Kadernota 2024 definitief 4 juli 2023 - def.pdf
Tekst van het document
Kadernota 2024
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
Inhoudsopgave Aanbieding ............................................................................................................................................... 3 Financieel beeld ...................................................................................................................................... 5 Uitgangspunten Kadernota 2024 ............................................................................................................. 7 Ontwikkelingen per programma............................................................................................................... 9 Programma 1 Bestuur ........................................................................................................................... 10 Programma 2 Veiligheid ........................................................................................................................ 11 Programma 3 Fysiek ............................................................................................................................. 12 Programma 4 Sociaal ............................................................................................................................ 14 Programma 5 Samenleven ....................................................................................................................
15 Financieel overzicht Kadernota 2024 .................................................................................................... 16 Investeringsopgave kadernota 2024-2027 ............................................................................................ 23
2
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
Aanbieding Voor u ligt de Kadernota 2024. De gemeente stelt elk voorjaar een kadernota op met de belangrijkste uitgangspunten, ofwel kaders, die nodig zijn om in het najaar een programmabegroting te maken. De gemeenteraad stelt de kadernota 2024 vast en daardoor wordt duidelijk hoeveel geld er beschikbaar is en hoe er wordt omgegaan met financiële onzekerheden en de diverse beleidsvoornemens. In de programmabegroting staat vervolgens welke plannen de gemeente het komende jaar heeft, wat die plannen kosten en welke inkomsten worden verwacht. Het vrijgeven van de budgetten voor de uitvoering vindt plaats bij de vaststelling van de programmabegroting 2024 in het najaar van 2023.
Complexe context: grote maatschappelijke ontwikkelingen en financiële onzekerheden De coalitie wil het komende jaar verder bouwen aan een stevig fundament voor de gemeente Stichtse Vecht, zoals verwoord in het coalitieakkoord 2022-2026. Dat is belangrijk in een maatschappelijke context die de afgelopen jaren steeds complexer is geworden en wordt gekenmerkt door financiële onzekerheden. Hoewel de coronapandemie inmiddels grotendeels achter ons ligt, vindt er nog altijd een oorlog plaats in de Oekraïne. Onder meer als gevolg van deze oorlog is de inflatie de afgelopen twee jaar sterk gestegen. Daarnaast is de rente gestegen. Dat merken we ook in de financiële huishouding van onze eigen gemeente. Naast de gevolgen van de grote maatschappelijke ontwikkelingen, worden de financiële onzekerheden voor gemeenten steeds groter. In 2022 zagen we al dat landelijke crisissituaties en beleidsimpulsen steeds meer leidden tot incidentele financiering door het Rijk. Bijvoorbeeld voor loonen prijscompensatie en daarnaast financiert het Rijk de gemeente hoofdzakelijk opgavegericht, via (incidentele) specifieke of decentralisatie uitkeringen. De financiële bijdrage vanuit het Rijk schiet echter al jaren tekort. Dat maakt het lastiger om structureel beleid voor de lange termijn te maken. Er vinden al geruime tijd discussies met het Rijk plaats over de omvang van het gemeentefonds.
De verdeelmodellen zijn herijkt, wat leidt tot grote herverdeeleffecten tussen gemeenten. Voor Stichtse Vecht is dat aanzienlijk nadelig. Tegelijkertijd blijven de kosten toenemen, voornamelijk op het gebied van de jeugdzorg. Dat geldt ook voor Stichtse Vecht, wat te zien is aan de extra kosten voor TIM Stichtse Vecht. Op landelijk niveau wordt al langer gesproken over de financiële tekorten in de jeugdzorg. Ondanks de recente afspraken met de VNG, waarbij is overeengekomen dat bezuinigingen deels worden geschrapt of uitgesteld, is er nog veel onduidelijk over de structurele bekostiging en de toekomst van de jeugdzorg. De grootste financiële onzekerheid, die ook in deze kadernota wordt benoemd, zijn de zogenaamde ‘ravijnjaren’ 2026 en 2027. Dit is de consequentie van het feit dat de kabinetsplannen reiken tot en met het jaar 2025. Het voornemen is om vanaf 2026 een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten te introduceren, waardoor veel gemeenten worden geconfronteerd met sterk teruglopende inkomsten. Vanaf 2026 is de algemene uitkering aanzienlijk lager, wat in veel gemeenten een tekort veroorzaakt in het begrotingssaldo vanaf 2026. Voor gemeenten wordt het hierdoor steeds lastiger om een sluitende programmabegroting op te stellen en moeten grote tekorten met eigen middelen worden opgevangen. Dit geldt ook voor Stichtse Vecht.
In de loop van dit jaar, waarschijnlijk in de meicirculaire, wordt duidelijk of en hoeveel het Rijk aan extra middelen beschikbaar stelt om deze tekorten aan te pakken.
Verder bouwen aan een stevig fundament: realistisch ambitieniveau We blijven de komende jaren verder bouwen aan een stevig fundament, waarbij we werken aan het terugbrengen van de balans tussen de bestuurlijke ambities, de financiële positie en de ambtelijke organisatie. Vanwege de zojuist geschetste onzekere situatie is in het coalitieakkoord 2022-2026 en in de programmabegroting 2023 al gekozen voor een realistische blik en het maken van keuzes. Het college heeft eerder gekozen voor een knip in haar ambities voor 2022, 2023 en voor 2024 en latere jaren. Bij de behandeling van de kadernota 2024 kunnen nieuwe keuzes gemaakt worden, als de omstandigheden dat zouden toelaten. Gezien de hierboven genoemde maatschappelijke ontwikkelingen en financiële onzekerheden, met name voor de jeugdzorg, kiest het college ook in de kadernota voor een realistisch ambitieniveau gericht op de grootste uitdagingen van Stichtse Vecht. Hiermee wordt nadrukkelijk gekozen voor realisme. Dit betekent dat het college vooral blijft inzetten op de grootste uitdagingen. We zetten vooral in op:
versnellen van de woningbouw;
duurzaamheid;
3
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
passende hulp en ondersteuning voor inwoners die dat nodig hebben;
het verbeteren van de dienstverlening aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties’.
In het ruimtelijk domein blijven we inzetten op wonen. Dat doen we onder meer door het vrijmaken van middelen voor ambtelijke slagkracht. De gemeenteraad heeft onlangs al diverse plannen op dit thema aangenomen. Ook werken we aan het integraal huisvestingsplan onderwijs. Een ander belangrijk thema in het ruimtelijk domein is duurzaamheid, waarbij we werken met een uitvoeringsprogramma. Verder kiezen we onder andere voor een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie Stichtse Vecht, door het opstellen van omgevingsprogramma's of gebiedsvisies met aandacht voor wonen, bereikbaarheid, leefbaarheid (gezonde omgeving en voorzieningen, zoals onderwijs en sport) en vitaliteit. En we willen werken aan een uitvoeringsprogramma vitaal platteland. In het sociaal domein blijft passende hulp en ondersteuning voor het college onverminderd van belang. Daarbij streven we ernaar binnen de financiële kaders te blijven en door te sturen op de kostenontwikkeling jeugd en Wmo en een dalende trend in de kosten voor de jeugdzorg te realiseren. Daarvoor nemen we een aantal maatregelen. Het doel voor 2024 is om de zorg aan inwoners te normaliseren, het budget beter te beheersen en de zorg verder te transformeren. Daarom worden er middelen vrijgemaakt voor een transformatiebudget en een innovatiebudget voor de jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Ook blijven we werken aan een stevig fundament.
Het verder bouwen aan de organisatie is van belang om een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het college hecht veel waarde aan een goed ambtelijk-bestuurlijk samenspel. Alleen als dit samenspel slaagt kunnen onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties optimaal de kennis en kunde uit de ambtelijke organisatie benutten. Er worden middelen vrijgemaakt om de organisatie verder op orde in te brengen. Tot slot willen we met de Regionale Veiligheidsstrategie 2023-2026, het regionale actieplan ondermijning, het nieuwe Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 en het bijbehorende uitvoeringsplan voor de komende jaren een stevige en gestructureerde aanpak van ondermijning in de gemeente borgen. We maken middelen vrij om structureel georganiseerde ondermijnende criminaliteit aan te kunnen pakken.
