzorg niet meer bedraagt dan 120 m2; b. Het bevoegd gezag kan de onder a bedoelde omgevingsvergunning intrekken na beëindiging van de mantelzorg; c. Na het intrekken van de omgevingsvergunning, zoals bedoeld onder b, is degene aan wie de omgevingsvergunning was verleend of diens rechtsopvolger, en indien sprake was van afhankelijke woonruimte, verplicht de als dan strijdige situatie te zijner keuze hetzij in de vorige toestand te herstellen, hetzij met het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen. 5.6.3 Ten behoeve van nevenfuncties binnen bestaande bebouwing Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5 lid 1 voor het toestaan van nevenfuncties binnen bestaande bebouwing, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

door aanvrager wordt aangetoond dat de aangevraagde functie in wezenlijke mate bijdraagt aan de instandhouding van de buitenplaats en zijn landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden; b. nevenfuncties zijn ondergeschikt aan de woonfunctie van de bestemming 'Wonen - 1'; c. per buitenplaats zijn maximaal 2 functies toegestaan; d. de bedrijfsactiviteiten blijven beperkt tot de categorieën 1 en 2 van de in de bijlagen bij de regels opgenomen 'Staat van Bedrijfsactiviteiten'; e. de functies dienen binnen het bouwvlak respectievelijk het bestemmingsvlak van de bestemming 'Buitenplaats' of de bestemming 'Wonen - 1' plaats te vinden; f. de functies dienen binnen de bestaande bebouwing plaats te vinden; g. de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag niet worden vergroot ten gevolge van de nevenfunctie; h. het totaal oppervlak voor de functies bedraagt maximaal 200 m2; i. omliggende woningen en bedrijven worden niet onevenredig in hun bedrijfsvoering beperkt; j. de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking van de functies staan in verhouding tot de capaciteit van de betrokken wegen; k. parkeren dient op eigen erf plaats te vinden.

5.6.4 Ten behoeve van nevenfuncties met een oppervlak groter dan 200 m2 en maximaal 400 m2 binnen de bestaande bebouwing Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5 lid 1 voor het toestaan van functies zoals opgenomen in tabel 5.1 alsmede naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen functies, met dien verstande dat:

a. het totaal aan nevenfuncties maximaal 400 m2 aan bebouwd oppervlak bedraagt; b. verder zijn de voorwaarden van toepassing zoals genoemd in artikel 5 lid 6.3 onder a tot en met g en i tot en met l. 35

5.6.5 Ten behoeve van nieuwbouw ten behoeve van nevenfuncties Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning binnen de bestemming 'Buitenplaats' nieuwbouw toestaan voor de in tabel 5.1 genoemde functies en daaraan naar aard gelijk te stellen functies met dien verstande dat:

a. door aanvrager middels een integrale visie in de vorm van een ruimtelijke onderbouwing met beeldkwaliteitparagraaf voor de buitenplaats wordt aangetoond dat de ontwikkeling in wezenlijke mate bijdraagt aan de structurele instandhouding van de buitenplaats en zijn landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden; b. de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische, archeologische en natuurwaarden, aangetoond door (verkennend) onderzoek; c. maximaal één nieuw gebouw per buitenplaats is toegestaan; d. de nieuwbouw een ondergeschikt karakter heeft ten opzichte van de overige aanwezige bebouwing door voor wat betreft situering en een zorgvuldige inpassing van de bouwwerken in het landschap door middel van de situering, afscherming door beplanting of anderszins; e. de maximum goot- en bouwhoogte niet meer dan 4 m respectievelijk 8 m bedraagt; f. de functie milieuhygiënisch inpasbaar is; g. de functie maximaal het aantal vierkante meters mag bedragen zoals in tabel 5.1 staat aangegeven, met dien verstande dat het totaal aan nevenfuncties inclusief de functies als bedoeld in artikel 5 lid 6.1 en artikel 5 lid 6.2 niet meer bedraagt dan 400 m2 aan bebouwd oppervlak; h. omliggende woningen en bedrijven niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden beperkt; i.

de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking van de functies in verhouding staan tot de capaciteit van de betrokken wegen; j. parkeren op eigen erf plaatsvindt; k. advies gevraagd is aan de commissie voor omgevingskwaliteit.