Solide financieel beleid We zijn erin geslaagd om een kadernota voor te leggen die voor de jaren 2024 en 2025 financieel sluitend is. We kiezen daarmee voor een solide financieel beleid, met een realistisch ambitieniveau. We hebben al verschillende zaken gerealiseerd en gaan verder met het aanpakken van de grootste uitdagingen zoals al genoemd in het coalitieakkoord 2022-2026. Financiële onzekerheden en tegenvallers worden opgevangen door scherp te kijken naar de begroting en door kritisch keuzes te maken, zonder de belangrijkste opgaven aan te tasten. Voor een sluitende begroting in de jaren 2024 en 2025, is het noodzakelijk om in deze kadernota keuzes te maken. In de kadernota wordt daarom voorgesteld om te draaien aan de volgende knoppen: het verlagen van de uitgaven, het verhogen van inkomsten en een beperkte inzet van de algemene dekkingsmiddelen. Om de inkomsten te verhogen worden de gemeentelijke tarieven en belastingen voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties met de inflatie verhoogd. Duidelijke keuzes waarbij niet fors wordt ingegrepen op het sociale voorzieningenniveau en de subsidieverlening. Deze kadernota is tot stand gekomen op basis van de informatie zoals die op dit moment bekend is. Er is nog steeds een grote onzekerheid, met name voor de jaren 2026 en 2027.
Net als veel andere gemeenten, krijgt Stichtse Vecht te maken met een aanzienlijk lagere algemene uitkering. De jaren 2026 en 2027 zijn daarom zogenaamde ravijnjaren. De begrotingen voor de jaren 2026 en 2027 zullen volgens het huidige beeld niet sluitend zijn. Uit deze kadernota blijkt echter dat we door de keuzes die we nu maken erin slagen om een deel van het te verwachte tekort in 2026 en 2027 zelf op te lossen. Ook hier kiezen we voor een solide financieel beleid. Het blijft belangrijk om de ontwikkelingen nauwgezet te volgen en daarop te anticiperen. We staan nog voor een flinke uitdaging en die wordt steeds dringender. Maar doordat we nu al verantwoordelijkheid nemen, slagen we er in om een groot deel van de verwachte tekorten te dekken. In een tijd van grote maatschappelijke ontwikkelingen en financiële onzekerheden kiest het college ook in de kadernota college voor een realistisch ambitieniveau. We blijven werken aan de grootste uitdagingen voor Stichtse Vecht. Er is vanuit onze inwoners – jong en oud – een grote behoefte aan passende en betaalbare woningen, toegankelijke zorg en een gezonde leefomgeving. Om die reden blijft het college verder inzetten op de belangrijkste thema’s. 4
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
Financieel beeld Samenvatting Het financiële uitgangspunt voor de Kadernota 2024 is om de begroting voor 2024 en 2025 structureel te laten sluiten en om invulling te geven aan de belangrijkste opgaven van het coalitieakkoord, namelijk :
fundament op orde;
versnelling van de woningbouw;
passende zorg en ondersteuning.
We houden daarnaast rekening gehouden met de huidige financiële ontwikkelingen, zoals :
Stijging van de inflatie en rentekosten, die hoger zijn dan normaal.
We hanteren het principe van 'geen knaken, geen taken'. Het Rijk financiert gemeente voor loon en prijscompensatie en verder hoofdzakelijk opgavegericht via (incidentele) specifieke of decentralisatie uitkeringen. Deze manier van financieren komt dicht bij het principe 'geen knaken, geen taken'.
De (nieuwe) specifieke uitkeringen, die in deze Kadernota zijn opgenomen, hebben betrekking op 'klimaat en energiebeleid' en 'sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis'. Vanaf 2026 is de algemene uitkering aanzienlijk lager, wat een tekort veroorzaakt in het begrotingssaldo vanaf 2026. Het jaar 2026 wordt daarom ook wel ‘het ravijnjaar’ genoemd. Het is de consequentie van het feit dat de kabinetsplannen reiken tot en met 2025. Dit maakt het bijna onmogelijk om een begroting 2024-2027 op te stellen, die meerjarig structureel sluitend is. We kunnen wel stellen dat het nadelige effect van het ravijnjaar in 2026 en 2027 groter is dan ons tekort. Dus als het Rijk haar verplichting onder de huidige omstandigheden nakomt, dan zal ook in 2026 en 2027 sprake zijn van een structureel sluitende begroting. Kadernota 2024-2027 (bedragen * € 1.000)
2024
2025
2026
2027
-73
-1.135
7.637
7.199
B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds
-1.879
-1.073
-3.653
-976
C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen
5.307
5.037
5.274
5.920
D. Fundament op orde (programma 1)
1.396
1.412
1.020
1.020
E. Beleidswensen
4.185
2.939
2.067
1.741
Totaal autonome- en beleidsontwikkeling
9.009
8.315
4.708
7.705
F1. Uitgaven verlagen
-1.500
-2.200
-1.450
-1.450
F2. Inkomsten verhogen
-4.298
-4.298
-4.298
-4.298
F3. Inzet algemene dekkingsmiddelen
-3.200
-800
-800
-800
Totaal dekkingsmogelijkheden
-8.998
-7.298
-6.548
-6.548
Stand kadernota 2024 (negatief bedrag=voordeel; positief bedrag=nadeel)
-62
-118
5.797
8.356
waarvan incidenteel
-282
-38
-38
-
Structureel saldo kadernota 2024-2027
-344
-156
5.759
8.356
A. Startpositie : Programmabegroting 2023-2026 Autonome- en beleidsontwikkeling
Dekkingsmogelijkheden
Autonome- beleidsontwikkelingen De autonome ontwikkeling van het gemeentefonds omvat
septembercirculaire (tegemoetkoming ravijnjaar € 2,7 miljoen in 2026);
landelijke uitwerking coalitieakkoord jeugd (€ 0,5 miljoen in 2024);
vrijval van de decentralisatie uitkeringen ( € 1,4 miljoen in 2024, € 1,1 miljoen in 2025 en € 1 miljoen in 2026 en 2027).
De uitkomsten van de meicirculaire van 2023 zijn nu nog niet bekend en worden in de begroting 2024 opgenomen.
5
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023 De autonome en onontkoombare ontwikkelingen ( € 5,3 miljoen) in 2024 komen met name door:
hogere rentekosten en inflatie (€ 3,6 miljoen);
ontwikkelingen zoals de migratie van het datacenter (€ 1 miljoen);
de Wet Open Overheid (€ 0,2 miljoen);
de vrijval van de taakstelling van de ODRU (€ 0,2 miljoen in 2024 en 2025);
de digitalisering van bouwdossiers ( € 0,1 miljoen);
de diverse licentiekosten en implementatiekosten als gevolg van nieuwe aanbestedingen.
Om de het fundament op orde te brengen moeten we de werkkracht van de organisatie vergroten. Voor inkoopoptimalisatie, contractmanagement, vastgoed, recruitment, strategisch financieel advies en ondersteuning van portefeuillehouders-overleggen is extra formatie nodig (18,4 fte). Binnen de huidige formatie is hiervoor 4,4 fte ruimte beschikbaar. Per saldo voegen we 14 fte toe aan de formatie, waarvan 4 fte tijdelijk. Voor projectmatig werken en een gebouwenbeheersysteem is beperkt aanvullend materieel budget nodig. Op het gebied van beleidswensen is de budgetneutrale aanpak van de versnelling van de woningbouw uitgewerkt. Daarnaast werken we de eerdere genoemde specifieke uitkeringen uit, waarbij we ervan uitgaan dat we een deel van de inzet van onze eigen middelen kunnen dekken uit deze specifieke uitkeringen. Het budget is vooral nodig om tot de gewenste transformatie in het sociaal domein te komen. De ambitie is om de meerkosten voor het contract TIM SV te beperken tot maximaal € 4 miljoen extra en hiermee een dalende trend in te zetten naar € 1,8 miljoen in 2027. Dekkingsmogelijkheden Om de extra benodigde uitgaven van € 9 miljoen in 2024 en € 8,3 miljoen in 2025 structureel op te vangen gebruiken we de volgende keuzemogelijkheden en dekkingsvoorstellen: 1. Uitgaven verlagen. Het voornaamste effect (€ 1,1 miljoen) heeft het toerekenen van uren (VAT kosten) aan projecten.