Tabel 5.1 Functie expositieruimte/atelier, museum, galerie, kunsthandel bezoekers- en cursuscentrum, ontvangstruimte, vergaderruimte, Horeca zoals een theetuin kleinschalige dienstverlening, zoals kantoor horeca in de vorm van feestzaal sociale en medische dienstverlening zoals een kinderdagverblijf, kuuroord verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van Bed & Breakfast, pension

36

Maximum toegestane gebruiksoppervlakte bebouwd: 200 m2 bebouwd: 200 m2 (on)bebouwd: 200 m2 bebouwd: 200 m2 bebouwd: 200 m2 (on)bebouwd: 200 m2 bebouwd: 200 m2

Artikel 6 Groen 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

groenvoorzieningen; bermen en beplantingen; dagrecreatief medegebruik; ter plaatse van de aanduiding 'speeltuin', mede bestemd voor speelvoorzieningen. een propaangastank ter plaatse van de aanduiding 'opslag'; parkeerplaatsen, in- en uitritten; een jaagpad, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - jaagpad';

met de daarbij behorende: h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; i. kunstobjecten en straatmeubilair; j. nutsvoorzieningen en gemalen; k. voet- en fietspaden; l. water en watergangen; m. overige functioneel met de bestemming 'Groen' verbonden voorzieningen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Gebouwen en bijbehorende bouwwerken Gebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen niet worden gebouwd. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de in artikel 6 lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluiten bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. b. c. d. e.

de bouwhoogte van lichtmasten niet meer bedraagt dan 15 m; de bouwhoogte van speelvoorzieningen niet meer bedraagt dan 5 m; de bouwhoogte van nutsvoorzieningen en gemalen niet meer bedraagt dan 3 m; de bouwhoogte van kunstobjecten en straatmeubilair niet meer bedraagt dan 3 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedraagt dan 5 m.

6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Strijdig gebruik a. Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen: 1. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; 2. het opslaan van gerede en ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; 3. het opslaan c.q. stallen van gebruiksklare of onklare voer- of vaartuigen of onderdelen hiervan; 4. het opslaan of opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen. b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op: 37

1. het opslaan van stoffen die noodzakelijk zijn voor het normale onderhoud van de gronden en de daarbij behorende voorzieningen; 2. het tijdelijk opslaan van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de bestemming. 6.4 Afwijken van de gebruiksregels 6.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 3.6 van de Wet op de ruimtelijke ordening het plan te wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’ zonder bouwvlak of de bestemming 'Tuin', met dien verstande dat de regels van de desbetreffende bestemming van toepassing zijn.

38

Artikel 7 Horeca 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca, waarbij geldt dat enkel de horecacategorieën zijn toegestaan zoals opgenomen in de verbeelding; b. wonen uitsluitend op de verdieping; c. ter plaatse van de aanduiding 'terras' is tevens een terras toegestaan; met de daarbij behorende: d. e. f. g. h. i. j.

bouwwerken geen gebouw zijnde; erven en terreinen; groenvoorzieningen en water; parkeerplaatsen en straatmeubilair; wegen en paden; toegangsportalen van de op de verdieping gelegen woningen; overige functioneel met de bestemming 'Horeca' verbonden voorzieningen.

7.2 Bouwregels 7.2.1 Hoofdgebouwen Op de in artikel 7 lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, met dien verstande, dat: a. gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. een bouwvlak geheel mag worden bebouwd; c. de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedraagt dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte'. 7.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3 m; c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 6 m. 7.2.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan: 1. 1 m op de gronden vóór de naar een openbare weg gekeerde gevel; 2. 2 m op de overige gronden. b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde niet meer bedraagt dan: 1. 4 m binnen een bouwvlak; 2. 3 m buiten een bouwvlak. c. de hoogte van vlaggenmasten mag maximaal 9 meter bedragen. 39

7.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouder zijn bevoegd de binnen de bestemming “Horeca” te wijzigen” in de bestemming “Wonen”, met dien verstande dat: a. de ingevolge deze regels toegestane goot- en nokhoogte van het hoofdgebouw mag niet hoger zijn dan de bestaande goot- en nokhoogte; b. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 50 m2 bedragen, met dien verstande dat het zij- en achtererf voor maximaal 50 % bebouwd mag worden; c. er mag geen onevenredige afbreuk worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van de belendende erven; d. er zijn geen overige milieuhygienische belemmeringen; e. de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in verhouding staan tot de capaciteit van de betrokken wegen en wordt voldaan aan de parkeernormen in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 28 lid 2.1 parkeernormen.