Verder is het verwachte (incidentele) effect van de realistische investeringsplanning meegenomen in 2023 en 2024 en een aanpassing van de afschrijvingsmethode bij onderwijshuisvesting. 2. Inkomsten verhogen. De tarieven worden met 14 % verhoogd door de overhead volledig aan de tarieven toe te rekenen (€ 2 miljoen). De belastingen worden inflatievolgend verhoogd met 9% (€ 1,3 miljoen), waarvan 7% inhaalinflatie vanwege de hoge inflatie in 2022 en 2023 en de inflatie van 2% voor 2024. Bij de leges omgevingsvergunning kan de stap worden gemaakt van 75% kostendekking naar 100% kostendekking ( € 0,7 miljoen). De toeristenbelasting wordt verhoogd van € 1,70 per overnachting naar € 3,40 per overnachting ( € 0,3 miljoen). 3. Inzet algemene dekkingsmiddelen. We stellen voor om in 2024 incidenteel € 2,4 miljoen aan de algemene reserve te onttrekken en het structureel weerstandsvermogen met € 0,8 miljoen te verlagen. Dit verhoudt zich tot de verwachte structurele toename van de energielasten. Leeswijzer De autonome ontwikkelingen en de dekkingsmogelijkheden zijn toegelicht bij het financieel overzicht Kadernota 2024. Bij de ontwikkelingen per programma is een nadere toelichting gegeven op het onderdeel 'fundament op orde' en op de beleidswensen. Hierna volgt een opsomming van de uitgangspunten, die bij de begroting 2024 worden gehanteerd.
De Kadernota eindigt met een overzicht van de investeringsopgaven voor 2024-2027. Bij de financiële cijfers worden lasten met een positief getal weergegeven en baten met een negatief getal. Dat betekent dat een positief saldo met een negatief getal wordt weergegeven en een negatief saldo met een positief getal. Onttrekkingen uit de reserves zijn voor de exploitatie een bate en dus een negatief getal. Toevoegingen aan de reserves zijn lasten voor de exploitatie en dus een positief getal Voor de leesbaarheid is gekozen om bedragen af te ronden op € 1.000. Het kan gebeuren dat hierdoor bij afronding een minimaal verschil optreedt. Daar waar bedragen op € 1 staan, wordt dit toegelicht.
6
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
Uitgangspunten Kadernota 2024 Uitgangspunten Kadernota 2024 We hanteren de volgende uitgangspunten voor het opstellen van de Begroting 2024. Loonsom De hoogte van de loonsom in geld (€) wordt bepaald door de toegestane formatie per functie te vermenigvuldigen met de werkgeverslasten, op basis van het schaalmaximum en de meest actuele CAO. Bij het opstellen van de Begroting 2023 was de CAO vanaf 2023 nog niet bekend. Voor 2023 is in de Begroting 2023 een voorlopige indexatie verwerkt van 2%. Recent is de CAO voor 2023 afgesloten met een looptijd tot en met 31 december 2023. De lonen stijgen op grond van deze CAO met 9% gemiddeld. In de Kadernota 2024 is rekening gehouden met een extra stijging van de lonen in 2023 van 7% (= 9% min 2%) en met een voorlopige verdere stijging in 2024 met 2%. De indexatie 2024 wordt op grond van een nog af te sluiten CAO 2024 bijgesteld. Prijsontwikkeling materiële budgetten De prijsgevoelige budgetten verhogen we, waar van toepassing, voorlopig met het algemene indexcijfer van 2,0% voor 2024. De indexatie 2024 wordt in de Begroting 2024 bijgesteld volgens het meest actuele algemene indexcijfer. In 2022 en 2023 is er sprake van hoge prijsstijgingen. Bij het opstellen van de Begroting 2023 zijn de prijsgevoelige budgetten 2023, waar van toepassing, verhoogd met het algemene indexcijfer van 3,1%.
We verwachten een prijsstijging in 2023 (inclusief effect uit 2022) van 9%. In de Kadernota 2023 is rekening gehouden met extra stijging van de prijsgevoelige budgetten in 2023 van 5,9% (= 9% min 3,1%). De prijs voor energielasten is hoog. Op grond van de aanbesteding van het energiecontract stijgen de energielasten in 2023 met € 1,6 miljoen (meer dan 100% stijging). Voor 2024 en verder verwachten we dat een deel van deze stijging tijdelijk is en voor € 0,8 miljoen structureel is (2026 en verder). Gemeenschappelijke regelingen en subsidies Gemeenschappelijke regelingen en maatschappelijke partners zijn ook geconfronteerd met hoge loonen prijscompensatie. In de Kadernota 2024 rekenen we voorlopig op een stijging van 9% voor bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en van subsidies (gemiddeld). De verbonden partijen dienen jaarlijks de begroting in bij de gemeenten voor zienswijzen. De door het algemeen bestuur vastgestelde begroting 2024 verwerken we in de gemeentelijke begroting. Rente De rente is gebaseerd op de werkelijke leningsovereenkomsten. Daarnaast is door de huidige rente ontwikkelingen het rentepercentage, waarmee in de liquiditeitenplanning wordt gerekend voor nieuw af te sluiten overeenkomsten verhoogd van 2% in de begroting 2023 naar 3% in de begroting 2024.
De omslagrente voor de kapitaallasten berekenen we bij het opstellen van de begroting, rekening houdend met de maximaal toegestane bandbreedte volgens de verslaggevingsvoorschriften (Besluit Begroting en Verantwoording). Algemene uitkering Voor de raming van de algemene uitkering gaan wij in de Begroting 2024 uit van de meicirculaire 2023. Bij het ambtelijk afronden van de Kadernota 2024 is uitgegaan van de decembercirculaire 2022. De financiële effecten van de meicirculaire 2023, die eind mei of begin juni wordt gepubliceerd, kan niet tijdig meer worden geanalyseerd om te verwerken in deze Kadernota 2024. De effecten van de meicirculaire 2023 presenteren we in een afzonderlijke raadsinformatiebrief zodat deze voor de raad beschikbaar is voor de Algemene beschouwingen. Indexering belastingen, heffingen en overige inkomsten De belastingen, heffingen en overige inkomsten verhogen we jaarlijks met het algemene indexcijfer. In de Kadernota 2024 houden we rekening met extra inflatie door zeer sterk gestegen prijzen in 2022 en 2023, waarmee in de Begroting 2023 nog geen rekening is gehouden. In deze Kadernota 2024 is in de dekkingsvoorstellen het voorstel opgenomen om tarieven extra te verhogen voor deze inhaalinflatie 2023.
7
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
Overhead In de Kadernota 2024 is bij de dekkingsvoorstellen een voorstel opgenomen om de overhead toe te rekenen aan de tarieven. Toerekening uren aan investeringen In de Kadernota 2024 is bij de dekkingsvoorstellen een voorstel opgenomen om loonkosten toe te rekenen aan investeringen (Grond-, weg en waterbouw projecten) en groot onderhoud projecten. Meerjarenperspectief De baten en lasten in het meerjarenperspectief presenteren we op basis van constante prijzen met prijspeil 2024.
8
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
Ontwikkelingen per programma
9
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
Programma 1 Bestuur 1. Fundament op orde Het is noodzakelijk om het fundament van Stichtse Vecht op orde te brengen met als doel om een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We werken aan twee programma’s om de werkkracht van de ambtelijke organisatie te vergroten en te komen tot een toekomstgerichte begroting. Bij het maken van de keuzes in deze Kadernota 2024 is de balans tussen de bestuurlijke ambities, de financiële situatie en de ambtelijke organisatie een randvoorwaarde. Programma 1: Een betrokken en professionele ambtelijke organisatie Vanaf de zomer 2022 is in fase 1 gewerkt aan het in balans brengen van de organisatie door het stoppen van de grote uitstroom van personeel, het terugbrengen van het ziekteverzuim, het intensiveren van de werving van nieuw personeel op de openstaande vacatures en het koesteren, waarderen en blijven boeien van de huidige medewerkers (potentie benutten). Vanaf zomer 2023 is er in fase 2 ruimte om daarnaast de organisatie te verstevigen, zodat de uitvoering van de wettelijke taken en de bestuurlijke prioriteiten zijn geborgd.