40

Artikel 8 Maatschappelijk 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Maatschappelijk - " aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke doeleinden in de vorm van een penitentiaire inrichting, een en ander met de bijbehorende bouwwerken en voorzieningen. 8.2 Bouwregels Op de in artikel 8 lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. gebouwen en bijbehorende bouwwerken uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. een bouwvlak volledig mag worden bebouwd; c. de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedraagt dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte'. d. hoogte van bouwerken geen gebouwen zijnde, erfafscheidingen, toegangspoorten, overkappingen en muren mag niet meer bedragen dan 4 meter; e. de hoogte van vlaggenmasten mag maximaal 9 meter bedragen. 8.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 8 lid 2 voor het vergroten van bouwhoogten van gebouwen en of bouwwerken geen gebouw zijnde, erfafscheidingen, toegangspoorten, overkappingen en muren met dien verstande dat: a. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 12 m; b. aangetoond is dat dit voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling noodzakelijk is; c.

aangetoond is dat de bouw geen onevenredige afbreuk doet aan de ter plaatse aanwezige beeldkwaliteit en cultuurhistorische waarden.

41

Artikel 9 Natuur 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuurwaarden; het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de ecologische verbindingszone; het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van cultuurhistorische waarden; waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen; extensieve dagrecreatie; ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' is tevens educatieve en maatschappelijke dienstverlening toegestaan; g. ter plaatse van de bouwvlakken is tevens 365 m2 (verhuurbare) kantoor-, vergader-, workshop-, trainingsruimte en of ateliers toegestaan; h. ter plaatse van de aanduiding 'horeca', maximaal 110 m2 horeca categorie 2b; i. In aanvulling op het gestelde onder artikel 9 lid 1 sub h is gezamenlijk tevens horeca ten behoeve van besloten bijeenkomsten toegestaan; j. ter plaatse van de aanduiding 'terras' is tevens een terras toegestaan; met de daarbij behorende: k. groenvoorzieningen en water; l. parkeerplaatsen, kunstwerken en straatmeubilair incl. banken, tafels en ligvoorzieningen; m. wegen en paden; n. overige functioneel met de bestemming 'Natuur' verbonden voorzieningen.

9.2 Bouwregels 9.2.1 Hoofdgebouwen Op de in artikel 9 lid 1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, anders dan reeds aanwezig ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan; 9.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedraagt dan: 1. 1 m op de gronden vóór de naar een openbare weg gekeerde gevel; 2. 2 m op de overige gronden; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde niet meer bedraagt dan 3 m; c. de hoogte van bruggen mag niet meer dan 3,5 meter bedragen; d. de hoogte van speeltoestellen mag maximaal 5 meter bedragen; e. de hoogte van vlaggenmasten mag maximaal 9 meter bedragen. 9.3 Specifieke gebruiksregels 9.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen: 42

a. detailhandel in volumineuze goederen; b. discotheken en zaalaccomodaties. 9.3.2 Parkeren Er dient te worden voorzien in de noodzakelijke parkeervoorzieningen, waarbij ten minste het aantal parkeerplaatsen wordt gerealiseerd conform de parkeernormen zoals in de bijlage 'Parkeernormen' van deze regels is opgenomen. In de gevallen waarin de tabel niet voorziet, stelt het college van burgemeester en wethouders de parkeernorm vast. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning a. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Natuur’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden de volgende werken, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeerplaatsen en andere oppervlakteverhardingen; 2. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; 3. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; 4. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 5. het scheuren van grasland; 6.

andere-werken die een verandering van de waterhuishouding of het grondwaterpeil tot gevolg hebben, zoals drainage en (onder)bemaling. 9.4.2 Toelaatbaarheid a. Het bevoegd gezag verleent de vergunning als bedoeld in artikel 9 lid 1 alleen: 1. indien door de in artikel 9 lid 1 genoemde werken of werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen; 2. en na schriftelijk advies van een deskundige inzake de te beschermen waarde; b. onder waarden en functies worden in ieder geval verstaan de cultuurhistorische, natuurlijke en landschapswaarden in het betrokken gebied. 9.4.3 Uitzonderingen a. Het verbod als bedoeld in artikel 9 lid 1 sub a is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: 1. normaal onderhoud en beheer betreffen gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van de bestemming;

43

2. werken of werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning; 3. verharding dat op het moment van inwerkingtreding van het plan aanwezig was, in uitvoering was of kon worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning; 4. Het aanleggen van parkeerplaatsen.

44

Artikel 10 Recreatie 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Recreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatie alsmede bedrijven en organisaties in de recreatieve sector; b. een afhaalpunt voor horeca categorie 2a; met de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h. i.

bouwwerken geen gebouw zijnde; erven en terreinen; groen- en speelvoorzieningen; parkeervoorzieningen en straatmeubilair; water en watergangen; wegen en paden; overige functioneel met de bestemming 'Recreatie' verbonden voorzieningen.