Uitgangspunt in het Coalitieakkoord 2022-2026 Bouwen aan een stevig fundament voor Stichtse Vecht is vooralsnog de huidige formatie, maar waar nodig is er vanzelfsprekend ruimte om (bijvoorbeeld incidenteel of tijdelijk) beperkt formatie toe te voegen. In 2021 en 2022 is de loonsom met ruim € 2 miljoen overschreden door hogere kosten van inhuur op vacatures. Door de overschrijding van het reguliere inhuur budget was voldoende capaciteit beschikbaar om te werken aan projecten, belangrijke verbetertrajecten, wettelijke taken en om het fundament op orde te brengen. Voor inkoopoptimalisatie, contractmanagement, vastgoed, recruitment, strategisch financieel advies en ondersteuning van portefeuillehouders-overleggen is extra formatie nodig (18,4 fte). Binnen de huidige formatie is hiervoor 4,4 fte ruimte beschikbaar. Per saldo voegen we 14 fte toe aan de formatie, waarvan 4 fte tijdelijk. Voor projectmatig werken en een gebouwenbeheersysteem is beperkt aanvullend budget nodig. Programma 2: Een begroting gericht op de toekomst We implementeren de nieuwe opzet van de beleidsbegroting en het strategisch financieel beleid volledig in 2024 en we borgen de nieuwe werkwijze in de Begrotingscyclus 2025 en verder. De bestuurlijke Planning en Control (P&C) cyclus 2024 is het eerste jaar waarin we met de volledige nieuwe opzet van de begroting ervaring gaan opdoen.
De jaarstukken 2024 sluiten deze cyclus af. De jaarstukken 2024 moeten voor 15 juli 2025 worden ingediend bij de Provincie. Na het zomerreces van 2025 evalueren we de P&C cyclus 2024. De lessen uit deze evaluatie geven we mee aan het bestuur van de volgende collegeperiode 2026-2030.
10
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
Programma 2 Veiligheid Aanvulling formatie Openbare Orde en Veiligheid De gemeenteraad heeft op 7 maart 2023 het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 vastgesteld met daarin een zestal geprioriteerde thema’s. Het college heeft hierop volgend het Uitvoeringsplan Integraal Veiligheidsplan op 18 april 2023 voor de periode 2023-2024 vastgesteld. Om uitvoering te kunnen geven aan de plannen en ambities is een aanvulling van de formatie Openbare orde en Veiligheid (OOV) noodzakelijk. De formatie van team OOV is tijdens de beleidsperiode 2019-2022 tijdelijk aangevuld vanuit meerjarig incidenteel budget voor de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Gelet op het belang van de aanpak van de geprioriteerde thema’s uit het IVP 2023-2026 is het noodzakelijk om de meerjarig incidentele middelen om te zetten naar vaste formatie van team OOV. Met dit voorstel wordt gevraagd om de benodigde capaciteit voor OOV structureel te maken. In totaal gaat het om een formatie uitbreiding van 3 fte (beleidsadviseur OOV, jurist/Bibob coördinator en junior adviseur OOV). In de huidige situatie zijn de beleidsadviseur OOV en junior adviseur OOV al ingevuld door inhuur. Van het meerjarig incidenteel budget ondermijning was eerder formatie beschikbaar voor de OOV jurist en Bibob coördinator.
Met dit voorstel wordt gevraagd om naar een gewenste en toekomstbestendig team OOV van in totaal 7 fte (1fte strategisch adviseur, 4fte beleidsadviseur, 1fte junior adviseur en 1fte jurist OOV/Bibob coördinator) te gaan.
11
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
Programma 3 Fysiek 1. Versnelling woningbouw Door de grote druk op de woningmarkt zijn woningen voor starters en mensen met een modaal inkomen onbetaalbaar en is er een lange wachtlijst voor sociale woningen. In de door de raad vastgestelde Omgevingsvisie noemen we de ambitie om tot 2040 minimaal 4.500 woningen en maximaal 7.500 woningen te bouwen om zo de druk op de woningmarkt te verlichten. Om deze ambitie waar te maken moet de projectorganisatie worden versterkt. Hierdoor wordt efficiënter en professioneler gewerkt aan de verschillende woningbouwprojecten. Dit gaan we doen vanuit een driesporenstrategie. Spoor 1 : inzetten op een volledige vaste bezetting van de huidige formatie en de vaste formatie structureel uitbreiden met 12,78 fte. De knelpunten in de huidige organisatie zijn deels te wijten aan de huidige arbeidsmarkt. Door vol in te zetten op het aantrekken van vast personeel beperken we de kosten en verminderen we inefficiënties en verspilling als gevolg van de vele wisseling van extern personeel. Het terugdringen van inhuur en het vergroten van de vaste bezetting is bovendien in lijn met het coalitieakkoord. Spoor 2 : het organiseren van flexibel inzetbare deskundigheid door het aangaan van raamovereenkomsten met Ingenieursbureaus. Hier kunnen concrete diensten worden afgenomen, als de beschikbaarheid of deskundigheid binnen de organisatie ontbreekt.
Ook nu maken we veel gebruik van ingenieursdiensten voor reguliere werkzaamheden. Met deze aanbesteding verruimen we onze mogelijkheden. Deze aanbesteding vermindert ook een groot deel van de onrechtmatigheid op inkoop en aanbestedingen. Wij verwachten eind 2023 een of meer raamcontracten te sluiten. Spoor 3 : inhuur niet volledig uitsluiten, maar wel uitgaan van robuuste inzet. Hierbij wordt ingezet op langdurige en substantiële inhuur op concrete projecten. Wij gaan uit van 70% verhaalbaarheid van de directe kosten op basis van het wettelijk instrumentarium. Tegenover de inzet van huidig personeel ramen we in de begroting op dit moment € 95.000 aan opbrengsten in de begroting. We verantwoorden alleen de werkelijke opbrengsten in de jaarrekening. Dit betekent feitelijk dat wij 7,22 fte (€ 643.000 loonsombudget) volledig inzetten op projecten, waar we nu geen inkomsten voor begroten. Dit komt redelijk in de buurt van de reële situatie. De totale kosten aan huidige personeel plus capaciteitsclaim bedragen € 2.143.000. Uitgaande van 70% verhaalbaarheid verhalen we hiervan € 1,5 miljoen op ontwikkelaars en corporaties.
2. Specifieke Uitkering voor uitvoeringsmiddelen klimaat en energiebeleid Het Rijk stelt via de 'Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid’ (CDOKE) financiële middelen beschikbaar. Deze middelen zijn met name bedoeld voor het verkrijgen van de benodigde kennis, expertise én uitvoeringscapaciteit . Voor 2024 en 2025 heeft het Rijk ongeveer € 1,1 miljoen voor Stichtse Vecht beschikbaar. Wij hebben een aanvraag voor deze middelen ingediend. De toegekende middelen zetten we in voor de benodigde capaciteit voor het uitvoeringsprogramma duurzaamheid. Gemeenten leggen jaarlijks verantwoording af over de inzet van deze middelen. We houden er rekening mee dat we ongeveer voor € 0,3 miljoen aan uitgaven, die we nu uit eigen middelen betalen kunnen financieren uit de deze specifieke uitkering.
3. Opstellen Gebiedsvisies Als nadere uitwerking van de vastgestelde Omgevingsvisie Stichtse Vecht stellen wij voor om gebiedsgerichte Omgevingsprogramma's of Gebiedsvisies op te stellen met aandacht voor wonen, bereikbaarheid, leefbaarheid (gezonde omgeving en voorzieningen, zoals onderwijs en sport) en vitaliteit. Dit met als doel:
Concreet maken van de verschillende ruimtelijke opgaven, die voortkomen uit de Omgevingsvisie in deelgebieden en voornamelijk gebonden aan de kernen.
Inzichtelijk maken van ruimtelijke opgaven en ontwikkelingen met behulp van een integrale visie
Handvatten bieden voor een (intern) ruimtelijk afwegingskader.