10.2 Bouwregels 10.2.1 Gebouwen en bijbehorende bouwwerken Op de in artikel 10 lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. gebouwen en bijbehorende bouwwerken uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. een bouwvlak volledig mag worden bebouwd; c. de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedraagt dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte'. 10.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan: 1. 1 m op de gronden vóór de naar een openbare weg gekeerde gevel; 2. 2 m op de overige gronden. b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde buiten een bouwvlak niet meer bedraagt dan 3 m. c. de hoogte van vlaggenmasten mag maximaal 9 meter bedragen; d. in afwijking van het gestelde onder a mag de hoogte van een toegangshek niet meer dan 3 meter bedragen. 10.3 Specifieke gebruiksregels 10.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. het houden van evenementen, met uitzondering van zwemmanifestaties met een maximum van 12 dagen per jaar; b. discotheken en zaalaccomodaties. 45

10.3.2 Parkeren Er dient te worden voorzien in de noodzakelijke parkeervoorzieningen, waarbij ten minste het aantal parkeerplaatsen wordt gerealiseerd conform de parkeernormen zoals in de bijlage 'Parkeernormen' van deze regels is opgenomen. In de gevallen waarin de tabel niet voorziet, stelt het college van burgemeester en wethouders de parkeernorm vast.

46

Artikel 11 Tuin 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. ter plaatse van de aanduiding ‘erf’ zijn tevens erven toegestaan ten behoeve van op aangrenzende gronden gelegen woonschepen; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - parktuin' tevens bestemd voor de instandhouding, bescherming en ontwikkeling van het groene karakter en de landschappelijke waarden, waaronder de zichtbaarheid in het landschap van de oude waterstructuur. met daarbij horende: d. e. f. g. h.

gebouwen en bijbehorende bouwwerken; parkeerplaatsen; water, kunstwerken en waterhuishoudkundige voorzieningen; overige functioneel met de bestemming 'Tuin' verbonden voorzieningen; paden, wegen, in- en uitritten.

11.2 Bouwregels 11.2.1 Gebouwen a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: 1. gebouwen mogen uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; 2. de goothoogte bedraagt niet meer dan op de verbeelding aangegeven; 3. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan op de verbeelding aangegeven. 11.2.2 Bijbehorende bouwwerken a. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: 1. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend gebouwd worden ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’; 2. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3 m; 3. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 4 m. b. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij woonschepen ter plaatse van de aanduiding 'erf' gelden de volgende regels: 1. het aantal bijbehorende bouwwerken per woonschip bedraagt ten hoogste 1; 2. de oppervlakte bijbehorend bouwwerken bedraagt niet meer dan 9 m2; 3. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3,5 m; 4. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 4 m; 5. In afwijking van het bepaalde onder artikel 11.2.2 sub b onder 1 t/m 4 geldt dat de bestaande maatvoering van bestaande vergunde en legale bouwwerken, zoals dat op het moment van ontwerp van dit bestemmingsplan, behouden mogen blijven. c. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers of toegangsportalen, gelden de volgende regels: 1.

een erker of toegangsportaal mag uitsluitend aan de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw worden gebouwd; 47

2. de bouw van een erker of toegangsportaal mag niet ten koste gaan van parkeerplaatsen op eigen erf; 3. de breedte van een erker bedraagt niet meer dan 50% van de breedte van de desbetreffende voor- of zijgevel van het hoofdgebouw; 4. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw plus 0,30 m; 5. de diepte van de uitbreiding bedraagt niet meer dan 1,25 m. 11.2.3 Overige bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan: 1. 1 meter met op de gronden voor de naar een openbare weg gekeerde gevel; 2. in afwijking van het gestelde onder a, 2 meter op de gronden aangeduid met Erf; 3. 2 meter op overige gronden. b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde niet meer bedraagt dan 1m.; c. de hoogte van vlaggenmasten mag maximaal 9 meter bedragen; d. In afwijking van het bepaalde onder artikel 11.2.3 sub a t/m c geldt dat de bestaande maatvoering van bestaande vergunde en legale erfafscheidingen, zoals dat op het moment van ontwerp van dit bestemmingsplan, behouden mogen blijven. 11.3 Specifieke gebruiksregels 11.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan een gebruik van gronden ten behoeve van: a. opslag van materialen en goederen; b.

het plaatsen en geplaatst houden van onderkomens; c. het plaatsen en geplaatst houden van zwembaden.