Op deze manier bieden we inwoners en ondernemers een ruimtelijk perspectief op toekomstige ontwikkelingen van hun woon-, werk- en leefomgeving. We betrekken inwoners, ondernemers en belanghebbenden bij de ruimtelijke ontwikkeling van hun woon-, werk- en leefomgeving en de
12
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
afwegingen die hierbij gemaakt worden. We pakken nieuwe ontwikkelingen aan vanuit zowel de ruimtelijke kant als de sociaal-maatschappelijk kant. Denk hierbij aan het integraal huisvestingsplan (IHP - onderwijshuisvesting, bewegingsonderwijs), sport, cultuur en welzijn. Zo ontstaat een zo breed mogelijk en integraal perspectief, in plaats van losse en minder samenhangende ontwikkelingen.
4. Uitvoeringsprogramma vitaal platteland Ons landelijk gebied krijgt te maken met veel opgaven vanuit het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Deze opgaven vragen vaak om specialistische kennis. De belangen voor de gemeente, haar inwoners, ondernemers en organisaties zijn groot. Om tot een gedragen uitvoeringsprogramma te komen, vinden we het belangrijk om goed regie te voeren en voldoende capaciteit, tijd en middelen vrij te maken. We benutten eventuele extra financieringsstromen maximaal.
13
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
Programma 4 Sociaal 1. Transformatie sociaal domein TIM SV (Jeugd en Wmo) Het doel voor 2024 is om de zorg aan inwoners te normaliseren en te transformeren. We moeten hiervoor de huidige (structureel) hogere zorgkosten opvangen in de begroting voor € 4 miljoen. De ambitie is om de meerkosten voor contract TIM SV te beperken tot maximaal € 4 miljoen boven op de opdrachtwaarde van € 12,6 miljoen in 2024 en hiermee een dalende trend te realiseren naar 2027. Om binnen deze financiële kaders te blijven en de dalende trend te realiseren nemen we aanvullende maatregelen. Indien de maatregelen niet worden genomen lopen de meerkosten verder op. Voor deze maatregelen hebben we in de begroting een budget beschikbaar van € 1 miljoen, in de vorm van een risicobudget. Deze maatregelen bestaan uit: 1. Een projectmatige aanpak intern. 2. Andere maatregelen en mogelijk extra bijdragen aan partijen in het voorveld. 3. Een risicobuffer voor hogere kosten van TIM SV. 4. Een aanpak hervormingsagenda Jeugd. De maatregelen TIM SV hebben betrekking op kostenbeheersing, transformatie en normalisatie, datauitwisseling en tijdelijke en structurele capaciteitsuitbreiding. Het projectplan TIM SV 2023 is gemaakt met inhoudelijke onderbouwing van de werkzaamheden, de planning en de structuur en ligt in lijn met de recent aangenomen motie.
Die opzet en werkwijze vormt de basis voor het transformatieplan 2024. Er is een structureel innovatiebudget nodig van € 885.000 (waarvan 3,8 fte personeel) om de meerkosten van TIM SV te beperken tot € 4 miljoen in 2024 en de jaren erna te laten dalen. Bestuursopdracht Diverse sociale en demografische ontwikkelingen zorgen voor spanning tussen wat nodig is in het sociaal domein en wat er (financieel) mogelijk is. Deze vraag richt zich onder andere op het brede maatschappelijke voorveld en de wijze waarop we die in Stichtse Vecht hebben ingericht. Het college heeft daarom opdracht gegeven om in kaart te brengen welke ontwikkelingen zich daarin de komende jaren naar verwachting voordoen en welke sturingsmogelijkheden en keuzes er zijn op basis van verschillende scenario's. Deze bestuursopdracht wordt momenteel uitgewerkt, inclusief de aanpak. De uitkomsten moeten begin 2024 opgeleverd worden. Huishoudelijke ondersteuning, collectief vervoer en woningaanpassingen en voorzieningen In de kaderbrief 2023 zijn de Wmo-budgetten structureel verhoogd. Daarbij is de ambitie uitgesproken om te werken aan beleidskeuzes om de Wmo kosten in de toekomst beheersbaar te houden. Op 4 april 2023 is de raad tijdens de informatieve commissie geïnformeerd over de aanpak die hiervoor wordt ontwikkeld.
Die aanpak richt zich onder andere op het beperken van de instroom in de Wmo, het beter benutten van mogelijkheden in het voorliggende veld, het nog scherper kijken naar de hoeveelheid en zwaarte van de noodzakelijke inzet vanuit de Wmo en het terugdringen en voorkomen van wachtlijsten. Voor de implementatie van de aanpak is een eenmalige 'investering' van € 100.000 nodig. Deze kosten hebben betrekking op de verdere uitvoering en monitoring van de beheersmaatregelen en de daarvoor benodigde (technische) randvoorwaarden.
2. Beschermd wonen Per 1 januari 2024 ontvangen de regiogemeenten vanuit het Rijk budget voor nieuwe cliënten beschermd wonen volgens een objectief verdeelmodel. In het Regioplan U16 beschermd wonen 2023-2028, is overeengekomen dat de ontvangen budgetten worden overgeheveld naar de gastheergemeente Utrecht, voor de vorming van een collectief U16 beschermd wonen budget. Vanuit dat collectieve budget ontvangen we vervolgens lokaal maatwerkbudget voor het organiseren van lokale zorg en de ondersteuning van inwoners met psychische problematiek. We verwachten dit budgettair neutraal te kunnen organiseren. Het doel van beschermd wonen is om zorg en begeleiding te organiseren voor inwoners die zijn aangewezen op een beschermd wonen voorziening. We bereiken hiermee dat inwoners met psychische problematiek zo zelfstandig mogelijk thuis kunnen wonen en zoveel mogelijk zorg en ondersteuning in de wijk ontvangen.
14
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
Programma 5 Samenleven 1. De Brede uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis De Brede SPUK-regeling is voor alle gemeenten beschikbaar gesteld voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis. De stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040. De Brede SPUK-regeling is voor alle gemeenten in werking gesteld om diverse afspraken uit te kunnen voeren. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Hoofdlijnen Sportakkoord II, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Preventieakkoord. Het financieel arrangement onder het GALA is één nieuwe brede en specifieke uitkering (SPUK). In de SPUK wordt de financiering voor 15 onderdelen op de thema’s sport en bewegen, cultuurparticipatie, gezondheidsbevordering en het versterken van de sociale basis gebundeld in één nieuwe uitkering. Voor sommige bestaande regelingen en programma’s betekent dit een wijziging van het type uitkering, namelijk van een decentralisatie uitkering naar een specifieke uitkering. Voor 2023 kunnen gemeenten met een aanvraag middelen ontvangen. Voor de periode 2024 – 2026 is een integraal plan van aanpak nodig, dat gericht moet zijn op een domein overstijgende preventieaanpak. Het plan van aanpak moet na een positief advies (van de kerngroep GALA-SPUK) uiterlijk op 31 oktober 2023 zijn ingediend.
Op dit moment is nog niet bekend voor welke onderdelen uit het GALA we vanaf 2024 budget gaan aanvragen en hoeveel er uiteindelijk wordt toegekend. Voor Stichtse Vecht is voor de komende jaren in totaal maximaal beschikbaar: € 964.445 (2024), € 964.445 (2025), € 764.580 (2026), € 632.812 (2027). We houden er rekening mee dat we ongeveer voor € 0,2 miljoen aan uitgaven, die we nu uit eigen middelen betalen kunnen financieren uit de Brede SPUK regeling.
2. Strategische capaciteit onderwijshuisvesting Er is strategische capaciteit RRO nodig voor het opstellen van gebiedsvisies in relatie tot onderwijshuisvestingsprojecten op basis van het Integraal Huisvestingsplan (IHP). In overleg met scholen, overige betrokkenen, college en Raad worden integrale gebiedsontwikkelingen opgesteld en uitgewerkt, die moeten leiden tot (o.a.) scenario’s en keuzes rond IHP projecten.