48

Artikel 12 Verkeer 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

wegen met een hoofdzakelijk doorgaand karakter; parkeerplaatsen; terrassen; reclameborden; (reclamezuilen en billboards) uitsluitend garageboxen ter plaatse van de aanduiding 'garage'; een jaagpad, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - jaagpad';

met de daarbij horende: g. duikers en (kunst)werken; h. geluidwerende voorzieningen; i. groenvoorzieningen en water; j. in- en uitritten; k. kunstobjecten en straatmeubilair; l. nutsvoorzieningen; m. oeververbindingen (bruggen); n. overige functioneel met de bestemming ‘Verkeer’ verbonden voorzieningen. 12.2 Bouwregels 12.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en gemalen worden gebouwd met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van gebouwen niet meer bedraagt dan 3 m; 2. de oppervlakte van gebouwen niet meer bedraagt dan 15 m². 12.2.2 Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan. 12.2.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten en straatmeubilair bedraagt niet meer dan 12 m; b. de bouwhoogte van speeltoestellen bedraagt niet meer dan 5 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 3 m.

49

Artikel 13 Water 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

water en waterlopen; waterhuishouding; waterweg (als verkeersader voor scheepvaart) natuur en groene oeverzones (natuurvriendelijke oevers);

met daaraan ondergeschikt: e. bewonersligplaatsen, zoals bedoeld in artikel 1, voor recreatievaartuigen; f. bezoekersligplaatsen, zoals bedoeld in artikel 1, voor recreatievaartuigen; g. halte- en wachtligplaatsen, zoals bedoeld in artikel 1, voor passagiersschepen; tevens voor: h. het afmeren van een fietsboot en veerpont met de daarbij behorende voorzieningen; i. een boodschappenligplaats; j. steigers en afmeerpalen aan de oever van een tuin en/of het erf van een woning of woonschip, behoudens plaatsen waar ingevolge de regels van dit bestemmingsplan steigers zijn uitgesloten; k. het bestaande aantal woonschepen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'woonschepenligplaats'; l. recreatief medegebruik; met de daarbij behorende: m. bruggen, sluizen, waterhuishoudkundige voorzieningen, beschoeiingen en overige kunstwerken; n. nautische voorzieningen; o. nutsvoorzieningen; p. vaarstrook; q. trailerhellingen; r. kruisende wegen en paden; s. overige functioneel met de bestemming 'Water' verbonden voorzieningen, met uitzondering van boatsavers, bootliften en drijven steigers of vlotte. dit met in achtneming van de gebruiksregels in artikel 13 lid 5 en artikel 28. 13.2 Bouwregels 13.2.1 Gebouwen Op de in artikel 13 lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a.

hoofdgebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; 50

c. de goothoogte niet meer bedraagt dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goothoogte (m)’ is aangegeven; d. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’ is aangegeven. 13.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen, steigers, (af)meerpalen en woonschepen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van bruggen en viaducten bedraagt 8,0 m; b. de maximum bouwhoogte van nautische voorzieningen bedraagt 12,0 m; c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van bouwwerken voor de waterwegaanduiding, geleiding of tolheffing, bedraagt 3,0 m; d. de maximum bouwhoogte van bouwwerken voor de waterwegaanduiding, geleiding of tolheffing, bedraagt 6,0 m; e. bouwwerken mogen niet liggen in de minimaal vrij te houden vaarstrook, zoals bedoeld in de tabel in artikel artikel 13 lid 5.1 sub b onder 2 worden gerealiseerd. 13.2.3 Woonschepen Ter plaatse van de aanduiding 'woonschepenligplaats' zijn uitsluitend woonschepen toegestaan die voldoen aan de volgende kenmerken: a. b. c. d. e. f. g. h.

i.

de maximum lengte bedraagt 18,0 m; de maximum breedte bedraagt 6,0 m; de maximum goot- en boeiboordhoogte bedraagt 3,5 m; de maximum nokhoogte bedraagt 4,0 m; de maximum diepte van de omloop en de overstek bedraagt 0,8 m; de maximum diepte van de dakoverstek bedraagt 0,3 m; de minimum afstand tussen de opbouw van twee woonschepen bedraagt 5,0 m; voor woonschepen die worden vervangen gelden de maten zoals genoemd onder a. tot en met g., tenzij het bestaande woonschip deze maximale maten overschrijdt, dan mag dit woonschip worden vervangen door een woonschip waarbij de maatvoering van het bestaande woonschip wordt gehandhaafd, mits het waterschap hiermee instemt; in afwijking van artikel 13 lid 2.3 onder a tot en met g geldt dat de bestaande maatvoering van bestaande vergunde woonschepen inclusief bestaande en vergunde bijbehorende drijvende terrassen, zoals dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, behouden mogen blijven.

13.2.4 Steigers en (af)meerpalen In aanvulling op en in afwijking van artikel 13 lid 2.2 moeten steigers en (af)meerpalen voldoen aan de volgende kenmerken: a. Voor woonschepen: 1. sub a onder 1. per woonschip is één (1) steiger toegestaan voor het afmeren van één (1) recreatievaartuig; 2. de steiger dient aansluitend en evenwijdig aan de oever tussen de oever en het woonschip te worden gebouwd; 3. de lengte, gemeten langs de oever, bedraagt maximaal 6,0 m ; 4. de breedte, gemeten vanuit de oever, bedraagt maximaal 1,2 m ; 51

5. in afwijking op het gestelde onder b. geldt dat de steiger ook haaks op de oever geplaatst mag worden met een lengte, gemeten langs de oever van maximaal 1,2 m en een de breedte, gemeten vanuit de oever van maximaal 6,0 m; 6. de bouwhoogte bedraagt de hoogte van het streefpeil vermeerderd met maximaal 0,45 m ; 7. de steiger mag op maximaal twee palen rusten en de doorsnede van steigerpalen bedraagt maximaal 0,20 m; 8. de steiger mag de vrije doorstroming van het water niet belemmeren; 9. de steiger dan wel het woonschip dat is afgemeerd aan de steiger mag niet liggen in de minimaal vrij te houden vaarstrook, zoals bedoeld in de tabel in artikel 13 lid 5.1 sub b onder 2; 10. er mogen maximaal twee (af)meerpalen worden gerealiseerd met een maximale doorsnede van 0,20 m en een maximale bouwhoogte van 1,0 m boven het streefpeil en die maximaal 4,20m uit de oever ogen worden geplaatst; b. Voor woningen: 1. per woning is één (1) steiger toegestaan voor het afmeren van één (1) recreatievaartuig als er sprake is van een Erf, zoals bedoeld in artikel 1; 2. de steiger dient aansluitend en evenwijdig aan de oever te worden gebouwd, danwel ter plaatse van de aanduiding ‘steiger’; 3. de lengte, gemeten langs de oever, bedraagt maximaal 6,0 m ; 4. de breedte, gemeten vanuit de oever, bedraagt maximaal 1,2 m ; 5.

de bouwhoogte bedraagt de hoogte van het streefpeil vermeerderd met maximaal 0,45 m ; 6. de steiger mag op maximaal twee palen rusten en de doorsnede van steigerpalen bedraagt maximaal 0,20 m; 7. de steiger mag de vrije doorstroming van het water niet belemmeren; 8. er mogen maximaal twee (af)meerpalen worden gerealiseerd met een maximale doorsnede van 0,20 m en een maximale bouwhoogte van 1,0 m boven het streefpeil en die maximaal 4,20m uit de oever mogen worden geplaatst; 9. steigers binnen de aanduiding “groene oeverzones” van de bestemming Waarde - ecologie zijn alleen toestaan als het een open type steiger betreft, zoals weergegeven in bijlage 1 bij de regels en uit een advies van een ter zake deskundige blijkt dat de ecologische waarden niet worden aangetast; c. In afwijking op artikel 13 lid 2.3 sub b onder 1 t/m 9 geldt ter plaatse van de aanduiding ‘steiger’ het volgende: 1. de steiger dient evenwijdig aan de oever te worden gebouwd; 2. de breedte maximaal 10,5 m bedraagt; 3. de diepte maximaal 1,1m bedraagt; 4. de bouwhoogte de hoogte van het streefpeil niet overschrijdt, met een maximum van 0,45 m boven de waterlijn. d. voor alle punten geldt dat de steigers de ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet mogen aantasten. 13.2.5 Bestaande maten a.

Voor een bouwwerk, dat krachtens een bouwvergunning of omgevingsvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en 52

oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. b. Ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; c. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing. 13.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen voor het realiseren van maximaal 4 meerpalen per woonschip en/of een grotere diameter per meerpaal tot een maximum van 0,5m. 13.3.1 (Af)meerpalen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 13 lid 2.3 sub a onder 10 voor het realiseren van maximaal 4 (af)meerpalen ten behoeve van een woonschip en/of voor een maximale doorsnede van de (af)meerpaal van 0,50 m, mits instemming is verkregen van het waterschap (Keur).