3. 50 jaar Maarssenbroek Om samen met de inwoners van Maarssenbroek het jubileum van deze kern luister bij te zetten, stelt de gemeente een budget ter beschikking van maximaal € 40.000 (dat is ongeveer €1,50 per inwoner van Maarssenbroek). De gemeenschappelijke inwoners mogen met voorstellen komen voor een besteding van dit budget. Dit budget te financieren uit het leefbaarheidsbudget.
15
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
Financieel overzicht Kadernota 2024 Kadernota 2024-2027 (bedragen * € 1.000)
2024
2025
2026
2027
-73
-1.135
7.637
7.199
Septembercirculaire 2022 (Raad 22-12-22)
-
-
-2.677
-
Decembercirculaire 2022 (Raad 7-03-2023)
-
-
-
-
Uitwerking landelijk coalitie akkoord Jeugd
-497
-
-
-
Inzet stelpost taakmutaties
-1.382
-1.073
-976
-976
Totaal effect ontwikkelingen gemeentefonds
-1.879
-1.073
-3.653
-976
A. Startpositie : Programmabegroting 2023-2026 B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds
C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen 1A Raming totale loon- en prijsindexeringen
8.693
8.566
8.508
8.536
1B. Inzet stelpost loon- en prijsstijging
-6.913
-6.913
-6.913
-6.913
2. Rentekosten
1.323
1.767
2.204
2.553
3. Structurele exploitatiebudgetten
1.506
1.617
1.475
1.744
4. Incidentele exploitatiebudgetten
698
-
-
-
Totaal effect Autonome en onontkoombare ontwikkelingen
5.307
5.037
5.274
5.920
D. Fundament op orde (programma 1)
1.396
1.412
1.020
1.020
Totaal effect Fundament op orde
1.396
1.412
1.020
1.020
E. Beleidswensen P2.1 Structurele aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit
280
280
280
280
P3.1 Versnelling woningbouw
1.700
1.700
1.700
1.700
P3.1 Dekking versnelling woningbouw uit anterieure overeenkomsten
-1.700
-1.700
-1.700
-1.700
P3.2 Inkomsten Specifieke Uitkering voor uitvoeringsmiddelen klimaat en energiebeleid
-1.000
-1.000
-1.000
-1.000
P3.2 Inzet capaciteit in het kader van de SPUK uitvoeringsmiddelen klimaat en energiebeleid
690
690
690
690
P3.3 Opstellen gebiedsvisies
150
135
135
135
P3.4 Uitvoeringsprogramma vitaal platteland
150
-
-
-
P4.2 Rijksuitkering Beschermd wonen
-1.934
-2.611
-3.171
-3.631
P4.2 Rijksuitkering overhevelen naar gastheergemeente Utrecht
1.934
2.611
3.171
3.631
P4.1 Transformatie Sociaal Domein
4.000
3.019
2.147
1.821
P4.1 Innovatiebudget Sociaal Domein
985
885
885
885
-1.000
-1.000
-1.000
-1.000
P5.1 SPUK Brede uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis
-964
-964
-765
-633
P5.1 Uitgaven in het kader van de SPUK Brede uitkering
764
764
565
433
P5.2 Strategische capaciteit onderwijshuisvesting (IHP)
130
130
130
130
Totaal effect Beleidswensen
4.185
2.939
2.067
1.741
Totaal B-E. Totaal autonome- en beleidsontwikkelingen
9.009
8.315
4.708
7.705
P4.1 Omzetting risico reserve € 1 miljoen naar innovatiebudget
16
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
Kadernota 2024-2027 (bedragen * € 1.000)
2025
2026
2027
A. Startpositie : Programmabegroting 2023-2026
2024
-73 -1.135
7.637
7.199
B-E. Totaal autonome- en beleidsontwikkelingen
9.009 8.315
4.708
7.705
F. Dekkingsmogelijkheden ('knoppen') F1. Uitgaven verlagen
-1.500 -2.200 -1.450 -1.450
1A. Realistische investeringsplanning 2023 (vrijval afschrijvingslasten)
-300 -1.000
1B. Toerekening loonkosten aan GWW projecten / groot onderhoud (10% VAT)
-
-
-1.100 -1.100 -1.100 -1.100
1C. Afschrijvingstermijn installaties onderwijsgebouwen van 15 naar 40 jaar (Harmonieplein/Broeckland)
-100
-100
-350
-350
F2. Inkomsten verhogen
-4.298 -4.298 -4.298 -4.298
2A. Overhead (14%) toerekenen aan tarieven
-1.971 -1.971 -1.971 -1.971
2B. Belastingen verhogen met 9% (1% verhoging = € 142.000)
-1.278 -1.278 -1.278 -1.278
2C. Leges omgevingsvergunning verhogen naar 100% kostendekking
-656
-656
-656
-656
2D. Toeristenbelasting
-298
-298
-298
-298
2E. Overige tarieven verhogen (inhaal inflatie 2023)
-30
-30
-30
-30
2F. Leges vooroverlegplannen
-60
-60
-60
-60
2G. Verhogen parkeertarieven met 10%
-5
-5
-5
-5
F3. Inzet algemene dekkingsmiddelen
-3.200
-800
-800
-800
3A.Structureel weerstandsvermogen
-800
-800
-800
-800
3B.Incidenteel algemene reserve
-2.300
-
-
-
Totaal dekkingsmogelijkheden ('knoppen')
-8.998 -7.298 -6.548 -6.548
Stand kadernota 2024 (negatief bedrag=voordeel; positief bedrag=nadeel)
-62
-118
5.797
waarvan incidenteel
-282
-38
-38
Structureel saldo kadernota 2024-2027
-344
-156
5.759
8.356 8.356
In het financieel overzicht ziet u dat het financiële meerjarenperspectief voor de jaren 2024 en 2025, na de voorgestelde dekkingsmogelijkheden, structureel sluitend is. Vanaf 2026 is de algemene uitkering aanzienlijk lager wat een tekort veroorzaakt in het begrotingssaldo vanaf 2026. Het jaar 2026 wordt daarom ook wel ‘het ravijnjaar’ genoemd. Het is de consequentie van het feit dat de kabinetsplannen reiken tot en met 2025. Dit maakt het bijna onmogelijk om een begroting 2024-2027 op te stellen, die meerjarig structureel sluitend is. We kunnen wel stellen dat het indicatief nadelige effect van het ravijnjaar in 2026 en 2027 groter is dan ons tekort. Dus het als het Rijk haar verplichting onder de huidige omstandigheden nakomt, zal er ook in 2026 en 2027 sprake zijn van een structureel sluitende begroting. Kadernota 2024-2027 (bedragen * € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Structureel saldo kadernota 2024-2027
-344
-156
5.759
8.356
-8.700
-14.100
-344
-156
-2.941
-5.744
Indicatief effect korting gemeentefonds Indicatief structureel saldo kadernota 2024-2026, excl. 'Ravijneffect'
Wij geven hieronder een korte toelichting op de autonome ontwikkelingen en de dekkingsmogelijkheden per financiële mutatie boven de € 50.000. Bij de ontwikkelingen per programma is een nadere toelichting gegeven op het onderdeel D. Fundament op orde en E. Beleidswensen. De verwijzing met P2.1 in de tabel bij deze onderdelen is bijvoorbeeld een verwijzing naar de eerste toelichting bij programma 2.
B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds In deze kadernota hebben wij de decembercirculaire 2022 gebruikt voor de indicatieve begrotingsprognose voor 2024-2027. Het kabinet zet in op het ontwikkelen van een nieuwe financieringssystematiek in het Gemeentefonds vanaf 2026. Een uitbreiding van het lokale belastinggebied is hierbij een mogelijkheid. Op dit moment weten we nog niet hoe de nieuwe financieringssystematiek tussen het Rijk en gemeenten zich ontwikkelt of hoe die er straks uit gaat zien. De Meicirculaire 2023 komt pas beschikbaar na het opstellen van de Kadernota 2024. Deze circulaire betrekken we bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2024-2027. De stelpost taakmutaties, die via de algemene uitkering zijn ontvangen, valt vrij bij deze kadernota ter dekking van de voorstellen. Een specificatie van de vrijvallende bedragen is hieronder opgenomen.