13.3.2 Bij vervangen woonschip Ter plaatse van de aanduiding ‘woonschepenligplaats’ kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 13 lid 2.2 indien een woonschip dat langer is dan 18 m wordt vervangen door een woonschip dat korter is dan 18 m. Het vervangende woonschip dient dan te voldoen aan de volgende kenmerken: a. b. c. d. e. f. g. h.

lengte maximaal 18 m; breedte maximaal 6 m; goot- en boeiboordhoogte maximaal 4 m; nokhoogte maximaal 4,5 m; diepte omloop en overstek maximaal 0,8 m; diepte dakoverstek maximaal 0,3 m; de minimum afstand tussen de opbouw van twee woonschepen bedraagt 5,0 m; instemming is verkregen van het waterschap (Keur) en indien gelegen buiten het stedelijk gebied van de provincie Utrecht (Landschapsverordening).

13.4 Specifieke gebruiksregels 13.4.1 Aanvullende regels bewonersligplaatsen buiten stedelijk gebied Voor bewonersligplaatsen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water landelijk gebied', geldt aanvullend dat: a. maximaal één open vaartuig met een maximum lengte van 7,0 m, mits passend binnen de breedte van het eigen erf, bij een direct aan het water gelegen erf mag worden aangelegd, 1. voor appartementencomplexen c.q. woongebouwen het volgende geldt: heeft een bewoner op de begane grond een erf tot aan het water, dan mag daar één bewonersligplaats worden gerealiseerd; 53

2. op datzelfde erf sprake is van een gedeelde woonomgeving tot aan het water, dan mag ook daar één bewonersligplaats worden gerealiseerd als collectieve voorziening voor bewoners die geen eigen erf hebben tot aan het water; 3. is er alleen sprake van een gedeelde woonomgeving op een erf tot aan het water, dan mag er in totaal slechts één bewonersligplaats worden gerealiseerd; b. het college van burgemeester en wethouders kan nadere eisen stellen aan de situering, verschijningsvorm en afmetingen van bewonersligplaatsen vanwege beeld kwalitatieve, cultuurhistorische, landschappelijke en/of ecologische belangen. 13.4.2 Algemene regels bezoekersligplaatsen Voor bezoekersligplaatsen geldt aanvullend dat: a. de maximale verblijfsduur 4 uur bedraagt tussen zonsopgang en zonsondergang met uitzondering van het afmeren bij een horecagelegenheid gedurende horeca openingstijden tot maximaal 01:00 uur. b. het college van burgemeester en wethouders kan nadere eisen stellen aan de situering, verschijningsvorm en afmetingen van bezoekersligplaatsen vanwege beeld kwalitatieve, cultuurhistorische, landschappelijke en/of ecologische belangen. 13.4.3 Aanvullende regels halteligplaats passagiersschepen Voor halteligplaatsen voor passagiersschepen geldt aanvullend dat: a. de maximale verblijfsduur voor passagiersschepen 15 minuten bedraagt.

13.5 Wijzigingsbevoegdheid 13.5.1 Afwijkingsbevoegdheid afmeren langere vaartuigen buiten stedelijk gebied Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 13.4.1 sub a en het afmeren van een recreatievaartuig toestaan met een maximum lengte van 12,0 m en een maximum kajuithoogte van 1,70 m, na instemming van het waterschap. 13.6 Wijzigingsbevoegdheid 13.6.1 Verleggen woonschepen ligplaatsen Burgemeester en wethouders kunnen met toepassing van artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening het plan wijzigen teneinde ten einde de aanduiding voor woonschepen ligplaatsen te verplaatsen, mits: a. het totaal aantal woonschepen niet toeneemt; b. uit milieu-, ecologisch-, landschappelijk en cultuurhistorisch oogpunt geen bezwaren bestaan tegen het verleggen van het woonschip en hiertoe een advies van een ter zake deskundige wordt overlegt waaruit blijkt dat de belangen en waarden niet worden aangetast c.q. in stand blijven; c. er sprake is van een goede verkeersafwikkeling waaronder voldoende parkeerplaatsen, uitgaande van de regels in het gemeentelijke verkeer en vervoerplan of diens opvolger; d. instemming is verkregen van het waterschap (Keur) en indien gelegen buiten het stedelijk gebied van de provincie Utrecht (Landschapsverordening). e. de oude ligplaats planologisch wordt weggenomen; f.

het bepaalde in artikel 13 lid 2.4 is van overeenkomstige toepassing. 54

Artikel 14 Wonen 14.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

wonen; beroep en bedrijf aan huis kleinschalige verblijfsrecreatie ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – beroep aan huis en atelier’ zijn de gronden tevens bestemd voor een beroep aan huis dan wel atelier, waarbij de begane grond van het bijbehorend bouwwerk voor deze functie mag worden aangewend. e. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' zijn de gronden tevens bestemd voor detailhandel, waarbij uitsluitend de begane grond van het hoofdgebouw voor deze functie mag worden aangewend. f. ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij' zijn de gronden tevens bestemd voor hobbymatige paardenhouderij activiteiten, waarbij maximaal 6 paarden, inclusief niet zelfstandige veulens, mogen worden gehouden waarbij de aansluitend agrarische gronden gebruikt mogen worden voor weiden van de paarden. g. ter plaatse van de aanduiding ‘bed & breakfast’ zijn de gronden tevens bestemd voor een bed & breakfast, waarbij de oppervlakte ten behoeve van de bed & breakfast niet meer bedraagt dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum oppervlakte’ is aangegeven; h. ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van wonen - hooiberg” zijn de gronden tevens bestemd voor een hooiberg in de vorm van een half open constructie waarbij uitsluitend op de begane grond de hooiberg omsloten mag zijn door wanden. i.

ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' is het gebruik van de gronden en bouwerken ten behoeve van een wooneenheid niet toegestaan. met daarbij horende: l. bouwwerken geen gebouw zijnde; m. erven en terreinen; n. groenvoorzieningen en water; o. parkeervoorzieningen en straatmeubilair; p. wegen en paden; q. overige functioneel met de bestemming ‘Wonen’ verbonden voorzieningen. 14.2 Bouwregels 14.2.1 Hoofdgebouwen Op de in artikel 14 lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. hoofdgebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. het aantal woningen per bouwvlak niet meer bedraagt dan 1 tenzij anders in de verbeelding aangegeven; d. de goothoogte niet meer bedraagt dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goothoogte (m)’ is aangegeven; 55

e. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’ is aangegeven; f. indien in de aanduiding 'maximale bouwhoogte' niet is opgenomen in het bouwvlak, bedraagt de bouwhoogte maximaal 4 meter boven de maximale goothoogte; g. indien ter plaatse van het bouwvlak een maximum inhoudsmaat is opgegeven, enkel dan mag de inhoud van het hoofdgebouw niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding. 14.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bouwregels: a. bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mogen uitsluitend worden opgericht op het zij- en achtererf; b. bijbehorende bouwwerken op het zijerf mogen op niet minder dan 1 m achter de voorgevel worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak bedraagt niet meer dan 50% van de oppervlakte van het aansluitend aan de woning gelegen bestemmingsvlak met een maximum bebouwingsoppervlakte van 150 m2; d. de goot- en bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,30 m. e. Voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken hoger dan 3m geldt dat deze voorzien worden van een schuin dak, met dien verstande dat; 1. de dakvoet niet meer bedraagt dan 3 m; 2.

de hoogte van de daknok niet meer bedraagt dan 6 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale nokhoogte [m] = (afstand daknok tot naburig erf [m] x 0,47) + 3m; 3. de nokhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken nooit meer dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; 4. in afwijking van het gestelde onder 1, 2 en 3 geldt dat indien op de verbeelding de goot- en nokhoogte aangeduid zijn deze hoogten van toepassing zijn. f. ter plaatse van de aanduiding “paardenhouderij” mag een gebouw opgericht worden met een maximale oppervlakte van 266 m2 bedoeld voor de stalling van vee en de opslag van agrarische goederen en materiaal ten behoeve van het onderhoud en beheer van bijbehorende gronden. g. ter plaatse van de aanduidingen "beroep aan huis en atelier" en "hooiberg" mag, met inachtneming van artikel 14 lid 1 een gebouw worden opgericht waarbij de aanduiding volledig mag worden bebouwd en de goot- en bouwhoogte niet meer bedraagt dan ter plaatse is aangegeven. 14.2.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar het openbaar gebied gekeerde voorkant van het hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 1 m;. b.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar het openbaar gebied gekeerde voorkant van het hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 3 m; d. de hoogte van vlaggenmasten mag maximaal 9 meter bedragen.

56

14.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de parkeermogelijkheden in de naaste omgeving; c. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; d. ter waarborging van de verkeersveiligheid; e. ter waarborging van de sociale veiligheid; f. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. 14.4 Specifieke gebruiksregels 14.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. detailhandel in volumineuze goederen; b. commerciële kamerverhuur. 14.4.2 Beroep of bedrijf aan huis Gebruik van ruimten in het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een beroep of bedrijf aan huis en horeca- 2 wordt als gebruik in overeenstemming met de bestemming aangemerkt, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het gebruik mag niet ten koste gaan van de hoofdbestemming; b. maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning (en de andere gebouwen) tot ten hoogste 50 m² wordt gebruikt voor het aan huis verbonden beroep; c. het beroep of de activiteit dient alleen door de bewoner(s) te worden uitgeoefend; d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2495/documents/56021