17
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
Specificatie vrijval taakmutaties
2024
2025
2026
Wet open overheid
-184
-205
-221
-139
Woonplaatsbeginsel 18+/18-
- 563
-564
- 566
- 566
-42
- 84
-233
-237
-243
-250
213
220
220
-403
-280
-123
-157
- 1.382
-1.073
- 976
-976
Robuust rechtssyteem (restant) Indexering salarissen zorg jeugd Wmo Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord Rijk) Overige Totaal effect vrijval taakmutaties
2027
C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen 1. Indexering In het hoofdstuk 'uitgangspunten' is beschreven welke indexatie is toegepast. Dit resulteert in 2024 in een structurele begrotingsbijstelling van de loonsom van € 2,6 miljoen. Ook gemeenschappelijke regelingen krijgen te maken met hogere loon- en prijsindexaties. Op basis van de geraamde bijdragen aan deze gemeenschappelijke regelingen verwachten we een totale stijging van onze bijdragen met € 1,6 miljoen. Bij het opstellen van de begroting 2024-2027 gaan we voor onze bijdrage uit van de vastgestelde begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen. Vanwege de gestegen prijzen verwachten wij ook een bijstelling van onze prijsgevoelige exploitatiebudgetten van € 4,8 miljoen. Wij verwachten dat hiervan in 2024 € 1,2 miljoen wordt veroorzaakt door hogere energielasten. Tot 2026 is rekening gehouden met een daling van deze kosten tot € 0,8 miljoen. Alle genoemde stijgingen van de loon- en prijsindexaties brengen we vanaf 2024 voor een totaalbedrag van € 6,9 miljoen ten laste van de hiervoor in de begroting gevormde stelpost Indexering lonen en prijzen. Deze stelpost is gevormd vanuit de Algemene uitkering en hiermee wordt ongeveer 75% van de begrotingsbijstelling opgevangen. Zoals gebruikelijk worden ook onze gemeentelijke belastingen met het inflatiepercentage verhoogd.
Hiermee vangen wij ongeveer 25% van de jaarlijkse begrotingsbijstelling op. Deze percentages zijn gebaseerd op de huidige Gemeentefondsverdeling. Het is mogelijk dat deze percentages door bijvoorbeeld een 'herijking van het Gemeentefonds' wijzigen. 2. Hogere rentekosten Eind 2022 is een aanvullende lening van € 35 miljoen aangetrokken tegen 2,377 %. Bij de bepaling van de liquiditeitsbehoefte is gerekend met een investeringsomvang van € 15 miljoen per jaar en de uitgaven voor de investering voor het Broecklandcollege. Dit leidt tot hogere rentelasten voor de jaren tot en met 2025. Daarnaast is, gezien de huidige rente ontwikkelingen, het rentepercentage verhoogd van 2% bij de begroting 2023 naar 3 % bij de begroting 2024. De schuldpositie (leningportefeuille) ultimo 2022 bedraagt € 123 miljoen. De druk van de schuldpositie op de exploitatie wordt uitgedrukt in de netto schuldquote ((vaste schulden + vlottende schulden -/vlottende activa)/ baten voor bestemming reserves) en geeft indirect antwoord op de vraag of met het inkomen blijvend de schuldverplichtingen kunnen worden gedragen. Onze netto schuldquote is ultimo 2022 met 64% nog ruim onder de signaalwaarde van 100%. We moeten nu door de stijgende rentepercentage weer meer rentekosten opnemen. De rente kosten in de begroting 2024 neemt hierdoor toe tot ca. € 2,6 miljoen.
Ten opzichte van de totale lasten van € 157 miljoen zijn de rentekosten op de gehele begroting met 1,6% laag.
18
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
3. Structurele exploitatiebudgetten 3. Structurele exploitatie budgetten
2024
2025
2026
2027
1. Migratie datacenter
574
574
574
574
2. Hosting en softwarelicentie voor raad en commissieleden
50
50
50
50
3. Digitaliseren bouwdossiers
125
125
125
125
4. Kosten nieuwe financiële applicatie incl. projectadministratie
130
130
130
130
5. Dienstverleningsovereenkomst werkgeverstaken Kansis
-60
-60
-60
-60
6. Modules in het kader van Wet Open Overheid / formaliseren WOO juristen
112
112
112
112
7.Nieuwe functies omgevingswet
190
190
27
27
117
167
442
8. Aanvulling en vervanging huidige investeringen 9. Investeringen vervangingen tarief
125
146
146
10. Dekking investeringen en exploitatie door tarief
-190
-315
-173
-173
11. ODRU taakstelling
171
171
12. Verkiezingen
60
60
60
60
13. Datagestuurd werken licentiekosten en uitvoering bestaand beleid
115
115
115
115
14. Leerlingenvervoer vergoeden wachttijden
56
50
44
38
15, Overige mutaties < € 50.000
173
173
158
158
1.506
1.617
1.475
1.744
Totaal effect structurele exploitatiebudgetten
1. Migratie datacenter Dit betreft structureel hogere uitgaven om het datacenter tijdelijk extern te plaatsen, alvorens de cloudstrategie af te ronden. 2. Hosting en softwarelicentie voor raad en commissieleden Voor de jaarlijkse kosten (€ 50.000) van de hosting en softwarelicenties voor de raad en commissieleden is geen budget opgenomen in de begroting. 3. Digitaliseren bouwdossiers Het digitaliseren van de bouwdossiers is een meerjarig project en loopt tot en met 2030. In opdracht van de provinciale archiefinspecteur worden oude bouwdossiers gedigitaliseerd, zodat deze en/of de originelen kunnen worden overgebracht naar de archiefbewaarplaats (RHCVV). Dit betreft de bouwarchieven van de voormalige gemeenten Breukelen, Loenen en Maarssen en hun rechtsvoorgangers tot 1995 (220 strekkende meter) en de periode 1996-2010 (300 strekkende meter). Per jaar wordt er 50 strekkende meter voorbewerkt en gedigitaliseerd. Dit vraagt om een budget van € 125.000 per jaar tot en met 2030. 4. Kosten nieuwe financiële applicatie incl. projectadministratie In 2023 wordt de aanbesteding van de financiële applicatie afgerond. De stijgende kosten zijn het gevolg van de aanbesteding. Het corporate systeem en budget bedroeg ongeveer € 50.000 per jaar en wordt € 130.000 per jaar. 5.
Dienstverleningsovereenkomst werkgeverstaken Kansis Op 13 december 2022 heeft het college van Stichtse Vecht besloten om de dienstverleningsovereenkomst voor de uitvoering van de materiele werkgeverstaken Wsw met ingang van 1 januari 2023 te beleggen bij Kansis. Dit levert een voordeel op van € 60.000. 6. Modules in het kader van Wet Open Overheid / formaliseren WOO juristen Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De aankomende jaren moeten steeds meer soorten overheidsinformatie actief openbaar worden gemaakt. Om hierop goed voorbereid te zijn hebben we behoefte aan modules (applicaties) die ons helpen bij de uitvoering van onze wettelijke verplichtingen. Daarnaast is de formalisering van 1 fte voor een Woo-jurist opgenomen. Vanuit het Rijk hebben we middelen ontvangen voor de invoering van de Woo, zoals opgenomen in de specificatie van de vrijval van de stelpost taakmutaties. 7. Nieuwe functies omgevingswet Vanwege de implementatie van de Omgevingswet zijn nieuwe werkprocessen voor het Domein Ruimte ontwikkeld. Hiervoor moeten drie nieuwe functies worden ingevuld voor een procesbegeleider, een secretaris en een kwaliteitscoördinator. Gezamenlijk zorgen zij voor het efficiënter werken van het domein, en verbetering van de kwaliteit en na verloop van tijd kostenbesparing.
De hogere kosten worden meegenomen in de tariefberekening van de leges omgevingsvergunningen, zoals hieronder toegelicht. 19
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
8 -10. Aanvulling en vervanging huidige investeringen /Investeringen vervangingen tarief Voor de aanvulling en de vervanging van de investeringen op het Investeringsplan zijn aanvullende middelen nodig. Deze komen via de afschrijvingslasten ten laste van de begroting. Een deel van deze investeringen wordt opgevangen door kostendekkende heffingen. De investeringsopgave 2024-2027 is als laatste paragraaf in deze kadernota opgenomen. 11. ODRU taakstelling In de begroting 2023 is een taakstelling opgenomen voor milieu en beleid. Dit bedraagt voor 2023 € 85.000 en vanaf 2024 structureel € 171.000. De aanname bij deze taakstelling was dat de invoering van de Omgevingswet leidt tot een verminderde personele inzet. De omgevingswet is nog niet ingevoerd waardoor de verminderde personele inzet niet gerealiseerd is/ kan worden. Wij stellen u voor om de taakstelling in 2024 en 2025 niet voort te zetten, maar deze tijd te benutten voor het doen van nader onderzoek op de haalbaarheid van deze taakstelling. 12. Verkiezingen De vergoeding voor de stembureauleden wordt verhoogd. Dit is nodig om de werving van bureauleden te ondersteunen. Daarnaast willen we trotterborden (een mobiel billboard) gebruiken bij elke verkiezing. 13. Datagestuurd werken: licentiekosten en uitvoering bestaand beleid In het voorgaande collegeprogramma 2018-2022 was een budget beschikbaar voor datagestuurd werken.
Het beleid is ontwikkeld en de software is aangeschaft. Het is noodzakelijk om als organisatie het beleid te continueren om mee te kunnen bewegen met de maatschappelijke ontwikkelingen en wat onze dienstverlening van ons vraagt op het gebied van data en bewustwording rond data. Het budget wordt ingezet voor licentiekosten, dataworkshops, data analyse/BI tooling, gegevensmanagement en samenwerking buiten de gemeente. 14. Leerlingenvervoer vergoeden wachttijden Door het vergoeden van de wachttijden blijft het Leerlingenvervoer voldoen aan de door de gemeente gestelde kwaliteitseisen. Daarnaast wordt het Leerlingenvervoer conform (contract)afspraken uitgevoerd. We hanteren hierbij als uitgangspunt dat we ieder jaar minder wachttijden hoeven te vergoeden, omdat het aantal moeilijk te rijden routes afneemt en doordat de vervoerders over meer eigen chauffeurs beschikken. 15. Overige mutaties < € 50.000 De overige mutaties onder de € 50.000 zijn voor de inrichting van de strategische crisisorganisatie (€ 37.000); Jaarlijks functieonderhoud (€ 35.000); Raadmodule Pepperflow LTA ( € 10.000); Toezichthouder zwembad (€ 36.000); Onderzoeksbudget 213a onderzoeken (€ 25.000); Duidelijke taal in alle uitingen van de gemeente (€ 30.000). De autonome ontwikkelingen zijn hoofdzakelijk meegenomen indien deze voldoende kunnen worden onderbouwd.
De uitkomst van reguliere aanbestedingen worden meegenomen indien voldoende duidelijk is wat de consequentie is van de hogere aanbesteding. Zo is bijvoorbeeld de aanbesteding van het raadsinformatiesysteem in 2024 nu niet meegenomen. Mocht na de aanbesteding in 2024 blijken dat de aanbesteding tot hogere kosten leidt, dan worden deze aanvragen vanaf 2025 of 2026 als autonome ontwikkeling structureel meegenomen. 4. incidentele exploitatiebudgetten 4. Incidentele exploitatie budgetten
2024
1. Migratie datacenter
458
2. Implementatie en migratie aanbesteding Key2Burgerzaken
90
3. Aanbesteding managed service provider
150
Totaal effect incidentele exploitatiebudgetten
698
1. Migratie datacenter Dit betreft de incidentele benodigde uitgaven om het datacenter tijdelijk extern te plaatsen. 2. Implementatie en migratie aanbesteding Key2Burgerzaken De implementatie van de aanbesteding van de nieuwe applicatie voor Burgerzaken is verschoven naar het tweede kwartaal van 2024. Hiervoor is extra tijdelijke projectcapaciteit en capaciteit functioneel beheer nodig. Om de basis op orde te brengen is het noodzakelijk om naast de huidige applicatiebeheerder een (junior) applicatiebeheerder aan te nemen voor de periode van maximaal 2 20
Kadernota 2024 – versie definitief 4 juli 2023
jaar (2023/2024). Na afronding van de aanbesteding zal deze extra functioneel beheer capaciteit niet meer nodig zijn. 3. Aanbesteding managed service provider Door tegenvallende resultaten is besloten om het contract met de huidige ICT managed service provider niet te verlengen. Hierdoor wordt eerder aanbesteed en zijn er kosten nodig voor de projectmatige begeleiding van dit project. Ook trekken we inhoudelijke expertise aan om de maximaal haalbare kwaliteit uit de aanbesteding te halen. De extra incidentele middelen zetten we in voor een projectleider en de begeleiding van een externe partij bij de uitvraag.
F. Dekkingsmogelijkheden ('knoppen') U heeft 3 knoppen om te komen tot dekkingsmogelijkheden: 1 . Het verlagen van de uitgaven, 2. Het verhogen van de inkomsten en 3. Het inzetten van algemene dekkingsmiddelen. 1. Het verlagen van uitgaven 1A. Realistische investeringsplanning 2023 (vrijval afschrijvingslasten) De vrijval van afschrijvingslasten in 2024 van € 0,3 miljoen is opgenomen op basis van de inschatting van de door te schuiven investeringen in 2023 naar 2024 en verder. Voor 2025 kan de stelpost afschrijvingslasten vrijvallen, omdat de beoogde afboeking in 2025 van het Broeckland college net als de sloop in 2023 zal moeten plaatsvinden. 1B. Toerekening loonkosten aan GWW projecten / groot onderhoud (10% VAT) In de grond-, weg- en waterbouwprojecten (GWW) en bij het groot onderhoud wordt in de budgetramingen een standaardpercentage van 10% opgenomen voor de kosten van voorbereiding, administratie en toezicht. Door de loonkosten die we maken voor het uitvoeren van deze functies ook aan de GWW-projecten toe te rekenen, kan in de dekking van deze uitgaven worden voorzien. 1C. Afschrijvingstermijn installaties onderwijsgebouwen van 15 naar 40 jaar (Harmonieplein/Broeckland College) Een aanpassing van de beleidsregel van de afschrijvingstermijn (15 jaar) van installaties in onderwijsgebouwen wordt voorgesteld (verwachte besparing 2024 € 100.000) .
De afschrijvingstermijn van de installaties wordt gelijkgetrokken met de nieuwbouw van het onderwijsgebouw (40 jaar). De nieuwbouw van deze gebouwen is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Het onderhoud en de vervanging van de installaties is een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Hiervoor ontvangen zij vanuit het Rijk een vergoeding. De aanpassing van de afschrijvingstermijn vraagt een afzonderlijk raadsbesluit. Bij het actualiseren van de nota waardering en afschrijving vaste activa wordt deze aanpassing in de nota verwerkt. Het voordeel is berekend voor de huidige nieuwbouw van het Harmonieplein en Broeckland College.
Alternatieve mogelijkheid We onderzochten de mogelijkheden tot het verminderen van de uitgaven door het verlagen van de inkomensgrens bij collectieve zorgverzekeringen met 10%. Dit levert naar verwachting een besparing op van ongeveer € 94.000. Deze besparing is niet in het voorstel verwerkt, maar wel een alternatieve besparingsmogelijkheid.
2. Het verhogen van inkomsten 2A. Overhead toerekenen aan tarieven Overheadkosten worden gemaakt ter ondersteuning van de gemeentelijke taken. De overheadkosten ten opzichte van de totale lasten van de begroting is ongeveer 14%. Met de toerekening van deze kosten aan de gemeentelijke taken, wordt een volgende stap gezet in het kostendekkend maken van onze tarieven. Dit betekent een stijging van de tarieven en maakt tegelijkertijd de werkelijke kosten van een gemeentelijk product inzichtelijk.
2B. Belastingenverhoging We verhogen de belastingen volgend aan de inflatie. De gedragslijn is dat we 70% van de indexatie dekking uit de algemene uitkering en 30% uit de indexatie van de belastingen. Het verhogen van de belastingen met 1% resulteert in extra inkomsten van € 142.000. We stellen voor om de OZB, RZB, 21